EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 22015A0630(01)

Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds

OJ L 164, 30.6.2015, p. 2–547 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 01/10/2017

30.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 164/2


STABILISATIE- EN ASSOCIATIEOVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

IERLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

DE REPUBLIEK HONGARIJE,

MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „lidstaten” genoemd, en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP en DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE,

hierna „de Gemeenschap” genoemd,

enerzijds, en

BOSNIË EN HERZEGOVINA,

anderzijds,

hierna „de partijen” genoemd,

GELET OP de sterke banden tussen de partijen en de waarden die zij gemeen hebben, hun wens deze banden nog te versterken en op wederkerigheid en wederzijds belang gebaseerde nauwe en langdurige betrekkingen tot stand te brengen die Bosnië en Herzegovina in staat moeten stellen de betrekkingen met de Gemeenschap te versterken en uit te breiden;

GELET OP het belang van deze overeenkomst, als onderdeel van het stabilisatie- en associatieproces met de landen van Zuidoost-Europa, voor de totstandbrenging en handhaving van een op samenwerking gebaseerde stabiele orde in Europa, waarvan de Europese Unie een steunpilaar is, en als onderdeel van het Stabiliteitspact;

GEZIEN de bereidheid van de Europese Unie om Bosnië en Herzegovina zo volledig mogelijk te integreren in de politieke en economische hoofdstroom van Europa, en gezien de status van het land als een potentiële kandidaat voor het EU-lidmaatschap op basis van het Verdrag betreffende de Europese Unie (hierna „EU-Verdrag” genoemd) en het feit dat het voldoet aan de door de Europese Raad in juni 1993 gedefinieerde criteria en de voorwaarden in het kader van het stabilisatie- en associatieproces, een en ander onder voorbehoud van de succesvolle tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met name wat betreft regionale samenwerking;

GELET OP het Europees Partnerschap met Bosnië en Herzegovina, waarin de prioriteiten zijn vastgesteld voor acties ter ondersteuning van de inspanningen die het land doet voor een nauwere aansluiting bij de Europese Unie;

GELET OP de verbintenis van de partijen dat zij met alle mogelijke middelen zullen bijdragen tot politieke, economische en institutionele stabilisatie in Bosnië en Herzegovina en in de gehele regio, door de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en door democratisering, institutionele opbouw en hervorming van het openbaar bestuur, regionale handelsintegratie en versterkte economische samenwerking, alsmede door samenwerking op veel uiteenlopende gebieden, waaronder justitie en binnenlandse zaken, en versterking van de nationale en regionale veiligheid;

GELET OP de verbintenis van de partijen om de politieke en economische vrijheden te stimuleren als grondslag van deze overeenkomst, de mensenrechten te eerbiedigen en de rechtsstaat te handhaven, inclusief de rechten van leden van nationale minderheden, alsmede de democratische beginselen, op basis van een meerpartijenstelsel met vrije en eerlijke verkiezingen;

GELET OP de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de OVSE, met name die van de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (hierna „Slotakte van Helsinki” genoemd), de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, en te voldoen aan hun verplichtingen op grond van het vredesakkoord van Dayton/Parijs en het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa, teneinde bij te dragen tot regionale stabiliteit en samenwerking tussen de landen van de regio;

GELET OP de gehechtheid van de partijen aan de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de Gemeenschap om aan de economische hervormingen in Bosnië en Herzegovina bij te dragen, alsmede gelet op de gehechtheid van de partijen aan de beginselen van duurzame ontwikkeling;

GELET OP het belang dat de partijen hechten aan vrijhandel, overeenkomstig de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het WTO-lidmaatschap, en aan transparante en niet-discriminerende toepassing daarvan;

GELET OP de wens van de partijen om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie;

GELET OP de verbintenis van de partijen om de georganiseerde misdaad te bestrijden en beter samen te werken in de strijd tegen terrorisme, op basis van de verklaring van de Europese Conferentie van 20 oktober 2001;

OVERTUIGD dat de Stabilisatie- en associatieovereenkomst (hierna „deze overeenkomst” genoemd) een nieuw klimaat zal scheppen voor hun onderlinge economische betrekkingen, in het bijzonder voor de ontwikkeling van handel en investeringen, factoren van cruciaal belang voor de economische herstructurering en modernisering van Bosnië en Herzegovina;

GELET OP de toezegging van Bosnië en Herzegovina om zijn wetgeving op de relevante terreinen aan te passen aan die van de Gemeenschap en om die daadwerkelijk ten uitvoer te leggen;

REKENING HOUDEND met de bereidheid van de Gemeenschap om doorslaggevende steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van hervormingen en daartoe gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand, op een brede, indicatieve meerjarige basis;

BEVESTIGEND dat de bepalingen van deze overeenkomst, die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna „EG-Verdrag” genoemd) vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke verdragsluitende partijen, en niet als lidstaat van de Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naar gelang van het geval) Bosnië en Herzegovina ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk respectievelijk Ierland is gebonden als deel van de Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het EU-Verdrag en het EG-Verdrag is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

WIJZEND op de top van Zagreb, waarop werd opgeroepen tot verdere consolidatie van de betrekkingen tussen de landen die deel uitmaken van het stabilisatie- en associatieproces en de Europese Unie, alsmede tot intensievere samenwerking in de regio;

ERAAN HERINNEREND dat de top van Thessaloniki het stabilisatie- en associatieproces heeft bevestigd als het beleidskader voor de betrekkingen van de Europese Unie met de landen op de westelijke Balkan en dat die landen naar gelang van hun individuele voortgang en prestaties met betrekking tot de hervormingen uitzicht hebben op toetreding tot de Europese Unie;

WIJZEND op de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, die op 19 december 2006 in Boekarest werd ondertekend, als middel om de regio beter in staat te stellen investeringen aan te trekken en haar integratie in de wereldeconomie te bevorderen;

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

1.   Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds.

2.   Deze associatie heeft ten doel:

a)

de inspanningen van Bosnië en Herzegovina te ondersteunen om de democratie en de rechtsstaat te versterken;

b)

bij te dragen aan de politieke, economische en institutionele stabiliteit in Bosnië en Herzegovina, alsmede aan de stabilisatie van de regio;

c)

een passend kader voor de politieke dialoog tot stand te brengen, zodat nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen kunnen ontstaan;

d)

de inspanningen van Bosnië en Herzegovina voor de ontwikkeling van de economische en internationale samenwerking te ondersteunen, onder meer door de aanpassing van de wetgeving aan die van de Gemeenschap;

e)

de inspanningen van Bosnië en Herzegovina te ondersteunen om de overgang naar een goed functionerende markteconomie te voltooien;

f)

harmonieuze economische betrekkingen te bevorderen en geleidelijk een vrijhandelszone tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina tot stand te brengen;

g)

de regionale samenwerking op alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen, te bevorderen.

TITEL I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 2

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, zoals deze zijn vastgesteld in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en gedefinieerd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, eerbiediging van de beginselen van het internationale recht (waaronder volledige medewerking met het Internationaal Strafhof voor het voormalige Joegoslavië), de rechtsstaat en de beginselen van de markteconomie zoals deze zijn neergelegd in het document van de CVSE-conferentie van Bonn over economische samenwerking, vormen de grondslag van het binnen- en buitenlandse beleid van de partijen en zijn essentiële elementen van deze overeenkomst.

Artikel 3

De bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor is een essentieel element van deze overeenkomst.

Artikel 4

De partijen bevestigen nogmaals het belang dat zij hechten aan het nakomen van internationale verplichtingen, met name volledige medewerking met het Internationale Strafhof voor het voormalige Joegoslavië.

Artikel 5

Internationale en regionale vrede en stabiliteit, de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap, mensenrechten en de eerbiediging en bescherming van minderheden staan in het stabilisatie- en associatieproces centraal. De sluiting en tenuitvoerlegging van deze overeenkomst blijven onderworpen aan de voorwaarden van het stabilisatie- en associatieproces en zijn afhankelijk van de eigen merites van Bosnië en Herzegovina.

Artikel 6

Bosnië en Herzegovina verbindt zich ertoe de samenwerking en de betrekkingen van goed nabuurschap met de overige landen van de regio te blijven bevorderen, wat mede inhoudt dat een passend niveau van wederzijdse concessies op het gebied van het verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten wordt ingesteld en dat projecten van wederzijds belang worden ontwikkeld, met name inzake de bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie, witwassen van geld, illegale migratie en smokkel, met name van mensen, handvuurwapens en lichte wapens en drugs. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina en draagt bij tot de regionale stabiliteit.

Artikel 7

De partijen bevestigen nogmaals het belang dat zij hechten aan de bestrijding van terrorisme en de nakoming van internationale verplichtingen op dit gebied.

Artikel 8

De associatie wordt geleidelijk volledig verwezenlijkt gedurende een overgangsperiode van maximaal zes jaar.

De bij artikel 115 ingestelde Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden, normaal gezien jaarlijks, de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en de goedkeuring en uitvoering door Bosnië en Herzegovina van de juridische, bestuurlijke, institutionele en economische hervormingen, in het licht van de preambule en in overeenstemming met de algemene beginselen van deze overeenkomst. Daarbij wordt rekening gehouden met de voor deze overeenkomst relevante prioriteiten die in het kader van het Europees Partnerschap zijn vastgesteld en zal worden toegezien op de samenhang met de mechanismen die in het kader van het stabilisatie- en associatieproces zijn ingesteld, met name het voortgangsverslag dat in dat verband wordt opgesteld.

Op basis van deze toetsing doet de Stabilisatie- en associatieraad aanbevelingen en neemt hij besluiten. Als de toetsing bijzondere problemen aan het licht brengt, kunnen deze worden onderworpen aan de mechanismen voor geschillenbeslechting die bij deze overeenkomst zijn ingesteld.

De volledige associatie wordt geleidelijk tot stand gebracht. Uiterlijk in het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst verricht de Stabilisatie- en associatieraad een grondige toetsing van de toepassing van deze overeenkomst. Op basis van deze toetsing evalueert de Stabilisatie- en associatieraad de vorderingen die Bosnië en Herzegovina heeft gemaakt en kan hij besluiten nemen over de volgende fasen van het associatieproces.

Deze toetsing geldt niet voor het vrije verkeer van goederen, waarvoor in titel IV een aparte regeling is vastgesteld.

Artikel 9

Deze overeenkomst moet volledig verenigbaar zijn met de relevante WTO-bepalingen, met name artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994 (GATT 1994) en artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS), en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

TITEL II

POLITIEKE DIALOOG

Artikel 10

1.   In het kader van deze overeenkomst wordt de politieke dialoog tussen de partijen verder ontwikkeld. Deze dialoog begeleidt en consolideert de toenadering tussen de Europese Unie en Bosnië en Herzegovina en draagt bij tot de totstandbrenging van nauwe solidariteitsbanden en nieuwe vormen van samenwerking tussen de partijen.

2.   De politieke dialoog moet met name bijdragen tot het bevorderen van:

a)

volledige integratie van Bosnië en Herzegovina in de gemeenschap van democratische naties en geleidelijke toenadering tot de Europese Unie;

b)

convergentie van de standpunten van de partijen inzake internationale kwesties, waaronder op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, mede door de uitwisseling van informatie, voor zover van toepassing, met name inzake kwesties die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de partijen;

c)

regionale samenwerking en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap;

d)

gezamenlijke standpunten inzake veiligheid en stabiliteit in Europa, met inbegrip van samenwerking op de gebieden die vallen onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie.

3.   De partijen zijn van mening dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen van de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De partijen komen derhalve overeen samen te werken en een bijdrage te leveren aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door de volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, alsmede van hun andere internationale verplichtingen op dat gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element is van deze overeenkomst en deel uitmaakt van de politieke dialoog die deze elementen begeleidt en consolideert.

De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor:

a)

door maatregelen te nemen, gericht op ondertekening of ratificatie van of toetreding tot alle andere internationale instrumenten ter zake, naar gelang van het geval, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;

b)

door instelling van een effectief stelsel van nationale exportcontroles met het oog op de beheersing van uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigingswapen van technologieën voor tweeërlei gebruik, alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles,

door eventuele politieke dialoog hierover op regionale basis.

Artikel 11

1.   De politieke dialoog vindt voornamelijk plaats binnen de Stabilisatie- en associatieraad, die de algemene verantwoordelijkheid draagt voor alle aangelegenheden die de partijen hem voorleggen.

2.   Op verzoek van de partijen kan de politieke dialoog ook de volgende vormen aannemen:

a)

vergaderingen, waar nodig, van hoge ambtenaren van enerzijds Bosnië en Herzegovina en anderzijds het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna „Europese Commissie” genoemd);

b)

optimaal gebruik van alle diplomatieke kanalen tussen de partijen, met inbegrip van passende contacten in derde landen en binnen de Verenigde Naties, de OVSE, de Raad van Europa en andere internationale fora;

c)

alle andere middelen die een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan de consolidatie, ontwikkeling en intensivering van de dialoog, zoals onder meer genoemd in de agenda van Thessaloniki, die is vastgesteld in de conclusies van de Europese Raad van Thessaloniki van 19 en 20 juni 2003.

Artikel 12

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 121 ingestelde Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité.

Artikel 13

Een politieke dialoog kan plaatsvinden in multilateraal verband en als regionale dialoog waarbij andere landen in de regio worden betrokken, onder meer in het kader van het forum tussen de EU en de westelijke Balkan.

TITEL III

REGIONALE SAMENWERKING

Artikel 14

In overeenstemming met zijn verbintenis op het gebied van internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap, bevordert Bosnië en Herzegovina actief de regionale samenwerking. Ook kan de Gemeenschap via haar bijstandsprogramma's projecten met een regionale of grensoverschrijdende dimensie steunen.

Telkens wanneer Bosnië en Herzegovina voornemens is de samenwerking met een van de in de artikelen 15, 16 en 17 genoemde landen te intensiveren, stelt het de Gemeenschap en haar lidstaten daarvan in kennis en voert het overleg met hen overeenkomstig titel X.

Bosnië en Herzegovina zorgt voor de volledige tenuitvoerlegging van de bestaande bilaterale vrijhandelsovereenkomsten die tot stand zijn gekomen op grond van het memorandum van overeenstemming inzake handelsbevordering en -liberalisering, dat op 27 juni 2001 in Brussel door Bosnië en Herzegovina werd ondertekend, en van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, die op 19 december 2006 in Boekarest werd ondertekend.

Artikel 15

Samenwerking met andere landen die een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend

Na de ondertekening van deze overeenkomst opent Bosnië en Herzegovina met de landen die reeds een stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend onderhandelingen over de sluiting van bilaterale overeenkomsten inzake regionale samenwerking, waarvan het doel is de samenwerking tussen de betrokken landen uit te breiden.

De hoofdelementen van die overeenkomsten zijn:

a)

politieke dialoog;

b)

de totstandbrenging van vrijhandelszones die verenigbaar zijn met de relevante WTO-bepalingen;

c)

wederzijdse concessies betreffende het verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, lopende betalingen en kapitaalverkeer en andere beleidsterreinen die betrekking hebben op het verkeer van personen, op een niveau dat gelijkwaardig is met dat in deze overeenkomst;

d)

bepalingen inzake samenwerking op andere, al dan niet onder deze overeenkomst vallende terreinen, met name justitie en binnenlandse zaken.

Die overeenkomsten omvatten indien nodig bepalingen tot instelling van de nodige institutionele mechanismen.

Die overeenkomsten worden gesloten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst. De bereidheid van Bosnië en Herzegovina om dergelijke overeenkomsten te sluiten is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen Bosnië en Herzegovina en de Europese Unie.

Bosnië en Herzegovina opent vergelijkbare onderhandelingen met de resterende landen van de regio, zodra die landen een stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend.

Artikel 16

Samenwerking met andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen

Bosnië en Herzegovina streeft naar regionale samenwerking met de andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen op sommige of alle onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsgebieden, met name die van wederzijds belang. Deze samenwerking moet te allen tijde verenigbaar zijn met de beginselen en doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 17

Samenwerking met kandidaat-lidstaten van de EU die niet bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn

1.   Bosnië en Herzegovina zou met elke kandidaat-lidstaat van de Europese Unie die niet bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken is de samenwerking moeten versterken en een overeenkomst sluiten voor regionale samenwerking op elk van de onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen. Een dergelijke overeenkomst moet de bilaterale betrekkingen tussen Bosnië en Herzegovina en dat land geleidelijk afstemmen op het relevante onderdeel van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en haar lidstaten en dat land.

2.   Voor het verstrijken van de in artikel 18, lid 1, genoemde overgangsperiode dient Bosnië en Herzegovina met Turkije, dat een douane-unie met de Gemeenschap heeft ingesteld, op een tot wederzijds voordeel strekkende basis een overeenkomst te sluiten waarbij een vrijhandelszone tussen beide partijen wordt ingesteld overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994, en moeten vestiging en dienstverlening tussen de partijen worden geliberaliseerd op een niveau dat gelijkwaardig is aan dat van deze overeenkomst, volgens artikel V van de GATS.

TITEL IV

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel 18

1.   De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina brengen in de loop van een periode van ten hoogste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst geleidelijk een vrijhandelszone tot stand overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst, de GATT 1994 en de WTO. Daarbij houden zij rekening met de hierna vermelde specifieke eisen.

2.   In het handelsverkeer tussen de partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

3.   Voor de toepassing van deze overeenkomst omvatten douanerechten en heffingen van gelijke werking alle rechten en heffingen op de in- of uitvoer van goederen, met inbegrip van eventuele aanvullende heffingen of belastingen, maar geen:

a)

heffingen die gelijk zijn aan een binnenlandse belasting die wordt geheven overeenkomstig artikel III, lid 2, van de GATT 1994;

b)

antidumpingrechten of compenserende rechten;

c)

retributies of andere rechten evenredig aan de kosten van verleende diensten.

4.   Het basisrecht waarop de in deze overeenkomst vastgestelde opeenvolgende verlagingen worden toegepast, is voor elk product:

a)

het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschappen, vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad, dat erga omnes daadwerkelijk wordt toepast op de dag van ondertekening van deze overeenkomst (1);

b)

het door Bosnië en Herzegovina toegepaste douanetarief voor het jaar 2005 (2).

5.   De verlaagde rechten die door Bosnië en Herzegovina moeten worden toegepast, berekend volgens de in deze overeenkomst vastgestelde regels, worden volgens de gebruikelijke rekenkundige beginselen afgerond op de dichtstbijzijnde decimaal. Dat wil zeggen dat alle cijfers met minder dan 5 achter de komma naar beneden worden afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal en alle cijfers met 5 of meer achter de komma naar boven worden afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal.

6.   Als na de ondertekening van deze overeenkomst tariefverlagingen op erga-omnesgrondslag worden toegepast, in het bijzonder verlagingen die:

a)

voortvloeien uit de tariefonderhandelingen in de WTO, of

b)

voortvloeien uit de toetreding van Bosnië en Herzegovina tot de WTO, of

c)

worden ingevoerd na de toetreding van Bosnië en Herzegovina tot de WTO,

komen deze verlaagde rechten vanaf de datum waarop de verlagingen worden toegepast in de plaats van de in lid 4 bedoelde basisrechten.

7.   De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina delen elkaar hun respectieve basisrechten en eventuele veranderingen daarin mede.

HOOFDSTUK I

Industrieproducten

Artikel 19

Definitie

1.   Dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Bosnië en Herzegovina, vermeld in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage 1, punt 1, onder ii), van de WTO-Overeenkomst inzake de landbouw.

2.   De handel tussen de partijen in producten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie vallen, geschiedt in overeenstemming met de bepalingen van dat Verdrag.

Artikel 20

Concessies van de Gemeenschap voor industrieproducten

1.   Douanerechten en heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn bij invoer in de Gemeenschap van industrieproducten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

2.   Kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking die van toepassing zijn bij invoer in de Gemeenschap van industrieproducten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

Artikel 21

Concessies van Bosnië en Herzegovina voor industrieproducten

1.   De douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in Bosnië en Herzegovina van niet in bijlage I vermelde industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

2.   Heffingen van gelijke werking als douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in Bosnië en Herzegovina van industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

3.   De douanerechten die van toepassing zijn bij de invoer in Bosnië en Herzegovina van de in bijlage I a), b) en c) vermelde industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk verlaagd en afgeschaft volgens het in die bijlage vastgestelde tijdschema.

4.   Kwantitatieve beperkingen bij invoer in Bosnië en Herzegovina van industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap en maatregelen van gelijke werking worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

Artikel 22

Rechten en beperkingen op uitvoer

1.   Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaffen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina in hun onderlinge handelsverkeer alle douanerechten bij uitvoer en heffingen van gelijke werking af.

2.   Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaffen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina wederzijds alle kwantitatieve beperkingen bij uitvoer en maatregelen van gelijke werking af.

Artikel 23

Versnelde verlaging van het douanerecht

Bosnië en Herzegovina verklaart zich bereid zijn douanerechten in het handelsverkeer met de Gemeenschap sneller te verlagen dan in artikel 21 bepaald, als de algemene economische situatie in Bosnië en Herzegovina en de situatie in de betrokken sector van de economie dat toelaten.

De Stabilisatie- en associatieraad analyseert de situatie dienaangaande en doet daarover aanbevelingen.

HOOFDSTUK II

Landbouw en visserij

Artikel 24

Definitie

1.   Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Bosnië en Herzegovina.

2.   Met „landbouw- en visserijproducten” worden de producten bedoeld die vermeld zijn in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en in bijlage 1, punt 1, onder ii), bij de WTO-Overeenkomst inzake de landbouw.

3.   Deze definitie omvat ook vis en visserijproducten die vallen onder hoofdstuk 3, de posten 1604 en 1605 en de onderverdelingen 0511 91, 1902 20 10 en 2301 20 00.

Artikel 25

Verwerkte landbouwproducten

Protocol 1 bevat de handelsregeling voor de daarin genoemde verwerkte landbouwproducten.

Artikel 26

Afschaffing van kwantitatieve beperkingen voor landbouw- en visserijproducten

1.   Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina.

2.   Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft Bosnië en Herzegovina alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

Artikel 27

Landbouwproducten

1.   Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle douanerechten en heffingen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina, andere dan die van de posten 0102, 0201, 0202, 1701, 1702 en 2204 van de gecombineerde nomenclatuur.

Voor de producten die vallen onder de hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een ad-valoremdouanerecht en een specifiek douanerecht voorziet, is de afschaffing uitsluitend op het ad-valoremdeel van de douanerechten van toepassing.

2.   Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Gemeenschap de douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in de Gemeenschap van de in bijlage II gedefinieerde producten van de categorie „baby beef” van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina vast op 20 % van het ad-valoremrecht en 20 % van het specifieke recht als vastgesteld in het gemeenschappelijk douanetarief, binnen een jaarlijks tariefcontingent van 1 500 ton geslacht gewicht.

3.   Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst verleent de Gemeenschap rechtenvrije toegang aan invoer in de Gemeenschap voor producten van de posten 1701 en 1702 van de gecombineerde nomenclatuur van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina, binnen de grenzen van een jaarlijks tariefcontingent van 12 000 ton (nettogewicht).

4.   Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst neemt Bosnië en Herzegovina de volgende maatregelen:

a)

de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde in bijlage III a) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft;

b)

de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van de in bijlage III b), III c) en III d) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk verlaagd volgens het voor ieder product in die bijlage vastgestelde tijdschema;

c)

de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde in bijlage III e) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft binnen de grenzen van de tariefcontingenten die voor de betrokken producten zijn vermeld.

