EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 11997E082

Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Geconsolideerde Versie Amsterdam)
Derde deel: Het beleid van de Gemeenschap
Titel VI: Gemeenschappelijke regels betreffende de mededinging, de belastingen en de onderlinge aanpassing van de wetgevingen
Hoofdstuk 1: Regels betreffende de mededinging
Erste afdeling: Regels voor de ondernemingen
Artikel 82
Artikel 86 - Verdrag EG (Geconsolideerde Versie Maastricht)
Artikel 86 - Verdrag EEG

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/treaty/tec_1997/art_82/oj

11997E082

Verdrag tot oprichting van de Europeese Gemeenschap (Geconsolideerde Versie Amsterdam) - Derde deel: Het beleid van de Gemeenschap - Titel VI: Gemeenschappelijke regels betreffende de mededinging, de belastingen en de onderlinge aanpassing van de wetgevingen - Hoofdstuk 1: Regels betreffende de mededinging - Erste afdeling: Regels voor de ondernemingen - Artikel 82 - Artikel 86 - Verdrag EG (Geconsolideerde Versie Maastricht) - Artikel 86 - Verdrag EEG

Publicatieblad Nr. C 340 van 10/11/1997 blz. 0209 - Geconsolideerde versie
Publicatieblad Nr. C 224 van 31/08/1992 blz. 0029 - Geconsolideerde versie
(EEG Verdrag - geen officiële publicatie beschikbaar)


Verdrag tot oprichting van de Europeese Gemeenschap (Geconsolideerde Versie Amsterdam)

Erste afdeling: Regels voor de ondernemingen

Artikel 82

Onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt en verboden, voorzover de handel tussen lidstaten daardoor ongunstig kan worden beïnvloed, is het, dat een of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de gemeenschappelijke markt of op een wezenlijk deel daarvan.

Dit misbruik kan met name bestaan in:

a) het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of van andere onbillijke contractuele voorwaarden,

b) het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers,

c) het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging,

d) het feit dat het sluiten van overeenkomsten afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de handelspartners van bijkomende prestaties, welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten.

Top