EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31980L0777

Richtlijn 80/777/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de exploitatie en het in de handel brengen van natuurlijk mineraalwater

OJ L 229, 30.8.1980, p. 1–10 (DA, DE, EN, FR, IT, NL)
Greek special edition: Chapter 13 Volume 009 P. 132 - 141
Spanish special edition: Chapter 13 Volume 011 P. 47 - 56
Portuguese special edition: Chapter 13 Volume 011 P. 47 - 56
Special edition in Finnish: Chapter 13 Volume 010 P. 226 - 235
Special edition in Swedish: Chapter 13 Volume 010 P. 226 - 235
Special edition in Czech: Chapter 13 Volume 006 P. 50 - 59
Special edition in Estonian: Chapter 13 Volume 006 P. 50 - 59
Special edition in Latvian: Chapter 13 Volume 006 P. 50 - 59
Special edition in Lithuanian: Chapter 13 Volume 006 P. 50 - 59
Special edition in Hungarian Chapter 13 Volume 006 P. 50 - 59
Special edition in Maltese: Chapter 13 Volume 006 P. 50 - 59
Special edition in Polish: Chapter 13 Volume 006 P. 50 - 59
Special edition in Slovak: Chapter 13 Volume 006 P. 50 - 59
Special edition in Slovene: Chapter 13 Volume 006 P. 50 - 59
Special edition in Bulgarian: Chapter 13 Volume 005 P. 117 - 126
Special edition in Romanian: Chapter 13 Volume 005 P. 117 - 126

No longer in force, Date of end of validity: 15/07/2009; opgeheven door 32009L0054

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1980/777/oj

31980L0777

Richtlijn 80/777/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de exploitatie en het in de handel brengen van natuurlijk mineraalwater

Publicatieblad Nr. L 229 van 30/08/1980 blz. 0001 - 0010
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 10 blz. 0226
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 13 Deel 9 blz. 0132
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 10 blz. 0226
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 13 Deel 11 blz. 0047
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 13 Deel 11 blz. 0047


RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 15 juli 1980

betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de exploitatie en het in de handel brengen van natuurlijk mineraalwater

( 80/777/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 100 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ) ,

Overwegende dat natuurlijk mineraalwater in de wetgevingen van de Lid-Staten is omschreven ; dat wat dit betreft verschillende omschrijvingen in de Gemeenschap worden gebruikt ; dat in deze wetgevingen de voorwaarden zijn neergelegd waaronder natuurlijk mineraalwater als zodanig wordt erkend en de exploitatievoorwaarden van de bronnen zijn geregeld ; dat deze wetgevingen bovendien de bijzondere regels voor het in de handel brengen van het betrokken water voorschrijven ;

Overwegende dat de verschillen tussen deze wetgevingen het vrije verkeer van natuurlijk mineraalwater belemmeren waardoor ongelijke concurrentievoorwaarden worden geschapen , en dat zij daardoor een rechtstreekse invloed hebben op de totstandbrenging en de werking van de gemeenschappelijke markt ;

Overwegende dat in het voorkomende geval de opheffing van deze belemmeringen het gevolg kan zijn , enerzijds , van de voor iedere Lid-Staat geldende verplichting op zijn grondgebied het in de handel brengen toe te staan van natuurlijk mineraalwater dat als zodanig door ieder van de andere Lid-Staten is erkend , en , anderzijds , van het uitvaardigen van gemeenschappelijke regels die met name van toepassing zijn op de gestelde bacteriologische vereisten en op de voorwaarden waaronder bijzondere benamingen mogen worden gebruikt voor bepaalde mineraalwaters ;

Overwegende dat , in afwachting van de sluiting van overeenkomsten inzake de onderlinge erkenning van natuurlijk mineraalwater tussen de Gemeenschap en derde landen , de voorwaarden dienen te worden vastgesteld waaronder , totdat genoemde overeenkomsten worden toegepast , soortgelijke uit derde landen ingevoerde produkten in de Gemeenschap als natuurlijk mineraalwater kunnen worden toegelaten ;

