Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31989D0663

BESLUIT VAN DE RAAD van 14 december 1989 tot wijziging van Besluit 87/327/EEG tot vaststelling van het communautaire actieprogramma inzake de mobiliteit van studenten (ERASMUS) (89/663/EEG)

OJ L 395, 30.12.1989, p. 23–27 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

No longer in force, Date of end of validity: 30/06/1994

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1989/663/oj

31989D0663

BESLUIT VAN DE RAAD van 14 december 1989 tot wijziging van Besluit 87/327/EEG tot vaststelling van het communautaire actieprogramma inzake de mobiliteit van studenten (ERASMUS) (89/663/EEG) -

Publicatieblad Nr. L 395 van 30/12/1989 blz. 0023 - 0027


BESLUIT VAN DE RAAD van 14 december 1989 tot wijziging van Besluit 87/327/EEG tot vaststelling van het communautaire actieprogramma inzake de mobiliteit van studenten ( ERASMUS ) ( 89/663/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 128,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ),

Overwegende dat de in het tweede beginsel van Besluit 63/266/EEG ( 3 ) genoemde fundamentele doelstellingen van een gemeenschappelijk beleid met betrekking tot de beroepsopleiding er in het bijzonder op gericht zijn eenieder de mogelijkheid te bieden het voor de uitoefening van zijn beroepsarbeid hoogst mogelijke opleidingsniveau te bereiken; dat voorts volgens dat beginsel de beroepsopleiding zo ruim dient te worden opgezet dat aan de eisen wordt voldaan die uit de technische vooruitgang voortvloeien, waarbij de verschillende vormen van beroepsopleiding met de economische en sociale ontwikkelingen in verband worden gebracht;

Overwegende dat, ingevolge het zesde beginsel van genoemd besluit, de Commissie tot taak heeft de rechtstreekse uitwisseling van deskundigen op het gebied van de beroepsopleiding te bevorderen om hen in staat te stellen kennis te nemen en een studie te maken van hetgeen in de andere landen van de Gemeenschap ter zake tot stand werd gebracht en nieuw werd ingevoerd;

Overwegende dat de Raad bij Besluit 87/327/EEG ( 4 ) het communautaire actieprogramma inzake de mobiliteit van studenten ( ERASMUS ) in het leven heeft geroepen, en dat artikel 7 van dat besluit voorziet in de mogelijkheid van de aanpassing van het ERASMUS-programma;

Overwegende dat de Raad maatregelen heeft goedgekeurd tot versterking van de technologische samenwerking binnen de Gemeenschap en om het nodige menselijke potentieel beschikbaar te stellen, met name op grond van Besluit 89/27/EEG van de Raad van 16 december 1988 voor de tweede fase van het programma betreffende samenwerking tussen universiteit en onderneming inzake opleiding op

het gebied van de technologie ( COMETT II ) ( 1990 -

1994 ) ( 5 );

Overwegende dat de Raad maatregelen heeft genomen ter stimulering van de samenwerking en uitwisseling tussen

Europese wetenschappelijke onderzoekers, met name bij Besluit 88/419/EEG ( 6 ) tot vaststelling van het SCIENCE -

programma en Besluit 89/118/EEG ( 7 ) tot vaststelling van het SPES-programma; dat het derhalve niet juist is indien dergelijke activiteiten eveneens door het ERASMUS-programma gefinancierd zouden worden;

Overwegende dat, in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van 30 mei 1989, de situatie moet worden verduidelijkt door te bepalen dat het ERASMUS-programma voortaan uitsluitend ressorteert onder het gemeenschappelijk beleid met betrekking tot de beroepsopleiding als bedoeld in artikel 128 van het Verdrag;

Overwegende dat, ingevolge het door de Europese Raad ( 28-29 juni 1985 ) goedgekeurde verslag over het "Europa van de burgers" waarin wordt bepleit een groot gedeelte van de studentenbevolking aan uitwisselingsprogramma's te laten deelnemen, de Commissie overeenkomstig de wens van het Europese Parlement ( 8 ) ernaar streeft om tegen 1992 bijna 10 % van de studenten in de Gemeenschap een universitaire opleiding te laten volgen die door universiteiten van meer dan één Lid-Staten wordt georganiseerd;

Overwegende dat de Raad tijdens zijn zitting van 28 juli 1989 Besluit 89/489/EEG ( 9 ) tot vaststelling van het LINGUAprogramma heeft goedgekeurd ter bevordering van het vreemde-talenonderwijs en het aanleren van vreemde talen in de Europese Gemeenschap;

Overwegende dat de Raad tijdens zijn zitting van 21 december 1988 Richtlijn 89/48/EEG ( 10 ) heeft aangenomen betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten;

Overwegende dat de jaarverslagen over de werking van het ERASMUS-programma in 1987 en 1988, alsmede het rapport over de ervaring die is opgedaan bij de uitvoering van het programma in de jaren 1987-1989, hebben aangetoond dat dit programma een doeltreffend middel is om de mobiliteit van studenten te vergroten via een doelmatige samenwerking tussen universiteiten in de Gemeenschap;

Overwegende dat de op communautair niveau aangegane verbintenis om de mobiliteit van studenten te stimuleren ook geldt voor de Lid-Staten, die worden opgeroepen zich mede in te zetten voor de werkzaamheden die vereist zijn om de doelstellingen van het ERASMUS-programma te verwezenlijken,

BESLUIT :

Artikel 1

Besluit 87/327/EEG wordt als volgt gewijzigd :

¹

¹

¹

1 . aan artikel 1, lid 2, wordt toegevoegd :

"Studenten die aan deze instellingen zijn ingeschreven komen, onafhankelijk van de studierichting, in aanmerking voor steun in het kader van het ERASMUS-programma tot en met het doctoraatsniveau, op voorwaarde dat de studieperiode aan de gastuniversiteit past in het leerplan van de universiteit van herkomst van de student en in zijn of haar beroepsopleiding .

Het ERASMUS -programma subsidieert geen ontwikkelingsactiviteiten inzake onderzoek en technologie .";

2 . in artikel 2 :

a ) wordt punt ii ) vervangen door :

"ii ) een brede en intensieve samenwerking op het gebied van beroepsopleiding tussen universiteiten in alle Lid-Staten bevorderen;",

b ) wordt punt iii ) als volgt gewijzigd :

de woorden "het onderwijs en" worden geschrapt in de vierde regel;

3 . artikel 4 wordt vervangen door :

"Artikel 4

De middelen die noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van het ERASMUS-programma belopen voor de eerste drie jaar van de vijfjarige periode 192 miljoen ecu .

Vanaf 1 januari 1990 zullen de kredieten voor de communautaire bijdrage aan de acties uit hoofde van de bijlage, met inbegrip van maatregelen om te zorgen voor de technische bijstand op communautair niveau, voortdurende controle en evaluatie van het programma, in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure worden goedgekeurd, met inachtneming van de resultaten van het programma en eventuele nieuwe behoeften die zich bij de uitvoering ervan kunnen voordoen .

De benodigde kredieten voor de eerste drie jaren van het programma zullen deel uitmaken van de toekomstige

begrotingen in het kader van de door het Europese Parlement, de Raad en de Commissie op 29 juni 1988 gezamenlijk in het Interinstitutioneel Akkoord ( 11 ) overeengekomen actuele financiële vooruitzichten voor 1988-1992 en de verdere ontwikkeling ervan .

Er wordt gestreefd in het kader van de acties 1 en 2 een zo groot mogelijk deel van de middelen te bestemmen voor steun voor studentenmobiliteit .

( 12 ) PB nr . L 185 van 15 . 7 . 1988, blz . 33 .";

4 . in artikel 5 wordt de zinsnede "de overige, reeds geplande communautaire acties" vervangen door "andere communautaire acties";

5 . in artikel 7 wordt de in de eerste regel vermelde datum van 31 december 1989 vervangen door 31 december 1993, en de in de vijfde regel vermelde datum van 30 juni 1990 door 30 juni 1994;

6 . de bijlage wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit .

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 1991, behalve voor actie 2.2 die op 1 juli 1990 van kracht wordt .

Gedaan te Brussel, 14 december 1989 .

Voor de Raad

De Voorzitter

L . JOSPIN

( 1 ) PB nr . C 323 van 27 . 12 . 1989 .

( 2 ) PB nr . C 329 van 30 . 12 . 1989 .

( 3 ) PB nr . 63 van 20 . 4 . 1963, blz . 1338/63 .

( 4 ) PB nr . L 166 van 25 . 6 . 1987, blz . 20 .

( 5 ) PB nr . L 13 van 17 . 1 . 1989, blz . 28 .

( 6 ) PB nr . L 206 van 30 . 7 . 1988, blz . 34.(7 ) PB nr . L 44 van 16 . 2 . 1989, blz . 44.(8 ) PB nr . C 148 van 16 . 6 . 1986, blz . 125.(9 ) PB nr . L 239 van 16 . 8 . 1989, blz . 24 .

( 10 ) PB nr . L 19 van 24 . 1 . 1989, blz . 16 .

BIJLAGE "BIJLAGE ACTIE 1 Oprichting en werkwijze van een Europees universitair netwerk

1 . De Gemeenschap zal voortgaan met het ontwikkelen van het Europees universitair netwerk dat is opgericht in het kader van het ERASMUS-programma ter bevordering van studentenuitwisseling in de Gemeenschap .

Het Europees universitair netwerk zal bestaan uit de universiteiten die in het kader van het ERASMUS-programma overeenkomsten hebben gesloten en programma's georganiseerd voor de uitwisseling van studenten en docenten met universiteiten van andere Lid-Staten en die er zorg voor dragen dat de vervulde studieperioden buiten de eigen universiteit volledig worden erkend .

Het hoofddoel van overeenkomsten tussen universiteiten is universiteitsstudenten de gelegenheid te geven een volledig erkende studieperiode in ten minste één andere Lid-Staat te volgen als integrerend onderdeel van hun studie voor diploma of academische kwalificatie . Deze gemeenschappelijke programma's kunnen zo nodig een geïntegreerde periode van voorbereiding op een vreemde taal omvatten, evenals samenwerking tussen docenten en administratief personeel ten einde de nodige voorwaarden te scheppen voor de uitwisseling van studenten en voor de wederzijdse erkenning van in het buitenland vervulde studietijdvakken . Zo mogelijk moet in het land van oorsprong van de student een begin worden gemaakt met de voorbereiding op de vreemde taal, alvorens hij naar het buitenland vertrekt .

Prioriteit zal worden gegeven aan programma's die een geïntegreerde en volledig erkende studieperiode in een andere Lid-Staat omvatten . Voor ieder gemeenschappelijk studieprogramma zal elke deelnemende universiteit steun ontvangen van maximaal 25 000 ecu per jaar, voor een periode van maximaal drie jaar in eerste instantie, met de mogelijkheid van periodieke herziening .

2 . Er zal tevens steun worden verleend voor uitwisseling van docenten met het oog op de uitvoering van geïntegreerde onderwijsopdrachten in andere Lid-Staten .

3 . Er zal tevens steun worden verleend voor gezamenlijke projecten inzake ontwikkeling van studieprogramma's tussen universiteiten in verschillende Lid-Staten als middel om de academische erkenning te vergemakkelijken en via uitwisseling van ervaringen bij te dragen tot het proces van vernieuwing en verbetering van cursussen in de gehele Gemeenschap .

4 . Daarenboven zal tot een bedrag van 20 000 ecu steun worden verleend aan universiteiten die intensieve onderwijsprogramma's van korte duur organiseren waarbij studenten uit verschillende Lid-Staten betrokken zijn . Deze actie zal een aanvullend karakter hebben .

5 . De Gemeenschap zal eveneens steun verlenen voor studiebezoeken van docenten, opleidend personeel en administratief kaderpersoneel van universiteiten aan andere Lid-Staten, ten einde hen in staat te stellen samen met universiteiten van die Lid-Staten geïntegreerde studieprogramma's op te stellen en om hun wederzijdse kennis van de opleidingsaspecten van de hoger-onderwijssystemen in de overige Lid-Staten te verbeteren . Tevens zullen er beurzen beschikbaar worden gesteld om docenten in de gelegenheid te stellen een reeks gespecialiseerde colleges in diverse Lid-Staten te geven .

ACTIE 2 Stelsel van ERASMUS-studiebeurzen

1 . De Gemeenschap zal voortgaan met de ontwikkeling van een stelsel voor rechtstreekse financiële steun aan universiteitsstudenten, zoals omschreven in artikel 1, lid 2, van Besluit 87/327/EEG, die een studieperiode in een andere Lid-Staat vervullen . Bij de vaststelling van de totale uitgaven voor respectievelijk de acties 1 en 2 zal de Gemeenschap het aantal studenten in aanmerking nemen die binnen het Europees universitair netwerk, naarmate dit zich ontwikkelt, zullen worden uitgewisseld .

2 . De ERASMUS-studiebeurzen worden beheerd door de bevoegde instanties in de Lid-Staten . In verband met de ontwikkeling van het Europees universitair netwerk wordt aan elke Lid-Staat een minimumbedrag van 200 000 ecu ( ongeveer 100 beurzen ) toegewezen; de toewijzing van het resterende bedrag aan elke Lid-Staat wordt gebaseerd op het totale aantal universiteitsstudenten zoals omschreven in artikel 1, lid 2, op het totale aantal 18 - tot 25-jarigen in elke Lid-Staat, op de gemiddelde kosten van de reis tussen het land van de universiteit van oorsprong van de student en het land van de gastuniversiteit, alsmede op het verschil tussen de

kosten van het levensonderhoud in het land van de universiteit van oorsprong van de student en het land van de gastuniversiteit .

Daarenboven zal de Commissie de nodige stappen nemen om te zorgen voor een evenwichtige deelneming van de verschillende studierichtingen, om rekening te houden met de vraag naar programma's en met de toevloed van studenten, alsmede om een aantal specifieke problemen op te lossen, met name de financiering van bepaalde beurzen die in verband met de structuur van de betrokken uitzonderlijke programma's, niet door nationale organen kunnen worden beheerd . De middelen die aan deze maatregelen worden besteed, mogen niet meer bedragen den 5 % van de totale jaarlijkse begroting voor studiebeurzen .

3 . De autoriteiten van de Lid-Staten welke beurzen toekennen, verstrekken beurzen tot een maximum van 5 000 ecu per student per verblijf van een jaar, onder de volgende voorwaarden :

a ) de studiebeurzen zijn bedoeld om de bijkomende kosten van mobiliteit te compenseren, d.w.z . reiskosten, eventueel noodzakelijke voorbereiding op de vreemde taal en hogere kosten van levensonderhoud in het gastland ( in voorkomend geval met inbegrip van de extra kosten omdat de student buiten zijn eigen land woont ). De studiebeurzen zijn niet bedoeld om de volledige kosten van studie in het buitenland te dekken;

b ) er zal prioriteit worden gegeven aan studenten die cursussen volgen welke deel uitmaken van het Europees universitair netwerk uit hoofde van actie 1, evenals aan studenten die deelnemen aan het voor de gehele Gemeenschap geldende Europese puntenoverdrachtsysteem ( kapitaliseerbare eenheden ) ( ECTS ) uit hoofde van actie 3 . Beurzen kunnen tevens worden verleend voor andere studenten die cursussen volgen en voor wie buiten het netwerk bijzondere regelingen zijn getroffen in een andere Lid-Staat, mits zij voldoen aan de maatstaven om voor subsidie in aanmerking te komen;

c )

studiebeurzen zullen alleen worden toegekend in gevallen waarin de in een andere Lid-Staat doorgebrachte studieperiode volledig wordt erkend door de universiteit van oorsprong van de student . Beurzen kunnen echter bij wijze van uitzondering worden toegekend in gevallen waarin de in een andere Lid-Staat door te brengen studieperiode volledig wordt erkend door de universiteit in de Lid-Staat welke de graad verleent, mits deze regeling deel uitmaakt van een overeenkomst tussen universiteiten die uit hoofde van actie 1 wordt gesteund;

d )

er wordt door de gastuniversiteiten geen collegegeld gevraagd van de studenten uit andere Lid-Staten; in voorkomend geval blijven de bursalen collegegeld betalen aan de universiteit van hun eigen land;

e )

studiebeurzen worden toegekend voor een significante periode van academische studie in een andere Lid-Staat van drie maanden tot een volledig academisch jaar of, in het geval van sterk geïntegreerde programma's, tot meer dan 12 maanden . Studiebeurzen worden normaliter niet toegekend voor het eerste universitaire studiejaar;

f )

alle beurzen of leningen waarover studenten in hun eigen land kunnen beschikken zullen volledig worden doorbetaald tijdens hun periode van studie aan de gastuniversiteit waarvoor zij een ERASMUS-beurs ontvangen .

ACTIE 3 Maatregelen ter verbetering van de mobiliteit door middel van de academische erkenning van diploma's en studieperioden

De Gemeenschap zal, in samenwerking met de bevoegde instanties in de Lid-Staten, de volgende acties ondernemen ter verbetering van de mobiliteit door middel van de academische erkenning van in een andere Lid-Staat behaalde diploma's en vervulde studieperioden :

1 . maatregelen ter bevordering van een voor de gehele Gemeenschap geldend Europees puntenoverdrachtsysteem ( kapitaliseerbare eenheden ) ( ECTS ) op experimentele en vrijwillige basis, op grond waarvan aan studenten die hoger onderwijs of een hogere opleiding volgen of hebben voltooid punten kunnen worden toegekend voor een dergelijke opleiding aan universiteiten in andere Lid-Staten . Een beperkt aantal beurzen van maximaal 20 000 ecu per jaar zal aan de aan dit systeem deelnemende universiteiten worden toegekend;

2 . maatregelen ter bevordering van de uitwisseling in de gehele Gemeenschap van informatie betreffende de academische erkenning van in een andere Lid-Staat verworven diploma's en doorgebrachte studieperioden, met name door de verdere ontwikkeling van het communautaire netwerk van nationale informatiecentra inzake de academische erkenning van diploma's en studieperioden; aan de centra zullen jaarlijkse toelagen tot 20 000 ecu worden toegekend om gegevensuitwisseling te vergemakkelijken, met name door middel van een geautomatiseerd stelsel van gegevensverwerking .

ACTIE 4 Aanvullende maatregelen om de mobiliteit van studenten in de Gemeenschap te bevorderen

1 . De aanvullende maatregelen zijn bestemd voor de financiering van :

- steun aan verenigingen en consortia van universiteiten, opleidend personeel en administratief kaderpersoneel of studenten die op Europees niveau actief zijn, met name ten einde initiatieven op specifieke opleidingsgebieden beter bekend te maken in de hele Gemeenschap;

- publikaties met het doel meer bekendheid te geven aan de mogelijkheden om in andere Lid-Staten te studeren en te doceren of om de aandacht te vestigen op belangrijke ontwikkelingen en innoverende modellen voor de samenwerking tussen universiteiten in de hele Gemeenschap;

- andere initiatieven ter bevordering van de samenwerking tussen universiteiten op het gebied van beroepsopleiding binnen de Gemeenschap;

- maatregelen ter vergemakkelijking van de verspreiding van informatie betreffende het ERASMUS-programma;

- ERASMUS-prijzen van de Europese Gemeenschap, toe te kennen aan studenten, personeelsleden, universiteiten of ERASMUS-projecten die een opmerkelijke bijdrage hebben geleverd tot de ontwikkeling van de interuniversitaire samenwerking binnen de Gemeenschap .

2 . De kosten van maatregelen uit hoofde van actie 4 bedragen niet meer dan 5 % van de jaarlijkse kredieten voor het ERASMUS-programma .

Top