EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 22021D0714

Besluit nr. 1/2021 van het Gemengd Comité EU-Zwitserland van 12 maart 2021 tot wijziging van hoofdstuk III van en de bijlagen I en II bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de vereenvoudiging van de controles en formaliteiten bij het goederenvervoer en inzake douaneveiligheidsmaatregelen [2021/714]

PUB/2021/284

OJ L 152, 3.5.2021, p. 1–32 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/714/oj

3.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/1


BESLUIT nr. 1/2021 VAN HET GEMENGD COMITÉ EU-ZWITSERLAND

van 12 maart 2021

tot wijziging van hoofdstuk III van en de bijlagen I en II bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de vereenvoudiging van de controles en formaliteiten bij het goederenvervoer en inzake douaneveiligheidsmaatregelen [2021/714]

HET GEMENGD COMITÉ,

Gezien de Overeenkomst van 25 juni 2009 tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de vereenvoudiging van de controles en formaliteiten bij het goederenvervoer en inzake douaneveiligheidsmaatregelen (1) (hierna “de overeenkomst” genoemd), en met name artikel 21, lid 2, en artikel 22, lid 4,

Overwegende dat de overeenkomstsluitende partijen zich er door de sluiting van de overeenkomst toe hebben verbonden op hun respectieve grondgebied een gelijkwaardig veiligheidsniveau te handhaven door middel van douanemaatregelen die gebaseerd zijn op de geldende wetgeving in de Europese Unie;

Overwegende dat de desbetreffende bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2913/92 (2) van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek en Verordening (EEG) nr. 2454/93 (3) van de Commissie houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het communautair douanewetboek sinds de sluiting van de overeenkomst zijn vervangen door de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (5) van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 (6) van de Commissie,

Overwegende dat bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 (7) van de Commissie nadere bepalingen zijn vastgesteld die relevant zijn voor de douaneveiligheidsmaatregelen;

Overwegende dat sinds de sluiting van de overeenkomst in die wetgeving wijzigingen met betrekking tot de douaneveiligheidsmaatregelen zijn aangebracht;

Overwegende dat de wijzigingen van Uniewetgeving die relevant zijn om een gelijkwaardig veiligheidsniveau tussen de overeenkomstsluitende partijen te handhaven in de overeenkomst moeten worden opgenomen;

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De artikelen 9 tot en met 14 van hoofdstuk III bij de Overeenkomst worden vervangen door:

“Artikel 9

Algemene bepalingen inzake veiligheid

1.   De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe met betrekking tot het goederenvervoer dat afkomstig is uit of bestemd is voor derde landen de in dit hoofdstuk beschreven douaneveiligheidsmaatregelen in te voeren en toe te passen en zodoende aan hun buitengrenzen een gelijkwaardig beveiligings- en veiligheidsniveau te garanderen.

2.   De overeenkomstsluitende partijen zien af van de toepassing van de in dit hoofdstuk beschreven douaneveiligheidsmaatregelen niet toe op het goederenvervoer tussen hun douanegebieden.

3.   De overeenkomstsluitende partijen plegen, alvorens zij met een derde land een overeenkomst over onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden sluiten, onderling overleg teneinde ervoor te zorgen dat de voorgestelde overeenkomst in overeenstemming is met de onderhavige overeenkomst, met name indien de voorgestelde overeenkomst bepalingen bevat die afwijken van de in dit hoofdstuk beschreven douaneveiligheidsmaatregelen.

Artikel 10

Aangifte voorafgaand aan het binnenkomst en het uitgang van goederen

1.   Met het oog op de veiligheid wordt van uit derde landen afkomstige goederen die in het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen worden binnengebracht, een summiere aangifte bij binnenkomst gedaan, behalve wanneer de goederen enkel door de territoriale wateren of het luchtruim van het douanegebied worden vervoerd zonder dat er een tussenstop in dat gebied wordt gemaakt.

2.   Met het oog op de beveiliging en veiligheid wordt van voor derde landen bestemde goederen die het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen verlaten, een summiere aangifte bij uitgang gedaan, behalve wanneer de goederen enkel door de territoriale wateren of het luchtruim van het douanegebied worden vervoerd zonder dat er een tussenstop in die gebieden wordt gemaakt.

3.   De summiere aangifte bij binnenkomst of bij uitgang wordt ingediend vóór de goederen de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen binnenkomen respectievelijk verlaten.

4.   Wanneer voor goederen die het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen binnenkomen of verlaten een summiere aangifte bij binnenkomst of uitgang verplicht is maar geen aangifte is ingediend, dient een van de in de leden 5 of 6 bedoelde personen onmiddellijk een dergelijke aangifte in dan wel in plaats daarvan, mits dit is toegestaan door de douaneautoriteiten, een douaneaangifte of een aangifte van tijdelijke opslag die ten minste de voor een summiere aangifte bij binnenkomst of uitgang vereiste gegevens bevat. In die gevallen verrichten de douaneautoriteiten de veiligheids- of beveiligingsrisicoanalyse voor die goederen op basis van de douaneaangifte of de aangifte van tijdelijke opslag.

5.   Elke overeenkomstsluitende partij bepaalt welke personen verantwoordelijk zijn voor het indienen van summiere aangiften bij uitgang en welke autoriteiten bevoegd zijn om dergelijke aangiften te ontvangen.

6.   De summiere aangifte bij binnenkomst wordt ingediend door de vervoerder.

Niettegenstaande de verplichtingen van de vervoerder kan de summiere aangifte bij binnenkomst in diens plaats worden ingediend door een van de volgende personen:

a)

de importeur of ontvanger van de goederen of een andere persoon in wiens naam of voor wiens rekening de vervoerder handelt;

b)

eenieder die in staat is de goederen bij het douanekantoor van eerste binnenkomst aan te brengen of te doen aanbrengen.

In specifieke gevallen, indien de in de eerste alinea bedoelde personen niet in staat zijn alle voor de veiligheids- of beveiligingsrisicoanalyse vereiste gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst te verstrekken, kunnen andere personen die over die gegevens beschikken en de passende rechten bezitten om deze te verstrekken, worden verplicht die gegevens te verstrekken.

Elke persoon die de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst indient, is verantwoordelijk voor de door hem verstrekte gegevens.

7.   In afwijking van lid 6 van dit artikel bepaalt elke overeenkomstsluitende partij tot de datums waarop het in artikel 1, lid 1, van bijlage I bedoelde elektronisch systeem wordt uitgerold, welke personen verplicht zijn de summiere aangifte bij binnenkomst of bij uitgang in te dienen, hoe die aangifte moet worden ingediend, hoe daarover informatie kan worden uitgewisseld en hoe de wijziging en/of ongeldigmaking daarvan kan worden gevraagd.

8.   De douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen kunnen bepalen in welke gevallen een douaneaangifte of een aangifte van tijdelijke opslag kan worden gebruikt als summiere aangifte bij binnenkomst of bij uitgang, mits:

a)

de douaneaangifte of aangifte van tijdelijke opslag alle voor een summiere aangifte bij binnenkomst of bij uitgang vereiste gegevens bevat, en

b)

de vervangende aangifte vóór het verstrijken van de termijn voor het indienen van de summiere aangifte bij binnenkomst of uitgang bij het bevoegde douanekantoor wordt ingediend.

9.   In bijlage I worden vastgesteld:

het elektronisch systeem voor de summiere aangifte bij binnenkomst;

de vorm en de inhoud van de summiere aangifte bij binnenkomst en bij uitgang;

de uitzonderingen op de verplichting een summiere aangifte bij binnenkomst of uitgang in te dienen;

de plaats waar de summiere aangifte bij binnenkomst of bij uitgang moet worden ingediend;

de termijnen waarbinnen de summiere aangifte bij binnenkomst of bij uitgang moet worden ingediend;

de technische regelingen voor de elektronische systemen die worden gebruikt om de summiere aangifte bij binnenkomst in te dienen;

de financieringsregeling betreffende de verantwoordelijkheden, verbintenissen en verwachtingen met betrekking tot de invoering en werking van het invoercontrolesysteem 2;

alle andere voor de toepassing van dit artikel noodzakelijke bepalingen.

Artikel 11

Geautoriseerde marktdeelnemer

1.   Een overeenkomstsluitende partij kent, op de in bijlage II vastgestelde voorwaarden, voor veiligheidsdoeleinden de status van “geautoriseerde marktdeelnemer” toe aan in haar douanegebied gevestigde marktdeelnemers en, in het geval van Zwitserland, aan de douane-exclaves Samnaun en Sampuoir.

Geautoriseerde marktdeelnemers genieten faciliteiten ten aanzien van douaneveiligheidscontroles.

Onder voorbehoud van de in lid 2 bepaalde regels en voorwaarden wordt de door een overeenkomstsluitende partij toegekende status van geautoriseerde marktdeelnemer door de andere overeenkomstsluitende partij – onverminderd de mogelijkheid tot douanecontroles – erkend, met name met het oog op de uitvoering van overeenkomsten met derde landen die voorzien in een mechanisme van wederzijdse erkenning van de status van geautoriseerde marktdeelnemer.

2.   In bijlage II worden vastgesteld:

de regels inzake de toekenning van de status van geautoriseerde marktdeelnemer, en met name de toekenningscriteria voor die status en de toepassingsvoorwaarden voor die criteria;

het soort faciliteiten dat wordt toegestaan;

de regels betreffende de schorsing, nietigverklaring en intrekking van de status van geautoriseerde marktdeelnemer;

de bepalingen betreffende de uitwisseling tussen de overeenkomstsluitende partijen van gegevens over hun geautoriseerde marktdeelnemers;

alle andere voor de toepassing van dit artikel noodzakelijke bepalingen.

Artikel 12

Veiligheidsgerelateerde douanecontroles en veiligheidsgerelateerd risicobeheer

1.   Veiligheidsgerelateerde douanecontroles, andere dan steekproefcontroles, zijn hoofdzakelijk gebaseerd op een risicoanalyse met behulp van geautomatiseerde gegevensverwerking, die ertoe strekt om aan de hand van door de overeenkomstsluitende partijen vastgestelde criteria de risico’s in kaart te brengen en te evalueren alsmede de nodige tegenmaatregelen te ontwikkelen.

2.   Veiligheidsgerelateerde douanecontroles worden uitgevoerd binnen een gemeenschappelijk kader voor risicobeheer, op basis van de uitwisseling van risicogerelateerde informatie en resultaten van risicoanalyses tussen de douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen. De douaneautoriteit van Zwitserland draagt via haar deelname aan het in artikel 23 bedoelde Comité douanewetboek bij tot de vaststelling van gemeenschappelijke risicocriteria en -normen, controlemaatregelen en prioritaire controlegebieden met betrekking tot de gegevens van de summiere aangiften bij binnenkomst en bij uitgang. Controles op basis van dergelijke informatie en criteria worden verricht onverminderd andere douanecontroles.

3.   De overeenkomstsluitende partijen gebruiken een gemeenschappelijk risicobeheersysteem voor de uitwisseling van risicogerelateerde informatie, informatie over de toepassing van gemeenschappelijke risicocriteria en -normen, gemeenschappelijke prioritaire controlegebieden, douanecrisisbeheersing, en resultaten van risicoanalyses en controles.

4.   De overeenkomstsluitende partijen erkennen de gelijkwaardigheid van elkaars systemen voor beveiligings- en veiligheidsrisicobeheer.

5.   Het Gemengd Comité stelt de voor de toepassing van dit artikel noodzakelijke bepalingen vast.

Artikel 13

Toezicht op de uitvoering van de douaneveiligheidsmaatregelen

1.   Het Gemengd Comité bepaalt op welke wijze de overeenkomstsluitende partijen toezicht uitoefenen op de uitvoering van dit hoofdstuk en controleren of de bepalingen van dit hoofdstuk en van de bijlagen bij deze overeenkomst in acht worden genomen.

2.   Het in lid 1 bedoelde toezicht kan de vorm aannemen van:

periodieke beoordelingen van de uitvoering van dit hoofdstuk, en met name van de gelijkwaardigheid van de douaneveiligheidsmaatregelen;

een herziening om de toepassing van dit hoofdstuk te verbeteren of deze te wijzigen zodat beter wordt tegemoetgekomen aan de doelstellingen;

de organisatie van themavergaderingen van deskundigen van beide overeenkomstsluitende partijen en audits van de administratieve procedures, ook door middel van bezoeken ter plaatse.

3.   Het Gemengd Comité ziet erop toe dat de ter uitvoering van dit artikel genomen maatregelen de rechten van de betrokken marktdeelnemers eerbiedigen.

Artikel 14

Bescherming van het beroepsgeheim en van persoonsgegevens

Informatie die door de overeenkomstsluitende partijen worden uitgewisseld in het kader van de maatregelen waarin dit hoofdstuk voorziet, geniet de bescherming van het beroepsgeheim en de bescherming van de persoonsgegevens zoals omschreven in de op het grondgebied van de ontvangende overeenkomstsluitende partij toepasselijke wetgeving. Bij de doorgifte van persoonsgegevens moet de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming van de overdragende overeenkomstsluitende partij in acht worden genomen.

In het bijzonder wordt deze informatie niet aan andere personen doorgegeven dan de bevoegde autoriteiten van de ontvangende overeenkomstsluitende partij, noch door de autoriteiten van die partij worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin deze overeenkomst voorziet.”.

Artikel 2

De bijlagen I en II bij de overeenkomst worden vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de derde maand nadat de laatste overeenkomstsluitende partij de andere overeenkomstsluitende partij in kennis heeft gesteld van het feit dat is voldaan aan haar interne vereisten.

