This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31993D0379
93/379/EEC: Council Decision of 14 June 1993 on a multiannual programme of Community measures to intensify the priority areas and to ensure the continuity and consolidation of policy for enterprise, in particular small and medium-sized enterprises, in the Community
93/379/EEG: Besluit van de Raad van 14 juni 1993 betreffende een meerjarenprogramma van communautaire acties ter versterking van de prioritaire krachtlijnen en ter verzekering van de continuïteit en de consolidatie van het beleid ten aanzien van de ondernemingen, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, in de Gemeenschap
93/379/EEG: Besluit van de Raad van 14 juni 1993 betreffende een meerjarenprogramma van communautaire acties ter versterking van de prioritaire krachtlijnen en ter verzekering van de continuïteit en de consolidatie van het beleid ten aanzien van de ondernemingen, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, in de Gemeenschap
PB L 161 van 2.7.1993, pp. 68–74
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(FI, SV)
No longer in force, Date of end of validity: 31/12/1996
93/379/EEG: Besluit van de Raad van 14 juni 1993 betreffende een meerjarenprogramma van communautaire acties ter versterking van de prioritaire krachtlijnen en ter verzekering van de continuïteit en de consolidatie van het beleid ten aanzien van de ondernemingen, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, in de Gemeenschap
Publicatieblad Nr. L 161 van 02/07/1993 blz. 0068 - 0074
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 24 blz. 0080
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 24 blz. 0080
BESLUIT VAN DE RAAD van 14 juni 1993 betreffende een meerjarenprogramma van communautaire acties ter versterking van de prioritaire krachtlijnen en ter verzekering van de continuïteit en de consolidatie van het beleid ten aanzien van de ondernemingen, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, in de Gemeenschap (93/379/EEG)DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid artikel 235, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement (1), Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2), Overwegende dat de Raad op 28 juli 1989 Besluit 89/490/EEG inzake de verbetering van het ondernemingsklimaat en de bevordering van de ontwikkeling van ondernemingen, in het bijzonder van het midden- en kleinbedrijf, in de Gemeenschap (3), gewijzigd bij Besluit 91/319/EEG (4), heeft vastgesteld; Overwegende dat de Raad in zijn resolutie van 17 juni 1992 betreffende de communautaire acties ter ondersteuning van het bedrijfsleven, in het bijzonder van het midden- en kleinbedrijf, met inbegrip van ambachtelijke bedrijven (5) zijn toezegging om de consolidatie van de ten gunste van het bedrijfsleven gevoerde acties te ondersteunen, heeft bevestigd; Overwegende dat de Raad de Commissie in die resolutie heeft aanbevolen om met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel voort te gaan met de ontwikkeling van de nodige acties om een klimaat te scheppen dat gunstig is voor het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, in het bijzonder van het midden- en kleinbedrijf, en om de inpassing van die bedrijven in de interne markt na 1992 te begeleiden, en de Commissie heeft verzocht vóór eind 1992 op grond van de verrichte evaluaties de voorstellen voor te leggen die zij nodig acht voor de continuïteit van het beleid ten gunste van het bedrijfsleven; Overwegende dat de dynamische realiteit van de interne markt de voornaamste uitdaging vormt waarmee de ondernemingen de komende jaren geconfronteerd zullen worden en dat het midden- en kleinbedrijf dus moet beschikken over complete informatie over dit communautaire proces; Overwegende dat onafhankelijke deskundigen overeenkomstig artikel 3 van Besluit 91/319/EEG de resultaten hebben geëvalueerd die met het bestaande programma in al zijn aspecten zijn bereikt, en dat de Commissie het rapport, vergezeld van haar opmerkingen, aan het Europees Parlement en de Raad heeft voorgelegd; Overwegende dat in dit rapport de juistheid, het belang en de kwaliteit van het tot dusverre gevoerde Gemeenschapsbeleid ten aanzien van de ondernemingen wordt bevestigd en dat er tevens interessante suggesties in worden gedaan betreffende de koers die met bepaalde acties moet