Overwegende dat er voor dient te worden gezorgd dat natuurlijk mineraalwater in het handelsstadium die kenmerken welke de erkenning ervan als natuurlijk mineraalwater hebben gerechtvaardigd , behoudt ; dat de voor de verpakking ervan gebruikte recipiënten derhalve passende sluitingen dienen te bezitten ;

Overwegende dat voor natuurlijk mineraalwater , voor wat betreft de etikettering ervan , de algemene regels gelden van Richtlijn 79/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame ( 4 ) ; dat het derhalve volstaat in deze richtlijn de aanvullingen en afwijkingen neer te leggen die ten aanzien van deze algemene regels dienen te worden vastgesteld ;

Overwegende dat , ten einde de procedure te vereenvoudigen en te bespoedigen , de vaststelling van technische toepassingsmaatregelen , met name de bepaling van de voorschriften voor de monsterneming en de analysemethoden , nodig voor de controle van de samenstelling van natuurlijk mineraalwater aan de Commissie dient te worden toevertrouwd ;

Overwegende dat het in al die gevallen waarin de Raad de Commissie bevoegd verklaart voorschriften ten uitvoer te leggen op het gebied van levensmiddelen , dienstig is te voorzien in een procedure waarbij een nauwe samenwerking tot stand wordt gebracht tussen de Lid-Staten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor levensmiddelen dat bij Besluit 69/414/EEG ( 5 ) werd opgericht ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Deze richtlijn heeft betrekking op water , gewonnen uit de bodem van een Lid-Staat , dat door de verant woordelijke autoriteit van die Staat wordt erkend als natuurlijk mineraalwater dat voldoet aan het bepaalde in bijlage I , deel I .

2 . Deze richtlijn heeft eveneens betrekking op water , gewonnen uit de bodem van een derde land en ingevoerd in de Gemeenschap , dat door de verantwoordelijke autoriteit van een Lid-Staat als natuurlijk mineraalwater is erkend .

Het in de eerste alinea bedoelde water kan slechts worden erkend indien de hiertoe bevoegde autoriteit in het land van winning heeft verklaard dat het voldoet aan het bepaalde in bijlage I , deel I , en dat permanent wordt gecontroleerd of het bepaalde in bijlage II , punt 2 , wordt nageleefd .

De geldigheidsduur van de in de tweede alinea bedoelde verklaring mag niet meer dan twee jaar bedragen . Indien de verklaring voor het einde van de genoemde periode wordt vernieuwd , behoeft niet opnieuw tot de in de eerste alinea bedoelde erkenning te worden overgegaan .

3 . Deze richtlijn is niet van toepassing :

- op water dat een geneesmiddel is in de zin van Richtlijn 65/65/EEC ( 6 ) ,

- op natuurlijk mineraalwater dat met het oog op genezing aan de bron in thermale of hydrominerale inrichtingen wordt gebruikt .

4 . De in de leden 1 en 2 bedoelde erkenning wordt met redenen omkleed door de verantwoordelijke autoriteit van de Lid-Staat en wordt officieel bekendgemaakt .

5 . Iedere Lid-Staat deelt aan de Commissie de gevallen mede waarin werd overgegaan tot de in de leden 1 en 2 bedoelde erkenning of tot intrekking hiervan . De lijst van de als zodanig erkende natuurlijke mineraalwaters wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Artikel 2

De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen opdat alleen het in artikel 1 bedoelde water dat aan deze richtlijn voldoet , als natuurlijk mineraalwater in de handel kan worden gebracht .

Artikel 3

De bronnen van natuurlijk mineraalwater dienen in overeenstemming met de in bijlage II vermelde voorschriften te worden geëxploiteerd ; deze voorschriften gelden ook voor het verpakken van dit water .

Artikel 4

1 . Een natuurlijk mineraalwater zoals het bij het ontspringen voorkomt , mag aan geen enkele andere behandeling of toevoeging worden onderworpen dan :

a ) de afscheiding van labiele elementen , zoals ijzer - en zwavelverbindingen , door filtreren of decanteren , eventueel na beluchten , voor zover deze behandeling niet tot gevolg heeft de samenstelling van dit water te veranderen wat de essentiële bestanddelen betreft die het zijn eigenschappen geven ;

b ) de totale of gedeeltelijke verwijdering van vrij koolzuurgas via uitsluitend natuurkundige procédés ;

c ) het inbrengen of het opnieuw inbrengen van koolzuurgas onder de bij bijlage I , deel III , bepaalde voorwaarden .

