EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 22008D0494

2008/494/EG: Besluit nr. 1/2008 van de ACS-EG-Raad van ministers van 13 juni 2008 betreffende de herziening van de financieringsvoorwaarden in geval van kortetermijnfluctuaties van de exportopbrengsten

OJ L 171, 1.7.2008, p. 63–64 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/494/oj

1.7.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 171/63


BESLUIT Nr. 1/2008 VAN DE ACS-EG-RAAD VAN MINISTERS

van 13 juni 2008

betreffende de herziening van de financieringsvoorwaarden in geval van kortetermijnfluctuaties van de exportopbrengsten

(2008/494/EG)

DE ACS-EG-RAAD VAN MINISTERS,

Gelet op de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, die op 23 juni 2000 in Cotonou is ondertekend en op 25 juni 2005 in Luxemburg is herzien (hierna de „ACS-EG-partnerschapsovereenkomst” genoemd), en met name op artikel 100,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De partijen bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst erkennen dat instabiliteit van de exportopbrengsten de ontwikkeling van de ACS-staten negatief kan beïnvloeden en hebben daarom een stelsel voor aanvullende steun opgezet om de negatieve effecten van eventuele instabiliteit van de exportopbrengsten, onder meer voor de landbouw en de mijnbouw, te reduceren; zij bevestigen dat het doel van die steun is het veiligstellen van de hervormingen en het beleid op sociaaleconomisch gebied, die door de terugval van de opbrengsten gevaar lopen, en het reduceren van de negatieve effecten van instabiliteit van de exportopbrengsten van landbouw- en mijnbouwproducten.

(2)

Overeenkomstig bijlage II, artikel 11, van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst worden de bepalingen van hoofdstuk 3 van die bijlage betreffende de financiering in geval van kortetermijnfluctuaties van de exportopbrengsten uiterlijk na twee jaar en daarna op verzoek van een der partijen herzien.

(3)

Het steunstelsel om de negatieve effecten van eventuele instabiliteit van de exportopbrengsten te reduceren, is voor het eerst gewijzigd bij Besluit nr. 2/2004 van de ACS-EG-Raad van ministers van 30 juni 2004.

(4)

Bij de ondertekening van de herziening van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst op 25 juni 2005 in Luxemburg hebben de partijen gezamenlijk verklaard dat „de ACS-EG-Raad van ministers uit hoofde van artikel 100 van de Overeenkomst van Cotonou een onderzoek (zal) instellen naar de voorstellen van de ACS met betrekking tot bijlage II betreffende kortdurende fluctuaties van de exportopbrengsten”.

(5)

De werking van het stelsel voor de financiering in geval van kortetermijnfluctuaties van de exportopbrengsten moet worden verbeterd en er moet voor worden gezorgd dat de doelstellingen beter verwezenlijkt worden,

BESLUIT:

Artikel 1

Bijlage II, hoofdstuk 3, van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1.

In artikel 9 wordt lid 1 vervangen door:

„Criteria

1.   Aanvullende financiële middelen worden vrijgemaakt indien sprake is van:

een daling van 10 % (2 % in het geval van de minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende of insulaire staten en van landen die zich in een situatie na een conflict of een natuurramp bevinden) van de exportopbrengsten van goederen, vergeleken met het rekenkundig gemiddelde van de opbrengsten in de vier aan het toepassingsjaar voorafgaande jaren, waarbij geen rekening wordt gehouden met de meest extreme waarde, of

een daling van 10 % (2 % in het geval van de minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende of insulaire staten en van landen die zich in een situatie na een conflict of een natuurramp bevinden) van de exportopbrengsten van alle landbouw- en mijnbouwproducten, vergeleken met het rekenkundig gemiddelde van de opbrengsten in de vier aan het toepassingsjaar voorafgaande jaren, waarbij geen rekening wordt gehouden met de meest extreme waarde voor landen waarvan de exportopbrengsten uit landbouw- of mijnbouwproducten meer dan 40 % van de totale exportopbrengsten uit goederen vertegenwoordigen, of

een daling van 10 % (2 % in het geval van de minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende of insulaire staten en van landen die zich in een situatie na een conflict of een natuurramp bevinden) van de exportopbrengsten van alle landbouw- en mijnbouwproducten, vergeleken met het rekenkundig gemiddelde van de opbrengsten in de vier aan het toepassingsjaar voorafgaande jaren, waarbij geen rekening wordt gehouden met de meest extreme waarde voor landen waarvan de exportopbrengsten uit landbouw- of mijnbouwproducten tussen 20 en 40 % van de totale exportopbrengsten uit goederen vertegenwoordigen, mits de totale opbrengsten niet bovenproportioneel stijgen doordat het aandeel van de exportopbrengsten uit land- of mijnbouwproducten in de totale uitvoer afneemt.”.

