EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 21994A1223(01)

Multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) - Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)

WTO

OJ L 336, 23.12.1994, p. 3–10 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 11 Volume 038 P. 5 - OP_DATPRO
Special edition in Swedish: Chapter 11 Volume 038 P. 5 - OP_DATPRO
Special edition in Czech: Chapter 11 Volume 021 P. 82 - 89
Special edition in Estonian: Chapter 11 Volume 021 P. 82 - 89
Special edition in Latvian: Chapter 11 Volume 021 P. 82 - 89
Special edition in Lithuanian: Chapter 11 Volume 021 P. 82 - 89
Special edition in Hungarian Chapter 11 Volume 021 P. 82 - 89
Special edition in Maltese: Chapter 11 Volume 021 P. 82 - 89
Special edition in Polish: Chapter 11 Volume 021 P. 82 - 89
Special edition in Slovak: Chapter 11 Volume 021 P. 82 - 89
Special edition in Slovene: Chapter 11 Volume 021 P. 82 - 89
Special edition in Bulgarian: Chapter 11 Volume 010 P. 5 - 11
Special edition in Romanian: Chapter 11 Volume 010 P. 5 - 11
Special edition in Croatian: Chapter 11 Volume 074 P. 5 - 12

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/1994/800(1)/oj

Related Council decision

21994A1223(01)

Multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) - Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) WTO

Publicatieblad Nr. L 336 van 23/12/1994 blz. 0003 - 0010
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 38 blz. 0005
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 38 blz. 0005


OVEREENKOMST TOT OPRICHTING VAN DE WERELDHANDELSORGANISATIE

DE PARTIJEN BIJ DEZE OVEREENKOMST,

ERKENNENDE dat hun betrekkingen op het gebied van handel en economie dienen te zijn gericht op verhoging van de levensstandaard, werkgelegenheid voor iedereen en een ruim, gestaag toenemend reëel inkomen en een grote, gestaag toenemende effectieve vraag, en op uitbreiding van de produktie van en handel in goederen en diensten, met optimaal gebruik van de mondiale hulpbronnen in overeenstemming met het doel van duurzame ontwikkeling, waarbij ernaar wordt gestreefd zowel het milieu te beschermen en te behouden, als de middelen hiertoe uit te breiden op een wijze die tegemoetkomt aan hun onderscheiden behoeften en belangen op verschillende niveaus van economische ontwikkeling,

Voorts ERKENNENDE dat daadwerkelijke inspanningen noodzakelijk zijn om te verzekeren dat ontwikkelingslanden, en vooral de minstontwikkelde landen, een aandeel verwerven in de groei van de internationale handel dat evenredig is aan de behoeften van hun economische ontwikkeling,

GELEID DOOR DE WENS bij te dragen aan de verwezenlijking van deze doelstellingen door het aangaan, op grondslag van wederkerigheid en wederzijds voordeel, van overeenkomsten die een aanzienlijke verlaging van douanetarieven en een aanzienlijke vermindering van andere handelsbelemmeringen, alsmede de afschaffing van discriminerende behandeling in het internationale handelsverkeer, beogen,

Derhalve VASTBESLOTEN een geïntegreerd, meer levensvatbaar en duurzaam multilateraal handelsstelsel te ontwikkelen, dat de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, de resultaten van in het verleden gedane pogingen tot handelsliberalisatie en alle resultaten van de Uruguay-Ronde van multilaterale handelsbesprekingen omvat,

VASTBESLOTEN de aan dit multilaterale handelsstelsel ten grondslag liggende grondbeginselen en doelstellingen te beschermen en te bevorderen,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel I

Oprichting van de organisatie

Hierbij wordt de Wereldhandelsorganisatie (hierna te noemen "de WTO") opgericht.

Artikel II

Werkingssfeer van de WTO

1. De WTO vormt het gemeenschappelijke institutionele kader voor het onderhouden van handelsbetrekkingen tussen haar Leden in aangelegenheden die verband houden met de verdragen en bijbehorende juridische instrumenten die zijn opgenomen in de bijlagen bij deze Overeenkomst.

2. De overeenkomsten en bijbehorende juridische instrumenten opgenomen in de bijlagen 1, 2 en 3 (hierna te noemen de "Multilaterale Handelsovereenkomsten") vormen een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst, en zijn bindend voor alle Leden.