2 . Meer in het bijzonder zijn verboden elke behandeling ter ontsmetting , op welke wijze dan ook , en , behoudens lid 1 , sub c ) , toevoeging van bacteriostatica of iedere andere behandeling die de microflora van het natuurlijke mineraalwater kan wijzigen .

3 . Lid 1 vormt geen beletsel voor het gebruik van een natuurlijk mineraalwater voor de vervaardiging van alcoholvrije frisdranken .

Artikel 5

1 . Bij het ontspringen moet het totale gehalte aan reactiveerbare micro-organismen van een natuurlijk mineraalwater overeenkomen met de normale microflora daarvan en op een doeltreffende bescherming van de bron tegen elke verontreiniging duiden . Dit gehalte moet worden vastgesteld onder de in bijlage I , deel II , punt 1.3.3 , bepaalde voorwaarden .

Na het bottelen mag dit gehalte niet meer bedragen dan 100 per ml bij 20 à 22 ° C gedurende 72 uur op een agar-agar-voedingsbodem of een agar-agar-gelatinemengsel en 20 per ml bij 37 ° C gedurende 24 uur op een agar-agar-voedingsbodem . Dit gehalte moet binnen 12 uur na het bottelen worden gemeten , waarbij het water gedurende deze periode van 12 uur op 4 ° C ± 1 ° C wordt gehouden .

Bij het ontspringen mogen deze waarden normaliter niet meer bedragen dan respectievelijk 20 per ml bij 20 à 22 ° C gedurende 72 uur en 5 per ml bij 37 ° C gedurende 24 uur , waarbij deze waarden moeten worden beschouwd als richtgetallen en niet als maximumconcentraties .

2 . Bij het ontspringen en tijdens het in de handel brengen moet een natuurlijk mineraalwater vrij zijn van :

a ) pathogene parasieten en micro-organismen ;

b ) escherichia coli of andere coliforme bacteriën en streptococcus faecalis , in 250 ml onderzocht monster ;

c ) sulfietreducerende sporenvormende anaerobe bacteriën in 50 ml onderzocht monster ;

d ) pseudonomas aeruginosa in 250 ml onderzocht monster .

3 . In het handelsstadium mag onverminderd de leden 1 en 2 en de in bijlage II vastgestelde voorwaarden voor de exploitatie :

- het totale gehalte aan reactiveerbare micro-organismen van natuurlijk mineraalwater alleen het gevolg zijn van de normale ontwikkeling van het kiemgehalte van dit water bij het ontspringen ;

- natuurlijk mineraalwater geen organoleptische gebreken vertonen .

Artikel 6

De recipiënten die voor het verpakken van natuurlijk mineraalwater worden gebruikt , moeten voorzien zijn van een sluiting die erop berekend is om iedere mogelijkheid van vervalsing of besmetting te voorkomen .

Artikel 7

1 . De verkoopbenaming van natuurlijk mineraalwater is " natuurlijk mineraalwater " of , indien het in bijlage I , deel III , omschreven gashoudend mineraalwater betreft , al naar gelang van het geval " natuurlijk gashoudend mineraalwater " , " met brongas versterkt natuurlijk mineraalwater " of " natuurlijk mineraalwater met toegevoegd koolzuurgas " .

De verkoopbenaming van natuurlijk mineraalwater dat een in artikel 4 , lid 1 , sub b ) , bedoelde behandeling heeft ondergaan , wordt al naar gelang van het geval aangevuld met de vermelding " volledig ontgast " of " gedeeltelijk ontgast " .

2 . Op de etikettering van natuurlijk mineraalwater dienen tevens de volgende verplichte vermeldingen voor te komen :

a ) - hetzij de vermelding : " samenstelling in overeenstemming met de resultaten van de officieel erkende analyse van ... " ( datum van de analyse ) ,

- hetzij de vermelding van de analytische samenstelling die de kenmerkende bestanddelen aangeeft ;

b ) de plaats waar de bron wordt geëxploiteerd en de naam van de bron .