Het wordt voorlopig toegepast vanaf 15 maart 2021.

Gedaan te Brussel, 12 maart 2021.

Voor het Gemengd Comité EU-Zwitserland

De voorzitter

Sabine HENZLER


(1)  PB L 199 van 31.7.2009, blz. 24.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2913/92 van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.).

(3)  Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.).

(4)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB EU L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB EU L 343 van 29.12.2015, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/234 van de Commissie van 7 december 2020 (PB L 63 van 23.2.2021, blz. 1).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB EU L 343 van 29.12.2015, blz. 558), laatstelijk gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/235 van de Commissie van 8 februari 2021 (PB L 63 van 23.2.2021, blz. 386).

(7)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie van 13 december 2019 tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 325 van 16.12.2019, blz. 168.).


BIJLAGE

De bijlagen I en II bij de Overeenkomst worden vervangen door de volgende bijlagen:

“BIJLAGE I

SUMMIERE AANGIFTEN BIJ BINNENKOMST EN BIJ UITGANG

TITEL I

SUMMIERE AANGIFTE BIJ BINNENKOMST

Artikel 1

Het elektronisch systeem voor summiere aangiften bij binnenkomst

1.   Het elektronische invoercontrolesysteem 2 (ICS2) wordt gebruikt voor:

a)

de indiening, verwerking en opslag van gegevens van de summiere aangiften bij binnenkomst en andere informatie over die aangiften, die betrekking hebben op de risicoanalyse voor douaneveiligheidsdoeleinden, inclusief ter ondersteuning van de beveiliging van de luchtvaart, en op de maatregelen die op basis van de resultaten van die analyse moeten worden genomen;

b)

de uitwisseling van informatie over de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst en de resultaten van de risicoanalyse van de summiere aangiften bij binnenkomst, over andere informatie die nodig is om die risicoanalyse uit te voeren en over op basis van risicoanalyse genomen maatregelen, inclusief aanbevelingen over de controleplaatsen en de resultaten van die controles;

c)

de uitwisseling van informatie voor het toezicht op en de evaluatie van de toepassing van de gemeenschappelijke criteria en normen inzake beveiligings- en veiligheidsrisico’s en van de controlemaatregelen en prioritaire controlegebieden.

2.   De ontwikkelings- en releasedata voor de gefaseerde uitrol van het in deze bijlage bedoelde elektronisch systeem zijn de data die zijn vastgesteld in het in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie (1) opgenomen douanewetboekproject Invoercontrolesysteem 2 (ICS2).

De overeenkomstsluitende partijen worden geacht bij het begin van de uitroltermijn tegelijkertijd klaar te zijn voor elke release. Bovendien kunnen de overeenkomstsluitende partijen de marktdeelnemers in voorkomend geval toestaan om stapsgewijs verbinding te leggen met het systeem tot het eind van de uitroltermijn waarin voor elk van de releases is voorzien. De overeenkomstsluitende partijen publiceren de termijnen en instructies voor marktdeelnemers op hun website.

3.   Marktdeelnemers maken gebruik van een geharmoniseerde interface voor handelaren, die door de overeenkomstsluitende partijen in onderling overleg is ontworpen, voor indieningen, verzoeken om wijziging, verzoeken om ongeldigmaking, verwerking en opslag van de gegevens van summiere aangiften bij binnenkomst en voor de uitwisseling van daarmee verband houdende informatie met de douaneautoriteiten.

4.   De douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen kunnen toestaan dat handels-, haven- of vervoersinformatiesystemen worden gebruikt voor het indienen van de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst, mits deze systemen de nodige gegevens bevatten en deze gegevens binnen de in artikel 7 bedoelde termijnen beschikbaar zijn.

Artikel 2

Vorm en inhoud van de summiere aangifte bij binnenkomst

1.   De summiere aangifte bij binnenkomst en de kennisgeving van aankomst van een zeeschip of luchtvaartuig moeten de gegevens bevatten die zijn vastgesteld in de volgende kolommen van bijlage B bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (2) van de Commissie:

a)

F10 tot en met F16;

b)

F20 tot en met F33;

c)

F40 tot en met F45;

d)

F50 tot en met F51;

e)

G2.

De gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst moeten in overeenstemming zijn met de respectieve formaten, codes en kardinaliteiten als vastgesteld in bijlage B bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 (3) van de Commissie en worden ingevuld overeenkomstig de aantekeningen in die bijlagen.

2.   Voor het verstrekken van de summiere aangifte bij binnenkomst is het toegestaan dat meer dan één dataset door meer dan één persoon wordt ingediend.

3.   Het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem wordt gebruikt voor het indienen van een verzoek tot wijziging of ongeldigmaking van een summiere aangifte bij binnenkomst of van de gegevens daarin.

Indien meer dan één persoon verzoekt om een wijziging of een ongeldigmaking van de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst, mogen elk van deze personen alleen verzoeken om een wijziging of ongeldigmaking van de gegevens die zij zelf hebben ingediend.

4.   De douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partij die de summiere aangifte bij binnenkomst heeft geregistreerd, stellen de persoon die het verzoek tot wijziging of ongeldigmaking heeft ingediend, onmiddellijk in kennis van hun besluit om deze te registreren of af te wijzen.

Indien de wijzigingen of de ongeldigmaking van de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst worden ingediend door een andere persoon dan de vervoerder, stellen de douaneautoriteiten ook de vervoerder in kennis, op voorwaarde dat de vervoerder heeft gevraagd in kennis te worden gesteld en toegang heeft tot het elektronisch systeem als bedoeld in artikel 1, lid 1.

5.   Overeenkomstig artikel 10, lid 8, van de overeenkomst kunnen de overeenkomstsluitende partijen tot de uitroldatum van release 3 van het in artikel 1, lid 1, van deze bijlage bedoelde systeem de veiligheidsgerelateerde risicoanalyse verrichten op basis van de aangifte voor douanevervoer die in het nieuw geautomatiseerd systeem voor douanevervoer (New Computerised Transit System –“NCTS”) is ingediend overeenkomstig de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (4), met inbegrip van de uitwisseling van informatie over risicoanalyses tussen de betrokken overeenkomstsluitende partijen voor goederen die over zee, over de binnenwateren, over de weg en per spoor worden vervoerd.

NCTS is het elektronisch systeem dat de communicatie tussen de overeenkomstsluitende partijen en tussen de overeenkomstsluitende partijen en marktdeelnemers mogelijk maakt met het oog op de indiening van een douaneaangifte voor douanevervoer, met inbegrip van alle gegevens die vereist zijn voor een summiere aangifte bij binnenbrengen of uitgang en van de kennisgevingen betreffende die goederen.

Voordat release 3 van het in artikel 1, lid 1, van deze bijlage bedoelde systeem wordt uitgerold, beoordelen de overeenkomstsluitende partijen of de douaneautoriteiten de risicoanalyse na die datum al dan niet mogen blijven uitvoeren op basis van de aangifte voor douanevervoer die de gegevens bevat van een summiere aangifte bij binnenkomst die in het NCTS (5) is ingediend, en wijzigen zij de overeenkomst indien nodig.

Artikel 3

Ontheffing van de verplichting tot indiening van een summiere aangifte bij binnenkomst

1.   Een summiere aangifte bij binnenkomst is niet vereist voor de volgende goederen:

a)

elektrische energie;

b)

goederen die via een pijpleiding binnenkomen;

c)

briefpost: brieven, briefkaarten, braillestukken en van invoer- of uitvoerrechten vrijgesteld drukwerk;

d)

goederen in postzendingen die volgens de regels van de Wereldpostunie worden vervoerd, als volgt:

1)

postzendingen die door de lucht worden vervoerd en een overeenkomstsluitende partij als eindbestemming hebben, tot de voor de uitrol van release 1 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronisch systeem vastgestelde datum;

2)

postzendingen die door de lucht worden vervoerd en een derde land of derdelandsgebied als eindbestemming hebben, tot de voor de uitrol van release 2 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum;

3)

postzendingen die over zee, de binnenwateren, over de weg of per spoor worden vervoerd, tot de voor de uitrol van release 3 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum;

e)

goederen waarvoor uit hoofde door de overeenkomstsluitende partijen vastgestelde voorschriften een mondelinge douaneaangifte of een douaneaangifte door eenvoudige grensoverschrijding is toegestaan, mits zij niet uit hoofde van een vervoersovereenkomst worden vervoerd;

f)

goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers;

g)

goederen onder geleide van een ATA- of CPD-carnet, mits zij niet op grond van een vervoersovereenkomst worden vervoerd;

h)

goederen die in aanmerking komen voor vrijstelling op grond van het Verdrag van Wenen inzake diplomatieke betrekkingen van 18 april 1961, het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963 of andere consulaire verdragen of het Verdrag van New York van 16 december 1969 inzake bijzondere missies;

i)

wapens en militaire uitrusting die door de met de militaire verdediging van het grondgebied belaste autoriteiten het douanegebied van een van de overeenkomstsluitende partijen worden binnengebracht in het kader van een militair vervoer of een uitsluitend voor de militaire autoriteiten bestemd vervoer;

j)

de volgende goederen die het douanegebied van een van de overeenkomstsluitende partijen rechtstreeks worden binnengebracht vanaf offshore installaties die worden geëxploiteerd door een persoon die in het douanegebied van een van de overeenkomstsluitende partijen is gevestigd:

1)

goederen die bij de bouw, het herstel, het onderhoud of de verbouwing van deze offshore installaties daarin zijn opgenomen;

2)

goederen die voor de uitrusting van die offshore installaties zijn gebruikt;

3)

provisie die op die offshore installaties wordt gebruikt of verbruikt;

4)

ongevaarlijke afvalproducten van die offshore installaties;

k)

goederen die deel uitmaken van zendingen waarvan de intrinsieke waarde niet meer bedraagt dan 22 EUR, mits de douaneautoriteiten ermee instemmen dat, met goedvinden van de marktdeelnemer, een risicoanalyse wordt verricht aan de hand van de informatie die aanwezig is of wordt geleverd door het door de marktdeelnemer gebruikte systeem; als volgt:

1)

goederen die door de lucht worden vervoerd en zich bevinden in zendingen die worden vervoerd door of onder de verantwoordelijkheid van een exploitant die geïntegreerde diensten verstrekt bestaande in ophaling, vervoer, douaneafhandeling en levering van pakketten op versnelde/tijdgevoelige basis, waarbij de artikelen gedurende de gehele verrichting van de dienst traceerbaar zijn en onder toezicht blijven, hierna expreszendingen genoemd, tot de voor de uitrol van release 1 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum;

2)

goederen die door de lucht worden vervoerd in andere dan post- of expreszendingen, tot de voor de uitrol van release 2 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum;

3)

goederen die over zee, de binnenwateren, over de weg of per spoor worden vervoerd, tot de voor de uitrol van release 3 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum;

l)

goederen die worden vervoerd onder geleide van het NAVO-formulier 302 als bedoeld in het op 19 juni 1951 te Londen ondertekende Verdrag tussen de partijen bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, of geleide dekking van het EU-formulier 302 als bedoeld in artikel 1, punt 51, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie;

m)

goederen die vanuit Ceuta en Melilla, Helgoland, de Republiek San Marino, Vaticaanstad, de gemeente Livigno en de Zwitserse douane-exclaves Samnaun en Sampuoir naar een van de overeenkomstsluitende partijen worden gebracht;

n)

de volgende goederen aan boord van schepen en luchtvaartuigen:

1)

goederen die zijn geleverd om als onderdeel of toebehoren in die schepen en luchtvaartuigen te worden gemonteerd;

2)

goederen voor de werking van de motoren, machines en andere uitrusting van die schepen of luchtvaartuigen;

3)

voor consumptie of verkoop aan boord bestemde levensmiddelen en andere artikelen;

o)

producten van de zeevisserij en andere door vissersvaartuigen van de partijen buiten de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen uit de zee gewonnen producten;

p)

vaartuigen, en de daarmee vervoerde goederen, die de territoriale wateren van een van de overeenkomstsluitende partijen binnenkomen, uitsluitend met het doel om provisie in te slaan zonder dat verbinding wordt gemaakt met een van de havenfaciliteiten;

q)

inboedels als omschreven in de wetgeving van de respectievelijke overeenkomstsluitende partijen, mits deze niet op grond van een vervoersovereenkomst worden vervoerd.

2.   Een summiere aangifte bij binnenkomst is niet vereist in gevallen die geregeld zijn bij een internationaal veiligheidsverdrag tussen een van de overeenkomstsluitende partijen en een derde land, onder voorbehoud van de procedure van artikel 9, lid 3, van de overeenkomst.

3.   Een summiere aangifte bij binnenkomst is niet vereist indien de goederen de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen tijdelijk verlaten tijdens vervoer over zee of door de lucht tussen twee plaatsen van die douanegebieden en zonder tussenstop in een derde land.

Artikel 4

Plaats van indiening van een summiere aangifte bij binnenkomst

1.   De summiere aangifte bij binnenkomst wordt ingediend bij het douanekantoor dat bevoegd is voor het douanetoezicht op de plaats in het douanegebied van een van de overeenkomstsluitende partijen waar het vervoermiddel waarmee de goederen worden vervoerd, aankomt of, in voorkomend geval, bestemd is aan te komen vanuit een derde land of een derdelandsgebied (hierna het “douanekantoor van eerste binnenkomst” genoemd).

