EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 22023A02188

Protocol tot uitvoering van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds (2023-2028)

ST/9890/2023/REV/1

PB L, 2023/2188, 18.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/prot/2023/2188/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/prot/2023/2188/oj

Related Council decision
Related Council decision
European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie L


2023/2188

18.10.2023

Protocol tot uitvoering van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds (2023-2028)

DE EUROPESE UNIE, voorheen de Europese Gemeenschap,

hierna “de Unie” genoemd, en

DE REPUBLIEK KIRIBATI,

hierna “Kiribati” genoemd,

hierna gezamenlijk “de partijen” genoemd,

GEZIEN de nauwe samenwerking tussen de partijen, met name in het kader van de betrekkingen tussen de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (“ACS-landen”) en de Unie, evenals de wens van de partijen die betrekkingen te intensiveren,

ZIJNDE partijen bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds, hierna “de overeenkomst” genoemd,

WIJZEND OP de bepalingen van de overeenkomst,

tevens WIJZEND OP het beginsel dat alle staten passende maatregelen moeten nemen voor een duurzaam beheer en de instandhouding van de mariene hulpbronnen en daartoe met elkaar moeten samenwerken,

tevens OPNIEUW BEVESTIGEND dat wordt gestreefd naar een gemeenschappelijke duurzame exploitatie en een gemeenschappelijk duurzaam beheer van over grote afstanden trekkende bestanden,

OVERWEGENDE DAT het belangrijk is de internationale samenwerking op het gebied van wetenschappelijk onderzoek te bevorderen,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van het protocol zijn de definities van artikel 2 van de overeenkomst van toepassing.

Daarnaast wordt verstaan onder:

a)

“visserijgebieden”: de gebieden in de wateren van Kiribati als omschreven in hoofdstuk 1, afdeling 2, van de bijlage;

b)

“vangsten”: mariene aquatische soorten die zijn gevangen met vistuig dat door een vissersvaartuig wordt gebruikt;

c)

“aanlanding”: het uit een vissersvaartuig aan land brengen van een hoeveelheid visserijproducten;

d)

“delegatie”: de delegatie van de Europese Unie voor het Stille Oceaangebied, gevestigd in Suva, Fiji;

e)

“ernstig geschil”: een onenigheid die voortvloeit uit de interpretatie van het protocol of die de uitvoering ervan in de weg staat;

f)

“visvergunning”: een geldig recht of vergunning om volgens de in de bijlage vastgestelde voorwaarden in de aangegeven visserijgebieden en in een bepaalde periode met behulp van specifiek vistuig visserijactiviteiten te verrichten met betrekking tot specifieke soorten;

g)

“duurzaam vissen”: vissen volgens de doelstellingen en beginselen die zijn verankerd in de tijdens de FAO-conferentie in 1995 vastgelegde Gedragscode voor een verantwoorde visserij;

h)

“vaartuig van de Unie”: vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat van de Unie voert en in de Unie is geregistreerd;

i)

“exploitant”: een natuurlijke of rechtspersoon die een bedrijf exploiteert of bezit waarvan de activiteiten betrekking hebben op een stadium van de productie-, verwerkings-, afzet-, distributie- of detailhandelsketen voor visserij- en aquacultuurproducten;

j)

“protocol”: het onderhavige protocol tot uitvoering van de overeenkomst, evenals de bijlage daarbij en de aanhangsels van de bijlage;

k)

“visdag”: een kalenderdag of een deel van een kalenderdag waarop een ringzegenvaartuig van de Unie zich in de visserijgebieden bevindt, met uitzondering van kalenderdagen of delen van kalenderdagen die voldoen aan de definitie van een niet-visdag in de Kiribatische visserijregelgeving (Purse Seine Vessel Day Scheme — dagregeling voor ringzegenvaartuigen) van 2014;

l)

“ongewone omstandigheden”: andere omstandigheden dan natuurverschijnselen, die aan de redelijke controle van een van de partijen ontsnappen en de uitoefening van de visserijactiviteiten in de wateren van Kiribati verhinderen.

Artikel 2

Doel en geldigheidsduur

1.   Het protocol heeft als doel uitvoering te geven aan de overeenkomst door met name de voorwaarden voor de toegang van vaartuigen van de Unie tot de visserijgebieden te specificeren en door bepalingen vast te stellen over de uitvoering van het partnerschap ten behoeve van duurzame visserij.

2.   Het protocol en de bijlage daarbij zijn van toepassing voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van de ondertekening ervan overeenkomstig artikel 22, behalve in geval van opzegging overeenkomstig artikel 19 van het protocol.

Artikel 3

Verband tussen het protocol en de overeenkomst

De bepalingen van het protocol worden uitgelegd en toegepast in de context van de overeenkomst en op een met die overeenkomst verenigbare wijze.

