EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31989R3427

VERORDENING (EEG) Nr. 3427/89 VAN DE RAAD van 30 oktober 1989 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71

PB L 331 van 16.11.1989, p. 1–5 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 01/02/1997; stilzwijgende opheffing door 397R0118

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1989/3427/oj

31989R3427

VERORDENING (EEG) Nr. 3427/89 VAN DE RAAD van 30 oktober 1989 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 -

Publicatieblad Nr. L 331 van 16/11/1989 blz. 0001 - 0005
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 5 Deel 4 blz. 0165
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 5 Deel 4 blz. 0165


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 3427/89 VAN DE RAAD

van 30 oktober 1989

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 51 en 235,

Gezien het voorstel van de Commissie (1), opgesteld na raadpleging van de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers,

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat krachtens artikel 99 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2332/89 (5), het gehele vraagstuk van de uitbetaling der gezinsbijslagen aan de gezinsleden die niet op het grondgebied van de bevoegde Staat wonen opnieuw moet worden bezien om te komen tot een voor alle Lid-Staten geldende eenvormige oplossing;

Overwegende dat het Hof van Justitie bij zijn arrest van 15 januari 1986 in de zaak 41/84 (Pinna) artikel 73, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 ongeldig heeft verklaard op grond van het feit dat het criterium van de plaats waar de gezinsleden van de migrerende werknemer wonen, dat in het bedoelde lid wordt gehanteerd om vast te stellen welke wetgeving van toepassing is op de voor deze werknemer geldende gezinsbijslagen, de door artikel 48 van het Verdrag voorgeschreven gelijke behandeling niet kan waarborgen en dus niet mag worden aangewend in het kader van de cooerdinatie van de nationale wettelijke regelingen waarin artikel 51 van het Verdrag voorziet ter bevordering van het vrije verkeer van werknemers in de Gemeenschap overeenkomstig artikel 48;

Overwegende dat het bijgevolg dienstig is af te zien van het criterium van de plaats waar de gezinsleden van de werknemer wonen voor de toekenning van de gezinsbijslagen;

Overwegende, daarentegen, dat het in artikel 73, lid 1, en artikel 74, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 gehanteerde tewerkstellingscriterium de gelijke behandeling waarborgt van alle werknemers op wie een zelfde wetgeving van toepassing is; dat de keuze van deze aanknopingsfactor geboden is omwille van de duidelijkheid en rechtvaardigheid en om redenen die verband houden met de interne samenhang van Verordening (EEG) nr. 1408/71 die zich voor de vaststelling van de van toepassing zijnde wetgeving in het algemeen baseert op de »lex loci laboris";

Overwegende dat het bijgevolg aanbeveling verdient om deze weg eveneens te volgen voor de werknemers op wie de Franse wetgeving van toepassing is; dat het van belang is Verordening (EEG) nr. 1408/71 en Verordening (EEG) nr. 574/72 (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2332/89, in die zin te wijzigen; dat het ontbreken van de in artikel 99 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 bedoelde eenvormige oplossingen ten tijde dat de persoonlijke werkingssfeer van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 werd uitgebreid tot de zelfstandigen en hun gezinsleden een dergelijke uitbreiding voor de artikelen 73 tot en met 76 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 onmogelijk heeft gemaakt; dat het thans aanbeveling verdient de bepalingen ook van toepassing te verklaren op zelfstandigen en dienovereenkomstig een aantal bepalingen van Verordening (EEG) nr. 574/72 aan te passen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 1408/71 wordt als volgt gewijzigd:

1. hoofdstuk 7 van titel III wordt vervangen door:

»HOOFDSTUK 7

GEZINSBIJSLAGEN

Artikel 72

Samentelling van tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van arbeid

Het bevoegde orgaan van een Lid-Staat waarvan de wettelijke regeling het verkrijgen van het recht op bijslagen afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van arbeid, houdt daartoe, voor zover nodig, rekening met de op het grondgebied van elke andere Lid-Staat vervulde tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van arbeid, alsof deze tijdvakken waren vervuld krachtens de door dat orgaan toegepaste wettelijke regeling.

