Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31961X1201

Algemeen Programma voor de opheffing van de beperkingen van het vrij verrichten van diensten

OJ 2, 15.1.1962, p. 32–35 (DE, FR, IT, NL)
Danish special edition: Series II Volume IX P. 3 - 6
English special edition: Series II Volume IX P. 3 - 6
Greek special edition: Chapter 06 Volume 001 P. 3 - 6
Spanish special edition: Chapter 06 Volume 001 P. 3 - 6
Portuguese special edition: Chapter 06 Volume 001 P. 3 - 6

In force

31961X1201

Algemeen Programma voor de opheffing van de beperkingen van het vrij verrichten van diensten

Publicatieblad Nr. 002 van 15/01/1962 blz. 0032 - 0035
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie II Deel IX blz. 0003 - 0006
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie II Deel IX blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 06 Deel 1 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 06 Deel 1 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 06 Deel 1 blz. 0003


++++

ALGEMEEN PROGRAMMA

voor de opheffing van de beperkingen van het vrij verrichten van diensten

DE RAAD VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

Gelet op de bepalingen van het Verdrag , inzonderheid op de artikelen 63 , 106 en 227 , lid 2 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ,

heeft het volgende Algemeen Programma voor de opheffing van de beperkingen van het vrij verrichten van diensten binnen de Europese Economische Gemeenschap vastgesteld :

Titel I : Begunstigden

De opheffing van de beperkingen van het vrij verrichten van diensten , bedoeld in dit Algemeen Programma , zal geschieden ten behoeve van :

_ de onderdanen van de Lid-Staten , die diensten verrichten en gevestigd zijn binnen de Gemeenschap ;

_ de vennootschappen die diensten verrichten en die in overeenstemming met de wetgeving van een Lid-Staat zijn opgericht en hun statutaire zetel , hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Gemeenschap hebben , op voorwaarde dat , ingeval zij slechts hun statutaire zetel in de Gemeenschap hebben , hun werkzaamheden daadwerkelijk en duurzaam verband houden met de economie van een Lid-Staat , met dien verstande dat dit verband niet afhankelijk kan worden gesteld van een bepaalde nationaliteit , met name wat de vennoten , de leden van de organen van beheer of toezicht of de houders van het maatschappelijk kapitaal betreft ;

mits de dienst wordt verricht door de persoon zelf of door een van zijn eveneens in de Gemeenschap gevestigde filialen of agentschappen .

Titel II : Toelating , vertrek en verblijf

Voor het verstrijken van het tweede jaar van de tweede etappe der overgangsperiode wordt overgegaan tot aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in elk der Lid-Staten betreffende de toelating , het vertrek en het verblijf van de onderdanen der Lid-Staten _ met name door die voorschriften af te schaffen die een economisch doel hebben _ voor zover zij niet gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde , de openbare veiligheid en de volksgezondheid en een belemmering kunnen vormen voor het verrichten van diensten door deze onderdanen of door het gespecialiseerde personeel of het personeel dat een vertrouwenspositie bekleedt en dat degene die de dienst verricht , vergezelt of de dienst voor diens rekening verricht .

Titel III : Beperkingen

Onder voorbehoud van de in het Verdrag vervatte uitzonderingen of bijzondere bepalingen , met name van :

_ artikel 55 betreffende de werkzaamheden ter uitoefening van het openbaar gezag in een Lid-Staat ;

_ artikel 56 betreffende de bepalingen waarbij een bijzondere regeling is vastgesteld voor vreemdelingen , welke bepalingen uit hoofde van de openbare orde , de openbare veiligheid en de volksgezondheid gerechtvaardigd zijn ;

_ artikel 61 betreffende het vrije verkeer van de diensten op het gebied van het vervoer , welk verkeer wordt geregeld door de bepalingen , voorkomende in de Titel betreffende het vervoer ;

_ de bepalingen betreffende het vrije verkeer van goederen , van kapitaal en van personen , alsmede betreffende de belastingstelsels ;

vormen beperkingen , die overeenkomstig het in Titel V vastgestelde tijdschema moeten worden opgeheven , ongeacht of zij degene die de dienst verricht , direct dan wel indirect in degene te wiens behoeve de dienst wordt verricht of in de dienstverrichting zelf , treffen :

A . elk verbod of elke belemmering van werkzaamheden anders dan in loondienst van degene die de dienst verricht , bestaande in een verschil in behandeling ten opzichte van de eigen onderdanen op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling van een Lid-Staat of als gevolg van de toepassing van een dergelijke bepaling of als gevolg van administratieve handelwijzen .

