Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 21998D0507(09)

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 82/97 van 12 november 1997 tot wijziging van bijlage VI (Sociale zekerheid) bij de EER-Overeenkomst

OJ L 134, 7.5.1998, p. 11–38 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 11 Volume 003 P. 13 - 40
Special edition in Estonian: Chapter 11 Volume 003 P. 13 - 40
Special edition in Latvian: Chapter 11 Volume 003 P. 13 - 40
Special edition in Lithuanian: Chapter 11 Volume 003 P. 13 - 40
Special edition in Hungarian Chapter 11 Volume 003 P. 13 - 40
Special edition in Maltese: Chapter 11 Volume 003 P. 13 - 40
Special edition in Polish: Chapter 11 Volume 003 P. 13 - 40
Special edition in Slovak: Chapter 11 Volume 003 P. 13 - 40
Special edition in Slovene: Chapter 11 Volume 003 P. 13 - 40
Special edition in Bulgarian: Chapter 11 Volume 056 P. 100 - 127
Special edition in Romanian: Chapter 11 Volume 056 P. 100 - 127
Special edition in Croatian: Chapter 11 Volume 056 P. 24 - 51

No longer in force, Date of end of validity: 31/05/2011; vervangen door 22011D0076

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1997/82(2)/oj

21998D0507(09)

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 82/97 van 12 november 1997 tot wijziging van bijlage VI (Sociale zekerheid) bij de EER-Overeenkomst

Publicatieblad Nr. L 134 van 07/05/1998 blz. 0011 - 0038


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER nr. 82/97 van 12 november 1997 tot wijziging van bijlage VI (Sociale zekerheid) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, aangepast bij het protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna "de Overeenkomst" genoemd, inzonderheid op artikel 98,

Overwegende dat bijlage VI bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij besluit nr. 2/97 van het Gemengd Comité van de EER (1);

Overwegende dat de aanpassingen van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (2), Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (3) en bepaalde besluiten van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers, opgenomen in hoofdstuk IV, A van bijlage I bij de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest (4), in de Overeenkomst dienen te worden opgenomen;

Overwegende dat bijlage VI duidelijkheidshalve volledig moet worden bijgewerkt; dat bijgevolg niet alleen de delen die vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden aangepast doch ook de delen die reeds zijn aangepast en de ongewijzigde delen in één tekst dienen te worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

De tekst van bijlage VI bij de Overeenkomst wordt vervangen door de aan dit besluit gehechte tekst.

Artikel 2

De aan de respectieve taalversies van dit besluit gehechte teksten in de IJslandse en Noorse taal van de aanpassingen van Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad en van besluiten nrs. 117, 118, 135, 136 en 150 van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers, opgenomen in hoofdstuk IV, A, van bijlage I bij de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest, zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 13 november 1997, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Gedaan te Brussel, 12 november 1997.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De Voorzitter

E. BULL

(1) PB L 85 van 27.3.1997, blz. 67.

(2) PB L 149 van 5.7.1971, blz. 2.

(3) PB L 74 van 27.3.1972, blz. 1.

(4) PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, als aangepast bij PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1.

BIJLAGE VI

SOCIALE ZEKERHEID

INLEIDING

Wanneer de in deze bijlage genoemde besluiten begrippen bevatten of betrekking hebben op procedures die specifiek zijn voor de communautaire rechtsorde, zoals:

- preambules;

- degenen tot wie de communautaire besluiten zijn gericht;

- verwijzingen naar gebieden of talen van de Europese Gemeenschap;

- verwijzingen naar de rechten en verplichtingen van de lidstaten van de EG, hun overheidsorganen, ondernemingen of personen in relatie tot elkaar; en

- verwijzingen naar informatie- en kennisgevingsprocedures,

is protocol 1 betreffende horizontale aanpassingen van toepassing, tenzij in deze bijlage anders is bepaald.

SECTORALE AANPASSINGEN

I. In deze bijlage en onverminderd de bepalingen van protocol 1, omvat de in de genoemde besluiten voorkomende term "lidsta(a)t(en)", behalve de lidstaten van de EG, tevens IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.

II. Bij de toepassing van de bepalingen van de in deze bijlage genoemde besluiten met het oog op deze Overeenkomst worden de rechten en plichten verleend aan de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers bij de EG-Commissie en de rechten en plichten verleend aan de Rekencommissie bij genoemde Administratieve Commissie overeenkomstig het bepaalde in deel VII van de Overeenkomst uitgeoefend door het Gemengd Comité van de EER.

VERMELDE BESLUITEN

1. 371 R 1408: Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen,

bijgewerkt bij:

- 383 R 2001: Verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983 (PB L 230 van 22.8.1983, blz. 6)

en nadien gewijzigd bij

- 385 R 1660: Verordening (EEG) nr. 1660/85 van de Raad van 13 juni 1985 (PB L 160 van 20.6.1985, blz. 1)

- 385 R 1661: Verordening (EEG) nr. 1661/85 van de Raad van 13 juni 1985 (PB L 160 van 20.6.1985, blz. 7)

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 170)

- 386 R 3811: Verordening (EEG) nr. 3811/86 van de Raad van 11 december 1986 (PB L 355 van 16.12.1986, blz. 5)

- 389 R 1305: Verordening (EEG) nr. 1305/89 van de Raad van 11 mei 1989 (PB L 131 van 13.5.1989, blz. 1)

- 389 R 2332: Verordening (EEG) nr. 2332/89 van de Raad van 18 juli 1989 (PB L 224 van 2.8.1989, blz. 1)

- 389 R 3427: Verordening (EEG) nr. 3427/89 van de Raad van 30 oktober 1989 (PB L 331 van 16.11.1989, blz. 1)

- 391 R 2195: Verordening (EEG) nr. 2195/91 van de Raad van 25 juni 1991 (PB L 206 van 29.7.1991, blz. 2)

- 392 R 1247: Verordening (EEG) nr. 1247/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB L 136 van 19.5.1992, blz. 1)

- 392 R 1248: Verordening (EEG) nr. 1248/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB L 136 van 19.5.1992, blz. 7)

- 392 R 1249: Verordening (EEG) nr. 1249/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB L 136 van 19.5.1992, blz. 28)

- 393 R 1945: Verordening (EEG) nr. 1945/93 van de Raad van 30 juni 1993 (PB L 181 van 23.7.1992, blz. 1)

- 1 94 N: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, zoals aangepast bij PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1)

- 395 R 3095: Verordening (EG) nr. 3095/95 van de Raad van 22 december 1995 (PB L 335 van 30.12.1995, blz. 1)

- 395 R 3096: Verordening (EG) nr. 3096/95 van de Raad van 22 december 1995 (PB L 335 van 30.12.1995, blz. 10).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

a) Artikel 1, onder j), derde alinea, is niet van toepassing.

b) Artikel 49 is met ingang van 1 januari 1994 van toepassing op de ouderdoms- en overlijdensvergoedingen.

c) In artikel 88 worden de woorden "artikel 106 van het Verdrag" vervangen door de woorden "artikel 41 van de EER-Overeenkomst".

d) Artikel 94, lid 9, is niet van toepassing.

e) Artikel 95, onder b), is niet van toepassing.

f) Artikel 96 is niet van toepassing.

g) Artikel 100 is niet van toepassing.

h) Aan bijlage I, punt I), wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Als werknemer of zelfstandige in de zin van artikel 1, onder a), ii), van de verordening wordt aangemerkt iedereen die werknemer of zelfstandige is in de zin van de bepalingen met betrekking tot de arbeidsongevallenverzekering in de wet op de sociale zekerheid.

Q. LIECHTENSTEIN

Niet van toepassing.

R. NOORWEGEN

Als werknemer of zelfstandige in de zin van artikel 1, onder a), ii), van de verordening wordt aangemerkt iedereen die werknemer of zelfstandige is in de zin van de nationale wet op de sociale verzekering.".

i) Aan bijlage I, punt II), wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Voor de vaststelling van het recht op verstrekkingen op grond van het bepaalde in hoofdstuk 1 van titel III van de verordening wordt onder "gezinslid" een echtgenoot, of kind jonger dan 25 jaar verstaan.

Q. LIECHTENSTEIN

Voor de vaststelling van het recht op verstrekkingen op grond van het bepaalde in hoofdstuk 1 van titel III van de verordening wordt onder "gezinslid" een echtgenoot, of kind ten laste jonger dan 25 jaar verstaan.

R. NOORWEGEN

Voor de vaststelling van het recht op verstrekkingen op grond van het bepaalde in hoofdstuk 1 van titel III van de verordening wordt onder "gezinslid" een echtgenoot, of kind jonger dan 25 jaar verstaan.".

j) Aan bijlage II, punt I, wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Niet van toepassing.

Q. LIECHTENSTEIN

Niet van toepassing.

R. NOORWEGEN

Niet van toepassing.".

k) Aan bijlage II, punt II, wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Geen.

