Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31995D0320

95/320/EG: Besluit van de Commissie van 12 juli 1995 tot oprichting van een wetenschappelijk comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia

OJ L 188, 9.8.1995, p. 14–15 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 01 Volume 001 P. 336 - 337
Special edition in Estonian: Chapter 01 Volume 001 P. 336 - 337
Special edition in Latvian: Chapter 01 Volume 001 P. 336 - 337
Special edition in Lithuanian: Chapter 01 Volume 001 P. 336 - 337
Special edition in Hungarian Chapter 01 Volume 001 P. 336 - 337
Special edition in Maltese: Chapter 01 Volume 001 P. 336 - 337
Special edition in Polish: Chapter 01 Volume 001 P. 336 - 337
Special edition in Slovak: Chapter 01 Volume 001 P. 336 - 337
Special edition in Slovene: Chapter 01 Volume 001 P. 336 - 337
Special edition in Bulgarian: Chapter 01 Volume 001 P. 162 - 163
Special edition in Romanian: Chapter 01 Volume 001 P. 162 - 163
Special edition in Croatian: Chapter 01 Volume 018 P. 3 - 4

No longer in force, Date of end of validity: 04/03/2014; opgeheven door 32014D0113

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1995/320/oj

31995D0320

95/320/EG: Besluit van de Commissie van 12 juli 1995 tot oprichting van een wetenschappelijk comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia

Publicatieblad Nr. L 188 van 09/08/1995 blz. 0014 - 0015


BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 12 juli 1995 tot oprichting van een wetenschappelijk comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia (95/320/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Overwegende dat gemeenschappelijke regels inzake veiligheid, hygiëne en gezondheid op het werk moeten waarborgen dat de gezondheid van de werknemers op de arbeidsplaats in de Gemeenschap voldoende wordt beschermd;

Overwegende dat de opstelling en aanpassing van gemeenschappelijke regels inzake veiligheid, hygiëne en gezondheid op het werk vergt dat een wetenschappelijke evaluatie van de risico's op de arbeidsplaats wordt uitgevoerd als ook van de maatregelen die moeten worden genomen om tegen deze risico's bescherming te bieden;

Overwegende dat een dergelijke evaluatie de medewerking vergt van hooggekwalificeerde wetenschapsmensen op alle gebieden met betrekking tot veiligheid, hygiëne en gezondheid op het werk;

Overwegende dat de Raad naar aanleiding van de vaststelling van zijn Richtlijn 88/642/EEG (1) waarbij Richtlijn 80/1107/EEG (2) betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan chemische, fysische en biologische agentia op het werk werd gewijzigd, de Commissie heeft verzocht een wetenschappelijk comité op te richten dat verantwoordelijk is voor de evaluatie van de beschikbare wetenschappelijke gegevens die nodig zijn om grenswaarden vast te stellen;

Overwegende dat de Commissie dit verzoek van de Raad heeft verwelkomd en sinds 1990 op informele wijze een groep van wetenschappelijke deskundigen over de grenswaarden voor blootstelling heeft geraadpleegd;

Overwegende dat de Commissie in haar mededeling over een programma betreffende de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op het werk de ontwikkeling van preventieve maatregelen met betrekking tot chemische agentia als één van de doelstellingen voor de komende vijf jaar heeft aangegeven;

Overwegende dat het belangrijk is dat de Commissie de onpartijdige wetenschappelijke mening van hooggekwalificeerde personen verkrijgt om dit voortdurend onderzoek uit te voeren;

Overwegende dat met het oog daarop aan de Commissie een raadgevend wetenschappelijk comité dient te worden toegevoegd,

BESLUIT:

Artikel 1

Aan de Commissie wordt een Wetenschappelijk Comité, hierna "het Comité" genoemd, toegevoegd om de uitwerkingen van chemische agentia op de gezondheid van de werknemers op het werk te onderzoeken.

Artikel 2

1. De taak van het Comité bestaat erin de Commissie op haar verzoek advies te verstrekken over aangelegenheden met betrekking tot het toxicologisch onderzoek van chemicaliën en de effecten daarvan voor de gezondheid van de werknemers.

Het Comité brengt met name advies uit over de vaststelling, op basis van wetenschappelijke gegevens, van grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling, hierna "grenswaarden" genoemd, en doet, waar dienstig, voorstellen voor waarden die het volgende kunnen betreffen:

- het acht uur tijdgewogen gemiddelde (TGG);

- korte-termijngrenswaarden/excursiegrenswaarden ("short time exposure limit", STEL);

- biologische grenswaarden.

De grenswaarden kunnen, indien passend, met verdere aantekeningen worden aangevuld.

Het Comité brengt advies uit over elke mogelijke absorptie langs andere wegen (bij voorbeeld huid en/of slijmvliezen) die bij de betrokken stof waarschijnlijk is.