2.   Indien de summiere aangifte bij binnenkomst wordt ingediend door indiening van meer dan één gegevensset, of door indiening van de minimale gegevensset, doet de persoon die de gedeeltelijke of minimale gegevensset indient, dit bij het douanekantoor dat, naar zijn weten, het douanekantoor van eerste binnenkomst moet zijn. Indien die persoon niet bekend is met de plaats in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen waar het vervoermiddel waarmee de goederen worden vervoerd naar verwachting als eerste aankomt, kan het douanekantoor van eerste binnenkomst worden bepaald op basis van de plaats waarnaar de goederen zijn verzonden.

3.   De douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen kunnen toestaan dat de summiere aangifte bij binnenkomst wordt ingediend bij een ander douanekantoor, mits dit kantoor de benodigde gegevens onmiddellijk elektronisch doorgeeft aan of ter beschikking stelt aan het douanekantoor van eerste binnenkomst.

Artikel 5

Registratie van een summiere aangifte bij binnenkomst

1.   De douaneautoriteiten registreren elke indiening van gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst bij ontvangst van die gegevens en stellen de aangever of zijn vertegenwoordiger onmiddellijk in kennis van hun registratie en delen hem een masterreferentienummer van de indiening en de datum van registratie mee.

2.   Met ingang van de uitroldatum van release 2 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem, als de summiere aangifte bij binnenkomst door een andere persoon dan de vervoerder wordt ingediend, stellen de douaneautoriteiten de vervoerder onmiddellijk in kennis van de registratie, op voorwaarde dat de vervoerder om kennisgeving heeft verzocht en toegang heeft tot dat elektronisch systeem.

Artikel 6

Indiening van een summiere aangifte bij binnenkomst

Indien geen van de ontheffingen van de verplichting tot indiening van een summiere aangifte bij binnenkomst in artikel 10 van de overeenkomst en in artikel 3 van deze bijlage van toepassing is, worden de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst als volgt verstrekt:

a)

voor door de lucht vervoerde goederen,

1)

koeriersdiensten dienen voor alle zendingen de minimale gegevensset in vanaf de uitroldatum van release 1 van het in artikel 1, lid 1, van deze bijlage bedoelde elektronische systeem;

2)

postaanbieders dienen voor alle zendingen met een overeenkomstsluitende partij als eindbestemming de minimale gegevensset in vanaf de uitroldatum van release 1 van het in artikel 1, lid 1, van deze bijlage bedoelde elektronische systeem;

3)

door de indiening van één of meer gegevenssets via het in artikel 1, lid 1, van deze bijlage bedoelde elektronische systeem, vanaf de uitroldatum van release 2 van dat systeem;

b)

voor goederen die over zee, de binnenwateren, over de weg of per spoor worden vervoerd, door de indiening van één of meer gegevenssets via het in artikel 1, lid 1, van deze bijlage bedoelde elektronische systeem, vanaf de uitroldatum van release 3 van dat systeem.

Artikel 7

Termijn voor de indiening van een summiere aangifte bij binnenkomst

1.   Indien de goederen over zee de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen worden binnengebracht, wordt de summiere aangifte bij binnenkomst binnen de volgende termijnen ingediend:

a)

voor in containers vervoerde goederen, tenzij het bepaalde in punt c) of punt d) van toepassing is: uiterlijk 24 uur voordat zij in het vaartuig worden geladen waarmee zij de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen worden binnengebracht;

b)

voor stort-/stukgoederen, tenzij het bepaalde punt c) of punt d) van toepassing is: uiterlijk vier uur voor aankomst van het vaartuig in de eerste haven van binnenkomst in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen;

c)

uiterlijk twee uur voor aankomst van het vaartuig in de eerste haven van binnenkomst in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen in het geval van goederen afkomstig uit:

1)

Groenland;

2)

de Faeröer;

3)

IJsland;

4)

havens aan de Oostzee, Noordzee, Zwarte Zee en Middellandse Zee;

5)

alle havens van Marokko;

d)

tenzij punt c) van toepassing is, voor vervoer tussen een gebied buiten de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen en de Franse overzeese departementen, de Azoren, Madeira of de Canarische Eilanden, indien de reistijd minder dan 24 uur bedraagt: uiterlijk twee uur voor de aankomst in de eerste haven van binnenkomst in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen.

2.   Indien de goederen door de lucht de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen worden binnengebracht, worden de volledige gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen de volgende termijnen ingediend:

a)

bij vluchten met een reistijd van minder dan vier uur: uiterlijk op het werkelijke vertrekuur van het luchtvaartuig;

b)

bij andere vluchten: uiterlijk vier uur voor de aankomst van het luchtvaartuig op de eerste luchthaven in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen.

3.   Met ingang van de uitroldatum van release 1 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem dienen postaanbieders en koerierdiensten ten minste de minimale gegevensset van de summiere aangifte bij binnenkomst zo spoedig mogelijk in en uiterlijk voordat de goederen worden geladen in het luchtvaartuig waarmee zij het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen zullen worden binnengebracht.

4.   Met ingang van de uitroldatum van release 2 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem dienen andere marktdeelnemers dan postexploitanten en koeriersdiensten ten minste de minimale gegevensset van de summiere aangifte bij binnenkomst zo spoedig mogelijk in en uiterlijk voordat de goederen worden geladen in het luchtvaartuig waarmee zij het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen zullen worden binnengebracht.

5.   Met ingang van de uitroldatum van release 2 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem worden, indien binnen de in de leden 3 en 4 van dit artikel bedoelde termijnen alleen de minimale gegevensset van de summiere aangifte bij binnenkomst is verstrekt, de overige gegevens binnen de in lid 2 van dit artikel bepaalde termijnen verstrekt.

6.   Tot de datum van de uitrol van release 2 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem wordt de minimale gegevensset van de overeenkomstig lid 3 van dit artikel ingediende summiere aangifte bij binnenkomst beschouwd als de volledige summiere aangifte bij binnenkomst voor goederen in postzendingen met een overeenkomstsluitende partij als eindbestemming en voor goederen in expreszendingen waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan 22 EUR bedraagt.

7.   Indien de goederen per spoor de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen worden binnengebracht, wordt de summiere aangifte bij binnenkomst binnen de volgende termijnen ingediend:

a)

indien de treinreis vanaf het laatste rangeerstation, gelegen in een derde land, naar het douanekantoor van eerste binnenkomst minder dan twee uur bedraagt: uiterlijk één uur voor de aankomst van de goederen op de plaats waarvoor dat douanekantoor bevoegd is;

b)

in alle andere gevallen: uiterlijk twee uur voor de aankomst van de goederen op de plaats waarvoor het douanekantoor van eerste binnenkomst bevoegd is.

8.   Indien de goederen over de weg de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen worden binnengebracht, wordt de summiere aangifte bij binnenkomst ingediend uiterlijk één uur voor de aankomst van de goederen op de plaats waarvoor het douanekantoor van eerste binnenkomst bevoegd is.

9.   Indien de goederen over de binnenwateren de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen worden binnengebracht, wordt de summiere aangifte bij binnenkomst ingediend uiterlijk twee uur voor de aankomst van de goederen op de plaats waarvoor het douanekantoor van eerste binnenkomst bevoegd is.

10.   Indien de goederen de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen worden binnengebracht op een vervoermiddel dat zelf wordt vervoerd op een actief vervoermiddel, is de termijn voor de indiening van de summiere aangifte bij binnenkomst de termijn die geldt voor het actieve vervoermiddel.

11.   De in de leden 1 tot en met 10 genoemde termijnen zijn niet van toepassing in geval van overmacht.

12.   Onder voorbehoud van de in artikel 9, lid 3, van deze overeenkomst bedoelde procedure, zijn de in leden 1 tot en met 10 van dit artikel bedoelde termijnen niet van toepassing indien internationale veiligheidsverdragen tussen een overeenkomstsluitende partij en derde landen anders bepalen.

Artikel 8

Veiligheidsgerelateerde risicoanalyse en veiligheidsgerelateerde douanecontroles met betrekking tot de summiere aangiften bij binnenkomst

1.   De risicoanalyse wordt afgerond vóór de aankomst van de goederen bij het douanekantoor van eerste binnenkomst, op voorwaarde dat de summiere aangifte bij binnenkomst is ingediend binnen de in de artikel 7 vastgestelde termijnen, tenzij een risico wordt vastgesteld of een aanvullende risicoanalyse moet worden verricht.

Onverminderd de eerste alinea van dit lid wordt voor goederen die door de lucht in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen worden gebracht zo snel mogelijk na ontvangst van de minimale gegevensset van de summiere aangifte bij binnenkomst als bedoeld in artikel 7, leden 3 en 4, een eerste risicoanalyse verricht.

2.   Het douanekantoor van eerste binnenkomst voltooit de voor veiligheidsdoeleinden verrichte risicoanalyse na de volgende uitwisseling van informatie via het in artikel 1, lid 1, bedoelde systeem:

a)

Onmiddellijk na registratie stelt het douanekantoor van eerste binnenkomst de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst beschikbaar aan de douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen die in deze gegevens zijn vermeld en aan de douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen die in het elektronisch systeem informatie hebben opgenomen over veiligheidsrisico’s die in overeenstemming zijn met de gegevens van die summiere aangifte bij binnenkomst;

b)

Binnen de in artikel 7 vastgestelde termijnen verrichten de in punt a) van dit lid bedoelde douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen een risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden en stellen zij, indien zij een risico vaststellen, de resultaten ter beschikking van het douanekantoor van eerste binnenkomst;

c)

Het douanekantoor van eerste binnenkomst houdt voor de voltooiing van de risicoanalyse rekening met de informatie over de resultaten van de risicoanalyse die is verstrekt door de in punt a) bedoelde douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen;

d)

Het douanekantoor van eerste binnenkomst stelt de resultaten van de voltooide risicoanalyse beschikbaar aan de douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen die aan de risicoanalyse hebben bijgedragen en aan diegenen die mogelijk betrokken zijn bij de overbrenging van de goederen.

e)

Het douanekantoor van eerste binnenkomst stelt de volgende personen in kennis van de voltooiing van de risicoanalyse, op voorwaarde dat zij hebben gevraagd in kennis te worden gesteld en toegang hebben tot het elektronische systeem als bedoeld in artikel 1, lid 1:

de aangever of zijn of haar vertegenwoordiger;

de vervoerder, indien dit niet de aangever of zijn of haar vertegenwoordiger is.

3.   Indien het douanekantoor van eerste binnenkomst nadere informatie over de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst nodig heeft voor de voltooiing van de risicoanalyse, wordt deze analyse voltooid nadat die informatie is verstrekt.

Daartoe verzoekt het douanekantoor van eerste binnenkomst de indiener van de summiere aangifte bij binnenkomst om deze informatie, of, indien van toepassing, de persoon die de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst heeft ingediend. Indien deze persoon niet de vervoerder is, stelt het douanekantoor van eerste binnenkomst de vervoerder in kennis, op voorwaarde dat de vervoerder heeft gevraagd in kennis te worden gesteld en toegang heeft tot het elektronische systeem zoals bedoeld in artikel 1, lid 1.

4.   Indien het douanekantoor van eerste binnenkomst gegronde redenen heeft om te vermoeden dat door de lucht gebrachte goederen een ernstige bedreiging kunnen vormen voor de beveiliging van de luchtvaart, verlangt het dat de zending alvorens ze wordt geladen in een luchtvaartuig dat de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen tot bestemming heeft, wordt doorgelicht als hoogrisicovracht en -post in overeenstemming met punt 4 van de bijlage bij de Overeenkomst Inzake Luchtvervoer tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat (6) tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen inzake luchtvaartbeveiliging.

Het douanekantoor van eerste binnenkomst stelt de volgende personen in kennis, op voorwaarde dat zij toegang hebben tot het elektronisch systeem als bedoeld in artikel 1, lid 1:

de aangever of zijn of haar vertegenwoordiger;

de vervoerder, indien dit niet de aangever of zijn of haar vertegenwoordiger is.

Na deze kennisgeving verstrekt de indiener van de summiere aangifte bij binnenkomst of, indien van toepassing, de persoon die de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst heeft ingediend, het douanekantoor van eerste binnenkomst de resultaten van die screening en alle andere bijbehorende relevante informatie. De risicoanalyse wordt pas voltooid nadat deze informatie is verstrekt.

5.   Indien het douanekantoor van eerste binnenkomst redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de door de lucht gebrachte goederen of de in containers vervoerde goederen die over zee worden gebracht, als bedoeld in artikel 7, lid 1, punt a), een zodanig ernstig veiligheidsrisico inhouden dat onmiddellijk optreden is vereist, gelast het dat de goederen niet op het desbetreffende vervoermiddel worden geladen.

Het douanekantoor van eerste binnenkomst stelt de volgende personen in kennis, op voorwaarde dat zij toegang hebben tot het elektronisch systeem als bedoeld in artikel 1, lid 1:

de aangever of zijn/haar vertegenwoordiger;

de vervoerder, indien dit niet de aangever of zijn/haar vertegenwoordiger is.

Die kennisgeving gebeurt onmiddellijk na de ontdekking van het desbetreffende risico en, in geval van in containers vervoerde goederen die over zee worden gebracht, als bedoeld in artikel 7, lid 1, punt a), uiterlijk 24 uur na ontvangst van de summiere aangifte bij binnenkomst of, indien van toepassing, van de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst door de vervoerder.

Het douanekantoor van eerste binnenkomst brengt tevens onmiddellijk de douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen op de hoogte van die kennisgeving en stelt de relevante gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst aan hen beschikbaar.