worden ingeslagen; Overwegende dat, gezien de huidige economische toestand, een initiatief tot stimulering van de groei noodzakelijk is, en dat het midden- en kleinbedrijf in belangrijke mate aan het welslagen hiervan kan bijdragen; dat in dit verband een programma van communautaire acties ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf moet worden vastgesteld, waarbij ten volle rekening wordt gehouden met deze nieuwe prioriteit; Overwegende dat de Europese Raad van Edinburgh van 11 en 12 december 1992 "het belang van het midden- en kleinbedrijf voor het scheppen van werkgelegenheid en het stimuleren van de groei" heeft erkend en heeft verklaard dat de lasten van de communautaire wetgeving moeten worden verminderd, de communautaire acties ten gunste van het midden- en kleinbedrijf, die hun waarde voor de Gemeenschap hebben bewezen, moeten worden bespoedigd en er maatregelen ter stimulering van particuliere investeringen, met name van het midden- en kleinbedrijf, moeten worden getroffen; Overwegende dat het noodzakelijk is de eenheid in het beleid ten aanzien van de ondernemingen te handhaven door enerzijds te zorgen voor een versterking van de prioritaire krachtlijnen daarvan in het kader van het initiatief voor de groei en door anderzijds te zorgen voor de continuïteit van de andere onderdelen van het beleid ten aanzien van de ondernemingen; Overwegende dat de Commissie de Raad een mededeling inzake het Gemeenschapsbeleid ten aanzien van de ondernemingen heeft doen toekomen, getiteld "Het bedrijfsleven, de basis voor de Europese groei"; Overwegende dat de Commissie de Raad de afgelopen twee jaar een pakket mededelingen heeft doen toekomen over acties ten gunste van het midden- en kleinbedrijf (toelevering, onderlinge waarborgmaatschappij, deelneming van het midden- en kleinbedrijf aan overheidsopdrachten, enz.); Overwegende dat dit besluit van toepassing is op alle soorten ondernemingen, ongeacht de sector, de omvang, de juridische structuur met inbegrip van cooeperaties, onderlinge maatschappijen, verenigingen en stichtingen of de geografische ligging, maar zich inzonderheid richt op het midden- en kleinbedrijf en de oprichters van bedrijven, met inbegrip van handels- en distributieondernemingen, ambachtelijke bedrijven, familiebedrijven en jonge ondernemers; Overwegende dat het, wat de definitie van "midden- en kleinbedrijf" betreft, echter noodzakelijk is de richtsnoeren te volgen die worden vermeld in de mededeling van de Commissie betreffende de in het kader van de communautaire acties gebruikte definities van "midden- en kleinbedrijf" (document SEC(92) 351 def. van 29 april 1992); Overwegende dat het midden- en kleinbedrijf, en met name de nieuwe ondernemingen, in de economie in haar geheel en in de ontwikkeling van de regio's een belangrijke plaats inneemt en qua dynamiek, produktiviteit, aanpassingsvermogen en innovatie een vooraanstaande rol speelt; Overwegende dat het ontwikkelen van een op daadwerkelijke concurrentie gebaseerd communautair ondernemingenbeleid van groot belang is voor de versterking van het concurrentievermogen van de Europese economie, de groei van de werkgelegenheid, de economische en sociale samenhang in de Gemeenschap en de verdere vergroting van de markt na 1993; Overwegende dat dit beleid in de eerste plaats betrekking heeft op de verbetering van het administratieve, juridische en fiscale ondernemingsklimaat, op de intensivering en de uitbreiding van de communautaire informatieverstrekking aan ondernemingen, op het aanmoedigen van de samenwerking en het partnerschap tussen ondernemingen en op de bevordering en de cooerdinatie van communautaire instrumenten ten behoeve van het bedrijfsleven, met name het midden- en kleinbedrijf; Overwegende dat de mogelijkheden die het midden- en kleinbedrijf worden geboden in het kader van de structuurfondsen, de communautaire onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's en andere communautaire programma's zoals die voor overheidsopdrachten, verbeterd en beter benut moeten worden; Overwegende dat het de effectiviteit van het actieprogramma ten goede kan komen wanneer de Commissie regelmatig contacten onderhoudt met de ondernemingsorganisaties, en dat in dit verband het midden- en kleinbedrijf moet worden aangespoord om zijn vertegenwoordiging op Europees niveau te verbeteren; Overwegende