Artikel 4

Verband tussen het protocol en andere overeenkomsten en rechtsinstrumenten

De bepalingen van het protocol worden uitgelegd en toegepast in overeenstemming met en op een wijze die verenigbaar is met:

a)

de aanbevelingen en resoluties van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC) en de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) en alle andere betrokken subregionale of internationale organisaties waarbij de partijen zijn aangesloten;

b)

de Overeenkomst over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden van 1995;

c)

de Gedragscode voor een verantwoorde visserij die is vastgesteld tijdens de conferentie van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) in 1995;

d)

het internationaal actieplan van de FAO om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen;

e)

de essentiële elementen als bedoeld in artikel 9 van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (“overeenkomst van Cotonou”) of in het overeenkomstige artikel van de vervolgovereenkomst tussen de Unie en de ACS-landen.

Artikel 5

Vangstmogelijkheden

1.   Kiribati verleent op grond van artikel 6 van de overeenkomst visvergunningen aan vaartuigen van de Unie voor de tonijnvisserij binnen de grenzen die zijn vastgesteld in het beheersplan voor tonijn van Kiribati en de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de WCPFC, en rekening houdend met de resoluties van de IATTC.

2.   Er worden vangstmogelijkheden voor de visserij op over grote afstanden trekkende soorten als vermeld in bijlage 1 bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982 verleend aan vier ringzegenvaartuigen, onder de voorwaarden van de bijlage bij het protocol.

3.   De leden 1 en 2 zijn van toepassing met inachtneming van de artikelen 6 en 8 van het protocol.

Artikel 6

Financiële tegenprestatie — Betalingswijze

1.   Voor de in artikel 2 van het protocol bepaalde periode wordt de in artikel 7 van de overeenkomst bedoelde totale financiële tegenprestatie vastgesteld op drie miljoen achthonderdduizend (3 800 000) EUR.

2.   De financiële tegenprestatie van de Unie bestaat uit:

a)

een jaarlijks bedrag voor de toegang tot de visserijgebieden ten belope van driehonderdzestigduizend (360 000) EUR per jaar en

b)

een specifiek jaarlijks bedrag van vierhonderdduizend (400 000) EUR voor de ondersteuning en uitvoering van het sectorale beleid van Kiribati op het gebied van visserij en maritieme zaken.

3.   Voor het in lid 2, punt a), bedoelde bedrag stelt Kiribati ten minste 160 visdagen per jaar in de visserijgebieden ter beschikking van vaartuigen van de Unie. Er kunnen extra dagen ter beschikking van vaartuigen van de Unie worden gesteld overeenkomstig hoofdstuk II, afdeling 6, van de bijlage.

4.   Daarnaast betalen de visserijexploitanten een jaarlijks toegangsrecht aan Kiribati op basis van het aantal toegestane visdagen overeenkomstig hoofdstuk II, afdeling 6, van de bijlage.

5.   Lid 1 van dit artikel is van toepassing met inachtneming van de artikelen 5, 7 en 9 van het protocol en de artikelen 12 en 13 van de overeenkomst.

6.   Voor het eerste jaar betaalt de Unie het in lid 2, punt a), bedoelde bedrag uiterlijk negentig dagen na het begin van de voorlopige toepassing van het protocol, en voor de volgende jaren uiterlijk op de verjaardag van de datum van voorlopige toepassing van het protocol.

7.   De benutting van de in lid 2, punt a), bedoelde financiële tegenprestatie valt onder de exclusieve bevoegdheid van de autoriteiten van Kiribati.

8.   De in lid 2, punt a), bedoelde financiële tegenprestatie van de Unie, en het jaarlijkse toegangsrecht van de exploitanten op grond van lid 4 worden overgemaakt op rekening nr. 1 van de regering van Kiribati bij de ANZ Bank of Kiribati, Ltd, Bairiki, Tarawa.

9.   De in lid 2, punt b), bedoelde financiële tegenprestatie van de Unie wordt overgemaakt op rekening nr. 4 van de regering van Kiribati bij de ANZ Bank of Kiribati, Ltd, Bairiki, Tarawa (“sectorale visserijsteun”).

10.   De rekeningnummers worden jaarlijks door de autoriteiten van Kiribati aan de Unie bevestigd.

Artikel 7

Sectorale steun

1.   De in artikel 6, lid 2, punt b), bedoelde financiële tegenprestatie wordt door de autoriteiten van Kiribati beheerd met het oog op de ondersteuning van het beheer en de ontwikkeling van de visserij, met inbegrip van monitoring, controle en bewaking van visserijactiviteiten om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (“IOO-visserij”) tegen te gaan, overeenkomstig de “Kiribati Vision for 20 years” (twintigjarige visie voor Kiribati), het nationale visserijbeleid en ander gerelateerd beleid dat gevolgen heeft voor een verantwoorde en duurzame visserij.

