EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31991R3330

Verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad van 7 november 1991 betreffende de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten

OJ L 316, 16.11.1991, p. 1–10 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 11 Volume 019 P. 3 - 12
Special edition in Swedish: Chapter 11 Volume 019 P. 3 - 12
Special edition in Czech: Chapter 02 Volume 004 P. 224 - 233
Special edition in Estonian: Chapter 02 Volume 004 P. 224 - 233
Special edition in Latvian: Chapter 02 Volume 004 P. 224 - 233
Special edition in Lithuanian: Chapter 02 Volume 004 P. 224 - 233
Special edition in Hungarian Chapter 02 Volume 004 P. 224 - 233
Special edition in Maltese: Chapter 02 Volume 004 P. 224 - 233
Special edition in Polish: Chapter 02 Volume 004 P. 224 - 233
Special edition in Slovak: Chapter 02 Volume 004 P. 224 - 233
Special edition in Slovene: Chapter 02 Volume 004 P. 224 - 233

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2004; opgeheven door 32004R0683 . Latest consolidated version: 20/11/2003

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1991/3330/oj

31991R3330

Verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad van 7 november 1991 betreffende de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten

Publicatieblad Nr. L 316 van 16/11/1991 blz. 0001 - 0010
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 19 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 19 blz. 0003


VERORDENING (EEG) Nr. 3330/91 VAN DE RAAD van 7 november 1991 betreffende de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100 A,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

In samenwerking met het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat voor de voltooiing van de interne markt de fysieke grenzen tussen de Lid-Staten moeten worden geslecht; dat voor een voldoende mate van informatie over het goederenverkeer tussen Lid-Staten derhalve middelen nodig zijn die geen, ook geen indirecte, controles aan de binnengrenzen met zich brengen;

Overwegende dat de analyse van de situatie waarin de Gemeenschap en de Lid-Staten zich na 1992 zullen bevinden, aan het licht brengt dat er ten aanzien van de informatie over het goederenverkeer tussen Lid-Staten concrete behoeften zullen blijven bestaan;

Overwegende dat, aangezien tal van deze behoeften niet, zoals die betreffende de nationale rekeningen of de betalingsbalans, van macro-economische aard zijn, daaraan niet door zeer gecomprimeerde informatie kan worden voldaan; dat, daarentegen, onder andere de handelspolitiek, de sectoriële analyses, de mededingingsregels, het beheer en de oriëntatie van de landbouw en de visserij, de regionale ontwikkeling, de energievooruitzichten en de organisatie van het vervoer moeten kunnen steunen op cijfermateriaal, dat een zo actueel, exact en gedetailleerd mogelijk beeld van de interne markt verschaft;

Overwegende dat de informatie over het goederenverkeer tussen Lid-Staten er met name toe zal bijdragen dat de vooruitgang van de interne markt kan worden gemeten, haar voltooiing dus kan worden versneld en de verwezenlijking ervan met kennis van zaken kan worden geconsolideerd; dat deze informatie een van de instrumenten kan blijken te zijn om de ontwikkeling van de economische en sociale samenhang te beoordelen;

Overwegende dat de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten tot eind 1992 nog worden ontleend aan de formaliteiten, de documentatie en de controles waartoe de douane, met het oog op haar eigen behoeften of die van andere diensten, afzenders en geadresseerden van goederen in het goederenverkeer tussen de Lid-Staten verplicht, maar dat deze als gevolg van de opheffing van de fysieke en fiscale grenzen juist verdwijnen;

Overwegende dat de voor de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten noodzakelijke informatie daarom rechtstreeks bij de afzenders en de geadresseerden zal moeten worden verzameld met behulp van methoden en technieken waarmee de volledigheid, de betrouwbaarheid en de actualiteit van de informatie kan worden verzekerd, zonder voor de belanghebbenden, en vooral voor het midden- en kleinbedrijf, een belasting te vormen die niet in verhouding staat tot de resultaten die de gebruikers van deze statistieken ervan mogen verwachten;

Overwegende dat de regelingen op dit gebied voortaan op alle statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten, met inbegrip van die welke vóór 1993 nog niet aan een gemeenschappelijke harmonisatie of verplichting zullen zijn onderworpen, van toepassing zullen moeten zijn;

Overwegende dat de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten worden gekenmerkt door de goederenbewegingen waarop zij betrekking hebben; dat zij gegevens over het vervoer kunnen bevatten, die op hetzelfde tijdstip worden verzameld als de voor elk van deze statistieken karakteristieke gegevens waaruit dan een verlichting van de algemene informatiebelasting voortvloeit;

Overwegende dat de particulieren aan de interne markt duidelijke voordelen zullen ontlenen; dat dient te worden vermeden dat de voorschriften betreffende de statistische informatie in hun ogen afbreuk doen aan de draagwijdte van deze voordelen; dat het verschaffen van deze informatie hun een verplichting zou opleggen, die hun als op zijn minst ongelegen voorkomt en waarvan de uitvoering overigens niet zonder inzet van excessieve middelen kan worden geverifieerd; dat het derhalve redelijk is de particulieren niet meer te beschouwen als gehouden tot het verschaffen van deze informatie, behoudens geëigende periodieke enquêtes;

Overwegende dat het nieuw in te voeren stelsel van verzameling van gegevens op alle statistieken van het goederenverkeer tussen de Lid-Staten moet worden toegepast; dat het derhalve belangrijk is om het in eerste instantie in een algemeen kader te plaatsen, waarin nieuwe concepten passen, met name wat het toepassingsgebied, de informatieplichtige en het doorgeven van de informatie betreft;

Overwegende dat de opzet van het stelsel het gebruik van onderling verbonden administratieve netwerken impliceert, met name dat van de BTW-administratie, om er aldus voor te zorgen dat de statistiek een minimale indirecte controle behoudt, zonder dat de betrokkenen extra worden belast; dat het er evenzeer om gaat te voorkomen dat bij de informatieplichtigen verwarring omtrent hun statistische en fiscale verplichtingen ontstaat;