2.

In artikel 9 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   Het recht op aanvullende financiële middelen is van toepassing wanneer de in lid 1 omschreven daling van de exportopbrengsten ten minste 0,5 % van het bbp bedraagt. Het recht op aanvullende financiële middelen is beperkt tot drie opeenvolgende jaren.”.

3.

In artikel 9 wordt lid 3 vervangen door:

„3.   De aanvullende financiële middelen worden opgenomen in de openbare rekeningen van het betrokken land. Zij worden gebruikt overeenkomstig de programmeringsregels en -methoden, inclusief de specifieke bepalingen van bijlage IV „Procedures voor tenuitvoerlegging en beheer”, op basis van vooraf opgestelde overeenkomsten tussen de Gemeenschap en de betrokken ACS-staat in het jaar volgend op het toepassingsjaar. Bij overeenstemming tussen de partijen kunnen de middelen worden gebruikt voor financiering van in de nationale begroting opgenomen programma’s. Een deel van de aanvullende financiële middelen kan evenwel worden bestemd voor specifieke sectoren, met name voor de ontwikkeling van commerciële verzekeringsregelingen die bescherming bieden tegen fluctuaties van exportopbrengsten.”.

4.

Het volgende artikel wordt toegevoegd aan hoofdstuk 3 van bijlage II:

„Artikel 9 bis

1.   Het bedrag van de aanvullende financiële middelen is gelijk aan de daling van de exportopbrengsten vermenigvuldigd met het rekenkundig gemiddelde van de verhouding overheidsinkomsten/bruto binnenlands product in de vier aan het toepassingsjaar voorafgaande jaren, waarbij geen rekening wordt gehouden met de meest extreme waarde en het verhoudingscijfer ten hoogste 25 % bedraagt.

2.   De door de ACS-staten verstrekte gegevens voor het bepalen van de toekenningscriteria en de in artikel 9 omschreven aanvullende financiële middelen worden door de Commissie geanalyseerd in de plaatselijke munteenheid, gecorrigeerd voor inflatie. De Commissie rekent vervolgens het potentiële bedrag van de aanvullende financiële middelen overeenkomstig haar procedures om in euro.

3.   Binnen de totale toewijzing voor de nationale indicatieve programma’s stelt de Commissie jaarlijks voor alle ACS-staten een toewijzing vast voor steun in geval van kortetermijnfluctuaties van de exportopbrengsten. Indien het bedrag van de financiële middelen dat op basis van de in artikel 9 vastgestelde criteria wordt berekend, hoger is dan die toewijzing, worden de nationale toewijzingen verdeeld naar verhouding van het in euro uitgedrukte potentiële bedrag van de aanvullende financiële middelen voor iedere ACS-staat.”.

5.

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Het systeem voor de verdeling van aanvullende financiële middelen voorziet in voorschotten om de nadelige gevolgen op te vangen van eventuele vertragingen bij het verkrijgen van de geconsolideerde handelsstatistieken en om ervoor te zorgen dat de betrokken middelen uiterlijk in de begroting van het tweede jaar volgend op het toepassingsjaar kunnen worden opgenomen. Voorschotten zijn voorbehouden voor landen waar de financiële middelen uit hoofde van FLEX via algemene begrotingssteun kunnen worden verstrekt. Zij worden vrijgemaakt op basis van door de regering opgestelde en bij de Commissie ingediende voorlopige exportstatistieken. Voorschotten bedragen ten hoogste 100 % van het geschatte bedrag van de aanvullende financiële middelen voor het toepassingsjaar. De aldus vrijgemaakte bedragen worden aangepast aan de hand van de definitieve geconsolideerde exportstatistieken. Deze statistieken worden uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het toepassingsjaar ingediend.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Gedaan te Addis Abeba, 13 juni 2008.

Voor de ACS-EG-Raad van ministers

De voorzitter

Mohamed Ahmed AWALEH


Top