EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31972R0515

Verordening (EEG) nr. 515/72 van de Raad van 28 februari 1972 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 543/69 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer

OJ L 67, 20.3.1972, p. 11–12 (DE, FR, IT, NL)
Danish special edition: Series I Volume 1972(I) P. 127 - 128
English special edition: Series I Volume 1972(I) P. 134 - 136
Greek special edition: Chapter 05 Volume 001 P. 135 - 137
Spanish special edition: Chapter 07 Volume 001 P. 180 - 181
Portuguese special edition: Chapter 07 Volume 001 P. 180 - 181

No longer in force, Date of end of validity: 29/09/1986

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1972/515/oj

31972R0515

Verordening (EEG) nr. 515/72 van de Raad van 28 februari 1972 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 543/69 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer

Publicatieblad Nr. L 067 van 20/03/1972 blz. 0011
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1972(I) blz. 0127
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1972(I) blz. 0134
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 05 Deel 1 blz. 0135
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 07 Deel 1 blz. 0180
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 07 Deel 1 blz. 0180


++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 515/72 VAN DE RAAD

van 28 februari 1972

houdende wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 75 ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 543/69 van de Raad van 25 maart 1969 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer ( 1 ) ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ,

Overwegende dat er bij de toepassing sedert 1 oktober 1969 van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 een aantal moeilijkheden van praktische aard aan de dag zijn getreden , waarvoor echter een oplossing kan worden gevonden , zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de doelstellingen van sociale vooruitgang en verkeersveiligheid welke op het gebied van het wegvervoer worden nagestreefd ;

Overwegende dat het gewenst is trekkers voor land - en bosbouw vrij te stellen van de toepassing van genoemde verordening ;

Overwegende dat met het oog op de beroepsopleiding de Lid-Staten de mogelijkheid moeten hebben de minimumleeftijd van bijrijders tot 16 jaar terug te brengen ;

Overwegende dat dient te worden bepaald dat de bijlage van genoemde verordening , met als voorwerp het persoonlijk controleboekje , een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van de verordening ;

Overwegende dat eveneens moet worden vermeld , dat in het in artikel 14 , lid 4 , van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 genoemde geval het mechanisch controleapparaat moet worden goedgekeurd overeenkomstig het bepaalde in artikel 20 van Verordening ( EEG ) nr . 1463/70 van de Raad van 20 juli 1970 betreffende de invoering van een controleapparaat bij het wegvervoer ( 2 ) ;

Overwegende dat het nationale vervoer over korte afstand in bepaalde gevallen in bijzondere behoeften voorziet , en dat het derhalve wenselijk is de Lid-Staten in staat te stellen om , na raadpleging van de Commissie , afwijkingen toe te staan ten aanzien van de ononderbroken rijtijd en de onderbreking van de rijtijd , en met name voor oogstvervoer en voor bepaalde vormen van melkvervoer , afwijkingen van de bepalingen inzake de dagelijkse rusttijd , voor zover hierbij geen schade wordt toegebracht aan de bescherming op sociaal gebied en aan de veiligheid van het wegverkeer ;

Overwegende dat het voor vervoer over korte afstand bovendien gewenst is , de Lid-Staten bij wijze van overgangsmaatregel in staat te stellen afwijkingen toe te staan ten aanzien van de verplichting van het bijhouden van een persoonlijk controleboekje - indien het voertuig is uitgerust met een mechanisch controleapparaat dat voldoet aan het bepaalde in artikel 20 van Verordening ( EEG ) nr . 1463/70 - of indien , na raadpleging van de Commissie , een ander doeltreffend controlesysteem wordt vastgesteld ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Aan de tekst van artikel 4 van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 wordt het volgende toegevoegd :

" 7 . trekkers die uitsluitend bestemd zijn voor plaatselijke bos - en landbouwwerkzaamheden . "

Artikel 2

Aan artikel 5 van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 wordt het volgende toegevoegd :

" 7 . Elke Lid-Staat kan voor het nationale vervoer binnen een gebied met een straal van 50 km rondom de standplaats van het voertuig , met inbegrip van de gemeenten waarvan het centrum binnen deze straal ligt , de minimumleeftijd van de bijrijders terugbrengen tot 16 jaar , op voorwaarde dat zulks geschiedt met het oog op de beroepsopleiding en binnen de grenzen van de nationale arbeidswetgeving . "