Q. LIECHTENSTEIN

Geen.

R. NOORWEGEN

a) Uitkeringen ineens bij geboorte op grond van de nationale wet op de sociale verzekering.

b) Uitkeringen ineens bij adoptie op grond van de nationale wet op de sociale verzekering.".

l) Aan bijlage II, punt III, wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Geen.

Q. LIECHTENSTEIN

Geen.

R. NOORWEGEN

Geen.".

m) Aan bijlage II bis wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Geen.

Q. LIECHTENSTEIN

a) Vergoedingen voor weduwnaars (wet op de vergoedingen voor weduwnaars van 25 november 1981).

b) Vergoedingen voor blinden (wet op de vergoedingen voor blinden van 17 december 1970).

c) Moederschapsvergoedingen (wet op de moederschapsvergoedingen van 25 november 1981).

d) Aanvullende prestaties op de ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitsverzekering (wet betreffende de aanvullende prestaties op de ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitsverzekering van 10 december 1965 zoals herzien op 12 november 1992).

e) Vergoeding voor hulpbehoevenden (wet betreffende de aanvullende prestaties op de ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitsverzekering van 10 december 1965 zoals herzien op 12 november 1992).

R. NOORWEGEN

a) Basisuitkering en verpleeguitkering overeenkomstig artikel 8, lid 2, van de wet op de nationale verzekering van 17 juni 1966 nr. 12 ter dekking van extra uitgaven of de noodzaak van bijzondere zorg, verpleging of thuisverzorging voor gehandicapten, uitgezonderd de gevallen waarin de begunstigde een ouderdoms-, invaliditeits- of overlevingspensioen ontvangt van het nationale verzekeringsstelsel.

b) Gegarandeerd minimum aanvullend pensioen voor personen met een aangeboren afwijking of personen die vanaf jonge leeftijd gehandicapt zijn overeenkomstig de artikelen 7, lid 3, en 8, lid 4, van de wet op de nationale verzekering van 17 juni 1966 nr. 12.

c) Kinderverzorgingsuitkering en opvoedingsuitkering voor de overlevende echtgenoot overeenkomstig artikel 10, leden 2 en 3, van de wet op de nationale verzekering van 17 juni 1966 nr. 12.".

n) Aan bijlage III, punt A), wordt toegevoegd:

"106. IJSLAND - BELGIË

Geen verdrag.

107. IJSLAND - DENEMARKEN

Artikel 10 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992.

108. IJSLAND - DUITSLAND

Geen verdrag.

109. IJSLAND - SPANJE

Geen verdrag.

110. IJSLAND - FRANKRIJK

Geen verdrag.

111. IJSLAND - GRIEKENLAND

Geen verdrag.

112. IJSLAND - IERLAND

Geen verdrag.

113. IJSLAND - ITALIË

Geen verdrag.

114. IJSLAND - LUXEMBURG

Geen verdrag.

115. IJSLAND - NEDERLAND

Geen verdrag.

116. IJSLAND - OOSTENRIJK

Geen verdrag.

117. IJSLAND - PORTUGAL

Geen verdrag.

118. IJSLAND - FINLAND

Artikel 10 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992.

119. IJSLAND - ZWEDEN

Artikel 10 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992.

120. IJSLAND - VERENIGD KONINKRIJK

Geen.

121. IJSLAND - LIECHTENSTEIN

Geen verdrag.

122. IJSLAND - NOORWEGEN

Artikel 10 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992.

123. LIECHTENSTEIN - BELGIË

Geen verdrag.

124. LIECHTENSTEIN - DENEMARKEN

Geen verdrag.

125. LIECHTENSTEIN - DUITSLAND

Artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 7 april 1977 zoals gewijzigd bij Aanvullend Verdrag nr. 1 van 11 augustus 1989 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.

126. LIECHTENSTEIN - SPANJE

Geen verdrag.

127. LIECHTENSTEIN - FRANKRIJK

Geen verdrag.

128. LIECHTENSTEIN - GRIEKENLAND

Geen verdrag.

129. LIECHTENSTEIN - IERLAND

Geen verdrag.

130. LIECHTENSTEIN - ITALIË

Artikel 5, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 11 november 1976 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.

131. LIECHTENSTEIN - LUXEMBURG

Geen verdrag.

132. LIECHTENSTEIN - NEDERLAND

Geen verdrag.

133. LIECHTENSTEIN - OOSTENRIJK

Artikel 4 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 26 september 1968, zoals gewijzigd bij Aanvullende Verdragen nr. 1 van 16 mei 1977 en nr. 2 van 22 oktober 1987, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.

134. LIECHTENSTEIN - PORTUGAL

Geen verdrag.

135. LIECHTENSTEIN - FINLAND

Geen verdrag.

136. LIECHTENSTEIN - ZWEDEN

Geen verdrag.

137. LIECHTENSTEIN - VERENIGD KONINKRIJK

Geen verdrag.

138. LIECHTENSTEIN - NOORWEGEN

Geen verdrag.

139. NOORWEGEN - BELGIË

Geen verdrag.

140. NOORWEGEN - DENEMARKEN

Artikel 10 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992.

141. NOORWEGEN - DUITSLAND

Geen verdrag.

142. NOORWEGEN - SPANJE

Geen verdrag.

143. NOORWEGEN - FRANKRIJK

Geen.

144. NOORWEGEN - GRIEKENLAND

Artikel 16, lid 5, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 12 juni 1980.

145. NOORWEGEN - IERLAND

Geen verdrag.

146. NOORWEGEN - ITALIË

Geen.

147. NOORWEGEN - LUXEMBURG

Geen.

148. NOORWEGEN - NEDERLAND

Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 13 april 1989.

149. NOORWEGEN - OOSTENRIJK

a) Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 27 augustus 1985.

b) Artikel 4 van genoemd Verdrag met betrekking tot personen die in een derde staat woonachtig zijn.

c) Punt II van het slotprotocol bij genoemd Verdrag met betrekking tot personen die in een derde staat woonachtig zijn.

150. NOORWEGEN - PORTUGAL

Artikel 6 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 5 juni 1980.

151. NOORWEGEN - FINLAND

Artikel 10 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992.

152. NOORWEGEN - ZWEDEN

Artikel 10 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992.

153. NOORWEGEN - VERENIGD KONINKRIJK

Geen.".

o) Aan bijlage III, punt B), wordt toegevoegd:

"106. IJSLAND - BELGIË

Geen verdrag.

107. IJSLAND - DENEMARKEN

Geen verdrag.

108. IJSLAND - DUITSLAND

Geen verdrag.

109. IJSLAND - SPANJE

Geen verdrag.

110. IJSLAND - FRANKRIJK

Geen verdrag.

111. IJSLAND - GRIEKENLAND

Geen verdrag.

112. IJSLAND - IERLAND

Geen verdrag.

113. IJSLAND - ITALIË

Geen verdrag.

114. IJSLAND - LUXEMBURG

Geen verdrag.

115. IJSLAND - NEDERLAND

Geen verdrag.

116. IJSLAND - OOSTENRIJK

Geen verdrag.

117. IJSLAND - PORTUGAL

Geen verdrag.

118. IJSLAND - FINLAND

Geen.

119. IJSLAND - ZWEDEN

Geen.

120. IJSLAND - VERENIGD KONINKRIJK

Geen.

121. IJSLAND - LIECHTENSTEIN

Geen verdrag.

122. IJSLAND - NOORWEGEN

Geen.

123. LIECHTENSTEIN - BELGIË

Geen verdrag.

124. LIECHTENSTEIN - DENEMARKEN

Geen verdrag.

125. LIECHTENSTEIN - DUITSLAND

Artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 7 april 1977 zoals gewijzigd bij Aanvullend Verdrag nr. 1 van 11 augustus 1989 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.

126. LIECHTENSTEIN - SPANJE

Geen verdrag.

127. LIECHTENSTEIN - FRANKRIJK

Geen verdrag.

128. LIECHTENSTEIN - GRIEKENLAND

Geen verdrag.

129. LIECHTENSTEIN - IERLAND

Geen verdrag.

130. LIECHTENSTEIN - ITALIË

Artikel 5, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 11 november 1976 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.

131. LIECHTENSTEIN - LUXEMBURG

Geen verdrag.

132. LIECHTENSTEIN - NEDERLAND

Geen verdrag.

133. LIECHTENSTEIN - OOSTENRIJK

Artikel 4 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 26 september 1968, zoals gewijzigd bij Aanvullende Verdragen nr. 1 van 16 mei 1977 en nr. 2 van 22 oktober 1987, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.

134. LIECHTENSTEIN - PORTUGAL

Geen verdrag.

135. LIECHTENSTEIN - FINLAND

Geen verdrag.

136. LIECHTENSTEIN - ZWEDEN

Geen verdrag.

137. LIECHTENSTEIN - VERENIGD KONINKRIJK

Geen verdrag.

138. LIECHTENSTEIN - NOORWEGEN

Geen verdrag.

