Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31985D0372

85/372/EEG: Besluit van de Raad van 25 juli 1985 inzake een definitiefase voor een actie van de Gemeenschap op het gebied van telecommunicatietechnologieën - O & O-programma op het gebied van geavanceerde communicatietechnologieën voor Europa (RACE)

OJ L 210, 7.8.1985, p. 24–27 (DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL)
Spanish special edition: Chapter 16 Volume 002 P. 17 - 20
Portuguese special edition: Chapter 16 Volume 002 P. 17 - 20

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/1986

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1985/372/oj

31985D0372

85/372/EEG: Besluit van de Raad van 25 juli 1985 inzake een definitiefase voor een actie van de Gemeenschap op het gebied van telecommunicatietechnologieën - O & O-programma op het gebied van geavanceerde communicatietechnologieën voor Europa (RACE)

Publicatieblad Nr. L 210 van 07/08/1985 blz. 0024 - 0027
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 16 Deel 2 blz. 0017
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 16 Deel 2 blz. 0017


*****

BESLUIT VAN DE RAAD

van 25 juli 1985

inzake een definitiefase voor een actie van de Gemeenschap op het gebied van telecommunicatietechnologieën - O & O-programma op het gebied van geavanceerde communicatietechnologieën voor Europa (RACE)

(85/372/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europese Parlement (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),

Overwegende dat de Gemeenschap onder andere tot taak heeft, door het instellen van een gemeenschappelijke markt en door het geleidelijk nader tot elkaar brengen van het economisch beleid van de Lid-Staten, de harmonische ontwikkeling van de economische activiteit binnen de gehele Gemeenschap en nauwere betrekkingen tussen de in de Gemeenschap verenigde staten te bevorderen;

Overwegende dat de staatshoofden en regeringsleiders tijdens hun bijeenkomsten te Stuttgart, Athene, Fontainebleau en Brussel de nadruk hebben gelegd op het belang van de telecommunicatie als gewichtige stimulans voor economische groei en sociale ontwikkeling;

Overwegende dat het Europese Parlement, in zijn evaluatie van de huidige stand en de ontwikkeling van de telecommunicatie, de aandacht heeft gevestigd op de sleutelpositie van de telecommunicatie voor de politieke, sociale en economische ontwikkeling van de Gemeenschap in de toekomst;

Overwegende dat de Raad op 17 december 1984 de hoofdelementen van een telecommunicatiebeleid voor de Gemeenschap heeft goedgekeurd, daarbij inbegrepen de doelstelling om door acties op Gemeenschapsniveau geavanceerde telecommunicatiediensten en -netwerken te ontwikkelen;

Overwegende dat met het ontstaan van nieuwe diensten en de geleidelijke convergentie van telecommunicatie, dataverwerking en vrijetijdsbesteding, de evolutie kan gaan in de richting van een geheel Europa bestrijkend geïntegreerd breedbandnetwerk (geïntegreerde breedbandcommunicatie, IBC), waarvan een breed gamma van cliënten en dienstverleners gebruik kan maken;

Overwegende dat ontwikkelingen op telecommunicatiegebied het internationale concurrentievermogen van de Europese economieën in het algemeen en dat van de telecommunicatiebedrijven in het bijzonder ten goede zullen komen;

Overwegende dat de Commissie, geplaatst voor de noodzaak om het economisch en marktpotentieel van de telecommunicatie ten volle te benutten, een actieprogramma heeft ingediend dat door de Raad als grondslag voor verdere werkzaamheden is aanvaard;

Overwegende dat O & O een belangrijke bijdrage kan leveren, met name ter vergemakkelijking van de evolutie in de richting van toekomstige geïntegreerde breedbandcommunicatie op het gebied van de transnationale verbindingen, en ook op regionaal en lokaal niveau;

Overwegende dat de Raad in zijn resolutie van 25 juli 1983 (3) het beginsel van kaderprogramma's voor onderzoek, ontwikkeling en demonstratie in de

Gemeenschap, en de wetenschappelijke en technische doeleinden voor de jaren 1984-1987 heeft goedgekeurd, en meer in het bijzonder het belang van bevordering van het industriële concurrentievermogen heeft benadrukt;

Overwegende dat de Raad op 4 juni 1985 het belang heeft erkend van een snelle uitvoering van de definitiefase van het RACE-programma (O & O-programma op het gebied van geavanceerde communicatietechnologieën voor Europa), ten einde een algemeen Europees kader voor te bereiden voor de ontwikkeling van geavanceerde communicatiesystemen voor de toekomst en de technische en industriële samenwerking te bevorderen;