Tot de beperkende bepalingen en handelwijzen behoren met name die , welke alleen ten aanzien van vreemdelingen :

a ) het verrichten van diensten verbieden ,

b ) het verrichten van diensten afhankelijk stellen van een vergunning of van de afgifte van een document , zoals een kaart voor buitenlandse kooplieden of een beroepskaart voor vreemdelingen ,

c ) de verlening van een vergunning , vereist voor het verrichten van diensten , afhankelijk stellen van het voldoen aan nadere voorwaarden ,

d ) het verrichten van diensten afhankelijk stellen van een voorafgaand verblijf of een voorafgaande stage in het land van ontvangst ,

e ) het verrichten van diensten financieel bemoeilijken door het opleggen van fiscale of andere lasten , zoals het storten van een waarborgsom of het stellen van zekerheid in het land van ontvangst ,

f ) de mogelijkheden tot bevoorrading of afzet beperken of belemmeren door deze kostbaarder of moeilijker te maken ,

g ) het recht om deel te nemen aan de sociale voorzieningen verbieden of beperken , met name voor wat de ziekte - , ongevallen - , invaliditeits - en ouderdomsverzekering , gezinstoelagen en kinderbijslagen betreft ,

h ) een minder gunstige behandeling toekennen ingeval van nationalisatie , onteigening of vordering .

Hetzelfde geldt voor bepalingen en handelwijzen die alleen voor vreemdelingen de bevoegdheid om de rechten uit te oefenen die gewoonlijk aan het verrichten van diensten zijn verbonden , uitsluiten , beperken of aan voorwaarden onderwerpen , en in het bijzonder de bevoegdheid om :

( a ) overeenkomsten , met name tot aanneming van werk of tot het verrichten van enkele diensten , en andere overeenkomsten , zoals arbeids - en huurovereenkomsten , te sluiten , alsmede alle rechten te genieten die uit deze overeenkomsten voortvloeien ,

( b ) in te schrijven voor opdrachten van de Staat of andere publiekrechtelijke lichamen of als contractant of ondercontractant deel te nemen aan de uitvoering daarvan ,

( c ) concessies of vergunningen , verleend door de Staat of andere publiekrechtelijke lichamen , te verkrijgen ,

( d ) roerende en onroerende goederen en rechten te verwerven , te gebruiken of te vervreemden ,

( e ) intellectuele eigendom en de daaraan verbonden rechten te verwerven , te gebruiken of te vervreemden ,

( f ) leningen aan te gaan en met name gebruik te maken van de verschillende vormen van krediet ,

( g ) te genieten van directe of indirecte steunmaatregelen van de Staat ,

( h ) in rechte op te treden en in beroep te komen bij de administratieve organen van de overheid ,

voor zover de beroepswerkzaamheden van de betrokkene de uitoefening van deze bevoegdheid medebrengen .

Voorts moeten als beperkingen worden beschouwd de voorwaarden waarvan de dienstverrichting door een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling of een administratieve handelwijze afhankelijk wordt gesteld en die , hoewel van toepassing zonder onderscheid naar nationaliteit , uitsluitend of in hoofdzaak het verrichten van deze diensten door vreemdelingen belemmeren ;

B . ieder verbod of iedere belemmering van de verplaatsing van het voorwerp waarop de dienstverrichting betrekking heeft , of van de daarvoor benodigde gereedschappen , werktuigen , apparaten en andere hulpmiddelen ;

C . ieder verbod of iedere belemmering van de overmaking van de voor de verrichting van de dienst nodige financiële middelen ;

D . ieder verbod of iedere belemmering van de betaling van de dienstverrichting , wanneer de beperkingen in het dienstenverkeer slechts gelegen zijn in de daarmede verband houdende betalingen .