3. De overeenkomsten en bijbehorende juridische instrumenten opgenomen in bijlage 4 (hierna te noemen de "Plurilaterale Handelsovereenkomsten") vormen even-eens een onderdeel van deze Overeenkomst voor de Leden die deze overeenkomsten hebben aanvaard, en zijn bindend voor die Leden. De Plurilaterale Handelsovereenkomsten scheppen geen verplichtingen of rechten voor Leden die deze niet hebben aanvaard.

4. De Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994, zoals genoemd in bijlage 1A (hierna te noemen "GATT-Overeenkomst van 1994") staat juridisch los van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 30 oktober 1947, gehecht aan de slotakte van de Tweede Zitting van de Voorbereidende Commissie van de Conferentie der Verenigde Naties over Handel en Werkgelegenheid, zoals daarna verbeterd, geamendeerd of gewijzigd (hierna te noemen "GATT-Overeenkomst van 1947").

Artikel III

Taken van de WTO

1. De WTO vergemakkelijkt de toepassing, het beheer en de werking en bevordert de doelstellingen van deze Overeenkomst en van de Multilaterale Handelsovereenkomsten, en biedt tevens het kader van de toepassing, het beheer en de werking van de Plurilaterale Handelsovereenkomsten.

2. DE WTO biedt het forum voor onderhandelingen tussen haar Leden betreffende hun multilaterale handelsbetrekkingen in aangelegenheden die het onderwerp zijn van de overeenkomsten in de bijlagen bij deze Overeenkomst. De WTO kan ook een forum zijn voor verdere onderhandelingen tussen haar Leden betreffende hun multilaterale handelsbetrekkingen, en een kader voor de toepassing van de resultaten van zulke onderhandelingen, wanneer de Ministeriële Conferentie hiertoe besluit.

3. De WTO voert het beheer over het Memorandum van Overeenstemming inzake regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen (hierna te noemen "Memorandum inzake Geschillenbeslechting" of "DSU"), in bijlage 2 bij deze Overeenkomst.

4. De WTO voert het beheer over de Regeling inzake toetsing van het handelsbeleid, (hierna te noemen de "TPRM") opgenomen in bijlage 3 bij deze Overeenkomst.

5. Met het oog op het bereiken van een grotere samenhang in de mondiale economische beleidsvorming werkt de WTO, als passend, samen met het Internationale Monetaire Fonds en met de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de daarmede verbonden organisaties.

Artikel IV

Structuur van de WTO

1. Er is een Ministeriële Conferentie, bestaande uit vertegenwoordigers van alle Leden, die ten minste eenmaal per twee jaar bijeenkomt. De Ministeriële Conferentie verricht de taken van de WTO en neemt de hiertoe noodzakelijke maatregelen. De Ministeriële Conferentie heeft de bevoegdheid besluiten te nemen inzake alle aangelegenheden vallend onder Multilaterale Handelsovereenkomsten, indien daarom door een Lid is verzocht, overeenkomstig de specifieke vereisten voor de besluitvorming in deze Overeenkomst en in de desbetreffende Multilaterale Handelsovereenkomst.

2. Er is een Algemene Raad, bestaande uit vertegenwoordigers van alle Leden, die als passend bijeenkomt. In de perioden tussen de bijeenkomsten van de Ministeriële Conferentie worden haar taken verricht door de Algemene Raad. De Algemene Raad verricht ook de hem in deze Overeenkomst opgedragen taken. De Algemene Raad stelt zijn eigen procedureregels vast en hecht zijn goedkeuring aan de procedureregels voor de in het zevende lid bedoelde Commissies.

3. De Algemene Raad komt als passend bijeen om zich te kwijten van de verantwoordelijkheden van het Orgaan voor Geschillenbeslechting voorzien in het Memorandum inzake Geschillenbeslechting. Het Orgaan voor Geschillenbeslechting heeft zijn eigen voorzitter en stelt de procedureregels vast die het nodig acht voor het nakomen van deze verantwoordelijkheden.

4. De Algemene Raad komt als passend bijeen om zich te kwijten van de verantwoordelijkheden van het Orgaan voor de toetsing van het handelsbeleid voorzien in de Regeling voor toetsing van het handelsbeleid in bijlage 3. Het Orgaan voor de toetsing van het handelsbeleid heeft zijn eigen voorzitter en stelt de procedureregels vast die het nodig acht voor het nakomen van deze verantwoordelijkheden.