Artikel 73

Werknemers in loondienst of zelfstandigen wier gezinsleden in een andere Lid-Staat dan de bevoegde Staat wonen

Onder voorbehoud van het bepaalde in bijlage VI heeft de werknemer of de zelfstandige op wie de wettelijke regeling van een Lid-Staat van toepassing is, voor zijn gezinsleden die op het grondgebied van een andere Lid-Staat wonen, recht op de gezinsbijslagen waarin de wettelijke regeling van de eerste Staat voorziet, alsof die gezinsleden op het grondgebied van deze Staat woonden.

Artikel 74

Werklozen wier gezinsleden wonen in een andere Lid-Staat dan de bevoegde Staat

Onder voorbehoud van het bepaalde in bijlage VI heeft de werkloze werknemer of zelfstandige die krachtens de wettelijke regeling van een Lid-Staat werkloosheidsuitkering geniet, voor zijn gezinsleden die op het grondgebied van een andere Lid-Staat wonen, recht op de gezinsbijslagen waarin de wettelijke regeling van de eerste Staat voorziet, alsof die gezinsleden op het grondgebied van deze Staat woonden.

Artikel 75

Verlenen van bijslagen

1. Gezinsbijslagen worden in de in artikel 73 bedoelde gevallen verleend door het bevoegde orgaan van de Staat aan de wettelijke regeling waarvan de werknemer of de zelfstandige onderworpen is, en, in de in artikel 74 bedoelde gevallen, door het bevoegde orgaan van de Staat krachtens de wettelijke regeling waarvan de werkloze werknemer of zelfstandige werkloosheidsuitkeringen geniet. Zij worden overeenkomstig de door deze organen toegepaste bepalingen verleend, ongeacht of de natuurlijke of de rechtspersoon aan wie deze bijslagen moeten worden uitbetaald, op het grondgebied van de bevoegde Staat of op dat van een andere Lid-Staat woont of verblijft of haar zetel heeft.

2. Indien degene aan wie de gezinsbijslagen moeten worden verleend, deze niet voor het onderhoud van de gezinsleden besteedt, betaalt het bevoegde orgaan, op verzoek en door tussenkomst van het orgaan van hun woonplaats dan wel van het orgaan of de instelling welke daartoe door de bevoegde autoriteit van het land waar zij wonen, is aangewezen, deze bijslagen uit aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon te wiens laste de gezinsleden in feite komen, hetgeen volledige kwijting van het bevoegde orgaan inhoudt.

3. Twee of meer Lid-Staten kunnen ingevolge artikel 8 overeenkomen dat het bevoegde orgaan de gezinsbijslagen welke krachtens de wettelijke regeling van deze Staten of van een van deze Staten verschuldigd zijn, aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon uitbetaalt te wiens laste de gezinsleden in feite komen, hetzij rechtstreeks hetzij door tussenkomst van het orgaan van hun woonplaats.

Artikel 76

Prioriteitsregels bij cumulatie van rechten op gezinsbijslagen krachtens de wetgeving van de bevoegde Staat en krachtens de wetgeving van de Lid-Staat waar de gezinsleden wonen

1. Wanneer gezinsbijslagen in hetzelfde tijdvak, voor hetzelfde gezinslid en wegens het uitoefenen van een beroepsactiviteit worden toegekend krachtens de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de gezinsleden wonen, wordt het recht op de gezinsbijslagen die krachtens de wetgeving van een andere Lid-Staat, in voorkomend geval uit hoofde van de artikelen 73 of 74, verschuldigd zijn, geschorst ten belope van het bedrag dat bij de wetgeving van de eerstgenoemde Lid-Staat is vastgesteld.

