Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31990L0377

Richtlijn 90/377/EEG van de Raad van 29 juni 1990 betreffende een communautaire procedure inzake de doorzichtigheid van de prijzen van gas en elektriciteit voor industriële eindverbruikers

OJ L 185, 17.7.1990, p. 16–24 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 15 Volume 009 P. 236 - 244
Special edition in Swedish: Chapter 15 Volume 009 P. 236 - 244
Special edition in Czech: Chapter 12 Volume 001 P. 138 - 146
Special edition in Estonian: Chapter 12 Volume 001 P. 138 - 146
Special edition in Latvian: Chapter 12 Volume 001 P. 138 - 146
Special edition in Lithuanian: Chapter 12 Volume 001 P. 138 - 146
Special edition in Hungarian Chapter 12 Volume 001 P. 138 - 146
Special edition in Maltese: Chapter 12 Volume 001 P. 138 - 146
Special edition in Polish: Chapter 12 Volume 001 P. 138 - 146
Special edition in Slovak: Chapter 12 Volume 001 P. 138 - 146
Special edition in Slovene: Chapter 12 Volume 001 P. 138 - 146
Special edition in Bulgarian: Chapter 12 Volume 001 P. 74 - 82
Special edition in Romanian: Chapter 12 Volume 001 P. 74 - 82

No longer in force, Date of end of validity: 26/11/2008; opgeheven door 32008L0092

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1990/377/oj

31990L0377

Richtlijn 90/377/EEG van de Raad van 29 juni 1990 betreffende een communautaire procedure inzake de doorzichtigheid van de prijzen van gas en elektriciteit voor industriële eindverbruikers

Publicatieblad Nr. L 185 van 17/07/1990 blz. 0016 - 0024
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 9 blz. 0236
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 9 blz. 0236


RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 29 juni 1990

betreffende een communautaire procedure inzake de doorzichtigheid van de prijzen van gas en elektriciteit voor industriële eindverbruikers

(90/377/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat de doorzichtigheid van de energieprijzen, in zoverre deze de voorwaarden versterkt die waarborgen dat de concurrentie op de gemeenschappelijke markt niet wordt vervalst, voor de verwezenlijking en de goede werking van de interne energiemarkt van essentieel belang is;

Overwegende dat doorzichtigheid kan bijdragen tot de opheffing van eventuele discriminatie van de verbruikers doordat de vrije keuze van energievormen en leveranciers wordt bevorderd;

Overwegende dat de mate van doorzichtigheid naar energievorm en naar gelang van de landen en regio's van de Gemeenschap uiteenloopt en dat dit de verwezenlijking van een interne energiemarkt in gevaar brengt;

Overwegende echter dat de prijzen die de industrie van de Gemeenschap voor de door haar gebruikte energie betaalt, één van de factoren vormen die haar concurrentievermogen beïnvloeden en dat derhalve dienaangaande vertrouwelijkheid moet worden bewaard;

Overwegende dat het door het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (BSEG) in zijn publikaties inzake prijzen gehanteerde systeem van standaardverbruikers en het "Marker Prices'`-systeem dat op de grote industriële verbruikers van elektriciteit zal worden toegepast, van dien aard zijn dat de doorzichtigheid de bescherming van de vertrouwelijkheid niet in de weg staat;

Overwegende dat het dienstig is de categorieën verbruikers die door het BSEG worden gehanteerd, uit te breiden tot het maximale niveau waarop de representativiteit van de verbruikers nog gewaarborgd is;

Overwegende dat aldus de doorzichtigheid van de prijzen voor de eindverbruikers zou kunnen worden bereikt, zonder dat de noodzakelijke vertrouwelijkheid van de contracten in gevaar wordt gebracht; dat ten einde de vertrouwelijkheid te eerbiedigen een bepaalde categorie ten minste drie verbruikers moet omvatten, om een prijs te kunnen bekendmaken;

Overwegende dat deze gegevens die betrekking zullen hebben op het gas en de elektriciteit die door de industrie in het kader van het finale energieverbruik zijn verbruikt, ook de vergelijking met de andere energiebronnen (aardolie, steenkool, fossiele en hernieuwbare energiebronnen) en de andere verbruikers mogelijk zullen maken;

Overwegende dat de bedrijven die gas en elektriciteit leveren, evenals de industriële gas- en elektriciteitsverbruikers, - onafhankelijk van de toepassing van deze richtlijn - onderworpen blijven aan de mededingingsregels van het Verdrag en dat de Commissie uit dien hoofde mededeling van prijzen en verkoopvoorwaarden kan verlangen;

Overwegende dat de kennis van de geldende prijsstelsels een onderdeel vormt van de prijsdoorzichtigheid;

Overwegende dat de kennis omtrent de onderverdeling van de verbruikers per categorie en van hun respectieve marktaandelen eveneens een onderdeel vormt van de prijsdoorzichtigheid;

Overwegende dat de kennisgeving aan het BSEG van de prijzen en verkoopvoorwaarden voor de verbruikers, vergezeld van de mededeling van de geldende prijsstelsels en van de onderverdeling van de verbruikers in verbruikscategorieën, de Commissie in staat moet stellen in voorkomend geval op grond van deze informatie op de situatie van de interne energiemarkt afgestemde beleidsmaatregelen vast te stellen of voorstellen in te dienen;

Overwegende dat de betrouwbaarheid van de aan het BSEG medegedeelde gegevens beter zal zijn gewaarborgd indien de ondernemingen zelf deze gegevens uitwerken;

Overwegende dat kennis van de belastingen en parafiscale heffingen in elke Lid-Staat van belang is voor het verzekeren van de doorzichtigheid van de prijzen;

Overwegende dat het dienstig is zich te voorzien van de middelen om de betrouwbaarheid van de aan het BSEG meegedeelde gegevens te controleren;

Overwegende dat de verwezenlijking van de doorzichtigheid de bekendmaking en de zo ruim mogelijke verspreiding van prijzen en prijsstelsels onder de verbruikers impliceert;

Overwegende dat, ten behoeve van de totstandbrenging van deze doorzichtigheid op het gebied van de energieprijzen, gebruik dient te worden gemaakt van de door het BSEG ontwikkelde en toegepaste methoden en verworven deskundigheid, zowel op het gebied van de verwerking en de controle van de correctheid van de gegevens als wat de publikatie ervan betreft;

Overwegende dat het, met het oog op de totstandbrenging van de interne energiemarkt, van belang is dat het doorzichtigheidssysteem zo spoedig mogelijk operationeel wordt;

Overwegende dat de uniforme tenuitvoerlegging van deze richtlijn in alle Lid-Staten eerst kan plaatsvinden wanneer de aardgasmarkt, met name de infrastructuur, een voldoende niveau van ontwikkeling heeft bereikt,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen om ervoor zorg te dragen dat de bedrijven die gas of elektriciteit aan industriële eindverbruikers als omschreven in de technische bijlagen I en II leveren, in de in artikel 3 vastgelegde vorm aan het BSEG mededeling doen van:

1. de verkoopprijzen en -voorwaarden die voor industriële eindverbruikers van gas en elektriciteit worden gehanteerd;

2. de geldende prijsstelsels;

3. de onderverdeling van de verbruikers en van de overeenkomstige volumes per verbruikscategorie, om zekerheid te hebben omtrent de representativiteit van deze categorieën op nationaal niveau.

Artikel 2

1. De in artikel 1 bedoelde bedrijven nemen jaarlijks op

1 januari en 1 juli de in de punten 1 en 2 van dat artikel bedoelde gegevens op. Zij delen deze gegevens, die overeenkomstig artikel 3 zijn uitgewerkt, binnen twee maanden mede aan het BSEG en aan de bevoegde instanties van de Lid-Staten.

2. Op de grondslag van de in lid 1 bedoelde gegevens publiceert het BSEG jaarlijks, in mei en november, in een passende vorm, de prijzen van gas en elektriciteit voor industrieel gebruik in de Lid-Staten, alsmede de prijsstelsels aan de hand waarvan deze zijn vastgesteld.

3. De in artikel 1, punt 3, bedoelde informatie wordt om de twee jaar aan het BSEG en aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten verstrekt. De eerste kennisgeving zal betrekking hebben op de situatie per 1 januari 1991. Deze informatie wordt niet gepubliceerd.

Artikel 3

De uitvoeringsbepalingen betreffende de vorm en de inhoud alsmede alle andere kenmerken van de in artikel 1 bedoelde gegevens zijn opgenomen in de bijlagen I en II.

Artikel 4

Het BSEG is gehouden de gegevens die hem uit hoofde van artikel 1 worden meegedeeld en die, vanwege hun aard, onder het bedrijfsgeheim van de ondernemingen kunnen vallen, niet bekend te maken. Deze vertrouwelijke statistische gegevens die het BSEG worden toegezonden, zijn enkel toegankelijk voor ambtenaren van het BSEG en mogen alleen voor statistische doeleinden worden gebruikt.

Deze bepaling vormt echter geen beletsel voor de bekendmaking van de gegevens in een geaggregeerde vorm die identificatie van afzonderlijke handelstransacties onmogelijk maakt.

Artikel 5

Wanneer het BSEG statistisch significante anomalieën of incoherenties in de uit hoofde van deze richtlijn meegedeelde gegevens vaststelt, kan het de nationale instanties verzoeken kennis te mogen nemen van de desbetreffende gegevens, in niet geaggregeerde vorm, evenals van de berekeningswijzen en beoordelingsmethoden waarop de geaggregeerde gegevens zijn gebaseerd, ten einde de als afwijkend beschouwde informatie te beoordelen of te corrigeren.

Artikel 6

De Commissie brengt in de bijlagen de wijzigingen aan die nodig zijn gebleken wegens specifieke problemen. Deze wijzigingen mogen evenwel alleen betrekking hebben op technische punten van de bijlagen en mogen geen afbreuk doen aan de opzet van het stelsel in zijn geheel.

Artikel 7

Voor het aanbrengen van de in artikel 6 bedoelde wijzigingen in de bijlagen wordt de Commissie bijgestaan door een Raadgevend Comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt advies uit over dit ontwerp, binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen al naar gelang van de urgentie van de materie, zo nodig door middel van een stemming.

Het advies wordt in de notulen opgenomen; voorts heeft iedere Lid-Staat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het door het Comité uitgebrachte advies. Zij brengt het Comité op de hoogte van de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met zijn advies.

Artikel 8

Eenmaal per jaar doet de Commissie aan het Europese Parlement, aan de Raad en aan het Economisch en Sociaal

Comité een beknopt verslag over de toepassing van deze richtlijn toekomen.

Artikel 9

De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 juli 1991 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis.

Wat aardgas betreft, wordt deze richtlijn in een Lid-Staat eerst toegepast wanneer deze energievorm daar vijf jaar op de markt is. De betrokken Lid-Staat deelt de datum waarop aardgas op de nationale markt beschikbaar is geworden, onverwijld in een kennisgeving aan de Commissie mee.

Artikel 10

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Luxemburg, 29 juni 1990.

Voor de Raad

De Voorzitter

M. SMITH

(1) PB nr. C 257 van 10. 10. 1989, blz. 7.

(2) PB nr. C 149 van 18. 6. 1990.

(3) PB nr. C 75 van 26. 3. 1990, blz. 18.

BIJLAGE I

BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE GAS

1. Deze bijlage heeft betrekking op twee soorten gas:

a) aardgas,

b) gefabriceerd gas (¹).

2. Wanneer beide in punt 1 genoemde soorten gas in dezelfde stedelijke zone of in dezelfde regio worden geleverd, dienen de gegevens voor beide soorten gas te worden meegedeeld, behalve indien het verbruik minder dan 10 % van het totale verbruik van aardgas en gefabriceerd gas in de in punt 11 genoemde plaatsen of regio's bedraagt.

3. Alleen distributie via pijpleidingen wordt in aanmerking genomen.

4. De prijzen die moeten worden vermeld zijn de prijzen die door de eindverbruiker worden betaald.

5. Het gebruik betreft al het industriële gebruik.

6. Het systeem heeft geen betrekking op verbruikers die het gas gebruiken:

a) voor de opwekking van elektriciteit in openbare elektriciteitscentrales;

b)

voor niet energetische doeleinden (bij voorbeeld in de chemische industrie);

c)

als het verbruik hoger is dan 4 186 000 GJ/jaar (= 1 163 GWh/jaar).

7. De geregistreerde prijzen zijn gebaseerd op een systeem van standaardverbruikers waarbij in hoofdzaak wordt uitgegaan van het niveau en de modulatie (²) (of belastingsfactor) van het gasverbruik door die verbruikers.

8. De andere kenmerken die bij de prijsstelling een rol kunnen spelen (bij voorbeeld de mogelijkheid van onderbreking van de gasvoorziening) worden geval voor geval bepaald, waarbij steeds de oplossing wordt aangehouden die in de praktijk het vaakst voorkomt.

9. In de prijzen dienen de meterhuur, het vastrecht en de gasprijs te zijn opgenomen, doch niet de aan de verbruiker berekende oorspronkelijke aansluitingskosten.

10. De volgende, met de codes I1 tot en met I5 aangeduide industriële standaardverbruikers zijn gekozen:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Qj

het verbruikte volume per jaar,

Qdmax

de maximale afname per dag,

Qumax

de maximale afname per uur.

11. De prijzen moeten in de volgende plaatsen of regio's worden opgenomen:

- België

Brussel

- Denemarken

Kopenhagen

- Bondsrepubliek Duitsland

Hamburg, Hannover, Weser-Ems, Dortmund, Duesseldorf, Frankfurt/Main, Stuttgart, Muenchen

- Spanje

Madrid, Barcelona, Valencia, Noord- en Oost-Spanje

- Frankrijk

Rijsel, Parijs, Straatsburg, Marseille, Lyon, Toulouse

- Ierland

Dublin

- Italië

Milaan, Turijn, Genua, Rome, Napels

- Luxemburg

Luxemburg-stad

- Nederland

Rotterdam

- Portugal

Lissabon

- Verenigd Koninkrijk

Londen, Leeds, Birmingham.

12. De geregistreerde prijzen zijn die welke worden berekend op grond van de tarieven, contracten, voorwaarden en regels die aan het begin van elke zesmaandelijkse periode (januari en juli) van kracht zijn, met inbegrip van eventuele kortingen.

13. Bestaat de mogelijkheid verscheidene tarieven toe te passen, dan dient het tarief dat voor de verbruiker het meest voordelig is in aanmerking te worden genomen, waarbij tarieven die in de praktijk niet worden toegepast of die slechts op een verwaarloosbaar aantal verbruikers van toepassing zijn, buiten beschouwing worden gelaten.

14. Wanneer er slechts sprake is van fictieve tarieven, speciale contracten of prijzen die na vrije onderhandelingen tot stand zijn gekomen, dan dient de meest gangbare (de meest representatieve) prijs voor de desbetreffende leveringsvoorwaarden te worden opgetekend.

15. De prijzen dienen te worden uitgedrukt in nationale valuta per fysische eenheid gas (1). De gebruikte eenheid energie wordt gemeten op basis van de calorische bovenwaarde, zoals in de gasindustrie gebruikelijk is.

16. Er dienen twee prijsniveaus te worden vermeld (2):

- de prijs exclusief belasting;

- de prijs inclusief alle belastingen met uitzondering van aftrekbare BTW.

17. Tevens moeten aangegeven worden de tarieven en berekeningswijze van de op de gasverkopen aan verbruikers toegepaste nationale, regionale en lokale belastingen.

18. Er dient een verklaring te worden toegevoegd waarin het prijsstelsel met de nodige nauwkeurigheid wordt uiteengezet, met bijzondere nadruk op eventuele wijzigingen die zich sinds het vorige overzicht hebben voorgedaan.

19. In Lid-Staten waarin één maatschappij alle industriële verkopen in het desbetreffende land verzorgt, dient de informatie door die maatschappij te worden verstrekt. In andere Lid-Staten waar een of meer regio's door meer dan één maatschappij worden bediend, dient de informatie door een onafhankelijk bureau voor statistiek te worden verstrekt.

20. Ten einde de vertrouwelijkheid te bewaren, worden gegevens over de prijzen slechts meegedeeld indien er in de betrokken Lid-Staat of regio in elke in punt 10 genoemde categorie ten minste drie verbruikers zijn.

(1) Onder gefabriceerd gas wordt verstaan een afgeleide energiedrager die is bereid uit steenkool, aardolieprodukten of uit gekraakt, omgezet of gemengd aardgas. Vloeibaar petroleumgas (butaan, propaan), cokesovengas en hoogovengas vallen niet onder de werkingssfeer van deze richtlijn.

(2) De dagelijke belastingsfactor is het aantal dagen (ad) dat nodig is om het totale jaarlijkse verbruik met de maximale dagelijkse afname weer te geven:

(1) ad = Qdmax.

ad =

Qj

Qdmax.

De belastingsfactor per uur is het aantal uren (au) dat nodig is om het totale jaarlijkse verbruik met de maximale afname per uur weer te geven:

(1) au = Qumax.

au =

Qj

Qumax.

In de bovenstaande formule is:

(1) Indien de kubieke meter wordt gebruikt, is het nodig de energie-inhoud daarvan in GJ, kWh of, tot in 1999, in therm weer te geven.

(2) De prijs exclusief belasting is die welke in de tarieven of contracten wordt vermeld. De prijs exclusief aftrekbare BTW omvat andere specifieke belastingen voor zover verschuldigd.

BIJLAGE II

BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE ELEKTRICITEIT

Met betrekking tot de indiening van gegevens over elektriciteit overeenkomstig de richtlijn zijn de volgende regels van toepassing:

II. Het overzicht van "standaard-referentieverbruikers'` (betreffende verbruikers met een maximaal vermogen van 10 MW)

1. Het bestaande overzicht van elektriciteitsprijzen voor standaard-referentieverbruikers in de Gemeenschap, dat door de Commissie wordt opgesteld, wordt met twee categorieën industriële referentieverbruikers met een maximaal vermogen van 10 MW uitgebreid, en het gehele overzicht van industriële verbruikers wordt in deze richtlijn opgenomen.

2.

De elektriciteitsprijzen in Lid-Staten waar één nationaal tarief geldt, worden slechts op één plaats verzameld; in Lid-Staten met uiteenlopende tarieven worden de prijzen op een aantal representatieve plaatsen genoteerd, en wel als volgt:

- België

het gehele land

- Bondsrepubliek Duitsland

Hamburg, Hannover, Duesseldorf, Frankfurt/Main, Stuttgart,

Muenchen, westelijke zone, zuidelijke zone

- Denemarken

het gehele land

- Spanje

Madrid

- Frankrijk

Rijsel, Parijs, Marseille, Lyon, Toulouse, Straatsburg

- Griekenland

Athene

- Ierland

Dublin

- Italië

Noord- en Midden-Italië, Zuid-Italië en de eilanden

- Luxemburg

het gehele land

- Nederland

Rotterdam (GEB), Noord-Holland (PEN), Noord-Brabant

(PNEM)

- Portugal

Lissabon, Ponta Delgada (Autonoom gebied der Azoren)

- Verenigd Koninkrijk

Londen, Glasgow, Leeds, Birmingham.

3.

Het onderzoek naar de elektriciteitsprijzen richt zich op de volgende negen categorieën industriële referentieverbruikers:>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Het maximale vermogen is de maximale afname in een kwartier die in een jaar is geregistreerd, uitgedrukt in kW. De leveringsprijs wordt berekend voor cos oe = 0,90. Bij tarieven die zijn gebaseerd op een afgenomen vermogen per half uur wordt het maximale vermogen van de referentieverbruiker vermenigvuldigd met 0,98. Tarieven die zijn gebaseerd op een in kVA uitgedrukt vermogen, worden gecorrigeerd door het maximale vermogen in kW van de referentieverbruiker te delen door de coëfficiënt cos oe = 0,90.

4.

In het geval van tarieven die zijn gebaseerd op een maximaal vermogen dat meer dan eenmaal per jaar wordt opgenomen, wordt het vastrecht vermenigvuldigd met de volgende coëfficiënten:>RUIMTE VOOR DE TABEL>

5.

Bij verlaagd tarief voor daluren dient het volgende verbruik in dergelijke periodes in aanmerking te worden genomen bij de berekening van de gemiddelde prijs per kWh:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Voor daluren waarvan de duur tussen de in de tabel opgenomen uren ligt, dient het jaarlijkse verbruik van kWh gedurende de daluren door middel van extrapolatie te worden geschat.

Voor de overige daluren, bij voorbeeld zondag de gehele dag, dient slechts de helft van de extra uren te worden genomen en het gemiddelde hiervan over alle dagen van het jaar te worden berekend; het resultaat hiervan dient aan de normale daluren te worden toegevoegd voordat van de bovenstaande tabel gebruik wordt gemaakt.

6.

De opgenomen prijzen dienen zoveel mogelijk te zijn gebaseerd op gepubliceerde tarieven die van toepassing zijn in de desbetreffende categorie referentieverbruikers. Indien de mogelijkheid van meer dan één tarief bestaat, dient het tarief dat voor de verbruiker het meest voordelige is te worden toegepast, waarbij alle tarieven die in de praktijk niet worden toegepast of die slechts op een zeer klein of verwaarloosbaar aantal verbruikers van toepassing zijn, buiten beschouwing worden gelaten. Wanneer er sprake is van fictieve tarieven, speciale contracten of na vrije onderhandelingen vastgestelde prijzen, dienen de prijzen te worden opgenomen die voor de desbetreffende leveringsvoorwaarden het meest gangbaar (het meest representatief) zijn.

7.

Wanneer elektriciteit voor een bepaalde categorie referentieverbruikers in een aantal verschillende voltages kan worden geleverd, dient het voltage in aanmerking te worden genomen dat voor de desbetreffende categorie referentieverbruikers het meest representatief is. Dit beginsel dient tevens bij andere, niet in de richtlijn vermelde parameters te worden gevolgd.

8.

De prijs per kWh dient op zodanige wijze te worden berekend dat alle verschuldigde vaste kosten erin zijn opgenomen (bij voorbeeld huur van de meter, vastrecht, kosten in verband met de capaciteit enz.) evenals de kosten voor de verbruikte kWh. De prijs wordt derhalve gevormd door het totale verschuldigde bedrag na eventuele premies of kortingen die voor het betrokken consumptiepatroon gelden, gedeeld door het totale verbruik. De kosten van eerste aansluiting dienen echter niet in de prijs te worden verdisconteerd. Hoewel tweemaal per jaar informatie over de prijzen dient te worden verstrekt, dient de berekening op jaarlijkse verbruikscijfers te zijn gebaseerd, ten einde seizoenschommelingen te vermijden.

9.

De prijzen dienen in nationale valuta per kWh te worden aangegeven (1):

- exclusief belastingen,

- inclusief alle belastingen (met uitzondering van aftrekbare BTW).

Tevens moeten aangegeven worden de tarieven en berekeningswijze van de op de verkoop van elektriciteit aan de verbruiker toegepaste nationale, regionale en lokale belastingen.

10.

Er dient een zo uitvoerig mogelijke beschrijving van het prijsstelsel en van de wijze waarop het wordt toegepast, te worden verstrekt. Meer bepaald moeten eventuele wijzigingen in het stelsel sinds het voorgaande onderzoek worden aangegeven.

11.

In Lid-Staten waar één maatschappij alle industriële verkopen in het land verzorgt, dient de informatie door de maatschappij te worden verstrekt. In andere Lid-Staten, waar een of meer regio's door meer dan één maatschappij worden bediend, dient de informatie door een onafhankelijk bureau voor statistiek te worden verstrekt.

II. Het "Marker Price'`-overzicht (voor verbruikers met een maximaal vermogen van meer dan 10 MW)

12.

Ten einde industriële verbruikers met een maximaal vermogen van meer dan 10 MW in het overzicht op te nemen, wordt een nieuw systeem ingevoerd op basis van "Marker Prices'` dat hierna wordt uiteengezet.

13.

In alle Lid-Staten waar, anders dan in de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, de verschillen in de prijsstructuur voor grote industriële verbruikers van elektriciteit betrekkelijk klein zijn, moeten de "Marker Prices'` en de daarmee samenhangende gegevens voor de Lid-Staat als geheel worden verzameld en bekendgemaakt. In de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kunnen zich echter aanzienlijke geografische verschillen voordoen zodat de informatie betreffende deze twee Lid-Staten voor drie regio's moet worden ingewonnen en bekendgemaakt, en wel als volgt:

Lid-Staten

Regio's

Bondsrepubliek Duitsland (2)

Noord/Midden

West

Zuid

Verenigd Koninkrijk

Engeland en Wales

Schotland

Noord-Ierland.

14.

De "Marker Prices'' en de daarmee samenhangende gegevens worden per Lid-Staat opgenomen zoals in punt 13 is beschreven, namelijk met betrekking tot drie categorieën grote industriële afnemers, dat wil zeggen de industriële verbruikers met een maximaal vermogen van circa:

- 25 MW, dat wil zeggen verbruikers met een maximaal vermogen tussen 17,5 en 37,5 MW;

- 50 MW, dat wil zeggen verbruikers met een maximaal vermogen tussen 37,5 en 62,5 MW, en

- 75 MW, dat wil zeggen verbruikers met een maximaal vermogen tussen 62,5 en 75 MW.

Tot deze categorieën behoren tevens de industriële verbruikers die zelf in een gedeelte van hun behoefte aan elektriciteit voorzien; er dient uitsluitend informatie te worden verstrekt over het verbruik van door een elektriciteitsmaatschappij geleverde elektriciteit.

15.

De "Marker Price'' voor een bepaalde MW-categorie (bij voorbeeld 25 MW) is de gemiddelde prijs per kWh die betaald moet worden door een theoretische industriële verbruiker of een "Marker Price Industrial Consumer'' van het betrokken nutsbedrijf met een normale maximale vraag van circa 25 MW, waarbij echter kortingen vanwege "bijzondere factoren'' buiten beschouwing worden gelaten; deze dienen afzonderlijk te worden gerapporteerd (zie punt 16). De vermogenskenmerken van deze "Marker Price Industrial Consumer'' dienen zoveel mogelijk representatief te zijn (met eventuele "bijzondere factoren'' dient geen rekening te worden gehouden) voor alle industriële verbruikers in de betrokken categorie die door het nutsbedrijf worden bediend.

Ten einde een zekere homogeniteit te bewerkstelligen zal de Commissie vermogenskenmerken voor elke categorie van deze "Marker Price Industrial Consumers'' (d.w.z. 25 MW, 50 MW en 75 MW) vaststellen, hoewel deze slechts door het nutsbedrijf dienen te worden overgenomen indien zij voor het beoogde doel geschikt zijn. Indien deze vermogenskenmerken niet geschikt zijn, kan het nutsbedrijf

- Noord/Midden: Sleeswijk-Holstein, Hamburg, Bremen, Berlijn, Neder-Saksen en Noord-Hessen,

- West: Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts, Zuid-Hessen en Saarland,

- Zuid: Baden-Wurtemberg en Beieren.

zelf de vermogenskenmerken van deze categorieën verbruikers vaststellen, mits de Commissie daarmee akkoord gaat. Deze vermogenskenmerken betreffen met name de belastingsfactor (bij voorbeeld "7 000 uur'', waarbij 7 000 het aantal uren is dat nodig is om, bij maximaal vermogen, het jaarlijkse verbruik te bereiken), alsook de verdeling van het verbruik volgens de tarieven die per dagdeel worden toegepast (piekuren, daluren enz.).

16.

In de opgegeven "Marker Prices'' dienen alle verschuldigde vaste kosten te zijn opgenomen (bij voorbeeld huur van de meter, vastrecht of kosten in verband met de capaciteit enz.), alsook de kosten voor de verbruikte kWh. De kosten van eerste aansluiting dienen echter niet in de prijzen te zijn verdisconteerd. Hoewel tweemaal per jaar gegevens moeten worden verzameld, dienen uitsluitend jaarcijfers te worden gebruikt, ten einde seizoenschommelingen te vermijden. Er dient uitleg te worden verschaft over de wijze waarop de "Marker Price'' is berekend, alsook over de in deze prijs verdisconteerde eventuele vaste kosten.

17.

Voor elke "Marker Price'' dienen de "bijzondere factoren'' te worden vermeld op grond waarvan de prijzen kunnen worden verlaagd (bij voorbeeld stroomonderbreking) en dient de in dat geval geldende prijsverlaging (in beginsel 6 %, 8 % of 10 %) te worden aangegeven. Deze bijzondere factoren moeten representatief zijn voor de factoren die van toepassing zijn op de industriële afnemers van de onderzochte MW-categorie, welke door het betrokken nutsbedrijf van elektriciteit worden voorzien.

18.

In Lid-Staten met meer dan één elektriciteitsmaatschappij dienen deze maatschappijen elk de "Marker Prices'' en de daarbij behorende informatie (over de vermogenskenmerken van de theoretische "Marker Price Industrial Consumer'' (punt 15) en over de bijzondere factoren en de prijsverlagingen waartoe deze factoren aanleiding geven (punt 17)) bij een onafhankelijk bureau voor statistiek in te dienen. Dit zendt vervolgens de hoogste en de laagste "Marker Price'' per Lid-Staat (of, indien van toepassing, per regio) voor elke MW-categorie, te zamen met de bijbehorende informatie over deze "Marker Prices'', gelijktijdig toe aan de nationale overheid en aan het BSEG. In de andere Lid-Staten, waar één elektriciteitsbedrijf het gehele land van elektriciteit voorziet, wordt de informatie rechtstreeks en tegelijkertijd naar de nationale overheid en het BSEG gezonden.

19.

Ten einde de vertrouwelijkheid te bewaren zullen de "Marker Prices'' en de bijbehorende informatie afhankelijk van het geval (zie punt 18) door het onafhankelijke bureau voor statistiek of door de nutsbedrijven voor een bepaalde MW-categorie worden meegedeeld, indien in de betrokken Lid-Staat of regio ten minste drie verbruikers tot de desbetreffende categorie behoren.

20.

De "Marker Prices'' worden uitgedrukt overeenkomstig de aanwijzingen in punt 9.

21.

De nutsbedrijven dienen eveneens eenmaal per twee jaar gegevens te verschaffen over het aantal verbruikers per MW-categorie (bij voorbeeld 17,5-37,5 MW, 37,5-62,5 MW en 62,5-75,0 MW), alsmede over het totale jaarlijkse verbruik van deze verbruikers per categorie (in GWh). De uit hoofde van punt 18 verlangde informatie moet hetzij via het onafhankelijk statistiekbureau dat de gegevens voor de Lid-Staat als geheel collationeert, hetzij rechtstreeks en gelijktijdig aan de nationale overheid en aan het BSEG worden toegezonden. De uit hoofde van dit punt verlangde informatie wordt op vertrouwelijke basis verstrekt en wordt niet bekendgemaakt.

(1) De prijs exclusief belasting is die welke in de tarieven of contracten wordt vermeld. De prijs exclusief aftrekbare BTW omvat andere specifieke belastingen voor zover verschuldigd.

(2) De Laender worden op de volgende wijze in drie zones onderverdeeld:

Top