5.   In protocol 7 is de regeling neergelegd die van toepassing is op de daarin genoemde wijn en gedistilleerde dranken.

Artikel 28

Vis en visserijproducten

1.   Op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle douanerechten en maatregelen van gelijke werking af op vis en visserijproducten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina die niet in bijlage IV worden vermeld. Voor de in bijlage IV vermelde producten gelden de daarin opgenomen bepalingen.

2.   Op de datum van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft Bosnië en Herzegovina alle douanerechten en maatregelen van gelijke werking af op vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap die niet in bijlage V worden vermeld.

Artikel 29

Herzieningsclausule

Rekening houdend met de omvang van het handelsverkeer in landbouw- en visserijproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheden van die producten, de regels van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid van de Gemeenschap en het landbouw- en visserijbeleid van Bosnië en Herzegovina, de rol van landbouw en visserij in de economie van Bosnië en Herzegovina en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO, alsmede de eventuele toetreding van Bosnië en Herzegovina tot de WTO, onderzoeken de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in de Stabilisatie- en associatieraad per product, systematisch en op basis van passende wederkerigheid, de mogelijkheden om elkaar verdere concessies te verlenen teneinde de handel in landbouw- en visserijproducten verder te liberaliseren.

Artikel 30

Indien de invoer van producten van oorsprong uit een partij waarvoor de concessies uit hoofde van de artikelen 25 tot en met 28 zijn verleend, ernstige problemen veroorzaakt op de markt of voor de binnenlandse regelingen van de andere partij, plegen de partijen, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouw- en visserijproducten, zo spoedig mogelijk overleg om een passende oplossing te vinden voor het probleem, onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst, met name artikel 39. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

Artikel 31

Bescherming van geografische aanduidingen voor landbouw- en visserijproducten en voedingsmiddelen anders dan wijn en gedistilleerde dranken

1.   Bosnië en Herzegovina beschermt overeenkomstig dit artikel de geografische aanduidingen van de Gemeenschap die in de Gemeenschap zijn geregistreerd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (3). Geografische aanduidingen voor landbouw- en visserijproducten van Bosnië en Herzegovina kunnen in de Gemeenschap worden geregistreerd onder de voorwaarden zoals beschreven in die verordening.

2.   Bosnië en Herzegovina verbiedt het gebruik op zijn grondgebied van de in de Gemeenschap beschermde namen voor vergelijkbare producten die niet voldoen aan de kenmerken van de geografische aanduiding. Dit geldt ook wanneer de werkelijke oorsprong van het product wordt vermeld, wanneer de betrokken geografische aanduiding in een andere taal is vertaald of wanneer de benaming vergezeld gaat van uitdrukkingen als „genre”, „type”, „wijze”, „stijl”, „imitatie”, „methode” of soortgelijke uitdrukkingen.

3.   Bosnië en Herzegovina weigert de registratie van handelsmerken in gevallen zoals beschreven in lid 2.

4.   Het gebruik van handelsmerken die overeenkomen met de in lid 2 beschreven gevallen en die in Bosnië en Herzegovina zijn geregistreerd of gangbaar zijn, dient binnen zes jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst te worden beëindigd. Dit geldt echter niet voor handelsmerken die in Bosnië en Herzegovina zijn geregistreerd of gangbaar zijn en die eigendom zijn van onderdanen van derde landen, mits het publiek niet wordt misleid met betrekking tot de aard, de kenmerken of de geografische oorsprong van de producten.

5.   Overeenkomstig lid 1 beschermde geografische aanduidingen die in de omgangstaal van Bosnië en Herzegovina gebruikelijk zijn voor dergelijke producten, mogen na 31 december 2013 niet meer worden gebruikt.

6.   Bosnië en Herzegovina waarborgt de in de leden 1 tot en met 5 bedoelde bescherming op eigen initiatief alsmede op verzoek van een betrokken partij.

HOOFDSTUK III

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 32

Toepassingsgebied

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk of in protocol 1 zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel tussen de partijen in alle producten.

Artikel 33

Gunstiger concessies

De bepalingen van deze titel vormen in geen geval een belemmering voor de eenzijdige toepassing van gunstiger maatregelen door een partij.

Artikel 34

Standstill

1.   Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst mogen in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking worden ingesteld, noch mogen de rechten of heffingen die reeds van toepassing zijn, worden verhoogd.

2.   Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst mogen in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina geen nieuwe kwantitatieve beperkingen bij invoer of bij uitvoer of maatregelen van gelijke werking worden ingesteld, noch mogen reeds bestaande beperkingen restrictiever worden gemaakt.

3.   Onverminderd de overeenkomstig de artikelen 25, 26, 27 en 28 verleende concessies vormen de leden 1 en 2 in geen enkel opzicht een beletsel voor de voortzetting van het landbouw- en visserijbeleid van Bosnië en Herzegovina en dat van de Gemeenschap, noch voor het nemen van enige maatregel in het kader van dit beleid, voor zover de invoerregeling in de bijlagen III, IV en V en protocol 1 daardoor niet wordt beïnvloed.

Artikel 35

Verbod op fiscale discriminatie

1.   De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, direct of indirect, discrimineren tussen de producten van de ene partij en soortgelijke producten van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij, en schaffen dergelijke bestaande maatregelen of praktijken af.

2.   De teruggave van binnenlandse indirecte belastingen voor producten die naar het grondgebied van een van de partijen worden uitgevoerd, mag niet hoger zijn dan de daarop geheven indirecte belastingen.

Artikel 36

Douanerechten van fiscale aard

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel 37

Douane-unies, vrijhandelsgebieden, regelingen voor grensverkeer

1.   Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelsgebieden of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.

2.   Gedurende de in artikel 18 vermelde overgangsperioden mag deze overeenkomst geen invloed hebben op de tenuitvoerlegging van de specifieke preferentiële regelingen voor het goederenverkeer die ofwel zijn vastgelegd in grensovereenkomsten die eerder zijn gesloten tussen een of meer lidstaten en Bosnië en Herzegovina, ofwel voortvloeien uit de in titel III gespecificeerde bilaterale overeenkomsten die door Bosnië en Herzegovina zijn gesloten ter bevordering van de regionale handel.

3.   De partijen plegen in de Stabilisatie- en associatieraad overleg over de in de leden 1 en 2 beschreven overeenkomsten en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun respectieve handelspolitiek ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Unie, teneinde rekening te kunnen houden met de wederzijdse belangen van de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina als omschreven in deze overeenkomst.

Artikel 38

Dumping en subsidiëring

1.   Geen van de bepalingen van deze overeenkomst belet de partijen handelsbeschermingsmaatregelen te treffen overeenkomstig lid 2 en artikel 39.

2.   Als een partij constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping plaatsvindt en/of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies worden verleend, kan die partij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994, de WTO-Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, en haar eigen wetgeving ter zake.

Artikel 39

Algemene vrijwaringsclausule

1.   De bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen zijn in de betrekkingen tussen de partijen van toepassing.

2.   Niettegenstaande lid 1 geldt dat, wanneer een product uit een van de partijen in de andere partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat:

a)

ernstige moeilijkheden worden veroorzaakt of dreigen te worden veroorzaakt voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op het grondgebied van de invoerende partij; of

b)

bepaalde sectoren van de economie ernstig worden verstoord of dreigen te worden verstoord of moeilijkheden worden veroorzaakt of dreigen te worden veroorzaakt die een ernstige verslechtering van de economische situatie in een regio van de invoerende partij ten gevolge kunnen hebben,

de invoerende partij passende bilaterale vrijwaringsmaatregelen kan nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van dit artikel.

3.   Bilaterale vrijwaringsmaatregelen die gericht zijn tegen invoer uit de andere partij mogen niet meer inhouden dan wat nodig is om de als gevolg van de toepassing van deze overeenkomst gerezen moeilijkheden zoals beschreven in lid 2 te compenseren. Deze vrijwaringsmaatregelen bestaan normaliter uit de opschorting van de verdere verhoging of verlaging van de preferentiemarges krachtens deze overeenkomst voor het betrokken product tot een maximum dat overeenkomt met het in artikel 18, lid 4, onder a) en b), en lid 6, bedoelde basisrecht voor dat product. Dergelijke maatregelen bevatten duidelijke elementen die uiterlijk aan het einde van de vastgestelde periode geleidelijk leiden tot de intrekking ervan, en mogen voor een periode van maximaal twee jaar worden genomen.

In zeer uitzonderlijke omstandigheden mogen dergelijke maatregelen met maximaal twee jaar worden verlengd. Ten aanzien van de invoer van een product waartegen reeds eerder vrijwaringsmaatregelen zijn genomen, mogen gedurende een periode van ten minste vier jaar na het verstrijken van deze maatregelen niet opnieuw bilaterale vrijwaringsmaatregelen worden genomen.

4.   In de in dit artikel genoemde gevallen verstrekt de Gemeenschap, dan wel Bosnië en Herzegovina, vóór de in dit artikel bedoelde maatregelen worden genomen of, in de gevallen waarop lid 5, onder b), van toepassing is, zo spoedig mogelijk, de Stabilisatie- en associatieraad alle relevante informatie die voor een grondig onderzoek van de situatie nodig is, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

5.   Voor de tenuitvoerlegging van de leden 1, 2, 3 en 4 gelden de volgende bepalingen:

a)

De moeilijkheden die voortvloeien uit de in dit artikel bedoelde situatie worden onmiddellijk ter bespreking voorgelegd aan de Stabilisatie- en associatieraad, die alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een oplossing te vinden voor deze moeilijkheden.

Indien binnen 30 dagen nadat de kwestie aan de Stabilisatie- en associatieraad is voorgelegd, deze raad of de exporterende partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden en geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden, kan de invoerende partij passende maatregelen nemen om het probleem in overeenstemming met dit artikel op te lossen. Bij de keuze van vrijwaringsmaatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Vrijwaringsmaatregelen die overeenkomstig artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, dienen het niveau en de marges van de bij deze overeenkomst toegekende preferenties in stand te houden.

b)

Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen, voorafgaande kennisgeving of onderzoek onmogelijk maken, kan de betrokken partij in de in dit artikel vermelde omstandigheden onmiddellijk de nodige vrijwaringsmaatregelen nemen, op voorwaarde dat zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis stelt.

De vrijwaringsmaatregelen worden de Stabilisatie- en associatieraad onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in deze raad op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan, zodra de omstandigheden dat toelaten.

6.   Wanneer de Gemeenschap of Bosnië en Herzegovina de invoer van producten die de in dit artikel bedoelde moeilijkheden kunnen doen rijzen aan een administratieve procedure onderwerpt die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de tendens van de handelsstromen, stelt de betrokken partij de andere partij daarvan in kennis.

Artikel 40

Tekortclausule

1.   Wanneer naleving van de bepalingen van deze titel leidt tot:

a)

een ernstig tekort of een dreigend ernstig tekort aan levensmiddelen of andere producten die voor de exporterende partij van wezenlijk belang zijn, of

b)

wederuitvoer naar een derde land van een product waarop de exporterende partij kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen of heffingen van gelijke werking toepast, en de bovengenoemde situaties aanleiding geven of vermoedelijk aanleiding zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij,

kan die partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van dit artikel.

2.   Bij de keuze van deze maatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Dergelijke maatregelen mogen niet worden toegepast op een wijze die in gelijke omstandigheden willekeurige of onrechtvaardige discriminatie of een verkapte beperking van het handelsverkeer zou inhouden, en moeten worden opgeheven zodra de omstandigheden verdere handhaving niet meer rechtvaardigen.

3.   Alvorens de in lid 1 bedoelde maatregelen te nemen, of in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk, verstrekt de Gemeenschap of Bosnië en Herzegovina de Stabilisatie- en associatieraad alle relevante informatie om de raad in staat te stellen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing voor het probleem te vinden. De partijen kunnen in de Stabilisatie- en associatieraad besluiten tot alle maatregelen die nodig zijn om de moeilijkheden op te lossen. Indien 30 dagen nadat de zaak aan de Stabilisatie- en associatieraad is voorgelegd geen overeenstemming is bereikt, kan de exporterende partij uit hoofde van dit artikel maatregelen toepassen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product.

4.   Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen, voorafgaande informatie of voorafgaand onderzoek onmogelijk maken, kan de Gemeenschap of Bosnië en Herzegovina onmiddellijk voorzorgsmaatregelen nemen om het probleem op te lossen, waarvan de andere partij onmiddellijk in kennis wordt gesteld.

5.   Alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden de Stabilisatie- en associatieraad onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in die raad op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.

Artikel 41

Staatsmonopolies

Bosnië en Herzegovina past alle staatsmonopolies van commerciële aard aan, zodanig dat er vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen sprake meer is van discriminatie tussen onderdanen van de lidstaten en onderdanen van Bosnië en Herzegovina ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht.

Artikel 42

Oorsprongsregels

Tenzij anders bepaald in deze overeenkomst, zijn de oorsprongsregels voor de toepassing van deze overeenkomst in protocol 2 vastgesteld.

Artikel 43

Toegestane beperkingen

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde of de openbare veiligheid, de bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van het nationale artistieke, historische en archeologische erfgoed, of de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of regels betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel 44

Niet-verlening van administratieve medewerking

1.   De partijen komen overeen dat administratieve samenwerking essentieel is voor de uitvoering van en controle op de preferentiële behandeling die op grond van deze titel wordt verleend en benadrukken zich te zullen inzetten om onregelmatigheden en fraude in douane- en aanverwante aangelegenheden te bestrijden.

2.   Wanneer een partij op basis van objectieve informatie tot de conclusie is gekomen dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat zich uit hoofde van deze titel onregelmatigheden of gevallen van fraude hebben voorgedaan, kan de betrokken partij de preferentiële regeling ten aanzien van de betrokken producten overeenkomstig dit artikel tijdelijk opschorten.

3.   Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het niet verlenen van administratieve medewerking onder meer verstaan:

a)

het herhaaldelijk niet nakomen van de verplichting om de oorsprong van de betrokken producten te controleren,

b)

het herhaaldelijk weigeren de daaropvolgende controle van het bewijs van oorsprong uit te voeren en/of de resultaten daarvan mee te delen, of onnodige vertraging daarbij;

c)

het herhaaldelijk weigeren toestemming te verlenen om administratieve samenwerkingsmissies uit te voeren om de authenticiteit van documenten of de juistheid van gegevens te controleren die van belang zijn voor de betrokken preferentiële regeling, of onnodige vertraging daarbij.

In het kader van dit artikel is onder meer sprake van onregelmatigheden of fraude wanneer de invoer van goederen snel stijgt, zonder dat daar een bevredigende verklaring voor is, en die invoer de gebruikelijke productie- en uitvoercapaciteit van de andere partij te boven gaat, en de stijging in verband kan worden gebracht met objectieve informatie betreffende onregelmatigheden of fraude.

4.   Voor een tijdelijke schorsing moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

a)

de partij die op basis van objectieve informatie tot de conclusie is gekomen dat geen administratieve samenwerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of gevallen van fraude hebben voorgedaan, moet het Stabilisatie- en associatiecomité onverwijld in kennis stellen van haar conclusies, en deze kennisgeving vergezeld doen gaan van de objectieve informatie en op basis van alle relevante informatie en objectieve conclusies in overleg treden met het Stabilisatie- en associatiecomité, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden;

b)

wanneer de partijen als hierboven beschreven in overleg zijn getreden in het kader van het Stabilisatie- en associatiecomité en het niet binnen drie maanden na de kennisgeving eens zijn geworden over een aanvaardbare oplossing, kan de betrokken partij de preferentiële regeling voor de betrokken producten tijdelijk schorsen. Het Stabilisatie- en associatiecomité moet van een tijdelijke schorsing onverwijld in kennis worden gesteld;

c)

tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel moeten beperkt blijven tot het minimim dat nodig is ter bescherming van de financiële belangen van de betrokken partij. De schorsingen duren uiterlijk zes maanden, maar zij mogen worden verlengd. Tijdelijke schorsingen moeten onmiddellijk na goedkeuring ervan worden gemeld aan het Stabilisatie- en associatiecomité. Binnen het Stabilisatie- en associatiecomité moet hierover periodiek overleg plaatsvinden, met name om tot beëindiging ervan te komen, zodra aan de voorwaarden voor de toepassing ervan niet langer wordt voldaan.

5.   Tegelijk met de kennisgeving aan het Stabilisatie- en associatiecomité overeenkomstig lid 4, onder a), publiceert de betrokken partij in haar officiële publicatieblad een kennisgeving voor importeurs. In de kennisgeving voor importeurs wordt voor het betrokken product aangegeven dat op basis van objectieve informatie is geconcludeerd dat geen administratieve samenwerking is verleend en/of dat er sprake is van onregelmatigheden of fraude.

Artikel 45

Financiële aansprakelijkheid

Indien door de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregeling fouten zijn gemaakt, en met name indien zij protocol 2 onjuist hebben toegepast, en deze fouten gevolgen hebben ten aanzien van invoerrechten, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd de Stabilisatie- en associatieraad verzoeken de mogelijkheden te onderzoeken om passende maatregelen te nemen om de situatie op te lossen.

Artikel 46

De toepassing van deze overeenkomst laat de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht ten aanzien van de Canarische Eilanden onverlet.

TITEL V

BEWEGING VAN WERKNEMERS, VESTIGING, VERLENEN VAN DIENSTEN, KAPITAALVERKEER

HOOFDSTUK I

Beweging van werknemers

Artikel 47

1.   Met inachtneming van de in elke lidstaat geldende voorwaarden en modaliteiten:

a)

is de behandeling van werknemers die onderdaan van Bosnië en Herzegovina zijn en die legaal op het grondgebied van een lidstaat werkzaam zijn, wat betreft arbeidsvoorwaarden, beloning en ontslag vrij van elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit ten opzichte van de onderdanen van die lidstaat;

b)

hebben de legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende echtgenoot en kinderen van een legaal op het grondgebied van een lidstaat werkzame werknemer, met uitzondering van seizoenwerknemers en werknemers die onder bilaterale overeenkomsten in de zin van artikel 48 vallen, tenzij in dergelijke overeenkomsten anders is bepaald, gedurende de periode dat het verblijf van die werknemer voor arbeidsdoeleinden is toegestaan, toegang tot de arbeidsmarkt van die lidstaat.

2.   Bosnië en Herzegovina verleent, volgens de in dat land geldende voorwaarden en modaliteiten, aan werknemers die onderdanen zijn van een lidstaat en die legaal op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina werkzaam zijn, alsmede aan hun echtgenoot en kinderen die legaal in Bosnië en Herzegovina verblijven, de in lid 1 vermelde behandeling.

Artikel 48

1.   Rekening houdend met de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten en overeenkomstig hun wetgeving en de voorschriften die in de lidstaten gelden op het gebied van de mobiliteit van werknemers:

a)

dienen de door de lidstaten in het kader van bilaterale overeenkomsten verleende werkgelegenheidsmogelijkheden voor werknemers uit Bosnië en Herzegovina behouden te blijven en zo mogelijk te worden verbeterd;

b)

dienen de overige lidstaten de mogelijkheid van het sluiten van soortgelijke overeenkomsten te overwegen.

2.   Na drie jaar onderzoekt de Stabilisatie- en associatieraad of andere verbeteringen tot stand kunnen worden gebracht, zoals bijvoorbeeld toegang tot beroepsopleidingen, overeenkomstig de in de lidstaten geldende regels en procedures en met inachtneming van de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten en de Gemeenschap.

Artikel 49

1.   Er worden regels vastgesteld voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels die van toepassing zijn op legaal op het grondgebied van een lidstaat werkzame werknemers die onderdaan van Bosnië en Herzegovina zijn en hun legaal in die lidstaat verblijvende gezinsleden. Hiertoe worden bij een besluit van de Stabilisatie- en associatieraad, dat alle rechten en verplichtingen uit hoofde van bilaterale overeenkomsten onverlet laat indien deze in een gunstiger behandeling voorzien, de volgende bepalingen ingevoerd:

a)

alle door dergelijke werknemers in de verschillende lidstaten vervulde verzekerings-, arbeids- of verblijfsperioden worden bijeengeteld met het oog op pensioenen en renten uit hoofde van ouderdom, invaliditeit of overlijden, alsmede met het oog op de medische zorg voor deze werknemers en hun gezinsleden;

b)

alle pensioenen of renten uit hoofde van ouderdom, overlijden, arbeidsongevallen of beroepsziekten dan wel wegens daaruit voortvloeiende invaliditeit, met uitzondering van uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, kunnen vrij worden overgemaakt tegen de koers die krachtens de wetgeving van de lidstaat of lidstaten die deze verschuldigd zijn, wordt toegepast;

c)

de werknemers in kwestie ontvangen gezinsbijslagen voor hun gezinsleden zoals hierboven omschreven.

2.   Bosnië en Herzegovina kent aan legaal op zijn grondgebied werkzame werknemers die onderdaan van een lidstaat zijn en aan hun legaal op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina verblijvende gezinsleden een soortgelijke behandeling toe als de behandeling die in lid 1, onder b) en c), is omschreven.

HOOFDSTUK II

Vestiging

Artikel 50

Definitie

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a)   „vennootschap uit de Gemeenschap” respectievelijk „vennootschap uit Bosnië en Herzegovina”: een volgens de wetgeving van een lidstaat of van Bosnië en Herzegovina opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van de Gemeenschap of van Bosnië en Herzegovina heeft. Indien een volgens het recht van de Gemeenschap of van Bosnië en Herzegovina opgerichte vennootschap echter uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap of van Bosnië en Herzegovina heeft, wordt deze vennootschap als vennootschap uit de Gemeenschap of uit Bosnië en Herzegovina beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een van de lidstaten of van Bosnië en Herzegovina blijkt;

b)   „dochteronderneming”: een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft;

c)   „filiaal”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodat die derden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er zo nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

d)   „vestiging”:

i)

voor onderdanen: het recht op toegang tot economische activiteiten anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan, alsmede het recht ondernemingen, met name vennootschappen, op te richten en daadwerkelijk te besturen. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de oprichting en het beheer van ondernemingen door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij en geeft geen recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere partij. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op personen die ook in loondienst werkzaam zijn;

ii)

voor vennootschappen uit de Gemeenschap respectievelijk vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Bosnië en Herzegovina respectievelijk de Gemeenschap;

e)   „werkzaamheden”: het verrichten van economische activiteiten;

f)   „economische activiteiten”: in beginsel activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden;

g)   „onderdaan van de Gemeenschap” respectievelijk „onderdaan van Bosnië en Herzegovina”: een natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat of van Bosnië en Herzegovina.

Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III van deze titel eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap of Bosnië en Herzegovina gevestigde onderdanen van de Gemeenschap of Bosnië en Herzegovina, en op buiten de Gemeenschap of Bosnië en Herzegovina gevestigde scheepvaartondernemingen die worden bestuurd door onderdanen van de Gemeenschap of Bosnië en Herzegovina, indien hun vaartuigen in die lidstaat of in Bosnië en Herzegovina in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven;

h)   „financiële diensten”: de in bijlage VI omschreven activiteiten. De Stabilisatie- en associatieraad kan het toepassingsgebied van die bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel 51

1.   Bosnië en Herzegovina vereenvoudigt het op zijn grondgebied opzetten van werkzaamheden door vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap. Bosnië en Herzegovina verleent daartoe vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst:

a)

voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die het verleent aan de eigen vennootschappen, of de behandeling die het verleent aan vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is;

b)

voor de werkzaamheden van op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die wordt verleend aan de eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die wordt verleend aan de dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is.

2.   De Gemeenschap en haar lidstaten verlenen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst:

a)

voor de vestiging van vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan eigen vennootschappen of de behandeling die zij verlenen aan vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is;

b)

voor de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan hun eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die zij verlenen aan op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is.