Overwegende dat de vorming of consolidering van een specifiek Europees industrieel potentieel voor de betrokken technologieën een dringende noodzaak is; dat de begunstigden netwerkexploitanten, onderzoeksinstellingen, ondernemingen, waaronder kleine en middelgrote bedrijven, en andere instellingen in de Gemeenschap moeten zijn die het best zijn toegerust om deze doelstellingen te verwezenlijken;

Overwegende dat een communautair O & O-pro- gramma op dit gebied pas kan worden bepaald en besproken wanneer de definitiefase relevante conclusies heeft opgeleverd;

Overwegende dat het Verdrag niet voorziet in de voor de aanneming van dit besluit vereiste specifieke bevoegdheden;

Overwegende dat het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek (CREST) zijn advies heeft uitgebracht,

BESLUIT:

Artikel 1

1. Voor een op 1 juli 1985 ingaande periode van ten hoogste achttien maanden wordt een definitiefase voor een actie van de Gemeenschap op het gebied van telecommunicatietechnologieën, als omschreven in de bijlage, vastgesteld.

2. De activiteit is voornamelijk bedoeld om te komen tot definitie van nauwkeurige doelstellingen en tot vaststelling van de wijze van technologische samenwerking op communautair niveau waarbij afstemming plaatsvindt met op nationaal en internationaal niveau door de overheid en door particulieren ondernomen acties op het gebied van telecommunicatietechnologieën.

Artikel 2

1. De definitiefase bestaat uit twee delen. Deel I omvat analytisch werk dat nodig is voor het formuleren van een referentiemodel voor geïntegreerde breedbandcommunicatie (IBC) dat zal worden uitgevoerd door daartoe geëigende organisaties, groepen en andere instellingen en, indien nodig, ook via werk op contract.

Deel II omvat door middel van contracten uitgevoerde projecten voor de evaluatie en de verkenning van technologieën die nodig zijn om duidelijkheid te brengen in de technologische keuzemogelijkheden en om de technisch-economische haalbaarheid van het referentiemodel vast te stellen.

De contracten zullen worden gesloten met netwerkexploitanten, onderzoeksinstellingen, ondernemingen, waaronder kleine en middelgrote bedrijven, en andere in de Gemeenschap gevestigde instellingen, hierna »partners" te noemen. De werkzaamheden zullen in de Gemeenschap worden uitgevoerd.

2. De projecten van deel II worden uitgevoerd door middel van contracten voor gezamenlijke rekening. De contractanten dragen een aanzienlijk deel van de kosten, dat normaliter ten minste 50 % van de totale uitgaven voor elk project bedraagt.

In uitzonderlijke gevallen, zoals omschreven in artikel 6, lid 3, kunnen volgens de procedure van artikel 7 andere dan de in dit lid vastgelegde voorwaarden worden gesteld.

3. Bij de activiteit wordt rekening gehouden met de eisen ten aanzien van de ontwikkeling van normen en gemeenschappelijke functionele specificaties om de belangen van de Europese industrie, gebruikers en telecommunicatie-exploitanten op dit gebied te dienen.

Artikel 3

1. Wanneer er voor de tenuitvoerlegging van deel I contracten nodig zijn, worden deze toegekend door middel van een besloten aanbesteding.

2. De contracten voor deel II worden toegekend via een openbare aanbesteding; er nemen ten minste twee onafhankelijke industriële partners aan deel die niet alle in dezelfde Lid-Staat zijn gevestigd. De openbare aanbesteding wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 4

1. De Gemeenschap draagt bij aan de uitvoering van de actie binnen de grenzen van de daartoe in de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen opgenomen kredieten.

2. Het bedrag aan kredieten dat noodzakelijk wordt geacht voor de bijdrage van de Gemeenschap aan deel I wordt berekend op grond van artikel 2, lid 1, en wordt in het desbetreffende onderdeel van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen opgevoerd.

De voor deel II noodzakelijk geachte middelen belopen 14 miljoen Ecu, met inbegrip van de uitgaven voor twaalf personeelsleden, en worden aangewend overeenkomstig de procedure van artikel 6, lid 3.

Artikel 5

De Commissie ziet erop toe dat de definitiefase naar behoren wordt uitgevoerd en treft de noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen. Artikel 6

1. De Commissie wordt voor de uitvoering van de in artikel 5 bedoelde taak bijgestaan door een comité. Het comité, dat bestaat uit twee vertegenwoordigers per Lid-Staat, wordt door de Commissie ingesteld op de grondslag van voordrachten van de Lid-Staten.

De leden van het comité kunnen door deskundigen of adviseurs worden bijgestaan naar gelang van de aard van de aan de orde zijnde aangelegenheden.

Het comité wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.