3 . De Lid-Staten kunnen tevens :

a ) de bepalingen waarbij de vermelding van het land van oorsprong wordt opgelegd , handhaven , waarbij deze aanduiding echter niet mag worden vereist voor natuurlijk mineraalwater dat afkomstig is van een binnen de Gemeenschap gelegen bron ;

b ) bepalingen invoeren waarbij de vermelding van de eventuele in artikel 4 , lid 1 , sub a ) , bedoelde behandelingen wordt opgelegd .

Artikel 8

1 . De naam van een plaats , een gehucht of een vlek mag deel uitmaken van een handelsbenaming , indien de bron van het natuurlijk mineraalwater op de door die handelsbenaming genoemde plaats wordt geëxploiteerd en mits daardoor geen verwarring wordt gesticht ten aanzien van de plaats waar de bron wordt geëxploiteerd .

2 . Het in de handel brengen onder verschillende handelsbenamingen van een natuurlijk mineraalwater afkomstig van een zelfde bron is verboden .

3 . Indien op de etiketten of opschriften aangebracht op de recipiënten waarin natuurlijk mineraalwater ten verkoop wordt aangeboden , een andere handelsbenaming staat dan de naam van de bron of van zijn plaats van exploitatie , moet deze plaats of de naam van de bron worden vermeld met lettertekens waarvan de hoogte en de breedte minstens anderhalve maal zo groot zijn als het grootste letterteken dat gebruikt is voor de aanduiding van die handelsbenaming .

De eerste alinea is mutatis mutandis en in dezelfde geest van toepassing op de nadruk die in reclame , in welke vorm ook , voor natuurlijk mineraalwater op de naam van de bron of de plaats van exploitatie wordt gelegd ten opzichte van de vermelding van de handelsbenaming .

Artikel 9

1 . Het is verboden zowel op de verpakkingen of etiketten als in reclame , in welke vorm dan ook , gebruik te maken van aanduidingen , benamingen , fabrieks - of handelsmerken , afbeeldingen en andere al of niet figuratieve tekens , die :

a ) doen vermoeden dat het betrokken natuurlijk mineraalwater kenmerken bezit die het in werkelijkheid niet heeft , inzonderheid inzake de oorsprong , de datum van de exploitatievergunning , de resultaten van analyses of aan authenticiteitswaarborg analoge referenties ;

b ) wanneer het verpakt drinkwater betreft dat niet aan bijlage I , deel I , voldoet , verwarring kunnen doen ontstaan met natuurlijk mineraalwater , met name de vermelding " mineraalwater " .

2 . a ) Het is verboden gebruik te maken van aanduidingen die aan het natuurlijk mineraalwater eigenschappen toeschrijven op het gebied van de preventie , de behandeling of genezing van ziekten van de mens .

b ) De vermeldingen openomen in bijlage III mogen evenwel worden gebruikt voor zover wordt voldaan aan de daarin vastgestelde overeenkomstige criteria of , bij ontstentenis daarvan , aan de bij nationale bepalingen vastgestelde criteria en op voorwaarde dat zij zijn opgesteld op basis van fysisch-chemische analyses en , indien nodig , van farmacologische , fysiologische en klinische onderzoeken , verricht volgens wetenschappelijk erkende methoden in overeenstemming met bijlage I , deel I , punt 2 .

c ) De Lid-Staten kunnen de vermeldingen " bevordert de spijsvertering " , " kan de functies van lever en gal bevorderen " of soortgelijke vermeldingen toestaan . Voorts kunnen zij andere vermeldingen toestaan voor zover deze niet in strijd zijn met de sub a ) genoemde beginselen en verenigbaar zijn met de sub b ) genoemde beginselen .

3 . De Lid-Staten kunnen bijzondere bepalingen vaststellen inzake vermeldingen - zowel op verpakkingen of etiketten als in reclame - betreffende de geschiktheid van een natuurlijk mineraalwater voor gebruik in babyvoeding . Deze bijzondere bepalingen kunnen ook betrekking hebben op de eigenschappen van het water die de voorwaarden voor het gebruik van deze vermeldingen bepalen .