Overwegende dat het thans dringend geboden is de huidige documentaire bestanden te benutten om in elke Lid-Staat een basisdocumentatie samen te stellen over de afzenders en de geadresseerden van goederen die het voorwerp van de statistiek van de handel tussen de Lid-Staten uitmaken, om aldus te bepalen wie na 1992 de belangrijksten onder hen zijn en om dan met hun medewerking moderne procedures voor het doorgeven van informatie op te zetten;

Overwegende dat slechts het uittesten van de werking ervan de lacunes en de zwakke punten van het nieuwe stelsel van verzameling van gegevens aan het licht kan brengen; dat aan zijn verbetering en vereenvoudiging binnen redelijke termijnen zal moeten worden gewerkt, om te vermijden dat de gebreken ervan een ongunstige weerslag op het goederenverkeer tussen Lid-Staten hebben;

Overwegende dat, van de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten, de statistiek van de handel tussen de Lid-Staten, om voor de hand liggende redenen van belangrijkheid en continuïteit, in de eerste plaats moet worden aangepakt; dat deze statistiek met het oog op de nieuwe omstandigheden op de interne markt na 1992 in aanzienlijke mate aanpassing behoeft; dat, onder andere, de omschrijving van de inhoud, de op haar van toepassing zijnde goederennomenclatuur en de lijst van voor de opstelling ervan te verzamelen gegevens moeten worden herzien; dat het wenselijk is onverwijld het beginsel van de functionering van de statistische drempels vast te stellen ten einde voor de kleine en middelgrote ondernemingen lasten te voorkomen die niet in verhouding staan tot de bedrijfskosten;

Overwegende dat de Commissie moet worden bijgestaan door een comité dat haar de regelmatige medewerking van de Lid-Staten waarborgt, vooral met het oog op de oplossing van de problemen die zich op het gebied van de informatie over het goederenverkeer tussen Lid-Staten, als gevolg van de talrijke vernieuwingen die het nieuwe verzamelsysteem met zich brengt, zeker zullen voordoen;

Overwegende dat de communautaire wetgeving op dit gebied systematisch zal moeten worden aangevuld met hetzij door de Raad, hetzij door de Commissie vast te stellen bepalingen;

Overwegende dat een aantal bepalingen van de onderhavige verordening onverwijld in werking zal moeten treden, zodat de Gemeenschap en haar Lid-Staten zich op de praktische gevolgen, die de verordening vanaf 1 januari 1993 zal hebben, kunnen instellen;

Overwegende dat een van deze gevolgen bestaat in, enerzijds, de intrekking van Verordening (EEG) nr. 2954/85 van de Raad van 22 oktober 1985 houdende vaststelling van bepaalde maatregelen inzake de eenmaking en vereenvoudiging van de statistiek van de handel tussen de Lid-Staten (4) en, anderzijds, het niet meer toepassen van Verordening (EEG) nr. 1736/75 van de Raad van 24 juni 1975 betreffende de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1629/88 (6), op de statistieken van het goederenverkeer tussen de Lid-Staten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De Gemeenschap en haar Lid-Staten stellen gedurende de overgangsperiode die op 1 januari 1993 aanvangt en eindigt op het moment van de overgang op een eenvormig belastingstelsel in de Lid-Staat van oorsprong de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten op overeenkomstig de bij deze verordening vastgestelde regels. HOOFDSTUK I Algemene bepalingen

Artikel 2

In de zin van deze verordening wordt, behoudens bijzondere bepalingen, verstaan onder:

a) "goederenverkeer tussen Lid-Staten", iedere verplaatsing van goederen van de ene Lid-Staat naar een andere;

b) "goederen", alle roerende goederen, met inbegrip van elektrische stroom;

c) "communautaire goederen", goederen die:

- geheel zijn verkregen in het douanegebied van de Gemeenschap, zonder toevoeging van goederen van herkomst uit derde landen of uit gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap,

- van herkomst zijn uit landen of gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap en die zich in een Lid-Staat in het vrije verkeer bevinden,

- in het douanegebied van de Gemeenschap zijn verkregen, uitgaande van de hetzij uitsluitend in het tweede streepje, hetzij in het eerste en het tweede streepje bedoelde goederen;

d) "niet-communautaire goederen", andere goederen dan die bedoeld onder c). Onverminderd de met derde landen gesloten overeenkomsten voor de toepassing van de regeling communautair douanevervoer worden ook als niet-communautaire goederen beschouwd, goederen die, hoewel zij voldoen aan de voorwaarden onder c), opnieuw in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht na uit dit douanegebied te zijn uitgevoerd;

e) "Lid-Staat", in de geografische betekenis van het begrip, het statistische registratiegebied van deze Staat;

f) "statistisch registratiegebied van een Lid-Staat", het door deze Lid-Staat gedefinieerde registratiegebied binnen het statistische registratiegebied van de Gemeenschap, zoals dit laatste is omschreven in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1736/75;

g) "goederen die zich op de interne markt van de Gemeenschap in het vrije verkeer bevinden", goederen die overeenkomstig Richtlijn 77/388/EEG (7) zonder formaliteiten voorafgaand aan of in verband met de overschrijding van de binnengrenzen van de ene Lid-Staat naar een andere mogen worden gebracht;

h) "particulier", iedere niet-BTW-plichtige natuurlijke persoon in het kader van een bepaalde goederenverkeerverrichting.

Artikel 3

1. Voor alle goederen die van de ene Lid-Staat naar een andere gaan, worden statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten opgemaakt.

Naast de goederenbewegingen binnen het statistische registratiegebied van de Gemeenschap, worden ook de goederen die tijdens deze beweging de buitengrens van de Gemeenschap overschrijden, of deze vervolgens al dan niet over het grondgebied van een derde land gaan, geacht van de ene Lid-Staat naar een andere te gaan.

