Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31990D0644

90/644/EEG: Beschikking van de Commissie van 30 november 1990 betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de Lid-Staten voor het begrotingsjaar 1988 hebben ingediend in verband met de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven

OJ L 350, 14.12.1990, p. 82–96 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 035 P. 266 - 280
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 035 P. 266 - 280

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1990/644/oj

31990D0644

90/644/EEG: Beschikking van de Commissie van 30 november 1990 betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de Lid-Staten voor het begrotingsjaar 1988 hebben ingediend in verband met de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven

Publicatieblad Nr. L 350 van 14/12/1990 blz. 0082 - 0096
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 35 blz. 0266
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 35 blz. 0266


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 30 november 1990 betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de Lid-Staten voor het begrotingsjaar 1988 hebben ingediend in verband met de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven (90/644/EEG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2048/88 (2), en met name op artikel 5, lid 2,

Na raadpleging van het Comité van het Fonds,

Overwegende dat de Commissie, overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder b), van Verordening (EEG) nr. 729/70, de rekeningen die betrekking hebben op de door de in artikel 4 van voornoemde verordening bedoelde diensten en organen betaalde uitgaven goedkeurt aan de hand van de door de Lid-Staten verstrekte jaarrekeningen;

Overwegende dat de Lid-Staten de Commissie de nodige documenten voor de goedkeuring van de rekeningen over het begrotingsjaar 1988 hebben toegezonden ; dat overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3183/87 van de Raad van 19 oktober 1987 inzake de bijzondere voorschriften betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (3) het begrotingsjaar 1988 is aangevangen in november 1987 nadat de aan de Lid-Staten ter beschikking gestelde communautaire financiële middelen waren verbruikt ; dat overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2048/88 dit begrotingsjaar eindigt op 15 oktober 1988;

Overwegende dat de Commissie de in artikel 9, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 729/70 bedoelde verificaties heeft verricht;

Overwegende dat overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1723/72 van de Commissie van 26 juli 1972 inzake de goedkeuring van de rekeningen betreffende het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 295/88 (5), de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen betrekking heeft op de vaststelling van het bedrag van de in elke Lid-Staat in de loop van het betrokken jaar gedane uitgaven dat ten laste van het Fonds, afdeling Garantie, wordt erkend ; dat volgens artikel 102 van het Financieel Reglement van 21 december 1977 (6) laatstelijk gewijzigd bij Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 610/90 van de Raad (7), het resultaat van het goedkeuringsbesluit, dat het eventuele verschil is tussen het totaal van de uitgaven die ingevolge de artikelen 100 en 101 voor het betrokken begrotingsjaar zijn geboekt en het totaal van de door de Commissie bij de goedkeuring aanvaarde uitgaven, op één artikel als positieve of negatieve uitgave wordt geboekt;

Overwegende dat overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van Verordening (EEG) nr. 729/70 alleen die restituties bij uitvoer naar derde landen, respectievelijk die interventiemaatregelen ter regulering van de landbouwmarkten kunnen worden gefinancierd die volgens de communautaire voorschriften in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten zijn toegekend, respectievelijk zijn genomen ; dat volgens de verificaties een gedeelte van de door de Lid-Staten gedeclareerde uitgaven niet voldoet aan deze voorwaarden en bijgevolg niet door het EOGFL, afdeling Garantie, kan worden gefinancierd ; dat de door iedere Lid-Staat gedeclareerde bedragen, de bedragen daarvan die als ten laste van het EOGFL, afdeling Garantie, zijn erkend, en de verschillen tussen deze twee bedragen, alsmede de verschillen tussen de uitgaven die als ten laste van het EOGFL, afdeling Garantie, zijn erkend en de uitgaven die voor het begrotingsjaar zijn geboekt, in de bijlage bij deze beschikking zijn vermeld;

Overwegende dat de Lid-Staten uitvoerig over correcties op hun rekeningen zijn ingelicht en dat zij hun standpunt dienaangaande kenbaar hebben kunnen maken;