5. Er is een Raad voor de Handel in goederen, een Raad voor de Handel in diensten en een Raad voor de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (hierna te noemen de "Raad voor TRIPs"), die hun werkzaamheden verrichten onder het algemene toezicht van de Algemene Raad. De Raad voor de Handel in goederen ziet toe op de werking van de Multilaterale Handelsovereenkomsten in bijlage 1A. De Raad voor de Handel in diensten ziet toe op de werking van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (hierna te noemen "de GATS"). De Raad voor de handelsaspecten van de intellectuele eigendom ziet toe op de werking van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (hierna te noemen "de Overeenkomst inzake TRIPs"). Deze Raden verrichten de hun in de onderscheiden overeenkomsten en door de Algemene Raad opgedragen taken. Zij stellen hun onderscheiden procedureregels vast, onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Raad. Het lidmaatschap van deze Raden staat open voor vertegenwoordigers van alle Leden. Deze Raden komen zo vaak bijeen als nodig is om hun taken te verrichten.

6. De Raad voor de Handel in goederen, de Raad voor de Handel in diensten en de Raad voor TRIPs stellen de eventueel vereiste ondersteunende organen in. Deze ondersteunende organen stellen hun onderscheiden procedureregels vast, onder voorbehoud van goedkeuring door hun onderscheiden Raden.

7. De Ministeriële Conferentie stelt in een Commissie inzake handel en ontwikkeling, een Commissie inzake beperkingen op grond van de betalingsbalans en een Commissie inzake begroting, financiën en administratie, die de taken verrichten welke hun zijn opgedragen in deze Overeenkomst en in de Multilaterale Handelsovereenkomsten en bijkomende taken hun opgedragen door de Algemene Raad, en kan bijkomende Commissies instellen met de door hem passend geachte taken. Als onderdeel van haar taken bezit de Commissie inzake handel en ontwikkeling periodiek de bijzondere bepalingen in de Multilaterale Handelsovereenkomsten ten gunste van de Leden die minstontwikkeld land zijn en brengt zij aan de Algemene Raad verslag uit met het oog op passende maatregelen. Het lidmaatschap van deze Commissies staat open voor vertegenwoordigers van alle Leden.

8. De in de Plurilaterale Handelsovereenkomsten voorziene organen verrichten de taken die hun bij deze overeenkomsten zijn opgedragen en functioneren binnen het institutionele kader van de WTO. Deze organen houden de Algemene Raad regelmatig op de hoogte van hun werkzaamheden.

Artikel V

Betrekkingen met andere organisaties

1. De Algemene Raad treft passende regelingen voor doeltreffende samenwerking met andere intergouvernementele organisaties met verantwoordelijkheden die verband houden met die van de WTO.

2. De Algemene Raad kan passende regelingen treffen voor overleg en samenwerking met niet-gouvernementele organisaties die zich bezighouden met aangelegenheden die verband houden met die van de WTO.

Artikel VI

Secretariaat

1. Er is een Secretariaat van de WTO (hierna te noemen "het Secretariaat") met aan het hoofd een Directeur-generaal.

2. De Ministeriële Conferentie benoemt de Directeur-generaal en neemt voorschriften aan waarin de bevoegdheden, taken, arbeidsvoorwaarden en ambtstermijn van de Directeur-generaal zijn vastgelegd.

3. De Directeur-generaal benoemt het personeel van het Secretariaat en bepaalt de taken en arbeidsvoorwaarden overeenkomstig de door de Ministeriële Conferentie aangenomen voorschriften.

4. De verantwoordelijkheden van de Directeur-generaal en van het personeel van het Secretariaat hebben een uitsluitend internationaal karakter. Bij de vervulling van hun taken vragen noch ontvangen de Directeur-generaal en het personeel van het Secretariaat instructies van een regering of andere autoriteit buiten de WTO. Zij onthouden zich van elk optreden dat een nadelige weerslag zou kunnen hebben op hun positie als internationale functionarissen. De Leden van de WTO eerbiedigen het internationale karakter van de verantwoordelijkheden van de Directeur-generaal en het personeel van het Secretariaat en pogen niet dezen te beïnvloeden bij de vervulling van hun taken.

Artikel VII

Begroting en bijdragen

1. De Directeur-generaal legt aan de Commissie inzake begroting, financiën en administratie de raming van de jaarlijkse begroting en het financieel overzicht van de WTO voor. De Commissie inzake begroting, financiën en administratie bestudeert de door de Directeur-generaal voorgelegde raming van de jaarlijkse begroting en het financieel overzicht en doet daarover aanbevelingen aan de Algemene Raad. De raming van de jaarlijkse begroting is onderworpen aan goedkeuring door de Algemene Raad.