2.   Uiterlijk 120 dagen na de datum van voorlopige toepassing van het protocol bereikt de gemengde commissie overeenstemming over:

a)

de jaarlijkse en meerjarige sectorale programma’s voor de benutting van de in artikel 6, lid 2, punt b), bedoelde financiële tegenprestatie;

b)

de jaarlijkse en de meerjarige doelstellingen die moeten worden bereikt met het oog op de bevordering, in de loop van de tijd, van een verantwoorde en duurzame visserij;

c)

de nadere uitvoeringsvoorschriften en procedures, in voorkomend geval met inbegrip van begrotingsindicatoren en financiële indicatoren, voor de beoordeling van de resultaten die elk jaar worden bereikt.

3.   Het specifieke bedrag van de in artikel 6, lid 2, punt b), bedoelde financiële tegenprestatie voor sectorale steun wordt elk jaar betaald op basis van de geboekte vooruitgang. De financiële tegenprestatie voor het eerste jaar van toepassing van het protocol wordt betaald op basis van de behoeften die als onderdeel van de goedgekeurde programmering zijn vastgesteld. De financiële tegenprestaties voor de volgende jaren van toepassing van het protocol worden betaald op basis van de resultaten die bij de uitvoering van het sectorale programma zijn bereikt overeenkomstig de in lid 2, punt c), bedoelde nadere uitvoeringsvoorschriften en procedures. De financiële tegenprestatie wordt uiterlijk 45 dagen na het besluit van de gemengde commissie inzake de bereikte resultaten betaald.

4.   Kiribati dient elk jaar bij de gemengde commissie een verslag in over de met de sectorale steun uitgevoerde acties en de daarmee bereikte resultaten. Vóór het verstrijken van de looptijd van het protocol stelt Kiribati ook een eindverslag op.

5.   De Unie kan de betaling van de in artikel 6, lid 2, punt b), van het protocol bedoelde specifieke financiële tegenprestatie geheel of gedeeltelijk herzien of schorsen:

a)

indien bij een door de gemengde commissie uitgevoerde evaluatie blijkt dat de bereikte resultaten niet met de programmering overeenkomen;

b)

indien die financiële tegenprestatie niet is benut als bepaald door de gemengde commissie.

6.   De gemengde commissie is verantwoordelijk voor de follow-up van de uitvoering van het meerjarige sectorale steunprogramma. Zo nodig zetten beide partijen deze follow-up na het aflopen van het protocol in het kader van de gemengde commissie voort totdat de in artikel 6, lid 2, punt b), bedoelde specifieke financiële tegenprestatie voor sectorale steun is opgebruikt. De in artikel 6, lid 2, punt b), bepaalde specifieke financiële tegenprestatie kan echter niet meer worden betaald na een periode van acht maanden die volgt op het aflopen van het protocol.

7.   De partijen verbinden zich ertoe zichtbaarheid te geven aan de met sectorale steun uitgevoerde acties.

Artikel 8

Aanpassing van de vangstmogelijkheden

De gemengde commissie kan de in artikel 5 bedoelde vangstmogelijkheden in onderlinge overeenstemming aanpassen mits de aanbevelingen van de WCPFC of de IATTC en de regionale en subregionale organisaties bevestigen dat een dergelijke aanpassing een duurzaam beheer van de visbestanden van Kiribati garandeert. De in artikel 6, lid 2, punt a), van het protocol bedoelde financiële tegenprestatie wordt dan in onderlinge overeenstemming evenredig en pro rata temporis aangepast.

Artikel 9

Voorwaarden voor de uitoefening van de visserij

1.   De vaartuigen van de Unie mogen slechts in de visserijgebieden vissen als zij in het bezit zijn van een geldige vergunning die door de autoriteiten van Kiribati op grond van het protocol is afgegeven.

2.   De partijen werken samen om gezamenlijk toezicht te houden op de benutting van de vangstmogelijkheden door de vaartuigen van de Unie; zij doen dit door middel van passende controles, waaronder inspecties op zee en bij aanlanding, monitoring op afstand, en andere passende instrumenten en door middel van een elektronisch meldsysteem.

3.   Voorts wisselen de partijen tijdens de jaarlijkse vergadering van de gemengde commissie als bedoeld in artikel 9 van de overeenkomst, informatie uit over de totale visserijinspanning die het voorgaande jaar in de wateren van Kiribati is verricht, op basis van de regels die in het kader van de relevante regionale en subregionale organisaties zijn overeengekomen. In voorkomend geval nemen de partijen de nodige maatregelen om de voor het volgende jaar bij het protocol toegekende vangstmogelijkheden aan te passen.