2. Indien in de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de gezinsleden wonen, geen verzoek tot uitkering wordt ingediend, kan de bevoegde instelling van de andere Lid-Staat lid 1 toepassen alsof in de eerstgenoemde Lid-Staat wel bijslagen zijn uitgekeerd.";

2. artikel 90 wordt geschrapt;

3. artikel 94, lid 9, wordt vervangen door:

»9. De kinderbijslagen die de in Frankrijk werkzame werknemers op 15 november 1989 genieten voor hun in een andere Lid-Staat wonende gezinsleden worden doorbetaald tegen de tarieven, binnen de grenzen en volgens de regeling geldende op die datum zolang het bedrag van die bijslagen hoger is dan het bedrag van de bijslagen die vanaf 16 november 1989 verschuldigd zouden zijn en zolang op de betrokkenen de Franse wetgeving van toepassing is. Met onderbrekingen van minder dan een maand en met tijdvakken waarover uitkeringen wegens ziekte of werkloosheid werden ontvangen, wordt geen rekening gehouden.

De wijze van toepassing van dit lid, en met name de omslag van de uitgaven voor deze bijslagen, wordt in gemeen overleg door de betrokken Lid-Staten of door hun bevoegde instanties, na raadpleging van de Administratieve Commissie, vastgesteld."; 4. artikel 99 wordt geschrapt;

5. bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a) in deel I wordt punt E. FRANKRIJK vervangen door:

»E. FRANKRIJK

Indien een Franse instelling bevoegd is voor de toekenning van de gezinsbijslagen overeenkomstig titel III, hoofdstuk 7, van de verordening:

1. wordt als werknemer in de zin van artikel 1, onder a), ii), van de verordening beschouwd, elke persoon die verplicht bij de sociale zekerheid aangesloten is overeenkomstig artikel L 311-2 van de »Code de la Sécurité Sociale", en die voldoet aan de minimumvoorwaarden inzake activiteit en bezoldiging die in artikel L 313-1 van de »Code de la Sécurité Sociale" zijn vastgesteld om in aanmerking te komen voor uitkeringen in het kader van de ziekteverzekering, geboorteuitkeringen, invaliditeitsuitkeringen, dan wel de persoon die genoemde uitkeringen geniet;

2. wordt als zelfstandige in de zin van artikel 1, onder a), ii) van de verordening beschouwd, elke persoon die een activiteit anders dan in loondienst uitoefent en verplicht is zich tegen het ouderdomsrisico te verzekeren bij een stelsel voor zelfstandigen en daarvoor bijdragen te betalen.";

b) in deel II wordt punt E. FRANKRIJK vervangen door:

»E. FRANKRIJK

Met het woord »gezinslid" wordt elke persoon bedoeld die vermeld wordt in artikel L 512-3 van de »Code de la Sécurité Sociale".";

6. bijlage II, deel II, wordt als volgt gewijzigd:

a) de tekst van punt E. FRANKRIJK wordt vervangen door:

»E. FRANKRIJK

De uitkering voor jeugdige kinderen tot de leeftijd van drie maanden.";

b) de tekst van punt I. LUXEMBURG wordt vervangen door:

»I. LUXEMBURG

a) De zwangerschapsuitkeringen.

b) De uitkeringen bij geboorte.";

7. bijlage VI, punt E. FRANKRIJK, wordt als volgt gewijzigd:

a) punt 4 wordt vervangen door:

»4. Degene die op grond van artikel 14, lid 1, of van artikel 14 bis, lid 1, van de verordening onderworpen is aan de Franse wettelijke regeling heeft voor de gezinsleden die hem op het grondgebied van de Lid-Staat waar bij beroepswerkzaamheden verricht vergezellen, recht op de volgende gezinsbijslagen:

a) de uitkering voor jeugdige kinderen tot de leeftijd van drie maanden;

b) de gezinsbijslagen toegekend krachtens artikel 73 van de verordening.";

b) het volgende punt wordt toegevoegd:

»7. Ongeacht de artikelen 73 en 74 van de verordening, worden de huisvestingstoelagen, de toelage voor kinderoppas thuis en de opvoedingstoeslag voor thuisblijvende ouders alleen toegekend aan de betrokkenen en hun gezinsleden die op het Franse grondgebied wonen.".

Artikel 2

Verordening (EEG) nr. 574/72 wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 10 bis wordt vervangen door:

»Artikel 10 bis

Voorschriften die van toepassing zijn indien op de werknemer of zelfstandige gedurende een zelfde tijdvak of een gedeelte van een tijdvak achtereenvolgens de wettelijke regeling van diverse Lid-Staten van toepassing is

Indien op een werknemer of zelfstandige achtereenvolgens de wettelijke regeling van twee Lid-Staten van toepassing was gedurende het tijdvak gelegen tussen twee vervaldagen, zoals die zijn voorzien in de wettelijke regeling van een of beide betrokken Lid-Staten ter zake van de toekenning van de gezinsbijslagen, zijn de volgende voorschriften van toepassing:

a) de gezinsbijslagen waarop de betrokkene aanspraak kan maken op grond van het feit dat de wettelijke regeling van elk van deze Staten op hem van toepassing was, komen overeen met het aantal dagelijkse bijslagen die krachtens de betrokken wettelijke regeling verschuldigd zijn. Indien de wettelijke regelingen waaraan hij onderworpen is geweest geen dagelijkse bijslagen kennen, worden de gezinsbijslagen toegekend naar verhouding van de tijd gedurende welke de belanghebbende onderworpen is geweest aan de wettelijke regeling van elk der Lid-Staten ten opzichte van het bij de betrokken wettelijke regeling vastgestelde tijdvak;

b) indien de gezinsbijslagen zijn verleend door een orgaan gedurende een tijdvak waarin deze hadden moeten worden verleend door een ander orgaan, vindt verrekening tussen deze organen plaats;

c) voor de toepassing van het bepaalde onder a) en b) vindt de omrekening plaats overeenkomstig artikel 15, lid 3, van de toepassingsverordening, indien de krachtens de wettelijke regeling van een Lid-Staat vervulde tijdvakken van al dan niet in loondienst verrichte werkzaamheden in andere eenheden zijn uitgedrukt dan die welke dienen voor de berekening van de gezinsbijslagen krachtens de wettelijke regeling van een andere Lid-Staat waaraan de belanghebbende gedurende een zelfde tijdvak eveneens onderworpen is geweest; d) in afwijking van het bepaalde onder a) neemt in het kader van de in bijlage 8 van de toepassingsverordening genoemde betrekkingen tussen de Lid-Staten, het orgaan dat de kosten van de gezinsbijslagen draagt op grond van de eerste werkzaamheden al dan niet in loondienst gedurende het betrokken tijdvak, deze kosten gedurende het gehele lopende tijdvak voor zijn rekening.";

2. het opschrift van hoofdstuk 7 van titel IV wordt vervangen door:

»GEZINSBIJSLAGEN";

3. in artikel 86:

a) wordt de aan artikel 86 voorafgaande titel vervangen door:

»Toepassing van artikel 73 en van artikel 75, leden 1 en 2, van de verordening";

b) de titel onder artikel 86 wordt geschrapt;

c) lid 4 wordt vervangen door:

»4. De bevoegde autoriteiten van twee of meer Lid-Staten kunnen een bijzondere betalingswijze voor de gezinsbijslagen overeenkomen, met name ter vergemakkelijking van de toepassing van artikel 75, leden 1 en 2, van de verordening. Deze overeenkomsten worden ter kennis van de Administratieve Commissie gebracht.";

4. artikel 87 en de daaraan voorafgaande titel worden geschrapt;

5. artikel 88 en de daaraan voorafgaande titel worden vervangen door:

»Toepassing van artikel 74 van de verordening

Artikel 88

Artikel 86 van de toepassingsverordening is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 74 van de verordening bedoelde werkloze werknemers of zelfstandigen.";

6. artikel 89 en de daaraan voorafgaande titel worden geschrapt;

7. artikel 98 en de daaraan voorafgaande titel worden geschrapt;

8. artikel 101, lid 1, wordt vervangen door:

»1. De Administratieve Commissie stelt voor elk kalenderjaar een stand van de schuldvorderingen op, zulks ter toepassing van de artikelen 36, 63 en 70 van de verordening.";

9. artikel 102, lid 2, wordt vervangen door:

»2. De in de artikelen 36, 63 en 70 van de verordening bedoelde vergoedingen worden voor alle bevoegde organen van een Lid-Staat te zamen door tussenkomst van de door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten aangewezen instellingen betaald aan de organen van een andere Lid-Staat die betalingen te vorderen hebben. De instellingen door tussenkomst waarvan de vergoedingen zijn betaald, stellen de Administratieve Commissie in kennis van de vergoede bedragen, binnen de door die commissie gestelde termijnen en op de door haar vastgestelde wijze.";

10. artikel 104, lid 2, wordt vervangen door:

»2. De bepalingen die overeenkomen met die welke in lid 1 zijn bedoeld en die na de inwerkingtreding van de verordening in de betrekkingen tussen twee of meer Lid-Staten van toepassing worden, worden in bijlage 5 van de toepassingsverordening opgenomen. Dit geldt eveneens voor de bepalingen die zullen worden overeengekomen krachtens artikel 97, lid 2, van de toepassingsverordening.";

11. artikel 120 wordt geschrapt;

12. in bijlage 2, punt E. FRANKRIJK

a) wordt punt 3 geschrapt;

b) wordt punt 4 punt 3;

13. bijlage 10 wordt als volgt gewijzigd:

a) in punt A. BELGIË wordt punt d) van punt 6 geschrapt;

b) in punt B. DENEMARKEN wordt punt a) van punt 6 vervangen door:

»a) vergoedingen uit hoofde van artikel 36 en artikel 63 van de verordening: (ongewijzigd)";

c) in punt C. DUITSLAND wordt punt 8 vervangen door:

»8. Voor de toepassing van de artikelen 36 en 63 van de verordening en van artikel 102, lid 2, van de toepassingsverordening: (ongewijzigd)";

d) in punt E. FRANKRIJK

i) wordt punt 8 geschrapt;

ii) worden de punten 9 en 10 respectievelijk de punten 8 en 9;

iii) wordt punt 8 (nieuw) vervangen door:

»8. Voor de gezamenlijke toepassing van de artikelen 36 en 63 van de verordening en van artikel 102, lid 2, van de toepassingsverordening: (ongewijzigd)";

e) in punt G. IERLAND wordt punt b) van punt 3 vervangen door:

»b) Voor de toepassing van artikel 70 van de verordening en van artikel 102, lid 2, van de toepassingsverordening: (ongewijzigd)";

f) in punt H. ITALIË

i) wordt punt 5 geschrapt;

ii) worden de punten 6, 7 en 8 respectievelijk de punten 5, 6 en 7;

iii) wordt punt c) van punt 6 (nieuw) vervangen door:

»c) vergoedingen krachtens artikel 70 van de verordening: (ongewijzigd)";

g) in punt I. LUXEMBURG wordt punt d) van punt 8 geschrapt; h) in punt J. NEDERLAND wordt punt c) van punt 4 geschrapt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen

Zij is van toepassing met ingang van 15 januari 1986.

Artikel 76 van Verordening (EEG) nr. 1408/71, zoals gewijzigd bij artikel 1, punt 1, van de onderhavige verordening, is evenwel eerst van toepassing met ingang van 1 mei 1990.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 1989.

Voor de Raad

De Voorzitter

J.-P. SOISSON

(1) PB nr. C 292 van 16. 11. 1988, blz. 7.

(2) PB nr. C 12 van 16. 1. 1989, blz. 365.

(3) PB nr. C 23 van 30. 1. 1989, blz. 49.

(4) PB nr. L 149 van 5. 7. 1971, blz. 2.

(5) PB nr. L 224 van 2. 8. 1989, blz. 1.

(6) PB nr. L 74 van 27. 3. 1972, blz. 1.

Top