Lid-Staten die het voornemen hebben dergelijke bepalingen vast te stellen , brengen de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan vooraf op de hoogte .

4 . Uiterlijk drie jaar na kennisgeving van deze richtlijn legt de Commissie aan de Raad een verslag en in voorkomend geval passende voorstellen voor betreffende de toepassing van bijlage I , deel II , punt 1.2 .12 .

Artikel 10

1 . De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen opdat de handel in natuurlijk mineraalwater dat voldoet aan de in deze richtlijn vervatte definities en regels , niet kan worden belemmerd door de toepassing van nationale niet geharmoniseerde bepalingen inzake de eigenschappen , de samenstelling , de exploitatievoorwaarden , de verpakking of de etikettering van natuurlijke mineraalwaters of van levensmiddelen in het algemeen .

2 . Lid 1 is niet van toepassing op niet geharmoniseerde nationale bepalingen , welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van :

- bescherming van de volksgezondheid ,

- tegengaan van misleiding , mits deze bepalingen niet van dien aard zijn dat daarmee de toepassing van de in deze richtlijn vervatte definities en voorschriften wordt belemmerd ,

- bescherming van de industriële en commerciële eigendom , de aanduidingen van herkomst en oorsprong , alsmede het tegengaan van oneerlijke concurrentie .

Artikel 11

De voorschriften voor de monsterneming en de analysemethoden , die nodig zijn voor de controle van de in artikel 5 bedoelde bacteriologische kenmerken en van de in bijlage I , deel II , sub 1.2 , bedoelde kenmerken inzake samenstelling worden volgens de procedure van artikel 12 bepaald .

Artikel 12

1 . In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure , wordt deze procedure bij het Permanent Comité voor levensmiddelen , hierna te noemen het " Comité " , ingeleid door de voorzitter , hetzij op diens initiatief , hetzij op verzoek van een vertegenwoordiger van een Lid-Staat .

2 . De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van te nemen maatregelen . Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie van het betrokken vraagstuk . Het spreekt zich uit met een meerderheid van 41 stemmen , waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De voorzitter neemt geen deel aan de stemming .

3 . a ) De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité .

b ) Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met advies van het Comité of bij gebreke van een advies , doet de Commissie onverwijld een voorstel aan de Raad betreffende de vast te stellen maatregelen . De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

c ) Indien na verloop van een termijn van drie maanden , te rekenen vanaf de indiening van het voorstel bij de Raad , deze geen besluit heeft genomen , worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld .

Artikel 13

Artikel 12 is van toepassing gedurende een tijdvak van achttien maanden , te rekenen vanaf de datum waarop de procedure voor de eerste maal bij het Comité zal zijn ingeleid overeenkomstig artikel 12 , lid 1 .

Artikel 14

Deze richtlijn is niet van toepassing op natuurlijk mineraalwater dat voor export naar derde landen is bestemd .

Artikel 15

De Lid-Staten wijzigen zo nodig hun wetgeving ten einde te voldoen aan deze richtlijn en stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis ; de aldus gewijzigde wetgeving wordt zodanig toegepast dat :

- de handel in produkten die aan deze richtlijn voldoen , uiterlijk twee jaar na kennisgeving daarvan wordt toegestaan ,

- de handel in produkten die niet aan deze richtlijn voldoen , vier jaar na kennisgeving daarvan wordt verboden .

Artikel 16

Deze richtlijn is eveneens van toepassing op de overzeese departementen van de Franse Republiek .

Artikel 17

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 15 juli 1980 .

Voor de Raad

De Voorzitter

J . SANTER

( 1 ) PB nr . C 69 van 11 . 6 . 1970 , blz . 14 .

( 2 ) PB nr . C 45 van 10 . 5 . 1971 , blz . 5 .

( 3 ) PB nr . C 36 van 19 . 4 . 1971 , blz . 14 .

( 4 ) PB nr . L 33 van 8 . 2 . 1979 , blz . 1 .

( 5 ) PB nr . L 291 van 19 . 11 . 1969 , blz . 9 .

( 6 ) PB nr . 22 van 9 . 2 . 1965 , blz . 369/65 .