3.   De partijen voeren geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die discriminerend zijn ten aanzien van de vestiging van vennootschappen van de andere partij op hun grondgebied of ten aanzien van de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde vennootschappen van de andere partij in vergelijking tot de eigen vennootschappen.

4.   Vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Stabilisatie- en associatieraad de uitveoringsvoorwaarden vast voor de uitbreiding van bovenstaande bepalingen tot de vestiging van onderdanen van de Gemeenschap en van Bosnië en Herzegovina die economische activiteiten anders dan in loondienst wensen uit te oefenen.

5.   Onverminderd het bepaalde in dit artikel:

a)

hebben dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het recht om in Bosnië en Herzegovina onroerend goed te huren en te gebruiken;

b)

hebben dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst hetzelfde recht om eigendomsrechten op onroerend goed te verwerven en te genieten als vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina en, wat betreft openbare goederen en goederen van algemeen belang, dezelfde rechten als vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben. Deze bepaling laat de toepassing van artikel 63 onverlet.

c)

Vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst onderzoekt de Stabilisatie- en associatieraad de mogelijkheden om de onder b) genoemde rechten uit te breiden tot filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap.

Artikel 52

1.   Met inachtneming van artikel 51 en uitgezonderd de in bijlage VI beschreven financiële diensten kan elke partij de vestiging van en de werkzaamheden van vennootschappen en onderdanen op haar grondgebied regelen, voor zover deze regelingen vennootschappen en onderdanen van de andere partij niet discrimineren ten opzichte van de eigen vennootschappen en onderdanen.

2.   Ten aanzien van financiële diensten vormt geen van de bepalingen van deze overeenkomst voor een partij een beletsel om prudentiële maatregelen te treffen, zoals om investeerders, depositohouders, verzekeringsnemers of personen jegens wie door een leverancier van financiële diensten een fiduciaire verplichting is aangegaan, te beschermen, of om de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. Dergelijke maatregelen mogen door een partij niet worden aangewend om zich aan de uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te onttrekken.

3.   Geen van de bepalingen van deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat zij een partij verplicht tot het verstrekken van informatie betreffende de zaken en de boekhouding van individuele cliënten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van overheidsinstanties.

Artikel 53

1.   Onverminderd andersluidende bepalingen in de multilaterale Overeenkomst betreffende de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte (4) (hierna „ECAA” genoemd), is dit hoofdstuk niet van toepassing op het luchtvervoer, de binnenvaart en cabotage in het zeevervoer.

2.   De Stabilisatie- en associatieraad kan aanbevelingen doen voor verbetering van de voorwaarden voor vestiging en voor het uitoefenen van activiteiten op de in lid 1 vermelde gebieden.

Artikel 54

1.   De artikelen 51 en 52 vormen geen beletsel voor de toepassing door een partij, met betrekking tot de vestiging en uitoefening van activiteiten op haar grondgebied van filialen van vennootschappen van een andere partij die op het grondgebied van de eerste partij geen rechtspersoonlijkheid bezitten, van bijzondere regels die gerechtvaardigd zijn op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en filialen van vennootschappen die op het grondgebied van de eerste partij rechtspersoonlijkheid bezitten, of, wat financiële diensten betreft, om prudentiële redenen.

2.   Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, wat financiële diensten betreft, tot hetgeen om prudentiële redenen noodzakelijk is.

Artikel 55

Teneinde de toegang tot en de uitoefening van gereglementeerde activiteiten in het kader van vrije beroepen in Bosnië en Herzegovina respectievelijk de Gemeenschap voor onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Bosnië en Herzegovina te vergemakkelijken, onderzoekt de Stabilisatie- en associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. De Stabilisatie- en associatieraad kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel 56

1.   Een op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina gevestigde vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk een in de Gemeenschap gevestigde vennootschap uit Bosnië en Herzegovina heeft het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina respectievelijk de Gemeenschap werknemers die onderdaan zijn van een lidstaat van de Gemeenschap respectievelijk van Bosnië en Herzegovina in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, indien dergelijke werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 van dit artikel bekleden en zij uitsluitend een dienstverband hebben met vennootschappen, dochterondernemingen of filialen. De geldigheidsduur van de verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers is beperkt tot de periode waarin zij als zodanig werkzaam zijn.

2.   Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van bovengenoemde vennootschappen, hierna „organisaties” genoemd, zijn „binnen de organisatie overgeplaatste personen” als omschreven onder c) van dit lid, van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon moet zijn en de betrokkenen gedurende ten minste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsbelang) waren:

a)

personen met een hogere leidinggevende functie binnen een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder leiding en algemeen toezicht van met name de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, met inbegrip van personeelsleden die:

i)

leiding geven aan een vestiging of een afdeling of onderafdeling van de vestiging;

ii)

belast zijn met toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers;

iii)

persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

b)

binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over buitengewone kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van het bedrijf, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de specifieke kennis met betrekking tot de betrokken vestiging, kan deze kennis betrekking hebben op de bekwaamheid om bepaalde werkzaamheden uit te voeren of een bepaald beroep uit te oefenen waarvoor specifieke technische vaardigheden en eventueel het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep vereist zijn;

c)

een „binnen de organisatie overgeplaatste persoon” is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een partij werkzaam is en die tijdelijk wordt overgeplaatst in het kader van economische activiteiten op het grondgebied van de andere partij; de belangrijkste handelsactiviteit van de betrokken organisatie dient op het grondgebied van een partij plaats te hebben en de overplaatsing dient te geschieden naar een dochteronderneming of filiaal van die organisatie die of dat op het grondgebied van de andere partij daadwerkelijk soortgelijke economische activiteiten verricht.

3.   Toegang tot het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Bosnië en Herzegovina van onderdanen van respectievelijk Bosnië en Herzegovina en de Gemeenschap wordt verleend en tijdelijk verblijf is toegestaan voor vertegenwoordigers van vennootschappen met een hogere leidinggevende functie als gedefinieerd in lid 2, onder a), binnen een vennootschap, die belast zijn met het opzetten van een dochteronderneming of filiaal in de Gemeenschap van een vennootschap uit Bosnië en Herzegovina, respectievelijk een dochteronderneming of filiaal in Bosnië en Herzegovina van een vennootschap uit de Gemeenschap, mits:

a)

deze vertegenwoordigers zich niet bezighouden met rechtstreekse verkoop of dienstverlening en geen vergoeding ontvangen vanuit een bron binnen het grondgebied van het gastland, en

b)

de vennootschap haar belangrijkste handelsactiviteit buiten de Gemeenschap respectievelijk Bosnië en Herzegovina heeft, en geen andere vertegenwoordigers, kantoren, filialen of dochterondernemingen in de betrokken lidstaat van de Gemeenschap respectievelijk Bosnië en Herzegovina heeft.

HOOFDSTUK III

Verlenen van diensten

Artikel 57

1.   De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina verbinden zich ertoe overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het verlenen van diensten mogelijk te maken door vennootschappen uit de Gemeenschap en vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina, alsmede onderdanen van de Gemeenschap en onderdanen van Bosnië en Herzegovina, die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon aan wie de diensten worden verleend.

2.   Naarmate de in lid 1 bedoelde liberalisering tot stand komt, staan de partijen de tijdelijke verplaatsing toe van natuurlijke personen die de dienst verlenen of als werknemer voor de dienstverlener een sleutelpositie bekleden als omschreven in artikel 56, lid 2, met inbegrip van natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een vennootschap of onderdaan van de Gemeenschap of van Bosnië en Herzegovina en die tijdelijk toegang wensen te krijgen voor onderhandelingen over de verkoop van diensten of voor het aangaan van overeenkomsten over de verkoop van diensten namens de dienstverlener, voor zover deze vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de openbare directe verkoop of bij de eigenlijke dienstverlening.

3.   Vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst neemt de Stabilisatie- en associatieraad de nodige maatregelen om het bepaalde in lid 1 geleidelijk ten uitvoer te leggen. Hierbij wordt rekening gehouden met de vorderingen die de partijen maken bij de onderlinge aanpassing van hun wetgeving.

Artikel 58

1.   De partijen treffen geen maatregelen en ondernemen geen acties die de voorwaarden voor het verlenen van diensten door vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap en van Bosnië en Herzegovina die gevestigd zijn op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon aan wie de diensten worden verleend, aanmerkelijk restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

2.   Indien een partij van mening is dat maatregelen die door de andere partij na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zijn genomen, tot een situatie leiden die ten aanzien van het verlenen van diensten aanmerkelijk restrictiever is dan op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, kan eerstgenoemde partij de andere partij om overleg verzoeken.

Artikel 59

Ten aanzien van vervoersdiensten tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina zijn de volgende bepalingen van toepassing:

1)

Wat het vervoer over land betreft, worden in protocol 3 de regels vastgesteld die van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de partijen teneinde te voorzien in onbeperkt transitoverkeer over de weg door Bosnië en Herzegovina en de gehele Gemeenschap, de effectieve toepassing van het verbod op discriminatie en de geleidelijke aanpassing van de vervoerswetgeving van Bosnië en Herzegovina aan die van de Gemeenschap.

2)

Op het gebied van internationaal zeevervoer verbinden de partijen zich ertoe het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markt en het verkeer op commerciële basis toe te passen en de internationale en Europese verplichtingen op het gebied van veiligheid, beveiliging en milieunormen na te komen.

De partijen bevestigen een omgeving van vrije concurrentie na te streven als een essentieel aspect van internationaal zeevervoer.

3)

De partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 2:

a)

in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen;

b)

bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verlenen van diensten in het internationaal maritiem vervoer;

c)

aan schepen die door onderdanen en vennootschappen van de andere partij worden geëxploiteerd, onder meer geen minder gunstige behandeling te verlenen dan aan haar eigen schepen ten aanzien van de toegang tot havens die opengesteld zijn voor de internationale handel, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van deze havens, alsmede de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.

4)

Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen, in overeenstemming met hun respectieve handelsbehoeften, worden de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer geregeld in de ECAA.

5)

Alvorens de ECAA te sluiten, nemen de partijen geen maatregelen die meer beperkingen of discriminatie tot gevolg hebben dan het geval was op de dag die voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

6)

Bosnië en Herzegovina past zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, geleidelijk aan aan de communautaire wetgeving op het gebied van het vervoer door de lucht, over zee, via de binnenwateren en over land, zoals die op enig ogenblik van kracht is, voor zover dit dienstig is voor de liberalisering en wederzijdse toegang tot de markten van de partijen, en het verkeer van reizigers en goederen vergemakkelijkt.

7)

De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt, met inachtneming van de stand van zaken betreffende de gezamenlijke verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, hoe de noodzakelijke voorwaarden voor het vergroten van de vrijheid van dienstverlening in het vervoer door de lucht en over land tot stand kunnen worden gebracht.

HOOFDSTUK IV

Betalings- en kapitaalverkeer

Artikel 60

De partijen verbinden zich ertoe, overeenkomstig artikel VIII van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, machtiging te verlenen tot alle betalingen en overboekingen in vrij convertibele valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina.

Artikel 61

1.   Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans waarborgen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal dat verband houdt met directe investeringen in ondernemingen die volgens het recht van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel V, alsmede de liquidatie en repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.

2.   Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans waarborgen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot kredieten die verband houden met handelstransacties of het verlenen van diensten waarbij een ingezetene van een der partijen betrokken is, alsmede met financiële leningen en kredieten met een looptijd van meer dan een jaar.

3.   Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst staat Bosnië en Herzegovina, door volledige en snelle gebruikmaking van zijn bestaande voorschriften en procedures, de verwerving van onroerend goed in Bosnië en Herzegovina door onderdanen van de lidstaten toe.

Binnen zes jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Bosnië en Herzegovina zijn wetgeving inzake de verwerving van onroerend goed in Bosnië en Herzegovina door onderdanen van de lidstaten geleidelijk aan, zodat deze onderdanen dezelfde behandeling genieten als onderdanen van Bosnië en Herzegovina.

De partijen waarborgen voorts vanaf het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal in verband met beleggingen en financiële leningen en kredieten met een looptijd van minder dan een jaar.

4.   Onverminderd het bepaalde in lid 1 stellen de partijen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer en de lopende betalingen tussen ingezetenen van de Gemeenschap en van Bosnië en Herzegovina en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere restricties aan.

5.   Onverminderd het bepaalde in artikel 60 en in dit artikel mogen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina in uitzonderlijke gevallen, wanneer het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de werking van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of Bosnië en Herzegovina, vrijwaringsmaatregelen nemen ten aanzien van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina voor een periode van ten hoogste zes maanden, indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.

6.   Geen van bovenstaande bepalingen mag worden uitgelegd als een beperking van het recht van de economische subjecten van de partijen op een gunstiger behandeling, waarin kan zijn voorzien in bestaande bilaterale of multilaterale overeenkomsten waarbij de partijen bij deze overeenkomst betrokken zijn.

7.   De partijen plegen overleg teneinde het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 62

1.   Gedurende de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst nemen de partijen maatregelen om de voorwaarden tot stand te brengen voor verdere geleidelijke toepassing van de communautaire regelgeving betreffende het vrije verkeer van kapitaal.

2.   Aan het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Stabilisatie- en associatieraad de uitvoeringsvoorschriften voor de volledige toepassing van de communautaire regelgeving betreffende het kapitaalverkeer vast.

HOOFDSTUK V

Algemene bepalingen

Artikel 63

1.   De bepalingen van deze titel zijn van toepassing onder voorbehoud van beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid.

2.   Zij zijn niet van toepassing op werkzaamheden die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag op het grondgebied van de partijen.

Artikel 64

Voor de toepassing van deze titel belet geen van de bepalingen van deze overeenkomst de partijen hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden, vestiging van natuurlijke personen en het verlenen van diensten toe te passen, met name wat betreft het toekennen, verlengen of weigeren van verblijfsvergunningen, mits zij ze niet toepassen op een manier die de voor een partij uit een specifieke bepaling van deze overeenkomst voortvloeiende voordelen tenietdoet of beperkt. Deze bepaling laat de toepassing van artikel 63 onverlet.

Artikel 65

Deze titel is eveneens van toepassing op vennootschappen die gezamenlijk door vennootschappen of onderdanen van Bosnië en Herzegovina en van de Gemeenschap worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn.

Artikel 66

1.   De overeenkomstig deze titel toegekende meestbegunstigingsbehandeling is niet van toepassing op belastingvoordelen die de partijen verlenen of in de toekomst zullen verlenen uit hoofde van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere fiscale regelingen.

2.   Niets in deze titel mag worden uitgelegd als een beletsel voor de vaststelling of tenuitvoerlegging door de partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvlucht of belastingontduiking overeenkomstig de belastingvoorschriften van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing en andere fiscale regelingen of de nationale fiscale wetgeving.

3.   Niets in deze titel mag worden uitgelegd als een beletsel voor de lidstaten of voor Bosnië en Herzegovina om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, in het bijzonder met betrekking tot hun woonplaats.

Artikel 67

1.   De partijen spannen zich waar mogelijk in om het opleggen van beperkende maatregelen te vermijden, waaronder maatregelen met betrekking tot de invoer, om met de betalingsbalans verband houdende redenen. Als een partij dergelijke maatregelen neemt, verstrekt zij de andere partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing ervan.

2.   Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer lidstaten of van Bosnië en Herzegovina ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap respectievelijk Bosnië en Herzegovina in overeenstemming met de in de WTO-Overeenkomst bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer, die van beperkte duur moeten zijn en niet verder mogen reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap respectievelijk Bosnië en Herzegovina stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis.

3.   De beperkende maatregelen mogen geen betrekking hebben op overmakingen in verband met investeringen, met name de repatriëring van geïnvesteerde of geherinvesteerde bedragen en van daaruit voortvloeiende inkomsten van ongeacht welke aard.

Artikel 68

De bepalingen van deze titel worden geleidelijk aangepast, met name in het licht van de eisen die voortvloeien uit artikel V van de GATS.

Artikel 69

De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing door een partij van alle maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van toegang van derde landen tot haar markt worden ontdoken via de bepalingen van deze overeenkomst.

TITEL VI

AANPASSING VAN WETGEVING, RECHTSHANDHAVING EN MEDEDINGINGSREGELS

Artikel 70

1.   De partijen erkennen het belang van de aanpassing van de bestaande wetgeving van Bosnië en Herzegovina aan die van de Gemeenschap en van de doeltreffende toepassing daarvan. Bosnië en Herzegovina streeft ernaar zijn huidige en toekomstige wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met het acquis van de Gemeenschap. Bosnië en Herzegovina ziet erop toe dat de bestaande en toekomstige wetgeving naar behoren ten uitvoer wordt gelegd en gehandhaafd.

2.   Deze aanpassing begint bij de ondertekening van deze overeenkomst en wordt in de loop van de overgangsperiode die is vastgesteld in artikel 8 van deze overeenkomst geleidelijk uitgebreid tot alle in deze overeenkomst genoemde onderdelen van het acquis van de Gemeenschap.

3.   In eerste instantie richt deze aanpassing zich op fundamentele elementen van het acquis betreffende de interne markt en andere handelsgerelateerde vraagstukken. In een later stadium richt Bosnië en Herzegovina zich op de resterende delen van het acquis.

De aanpassing vindt plaats op basis van een programma waarover de Europese Commissie en Bosnië en Herzegovina overeenstemming moeten bereiken.

4.   Bosnië en Herzegovina stelt tevens, in overeenstemming met de Europese Commissie, de uitvoeringsvoorschriften vast voor het toezicht op de tenuitvoerlegging van de aanpassing van de wetgeving en de te treffen rechtshandhavingsmaatregelen.

Artikel 71

Bepalingen betreffende de concurrentie en andere economische aspecten

1.   Onverenigbaar met de goede werking van deze overeenkomst zijn, voor zover de handel tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina daardoor ongunstig kan worden beïnvloed:

a)

alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;

b)

misbruik door een of meer ondernemingen van een machtspositie op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Bosnië en Herzegovina of op een wezenlijk deel daarvan;

c)

alle steunmaatregelen van de staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde goederen vervalsen of dreigen te vervalsen.

2.   Alle handelwijzen die met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld aan de hand van de criteria die voortvloeien uit de toepassing van de mededingingsregels die van toepassing zijn in de Gemeenschap, met name de artikelen 81, 82, 86 en 87 van het EG-Verdrag en de besluiten die ter interpretatie hiervan door de instellingen van de Gemeenschap zijn vastgesteld.

3.   De partijen zien erop toe dat een overheidsinstantie die onafhankelijk kan optreden, de nodige bevoegdheden krijgt voor de volledige toepassing van lid 1, onder a) en b), ten aanzien van particuliere en overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere rechten zijn verleend.

4.   Binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt Bosnië en Herzegovina een overheidsinstantie in die onafhankelijk kan optreden en die de bevoegdheden krijgt die noodzakelijk zijn voor de volledige toepassing van lid 1, onder c). Deze instantie krijgt onder meer de bevoegdheid toestemming te verlenen voor steunregelingen van de overheid en individuele steunmaatregelen, overeenkomstig lid 2, alsmede de bevoegdheid terugbetaling van onwettig verleende overheidssteun te vorderen.

5.   Elke partij draagt zorg voor transparantie ten aanzien van de overheidssteun, onder andere door de andere partij een jaarverslag of een gelijkwaardig rapport te doen toekomen, waarbij de methodologie en de presentatie worden gevolgd van het overzicht van de overheidssteun dat door de Gemeenschap wordt opgesteld. Op verzoek van een van de partijen verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.

6.   Bosnië en Herzegovina stelt een volledig overzicht op van de steunregelingen die vóór de oprichting van de instantie bedoeld in lid 4 zijn ingesteld, en past deze steunregelingen binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan volgens de criteria bedoeld in lid 2.

7.

a)

Voor de toepassing van lid 1, onder c), komen de partijen overeen dat gedurende de eerste zes jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle door Bosnië en Herzegovina toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Bosnië en Herzegovina wordt beschouwd als een regio zoals bedoeld in artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag.

b)

Uiterlijk aan het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst verstrekt Bosnië en Herzegovina de Europese Commissie de BBP-cijfers per hoofd van de bevolking, geharmoniseerd op NUTS II-niveau. De in lid 4 bedoelde instantie en de Europese Commissie zullen dan gezamenlijk evalueren welke regio's van Bosnië en Herzegovina voor overheidssteun in aanmerking komen, alsmede hoeveel de maximale steunintensiteit voor die regio's mag bedragen, teneinde op basis van de desbetreffende communautaire richtsnoeren de regionalesteunkaart op te stellen.

8.   In protocol 4 worden bijzondere regels voor staatssteun vastgesteld die van toepassing zijn op de herstructurering van de staalindustrie.

9.   Met betrekking tot de producten vermeld in hoofdstuk II van titel IV:

a)

is het bepaalde in lid 1, onder c), niet van toepassing;

b)

dienen alle praktijken die in strijd zijn met het bepaalde in lid 1, onder a), te worden beoordeeld aan de hand van de criteria die door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 37 van het EG-Verdrag en specifieke communautaire instrumenten die op deze basis zijn vastgesteld.

10.   Als een van de partijen van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1, kan zij, na overleg in de Stabilisatie- en associatieraad, of 30 werkdagen na het verzoek om dergelijk overleg, passende maatregelen nemen.

Niets in dit artikel vormt een beletsel of een hindernis voor het nemen van antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen door de partijen overeenkomstig de desbetreffende artikelen van de GATT 1994 en de WTO-Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen en hun interne wetgeving op dit gebied.

Artikel 72

Overheidsondernemingen

Uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Bosnië en Herzegovina op overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, de beginselen van het EG-Verdrag toe, en met name artikel 86.

De bijzondere rechten van overheidsondernemingen tijdens de overgangsperiode omvatten niet de mogelijkheid tot instelling van kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking op de invoer in Bosnië en Herzegovina van goederen van oorsprong uit de Gemeenschap.

Artikel 73

Intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten

1.   Overeenkomstig dit artikel en bijlage VII bevestigen de partijen het belang dat zij hechten aan een adequate en efficiënte bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten.

2.   Ten aanzien van de erkenning en bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom kennen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan elkaars ondernemingen en onderdanen een behandeling toe die niet minder gunstig is dan de behandeling die zij op grond van bilaterale overeenkomsten aan derde landen verlenen.

3.   Bosnië en Herzegovina treft alle nodige maatregelen om te garanderen dat uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de bescherming van de intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten op een niveau is dat overeenkomt met het niveau in de Gemeenschap, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten af te dwingen.

4.   Bosnië en Herzegovina verbindt zich ertoe binnen bovengenoemde periode toe te treden tot de in bijlage VII bedoelde multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten. De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de beginselen van de TRIPs-overeenkomst. De Stabilisatie- en associatieraad kan besluiten Bosnië en Herzegovina te verplichten toe te treden tot specifieke multilaterale overeenkomsten op dit terrein.

5.   Indien zich op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendom problemen voordoen die de handelsvoorwaarden ongunstig beïnvloeden, dan worden zij, op verzoek van een der partijen, onverwijld aan de Stabilisatie- en associatieraad voorgelegd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.

Artikel 74

Overheidsopdrachten

1.   De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina beschouwen het openstellen van de aanbesteding van overheidsopdrachten op basis van non-discriminatie en wederkerigheid, vooral in het kader van de WTO, als een na te streven doel.

2.   Vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina krijgen, ongeacht of zij in de Gemeenschap zijn gevestigd, vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures in de Gemeenschap overeenkomstig de daarvoor in de Gemeenschap geldende regelingen en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan vennootschappen uit de Gemeenschap wordt verleend.