2. Lid 1 betreft zowel niet-communautaire als communautaire goederen die al dan niet het voorwerp van een handelstransactie zijn.

Artikel 4

1. Van de in artikel 3 bedoelde goederen:

a) wordt een doorvoerstatistiek opgesteld indien zij, al dan niet met overlading, via een Lid-Staat worden vervoerd zonder aldaar om redenen die niet inherent zijn aan het vervoer, te worden opgeslagen;

b) wordt een entrepotstatistiek opgesteld indien het goederen betreft als bedoeld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1736/75, of indien deze goederen opslagplaatsen die door de Commissie overeenkomstig artikel 30 van de onderhavige verordening worden vastgesteld, binnenkomen of verlaten;

c) wordt een statistiek van de handel tussen de Lid-Staten opgesteld indien het goederen betreft die niet aan de onder a) en b) gestelde voorwaarden voldoen, of die, hoewel zij aan de voorwaarden onder a) en b) beantwoorden, bij deze verordening of door de Commissie overeenkomstig artikel 30 uitdrukkelijk worden aangewezen;

d) stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, vast voor welke daarvan andere statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten worden opgemaakt.

2. Onverminderd de communautaire voorschriften betreffende de statistische registratie van het goederenvervoer worden de gegevens betreffende het vervoer van de goederen waarvoor de in lid 1 bedoelde statistieken worden opgesteld, voor zover nodig, opgenomen in de op elk van deze statistieken betrekking hebbende lijst van gegevens, onder de bij deze verordening of door de Commissie overeenkomstig artikel 30 gestelde voorwaarden en nadere regels.

Artikel 5

Onverminderd artikel 15 zijn particulieren vrijgesteld van de verplichtingen die de opstelling van de in artikel 4 bedoelde statistieken met zich brengt.

Deze vrijstelling is ook van toepassing op de informatieplichtige die als BTW-plichtige in de Lid-Staat waar hij belastingplichtig is, voor een van de in de artikelen 24 en 25 van Richtlijn 77/388/EEG bedoelde bijzondere regelingen in aanmerking komt. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de institutionele niet-BTW-plichtigen en op de BTW-plichtigen met vrijstelling van BTW die overeenkomstig artikel 28, lid 7, van voornoemde richtlijn niet verplicht zijn een belastingaangifte in te dienen. HOOFDSTUK II Het permanente stelsel voor het verzamelen van statistische gegevens Intrastat

Artikel 6

Voor de opstelling van de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten wordt een permanent stelsel voor het verzamelen van statistische gegevens ingevoerd, hierna te noemen "Intrastat-stelsel".

Artikel 7

1. De Lid-Staten passen het Intrastat-stelsel toe telkenmale zij zich krachtens de bepalingen van lid 4 in het goederenverkeer tussen Lid-Staten als elkaars partnerland beschouwen.

2. Het Intrastat-stelsel is van toepassing op de in artikel 3 bedoelde goederen

a) die zich op de interne markt van de Gemeenschap in het vrije verkeer bevinden;

b) die, daar zij slechts nadat de bij de communautaire wetgeving inzake het goederenverkeer voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld op de interne markt van de Gemeenschap kunnen circuleren, uitdrukkelijk worden aangewezen, hetzij bij deze verordening, hetzij door de Commissie overeenkomstig artikel 30.

3. Het vergaren van de gegevens betreffende de in artikel 3 bedoelde goederen waarop het Intrastat-stelsel niet van toepassing is, wordt door de Commissie geregeld overeenkomstig artikel 30, in het kader van de in lid 2, onder b), bedoelde formaliteiten.

4. Het Intrastat-stelsel is van toepassing:

a) op de statistiek van de handel tussen de Lid-Staten, overeenkomstig de artikelen 17 tot en met 28;

b) op de doorvoer- en de entrepotstatistiek, overeenkomstig de bepalingen die de Raad, op voorstel van de Commissie, op grond van artikel 31 vaststelt.

5. Tenzij de Raad, op voorstel van de Commissie, met name op grond van artikel 31, een andersluidend besluit neemt, zijn de nationale voorschriften betreffende de in lid 4 van het onderhavige artikel bedoelde statistieken na 31 december 1992 niet meer van toepassing voor zover deze het verzamelen van de gegevens betreffen.

Artikel 8

Onverminderd artikel 5 rust op iedere natuurlijke of rechtspersoon die bij een goederenverkeerverrichting tussen Lid-Staten is betrokken, de verplichting de uit hoofde van het Intrastat-stelsel verlangde informatie te verstrekken.

Onder degenen op wie deze verplichting rust, wordt in de desbetreffende bijzondere bepalingen de persoon aangewezen die voor elk van de statistieken waarop het Intrastat-stelsel van toepassing is, informatieplichtig is.

Artikel 9

1. De informatieplichtige voor het Intrastat-stelsel kan deze taak overdragen aan een in een Lid-Staat woonachtige derde, zonder dat door deze overdracht de verantwoordelijkheid van de informatieplichtige in dezen geringer wordt.

De informatieplichtige verstrekt deze derde alle voor de vervulling van de verplichtingen van de informatieplichtige benodigde informatie.

2. Van de informatieplichtige kan worden verlangd dat hij de diensten die belast zijn met de opstelling van de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten op hun uitdrukkelijk verzoek ervan in kennis stelt dat, voor een bepaalde referentieperiode,

- alle voor de periodieke aangiften als bedoeld in artikel 13, lid 1, vereiste informatie is verstrekt door hemzelf dan wel door een derde,

- hij de taak om de nodige informatie voor het Intrastat-stelsel te verstrekken aan deze derde, die hij identificeert, heeft overgedragen.