BIJLAGE I

I . DEFINITIE

1 . Men verstaat onder " natuurlijk mineraalwater " , in de betekenis van artikel 5 , bacteriologisch gezond water , een watervlak of een onderaardse laag tot oorsprong hebbende , afkomstig van een bron geëxploiteerd door een of meer natuurlijke of kunstmatige ontspringingspunten .

Natuurlijk mineraalwater onderscheidt zich duidelijk van gewoon drinkwater :

a ) door de natuurlijke samenstelling , die gekenmerkt wordt door het gehalte aan mineralen , sporenelementen of andere bestanddelen en , in voorkomend geval , door bepaalde uitwerkingen ,

b ) door de natuurlijke zuiverheid ,

waarbij deze kenmerken intact gebleven zijn dank zij de onderaardse oorsprong van dit water dat van ieder gevaar voor verontreiniging gevrijwaard is gebleven .

2 . Deze kenmerken , die aan natuurlijk mineraalwater gezondheidbevorderende eigenschappen kunnen verlenen , moeten zijn beoordeeld :

a ) door middel van :

1 . een geologisch en hydrologisch onderzoek ,

2 . een fysisch , chemisch en fysisch-chemisch onderzoek ,

3 . een microbiologisch onderzoek ,

4 . indien nodig , een farmacologisch , fysiologisch en klinisch onderzoek ,

b ) volgens de in deel II opgenoemde criteria ,

c ) volgens methoden die door de verantwoordelijke autoriteit op wetenschappelijke basis zijn erkend .

Het sub a ) 4 bedoelde onderzoek is niet verplicht indien het water , ten aanzien van de samenstelling , eigenschappen bezit op grond waarvan het in de Lid-Staat van oorsprong reeds vóór het van toepassing worden van deze richtlijn als natuurlijk mineraalwater werd aangemerkt . Dit is met name het geval wanneer het betreffende water bij de oorsprong en na botteling in totaal ten minste 1 000 mg vaste stof in oplossing of ten minste 250 mg vrij koolzuurgas per kg bevat .

3 . De samenstelling , de temperatuur en de andere essentiële kenmerken van het natuurlijk mineraalwater moeten constant blijven binnen natuurlijke schommelingen ; in het bijzonder moeten zij niet worden gewijzigd door eventuele variaties in het debiet .

In de zin van artikel 5 , lid 1 , verstaat men onder normale microflora van natuurlijk mineraalwater de bij het ontspringen voor iedere behandeling vastgestelde nagenoeg constante bacteriënflora , waarvan de kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling , welke voor de erkenning van dit water in aanmerking is genomen , door middel van periodieke analyses wordt gecontroleerd .

II . VOORSCHRIFTEN EN CRITERIA VOOR DE TOEPASSING VAN DE DEFINITIE

1.1 . Voorschriften voor het geologisch en hydrologisch onderzoek

Met name moeten worden vereist :

1.1.1 . de juiste ligging van het winningspunt dat , met opgave van de hoogte , ten aanzien van de topografie is aangeduid op een kaart met een schaal van ten hoogste 1:1 000 ;

1.1.2 . een gedetailleerd geologisch verslag over de oorsprong en de aard van de bodem ;

1.1.3 . de stratigrafie van de hydrogeologische aardlaag ;

1.1.4 . beschrijving van de winningswerkzaamheden ;

1.1.5 . vaststelling van de zone of andere maatregelen ter bescherming van de bron tegen verontreiniging .

1.2 . Voorschriften voor het fysisch , chemisch en fysisch-chemisch onderzoek

Bij het onderzoek op deze gebieden wordt met name het volgende vastgesteld :

1.2.1 . het debiet van de bron ;

1.2.2 . de temperatuur van het water bij het ontspringen en de temperatuur van de omgeving ;

1.2.3 . het verband tussen de bodemgesteldheid en de aard en het type van de in het bronwater voorkomende minerale substanties ;

1.2.4 . de droge residuen bij 180 ° C en 260 ° C ;

1.2.5 . het soortelijk geleidingsvermogen of de soortelijke weerstand , met opgave van de meettemperatuur ;