Artikel 10

Wetenschappelijke samenwerking met het oog op duurzaam vissen

1.   De partijen bevorderen een duurzaam beheer van de visbestanden en de mariene ecosystemen, evenals een verantwoorde visserij in de wateren van Kiribati.

2.   De partijen verbinden zich ertoe wetenschappelijke samenwerking op subregionaal niveau op het gebied van verantwoorde visserij te bevorderen, met name binnen de WCPFC en de IATTC en alle andere betrokken subregionale of internationale organisaties waarbij zij zijn aangesloten.

3.   Overeenkomstig artikel 4 van de overeenkomst en artikel 8 van het protocol en op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies kunnen de partijen in de gemengde commissie indien nodig maatregelen vaststellen met betrekking tot de activiteiten van de vaartuigen van de Unie die over een vergunning voor de uitoefening van visserijactiviteiten in het kader van het protocol beschikken, teneinde een duurzaam beheer van de visbestanden in de wateren van Kiribati te waarborgen.

Artikel 11

Schorsing en herziening van de betaling van de financiële tegenprestatie

1.   Indien ongewone omstandigheden visserijactiviteiten in de visserijgebieden onmogelijk maken, kan de in artikel 6, lid 2, punt a), van het protocol bedoelde financiële tegenprestatie na overleg en overeenstemming tussen de partijen worden herzien of geschorst binnen twee maanden volgende op het verzoek van een van de partijen en op voorwaarde dat de Unie alle op het moment van de schorsing verschuldigde bedragen volledig heeft betaald.

2.   De betaling van de in artikel 6, lid 2, punt a), bedoelde financiële tegenprestatie kan pas worden geschorst indien de Unie haar voornemen daartoe schriftelijk en ten minste twee maanden vóór de datum van inwerkingtreding van de schorsing kenbaar maakt.

3.   De betaling van de in artikel 6, lid 2, punt a), bedoelde financiële tegenprestatie wordt hervat zodra de situatie is verholpen via maatregelen om de bovengenoemde ongewone omstandigheden te verzachten en na overleg en overeenstemming tussen de partijen, die bevestigen dat normale visserijactiviteiten opnieuw mogelijk zijn.

Artikel 12

Schorsing en wederafgifte van visvergunningen

1.   Kiribati behoudt zich het recht voor een visvergunning die is verleend voor een bepaald vaartuig als bedoeld in artikel 5 te schorsen en in te trekken indien:

a)

is geconstateerd dat het vaartuig een ernstige inbreuk op de wet- en regelgeving of voorwaarden betreffende de vergunning van Kiribati heeft begaan, of

b)

door de reder geen gevolg is gegeven aan een rechterlijk bevel met betrekking tot een inbreuk door het vaartuig.

2.   Een geschorste visvergunning blijft geschorst totdat gevolg is gegeven aan een rechterlijk bevel als bedoeld in lid 1, punt b), en de autoriteiten van Kiribati instemmen met een wederafgifte van de visvergunning voor de resterende geldigheidsduur.

Artikel 13

Schorsing van de toepassing van het protocol

1.   De toepassing van het protocol, inclusief de betaling van de in artikel 6, lid 2, bedoelde financiële tegenprestatie, kan op initiatief van een van de partijen worden geschorst indien:

a)

de Unie verzuimt de in artikel 6, lid 2, bedoelde betalingen te verrichten om redenen die niet onder artikel 7, lid 5, en artikel 11, lid 1, vallen;

b)

tussen de partijen een ernstig geschil ontstaat dat betrekking heeft op de interpretatie van het protocol of dat de uitvoering ervan in de weg staat;

c)

geen van de vaartuigen van de Unie een aanvraag voor de verlenging van een visvergunning indient;

d)

een van de partijen de bepalingen van het protocol niet naleeft;

e)

een van de partijen vaststelt dat er sprake is van een inbreuk op de essentiële en fundamentele elementen op het gebied van de mensenrechten zoals vastgelegd in artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou of in het overeenkomstige artikel van een vervolgovereenkomst tussen de Unie en de ACS-landen.

2.   De schorsing van de toepassing van het protocol wordt door de belanghebbende partij schriftelijk aan de andere partij meegedeeld en treedt drie maanden na ontvangst van die kennisgeving in werking. Vanaf het tijdstip van de kennisgeving van de schorsing plegen de partijen met elkaar overleg om binnen drie maanden tot een minnelijke schikking van hun geschil te komen. Wanneer zij tot een dergelijke schikking komen of zodra de aan de in lid 1, punt a), bedoelde omstandigheden voorafgaande situatie is hersteld, wordt de toepassing van het protocol hervat en wordt het bedrag van de in artikel 6 bedoelde financiële tegenprestatie evenredig en pro rata temporis verlaagd naargelang de duur van de schorsing.

Artikel 14

Nationale wetten en voorschriften

1.   Wanneer de vaartuigen van de Unie in het kader van het protocol actief zijn in de visserijgebieden, zijn hun visserijactiviteiten onderworpen aan de in Kiribati geldende wet- en regelgeving, tenzij in de overeenkomst, het protocol en de bijlage en aanhangsels daarbij anders is bepaald.

2.   De Unie verbindt zich ertoe al het nodige te doen om ervoor te zorgen dat de vaartuigen van de Unie de Kiribatische wet- en regelgeving naleven en dat de in het protocol opgenomen maatregelen op het gebied van monitoring, controle en bewaking van de visserijactiviteiten doeltreffend worden toegepast.

3.   De exploitanten van de vaartuigen van de Unie verlenen medewerking aan de autoriteiten van Kiribati die zijn belast met de monitoring, de controle en de bewaking.

4.   De partijen stellen elkaar in kennis van alle wijzigingen in hun visserijbeleid of -wetgeving die van invloed kunnen zijn op de activiteiten van de vaartuigen van de Unie in het kader van het protocol.

5.   Substantiële wijzigingen of nieuwe wetgeving met aanzienlijke gevolgen voor de activiteiten van de vaartuigen van de Unie zijn op die vaartuigen niet eerder van toepassing dan de zestigste dag na de dag waarop de Unie van Kiribati een kennisgeving van de wijziging heeft ontvangen.

Artikel 15

Non-discriminatie en transparantie

1.   Ingevolge artikel 3, lid 1, van de overeenkomst gelden voor de vaartuigen van de Unie technische voorwaarden voor de visserij die minstens even gunstig zijn als die welke gelden voor andere buitenlandse vloten die dezelfde kenmerken hebben en op dezelfde soorten vissen.

2.   De partijen verbinden zich ertoe in de gemengde commissie informatie uit te wisselen over elke overeenkomst waarbij aan buitenlandse vaartuigen toegang tot de visserijgebieden wordt verleend, met name wat betreft de technische voorwaarden voor buitenlandse vaartuigen die in de wateren van Kiribati actief zijn.

3.   De Unie verbindt zich ertoe Kiribati elk kwartaal de geaggregeerde gegevens te verstrekken over de hoeveelheden en plaatsen van aanlanding van de vangsten in de visserijgebieden.

Artikel 16

Gegevensbescherming

1.   De partijen verbinden zich ertoe te waarborgen dat alle in het kader van het protocol verkregen commercieel gevoelige gegevens en persoonsgegevens met betrekking tot de vaartuigen van de Unie en hun visserijactiviteiten worden verwerkt overeenkomstig de beginselen van vertrouwelijkheid en gegevensbescherming. De partijen zien erop toe dat alleen geaggregeerde gegevens over visserijactiviteiten in de visserijgebieden openbaar worden gemaakt, overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving en de desbetreffende protocollen voor gegevensuitwisseling en -bescherming van regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB).

2.   De bevoegde autoriteiten verwerken de gegevens uitsluitend voor de uitvoering van de overeenkomst, en met name ten behoeve van het beheer, de monitoring, de controle en de bewaking op visserijgebied. De voor de verwerking van de gegevens verantwoordelijke autoriteiten zijn de Europese Commissie of de vlaggenstaat, voor de Unie, en de relevante bevoegde autoriteit, voor Kiribati.

3.   Persoonsgegevens moeten worden verwerkt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is.

4.   Met betrekking tot de uitvoering van het protocol, met name wat betreft de behandeling van aanvragen voor visvergunningen, de monitoring van de visserijactiviteiten en de bestrijding van IOO-visserij, mogen de volgende gegevens worden uitgewisseld en verder verwerkt:

a)

de identificatie- en contactgegevens van het vaartuig;

b)

de activiteiten van het vaartuig of met betrekking tot het vaartuig, de positie en bewegingen, de visserijactiviteit of visserijgerelateerde activiteit van het vaartuig, verzameld door middel van monitoring of inspecties of door waarnemers, overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving en de desbetreffende ROVB-protocollen voor gegevensuitwisseling en -bescherming;

c)

gegevens over de reder(s) of zijn of hun vertegenwoordiger, zoals naam, nationaliteit, zakelijke contactgegevens en zakelijke rekening;

d)

gegevens over de plaatselijke gemachtigde, zoals naam, nationaliteit en zakelijke contactgegevens;

e)

gegevens over de kapiteins en bemanningsleden van het vaartuig, zoals naam, nationaliteit, functie en, in het geval van de kapitein, contactgegevens;

f)

gegevens over de aangemonsterde zeevarenden, zoals naam, contactgegevens, opleiding en gezondheidscertificaat.