Overwegende dat de door Italië gedeclareerde uitgaven ten bedrage van 183 369 315 937 lire voor steun voor het verbruik van olijfolie en de door Griekenland gedeclareerde uitgaven ten bedrage van 48 065 056 733 drachme voor steun voor de produktie van katoen niet in deze beschikking zijn begrepen, daar een aanvullend onderzoek van deze dossiers vereist is ; dat deze bedragen derhalve in mindering zijn gebracht op de door de Lid-Staten uit hoofde van dit begrotingsjaar gedeclareerde uitgaven en later zullen worden goedgekeurd ; dat bovendien, wat de in Griekenland verleende premies voor tabaksbladen van de oogsten 1981 tot 1985 betreft, de in het kader van Verordening (EEG) nr. 1726/70 van de Commissie (8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 4263/88 (9), gestelde zekerheden eveneens later zullen (1) PB nr. L 94 van 28.4.1970, blz. 13. (2) PB nr. L 185 van 15.7.1988, blz. 1. (3) PB nr. L 304 van 27.10.1987, blz. 1. (4) PB nr. L 186 van 16.8.1972, blz. 1. (5) PB nr. L 30 van 2.2.1988, blz. 7. (6) PB nr. L 356 van 31.12.1977, blz. 1. (7) PB nr. L 70 van 16.3.1990, blz. 1. (8) PB nr. L 191 van 27.8.1970, blz. 1. (9) PB nr. L 376 van 31.12.1988, blz. 34. worden goedgekeurd ; dat deze dossiers zullen worden goedgekeurd op grond van bijkomende informaties, door deze Lid-Staten binnen een door de Commissie mede te delen termijn te verstrekken;

Overwegende dat de niet erkende uitgaven voor Duitsland een bedrag omvatten van 27 510 204 DM, voor Nederland een bedrag van 125 403 941 Hfl., voor Frankrijk een bedrag van 547 383 456 Ffr. en voor Denemarken een bedrag van 45 027 353 Dkr., betreffende in de sectoren granen en suiker verleende uitvoerrestituties ; dat krachtens deze beschikking deze bedragen door deze Lid-Staten voor eigen rekening moeten worden genomen ; dat het, gezien de bijzondere omstandigheden, in dit geval verantwoord is dat de Commissie de weigering tot financiering in het kader van deze goedkeuring van de rekeningen echter opnieuw onderzoekt als deze Lid-Staten, uiterlijk zes maanden na de notificatie van deze beschikking, de nodige bewijsstukken overleggen ; dat dit evenwel niets afdoet aan de onmiddellijke uitvoerbaarheid van deze beschikking;

Overwegende dat de niet erkende uitgaven voor Duitsland een bedrag van 104 418 850 DM omvatten betreffende de extra heffing die in de zuivelsector had moeten worden geïnd ; dat deze Lid-Staat het betrokken bedrag krachtens deze beschikking voor eigen rekening moet nemen ; dat het echter, gezien de bijzondere omstandigheden, in dit geval verantwoord is dat de Commissie de weigering tot financiering opnieuw onderzoekt naar gelang deze Lid-Staat de uitgaven declareert die vóór 31 maart 1991 moeten worden gedeclareerd in het kader van een programma voor het opkopen van referentiehoeveelheden die achteraf niet meer opnieuw kunnen worden verdeeld ; dat dit evenwel niets afdoet aan de onmiddellijke uitvoerbaarheid van deze beschikking;

Overwegende dat de niet erkende uitgaven voor Italië een bedrag van 13 953 883 351 lire omvatten betreffende de premies aan producenten van schape- en geitevlees ; dat deze Lid-Staat dit bedrag krachtens deze beschikking voor eigen rekening moet nemen ; dat het, gezien de bijzondere omstandigheden, in dit geval verantwoord is dat de Commissie de weigering tot financiering in het kader van deze goedkeuring van de rekeningen opnieuw onderzoekt, op voorwaarde dat deze Lid-Staat, binnen een door de Commissie mede te delen termijn, de nodige bewijsstukken overlegt ; dat dit evenwel niets afdoet aan de onmiddellijke uitvoerbaarheid van deze beschikking;