Zodra de regering van Bosnië en Herzegovina de wetgeving heeft goedgekeurd waarbij de communautaire regels op dit terrein worden ingevoerd, zijn bovenstaande bepalingen ook van toepassing op contracten in de nutssector. De Gemeenschap onderzoekt op gezette tijden of Bosnië en Herzegovina deze wetgeving daadwerkelijk heeft ingevoerd.

3.   Vennootschappen uit de Gemeenschap die overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van titel V in Bosnië en Herzegovina zijn gevestigd, krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures in Bosnië en Herzegovina en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina wordt verleend.

4.   Vennootschappen uit de Gemeenschap die niet in Bosnië en Herzegovina zijn gevestigd, krijgen uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures in Bosnië en Herzegovina en krijgen daarbij dan een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina wordt verleend. Gedurende deze overgangsperiode van vijf jaar ziet Bosnië en Herzegovina toe op stapsgewijze verlaging van de bestaande preferenties, en wel zodanig dat het preferentiële tarief gedurende het eerste en het tweede jaar vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten hoogste 15 % bedraagt, gedurende het derde en het vierde jaar ten hoogste 10 % en gedurende het vijfde jaar ten hoogste 5 %.

5.   De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden de mogelijkheid voor Bosnië en Herzegovina om alle vennootschappen van de Gemeenschap toegang te verlenen tot aanbestedingsprocedures in Bosnië en Herzegovina. Bosnië en Herzegovina brengt jaarlijks verslag uit aan de Stabilisatie- en associatieraad over de maatregelen die zijn genomen om de transparantie te vergroten en ervoor te zorgen dat besluiten met betrekking tot overheidsopdrachten effectief juridisch worden getoetst.

6.   Op de vestiging, de activiteiten en de verlening van diensten tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina, alsmede de werkgelegenheid en het verkeer van werknemers in verband met de uitvoering van overheidsopdrachten zijn de artikelen 47 tot en met 69 van toepassing.

Artikel 75

Normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling

1.   Bosnië en Herzegovina neemt de nodige maatregelen om de wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met de technische regelgeving van de Gemeenschap en de Europese procedures voor normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling.

2.   In dit verband streven de partijen naar:

a)

het bevorderen van het gebruik van communautaire technische regelgeving en Europese normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

b)

het verlenen van bijstand bij het bevorderen van de ontwikkeling van een kwaliteitsinfrastructuur: normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling;

c)

het stimuleren van de betrokkenheid van Bosnië en Herzegovina bij de activiteiten van gespecialiseerde organisaties op het gebied van normen, conformiteitsbeoordeling, metrologie en dergelijke gebieden (bijvoorbeeld CEN, CENELEC, ETSI, EA, WELMEC, EUROMET (5));

d)

indien mogelijk, het sluiten van een overeenkomst inzake conformiteitsbeoordeling en aanvaarding van industrieproducten zodra Bosnië en Herzegovina zijn wetgeving en procedures voldoende heeft aangepast aan die van de Gemeenschap en voldoende deskundigheid beschikbaar is.

Artikel 76

Consumentenbescherming

De partijen werken samen om de normen voor de bescherming van de consument in Bosnië en Herzegovina aan te passen aan die in de Gemeenschap. Een effectieve consumentenbescherming is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van administratieve infrastructuren voor markttoezicht en rechtshandhaving.

Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen stimuleren de partijen:

a)

een beleid gericht op actieve bescherming van de consument overeenkomstig de wetgeving van de Gemeenschap, waaronder betere voorlichting en het opzetten van onafhankelijke organisaties;

b)

harmonisatie van de wetgeving inzake de bescherming van de consument in Bosnië en Herzegovina met die in de Gemeenschap;

c)

efficiënte wettelijke bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van verbruiksgoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden;

d)

toezicht door bevoegde autoriteiten op de naleving van de regels en toegang tot juridische procedures in geval van geschillen.

Artikel 77

Arbeidsomstandigheden en gelijke kansen

Bosnië en Herzegovina moet zijn wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden geleidelijk aanpassen aan die van de Gemeenschap, met name op de gebieden gezondheid en veiligheid op het werk en gelijke kansen.

TITEL VII

JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel 78

Institutionele versterking en de rechtsstaat

Bij de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken schenken de partijen bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij politie en justitie in het bijzonder. De samenwerking is met name gericht op versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en verbetering van de doeltreffendheid en de institutionele capaciteit daarvan, verbetering van de toegankelijkheid van justitie, ontwikkeling van passende structuren voor de politie, de douane en andere rechtshandhavingsinstanties, verstrekking van adequate opleiding en bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad.

Artikel 79

Bescherming van persoonsgegevens

Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Bosnië en Herzegovina zijn wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens aan de wetgeving van de Gemeenschap en andere Europese en internationale wetgeving op het gebied van privacy aan. Bosnië en Herzegovina richt onafhankelijke toezichthoudende organen op die over voldoende financiële en personele middelen beschikken om efficiënt te kunnen toezien op de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. De partijen werken samen om dit doel te bereiken.

Artikel 80

Visa, grensbeheer, asiel en migratie

De partijen werken samen op het gebied van visa, grensbewaking, asiel en migratie en zetten een kader op voor deze samenwerking, ook op regionaal niveau, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met en optimaal geprofiteerd wordt van bestaande initiatieven op dit vlak.

De samenwerking op deze gebieden is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie van de activiteiten van de partijen en omvat tevens technische en administratieve bijstand bij:

a)

de uitwisseling van informatie over wetgeving en praktijken;

b)

het opstellen van wetgeving;

c)

de verbetering van de efficiëntie van de instellingen;

d)

de opleiding van personeel;

e)

de beveiliging van reisdocumenten en de herkenning van valse documenten;

f)

grensbeheer.

De samenwerking is vooral gericht op:

a)

wat asiel betreft: de tenuitvoerlegging van nationale wetgeving die voldoet aan de normen van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951, en het Protocol betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te New York op 31 januari 1967, bij dat verdrag, teneinde te waarborgen dat het beginsel van non-refoulement en andere rechten van asielzoekers en vluchtelingen gerespecteerd worden;

b)

wat legale migratie betreft: toelatingsregels en de rechten en de status van de toegelaten personen. Ten aanzien van migratie komen de partijen overeen onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven een billijke behandeling te geven, en een integratiebeleid te bevorderen dat deze onderdanen rechten en plichten geeft die vergelijkbaar zijn met die van hun staatsburgers.

Artikel 81

Preventie en controle van illegale immigratie; overname

1.   De partijen werken samen met oog op de preventie en controle van illegale immigratie. Daartoe verbinden Bosnië en Herzegovina en de lidstaten zich ertoe hun onderdanen die illegaal op het grondgebied van de andere partij verblijven over te nemen en een overnameovereenkomst te sluiten en volledig ten uitvoer te leggen, met inbegrip van een verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.

De lidstaten en Bosnië en Herzegovina verstrekken hun onderdanen passende identiteitsdocumenten en verlenen hun toegang tot de administratieve faciliteiten die daartoe vereist zijn.

Specifieke procedures in verband met de overname van de eigen onderdanen, onderdanen van derde landen en stateloze personen worden vastgesteld in het kader van de overeenkomst inzake overname.

2.   Bosnië en Herzegovina zegt toe overnameovereenkomsten te sluiten met de andere landen die bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn en alle noodzakelijke maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat alle in dit artikel genoemde overnameovereenkomsten flexibel en snel worden uitgevoerd.

3.   De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden geleverd met het oog op de preventie en controle van illegale immigratie, met inbegrip van mensenhandel en illegale migratienetwerken.

Artikel 82

Witwassen van geld en financiering van terrorisme

1.   De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder, of voor de financiering van terrorisme.

2.   De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de tenuitvoerlegging van voorschriften en het efficiënt functioneren van passende normen en mechanismen ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF).

Artikel 83

Samenwerking op het gebied van drugs

1.   Binnen hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van drugsvraagstukken. Het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om illegale drugs te bestrijden, waaronder het beperken van het aanbod van, de handel in en de vraag naar illegale drugs, waarbij de gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt en precursoren beter gecontroleerd worden.

2.   De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. De activiteiten worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen principes in overeenstemming met het drugsbeheersingsbeleid van de EU.

Artikel 84

Voorkoming en bestrijding van georganiseerde misdaad en andere illegale activiteiten

De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, zoals:

a)

mensensmokkel en mensenhandel;

b)

illegale economische activiteiten, met name valsemunterij, illegale transacties met producten als industrieel afval en radioactief materiaal, en transacties met illegale, vervalste of nagemaakte producten;

c)

corruptie, zowel in de publieke als in de particuliere sector, met name in verband met niet-transparante administratieve praktijken;

d)

belastingfraude;

e)

productie van en illegale handel in drugs en psychotrope stoffen;

f)

smokkelarij;

g)

illegale wapenhandel;

h)

het vervalsen van documenten;

i)

illegale autohandel;

j)

computercriminaliteit.

Regionale samenwerking en de naleving van internationaal erkende normen op het gebied van de bestrijding van georganiseerde misdaad worden bevorderd.

Artikel 85

Bestrijding van terrorisme

Overeenkomstig de internationale verdragen waarbij zij partij zijn en hun eigen wet- en regelgeving komen de partijen overeen samen te werken aan de voorkoming en bestrijding van terroristische daden en de financiering daarvan:

a)

in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad (2001) en andere relevante VN-resoluties, internationale verdragen en instrumenten;

b)

door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht;

c)

door ervaringen uit te wisselen over manieren om terrorisme te bestrijden, op technisch gebied en op het gebied van opleiding, en door ervaringen uit te wisselen over het voorkomen van terrorisme.

TITEL VIII

SAMENWERKINGSBELEID

Artikel 86

1.   De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina werken nauw samen om de ontwikkeling en het groeipotentieel van Bosnië en Herzegovina te bevorderen. Die samenwerking versterkt de bestaande economische banden op een zo breed mogelijke basis, ten voordele van beide partijen.

2.   Bij het opzetten van beleid en andere maatregelen wordt gestreefd naar de duurzame economische en sociale ontwikkeling van Bosnië en Herzegovina. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat de milieuaspecten vanaf het begin volledig in het beleid worden geïntegreerd, en wordt rekening gehouden met de eis van harmonieuze sociale ontwikkeling.

3.   Het samenwerkingsbeleid wordt in een regionaal samenwerkingskader geïntegreerd. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan maatregelen die de samenwerking tussen Bosnië en Herzegovina en zijn buurlanden, waaronder lidstaten, bevorderen en aldus bijdragen tot de regionale stabiliteit. De Stabilisatie- en associatieraad bepaalt welke van de hierna omschreven samenwerkingsterreinen prioriteit hebben, en wat prioriteit heeft binnen de verschillende terreinen, overeenkomstig het Europees partnerschap.

Artikel 87

Economisch beleid en handelspolitiek

De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina vergemakkelijken het proces van economische hervorming door middel van samenwerking die beoogt het inzicht in de basiselementen van elkaars economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid in een markteconomie te verbeteren.

Op verzoek van de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina kan de Gemeenschap het land bijstand verlenen ter ondersteuning van zijn inspanningen om een goed functionerende markteconomie tot stand te brengen en zijn beleid geleidelijk aan te passen aan het op stabiliteit gerichte beleid in het kader van de Europese Economische en Monetaire Unie.

De samenwerking is tevens gericht op de versterking van de rechtsstaat op zakelijk gebied door middel van een stabiel en niet-discriminerend wetgevingskader voor de handel.

Samenwerking op dit gebied omvat ook informele uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Europese Economische en Monetaire Unie.

Artikel 88

Statistische samenwerking

De samenwerking tussen de partijen is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het acquis van de Gemeenschap op het gebied van de statistiek. De statistische samenwerking is met name gericht op de ontwikkeling van efficiënte en duurzame statistische stelsels die in staat zijn de vergelijkbare, betrouwbare, objectieve en nauwkeurige gegevens te leveren die nodig zijn om het overgangs- en hervormingsproces in Bosnië en Herzegovina te plannen en te controleren. Ook moet de samenwerking op dit gebied de staatsinstanties en de bureaus van de entiteiten voor de statistiek in staat stellen beter te voldoen aan de behoeften van hun nationale en internationale afnemers (zowel de overheid als de particuliere sector). Het statistisch stelsel moet de fundamentele beginselen van de statistiek die door de VN zijn uitgevaardigd, de Europese praktijkcode voor statistieken en de bepalingen van de Europese statistiekwetgeving eerbiedigen en zich ontwikkelen in de richting van het acquis van de Gemeenschap.

Artikel 89

Bank- en verzekeringswezen en andere financiële diensten

De samenwerking tussen Bosnië en Herzegovina en de Gemeenschap is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis voor het bank- en verzekeringswezen en financiële diensten. De partijen werken samen om een passend kader tot stand te brengen en verder te ontwikkelen voor het stimuleren van het bank- en verzekeringswezen en andere financiële diensten in Bosnië en Herzegovina.

Artikel 90

Samenwerking op het gebied van audit en financiële controle

De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van interne controle van de overheidsfinanciën (PIFC) en externe boekhoudkundige controle. De partijen werken, door het uitwerken en goedkeuren van relevante regelgeving, met name samen aan de ontwikkeling van efficiënte systemen voor PIFC (waaronder financieel beheer en financiële controle en functioneel onafhankelijke interne boekhoudkundige controle) en onafhankelijke externe boekhoudkundige controle in Bosnië en Herzegovina, overeenkomstig internationaal erkende normen en methoden en de op EU-niveau overeengekomen beste praktijken. De samenwerking richt zich ook op de opbouw van capaciteit en de verstrekking van opleidingen voor de betrokken instellingen, met als doel de ontwikkeling van PIFC en externe boekhoudkundige controle (Supreme Audit Institutions) in Bosnië en Herzegovina; dit omvat ook de oprichting en versterking van centrale harmonisatie-eenheden voor financieel beheer en financiële controle en voor systemen voor interne boekhoudkundige controle.

Artikel 91

Stimulering en bescherming van investeringen

Binnen hun respectieve bevoegdheden is de samenwerking tussen de partijen op het gebied van de bevordering en bescherming van investeringen erop gericht een gunstig klimaat te creëren voor binnenlandse en buitenlandse particuliere investeringen, die essentieel zijn voor de economische en industriële revitalisering van Bosnië en Herzegovina.

Artikel 92

Industriële samenwerking

De samenwerking richt zich op stimulering van de modernisering en herstructurering van de industrie van Bosnië en Herzegovina en van individuele sectoren. Hieronder valt ook industriële samenwerking tussen het bedrijfsleven aan beide zijden om de particuliere sector te versterken, waarbij de bescherming van het milieu gewaarborgd moet zijn.

Samenwerkingsinitiatieven op het gebied van de industrie dienen een afspiegeling te zijn van de prioriteiten die door de partijen zijn vastgesteld. Daarbij wordt rekening gehouden met de regionale aspecten van industriële ontwikkeling en worden waar nodig transnationale partnerschappen gestimuleerd. De initiatieven dienen in het bijzonder te zijn gericht op het creëren van een passend kader voor het bedrijfsleven, beter management, stimulering van markten, transparantie van de markt en het ondernemingsklimaat.

In het kader van de samenwerking wordt ook op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op het gebied van industriebeleid.

Artikel 93

Midden- en kleinbedrijf

De samenwerking tussen de partijen is gericht op ontwikkeling en versterking van het particuliere midden- en kleinbedrijf, waarbij rekening wordt gehouden met prioritaire gebieden in verband met het communautair acquis op het gebied van het midden- en kleinbedrijf en met de tien richtsnoeren die zijn vastgelegd in het Europees Handvest voor kleine ondernemingen.

Artikel 94

Toerisme

De samenwerking tussen de partijen op het gebied van toerisme is voornamelijk gericht op intensivering van de informatiestroom over toerisme (via internationale netwerken, databanken, enz.), versterking van de samenwerking tussen ondernemingen, deskundigen, overheden en overheidsinstellingen op het gebied van toerisme en overdracht van kennis (door middel van opleiding, uitwisseling en seminars). In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis in verband met deze sector.

De samenwerking kan in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd.

Artikel 95

De landbouw en de agro-industriële sector

De samenwerking tussen de partijen is primair gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op landbouwgebied en op veterinair en fytosanitair gebied. De samenwerking is met name gericht op modernisering en herstructurering van de landbouw en de levensmiddelensector in Bosnië en Herzegovina, in het bijzonder om aan de veterinaire en fytosanitaire vereisten van de Gemeenschap te voldoen, en op ondersteuning van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving en praktijk in Bosnië en Herzegovina aan de communautaire regels en normen.

Artikel 96

Visserij

De partijen onderzoeken de mogelijkheid om in de visserijsector gebieden van wederzijds belang aan te wijzen waarop samenwerking voor elk van hen voordeel zou opleveren. In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op visserijgebied, waaronder de naleving van internationale verplichtingen betreffende regels van de internationale en de regionale visserijorganisaties inzake het beheer en de instandhouding van de visbestanden.

Artikel 97

Douane

De samenwerking tussen de partijen op dit gebied is erop gericht de naleving te waarborgen van de op handelsgebied in te voeren bepalingen en het douanesysteem van Bosnië en Herzegovina aan te passen aan dat van de Gemeenschap, teneinde zo de weg vrij te maken voor de in het kader van deze overeenkomst geplande liberaliseringsmaatregelen en de geleidelijke aanpassing van de douanewetgeving van Bosnië en Herzegovina aan het acquis.

In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op douanegebied.

In protocol 5 worden de regels vastgesteld inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen partijen op het gebied van douane.

Artikel 98

Belastingen

De door de partijen tot stand te brengen samenwerking op belastinggebied omvat maatregelen die gericht zijn op de verdere hervorming van het belastingstelsel van Bosnië en Herzegovina en de herstructurering van de belastingdienst, teneinde de efficiëntie van de belastinginning te verbeteren en belastingfraude beter te kunnen bestrijden.

In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met de prioritaire gebieden met betrekking tot het communautair acquis op fiscaal gebied en de bestrijding van schadelijke belastingconcurrentie. Schadelijke belastingconcurrentie moet worden tegengegaan op basis van de beginselen van de gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen, die de Raad op 1 december 1997 heeft goedgekeurd.

De samenwerking richt zich ook op het vergroten van de transparantie en het bestrijden van corruptie, alsmede het uitwisselen van informatie met de lidstaten, teneinde de handhaving van maatregelen ter voorkoming van belastingfraude, -ontwijking of -ontduiking te vergemakkelijken. Bosnië en Herzegovina dient ook het netwerk van bilaterale overeenkomsten met de lidstaten te voltooien, overeenkomstig de laatste versie van het OESO-modelverdrag inzake belasting op inkomen en vermogen en de OESO-modelovereenkomst betreffende de uitwisseling van belastinggegevens, voor zover de verzoekende lidstaat hierbij aangesloten is.

Artikel 99

Samenwerking op sociaal gebied

De samenwerking tussen de partijen moet bijdragen tot de ontwikkeling van het werkgelegenheidsbeleid van Bosnië en Herzegovina in het kader van versterkte economische hervorming en integratie. De samenwerking is ook gericht op ondersteuning van de aanpassing van het socialezekerheidsstelsel van Bosnië en Herzegovina aan de nieuwe economische en sociale vereisten, teneinde te waarborgen dat alle kwetsbare personen rechtmatige toegang ertoe krijgen en dat hun effectieve ondersteuning wordt geboden, en kan tevens aanpassing inhouden van de wetgeving van Bosnië en Herzegovina inzake arbeidsvoorwaarden en gelijke kansen voor vrouwen en mannen, mensen met een handicap en alle kwetsbare personen, waaronder mensen die behoren tot een minderheid, alsmede verbetering van de bescherming van de gezondheid en veiligheid van werknemers, waarbij het beschermingsniveau in de Gemeenschap maatstaf is.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.

Artikel 100

Onderwijs en opleiding

De partijen werken samen om het peil van het algemene onderwijs en van beroepsonderwijs en beroepsopleiding, alsmede van het jongerenbeleid en jongerenwerk, waaronder niet-formeel onderwijs, in Bosnië en Herzegovina te verhogen. De verwezenlijking van de doelstellingen van de Verklaring van Bologna (die in het kader van het intergouvernementele proces van Bologna is aangenomen) is een prioriteit voor het hoger onderwijs.

De partijen streven er ook naar dat iedereen in Bosnië en Herzegovina gelijke toegang heeft tot alle onderwijsniveaus, zonder onderscheid naar sekse, huidskleur, etnische afkomst of religie. Als prioriteit dient Bosnië en Herzegovina te voldoen aan de verbintenissen die het is aangegaan in het kader van internationale verdragen op deze gebieden.

De relevante communautaire programma's en instrumenten dragen bij tot verbetering van de onderwijs- en opleidingsstructuren en -activiteiten in Bosnië en Herzegovina.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.

Artikel 101

Samenwerking op cultureel gebied

De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op cultureel gebied te bevorderen. Deze samenwerking beoogt onder meer het wederzijds begrip en het wederzijds respect voor personen, gemeenschappen en volkeren te doen toenemen. De partijen verbinden zich er tevens toe samen te werken om de culturele diversiteit te bevorderen, met name in het kader van het UNESCO-verdrag inzake de bescherming en bevordering van de diversiteit van culturele uitingen.

Artikel 102

Samenwerking op audiovisueel gebied

De partijen werken samen ter bevordering van de audiovisuele industrie in Europa en stimuleren coproducties voor film en televisie.

De samenwerking kan programma's en faciliteiten omvatten voor de opleiding van journalisten en andere mensen die werkzaam zijn in de media, alsmede technische bijstand voor publieke en particuliere media, zodat hun onafhankelijkheid, hun professionaliteit en hun contacten met Europese media worden versterkt.

Bosnië en Herzegovina stemt zijn beleid inzake de regulering van de inhoudelijke aspecten van grensoverschrijdende televisie af op dat van de EG en past zijn wetgeving aan het acquis communautaire op dit gebied aan. Bosnië en Herzegovina besteedt daarbij bijzondere aandacht aan vraagstukken in verband met de verwerving van intellectuele-eigendomsrechten voor programma's die worden uitgezonden via satelliet, etherfrequenties en kabel.

Artikel 103

Informatiemaatschappij

De samenwerking tussen de partijen is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van de informatiemaatschappij. Er wordt voornamelijk steun verleend voor de geleidelijke aanpassing van het beleid en de wetgeving van Bosnië en Herzegovina in deze sector aan het beleid en de wetgeving van de Gemeenschap.

De partijen werken tevens samen met het oog op de verdere ontwikkeling van de informatiemaatschappij in Bosnië en Herzegovina. Algemene doelstellingen zijn de voorbereiding van de maatschappij als geheel op het digitale tijdperk, het aantrekken van investeringen en het zorgen voor de interoperabiliteit van netwerken en diensten.

Artikel 104

Netwerken en diensten voor elektronische communicatie

De samenwerking is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op dit gebied.

De partijen versterken met name de samenwerking op het gebied van netwerken en diensten voor elektronische communicatie, waarbij het uiteindelijke doel is dat Bosnië en Herzegovina het communautair acquis op deze gebieden een jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst overneemt.

Artikel 105

Informatie en communicatie

De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina nemen de nodige maatregelen om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit krijgen programma's die basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken aan het algemene publiek en meer gespecialiseerde informatie aan professionele doelgroepen in Bosnië en Herzegovina.

Artikel 106

Vervoer

De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van vervoer.