1.2.6 . de waterstofionenconcentratie ( pH ) ;

1.2.7 . de anionen en kationen ;

1.2.8 . de niet geïoniseerde elementen ;

1.2.9 . de sporenelementen ;

1.2.10 . de radio-actinologie bij het ontspringen ;

1.2.11 . in voorkomend geval , de relatieve hoeveelheden isotopen van de samenstellende elementen van het water , zuurstof ( 16 0 - 18 0 ) en waterstof ( protium , deuterium en tritium ) ;

1.2.12 . de toxiciteit van bepaalde samenstellende elementen van het water , met inachtneming van de in dit opzicht voor elk element vastgestelde grenzen .

1.3 . Criteria voor het microbiologisch onderzoek bij het ontspringen

Dit onderzoek moet met name het volgende omvatten :

1.3.1 . het bewijs van de afwezigheid van pathogene parasieten en micro-organismen ;

1.3.2 . de kwantitatieve vaststelling van op faecale besmetting wijzende reactiveerbare micro-organismen :

a ) afwezigheid van escherichia coli of andere coliforme bacteriën in 250 ml bij 37 ° C en 44,5 ° C ;

b ) afwezigheid van streptococcus faecalis in 250 ml ;

c ) afwezigheid van sulfiet reducerende sporenvormende anaerobe bacteriën in 50 ml ;

d ) afwezigheid van pseudomonas aeruginosa in 250 ml ;

1.3.3 . de vaststelling van het totale aantal reactiveerbare micro-organismen per ml water :

a ) bij 20 ° C tot 22 ° C gedurende 72 uur op een agar-agar-voedingsbodem of een agar-agar-gelatinemengsel ;

b ) bij 37 ° C gedurende 24 uur op een agar-agar-voedingsbodem .

1.4 . Voorschriften voor het klinisch en farmacologisch onderzoek

1.4.1 . De aard van het onderzoek , dat volgens erkende wetenschappelijke methodes moet worden uitgevoerd , moet aangepast zijn aan de eigen kenmerken van het natuurlijk mineraalwater en de uitwerking ervan op het menselijk organisme , zoals urineafscheiding , functionering van maag of ingewanden , opheffing van het tekort aan minerale substanties , enz .

1.4.2 . Indien wordt vastgesteld dat een groot aantal klinische observaties een constant karakter vertoont en steeds dezelfde resultaten oplevert kan zulks in voorkomend geval het in punt 1.4.1 bedoelde onderzoek vervangen . In passende gevallen kan klinisch onderzoek in de plaats komen van het in punt 1.4.1 bedoelde onderzoek , op voorwaarde dat daarmee dezelfde resultaten kunnen worden verkregen doordat een groot aantal observaties een constant karakter vertoont en steeds dezelfde resultaten oplevert .

III . AANVULLENDE KWALIFICATIES MET BETREKKING TOT DE NATUURLIJKE GASHOUDENDE MINERAALWATERS

Natuurlijke gashoudende mineraalwaters ontwikkelen aan de oorsprong of na bottelen , spontaan en duidelijk zichtbaar , koolzuurgas onder normale omstandigheden van temperatuur en druk . Gashoudende mineraalwaters worden ingedeeld in drie categorieën met de volgende gereserveerde benamingen :

a ) " Natuurlijk gashoudend mineraalwater " , water waarvan het gehalte aan koolzuurgas afkomstig van de bron , na eventueel decanteren en botteling , even groot is als bij het ontspringen , eventueel rekening houdend met het opnieuw inbrengen van een hoeveelheid van hetzelfde watervlak of dezelfde onderaardse laag afkomstig gas , equivalent met het gas dat tijdens die bewerking is vrijgekomen en onder voorbehoud van de gebruikelijke technische toleranties ;

b ) " Met brongas versterkt natuurlijk mineraalwater " , water waarvan het gehalte aan van hetzelfde watervlak of dezelfde onderaardse laag afkomstig koolzuurgas , na eventueel decanteren en botteling , hoger ligt dan bij het ontspringen is waargenomen ;

c ) " Natuurlijk mineraalwater met toegevoegd koolzuurgas " , water waaraan koolzuurgas is toegevoegd dat een andere oorsprong heeft dan het watervlak of de onderaardse laag waarvan het afkomstig is .