5.   De in het kader van het protocol gevraagde en doorgegeven persoonsgegevens moeten nauwkeurig, toereikend en ter zake dienend zijn en moeten beperkt blijven tot wat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst.

6.   De partijen wisselen persoonsgegevens in het kader van de overeenkomst alleen uit voor de in de overeenkomst vermelde specifieke doeleinden.

7.   De ontvangen gegevens worden niet verder verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met deze doeleinden.

8.   Persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij zijn uitgewisseld, en in elk geval ten hoogste tien jaar, tenzij de persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor de follow-up van een inbreuk, een inspectie of gerechtelijke of administratieve procedures. In dat geval kunnen de persoonsgegevens voor een periode van twintig jaar worden opgeslagen. Indien de persoonsgegevens langer worden bewaard, worden zij geanonimiseerd.

9.   Persoonsgegevens worden op een dusdanige manier verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is, rekening houdend met de specifieke risico’s van de verwerking, waarbij zij onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging.

10.   Elke partij zorgt ervoor dat de betrokkenen informatie krijgen over de wijze waarop hun persoonsgegevens worden verwerkt en over hun rechten en de beschikbare rechtsmiddelen, ofwel door middel van een algemene kennisgeving, bijvoorbeeld publicatie van het protocol, ofwel door middel van een individuele kennisgeving, bijvoorbeeld door tijdens de aanvraagprocedure voor een visvergunning een privacyverklaring te verstrekken.

11.   De betrokkenen hebben effectieve en afdwingbare rechten op grond van de toepasselijke wettelijke voorschriften binnen het rechtsgebied van de respectieve autoriteiten. De autoriteiten bieden waarborgen ter bescherming van persoonsgegevens die bestaan uit een combinatie van wetten, regelgeving en interne beleidslijnen en procedures. Met name moeten klachten tegen de autoriteiten van de partijen over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het protocol worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, in het geval van de autoriteiten van de Unie, of aan een bevoegde autoriteit, in het geval van Kiribati.

12.   De autoriteiten van de partijen geven in het kader van het protocol gedeelde gegevens niet door aan een derde partij in een land dat geen vlaggenlidstaat is.

13.   De gemengde commissie kan verdere passende waarborgen en rechtsmiddelen vaststellen.

Artikel 17

Exclusiviteit

1.   Ingevolge artikel 6 van de overeenkomst verrichten de vaartuigen van de Unie alleen visserijactiviteiten in de visserijgebieden als zij in het bezit zijn van een in het kader van het protocol afgegeven visvergunning.

2.   De autoriteiten van Kiribati geven alleen in het kader van het protocol visvergunningen af aan vaartuigen van de Unie. Het is verboden buiten het kader van het protocol visvergunningen af te geven aan vaartuigen van de Unie, met name in de vorm van rechtstreekse vergunningen.

Artikel 18

Herzieningsclausule

De partijen kunnen in de gemengde commissie de bepalingen van het protocol, de bijlage en de aanhangsels herzien en zo nodig wijzigingen aanbrengen met betrekking tot:

a)

de aanpassing van de vangstmogelijkheden en, bijgevolg, van de overeenkomstige in artikel 6, lid 2, punt a), bedoelde financiële tegenprestatie, overeenkomstig artikel 8;

b)

de bepalingen inzake de sectorale steun en, bijgevolg, de overeenkomstige in artikel 6, lid 2, punt b), bedoelde financiële tegenprestatie;

c)

de technische voorwaarden en regelingen voor de uitoefening van visserijactiviteiten door de vaartuigen van de Unie.

Artikel 19

Opzegging

1.   Het protocol kan door elke partij worden opgezegd wegens ongewone omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer de toestand van de betrokken visbestanden verslechtert, wanneer wordt geconstateerd dat de aan de vaartuigen van de Unie toegestane vangstmogelijkheden slechts in beperkte mate worden benut of wanneer de door de partijen aangegane verbintenissen ter bestrijding van IOO-visserij niet worden nagekomen.

2.   In geval van opzegging van het protocol stelt de betrokken partij de andere partij ten minste zes maanden vóór de datum waarop de opzegging in werking treedt, schriftelijk in kennis van haar voornemen om het protocol op te zeggen. Door het verzenden van de in de vorige zin bedoelde kennisgeving wordt het overleg tussen de partijen geopend.

3.   De in artikel 6 bedoelde financiële tegenprestatie voor het jaar waarin de opzegging van kracht wordt, wordt evenredig en pro rata temporis verlaagd.

Artikel 20

Elektronische gegevensuitwisseling

1.   Kiribati en de Unie moedigen de elektronische uitwisseling van alle informatie en documenten in verband met de uitvoering van het protocol aan.

2.   De elektronische vorm van een document wordt in elk opzicht als gelijkwaardig aan de papieren versie beschouwd.

3.   Elke partij stelt de andere partij onverwijld in kennis van elke storing van een computersysteem die een dergelijke uitwisseling verhindert. In die omstandigheden worden de met de uitvoering van het protocol verband houdende gegevens en documenten automatisch vervangen door de papieren versie ervan overeenkomstig de bepalingen van de bijlage.

Artikel 21

Verplichtingen na het aflopen of de opzegging van het protocol

1.   Na het aflopen van het protocol of na de opzegging ervan overeenkomstig artikel 19 van het protocol of artikel 12 van de overeenkomst blijven de reders van de Unie aansprakelijk voor schendingen van de bepalingen van de overeenkomst of het protocol of van de wetten van Kiribati die vóór het aflopen of de opzegging van het protocol zijn begaan, en voor de visrechten en verschuldigde bedragen die bij het aflopen of de opzegging van het protocol nog niet zijn betaald.

2.   Zo nodig blijven de partijen de uitvoering van de sectorale steun uit hoofde van artikel 6, lid 2, punt b), monitoren overeenkomstig artikel 7 en de uitvoeringsbepalingen voor de sectorale steun.

Artikel 22

Voorlopige toepassing

Het protocol is voorlopig van toepassing met ingang van de datum van de ondertekening ervan door de partijen.

Artikel 23

Inwerkingtreding

1.   Het protocol en de bijlage en aanhangsels erbij treden in werking op de datum waarop de partijen elkaar de voltooiing van de in dit verband te volgen procedures hebben gemeld.

2.   De in lid 1 bedoelde kennisgevingen worden toegezonden aan, wat de Unie betreft, de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Image 1

Image 2


BIJLAGE

VOORWAARDEN VOOR DE UITOEFENING VAN VISSERIJACTIVITEITEN DOOR VAARTUIGEN VAN DE UNIE IN HET KADER VAN HET PROTOCOL TOT UITVOERING VAN DE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST INZAKE VISSERIJ TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP, ENERZIJDS, EN DE REPUBLIEK KIRIBATI, ANDERZIJDS

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Afdeling 1

Aanwijzing van de bevoegde autoriteiten

1.

Voor de toepassing van deze bijlage wordt, tenzij anders is bepaald, met elke verwijzing naar de Unie of Kiribati als bevoegde autoriteit het volgende bedoeld:

a)

voor de Europese Unie (“de Unie”): de Europese Commissie;

b)

voor Kiribati: het Ministerie van Visserij en Ontwikkeling van de mariene hulpbronnen.

2.

De partijen wisselen vóór de aanvang van de voorlopige toepassing van het protocol alle voor de uitvoering van het protocol relevante contactgegevens met elkaar uit en delen deze indien nodig aan elkaar mee.

Afdeling 2

Visserijgebieden

1.

Vaartuigen van de Unie die in het bezit zijn van een visvergunning die in het kader van het protocol door Kiribati is afgegeven, mogen visserijactiviteiten verrichten in de Kiribatische visserijgebieden, d.w.z. de wateren van Kiribati overeenkomstig de wetgeving van Kiribati, met uitzondering van de territoriale wateren en beschermde en verboden gebieden.

2.

Kiribati deelt de Unie vóór het begin van de voorlopige toepassing van het protocol de coördinaten mee van de wateren van Kiribati en van de beschermde of verboden gebieden.

3.

Overeenkomstig artikel 14, lid 4, van het protocol deelt Kiribati aan de Unie alle eventuele wijzigingen van de bovenbedoelde gebieden mee.

Afdeling 3

Visserijbeheerszones

1.

In het kader van zijn gebiedsgerichte beheersaanpak en in overeenstemming met zijn visserijregelgeving (Purse Seine Vessel Day Scheme — dagregeling voor ringzegenvaartuigen) van 2014 heeft Kiribati zijn visserijgebieden ingedeeld in drie visserijbeheerszones, namelijk het Gilbert-gebied, het Phoenix-gebied en het Line-gebied.

2.

Kiribati deelt de Unie vóór het begin van de voorlopige toepassing van het protocol de coördinaten mee van de visserijbeheerszones.

3.

Overeenkomstig artikel 14, lid 4, van het protocol deelt Kiribati aan de Unie alle eventuele wijzigingen van de visserijbeheerszones mee.

4.

Naast het door de reders vooraf te betalen visrecht als omschreven in hoofdstuk II, afdeling 6, worden per visdag de volgende premies betaald volgens de in hoofdstuk II, afdeling 7, beschreven procedure:

a)

voor een visdag in het Line-gebied: geen premie;

b)

voor een visdag in het Phoenix-gebied: een premie van duizend (1 000) USD;

c)

voor een visdag in het Gilbert-gebied: een premie van duizend (1 000) USD.

Afdeling 4

Gemachtigde van het vaartuig

Alle vaartuigen van de Unie waarvoor een visvergunning wordt aangevraagd, kunnen worden vertegenwoordigd door een gemachtigde (onderneming of particulier) die in Kiribati is gevestigd en van wie de gegevens naar behoren aan de bevoegde autoriteit van Kiribati zijn meegedeeld.

Afdeling 5

In aanmerking komende vaartuigen van de Unie

Een vaartuig van de Unie komt slechts voor een visvergunning in aanmerking als voor de reder, de kapitein en het vaartuig zelf geen verbod tot uitoefening van de visserij in de wateren van Kiribati geldt. De vaartuigen van de Unie moeten voldoen aan de wettelijke bepalingen van Kiribati en moeten in het verleden bij hun visserijactiviteiten in Kiribati alle verplichtingen in het kader van de met de Unie gesloten visserijovereenkomsten zijn nagekomen. Voorts moeten zij aan de toepasselijke wetgeving van de Unie inzake visvergunningen voldoen, moeten zij zijn opgenomen in het WCPFC-register van vissersvaartuigen, in het register van de partijen bij de Nauru-overeenkomst (Parties to the Nauru Agreement — PNA) en in het register van vaartuigen die in goede staat zijn van het Forum Fisheries Agency (FFA), en mogen zij niet voorkomen op de lijst van IOO-vaartuigen van een ROVB.

HOOFDSTUK II

BEHEER VAN VISVERGUNNINGEN

Afdeling 1

Registratie

1.

Om in de visserijgebieden te mogen vissen, moeten de vaartuigen van de Unie in het bezit zijn van een door de bevoegde autoriteit van Kiribati afgegeven registratienummer.

2.

Aanvragen tot registratie worden ingediend via het daartoe door de bevoegde autoriteit van Kiribati verstrekte formulier overeenkomstig aanhangsel 1.

3.

Voor de registratie geldt een registratierecht van drieduizend (3 000) USD per vaartuig per jaar, dat integraal en netto wordt overgemaakt op rekening nr. 3 van de regering van Kiribati.

Afdeling 2

Geldigheidsduur van de visvergunning

1.

Een visvergunning is geldig voor een “jaarlijkse visperiode”.

2.

Deze jaarlijkse visperiode stemt overeen met:

a)

voor het jaar waarin het protocol voorlopig van toepassing wordt, de periode tussen de datum waarop het protocol voorlopig van toepassing wordt en 31 december van datzelfde jaar;

b)

vervolgens elk volledig kalenderjaar;

c)

voor het jaar waarin het protocol afloopt, de periode tussen 1 januari en de datum waarop het protocol afloopt.

3.

De vergunningen kunnen worden verlengd zolang het protocol geldig is.

4.

Voor de eerste en de laatste jaarlijkse visperiode wordt de door de reders op grond van afdeling 6, lid 2, verschuldigde betaling pro rata temporis berekend.

Afdeling 3

Aanvraag van een visvergunning

1.

Alleen in aanmerking komende vaartuigen van de Unie, als omschreven in hoofdstuk I, afdeling 5, van deze bijlage, kunnen een visvergunning krijgen.

2.

Ten minste twintig werkdagen vóór het begin van de in afdeling 2 van dit hoofdstuk omschreven jaarlijkse geldigheidsperiode van de visvergunning dient de bevoegde autoriteit van de Unie bij de bevoegde autoriteit van Kiribati, met kopie aan de delegatie, een elektronische aanvraag voor een visvergunning overeenkomstig aanhangsel 1 in voor elk vaartuig dat op grond van het protocol wenst te vissen.

3.

Als vóór het begin van de jaarlijkse geldigheidsperiode geen aanvraag voor een visvergunning is ingediend, kan de reder dit nog uiterlijk twintig werkdagen vóór de gewenste aanvang van de visserijactiviteiten doen. In die gevallen is de visvergunning slechts geldig tot het einde van de jaarlijkse periode waarin zij is aangevraagd. De reders betalen de voor de volledige geldigheidsduur van de visvergunning verschuldigde toegangsrechten.

4.

Voor elke eerste aanvraag van een visvergunning en elke aanvraag naar aanleiding van een grote technische wijziging aan het betrokken vaartuig dient de Unie de aanvraag per e-mail bij de bevoegde autoriteit van Kiribati in met gebruikmaking van het formulier in aanhangsel 1; deze aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:

a)

het bewijs van betaling van de toegangsrechten voor de geldigheidsduur van de visvergunning;

b)

recente digitale kleurenfoto’s (met datumvermelding