De samenwerking kan met name worden gericht op herstructurering en modernisering van de vervoerssystemen van Bosnië en Herzegovina, verbetering van het vrije verkeer van reizigers en goederen, verbetering van de toegang tot de vervoersmarkt en vervoersvoorzieningen, met inbegrip van havens en luchthavens, ondersteuning van de ontwikkeling van multimodale infrastructuurvoorzieningen in verband met de voornaamste trans-Europese netwerken, met name ter versterking van regionale verbindingen in Zuidoost-Europa overeenkomstig het memorandum van overeenstemming inzake het kernnetwerk voor regionaal vervoer, totstandbrenging van exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die in de Gemeenschap, ontwikkeling in Bosnië en Herzegovina van een vervoerssysteem dat compatibel is met dat in de Gemeenschap en daarop aansluit, en een betere bescherming van het milieu in de context van het vervoer.

Artikel 107

Energie

De samenwerking is voornamelijk gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van energie, waar van toepassing met inbegrip van nucleaire veiligheid. De samenwerking wordt gebaseerd op het Verdrag tot oprichting van de energiegemeenschap en zal gericht zijn op de geleidelijke integratie van Bosnië en Herzegovina in de Europese energiemarkten.

Artikel 108

Milieu

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op milieugebied, vooral om de achteruitgang van het milieu een halt toe te roepen en een begin te maken met de verbetering van het milieu met het oog op duurzame ontwikkeling.

De partijen werken met name samen met het oog op de versterking van de bestuurlijke structuren en procedures om strategische planning van milieuvraagstukken en coördinatie tussen de relevante actoren te waarborgen; de nadruk ligt daarbij op de aanpassing van de wetgeving van Bosnië en Herzegovina aan het acquis communautaire. De samenwerking kan ook worden toegespitst op de ontwikkeling van strategieën om plaatselijke, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging aanzienlijk te verminderen, ook wat betreft afvalstoffen en chemische stoffen, een kader voor efficiënte, duurzame en schone energieproductie en -gebruik tot stand te brengen en milieueffectrapportage en strategische milieueffectbeoordelingen uit te voeren. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan ratificatie en tenuitvoerlegging van het Kyoto-protocol.

Artikel 109

Samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling

De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (OTO), met wederzijds voordeel als uitgangspunt en rekening houdende met de beschikbaarheid van hulpmiddelen en adequate toegang tot elkaars programma's, waarbij erop wordt toegezien dat intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten goed worden beschermd.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling.

Artikel 110

Regionale en plaatselijke ontwikkeling

De partijen zetten zich in voor versterking van de samenwerking op het gebied van regionale en plaatselijke ontwikkeling, teneinde bij te dragen tot de economische ontwikkeling en de vermindering van regionale verschillen. Specifieke aandacht wordt geschonken aan grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van regionale ontwikkeling.

Artikel 111

Hervorming van het openbaar bestuur

De samenwerking richt zich op de ontwikkeling van efficiënt en verantwoordelijk openbaar bestuur in Bosnië en Herzegovina, waarbij wordt voortgebouwd op de hervormingen die tot dusver zijn uitgevoerd.

De samenwerking in dit verband is voornamelijk gericht op institutionele opbouw, overeenkomstig de vereisten van het Europees partnerschap, en omvat aspecten zoals de ontwikkeling en uitvoering van transparante en onpartijdige wervings- en selectieprocedures, personeelsbeheer en loopbaanontwikkeling voor ambtenaren, permanente educatie, de bevordering van ethisch openbaar bestuur en versterking van het beleidsvormingsproces. Bij de hervormingen wordt rekening gehouden met de doelstelling van fiscale duurzaamheid, waarbij aandacht wordt geschonken aan aspecten van fiscale architectuur. De samenwerking heeft betrekking op alle overheidsniveaus in Bosnië en Herzegovina.

TITEL IX

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel 112

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 5, 113 en 115 komt Bosnië en Herzegovina in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm van subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank. De steun van de Gemeenschap is afhankelijk van de vorderingen met betrekking tot de politieke criteria van Kopenhagen, en met name de verwezenlijking van de specifieke prioriteiten van het Europees Partnerschap. Er wordt ook rekening gehouden met de beoordeling die in de jaarlijkse voortgangsverslagen over Bosnië en Herzegovina zal worden gegeven. De steun van de Gemeenschap is tevens afhankelijk van de naleving van de voorwaarden van het stabilisatie- en associatieproces, met name wat betreft de verbintenis van de begunstigden om democratische, economische en institutionele hervormingen door te voeren. De steun aan Bosnië en Herzegovina wordt afgestemd op de geconstateerde behoeften, de overeengekomen prioriteiten, het vermogen tot opneming en, waar van toepassing, terugbetaling en het vermogen maatregelen te treffen om de economie te hervormen en te herstructureren.

Artikel 113

De financiële bijstand in de vorm van subsidies kan worden verleend overeenkomstig de desbetreffende verordening van de Raad, binnen een door de Gemeenschap na overleg met Bosnië en Herzegovina vast te stellen indicatief meerjarenkader en op basis van jaarlijkse actieprogramma's.

De financiële bijstand kan betrekking hebben op alle samenwerkingsterreinen, waarbij met name aandacht wordt besteed aan justitie en binnenlandse zaken, harmonisatie van wetgeving en economische ontwikkeling.

Artikel 114

Met het oog op optimale benutting van de beschikbare middelen zien de partijen erop toe dat de bijdragen van de Gemeenschap worden verstrekt in nauwe coördinatie met andere financieringsbronnen, zoals lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen.

Daartoe wisselen de partijen regelmatig informatie uit over alle bronnen van bijstand.

TITEL X

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 115

Er wordt een Stabilisatie- en associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De Stabilisatie- en associatieraad komt op passend niveau bijeen met regelmatige tussenpozen en wanneer de omstandigheden dat vereisen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 116

1.   De Stabilisatie- en associatieraad bestaat uit enerzijds leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Europese Commissie, en anderzijds leden van de Raad van Ministers van Bosnië en Herzegovina.

2.   De Stabilisatie- en associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

3.   De leden van de Stabilisatie- en associatieraad mogen zich laten vertegenwoordigen overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te leggen voorwaarden.

4.   De Stabilisatie- en associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en een vertegenwoordiger van Bosnië en Herzegovina, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te leggen bepalingen.

5.   De Europese Investeringsbank neemt, voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen, als waarnemer deel aan de werkzaamheden van de Stabilisatie- en associatieraad.

Artikel 117

Om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken, heeft de Stabilisatie- en associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in deze overeenkomst vermelde gevallen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Stabilisatie- en associatieraad mag ook passende aanbevelingen doen. Hij stelt zijn besluiten en aanbevelingen vast in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel 118

1.   De Stabilisatie- en associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Stabilisatie- en associatiecomité, bestaande uit enerzijds vertegenwoordigers van de Raad van de Europese Unie en vertegenwoordigers van de Europese Commissie, en anderzijds vertegenwoordigers van de Raad van Ministers van Bosnië en Herzegovina.

2.   In zijn reglement van orde bepaalt de Stabilisatie- en associatieraad de taken van het Stabilisatie- en associatiecomité, waaronder de voorbereiding van de vergaderingen van de Stabilisatie- en associatieraad, en stelt hij de werkwijze van dit comité vast.

3.   De Stabilisatie- en associatieraad mag bevoegdheden aan het Stabilisatie- en associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Stabilisatie- en associatiecomité zijn besluiten volgens de voorwaarden van artikel 117.

Artikel 119

Het Stabilisatie- en associatiecomité kan subcomités oprichten.

Voor het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zet het Stabilisatie- en associatiecomité de nodige subcomités op voor de adequate uitvoering van deze overeenkomst.

Er wordt een subcomité ingesteld voor aangelegenheden met betrekking tot migratie.

Artikel 120

De Stabilisatie- en associatieraad kan tot de oprichting besluiten van andere speciale comités of lichamen die hem bij de uitvoering van zijn taken kunnen bijstaan. In zijn reglement van orde legt de Stabilisatie- en associatieraad de samenstelling van deze comités of lichamen vast en bepaalt hij hun taken en werkwijze.

Artikel 121

Er wordt een Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité opgericht. Dit dient als forum waar leden van de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina en het Europees Parlement elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Dit comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement en leden van de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina.

Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

Het voorzitterschap van het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité wordt beurtelings bekleed door een lid van het Europees Parlement en een lid van de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te leggen bepalingen.

Artikel 122

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst beijvert elk van beide partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.

Artikel 123

Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

a)

die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;

b)

die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel of met onderzoek, ontwikkeling of productie, absoluut vereist voor defensiedoeleinden, mits de maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

c)

die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel 124

1.   Op de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen mogen:

a)

de regelingen die Bosnië en Herzegovina ten opzichte van de Gemeenschap toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen;

b)

de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Bosnië en Herzegovina toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van onderdanen of vennootschappen van Bosnië en Herzegovina.

2.   Lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in een identieke situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 125

1.   De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in deze overeenkomst beschreven doelstellingen worden bereikt.

2.   De partijen komen overeen op verzoek van een partij onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

3.   De partijen leggen geschillen die verband houden met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst voor aan de Stabilisatie- en associatieraad. In dat geval geldt artikel 126, en eventueel protocol 6.

De Stabilisatie- en associatieraad kan een dergelijk geschil door middel van een bindend besluit beslechten.

4.   Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit deze overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Stabilisatie- en associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij de keuze van de maatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die het functioneren van deze overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Stabilisatie- en associatieraad gebracht en op verzoek van de andere partij besproken in de Stabilisatie- en associatieraad, het Stabilisatie- en associatiecomité of een ander op grond van artikel 119 of artikel 120 opgericht orgaan.

5.   De leden 2, 3 en 4 hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 30, 38, 39, 40 en 44 en protocol 2.

Artikel 126

1.   Wanneer tussen de partijen een meningsverschil ontstaat over de interpretatie of de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, dient de ene partij bij de andere partij en bij de Stabilisatie- en associatieraad een formeel verzoek tot geschillenbeslechting in.

Wanneer een partij van mening is dat een maatregel van de andere partij of het niet-optreden van de andere partij een inbreuk vormt op haar verplichtingen in het kader van deze overeenkomst, moet in het formele verzoek tot geschillenbeslechting worden vermeld waarom de eerste partij deze mening is toegedaan en dat zij maatregelen kan nemen zoals bedoeld in artikel 125, lid 4.

2.   De partijen streven ernaar geschillen op te lossen via overleg te goeder trouw binnen de Stabilisatie- en associatieraad en de andere in lid 3 bedoelde organen, teneinde zo snel mogelijk tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

3.   De partijen verstrekken de Stabilisatie- en associatieraad alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie.

Zolang het geschil niet is beslecht, wordt het tijdens elke vergadering van de Stabilisatie- en associatieraad besproken, tenzij de in protocol 6 beschreven arbitrageprocedure is ingeleid. Een geschil wordt geacht beslecht te zijn wanneer de Stabilisatie- en associatieraad een bindend besluit heeft genomen zoals bedoeld in artikel 125, lid 3, of wanneer hij heeft verklaard dat het geschil niet langer bestaat.

In overleg tussen de partijen of op verzoek van een van de partijen kan een geschil ook worden besproken tijdens een vergadering van het Stabilisatie- en associatiecomité of een ander relevant comité of orgaan dat is opgezet op grond van artikel 119 of 120. Overleg kan ook schriftelijk plaatsvinden.

Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

4.   Voor vraagstukken die onder protocol 6 vallen, kan een partij het geschil voor arbitrage voordragen overeenkomstig dat protocol, wanneer de partijen er niet in slagen binnen twee maanden na de inleiding van de in lid 1 bedoelde procedure voor geschillenbeslechting een oplossing te vinden.

Artikel 127

Zolang onder deze overeenkomst geen gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemingen, doet deze overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds.

Artikel 128

De bijlagen I tot en met VII en de protocollen 1 tot en met 7 vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

De op 22 november 2004 ondertekende Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina inzake de algemene beginselen voor de deelname van Bosnië en Herzegovina aan communautaire programma's (6) en de bijlage daarbij vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst. De in artikel 8 van die kaderovereenkomst bedoelde evaluatie wordt door de Stabilisatie- en associatieraad uitgevoerd; deze heeft de bevoegdheid de kaderovereenkomst zo nodig te wijzigen.

Artikel 129

Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij van deze opzegging in kennis te stellen. Deze overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst met onmiddellijke ingang schorsen wanneer de andere partij een essentieel element van deze overeenkomst schendt.

Artikel 130

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds.

Artikel 131

Deze overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en anderzijds het grondgebied van Bosnië en Herzegovina.

Artikel 132

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel 133

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse, de Bosnische, de Kroatische en de Servische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 134

Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures geratificeerd of goedgekeurd.

De akten van ratificatie of goedkeuring worden neergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste akte van ratificatie of van goedkeuring is neergelegd.

Artikel 135

Interimovereenkomst

De partijen komen overeen dat, indien in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van sommige gedeelten van deze overeenkomst, met name die inzake het vrije verkeer van goederen, alsmede de relevante bepalingen inzake vervoer, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina ten uitvoer worden gelegd, voor de toepassing van titel IV, van de artikelen 71 en 73 van deze overeenkomst en van de protocollen 1, 2, 4, 5, 6 en 7 alsmede de relevante bepalingen van protocol 3, onder de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt verstaan de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst, voor wat betreft de verplichtingen die in die artikelen en protocollen zijn opgenomen.

Съставено в Люксембург на шестнадесети юни две хиляди и осма година.

Hecho en Luxemburgo, el dieciséis de junio de dos mil ocho.

V Lucemburku dne šestnáctého června dva tisíce osm.

Udfærdiget i Luxembourg den sekstende juni to tusind og otte.

Geschehen zu Luxemburg am sechzehnten Juni zweitausendacht.

Kahe tuhande kaheksanda aasta juunikuu kuueteistkümnendal päeval Luxembourgis.

Έγινε στo Λουξεμβούργο, στις δέκα έξι Ιουνίου δύο χιλιάδες οκτώ.

Done at Luxembourg on the sixteenth day of June in the year two thousand and eight.

Fait à Luxembourg, le seize juin deux mille huit.

Fatto a Lussemburgo, addì sedici giugno duemilaotto.

Luksemburgā, divtūkstoš astotā gada sešpadsmitajā jūnijā.

Priimta du tūkstančiai aštuntų metų birželio šešioliktą dieną Liuksemburge.

Kelt Luxembourgban, a kétezer-nyolcadik év június tizenhatodik napján.

Magħmul fil-Lussemburgu, fis-sittax-il jum ta' Ġunju tas-sena elfejn u tmienja.

Gedaan te Luxemburg, de zestiende juni tweeduizend acht.

Sporządzono w Luksemburgu dnia szesnastego czerwca roku dwa tysiące ósmego.

Feito em Luxemburgo, em dezasseis de Junho de dois mil e oito.

Încheiat la Luxembourg, la șaisprezece iunie două mii opt.

V Luxemburgu dňa šestnásteho júna dvetisícosem.

V Luxembourgu, dne šestnajstega junija leta dva tisoč osem.

Tehty Luxemburgissa kuudentenatoista päivänä kesäkuuta vuonna kaksituhattakahdeksan.

Som skedde i Luxemburg den sextonde juni tjugohundraåtta.

Sačinjeno u Luksemburgu, šesnaestoga juna dvije hiljade osme godine.

Sačinjeno u Luksemburgu, šesnaestoga lipnja dvije tisuće osme godine.

Састављено у Луксембургу, шеснаестога јуна двије хиљаде осме године.

Voor het Koninkrijk België

Pour le Royaume de Belgique

Für das Königreich Belgien

Image

Deze handtekening verbindt eveneens de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Cette signature engage également la Communauté française, la Communauté flamande, la Communauté germanophone, la Région wallonne, la Région flamande et la Région de Bruxelles-Capitale.

Diese Unterschrift bindet zugleich die Deutschsprachige Gemeinschaft, die Flämische Gemeinschaft, die Französische Gemeinschaft, die Wallonische Region, die Flämische Region und die Region Brüssel-Hauptstadt.

За Релублика България

Image

Za Českou republiku

Image

På Kongeriget Danmarks vegne

Image

Für die Bundesrepublik Deutschland

Image

Eesti Vabariigi nimel

Image

Thar cheann na hÉireann

For Ireland

Image

Για την Ελληνική Δημοκρατία

Image

Por el Reino de España

Image

Pour la République française

Image

Per la Repubblica italiana

Image

Για την Κυπριακή Δημοκρατία

Image

Latvijas Republikas vārdā

Image

Lietuvos Respublikos vardu

Image

Pour le Grand-Duché de Luxembourg

Image

A Magyar Köztársaság részéről

Image

Gћal Malta

Image

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

Image

Für die Republik Österreich

Image

W imieniu Rzeczypospolitej Polskiej

Image

Pela República Portuguesa

Image

Pentru România

Image

Za Republiko Slovenijo

Image

Za Slovenskú republiku

Image

Suomen tasavallan puolesta

För Republiken Finland

Image

För Konungariket Sverige

Image

For the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

Image

За Европейската общност

Por las Comunidades Europeas

Za Evropská společenství

For De Europæiske Fællesskaber

Für die Europäischen Gemeinschaften

Euroopa ühenduste nimel

Για τις Ευρωπαϊκές Κοινότητες

For the European Communities

Pour les Communautés européennes

Per le Comunità europee

Eiropas Kopienu vārdā

Europos Bendrijų vardu

Az Európai Közösségek részéről

Għall-Komunitajiet Ewropej

Voor de Europese Gemeenschappen

W imieniu Wspólnot Europejskich

Pelas Comunidades Europeias

Pentru Comunitatea Europeană

Za Európske spoločenstvá

Za Evropske skupnosti

Euroopan yhteisöjen puolesta

På europeiska gemenskapernas vägnar

Image

Za Bosnu i Hercegovinu

Za Bosnu i Hercegovinu

За Босну и Херцеговину

Image


(1)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

(2)  Staatsblad van Bosnië en Herzegovina nr. 58/04 van 22.12.2004.

(3)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(4)  Multilaterale Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Bulgarije, de Republiek Kroatië, de Republiek IJsland, de Republiek Montenegro, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië, Roemenië en de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo (UNMIK) betreffende de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte (PB L 285 van 16.10.2006, blz. 3).

(5)  Europese Commissie voor Normalisatie, Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie, Europees Instituut voor telecommunicatienormen, Europese Samenwerking voor Accreditatie, Europees Samenwerkingsverband voor wettelijke metrologie, Europese Organisatie voor metrologie.

(6)  PB L 192 van 22.7.2005, blz. 9.


LIJST VAN BIJLAGEN EN PROTOCOLLEN

BIJLAGEN

Bijlage I (artikel 21) — Tariefconcessies van Bosnië en Herzegovina voor industrieproducten uit de Gemeenschap

Bijlage II (artikel 27) — Omschrijving van producten van de categorie „baby beef”

Bijlage III (artikel 27) — Tariefconcessies van Bosnië en Herzegovina voor landbouwproducten uit de Gemeenschap

Bijlage IV (artikel 28) — Rechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina

Bijlage V (artikel 28) — Rechten die bij invoer in Bosnië en Herzegovina van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit de Gemeenschap

Bijlage VI (artikel 50) — Vestiging: Financiële diensten

Bijlage VII (artikel 73) — Intellectuele-, industriële- en commerciële- eigendomsrechten

PROTOCOLLEN

Protocol 1 (artikel 25) betreffende de handel tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina in verwerkte landbouwproducten

Protocol 2 (artikel 42) betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking in verband met de toepassing van deze overeenkomst tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina

Protocol 3 (artikel 59) betreffende vervoer over land

Protocol 4 (artikel 71) betreffende staatssteun voor de ijzer- en staalindustrie

Protocol 5 (artikel 97) betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Protocol 6 (artikel 126) betreffende beslechting van geschillen

Protocol 7 (artikel 27) betreffende wederzijdse preferentiële concessies voor bepaalde wijnen, de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van benamingen van wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen


BIJLAGE I

TARIEFCONCESSIES VAN BOSNIË EN HERZEGOVINA VOOR INDUSTRIEPRODUCTEN VAN DE GEMEENSCHAP

 

BIJLAGE I (a)

TARIEFCONCESSIES VAN BOSNIË EN HERZEGOVINA VOOR INDUSTRIEPRODUCTEN VAN DE GEMEENSCHAP

(bedoeld in artikel 21)

De rechten worden als volgt verlaagd:

a)

bij de inwerkingtreding van de overeenkomst worden de invoerrechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht;

b)

op 1 januari van het eerste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden de resterende invoerrechten afgeschaft.

