EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31982L0471

Richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte produkten

OJ L 213, 21.7.1982, p. 8–14 (DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL)
Spanish special edition: Chapter 03 Volume 025 P. 311 - 317
Portuguese special edition: Chapter 03 Volume 025 P. 311 - 317
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 015 P. 98 - 104
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 015 P. 98 - 104
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 005 P. 151 - 157
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 005 P. 151 - 157
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 005 P. 151 - 157
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 005 P. 151 - 157
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 005 P. 151 - 157
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 005 P. 151 - 157
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 005 P. 151 - 157
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 005 P. 151 - 157
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 005 P. 151 - 157
Special edition in Bulgarian: Chapter 03 Volume 004 P. 111 - 117
Special edition in Romanian: Chapter 03 Volume 004 P. 111 - 117

No longer in force, Date of end of validity: 31/08/2010; opgeheven door 32009R0767 . Latest consolidated version: 20/04/2009

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1982/471/oj

31982L0471

Richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte produkten

Publicatieblad Nr. L 213 van 21/07/1982 blz. 0008 - 0014
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 25 blz. 0311
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 25 blz. 0311
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 15 blz. 0098
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 15 blz. 0098


++++

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 30 juni 1982

betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte produkten

( 82/471/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 43 en 100 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ) ,

Overwegende dat de dierlijke produktie in de landbouw van de Gemeenschap een zeer belangrijke plaats inneemt en bevredigende resultaten in ruime mate afhangen van het gebruik van goede en geschikte diervoeders ;

Overwegende dat een regeling op het gebied van diervoeders een wezenlijke bijdrage levert aan de stijging van de produktiviteit van de landbouw ;

Overwegende dat het verbruik van voederproteïnen in de Gemeenschap ten gevolge van de steeds grotere behoeften van de veeteelt in de Gemeenschap steeds is toegenomen ;

Overwegende dat deze stijging van de vraag de laatste jaren vergezeld is gegaan van een aanzienlijke daling van het aanbod op de wereldmarkt van bepaalde eiwithoudende diervoeders ;

Overwegende dat een dergelijke schaarstetoestand de voederindustrie heeft doen uitzien naar vervangingsprodukten om de continuïteit van haar voorziening te waarborgen ;

Overwegende dat , voor zover in de Lid-Staten reeds bepaalde wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften betreffende deze produkten bestaan , deze op belangrijke punten van elkaar afwijken en daardoor rechtstreeks invloed uitoefenen op de totstandbrenging en de werking van de gemeenschappelijke markt , zodat harmonisatie geboden is ;

Overwegende dat deze vervangingsprodukten met behulp van nieuwe fabricagetechnieken worden verkregen en het daarom noodzakelijk is het in het verkeer brengen ervan in de Gemeenschap als voeder of voederbestanddeel te regelen en daarbij voor ieder van de betrokken groepen voor te schrijven welke produkten zijn toegelaten , alsmede onder welke voorwaarden de toegelaten produkten mogen worden gebruikt ;

Overwegende dat het noodzakelijk is voor de opneming van een nieuw produkt in een van de betrokken groepen , na te gaan of dit produkt de gewenste voedende bestanddelen bevat ; dat voorts moet worden geverifieerd dat dit produkt bij verstandig gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu , en de verbruiker niet schaadt door de kenmerkende eigenschappen van dierlijke produkten te wijzigen ;

Overwegende dat , met het oog op de naleving van de grondbeginselen die bij de toelating een rol spelen , voor produkten die tot bepaalde groepen behoren officieel een dossier moet worden ingediend door een Lid-Staat ; dat deze dossiers , ter vergemakkelijking van het onderzoek van de betrokken stoffen , moeten worden opgesteld volgens gemeenschappelijke richtsnoeren die uiterlijk op de datum van toepassing van deze richtlijn door de Raad moeten zijn vastgesteld ;

Overwegende dat de Lid-Staten tijdelijk de mogelijkheid moet worden gelaten om nationale vergunningen die zij hebben verleend voor produkten die momenteel niet in de bijlage bij deze richtlijn zijn vermeld , of voor bepaalde produkten die in bepaalde gevallen aan andere voorwaarden voldoen , te handhaven tot het tijdstip waarop daaromtrent een communautair besluit wordt genomen ; dat een communautair besluit ten aanzien van produkten , verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort " Candida " , evenwel moet worden genomen binnen twee jaar na de kennisgeving van deze richtlijn ;

Overwegende dat proteïnevrije stikstofverbindingen , vanwege hun indirecte eiwitvoorziening , aan het bepaalde in deze richtlijn dienen te worden onderworpen ; dat het dus noodzakelijk is de bijlagen van Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding ( 4 ) , waarin het gebruik van de produkten van die groep tijdelijk is geregeld , dienovereenkomstig te wijzigen ;

Overwegende dat de voedingswaarde van de betrokken produkten , alsmede de onschadelijkheid van die produkten in hoge mate afhankelijk zijn van de kenmerkende eigenschappen ter zake van samenstelling , gebruiksvoorwaarden of fabricageprocédés van de produkten ; dat het daarom noodzakelijk is in bepaalde gevallen een verplichting op te leggen tot het aanbrengen van bepaalde aanduidingen ten einde de gebruiker tegen bedrog te beschermen en te bewerkstellingen dat hij een zo goed mogelijk gebruik maakt van de produkten die hem worden aangeboden ;

Overwegende dat de communautaire voorschriften niet dienen te worden toegepast op de betrokken produkten of de diervoeders waarin deze produkten zijn verwerkt , indien deze zijn bestemd voor uitvoer naar derde landen , waar doorgaans andere regelingen gelden ;

Overwegende dat , met het oog op de naleving van deze richtlijn , bij het in het verkeer brengen van deze produkten of van diervoeders waarin deze produkten zijn verwerkt , de Lid-Staten dienen te voorzien in passende controlemaatregelen ;

Overwegende dat de produkten of diervoeders waarin deze produkten zijn verwerkt , indien zij aan deze eisen voldoen , slechts mogen worden onderworpen aan de in deze richtlijn vastgestelde handelsbeperkingen ;

Overwegende dat een passende communautaire procedure noodzakelijk is om enerzijds de bepalingen van de bijlage en de voor de indiening van de dossiers betreffende bepaalde produkten vastgestelde richtsnoeren aan te passen , en anderzijds eventueel de samenstellings - en zuiverheidseisen , alsmede de fysisch-chemische en biologische eigenschappen van deze produkten vast te stellen naar gelang van de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis ;

Overwegende dat de gekozen communautaire procedure voor bepaalde wijzigingen van de bijlagen voor alle zekerheid moet voorzien in de verplichte raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor de diervoeding en het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding , welke Comités zijn ingesteld door de Commissie ;

Overwegende dat de Lid-Staten de mogelijkheid gelaten moet worden , bij gevaar voor de gezondheid van mens of dier , de toelating van het gebruik van een produkt tijdelijk op te heffen of wijzigingen aan te brengen in de voorschriften die eventueel met betrekking tot dat produkt zijn vastgesteld ;

Overwegende dat , om te voorkomen dat een Lid-Staat deze mogelijkheid misbruikt , volgens een communautaire spoedprocedure aan de hand van bewijsmateriaal een beslissing moet worden genomen omtrent wijzigingen van de bijlage ;

Overwegende dat ter vergemakkelijking van de toepassing van deze richtlijn een procedure dient te worden toegepast waarbij een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie tot stand wordt gebracht in het bij Besluit 70/372/EEG van de Raad ( 5 ) opgerichte Permanent Comité voor diervoeders ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Deze richtlijn heeft betrekking op produkten die volgens bepaalde technische procédés worden vervaardigd met het oog op hun directe of indirecte eiwitvoorziening en die als diervoeders of daarin verwerkt in de Gemeenschap in het verkeer worden gebracht .

2 . Deze richtlijn ist van toepassing onverminderd de communautaire voorschriften betreffende :

a ) toevoegingsmiddelen in diervoeding ,

b ) de vaststelling van maximumgehalten aan ongewenste stoffen en produkten in diervoeders ,

c ) de vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen op en in produkten die voor menselijke of dierlijke voeding bestemd zijn ,

d ) de handel in enkelvoudige en mengvoeders ,

e ) pathogene micro-organismen in diervoeders .

Artikel 2

De in artikel 2 van Richtlijn 70/524/EEG vervatte definities zijn van toepassing op de onderhavige richtlijn .

Artikel 3

1 . De Lid-Staten schrijven voor dat diervoeders die behoren tot één van de in de bijlage genoemde groepen produkten , dan wel dergelijke produkten bevatten , slechts in het verkeer mogen worden gebracht indien :

a ) het betrokken produkt in de bijlage is genoemd ,

b ) aan de eisen die in voorkomend geval in genoemde bijlage worden gesteld , is voldaan .

2 . De Lid-Staten kunnen , met het oog op praktische proeven of proeven met een wetenschappelijk doel , afwijkingen van lid 1 toestaan , voor zover er een toereikende officiële controle wordt verricht .

Artikel 4

1 . In afwijking van artikel 3 , lid 1 , kunnen de Lid-Staten tot op het tijdstip waarop overeenkomstig artikel 6 een besluit is genomen , de vergunningen handhaven die op hun grondgebied zijn verleend :

a ) voor de datum van toepassing van deze richtlijn voor produkten die niet vermeld zijn in de in de bijlage genoemde groepen met uitzondering van produkten , verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort " Candida " ,

b ) voor de datum van kennisgeving van deze richtlijn , enerzijds voor gisten , gekweekt op n-alkanen en verkregen uit micro-organismen van de soort " Candida " , en anderzijds voor in de bijlage , punt 1.2.1 , vermelde produkten die voldoen aan andere dan de aldaar gestelde eisen .

2 . De Lid-Staten delen de overige Lid-Staten en de Commissie de lijst mee van de krachtens lid 1 op hun grondgebied toegestane produkten .

Artikel 5

1 . Onverminderd de bepalingen inzake het aanbrengen van aanduidingen op enkelvoudige voeders en mengvoeders , schrijven de Lid-Staten voor dat de in de bijlage vermelde produkten alleen als diervoeders of in diervoeders verwerkt , in het verkeer mogen worden gebracht indien de eventueel in de bijlage vermelde aanduidingen op de verpakking , op de recipiënt of op een daaraan bevestigd etiket zijn aangebracht .

2 . De Lid-Staten schrijven voor dat de in lid 1 bedoelde aanduidingen in geval van bulkladingen worden vermeld in een bij de waren gevoegd document .

Artikel 6

1 . De wijzigingen die in de bijlage moeten worden aangebracht ingevolge de ontwikkeling van de wetenschappelijke of technische kennis , worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 . Wat de in de bijlage , sub 1.1 en 1.2 , bedoelde produkten betreft , raadpleegt de Commissie hiertoe het Wetenschappelijk Comité voor de diervoeding en het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding .

Ten aanzien van de in artikel 4 , lid 1 , bedoelde produkten , verkregen op n-alkanen gekweekte gisten van de soort " Candida " wordt evenwel een besluit genomen volgens de procedure van artikel 13 , zulks binnen twee jaar na de kennisgeving van deze richtlijn en na raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor de diervoeding en het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding .

2 . In geval van wijziging van de bijlage worden de volgende principes nageleefd :

A . Produkten worden slechts in de bijlage opgenomen indien :

a ) zij voor dieren voedingswaarde bezitten vanwege hun stikstof - of eiwitvoorziening ,

b ) zij bij verstandig gebruik geen nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu , en indien zij de verbruiker niet schaden door de kenmerkende eigenschappen van dierlijke produkten te wijzigen ,

c ) zij controleerbaar zijn in de diervoeders .

B . Een produkt wordt uit de bijlage geschrapt indien niet is voldaan aan een van de sub A genoemde voorwaarden .

3 . De criteria aan de hand waarvan de aard van de in deze richtlijn bedoelde produkten kan worden vastgesteld , met name de samenstellings - en zuiverheidseisen , alsmede de fysisch-chemische en biologische eigenschappen , kunnen aan de hand van de wetenschappelijke en technische kennis worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 .

Artikel 7

1 . Ten einde zich ervan te vergewissen dat de in de bijlage , sub 1.1 en 1.2 , bedoelde produkten beantwoorden aan de beginselen die in artikel 6 , lid 2 , zijn omschreven , zien de Lid-Staten erop toe dat er een overeenkomstig lid 2 van het onderhavige artikel opgesteld dossier officieel bij de Lid-Staten , de Commissie , en , indien hun advies wordt verlangd , de leden van het of de door de Commissie ingestelde Wetenschappelijke Comité(s ) wordt ingediend .

2 . De Raad stelt , op voorstel van de Commissie , de richtsnoeren die bij de opstelling van de in lid 1 bedoelde dossiers moeten worden gevolgd , op zodanig wijze vast dat deze richtsnoeren uiterlijk van toepassing zijn op de datum van toepassing van deze richtlijn .

Latere wijzigingen in de richtsnoeren ingevolge de ontwikkeling van de wetenschappelijke of technische kennis worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 .

3 . De Lid-Staten en de Commissie , alsmede de andere in lid 1 bedoelde ontvangers van het dossier , zien er op toe dat de gegevens waarvan de verspreiding inbreuk zou kunnen maken op de rechten van industriële of commerciële eigendom , wanneer de aanvrager daartoe een met redenen omkleed verzoek indient , vertrouwelijk worden behandeld .

Er kan geen aanspraak worden gemaakt op industriële en commerciële geheimhouding voor :

- de benamingen en de samenstelling van het produkt en , in voorkomend geval , de aanduiding van het substraat en het micro-organisme ,

- de fysisch-chemische en biologische eigenschappen van het produkt ,

- de interpretatie van de farmacologische , toxicologische en ecotoxicologische gegevens ,

- de analysemethoden voor de controle van het produkt in de voeders .

Artikel 8

1 . Indien een Lid-Staat op basis van een uitvoerige motivering op grond van nieuwe gegevens of een nieuwe beoordeling van bestaande gegevens , ter beschikking gekomen of tot stand gekomen na de aanneming van deze richtlijn , constateert dat één der in de bijlage genoemde produkten of het gebruik ervan onder de eventueel vastgestelde voorwaarden een gevaar oplevert voor de gezondheid van mens of dier , hoewel het voldoet aan de eisen van deze richtlijn , kan deze Lid-Staat de toepassing van deze bepalingen op zijn grondgebied tijdelijk schorsen of beperken . Hij brengt de overige Lid-Staten en de Commissie hiervan onmiddellijk op de hoogte en vermeldt daarbij de redenen van zijn beslissing .

2 . De Commissie onderzoekt zo spoedig mogelijk de door de betrokken Lid-Staat aangevoerde redenen , raadpleegt de Lid-Staten in het kader van het Permanent Comité voor diervoeders , brengt vervolgens onverwijld advies uit en treft de nodige maatregelen .

3 . Indien de Commissie van oordeel is dat wijzigingen van deze richtlijn noodzakelijk zijn om de in lid 1 genoemde moeilijkheden te ondervangen en de bescherming van de gezondheid van mens en dier te verzekeren , leidt zij de procedure van artikel 14 in om deze wijzigingen vast te stellen ; in dat geval kan de Lid-Staat de door hem genomen maatregelen handhaven totdat die wijzigingen van kracht worden .

Artikel 9

Voor het in de handel brengen tussen de Lid-Staten worden de in artikel 5 genoemde aanduidingen in ten minste één van de officiële talen van het land van bestemming gesteld .

Artikel 10

De Lid-Staten zien erop toe dat diervoeders die aan het bepaalde in deze richtlijn voldoen , wat betreft de aanwezigheid van de in de bijlage genoemde produkten en het aanbrengen van aanduidingen , slechts worden onderworpen aan beperkingen op het in de handel brengen waarin bij deze richtlijn is voorzien .

Artikel 11

De Lid-Staten zien erop toe dat dierlijke produkten aan geen enkele handelsbeperking worden onderworpen die het gevolg is van de toepassing van deze richtlijn .

Artikel 12

De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen om te verzekeren dat diervoeders tijdens het in de handel brengen ten minste door steekproeven officieel worden gecontroleerd op de naleving van de in deze richtlijn vervatte voorwaarden .

Artikel 13

1 . In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure , wordt deze procedure bij het Permanent Comité voor diervoeders , hierna te noemen het " Comité " , ingeleid door de voorzitter , hetzij op diens initiatief , hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat .

2 . De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van te nemen maatregelen . Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie van het betrokken vraagstuk . Het spreekt zich uit met een meerderheid van vijfenveertig stemmen , waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De voorzitter neemt geen deel aan de stemming .

3 . a ) De Commissie stelt de overwogen maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité .

b ) Wanneer de overwogen maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies , doet de Commissie onverwijld een voorstel aan de Raad betreffende de vast te stellen maatregelen . De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

c ) Indien de Raad , na het verstrijken van een termijn van drie maanden , te rekenen vanaf de indiening van het voorstel bij de Raad , geen besluit heeft genomen , worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld , tenzij de Raad zich met eenvoudige meerderheid tegen deze maatregelen heeft uitgesproken .

Artikel 14

1 . In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure , wordt deze procedure bij het Comité ingeleid door de voorzitter , hetzij op diens initiatief , hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat .

2 . De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van te nemen maatregelen . Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn van twee dagen . Het spreekt zich uit met een meerderheid van vijfenveertig stemmen , waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De voorzitter neemt geen deel aan de stemming .

3 . a ) De Commissie stelt de overwogen maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité .

b ) Wanneer de overwogen maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies , doet de Commissie onverwijld een voorstel aan de Raad betreffende de vast te stellen maatregelen . De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

c ) Indien de Raad na het verstrijken van een termijn van vijftien dagen , te rekenen vanaf de indiening van het voorstel bij de Raad , geen besluit heeft genomen , worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld , tenzij de Raad zich met eenvoudige meerderheid tegen deze maatregelen heeft uitgesproken .

Artikel 15

In bijlage I , deel K , en bijlage II , deel D ter , van Richtlijn 70/524/EEG vervallen alle verwijzingen naar proteïnevrije stikstofverbindingen .

Artikel 16

Deze richtlijn is niet van toepassing op diervoeders ten aanzien waarvan ten minste door middel van een passende aanduiding wordt aangetoond dat zij voor uitvoer naar derde landen zijn bestemd .

Artikel 17

De Lid-Staten doen twee jaar na de kennisgeving van deze richtlijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden , die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis .

Artikel 18

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Luxemburg , 30 juni 1982 .

Voor de Raad

De Voorzitter

Ph . MAYSTADT

( 1 ) PB nr . C 197 van 18 . 8 . 1977 , blz . 3 .

( 2 ) PB nr . C 63 van 13 . 3 . 1978 , blz . 53 .

( 3 ) PB nr . C 84 van 8 . 4 . 1978 , blz . 4 .

( 4 ) PB nr . L 270 van 14 . 12 . 1970 , blz . 1 .

( 5 ) PB nr . L 170 van 3 . 8 . 1970 , blz . 1 .

BIJLAGE

1 * 2 * 3 * 4 * 5 * 6 * 7 *

Benaming van de groepen van produkten * Benaming van het produkt * Scheikundige benaming van het produkt of vermelding van het micro-organisme * Voedingssubstraat ( eventuele specificaties ) * Gegevens met betrekking tot de samenstelling van het produkt * Diersoorten * Speciale voorzieningen *

1 . Uit de volgende groepen micro-organismen verkregen proteïnen * * * * * * *

1.1 . Bacteriën * * * * * * *

1.2 . Gist * Alle gist * Saccharomyces cerevisiae , * Melasse , distillatieresiduen , granen en zetmeelhoudende produkten , vruchtesappen , wei , melkzuur , gehydroliseerde plantaardige vezels * - * Alle diersoorten * *

1.2.1 . Gist gekweekt op substraten van dierlijke of plantaardige oorsprong * - verkregen uit microorganismen en substraten als bedoeld in kolom 3 , respectievelijk kolom 4 * Saccharomyces cerevisiae , * Melasse , distillatieresiduen , granen en zetmeelhoudende produkten , vruchtesappen , wei , melkzuur , gehydroliseerde plantaardige vezels * - * Alle diersoorten * *

* * Saccharomyces carlsbergiensis * Melasse , distillatieresiduen , granen en zetmeelhoudende produkten , vruchtesappen , wei , melkzuur , gehydroliseerde plantaardige vezels * - * Alle diersoorten * *

* * Kluyveromyces lactis , * Melasse , distillatieresiduen , granen en zetmeelhoudende produkten , vruchtesappen , wei , melkzuur , gehydroliseerde plantaardige vezels * - * Alle diersoorten * *

* * Kluyveromyces fragilis * Melasse , distillatieresiduen , granen en zetmeelhoudende produkten , vruchtesappen , wei , melkzuur , gehydroliseerde plantaardige vezels * - * Alle diersoorten * *

* - waarvan de cellen zijn gedood * Saccharomyces cerevisiae , * Melasse , distillatieresiduen , granen en zetmeelhoudende produkten , vruchtesappen , wei , melkzuur , gehydroliseerde plantaardige vezels * - * Alle diersoorten * *