2. De Commissie inzake begroting, financiën en administratie stelt aan de Algemene Raad financiële voorschriften voor, die bepalingen omvatten waarin is vastgelegd:

a) de schaal van bijdragen aan de hand waarvan de kosten van de WTO tussen haar Leden worden verdeeld; en

b) de maatregelen te nemen ten aanzien van Leden met een betalingsachterstand.

De financiële voorschriften zijn, voor zover uitvoerbaar, gebaseerd op de voorschriften en praktijken van de GATT-Overeenkomst van 1947.

3. De Algemene Raad neemt de financiële voorschriften en de ramingen van de jaarlijkse begroting aan met een meerderheid van twee derde die meer dan de helft van de Leden van de WTO omvat.

4. Elk Lid draagt onverwijld zijn aandeel in de kosten van de WTO bij aan de WTO in overeenstemming met de door de Algemene Raad aangenomen financiële voorschriften.

Artikel VIII

Status van de WTO

1. De WTO bezit rechtspersoonlijkheid, en aan de WTO wordt door elk van haar Leden de rechtsbevoegdheid toegekend die nodig is voor de uitoefening van haar taken.

2. Aan de WTO worden door elk van haar Leden de voorrechten en immuniteiten toegekend die nodig zijn voor de uitoefening van haar taken.

3. Aan de functionarissen van de WTO en de vertegenwoordigers van de Leden worden eveneens door elk van haar Leden de voorrechten en immuniteiten toegekend die nodig zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun taken in verband met de WTO.

4. De door een Lid aan de WTO, haar functionarissen en de vertegenwoordigers van de Leden toe te kennen voorrechten en immuniteiten zijn gelijk aan de voorrechten en immuniteiten bepaald in het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 21 november 1947.

5. De WTO kan een zetelovereenkomst sluiten.

Artikel IX

Besluitvorming

1. De WTO zet de praktijk voort van besluitvorming door middel van consensus die werd gehanteerd ingevolge de GATT-Overeenkomst van 1947 (1). Behalve indien anders bepaald, wordt de aangelegenheid in kwestie, wanneer er geen besluit door middel van consensus wordt bereikt, beslist door stemming. Op vergaderingen van de Ministeriële Conferentie en de Algemene Raad heeft elk Lid van de WTO één stem. Wanneer de Europese Gemeenschappen hun stemrecht uitoefenen, hebben zij een aantal stemmen gelijk aan het aantal van hun Lid-Staten (2) die lid van de WTO zijn. Besluiten van de Ministeriële Conferentie en de Algemene Raad worden genomen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij in deze Overeenkomst of in de desbetreffende Multilaterale Handelsovereenkomst (3) anders bepaald.

2. De Ministeriële Conferentie en de Algemene Raad hebben de uitsluitende bevoegdheid om interpretaties van de Overeenkomst en van de Multilaterale Handelsovereenkomsten aan te nemen. In geval van een interpretatie van een Multilaterale Handelsovereenkomst in bijlage 1, oefenen zij deze bevoegdheid uit op basis van een aanbeveling van de Raad die toeziet op de werking van die overeenkomst. Het besluit om een interpretatie aan te nemen wordt genomen met een drie vierde meerderheid van de Leden. Dit lid mag niet worden gehanteerd op een wijze die de wijzigingsbepalingen in artikel X zou ondermijnen.

3. In uitzonderlijke omstandigheden kan de Ministeriële Conferentie besluiten een Lid van een door deze Overeenkomst of een Multilaterale Handelsovereenkomst opgelegde verplichting te ontheffen, mits een zodanig besluit wordt goedgekeurd door drie vierde (4) van de Leden.

a) Een verzoek om ontheffing betreffende deze Overeenkomst wordt ter bestudering aan de Ministeriële Conferentie voorgelegd ingevolge het gebruik van besluitvorming bij consensus. De Ministeriële Conferentie stelt een termijn van ten hoogste 90 dagen vast om het verzoek te bestuderen. Indien gedurende deze termijn geen consensus wordt bereikt, wordt een besluit om ontheffing te verlenen genomen door drie vierde van de leden.

b) Een verzoek om ontheffing betreffende de Multilaterale Handelsovereenkomsten in de bijlagen 1A of 1B of 1C en de bijlagen daarbij wordt aanvankelijk voorgelegd aan onderscheidenlijk de Raad voor de handel in goederen, de Raad voor de handel in diensten of de Raad voor TRIPs ter bestudering gedurende een termijn van ten hoogste 90 dagen. Aan het einde van de termijn legt de desbetreffende Raad een rapport voor aan de Ministeriële Conferentie.