Wat de onder C en D bedoelde bepalingen betreft behouden de Lid-Staten echter het recht de aard en de realiteit van de overmaking van de financiële middelen en van de betalingen te controleren en de maatregelen te treffen , die nodig zijn om inbreuk op hun wetten en voorschriften te verhinderen , inzonderheid bij de afgifte van deviezen aan toeristen .

Titel IV : Gelijke behandeling van de onderdanen der Lid-Staten

Zolang de beperkingen niet zijn opgeheven , past iedere Lid-Staat deze zonder onderscheid naar nationaliteit of verblijfplaats toe op de in Titel I bedoelde personen , daarbij uitgaande van de gunstigste toestand zoals deze voortvloeit zowel uit het gebruik als uit bi - of multilaterale overeenkomsten , met uitzondering van de overeenkomsten waarbij regionale unies tussen België , Luxemburg en Nederland tot stand zijn gebracht .

Titel V : Tijdschema

Voor de daadwerkelijke opheffing van de beperkingen van het vrij verrichten van diensten wordt het volgende tijdschema aanvaard :

A . Voorwerp waarop de dienstverrichting betrekking heeft en het daarvoor benodigde gereedschap

v}}r het einde van de eerste etappe , opheffing van de beperkingen , bedoeld in Titel III onder B .

B . Overmaking van de financiële middelen ; betalingen

v}}r het einde van de eerste etappe , opheffing van de beperkingen , bedoeld in Titel III onder C en D .

Evenwel zullen de deviezentoewijzingen aan toeristen kunnen blijven bestaan tot aan het einde van de overgangsperiode , doch het bedrag daarvan zal geleidelijk worden verhoogd vanaf het einde van de eerste etappe .

C . Overige beperkingen

De overige beperkingen van het vrij verrichten van diensten , bedoeld in Titel III , worden opgeheven uiterlijk bij de tenuitvoerlegging van het tijdschema voor de vestiging . De opheffing van de beperkingen geschiedt echter als volgt :

a ) op het gebied van directe verzekeringen

1 . voor ondernemingen , op voorwaarde dat de vrijheid van vestiging in de desbetreffende branche verwezenlijkt is , dat de coordinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen is , voor zover de dispariteit van deze bepalingen een nadeel voor de verzekerden en derden ten gevolge heeft , en dat de formaliteiten betreffende de wederkerige erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen vereenvoudigd zijn :

_ v}}r het einde van het tweede jaar van de derde etappe voor directe verzekeringen andere dan levensverzekeringen ;

_ v}}r het einde van de derde etappe voor levensverzekeringen ;

2 . voor tussenpersonen anders dan in loondienst in de hierboven genoemde branches :

_ wanneer de vrijheid van het verrichten van diensten voor ondernemingen verwezenlijkt is .

b ) op het gebied van het bankwezen

1 . v}}r het einde van het tweede jaar van de tweede etappe voor diensten waarmede geen kapitaalverplaatsingen gepaard gaan ;

2 . in hetzelfde tempo als de vrijmaking van het kapitaalverkeer voor diensten waarmede wel kapitaalverplaatsingen gepaard gaan .

c ) op het gebied van de cinematografie

v}}r het einde van de derde etappe .

Evenwel zullen v}}r het einde van de eerste etappe de bilaterale contingenten welke bij de inwerkingtreding van het Verdrag tussen de Lid-Staten bestonden , met een derde worden verhoogd in de Staten waar beperkende maatregelen bestaan inzake de invoer van belichte en ontwikkelde films .

d ) op het gebied van land - en tuinbouw

1 . v}}r het einde van het tweede jaar van de tweede etappe voor :

_ technische hulp ;

_ het verdelgen van schadelijke gewassen en dieren ; het bespuiten van gewassen en van de grond ; het snoeien van bomen ; het plukken , het verpakken en het gereedmaken ; het exploiteren van bevloeiingsinstallaties en het verhuren van landbouwmachines ;

2 . v}}r het einde van de tweede etappe voor de grondbewerking in de landbouw , de werkzaamheden samenhangende met oogsten , dorsen en met het persen en rapen met mechanische en niet-mechanische middelen ;

3 . v}}r het einde van de derde etappe voor de diensten welke niet in de hierboven gegeven opsomming zijn begrepen .

e ) op het gebied van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken

1 . wanneer het verrichten van diensten plaatsvindt op grond van deelneming door onderdanen en vennootschappen van andere Lid-Staten aan opdrachten voor de uitvoering van werken van een Staat , van zijn territoriale lichamen zoals " Laender " , gewesten , provincies , departementen , gemeenten en andere nader te bepalen publiekrechtelijke lichamen , op 31 december 1963 , overeenkomstig de hierna volgende bepalingen , teneinde rekening te houden met het bijzondere karakter en de speciale eisen van deze sector en met het doel een geleidelijke en evenwichtige opheffing van de beperkingen , vergezeld van de gewenste maatregelen inzake coordinatie der procedures , te waarborgen :

( a ) Wanneer het bedrag van de overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken die door een Staat , door zijn territoriale lichamen of door de overige zoals hierboven bepaalde publiekrechtelijke lichamen aan de onderdanen en vennootschappen der overige Lid-Staten zijn gegund , een zeker quotum overschrijdt , heeft deze Staat de bevoegdheid de gunning van die opdrachten aan die onderdanen en vennootschappen tot het einde van het lopende jaar op te schorten .

Dit quotum wordt vastgesteld op grondslag van een zeker percentage van het gemiddelde van de bedragen der overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken die in de loop van de voorgaande twee jaren zijn gegund , welk percentage in beginsel voor alle Lid-Staten gelijk is en om de twee jaar , van 31 december 1963 tot 31 december 1969 , toeneemt .

Behoudens gerechtvaardigde uitzonderingen zal bovendien rekening worden gehouden met het bedrag van de overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken die de onderdanen en vennootschappen van een Staat , welke in deze Staat zijn gevestigd , in de overige Lid-Staten verkrijgen .

( b ) Onder overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken , gegund in een Staat aan de onderdanen en vennootschappen van de overige Lid-Staten , verstaat men :

_ de opdrachten die rechtstreeks worden gegund aan deze in de overige Lid-Staten gevestigde onderdanen en vennootschappen en

_ de opdrachten die aan deze onderdanen en vennootschappen worden gegund door bemiddeling van hun in die Staat gevestigde agentschappen of filialen .

Iedere Lid-Staat zal de nodige maatregelen treffen teneinde het bedrag van de overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken , gegund aan de onderdanen en vennootschappen van de overige Lid-Staten , te kunnen vaststellen en dit op gezette tijden te kunnen mededelen .

2 . wanneer het verrichten van diensten plaatsvindt op grond van deelneming aan overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken , geplaatst door publiekrechtelijke lichamen die op 31 december 1963 niet zijn opgenomen onder de lichamen , bedoeld in de eerste alinea van lid 1 , v}}r het einde van de overgangsperiode .

Titel VI : Onderlinge erkenning van titels en diploma's _ Coordinatie

Onder voorbehoud van artikel 57 , lid 3 , van het Verdrag en van Titel V van het Algemeen Programma zal , tegelijk met de opstelling van de richtlijnen ter uitvoering van het Algemeen Programma , voor iedere categorie van dienstverrichtingen worden nagegaan of de opheffing van de beperkingen van het vrij verrichten van diensten moet worden voorafgegaan door , vergezeld van of gevolgd door de onderlinge erkenning van diploma's , certificaten en andere titels , alsmede door de coordinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende die dienstverrichtingen .

In afwachting van de onderlinge erkenning van diploma's of van die coordinatie kan een overgangsregeling _ welke eventueel het overleggen van een verklaring over de wettige en daadwerkelijke uitoefening van de werkzaamheden in het land van oorsprong kan inhouden _ worden toegepast om het verrichten van diensten te vergemakkelijken en om distorsies te voorkomen .

De duur en de voorwaarden van deze overgangsregeling zullen bij de opstelling der richtlijnen worden vastgesteld .

Gedaan te Brussel , 18 december 1961

Voor de Raad

De Voorzitter

Ludwig ERHARD

Top