GN-code

Omschrijving

2501 00

Zout (keuken- en tafelzout en gedenatureerd zout daaronder begrepen) en zuiver natriumchloride, ook indien in waterige oplossing of met toegevoegde zelfstandigheden om het klonteren tegen te gaan of om de strooibaarheid te bevorderen; zeewater:

2501 00 10

zeewater; moederloog

 

zout (steen-, klip- en mijnzout, zeezout, geraffineerd zout, met inbegrip van bereid industrie-, keuken- en tafelzout) en zuiver natriumchloride, ook indien opgelost in water of met toegevoegde zelfstandigheden om het klonteren tegen te gaan of om de strooibaarheid te bevorderen:

 

– –

ander:

 

– – –

ander:

2501 00 99

– – – –

ander

2508

Andere klei (andere dan geëxpandeerde klei bedoeld bij post 6806), andalusiet, kyaniet, sillimaniet, ook indien gebrand; mulliet; chamotte- en dinasaarde:

2508 70 00

chamotte- en dinasaarde

2511

Natuurlijk bariumsulfaat (zwaarspaat, bariet); natuurlijk bariumcarbonaat (witheriet), ook indien gebrand, ander dan bariumoxide bedoeld bij post 2816:

2511 20 00

natuurlijk bariumcarbonaat (witheriet)

2522

Ongebluste kalk, gebluste kalk en hydraulische kalk, andere dan calciumoxide en calciumhydroxide bedoeld bij post 2825

2523

Hydraulisch cement (cementklinker daaronder begrepen), ook indien gekleurd

2523 10 00

cementklinker

 

portlandcement:

2523 21 00

– –

wit, ook indien kunstmatig gekleurd

2523 29 00

– –

ander:

ex 2523 29 00

– – –

niet bestemd voor gebruik in oliebronnen of gasvelden

2524

Asbest:

2524 10 00

crocidoliet

2524 90 00

ander:

ex 2524 90 00

– –

asbest in de vorm van vezels, schilfers of poeder

2702

Bruinkool, ook indien geperst, andere dan git

2711

Aardgas en andere gasvormige koolwaterstoffen:

 

vloeibaar gemaakt:

2711 11 00

– –

aardgas

2711 12

– –

propaan

2711 13

– –

butanen

2711 19 00

– –

andere

2801

Fluor, chloor, broom en jood (jodium):

2801 10 00

chloor

2801 20 00

jood (jodium)

2804

Waterstof, edelgassen en andere niet-metalen:

2804 10 00

waterstof

 

edelgassen:

2804 29

– –

andere

2804 30 00

stikstof

2804 40 00

zuurstof

 

silicium:

2804 69 00

– –

andere

2804 90 00

seleen (selenium)

2807 00

Zwavelzuur; oleum (rokend zwavelzuur):

2807 00 90

oleum

2808 00 00

Salpeterzuur; nitreerzuren

2809

Difosforpentaoxide (fosforzuuranhydride); fosforzuur; polyfosforzuren, al dan niet chemisch welbepaald:

2809 10 00

difosforpentaoxide (fosforzuuranhydride)

2809 20 00

fosforzuur en polyfosforzuren:

ex 2809 20 00

– –

metafosforzuren

2811

Andere anorganische zuren en andere anorganische zuurstofverbindingen van niet-metalen:

 

andere anorganische zuren:

2811 19

– –

andere:

2811 19 10

– – –

hydrogeenbromide (broomwaterstof)

2811 19 20

– – –

hydrogeencyanide (blauwzuur)

2811 19 80

– – –

andere:

ex 2811 19 80

– – – –

andere dan arseenzuur

 

andere anorganische zuurstofverbindingen van niet-metalen:

2811 21 00

– –

koolstofdioxide (kooldioxide)

2811 29

– –

andere

2812

Halogeniden en halogenideoxiden van niet-metalen

2813

Zwavelverbindingen van niet-metalen; fosfortrisulfide in handelskwaliteit:

2813 90

andere

2814

Ammoniak, watervrij of in waterige oplossing (ammonia)

2815

Natriumhydroxide (bijtende soda); kaliumhydroxide (bijtende potas); natriumperoxide en kaliumperoxide:

2815 20

kaliumhydroxide (bijtende potas)

2815 30 00

natriumperoxide en kaliumperoxide

2816

Magnesiumhydroxide en magnesiumperoxide; strontiumoxide, strontiumhydroxide en strontiumperoxide; bariumoxide, bariumhydroxide en bariumperoxide:

2816 40 00

bariumoxide, bariumhydroxide en bariumperoxide; magnesiumhydroxide en magnesiumperoxide

2819

Chroomoxiden en chroomhydroxiden

2820

Mangaanoxiden

2821

IJzeroxiden en ijzerhydroxiden; verfaarden die 70 of meer gewichtspercenten ijzerverbindingen, berekend als Fe2O3, bevatten:

2821 20 00

verfaarden

2822 00 00

Kobaltoxiden en kobalthydroxiden; kobaltoxiden in handelskwaliteit

2824

Loodoxiden; loodmenie (bijvoorbeeld rode menie, kristalmenie, oranje menie)

2825

Hydrazine en hydroxylamine, alsmede anorganische zouten daarvan; andere anorganische basen; andere oxiden, hydroxiden en peroxiden van metalen:

2825 20 00

lithiumoxide en lithiumhydroxide

2825 30 00

vanadiumoxiden en vanadiumhydroxiden

2825 40 00

nikkeloxiden en nikkelhydroxiden

2825 50 00

koperoxiden en koperhydroxiden

2825 60 00

germaniumoxiden en zirkoniumdioxide

2825 70 00

molybdeenoxiden en molybdeenhydroxiden

2825 80 00

antimoonoxiden

2826

Fluoriden; fluorosilicaten, fluoroaluminaten en andere complexe fluorzouten:

 

fluoriden:

2826 12 00

– –

aluminiumfluoride

2826 30 00

natriumhexafluoroaluminaat (synthetisch kryoliet)

2826 90

andere:

2826 90 80

– –

andere:

ex 2826 90 80

– – –

fluorosilicaten, andere dan natriumfluorosilicaat en kaliumfluorosilicaat

2827

Chloriden, chlorideoxiden en chloridehydroxiden; bromiden en bromideoxiden; jodiden en jodideoxiden:

2827 10 00

ammoniumchloride

2827 20 00

calciumchloride

 

andere chloriden:

2827 31 00

– –

magnesiumchloride

2827 32 00

– –

aluminiumchloride

2827 39

– –

andere:

2827 39 10

– – –

tinchloriden

2827 39 85

– – –

andere

 

chlorideoxiden en chloridehydroxiden:

2827 41 00

– –

koperchlorideoxiden en koperchloridehydroxiden

2827 49

– –

andere:

 

bromiden en bromideoxiden:

2827 51 00

– –

natriumbromide en kaliumbromide

2827 59 00

– –

andere

2827 60 00

jodiden en jodideoxiden:

ex 2827 60 00

– –

andere dan kaliumjodide

2828

Hypochlorieten; calciumhypochloriet in handelskwaliteit; chlorieten; hypobromieten:

2828 90 00

andere

2829

Chloraten en perchloraten; bromaten en perbromaten; jodaten en perjodaten

2830

Sulfiden; polysulfiden, al dan niet chemisch welbepaald:

2830 90

andere

2831

Dithionieten en sulfoxylaten:

2831 90 00

andere

2832

Sulfieten; thiosulfaten

2833

Sulfaten; aluinen; peroxosulfaten (persulfaten):

 

natriumsulfaten:

2833 19 00

– –

andere

 

andere sulfaten:

2833 21 00

– –

magnesiumsulfaten

2833 22 00

– –

aluminiumsulfaat

2833 24 00

– –

nikkelsulfaten

2833 25 00

– –

kopersulfaten

2833 29

– –

andere:

2833 29 20

– – –

cadmiumsulfaat, chroomsulfaten en zinksulfaat

2833 29 30

– – –

kobaltsulfaten en titaansulfaten

ex 2833 29 30

– – – –

titaansulfaten

2833 29 60

– – –

loodsulfaten

2833 29 90

– – –

andere:

ex 2833 29 90

– – – –

andere dan tinsulfaten en mangaansulfaten

2833 30 00

aluinen

2833 40 00

peroxosulfaten (persulfaten)

2834

Nitrieten; nitraten:

2834 10 00

nitrieten

2835

Fosfinaten (hypofosfieten), fosfonaten (fosfieten) en fosfaten; polyfosfaten, al dan niet chemisch welbepaald:

2835 10 00

fosfinaten (hypofosfieten) en fosfonaten (fosfieten)

 

fosfaten:

2835 22 00

– –

natriumdiwaterstoforthofosfaat en dinatriumwaterstoforthofosfaat

2835 24 00

– –

kaliumfosfaten

2835 26

– –

andere calciumfosfaten

2835 29

– –

andere

 

polyfosfaten:

2835 39 00

– –

andere

2836

Carbonaten; peroxocarbonaten (percarbonaten); ammoniumcarbamaathoudend ammoniumcarbonaat in handelskwaliteit:

 

andere:

2836 92 00

– –

strontiumcarbonaat

2837

Cyaniden, cyanideoxiden en complexe cyaniden:

 

cyaniden en cyanideoxiden:

2837 19 00

– –

andere

2839

Silicaten; alkalimetaalsilicaten in handelskwaliteit:

2839 90

andere:

2839 90 90

– –

andere:

ex 2839 90 90

– – –

loodsilicaten

2841

Zouten van oxometaalzuren of van peroxometaalzuren:

 

manganieten, manganaten en permanganaten:

2841 69 00

– –

andere

2841 80 00

wolframaten

2841 90

andere

2841 90 85

– –

andere

ex 2841 90 85

– – –

aluminaten

2843

Edele metalen in colloïdale toestand; anorganische of organische verbindingen van edele metalen, al dan niet chemisch welbepaald; amalgamen van edele metalen:

 

zilververbindingen:

2843 21 00

– –

zilvernitraat

2843 29 00

– –

andere

2843 30 00

goudverbindingen

2843 90

andere verbindingen; amalgamen

2844

Radioactieve chemische elementen en radioactieve isotopen (splijtbare of vruchtbare chemische elementen en isotopen daaronder begrepen), alsmede verbindingen daarvan; mengsels en afvallen die deze producten bevatten

2845

Isotopen, andere dan die bedoeld bij post 2844; anorganische en organische verbindingen daarvan, al dan niet chemisch welbepaald

2846

Anorganische en organische verbindingen van zeldzame aardmetalen, van yttrium of van scandium, dan wel van mengsels van die metalen

2848 00 00

Fosfiden, al dan niet chemisch welbepaald, andere dan ijzerfosfiden (fosforijzer)

2849

Carbiden, al dan niet chemisch welbepaald:

2849 90

andere

2850 00

Hydriden, nitriden, aziden, siliciden en boriden, al dan niet chemisch welbepaald, andere dan verbindingen die tevens carbiden bedoeld bij post 2849 zijn

2852 00 00

Anorganische en organische kwikverbindingen, met uitzondering van amalgamen:

ex 2852 00 00

fulminaten en cyaniden

2853 00

Andere anorganische verbindingen (gedistilleerd water, conductometrisch zuiver water en dergelijk zuiver water daaronder begrepen); vloeibare lucht (ook indien daaraan edelgassen zijn onttrokken); samengeperste lucht; amalgamen, andere dan die van edele metalen

2903

Halogeenderivaten van koolwaterstoffen:

 

verzadigde chloorderivaten van acyclische koolwaterstoffen:

2903 11 00

– –

chloormethaan (methylchloride) en chloorethaan (ethylchloride)

2903 13 00

– –

chloroform (trichloormethaan)

2903 19

– –

andere:

2903 19 10

– – –

1,1,1-trichloorethaan (methylchloroform)

 

onverzadigde chloorderivaten van acyclische koolwaterstoffen:

2903 29 00

– –

andere

 

fluor-, broom- en joodderivaten van acyclische koolwaterstoffen:

2903 31 00

– –

ethyleendibromide (ISO) (1,2-dibroomethaan)

2903 39

– –

andere

 

halogeenderivaten van cycloalkanen, van cycloalkenen of van cycloterpenen:

2903 52 00

– –

aldrine (ISO), chloordaan (ISO) en heptachloor (ISO)

2903 59

– –

andere

2904

Sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten van koolwaterstoffen, ook indien gehalogeneerd:

2904 10 00

derivaten die enkel sulfogroepen bevatten, alsmede zouten en ethylesters daarvan

2904 20 00

derivaten die enkel nitro- of enkel nitrosogroepen bevatten:

ex 2904 20 00

– –

andere dan 1,2,3-propaantrioltrinitraat

2904 90

andere

2905

Acyclische alcoholen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:

 

verzadigde eenwaardige alcoholen:

2905 11 00

– –

methanol (methylalcohol)

 

onverzadigde eenwaardige alcoholen:

2905 29

– –

andere

 

halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten van acyclische alcoholen:

2905 51 00

– –

ethchloorvynol (INN)

2905 59

– –

andere

2906

Cyclische alcoholen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:

 

van cycloalkanen, van cycloalkenen of van cycloterpenen:

2906 13

– –

sterolen en inositolen:

2906 13 10

– – –

sterolen:

ex 2906 13 10

– – – –

Cholesterol

 

aromatische:

2906 29 00

– –

andere:

ex 2906 29 00

– – –

cinamylalcohol

2908

Halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten van fenolen of van fenolalcoholen:

 

andere:

2908 99

– –

andere:

2908 99 90

– – –

andere:

ex 2908 99 90

– – – –

andere dan dinitro-orthocresolen en andere nitroderivaten van ethers

2909

Ethers, etheralcoholen, etherfenolen, etherfenolalcoholen, alcoholperoxiden, etherperoxiden, ketonperoxiden (al dan niet chemisch welbepaald), alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:

 

acyclische ethers en halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:

2909 19 00

– –

andere

2909 20 00

ethers van cycloalkanen, van cycloalkenen of van cycloterpenen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan

2909 30

aromatische ethers en halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:

 

– –

broomderivaten:

2909 30 31

– – –

pentabroomdifenylether; 1,2,4,5-tetrabroom-3,6-bis(pentabroomfenoxy)benzeen

2909 30 35

– – –

1,2-bis(2,4,6-tribroomfenoxy)ethaan, bestemd voor de vervaardiging van acrylonitrilbutadieen-styreen (ABS)

2909 30 38

– – –

andere

2909 30 90

– –

andere

2910

Epoxiden, epoxyalcoholen, epoxyfenolen en epoxyethers, met een drieringsysteem, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:

2910 40 00

dieldrine (ISO, INN)

2910 90 00

andere

2911 00 00

Acetalen en hemiacetalen, ook indien met andere zuurstofhoudende groepen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan

2912

Aldehyden, ook indien met andere zuurstofhoudende groepen; cyclische polymeren van aldehyden; paraformaldehyde:

 

acyclische aldehyden, zonder andere zuurstofhoudende groepen:

2912 11 00

– –

methanal (formaldehyde)

2915

Verzadigde eenwaardige acyclische carbonzuren, daarvan afgeleide anhydriden, halogeniden, peroxiden en peroxyzuren, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:

 

azijnzuur en zouten daarvan; azijnzuuranhydride:

2915 29 00

– –

andere

2915 60

butaanzuren en pentaanzuren, alsmede zouten en esters daarvan

2915 70

palmitinezuur en stearinezuur, alsmede zouten en esters daarvan:

2915 70 15

– –

palmitinezuur

2917

Meerwaardige carbonzuren, daarvan afgeleide anhydriden, halogeniden, peroxiden en peroxyzuren, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:

 

meerwaardige acyclische carbonzuren, daarvan afgeleide anhydriden, halogeniden, peroxiden en peroxyzuren, alsmede derivaten daarvan:

2917 12

– –

adipinezuur en zouten en esters daarvan:

2917 12 10

– – –

adipinezuur en zouten daarvan

2917 13

– –

azelaïnezuur en sebacinezuur, alsmede zouten en esters daarvan

2917 19

– –

andere:

2917 19 10

– – –

malonzuur, alsmede zouten en esters daarvan

2917 20 00

meerwaardige carbonzuren van cycloalkanen, van cycloalkenen of van cycloterpenen, daarvan afgeleide anhydriden, halogeniden, peroxiden en peroxyzuren, alsmede derivaten daarvan

 

meerwaardige aromatische carbonzuren, daarvan afgeleide anhydriden, halogeniden, peroxiden en peroxyzuren, alsmede derivaten daarvan:

2917 34

– –

andere esters van orthoftaalzuur:

2917 34 10

– – –

dibutylorthoftalaten

2920

Esters van andere anorganische zuren van niet-metalen (andere dan esters van waterstofhalogeniden), alsmede zouten daarvan; halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten van deze producten:

2920 90

andere:

2920 90 10

– –

zwavelzure en koolzure esters, alsmede zouten, halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:

ex 2920 90 10

– – –

koolzure esters en derivaten daarvan; derivaten van zwavelzure esters

2920 90 85

– –

andere:

ex 2920 90 85

– – –

nitroglycerine; andere koolzure esters en derivaten daarvan; pentaerithrityltetranitraat

2921

Aminoverbindingen:

 

eenwaardige aromatische aminoverbindingen en derivaten daarvan; zouten van deze producten:

2921 41 00

– –

aniline en zouten daarvan:

ex 2921 41 00

– – –

aniline

2922

Aminoverbindingen met zuurstofhoudende groepen:

 

aminoalcoholen, andere dan die met zuurstofhoudende groepen van meer dan een soort, alsmede ethers en esters daarvan; zouten van deze producten:

2922 11 00

– –

mono-ethanolamine en zouten daarvan:

ex 2922 11 00

– – –

zouten van mono-ethanolamine

2922 12 00

– –

di-ethanolamine en zouten daarvan:

ex 2922 12 00

– – –

zouten van di-ethanolamine

2922 13

– –

tri-ethanolamine en zouten daarvan:

2922 13 90

– – –

zouten van tri-ethanolamine

 

aminonaftolen en andere aminofenolen andere dan die met zuurstofhoudende groepen van meer dan een soort, alsmede ethers en esters daarvan; zouten van deze producten:

2922 21 00

– –

aminonaftolsulfonzuren en zouten daarvan

2922 29 00

– –

andere:

ex 2922 29 00

– – –

anisidinen, dianisidinen en fenetidinen, alsmede zouten daarvan

 

aminozuren, andere dan die met zuurstofhoudende groepen van meer dan een soort en esters daarvan; zouten van deze producten:

2922 41 00

– –

lysine en esters daarvan; zouten van deze producten

2922 42 00

– –

glutaminezuur en zouten daarvan

ex 2922 42 00

– – –

andere dan natriumglutamine

2923

Quaternaire ammoniumzouten en -hydroxiden; lecithinen en andere fosfoaminolipiden, al dan niet chemisch welbepaald:

2923 10 00

choline en zouten daarvan:

ex 2923 10 00

– –

andere dan cholinechloride en succinylcholinejodide

2924

Amidoverbindingen van carbonzuren of van koolzuur:

 

acyclische amidoverbindingen, acyclische carbamaten daaronder begrepen, alsmede derivaten daarvan; zouten van deze producten:

2924 19 00

– –

andere:

ex 2924 19 00

– – –

aceetamide en asparaginen, alsmede zouten daarvan;

 

cyclische amidoverbindingen, cyclische carbamaten daaronder begrepen, alsmede derivaten daarvan; zouten van deze producten:

2924 23 00

– –

2-aceetamidobenzoëzuur (N-acetylantranilzuur) en zouten daarvan

2925

Imidoverbindingen van carbonzuren, sacharine en zouten daarvan daaronder begrepen; iminoverbindingen:

 

imidoverbindingen en derivaten daarvan; zouten van deze producten:

2925 12 00

– –

glutethimide (INN)

2925 19

– –

andere

2926

Nitrillen (cyaanverbindingen):

2926 90

andere:

2926 90 20

– –

isoftalonitril

2930

Organische zwavelverbindingen:

2930 20 00

thiocarbamaten en dithiocarbamaten

2930 30 00

thiurammono-, thiuramdi- en thiuramtetrasulfiden

2930 90

andere:

2930 90 85

– –

andere:

ex 2930 90 85

– – –

thioamiden (met uitzondering van thio-ureum) en thio-ethers

2933

Heterocyclische verbindingen met uitsluitend een of meer stikstofatomen als hetero-atoom:

 

verbindingen met een al dan niet gehydrogeneerde, niet-geanelleerde (niet-gecondenseerde) triazinering:

2933 61 00

– –

melamine

2933 69

– –

andere:

2933 69 10

– – –

atrazine (ISO); propazine (ISO); simazine (ISO); hexahydro-1,3,5-trinitro-1,3,5-triazine (hexogeen, trimethyleentrinitramine)

 

lactamen:

2933 72 00

– –

clobazam (INN en methyprylon (INN)

2933 79 00

– –

andere lactamen

2938

Glucosiden (heterosiden), natuurlijke of door synthese gereproduceerd, alsmede zouten, ethers, esters en andere derivaten daarvan:

2938 90

andere:

2938 90 90

– –

andere:

ex 2938 90 90

– – –

andere sponinen

2939

Plantaardige alkaloïden, natuurlijke of door synthese gereproduceerd, alsmede zouten, ethers, esters en andere derivaten daarvan:

2939 20 00

kina-alkaloïden en derivaten daarvan; zouten van deze producten

 

andere:

2939 91

– –

cocaïne, ecgonine, levometamfetamine, metamfetamine (INN), metamfetamineracemaat; zouten, esters en andere derivaten van deze producten:

 

– – –

cocaïne en zouten daarvan:

2939 91 11

– – – –

ruwe cocaïne

2939 91 19

– – – –

andere

2939 91 90

– – –

andere

2939 99 00

– –

andere:

ex 2939 99 00

– – –

andere dan butylscopolamine of capsaïcine

2940 00 00

Suikers, chemisch zuiver, andere dan sacharose, lactose, maltose, glucose en fructose; ethers, acetalen en esters van suikers, alsmede zouten daarvan, andere dan de producten bedoeld bij de posten 2937, 2938 en 2939

2941

Antibiotica:

2941 10

penicillinen en derivaten daarvan met een structuur van penicillaanzuur; zouten van deze producten:

2941 10 10

– –

amoxicilline (INN) en zouten daarvan

2941 10 20

– –

ampicilline (INN), metampicilline (INN), pivampicilline (INN), alsmede zouten daarvan

3102

Minerale of chemische stikstofhoudende meststoffen:

 

ammoniumsulfaat; dubbelzouten en mengsels van ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat:

3102 29 00

– –

andere

3102 30

ammoniumnitraat, ook indien in waterige oplossing:

3102 30 10

– –

in waterige oplossing

3102 30 90

– –

andere:

ex 3102 30 90

– – –

andere dan ammoniumnitraat, poreus, voor de vervaardiging van springstoffen

3102 40

mengsels van ammoniumnitraat en calciumcarbonaat of andere nietvruchtbaarmakende anorganische stoffen:

3102 50

natriumnitraat:

3102 50 10

– –

natuurlijk natriumnitraat

3102 50 90

– –

andere:

ex 3102 50 90

– – –

met een stikstofgehalte van meer dan 16,3 gewichtspercenten

3103

Minerale of chemische fosfaatmeststoffen:

3103 10

superfosfaat

3103 90 00

andere:

ex 3103 90 00

– –

andere dan met calcium verrijkte fosfaten

3105

Minerale of chemische meststoffen die twee of drie van de vruchtbaarmakende elementen stikstof, fosfor en kalium bevatten; andere meststoffen; producten bedoeld bij dit hoofdstuk, in tabletten of in dergelijke vormen, dan wel in verpakkingen met een brutogewicht van niet meer dan 10 kg:

3105 10 00

producten bedoeld bij dit hoofdstuk, in tabletten of in dergelijke vormen, dan wel in verpakkingen met een brutogewicht van niet meer dan 10 kg

3105 20

minerale of chemische meststoffen die de drie vruchtbaarmakende elementen stikstof, fosfor en kalium bevatten

3105 30 00

diammoniumwaterstoforthofosfaat

 

andere minerale of chemische meststoffen die de twee vruchtbaarmakende elementen stikstof en fosfor bevatten:

3105 51 00

– –

bevattende nitraten en fosfaten

3105 59 00

– –

andere

3105 60

minerale of chemische meststoffen die de twee vruchtbaarmakende elementen fosfor en kalium bevatten

3202

Synthetische organische looistoffen; anorganische looistoffen; preparaten voor het looien, ook indien zij natuurlijke looistoffen bevatten; enzympreparaten voor het voorlooien:

3202 90 00

andere

3205 00 00

Verflakken; preparaten bedoeld bij aantekening 3 op dit hoofdstuk, op basis van verflakken

3206

Andere kleur- en verfstoffen; preparaten bedoeld bij aantekening 3 op dit hoofdstuk, andere dan die bedoeld bij de posten 3203, 3204 en 3205; anorganische producten van de soort gebruikt als „lichtgevende stoffen” (luminoforen), ook indien chemisch welbepaald:

3206 20 00

pigmenten en preparaten op basis van chroomverbindingen

 

andere kleur- en verfstoffen en andere preparaten:

3206 41 00

– –

ultramarijn en preparaten op basis daarvan

3206 42 00

– –

lithopoon en andere pigmenten en preparaten op basis van zinksulfide

3206 49

– –

andere:

3206 49 30

– – –

pigmenten en preparaten op basis van cadmiumverbindingen

3206 49 80

– – –

andere:

ex 3206 49 80

– – – –

op basis van carbonblack; zinkgrijs

3208

Verf en vernis op basis van synthetische polymeren of gewijzigde natuurlijke polymeren, gedispergeerd of opgelost in een niet-waterig medium; oplossingen bedoeld bij aantekening 4 op dit hoofdstuk

3209

Verf en vernis op basis van synthetische polymeren of gewijzigde natuurlijke polymeren, gedispergeerd of opgelost in een waterig medium

3212

Pigmenten (metaalpoeder en metaalvlokken daaronder begrepen), gedispergeerd in een niet-waterig medium, als vloeistof of als pasta, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van verf; stempelfoliën; kleur- en verfstoffen opgemaakt voor de verkoop in het klein:

3212 90

andere

3213

Verf voor kunstschilders, voor onderwijsdoeleinden of voor vermaak, plakkaatverf en kleurpasta's, in tabletten, in tubes, in flesjes, in bakjes of in dergelijke verpakkingsmiddelen

3214

Stopverf, harscement en ander mastiek (kit); plamuur; niet-vuurvaste preparaten van de soort gebruikt voor het bestrijken of bepleisteren van metselwerk:

3214 10

stopverf, harscement en ander mastiek (kit); plamuur

3215

Drukinkt, schrijfinkt, tekeninkt en andere inktsoorten, ook indien geconcentreerd of in vaste vorm:

3215 90

andere

3303 00

Parfums, reuk- en toiletwaters

3304

Schoonheidsmiddelen en producten voor de huidverzorging (andere dan geneesmiddelen), preparaten tegen zonnebrand en preparaten voor het verkrijgen van een bruine huidskleur daaronder begrepen; producten voor manicure of voor pedicure