Artikel 3

De tekst van artikel 14 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 wordt vervangen door de volgende tekst :

" De bemanningsleden van een voertuig dat geen geregelde vervoerdienst onderhoudt , moeten een persoonlijk controleboekje bij zich hebben dat conform is aan het model dat voorkomt in de bijlage , die een wezenlijk bestanddeel van deze verordening uitmaakt . "

Artikel 4

De tekst van artikel 14 , lid 4 , van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 van de Raad wordt vervangen door de volgende tekst :

" Iedere Lid-Staat kan de nodige maatregelen treffen om de bemanningsleden van op zijn grondgebied ingeschreven voertuigen in het binnenlandse vervoer vrij te stellen van het noteren van de in lid 2 aangeduide groepen tijden in de dagelijkse werkbladen van het persoonlijke controleboekje , mits deze op juiste wijze kunnen worden geregistreerd door een in het voertuig geplaatst mechanisch controleapparaat dat is goedgekeurd overeenkomstig het bepaalde in artikel 20 van Verordening ( EEG ) nr . 1463/70 van de Raad van 20 juli 1970 betreffende de invoering van een controleapparaat bij het wegvervoer ( 3 ) , onverminderd de toepassing van deze verordening met ingang van de in haar artikelen 4 en 20 vastgestelde data .

De aldus geregistreerde gegevens moeten worden overgenomen in de weekstaat die deel uitmaakt van het persoonlijke controleboekje . "

Artikel 5

Na artikel 14 van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 van de Raad wordt onderstaand artikel ingevoegd :

" Artikel 14 bis

De Lid-Staten kunnen voor het nationale goederenvervoer over de weg , uitgeoefend binnen een gebied met een straal van 50 km rondom de standplaats van het voertuig , met inbegrip van de gemeenten waarvan het centrum binnen deze straal ligt , afwijkingen toestaan :

a ) na raadpleging van de Commissie

i ) van het bepaalde in artikel 7 , lid 1 , en artikel 8 . De dagelijkse rijtijd dient echter voldoende onderbrekingen te bevatten opdat de tijden , genoemd in artikel 8 , leden 1 en 2 , geëerbiedigd worden en er in elk geval een onderbreking van ten minste 30 minuten of twee onderbrekingen van elk ten minste 15 minuten zijn ;

ii ) van het bepaalde in artikel 11 , lid 1 , voor het oogstvervoer gedurende ten hoogste 30 dagen per jaar , mits de dagelijkse rusttijd ten minste tien achtereenvolgende uren bedraagt en de bekorting van de dagelijkse rusttijd wordt gecompenseerd door een dienovereenkomstige extra rusttijd , die onmiddellijk voor of na de wekelijkse rusttijd moet worden genoten ;

iii ) voor het melkvervoer van de boerderij naar de zuivelfabrieken ,

- van het bepaalde in artikel 11 , lid 1 , mits de dagelijkse rusttijd ten minste acht achtereenvolgende uren bedraagt , en overdag de rijtijd voor ten minste vier achtereenvolgende uren wordt onderbroken , waarin de bemanningsleden geen van de in artikel 14 , lid 2 , sub c ) en d ) , aangeduide werkzaamheden of enige andere beroepsarbeid verrichten ,

- van het bepaalde in artikel 12 , mits gedurende de als wekelijkse rusttijd bedoelde tijd ten hoogste twee maal twee uren rijtijd worden toegestaan ;

b ) van het bepaalde in artikel 14 tot de verplichte installatie van het controleapparaat , als bedoeld in artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 1463/70 ;

- indien de voertuigen zijn uitgerust met een controleapparaat overeenkomstig artikel 20 van genoemde verordening ,

- dan wel , als zij - na raadpleging van de Commissie - de geschikte maatregelen nemen om een doeltreffende controle te waarborgen met betrekking tot de voor deze categorieën vervoer geldende bepalingen , waardoor kan worden verzekerd dat geen schade wordt toegebracht aan de sociale bescherming en aan de veiligheid van het wegverkeer . "

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 28 februari 1972 .

Voor de Raad

De Voorzitter

G . THORN

( 1 ) PB nr . L 77 van 29 . 3 . 1969 , blz . 49 .

( 2 ) PB nr . L 164 van 27 . 7 . 1970 , blz . 1 .

( 3 ) PB nr . L 164 van 27 . 7 . 1970 , blz . 1 .

Top