Overwegende dat de niet erkende uitgaven voor Frankrijk een bedrag van 446 472 537 Ffr. omvatten betreffende de extra heffing in de zuivelsector ; dat deze Lid-Staat dit bedrag krachtens deze beschikking voor eigen rekening moet nemen ; dat het, gezien de bijzondere omstandigheden, in dit geval verantwoord is dat de Commissie de weigering tot financiering in het kader van deze goedkeuring van de rekeningen opnieuw onderzoekt, op voorwaarde dat deze Lid-Staat, binnen een door de Commissie mede te delen termijn, de nodige bewijsstukken overlegt ; dat dit evenwel niets afdoet aan de onmiddellijke uitvoerbaarheid van deze beschikking;

Overwegende dat door Griekenland monetaire compenserende bedragen betreffende uitvoer naar derde landen als eigen middelen zijn aangegeven ; dat de Commissie verdere bijzonderheden dienaangaande heeft gevraagd en zich het recht voorbehoudt noodzakelijk geachte correcties aan te brengen in het kader van een latere goedkeuringsbeschikking in het geval waarin uit deze gegevens zou blijken dat de betreffende monetaire compenserende bedragen, overeenkomstig de van toepassing zijnde reglementaire bepalingen, in mindering hadden moeten worden gebracht op de restituties;

Overwegende dat het Hof van Justitie in zijn arrest in zaak C-10/88 de beschikking betreffende de goedkeuring van de rekeningen van Italië voor het begrotingsjaar 1985 nietig heeft verklaard voor zover de door deze Lid-Staat gedeclareerde uitgaven betreffende premies bij de geboorte van kalveren waren uitgesloten van communautaire financiering ; dat dientengevolge, overeenkomstig artikel 176 van het Verdrag, een bedrag van 19 045 553 222 lire voor het begrotingsjaar 1985 in het kader van deze goedkeuring van de rekeningen voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking moet worden genomen ; dat bovendien in het kader van deze goedkeuring van de rekeningen de bedragen die, om dezelfde reden, waren uitgesloten van communautaire financiering voor de begrotingsjaren 1986 en 1987 voor een totaal van 57 665 488 647 lire voor wat betreft Italië, een bedrag van 173 871,44 pond sterling voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk en een bedrag van 7 683 Iers pond voor wat betreft Ierland voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking moeten worden genomen;

Overwegende dat het Hof in zijn arrest in zaak C-8/88 de beschikking betreffende de goedkeuring van de rekeningen van Duitsland voor het begrotingsjaar 1984 nietig heeft verklaard voor zover bepaalde bedragen betreffende de premies voor het aanhouden van zoogkoeien van communautaire financiering waren uitgesloten ; dat dientengevolge, overeenkomstig artikel 176 van het Verdrag, een bedrag van 42 585,88 DM voor het begrotingsjaar 1984 in het kader van deze goedkeuring van de rekeningen voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking moet worden genomen ; dat bovendien in het kader van deze goedkeuring van de rekeningen het bedrag dat, voor dezelfde reden, was uitgesloten van communautaire financiering voor het begrotingsjaar 1986 zijnde 40 324,06 DM voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking moet worden genomen;

Overwegende dat het Hof in zijn arrest in zaak C-259/87 de beschikking betreffende de goedkeuring van de rekeningen van Griekenland voor het begrotingsjaar 1983 nietig heeft verklaard voor zover de door deze Lid-Staat gedeclareerde uitgaven betreffende de verkoop van twee partijen van 30 000 ton uit openbare opslag afkomstige zachte tarwe van communautaire financiering waren uitgesloten ; dat dientengevolge, overeenkomstig artikel 176 van het Verdrag, een bedrag van 596 040 000 drachme voor het begrotingsjaar 1983 in het kader van deze goedkeuring van de rekeningen voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking moet worden genomen;

Overwegende dat het Hof in zijn arrest in zaak C-334/87 de beschikking betreffende de goedkeuring van de rekeningen van Griekenland voor het begrotingsjaar 1984 nietig heeft verklaard voor zover de door deze Lid-Staat gedeclareerde uitgaven betreffende de kosten van opslag van een partij residuolie voor de periode van 14 maart tot en met 7 augustus 1984 van communautaire financiering waren uitgesloten ; dat dientengevolge, overeenkomstig artikel 176 van het Verdrag, een bedrag van 9 389 270 drachme voor het begrotingsjaar 1984 in het kader van deze goedkeuring van de rekeningen voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking moet worden genomen;

Overwegende dat, wat Italië betreft, de onderzoeken naar de kwaliteit en herkomst van de in interventie opgeslagen olijfolie, naar de premie voor zoogkoeien, naar de verwerkingssteun voor soja, naar de produktiesteun van harde tarwe en naar de kwaliteit van de in interventie opgeslagen tabak, nu zijn afgesloten ; dat, wat betreft Frankrijk, het onderzoek naar de particuliere opslag van kalfsvlees eveneens is afgesloten ; dat bij deze beschikking een besluit wordt genomen over de te nemen maatregelen;

Overwegende dat op grond van Verordening (EEG) nr. 1078/77 van de Raad van 17 mei 1977 tot invoering van een stelsel van premies voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1300/84 (2), de uitgaven voor deze maatregelen voor 60 % door de afdeling Garantie van het EOGFL en voor 40 % door de afdeling Oriëntatie van het EOGFL worden gefinancierd ; dat deze maatregelen worden beschouwd als interventiemaatregelen in de zin van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 729/70 en dat zij een gemeenschappelijke actie vormen in de zin van artikel 6, lid 1, van diezelfde verordening ; dat derhalve bij de goedkeuring van de rekeningen over de door het EOGFL gefinancierde uitgaven ook de uitgaven van de afdeling Oriëntatie in aanmerking moeten worden genomen;

Overwegende dat deze beschikking niet vooruitloopt op de financiële consequenties die bij een goedkeuring van de rekeningen op een later tijdstip worden getrokken ingevolge procedures betreffende nationale steun of procedures betreffende inbreuken die krachtens artikel 93, respectievelijk artikel 169 van het Verdrag thans aanhangig zijn of na 18 juli 1989 zijn afgesloten ; dat dit eveneens geldt voor inbreuken die in 1988 zijn begaan en nationale steun die in 1988 is uitgekeerd, maar onverenigbaar is met het Verdrag en die van invloed is op de uitgaven ten laste van het EOGFL in een begrotingsjaar na 1988;

Overwegende dat deze beschikking niet vooruitloopt op de financiële consequenties die de Commissie bij goedkeuring van de rekeningen op een later tijdstip zal trekken naar aanleiding van de op de datum van deze beschikking aan de gang zijnde onderzoeken, onregelmatigheden in de zin van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 729/70 of arresten van het Hof van Justitie in zaken die thans hangende zijn en waarop ook deze beschikking betrekking heeft;

Overwegende dat voor de operaties betreffende voedselhulp, waarvoor tot de goedkeuring betreffende de voedselhulp nog geen beslissing werd genomen, de financiële consequenties voor de afdeling Garantie in aanmerking zullen worden genomen bij goedkeuring van de rekeningen op een later tijdstip,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De rekeningen van de Lid-Staten betreffende de financiële uitgaven door het EOGFL, afdeling Garantie, voor het begrotingsjaar 1988 worden goedgekeurd overeenkomstig de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

De bedragen voortvloeiend uit punt 3, kolom (c), van de bijlage zijn te boeken met de uitgaven bedoeld bij artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2776/88 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 775/90 (4), ten titel van de daaropvolgende maand waarin de huidige beschikking werd genotifieerd.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 30 november 1990.

Voor de Commissie

Ray MAC SHARRY

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 131 van 26.5.1977, blz. 1. (2) PB nr. L 125 van 12.5.1984, blz. 3. (3) PB nr. L 249 van 8.9.1988, blz. 9. (4) PB nr. L 83 van 30.9.1990, blz. 85.

BIJLAGE

>PIC FILE= "T0047920"> >PIC FILE= "T0047921">

>PIC FILE= "T0047922">

>PIC FILE= "T0047923">

>PIC FILE= "T0047924">

>PIC FILE= "T0047925">

>PIC FILE= "T0047926">

>PIC FILE= "T0047927">

>PIC FILE= "T0047928">

>PIC FILE= "T0047929">

>PIC FILE= "T0047930">

>PIC FILE= "T0047931">

Top