dat een belangrijk deel van de maatregelen ten behoeve van de ondernemingen evenwel op het niveau van de Lid-Staten wordt genomen en dat de communautaire acties daarop een aanvulling dienen te vormen; Overwegende dat de Gemeenschap, gelet op het subsidiariteitsbeginsel, alleen bijstand in het kader van het actieprogramma verleent indien de doelstellingen van een voorgestelde maatregel niet voldoende kunnen worden verwezenlijkt door een actie op het niveau van de Lid-Staten en derhalve beter door een actie op communautair niveau kunnen worden verwezenlijkt; Overwegende dat de door de Gemeenschap in het kader van het actieprogramma toegepaste middelen en maatregelen op de beoogde doelstelling afgestemd zijn; Overwegende dat derhalve een programma voor de periode tot en met 31 december 1996 moet worden vastgesteld en dat daarvoor voldoende financiële middelen moeten worden uitgetrokken om de doeleinden inzake het stimuleren van de groei, het scheppen van werkgelegenheid en inzake de economische en sociale samenhang in de Gemeenschap te bereiken; Overwegende dat het Verdrag, afgezien van artikel 235, niet in bevoegdheden voor de aanneming van dit besluit voorziet, BESLUIT: Artikel 1 Met ingang van 1 juli 1993 wordt een programma vastgesteld ter versterking van de prioritaire acties en ter verzekering van de continuïteit van het beleid ten aanzien van de ondernemingen. Dit programma is gericht op alle ondernemingen, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf. Artikel 2 Met het in artikel 1 bedoelde programma, waarvan de maatregelen in bijlage I zijn vermeld, worden de volgende doelstellingen nagestreefd: I. De prioritaire krachtlijnen van het ondernemingenbeleid versterken om de groei in de Gemeenschap te bevorderen A. Verbetering van het bestuurlijke en juridische klimaat van de ondernemingen, ook op het gebied van de indirecte belastingen, ten einde de uit de communautaire wetgeving voortvloeiende lasten voor het midden- en kleinbedrijf te verminderen. B. Vergemakkelijking van de toegang tot communautaire informatie voor bedrijven. C. Verbetering van de netwerken voor het zoeken van partners. D. Verdere aanpassing van de instrumenten voor het leggen van rechtstreekse contacten tussen ondernemers ten einde de transnationale toelevering te bevorderen. E. Ervoor zorgen dat bij de verschillende communautaire initiatieven en beleidsvormen rekening wordt gehouden met de belangen van het midden- en kleinbedrijf. II. De continuïteit en de consolidatie van het ondernemingenbeleid verzekeren ten behoeve van de Europese en internationale dimensie van de ondernemingen, met name van het midden- en kleinbedrijf A. Bevordering van de aanpassing van het midden- en kleinbedrijf, met inbegrip van de ambachtelijke bedrijven, aan de structurele veranderingen en aan de veranderingen als gevolg van de totstandkoming van de interne markt, met name door maatregelen op het gebied van voorlichting, uitwisseling van ervaringen en transnationale samenwerking. B. Stimulering van een gunstiger financieel klimaat voor het bedrijfsleven. C. Bevorderen dat het onderzoek naar de economische ontwikkeling van het bedrijfsleven met het oog op een effectieve werking van de interne markt wordt verbeterd. D. Evaluatie en ontwikkeling van het ondernemingenbeleid. Artikel 3 1. Voor de verwezenlijking van de in de artikelen 1 en 2 genoemde doelstellingen legt de Commissie, rekening houdend met alle evaluatieverslagen, de maatregelen die op communautair niveau moeten worden genomen ten uitvoer voor zover deze niet beter op het niveau van de Lid-Staten kunnen worden verwezenlijkt. 2. Volgens de procedure van artikel 4 worden maatregelen vastgesteld, die betrekking hebben op: - de aanneming, de experimentele uitvoering of de uitbreiding van de noodzakelijke projecten die zijn opgezet met het oog op de toepassing van dit besluit; - de inhoud, het tijdschema en de financiële steun voor de acties en de uitnodigingen tot het indienen van voorstellen; - de periodieke evaluatie van de in het kader van elk project verkregen resultaten, volgens de in de specifieke programma's vastgestelde tijdschema's. 3. Het in artikel 4 genoemde comité kan alle andere vraagstukken betreffende het in artikel 1 bedoelde programma onderzoeken. 