4. Een besluit van de Ministeriële Conferentie waarbij ontheffing wordt verleend dient de uitzonderlijke omstandigheden te vermelden die het besluit rechtvaardigen, de voorwaarden betreffende de toepassing van de ontheffing en de datum waarop de ontheffing eindigt. Een ontheffing voor een termijn van langer dan één jaar wordt door de Ministeriële Conferentie uiterlijk een jaar nadat zij is verleend opnieuw bezien en daarna elk jaar, totdat de ontheffing eindigt. Bij elke toetsing onderzoekt de Ministeriële Conferentie of de uitzonderlijke omstandigheden die de ontheffing rechtvaardigen nog steeds aanwezig zijn en of aan de aan de ontheffing verbonden voorwaarden is voldaan. Op basis van de jaarlijkse toetsing kan de Ministeriële Conferentie de ontheffing verlengen, wijzigen of beëindigen.

5. Voor besluiten ingevolge een Plurilaterale Handelsovereenkomst, met inbegrip van besluiten inzake interpretaties en ontheffingen, gelden de bepalingen van die overeenkomst.

Artikel X

Wijizigingen

1. Ieder Lid van de WTO kan een voorstel doen tot wijziging van de bepalingen van deze Overeenkomst of van de Multilaterale Handelsovereenkomsten in bijlage 1 door een zodanig voorstel voor te leggen aan de Ministeriële Conferentie. De in artikel IV, vijfde lid, genoemde Raden kunnen ook voorstellen aan de Ministeriële Conferentie voorleggen tot wijziging van de bepalingen van de Multilaterale Handelsovereenkomsten in bijlage 1 op de werking waarvan zij toezien. Gedurende een termijn van 90 dagen nadat het voorstel formeel tijdens de Ministeriële Conferentie is ingediend, dient een besluit van de Ministeriële Conferentie om de voorgestelde wijziging ter aanvaarding aan de Leden voor te leggen, bij consensus te worden genomen, tenzij de Ministeriële Conferentie besluit tot een langere termijn. In dat besluit wordt aangegeven of de bepalingen van het derde of het vierde lid van toepassing zijn, tenzij de bepalingen van het tweede, vijfde of zesde lid van toepassing zijn. Indien consensus is bereikt, legt de Ministeriële Conferentie de voorgestelde wijziging onverwijld aan de Leden voor ter aanvaarding. Indien niet binnen de vastgestelde termijn consensus is bereikt tijdens een vergadering van de Ministeriële Conferentie, besluit de Ministeriële Conferentie met een twee derde meerderheid van de Leden of de voorgestelde wijziging ter aanvaarding aan de leden wordt voorgelegd. Behalve zoals bepaald in het tweede, vijfde en zesde lid, zijn de bepalingen van het derde lid van toepassing op de voorgestelde wijziging, tenzij de Ministeriële Conferentie met een drie vierde meerderheid van de Leden besluit dat de bepalingen van het vierde lid van toepassing zijn.

2. Wijzigingen van de bepalingen van dit artikel en van de bepalingen van de hieronder genoemde artikelen worden slechts van kracht na aanvaarding door alle Leden:

artikel IX van deze Overeenkomst;

de artikelen I en II van de GATT-Overeenkomst van 1994;

artikel II:1 van de GATS;

artikel 4 van de Overeenkomst inzake TRIP's.

3. Wijzigingen van andere bepalingen van deze Overeenkomst of van de Multilaterale Handelsovereenkomsten in de bijlagen 1A en 1C dan die genoemd in het tweede en het zesde lid, die van zodanige aard zijn dat daardoor de rechten en verplichtingen van de Leden zouden worden gewijzigd, worden voor de Leden die deze hebben aanvaard van kracht na aanvaarding door twee derde van de Leden en daarna voor elk ander Lid nadat dit de wijzigingen heeft aanvaard. De Ministeriële Conferentie kan met een drie vierde meerderheid van de Leden besluiten dat wijzigingen die ingevolge dit lid van kracht worden van zodanige aard zijn dat een Lid dat deze niet binnen een per geval door de Ministeriële Conferentie bepaalde termijn heeft aanvaard, vrij is zich terug te trekken uit de WTO of Lid te blijven met toestemming van de Ministeriële Conferentie.