6.   Indien is vastgesteld dat een zending een zodanige bedreiging vormt dat bij aankomst van het vervoermiddel een onmiddellijk optreden is vereist, gaat het douanekantoor van eerste binnenkomst bij aankomst van de goederen over tot actie.

7.   Na voltooiing van de risicoanalyse kan het douanekantoor van eerste binnenkomst via het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem de meest geschikte plaats en maatregelen voor het uitvoeren van een controle aanbevelen.

Het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats die is aanbevolen als de meest geschikte plaats voor de controle, besluit over de controle en stelt de resultaten van dat besluit via het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem beschikbaar aan alle douanekantoren van de overeenkomstsluitende partijen die mogelijk bij de overbrenging van de goederen zijn betrokken, ten laatste op het moment van het aanbrengen van de goederen bij het douanekantoor van eerste binnenkomst.

8.   De douanekantoren stellen de resultaten van hun veiligheidsgerelateerde douanecontroles via het in artikel 1, lid 1, bedoelde systeem ter beschikking van andere douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen wanneer:

a)

een douaneautoriteit oordeelt dat de risico’s significant zijn en een douanecontrole noodzakelijk is, en bij de controle blijkt dat de gebeurtenis die de risico’s veroorzaakt, zich heeft voorgedaan, of

b)

bij de controle niet blijkt dat de gebeurtenis die de risico’s veroorzaakt, zich heeft voorgedaan, maar de betrokken douaneautoriteit oordeelt dat de dreiging elders in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen een hoog risico vormt, of

c)

dat noodzakelijk is voor de uniforme toepassing van dat de regels van de overeenkomst.

De overeenkomstsluitende partijen wisselen via het in artikel 12, lid 3, van de overeenkomst bedoelde systeem informatie uit over de onder a) en b) van dit lid genoemde risico’s.

9.   Indien goederen waarvoor in overeenstemming met artikel 3, lid 1, punt c) tot en met f), h) tot en met m), o) en q), een ontheffing van de verplichting tot indiening van een summiere aangifte bij binnenkomst is verleend, het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen worden binnengebracht, wordt bij het aanbrengen van de goederen een risicoanalyse uitgevoerd.

10.   Bij de douane aangebrachte goederen kunnen worden vrijgegeven zodra de risicoanalyse is uitgevoerd en de resultaten van de risicoanalyse en, in voorkomend geval, de maatregelen die zijn genomen, dit mogelijk maken.

11.   De risicoanalyse wordt ook uitgevoerd als de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst in overeenstemming met artikel 2, leden 3 en 4, zijn gewijzigd. In dat geval wordt, onverminderd de in dit artikel, lid 5, derde alinea, vastgelegde termijn voor in containers vervoerde goederen die over zee worden gebracht, de risicoanalyse onmiddellijk na ontvangst van de gegevens voltooid, tenzij een risico wordt vastgesteld of een aanvullende risicoanalyse moet worden uitgevoerd.

Artikel 9

Verstrekking van de gegevens van een summiere aangifte bij binnenkomst door andere personen

1.   Met ingang van de voor de uitrol van release 2 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum zijn, wanneer voor dezelfde door de lucht vervoerde goederen een of meer andere personen dan de vervoerder een of meer vervoersovereenkomsten hebben gesloten die onder een of meer luchtvrachtbrieven vallen, de volgende regels van toepassing:

a)

de persoon die een luchtvrachtbrief afgeeft, stelt de persoon die een vervoersovereenkomst met hem/haar heeft gesloten in kennis van de afgifte van die luchtvrachtbrief;

b)

in het geval van een gezamenlijke ladingovereenkomst voor goederen stelt de persoon die de luchtvrachtbrief afgeeft, de persoon met wie hij/zij die overeenkomst heeft gesloten in kennis van de afgifte van de luchtvrachtbrief.

c)

de vervoerder en de personen die een luchtvrachtbrief afgeven, verstrekken in de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst de identiteit van eenieder die de voor de summiere aangifte bij binnenkomst vereiste gegevens niet aan hen heeft verstrekt;

d)

wanneer de persoon die de luchtvrachtbrief afgeeft, de vereiste gegevens voor de summiere aangifte bij binnenkomst niet meedeelt aan zijn/haar contractuele partner die een luchtvrachtbrief aan hem/haar afgeeft, of aan zijn/haar contractuele partner met wie hij/zij een overeenkomst voor het delen van laadruimte heeft gesloten, verstrekt de persoon die de vereiste gegevens niet meedeelt, deze gegevens aan het douanekantoor van eerste binnenkomst.

2.   Met ingang van de voor de uitrol van release 2 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum zijn, als de postaanbieder de voor de summiere aangifte bij binnenkomst van postzendingen vereiste gegevens niet ter beschikking stelt van de vervoerder die verplicht is de overige gegevens van de aangifte via dat systeem in te dienen, de volgende regels van toepassing:

a)

de postaanbieder van bestemming, indien de goederen naar de overeenkomstsluitende partijen worden verzonden, of de postaanbieder van de overeenkomstsluitende partijen van eerste binnenkomst, indien de goederen via de overeenkomstsluitende partijen worden doorgevoerd, verstrekt deze gegevens aan het douanekantoor van eerste binnenkomst, en

b)

de vervoerder verstrekt in de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst de identiteit van de postaanbieder die de voor de summiere aangifte bij binnenkomst vereiste gegevens niet aan hem/haar heeft verstrekt;

3.   Met ingang van de voor de uitrol van release 2 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum gelden, wanneer de koerierdienst de voor de summiere aangifte bij binnenkomst van door de lucht vervoerde expreszendingen vereiste gegevens niet ter beschikking stelt van de vervoerder, de volgende regels:

a)

de koeriersdienst verstrekt deze gegevens aan het douanekantoor van eerste binnenkomst, en

b)

de vervoerder verstrekt in de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst de identiteit van de koerierdienst die de voor de summiere aangifte bij binnenkomst vereiste gegevens niet aan hem/haar heeft verstrekt.

4.   Met ingang van de voor de uitrol van release 3 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum, gelden, in het geval van vervoer over zee of over de binnenwateren, als voor dezelfde goederen een of meer aanvullende vervoersovereenkomsten met een of meer cognossementen zijn gesloten door een of meer andere personen dan de vervoerder, de volgende regels:

a)

De persoon die een cognossement afgeeft, stelt de persoon die een vervoersovereenkomst met hem/haar heeft gesloten in kennis van de afgifte van dat cognossement;

b)

In het geval van een gezamenlijke ladingovereenkomst voor goederen stelt de persoon die het cognossement afgeeft, de persoon met wie hij/zij deze overeenkomst heeft gesloten in kennis van de afgifte van dit cognossement;

c)

De vervoerder en de personen die een cognossement afgeven, verstrekken in de gegevens van de summaire aangifte bij binnenkomst de identiteit van eenieder die een vervoersovereenkomst met hen heeft gesloten en de vereiste gegevens voor de summiere aangifte bij binnenkomst niet aan hen heeft verstrekt;

d)

De persoon die het cognossement afgeeft, vermeldt in de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst de identiteit van de geadresseerde als iemand die geen onderliggende cognossementen heeft en hem of haar de voor de summiere aangifte bij binnenkomst vereiste gegevens niet heeft meegedeeld;

e)

Indien de persoon die het cognossement afgeeft, de vereiste gegevens voor de summiere aangifte bij binnenkomst niet meedeelt aan zijn/haar contractuele partner die een cognossement aan hem/haar afgeeft, of aan zijn/haar contractuele partner met wie hij/zij een gezamenlijke ladingovereenkomst heeft gesloten, verstrekt de persoon die de vereiste gegevens niet meedeelt, deze gegevens aan het douanekantoor van eerste binnenkomst;

f)

Indien de geadresseerde die is vermeld op het cognossement dat geen onderliggende cognossementen heeft, de voor de summiere aangifte bij binnenkomst vereiste gegevens niet meedeelt aan de persoon die dit cognossement afgeeft, verstrekt hij/zij deze gegevens aan het douanekantoor van eerste binnenkomst.

Artikel 10

Uitwijking van een zeeschip of een luchtvaartuig dat het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen binnenkomt

1.   Met ingang van de voor de uitroltermijn van release 2 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum, verzamelt het feitelijke douanekantoor van eerste binnenkomst, wanneer een luchtvaartuig wordt omgeleid en in de eerste plaats is aangekomen bij een douanekantoor in een land dat in de summiere aangifte bij binnenkomst niet is vermeld als een land dat deel uitmaakt van het vervoerstraject, via dat systeem de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst, de resultaten van de risicoanalyse en de controleaanbevelingen van het verwachte douanekantoor van eerste binnenkomst.

2.   Met ingang van de voor de uitroltermijn van release 3 van het in artikel 1, lid 1, bedoelde elektronische systeem vastgestelde datum, verzamelt het feitelijke douanekantoor van eerste binnenkomst, wanneer een zeeschip wordt omgeleid en in de eerste plaats is aangekomen bij een douanekantoor in een land dat in de summiere aangifte bij binnenkomst niet is vermeld als een land dat deel uitmaakt van het vervoerstraject, via dat systeem de gegevens van de summiere aangifte bij binnenkomst, de resultaten van de risicoanalyse en de controleaanbevelingen van het verwachte douanekantoor van eerste binnenkomst.

TITEL II

TECHNISCHE REGELINGEN VOOR HET INVOERCONTROLESYSTEEM 2

Artikel 11

Invoercontrolesysteem 2

1.   Het ICS2 ondersteunt enerzijds de communicatie tussen de marktdeelnemers en de overeenkomstsluitende partijen met het oog op de naleving van de vereisten inzake de summiere aangifte bij binnenkomst, de risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden door de douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen en de douanemaatregelen om deze risico’s te beperken, met inbegrip van veiligheidsgerelateerde douanecontroles, en anderzijds de communicatie tussen de overeenkomstsluitende partijen met het oog op de naleving van de vereisten voor de summiere aangifte bij binnenkomst.

2.   Het ICS2 bestaat uit de volgende gemeenschappelijke componenten die op Unie-niveau zijn ontwikkeld:

a)

een gedeelde interface voor handelaren;

b)

een gemeenschappelijk register.

3.   Zwitserland ontwikkelt een nationaal toegangssysteem als nationale component die in Zwitserland beschikbaar is.

4.   Zwitserland kan een nationale interface voor handelaren ontwikkelen als nationale component die in Zwitserland beschikbaar is.

5.   Het ICS2 wordt gebruikt voor:

a)

het indienen, verwerken en opslaan van de gegevens van summiere aangiften bij binnenkomst, wijzigingsverzoeken en ongeldigverklaringen overeenkomstig artikel 10 van de overeenkomst en deze bijlage;

b)

het ontvangen, verwerken en opslaan van de gegevens van summiere aangiften bij binnenkomst die afkomstig zijn uit de in artikel 10 van de overeenkomst en in deze bijlage bedoelde aangiften;

c)

het indienen, verwerken en opslaan van informatie over aankomsten en kennisgevingen van aankomst van een zeescheep of luchtvaartuig overeenkomstig artikel 10 van de overeenkomst en deze bijlage;

d)

het ontvangen, verwerken en opslaan van informatie over het aanbrengen van goederen bij de douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig artikel 10 van de overeenkomst en deze bijlage;

e)

het ontvangen, verwerken en opslaan van informatie betreffende verzoeken en resultaten van risicoanalyses, controleaanbevelingen, besluiten over controles en controleresultaten overeenkomstig de artikelen 10 en 12 van de overeenkomst en deze bijlage;

f)

het ontvangen, verwerken, opslaan en meedelen van de kennisgevingen en informatie aan en van marktdeelnemers overeenkomstig de artikelen 10 en 12 van de overeenkomst en deze bijlage;

g)

het door de marktdeelnemers ontvangen, verwerken en opslaan van informatie die is gevraagd door douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig de artikelen 10 en 12 van de overeenkomst en deze bijlage.

6.   Het ICS2 wordt gebruikt ter ondersteuning van het toezicht en de evaluatie door de overeenkomstsluitende partijen van de toepassing van de gemeenschappelijke criteria en normen inzake veiligheidsrisico’s en van de controlemaatregelen en prioritaire controlegebieden als bedoeld in artikel 12 van de overeenkomst.

7.   De authenticatie en toegangsverificatie van marktdeelnemers met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het ICS2 vindt plaats door middel van het in artikel 13 bedoelde platform voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen.

8.   De authenticatie en toegangsverificatie van ambtenaren van de overeenkomstsluitende partijen met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van ICS2 vindt plaats door middel van de netwerkdiensten die de Unie beschikbaar stelt.

9.   De geharmoniseerde interface voor handelaren is een toegangspunt tot het ICS2 voor marktdeelnemers overeenkomstig artikel 1.

10.   De geharmoniseerde interface voor handelaren communiceert met het in de leden 12, 13 en 14 bedoelde gemeenschappelijke ICS2-register.

11.   De geharmoniseerde interface voor handelaren wordt gebruikt voor indieningen, wijzigingsverzoeken, verzoeken tot ongeldigmaking, de verwerking en de opslag van de gegevens van de summiere aangiften bij binnenkomst en kennisgevingen van aankomst, alsmede voor de uitwisseling van informatie tussen de overeenkomstsluitende partijen en marktdeelnemers.

12.   Het gemeenschappelijke ICS2-register wordt door de overeenkomstsluitende partijen gebruikt voor de verwerking van de gegevens van summiere aangiften bij binnenkomst, wijzigingsverzoeken, verzoeken tot ongeldigmaking, kennisgevingen van aankomst, informatie over het aanbrengen van goederen, informatie over verzoeken om en resultaten van risicoanalyses, controleaanbevelingen, controlebesluiten en controleresultaten en met marktdeelnemers uitgewisselde informatie.