4. De Commissie legt jaarlijks aan het comité een verslag over de tenuitvoerlegging van dit besluit voor; het verslag omvat de vorderingen op alle onderdelen, mede op het gebied van de administratieve vereenvoudiging, en bevat de volgende informatie over: - Euro Info Centres - statistische informatie over het aantal ondernemingen dat advies heeft gevraagd, - wijzigingen in de organisatie, de verleende diensten en de financiering; - Europartnerschap en Interprise - statistische informatie over omvang en sector van de manifestaties, - een verslag over de ondernomen acties, - wijzigingen in de organisatie of de financiering van de manifestaties. Artikel 4 De Commissie wordt bijgestaan door een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel. De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies dat het comité heeft uitgebracht, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval stelt de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten uit voor een termijn van drie maanden na de datum van kennisgeving. De Raad kan binnen de in de voorgaande alinea genoemde termijn met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen. Artikel 5 Uiterlijk eind maart 1996 legt de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een extern evaluatieverslag voor over de toepassing van dit besluit, met inbegrip van de kosten-batenverhouding, alsmede de voorstellen die zij noodzakelijk acht in het licht van de evaluatie. Daarnaast dient de Commissie in het eerste halfjaar van 1995 bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité verslagen in over: - de toekomstige werking van de netwerken, in het bijzonder uit het oogpunt van produkten, doelgroepen en financiering met inbegrip van het onderzoek naar de mogelijkheden van zelffinanciering, in het licht van de in de meest recente evaluatieverslagen vervatte aanbevelingen, - de cooerdinatie tussen de diverse communautaire programma's die buiten dit besluit om zijn opgezet en waarvan het belang voor het midden- en kleinbedrijf en het ambacht duidelijk is, alsmede over de initiatieven die op grond van dit besluit zijn genomen. Artikel 6 1. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 1993 en loopt tot en met 31 december 1996. 2. De begrotingsautoriteit bepaalt de voor ieder begrotingsjaar beschikbare kredieten, rekening houdend met de beginselen van goed beheer zoals bedoeld in artikel 2 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen. 3. Het voor de tenuitvoerlegging van dit besluit noodzakelijk geachte totaalbedrag zoals vermeld in bijlage II en voor zover het valt binnen de financiële vooruitzichten op middellange termijn, beloopt 112,2 miljoen ecu. Dit bedrag omvat ook het bedrag van 24,8 miljoen ecu van het lopende begrotingsjaar 1993, dat wil zeggen tevens het bedrag dat nodig is voor de voltooiing van de bestaande programma's voor het midden- en kleinbedrijf. Artikel 7 Dit besluit vervangt vanaf de inwerkingtreding Besluit 89/490/EEG. Gedaan te Luxemburg, 14 juni 1993. Voor de Raad De Voorzitter J. TROEJBORG (1) PB nr. C 150 van 31. 5. 1993. (2) PB nr. C 161 van 14. 6. 1993, blz. 6. (3) PB nr. L 239 van 16. 8. 1989, blz. 33. (4) PB nr. L 175 van 4. 7. 1991, blz. 32. (5) PB nr. C 178 van 15. 7. 1992, blz. 8. BIJLAGE I MAATREGELEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2 I. DE PRIORITAIRE KRACHTLIJNEN VAN HET ONDERNEMINGENBELEID VERSTERKEN OM DE GROEI IN DE GEMEENSCHAP TE BEVORDEREN A. Verbetering van het bestuurlijke en juridische klimaat van de ondernemingen, ook op het gebied van de indirecte belastingen Met name voortzetting van de werkzaamheden inzake administratieve vereenvoudiging en bevordering van follow-up-maatregelen in de Lid-Staten; evaluatie van het effect van de communautaire wetgeving, consolidatie van de communautaire wetgeving, specifiek onderzoek naar aspecten zoals overdracht en oprichting van ondernemingen; regelmatige en grondige raadpleging van de representatieve organisaties van het midden- en kleinbedrijf. B. Vergemakkelijking van de toegang tot communautaire informatie voor bedrijven Kwalitatieve ontwikkeling, verbetering van de werking en aanpassing van het net van Euro Info Centres aan de nieuwe behoeften van het midden- en kleinbedrijf, ook met het oog op het adviseren van ondernemingen die in aanmerking komen voor deelname aan communautaire programma's (bij voorbeeld in verband met onderzoek, overheidsopdrachten, betere milieupraktijken); stabilisering van de financiering, in het bijzonder door de inspanningen en ontwikkelingen op het bestaande netwerk te concentreren; uitbreiding van het netwerk van de centra tot de landen van de Europese Economische Ruimte (EER) alsmede tot de landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE) en tot de mediterrane landen, met name de Maghreb-landen, in het kader van de specifieke acties ten gunste van deze landen. C. Verbetering van de netwerken voor het zoeken van partners Kwalitatieve verbetering en geleidelijke aanpassing van het tariferingssysteem voor het netwerk voor het zoeken naar partners op vertrouwelijke basis (BC-NET) met als doel zo dicht mogelijk bij zelffinanciering te komen; kwalitatieve ontwikkeling van het netwerk voor het openlijk zoeken naar partners (BSO). D. Verdere aanpassing van de instrumenten voor het leggen van rechtstreekse contacten tussen ondernemers ten einde de transnationale toelevering te bevorderen Met name door verbetering van de voorbereiding, het verloop en de follow-up van de acties uit hoofde van de programma's "Europartenariat" en "Interprise"; verbetering van de kennis van de toeleveringsmarkten, bevordering van de onderlinge aanpassing van de certificerings- en normalisatieprocedures en stimulering van de samenwerking tussen grote en kleine ondernemingen. E. Ervoor zorgen dat bij de verschillende communautaire initiatieven en beleidsvormen rekening wordt gehouden met de belangen van het midden- en kleinbedrijf Bevordering van communautaire instrumenten die het midden- en kleinbedrijf in staat stellen volledig deel te nemen aan alle communautaire acties en programma's, met inbegrip van de instrumenten voor het ondernemingenbeleid, de structuurfondsen, de onderzoekprogramma's en de programma's voor de ontwikkeling van het technologisch potentieel waardoor een grotere deelname van het midden- en kleinbedrijf kan worden gewaarborgd, onder andere door de noodzakelijke procedures te vereenvoudigen. II. DE CONTINUÏTEIT EN DE CONSOLIDATIE VAN HET ONDERNEMINGENBELEID VERZEKEREN TEN BEHOEVE VAN DE EUROPESE EN INTERNATIONALE DIMENSIE VAN DE ONDERNEMINGEN, MET NAME VAN HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF A. Bevordering van de aanpassing van het midden- en kleinbedrijf aan de structurele veranderingen en aan de veranderingen als gevolg van de totstandkoming van de interne markt Vaststelling van de behoeften van het midden- en kleinbedrijf en ontwikkeling van projecten, onder meer aan de hand van proefprojecten, ook voor kleine en ambachtelijke ondernemingen, handels- en distributieondernemingen, cooeperaties, onderlinge maatschappijen, verenigingen en stichtingen, alsmede voor oprichters van bedrijven en jonge ondernemers, waardoor het midden- en kleinbedrijf kan inspelen op structurele veranderingen, de Europese dimensie van zijn markten beter kan overzien en kan profiteren van de mogelijkheden van de interne markt, in het bijzonder op het gebied van normalisatie, certificering of overheidsopdrachten. B. Stimulering van een gunstiger financieel klimaat Onderzoek naar de mogelijkheden tot een betere toegankelijkheid, voor het midden- en kleinbedrijf, van de financierings- en garantiebronnen, ook van onderlinge-waarborgmaatschappijen en activiteiten met risicodragend kapitaal; onderzoek naar de wenselijkheid en haalbaarheid van de ontwikkeling van secundaire markten; vergemakkelijking van de toegang voor het midden- en kleinbedrijf tot de financiële middelen die de Gemeenschap ter beschikking stelt, zonder dat daarvoor financiering door de bedrijven nodig is. C. Bevorderen dat het onderzoek naar de economische ontwikkeling van het bedrijfsleven met het oog op een effectieve werking van de interne markt wordt verbeterd Europese waarnemingspost voor het midden- en kleinbedrijf en verbetering van de statistiek betreffende het midden- en kleinbedrijf zonder dat de bedrijven daardoor extra worden belast. D. Evaluatie en ontwikkeling van het ondernemingenbeleid Evaluatie van de bestaande beleidsvormen en acties, uitwerking van voorstellen voor nieuwe communautaire maatregelen op gebieden die voor ondernemingen van belang zijn. BIJLAGE II HET BEDRIJFSLEVEN, DE BASIS VAN DE EUROPESE GROEI - OPERATIONELE KREDIETEN 1993-1996 ÉÉN BEGROTINGSLIJN, INDICATIEVE BEDRAGEN IN MILJOEN ECU /* Tabellen: zie PB */