2. Elke aanbeveling wordt ondersteund en verklaard aan de hand van informatie over de basisgegevens, een beschrijving van de kritische effecten, de gebruikte extrapolatietechnieken en eventuele gegevens over mogelijke risico's voor de menselijke gezondheid. Verder wordt ook de haalbaarheid van blootstellingsmonitoring voor alle voorgestelde grenswaarde(n) aangegeven.

3. Het Comité houdt zich op de hoogte van alle relevante wetenschappelijke factoren met betrekking tot de vaststelling van grenswaarden en doet aanbevelingen om de Commissie bij het vaststellen van prioriteiten bij te staan.

4. Het Comité voert op verzoek van de Commissie ook andere activiteiten uit met betrekking tot de toxicologische evaluatie van chemische agentia.

Artikel 3

1. Het Comité is samengesteld uit ten hoogste 21 leden, die uit alle Lid-Staten afkomstig zijn en die het volledige scala van wetenschappelijke deskundigheid weerspiegelen dat nodig is om het in artikel 2 bedoelde mandaat te vervullen; dit omvat met name chemie, toxicologie, epidemiologie, bedrijfsgeneeskunde en arbeidshygiëne, en algemene deskundigheid bij het vaststellen van grenswaarden.

2. De Commissie benoemt de leden van het Comité na overleg met de betrokken Lid-Staten, rekening houdend met de noodzaak dat de diverse specifieke gebieden worden bestreken.

3. Het Comité kiest uit zijn leden een voorzitter en twee vice-voorzitters voor een periode van drie jaar. De verkiezing gebeurt met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden.

4. De ambtsduur van de leden van het Comité bedraagt drie jaar. Hun aanstelling kan worden hernieuwd. Na afloop van de periode van drie jaar blijven de leden van het Comité in functie tot zij worden vervangen of totdat hun aanstelling wordt hernieuwd.

Bij ontslag of overlijden van een lid van het Comité tijdens zijn ambtsperiode benoemt de Commissie volgens de procedure van lid 2 een nieuw lid van het Comité.

Artikel 4

De Commissie publiceert ter informatie in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen een lijst van de leden.

Artikel 5

1. Het Comité kan, mits de vertegenwoordigers van de Commissie daarmee instemmen, uit leden van het Comité bestaande werkgroepen instellen.

2. Het mandaat van de werkgroep bestaat erin aan het Comité verslag uit te brengen over de onderwerpen die haar door het Comité ter behandeling worden voorgelegd.

Artikel 6

1. Het Comité vergadert doorgaans viermaal per jaar.

2. De vertegenwoordigers van de Commissie kunnen personen met een bijzondere deskundigheid op het gebied van het bestudeerde onderwerp uitnodigen om aan de vergaderingen deel te nemen.

3. De diensten van de Comissie nemen het secretariaat van het Comité en van de werkgroepen waar.

4. De vertegenwoordigers van de Commissie nemen deel aan de vergaderingen van het Comité en van de werkgroepen.

Artikel 7

Het Comité en zijn werkgroepen vergaderen gewoonlijk ter zetel van de Commissie indien zij door deze worden geconvoceerd. In uitzonderlijke omstandigheden en telkens wanneer dit in het licht van de wetenschappelijke vereisten noodzakelijk is, kunnen de vergaderingen op andere plaatsen dan ter zetel van de Commissie worden gehouden, ook wanneer zij door haar worden geconvoceerd.

Artikel 8

1. De beraadslagingen van het Comité hebben betrekking op het door de vertegenwoordigers van de Commissie ingediende verzoek om een advies.

Wanneer zij het Comité om advies vragen, kunnen de vertegenwoordigers van de Commissie bepalen binnen hoeveel tijd dit advies dient te worden gegeven.

2. Het Comité streeft ernaar zijn aanbevelingen op basis van een consensus te doen. De beraadslagingen van het Comité worden niet gevolgd door een stemming.

3. Indien de leden van het Comité over het gevraagde advies eenstemmig zijn, stellen zij de gemeenschappelijke conclusies op. Bij gebrek aan eenstemmigheid worden de verschillende standpunten die tijdens de besprekingen zijn ingenomen, in een onder verantwoordelijkheid van de vertegenwoordigers van de Commissie opgesteld verslag opgenomen.

4. Onverminderd artikel 9, lid 1, publiceert de Commissie de adviezen van het Comité.

Artikel 9

Onverminderd de bepalingen van artikel 214 van het Verdrag zijn de leden van het Comité gehouden de inlichtingen die hen bij de werkzaamheden van het Comité ter kennis zijn gekomen, niet openbaar te maken indien de Commissie hen meedeelt dat het gevraagde advies betrekking heeft op zaken van vertrouwelijke aard.

In dergelijke gevallen nemen alleen leden van het Comité en vertegenwoordigers van de Commissie aan de vergaderingen deel.

Gedaan te Brussel, 12 juli 1995.

Voor de Commissie Pádraig FLYNN Lid van de Commissie

Top