4. Wijzigingen van andere bepalingen van deze Overeenkomst of van de Multilaterale Handelsovereenkomsten in de bijlagen 1A en 1C dan die genoemd in het tweede en het zesde lid, die van zodanige aard zijn dat daardoor de rechten en verplichtingen van de Leden niet worden gewijzigd, worden voor alle Leden van kracht na aanvaarding door twee derde van de Leden.

5. Behalve zoals bepaald in het tweede lid worden wijzigingen van de delen I, II en III van de GATS en de onderscheiden bijlagen voor de Leden die deze wijzigingen hebben aanvaard van kracht na aanvaarding door twee derde van de Leden en daarna voor elk Lid dat deze wijzigingen aanvaardt. De Ministeriële Conferentie kan met een drie vierde meerderheid van de Leden besluiten dat wijzigingen die van kracht worden ingevolge de voorgaande bepaling, van zodanige aard zijn dat een Lid dat deze niet heeft aanvaard binnen een door de Ministeriële Conferentie per geval bepaalde termijn, vrij is zich terug te trekken uit de WTO of Lid te blijven met toestemming van de Ministeriële Conferentie. Wijzigingen van de delen IV, V en VI van de GATS en de onderscheiden bijlagen worden voor alle Leden van kracht na aanvaarding door twee derde van de Leden.

6. Niettegenstaande de andere bepalingen van dit artikel kunnen wijzigingen van de Overeenkomst inzake TRIP's, die voldoen aan de vereisten van artikel 71, tweede lid, van die Overeenkomst door de Ministeriële Conferentie worden aangenomen zonder verdere formele aanvaardingsprocedure.

7. Ieder Lid dat een wijziging van deze Overeenkomst of van een Multilaterale Handelsovereenkomst in bijlage 1 aanvaardt, dient binnen de door de Ministeriële Conferentie bepaalde termijn voor aanvaarding een akte van aanvaarding neder te leggen bij de Directeur-generaal van de WTO.

8. Ieder Lid van de WTO kan een voorstel doen tot wijziging van de bepalingen van de Multilaterale Handelsovereenkomsten in de bijlagen 2 en 3 door een zodanig voorstel voor te leggen aan de Ministeriële Conferentie. Het besluit om wijzigingen van de Multilaterale Handels-overeenkomst in bijlage 2 goed te keuren dient bij consensus te worden genomen en deze wijzigingen worden van kracht voor alle Leden na goedkeuring door de Ministeriële Conferentie. Besluiten tot goedkeuring van wijzigingen van de Multilaterale Handelsovereenkomst in bijlage 3 worden van kracht voor alle Leden na goedkeuring door de Ministeriële Conferentie.

9. Op verzoek van de Leden die partij zijn bij een Handelsovereenkomst kan de Ministeriële Conferentie uitsluitend bij consensus besluiten die Overeenkomst toe te voegen aan bijlage 4. Op verzoek van de Leden die partij zijn bij een Plurilaterale Handelsovereenkomst in bijlage 4 kan de Ministeriële Conferentie besluiten die Overeenkomst uit bijlage 4 te schrappen.

10. Voor wijzigingen van een Plurilaterale Handelsovereenkomst gelden de bepalingen van die Overeenkomst.

Artikel XI

Oorspronkelijk lidmaatschap

1. Op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden de partijen bij de GATT-Overeenkomst van 1947 en de Europese Gemeenschappen, mits zij deze Overeenkomst en de Multilaterale Handelsovereenkomst aanvaarden met inbegrip van de Lijsten van Concessies en Verbintenissen gehecht aan de GATT-Overeenkomst van 1994 alsmede de Lijsten van Specifieke Verbintenissen gehecht aan de GATS, oorspronkelijke Leden van de WTO.

2. Van de als zodanig door de Verenigde Naties erkende minstontwikkelde landen wordt slechts verlangd dat zij verbintenissen aangaan en concessies doen in de mate die overeenstemt met hun individuele ontwikkeling, financiële behoeften en handelsbehoeften of hun administratieve en institutionele vermogens.

Artikel XII

Toetreding

1. Iedere Staat die of ieder afzonderlijk douanegebied dat volledige zelfstandigheid bezit in de buitenlandse handelsbetrekkingen of in de andere aangelegenheden geregeld in deze Overeenkomst en de Multilaterale Handelsovereenkomsten kan tot deze Overeenkomst toetreden op tussen deze Staat of dat gebied en de WTO overeen te komen voorwaarden. Deze toetreding geldt voor deze Overeenkomst en de daaraan gehechte Multilaterale Handelsovereenkomsten.

2. Besluiten inzake toetreding worden genomen door de Ministeriële Conferentie. De Ministeriële Conferentie hecht haar goedkeuring aan de overeenkomst omtrent de toetredingsvoorwaarden met een twee derde meerderheid van de Leden van de WTO.

3. Voor toetreding tot een Plurilaterale Handelsovereenkomst gelden de bepalingen van die Overeenkomst.

Artikel XIII

Niet-toepassing van Multilaterale Handelsovereenkomsten tussen bepaalde Leden

1. Deze Overeenkomst en de Multilaterale Handelsovereenkomsten in de bijlagen 1 en 2 zijn niet van toepassing tussen een Lid en een ander Lid indien een van beide Leden, op het tijdstip waarop het Lid wordt, niet instemt met deze toepassing.

2. Op het eerste lid kan tussen oorspronkelijke Leden van de WTO die partij waren bij de GATT-Overeenkomst van 1947 slechts een beroep worden gedaan, wanneer eerder een beroep was gedaan op artikel XXXV van die Overeenkomst en dat artikel van toepassing was tussen die overeenkomstsluitende partijen op het tijdstip waarop deze Overeenkomst voor hen in werking treedt.

3. Het eerste lid is slechts van toepassing tussen een Lid en een ander Lid dat ingevolge artikel XII toetreedt, indien het Lid dat niet met de toepassing instemt de Ministeriële Conferentie daarvan in kennis heeft gesteld vóór de goedkeuring van de overeenkomst inzake de toetredingsvoorwaarden door de Ministeriële Conferentie.

4. Op verzoek van een Lid kan de Ministeriële Conferentie de werking van dit artikel in bepaalde gevallen toetsen en passende aanbevelingen doen.

5. Voor niet-toepassing van een Plurilaterale Handelsovereenkomst tussen partijen bij die Overeenkomst gelden de bepalingen van die Overeenkomst.

Artikel XIV

Aanvaarding en inwerkingtreding, en nederlegging van akten

1. Deze Overeenkomst staat open voor aanvaarding, door ondertekening of op andere wijze, door de partijen bij de GATT-Overeenkomst van 1947 en door de Europese Gemeenschappen die gerechtigd zijn oorspronkelijke Leden van de WTO te worden in overeenstemming met artikel XI van deze Overeenkomst. Deze aanvaarding geldt voor deze Overeenkomst en de daaraan gehechte Multilaterale Handelsovereenkomsten. Deze Overeenkomst en de daaraan gehechte Multilaterale Handelsovereenkomsten treden in werking op de datum door de Ministers bepaald in overeenstemming met paragraaf 3 van de Slotakte waarin de resultaten van de Uruguay-Ronde van de multilaterale handelsbesprekingen zijn neergelegd en blijft voor aanvaarding openstaan voor een tijdvak van twee jaar na die datum tenzij de Ministers anders besluiten. Aanvaarding na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt van kracht op de dertigste dag na de nederlegging van de akte van aanvaarding.

2. Een Lid dat deze Overeenkomst na de inwerkingtreding ervan aanvaardt, past de concessies en verplichtingen in de Multilaterale Handelsovereenkomsten die moeten worden toegepast in de loop van een termijn welke aanvangt op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst toe, alsof het deze Overeenkomst had aanvaard op de datum van inwerkingtreding.

3. Tot de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn de tekst van deze Overeenkomst en van de Multilaterale Handelsovereenkomsten nedergelegd bij de Directeur-generaal van de Partijen bij de GATT-Overeenkomst van 1947. De Directeur-generaal verstrekt onverwijld een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze Overeenkomst en van de Multilaterale Handelsovereenkomsten en een kennisgeving van elke aanvaarding daarvan, aan elke regering en aan de Europese Gemeenschappen die deze Overeenkomst aanvaardt. Deze Overeenkomst en de Multilaterale Handelovereenkomsten en eventuele wijzigingen daarop worden bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst nedergelegd bij de Directeur-generaal van de WTO.

4. Op de aanvaarding en inwerkingtreding van een Plurilaterale Handelsovereenkomst zijn de bepalingen van die Overeenkomst van toepassing. Deze Overeenkomsten worden nedergelegd bij de Directeur-generaal van de partijen bij de GATT-Overeenkomst van 1947. Na inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden deze overeenkomsten nedergelegd bij de Directeur-generaal van de WTO.

Artikel XV

Terugtrekking

1. Ieder Lid kan zich terugtrekken uit deze Overeenkomst. Deze terugtrekking geldt zowel voor deze Overeenkomst als voor de Multilaterale Handelsovereenkomsten en wordt van kracht na het verstrijken van zes maanden na de datum waarop de schriftelijke kennisgeving van terugtrekking door de Directeur-generaal van de WTO is ontvangen.

2. Voor de terugtrekking uit een Plurilaterale Overeenkomst gelden de bepalingen van die Overeenkomst.

Artikel XVI

Diverse bepalingen

1. Behalve indien anders bepaald in deze Overeenkomst of in de Multilaterale Handelsovereenkomsten, laat de WTO zich leiden door de besluiten, procedures en gebruikelijke praktijken gehanteerd door de Partijen bij de GATT-Overeenkomst van 1947 en de in het kader van de GATT-Overeenkomst van 1947 ingestelde organen.

2. Voor zover uitvoerbaar wordt het Secretariaat van de GATT-Overeenkomst van 1947 het Secretariaat van de WTO en treedt de Directeur-generaal van de Partijen bij de GATT-Overeenkomst van 1947 op als Directeur-generaal van de WTO, totdat de Ministeriële Conferentie een Directeur-generaal heeft benoemd in overeenstemming met artikel VI, tweede lid, van deze Overeenkomst.

3. In geval van strijdigheid tussen een bepaling van deze Overeenkomst en een bepaling van een Multilaterale Handelsovereenkomst, is de bepaling van deze Overeenkomst doorslaggevend wat deze strijdigheid betreft.

4. Elk Lid waarborgt dat zijn wetten, voorschriften en administratieve procedures overeenstemmen met zijn verplichtingen zoals bepaald in de aangehechte Overeenkomsten.

5. Er mogen geen voorbehouden worden gemaakt ten aanzien van enige bepaling in deze Overeenkomst. Voorbehouden ten aanzien van enige bepaling van de Multilaterale Handelsovereenkomsten mogen slechts worden gemaakt voor zover voorzien in die Overeenkomsten. Met betrekking tot voorbehouden ten aanzien van een bepaling van een Plurilaterale Handelsovereenkomst gelden de bepalingen van die Overeenkomst.

6. Deze Overeenkomst wordt geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

Gedaan te Marrakesh, vijftien april negentienhonderd vierennegentig, in één exemplaar in de Engelse, de Franse en de Spaanse taal, zijnde elke tekst authentiek.

Toelichting

De uitdrukkingen "land" of "landen" zoals gebruikt in deze Overeenkomst en de Multilaterale Handelsovereenkomsten worden geacht elk afzonderlijk douanegebied te omvatten dat Lid van de WTO is.

Ingeval een afzonderlijk douanegebied Lid van de WTO is, wordt een uitdrukking in deze Overeenkomst en de Multilaterale Handelsovereenkomsten, wanneer deze nader wordt omschreven met het woord "nationaal", geïnterpreteerd als betrekking hebbend op dat douanegebied, tenzij anders aangegeven.

(1) Het betrokken orgaan wordt geacht bij consensus een besluit te hebben genomen omtrent een daaraan voorgelegde aangelegenheid als geen enkel Lid dat aanwezig is op de bijeenkomst waarop het besluit wordt genomen, formeel bezwaar maakt tegen het voorgestelde besluit.

(2) Het aantal stemmen van de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten mag in geen geval het aantal Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen te boven gaan.

(3) Besluiten van de Algemene Raad, wanneer deze bijeenkomt als Orgaan voor Geschillenbeslechting, worden slechts genomen in overeenstemming met de bepalingen van paragraaf 2.4 van het Memorandum inzake Geschillenbeslechting.

(4) Een besluit een ontheffing te verlenen ten aanzien van een verplichting die is onderworpen aan een overgangstermijn of een termijn voor gefaseerde toepassing, welke verplichting het Lid dat het verzoek doet niet is nagekomen aan het einde van de desbetreffende termijn, wordt slechts bij consensus genomen.

Top