139. NOORWEGEN - BELGIË

Geen verdrag.

140. NOORWEGEN - DENEMARKEN

Geen.

141. NOORWEGEN - DUITSLAND

Geen verdrag.

142. NOORWEGEN - SPANJE

Geen verdrag.

143. NOORWEGEN - FRANKRIJK

Geen.

144. NOORWEGEN - GRIEKENLAND

Geen.

145. NOORWEGEN - IERLAND

Geen verdrag.

146. NOORWEGEN - ITALIË

Geen.

147. NOORWEGEN - LUXEMBURG

Geen.

148. NOORWEGEN - NEDERLAND

Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 13 april 1989.

149. NOORWEGEN - OOSTENRIJK

a) Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 27 augustus 1985.

b) Artikel 4 van genoemd Verdrag met betrekking tot personen die in een derde staat woonachtig zijn.

c) Punt II van het slotprotocol bij genoemd Verdrag met betrekking tot personen die in een derde staat woonachtig zijn.

150. NOORWEGEN - PORTUGAL

Geen.

151. NOORWEGEN - FINLAND

Geen.

152. NOORWEGEN - ZWEDEN

Geen.

153. NOORWEGEN - VERENIGD KONINKRIJK

Geen.".

p) Aan bijlage IV, rubriek A, wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Geen.

Q. LIECHTENSTEIN

Geen.

R. NOORWEGEN

Geen.".

q) Aan bijlage IV, rubriek B, wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Geen.

Q. LIECHTENSTEIN

Geen.

R. NOORWEGEN

Geen.".

r) Aan bijlage IV, rubriek C, wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Alle aanvragen voor de basis- en aanvullende ouderdomspensioenen.

Q. LIECHTENSTEIN

Alle aanvragen voor gewone pensioenen van de ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitsverzekeringen alsook voor de ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitspensioenen van het op beroepsbezigheden gebaseerde stelsel voor zover de voorschriften van de respectieve pensioenfondsen in geen vermindering voorzien.

R. NOORWEGEN

Alle aanvragen voor ouderdomspensioenen, met uitzondering van de in bijlage IV, onder D, vermelde pensioenen.".

s) Aan bijlage IV, rubriek D, punt 2, wordt toegevoegd:

"g) De Noorse invaliditeitspensioenen, ook wanneer deze bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zijn omgezet in een ouderdomspensioen, en alle pensioenen (overlevings- en ouderdomspensioenen) die zijn gebaseerd op de opgebouwde pensioenrechten van een overledene.".

t) Aan bijlage VI wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Indien de werkzaamheid in loondienst of als zelfstandige in IJsland is beëindigd en de gebeurtenis intreedt tijdens een werkzaamheid in loondienst of als zelfstandige in een andere staat waarop deze verordening van toepassing is, en indien het invaliditeitspensioen van zowel de sociale zekerheid als de aanvullende pensioenregelingen (pensioenfondsen) in IJsland niet langer het tijdvak omvat tussen de gebeurtenis en de pensioengerechtigde leeftijd (toekomstige tijdvakken), worden de tijdvakken van verzekering die zijn vervuld krachtens de wetgeving van een andere staat waarop deze verordening van toepassing is, in aanmerking genomen voor de voorwaarde inzake de toekomstige tijdvakken alsof het tijdvakken van verzekering in IJsland gold.

Q. LIECHTENSTEIN

1. Iedere werknemer of zelfstandige die niet langer onder de Liechtensteinse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering valt, wordt voor de toepassing van hoofdstuk 3 van titel III van de verordening beschouwd als verzekerd krachtens deze verzekering voor de toekenning van een gewoon invaliditeitspensioen als:

a) op het tijdstip waarop de verzekerde gebeurtenis zich voordoet overeenkomstig de bepalingen van de Liechtensteinse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering:

i) hij deelneemt aan een krachtens de Liechtensteinse invaliditeitsverzekering opgezet revalidatieprogramma; of

ii) hij verzekerd is krachtens de wetgeving inzake ouderdoms-, nabestaanden- of invaliditeitsverzekering van een andere staat waarop deze verordening van toepassing is; of

iii) hij aanspraak kan maken op pensioenen krachtens de invaliditeits- of ouderdomsverzekering van een andere staat waarop deze verordening van toepassing is, of als hij een dergelijk pensioen ontvangt; of

iv) hij arbeidsongeschikt is krachtens de wetgeving van een andere staat waarop deze verordening van toepassing is, en aanspraak kan maken op prestaties van de ziekte- of ongevallenverzekering van die staat of als hij een dergelijke prestatie ontvangt; of

v) hij wegens werkloosheid aanspraak kan maken op een werkloosheidsuitkering van een andere staat waarop deze verordening van toepassing is, of als hij een dergelijke prestatie ontvangt;

b) of als hij in Liechtenstein als grensarbeider heeft gewerkt en binnen de drie jaar onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de verzekerde gebeurtenis zich volgens de Liechtensteinse wetgeving voordeed, krachtens deze wetgeving gedurende ten minste twaalf maanden premies heeft betaald; of

c) als hij zijn werkzaamheid in loondienst of als zelfstandige in Liechtenstein tengevolge van een ongeval of ziekte moet beëindigen, zolang hij in Liechtenstein blijft; hij is verplicht bij te dragen op dezelfde basis als iemand zonder betaalde arbeid.

2. In afwijking van de bepalingen van artikel 10, lid 2, van de verordening wordt de overeenkomstig de wet op de beroepsuitkeringen van 20 oktober 1987 verworven uitkering ("Freizügigkeitsleistung") op verzoek in geld uitbetaald aan een in loondienst of zelfstandig werkzame persoon op wie de Liechtensteinse wetgeving niet langer van toepassing is overeenkomstig de bepalingen van titel II van de Verordening, indien bedoelde persoon de Liechtensteinse en Zwitserse economische ruimte vóór 1 januari 1998 verlaat en de uitkering in geld vóór 1 januari 1998 opvraagt.

R. NOORWEGEN

1. De overgangsbepalingen van de Noorse wetgeving die een verkorting tot gevolg hebben van het tijdvak van verzekering dat vereist wordt voor een volledig aanvullend pensioen voor personen die voor 1937 geboren zijn, zijn van toepassing op personen die onder de verordening vallen, mits zij na hun zestiende verjaardag en voor 1 januari 1967 gedurende het vereiste aantal jaren in Noorwegen woonachtig zijn geweest of daar in loondienst of als zelfstandige werkzaam zijn geweest. Voor elk jaar dat de betrokkene vóór 1937 geboren is, dient dit één jaar te zijn.

2. Iemand die krachtens de nationale wet op de sociale verzekering verzekerd is en verzekerde hulpbehoevende bejaarden, invaliden of zieken verzorgt, krijgt volgens bepaalde voorwaarden voor dergelijke tijdvakken pensioenpunten. Evenzo krijgt iemand die kleine kinderen verzorgt, pensioenpunten wanneer hij verblijft in een andere staat waarop deze verordening van toepassing is dan Noorwegen, mits de belanghebbende onder de Noorse arbeidswet ouderschapsverlof geniet.

3. Voorzover een Noors overlevings- of invaliditeitspensioen krachtens de verordening moet worden betaald dat is berekend overeenkomstig artikel 46, lid 2, en via toepassing van artikel 45, is het bepaalde in de artikelen 8, lid 1, punt 3, en 10, lid 11, punt 3, van de Noorse nationale wet op de sociale verzekering, op grond waarvan een pensioen mag worden toegekend door een uitzondering te maken op de algemene eis van verplichte verzekering, krachtens de nationale wet op de sociale verzekering, gedurende de afgelopen twaalf maanden tot de verzekerde gebeurtenis, niet van toepassing.".

u) Aan bijlage VII wordt toegevoegd:

"13. Uitoefening van werkzaamheden anders dan in loondienst in IJsland en van werkzaamheden in loondienst in een andere Staat waarop deze verordening van toepassing is, door een in IJsland wonend persoon.

14. Uitoefening van werkzaamheden anders dan in loondienst in Liechtenstein en van werkzaamheden in loondienst in een andere Staat waarop deze verordening van toepassing is.

15. Uitoefening van werkzaamheden anders dan in loondienst in Noorwegen en van werkzaamheden in loondienst in een andere Staat waarop deze verordening van toepassing is, door een in Noorwegen wonend persoon."