BIJLAGE II

VOORWAARDEN INZAKE DE EXPLOITATIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN NATUURLIJK MINERAALWATER

1 . De exploitatie van een bron van natuurlijk mineraalwater is onderworpen aan een vergunning van de verantwoordelijke autoriteit in het land waar het water wordt gewonnen , na constatering dat het berokken water voldoet aan bijlage I , deel I .

2 . De installaties voor de exploitatie moeten zo zijn gebouwd dat iedere mogelijkheid van besmetting wordt voorkomen en dat het water de eigenschappen behoudt , die met zijn kwalificatie overeenkomen en die het op het ogenblik van het ontspringen bezat .

Daartoe en inzonderheid :

a ) moet de bron of het ontspringingspunt tegen gevaar voor verontreiniging worden beschermd ;

b ) moeten de opvangingsinstallaties , de toevoerleidingen en de tanks vervaardigd zijn van materiaal dat geschikt is voor water en wel zodanig , dat elke chemische , fysisch-chemische en bacteriologische verandering van dit water wordt verhinderd ;

c ) moeten de exploitatievoorwaarden en met name de was - en bottelinstallaties voldoen aan hygiëne-eisen . In het bijzonder dienen de recipiënten zodanig behandeld of vervaardigd te worden dat vermeden wordt dat de bacteriologische en chemische kenmerken van het natuurlijk mineraalwater worden gewijzigd ;

d ) is het transport van natuurlijk mineraalwater in andere recipiënten dan die welke voor de levering aan de eindverbruiker zijn goedgekeurd , verboden .

Het is evenwel toegestaan het bepaalde sub d ) niet toe te passen op mineraalwater dat op het grondgebied van een Lid-Staat wordt gewonnen , geëxploiteerd en in de handel gebracht , indien in de betrokken Lid-Staat op het tijdstip van de kennisgeving van de richtlijn mineraalwater van de bron naar de bottelarij mag worden vervoerd in tanks .

3 . Wordt tijdens de exploitatie geconstateerd dat het natuurlijk mineraalwater verontreinigd is en niet voldoet aan de bij artikel 5 bepaalde bacteriologische kenmerken , dan moet de exploitant onverwijld alle exploitatiehandelingen , in het bijzonder het bottelen , opschorten tot de oorzaak van de verontreiniging opgeheven is en het water aan artikel 5 voldoet .

4 . De verantwoordelijke autoriteit in het land van herkomst gaat over tot periodieke controles van :

a ) de overeenstemming van het natuurlijk mineraalwater waarvan de bronexploitatie is toegestaan , met bijlage I , deel I ;

b ) de toepassing door de exploitant van de punten 2 en 3 .

BIJLAGE III

IN ARTIKEL 9 , LID 2 , BEDOELDE VERMELDINGEN EN CRITERIA

Vermeldingen * Criteria *

Zwak mineraalhoudend * ten hoogste 500 mg/l minerale zouten , berekend als vast residu *

Zeer zwak mineraalhoudend * ten hoogste 50 mg/l minerale zouten , berekend als vast residu *

Rijk aan minerale zouten * meer dan 1 500 mg/l minerale zouten , berekend als vast residu *

Bicarbonaathoudend * meer dan 600 mg/l bicarbonaat *

Sulfaathoudend * meer dan 200 mg/l sulfaten *

Chloridehoudend * meer dan 200 mg/l chloride *

Calciumhoudend * meer dan 150 mg/l calcium *

Magnesiumhoudend * meer dan 50 mg/l magnesium *

Fluorhoudend * meer dan 1 mg/l fluor *

IJzerhoudend * meer dan 1 mg/l tweewaardig ijzer *

Zwak verzuurd * meer dan 250 mg/l vrij koolzuurgas *

Natriumhoudend * meer dan 200 mg/l natrium *

Geschikt voor de bereiding van babyvoeding * - *

Geschikt voor zoutarm dieet * het gehalte aan natrium bedraagt minder dan 20 mg/l *

Kan laxerend zijn * - *

Kan diuretisch zijn * -

Top