13.   Het gemeenschappelijke ICS2-register wordt door de overeenkomstsluitende partijen gebruikt voor statistische en evaluatiedoeleinden en voor de uitwisseling van informatie betreffende summiere aangiften bij binnenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen.

14.   Het gemeenschappelijke ICS2-register communiceert met de geharmoniseerde interface voor handelaren, met de door de overeenkomstsluitende partijen ontwikkelde nationale interfaces voor handelaren en met de nationale toegangssystemen.

15.   Alvorens de risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden af te ronden, gebruikt de douaneautoriteit van een overeenkomstsluitende partij het gemeenschappelijke register om een douaneautoriteit van de andere overeenkomstsluitende partij te raadplegen overeenkomstig de artikelen 10 en 12 van de overeenkomst en deze bijlage. De douaneautoriteit van een overeenkomstsluitende partij gebruikt het gemeenschappelijke register ook om met de andere overeenkomstsluitende partij overleg te plegen over de aanbevolen controles, genomen besluiten met betrekking tot aanbevolen controles en de resultaten van veiligheidsgerelateerde douanecontroles overeenkomstig de artikelen 10 en 12 van de overeenkomst en deze bijlage.

16.   De nationale interface voor handelaren, indien ontwikkeld door de overeenkomstsluitende partijen, is een toegangspunt tot het ICS2 voor marktdeelnemers overeenkomstig artikel 1 wanneer de indiening gericht is aan de overeenkomstsluitende partij die de nationale interface voor handelaren beheert.

17.   Met betrekking tot indieningen, wijzigingen, de ongeldigmaking, de verwerking en de opslag van de gegevens van de summiere aangiften bij binnenkomst en kennisgevingen van aankomst, alsmede de uitwisseling van informatie tussen de overeenkomstsluitende partijen en marktdeelnemers, kunnen marktdeelnemers kiezen tussen de nationale interface voor handelaren, indien ontwikkeld, en de geharmoniseerde interface voor handelaren.

18.   De nationale interface voor handelaren, indien ontwikkeld, communiceert met het gemeenschappelijk ICS2-register.

19.   Wanneer Zwitserland een nationale interface voor handelaren ontwikkelt, stelt het de Unie daarvan in kennis.

20.   De douaneautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen gebruiken een nationaal registratiesysteem voor de uitwisseling van gegevens van summiere aangiften bij binnenkomst die afkomstig zijn uit de in artikel 10 van de overeenkomst bedoelde aangiften, voor de uitwisseling van informatie en kennisgevingen met het gemeenschappelijke register voor informatie over de aankomst van zeeschepen of luchtvaartuigen, informatie over het aanbrengen van goederen, de verwerking van verzoeken om een risicoanalyse, de uitwisseling en verwerking van informatie over de resultaten van risicoanalyses, controleaanbevelingen, controlebesluiten en controleresultaten.

21.   Het nationale registratiesysteem wordt ook gebruikt in de gevallen waarin een douaneautoriteit van een overeenkomstsluitende partij de marktdeelnemers om nadere informatie verzoekt en daarover informatie ontvangt.

22.   Het nationale registratiesysteem moet communiceren met het gemeenschappelijke register.

23.   Het nationale registratiesysteem moet communiceren met de op nationaal niveau ontwikkelde systemen voor het opvragen van de in lid 20 bedoelde informatie.

Artikel 12

Werking van het invoercontrolesysteem 2 en opleiding in het gebruik ervan

1.   De gemeenschappelijke componenten worden door de Unie ontwikkeld, getest, uitgerold en beheerd. De nationale componenten worden door Zwitserland ontwikkeld, getest, uitgerold en beheerd.

2.   Zwitserland zorgt ervoor dat de nationale componenten interoperabel zijn met de gemeenschappelijke componenten.

3.   De Unie verricht het onderhoud van de gemeenschappelijke componenten en Zwitserland verricht het onderhoud van zijn nationale componenten.

4.   De overeenkomstsluitende partijen waarborgen een ononderbroken werking van de elektronische systemen.

5.   De Unie kan de gemeenschappelijke componenten van de elektronische systemen wijzigen om storingen te verhelpen, nieuwe functionaliteiten toe te voegen of bestaande functionaliteiten te veranderen.

6.   De Unie informeert Zwitserland in kennis van over wijzigingen in en bijwerkingen van de gemeenschappelijke componenten.

7.   Zwitserland informeert de Unie over wijzigingen in en bijwerkingen van de nationale componenten die gevolgen kunnen hebben voor de werking van de gemeenschappelijke componenten.

8.   De overeenkomstsluitende partijen maken de informatie over de wijzigingen in en bijwerkingen van de elektronische systemen overeenkomstig de leden 6 en 7 openbaar.

9.   In geval van een tijdelijke storing van het ICS2 is het door de overeenkomstsluitende partijen vastgestelde bedrijfscontinuïteitsplan van toepassing.

10.   De overeenkomstsluitende partijen informeren elkaar wanneer de elektronische systemen niet beschikbaar zijn als gevolg van een tijdelijke storing.

11.   De Unie ondersteunt Zwitserland inzake het gebruik en de werking van de gemeenschappelijke componenten van de elektronische systemen door in passend opleidingsmateriaal te voorzien.

Artikel 13

Platform voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen

1.   Een platform voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen maakt de communicatie mogelijk tussen de in lid 6 bedoelde identiteits- en toegangsbeheersystemen van de overeenkomstsluitende partijen om aan ambtenaren en marktdeelnemers van de overeenkomstsluitende partijen een veilige geautoriseerde toegang te verlenen tot de elektronische systemen.

2.   Het platform voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen bestaat uit de volgende gemeenschappelijke componenten:

a)

een toegangsbeheersysteem,

b)

een administratief beheersysteem.

3.   Het platform voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen wordt gebruikt om te zorgen voor de authenticatie en toegangsverificatie van:

a)

marktdeelnemers met het oog op toegang tot het ICS2;

b)

ambtenaren van de overeenkomstsluitende partijen met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het ICS2 en voor het onderhoud en beheer van het platform.

4.   De overeenkomstsluitende partijen zetten een toegangsbeheersysteem op voor de validering van de verzoeken om toegang van marktdeelnemers in het platform voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen, dat communiceert met de in artikel 6 bedoelde identiteits- en toegangsbeheersystemen van de overeenkomstsluitende partijen en vice versa.

5.   De overeenkomstsluitende partijen zetten een administratief beheersysteem op waarin, met het oog op de verlening van toegang tot de elektronische systemen, de authenticatie- en autorisatieregels voor het valideren van de identificatiegegevens van marktdeelnemers worden beheerd.

6.   De overeenkomstsluitende partijen zetten een identiteits- en toegangsbeheersysteem op om te zorgen voor:

a)

een veilige registratie en opslag van identificatiegegevens van marktdeelnemers;

b)

een veilige uitwisseling van ondertekende en versleutelde identificatiegegevens van marktdeelnemers.

Artikel 14

Gegevensbeheer en eigendom en beveiliging

1.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de op nationaal niveau geregistreerde gegevens overeenkomen met de in de gemeenschappelijke componenten geregistreerde gegevens en worden bijgewerkt.

2.   In afwijking van lid 1 zorgen de overeenkomstsluitende partijen ervoor dat de volgende gegevens overeenstemmen met en worden bijgewerkt met gegevens in het gemeenschappelijke register van ICS2:

a)

gegevens die op nationaal niveau zijn geregistreerd en vanuit het nationale registratiesysteem naar het gemeenschappelijke register worden doorgegeven;

b)

gegevens die vanuit het gemeenschappelijke register naar het nationale registratiesysteem worden verzonden.

3.   De gegevens in de gemeenschappelijke componenten van het ICS2 die door een marktdeelnemer worden meegedeeld aan of geregistreerd in de gedeelde interface voor handelaren kunnen door die marktdeelnemer worden geraadpleegd of verwerkt.

4.   De gegevens in de gemeenschappelijke componenten van het ICS2:

a)

die door een marktdeelnemer via de geharmoniseerde interface voor handelaren in het gemeenschappelijke register aan een overeenkomstsluitende partij worden meegedeeld, kunnen door die overeenkomstsluitende partij in dat gemeenschappelijke register worden geraadpleegd en verwerkt. Indien nodig heeft die overeenkomstsluitende partij ook toegang tot deze informatie die is geregistreerd in de geharmoniseerde interface voor handelaren;

b)

die door een overeenkomstsluitende partij zijn meegedeeld of geregistreerd in het gemeenschappelijke register, kunnen door die overeenkomstsluitende partij worden uitgelezen of verwerkt;

c)

als bedoeld in de punten a) en b) van dit lid zijn ook toegankelijk voor en kunnen worden verwerkt door de andere overeenkomstsluitende partij als die betrokken is bij het risicoanalyse- en/of controleproces waarop de gegevens betrekking hebben, overeenkomstig de artikelen 10 en 12 van de overeenkomst en deze bijlage;

d)

kunnen door de Commissie in samenwerking met de overeenkomstsluitende partijen worden verwerkt voor de in artikel 1, lid 1, punt c), en artikel 11, lid 6, genoemde doeleinden. De resultaten van die verwerking zijn toegankelijk voor de Commissie en de overeenkomstsluitende partijen.

5.   De gegevens in de gemeenschappelijke component van ICS2 die door de Unie in het gemeenschappelijke register zijn geregistreerd, zijn toegankelijk voor de overeenkomstsluitende partijen. Deze gegevens kunnen door de Unie worden verwerkt.

6.   De Unie is systeemeigenaar van de gemeenschappelijke componenten.

7.   Zwitserland is systeemeigenaar van zijn nationale componenten.

8.   De Unie zorgt voor de beveiliging van de gemeenschappelijke componenten; Zwitserland zorgt voor de beveiliging van zijn nationale componenten.

9.   Daartoe treffen de overeenkomstsluitende partijen ten minste de benodigde maatregelen om:

a)

te voorkomen dat onbevoegden toegang hebben tot de apparatuur die wordt gebruikt voor de verwerking van gegevens;

b)

te voorkomen dat onbevoegden gegevens ingeven, opvragen, wijzigen of verwijderen;

c)

eventuele onder a) en b) bedoelde activiteiten op te sporen.

10.   De overeenkomstsluitende partijen informeren elkaar over eventuele activiteiten die kunnen resulteren in een schending of een vermoedelijke schending van de beveiliging van de elektronische systemen.

11.   De overeenkomstsluitende partijen stellen voor alle systemen beveiligingsplannen op.

12.   De in de componenten van het ICS2 geregistreerde gegevens worden gedurende ten minste drie jaar na registratie bewaard. De overeenkomstsluitende partijen kunnen die gegevens langer bewaren indien de desbetreffende nationale wetgeving dit vereist.

Artikel 15

Verwerking van persoonsgegevens

In verband met de verwerking van persoonsgegevens in ICS2 en het platform voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen:

a)

treden Zwitserland en de lidstaten van de Unie op als verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming met artikel 14 van de overeenkomst;

b)

treedt de Commissie op als verwerker en voldoet zij aan de verplichtingen die haar in dat verband uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (7) zijn opgelegd; wanneer de gegevens worden verwerkt voor het monitoren en evalueren van de toepassing van de gemeenschappelijke criteria en normen inzake beveiligings- en veiligheidsrisico’s en van de controlemaatregelen en het prioritaire controlegebied, treedt zij echter op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke.

Artikel 16

Deelname in de ontwikkeling, het onderhoud en het beheer van ICS2

De Unie biedt Zwitserse deskundigen de gelegenheid als waarnemers deel te nemen aan de vergaderingen van de Groep douanedeskundigen en de respectieve werkgroepen voor aangelegenheden betreffende de ontwikkeling, het onderhoud en het beheer van het ICS2. De Unie besluit per geval over de deelname van Zwitserse deskundigen aan de vergaderingen van de werkgroepen waarin slechts een beperkt aantal lidstaten van de Unie vertegenwoordigd is en die verslag uitbrengen aan de Groep douanedeskundigen.

TITEL III

Artikel 17

Financieringsregelingen betreffende de verantwoordelijkheden, verbintenissen en verwachtingen met betrekking tot de invoering en werking van het ICS 2

Wat de uitbreiding van het gebruik van het ICS2 tot Zwitserland betreft, worden in deze financieringsregelingen (hierna “de regeling” genoemd), met inachtneming van hoofdstuk III en deze bijlage, de elementen van de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen met betrekking tot het ICS2 omschreven.

a)

De Commissie zal de centrale componenten van het ICS2 ontwikkelen, testen, uitrollen, beheren en exploiteren, bestaande uit een gezamenlijke interface voor handelaren en een gemeenschappelijk register (hierna “centrale ICS2-componenten”), met inbegrip van de toepassingen en diensten die nodig zijn voor de werking daarvan en voor de koppeling met de IT-systemen in Zwitserland, zoals TAPAS, UUM&DS en CCN2ng-middleware, en verbindt zich ertoe deze aan Zwitserland beschikbaar te stellen.

b)

Zwitserland zal de nationale componenten van het ICS2 ontwikkelen, testen, uitrollen, beheren en exploiteren.

c)

Zwitserland en de Commissie komen overeen de ontwikkelings- en eenmalige kosten van de centrale componenten van het ICS2 en de operationele kosten van de centrale componenten van het ICS2, aanverwante toepassingen en diensten die nodig zijn voor de werking en koppeling daarvan, als volgt te delen:

1)

Een deel van de ontwikkelingskosten van de centrale componenten van het ICS2 zal door de Commissie aan Zwitserland worden gefactureerd overeenkomstig de punten d) en e). De ontwikkelingskosten omvatten de ontwikkeling van de software van de centrale componenten en de aankoop en installatie van de bijbehorende infrastructuur (hardware, software, hosting, licenties enz.). De verdeelsleutel betreft 4 % van alle kosten voor de genoemde diensten.

2)

De ontwikkelingskosten worden geplafonneerd op 550 000 (vijfhonderdvijftigduizend) EUR per release.

3)

Een deel van de operationele kosten van ICS2 en TAPAS zal door de Commissie aan Zwitserland worden gefactureerd overeenkomstig de punten f), g) en h). De operationele kosten omvatten de conformiteitstests, het onderhoud van de infrastructuur (hardware, software, hosting, licenties enz.), van de centrale componenten van het ICS2 en van de bijbehorende toepassingen en diensten die nodig zijn voor de werking en koppeling daarvan (kwaliteitsborging, helpdesk en IT-servicebeheer). De verdeelsleutel betreft 4 % van alle kosten voor de genoemde diensten.

4)

De operationele kosten in verband met het gebruik van het ICS2 mogen voor Zwitserland niet meer bedragen dan het maximumbedrag van 450 000 (vierhonderdvijftigduizend) EUR per jaar.

5)

De ontwikkelings- en operationele kosten van de nationale component(en) worden volledig door Zwitserland gedragen.

6)

Zwitserland wordt op de hoogte gehouden van de geplande ontwikkeling van de kosten en wordt in kennis gesteld van de belangrijkste elementen voor de ontwikkeling van het ICS2 die een impact kunnen hebben op die kosten.

d)

Zwitserland stemt ermee in deel te nemen in de kosten voor de ontwikkeling en conformiteitstests van de centrale componenten van het ICS2 die vóór de tenuitvoerlegging van de overeenkomst zijn gemaakt. Daartoe:

1)

stelt de Commissie Zwitserland in kennis van het geraamde bedrag van de vereiste bijdrage voor de jaren voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van de overeenkomst;

2)

Verzoekt de Commissie Zwitserland jaarlijks uiterlijk op 15 mei, met ingang van 15 mei 2021, zijn bijdrage aan deze eerdere kosten in gelijke termijnen te betalen gedurende de eerste vier jaar waarin het ICS2 wordt gebruikt.

e)

Zwitserland stemt ermee in deel te nemen in de ontwikkelingskosten van de centrale componenten van het ICS2. Daartoe:

1)

stemt Zwitserland ermee in een deel te betalen van de ontwikkelingskosten van release 1, release 2 en release 3 van het ICS2;

2)

verzoekt de Commissie Zwitserland jaarlijks, uiterlijk op 15 mei, en met ingang van 15 mei 2021, zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de laatste release te betalen op basis van een naar behoren gedocumenteerde debetnota van de Commissie.

f)

Zwitserland stemt ermee in deel te nemen in de operationele kosten van de centrale componenten van het ICS2. Daartoe:

1)

stelt de Commissie Zwitserland jaarlijks uiterlijk op 31 juli, met ingang van 31 juli 2021, in kennis van de geraamde operationele kosten voor het volgende jaar en stelt zij Zwitserland schriftelijk in kennis van het geraamde bedrag van de vereiste bijdrage voor het volgende jaar. De Commissie stelt Zwitserland op dezelfde wijze en op hetzelfde tijdstip als de andere leden van het ICS2 daarvan in kennis, alsmede van de belangrijkste aspecten van de ontwikkeling van het ICS2.

2)

verzoekt de Commissie Zwitserland uiterlijk tegen 15 mei 2021 zijn jaarlijkse bijdrage in de operationele kosten van 2020, namelijk 110 000 EUR, alsook de geraamde jaarlijkse bijdrage van 280 000 EUR voor 2021 te betalen. Jaarlijks, uiterlijk op 15 mei, en met ingang van 15 mei 2022, verzoekt de Commissie Zwitserland om betaling van zijn jaarlijkse bijdrage voor dat jaar, vermeerderd met het (positieve of negatieve) saldo voor het vorige jaar op basis van een naar behoren gedocumenteerde debetnota van de Commissie.

3)

Uiterlijk op 31 januari van elk jaar, met ingang van 31 januari 2022, zal de Commissie

de rekeningen betreffende de vroegere jaarlijkse exploitatiekosten van het ICS2 en TAPAS goedkeuren op basis van het reeds door Zwitserland betaalde bedrag ten opzichte van de werkelijke kosten die de Commissie heeft gemaakt, en verstrekt zij Zwitserland een rekeningafschrift met een uitsplitsing van de kosten met vermelding van de verschillende diensten en de levering van software, en

Zwitserland in kennis stellen van de werkelijke jaarlijkse kosten, d.w.z. de werkelijke operationele kosten, voor het afgelopen jaar. De Commissie berekent de werkelijke en geraamde kosten overeenkomstig haar contracten met in het kader van de huidige procedures voor het plaatsen van opdrachten vastgestelde contracten.

Het (negatieve of positieve) saldo van de werkelijke kosten en het geraamde bedrag van het voorgaande jaar, wordt berekend en aan Zwitserland meegedeeld via een rekeningafschrift van de Commissie. Het rekeningafschrift bevat de geraamde jaarlijkse bijdrage, vermeerderd met het (negatieve of positieve) saldo, hetgeen resulteert in een nettobedrag dat de Commissie via de jaarlijkse debetnota aan Zwitserland factureert.

g)

Zwitserland verricht de betaling na de datum van uitgifte van de debetnota. Alle betalingen moeten binnen 60 dagen op de in de debetnota vermelde bankrekening van de Commissie worden verricht.

h)

Indien Zwitserland de onder c) bepaalde bedragen na de onder g) vermelde data betaalt, kan de Commissie achterstallige rente in rekening brengen (tegen het door de Europese Centrale Bank voor haar transacties gehanteerde tarief in euro, zoals bekendgemaakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie, op de dag waarop de terugbetalingstermijn verstrijkt, vermeerderd met anderhalf punt). Hetzelfde tarief is van toepassing op door de Unie te verrichten betalingen.

i)

Indien Zwitserland om specifieke aanpassingen of nieuwe IT-producten voor de centrale componenten, toepassingen of diensten van het ICS2 verzoekt, wordt voor de aanvang en uitvoering van deze ontwikkelingen een afzonderlijke wederzijdse overeenkomst gesloten betreffende de vereiste middelen en ontwikkelingskosten.

j)

Al het door de overeenkomstsluitende partijen ontwikkelde en bijgehouden opleidingsmateriaal wordt kosteloos langs elektronische weg met alle overeenkomstsluitende partijen gedeeld. Zwitserland mag het werk kopiëren, verspreiden, tentoonstellen en uitvoeren en afgeleide werken maken op basis van het gezamenlijke opleidingsmateriaal,

1)

mits, overeenkomstig de in het gezamenlijke opleidingsmateriaal gespecificeerde wijze, melding wordt gemaakt van de oorspronkelijke auteur;

2)

en uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden.

k)

De overeenkomstsluitende partijen komen overeen hun respectieve verantwoordelijkheden met betrekking tot het gebruik van de centrale componenten van het ICS2, zoals beschreven in deze bijlage, te erkennen en te vervullen.

l)

In geval van ernstige twijfels wat betreft de goede werking van deze bijlage of het ICS2 kan elke overeenkomstsluitende partij de toepassing van deze regeling opschorten op voorwaarde dat de andere overeenkomstsluitende partij drie maanden van tevoren schriftelijk in kennis is gesteld.

TITEL IV

SUMMIERE AANGIFTE BIJ UITGANG

Artikel 18

Vorm en inhoud van de summiere aangifte bij uitgang

1.   De summiere aangifte bij uitgang wordt met behulp van een gegevensverwerkingstechniek ingediend. Er mag gebruik worden gemaakt van handels-, haven- of vervoersdocumenten, mits deze de nodige gegevens bevatten.

2.   De summiere aangifte bij uitgang bevat de gegevens die voor die aangifte zijn vastgesteld in de kolommen A1 en A2 van hoofdstuk 3 van bijlage B bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie, en voldoet aan de respectieve formaten, codes en kardinaliteiten die zijn vastgesteld in bijlage B bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie. De aangifte wordt ingevuld overeenkomstig de aantekeningen in die bijlagen. De summiere aangifte bij uitgang wordt gewaarmerkt door de indiener van die aangifte.

3.   De douane staat slechts in een van de volgende omstandigheden toe dat de summiere aangifte bij uitgang wordt ingediend op papier of op een andere tussen de douaneautoriteiten overeengekomen wijze:

a)

wanneer het computersysteem van de douane niet functioneert;

b)

wanneer de elektronische toepassing van de indiener van de summiere aangifte bij uitgang niet functioneert, mits de douaneautoriteiten hetzelfde niveau van risicobeheer hanteren als bij summiere aangiften bij uitgang die met behulp van een gegevensverwerkingstechniek worden ingediend. De summiere aangifte bij uitgang op papier wordt ondertekend door degene die de aangifte indient. Summiere aangiften bij uitgang die op papier worden ingediend, gaan zo nodig vergezeld van ladinglijsten of andere passende lijsten en bevatten de in lid 2 bedoelde gegevens.

4.   Elke overeenkomstsluitende partij stelt de voorwaarden en procedures vast volgens welke de indiener van de summiere aangifte bij uitgang een of meer van de gegevens van de aangifte mag wijzigen nadat deze is ingediend.

Artikel 19

Ontheffing van de verplichting tot indiening van een summiere aangifte bij uitgang

1.   Een summiere aangifte bij uitgang is niet vereist voor de volgende goederen:

a)

elektrische energie;

b)

goederen die via een pijpleiding vertrekken;

c)

briefpost: brieven, briefkaarten, braillestukken en van invoer- of uitvoerrechten vrijgesteld drukwerk;

d)

goederen in postzendingen die volgens de regels van de Wereldpostunie worden vervoerd;

e)

goederen waarvoor overeenkomstig de wetgeving van de overeenkomstsluitende partijen een mondelinge douaneaangifte of een douaneaangifte door eenvoudige grensoverschrijding is toegestaan, met uitzondering van laadborden, containers, vervoermiddelen, alsmede reserveonderdelen, toebehoren en uitrusting daarvan, in het geval van vervoer uit hoofde van een vervoersovereenkomst;

f)

goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers;

g)

goederen onder geleide van een ATA- en CPD-carnet;

h)

goederen die in aanmerking komen voor vrijstelling op grond van het Verdrag van Wenen inzake diplomatieke betrekkingen van 18 april 1961, het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963 of andere consulaire verdragen of het Verdrag van New York inzake bijzondere missies van 16 december 1969;

i)

wapens en militaire uitrusting die door de autoriteiten die met de militaire verdediging van de overeenkomstsluitende partijen zijn belast, uit het douanegebied van een overeenkomstsluitende partij worden gebracht in het kader van een militair transport of een uitsluitend voor de militaire autoriteiten bestemd transport;

j)

de volgende goederen die het douanegebied van de overeenkomstsluitende partij rechtstreeks verlaten naar offshore installaties die door een in het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen gevestigde persoon worden geëxploiteerd:

1)

goederen die zijn bestemd voor de bouw, het herstel, het onderhoud of de verbouwing van de offshore installaties;

2)

goederen die zijn bestemd voor de uitrusting van de offshore installaties;

3)

provisie die is bestemd om op de offshore installaties te worden gebruikt of verbruikt;

k)

goederen die worden vervoerd onder geleide van het NAVO-formulier 302 als bedoeld in het op 19 juni 1951 te Londen ondertekende Verdrag tussen de partijen bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, of onder dekking van het EU-formulier 302 als bedoeld in artikel 1, punt 51, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie;

l)

goederen die worden geleverd om als onderdeel of toebehoren in schepen of luchtvaartuigen te worden gemonteerd, of om voor de werking van de motoren, machines en andere uitrusting van schepen of luchtvaartuigen te worden gebruikt, alsook levensmiddelen en andere artikelen bestemd om aan boord te worden verbruikt of verkocht;

m)

inboedels als omschreven in de wetgeving van de respectievelijke overeenkomstsluitende partijen, mits deze niet op grond van een vervoersovereenkomst worden vervoerd;

n)

goederen die vanuit de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen naar Ceuta en Melilla, Helgoland, de Republiek San Marino, Vaticaanstad, de gemeente Livigno en de Zwitserse douane-exclaves Samnaun en Sampuoir worden gebracht;

o)

goederen die worden vervoerd aan boord van vaartuigen tussen havens van de overeenkomstsluitende partijen zonder dat een haven buiten het douanegebied van de Unie wordt aangedaan;

p)

goederen die worden vervoerd aan boord van luchtvaartuigen tussen luchthavens van de overeenkomstsluitende partijen zonder dat een luchthaven buiten het douanegebied van de Unie wordt aangedaan.

2.   Een summiere aangifte bij uitgang is niet vereist in gevallen die geregeld zijn bij een internationaal veiligheidsverdrag tussen een van de overeenkomstsluitende partijen en een derde land, onder voorbehoud van de procedure van artikel 9, lid 3, van de overeenkomst.

3.   Er wordt door de overeenkomstsluitende partijen geen summiere aangifte van uitgang verlangd voor goederen in de volgende gevallen:

a)

wanneer een schip dat de goederen tussen havens van de overeenkomstsluitende partijen vervoert, een haven buiten de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen zal aandoen en de goederen gedurende het verblijf in de haven buiten de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen aan boord van het schip zullen blijven;

b)

wanneer een luchtvaartuig dat de goederen tussen luchthavens van de overeenkomstsluitende partijen vervoert, een luchthaven buiten de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen zal aandoen en de goederen gedurende het verblijf in de luchthaven buiten de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen aan boord van het luchtvaartuig zullen blijven;

c)

wanneer de goederen, in een haven of luchthaven, niet gelost worden uit het vervoermiddel waarmee ze de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen zijn binnengekomen en waarmee ze die gebieden zullen verlaten;

d)

wanneer de goederen werden geladen in een vorige haven of luchthaven in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen waar een summiere aangifte bij uitgang werd ingediend of een ontheffing van de verplichting tot indiening van een aangifte vóór vertrek gold, en zij in het vervoermiddel blijven waarmee ze de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen zullen verlaten;

e)

wanneer goederen in tijdelijke opslag of onder de regeling vrije zone van het vervoermiddel waarmee zij naar de ruimte voor tijdelijke opslag of de vrije zone zijn gebracht, onder toezicht van hetzelfde douanekantoor worden overgeladen in of op een vaartuig, luchtvaartuig of trein waarmee zij de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen zullen verlaten, mits de volgende voorwaarden zijn vervuld:

1)

de overlading vindt plaats binnen 14 dagen nadat de goederen zijn aangebracht overeenkomstig de regelgeving van de overeenkomstsluitende partijen of, in uitzonderlijke omstandigheden, binnen een langere termijn die door de douaneautoriteiten is toegestaan wanneer de termijn van 14 dagen ontoereikend is rekening houdend met die omstandigheden;

2)

informatie over de goederen ter beschikking staat van de douaneautoriteiten;

3)

de bestemming en de geadresseerde van de goederen niet wijzigen, voor zover de vervoerder bekend is;

f)

wanneer goederen het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen zijn binnengebracht, maar door de bevoegde douaneautoriteit zijn geweigerd en onmiddellijk teruggezonden zijn naar het land van uitvoer.

Artikel 20

Plaats van indiening van een summiere aangifte bij uitgang

1.   De summiere aangifte bij uitgang wordt ingediend bij het bevoegde douanekantoor in het douanegebied van de overeenkomstsluitende partij waar de uitgangsformaliteiten voor goederen die voor een derde land zijn bestemd worden vervuld. Een douaneaangifte ten uitvoer die als summiere aangifte bij uitgang wordt gebruikt, wordt evenwel ingediend bij de bevoegde instantie van de overeenkomstsluitende partij in welker douanegebied de formaliteiten ten uitvoer naar een derde land worden vervuld. In beide gevallen verricht het bevoegde kantoor de veiligheidsgerelateerde risicoanalyse op basis van de gegevens in de aangifte en de noodzakelijk geachte veiligheidsgerelateerde douanecontroles.

2.   Wanneer goederen vanuit het douanegebied van een overeenkomstsluitende partij via het douanegebied van de andere overeenkomstsluitende partij naar een derde land worden vervoerd en de uitvoerformaliteiten worden gevolgd door een regeling douanevervoer overeenkomstig de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer, wordt het NCTS gebruikt om de in artikel 18, lid 2, bedoelde gegevens naar de bevoegde autoriteiten van de tweede overeenkomstsluitende partij te verzenden.

In dat geval stelt het douanekantoor van de eerste overeenkomstsluitende partij de resultaten van zijn veiligheidsgerelateerde douanecontroles ter beschikking van de douaneautoriteit van de tweede overeenkomstsluitende partij als:

a)

de douaneautoriteit oordeelt dat de risico’s significant zijn en een douanecontrole noodzakelijk is, en bij de controle blijkt dat de gebeurtenis die de risico’s veroorzaakt, zich heeft voorgedaan, of

b)

bij de controle niet blijkt dat de gebeurtenis die de risico’s veroorzaakt, zich heeft voorgedaan, maar de betrokken douaneautoriteit oordeelt dat de dreiging elders in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen een hoog risico vormt, of

c)

dat noodzakelijk is voor de uniforme toepassing van de regels van deze overeenkomst.

De overeenkomstsluitende partijen wisselen via het in artikel 12, lid 3, van de overeenkomst bedoelde systeem informatie uit over de in de punten a) en b) van dit lid genoemde risico’s.

3.   In afwijking van lid 1 wordt, behalve voor vervoer door de lucht, wanneer goederen via het douanegebied van de andere overeenkomstsluitende partij naar een derde land worden vervoerd en de uitvoerformaliteiten niet worden gevolgd door een regeling douanevervoer in overeenstemming met de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer, de summiere aangifte bij uitgang rechtstreeks ingediend bij het bevoegde douanekantoor van uitgang van de tweede overeenkomstsluitende partij uit wiens douanegebied de goederen uiteindelijk naar een derde land worden vervoerd.

Artikel 21

Termijnen voor de indiening van een summiere aangifte bij uitgang

1.   De summiere aangifte bij uitgang wordt binnen de volgende termijnen ingediend:

a)

bij vervoer over zee:

1)

voor in containers vervoerde goederen, met uitzondering van het in de punten 2) en 3) bedoelde vervoer: uiterlijk 24 uur voordat zij in het vaartuig worden geladen waarmee zij de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen verlaten;

2)

voor in containers vervoerde goederen tussen de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen en Groenland, de Faeröer of IJsland of havens aan de Oostzee, Noordzee, Zwarte Zee of Middellandse Zee en alle havens van Marokko: uiterlijk twee uur voor het vertrek uit een haven in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen;

3)

voor in containers vervoerde goederen tussen de Franse overzeese departementen, de Azoren, Madeira of de Canarische Eilanden en een gebied buiten de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen, indien de reistijd minder dan 24 uur bedraagt: uiterlijk twee uur voor het vertrek uit een haven in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen;

4)

voor niet in containers vervoerde goederen: uiterlijk twee uur voor het vertrek uit een haven in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen;

b)

bij vervoer door de lucht: uiterlijk 30 minuten voor het vertrek uit een luchthaven in de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen;

c)

bij vervoer over de weg en over de binnenwateren: uiterlijk één uur voordat de goederen de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen zullen verlaten;

d)

bij vervoer per spoor:

1)

indien de treinreis vanaf het laatste rangeerstation naar het douanekantoor van uitgang minder dan twee uur bedraagt: uiterlijk één uur voor de aankomst van de goederen op de plaats waarvoor het douanekantoor van uitgang bevoegd is;

2)

in alle andere gevallen: uiterlijk twee uur voordat de goederen de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen zullen verlaten.

2.   In de volgende situaties is de termijn voor de indiening van de summiere aangifte bij uitgang die welke geldt voor het actieve vervoermiddel dat wordt gebruikt om de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen te verlaten:

a)

indien de goederen bij het douanekantoor van uitgang zijn aangekomen op een ander vervoermiddel van waaruit zij worden overgeladen vóór het verlaten van de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen (intermodaal vervoer);

b)

indien de goederen bij het douanekantoor van uitgang zijn aangekomen op een vervoermiddel dat zelf wordt vervoerd op een actief vervoermiddel bij het verlaten van de douanegebieden van de overeenkomstsluitende partijen (gecombineerd vervoer).

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde termijnen zijn niet van toepassing in geval van overmacht.

4.   Niettegenstaande de leden 1 en 2 kan elke overeenkomstsluitende partij andere termijnen vaststellen:

a)

met betrekking tot het in artikel 20, lid 2, bedoelde verkeer, teneinde het mogelijk te maken een betrouwbare risicoanalyse uit te voeren en zendingen te onderscheppen met het oog op een eventuele douaneveiligheidscontrole daarvan;

b)

in het geval van een internationaal veiligheidsverdrag tussen de betrokken overeenkomstsluitende partij en een derde land, onder voorbehoud van de procedure als bedoeld in artikel 9, lid 3, van deze overeenkomst.

BIJLAGE II

GEAUTORISEERDE MARKTDEELNEMER

TITEL I

TOEKENNING VAN DE STATUS VAN GEAUTORISEERDE MARKTDEELNEMER

Artikel 1

Algemene bepalingen

De criteria voor de toekenning van de status van “geautoriseerde marktdeelnemer” zijn de volgende:

a)

geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving en belastingvoorschriften en geen strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit van de aanvrager;

b)

de aanvrager kan aantonen dat hij/zij zijn/haar handelingen en de goederenstroom goed onder controle heeft dankzij een handels- en, in voorkomend geval, vervoersadministratie die passende douanecontroles mogelijk maakt;

c)

financiële solvabiliteit die geacht wordt aangetoond te zijn als de aanvrager een goede financiële positie heeft die hem/haar in staat stelt aan zijn/haar verplichtingen te voldoen, waarbij naar behoren wordt gelet op de kenmerken van het type zakelijke activiteiten in kwestie;

d)

passende veiligheidsnormen, die geacht worden te zijn nageleefd indien de aanvrager aantoont dat hij/zij passende maatregelen handhaaft om de beveiliging en veiligheid van de internationale toeleveringsketen te waarborgen, onder meer op het gebied van fysieke integriteit en toegangscontroles, logistieke processen en de behandeling van specifieke soorten goederen, personeel en de identificatie van zijn/haar zakenpartners.

Artikel 2

Naleving

1.   Aan het criterium van artikel 1, punt a), wordt geacht te zijn voldaan als:

a)

geen besluit is genomen door een administratieve of rechterlijke instantie waarin wordt geconcludeerd dat een van de in punt b) beschreven personen een ernstige of herhaalde overtreding van de douanewetgeving of de belastingvoorschriften heeft begaan in verband met zijn of haar economische activiteit, en

b)

geen van de volgende personen een strafblad met zware misdrijven heeft in verband met zijn of haar economische activiteit, inclusief de economische activiteit van de aanvrager, indien van toepassing:

1)

de aanvrager;

2)

de werknemer(s) die verantwoordelijk is (zijn) voor de douaneaangelegenheden van de aanvrager, en

3)

de perso(o)n(en) die verantwoordelijk is (zijn) voor de aanvrager of die zeggenschap heeft (hebben) over de leiding van het bedrijf.

2.   Het in artikel 1, punt a), bedoelde criterium kan echter worden geacht te zijn vervuld wanneer de beschikkingsbevoegde douaneautoriteit de inbreuk van geringe betekenis acht in verhouding tot het aantal en de omvang van de douanegerelateerde activiteiten, en de douaneautoriteit niet twijfelt over de goede trouw van de aanvrager.

3.   Indien de in lid 1, punt b), onder 3), bedoelde persoon, die niet de aanvrager is, in een derde land is gevestigd of woonachtig is, beoordeelt de beschikkingsbevoegde douaneautoriteit de naleving van het in artikel 1, punt a), bedoelde criterium aan de hand van de documenten en informatie waarover zij beschikt.

4.   Indien de aanvrager er minder dan drie jaar is gevestigd, beoordeelt de beschikkingsbevoegde douaneautoriteit de naleving van het in artikel 1, punt a), bedoelde criterium aan de hand van de documenten en informatie waarover zij beschikt.

Artikel 3

Deugdelijke handels- en vervoersadministratie

Het in artikel 1, punt b), vastgelegde criterium wordt geacht te zijn vervuld als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de aanvrager voert een boekhouding die in overeenstemming is met de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen van de overeenkomstsluitende partijen waar de boekhouding wordt gevoerd, en die de douane in staat stelt bedrijfscontroles te verrichten en voorziet in een historische gegevensregistratie die een controlespoor vormt vanaf het moment van gegevensinvoer;

b)

de administratie voor douanedoeleinden van de aanvrager wordt geïntegreerd in het boekhoudsysteem van de aanvrager of maakt het mogelijk kruiscontroles van de gegevens met het boekhoudsysteem te verrichten;

c)

de aanvrager verleent de douane fysieke toegang tot zijn boekhoudsystemen en, in voorkomend geval, zijn handels- en vervoersadministratie;

d)

de aanvrager verleent de douane elektronische toegang tot zijn boekhoudsystemen en, in voorkomend geval, tot zijn handels- en vervoersadministratie indien deze systemen of administratie elektronisch worden gehouden;

e)

de aanvrager beschikt over een administratieve organisatie die in overeenstemming is met het soort en de omvang van de bedrijfsactiviteiten en geschikt is voor het beheer van de goederenstroom, en over een systeem van interne controles waarmee fouten kunnen worden voorkomen, opgespoord en rechtgezet en onrechtmatige of frauduleuze transacties kunnen worden voorkomen en opgespoord;

f)

de aanvrager beschikt, indien van toepassing, over toereikende procedures voor het omgaan met certificaten en vergunningen die hem zijn verleend in overeenstemming met handelspolitieke maatregelen of maatregelen in verband met de handel in landbouwproducten;

g)

de aanvrager beschikt over toereikende procedures om zijn administratie en gegevens te archiveren en zich te beschermen tegen gegevensverlies;

h)

de aanvrager draagt er zorg voor dat relevante werknemers de opdracht hebben om de douaneautoriteiten kennis te geven van eventuele nalevingsproblemen en stelt procedures voor de kennisgeving van dergelijke problemen aan de douaneautoriteiten vast;

i)

de aanvrager beschikt over passende veiligheidsmaatregelen om het binnendringen van onbevoegden in zijn computersysteem te voorkomen en zijn documentatie te beschermen;

j)

de aanvrager beschikt, indien van toepassing, over toereikende procedures voor het omgaan met invoer- en uitvoervergunningen in verband met verboden en beperkingen, waaronder maatregelen om een onderscheid te maken tussen goederen die zijn onderworpen aan verboden of beperkingen en andere goederen, en maatregelen om toe te zien op de naleving van deze verboden en beperkingen.