2. 372 R 0574: Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen,

bijgewerkt bij:

- 383 R 2001: Verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983 (PB L 230 van 22.8.1983, blz. 6)

en nadien gewijzigd bij:

- 385 R 1660: Verordening (EEG) nr. 1660/85 van de Raad van 13 juni 1985 (PB L 160 van 20.6.1985, blz. 1)

- 385 R 1661: Verordening (EEG) nr. 1661/85 van de Raad van 13 juni 1985 (PB L 160 van 20.6.1985, blz. 7)

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de verdragen (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 188)

- 386 R 513: Verordening (EEG) nr. 513/86 van de Commissie van 26 februari 1986 (PB L 51 van 28.2.1986, blz. 44)

- 386 R 3811: Verordening (EEG) nr. 3811/86 van de Raad van 11 december 1986 (PB L 355 van 16.12.1986, blz. 5)

- 389 R 1305: Verordening (EEG) nr. 1305/89 van de Raad van 11 mei 1989 (PB L 131 van 13.5.1989, blz. 1)

- 389 R 2332: Verordening (EEG) nr. 2332/89 van de Raad van 18 juli 1989 (PB L 224 van 2.8.1989, blz. 1)

- 389 R 3427: Verordening (EEG) nr. 3427/89 van de Raad van 30 oktober 1989 (PB L 331 van 16.11.1989, blz. 1)

- 391 R 2195: Verordening (EEG) nr. 2195/91 van de Raad van 25 juni 1991 (PB L 206 van 29.7.1991, blz. 2)

- 392 R 1248: Verordening (EEG) nr. 1248/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB L 136 van 19.5.1992, blz. 7)

- 392 R 1249: Verordening (EEG) nr. 1249/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB L 136 van 19.5.1992, blz. 28)

- 393 R 1945: Verordening (EEG) nr. 1945/93 van de Raad van 30 juni 1993 (PB L 181 van 23.7.1993, blz. 1), zoals gewijzigd bij:

- 1 94 N: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, zoals aangepast bij PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1)

- 395 R 3095: Verordening (EEG) nr. 3095/95 van de Raad van 22 december 1995 (PB L 335 van 30.12.1995, blz. 1)

- 395 R 3096: Verordening (EEG) nr. 3096/95 van de Raad van 22 december 1995 (PB L 335 van 30.12.1995, blz. 10).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

a) Aan bijlage 1 wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

1. Heilbrig sis- og tryggingamálará sherra (Minister van Volksgezondheid en Sociale Zekerheid), Reykjavík.

2. Félagsmálará sherra (Minister van Sociale Zaken), Reykjavík.

3. Fjármálará sherra (Minister van Financiën), Reykjavík.

Q. LIECHTENSTEIN

Die Regierung des Fuerstentums Liechtenstein (de regering van het Vorstendom Liechtenstein), Vaduz.

R. NOORWEGEN

1. Sosial- og helsedepartementet (Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Zaken), Oslo

2. Kommunal- og arbeidsdepartementet (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Arbeid), Oslo

3. Barne- og familiedepartementet (Ministerie voor het Kind en het Gezin), Oslo

4. Justisdepartementet (Ministerie van Justitie), Oslo

5. Utenriksdepartementet (Ministerie van Buitenlandse Zaken), Oslo.".

b) Aan bijlage 2 wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

1. Voor alle verzekerde gebeurtenissen, uitgezonderd werkloosheidsuitkeringen en gezinsbijslagen: Tryggingastofnun ríkisins (het Nationale Socialezekerheidsinstituut), Reykjavík.

2. Voor werkloosheidsuitkeringen: Tryggingastofnun ríkisins, Atvinnuleysistryggingasjó sur, Vinnumálaskrifstofan (Fonds voor werkloosheidsverzekering), Reykjavík.

3. Voor gezinsbijslagen:

a) Gezinsbijslagen met uitzondering van kinderbijslag en aanvullende kinderbijslag: Tryggingastofnun ríkisins (het Nationale Socialezekerheidsinstituut), Reykjavík.

b) Kinderbijslag en aanvullende kinderbijslag: Ríkisskattstjóri (de directeur der belastingen), Reykjavík.

Q. LIECHTENSTEIN

1. Ziekte en moederschap

- het erkende ziekenfonds waarbij de belanghebbende verzekerd is; of

- het Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

2. Invaliditeit

a) Invaliditeitsverzekering:

Liechtensteinische Invalidenversicherung (invaliditeitsverzekering van Liechtenstein).

b) Op beroepsbezigheden gebaseerde regeling:

het pensioenfonds waarbij de laatste werkgever aangesloten is.

3. Ouderdom en overlijden (pensioenen)

a) Ouderdoms- en overlijdensverzekering:

Liechtensteinische Alters- und Hinterlassenenversicherung (ouderdoms- en overlijdensverzekering van Liechtenstein).

b) Op beroepsbezigheden gebaseerde regeling:

het pensioenfonds waarbij de laatste werkgever aangesloten is.

4. Arbeidsongevallen en beroepsziekten:

- de ongevallenverzekering waarbij de belanghebbende verzekerd is, of

- het Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

5. Werkloosheid

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

6. Gezinsbijslagen

Liechtensteinische Familienausgleichskasse (Gezinsbijslagenfonds van Liechtenstein).

R. NOORWEGEN

1. Werkloosheidsuitkeringen

Arbeidsdirektoratet, Oslo, fylkesarbeidskontorene og de lokale arbeidskontorer paa bostedet eller oppholdsstedet (het nationaal arbeidsbureau, Oslo, de regionale arbeidsbureaus en de plaatselijke arbeidsbureaus in de woon- of verblijfplaats).

2. Alle andere uitkeringen krachtens de Noorse nationale wet op de sociale verzekering:

Folketrygdkontoret for utenlandssaker (Nationaal Verzekeringskantoor voor sociale verzekeringen in het buitenland), Oslo

3. Kinderbijslag

Rikstrygdeverket (Nationale Verzekeringsbank), Oslo en Folketrygdkontoret for utenlandssaker (Nationaal Verzekeringskantoor voor sociale verzekeringen in het buitenland), Oslo

4. Pensioenregeling voor zeevarenden

Pensjonstrygden for sjoemenn (de pensioenregeling voor zeevarenden), Oslo

5. Wet van 16 juni 1989 betreffende de bedrijfsongevallenverzekering (lov av 16. juni 1989 om yrkesskadeforsikring)

De verzekeraar bij wie de werkgever is verzekerd. Indien niet verzekerd: Yrkesskadeforsikringsforeningen (Verzekeringsmaatschappij voor bedrijfsongevallen), Oslo

6. Garantiestelsel voor de rechten in het kader van de sociale zekerheid op grond van afdeling 32 van de Zeeliedenwet van 30 mei 1975 (sjømannsloven av 30. mai 1975)

De verzekeraar bij wie de werkgever is verzekerd.".

c) Aan het slot van bijlage 3 wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

1. Ziekte, moederschap, invaliditeit, ouderdom, overlijden, arbeidsongevallen en beroepsziekten:

Tryggingastofnun ríkisins (het Nationale Socialezekerheidsinstituut), Reykjavík.

2. Voor werkloosheidsuitkeringen:

Atvinnuleysistryggingasjó sur, Vinnumálaskrifstofan (Fonds voor werkloosheidsverzekering), Reykjavík

3. Voor gezinsbijslagen:

a) Gezinsbijslagen met uitzondering van kinderbijslag en aanvullende kinderbijslag:

Tryggingastofnun ríkisins (het Nationale Socialezekerheidsinstituut), Reykjavík.

b) Kinderbijslag en aanvullende kinderbijslag:

Ríkisskattstjóri (de directeur der belastingen), Reykjavík.

Q. LIECHTENSTEIN

1. Ziekte, moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten, werkloosheid: Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

2. Ouderdom en overlijden

a) Ouderdoms- en overlijdensverzekering:

Liechtensteinische Alters- und Hinterlassenenversicherung (Ouderdoms- en overlijdensverzekering van Liechtenstein).

b) Op beroepsbezigheden gebaseerde regeling:

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

3. Invaliditeit

a) Invaliditeitsverzekering:

Liechtensteinische Invalidenversicherung (Invaliditeitsverzekering van Liechtenstein).

b) Op beroepsbezigheden gebaseerde regeling:

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

4. Gezinsbijslagen

Liechtensteinische Familienausgleichskasse (Gezinsvereveningsfonds van Liechtenstein).

R. NOORWEGEN

1. De lokale arbeidskontorer og trygdekontorer på bostedet eller oppholdsstedet (de plaatselijke arbeidsbureaus en verzekeringskantoren van de woon- of verblijfplaats).