3. Lid 1 is niet van toepassing:

a) in de gevallen waarin artikel 28, lid 4, van toepassing is;

b) in de Lid-Staten waar de in artikel 13, lid 1, bedoelde periodieke aangifte niet onderscheiden is van de periodieke aangifte voor fiscale doeleinden en voor zover de in genoemd lid 1 bedoelde overdracht in strijd is met de geldende fiscale bepalingen betreffende de aangifteverplichting.

4. De uitvoeringsbepalingen van de leden 1, 2 en 3 worden door de Commissie overeenkomstig artikel 30 vastgesteld.

Artikel 10

1. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat diegenen van hun diensten die belast zijn met de opstelling van de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten vóór 1 januari 1993 beschikken over een register van de deelnemers aan het intracommunautaire goederenverkeer.

2. Met het oog op de toepassing van lid 1 worden de afzenders, bij verzending, de geadresseerden, bij aankomst, en eventueel de aangevers, in de zin van Verordening (EEG) nr. 2792/86 van de Commissie (8) opgetekend, die tussen 1 januari 1991 en 31 december 1992 bij de handel tussen Lid-Staten zijn betrokken.

3. Lid 2 is niet van toepassing in de Lid-Staten die de nodige maatregelen nemen opdat hun belastingadministratie uiterlijk op 1 januari 1993 over een register beschikt:

a) waarin zijn opgetekend de BTW-plichtigen die gedurende de aan die datum voorafgaande twaalf maanden als afzender, bij verzending, of als geadresseerde, bij aankomst, bij het goederenverkeer tussen Lid-Staten betrokken zijn geweest;

b) waarin worden opgetekend de institutionele niet-BTW-plichtigen en de BTW-plichtigen met vrijstelling die voor het verwerven van goederen in de zin van Richtlijn 77/388/EEG met ingang van die datum artikel 28, lid 7, van die richtlijn toepassen.

In deze Lid-Staten verschaft genoemde belastingadministratie aan de in lid 1 bedoelde statistische diensten, naast het in lid 6 bedoelde identificatienummer, de in dit register opgenomen informatie die van belang is voor de identificatie van deze deelnemers aan het intracommunautaire goederenverkeer, dit onder de voor de toepassing van deze verordening noodzakelijke voorwaarden.

4. De Commissie stelt, overeenkomstig artikel 30, de minimumlijst op van de gegevens die, naast het in lid 6 bedoelde identificatienummer, in het register van de deelnemers aan het intracommunautaire goederenverkeer moeten worden opgetekend.

5. Vanaf 1 januari 1993 wordt het register van de deelnemers aan het intracommunautaire goederenverkeer in de Lid-Staten door de daartoe bevoegde diensten beheerd en bijgehouden met behulp van de in artikel 13, lid 1, genoemde aangiften, de in artikel 11, lid 1, genoemde lijsten, en andere administratieve bronnen.

Voor zover nodig stelt de Commissie, overeenkomstig artikel 30, de andere in de Lid-Staten door de daartoe bevoegde diensten toe te passen regels vast betreffende het beheer en het bijhouden van het register van de deelnemers aan het intracommunautaire goederenverkeer.

6. Behoudens uitzonderingsgevallen, die tegenover de informatieplichtigen met redenen moeten worden omkleed, maken de bevoegde statistische diensten in hun betrekkingen met deze informatieplichtigen, en in het bijzonder met het oog op de toepassing van artikel 13, lid 1, gebruik van het identificatienummer dat laatstgenoemden van de bevoegde belastingadministratie toegewezen hebben gekregen.

Artikel 11

1. De bevoegde belastingadministratie van een Lid-Staat verstrekt de in die Lid-Staat met de opstelling van de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten belaste diensten ten minste ieder kwartaal de lijsten van BTW-plichtigen die hebben verklaard in de betrokken periode goederen in andere Lid-Staten te hebben aangeschaft of goederen aan andere Lid-Staten te hebben geleverd.

2. De in lid 1 genoemde lijsten omvatten eveneens

a) de BTW-plichtigen die hebben verklaard in de betrokken periode te hebben deelgenomen aan goederenverkeer tussen Lid-Staten, dat weliswaar niet het resultaat was van aanschaffingen of leveringen, maar waarvoor wel een voor fiscale doeleinden bestemde periodieke aangifte moet worden gedaan;

b) de institutionele niet-BTW-plichtigen en de BTW-plichtigen met vrijstelling die hebben verklaard in dezelfe periode te hebben deelgenomen aan goederenverkeer tussen Lid-Staten, waarvoor een voor fiscale doeleinden bestemde periodieke aangifte moet worden gedaan.

3. In deze lijsten wordt voor elk van de daarin opgenomen deelnemers aan het goederenverkeer de waarde van het goederenverkeer tussen Lid-Staten vermeld, die deze, overeenkomstig artikel 28, lid 7, van Richtlijn 77/388/EEG, in zijn voor fiscale doeleinden bestemde periodieke aangifte heeft vermeld.

4. De bevoegde belastingadministratie van een Lid-Staat verstrekt onder de door de Commissie overeenkomstig artikel 30 strikt omschreven voorwaarden, aan de in die Lid-Staat met de opstelling van de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten belaste diensten, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van laatstgenoemde diensten, tevens alle informatie die van dien aard is dat de kwaliteit van de statistieken toeneemt en die door de BTW-plichtigen om redenen van fiscale aard toch reeds aan de bevoegde belastingadministratie worden medegedeeld.

Tegenover derden behandelen de statistische diensten de overeenkomstig de eerste alinea aan hen medegedeelde informatie volgens de regels die de belastingadministratie dienaangaande toepast.

5. Ongeacht de administratieve organisatie van de Lid-Staten kan de informatieplichtige met betrekking tot de gegevens die hij de bevoegde belastingadministratie mededeelt, alleen worden verplicht tot verantwoording van informatie binnen de grenzen van de leden 1, 2 en 3 van de in lid 4 bedoelde bepalingen.

6. Bij haar contacten met BTW-plichtigen over de periodieke aangifte die dezen voor fiscale doeleinden moeten doen, wijst de bevoegde belastingadministratie op de mogelijke verplichtingen van de betrokkenen als informatieplichtigen uit hoofde van het Intrastat-stelsel.

7. Voor de toepassing van de leden 4 en 6 worden onder BTW-plichtigen eveneens verstaan de institutionele niet-BTW-plichtigen en de BTW-plichtigen met vrijstelling die voor het verwerven van goederen in de zin van Richtlijn 77/388/EEG, artikel 28, lid 7, van die richtlijn toepassen.

8. De administratieve bijstand tussen nationale diensten van onderscheiden Lid-Staten die met de opstelling van de statistieken van het goederenverkeer tussen de Lid-Staten zijn belast, wordt, voor zover hieraan behoefte is, overeenkomstig artikel 30 door de Commissie geregeld.

Artikel 12

1. Voor iedere statistiek van het goederenverkeer tussen Lid-Staten wordt de gegevensdrager voor de ten behoeve van het Intrastat-stelsel verlangde statistische informatie door de Commissie overeenkomstig artikel 30 vastgesteld.

2. De Lid-Staten kunnen, om rekening te houden met hun bijzondere administratieve situatie, andere gegevensdragers invoeren dan de in lid 1 bedoelde, mits de informatieplichtigen de mogelijkheid wordt geboden uit een van beide groepen te kiezen.

De Lid-Staten die van deze mogelijkheid gebruik maken, stellen de Commissie hiervan in kennis.

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing:

a) in de gevallen waarin artikel 28, lid 4, van toepassing is;

b) in de Lid-Staten waar de in artikel 13, lid 1, bedoelde periodieke aangifte niet onderscheiden is van de periodieke aangifte voor fiscale doeleinden en voor zover zulks in strijd is met de geldende fiscale bepalingen betreffende de aangifteverplichting.

Artikel 13

1. Voor de uit hoofde van het Intrastat-stelsel verlangde statistische informatie moeten periodieke aangiften worden gedaan, die door de informatieplichtige met inachtneming van de door de Commissie overeenkomstig artikel 56 vastgestelde termijnen en voorwaarden aan de bevoegde nationale diensten moeten worden toegezonden.

2. De Commissie bepaalt overeenkomstig artikel 30:

- de referentieperiode voor elk der statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten, voor zover deze niet in deze verordening is vastgesteld;

- de wijze van indiening van de informatie, met name ten einde netten van regionale verzamelbureaus ter beschikking van de informatieplichtigen te stellen.

3. De in lid 1 genoemde periodieke aangiften of in ieder geval de informatie die zij bevatten, worden door de Lid-Staten bewaard gedurende ten minste twee jaar na het einde van het kalenderjaar van de referentieperiode waarop deze aangiften betrekking hebben.

Artikel 14

Informatieplichtigen voor de statistiek die niet voldoen aan de verplichtingen die hun bij deze verordening zijn opgelegd, zijn onderhevig aan de sancties die de Lid-Staten overeenkomstig de nationale bepalingen ter zake vaststellen.

Artikel 15

Overeenkomstig artikel 30 kunnen periodieke enquêtes worden gehouden naar het goederenverkeer tussen Lid-Staten dat door particulieren is verricht of naar de goederenbewegingen of deelnemers aan het intracommunautaire goederenverkeer die ingevolge de bepalingen betreffende de verschillende statistieken van het goederenverkeer van de overzichten zijn uitgesloten of in aanmerking komen voor vereenvoudigingsmaatregelen.

Artikel 16

De Commissie brengt aan het Europese Parlement en aan de Raad tijdig verslag uit over de werking van het Intrastat-stelsel met het oog op de eventuele aanpassing daarvan na afloop van de in artikel 1 bedoelde overgangsperiode voor elke onder dit stelsel vallende statistiek van het goederenverkeer tussen Lid-Staten afzonderlijk. HOOFDSTUK III De statistiek van de handel tussen de Lid-Staten

Artikel 17

De statistiek van de handel tussen de Lid-Staten betreft de bewegingen van goederen die de Lid-Staat van verzending verlaten en van goederen die de Lid-Staat van aankomst binnenkomen.

Artikel 18

1. De Lid-Staat van verzending is de Lid-Staat waar de goederen die dit land verlaten, het voorwerp van verzending zijn.

In de zin van deze titel wordt onder verzending verstaan het vervoer van in lid 2 bedoelde goederen naar een bestemming in een andere Lid-Staat.

2. In een bepaalde Lid-Staat kunnen:

a) communautaire goederen die in die Lid-Staat

- niet in directe of onderbroken doorvoer zijn;

- in directe of onderbroken doorvoer zijn, maar die als niet-communautaire goederen in die Lid-Staat zijn binnengekomen en er vervolgens in het vrije verkeer zijn gebracht;

b) niet-communautaire goederen die in die Lid-Staat onder de douaneregeling actieve veredeling of behandeling onder douanetoezicht worden geplaatst, bewaard of verkregen,

voorwerp van verzending zijn.

Artikel 19

De Lid-Staat van aankomst is de Lid-Staat waar de goederen die binnenkomen:

a) als communautaire goederen:

- in die Lid-Staat niet in directe of onderbroken doorvoer zijn;

- in die Lid-Staat in directe of onderbroken doorvoer zijn, maar deze verlaten na het vervullen van de formaliteiten voor uitvoer uit het statistische registratiegebied van de Gemeenschap;

b) als niet-communautaire goederen, als bedoeld in artikel 18, lid 2, onder b),

1. in het vrije verkeer worden gebracht;

2. onder de douaneregeling actieve veredeling of behandeling onder douanetoezicht zijn gebleven of opnieuw daaronder worden geplaatst.

Artikel 20

Met het oog op het verzamelen van de voor de statistiek van de handel tussen de Lid-Staten benodigde gegevens worden de bepalingen van hoofdstuk II als volgt aangevuld:

1. onverminderd artikel 34 is het Intrastat-stelsel van toepassing op de in artikel 18, lid 2, onder a), en artikel 19, onder a), bedoelde goederen;

2. partnerlanden bij een goederenverrichting tussen Lid-Staten in de zin van artikel 7, lid 1, zijn de Lid-Staat van verzending en de Lid-Staat van aankomst;

3. in het Intrastat-stelsel is de Lid-Staat van verzending de Lid-Staat waar de goederen die van dit land naar een andere Lid-Staat worden verzonden, onder de in artikel 18, lid 2, onder a), eerste streepje en, voor zover artikel 28, lid 7, van Richtlijn 77/388/EEG erop van toepassing is, tweede streepje, omschreven regeling vallen;

4. in het Intrastat-stelsel is de Lid-Staat van aankomst de Lid-Staat waar de uit een andere Lid-Staat afkomstige goederen onder de in artikel 19, onder a), eerste streepje en, voor zover artikel 28, lid 7, van Richtlijn 77/388/EEG erop van toepassing is, tweede streepje, omschreven regeling vallen;

5. de in artikel 8 bedoelde informatieplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon die:

a) in de Lid-Staat van verzending woonachtig, respectievelijk gevestigd is, en die:

- afgezien van het vervoercontract, de overeenkomst heeft gesloten die de verzending van de goederen tot gevolg heeft, of anders

- de goederen verzendt of doet verzenden, of anders

- in het bezit is van de goederen die het voorwerp van de verzending zijn;

b) in de Lid-Staat van aankomst woonachtig, respectievelijk gevestigd is, en die:

- afgezien van het vervoercontract, de overeenkomst heeft gesloten die de levering van de goederen tot gevolg heeft, of anders

- de goederen in ontvangst neemt of in ontvangst doet nemen, of anders

- in het bezit is van de goederen die het voorwerp van de levering zijn;

6. de Commissie stelt te zijner tijd de in artikel 7, lid 3, bedoelde bepalingen vast;

7. onverminderd artikel 33 is de in artikel 13, lid 2, eerste streepje, bedoelde referentieperiode de kalendermaand waarin de te registreren goederenbewegingen overeenkomstig het onderhavige artikel, naar gelang van het geval, beginnen of eindigen.

Artikel 21

Op de bij de bevoegde diensten in te dienen dragers van de statistische informatie:

- worden, onverminderd artikel 34, de goederen zodanig aangeduid dat zij in de geldende versie van de gecombineerde nomenclatuur moeiteloos en nauwkeurig bij de fijnste onderverdeling waartoe zij behoren, kunnen worden ingedeeld;

- moet voor iedere goederensoort ook het met de bedoelde onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur overeenkomende achtcijferige codenummer worden vermeld.

Artikel 22

1. Op de drager van de statistische informatie worden de Lid-Staten met een alfabetische of numerieke code aangeduid, die de Commissie overeenkomstig artikel 30 vaststelt.

2. Onverminderd de bepalingen die de Commissie overeenkomstig artikel 30 op dit gebied vaststelt, dienen de informatieplichtigen zich voor de toepassing van lid 1 te houden aan de instructies van de voor de opstelling van de statistiek van de handel tussen de Lid-Staten bevoegde nationale diensten.

Artikel 23

1. Op de bij de bevoegde diensten in te dienen drager van de statistische informatie moeten voor iedere goederensoort de volgende gegevens worden vermeld:

a) in de Lid-Staat van aankomst: de Lid-Staat van herkomst van de goederen in de zin van artikel 24, lid 1;

b) in de Lid-Staat van verzending: de Lid-Staat van bestemming van de goederen in de zin van artikel 24, lid 2;

c) de hoeveelheid goederen, in nettomassa en in bijzondere maatstaven;

d) de waarde van de goederen;

e) de aard van de transactie;

f) de leveringsvoorwaarden;

g) de vermoedelijke wijze van vervoer.

2. De Lid-staten mogen niet voorschrijven dat op de drager van de statistische informatie naast de in lid 1 bedoelde gegevens nog andere gegevens moeten worden vermeld, behalve:

a) in de Lid-Staat van aankomst: land van oorsprong; dit gegeven mag slechts worden verlangd voor zover het Gemeenschapsrecht dit toelaat;

b) in de Lid-Staat van verzending: het gebied van oorsprong; in de Lid-Staat van aankomst: het gebied van bestemming;

c) in de Lid-Staat van verzending: de haven of luchthaven van laden; in de Lid-Staat van aankomst: de haven of luchthaven van lossen;

d) in de Lid-Staat van verzending en in de Lid-Staat van aankomst: de vermoedelijke haven of luchthaven van overlading in een andere Lid-Staat indien deze doorvoerstatistieken opstelt;

e) in voorkomend geval, het statistische stelsel.

3. Voor zover dit niet bij deze titel is geschied, worden de definities van de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens en de wijze waarop deze op de drager van de statistische informatie worden vermeld, door de Commissie vastgesteld overeenkomstig artikel 30.

Artikel 24

1. Indien de goederen alvorens zij de Lid-Staat van aankomst bereiken, in een of meer andere Lid-Staten zijn binnengebracht en daar het voorwerp zijn geweest van een oponthoud of van rechtshandelingen die geen verband houden met het vervoer, geldt de laatste Lid-Staat waar dit oponthoud heeft, respectievelijk deze rechtshandelingen hebben plaatsgevonden als Lid-Staat van herkomst. In de overige gevallen valt de Lid-Staat van herkomst samen met de Lid-Staat van verzending.

2. Onder Lid-Staat van bestemming wordt verstaan de laatste Lid-Staat die op het ogenblik van de verzending bekend is als de Lid-Staat waarheen de goederen dienen te worden verzonden.

3. In afwijking van artikel 23, lid 1, onder a), mag de informatieplichtige in de Lid-Staat van aankomst achtereenvolgens:

- wanneer hij de Lid-Staat van herkomst niet kent, de Lid-Staat van verzending vermelden;

- wanneer hij de Lid-Staat van verzending niet kent, de Lid-Staat van aankoop, in de zin van lid 4, vermelden.

4. Onder Lid-Staat van aankoop wordt verstaan de Lid-Staat waar de wederpartij van de natuurlijke of de rechtspersoon woonachtig of gevestigd is die, afgezien van het vervoercontract, de overeenkomst heeft gesloten welke tot levering van de goederen in de Lid-Staat van aankomst leidt.

Artikel 25

1. De Gemeenschap en de Lid-Staten werken aan de hand van de in artikel 23, lid 1, bedoelde gegevens de resultaten van de handel tussen de Lid-Staten uit.

2. Lid-Staten die niet daarenboven de resultaten van de handel tussen de Lid-Saten aan de hand van de in artikel 23, lid 2, bedoelde gegevens uitwerken, dienen zich ervan te onthouden de verzameling van deze gegevens voor te schrijven.

3. Bij de uitwerking van de resultaten van de handel tussen de Lid-Staten houden de Gemeenschap en de Lid-Staten rekening met de bepalingen over de algemene of specifieke uitzonderingen en de statistische drempels, die de Commissie vaststelt overeenkomstig artikel 30.

3. Iedere bepaling die tot gevolg heeft dat de in de artikelen 18 en 19 bedoelde goederen van de uitwerking van de resultaten van de handel tussen de Lid-Staten worden uitgesloten, geeft vrijstelling van de verplichting statistische informatie over de aldus uitgesloten goederen te verschaffen.

Artikel 26

1. De Lid-Staten dienen de maandresultaten van hun statistiek van de handel tussen de Lid-Staten bij de Commissie in. Deze resultaten hebben betrekking op de in artikel 23, lid 1, genoemde gegevens.

2. Zo nodig wordt de wijze van indiening overeenkomstig artikel 30 door de Commissie geregeld.

3. De door de Lid-Staten onder de in artikel 32 bedoelde voorwaarden vertrouwelijk verklaarde gegevens worden door hen toegezonden overeenkomstig Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90 van de Raad van 11 juni 1990 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (9).

Artikel 27

De bepalingen betreffende de vereenvoudiging van de statistische informatie worden vastgesteld door de Raad op voorstel van de Commissie.

Artikel 28

1. In de zin van van dit hoofdstuk worden de statistische drempels gedefinieerd als de in waarden uitgedrukte limieten waarbeneden de verplichtingen van de betrokken informatieplichtigen wegvallen of verminderen.

Deze drempels zijn van toepassing zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 15.

2. De statistische drempels worden uitsluitings-, assimilatie- of vereenvoudigingsdrempels genoemd.

3. Uitsluitingsdrempels zijn drempels die gelden voor de in artikel 5, tweede alinea, bedoelde informatieplichtigen.

De uitsluitingsdrempels zijn in alle Lid-Staten van toepassing en worden door elk van de Lid-Staten vastgesteld krachtens de overeenkomstig Richtlijn 77/388/EEG aangenomen nationale fiscale bepalingen.

4. Assimilatiedrempels verlenen de informatieplichtigen vrijstelling van de in artikel 13, lid 1, genoemde aangiften; met de periodieke belastingaangifte die de informatieplichtigen als BTW-plichtige moeten indienen, ook wanneer zij BTW-plichtig zijn in de zin van artikel 11, lid 7, voldoen zij in dit opzicht aan hun verplichtingen.

De assimilatiedrempels zijn in alle Lid-Staten van toepassing en worden door elk van de Lid-Staten vastgesteld op een niveau dat hoger ligt dan dat van de uitsluitingsdrempels.

5. Vereenvoudigingsdrempels stellen de informatieplichtigen in staat af te wijken van artikel 23, door in de in artikel 13, lid 1, genoemde aangiften voor iedere goederensoort behalve het in artikel 21, tweede streepje, bedoelde codenummer uitsluitend de Lid-Staat van herkomst of bestemming en de waarde van de goederen te vermelden.

Onverminderd lid 9, eerste alinea, gelden deze dempels voor de volgens lid 8 bepaalde niveaus in de Lid-Staten waar de assimilatiedrempels lager zijn dan deze niveaus.

In de Lid-Staten waar de assimilatiedrempels worden vastgesteld op een niveau dat gelijk is aan of, onder toepassing van lid 9, eerste alinea, hoger ligt dan volgens lid 8 bepaalde niveaus, hebben de vereenvoudigingsdrempels een facultatief karakter.

6. De assimilatie- en vereenvoudigingsdrempels worden uitgedrukt in jaarwaarden van intracommunautaire transacties.

Zij worden bepaald op basis van verzendings- of aankomststromen.

Zij worden afzonderlijk toegepast op de deelnemers aan het intracommunautaire goederenverkeer bij verzending en op die bij aankomst. Onverminderd lid 10 kunnen de Lid-Staten die gebruik maken van de in lid 9, eerste alinea, geboden mogelijkheid, de verplichtingen van de informatieplichtige zowel bij verzending als bij aankomst evenwel vaststellen op basis van de verzendings- of aankomststroom waarvoor het in jaarwaarden uitgedrukte bedrag van hun intracommunautaire transacties het hoogst is.

De assimilatie- en vereenvoudigingsdrempels kunnen per Lid-Staat, produktengroep en periode verschillen.

7. Met het oog op de toepassing van de assimilatie- en vereenvoudigingsdrempels door de Lid-Staten stelt de Commissie overeenkomstig artikel 30 de kwaliteitsvereisten vast, waaraan de door de Lid-Staten uit hoofde van artikel 25, lid 1, opgestelde resultaten moeten beantwoorden.

8. De vereenvoudigingsdrempels worden vastgesteld op 100 000 ecu bij verzending en 100 000 ecu bij aankomst.

Voor zover de in lid 7 genoemde kwaliteitsvereisten dit toelaten, kan de Commissie het niveau van de vereenvoudigingsdrempels overeenkomstig artikel 30 verhogen.

9. Met inachtneming van de uit lid 7 voortvloeiende voorschriften kunnen de Lid-Staten het niveau van hun assimilatie- en vereenvoudigingsdrempels hoger stellen dan de volgens lid 8 voor de vereenvoudigingsdrempels bepaalde niveaus. Zij stellen de Commissie hiervan in kennis.

Met het oog op de naleving van de uit lid 7 voortvloeiende voorschriften kunnen de Lid-Staten, voor zover nodig, afwijken van de voorschriften van lid 5, tweede alinea. Zij stellen de Commissie hiervan in kennis.

De Commissie kan de Lid-Staten vragen de genomen maatregelen te rechtvaardigen door haar alle nodige informatie te verschaffen.

10. Wanneer de toepassing van de assimilatie- en vereenvoudigingsdrempels door de Lid-Staten voor de kwaliteit van de statistiek van de handel tussen de Lid-Staten rekening houdend met de door de Lid-Staten verstrekte informatie, of voor de verlichting van de belasting van de informatieplichtigen, zodanige gevolgen heeft dat de doelstellingen van deze verordening in het gedrang komen, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 30 bepalingen vast om de voorwaarden voor deze kwaliteit of deze verlichting te herstellen. HOOFDSTUK IV Het Comité voor de statistiek van het goederenverkeer tussen Lid-Staten

Artikel 29

1. Er wordt een Comité voor de statistiek van het goederenverkeer tussen Lid-Staten, hierna "Comité" genoemd, ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.

2. Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.

3. Het Comité kan elk vraagstuk betreffende de toepassing van deze verordening bespreken, dat door zijn voorzitter hetzij op diens initiatief hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat, aan de orde wordt gesteld.

Artikel 30

1. De voor de toepassing van deze verordening nodige bepalingen worden vastgesteld volgens de in de leden 2 en 3 omschreven procedure.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij stemming in het Comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

3. De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies dat het Comité heeft uitgebracht, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht.

In dat geval kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten voor ten hoogste één maand na deze kennisgeving uitstellen.

De Raad kan binnen de in de tweede alinea genoemde termijn met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen. HOOFDSTUK V Slotbepalingen

Artikel 31

Op voorstel van de Commissie stelt de Raad de bepalingen vast die nodig zijn voor de opstelling door de Gemeenschap en de Lid-Staten van de in artikel 4 bedoelde statistieken, met uitzondering van de statistiek van de handel tussen de Lid-Staten.

Artikel 32

1. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad de voorwaarden vast, waaronder de Lid-Staten gegevens die zij uitwerken in toepassing van deze verordening of de uitvoeringsverordeningen daarvan, vertrouwelijk mogen verklaren.

2. Totdat de in lid 1 bedoelde voorwaarden worden vastgesteld blijven dienaangaande de voorschriften van de Lid-Staten van toepassing.

Artikel 33

De Commissie kan, volgens de procedure van artikel 30, voor zover nodig de bepalingen van deze verordening aanpassen

- aan de gevolgen van de in Richtlijn 77/388/EEG aangebrachte wijzigingen;

- aan de bijzondere goederenbewegingen in de zin van de communautaire regeling voor de statistiek.

Artikel 34

1. De Commissie kan, ter vereenvoudiging van de taak van de informatieplichtigen, overeenkomstig artikel 30, zowel voor goederen waarop het Intrastat-stelsel van toepassing is als voor andere goederen, vereenvoudigde procedures voor het verzamelen van de informatie vaststellen, en met name de voorwaarden scheppen voor een toepassing op ruimere schaal van automatische verwerking en elektronische overbrenging van de informatie.

2. Om rekening te houden met hun eigen administratieve organisatie mogen Lid-Staten andere dan de in lid 1 bedoelde vereenvoudigde procedures instellen, mits de informatieplichtigen tussen beide mogen kiezen.

De Lid-Staten die van deze mogelijkheid gebruik maken, stellen de Commissie daarvan in kennis.

Artikel 35

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Voor zover zij niet bepalen dat de Raad of de Commissie vóór deze datum toepassingsbepalingen van deze verordening vaststelt, zijn de artikelen 1 tot en met 9, artikel 11, artikel 13, lid 1, en de artikelen 14 tot en met 27, met ingang van de datum van inwerkingtreding van Verordening (EEG) nr. 2726/90 van de Raad van 17 september 1990 betreffende communautair douanevervoer (10) van toepassing.

Met ingang van de in de vorige alinea bedoelde datum wordt Verordening (EEG) nr. 2954/85 ingetrokken en is Verordening (EEG) nr. 1736/75 niet meer toepasselijk op de statistieken van het goederenverkeer tussen Lid-Staten waarop zij van toepassing was. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 7 november 1991. Voor de Raad

De Voorzitter

P. DANKERT

(1) PB nr. C 254 van 9. 10. 1990, blz. 7, en PB nr. C 47 van 23. 2. 1991, blz. 10. (2) PB nr. C 324 van 24. 12. 1990, blz. 268, en PB nr. C 280 van 28. 10. 1991. (3) PB nr. C 332 van 31. 12. 1990, blz. 1. (4) PB nr. L 285 van 25. 10. 1985, blz. 1. (5) PB nr. L 183 van 14. 7. 1975, blz. 3. (6) PB nr. L 147 van 14. 6. 1988, blz. 1. (7) PB nr. L 145 van 13. 6. 1977, blz. 1. (8) PB nr. L 263 van 15. 9. 1986, blz. 59. (9) PB nr. L 151 van 15. 6. 1990, blz. 1. (10) PB nr. L 262 van 26. 9. 1990, blz. 1.

Top