De werkzaamheden van het comité zijn vertrouwelijk. Het comité stelt zijn eigen reglement van orde vast. Het secretariaat van het comité wordt waargenomen door de Commissie.

2. De Commissie kan het comité raadplegen over alle aangelegenheden die onder de werkingssfeer van dit besluit vallen. Bovendien stelt de Commissie het comité vooraf geregeld in kennis van de projecten die beneden de drempelwaarden, bedoeld in lid 3, vierde en vijfde streepje, blijven.

3. Overeenkomstig de procedure van artikel 7 wint de Commissie het advies in van het comité over:

- de werkzaamheden van deel II; deze raadpleging moet voltooid zijn binnen ten hoogste drie maanden na het onderhavige besluit;

- eventuele afwijkingen van de in de artikelen 2 en 3 vastgestelde algemene voorwaarden;

- de evaluatie van de werkzaamheden die met betrekking tot deel I zijn verricht door daartoe geëigende organisaties, groepen en andere instellingen;

- de contracten die nodig kunnen zijn voor de uitvoering van deel I, alsmede de daaruit voortvloeiende financiële bijdrage van de Gemeenschap wanneer voor de contracten een bijdrage van de Gemeenschap van meer dan 100 000 Ecu nodig is;

- de beoordeling van de projecten die worden voorgesteld voor deel II en het voorgestelde kostendelingsniveau, als bedoeld in artikel 2, lid 2, alsmede de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de uitvoering van die projecten wanneer voor deze projecten een bijdrage van de Gemeenschap van meer dan 400 000 Ecu nodig is.

Artikel 7

1. Wanneer de in dit artikel omschreven procedure moet worden gevolgd, leidt de voorzitter deze procedure, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een van de leden, in bij het comité.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het comité een voorstel voor van de te treffen maatregelen. Het comité brengt over dit voorstel advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie van het vraagstuk; normaliter bedraagt die termijn één maand en hij mag in geen geval langer zijn dan twee maanden. Het advies wordt aangenomen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. In het comité worden de stemmen van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig artikel 148, lid 2, van het Verdrag. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

3. De Commissie legt de maatregelen ten uitvoer indien haar voorstel in overeenstemming is met het advies van het comité. Wanneer het voorstel niet in overeenstemming is met dit advies of bij gebreke van een advies, kan de Commissie een voorstel doen aan de Raad in de vorm van een ontwerp-besluit. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Indien de Raad niet binnen een termijn die normaliter één maand en in geen geval meer dan twee maanden na de indiening van het voorstel bedraagt, een besluit heeft genomen:

- wordt het voorstel van de Commissie als verworpen beschouwd als het aangelegenheden betreft die vallen onder artikel 6, lid 3, tweede of derde streepje;

- kan de Commissie een besluit nemen overeenkomstig haar voorstel als het aangelegenheden betreft die vallen onder artikel 6, lid 3, vierde en vijfde streepje.

Artikel 8

Voor wat de in artikel 1, lid 2, bedoelde afstemming betreft, wisselen de Lid-Staten en de Gemeenschap alle ter zake doende informatie uit, waartoe zij toegang hebben en waaraan zij ruchtbaarheid mogen geven, die betrekking heeft op activiteiten op de onder dit besluit vallende terreinen, ongeacht of deze activiteiten al dan niet onder hun verantwoording zijn gepland of worden verricht.

De informatie-uitwisseling vindt plaats volgens een procedure die door de Commissie na raadpleging van het comité wordt vastgesteld en wordt als vertrouwelijk behandeld wanneer dit door degene die de informatie heeft verschaft, wordt gevraagd.

Gedaan te Brussel, 25 juli 1985.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. POOS

(1) PB nr. C 175 van 15. 7. 1985.

(2) PB nr. C 188 van 29. 7. 1985, blz. 16.

(3) PB nr. C 208 van 4. 8. 1983, blz. 1.

BIJLAGE

DEFINITIEFASE VAN RACE

Samenvatting van gebieden

DEEL I

Ontwikkeling van een IBC-referentiemodel

I.1. Ontwikkeling van een IBC-netwerkreferentiemodel

I.2. Definitie van de IBC-terminalomgeving

I.3. Evaluatie van toekomstige toepassingen

DEEL II

Evaluatie en exploratie van technologieën

II.1. Snelle geïntegreerde schakelingen

II.2. Zeer ingewikkelde geïntegreerde schakelingen

II.3. Geïntegreerde opto-elektronica

II.4. Breedbandschakelsystemen

II.5. Passieve optische componenten

II.6. Onderdelen voor lange-afstandsverbindingen met hoge transmissiesnelheid

II.7. Specifieke communicatieprogrammatuur

II.8. Technologie van platte beeldschermen

Top