Artikel 4

Financiële solvabiliteit

1.   Aan het criterium zoals bepaald in artikel 1, punt c), wordt geacht te zijn voldaan wanneer de aanvrager voldoet aan het volgende:

a)

de aanvrager is niet verwikkeld in een faillissementsprocedure;

b)

gedurende de afgelopen drie jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft de aanvrager voldaan aan zijn financiële verplichtingen met betrekking tot de betaling van douanerechten en alle andere rechten, belastingen of heffingen die op of in verband met de invoer of uitvoer van goederen worden geheven;

c)

de aanvrager toont aan de hand van de bescheiden en gegevens die beschikbaar zijn voor de afgelopen drie jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag aan dat hij over voldoende financiële draagkracht beschikt om aan zijn verplichtingen te voldoen en zijn verbintenissen na te komen met betrekking tot het soort en de omvang van de bedrijfsactiviteiten, daaronder begrepen dat zijn nettoactiva niet negatief zijn, tenzij deze kunnen worden gedekt.

2.   Indien de aanvrager minder dan drie jaar gevestigd is, wordt zijn financiële solvabiliteit zoals bedoeld in artikel 1, punt c), beoordeeld aan de hand van de beschikbare documenten en informatie.

Artikel 5

Veiligheidsnormen

1.   Het in artikel 1, punt d), vastgelegde criterium wordt geacht te zijn vervuld als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de gebouwen die voor de met de vergunning samenhangende activiteiten worden gebruikt, bieden bescherming tegen onrechtmatig binnendringen en zijn gemaakt van materialen die verhinderen dat onbevoegden zich er onrechtmatig toegang toe kunnen verschaffen;

b)

er zijn passende maatregelen genomen om onrechtmatige toegang tot kantoren, verzendingsruimten, los- en laadkades, los- en laaddekken en andere relevante plaatsen te voorkomen;

c)

er zijn maatregelen genomen om onder meer het onrechtmatig toevoegen of omwisselen, het verkeerd behandelen van goederen of andere manipulaties van de goederen bij het laden, lossen, de op- en overslag te voorkomen;

d)

de aanvrager heeft maatregelen genomen om zijn handelspartners duidelijk te identificeren en er via de uitvoering van passende contractuele regelingen of andere passende maatregelen in overeenstemming met het bedrijfsmodel van de aanvrager voor te zorgen dat deze handelspartners de veiligheid van de internationale toeleveringsketen garanderen;

e)

de aanvrager onderwerpt sollicitanten voor veiligheidsgevoelige functies aan veiligheidsonderzoeken, voor zover de nationale wetgeving dit toestaat, en verricht regelmatige achtergrondcontroles bij huidige werknemers in dergelijke functies wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen;

f)

de aanvrager heeft passende veiligheidsprocedures ingevoerd voor eventuele gecontracteerde externe dienstverleners;

g)

de aanvrager zorgt ervoor dat personeel met veiligheidsgerelateerde verantwoordelijkheden regelmatig deelneemt aan programma’s om hen bewuster te maken van deze veiligheidskwesties;

h)

de aanvrager heeft een contactpersoon aangewezen die bevoegd is voor veiligheidsgerelateerde kwesties.

2.   Indien de aanvrager houder is van een veiligheidscertificaat dat is afgegeven op basis van een internationaal verdrag of van een internationale norm van de Internationale Organisatie voor normalisatie, of van een Europese norm van de Europese normalisatieorganisatie, wordt rekening gehouden met deze certificaten als de naleving van de criteria zoals bepaald in artikel 1, punt d), wordt gecontroleerd.

Er wordt geacht aan de criteria te zijn voldaan wanneer is vastgesteld dat de criteria voor de afgifte van dat certificaat identiek of gelijkwaardig zijn aan de criteria zoals bepaald in artikel 1, punt d).

3.   Indien de aanvrager een erkend agent of een bekende afzender is op het gebied van luchtvaartveiligheid, wordt geacht te zijn voldaan aan de in lid 1 bedoelde criteria met betrekking tot de locaties en de activiteiten waarvoor de aanvrager de status van erkend agent of bekende afzender heeft verkregen voor zover de criteria voor het verlenen van de status van erkend agent of bekende afzender dezelfde zijn of gelijkwaardig zijn aan criteria zoals bepaald in artikel 1, punt d).

TITEL II

FACILITEITEN VOOR GEAUTORISEERDE MARKTDEELNEMERS

Artikel 6

Faciliteiten voor geautoriseerde marktdeelnemers

1.   Indien een geautoriseerde marktdeelnemer voor veiligheidsdoeleinden voor eigen rekening een summiere aangifte van uitgang indient in de vorm van een douaneaangifte of een aangifte tot wederuitvoer, zijn geen andere dan de in die aangiften vermelde gegevens vereist.

2.   Indien een geautoriseerde marktdeelnemer voor veiligheidsdoeleinden voor rekening van een andere persoon die ook een geautoriseerde marktdeelnemer is, een summiere aangifte van uitgang indient in de vorm van een douaneaangifte of aangifte tot wederuitvoer, zijn geen andere dan de in die aangiften vermelde gegevens vereist.

Artikel 7

Gunstigere behandeling met betrekking tot risicobeoordeling en controle

1.   Een geautoriseerde marktdeelnemer wordt aan minder fysieke en documentaire veiligheidscontroles onderworpen dan andere bedrijven.

2.   Indien een geautoriseerde marktdeelnemer een summiere aangifte bij binnenkomst heeft ingediend of toestemming heeft gekregen om in plaats van een summiere aangifte bij binnenkomst een douaneaangifte of een aangifte van tijdelijke opslag in te dienen, of wanneer een geautoriseerde marktdeelnemer toestemming heeft gekregen om commerciële, haven- of vervoersinformatiesystemen te gebruiken voor het indienen van de gegevens van een summiere aangifte bij binnenkomst als bedoeld in artikel 10, lid 8, van de overeenkomst en artikel 1, lid 4, van bijlage I, stelt de bevoegde douaneautoriteit, wanneer de zending is geselecteerd voor fysieke controle, de geautoriseerde marktdeelnemer daarvan in kennis. Deze kennisgeving wordt gedaan vóór de aankomst van de goederen in het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen.

Deze kennisgeving wordt ook beschikbaar gesteld aan de vervoerder indien deze verschillend is van de in de eerste alinea bedoelde geautoriseerde marktdeelnemers, op voorwaarde dat de vervoerder een geautoriseerde marktdeelnemer is en hij aangesloten is op de elektronische systemen voor de in de eerste alinea bedoelde aangiften.

Deze kennisgeving wordt niet gedaan wanneer dit afbreuk kan doen aan de te verrichten controles of de resultaten daarvan.

3.   Indien door een geautoriseerde marktdeelnemer aangegeven zendingen zijn geselecteerd voor een fysieke of op documenten gebaseerde controle, wordt deze controle met voorrang verricht.

Op verzoek van een geautoriseerde marktdeelnemer kan de controle op een andere plaats worden verricht dan de plaats waar de goederen bij de douane moeten worden aangebracht.

Artikel 8

Uitzondering op gunstige behandeling

De in artikel 7 bedoelde gunstigere behandeling is niet van toepassing op douaneveiligheidscontroles naar aanleiding van specifieke verhoogde dreigingsniveaus of controleverplichtingen uit hoofde van andere wetgeving.

De douaneautoriteiten verrichten evenwel met voorrang de vereiste afhandelingstaken, formaliteiten en controles voor zendingen die door een geautoriseerde marktdeelnemer zijn aangegeven.

TITEL III

SCHORSING, NIETIGVERKLARING EN INTREKKING VAN DE STATUS VAN GEAUTORISEERDE MARKTDEELNEMERS

Artikel 9

Schorsing van de status van geautoriseerde marktdeelnemer

1.   Een besluit waarbij de status van geautoriseerd marktdeelnemer wordt verleend, wordt door de bevoegde douaneautoriteit geschorst indien:

a)

die douaneautoriteit van oordeel is dat er voldoende redenen zijn om dat besluit nietig te verklaren of in te trekken, maar zij nog niet over alle nodige elementen voor die nietigverklaring of intrekking beschikt;

b)

die douaneautoriteit van oordeel is dat de voorwaarden voor het besluit niet zijn vervuld of dat de houder van het besluit de verplichtingen uit hoofde van dat besluit niet nakomt, en het passend is dat de houder van dat besluit de tijd krijgt om maatregelen te treffen ter waarborging van de naleving van de voorwaarden of van de verplichtingen;

c)

de houder van het besluit om de schorsing verzoekt omdat hij/zij tijdelijk niet in staat is aan de voorwaarden voor het besluit te voldoen of de verplichtingen uit hoofde van dat besluit na te komen.

2.   In het in lid 1, punten b) en c), bedoelde geval stelt de houder van het besluit de douaneautoriteit in kennis van de maatregelen die hij of zij zal nemen om te waarborgen dat de voorwaarden of de verplichtingen zullen worden nageleefd, en van de tijd die hij of zij nodig heeft om maatregelen te nemen.

Wanneer de marktdeelnemer ten genoegen van de douane-instanties de nodige maatregelen heeft getroffen om de voor alle geautoriseerde marktdeelnemers geldende voorwaarden en criteria na te leven, trekt de douane-instantie van afgifte de schorsing in.

3.   De schorsing is niet van invloed op douaneprocedures die reeds waren begonnen toen de schorsing inging en die nog niet zijn beëindigd.

4.   Aan de houder van het besluit wordt mededeling gedaan van de schorsing van dat besluit.

Artikel 10

Intrekking van de status van geautoriseerde marktdeelnemer

1.   Een besluit waarbij de status van geautoriseerde marktdeelnemer wordt verleend, wordt nietig verklaard indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het besluit is genomen op grond van onjuiste of onvolledige gegevens;

b)

de houder van het besluit wist of had redelijkerwijze moeten weten dat de gegevens onjuist of onvolledig waren;

c)

indien de gegevens juist en volledig waren geweest, zou dat besluit anders hebben geluid.

2.   Aan de houder van het besluit wordt mededeling gedaan van de nietigverklaring van het besluit.

3.   De nietigverklaring wordt van kracht op de datum waarop het oorspronkelijke besluit van kracht werd, tenzij in het besluit anders is bepaald overeenkomstig de douanewetgeving.

Artikel 11

Intrekking van de status van geautoriseerde marktdeelnemer

1.   Een besluit waarbij de status van geautoriseerd marktdeelnemer wordt verleend, wordt door de bevoegde douaneautoriteiten ingetrokken indien:

a)

aan een of meer voor de afgifte van het besluit gestelde voorwaarden niet of niet meer is voldaan, of

b)

de houder van het besluit daarom verzoekt, of

c)

de houder van het besluit niet binnen de gestelde termijn voor de schorsing als bedoeld in artikel 9, lid 1, punten b) en c), de maatregelen neemt die nodig zijn om te voldoen aan de in het besluit vastgestelde voorwaarden of om te voldoen aan de verplichtingen die uit dat besluit voortvloeien.

2.   De intrekking wordt op de dag na de kennisgeving ervan van kracht.

3.   Aan de houder van het besluit wordt mededeling gedaan van de intrekking van het besluit.

TITEL IV

Artikel 12

Uitwisseling van informatie

De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar regelmatig in kennis van de identiteit van hun geautoriseerde marktdeelnemers met het oog op de beveiliging, en delen daarbij de volgende gegevens mee:

a)

het identificatienummer van de marktdeelnemer (Trader Identification Number – TIN) in een formaat dat in overeenstemming is met de wetgeving inzake de registratie en identificatie van marktdeelnemers (Economic Operator Registration and Identification – EORI);

b)

de naam en het adres van de geautoriseerde marktdeelnemer;

c)

het nummer van het document waarbij hem de status van geautoriseerde marktdeelnemer is verleend;

d)

de huidige status (van kracht, geschorst, ingetrokken);

e)

de periodes gedurende welke zijn status is gewijzigd;

f)

de datum waarop het besluit en de daaropvolgende gebeurtenissen (schorsing en intrekking) van kracht worden;

g)

de autoriteit die het besluit heeft vastgesteld.

”.

(1)  Uitroltermijn van release 1 van ICS2: van 15.3.2021 tot 1.10.2021; uitroltermijn van release 2 van ICS2: van 1.3.2023 tot 2.10.2023; uitrolperiode van release 3 van ICS2: van 1.3.2024 tot 1.10.2024; Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie van 13 december 2019 tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 325 van 16.12.2019, blz. 168).

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/234 van de Commissie van 7 december 2020 (PB L 63 van 23.2.2021, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558), laatstelijk gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/235 van de Commissie van 8 februari 2021 (PB L 63 van 23.2.2021, blz. 386).

(4)  Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland, de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987 (PB L 226 van 13.8.1987, blz. 2, met inbegrip van eerdere en toekomstige wijzigingen van genoemde overeenkomst zoals overeengekomen door het Gemengd Comité).

(5)  Het NCTS wordt aangepast aan de nieuwe veiligheidseisen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2019/632 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 54). De uitrol van de gefaseerde update van het NCTS is vastgesteld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie.

(6)  Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 73, met inbegrip van eerdere en toekomstige wijzigingen van genoemde overeenkomst zoals overeengekomen door het Gemengd Comité).

(7)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).


Top