2. Wet van 16 juni 1989 betreffende de bedrijfsongevallenverzekering (lov av 16. juni 1989 om yrkesskadeforsikring)

De verzekeraar bij wie de werkgever verzekerd is. Indien niet verzekerd: Yrkesskadeforsikringsforeningen (de Verzekeringsmaatschappij voor bedrijfsongevallen), Oslo

3. Garantiestelsel voor de rechten in het kader van de sociale zekerheid op grond van afdeling 32 van de Zeeliedenwet van 30 mei 1975 (sjoemannsloven av 30 mai 1975)

De werknemers kunnen zich met de werkgever in verbinding stellen op de arbeidsplaats, d.w.z. aan boord van het schip. Vanuit de woon- of verblijfplaats dient contact te worden opgenomen met de verzekeraar bij wie de werkgever is verzekerd.".

d) In bijlage 4 wordt bij "K. OOSTENRIJK" aan het einde van punt 2 het volgende toegevoegd:

"c) in de betrekkingen met Liechtenstein:

Landesgeschaeftstelle Vorarlberg des Arbeitsmarktservice (Regionaal Arbeidsbureau Vorarlberg), Bregenz.".

e) In bijlage 4 wordt bij "K. OOSTENRIJK" aan het einde van punt 3, onder b), het volgende toegevoegd:

"iii) in de betrekkingen met Liechtenstein:

Landesgeschaeftstelle Vorarlberg des Arbeitsmarktservice (Regionaal Arbeidsbureau Vorarlberg), Bregenz.".

f) Aan bijlage 4 wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

1. Ziekte, moederschap, invaliditeit, ouderdom, overlijden, arbeidsongevallen en beroepsziekten:

Tryggingastofnun ríkisins (het Nationale Socialezekerheidsinstituut), Reykjavík.

2. Werkloosheidsuitkeringen

Atvinnuleysistryggingasjó sur, Vinnumálaskrifstofan (het Fonds voor werkloosheidsverzekering), Reykjavík

3. Gezinsbijslagen:

a) Gezinsbijslagen met uitzondering van kinderbijslag en aanvullende kinderbijslag:

Tryggingastofnun ríkisins (het Nationale Socialezekerheidsinstituut), Reykjavík.

b) Kinderbijslag en aanvullende kinderbijslag:

Ríkisskattstjóri (de directeur de belastingen), Reykjavík.

Q. LIECHTENSTEIN

1. Ziekte, moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten, werkloosheid

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie)

2. Ouderdom en overlijden:

a) Ouderdoms- en overlijdensverzekering:

Liechtensteinische Alters- und Hinterlassenenversicherung (Ouderdoms- en overlijdensverzekering van Liechtenstein).

b) Op beroepsbezigheden gebaseerde regeling:

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

3. Invaliditeit:

a) Invaliditeitsverzekering:

Liechtensteinische Invalidenversicherung (Invaliditeitsverzekering van Liechtenstein).

b) Op beroepsbezigheden gebaseerde regeling:

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

4. Gezinsbijslagen:

Liechtensteinische Familienausgleichskasse (Gezinsvereveningsfonds van Liechtenstein).

R. NOORWEGEN

1. Werkloosheidsuitkeringen:

Arbeidsdirektoratet (het Directoraat van de Arbeid), Oslo.

2. In alle overige gevallen:

Rikstrygdeverket (de Nationale Verzekeringsbank), Oslo."

g) Aan bijlage 5 wordt toegevoegd:

"106. IJSLAND - BELGIË

Niet van toepassing.

107. IJSLAND - DENEMARKEN

Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

108. IJSLAND - DUITSLAND

Niet van toepassing.

109. IJSLAND - SPANJE

Niet van toepassing.

110. IJSLAND - FRANKRIJK

Niet van toepassing.

111. IJSLAND - GRIEKENLAND

Niet van toepassing.

112. IJSLAND - IERLAND

Niet van toepassing.

113. IJSLAND - ITALIË

Niet van toepassing.

114. IJSLAND - LUXEMBURG

Geen.

115. IJSLAND - NEDERLAND

Briefwisseling van 25 april en 26 mei 1995 inzake artikel 36, lid 3, en artikel 63, lid 3, van de verordening inzake het afzien van vergoeding van de kosten van voordelen in natura verstrekt met betrekking tot ziekte, moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten, overeenkomstig de hoofdstukken 1 en 4 van titel III van Verordening (EEG) nr. 1408/71, met uitzondering van artikel 22, lid 1, onder c), en artikel 55, lid 1, onder c).

116. IJSLAND - OOSTENRIJK

Regeling van 21 juni 1995 betreffende de terugbetaling van kosten op het gebied van de sociale zekerheid.

117. IJSLAND - PORTUGAL

Niet van toepassing.

118. IJSLAND - FINLAND

Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

119. IJSLAND - ZWEDEN

Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

120. IJSLAND - VERENIGD KONINKRIJK

Geen.

121. IJSLAND - LIEICHTENSTEIN

Niet van toepassing.

122. IJSLAND - NOORWEGEN

Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

123. LIECHTENSTEIN - BELGIË

Niet van toepassing.

124. LIECHTENSTEIN - DENEMARKEN

Niet van toepassing.

125. LIECHTENSTEIN - DUITSLAND

Geen.

126. LIECHTENSTEIN - SPANJE

Niet van toepassing.

127. LIECHTENSTEIN - FRANKRIJK

Niet van toepassing.

128. LIECHTENSTEIN - GRIEKENLAND

Niet van toepassing.

129. LIECHTENSTEIN - IERLAND

Niet van toepassing.

130. LIECHTENSTEIN - ITALIË

Geen.

131. LIECHTENSTEIN - LUXEMBURG

Niet van toepassing.

132. LIECHTENSTEIN - NEDERLAND

Niet van toepassing.

133. LIECHTENSTEIN - OOSTENRIJK

Regeling van 14 december 1995 betreffende de terugbetaling van kosten op het gebied van de sociale zekerheid.

134. LIECHTENSTEIN - PORTUGAL

Niet van toepassing.

135. LIECHTENSTEIN - FINLAND

Niet van toepassing.

136. LIECHTENSTEIN - ZWEDEN

Niet van toepassing.

137. LIECHTENSTEIN - VERENIGD KONINKRIJK

Niet van toepassing.

138. LIECHTENSTEIN - NOORWEGEN

Niet van toepassing.

139. NOORWEGEN - BELGIË

Niet van toepassing.

140. NOORWEGEN - DENEMARKEN

Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

141. NOORWEGEN - DUITSLAND

Niet van toepassing.

142. NOORWEGEN - SPANJE

Niet van toepassing.

143. NOORWEGEN - FRANKRIJK

Geen.

144. NOORWEGEN - GRIEKENLAND

Geen.

145. NOORWEGEN - IERLAND

Niet van toepassing.

146. NOORWEGEN - ITALIË

Geen.

147. NOORWEGEN - LUXEMBURG

Geen verdrag.

148. NOORWEGEN - NEDERLAND

Briefwisseling van 13 januari 1994 en 10 juni 1994 inzake artikel 36, lid 3, en artikel 63, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (het afzien van vergoeding van de kosten van voordelen in natura verstrekt overeenkomstig de hoofdstukken 1 en 4 van titel III van Verordening (EEG) nr. 1408/71, met uitzondering van artikel 22, lid 1, onder c), en artikel 55, lid 1, onder c)), en van de kosten van administratieve en medische controle bedoeld in artikel 105 van Verordening (EEG) nr. 574/72.

149. NOORWEGEN - OOSTENRIJK

Geen.

150. NOORWEGEN - PORTUGAL

Geen.

151. NOORWEGEN - FINLAND

Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

152. NOORWEGEN - ZWEDEN

Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

153. NOORWEGEN - VERENIGD KONINKRIJK

Artikel 7, lid 3, van de administratieve regeling van 28 augustus 1990 betreffende de tenuitvoerlegging van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid.".

h) Aan bijlage 6 wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Rechtstreekse betaling.

Q. LIECHTENSTEIN

Rechtstreekse betaling.

R. NOORWEGEN

Rechtstreekse betaling.".

i) Aan bijlage 7 wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Geen.

Q. LIECHTENSTEIN

Liechtensteinische Landesbank (Nationale Bank van Liechtenstein), Vaduz.

R. NOORWEGEN

Sparebanken NOR (de Union Bank van Noorwegen), Oslo.".

j) Aan bijlage 8 wordt aan het eind van punt A, onder a), het volgende toegevoegd:

"IJsland en België

IJsland en Duitsland

IJsland en Spanje

IJsland en Frankrijk

IJsland en Luxemburg

IJsland en Nederland

IJsland en Oostenrijk

IJsland en Finland

IJsland en Zweden

IJsland en het Verenigd Koninkrijk

IJsland en Liechtenstein

IJsland en Noorwegen

Liechtenstein en België

Liechtenstein en Duitsland

Liechtenstein en Spanje

Liechtenstein en Frankrijk

Liechtenstein en Ierland

Liechtenstein en Luxemburg

Liechtenstein en Nederland

Liechtenstein en Oostenrijk

Liechtenstein en Finland

Liechtenstein en Zweden

Liechtenstein en Verenigd Koninkrijk

Liechtenstein en Noorwegen

Noorwegen en België

Noorwegen en Duitsland

Noorwegen en Spanje

Noorwegen en Frankrijk

Noorwegen en Ierland

Noorwegen en Luxemburg

Noorwegen en Nederland

Noorwegen en Oostenrijk

Noorwegen en Portugal

Noorwegen en Finland

Noorwegen en Zweden

Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk"

k) Aan bijlage 8 wordt aan het eind van punt A, onder b), het volgende toegevoegd:

"Noorwegen en Denemarken"

l) Aan bijlage 9 wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten van de verstrekkingen worden de verstrekkingen in aanmerking genomen die krachtens de socialezekerheidsstelsels in IJsland worden toegekend.

Q. LIECHTENSTEIN

Voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten van de verstrekkingen worden de verstrekkingen in aanmerking genomen die door de erkende ziekenfondsen worden toegekend overeenkomstig de bepalingen van de nationale wetgeving inzake ziekteverzekering.

R. NOORWEGEN

Voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten van de verstrekkingen worden de verstrekkingen in aanmerking genomen die worden toegekend krachtens hoofdstuk 2 van de nationale wet op de sociale verzekering (wet van 17 juni 1966), krachtens de wet van 19 november 1982 inzake gemeentelijke gezondheidszorg, krachtens de wet van 19 juni 1969 op de ziekenhuizen en de wet van 28 april 1961 inzake geestelijke gezondheidszorg.".

m) Aan bijlage 10 wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Voor alle verzekerde gebeurtenissen, behalve artikel 17 van de verordening en artikel 102, lid 2, van de toepassingsverordening:

Tryggingastofnun ríkisins (het Nationale Socialezekerheidsinstituut), Reykjavík.

Q. LIECHTENSTEIN

1. Voor de toepassing van artikel 11, lid 1, van de toepassingsverordening:

a) met betrekking tot artikel 14, punt 1, en artikel 14 ter, punt 1 van de verordening:

Liechtensteinische Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung (Ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering van Liechtenstein).

b) met betrekking tot artikel 17 van de verordening:

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

2. Voor de toepassing van artikel 11 bis, lid 1, van de toepassingsverordening:

a) met betrekking tot artikel 14 bis, punt 1, en artikel 14 ter, punt 2, van de verordening:

Liechtensteinische Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung (Ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering van Liechtenstein).

b) met betrekking tot artikel 17 van de verordening:

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie)

3. Voor de toepassing van artikel 13, leden 2 en 3, en artikel 14, leden 1 en 2, van de toepassingsverordening:

Amt fuer Volkswirtschaft und Liechtensteinische Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung (Bureau voor de Economie en Ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering van Liechtenstein).

4. Voor de toepassing van artikel 38, lid 1, artikel 70, lid 1, artikel 82, lid 2, en artikel 86, lid 2:

Gemeindeverwaltung (Gemeenteadministratie) van de woonplaats.

5. Voor de toepassing van artikel 80, lid 2, en artikel 81:

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

6. Voor de toepassing van artikel 102, lid 2, van de toepassingsverordening met betrekking tot de artikelen 36, 63 en 70:

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

7. Voor de toepassing van artikel 113, lid 2, van de toepassingsverordening:

Amt fuer Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie).

R. NOORWEGEN

1. Voor de toepassing van artikel 14, punt 1, onder a) en b), van de verordening, artikel 11, lid 1, onder a), en lid 2, van de toepassingsverordening wanneer de werkzaamheden buiten Noorwegen worden verricht, en artikel 14 bis, punt 1b):

Folketrygdkontoret for utenlandssaker (het Nationale Verzekeringskantoor voor sociale verzekeringen in het buitenland), Oslo.

2. Voor de toepassing van artikel 14 bis, punt 1, onder a), indien de werkzaamheden in Noorwegen worden verricht:

het plaatselijk verzekeringskantoor in de gemeente waar de belanghebbende woont.

3. Voor de toepassing van artikel 14, punt 1, onder a), van de verordening, indien de belanghebbende in Noorwegen is gedetacheerd:

het plaatselijke verzekeringskantoor in de gemeente waar de werkgeversvertegenwoordiger in Noorwegen is geregistreerd, en indien de werkgever geen vertegenwoordiger in Noorwegen heeft, het plaatselijke verzekeringskantoor in de gemeente waar de werkzaamheden worden verricht.

4. Voor de toepassing van artikel 14, punt 2 en 3:

het plaatselijke verzekeringskantoor in de gemeente waar de belanghebbende woont.

5. Voor de toepassing van artikel 14 bis, punt 2:

het plaatselijk verzekeringskantoor in de gemeente waar de werkzaamheden worden verricht.

6. Voor de toepassing van artikel 14 ter, punt 1 en 2:

Folketrygdkontoret for utenlandssaker (het Nationale Verzekeringskantoor voor sociale verzekeringen in het buitenland), Oslo.

7. Voor de toepassing van artikel 17 van de verordening:

a) Folketrygdkontoret for utenlandssaker (het Nationale Verzekeringskantoor voor sociale verzekeringen in het buitenland), Oslo

b) Stavanger trygdekontor (het plaatselijk verzekeringskantoor van Stavanger), Stavanger indien het gaat om:

i) personen die in Noorwegen werken voor een buitenlandse werkgever zonder vestigingsplaats in Noorwegen,

ii) personen die in Noorwegen werken voor een buitenlandse werkgever met als vestigingsplaats Stavanger.

8. Voor de toepassing van de artikelen 36, 63 en 87 van de verordening en de artikelen 102, lid 2, en 105, lid 1, van de uitvoeringsverordening:

Rikstrygdeverket (de Nationale Verzekeringsbank), Oslo.

9. Voor de toepassing van de overige bepalingen van de hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 van titel III van de verordening en de daarmee verband houdende bepalingen van de uitvoeringsverordening:

Rikstrygdeverket (de Nationale Verzekeringsbank), Oslo en de aangewezen organen (Folketrygdkontoret for utenlandssaker, Oslo (het Nationale Verzekeringskantoor voor sociale verzekeringen in het buitenland), de regionale verzekeringskantoren en de plaatselijke verzekeringskantoren).

10. Voor de toepassing van hoofdstuk 6 van titel III van de verordening en de daarmee verband houdende bepalingen van de uitvoeringsverordening:

Arbeidsdirektoratet (het Directoraat van de Arbeid), Oslo en de aangewezen organen.

11. Voor de toepassing van artikel 10 bis van de verordening en artikel 2 van de uitvoeringsverordening:

Folketrygdkontoret for utenlandssaker (het Nationale Verzekeringskantoor voor sociale verzekeringen in het buitenland), Oslo.

12. Voor het pensioenstelsel voor zeevarenden:

a) het plaatselijk verzekeringskantoor in de woonplaats wanneer de belanghebbende in Noorwegen woont,

b) Folketrygdkontoret for utenlandssaker (het Nationale Verzekeringskantoor voor sociale verzekeringen in het buitenland), Oslo voor de uitbetaling van uitkeringen krachtens het stelsel aan in het buitenland wonende personen.".

n) Aan bijlage 11 wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Geen.

Q. LIECHTENSTEIN

Geen.

R. NOORWEGEN

Geen.".

BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN GOEDE NOTA NEMEN

3.1. 373 Y 0919(02): Besluit nr. 74 van 22 februari 1973 betreffende het verlenen van geneeskundige behandeling bij tijdelijk verblijf, met toepassing van de artikelen 22, lid 1, onder a), i), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en 21 van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 4).

3.2. 373 Y 0919(03): Besluit nr. 75 van 22 februari 1973 betreffende de behandeling van verzoeken om herziening ingediend op grond van artikel 94, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 door rechthebbenden op invaliditeitspensioen (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 5).

3.3. 373 Y 0919(06): Besluit nr. 78 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 7, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 574/72 omtrent de wijze van toepassing van de bepalingen inzake vermindering of schorsing (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 8).

3.4. 373 Y 0919(07): Besluit nr. 79 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 48, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, inzake de samentelling van tijdvakken van verzekering en daarmede gelijkgestelde tijdvakken voor wat betreft de verzekering tegen de gevolgen van invaliditeit, ouderdom en overlijden (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 9).

3.5. 373 Y 0919(09): Besluit nr. 81 van 22 februari 1973 betreffende de samentelling van tijdvakken van verzekering, vervuld met het verrichten van bepaalde werkzaamheden met toepassing van artikel 45, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 11).

3.6. 373 Y 0919(11): Besluit nr. 83 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 68, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 82 van Verordening (EEG) nr. 574/72 inzake de verhoging van werkloosheidsuitkeringen wegens gezinslasten (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 14).

3.7. 373 Y 0919(13): Besluit nr. 85 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 57, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 67, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 574/72 met betrekking tot de vaststelling van de toepasselijke wettelijke regeling en het orgaan dat voor de toekenning van uitkeringen bij beroepsziekten bevoegd is (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 17).

3.8. 373 Y 1113(02): Besluit nr. 86 van 24 september 1973 betreffende de werkwijze en de samenstelling van de Rekencommissie bij de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers (PB C 96 van 13.11.1973, blz. 2), gewijzigd bij:

- 395 D 0512: Besluit nr. 159 van 3 oktober 1995 (PB L 294 van 8.12.1995, blz. 38).

3.9. 374 Y 0720(06): Besluit nr. 89 van 20 maart 1973 betreffende de interpretatie van artikel 16, leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad inzake de leden van het bedienende personeel van diplomatieke zendingen en consulaire posten (PB C 86 van 20.7.1974, blz. 7).

3.10. 374 Y 0720(07): Besluit nr. 91 van 12 juli 1973 inzake de interpretatie van artikel 46, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de vaststelling van de uitkeringen die ingevolge lid 1 van dit artikel verschuldigd zijn (PB C 86 van 20.7.1974, blz. 8).

3.11. 374 Y 0823(04): Besluit nr. 95 van 24 januari 1974 inzake de interpretatie van artikel 46, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de "pro rata temporis"-berekening van pensioenen (PB C 99 van 23.8.1974, blz. 5).

3.12. 374 Y 1017(03): Besluit nr. 96 van 15 maart 1974 betreffende de herziening van het recht op uitkeringen met toepassing van artikel 49, lid 2, van de Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad (PB C 126 van 17.10.1974, blz. 23).

3.13. 375 Y 0705(02): Besluit nr. 99 van 13 maart 1975 betreffende de interpretatie van artikel 107, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 574/72 met betrekking tot de verplichting tot herberekening van lopende uitkeringen (PB C 150 van 5.7.1975, blz. 2).

3.14. 375 Y 0705(03): Besluit nr. 100 van 23 januari 1975 betreffende de terugbetaling van door het orgaan van de woon- of verblijfplaats voor rekening van het bevoegde orgaan verleende uitkeringen, alsmede de wijze van terugbetaling van deze uitkeringen (PB C 150 van 5.7.1975, blz. 3).

3.15. 376 Y 0526(03): Besluit nr. 105 van 19 december 1975 betreffende de toepassing van artikel 50 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 117 van 26.5.1976, blz. 3).

3.16. 378 Y 0530(02): Besluit nr. 109 van 18 november 1977 tot wijziging van besluit nr. 92 van 22 november 1973 betreffende het begrip "verstrekkingen" uit de ziekte- en moederschapsverzekering bedoeld in de artikelen 19, leden 1 en 2, 22, 25, leden 1, 3 en 4, 26, 28, lid 1, 28 bis, 29 en 31 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad en het vaststellen van de ingevolge de artikelen 93, 94 en 95 van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad te vergoeden bedragen en de met toepassing van artikel 102, lid 4, van deze Verordening te betalen voorschotten (PB C 125 van 30.5.1978, blz. 2).

3.17. 383 Y 0115: Besluit nr. 115 van 15 december 1982 betreffende de verschaffing van prothesen, hulpmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen als bedoeld in artikel 24, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 193 van 20.7.1983, blz. 7).

3.18. 383 Y 0117: Besluit nr. 117 van 7 juli 1982 betreffende de wijze van toepassing van artikel 50, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 (PB C 238 van 7.9.1983, blz. 3), zoals gewijzigd bij:

- 1 94 N: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21), zoals aangepast bij PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1).

De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

Aan artikel 2, lid 2, wordt toegevoegd:

"IJsland:

Tryggingastotnun rískins (het Nationaal Socialezekerheidsinstituut), Reykjavíkj.

Liechtenstein:

Liechtensteinische Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung (Ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering van Liechtenstein), Vaduz.

Noorwegen:

Rikstrygdeverket (Nationale Verzekeringsbank), Oslo."

3.19. 383 Y 1112(02): Besluit nr. 118 van 20 april 1983 tot wijziging van Besluit nr. 104 van 29 mei 1975 betreffende de wijze van toepassing van artikel 50, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 (PB C 306 van 12.11.1983, blz. 2), zoals gewijzigd bij:

- 1 94 N: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, zoals aangepast bij PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1).

De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

Aan artikel 2, lid 4, wordt toegevoegd:

"IJsland:

Tryggingastotnun rískins (het Nationaal Socialezekerheidsinstituut), Reykjavíkj.

Liechtenstein

Liechtensteinische Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung (Ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering van Liechtenstein), Vaduz.

Noorwegen:

Rikstrygdeverket (Nationale Verzekeringsbank), Oslo.".

3.20. 383 Y 1102(03): Besluit nr. 119 van 24 februari 1983 betreffende de interpretatie van de artikelen 76 en 79, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, alsmede van artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 574/72 inzake de samenloop van gezins- of kinderbijslagen (PB C 295 van 2.11.1983, blz. 3).

3.21. 383 Y 0121: Besluit nr. 121 van 21 april 1983 betreffende de interpretatie van artikel 17, lid 7, van Verordening (EEG) nr. 574/72 met betrekking tot de toekenning van prothesen, hulpmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen (PB C 193 van 20.7.1983, blz. 10).

3.22. 386 Y 0126: Besluit nr. 126 van 17 oktober 1985 betreffende de toepassing van de artikelen 14, lid 1, onder a), 14 bis, lid 1, onder a), en 14 ter, leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 141 van 7.6.1986, blz. 3).

3.23. 386 Y 0130: Besluit nr. 130 van 17 oktober 1985 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 (E 001; E 101-127; E 201-215; E 301-303; E 401-411) (86/303/EEG) (PB L 192 van 15.7.1986, blz. 1), gewijzigd bij:

- 391 X 0140: Besluit nr. 144 van 9 april 1990 (E 401-E 410F) (PB L 71 van 18.3.1991, blz. 1).

- 394 X 0604: Besluit nr. 153 van 7 oktober 1993 (E 001, E 103-E 127) (PB L 244 van 19.9.1994, blz. 22).

- 394 X 0605: Besluit nr. 154 van 8 februari 1994 (E 301, E 302, E 303) (PB L 244 van 19.9.1994, blz. 123).

- 395 D 0353: Besluit nr. 155 van 6 juli 1994 (E 401 t/m E 411) (PB L 209 van 5.9.1995, blz. 1).

3.24. C/271/87/blz. 3: Besluit nr. 132 van 23 april 1987 betreffende de interpretatie van artikel 40, lid 3, onder a) ii), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad (PB C 271 van 9.10.1987, blz. 3).

3.25. C/284/87/blz. 3: Besluit nr. 133 van 2 juli 1987 betreffende de toepassing van artikel 17, lid 7, en artikel 60, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad (PB C 284 van 22.10.1987, blz. 3 en PB C 64 van 9.3.88, blz. 13).

3.26. C/64/88/blz. 4: Besluit nr. 134 van 1 juli 1987 betreffende de interpretatie van artikel 45, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met betrekking tot de samentelling van tijdvakken van verzekering, die in een of meer lidstaten in een aan een bijzonder stelsel onderworpen beroep zijn vervuld (PB C 64 van 9.3.1988, blz. 4).

3.27. C/281/88/blz. 7: Besluit nr. 135 van 1 juli 1987 betreffende de verlening van verstrekkingen als bedoeld in de artikelen 17, lid 7, en 60 van Verordening (EEG) nr. 574/72 en het begrip spoedgevallen als bedoeld in artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en onmiskenbare spoedgevallen als bedoeld in de artikelen 17, lid 7, en 60, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 281 van 9.3.1988, blz. 7), zoals gewijzigd bij:

- 1 94 N: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, zoals aangepast bij PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1).

De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

Aan artikel 2, lid 2, wordt toegevoegd:

"p) IKR 35 000 voor het orgaan van de woonplaats in IJsland;

q) SFR 800 voor het orgaan van de woonplaats in Liechtenstein;

r) NOK 3 600 voor het orgaan van de woonplaats in Noorwegen;".

3.28. C/64/88/blz. 7: Besluit nr. 136 van 1 juli 1987 inzake de interpretatie van artikel 45, leden 1 tot en met 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad met betrekking tot het in aanmerking nemen van tijdvakken van verzekering welke krachtens de wetgeving van andere lidstaten zijn vervuld met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op uitkeringen (PB C 64 van 9.3.1988, blz. 7).

De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

Aan de bijlage wordt toegevoegd:

"P. IJSLAND

Geen.

Q. LIECHTENSTEIN

Geen.

R. NOORWEGEN

Geen.".

3.29. C/140/89/blz. 3: Besluit nr. 137 van 15 december 1988 betreffende de toepassing van artikel 15, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 140 van 6.6.1989, blz. 3).

3.30. C/287/89/blz. 3: Besluit nr. 138 van 17 februari 1989 betreffende de interpretatie van artikel 22, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad in het geval van transplantatie van organen of andere chirurgische ingrepen waarvoor analyses van biologische monsters nodig zijn, terwijl de betrokkene zich niet in de lidstaat bevindt waar de analyses worden uitgevoerd (PB C 287 van 15.11.1989, blz. 3).

3.31. C/94/90/blz. 3: Besluit nr. 139 van 30 juni 1989 betreffende de in aanmerking te nemen datum voor het bepalen van de omrekeningskoersen als bedoeld in artikel 107 van Verordening (EEG) nr. 574/72 welke bij de berekening van bepaalde uitkeringen en premies moeten worden toegepast (PB C 94 van 12.4.1990, blz. 3).

3.32. C/94/90/blz. 4: Besluit nr. 140 van 17 oktober 1989 betreffende de omrekeningskoers toe te passen door het orgaan van de woonplaats van een volledig werkloze grensarbeider op het door deze werknemer in de bevoegde lidstaat laatst ontvangen loon (PB C 94 van 12.4.1990, blz. 4).

3.33. C/94/90/blz. 5: Besluit nr. 141 van 17 oktober 1989 tot wijziging van Besluit nr. 127 van 17 oktober 1985 betreffende het opstellen van de inventarissen als bedoeld in artikel 94, lid 4, en artikel 95, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 (PB C 94 van 12.4.1990, blz. 5).

3.34. C/80/90/blz. 7: Besluit nr. 142 van 13 februari 1990 betreffende de toepassing van de artikelen 73, 74 en 75 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 80 van 30.3.1990, blz. 7).

De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

a) Punt 1 is niet van toepassing.

b) Punt 3 is niet van toepassing.

3.35. 391 D 0425: Besluit nr. 147 van 11 oktober 1990 betreffende de toepassing van artikel 76 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB L 235 van 23.8.1991, blz. 21), zoals gewijzigd bij:

- 395 D 0353: Besluit nr. 155 van 6 juli 1994 (E 401 t/m E 411) (PB L 209 van 5.9.1995, blz. 1).

3.36. 393 D 0068: Besluit nr. 148 van 25 juni 1992 betreffende het gebruik van de verklaring betreffende de toepasselijke wetgeving (E 101) bij detachering van ten hoogste drie maanden (PB L 22 van 30.1.1993, blz. 124).

3.37. C/229/93/blz. 5: Besluit nr. 150 van 26 juni 1992 betreffende de toepassing van de artikelen 77, 78 en 79, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 10, lid 1, onder b) ii), van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 229 van 25.8.1993, blz. 5), zoals gewijzigd bij:

- 1 94 N: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, zoals aangepast bij PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1).

De bepalingen van dit besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

aan de bijlage wordt het volgende toegevoegd:

"P. IJSLAND

Tryggingastofnun ríkisins (Nationaal Socialezekerheidsinstituut), Laugavegur 114, 150 Reykjavik

Q. LIECHTENSTEIN

1. Voor gezinsbijslagen

Liechtensteinische Familienausgleichskasse (Gezinsbijslagenfonds van Liechtenstein)

2. Voor wezenpensioenen

Liechtensteinische Alters- und Hinterlassenenversicherung (Ouderdoms- en overlijdensverzekering van Liechtenstein):

R. NOORWEGEN

Folketrygdkontoret for Utenlandssaker (De Nationale Dienst voor de sociale verzekering in het buitenland), Oslo.".

3.38. 394 D 602: Besluit nr. 151 van 22 april 1993 betreffende de toepassing van artikel 10 bis van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1247/92 (PB L 244 van 19.9.1994, blz. 1).

De bepalingen van dit besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

aan de bijlage wordt het volgende toegevoegd:

"13. IJsland

- Tryggingastofnun rikisins (Nationaal Socialezekerheidsinstituut), Laugavegur 114, 150 Reykjavik

14. Noorwegen

- Folketrygdkontoret for Utenlandssaker (De Nationale Dienst voor de sociale verzekering in het buitenland), Oslo

15. Liechtenstein

- Amt für Volkswirtschaft (Bureau voor de Economie) met betrekking tot moederschapsvergoedingen

- Liechtensteinische Alters- und Hinterlassenenversicherung (Ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering van Liechtenstein) met betrekking tot vergoedingen voor weduwnaars, aanvullende prestaties op de ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering en met betrekking tot vergoedingen voor hulpbehoevenden

- Liechtensteinische Invalidenversicherung (Invaliditeitsverzekering van Liechtenstein) met betrekking tot vergoedingen voor blinden.".

3.39. 395 D 0419: Door de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers goedgekeurd besluit nr. 156 van 7 april 1995 betreffende de voorrangsregels van de ziekte- en moederschapsverzekering (PB L 249 van 17.10.1995, blz. 41).

3.40. 396 D 0172: Besluit nr. 160 van 28 november 1995 betreffende de strekking van artikel 71, lid 1, onder b), ii), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad inzake het recht op werkloosheidsuitkeringen voor werknemers die geen grensarbeiders zijn en die tijdens het verrichten van hun laatste werkzaamheden op het grondgebied van een andere dan de bevoegde lidstaat woonden (PB L 49 van 28.2.1996, blz. 31).

3.41. 296 D 0249: Besluit nr. 161 van 15 februari 1996 betreffende de vergoeding door het bevoegde orgaan van een lidstaat van de bij verblijf in een andere lidstaat gemaakte kosten volgens de in artikel 34, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 574/72 bedoelde methode (PB L 83 van 2.4.1996, blz. 19).

3.42. 384 Y 0802 (32): Besluit nr. 162 van 31 mei 1996 betreffende de uitlegging van artikel 14, lid 1, en van artikel 14 ter, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de wetgeving die van toepassing is op gedetacheerde werknemers (PB L 241 van 21.9.1996, blz. 28).

3.43. 386 Y 0128: Besluit nr. 163 van 31 mei 1996 betreffende de interpretatie van artikel 22, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met betrekking tot personen die een nierdialysebehandeling of een zuurstofbehandeling ondergaan (PB L 241 van 21.9.1996, blz. 31).

BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA NEMEN

De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de inhoud van de volgende besluiten:

4.1. Aanbeveling nr. 14 van 23 januari 1975 betreffende de afgifte van formulier E 111 aan gedetacheerde werknemers (aangenomen door de Administratieve Commissie tijdens haar 139e vergadering van 23 januari 1975).

4.2. Aanbeveling nr. 15 van 19 december 1980 betreffende de vaststelling van de taal van afgifte van de formulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en nr. 574/72 van de Raad (goedgekeurd door de Administratieve Commissie op haar 176e vergadering van 19 december 1980).

4.3. 385 Y 0016: Aanbeveling nr. 16 van 12 december 1984 betreffende het sluiten van overeenkomsten op grond van artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad (PB C 273 van 24.10.1985, blz. 3).

4.4. 385 Y 0017: Aanbeveling nr. 17 van 12 december 1984 inzake de statistische gegevens die jaarlijks voor de opstelling van de verslagen van de Administratieve Commissie moeten worden verstrekt (PB C 273 van 24.10.1985, blz. 3).

4.5. 386 Y 0028: Aanbeveling nr. 18 van 28 februari 1986 betreffende de wetgeving welke van toepassing is op werklozen die in deeltijd arbeid verrichten op het grondgebied van een andere lidstaat dan die op het grondgebied waarvan zij wonen (PB C 284 van 11.11.1986, blz. 4).

4.6. C/199/93/blz 11: Aanbeveling nr. 19 van 24 november 1992 betreffende de verbetering van de samenwerking tussen de lidstaten bij de toepassing van de communautaire regelingen (PB C 199 van 23.7.1993, blz. 11).

4.7. 396 X 0592: Aanbeveling nr. 20 van 31 mei 1996 betreffende de verbetering van het beheer en de vereffening van wederzijdse vorderingen (PB L 259 van 12.10.1996, blz. 19).

5.1. 380 Y 0609(03): Bijwerking van de verklaringen van de lidstaten als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 139 van 9.6.1980, blz. 1).

5.2. 381 Y 0613(01): Verklaringen van Griekenland als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 143 van 13.6.1981, blz. 1).

5.3. 383 Y 1224(01): Wijzigingen in de verklaringen van de Bondsrepubliek Duitsland als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 351 van 24.12.1983, blz. 1).

5.4. C/338/86/blz. 1: Bijwerking van de verklaringen van de lidstaten als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 338 van 31.12.1986, blz. 1).

5.5. C/107/87/blz. 1: Verklaringen van de lidstaten als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 107 van 22.4.1987, blz. 1).

5.6. C/323/80/blz. 1: Kennisgevingen aan de Raad gericht door de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland en van het Groothertogdom Luxemburg betreffende het sluiten van een overeenkomst tussen deze twee regeringen omtrent diverse vraagstukken op het gebied van de sociale zekerheid krachtens artikel 8, lid 2, en artikel 96 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 323 van 11.12.1980, blz. 1).

5.7. L/90/87/blz. 39: Verklaring van de Franse Republiek die is afgelegd overeenkomstig artikel 1, onder j), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 90 van 2.4.1987, blz. 39).

VOORWAARDEN VOOR DE DEELNAME VAN DE EVA-STATEN IN DE ADMINISTRATIEVE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS EN DE REKENCOMMISSIE BIJ DEZE COMMISSIE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 101, LID 1, VAN DEZE OVEREENKOMST

IJsland, Liechtenstein, Noorwegen mogen elk een vertegenwoordiger met een adviserende stem (waarnemer) afvaardigen naar de vergaderingen van de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen en naar de vergaderingen van de Rekencommissie bij genoemde Administratieve Commissie.

Top