EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31992R2455

Verordening (EEG) nr. 2455/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen

OJ L 251, 29.8.1992, p. 13–22 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 11 Volume 020 P. 3 - 12
Special edition in Swedish: Chapter 11 Volume 020 P. 3 - 12

No longer in force, Date of end of validity: 06/03/2003; opgeheven door 32003R0304 . Latest consolidated version: 14/03/2002

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1992/2455/oj

31992R2455

Verordening (EEG) nr. 2455/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen

Publicatieblad Nr. L 251 van 29/08/1992 blz. 0013 - 0022
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 20 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 20 blz. 0003


VERORDENING (EEG) Nr. 2455/92 VAN DE RAAD van 23 juli 1992 betreffende de in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 S, Gezien het voorstel van de Commissie(1) ,

Gezien het advies van het Europese Parlement(2) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(3) ,

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1734/88(4) betrekking heeft op de in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen;

Overwegende dat een wijziging van Verordening (EEG) nr. 1734/88 noodzakelijk is om de procedure van "voorafgaande geinformeerde toestemming" (PIC: "Prior Informed Consent") toe te passen;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1734/88 naar aanleiding daarvaan door de onderhavige verordening dient te worden vervangen;

Overwegende dat een aantal bepalingen in de communautaire wetgeving, met name Richtlijn 76/769/EEG(5) en Richtlijn 79/117/EEG(6) , het op de markt brengen en het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten beperken en het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die bepaalde actieve stoffen bevatten, in de Lid-Staten verbieden; dat deze bepalingen niet van toepassing zijn op deze produkten wanneer zij voor uitvoer naar derde landen zijn bestemd;

Overwegende dat bij Richtlijn 67/548/EEG(7) de voorschriften voor de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke chemische stoffen in de Lid-Staten zijn vastgesteld; dat deze bepalingen niet op die chemische stoffen van toepassing zijn wanneer zij voor uitvoer naar derde landen zijn bestemd; dat moet worden bewerkstelligd dat de voorschriften die binnen de Gemeenschap op de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke chemische stoffen van toepassing zijn, ook op dergelijke stoffen van toepassing zijn wanneer zij voor uitvoer zijn bestemd;

Overwegende dat de internationale handel in bepaalde chemicaliën die in het land van uitvoer verboden of aan strenge voorschriften onderworpen zijn, om redenen van bescherming van mens en milieu tot internationale bezorgdheid heeft geleid;

Overwegende dat voor de bescherming van mens en milieu zowel in de Gemeenschap als in derde landen maatregelen nodig zijn;

Overwegende dat in het kader van internationale organisaties, met name de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) en de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), systemen voor kennisgeving, informatie en PIC betreffende de internationale handel in dergelijke stoffen zijn opgezet;

Overwegende dat de Gemeenschap en haar Lid-Staten actief hebben deelgenomen aan de werkzaamheden van deze en andere internationale organisaties met betrekking tot verboden en aan strenge voorschriften onderworpen stoffen; dat het wenselijk is dat de Gemeenschap door middel van uniforme communautaire procedures op de resultaten van dit werk inspeelt;

Overwegende dat voor de uitvoer van de chemicaliën waarop deze verordening van toepassing is, een gemeenschappelijke kennisgevingsprocedure dient te gelden die de Gemeenschap in staat stelt derde landen van die uitvoer in kennis te stellen;

Overwegende dat het nodig is alle Lid-Staten in te lichten over de uit derde landen ontvangen kennisgevingen van de invoer van stoffen die volgens de wetgeving van die landen verboden of aan strenge voorschriften onderworpen zijn;

Overwegende dat de gemeenschappelijke kennisgevingsprocedures ook een basis moeten vormen voor een passende gegevensuitwisseling binnen de Gemeenschap, onder meer met betrekking tot de toepassing van het internationale kennisgevingssysteem;

Overwegende dat de Commissie daartoe op gezette tijden aan de Raad en aan het Europese Parlement verslag uitbrengt, met name over mogelijke reacties van het land van bestemming;

Overwegende dat de Commissie bij Resolutie 88/C 170/01(8) is verzocht voorstellen in te dienen Verordening (EEG) nr. 1734/88 aan te passen ten einde een soortgelijk PIC-systeem in te voeren als door UNEP en FAO ingesteld;

Overwegende dat het niet meer dan billijk is dat de onderdanen van de Lid-Staten ten minste even goed worden beschermd als die van andere invoerende landen die aan het internationale PIC-systeem deelnemen;

Overwegende dat voor het cooerdineren en verspreiden van informatie één enkel contactpunt voor de interactie tussen de Gemeenschap en het internationale PIC-systeem wenselijk is;

Overwegende dat het wenselijk is dat er gemeenschappelijke voorwaarden worden vastgesteld voor de invoer en uitvoer van stoffen die onder het PIC-systeem vallen;

Overwegende dat in bijlage I een lijst is opgenomen van de chemische stoffen die in de Gemeenschap verboden of aan strenge voorschriften onderworpen zijn en dat deze lijst regelmatig herzien en zo nodig gewijzigd dient te worden; dat dergelijke wijzigingen op voorstellen van de Commissie dienen te berusten en door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen dienen te worden goedgekeurd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doelstellingen

1. Doel van deze verordening is het tot stand brengen van een gemeenschappelijk systeem van kennisgeving en gegevensverstrekking voor de invoer uit en de uitvoer naar derde landen van bepaalde chemische stoffen die in verband met de effecten van deze stoffen op de gezondheid van de mens en op het milieu verboden dan wel aan strenge voorschriften onderworpen zijn, alsmede de regeling van de toepassing van de internationale procedure van kennisgeving en "voorafgaande geinformeerde toestemming" (PIC), vastgesteld door het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO)(9) .

2. Deze verordening heeft eveneens ten doel voor te schrijven dat het bepaalde in Richtlijn 67/548/EEG inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van voor mens of milieu gevaarlijke stoffen wanneer deze in de Lid-Staten in de handel worden gebracht, eveneens op dergelijke stoffen van toepassing is wanneer zij vanuit de Lid-Staten naar derde landen worden uitgevoerd.

3. Deze verordening is niet van toepassing op stoffen of preparaten die voor analyse of voor wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling als omschreven in artikel 2 worden in- of uitgevoerd in zodanig geringe hoeveelheden dat het onwaarschijnlijk is dat de gezondheid van de mens en het milieu daardoor nadelig worden beinvloed.

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1. "chemische stof waarvoor een kennisgevingsplicht bestaat":

de in bijlage I vermelde chemische stoffen of een preparaat dat een of meer van die chemische stoffen bevat, indien voor dat preparaat overeenkomstig de Gemeenschapswetgeving een verplichting tot kenmerken bestaat omdat er een stof in voorkomt die in bijlage I wordt vermeld;

2. "aan de PIC-procedure onderworpen chemische stof":

elke in bijlage II vermelde chemische stof, afzonderlijk of in een preparaat, vervaardigd dan wel uit de natuur gewonnen, tenzij de concentratie ervan in een preparaat zo laag is dat het kenmerken overeenkomstig de communautaire wetgeving niet verplicht is;

3. "verboden chemische stof":

een chemische stof die om gezondheids- of milieuredenen bij een definitief regeringsvoorschrift voor alle toepassingen is verboden;

4. "aan strenge beperkingen onderworpen chemische stof":

een chemische stof waarvan om gezondheids- of milieuredenen bij een definitief regeringsvoorschrift nagenoeg alle toepassingen zijn verboden en die slechts voor bepaalde bijzondere toepassingen mag blijven dienen;

5. "uitvoer":

a) de definitieve of tijdelijke uitvoer van produkten die aan de voorwaarden van artikel 9, lid 2, van het Verdrag voldoen;

b) de wederuitvoer van produkten die niet aan de onder a) bedoelde voorwaarden voldoen en worden geplaatst onder een andere douaneregeling dan die van het douanevervoer;

6. "invoer":

het binnen het douanegebied van de Gemeenschap brengen van produkten die onder een andere douaneregeling dan die van het douanevervoer worden geplaatst;

7. "voorafgaande geinformeerde toestemming" of "PIC":

het beginsel dat internationaal transport van chemische stoffen die met het oog op de bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu verboden of aan strenge beperkingen onderworpen zijn, niet zonder toestemming - voor zover deze is vereist - of in strijd met het besluit van de aangewezen nationale autoriteit van het land van invoer mag geschieden;

8. "referentienummer":

het nummer dat door de Commissie wordt toegekend aan elke aan kennisgeving onderworpen chemische stof, indien deze voor het eerst naar een derde land wordt uitgevoerd. Dit nummer blijft ongewijzigd voor elke volgende uitvoer uit de Gemeenschap van dezelfde chemische stof naar hetzelfde derde land;

9. "kenmerken":

het op een etiket verstrekken van informatie betreffende de aan het gebruik van de betrokken chemische stof verbonden potentiële gevaren voor gezondheid, veiligheid of milieu. Hiermee wordt niet verwezen naar de voorschriften inzake het kenmerken voor het vervoer van gevaarlijke goederen;

10. "wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling":

wetenschappelijke proefneming, analyse en chemisch onderzoek in gecontroleerde omstandigheden; dit omvat de bepaling van intrinsieke eigenschappen, prestatie en werkzaamheid, alsmede wetenschappelijk onderzoek in verband met de produktontwikkeling.

Artikel 3

Aanwijzing van de autoriteit

1. Elke Lid-Staat wijst de autoriteit of autoriteiten aan, hierna "de aangewezen autoriteit(en)" te noemen, die bevoegd zijn ter zake van de procedures van kennisgeving en gegevensverstrekking als bedoeld in deze verordening. De Lid-Staat stelt de Commissie van die aanwijzing op de hoogte.

2. Met betrekking tot de deelneming van de Gemeenschap aan de internationale PIC-procedure treedt de Commissie op als de gemeenschappelijk aangewezen autoriteit voor het ontvangen van gegevens van de voor de internationale PIC-procedure bevoegde lichamen en voor het verstrekken van informatie aan deze lichamen over gemeenschappelijke besluiten die overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 in nauwe samenwerking en overleg met de Lid-Staten zijn genomen.

Artikel 4

Uitvoer naar derde landen

1. Wanneer een chemische stof waarvoor een kennisgevingsplicht bestaat, voor het eerst na de datum waarop het bepaalde in deze verordening erop van toepassing wordt, uit de Gemeenschap naar een derde land wordt uitgevoerd, verstrekt de exporteur de aangewezen autoriteit van de Lid-Staat waar hij is gevestigd, uiterlijk 30 dagen voordat de uitvoer zou moeten plaatsvinden, de in bijlage III bedoelde informatie die nodig is om de aangewezen autoriteit in staat te stellen een kennisgeving te doen. De aangewezen autoriteit neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de betrokken autoriteiten van het land van bestemming kennis wordt gegeven van de voorgenomen uitvoer. Deze kennisgeving, die ten laatste vijftien dagen vóór de uitvoer moet plaatsvinden, dient met de voorschriften van bijlage III in overeenstemming te zijn.

Ingeval de uitvoer van een chemische stof echter verband houdt met een noodsituatie waarin vertraging een gevaar kan inhouden voor de volksgezondheid of het milieu in het land van invoer, mag de aangewezen autoriteit van de Lid-Staat van uitvoer naar eigen oordeel geheel of gedeeltelijk van de bepalingen van de eerste alinea afwijken.

De aangewezen autoriteit zendt een afschrift van de kennisgeving aan de Commissie, die deze naar de aangewezen autoriteiten van de andere Lid-Staten en naar het Internationaal Register van potentieel giftige chemische stoffen (IRPTC) doorzendt.

De Commissie voorziet iedere binnengekomen kennisgeving van een referentienummer en deelt dit onmiddellijk mee aan de aangewezen autoriteiten van de Lid-Staten. In het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen maakt zij regelmatig een lijst van deze referentienummers bekend, met vermelding van de betrokken chemische stof en het derde land van bestemming. Totdat in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen een desbetreffend referentienummer wordt bekendgemaakt, dient de exporteur ervan uit te gaan dat een dergelijke uitvoer tot dusver nog niet heeft plaatsgevonden, tenzij hij van de aangewezen autoriteit van de Lid-Staat waar hij is gevestigd, het desbetreffende, reeds eerder door de Commissie toegewezen referentienummer kan verkrijgen.

2. De aangewezen autoriteit van de betrokken Lid-Staat stelt de Commissie zo spoedig mogelijk in kennis van elke relevante reactie van het land van bestemming. De Commissie zorgt ervoor dat de andere Lid-Staten zo spoedig mogelijk van de reactie van dat land in kennis worden gesteld.

3. Bij elke volgende uitvoer van de betrokken chemische stof uit de Gemeenschap naar hetzelfde derde land draagt de exporteur er zorg voor dat de uitvoer vergezeld gaat van een verwijzing naar het kennisgevingsnummer, dat overeenkomstig lid 1, vierde alinea, in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen is bekendgemaakt, dan wel van de aangewezen autoriteit van de Lid-Staat van vestiging van de exporteur is verkregen.

4. Een nieuwe kennisgeving overeenkomstig lid 1 dient te worden gedaan voor uitvoer die plaatsvindt nadat de communautaire wetgeving betreffende het in de handel brengen en het gebruik of het kenmerken van de betrokken stoffen aanmerkelijk is gewijzigd of wanneer de samenstelling van het betrokken preparaat zodanig is veranderd dat het kenmerken van dat preparaat een wijziging ondergaat. De nieuwe kennisgeving moet voldoen aan de voorschriften van bijlage III en een vermelding bevatten dat het gaat om een herziening van een eerdere kennisgeving. Een mededeling dat een nieuwe kennisgeving is vereist, wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

De Commissie zendt de nieuwe kennisgevingen aan de aangewezen nationale autoriteiten van de landen die een kennisgeving hebben ontvangen van de uitvoer van de stof of het preparaat in kwestie uit de Gemeenschap in de zes maanden voorafgaand aan de desbetreffende wijzigingen van de Gemeenschapswetgeving.

5. Bij het doorzenden van gegevens in de zin van lid 1 houden de Lid-Staten en de Commissie er rekening mee dat zowel in de Lid-Staten als in de landen van bestemming het vertrouwelijk karakter van de gegevens alsmede het eigendomsrecht dienen te worden beschermd.

Als vertrouwelijk kunnen niet worden aangemerkt:

- de benamingen van de stof;

- de benamingen van het preparaat;

- de benamingen van de in bijlage I vermelde stoffen die in het preparaat zijn vervat, alsmede de procentuele aanwezigheid ervan in het preparaat;

- de benamingen van de belangrijkste onzuiverheden van de in bijlage I vermelde stoffen;

- de naam van de fabrikant of de exporteur;

- de gegevens over de te nemen voorzorgsmaatregelen, met inbegrip van de gevaarcategorie, de gegevens over de aard van het gevaar en de ter zake dienende waarschuwingen;

- de fysisch-chemische gegevens inzake de stoffen;

- de beknopte resultaten van de toxicologische en ecotoxicologische proeven;

- de mogelijke manieren om de stof onschadelijk te maken;

- de in de veiligheidsinformatiebladen opgenomen gegevens;

- het land van bestemming.

Artikel 5

Deelneming aan de internationale procedure van kennisgeving en "voorafgaande geinformeerde toestemming"

1. De Commissie stelt de voor de internationale PIC-procedure bevoegde lichamen ervan in kennis welke chemische stoffen in de Gemeenschap verboden of aan strenge voorschriften onderworpen zijn (bijlage I). Zij verstrekt alle ter zake dienende gegevens, met name over de identiteit van de chemische stoffen, hun gevaarlijke eigenschappen, de communautaire voorschriften inzake het kenmerken en de vereiste voorzorgsmaatregelen. Zij vermeldt tevens de ter zake dienende controlemaatregelen en de redenen daarvoor.

2. De Commissie zendt de Lid-Staten onverwijld de gegevens die zij ontvangt over de aan de PIC-procedure onderworpen chemische stoffen en de besluiten van derde landen betreffende het onderwerpen van deze chemische stoffen aan verbodsbepalingen of invoervoorwaarden. De Commissie beoordeelt in nauwe samenwerking met de Lid-Staten de aan de chemische stoffen verbonden risico's. De Commissie neemt haar besluit, ook indien het een tijdelijk besluit betreft, volgens de procedure van artikel 21 van Richtlijn 67/548/EEG. Zij deelt vervolgens aan het IRPTC mede of de invoer in de Gemeenschap van elk van de chemische stoffen toegestaan, verboden of aan bepaalde beperkingen onderworpen is.

Bij het nemen van een dergelijk besluit worden de volgende beginselen in acht genomen:

a) in het geval van een door de communautaire wetgeving verboden stof of preparaat wordt de toestemming voor invoer voor het verboden gebruik geweigerd;

b) in het geval van een door de communautaire wetgeving aan strenge beperkingen onderworpen stof of preparaat wordt de toestemming voor invoer aan voorwaarden onderworpen. De voorwaarden worden voor elk geval afzonderlijk vastgesteld;

c) in het geval van een stof of preparaat waarvoor in de communautaire wetgeving geen verbod, noch strenge beperkingen gelden, wordt de toestemming voor invoer normaal niet geweigerd. Indien evenwel de Commissie, in overleg met de Lid-Staten, van mening is dat bij de Raad een voorstel moet worden ingediend om een niet in de Gemeenschap geproduceerde stof of preparaat te verbieden of aan strenge beperkingen te onderwerpen, kunnen voor elk geval afzonderlijk vast te stellen tijdelijke invoervoorwaarden worden opgelegd, totdat de Raad een besluit heeft genomen over het voorstel voor strenge beperkingen of een definitief verbod.

Indien krachtens de wetgeving van een of meer Lid-Staten een verbod of strenge beperking voor een stof of preparaat geldt, werkt de Commissie haar besluit over het antwoord aan het IRPTC of schriftelijk verzoek van de betrokken Lid-Staat met inachtneming van de verboden of strenge beperkingen van die Lid-Staat uit.

De Commissie maakt, wanneer dat uitvoerbaar is, gebruik van bestaande communautaire procedures en ziet erop toe dat het antwoord niet in strijd is met de bestaande communautaire wetgeving.

3. Bijlage II bevat

a) de internationale lijst van verboden en aan strenge voorschriften onderworpen chemische stoffen waarvoor de door de UNEP en de FAO ingestelde PIC-procedure geldt;

b) een lijst van de landen die aan het PIC-systeem deelnemen;

c) de besluiten van deze landen (met inbegrip van de Lid-Staten van de Gemeenschap) betreffende de invoer van de chemische stoffen, die in de onder a) bedoelde lijst zijn opgenomen.

De Commissie stelt de Lid-Staten onverwijld in kennis van de gegevens die zij met betrekking tot wijzigingen in de bovengenoemde gegevens ontvangt. Op gezette tijden maakt zij deze wijzigingen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend.

4. De exporteur is verplicht de besluiten van het aan de PIC-procedure deelnemende land van bestemming na te leven.

5. Indien een deelnemend land van invoer niet antwoordt, of antwoordt met een tijdelijk besluit dat geen betrekking heeft op invoer, blijft aangaande de invoer van de betreffende chemische stof de vigerende toestand gehandhaafd. Dit houdt in dat de chemische stof niet mag worden uitgevoerd zonder expliciete toestemming van het land van invoer, tenzij het gaat om een bestrijdingsmiddel dat in het land van invoer is geregistreerd, dan wel om een chemische stof die krachtens andere maatregelen van het land van invoer mag worden gebruikt of ingevoerd.

Artikel 6

Inbreuken

De Lid-Staten nemen passende juridische of administratieve maatregelen in geval van inbreuk op de bepalingen van deze verordening.

Artikel 7

Verpakking en kenmerken

1. Voor uitvoer bestemde gevaarlijke chemische stoffen zijn onderworpen aan de voorschriften voor de verpakking en het kenmerken welke krachtens Richtlijn 67/548/EEG of andere ter zake dienende richtlijnen betreffende gevaarlijke preparaten(10) zijn vastgesteld en van toepassing zijn in de Lid-Staat waaruit de goederen worden uitgevoerd of waar deze zijn geproduceerd. Deze verplichting laat alle bijzondere voorschriften van het invoerende derde land onverlet. Voor het kenmerken behoeven de voorschriften van het invoerende derde land alleen te worden nageleefd, indien die de waarborg bieden dat op het etiket alle met gezondheid, veiligheid en milieu verband houdende gegevens zijn vermeld die volgens de voorschriften van de Gemeenschap zouden zijn vereist.

2. De gegevens op het etiket moeten, voor zover praktisch uitvoerbaar, worden vermeld in de taal (talen), of in een of meer van de hoofdtalen, van het land van bestemming of van het gebied waar de chemische stof naar verwachting zal worden gebruikt.

Artikel 8

Kennisgeving door derde landen

1. Wanneer de aangewezen autoriteit van een Lid-Staat van de bevoegde autoriteit van een derde land een kennisgeving ontvangt betreffende uitvoer naar de Gemeenschap van een chemische stof waarvan vervaardiging, toepassing, hantering, verbruik, vervoer en/of verkoop krachtens de wetgeving van dat land verboden dan wel aan strenge voorschriften onderworpen zijn, zendt zij de Commissie onverwijld een afschrift van die kennisgeving met alle relevante gegevens.

2. De Commissie stelt de overige Lid-Staten onverwijld op de hoogte van elke door haar rechtstreeks of zijdelings ontvangen kennisgeving en alle beschikbare gegevens dienaangaande.

3. De Commissie evalueert op gezette tijden de via de Lid-Staten of rechtstreeks van derde landen ontvangen gegevens en dient zo nodig bij de Raad passende voorstellen in.

Artikel 9

Gegevensuitwisseling en toezicht

1. De Lid-Staten zenden de Commissie regelmatig gegevens over de werking van de bij deze verordening ingevoerde kennisgevingsprocedure.

2. De Commissie stelt regelmatig aan de hand van de door de Lid-Staten verstrekte gegevens een verslag op en zendt dit aan het Europese Parlement en aan de Raad. Het verslag bevat onder andere gegevens over de deelneming aan internationale kennisgevings- en PIC-systemen, over de bescherming die dergelijke systemen bieden en over de mate waarin derde landen zich aan die systemen houden.

3. Bij de gegevens die krachtens de leden 1 en 2 worden verstrekt, houden de Lid-Staten en de Commissie er rekening mee dat het vertrouwelijke karakter van de gegevens alsmede het eigendomsrecht dienen te worden beschermd.

Artikel 10

Indien een Lid-Staat op andere dan de in bijlage I vermelde stoffen een nationale regeling toepast waarbij ten aanzien van derde landen procedures inzake gegevensverstrekking worden gevolgd die gelijken op die welke in deze verordening zijn vastgelegd, stelt deze Lid-Staat de Commissie daarvan onder vermelding van de betrokken stoffen in kennis.

De Commissie geeft deze informatie aan de andere Lid- Staten door.

Artikel 11

Bijwerking van de bijlagen

1. De lijst van chemische stoffen in bijlage I wordt op gezette tijden door de Commissie opnieuw beoordeeld, met name in het licht van de bij de tenuitvoerlegging van deze verordening opgedane ervaring, waarbij speciaal aandacht wordt besteed aan de in het kader van artikel 10 ontvangen gegevens, en op basis van de ontwikkelingen op het gebied van de communautaire wetgeving betreffende op de markt brengen en gebruik, alsmede de ontwikkelingen in het kader van de OESO, het UNEP en de FAO. De lijst wordt zo nodig op voorstel van de Commissie bij besluit van de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen gewijzigd.

Om te bepalen of een maatregel is aan te merken als een verbod of een strenge beperking moet het effect van de maatregel op drie hoofdgebruikscategorieën worden beoordeeld. Deze categorieën zijn:

a) gewasbeschermingsprodukten;

b) chemische stoffen voor industrieel gebruik;

c) chemische stoffen in verbruiksartikelen.

Indien het gebruik van een chemische stof op grond van de beperkende maatregel in een van deze gebruikscategorieën uit gezondheids- of milieuoverwegingen verboden of streng beperkt is, wordt deze stof in bijlage I opgenomen.

2. Wijzigingen die op initiatief van het UNEP en de FAO worden aangebracht in de lijst van chemische stoffen die onderworpen zijn aan de internationale PIC-procedure en aan de PIC-besluiten van landen van invoer (bijlage II), worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 21 van Richtlijn 67/548/EEG.

3. De wijzigingen die nodig zijn om bijlage III aan de vooruitgang van wetenschap en techniek aan te passen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 21 van Richtlijn 67/548/EEG.

Artikel 12

1. Verordening (EEG) nr. 1734/88 wordt hierbij ingetrokken.

2. Verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 1734/88 gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking drie maanden na haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 23 juli 1992.

Voor de Raad De Voorzitter J. COPE

(1) PB nr. C 17 van 25. 1. 1991, blz. 16.

(2) PB nr. C 305 van 25. 11. 1991, blz. 112.

(3) PB nr. C 191 van 22. 7. 1991, blz. 17.

(4) PB nr. L 155 van 22. 6. 1988, blz. 2.

(5) PB nr. L 262 van 27. 9. 1976, blz. 201. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 91/339/EEG (PB nr. L 186 van 12. 7. 1991, blz. 64).

(6) PB nr. L 33 van 8. 2. 1979, blz. 36. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 91/188/EEG (PB nr. L 92 van 13. 4. 1991, blz. 42).

(7) PB nr. 196 van 16. 8. 1967, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 79/831/EEG (PB nr. L 259 van 15. 10. 1979, blz. 10).

(8) PB nr. C 170 van 29. 6. 19, blz. 1.

(9) Richtsnoeren van Londen voor de uitwisseling van gegevens over chemicaliën in de internationale handel, Besluit 14/27 van de Uitvoerende Raad van het UNEP van 17 juni 1987 zoals gewijzigd in mei 1989; Internationale Gedragscode van de FAO betreffende de distributie en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, Rome 1986, zoals gewijzigd in november 1989.

(10) - Richtlijn 78/631/EEG (PB nr. L 206 van 29. 7. 1978, blz. 13). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 84/291/EEG (PB nr. L 144 van 30. 5. 1984, blz. 1).

- Richtlijn 88/379/EEG (PB nr. L 187 van 16. 7. 1988, blz. 14). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/492/EEG (PB nr. L 275 van 5. 10. 1990, blz. 35).

BIJLAGE I

Lijst van chemische stoffen die krachtens de Gemeenschapswetgeving verboden of aan strenge beperking tot gebruik voor bepaalde toepassingen onderworpen zijn wegens hun effect op de gezondheid en het milieu Chemische stof

CAS-nummer

(a)

EINECS-nummer

(b)

Gebruikscategorie

(c)

Gebruiksbeperking

(d)

1. Kwik(II)oxide21908-53-2244-654-7gsb

2. Kwik(I)chloride (calomel)10112-91-1233-307-5gsb

3. Andere anorganische kwikverbindingengv

4. Alkylkwikverbindingengsb

5. Alkoxyalkyl- en arylkwikverbindingengv

6. Aldrin309-00-2206-215-8gsb

7. Chloordan 57-74-9200-349-0gv

8. Diëldrin60-57-1200-484-5gv

9. DDT50-29-3200-024-3gv

10. Endrin72-20-8200-775-7gsb

11. HCH, bevattende minder dan 99,0 % gamma-isomeer608-73-1210-168-9gv

12. Heptachloor76-44-8200-962-3gv

13. Hexachloorbenzeen118-74-1204-273-9gv

14. Camphechloor (toxafeen)8001-35-2232-283-3gv

15. Polychloorbifenylen (PCB) behalve mono- en

di-chloorbifenylen1336-36-3215-648-1iv

16. Polychloorterfenylen (PCT)61/88-33-8262-968-2i

17. Preparaten met meer dan 0,01 gewichtspercenten PCB of PCTiv

18. Tris(2,3-dibroompropyl)fosfaat126-72-7204-799-9isb

19. Trisaziridinylfosfinoxide545-55-1208-892-5isb

20. Polybroombifenylen (PBB)isb

21. Crocidoliet12001-28-4isb

22. Nitrofeen1836-75-5217-406-0gv

23. 1,2-Dibroomethaan106-93-4203-444-5gv

24. 1,2-Dichloorethyleen107-06-2203-458-1gv

(a) CAS = Chemical Abstracts Service.

(b) EINECS = European Inventory of Existing Commercial Chemical Substances.

(c) Gebruikscategorie:

g = gewasbeschermingsprodukt;

i = chemische stof voor industrieel gebruik.

(d) Gebruiksbeperking:

sb = strenge beperking;

v = verbod.

BIJLAGE II

Chemische stoffen die aan de internationale PIC-procedure en de PIC-besluiten van landen van invoer zijn onderworpen (artikel 5, lid 3, onder a), b) en c))

BIJLAGE III

Overeenkomstig artikel 4 vereiste gegevens 1. Identiteit van uit te voeren stof of preparaat

1.1. Stoffen:

- naam volgens de nomenclatuur van de International Union of Pure and Applied Chemistry;

- andere benamingen (gangbare naam, handelsnaam, afkorting);

- EINECS-nummer en CAS-nummer, indien beschikbaar;

- voornaamste onzuiverheden van de stof, indien deze bijzonder relevant zijn.

1.2. Preparaten:

- handelsnaam of omschrijving van het preparaat;

- voor elk van de in bijlage I genoemde stoffen, het percentage en de bij punt 1.1. bedoelde gegevens.

2. Gegevens over benodigde voorzorgsmaatregelen, waaronder de gevarencategorie en veiligheidsaanbevelingen.

3. Naam, adres, telefoonnummer en telex- of faxnummer van de aangewezen autoriteit waarbij nadere inlichtingen kunnen worden ingewonnen.

4. Overzicht van beperkende voorschriften en de redenen daarvoor.

5. Verwachte datum van eerste uitvoer.

6. Referentienummer.

7. Land van bestemming.

8. Gebruikscategorie.

9. Hoeveelheid van de chemische stof die naar schatting in het volgende jaar naar het land van bestemming zal worden uitgevoerd, indien mogelijk.

De bovenstaande gegevens moeten worden verstrekt op een formulier voor kennisgeving van uitvoer waarvan hierna een model is opgenomen.

COMMISSIE

VAN DE

EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

VERORDENING (EEG) Nr. 2455/92

FORMULIER VOOR KENNISGEVING VAN UITVOER VAN VERBODEN EN AAN

STRENGE VOORSCHRIFTEN ONDERWORPEN CHEMISCHE STOFFEN

1. REFERENTIENUMMER VAN DE UITVOERKENNISGEVING: .

2. UITVOER VAN EEN VERBODEN OF AAN STRENGE VOORSCHRIFTEN ONDERWORPEN CHEMISCHE STOF(1):

Naam (namen) van de chemische stof: .

EINECS-nummer: .

CAS-nummer: .

3. UITVOER VAN EEN PREPARAAT DAT EEN OF MEER VERBODEN OF AAN STRENGE VOORSCHRIFTEN ONDERWORPEN CHEMISCHE STOF(FEN) BEVAT(2) :

Naam (namen) van het preparaat: .

Code voor het kenmerken van het preparaat: .

Naam (namen) van de verboden of aan strenge voorschriften onderworpen chemische stof(fen) in het preparaat:

i) % in preparaat: .

EINECS-nummer: .

CAS-nummer: .

ii)% in preparaat: .

EINECS-nummer: .

CAS-nummer: .

4.LAND VAN BESTEMMING:

Verwachte datum van eerste uitvoer: .

Hoeveelheid van de chemische stof die naar schatting in het volgende jaar naar het land van bestemming zal worden uitgevoerd, indien mogelijk: .

5.AANGEWEZEN NATIONALE AUTORITEIT:

in de Europese Gemeenschappen:

in het invoerende land:

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Vertegenwoordiger van het uitvoerende land:

Officieel stempel

.

Handtekening: .

Datum: .

(1)Vak 2 of vak 3 invullen.

NB: Zie ommezijde voor chemische gegevens en gegevens over de wetgeving.

INLICHTINGENFORMULIER VOOR EEN VERBODEN OF AAN STRENGE VOORSCHRIFTEN ONDERWORPEN CHEMISCHE STOF

CHEMISCHE NAAM (NAMEN):

EINECS-nummer: .

CAS-nummer: .

Gebruikscategorie(ën): .

VOORSCHRIFTEN VOOR HET KENMERKEN VAN DE CHEMISCHE STOF:

Indeling .

Code: .

Gevarenaanduidingen:

Veiligheidsaanbevelingen:

OVERZICHT VAN DE BEPERKENDE MAATREGELEN EN DE TOEPASSING(EN) WAARVOOR DE BEPERKINGEN GELDEN:

VERWIJZING NAAR EEG-WETGEVING OF NATIONALE WETGEVING:

REDENEN VOOR DE BEPERKENDE MAATREGELEN:

AANVULLENDE INFORMATIE:

NB: Als een preparaat meer dan één chemische stof bevat die in de Europese Gemeenschappen is verboden of aan strenge voorschriften is onderworpen, moeten ook voor de overige chemische stoffen inlichtingenformulieren worden bijgevoegd.

Top