* * Saccharomyces carlsbergiensis * Melasse , distillatieresiduen , granen en zetmeelhoudende produkten , vruchtesappen , wei , melkzuur , gehydroliseerde plantaardige vezels * - * Alle diersoorten * *

* * Kluyveromyces lactis , * Melasse , distillatieresiduen , granen en zetmeelhoudende produkten , vruchtesappen , wei , melkzuur , gehydroliseerde plantaardige vezels * - * Alle diersoorten * *

* * Kluyveromyces fragilis * Melasse , distillatieresiduen , granen en zetmeelhoudende produkten , vruchtesappen , wei , melkzuur , gehydroliseerde plantaardige vezels * - * Alle diersoorten * *

1.2.2 . Gist gekweekt op andere substraten dan die welke zijn vermeld onder 1.2.1 * * * * * * *

1.3 . Algen * - * - * * * * *

1.4 . Draadvormige schinmels * * * * * * *

2 . Proteïnevrije stikstofverbindingen en soortgelijke produkten van de onderstaande groepen : * * * * * * *

2.1 . Uresum en derivaten daarvan : * 2.1.1 . Ureum * CO(NH2)2 * - * Minimale zuiverheid 98 % * Herkauwers vanaf het begin van het herkauwen * Verklaring op het etiket of de verpakking van het mengvoeder : *

* * * * * * - benaming van het produkt met , zo nodig , de mate waarin het in het mengvoeder is verwerkt , voor zover er officiële analysemethoden bestaan *

* 2.1.2 . Biuret * C2H5O2N3 * - * Minimale zuiverheid 98 % * Herkauwers vanaf het begin van het herkauwen * Verklaring op het etiket of de verpakking van het mengvoeder : *

* * * * * * - benaming van het produkt met , zo nodig , de mate waarin het in het mengvoeder is verwerkt , voor zover er officiële analysemethoden bestaan *

* 2.1.3 . Ureumfosfaat * CO(NH2)2H3PO4 * - * Minimale zuiverheid 98 % * Herkauwers vanaf het begin van het herkauwen * Verklaring op het etiket of de verpakking van het mengvoeder : *

* * * * * * - benaming van het produkt met , zo nodig , de mate waarin het in het mengvoeder is verwerkt , voor zover er officiële analysemethoden bestaan *

* 2.1.4 . Isobutylideendiureum * ( CH3)2-CH-CH-(NHCONH2)2 * - * Minimale zuiverheid 98 % * Herkauwers vanaf het begin van het herkauwen * Verklaring op het etiket of de verpakking van het mengvoeder : *

* * * * * * - benaming van het produkt met , zo nodig , de mate waarin het in het mengvoeder is verwerkt , voor zover er officiële analysemethoden bestaan *

1 * 2 * 3 * 4 * 5 * 6 * 7 *

Benaming van de groepen van produkten * Benaming van het produkt * Scheikundige benaming van het produkt of vermelding van het micro-organisme * Voedingssubstraat ( eventuele specificaties ) * Gegevens met betrekking tot de samenstelling van het produkt * Diersoorten * Speciale voorzieningen *

* * * * * * - stikstofgehalte , uitgedrukt in proteïne-equivalent , afkomstig van de proteïnevrije stikstofverbinding(en ) *

* * * * * * - gebruiksvoorschriften waarop het soort dieren waarvoor het mengvoeder is bestemd en het maximumgehalte aan totale proteïnevrije stikstof in de dagelijkse voeding worden vermeld *

2.2 . Aminozuren en soortgelijke produkten * 2.2.1 . D,L-Methionine * CH3S(CH2)2-CH(NH2)-COOH * - * Minimale zuiverheid 98 % * Alle diersoorten * - *

* 2.2.2 . L-Lysine * NH2-(CH2)4-CH(NH2)-COOH * - * Minimale zuiverheid 98 % * Alle diersoorten * - *

* 2.2.3 . L-Lysinehydrochloride * NH2(CH2)4-CH(NH2)COOH * HCL * - * Minimale zuiverheid 98 % * Alle diersoorten * - *

* 2.2.4 . D,L-Methioninehydroxy-analogen * ( CH3-S(CH2)2-(CH(OH)-COO)2Ca * - * Minimale zuiverheid 98 % * Alle diersoorten * -

Top