3305

Haarverzorgingsmiddelen

3306

Producten voor mondhygiëne en voor tandverzorging, kleefpoeders en -pasta's voor kunstgebitten daaronder begrepen; garens gebruikt voor het schoonmaken tussen de tanden (floszijde), opgemaakt voor de verkoop in het klein:

3306 20 00

garens gebruikt voor het schoonmaken tussen de tanden (floszijde)

3306 90 00

andere

3307

Scheermiddelen en middelen die voor of na het scheren worden gebruikt, deodorantia voor lichaamsverzorging, badpreparaten, ontharingsmiddelen en andere parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, elders genoemd noch elders onder begrepen; preparaten voor het neutraliseren van geuren in vertrekken (deodorantia), ook indien niet geparfumeerd of met desinfecterende eigenschappen:

3307 10 00

scheermiddelen en middelen die voor of na het scheren worden gebruikt

3307 30 00

geparfumeerde badzouten en andere badpreparaten

 

preparaten voor het parfumeren van vertrekken of voor het neutraliseren van geuren in vertrekken, preparaten die bij godsdienstige plechtigheden worden gebruikt daaronder begrepen:

3307 41 00

– –

„agarbatti” en andere preparaten die bij verbranding een welriekende geur verspreiden

3307 49 00

– –

andere

3307 90 00

andere

3401

Zeep; als zeep te gebruiken organische tensioactieve producten en organische tensioactieve bereidingen, in de vorm van staven, broden, gestempelde stukken of gestempelde fantasievormen, ook indien zeep bevattend; voor het wassen van de huid te gebruiken organische tensioactieve producten en organische tensioactieve bereidingen, in de vorm van een vloeistof of een crème, ook indien zeep bevattend, opgemaakt voor de verkoop in het klein; papier, watten, vilt en gebonden textielvlies, geïmpregneerd of bedekt met zeep of met detergentia:

 

zeep, organische tensioactieve producten en organische tensioactieve bereidingen, in de vorm van staven, broden, gestempelde stukken of gestempelde fantasievormen, alsmede papier, watten, vilt en gebonden textielvlies, geïmpregneerd of bedekt met zeep of met detergentia:

3401 19 00

– –

andere

3401 20

zeep in andere vormen

3402

Organische tensioactieve producten (andere dan zeep); tensioactieve bereidingen, wasmiddelen (hulppreparaten voor het wassen daaronder begrepen) en reinigingsmiddelen, ook indien zeep bevattend, andere dan die bedoeld bij post 3401:

3402 20

bereidingen opgemaakt voor de verkoop in het klein:

3402 20 20

– –

tensioactieve bereidingen

3402 90

andere:

3402 90 10

– –

tensioactieve bereidingen

3404

Kunstwas en bereide was:

3404 90

andere:

3404 90 10

– –

bereide was, zegellak daaronder begrepen

3404 90 80

– –

andere:

ex 3404 90 80

– – –

andere dan montaanwas, chemisch gewijzigd

3405

Schoensmeer, boenwas, poetsmiddelen voor carrosserieën, glas of metaal, schuurpasta's en -poeders en dergelijke preparaten (ook indien in de vorm van papier, van watten, van vilt, van gebonden textielvlies, van kunststof of rubber met celstructuur, geïmpregneerd of bedekt met deze preparaten), andere dan de was bedoeld bij post 3404:

3405 10 00

schoensmeer, pasta's en dergelijke preparaten voor schoeisel of voor leder

3405 20 00

boenwas en dergelijke preparaten voor het onderhoud van houten meubelen, houten vloeren en ander houtwerk

3405 30 00

poetsmiddelen en dergelijke preparaten voor carrosserieën, andere dan poetsmiddelen voor metalen

3405 90

andere:

3405 90 90

– –

andere

3406 00

Kaarsen en dergelijke artikelen

3407 00 00

Modelleerpasta's, ook indien opgemaakt als kinderspeelgoed; tandtechnische waspreparaten en dergelijke preparaten, in assortimenten, opgemaakt voor de verkoop in het klein of in plaat-, staaf- of hoefijzervorm of in dergelijke vormen (bijvoorbeeld bijtplaatjes); andere preparaten voor tandtechnisch gebruik, op basis van gebrande gips

3601 00 00

Buskruit

3602 00 00

Bereide springstoffen, andere dan buskruit

3603 00

Lonten; slagkoorden; slaghoedjes en percussiedopjes; ontstekers; elektrische ontstekingspatronen

3604

Vuurwerk, lichtkogels en vuurpijlen, antihagelraketten en dergelijke, voetzoekers, knalsignalen en andere pyrotechnische artikelen:

3604 10 00

vuurwerk

3604 90 00

andere:

ex 3604 90 00

– –

andere dan antihagelraketten

3605 00 00

Lucifers, andere dan pyrotechnische artikelen bedoeld bij post 3604

3606

Ferrocerium en andere vonkende legeringen, ongeacht de vorm; artikelen uit ontvlambare stoffen bedoeld bij aantekening 2 op dit hoofdstuk

3701

Fotografische platen en vlakfilm, lichtgevoelig, onbelicht, van andere stoffen dan papier, karton of textiel; vlakfilm voor „direct-klaar”-fotografie, lichtgevoelig, onbelicht, ook indien in cassette:

3701 10

voor röntgenopnamen

3701 20 00

voor „direct-klaar”-fotografie

 

andere:

3701 91 00

– –

voor kleurenfotografie (polychroom)

3701 99 00

– –

andere

3702

Fotografische film, lichtgevoelig, onbelicht, op rollen, van andere stoffen dan papier, karton of textiel; film voor „direct-klaar”-fotografie, op rollen, lichtgevoelig, onbelicht

3703

Fotografisch papier, karton en textiel, lichtgevoelig, onbelicht

3704 00

Fotografische platen, film, papier, karton en textiel, belicht doch niet ontwikkeld

3705

Fotografische platen en film, belicht en ontwikkeld, andere dan cinematografische film:

3705 10 00

voor offsetreproductie

3705 90

andere:

3705 90 10

– –

microfilm:

ex 3705 90 10

– – –

bevattende teksten van wetenschappelijke of professionele aard

3809

Appreteermiddelen, middelen voor het versnellen van het verfproces of van het fixeren van kleurstoffen, alsmede andere producten en preparaten (bijvoorbeeld preparaten voor het beitsen), van de soort gebruikt in de textielindustrie, in de papierindustrie, in de lederindustrie of in dergelijke industrieën, elders genoemd noch elders onder begrepen:

 

andere:

3809 91 00

– –

van de soort gebruikt in de textielindustrie of in dergelijke industrieën

3809 92 00

– –

van de soort gebruikt in de papierindustrie of in dergelijke industrieën:

ex 3809 92 00

– – –

andere dan tussenproducten

3809 93 00

– –

van de soort gebruikt in de lederindustrie of in dergelijke industrieën:

ex 3809 93 00

– – –

andere dan tussenproducten

3810

Preparaten voor het beitsen van metalen; vloeimiddelen en andere hulpmiddelen voor het solderen en het lassen van metalen; soldeer- en laspoeder en soldeer- en laspasta's, samengesteld uit metaal en andere stoffen; preparaten van de soort gebruikt voor het bekleden of het vullen van elektroden en van soldeer- en lasstaafjes

3811

Dopes (antiklopmiddelen, oxidatievertragers, peptisatiemiddelen, middelen ter verbetering van de viscositeit, corrosievertragers en dergelijke preparaten), voor minerale olie (benzine daaronder begrepen) of voor andere vloeistoffen die voor dezelfde doeleinden worden gebruikt als minerale olie:

 

antiklopmiddelen:

3811 11

– –

op basis van loodverbindingen

 

additieven voor smeerolie:

3811 29 00

– –

andere

3811 90 00

andere

3813 00 00

Preparaten en ladingen, voor brandblusapparaten; brandblusbommen

3814 00

Organische oplosmiddelen en verdunners, van gemengde samenstelling, elders genoemd noch elders onder begrepen; preparaten voor het verwijderen van verf en vernis

3815

Reactie-initiatoren, reactieversnellers en katalytische preparaten, elders genoemd noch elders onder begrepen:

 

katalysatoren op een drager:

3815 11 00

– –

met nikkel of nikkelverbindingen als actieve stof

3815 12 00

– –

met een edel metaal of met een verbinding van een edel metaal als actieve stof

3817 00

Alkylbenzenen en alkylnaftalenen, van gemengde samenstelling, andere dan die bedoeld bij post 2707 of 2902

3819 00 00

Remvloeistoffen en andere vloeibare preparaten voor hydraulische krachtoverbrenging, die geen of minder dan 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten

3820 00 00

Antivriespreparaten en vloeibare ontdooiingspreparaten

3821 00 00

Bereide voedingsbodems voor het cultiveren of in stand houden van microorganismen (met inbegrip van virussen en dergelijke organismen) of van planten-, menselijke of dierlijke cellen

3824

Bereide bindmiddelen voor gietvormen of voor gietkernen; chemische producten en preparaten van de chemische of van aanverwante industrieën (mengsels van natuurlijke producten daaronder begrepen), elders genoemd noch elders onder begrepen:

3824 10 00

bereide bindmiddelen voor gietvormen of voor gietkernen

3824 30 00

niet-gesinterde metaalcarbiden, onderling vermengd of vermengd met bindmiddelen van metaal

3824 40 00

bereide toevoegingsmiddelen voor cement, voor mortel of voor beton

3824 50

mortel en beton, niet vuurvast

3824 90

andere:

3824 90 15

– –

ionenwisselaars

3824 90 20

– –

gasbinders (getters) voor elektrische lampen en buizen

3824 90 25

– –

pyrolignieten (calciumpyroligniet, enz.); ruw calciumtartraat; ruw calciumcitraat

3824 90 35

– –

roestwerende preparaten die aminen als werkzame bestanddelen bevatten

 

– –

andere:

3824 90 50

– – –

preparaten voor de galvanotechniek

3824 90 55

– – –

mengsels van mono-, di- en trivetzure esters van glycerol (emulgeermiddelen voor vetstoffen)

 

– – –

producten en preparaten, gebruikt voor farmaceutische of chirurgische doeleinden:

3824 90 61

– – – –

tussenproducten van de vervaardiging van antibiotica, verkregen door de fermentatie van Streptomyces tenebrarius, al dan niet gedroogd, bestemd voor de vervaardiging van geneesmiddelen voor menselijk gebruik bedoeld bij post 3004

3824 90 62

– – – –

tussenproducten verkregen bij de vervaardiging van zouten van monensine

3824 90 64

– – – –

andere

3824 90 65

– – –

hulpmiddelen van de soorten die worden gebruikt in de gieterij (andere dan die bedoeld bij onderverdeling 3824 10 00)

3825

Residuen van de chemische of van aanverwante industrieën, elders genoemd noch elders onder begrepen; stedelijk afval; slib van afvalwater; andere afvallen bedoeld bij aantekening 6 op dit hoofdstuk

3901

Polymeren van ethyleen, in primaire vormen:

3901 20

polyethyleen met een relatieve dichtheid van 0,94 of meer:

3901 20 90

– –

andere

3901 90

andere:

3901 90 10

– –

ionomeerharsen bestaande uit een zout van een terpolymeer van ethyleen, isobutylacrylaat en methacrylzuur

3901 90 20

– –

A-B-A-blokcopolymeren, bestaande uit polystyreen, een ethyleen-butyleen-copolymeer en polystyreen, bevattende niet meer dan 35 gewichtspercenten styreen, in een van de vormen bedoeld bij aantekening 6, onder b), op dit hoofdstuk

3902

Polymeren van propyleen of van andere olefinen, in primaire vormen:

3902 10 00

polypropyleen

3902 20 00

polyisobutyleen

3902 90

andere:

3902 90 10

– –

A-B-A-blokcopolymeren, bestaande uit polystyreen, een ethyleen-butyleen-copolymeer en polystyreen, bevattende niet meer dan 35 gewichtspercenten styreen, in een van de vormen bedoeld bij aantekening 6, onder b), op dit hoofdstuk

3902 90 20

– –

poly(but-1-een), copolymeren van but-1-een en ethyleen bevattende niet meer dan 10 gewichtspercenten ethyleen, en mengsels van poly(but-1-een) met polyethyleen en/of polypropyleen bevattende niet meer dan 10 gewichtspercenten polyethyleen en/of niet meer dan 25 gewichtspercenten polypropyleen, in een van de vormen bedoeld bij aantekening 6, onder b), op dit hoofdstuk

3904

Polymeren van vinylchloride of van andere halogeenolefinen, in primaire vormen:

 

andere poly(vinylchloride):

3904 21 00

– –

geen weekmakers bevattend

3904 22 00

– –

weekmakers bevattend

3904 50

polymeren van vinylideenchloride

3904 90 00

andere

3906

Acrylpolymeren in primaire vormen:

3906 90

andere:

3906 90 10

– –

poly[N-(3-hydroxyimino-1,1-dimethylbutyl)acrylamide]

3906 90 20

– –

copolymeren van 2-di-isopropylamino-ethylmethacrylaat en decylmethacrylaat, opgelost in N,N-dimethylaceetamide, met een gehalte aan copolymeer van 55 of meer gewichtspercenten

3906 90 30

– –

copolymeren van acrylzuur en 2-ethylhexylacrylaat, bevattende 10 of meer doch niet meer dan 11 gewichtspercenten 2-ethylhexylacrylaat

3906 90 40

– –

copolymeren van acrylonitril en methylacrylaat, gewijzigd met polybutadieenacrylonitril (NBR)

3906 90 50

– –

polymerisatieproducten van acrylzuur, alkylmethacrylaat en kleine hoeveelheden andere monomeren, bestemd om te worden gebruikt als verdikkingsmiddel bij de vervaardiging van pasta's voor de textieldruk

3906 90 60

– –

copolymeren van methylacrylaat, ethyleen en een monomeer met een niet-eindstandige carboxylgroep als substituent, bevattende 50 of meer gewichtspercenten methylacrylaat, al dan niet vermengd met siliciumdioxide

3907

Polyacetalen, andere polyethers en epoxyharsen, in primaire vormen; polycarbonaten, alkydharsen, polyallylesters en andere polyesters, in primaire vormen:

3907 30 00

epoxyharsen

3907 50 00

alkydharsen

 

andere polyesters:

3907 91

– –

onverzadigde

3909

Aminoharsen, fenolharsen en polyurethanen, in primaire vormen:

3909 30 00

andere aminoharsen

3909 50

polyurethanen:

3909 50 10

– –

polyurethaan vervaardigd van 2,2′-(tert-butylimino)di-ethanol en 4,4′-methyleendi-isocyclohexydisocyanaat, opgelost in N,N-dimethylaceetamide, met een gehalte aan polymeer van 50 of meer gewichtspercenten

3912

Cellulose en chemische derivaten daarvan, elders genoemd noch elders onder begrepen, in primaire vormen:

 

celluloseacetaten:

3912 12 00

– –

weekmakers bevattend

 

cellulose-ethers:

3912 39

– –

andere:

3912 39 20

– – –

hydroxypropylcellulose

3912 90

andere:

3912 90 10

– –

cellulose-esters

3913

Natuurlijke polymeren (bijvoorbeeld alginezuur) en gewijzigde natuurlijke polymeren (bijvoorbeeld geharde proteïnen, chemische derivaten van natuurlijke rubber), elders genoemd noch elders onder begrepen, in primaire vormen:

3913 10 00

alginezuur, alsmede zouten en esters daarvan

3913 90 00

andere:

ex 3913 90 00

– –

caseïne of gelatine

3915

Resten en afval, van kunststof

3916

Monofilament waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede meer bedraagt dan 1 mm, alsmede staven en profielen, van kunststof, ook indien aan het oppervlak bewerkt, doch die geen andere bewerking hebben ondergaan

3917

Buizen, slangen en hulpstukken daarvoor (bijvoorbeeld verbindingsstukken, moffen, ellebogen, flenzen), van kunststof:

 

stijve buizen en slangen:

3917 21

– –

van polymeren van ethyleen:

3917 21 10

– – –

naadloos en met een lengte die de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede overtreft, ook indien aan het oppervlak bewerkt, doch welke geen andere bewerking hebben ondergaan

3917 22

– –

van polymeren van propyleen:

3917 22 10

– – –

naadloos en met een lengte die de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede overtreft, ook indien aan het oppervlak bewerkt, doch welke geen andere bewerking hebben ondergaan

3917 22 90

– – –

andere:

ex 3917 22 90

– – – –

andere dan bestemd voor burgerluchtvaartuigen en voorzien van hulpstukken

3917 23

– –

van polymeren van vinylchloride:

3917 23 10

– – –

naadloos en met een lengte die de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede overtreft, ook indien aan het oppervlak bewerkt, doch welke geen andere bewerking hebben ondergaan

3917 23 90

– – –

andere:

ex 3917 23 90

– – – –

andere dan bestemd voor burgerluchtvaartuigen en voorzien van hulpstukken

3917 29

– –

van andere kunststof:

 

– – –

naadloos en met een lengte die de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede overtreft, ook indien aan het oppervlak bewerkt, doch welke geen andere bewerking hebben ondergaan:

3917 29 12

– – – –

van polymerisatieproducten verkregen door herschikking of condensatie, ook indien chemisch gewijzigd

3917 29 15

– – – –

van polymerisatieproducten verkregen door additie

3917 29 19

– – – –

andere

3917 29 90

– – –

andere:

ex 3917 29 90

– – – –

andere dan bestemd voor burgerluchtvaartuigen en voorzien van hulpstukken

 

andere buizen en slangen:

3917 32

– –

andere, niet versterkt of op andere wijze gecombineerd met andere stoffen, zonder hulpstukken:

 

– – –

naadloos en met een lengte die de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede overtreft, ook indien aan het oppervlak bewerkt, doch welke geen andere bewerking hebben ondergaan:

3917 32 10

– – – –

van polymerisatieproducten verkregen door herschikking of condensatie, ook indien chemisch gewijzigd

 

– – – –

van polymerisatieproducten verkregen door additie:

3917 32 31

– – – – –

van polymeren van ethyleen

3917 32 35

– – – – –

van polymeren van vinylchloride

3917 32 39

– – – – –

andere

3917 32 51

– – – –

andere

 

– – –

andere:

3917 32 99

– – – –

andere

3917 33 00

– –

andere, niet versterkt of op andere wijze gecombineerd met andere stoffen, zonder hulpstukken:

ex 3917 33 00

– – –

andere dan bestemd voor burgerluchtvaartuigen

3917 39

– –

andere:

 

– – –

naadloos en met een lengte die de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede overtreft, ook indien aan het oppervlak bewerkt, doch welke geen andere bewerking hebben ondergaan:

3917 39 12

– – – –

van polymerisatieproducten verkregen door herschikking of condensatie, ook indien chemisch gewijzigd

3917 39 15

– – – –

van polymerisatieproducten verkregen door additie

3917 39 19

– – – –

andere

3917 39 90

– – –

andere:

ex 3917 39 90

– – – –

andere dan bestemd voor burgerluchtvaartuigen en voorzien van hulpstukken

3917 40 00

hulpstukken:

ex 3917 40 00

– –

andere dan bestemd voor burgerluchtvaartuigen

3918

Vloerbedekking van kunststof, ook indien zelfklevend, op rollen of in tegels; wand- en plafondbekleding van kunststof, als bedoeld bij aantekening 9 op dit hoofdstuk

3919

Platen, vellen, foliën, stroken, strippen en andere platte producten, van kunststof, zelfklevend, ook indien op rollen:

3919 10

op rollen met een breedte van niet meer dan 20 cm:

 

– –

band waarvan het kleefmiddel bestaat uit niet-gevulkaniseerde natuurlijke of synthetische rubber:

3919 10 11

– – –

van poly(vinylchloride), weekmakers bevattend of van polyethyleen

3919 10 13

– – –

van poly(vinylchloride), geen weekmakers bevattend

3919 10 19

– – –

andere

 

– –

andere:

 

– – –

van polymerisatieproducten verkregen door herschikking of condensatie, ook indien chemisch gewijzigd:

3919 10 31

– – – –

van polyesters

3919 10 38

– – – –

andere

 

– – –

van polymerisatieproducten verkregen door additie:

3919 10 61

– – – –

van poly(vinylchloride), weekmakers bevattend of van polyethyleen

3919 10 69

– – – –

andere

3919 10 90

– – –

andere

3919 90

andere:

3919 90 10

– –

anders bewerkt dan aan het oppervlak, of anders versneden dan vierkant of rechthoekig

 

– –

andere:

3919 90 90

– – –

andere

3920

Andere platen, vellen, foliën, stroken en strippen, van kunststof zonder celstructuur, niet versterkt, gelaagd of op dergelijke wijze gecombineerd met andere stoffen, niet op een drager:

3920 10

van polymeren van ethyleen:

 

– –

met een dikte van niet meer dan 0,125 mm:

 

– – –

van polyethyleen met een relatieve dichtheid:

 

– – – –

van minder dan 0,94:

3920 10 23

– – – – –

foliën van polyethyleen met een dikte van 20 of meer doch niet meer dan 40 micrometer, bestemd voor de vervaardiging van fotoresistfilm gebruikt bij de productie van halfgeleiders of van gedrukte schakelingen

 

– – – – –

andere:

 

– – – – – –

niet bedrukt:

3920 10 24

– – – – – – –

stretchfoliën

3920 10 26

– – – – – – –

andere

3920 10 27

– – – – – –

bedrukt

3920 10 28

– – – –

van 0,94 of meer

3920 20

van polymeren van propyleen

 

van polymeren van vinylchloride:

3920 43

– –

bevattende 6 gewichtspercenten of meer weekmakers

3920 49

– –

andere

 

van acrylpolymeren:

3920 51 00

– –

van poly(methylmethacrylaat)

3920 59

– –

andere

 

van polycarbonaten, van alkydharsen, van polyallylesters of van andere polyesters:

3920 61 00

– –

van polycarbonaten

3920 62

– –

van poly(ethyleentereftalaat)

3920 63 00

– –

van onverzadigde polyesters

3920 69 00

– –

van andere polyesters

 

van cellulose of van chemische derivaten daarvan:

3920 71

– –

van geregenereerde cellulose

3920 73

– –

van celluloseacetaat

3920 79

– –

van andere cellulosederivaten

 

van andere kunststof:

3920 91 00

– –

van poly(vinylbutyral)

3920 92 00

– –

van polyamiden

3920 93 00

– –

van aminoharsen

3920 94 00

– –

van fenolharsen

3920 99

– –

van andere kunststof

3921

Andere platen, vellen, foliën, stroken en strippen, van kunststof:

 

met celstructuur:

3921 11 00

– –

van polymeren van styreen

3921 12 00

– –

van polymeren van vinylchloride

3921 14 00

– –

van geregenereerde cellulose

3921 19 00

– –

van andere kunststof

3921 90

andere

3922

Badkuipen, douchebakken, gootstenen, wasbakken, bidets, closetpotten, -brillen en -deksels, stortbakken en dergelijke sanitaire artikelen, van kunststof

3923

Artikelen voor vervoer of voor verpakking, van kunststof; stoppen, deksels, capsules en andere sluitingen, van kunststof

3924

Tafelgerei, keukengerei, andere huishoudelijke artikelen en hygiënische en toiletartikelen, van kunststof

3925

Uitrustingsstukken voor gebouwen, van kunststof, elders genoemd noch elders onder begrepen

3926

Andere artikelen van kunststof en artikelen van andere stoffen bedoeld bij de posten 3901 tot en met 3914:

3926 10 00

kantoor- en schoolbenodigdheden

3926 20 00

kleding en kledingtoebehoren (handschoenen (met of zonder vingers) en wanten daaronder begrepen)

3926 30 00

beslag voor meubelen, carrosserieën en dergelijke

3926 40 00

beeldjes en andere versieringsvoorwerpen

3926 90

andere:

3926 90 50

– –

slibemmers en dergelijke artikelen voor het filtreren van water bij de ingang van rioleringen

 

– –

andere:

3926 90 92

– – –

vervaardigd van vellen

4002

Synthetische rubber en uit olie vervaardigde factis, in primaire vormen of in platen, vellen of strippen; mengsels van producten bedoeld bij post 4001 met producten bedoeld bij deze post, in primaire vormen of in platen, vellen of strippen:

 

styreenbutadieenrubber (SBR); styreenbutadieenrubber gewijzigd door carboxylgroepen (XSBR):

4002 19

– –

andere

4005

Bereide rubber, niet gevulkaniseerd, in primaire vormen of in platen, vellen of strippen:

4005 20 00

oplossingen; dispersies andere dan die bedoeld bij onderverdeling 4005 10

4011

Nieuwe luchtbanden van rubber:

4011 10 00

van de soort gebruikt voor personenauto's (van het type „station-wagon” of „break” en racewagens daaronder begrepen)

4011 30 00

van de soort gebruikt voor luchtvaartuigen:

ex 4011 30 00

– –

andere dan voor gebruik in burgerluchtvaartuigen

4014

Hygiënische en farmaceutische artikelen (spenen daaronder begrepen) van niet-geharde gevulkaniseerde rubber, ook indien met delen van geharde rubber:

4014 10 00

preservatieven

4016

Andere artikelen van niet-geharde gevulkaniseerde rubber:

 

andere:

4016 92 00

– –

vlakgom

4016 94 00

– –

stootkussens voor schepen, ook indien opblaasbaar

4016 99

– –

andere:

 

– – –

andere:

 

– – – –

van de soort gebruikt voor motorvoertuigen bedoeld bij de posten 8701 tot en met 8705:

4016 99 52

– – – – –

van rubber met metaal

4016 99 58

– – – – –

andere

 

– – – –

andere:

4016 99 91

– – – – –

van rubber met metaal:

ex 4016 99 91

– – – – – –

andere dan bestemd voor technisch gebruik in burgerluchtvaartuigen

4016 99 99

– – – – –

andere:

ex 4016 99 99

– – – – – –

andere dan bestemd voor technisch gebruik in burgerluchtvaartuigen

4104

Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder („crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt

4105

Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder („crust”) van schapen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt

4106

Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder („crust”) van andere dieren, alsmede gelooide huiden en vellen en niet-afgewerkt leder („crust”) van niet-behaarde dieren, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt

4107

Leder dat na het looien of het drogen verder is bewerkt, alsmede tot perkament verwerkte huiden en vellen, van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, onthaard, ook indien gesplit, andere dan de producten bedoeld bij post 4114

4112 00 00

Leder dat na het looien of het drogen verder is bewerkt, alsmede tot perkament verwerkte huiden en vellen, van schapen, onthaard, ook indien gesplit, andere dan de producten bedoeld bij post 4114

4113

Leder dat na het looien of het drogen verder is bewerkt, alsmede tot perkament verwerkte huiden en vellen, van andere dieren, en leder dat na het looien of het drogen verder is bewerkt, alsmede tot perkament verwerkte huiden en vellen, van niet-behaarde dieren, ook indien gesplit, andere dan de producten bedoeld bij post 4114

4114

Zeemleder, gecombineerd gelooid zeemleder daaronder begrepen; lakleder, gelamineerd lakleder daaronder begrepen; gemetalliseerd leder

4115

Kunstleder op basis van leder of van ledervezels, in platen, bladen, vellen of strippen, ook indien op rollen; snippers en ander afval van leder, van voorgelooide huiden en vellen of van kunstleder, niet bruikbaar voor de vervaardiging van lederwaren; stof en poeder van leder, alsmede ledermeel:

4115 10 00

kunstleder op basis van leder of van ledervezels, in platen, bladen, vellen of strippen, ook indien op rollen

4205 00

Andere werken van leder of van kunstleder:

 

voor technisch gebruik:

4205 00 11

– –

drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden

4205 00 19

– –

andere

4402

Houtskool (houtskool uit schalen van vruchten of van noten daaronder begrepen), ook indien samengeperst

4403

Hout, onbewerkt, ook indien ontschorst, ontdaan van het spint of enkel vierkant behakt of vierkant bezaagd:

4403 10 00

behandeld met verf, met creosoot of met andere conserveringsmiddelen

4406

Houten dwarsliggers en wisselhouten

4407

Hout, overlangs gezaagd of afgestoken, dan wel gesneden of geschild, ook indien geschaafd, geschuurd of met stuikverbinding, met een dikte van meer dan 6 mm:

 

ander:

4407 91

– –

eik (Quercus spp.)

4407 92 00

– –

beuk (Fagus spp.)

4407 93

– –

van esdoorn (Acer spp.)

4407 94

– –

van kers (Prunus spp.)

4407 95

– –

van es (Fraxinus spp.)

4407 99

– –

ander:

4407 99 20

– – –

in de lengte verbonden, ook indien geschaafd of geschuurd

 

– – –

ander:

4407 99 25

– – – –

geschaafd

4407 99 40

– – – –

geschuurd

 

– – – –

ander:

4407 99 91

– – – – –

populier

4407 99 98

– – – – –

ander

4408

Fineerplaten (die verkregen door het snijden van gelaagd hout daaronder begrepen), platen voor de vervaardiging van triplex- en multiplexhout of voor op dergelijke wijze gelaagd hout, alsmede ander hout, overlangs gezaagd, dan wel gesneden of geschild, ook indien geschaafd, geschuurd, met verbinding aan de randen of in de lengte verbonden, met een dikte van niet meer dan 6 mm:

4408 90

ander

4409

Hout (niet-ineengezette plankjes voor parketvloeren daaronder begrepen), waarvan ten minste een zijde of uiteinde over de gehele lengte is geprofileerd (geploegd, van sponningen voorzien, afgerond met V-verbinding of dergelijke), ook indien geschaafd, geschuurd of in de lengte verbonden

4415

Pakkisten, kratten, trommels en dergelijke verpakkingsmiddelen van hout; kabelhaspels van hout; laadborden, laadkisten en andere laadplateaus van hout; opzetranden voor laadborden, van hout

4416 00 00

Vaten, kuipen, tobben en ander kuiperswerk, alsmede delen daarvan, van hout, duighout daaronder begrepen

4417 00 00

Gereedschap, alsmede monturen en stelen voor gereedschap, borstelhouten, borstel- en bezemstelen, van hout; schoenleesten en schoenspanners, van hout

4418

Schrijn- en timmerwerk voor bouwwerken, daaronder begrepen panelen met cellenstructuur, ineengezette panelen voor vloerbedekking en dakspanen („shingles” en „shakes”), van hout:

4418 60 00

palen en balken

4418 90

andere

4419 00

Tafel- en keukengerei van hout

4420

Inlegwerk van hout; koffertjes, kistjes en etuis, voor juwelen of voor goudsmidswerk, alsmede dergelijke artikelen, van hout; beeldjes en andere siervoorwerpen, van hout; meubelmakerswerk van hout, ander dan dat bedoeld bij hoofdstuk 94

4421

Andere houtwaren

4503

Werken van natuurkurk:

4503 90 00

andere

4601

Vlechten en dergelijke artikelen van vlechtstoffen, ook indien tot banden samengevoegd; vlechtstoffen, vlechten en dergelijke artikelen van vlechtstoffen, samengebonden of plat geweven, ook indien het afgewerkte artikelen betreft (bijvoorbeeld matten, horden)

4602

Mandenmakerswerk vervaardigd van vlechtstoffen of van artikelen bedoeld bij post 4601; werken van luffa (loofah):

4602 90 00

andere

4707

Papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval):

4707 20 00

ander papier of karton, hoofdzakelijk vervaardigd van gebleekte houtcellulose, niet in de massa gekleurd

4802

Papier en karton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, van de soort gebruikt om te worden beschreven of bedrukt of voor andere grafische doeleinden, alsmede papier en karton, niet geperforeerd, voor ponskaarten of ponsband, op rollen of in vierkante of rechthoekige bladen, ongeacht het formaat, ander dan papier bedoeld bij de posten 4801 en 4803; handgeschept papier en handgeschept karton:

4802 10 00

handgeschept papier en handgeschept karton

4802 20 00

basispapier en -karton voor lichtgevoelig, warmtegevoelig of elektrogevoelig papier of karton:

ex 4802 20 00

– –

basispapier voor fotografie

4802 40

basispapier voor behangselpapier

 

ander papier en karton, bevattende geen of niet meer dan 10 gewichtspercenten langs mechanische of chemisch-mechanische weg verkregen vezels (berekend over de totale vezelmassa):

4802 56

– –

met een gewicht van 40 of meer doch niet meer dan 150 g/m2, in bladen waarvan in ongevouwen staat de lengte van één zijde niet meer dan 435 mm en de lengte van de andere zijde niet meer dan 297 mm bedraagt:

4802 56 20

– – –

waarvan de lengte van één zijde 297 mm en de lengte van de andere zijde 210 mm bedraagt (formaat A 4)

ex 4802 56 20

– – – –

ander dan basispapier voor carbonpapier

4802 56 80

– – –

ander:

ex 4802 56 80

– – – –

ander dan houtvrij bedrukt papier, houtvrij mechanografisch te beschrijven papier, houtvrij schrijfpapier of ruw behangselpapier en ander dan basispapier voor carbonpapier

4804

Kraftpapier en kraftkarton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, op rollen of in bladen, ander dan dat bedoeld bij post 4802 of 4803:

 

kraftliner:

4804 11

– –

ongebleekt

4804 19

– –

ander

 

kraftpapier voor de vervaardiging van grote zakken:

4804 29

– –

ander

 

ander kraftpapier en kraftkarton, met een gewicht van niet meer dan 150 g/m2:

4804 39

– –

ander

 

ander kraftpapier en kraftkarton, met een gewicht van meer dan 150 doch minder dan 225 g/m2:

4804 49

– –

ander

 

ander kraftpapier en kraftkarton, met een gewicht van 225 g/m2 of meer:

4804 52

– –

gelijkmatig in de massa gebleekt en waarvan meer dan 95 gewichtspercenten van de totale vezelmassa bestaat uit langs chemische weg ontsloten houtvezels:

4804 59

– –

ander

4805

Ander papier en karton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, op rollen of in bladen, niet verder bewerkt dan bedoeld bij aantekening 3 op dit hoofdstuk

 

papier voor riffels:

4805 11 00

– –

halfchemisch papier voor riffels

4805 12 00

– –

stropapier voor riffels

4805 19

– –

ander

 

zogenaamde „testliner” (herwonnen vezels):

4805 24 00

– –

met een gewicht van niet meer dan 150 g/m2

4805 25 00

– –

met een gewicht van meer dan 150 g/m2

4805 30

sulfietpakpapier

 

ander:

4805 91 00

– –

met een gewicht van niet meer dan 150 g/m2

4805 92 00

– –

met een gewicht van meer dan 150 g/m2 doch niet meer dan 225 g/m2:

4805 93

– –

met een gewicht van 225 g/m2 of meer

4808

Papier en karton, gegolfd (ook indien daarop papier of karton in vlakke bladen is gelijmd), gecrept, geplisseerd, gegaufreerd (voorzien van inpersingen), gegreineerd of geperforeerd, op rollen of in bladen, ander dan papier van de soort beschreven in post 4803

4809

Carbonpapier, zelfkopiërend papier en ander papier voor het maken van doorslagen en overdrukken (gestreken, van een deklaag voorzien of geïmpregneerd papier, voor stencils of offsetplaten daaronder begrepen), ook indien bedrukt, op rollen of in bladen

4810

Papier en karton, aan een of aan beide zijden gestreken met kaolien of met andere anorganische stoffen, ook indien met bindmiddel, doch met uitzondering van elke andere deklaag, ook indien aan het oppervlak gekleurd of versierd, dan wel bedrukt, op rollen of in vierkante of rechthoekige bladen, ongeacht het formaat:

 

kraftpapier en kraftkarton, ander dan van de soort gebruikt om te worden beschreven of bedrukt of voor andere grafische doeleinden:

4810 39 00

– –

ander

 

ander papier en karton:

4810 92

– –

multiplexpapier en -karton

4810 99

– –

ander

4811

Papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, gestreken, van een deklaag voorzien, geïmpregneerd, bekleed, aan het oppervlak gekleurd of versierd, dan wel bedrukt, op rollen of in vierkante of rechthoekige bladen, ongeacht het formaat, andere dan de producten omschreven in post 4803, 4809 of 4810:

4811 10 00

papier en karton, geteerd, gebitumineerd of geasfalteerd

 

papier en karton, voorzien van een kleefmiddel:

4811 41

– –

zelfklevend

4811 49 00

– –

ander

 

papier en karton, voorzien van een deklaag van, dan wel geïmpregneerd of bekleed met kunststof (andere dan kleefmiddelen):

4811 51 00

– –

gebleekt, met een gewicht van meer dan 150 g/m2

4811 59 00

– –

ander:

ex 4811 59 00

– – –

ander dan bedrukt sierpapier voor de vervaardiging van laminaten, voor de veredeling van platen van hout, voor impregnering en dergelijke

4813

Sigarettenpapier, ook indien op maat gesneden of in boekjes of in hulzen:

4813 10 00

in boekjes of in hulzen

4813 20 00

op rollen met een breedte van niet meer dan 5 cm

4813 90

ander:

4813 90 90

– –

ander:

ex 4813 90 90

– – –

niet geïmpregneerd, op rollen met een breedte van meer dan 15 cm of in vierkante of rechthoekige bladen, waarvan de lengte van een zijde meer dan 36 cm bedraagt

4816

Carbonpapier, zelfkopiërend papier en ander papier voor het maken van doorslagen en overdrukken (ander dan dat van post 4809), complete stencils en offsetplaten, van papier, ook indien verpakt in dozen:

4816 20 00

zelfkopiërend papier

4822

Klossen, hulzen, buisjes, spoelen en dergelijke opwindmiddelen, van papierstof, van papier of van karton, ook indien geperforeerd of gehard

4823

Ander papier en karton, alsmede andere cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, op maat gesneden; andere werken van papierstof, van papier, van karton, van cellulosewatten of van vliezen van cellulosevezels:

4823 20 00

filtreerpapier en -karton

4823 40 00

diagrampapier voor registreerapparaten, op rollen, in bladen of in schijven

4823 90

andere:

4823 90 40

– –

papier en karton, van de soort gebruikt om te worden beschreven of bedrukt of voor andere grafische doeleinden

4823 90 85

– –

andere:

ex 4823 90 85

– – –

andere dan pakking- en sluitringen, bestemd voor burgerluchtvaartuigen

4901

Boeken, brochures en dergelijk drukwerk, ook indien in losse vellen:

 

andere:

4901 91 00

– –

woordenboeken en encyclopedieën, ook indien in afleveringen:

ex 4901 91 00

– – –

andere dan woordenboeken

4908

Decalcomanieën van alle soorten:

4908 90 00

andere

5007

Weefsels van zijde of van afval van zijde:

5007 10 00

weefsels van bourrette

5106

Kaardgaren van wol, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein:

5106 10

bevattende 85 of meer gewichtspercenten wol

5106 20

bevattende minder dan 85 gewichtspercenten wol:

5106 20 10

– –

bevattende 85 of meer gewichtspercenten wol en fijn haar

5108

Garens van fijn haar, gekaard of gekamd, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

5109

Garens van wol of van fijn haar, opgemaakt voor de verkoop in het klein

5112

Weefsels van gekamde wol of van gekamd fijn haar:

5112 30

andere, enkel of hoofdzakelijk met synthetische of kunstmatige stapelvezels gemengd:

5112 30 10

– –

met een gewicht van niet meer dan 200 g/m2

5112 90

andere:

5112 90 10

– –

bevattende in totaal meer dan 10 gewichtspercenten textielstoffen van hoofdstuk 50

 

– –

andere:

5112 90 91

– – –

met een gewicht van niet meer dan 200 g/m2

5211

Weefsels van katoen, bevattende minder dan 85 gewichtspercenten katoen, enkel of hoofdzakelijk met synthetische of kunstmatige vezels gemengd, met een gewicht van meer dan 200 g/m2:

 

van verschillend gekleurd garen:

5211 42 00

– –

denim

5306

Garens van vlas

5307

Garens van jute of van andere bastvezels bedoeld bij post 5303

5308

Garens van andere plantaardige textielvezels; papiergarens:

5308 20

garens van hennep

5308 90

andere:

 

– –

garens van ramee:

5308 90 12

– – –

van 277,8 decitex of meer (niet meer dan 36 Nm)

5308 90 19

– – –

van minder dan 277,8 decitex (meer dan 36 Nm)

5308 90 90

– –

andere

5501

Kabel van synthetische filamenten:

5501 30 00

acryl- of modacrylvezels

5502 00

Kabel van kunstmatige filamenten:

5502 00 80

andere

5601

Watten van textielstof en artikelen daarvan; textielvezels met een lengte van niet meer dan 5 mm (scheerhaar), noppen van textielstof:

5601 10

maandverbanden en tampons, luiers en inlegluiers en dergelijke hygiënische artikelen, van watten

 

watten; andere artikelen van watten:

5601 21

– –

van katoen

5601 22

– –

van synthetische of kunstmatige vezels:

 

– – –

andere:

5601 22 91

– – – –

van synthetische vezels

5601 22 99

– – – –

van kunstmatige vezels

5601 29 00

– –

andere

5601 30 00

scheerhaar en noppen van textielstof

5602

Vilt, ook indien geïmpregneerd, bekleed, bedekt of met inlagen:

5602 10

naaldgetouwvilt en producten doorstikt met een naai-breisteek (stitch-bonding):

 

ander vilt, niet geïmpregneerd, bekleed of bedekt, noch van inlagen voorzien:

5602 29 00

– –

van andere textielstoffen

5602 90 00

ander

5603

Gebonden textielvlies, ook indien geïmpregneerd, bekleed, bedekt of met inlagen:

 

van synthetische of kunstmatige filamenten:

5603 11

– –

met een gewicht van niet meer dan 25 g/m2:

5603 11 10

– – –

bekleed of bedekt

5603 12

– –

met een gewicht van meer dan 25 doch niet meer dan 70 g/m2:

5603 12 10

– – –

bekleed of bedekt

5603 13

– –

met een gewicht van meer dan 70 doch niet meer dan 150 g/m2:

5603 13 10

– – –

bekleed of bedekt

5603 14

– –

met een gewicht van meer dan 150 g/m2:

5603 14 10

– – –

bekleed of bedekt

 

ander:

5603 91

– –

met een gewicht van niet meer dan 25 g/m2

5603 93

– –

met een gewicht van meer dan 70 doch niet meer dan 150 g/m2

5604

Draad en koord van rubber, omwoeld of omvlochten met textiel; textielgarens, alsmede strippen en artikelen van dergelijke vorm bedoeld bij post 5404 of 5405, geïmpregneerd, bekleed, bedekt of ommanteld met rubber of met kunststof:

5604 90

andere

5605 00 00

Metaalgarens, ook indien omwoeld, bestaande uit textielgarens of uit strippen en artikelen van dergelijke vorm bedoeld bij post 5404 of 5405, verbonden met metaaldraad, -strippen of -poeder, dan wel bedekt met metaal

5606 00

Omwoeld garen, alsmede strippen en artikelen van dergelijke vorm bedoeld bij post 5404 of 5405, omwoeld, andere dan die bedoeld bij post 5605 en andere dan omwoeld paardenhaar (crin); chenillegaren; kettingsteekgaren (zogenaamd chainettegaren)

5608

Geknoopte netten van bindgaren, touw of kabel, in banen of aan het stuk; visnetten en andere netten, van textielstof, geconfectioneerd:

 

van synthetische of kunstmatige textielstoffen:

5608 11

– –

geconfectioneerde visnetten

5608 19

– –

andere

5609 00 00

Artikelen van garen, van strippen of dergelijke vorm bedoeld bij post 5404 of 5405, van bindgaren, van touw of van kabel, elders genoemd noch elders onder begrepen

5809 00 00

Weefsels van metaaldraad en weefsels van metaalgarens bedoeld bij post 5605, van de soort gebezigd voor kleding, voor stoffering of voor dergelijk gebruik, elders genoemd noch elders onder begrepen

5905 00

Wandbekleding van textielstof

5909 00

Brandslangen en dergelijke slangen, van textielstoffen, ook indien gewapend, met beslag of met toebehoren van andere stoffen

5910 00 00

Drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden, van textielstoffen, ook indien geïmpregneerd, bekleed, bedekt met, dan wel met inlagen van kunststof, of versterkt met metaal of met andere stoffen

5911

Producten en artikelen van textiel, voor technisch gebruik, bedoeld bij aantekening 7 op dit hoofdstuk:

5911 10 00

weefsels, vilt of met vilt gevoerd weefsel, bekleed of bedekt met, dan wel met inlagen van rubber, leder of andere stoffen, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van kaardbeslag, alsmede dergelijke producten voor ander technisch gebruik, lint van fluweel, geïmpregneerd met rubber voor het bekleden van kettingbomen daaronder begrepen

 

weefsels en vilt, eindeloos of voorzien van verbindingsstukken, van de soort gebruikt voor papiermachines en dergelijke machines (bijvoorbeeld machines voor pulp of asbestcement):

5911 31

– –

met een gewicht van minder dan 650 g/m2

5911 32

– –

met een gewicht van 650 g/m2 of meer

5911 40 00

persdoeken en grove weefsels (die van mensenhaar daaronder begrepen), van de soort gebruikt in oliepersen of voor dergelijk technisch gebruik

6801 00 00

Stenen voor bestrating, alsmede plaveien en trottoirbanden, van natuursteen (andere dan leisteen)

6802

Werken van steen (andere dan leisteen), bewerkte steen daaronder begrepen, andere dan bedoeld bij post 6801; blokjes en dergelijke artikelen voor mozaïeken, van natuursteen (leisteen daaronder begrepen), ook indien op een drager; korrels, splinters (scherven) en poeder, van natuursteen (leisteen daaronder begrepen), kunstmatig gekleurd:

 

andere werken van steen, bewerkte steen daaronder begrepen, enkel behakt of bezaagd, met platte of met effen vlakken:

6802 23 00

– –

van graniet

6802 29 00

– –

van andere steen:

ex 6802 29 00

– – –

van andere dan van kalksteen (marmer, travertijn en albast niet daaronder begrepen)

 

andere:

6802 91

– –

van marmer, van travertijn of van albast

6802 92

– –

van andere kalksteen

6802 93

– –

van graniet

6802 99

– –

van andere steen

6806

Slakkenwol, steenwol en dergelijke minerale wol; geëxpandeerd vermiculiet, geëxpandeerde klei, slakkenschuim en dergelijke geëxpandeerde minerale producten; mengsels en werken van minerale stoffen voor warmte-isolering, geluiddemping of geluidabsorptie, andere dan de goederen bedoeld bij post 6811 of 6812, dan wel bij hoofdstuk 69

6807

Werken van asfalt of van dergelijke producten (bijvoorbeeld petroleumbitumen, koolteerpek)

6808 00 00

Panelen, platen, tegels, blokken en dergelijke artikelen, van plantaardige vezels, van stro of van krullen, spanen, zaagsel of ander afval van hout, gebonden met cement, met gips of met andere minerale bindmiddelen

6809

Werken van gips of van gipspreparaten

6810

Werken van cement, van beton of van kunststeen, ook indien gewapend: