This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 02024R1938-20240717
Regulation (EU) 2024/1938 of the European Parliament and of the Council of 13 June 2024 on standards of quality and safety for substances of human origin intended for human application and repealing Directives 2002/98/EC and 2004/23/EC (Text with EEA relevance)
Consolidated text: Verordening (EU) 2024/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende kwaliteits- en veiligheidsnormen voor lichaamsmaterialen die bedoeld zijn voor toepassing op de mens en tot intrekking van Richtlijn 2002/98/EG en Richtlijn 2004/23/EG (Voor de EER relevante tekst)
Verordening (EU) 2024/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende kwaliteits- en veiligheidsnormen voor lichaamsmaterialen die bedoeld zijn voor toepassing op de mens en tot intrekking van Richtlijn 2002/98/EG en Richtlijn 2004/23/EG (Voor de EER relevante tekst)
02024R1938 — NL — 17.07.2024 — 000.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2024/1938 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 betreffende kwaliteits- en veiligheidsnormen voor lichaamsmaterialen die bedoeld zijn voor toepassing op de mens en tot intrekking van Richtlijn 2002/98/EG en Richtlijn 2004/23/EG (PB L 1938 van 17.7.2024, blz. 1) |
Gerectificeerd bij:
VERORDENING (EU) 2024/1938 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 13 juni 2024
betreffende kwaliteits- en veiligheidsnormen voor lichaamsmaterialen die bedoeld zijn voor toepassing op de mens en tot intrekking van Richtlijn 2002/98/EG en Richtlijn 2004/23/EG
(Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
Deze verordening voorziet in maatregelen die hoge eisen stellen aan de kwaliteit en de veiligheid van alle lichaamsmaterialen (substances of human origin — SoHO) die bedoeld zijn voor toepassing op de mens en aan met die materialen verband houdende activiteiten. Zij waarborgt een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens, met name voor SoHO-donoren, SoHO-ontvangers en door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen, onder meer door de leveringscontinuïteit van kritieke SoHO te versterken.
Artikel 2
Toepassingsgebied
Deze verordening is van toepassing op:
SoHO bedoeld voor toepassing op de mens en SoHO die worden gebruikt voor de vervaardiging van producten die aan andere Uniewetgeving zijn onderworpen, zoals bedoeld in lid 6, en bedoeld zijn voor toepassing op de mens;
SoHO-donoren, SoHO-ontvangers en door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen;
SoHO-activiteiten die rechtstreeks van invloed zijn op de kwaliteit, veiligheid of doeltreffendheid van SoHO, te weten:
de SoHO-donorregistratie;
het onderzoek naar de voorgeschiedenis van SoHO-donoren en medisch onderzoek van SoHO-donoren;
het testen van SoHO-donoren of van personen bij wie SoHO worden ingezameld voor autoloog gebruik of gebruik binnen een relatie;
het inzamelen;
het bewerken;
de kwaliteitscontrole;
het bewaren;
het vrijgeven;
de distributie;
de invoer;
de uitvoer;
de toepassing op de mens;
de registratie van klinische resultaten.
Deze verordening is niet van toepassing op:
organen bedoeld voor transplantatie in de zin van artikel 3, punten h) en q), van Richtlijn 2010/53/EU;
moedermelk die uitsluitend wordt gebruikt voor het voeden van een eigen kind, zonder enige vorm van bewerking door een SoHO-entiteit.
In het geval van SoHO bedoeld voor autoloog gebruik, waarbij:
SoHO worden bewerkt of bewaard voordat zij op de mens worden toegepast, is deze verordening van toepassing;
SoHO niet worden bewerkt en niet worden bewaard voordat zij op de mens worden toegepast, is deze verordening niet van toepassing.
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
„lichaamsmateriaal” of „SoHO” (substance of human origin): een materiaal dat uit het menselijk lichaam wordt ingezameld, ongeacht of dit al dan niet cellen bevat en of die cellen al dan niet leven, met inbegrip van SoHO-preparaten die het resultaat zijn van de bewerking van dergelijk materiaal;
„kritieke SoHO”: een SoHO waarvoor een onvoldoende toelevering zal resulteren in ernstige schade of een risico op ernstige schade voor de gezondheid van ontvangers of in een ernstige onderbreking van de vervaardiging van in artikel 2, lid 6, bedoelde door andere Uniewetgeving geregelde producten, wanneer een ontoereikende levering van dergelijke producten zal resulteren in ernstige schade of een risico op ernstige schade voor de gezondheid van de mens;
„reproductieve SoHO”: menselijk sperma, eicellen, eierstok- en testiculair weefsel, bedoeld om te worden gebruikt voor medisch begeleide voortplanting of om de endocriene functie te herstellen; voor de toepassing van deze definitie worden embryo’s als reproductieve SoHO beschouwd, ook al worden zij niet uit het menselijk lichaam ingezameld;
„bloedbestanddeel”: een bestanddeel van bloed, waaronder rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en plasma, dat van bloed kan worden afgescheiden;
„SoHO-donatie”: een proces waarbij een persoon vrijwillig en om altruïstisch redenen SoHO van zijn eigen lichaam afstaat aan personen in nood, of toestemming geeft voor het gebruik van een dergelijke SoHO na zijn of haar dood; dit omvat de nodige medische formaliteiten, onderzoeken en behandelingen en de monitoring van de SoHO-donor, ongeacht of die donatie al dan niet succesvol is; het omvat in voorkomend geval de door een gemachtigde overeenkomstig de nationale wetgeving gegeven toestemming;
„SoHO-donor”: een levende of overleden SoHO-donor;
„levende SoHO-donor”: een levende persoon die zich vrijwillig bij een SoHO-entiteit heeft gemeld of is aangemeld door een persoon die namens hem of haar toestemming verleent overeenkomstig de nationale wetgeving, teneinde een SoHO-donatie te doen met het oog op toepassing op een andere persoon dan hem- of haarzelf, en met uitzondering van situaties van gebruik binnen een relatie;
„overleden SoHO-donor”: een overleden persoon die aan een SoHO-entiteit is toegewezen teneinde SoHO af te nemen, en die voor zijn overlijden daarvoor toestemming had gegeven of waarvan inzameling van SoHO is toegestaan overeenkomstig de nationale wetgeving;
„SoHO-ontvanger”: de persoon op wie SoHO worden toegepast of op wie toepassing op de mens van SoHO is voorzien, door allogeen of autoloog gebruik dan wel door gebruik binnen een relatie;
„ontvanger”: een SoHO-ontvanger of een persoon die een met SoHO vervaardigd product ontvangt dat onder andere Uniewetgeving valt, zoals bedoeld in artikel 2, lid 6;
„toestemming”:
de toestemming die door een levende SoHO-donor of een SoHO-ontvanger vrijelijk en zonder dwang is verleend voor het uitvoeren van een hem of haar betreffende handeling;
de toestemming die door een persoon vrijelijk en zonder dwang is verleend namens een levende SoHO-donor of een SoHO-ontvanger die niet in staat is om toestemming te verlenen, of de toestemming die overeenkomstig de nationale wetgeving is verleend voor de uitvoering van een handeling die de levende SoHO-donor of de SoHO-ontvanger betreft, of
de toestemming die door een persoon vrijelijk en zonder dwang is verleend of overeenkomstig de nationale wetgeving is verleend voor een handeling die een overleden SoHO-donor betreft, overeenkomstig de nationale wetgeving;
„allogeen gebruik”: de toepassing op de mens van bij een andere persoon dan de SoHO-ontvanger ingezamelde SoHO;
„autoloog gebruik”: de toepassing op de mens van een bij dezelfde persoon ingezamelde SoHO;
„gebruik binnen een relatie”: het gebruik van reproductieve SoHO voor medisch begeleide voortplanting tussen personen met een intieme lichamelijke relatie;
„donatie door een derde”: donatie van reproductieve SoHO met het oog op medisch begeleide voortplanting in een SoHO-ontvanger waarmee de donor geen intieme lichamelijke relatie heeft;
„medisch begeleide voortplanting”: een laboratorium- of medische handeling, met inbegrip van eventuele voorbereidende stappen, waarbij gebruik wordt gemaakt van reproductieve SoHO met het oog op het bevorderen van zwangerschap of het behoud van de vruchtbaarheid;
„behoud van de vruchtbaarheid”: het proces van het behouden of beschermen van iemands reproductieve SoHO met de bedoeling om deze later in het leven van die persoon te gebruiken;
„door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen”: kinderen die worden geboren na medisch begeleide voortplanting;
„toepassing op de mens”: ingebracht, geïmplanteerd, geïnjecteerd, geïnfuseerd, getransfuseerd, getransplanteerd, ingenomen, geplaatst, geïnsemineerd of anderszins aan het menselijk lichaam toegevoegd om een biologische wisselwerking met dat lichaam tot stand te brengen;
„SoHO-donorwerving”: elke activiteit die erop gericht is personen te informeren over activiteiten in verband met SoHO-donatie of hen aan te moedigen om SoHO te doneren;
„SoHO-donorregistratie”: opname in een register en, indien van toepassing, overdracht aan andere registers, van informatie over een SoHO-donor die essentieel is voor het vaststellen van een match met een toekomstige SoHO-ontvanger;
„inzameling”: een proces waarbij SoHO van een persoon worden verkregen, met inbegrip van eventuele voorbereidende stappen, zoals hormoonbehandelingen, die nodig zijn om het proces in of onder toezicht van een SoHO-entiteit te faciliteren;
„bewerking”: alle handelingen die worden verricht bij de hantering van SoHO, met inbegrip van, maar niet beperkt tot wassen, vormen, scheiden, decontaminatie, steriliseren, preserveren en verpakken, met uitzondering van de voorbereidende behandeling van SoHO voor onmiddellijke toepassing op de mens tijdens een chirurgische ingreep zonder dat de SoHO uit de operatieruimte worden verwijderd voordat zij worden toegepast;
„kwaliteitscontrole”: het verrichten van een vooraf bepaalde test of reeks tests of controles om te bevestigen dat aan tevoren vastgestelde kwaliteitscriteria is voldaan;
„bewaring”: de opslag van SoHO onder passende gecontroleerde omstandigheden;
„vrijgave”: een procedure waarbij voorafgaand aan de distributie of de uitvoer wordt geverifieerd of een SoHO voldoet aan vastgestelde kwaliteits- en veiligheidscriteria en aan de voorwaarden van een van toepassing zijnde toelating;
„distributie”: levering binnen de Unie van vrijgegeven SoHO:
die bedoeld zijn voor toepassing op de mens op een specifieke SoHO-ontvanger in dezelfde of een andere SoHO-entiteit;
die bedoeld zijn voor toepassing op de mens in het algemeen, zonder voorafgaande identificatie van een specifieke SoHO-ontvanger, in dezelfde of in een andere SoHO-entiteit;
die bedoeld zijn voor de vervaardiging van in artikel 2, lid 6, bedoelde door andere Uniewetgeving geregelde producten, door een fabrikant van dergelijke producten;
„invoer”: de activiteiten die plaatsvinden om SoHO vanuit een derde land in de Unie binnen te brengen voordat zij worden vrijgegeven;
„leverancier uit een derde land”: een buiten de Unie gevestigde organisatie waarmee een overeenkomst is gesloten om SoHO te leveren of activiteiten uit te voeren die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit en veiligheid van de ingevoerde SoHO;
„uitvoer”: activiteiten die worden verricht om SoHO van de Unie naar een derde land te versturen;
„registratie van klinische resultaten”: het beheer van een klinisch register waarin informatie over de resultaten van de uitvoering van een plan voor de monitoring van klinische resultaten worden opgeslagen, met inbegrip van de overdracht van die informatie naar andere registers;
„plan voor de monitoring van klinische resultaten”: een programma voor de evaluatie van de veiligheid en doeltreffendheid van een SoHO-preparaat na toepassing op de mens;
„SoHO-entiteit”: een rechtmatig in de Unie gevestigde entiteit die een of meer van de in artikel 2, lid 1, punt c), genoemde SoHO-activiteiten verricht;
„kritieke SoHO-entiteit”: een SoHO-entiteit die activiteiten verricht die bijdragen aan de levering van kritieke SoHO, waarbij die activiteiten zodanig van omvang zijn dat zij bij het uitblijven van die activiteiten niet kunnen worden gecompenseerd door activiteiten van andere SoHO-entiteiten of alternatieve materialen of producten voor ontvangers;
„SoHO-instelling”: een SoHO-entiteit die een van de volgende SoHO-activiteiten verricht:
zowel bewerking als bewaring;
vrijgave;
invoer;
uitvoer;
„verantwoordelijke persoon”: een binnen een SoHO-entiteit aangewezen persoon die verantwoordelijk is voor de naleving van deze verordening;
„SoHO-preparaat”: een type SoHO dat:
onderworpen is geweest aan bewerking en, in voorkomend geval, een of meer andere in artikel 2, lid 1, punt c), bedoelde SoHO-activiteiten;
een specifieke klinische indicatie heeft, en
voor toepassing op de mens op een SoHO-ontvanger is bedoeld of is bedoeld voor distributie;
„SoHO-preparaattoelating”: de formele goedkeuring door een bevoegde SoHO-autoriteit van een SoHO-preparaat;
„doeltreffendheid van SoHO”: de mate waarin het gebruik van SoHO het beoogde biologische of klinische resultaat in de SoHO-ontvanger bereikt;
„klinisch onderzoek naar SoHO”: een experimentele evaluatie van een SoHO-preparaat, met als doel conclusies te trekken over de veiligheid en doeltreffendheid ervan;
„SoHO-compendium”: een door de SoHO Coordination Board (SCB) actueel gehouden lijst van genomen besluiten op het niveau van de lidstaten en door de bevoegde SoHO-autoriteiten en de SCB uitgebrachte adviezen over de wettelijke status van specifieke materialen, producten of activiteiten zoals gepubliceerd op het EU-SoHO-platform;
„vigilantie”: een geheel van georganiseerde toezichts- en rapportageprocedures met betrekking tot ongewenste bijwerkingen en ongewenste voorvallen;
„ongewenste bijwerking”: elk incident dat redelijkerwijs in verband kan worden gebracht met de kwaliteit of veiligheid van SoHO, of de inzameling ervan bij een SoHO-donor of de toepassing op de mens op een SoHO-ontvanger, en dat schade toebracht aan een levende SoHO-donor, een SoHO-ontvanger of aan door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen;
„ongewenst voorval”: elk incident of elke fout in verband met SoHO-activiteiten dat de kwaliteit of veiligheid van SoHO zodanig kan beïnvloeden dat een levende SoHO-donor, een SoHO-ontvanger of door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen schadelijke gevolgen kunnen ondervinden;
„ernstige ongewenste bijwerking” of „SAR” (serious adverse reaction): een ongewenste bijwerking die leidt tot:
overlijden;
een levensbedreigende, invaliderende of arbeidsongeschiktmakende aandoening, waaronder de overbrenging van een ziekteverwekker of van een giftige stof die een dergelijke aandoening kan veroorzaken;
de overbrenging van een genetische aandoening die:
in het geval van medisch begeleide voortplanting met donatie door een derde, heeft geleid tot afbreking van de zwangerschap of kan leiden tot een levensbedreigende, invaliderende of arbeidsongeschiktmakende aandoening bij door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen, of
in het geval van medisch begeleide voortplanting binnen een relatie, heeft geleid tot zwangerschapsverlies of kan leiden tot een levensbedreigende, invaliderende of arbeidsongeschiktmakende aandoening bij door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen, als gevolg van een genetische testfout vóór de inplanting;
ziekenhuisopname of verlenging van ziekenhuisopname;
de noodzaak van een ingrijpende klinische ingreep om een van de in de punten a) tot en met d) bedoelde gevolgen te voorkomen of de effecten ervan te beperken;
langdurige gezondheidsklachten bij een SoHO-donor na een of meer SoHO-donaties;
„ernstig ongewenst voorval” of „SAE” (serious adverse event): een ongewenst voorval dat een risico inhoudt op:
ongepaste distributie van SoHO;
de ontdekking van een defect bij een SoHO-entiteit dat een risico vormt voor SoHO-ontvangers of SoHO-donoren en dat gevolgen zou hebben voor andere SoHO-ontvangers of SoHO-donoren als gevolg van gedeelde praktijken, diensten, leveringen of kritieke apparatuur;
het verlies van een hoeveelheid SoHO waardoor toepassingen op de mens worden uitgesteld of geannuleerd;
het verlies van SoHO met een hoge match of van SoHO voor autoloog gebruik;
een zodanige verwisseling van reproductieve SoHO dat een eicel wordt bevrucht met sperma van een andere dan de beoogde persoon of dat reproductieve SoHO worden toegepast op een andere SoHO-ontvanger dan de beoogde SoHO-ontvanger;
verlies van traceerbaarheid van SoHO;
„toerekenbaarheid”: de waarschijnlijkheid dat een ongewenste bijwerking, bij een levende SoHO-donor, verband houdt met het inzamelingsproces of dat een dergelijke bijwerking bij een SoHO-ontvanger of bij door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen verband houdt met de toepassing op de mens van de SoHO;
„ernst”: de mate waarin een ongewenste bijwerking schadelijke gevolgen heeft voor een levende SoHO-donor, een SoHO-ontvanger of door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen of voor de volksgezondheid in het algemeen, of de mate waarin een ongewenst voorval een risico op dergelijke schade inhoudt;
„kwaliteitsbeheersysteem”: een geformaliseerd systeem waarin de processen, procedures en verantwoordelijkheden worden gedocumenteerd om het bereiken van vastgestelde kwaliteitsnormen op een consistente manier te ondersteunen;
„gedelegeerde instantie”: een juridische entiteit waaraan de bevoegde SoHO-autoriteit overeenkomstig artikel 9, lid 1, bepaalde SoHO-toezichtsactiviteiten heeft gedelegeerd;
„audit”: een systematisch en onafhankelijk onderzoek om te bepalen of activiteiten en de daarmee verband houdende resultaten van dergelijke activiteiten met wetgeving en geplande regelingen overeenstemmen en of dergelijke regelingen op doeltreffende wijze worden uitgevoerd en geschikt zijn om de doeleinden te bereiken;
„inspectie”: een formele en objectieve controle door een bevoegde SoHO-autoriteit of gedelegeerde instantie om de naleving van de voorschriften van deze verordening en andere toepasselijke Uniewetgeving of nationale wetgeving te beoordelen;
„traceerbaarheid”: de mogelijkheid om SoHO in elke fase te lokaliseren en te identificeren, van de inzameling tot de toepassing op mensen, de vernietiging of de distributie voor de vervaardiging van in artikel 2, lid 6, bedoelde door andere Uniewetgeving geregelde producten;
„uniforme Europese code”: de unieke identificatiecode die wordt aangebracht op bepaalde SoHO die in de Unie worden gedistribueerd;
„EDQM SoHO-monografie”: een specificatie van de kritische kwaliteitsparameters van een bepaald SoHO-preparaat zoals gedefinieerd door het Europees Directoraat voor de kwaliteit van medicijnen en gezondheidszorg (European Directorate for the Quality of Medicines & HealthCare — EDQM) van de Raad van Europa;
„compensatie”: de vergoeding van eventuele verliezen of de terugbetaling van kosten in verband met SoHO-donatie;
„financiële neutraliteit van de donatie”: het feit dat de SoHO-donor geen financieel voordeel haalt uit noch financieel verlies lijdt door de donatie;
„weerbaarheid van het SoHO-donorbestand”: de mogelijkheid om voor een bepaalde SoHO-categorie te putten uit een groot aantal SoHO-donoren;
„Europese zelfvoorziening”: de mate waarin de Unie onafhankelijk is van derde landen met betrekking tot de inzameling, de distributie en enige andere SoHO-activiteit, in verband met kritieke SoHO.
Artikel 4
Strengere maatregelen van de lidstaten
HOOFDSTUK II
BEVOEGDE SOHO-AUTORITEITEN VAN DE LIDSTATEN
Artikel 5
Aanwijzing van bevoegde SoHO-autoriteiten
De lidstaten waarborgen dat de bevoegde SoHO-autoriteiten:
beschikken over voldoende autonomie om onafhankelijk en onpartijdig te handelen en beslissingen te nemen met inachtneming van de op grond van de nationale wetgeving gestelde interne administratieve en organisatorische vereisten;
beschikken over de benodigde bevoegdheden om:
de SoHO-toezichtsactiviteiten waarmee zij zijn belast naar behoren te verrichten, waaronder toegang tot de gebouwen van, en tot documenten en monsters die bewaard worden door SoHO-entiteiten en door een SoHO-entiteit gecontracteerde derden;
de onmiddellijke opschorting of staking te gelasten van een SoHO-activiteit die een onmiddellijk risico voor SoHO-donoren, SoHO-ontvangers, door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen of het publiek vormt;
beschikken over of toegang hebben tot voldoende personele en financiële middelen, operationele capaciteit en deskundigheid, waaronder technische deskundigheid, om de doelen van deze verordening te verwezenlijken en te voldoen aan hun verplichtingen op grond van deze verordening;
onderworpen zijn aan passende vertrouwelijkheidsverplichtingen om te voldoen aan artikel 75.
De lidstaten plaatsen de volgende actueel te houden informatie op het EU-SoHO-platform:
de naam en contactgegevens van de in lid 4 bedoelde nationale SoHO-autoriteit;
de namen en contactgegevens van elke overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde SoHO-autoriteit, wanneer die bevoegde SoHO-autoriteit verschilt van de in lid 4 bedoelde nationale SoHO-autoriteit.
Artikel 6
Onafhankelijkheid en onpartijdigheid
Artikel 7
Transparantie
De bevoegde SoHO-autoriteiten:
verrichten de SoHO-toezichtsactiviteiten waarvoor zij verantwoordelijk zijn op transparante wijze door ten minste te voldoen aan de in deze verordening gestelde publicatievereisten, en
maken elk handhavingsbesluit overeenkomstig artikel 19, leden 7, 8 en 9, artikel 25, leden 3, 4 en 5, of artikel 27, lid 8, punt h), en de redenen daarvoor, toegankelijk en duidelijk voor het publiek in gevallen waarin:
een SoHO-entiteit niet aan deze verordening voldoet, of
er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid van SoHO-donoren, SoHO-ontvangers of door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen.
Artikel 8
Algemene verantwoordelijkheden en verplichtingen van bevoegde SoHO-autoriteiten
De bevoegde SoHO-autoriteiten zijn op hun grondgebied verantwoordelijk voor SoHO-toezichtsactiviteiten met het oog op het nagaan van de doeltreffende naleving door:
SoHO-entiteiten van de in deze verordening uiteengezette vereisten, en
SoHO-preparaten van de overeenkomstige toelating.
De bevoegde SoHO-autoriteiten:
beschikken over of hebben toegang tot voldoende gekwalificeerd en ervaren personeel, personele en financiële middelen, operationele capaciteit en deskundigheid, met inbegrip van technische expertise, om de hun toegewezen SoHO-toezichtstaken doelmatig en doeltreffend uit te voeren;
beschikken over procedures om de naleving van de in artikel 75 uiteengezette vertrouwelijkheidsverplichtingen te waarborgen;
waarborgen de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, transparantie, doeltreffendheid, kwaliteit, geschiktheid en samenhang van hun SoHO-toezichtsactiviteiten;
beschikken over passende en naar behoren onderhouden ruimten en apparatuur, om te waarborgen dat personeelsleden de SoHO-toezichtsactiviteiten veilig, doelmatig en doeltreffend kunnen uitoefenen;
beschikken over een kwaliteitsbeheersysteem of gestandaardiseerde gedocumenteerde procedures voor de uitvoering van de hun toegewezen SoHO-toezichtsactiviteiten, waarin een plan is opgenomen om in het geval van crisissituaties die de normale uitvoering van hun taken belemmeren de continuïteit van hun werkzaamheden te waarborgen;
ontwikkelen en implementeren of bieden toegang tot opleidingsprogramma’s om ervoor te zorgen dat personeelsleden die SoHO-toezichtsactiviteiten uitoefenen een op hun bevoegdheidsterrein toegesneden opleiding krijgen;
bieden hun personeelsleden de gelegenheid om deel te nemen aan de in artikel 70 bedoelde opleiding van de Unie indien dergelijke opleiding beschikbaar en passend is.
Artikel 9
Delegatie van de SoHO-toezichtsactiviteiten aan andere instanties
De delegerende bevoegde SoHO-autoriteiten zorgen ervoor dat in de in lid 2 van dit artikel bedoelde schriftelijke overeenkomst minstens het volgende wordt opgenomen:
een nauwkeurige omschrijving van de SoHO-toezichtsactiviteiten die de gedelegeerde instantie moet verrichten, alsook de voorwaarden waaronder die taken moeten worden verricht;
de voorwaarde dat de gedelegeerde instantie aan beschikbare certificerings- of andere regelingen op Unieniveau deelneemt om de uniforme toepassing te waarborgen van de voor hun relevante sector vereiste beginselen van goede praktijken;
een nauwkeurige omschrijving van de regelingen om een doeltreffende en doelmatige afstemming tussen de delegerende bevoegde SoHO-autoriteit en de gedelegeerde instantie te waarborgen;
bepalingen met betrekking tot de nakoming van de in de artikelen 10 en 11 uiteengezette verplichtingen;
bepalingen met betrekking tot de beëindiging ervan in geval van intrekking van de delegatie op grond van artikel 11.
Artikel 10
Verplichtingen van gedelegeerde instanties
Gedelegeerde instanties waaraan de SoHO-toezichtsactiviteiten zijn gedelegeerd overeenkomstig artikel 9:
voldoen aan de in artikel 8, lid 3, uiteengezette verplichtingen;
stellen de delegerende bevoegde SoHO-autoriteiten geregeld en op verzoek van die delegerende bevoegde SoHO-autoriteiten in kennis van de uitkomst van de door hen uitgeoefende SoHO-toezichtsactiviteiten;
stellen de delegerende bevoegde SoHO-autoriteiten onmiddellijk in kennis wanneer de uitkomst van de gedelegeerde SoHO-toezichtsactiviteiten duiden op niet-naleving of wijzen op waarschijnlijke niet-naleving, tenzij anders is bepaald in specifieke schriftelijke regelingen die zijn overeengekomen tussen die delegerende bevoegde SoHO-autoriteiten en de gedelegeerde instanties, en
werken volledig samen met de delegerende bevoegde SoHO-autoriteiten, ook door het verlenen van toegang tot hun gebouwen en documentatie, alsook tot hun IT-systemen.
Artikel 11
Verplichtingen van de delegerende bevoegde SoHO-autoriteiten
Bevoegde SoHO-autoriteiten die bepaalde SoHO-toezichtsactiviteiten in overeenstemming met artikel 9 aan gedelegeerde instanties hebben gedelegeerd:
voeren regelmatig audits uit van de gedelegeerde instanties;
trekken de delegatie indien nodig onverwijld geheel of gedeeltelijk in, en met name in gevallen waarin:
is aangetoond dat de gedelegeerde instanties de aan hen gedelegeerde SoHO-toezichtsactiviteiten niet naar behoren uitvoeren;
de gedelegeerde instanties in de loop van de uitvoering van de SoHO-toezichtsactiviteiten geen passende en tijdige maatregelen hebben getroffen om vastgestelde tekortkomingen te verhelpen, of
is aangetoond dat de onafhankelijkheid of onpartijdigheid van de gedelegeerde instanties in het geding is.
De tijd tussen de in de eerste alinea, punt a), van dit artikel bedoelde audits wordt bepaald door de delegerende bevoegde SoHO-autoriteit, rekening houdend met de deelname van de gedelegeerde instanties aan certificering of andere regelingen zoals bedoeld in artikel 9, lid 3, punt b), alsook met het toepassingsgebied en de impact van de gedelegeerde SoHO-toezichtsactiviteiten op de kwaliteit en veiligheid van SoHO.
Artikel 12
Communicatie en afstemming tussen bevoegde SoHO-autoriteiten
Artikel 13
Raadpleging van en samenwerking met autoriteiten van andere regelgevende sectoren
De bevoegde SoHO-autoriteiten die betrokken zijn bij de in lid 2 van dit artikel bedoelde raadpleging, kunnen ook via hun nationale SoHO-autoriteit aangeven of zij van mening zijn dat de SCB, alvorens haar advies uit te brengen en overeenkomstig artikel 69, lid 1, punt c), overleg moet plegen met de relevante gelijkwaardige adviesorganen die zijn ingesteld op grond van de in artikel 2, lid 6, bedoelde andere toepasselijke Uniewetgeving.
De bij de raadpleging betrokken bevoegde SoHO-autoriteiten houden rekening met het advies dat de SCB naar aanleiding van een dergelijk verzoek heeft uitgebracht.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 14
Verplichtingen met betrekking tot controles door de Commissie
Bevoegde SoHO-autoriteiten en gedelegeerde instanties werken met de Commissie samen met het oog op de uitvoering van de in artikel 71 bedoelde controles door de Commissie. Meer in het bijzonder:
nemen zij passende vervolgmaatregelen om de bij die controles door de Commissie vastgestelde tekortkomingen te verhelpen;
verlenen zij, na een met redenen omkleed verzoek, de noodzakelijke technische bijstand, verstrekken zij beschikbare documentatie en verlenen zij andere ondersteuning waarom de Commissie verzoekt, om haar in staat te stellen controles doeltreffend en doelmatig te verrichten, met inbegrip van het faciliteren van de toegang tot alle gebouwen of delen daarvan, en tot documentatie, waaronder IT-systemen, van de SoHO-autoriteit of gedelegeerde instantie die relevant is voor de uitvoering van haar taken.
Artikel 15
Transparantie met betrekking tot de vergoedingen voor technische diensten die vereist zijn voor het beschikbaar stellen van SoHO
De lidstaten kunnen passende maatregelen nemen om te zorgen voor transparantie met betrekking tot de vergoedingen voor technische diensten die nodig zijn voor het beschikbaar stellen van SoHO.
HOOFDSTUK III
SOHO-TOEZICHTSACTIVITEITEN
Artikel 16
Register van SoHO-entiteiten
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 17
Registratie van SoHO-entiteiten
De bevoegde SoHO-autoriteiten:
bevestigen de ontvangst van de registratie onverwijld;
verzoeken de SoHO-entiteit indien nodig om aanvullende bijzonderheden te verstrekken over de overeenkomstig artikel 35, lid 3, verstrekte informatie;
verstrekken richtsnoeren over de te volgen procedures om een toelating aan te vragen, indien relevant;
delen, waar van toepassing, de SoHO-entiteit mee of haar status die van een kritieke SoHO-entiteit is en stellen de entiteit in kennis van de bijbehorende verplichtingen op grond van de artikelen 64 en 67;
delen de SoHO-entiteit mee dat haar registratie is geverifieerd en op het EU-SoHO-platform is gepubliceerd.
Artikel 18
Systeem voor SoHO-preparaattoelating
Artikel 19
Toelating van SoHO-preparaten
Bij ontvangst van een aanvraag voor een SoHO-preparaattoelating handelen de bevoegde SoHO-autoriteiten als volgt:
zij bevestigen de ontvangst van de aanvraag onverwijld;
zij beoordelen het SoHO-preparaat op grond van artikel 20 en onderzoeken overeenkomsten die zijn gesloten tussen de aanvragende SoHO-entiteit en een SoHO-entiteit of derde die door die aanvragende SoHO-entiteit zijn gecontracteerd met het oog op het uitvoeren van activiteiten of relevante stappen in de verwerking in verband met het SoHO-preparaat, indien van toepassing;
zij verzoeken de aanvragende SoHO-entiteit indien nodig om aanvullende informatie te verstrekken;
zij verlenen of weigeren de goedkeuring van plannen voor de monitoring van klinische resultaten, zoals toepasselijk, overeenkomstig artikel 20, lid 4, punten c) en d), en zij geven een termijn aan waarbinnen de aanvragende SoHO-entiteit de resultaten van de goedgekeurde de monitoring van klinische resultaten moet indienen;
op basis van de beoordeling op grond van punt b) van dit lid en van de uitkomst van de monitoring van klinische resultaten zoals bedoeld in punt d) van dit lid, waar van toepassing, verlenen of weigeren zij de toelating voor het SoHO-preparaat en geven zij aan welke voorwaarden eventueel van toepassing zijn.
De bevoegde SoHO-autoriteiten voltooien de in lid 2 van dit artikel bedoelde stappen voor de SoHO-preparaattoelating binnen de voor de toelating vastgestelde termijn, rekening houdend met de door de SCB gedocumenteerde en gepubliceerde beste praktijken, zoals bedoeld in artikel 69, lid 1, punt d). Een dergelijke termijn kan worden verlengd:
voor de duur van de in artikel 13, leden 2 en 3, bedoelde raadplegingen;
gedurende de tijd die nodig is om met betrekking tot een verzoek aan de SoHO-entiteit om aanvullende informatie een antwoord op te stellen en te verzenden;
gedurende de tijd die nodig is voor de uitvoering van de monitoring van klinische resultaten, of
gedurende de tijd die nodig is om op verzoek van de bevoegde SoHO-autoriteit aanvullende validering te verrichten of aanvullende kwaliteits- en veiligheidsgegevens te verzamelen.
De bevoegde SoHO-autoriteiten stellen een termijn vast waarbinnen het onderzoek van de vermoede niet-naleving moet plaatsvinden en waarbinnen de SoHO-entiteiten een bevestigde niet-naleving moeten herstellen, en waarbinnen de schorsing van kracht blijft.
Wanneer de in dit artikel bedoelde procedures niet zijn uitgevoerd, kunnen de bevoegde SoHO-autoriteiten, op verzoek van de SoHO-entiteit die verantwoordelijk is voor een geplande toepassing op de mens van een SoHO-preparaat op een specifieke SoHO-ontvanger op hun grondgebied, bij wijze van uitzondering toelating verleend voor die toepassing op de mens, op voorwaarde dat:
er voor de specifieke SoHO-ontvanger geen therapeutisch alternatief beschikbaar is, de behandeling niet kan worden uitgesteld of de prognose van de specifieke SoHO-ontvanger levensbedreigend is;
op basis van de beschikbare klinische gegevens redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het SoHO-preparaat veilig en doeltreffend is, en
de betrokken SoHO-ontvanger ervan in kennis wordt gesteld dat het betrokken SoHO-preparaat niet is toegelaten op grond van deze verordening.
De bevoegde SoHO-autoriteiten kunnen vereisen dat de betrokken SoHO-entiteit een samenvatting van de klinische resultaten voor dit specifieke geval verstrekt en stellen de nationale SoHO-autoriteit onverwijld in kennis van die uitzonderlijke toelating.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 20
Beoordeling van SoHO-preparaten
In gevallen waarin een SoHO-preparaat waarvoor ingevolge artikel 19 SoHO-preparaattoelating wordt aangevraagd niet is toegelaten bij een andere SoHO-entiteit, of de bevoegde SoHO-autoriteit ervoor kiest geen rekening te houden met een SoHO-preparaattoelating in een andere lidstaat, handelt de bevoegde SoHO-autoriteit als volgt:
zij beoordeelt de toereikendheid van de door de aanvragende SoHO-entiteit ingevolge artikel 39, lid 2, punt b), verstrekte informatie;
zij start de in artikel 13 bedoelde raadpleging, indien het tijdens de beoordeling van de in punt a) van dit lid bedoelde informatie niet duidelijk is of het SoHO-preparaat, geheel of gedeeltelijk, binnen het toepassingsgebied van deze verordening of andere Uniewetgeving valt, gelet op de activiteiten die voor het SoHO-preparaat worden uitgevoerd en de beoogde toepassing op de mens;
zij evalueert de door de aanvragende SoHO-entiteit ingevolge artikel 39, lid 2, punt c), uitgevoerde beoordeling van de voordelen en risico’s, met inbegrip van het wetenschappelijk bewijs en de klinische gegevens die zijn verstrekt met betrekking tot de verwachte voordelen en risico’s;
in gevallen waarin het overeenkomstig punt c) van dit lid verstrekte bewijs niet volstaat om met zekerheid te kunnen stellen dat het voordeel groter is dan het risico, of wanneer het risico meer dan verwaarloosbaar is, beoordeelt zij het plan om in verband met de veiligheid en doeltreffendheid verder bewijs te verzamelen door middel van de monitoring van klinische resultaten, alsook de evenredigheid van het plan ten aanzien van de omvang van het risico en het verwachte voordeel van het SoHO-preparaat overeenkomstig artikel 21;
zij kan de SCB ingevolge artikel 69, lid 1, raadplegen over het bewijsmateriaal dat nodig en toereikend is voor toelating van een bepaald SoHO-preparaat indien de in lid 7 van dit artikel bedoelde beste praktijken niet volstaan;
zij beoordeelt, in het geval van een reeds eerder goedgekeurd plan voor de monitoring van klinische resultaten ingevolge artikel 19, lid 2, punt d), de uitkomst van de monitoring van klinische resultaten nadat deze is voltooid en de uitkomst ervan door de aanvrager is ingediend.
Artikel 21
Plannen voor de monitoring van klinische resultaten
Het plan voor de monitoring van klinische resultaten omvat het volgende:
in gevallen van een laag risico en een verwachte positieve beoordeling van de voordelen en risico’s, een proactieve klinische follow-up van een vooraf bepaald aantal SoHO-ontvangers;
in gevallen van een gemiddeld risico en een verwachte positieve beoordeling van de voordelen en risico’s, naast het genoemde in punt a), een klinisch onderzoek naar SoHO van een vooraf bepaald aantal SoHO-ontvangers dat nodig is om vooraf bepaalde klinische eindpunten te kunnen beoordelen;
in gevallen van een hoog risico en een verwachte positieve beoordeling van de voordelen en risico’s, en in gevallen waarin het risico of het voordeel niet kan worden beoordeeld wegens een gebrek aan wetenschappelijke en klinische gegevens of kennis, naast het genoemde in punt a), een klinisch onderzoek van een vooraf bepaald aantal SoHO-ontvangers dat nodig is om vooraf bepaalde klinische eindpunten te kunnen beoordelen in vergelijking met de standaardbehandeling.
In de in lid 3, punten b) en c), bedoelde gevallen registreren de bevoegde SoHO-autoriteiten elk goedgekeurd klinisch onderzoek naar SoHO op het EU-SoHO-platform, waarbij de volgende informatie wordt verstrekt:
de naam en het adres van de SoHO-entiteit die het klinisch onderzoek naar SoHO uitvoert;
een beschrijving van het type SoHO en de beoogde klinische indicatie;
een samenvatting van de bewerkingsmethode;
een samenvatting van de opzet van het onderzoek;
de geplande datum van aanvang en voltooiing van het klinisch onderzoek naar SoHO.
Artikel 22
Gezamenlijke SoHO-preparaatbeoordelingen
De bevoegde SoHO-autoriteiten die aan een gezamenlijke SoHO-preparaatbeoordeling deelnemen, sluiten voorafgaand aan de gezamenlijke beoordeling een schriftelijke overeenkomst. Een dergelijke schriftelijke overeenkomst specificeert ten minste het volgende:
het toepassingsgebied van de gezamenlijke SoHO-preparaatbeoordeling;
de rollen van de deelnemende SoHO-preparaatbeoordelaars tijdens en na de gezamenlijke SoHO-preparaatbeoordeling;
de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van elk van de deelnemende bevoegde SoHO-autoriteiten.
De bevoegde SoHO-autoriteiten die deelnemen aan de gezamenlijke SoHO-preparaatbeoordeling verbinden zich er in de in de eerste alinea bedoelde overeenkomst toe de resultaten van die beoordeling gezamenlijk te aanvaarden. Die overeenkomst wordt ondertekend door alle deelnemende bevoegde SoHO-autoriteiten, met inbegrip van de betreffende nationale SoHO-autoriteiten.
Artikel 23
Specifieke vereisten voor SoHO-preparaatbeoordelaars
SoHO-preparaatbeoordelaars:
bezitten een diploma, certificaat of ander bewijsstuk van afronding van een universitaire opleiding op het gebied van geneeskunde, farmacie of biowetenschappen (life sciences), of van een opleiding die door de betrokken lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend;
beschikken over deskundigheid op het gebied van de te beoordelen processen of de toepassingen op de mens waarvoor de SoHO-preparaten zullen worden gebruikt.
Artikel 24
Toelatingssysteem voor SoHO-instellingen
De bevoegde SoHO-autoriteiten kunnen besluiten dat bepaalde SoHO-entiteiten die niet onder de in artikel 3, punt 35), uiteengezette definitie van een SoHO-instelling vallen, ook als SoHO-instelling toegelaten moeten zijn, met name in het geval van SoHO-entiteiten die:
significante invloed op de kwaliteit en veiligheid van SoHO hebben vanwege de schaal, het kritieke karakter of de complexiteit van de SoHO-activiteiten die zij uitvoeren, of
SoHO-activiteiten uitvoeren voor meerdere SoHO-instellingen.
De bevoegde SoHO-autoriteiten stellen de SoHO-entiteit in kennis van een dergelijk besluit en van de daaruit voortvloeiende verplichting om te voldoen aan alle bepalingen van deze verordening die betrekking hebben op SoHO-instellingen, met inbegrip van de indiening van een aanvraag tot toelating als SoHO-instelling.
Artikel 25
Toelating als SoHO-instelling
Bij ontvangst van een aanvraag voor toelating als SoHO-instelling handelen de bevoegde SoHO-autoriteiten als volgt:
zij bevestigen onverwijld de ontvangst van de aanvraag;
zij beoordelen de aanvraag;
zij onderzoeken overeenkomsten die zijn gesloten tussen de aanvragende SoHO-instelling en SoHO-entiteiten die door die SoHO-instelling zijn gecontracteerd voor de uitvoering van SoHO-activiteiten;
zij verzoeken de aanvragende SoHO-instelling indien nodig om aanvullende informatie te verstrekken;
zij verrichten een inspectie ter plaatse bij de aanvragende SoHO-instelling, ingevolge artikel 27, en, in voorkomend geval, bij door de SoHO-instelling gecontracteerde SoHO-entiteiten of derden, ingevolge artikel 28;
zij stellen de aanvragende SoHO-instelling onverwijld in kennis van de uitkomst van de in de punten b), c), en e), en, voor zover relevant, in punt d), bedoelde beoordelingen en inspecties;
waar passend verlenen of weigeren zij de toelating van de aanvragende SoHO-instelling als SoHO-instelling en geven zij aan welke SoHO en welke SoHO-activiteiten voor elke SoHO onder de toelating vallen en welke voorwaarden eventueel van toepassing zijn;
zij plaatsen de informatie over de in verband met de SoHO-instelling verleende toelating onverwijld op het EU-SoHO-platform door de status van de SoHO-entiteit te wijzigen in SoHO-instelling;
zij beoordelen eventuele significante wijzigingen die door de SoHO-instelling zijn aangebracht in de informatie die in de aanvraag werd verstrekt en die hun op grond van artikel 46, lid 2, werden meegedeeld en keuren deze wijzigingen, indien van toepassing, goed, en zij werken die informatie bij op het EU-SoHO-platform.
De bevoegde SoHO-autoriteiten stellen een termijn vast waarbinnen het onderzoek van een vermoede niet-naleving moet plaatsvinden en waarbinnen de SoHO-instelling een bevestigde niet-naleving moet herstellen, en waarbinnen de schorsing van kracht blijft.
Artikel 26
Toelating als invoerende SoHO-instelling
Artikel 27
Inspecties van SoHO-instellingen
De bevoegde SoHO-autoriteiten verrichten, indien van toepassing, de volgende inspecties bij SoHO-instellingen:
aangekondigde routine-inspecties van het systeem;
aangekondigde of onaangekondigde inspecties, met name voor het onderzoek van frauduleuze of andere onwettige activiteiten, of op basis van informatie die wijst op mogelijke niet-naleving van deze verordening;
aangekondigde of onaangekondigde inspecties gericht op een specifieke activiteit of een specifiek onderwerp overeenkomstig artikel 20, lid 6, artikel 26, lid 5, artikel 29 en artikel 33, lid 6.
De bevoegde SoHO-autoriteiten verrichten inspecties ter plaatse. Bij wijze van uitzondering kunnen de bevoegde SoHO-autoriteiten echter inspecties geheel of gedeeltelijk met virtuele middelen of door middel van documentenonderzoek op afstand verrichten, mits:
dergelijke inspectiemethoden geen risico voor de kwaliteit en veiligheid van SoHO vormen;
dergelijke inspectiemethoden niet nadelig zijn voor de doelmatigheid van inspecties;
de bescherming van SoHO-donoren, SoHO-ontvangers of door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen wordt geëerbiedigd, en
de maximale termijn tussen twee inspecties ter plaatse ingevolge lid 9 niet wordt overschreden.
Wanneer de SoHO-instellingen:
de door het ECDC en het EDQM gepubliceerde technische richtsnoeren hanteren, zoals bedoeld in artikel 56, lid 4, punt a), en artikel 59, lid 4, punt a), indien van toepassing, gaan de inspecteurs ervan uit dat aan de normen van deze verordening is voldaan, voor zover deze in dergelijke richtsnoeren aan bod komen;
andere, door de lidstaat overeenkomstig lid 7 van dit artikel vastgestelde richtsnoeren hanteren, zoals bedoeld in artikel 56, lid 4, punt b), en artikel 59, lid 4, punt b), gaan de inspecteurs ervan uit dat aan de normen van deze verordening is voldaan, voor zover deze in dergelijke richtsnoeren aan bod komen;
andere dan de in punt a) of punt b) van dit lid bedoelde richtsnoeren of andere technische methoden die niet aan bod komen in richtsnoeren hanteren, toegepast in specifieke omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 56, lid 4, punt c), en artikel 59, lid 4, punt c), onderzoeken de inspecteurs de stappen die de SoHO-instellingen hebben ondernomen om ervoor te zorgen dat deze richtsnoeren of technische methoden adequaat zijn en of deze voldoen aan de normen van deze verordening. Met het oog op dat onderzoek verstrekken de SoHO-instellingen de inspecteurs alle nodige informatie op grond van artikel 56, lid 7, en artikel 59, lid 7.
De inspecteurs voeren een of meer van de volgende activiteiten uit:
het inspecteren van gebouwen;
het onderzoeken en verifiëren van overeenstemming van de procedures en de SoHO-activiteiten die worden uitgevoerd met de vereisten van deze verordening;
het onderzoeken van documenten of andere administratieve stukken in verband met de vereisten van deze verordening;
waar van toepassing, het beoordelen van de opzet en de uitvoering van het ingevolge artikel 37 gehanteerde kwaliteitsbeheersysteem;
het onderzoeken van overeenstemming met de vigilantie- en traceerbaarheidssystemen;
het nemen van monsters voor analysedoeleinden, het vervaardigen van kopieën van documenten, en het maken van foto’s of video’s, indien vereist;
het beoordelen van het ingevolge artikel 67 ingevoerde noodplan van de SoHO-entiteit, indien van toepassing;
het gelasten of voorstellen aan de bevoegde SoHO-autoriteit van de opschorting of staking van procedures of werkzaamheden of het opleggen van andere maatregelen, indien dat noodzakelijk en evenredig is gezien het vastgestelde risico; in een dergelijk geval onderneemt de inspecteur onverwijld alle nodige stappen.
Na de in artikel 25, lid 2, punt e), bedoelde inspectie voeren de bevoegde SoHO-autoriteiten periodieke inspecties uit op grond van lid 2, punt a), van dit artikel, zodat de termijn tussen twee inspecties ter plaatse in geen geval meer dan vier jaar bedraagt. Bij de frequentie van inspecties wordt rekening gehouden met:
vastgestelde risico’s in verband met het type van SoHO die onder de toelating van de SoHO-instelling vallen en de uitgevoerde SoHO-activiteiten;
de resultaten van in het verleden bij die SoHO-instellingen uitgevoerde inspecties en de naleving door die instellingen van deze verordening;
de certificering of accreditatie door internationale instanties, indien relevant;
de betrouwbaarheid en doeltreffendheid van het in artikel 37 bedoelde kwaliteitsbeheersysteem.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 28
Inspecties van SoHO-entiteiten die geen SoHO-instelling zijn en van derden
Artikel 29
Gezamenlijke inspecties
Met de voorafgaande toestemming van de nationale SoHO-autoriteit levert de bevoegde SoHO-autoriteit, die een verzoek om een gezamenlijke inspectie ontvangt, alle redelijke inspanningen om een dergelijk verzoek te aanvaarden, rekening houdend met haar beschikbare middelen, wanneer:
de te inspecteren SoHO-entiteit in meer dan een lidstaat SoHO-activiteiten uitvoert die gevolgen hebben in de verzoekende lidstaat;
de bevoegde SoHO-autoriteiten van de verzoekende lidstaat met het oog op die inspectie gespecialiseerde technische deskundigheid van een andere lidstaat nodig hebben;
de bevoegde SoHO-autoriteiten van de lidstaat die het verzoek ontvangt het ermee eens zijn dat er andere redelijke gronden zijn voor het uitvoeren van een gezamenlijke inspectie.
Wanneer de bevoegde SoHO-autoriteit een verzoek om gezamenlijke inspectie van een SoHO-entiteit ontvangt, kan zij dat verzoek afwijzen, met name indien:
in het voorgaande jaar bij die SoHO-entiteit een gezamenlijke inspectie heeft plaatsgevonden, of
er reeds een gezamenlijke inspectie van die SoHO-entiteit wordt gepland.
De bevoegde SoHO-autoriteiten die aan een gezamenlijke inspectie deelnemen, sluiten voorafgaand aan de gezamenlijke inspectie een schriftelijke overeenkomst. Een dergelijke schriftelijke overeenkomst specificeert ten minste het volgende:
het toepassingsgebied en het doel van de gezamenlijke inspectie;
de rollen van de deelnemende inspecteurs gedurende en na afloop van de inspectie, waarbij ook de bevoegde SoHO-autoriteit wordt aangewezen die de leiding over de inspectie heeft;
de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van elk van de deelnemende bevoegde SoHO-autoriteiten.
De bevoegde SoHO-autoriteiten die deelnemen aan de gezamenlijke inspectie verbinden zich er in de in de eerste alinea bedoelde overeenkomst toe de resultaten van die inspectie gezamenlijk te aanvaarden. Die overeenkomst wordt ondertekend door alle deelnemende bevoegde SoHO-autoriteiten, met inbegrip van de betreffende nationale SoHO-autoriteiten.
De bevoegde SoHO-autoriteit die toezicht houdt op de SoHO-entiteit waar een gezamenlijke inspectie zal plaatsvinden, stelt die SoHO-entiteit vooraf in kennis van de gezamenlijke inspectie en de aard ervan, tenzij er redelijke en naar behoren gemotiveerde redenen zijn om te vermoeden dat een dergelijke voorafgaande kennisgeving de doeltreffendheid van de gezamenlijke inspectie in gevaar zou brengen.
Artikel 30
Specifieke vereisten voor inspecteurs
In uitzonderlijke gevallen kunnen de bevoegde SoHO-autoriteiten oordelen dat een persoon op grond van ruime en relevante ervaring wordt vrijgesteld van de vereisten van de eerste alinea.
De bevoegde SoHO-autoriteiten waarborgen dat de specifieke introductieopleiding in elk geval het volgende omvat:
de toe te passen inspectietechnieken en -procedures, met inbegrip van praktische oefeningen;
een overzicht van relevante inspectierichtsnoeren van de Unie en nationale inspectierichtsnoeren, indien van toepassing, en de door de SCB gedocumenteerde en gepubliceerde beste praktijken zoals bedoeld in artikel 69, lid 1, punt d);
een overzicht van de toelatingssystemen in de betrokken lidstaat;
het wettelijk kader dat van toepassing is op de uitoefening van SoHO-toezichtsactiviteiten;
een overzicht van de technische aspecten met betrekking tot SoHO-activiteiten;
de in de artikelen 56 en 59 bedoelde technische richtsnoeren voor SoHO;
een overzicht van de organisatie en de werking van nationale regelgevende autoriteiten op het gebied van SoHO en aanverwante gebieden;
een overzicht van het nationale gezondheidszorgstelsel en de organisatiestructuren op het gebied van SoHO in de betrokken lidstaat.
Artikel 31
Extractie, indiening en publicatie van activiteitsgegevens
Artikel 32
Traceerbaarheid
Artikel 33
Vigilantie
Bij ontvangst van een SAR- of SAE-melding op grond van artikel 44, lid 3, handelen de bevoegde SoHO-autoriteiten als volgt:
zij verifiëren of in de melding de in artikel 44, lid 3, bedoelde informatie is opgenomen;
zij antwoorden de indienende SoHO-entiteit indien aanvullende documentatie of correcties nodig zijn.
Bij ontvangst van een SAR- of SAE-melding op grond van artikel 44, lid 3, kunnen de bevoegde SoHO-autoriteiten:
advies uitbrengen over het door de SoHO-entiteit geplande onderzoek;
verzoeken om advies van de SCB op grond van artikel 69, lid 1.
Wanneer de SAR-melding betrekking heeft op een transmissie van een overdraagbare ziekte die zeldzaam is of onverwacht is voor dat type SoHO, stellen de nationale SoHO-autoriteiten het ECDC daarvan in kennis. In dergelijke gevallen houdt de nationale SoHO-autoriteit rekening met advies of informatie van het ECDC of zijn netwerk van SoHO-deskundigen.
Bij ontvangst van een SAR- of SAE-onderzoeksrapport handelen de bevoegde SoHO-autoriteiten als volgt:
zij verifiëren of de op grond van artikel 44, lid 7, vereiste informatie in het onderzoeksrapport is opgenomen;
zij beoordelen de resultaten van het onderzoek en van de omschreven corrigerende en preventieve maatregelen;
zij verzoeken de indienende SoHO-entiteit om aanvullende documentatie, indien nodig;
zij stellen de indienende SoHO-entiteit in kennis van de conclusie van de beoordeling, indien er correcties nodig zijn.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 34
Snelle SoHO-waarschuwingen
De nationale SoHO-autoriteiten geven met name in de volgende omstandigheden een Snelle SoHO-waarschuwing af:
er is een risico voor de kwaliteit of veiligheid van SoHO vastgesteld met betrekking tot SoHO die vanuit hun lidstaat naar ten minste één andere lidstaat zijn gedistribueerd;
er is in hun lidstaat een overdraagbare ziekte uitgebroken en zij hebben uitsluitings- of testmaatregelen voor SoHO-donoren ingevoerd om de risico’s van transmissie via SoHO te beperken;
er heeft zich een storing of ernstige onderbreking van de levering voorgedaan met betrekking tot uitrusting, apparaten, materialen of reagentia die cruciaal zijn voor het inzamelen, bewerken, bewaren of distribueren van SoHO en die mogelijk in andere lidstaten worden gebruikt;
de nationale SoHO-autoriteiten beschikken over andere informatie die in andere lidstaten redelijkerwijs als nuttig kan worden beschouwd om risico’s voor de kwaliteit of veiligheid van SoHO te beperken, waarbij de afgifte van een snelle SoHO-waarschuwing evenredig en noodzakelijk is.
HOOFDSTUK IV
ALGEMENE VERPLICHTINGEN VOOR SOHO-ENTITEITEN
Artikel 35
Registratie van SoHO-entiteiten
Entiteiten kunnen een bevoegde SoHO-autoriteit op hun grondgebied om advies verzoeken of de activiteiten die zij uitvoeren onderworpen zijn aan de in dit hoofdstuk uiteengezette registratievereisten.
Om zich als SoHO-entiteit te registreren, verstrekt de SoHO-entiteit de volgende informatie:
de naam van de SoHO-entiteit en alle adressen waar de SoHO-entiteit SoHO-activiteiten uitvoert;
de naam en de contactgegevens van de in artikel 36 bedoelde verantwoordelijke persoon;
de bevestiging van de SoHO-entiteit dat zij op grond van artikel 28 kan worden geïnspecteerd en dat zij haar medewerking zal verlenen aan de relevante bevoegde SoHO-autoriteit in alle aangelegenheden die verband houden met de uitoefening van SoHO-toezichtsactiviteiten overeenkomstig deze verordening;
een lijst van de betrokken SoHO en van de artikel 2, lid 1, punt c), bedoelde SoHO-activiteiten die door de SoHO-entiteit worden uitgevoerd. Wanneer de SoHO-entiteit de in artikel 2, lid 1, punt c), iv), bedoelde SoHO-activiteit uitvoert, verstrekt zij ook de naam van de SoHO-instelling die verantwoordelijk is voor de vrijgave van SoHO voorafgaand aan de distributie;
indien van toepassing, een lijst van SoHO-instellingen waarvoor de SoHO-entiteit onder een overeenkomst vallende SoHO-activiteiten verricht;
indien van toepassing, gegevens over een accreditatie of certificering die van een externe instantie zijn ontvangen;
indien van toepassing, informatie over uitgevoerde activiteiten die onder andere Uniewetgeving vallen, zoals bedoeld in artikel 13, lid 1.
Artikel 36
Verantwoordelijke persoon
Artikel 37
Kwaliteitsbeheersysteem
De SoHO-entiteiten voeren procedures en specificaties in die, indien van toepassing op hun SoHO-activiteiten, betrekking hebben op het volgende:
documentatie van functies en verantwoordelijkheden van personeelsleden en de organisatie;
selectie, opleiding en beoordeling van de competenties van personeelsleden;
inkoopkwalificatie, validering en monitoring van gebouwen, materialen en uitrusting, met inbegrip van IT-systemen;
andere documentatie die relevant is voor het ingevoerde kwaliteitsbeheersysteem;
kwaliteitscontrole en monitoring van kernprestatie-indicatoren van SoHO-activiteiten;
quarantaine en vrijgave;
schrapping van SoHO van de lijst van vrijgegeven SoHO en terugroeping;
interne audits;
beheer van gecontracteerde derden;
beheer van gevallen waarin niet volgens de procedures is gehandeld of niet aan specificaties is voldaan;
klachten;
beheer van traceerbaarheid en vigilantie op grond van de artikelen 42, 43 en 44;
continuïteitsplanning.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 38
SoHO-preparaattoelating
Artikel 39
Aanvraag voor een SoHO-preparaattoelating
Aanvragen voor een SoHO-preparaattoelating bevatten het volgende:
de naam en de contactgegevens van de aanvragende SoHO-entiteit die verantwoordelijk is voor de SoHO-preparaattoelating;
nadere gegevens over de SoHO-activiteiten die voor dat SoHO-preparaat worden uitgevoerd, met in elk geval de volgende informatie:
een beschrijving van de SoHO die voor het SoHO-preparaat wordt gebruikt;
een lijst van de specifieke criteria inzake SoHO-donorgeschiktheid, met inbegrip van SoHO-donoronderzoeken die specifiek zijn voor het SoHO-preparaat;
een overzicht van SoHO-inzamelingsprocedures en eventuele specifieke tests en -controles in het kader van kwaliteitscontrole die voorafgaand aan bewerking worden uitgevoerd op de ingezamelde SoHO;
een beschrijving van de stappen van de toegepaste bewerking, met inbegrip van nadere gegevens over relevante gebruikte materialen en apparatuur, omgevingsomstandigheden en de procesparameters en -controles van elke stap;
een beschrijving van apparatuur, reagentia en materialen die tijdens de bewerking rechtstreeks in contact komen met de SoHO en hun certificeringsstatus overeenkomstig Verordening (EU) 2017/745, indien van toepassing, en in het geval van het gebruik van intern ontwikkelde apparatuur, reagentia of materialen, bewijs van de validering van de kwaliteit ervan;
eventuele specifieke omstandigheden en termijnen voor bewaring en vervoer, met inbegrip van de validering van die omstandigheden en termijnen;
een specificatie van het SoHO-preparaat, met inbegrip van parameters voor kwaliteitscontrole en vrijgave;
gegevens die resulteren uit procedures voor procesvalidering en apparatuurkwalificatie;
nadere gegevens van SoHO-entiteiten of derden die zijn gecontracteerd om activiteiten of relevante bewerkingsstappen uit te voeren in het kader van de op het SoHO-preparaat toegepaste bewerking;
de klinische indicaties waarvoor het SoHO-preparaat zal worden toegepast en de klinische gegevens ter staving van die indicaties;
indien relevant, niet-klinische gegevens over de doeltreffendheid en toxiciteit van het SoHO-preparaat;
de resultaten van een beoordeling van de voordelen en risico’s die heeft plaatsgevonden voor de combinatie van SoHO-activiteiten die voor het SoHO-preparaat worden uitgevoerd, vergezeld van de beoogde klinische indicatie waarvoor SoHO-preparaattoelating is aangevraagd, waarbij rekening wordt gehouden met:
de vraag of het SoHO-preparaat wordt beschreven in en is afgestemd op een SoHO-monografie van het EDQM die is opgenomen in de technische richtsnoeren zoals bedoeld in artikel 59, lid 4, punt a), of een specificatie die is opgenomen in de andere richtsnoeren zoals bedoeld in artikel 59, lid 4, punt b) of punt c);
de vraag of het SoHO-preparaat voldoet aan de kwaliteitscriteria die zijn vastgesteld in een monografie of specificatie zoals bedoeld in punt i) van dit punt en of het bedoeld is om te worden gebruikt voor de indicatie en volgens de wijze van toepassing op de mens zoals bedoeld in die monografie of specificatie, voor zover dergelijke nadere gegevens in die monografie zijn opgenomen, alsook met de vraag of het voldoet aan de vereisten van de andere richtsnoeren zoals bedoeld in artikel 59, lid 4, punt b);
informatie die op het EU-SoHO-platform beschikbaar is over gebruik en SoHO-preparaattoelating of een vergelijkbaar SoHO-preparaat in andere SoHO-entiteiten in het verleden;
indien van toepassing, bewijs over klinische functionaliteit dat is verzameld in het kader van conformiteitsbeoordelingsprocedures, overeenkomstig Verordening (EU) 2017/745, voor een gecertificeerd medisch hulpmiddel dat kritiek is voor de specifieke bewerking van het SoHO-preparaat, in gevallen waarin de aanvragende SoHO-entiteit toegang heeft tot deze gegevens;
documentatie van een gestandaardiseerd proces van identificatie, kwantificatie en evaluatie van risico’s voor SoHO-donoren, SoHO-ontvangers of door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen, voortvloeiend uit de keten van activiteiten die worden verricht voor het SoHO-preparaat en rekening houdend met de door het EDQM gepubliceerde technische richtsnoeren voor de uitvoering van dergelijke risicobeoordelingen, zoals bedoeld in artikel 56, lid 4, punt a), en artikel 59, lid 4, punt a);
in gevallen waarin het aangegeven risico meer dan verwaarloosbaar is of de verwachte klinische doeltreffendheid onbekend is, een voorstel voor een plan voor de monitoring van klinische resultaten met het oog op de verstrekking van aanvullend bewijs, indien nodig, voor de SoHO-preparaattoelating, in overeenstemming met de resultaten van de beoordeling van de voordelen en risico’s en op grond van punt c);
een vermelding van de eigendomsrechtelijk beschermde gegevens die in voorkomend geval vergezeld moeten gaan van een verifieerbare verantwoording.
Artikel 40
Klinisch onderzoek naar SoHO
Vóór de aanvang van een klinisch onderzoek naar SoHO voor het in artikel 21, lid 3, punt c), bedoelde risiconiveau, handelen de SoHO-entiteiten als volgt:
zij verzoeken een relevante ethische commissie om een gunstig advies en delen dit advies mee aan hun bevoegde SoHO-autoriteit; in een dergelijk advies komen de ethische, juridische en methodologische aspecten van het klinisch onderzoek naar SoHO aan bod om na te gaan of het onderzoek, als opgezet, solide conclusies kan opleveren;
zij wachten op goedkeuring door de bevoegde SoHO-autoriteit van het in punt a) van dit lid bedoelde advies als onderdeel van de goedkeuring van het plan voor de monitoring van klinische resultaten, zoals bedoeld in artikel 19, lid 2, punt d), en artikel 21.
Artikel 41
Verzameling en rapportage van activiteitsgegevens
De SoHO-entiteiten verzamelen en rapporteren gegevens over een of meer van de volgende SoHO-activiteiten:
SoHO-donorregistratie;
inzameling;
distributie;
invoer;
uitvoer;
toepassing op de mens.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 42
Traceerbaarheid en codering
De invoerende SoHO-instellingen waarborgen een gelijkwaardig niveau van traceerbaarheid met betrekking tot ingevoerde SoHO.
Met het in lid 1 van dit artikel bedoelde traceerbaarheidssysteem is het volgende mogelijk:
identificatie van SoHO-donoren of personen bij wie SoHO worden ingezameld voor autoloog gebruik of gebruik binnen een relatie, alsook van de SoHO-instelling die de SoHO vrijgeeft;
identificatie van SoHO-ontvangers in de SoHO-entiteit die de SoHO toepassen op SoHO-ontvangers, alsook van de fabrikant van in artikel 2, lid 6, bedoelde door andere Uniewetgeving geregelde producten;
lokalisering en identificatie van alle relevante gegevens met betrekking tot de kwaliteit en veiligheid van de SoHO, alsook van alle materialen of apparatuur die met die SoHO in contact zijn gekomen en een risico voor de kwaliteit of veiligheid ervan kunnen vormen.
De SoHO-entiteiten die SoHO distribueren, passen een code toe die de informatie bevat die vereist is op grond van het in lid 1 van dit artikel bedoelde traceerbaarheidssysteem. SoHO-entiteiten waarborgen dat de gegenereerde code:
binnen de Unie uniek is;
machinaal leesbaar is, tenzij een machinaal leesbare code niet kan worden toegepast gezien de grootte of de bewaaromstandigheden;
de identiteit van de SoHO-donor of de persoon bij wie SoHO worden ingezameld in het geval van autoloog gebruik, niet bekendmaakt;
voldoet aan de technische voorschriften voor de in artikel 43 bedoelde Uniforme Europese code, voor zover van toepassing op grond van dat artikel.
De eerste alinea is niet van toepassing in het kader van autoloog gebruik of gebruik binnen een relatie van SoHO die zijn ingezameld in dezelfde SoHO-entiteit als waar zij worden toegepast.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 43
Europees coderingssysteem
Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op:
reproductieve SoHo, voor gebruik binnen een relatie;
bloed of bloedbestanddelen voor transfusie of voor de vervaardiging van geneesmiddelen;
SoHO die op een SoHO-ontvanger worden toegepast zonder te worden bewaard;
SoHO die bij wijze van afwijking in de Unie zijn ingevoerd en rechtstreeks door de bevoegde SoHO-autoriteiten zijn toegelaten op grond van artikel 26, lid 6;
SoHO die zijn ingevoerd naar of worden ingezameld in dezelfde SoHO-entiteit waar zij worden toegepast.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 44
Vigilantie en rapportage
In gevallen waarin de SoHO-entiteiten constateren of vermoeden dat een ongewenste bijwerking of ongewenst voorval valt onder de in artikel 3, punt 45), uiteengezette definitie van ernstige ongewenste bijwerking of onder de in artikel 3, punt 46), uiteengezette definitie van ernstig ongewenst voorval, zenden zij hun bevoegde SoHO-autoriteiten onverwijld een melding waarin zij de volgende informatie opnemen:
een beschrijving van de vermoedelijke ernstige ongewenste bijwerking of het vermoedelijke ernstige ongewenste voorval;
een voorlopige beoordeling van de mate van toerekenbaarheid, indien van toepassing;
nadere gegevens over eventuele onmiddellijke maatregelen die zijn genomen om de schade te beperken, indien van toepassing;
een voorlopige beoordeling van de ernst van de gevolgen van de vermoedelijke ernstige ongewenste bijwerking of het vermoedelijke ernstige ongewenste voorval.
Andere dan in de eerste alinea genoemde SoHO-entiteiten onderzoeken en melden ernstige ongewenste bijwerkingen of ernstige ongewenste voorvallen rechtstreeks aan hun bevoegde SoHO-autoriteiten.
De SoHO-entiteiten stellen naar elke ernstige ongewenste bijwerking of elk ernstig ongewenst voorval die of dat door hen wordt geconstateerd of overeenkomstig lid 4 aan hen is meegedeeld, een onderzoek in. Na voltooiing van dat onderzoek zenden de SoHO-entiteiten een onderzoeksrapport aan hun bevoegde SoHO-autoriteiten. In het rapport nemen de SoHO-entiteiten het volgende op:
een volledige beschrijving van het onderzoek van de ernstige ongewenste bijwerking of het ernstige ongewenste voorval, en de uiteindelijke beoordeling van de toerekenbaarheid van de ernstige ongewenste bijwerking aan het inzamelingsproces of aan de toepassing op de mens van de SoHO, indien van toepassing;
de uiteindelijke beoordeling van de ernst van de schade voor een SoHO-donor, een SoHO-ontvanger of door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen, of voor de volksgezondheid in het algemeen, met inbegrip van een risicobeoordeling van de waarschijnlijkheid van herhaling, indien relevant;
een beschrijving van de corrigerende of preventieve maatregelen die zijn genomen om schadelijke gevolgen te beperken of herhaling te voorkomen.
HOOFDSTUK V
ALGEMENE VERPLICHTINGEN VOOR SOHO-INSTELLINGEN
Artikel 45
Toelating van SoHO-instellingen
In het geval van een besluit over de noodzaak van toelating voor een SoHO-instelling op grond van artikel 24, lid 4, verricht de SoHO-entiteit geen SoHO-activiteiten waarvoor toelating als SoHO-instelling vereist is zoals meegedeeld door de bevoegde SoHO-autoriteit, zonder vooraf als SoHO-instelling te zijn toegelaten.
Artikel 46
Aanvraag voor toelating als SoHO-instelling
De SoHO-instelling brengt zonder de voorafgaande schriftelijke toelating van de bevoegde SoHO-autoriteit geen significante wijzigingen aan met betrekking tot de SoHO of de SoHO-activiteiten waarop de toelating betrekking heeft.
Artikel 47
Toelating van invoerende SoHO-instellingen
Artikel 48
Aanvraag voor toelating als invoerende SoHO-instelling
De aanvragende SoHO-instelling verstrekt:
documentatie met betrekking tot de accreditatie, aanwijzing, toelating of licentie die door een bevoegde autoriteit of bevoegde autoriteiten aan de leverancier uit een derde land is verleend voor het verrichten van de activiteiten in verband met de in te voeren SoHO;
een in lid 2 bedoelde schriftelijke overeenkomst die ten minste het volgende omvat:
nadere gegevens over de gecontracteerde leverancier uit een derde land;
de vereisten waaraan moet worden voldaan om de gelijkwaardigheid van de kwaliteit, veiligheid en doeltreffendheid van de in te voeren SoHO te waarborgen;
het recht van de bevoegde SoHO-autoriteiten om inspecties uit te voeren van de activiteiten, met inbegrip van de faciliteiten, van alle leveranciers uit derde landen of entiteiten in onderaanneming van die leveranciers, die door de invoerende SoHO-instelling zijn gecontracteerd;
documentatie waarin de ingevoerde SoHO worden beschreven en wordt aangetoond dat de procedures die de leveranciers uit derde landen hebben ingevoerd, zullen waarborgen dat de ingevoerde SoHO wat kwaliteit, veiligheid en doeltreffendheid betreft gelijkwaardig zijn aan SoHO die overeenkomstig deze verordening zijn toegelaten.
In het geval van nationale of internationale donorregisters die zijn toegelaten als invoerende SoHO-instelling kunnen de in lid 5 bedoelde fysieke en documentcontroles worden gedelegeerd aan de SoHO-entiteit die de ingevoerde SoHO voor toepassing op de mens ontvangt en kan de vrijgave op afstand worden voltooid.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 49
Vrijgavefunctionaris
De verantwoordelijkheid voor de vrijgave van SoHO kan aan een plaatsvervanger worden gedelegeerd in geval van kortstondige afwezigheid van de vrijgavefunctionaris, mits de plaatsvervanger voldoet aan de in lid 2 uiteengezette vereisten.
Artikel 50
Arts
Elke SoHO-instelling wijst een arts aan die zijn taken uitvoert in dezelfde lidstaat en die in elk geval aan de volgende voorwaarden voldoet en over de volgende kwalificaties beschikt:
het bezit van een artsendiploma, en
ten minste twee jaar praktijkervaring op het relevante gebied.
De in lid 1 bedoelde arts is verantwoordelijk voor ten minste de volgende taken:
ontwikkeling, beoordeling en vaststelling van procedures voor de vaststelling en de toepassing van geschiktheidscriteria voor SoHO-donoren, SoHO-inzamelingsprocedures en SoHO-toewijzingscriteria;
toezicht op de uitvoering van de in punt a) bedoelde procedures wanneer die worden uitgevoerd door SoHO-entiteiten die door de SoHO-instelling zijn gecontracteerd;
de klinische aspecten van het onderzoek van vermoedelijke ongewenste bijwerkingen bij SoHO-donoren, SoHO-ontvangers en door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen vanuit het oogpunt van de SoHO-instelling;
in samenwerking met de behandelende artsen, ontwerp van en toezicht op de monitoringplannen van de klinische resultaten om het vereiste bewijsmateriaal te verzamelen ter ondersteuning van toelatingsaanvragen voor SoHO-preparaten op grond van artikel 39;
andere relevante taken voor de gezondheid van SoHO-donoren, SoHO-ontvangers en door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen met betrekking tot door de SoHO-instelling ingezameld of geleverde SoHO.
Artikel 51
Uitvoer
HOOFDSTUK VI
BESCHERMING VAN SOHO-DONOREN
Artikel 52
Doelstellingen voor de bescherming van SoHO-donoren
Artikel 53
Normen voor de bescherming van SoHO-donoren
Wanneer SoHO worden ingezameld van SoHO-donoren en de SoHO-donor al dan niet verwant is met de beoogde ontvanger, handelen SoHO-entiteiten als volgt:
zij voldoen aan alle toepasselijke toestemmings- of toelatingsvereisten die in de betrokken lidstaat van kracht zijn;
zij verstrekken aan SoHO-donoren of, indien van toepassing, eenieder die overeenkomstig de nationale wetgeving namens hen toestemming verleent:
de in artikel 55 bedoelde informatie, op een wijze die is aangepast aan hun vermogen om die informatie te begrijpen;
de contactgegevens van de voor de inzameling verantwoordelijke SoHO-entiteit waarbij zij indien nodig nadere informatie kunnen opvragen;
zij waarborgen de rechten van de levende SoHO-donor op respect voor de lichamelijke en geestelijke integriteit, op non-discriminatie, op respect voor de persoonlijke levenssfeer en op bescherming van diens persoonsgegevens, waaronder gezondheidsgegevens, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679/EG;
zij waarborgen ingevolge artikel 54 dat de SoHO-donatie vrijwillig en onbetaald is;
zij controleren de geschiktheid van de levende SoHO-donor op basis van een donorgezondheidsbeoordeling die is bedoeld om het mogelijke gezondheidsrisico van de SoHO-inzameling voor de SoHO-donor te identificeren, om het tot een minimum te beperken;
zij documenteren de resultaten van de gezondheidsbeoordeling van de levende SoHO-donor;
zij delen de resultaten van de gezondheidsbeoordeling van de levende SoHO-donor mee aan de levende SoHO-donor of, indien van toepassing, eenieder die overeenkomstig de nationale wetgeving namens hem of haar toestemming verleent en lichten deze duidelijk toe;
zij identificeren de eventuele gezondheidsrisico’s voor de levende SoHO-donor gedurende de SoHO-inzamelingsprocedure, waaronder blootstelling aan reagentia of oplossingen die mogelijk schadelijk zijn voor de gezondheid, en beperken deze risico’s tot een minimum;
in gevallen waarin SoHO herhaaldelijk kunnen worden gedoneerd en frequente donatie de gezondheid van de levende SoHO-donor negatief kan beïnvloeden, verifiëren zij door middel van in lid 3 van dit artikel bedoelde registers, of levende SoHO-donoren niet vaker doneren dan veilig wordt geacht in de in artikel 56, lid 4, bedoelde technische richtsnoeren en monitoren zij relevante gezondheidsindicatoren om te beoordelen of hun gezondheid niet in het gedrang komt;
in gevallen waarin SoHO-donatie een aanzienlijk risico inhoudt voor een levende SoHO-donor, ontwikkelen zij een monitoringplan voor de gezondheid van de SoHO-donor na de donatie, zoals bedoeld in lid 4, en passen zij dit toe;
in het geval van een niet-gerelateerde SoHO-donatie onthouden zij zich van bekendmaking van de identiteit van de SoHO-donor aan de ontvanger of door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen, met uitzondering van situaties waarin dergelijke informatie-uitwisseling is toegestaan in de betrokken lidstaat.
Artikel 54
Normen met betrekking tot de vrijwillige en onbetaalde aard van SoHO-donaties
Artikel 55
Normen voor informatie die moet worden verstrekt voordat toestemming wordt verleend
In het geval van levende SoHO-donoren of, indien van toepassing, personen die namens hen toestemming verlenen, verstrekken SoHO-entiteiten informatie over:
het doel en de aard van de SoHO-donatie;
het beoogde gebruik van de gedoneerde SoHO, met specifieke vermelding van de bewezen voordelen voor de toekomstige SoHO-ontvangers en alle mogelijke onderzoeks- of commerciële toepassingen van SoHO, met inbegrip van gebruik voor de vervaardiging van in artikel 2, lid 6, bedoelde door andere Uniewetgeving geregelde producten, waarvoor specifieke toestemming wordt verleend;
de gevolgen en risico’s van de SoHO-donatie;
de verplichting om toestemming overeenkomstig de nationale wetgeving te verkrijgen voorafgaand aan de SoHO-inzameling;
het recht om de toestemming in te trekken en de beperkingen die gelden ten aanzien van dat recht na de inzameling;
het doel van de tests die zullen worden uitgevoerd in het kader van de gezondheidsbeoordeling van de SoHO-donor overeenkomstig artikel 53, lid 2;
het recht van de SoHO-donor of, indien van toepassing, de persoon die namens hem toestemming verleent, om de bevestigde resultaten van de tests te ontvangen indien zij relevant zijn voor hun gezondheid, overeenkomstig de nationale wetgeving;
de registratie en de bescherming van persoonsgegevens, waaronder gezondheidsgegevens, van SoHO-donoren en het medisch beroepsgeheim, waaronder de mogelijke uitwisseling van gegevens in het belang van de gezondheidsmonitoring van SoHO-donoren en de volksgezondheid, voor zover noodzakelijk en evenredig, overeenkomstig artikel 76;
de mogelijkheid dat de identiteit van de SoHO-donor wordt onthuld aan de door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen die zijn geboren als gevolg van hun SoHO-donatie, in gevallen waarin de nationale wetgeving dit recht aan dergelijke nakomelingen toekent;
andere toepasselijke waarborgen voor bescherming van SoHO-donoren.
Artikel 56
Uitvoering van de normen voor SoHO-donorbescherming
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Voor de toepassing van die normen voor de bescherming van SoHO-donoren of voor onderdelen daarvan waarvoor geen uitvoeringshandeling is vastgesteld, houden SoHO-entiteiten rekening met:
de meest recente onderstaande technische richtsnoeren, zoals aangegeven op het bedoelde EU-SoHO-platform:
door het ECDC gepubliceerde richtsnoeren ter voorkoming van de transmissie van overdraagbare ziekten;
door het EDQM gepubliceerde richtsnoeren ter bescherming van SoHO-donoren tegen andere risico’s dan de transmissie van overdraagbare ziekten;
andere door de lidstaten vastgestelde richtsnoeren zoals bedoeld in artikel 27, lid 6, punt b);
andere richtsnoeren of technische methoden die in specifieke omstandigheden worden toegepast, zoals bedoeld in artikel 27, lid 6, punt c).
Wanneer andere technische methoden worden toegepast, maken SoHO-entiteiten een risicobeoordeling om aan te tonen dat met de toegepaste technische methoden een hoge mate van bescherming voor SoHO-donoren kan worden bereikt, en registreren zij de voor de vaststelling van dergelijke technische methoden gehanteerde werkwijze. Zij stellen de beoordeling en de geregistreerde gegevens beschikbaar voor toetsing door hun bevoegde SoHO-autoriteiten in het kader van inspecties of op specifiek verzoek van de bevoegde SoHO-autoriteiten.
HOOFDSTUK VII
BESCHERMING VAN SOHO-ONTVANGERS EN DOOR MIDDEL VAN MEDISCH BEGELEIDE VOORTPLANTING VERWEKTE NAKOMELINGEN
Artikel 57
Doelstellingen voor de bescherming van SoHO-ontvangers en door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen
SoHO-entiteiten beschermen de gezondheid van SoHO-ontvangers en door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen binnen de perken van hun bevoegdheden tegen de aan SoHO en de toepassing op de mens daarvan verbonden risico’s. Daartoe stellen zij vast wat deze risico’s zijn en beperken zij deze tot een minimum of nemen zij die risico’s weg.
Artikel 58
Normen voor de bescherming van SoHO-ontvangers en door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen
In de in lid 1 bedoelde procedures beperken de SoHO-entiteiten de risico’s van transmissie van overdraagbare ziekten van SoHO-donoren op SoHO-ontvangers door in ieder geval de volgende maatregelen te combineren:
het onderzoeken en beoordelen van de huidige en vroegere gezondheids-, reis- en relevante gedragsgeschiedenis van de SoHO-donor en, indien van toepassing, diens familiegeschiedenis, om tijdelijke of blijvende uitsluiting van SoHO-donoren mogelijk te maken wanneer risico’s niet tot een minimum kunnen worden teruggebracht door het testen van de SoHO-donor;
het testen van SoHO-donoren op overdraagbare ziekten in naar behoren geaccrediteerde, gecertificeerde of erkende laboratoria, met behulp van gecertificeerde en gevalideerde testmethoden of, indien dit niet haalbaar is, met behulp van andere door die laboratoria gevalideerde methoden;
indien haalbaar, het nemen van andere maatregelen die potentiële overdraagbare pathogenen verminderen of wegnemen.
In de in lid 1 bedoelde procedures beperken de SoHO-entiteiten de risico’s van transmissie van niet-overdraagbare ziekten, wanneer deze relevant zijn voor de betrokken SoHO, waaronder de transmissie van ernstige genetische aandoeningen en kanker, van SoHO-donoren op SoHO-ontvangers of op door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen door in ieder geval de volgende maatregelen te combineren:
het onderzoeken van de huidige en vroegere gezondheid van de SoHO-donor en, indien van toepassing, diens familiegeschiedenis, om tijdelijke of blijvende uitsluiting mogelijk te maken van SoHO-donoren die het risico in zich dragen van overbrenging van kankercellen, ernstige genetische aandoeningen of andere niet-overdraagbare ziekten op een SoHO-ontvanger door de toepassing van een SoHO op de mens;
wanneer de transmissie van ernstige genetische aandoeningen een vastgesteld risico is, en met name bij medisch begeleide voortplanting met donatie door een derde, en voor zover om het even welke van de volgende tests op grond van de nationale wetgeving is toegestaan:
het routinematig testen van SoHO-donoren op mogelijk levensbedreigende, invaliderende of arbeidsongeschiktmakende genetische aandoeningen met een significante prevalentie in de SoHO-donorpopulatie, of
het testen van SoHO-ontvangers om de genetische risico’s voor mogelijk levensbedreigende, invaliderende of arbeidsongeschiktmakende aandoeningen in kaart te brengen, op basis van de familiegeschiedenis, in combinatie met het testen van SoHO donerende derden op dergelijke vastgestelde ernstige genetische aandoeningen, om te waarborgen dat bij matching dergelijke aandoeningen bij de door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen zullen worden voorkomen.
In de in lid 1 bedoelde procedures beperken de SoHO-entiteiten de risico’s die voortvloeien uit microbiologische verontreiniging van SoHO door de omgeving, het personeel, de apparatuur en de materialen die met SoHO in aanraking komen bij inzameling, bewerking, bewaring of distributie. SoHO-entiteiten beperken dergelijke risico’s door in ieder geval de volgende maatregelen te combineren:
specificeren en controleren van de hygiëneprocedures van het personeel van de SoHO-entiteit dat in contact komt met de SoHO in de hele SoHO-bewerkingsketen;
specificeren en controleren van de netheid van inzamelingsruimtes, rekening houdend met de mate van blootstelling van SoHO aan omgevingsfactoren tijdens de inzameling, en van bewaringsruimtes;
in gevallen waar SoHO zijn blootgesteld aan omgevingsfactoren tijdens de bewerking, specificeren, op basis van een gestructureerde en gedocumenteerde risicobeoordeling voor elk SoHO-preparaat, valideren en in stand houden van een gedefinieerde luchtkwaliteit in bewerkingszones;
apparatuur en materialen specificeren, aanschaffen en ontsmetten die tijdens de inzameling, bewerking, bewaring of distributie met SoHO in contact komen, zodat hun steriliteit indien nodig wordt gewaarborgd;
uitvoeren van kwaliteitscontroletests van SoHO om microbiële besmetting op te sporen en gebruikmaken van methoden voor de inactivering of eliminatie van micro-organismen, indien haalbaar en passend.
In de in lid 1 bedoelde procedures beperken de SoHO-entiteiten de risico’s dat reagentia en oplossingen die aan SoHO worden toegevoegd of met SoHO in aanraking komen tijdens de inzameling, bewerking, bewaring en distributie op SoHO-ontvangers worden overgedragen en een schadelijk gevolg voor hun gezondheid hebben, door in ieder geval de volgende maatregelen te combineren:
specificeren van die reagentia en oplossingen voordat zij worden gekocht en gebruikt;
controleren van eventueel vereiste certificeringen van die reagentia en oplossingen;
aantonen dat dergelijke reagentia en oplossingen, indien nodig, voorafgaand aan de distributie zijn verwijderd.
In de in lid 1 van dit artikel bedoelde procedures beperken de SoHO-entiteiten de risico’s dat intrinsieke eigenschappen van SoHO die voor hun klinische doeltreffendheid noodzakelijk zijn zodanig door uitgevoerde SoHO-activiteiten kunnen worden gewijzigd dat de SoHO bij toepassing op SoHO-ontvangers niet meer of minder doeltreffend worden, door in ieder geval de volgende maatregelen te combineren:
uitvoeren van uitgebreide procesvalidatie en kwalificeren van apparatuur zoals bedoeld in artikel 39, lid 2, punt b), viii);
verzamelen van bewijzen van de doeltreffendheid zoals bedoeld in artikel 39, lid 2, punt d), indien nodig.
In de in lid 1 van dit artikel bedoelde procedures beperken de SoHO-entiteiten de risico’s dat SoHO bij SoHO-ontvangers een onverwachte immunologische reactie veroorzaken, door in ieder geval de volgende maatregelen te combineren:
op adequate wijze typeren en matchen van SoHO-ontvangers met SoHO-donoren, wanneer een dergelijke matching noodzakelijk is;
procedures instellen om, indien haalbaar, die SoHO-bestanddelen te verminderen die een onbedoelde immuunrespons stimuleren, indien van toepassing;
correct distribueren van SoHO aan en correct toepassen van SoHO op de juiste SoHO-ontvangers ingevolge artikel 42.
SoHO-entiteiten onthouden zich van:
de toepassing van SoHO-preparaten zonder bewezen voordelen op SoHO-ontvangers, tenzij in het kader van:
een plan voor de monitoring van klinische resultaten dat door hun bevoegde SoHO-autoriteit is goedgekeurd op grond van artikel 19, lid 2, punt d);
een poging tot individuele behandeling met betrekking tot het therapeutische besluit van de behandelende arts op grond van artikel 19, lid 11, of
een noodsituatie op gezondheidsgebied op grond van artikel 65;
onnodige toepassing van SoHO-preparaten op SoHO-ontvangers; SoHO-entiteiten maken optimaal gebruik van SoHO, rekening houdend met therapeutische alternatieven en volgens de meest recente richtsnoeren zoals bedoeld in artikel 59;
reclame voor of promotie van bepaalde SoHO onder potentiële SoHO-ontvangers, personen die namens hen toestemming verlenen, of professionals in de zorg door middel van informatie die misleidend is, met name voor wat betreft het potentiële gebruik en de potentiële voordelen voor SoHO-ontvangers van de desbetreffende SoHO of door de aan de SoHO verbonden risico’s te minimaliseren;
de distributie of toepassing van allogene SoHO voor andere doeleinden dan de preventie of behandeling van een medische aandoening, onder meer door reconstructieve chirurgie, of voor medisch begeleide voortplanting.
Voor de in lid 2 en lid 3 bedoelde maatregelen verifiëren SoHO-entiteiten de geschiktheid van een SoHO-donor door middel van:
een gesprek met de SoHO-donor, in het geval van donatie door een levende SoHO-donor of, indien van toepassing, met personen die namens hem of haar toestemming verlenen, of
in het geval van inzameling van SoHO bij overleden SoHO-donoren, een gesprek met een relevante persoon die op de hoogte is van de levensstijl- en gezondheidsgeschiedenis van de SoHO-donor.
In het geval van donatie door een levende SoHO-donor kan het in de eerste alinea, punt a), van dit lid bedoelde gesprek ook alle delen omvatten van het gesprek dat wordt gevoerd in het kader van de in artikel 53, lid 1, punt e), bedoelde beoordeling. Voor levende SoHO-donoren die herhaaldelijk doneren, kunnen de in de eerste alinea, punt a), van dit lid, bedoelde gesprekken worden beperkt tot aspecten die mogelijk gewijzigd zijn en kunnen zij door vragenlijsten worden vervangen. Dit wordt aangevuld met gesprekken in gevallen waarin uit de antwoorden in de vragenlijsten blijkt dat de relevante informatie is gewijzigd. Dit doet geen afbreuk aan artikel 53, lid 1, punten d) en e), en artikel 53, lid 2.
Wanneer SoHO worden ingezameld bij overleden SoHO-donoren, delen SoHO-entiteiten de resultaten van de verificatie van de SoHO-donor, met name een aandoening die bij de overleden SoHO-donor is vastgesteld en die een risico kan inhouden voor de gezondheid van de verwanten of nauwe contacten van de overleden SoHO-donor, aan de overeenkomstig de nationale wetgeving relevante personen mee en lichten zij die toe.
SoHO-entiteiten informeren SoHO-ontvangers of de persoon die namens hen toestemming verleent, in ieder geval over het volgende:
de beoogde waarborgen om de persoonsgegevens, waaronder gezondheidsgegevens, van de SoHO-ontvangers en, indien van toepassing, van de door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen, te beschermen;
de noodzaak dat SoHO-ontvangers onbedoelde reacties melden die zich voordoen na de toepassing van SoHO op de mens, alsook ernstige genetische aandoeningen bij door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen met donatie door een derde, zoals bedoeld in artikel 44, lid 2.
Artikel 59
Uitvoering van de normen voor bescherming van SoHO-ontvangers en door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Voor die normen of onderdelen daarvan voor de bescherming van SoHO-ontvangers of door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen waarvoor geen uitvoeringshandeling is vastgesteld, houden SoHO-entiteiten rekening met:
de meest recente onderstaande technische richtsnoeren, zoals aangegeven op het EU-SoHO-platform:
door het ECDC gepubliceerde richtsnoeren ter voorkoming van de transmissie van overdraagbare ziekten;
de door het EDQM gepubliceerde richtsnoeren voor de bescherming van SoHO-ontvangers en door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen tegen andere risico’s dan de transmissie van overdraagbare ziekten;
andere door de lidstaten vastgestelde richtsnoeren zoals bedoeld in artikel 27, lid 6, punt b);
andere richtsnoeren of technische methoden die in specifieke omstandigheden worden toegepast, zoals bedoeld in artikel 27, lid 6, punt c).
Wanneer andere technische methoden worden toegepast, maken SoHO-entiteiten een risicobeoordeling om aan te tonen dat met de toegepaste technische methoden een hoogwaardige bescherming van SoHO-donoren kan worden bewerkstelligd, en registreren zij de voor de vaststelling van de technische methoden gehanteerde werkwijze. Zij stellen de beoordeling en de geregistreerde gegevens beschikbaar voor toetsing door hun bevoegde SoHO-autoriteiten in het kader van inspecties of op specifiek verzoek van de bevoegde SoHO-autoriteiten.
Artikel 60
Vrijgave van SoHO
Een SoHO-instelling die SoHO vrijgeeft voor distributie of uitvoer, beschikt over een procedure voor de vrijgave van SoHO, waarop door de in artikel 49 bedoelde vrijgavefunctionaris toezicht wordt uitgeoefend om te waarborgen dat de in de artikelen 58 en 59 bedoelde normen of onderdelen daarvan en hun uitvoering vóór die vrijgave zijn geverifieerd en gedocumenteerd en dat is voldaan aan alle voorwaarden uit toepasselijke overeenkomstig deze verordening verleende toelatingen.
SoHO die worden bewerkt voor autoloog gebruik of gebruik binnen een relatie, zonder bewaring van de SoHO, hoeven niet te worden vrijgegeven vóór toepassing op de mens. In dergelijke gevallen omvat de SoHO-preparaattoelating een specificatie van de uitkomstparameters voor de kwaliteitscontrole die tijdens de bewerking moeten worden gemonitord.
Artikel 61
Buitengewone vrijgave
De SoHO-instelling die het SoHO-preparaat vrijgeeft voor distributie, stelt, in voorkomend geval in overleg met de SoHO-entiteit die het SoHO-preparaat toepast, een plan op voor de monitoring van de gezondheid van de SoHO-ontvanger na toepassing op de mens. Het plan voorziet in monitoring van de met de buitengewone vrijgave van SoHO verband houdende risico’s. De SoHO-instelling stelt in overleg met die SoHO-entiteit een periode vast gedurende welke de monitoring wordt voortgezet.
HOOFDSTUK VIII
LEVERINGSCONTINUÏTEIT
Artikel 62
Toereikende voorziening van kritieke SoHO
De lidstaten leveren alle mogelijke inspanningen om:
deelname van het publiek aan SoHO-donatieactiviteiten voor kritieke SoHO te faciliteren, teneinde een breed SoHO-donorbestand en de weerbaarheid van het SoHO-donorbestand te waarborgen, op basis van de normen inzake vrijwillige en onbetaalde donatie overeenkomstig artikel 54;
te waarborgen dat strategieën voor het werven en behouden van SoHO-donoren voor kritieke SoHO worden ingevoerd, met inbegrip van voorlichtingscampagnes en onderwijsprogramma’s;
de in lid 1 van dit artikel bedoelde activiteiten uit te voeren door middel van paraatheids- en responsmaatregelen, met inachtneming van artikel 54, en
te zorgen voor een optimaal gebruik van kritieke SoHO, rekening houdend met therapeutische alternatieven.
Hierbij moedigen de lidstaten de inzameling van SoHO met een grote betrokkenheid van de publieke en non-profitsector aan.
De bevoegde SoHO-autoriteiten stellen op hun beurt passende mechanismen vast om dergelijke in de eerste alinea bedoelde informatie te ontvangen en kunnen zo nodig een overzicht krijgen van de beschikbaarheid van kritieke SoHO op hun grondgebied.
Artikel 63
Nationale noodplannen voor SoHO
De in lid 1 van dit artikel bedoelde plannen die lidstaten opstellen, bevatten de volgende elementen:
potentiële risico’s voor de voorziening van kritieke SoHO;
de aanwijzing van de bij de levering van kritieke SoHO te betrekken kritieke-SoHO-entiteiten en elke andere relevante derden;
een geconsolideerd nationaal overzicht van de noodplannen van kritieke-SoHO-entiteiten zoals bedoeld in artikel 67;
de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van bevoegde SoHO-autoriteiten in noodsituaties zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel;
de procedures voor het delen van informatie, in voorkomend geval, via het EU-SoHO-platform, alsook de informatie-elementen die moeten worden uitgewisseld met de nationale SoHO-autoriteiten van de andere lidstaten, en met andere betrokken partijen, waar nodig, onder meer in geval van tekorten aan kritieke SoHO met grensoverschrijdende gevolgen;
paraatheids- en responsmaatregelen voor specifieke vastgestelde risico’s, met name ten aanzien van uitbraken van overdraagbare ziekten, oorlog of terroristische aanslagen en milieurampen;
een procedure voor de beoordeling en goedkeuring, in het kader van een noodsituatie op gezondheidsgebied en overeenkomstig artikel 65, van verzoeken van SoHO-entiteiten om ontheffing van de verplichting om te beschikken over een SoHO-preparaattoelating op grond van artikel 38, lid 1;
een mechanisme om ervoor te zorgen dat in een noodsituatie op gezondheidsgebied kritieke SoHO voorrang krijgen op basis van specifieke medische behoeften.
Artikel 64
Leveringswaarschuwingen voor kritieke SoHO
Tekorten worden als significant beschouwd wanneer:
de toepassing van kritieke SoHO op de mens of de distributie van kritieke SoHO voor de vervaardiging van in artikel 2, lid 6, bedoelde door andere Uniewetgeving geregelde producten wordt geannuleerd of uitgesteld, of er een aanzienlijk risico bestaat op annulering of uitstel wegens onbeschikbaarheid, en
de in punt a) bedoelde situatie een ernstig risico vormt voor de gezondheid van de mens.
Bevoegde SoHO-autoriteiten die een in lid 1 van dit artikel bedoelde SoHO-leveringswaarschuwing ontvangen, handelen als volgt:
zij stellen hun nationale SoHO-autoriteit in kennis van die SoHO-leveringswaarschuwing;
zij nemen passende maatregelen om de eventuele risico’s voor zover mogelijk te beperken, en
zij houden met de overeenkomstig lid 1 van dit artikel ontvangen informatie rekening bij de in artikel 63 bedoelde evaluatie van de nationale SoHO-noodplannen.
Artikel 65
Ontheffing van de verplichtingen tot toelating van SoHO-preparaten in noodsituaties op gezondheidsgebied
In afwijking van artikel 19 kunnen de bevoegde SoHO-autoriteiten op verzoek van een SoHO-entiteit zoals bedoeld in artikel 38, lid 3, en toereikend gerechtvaardigd door een noodsituatie op gezondheidsgebied de distributie of bereiding voor onmiddellijke toepassing van SoHO-preparaten op de mens op hun grondgebied toestaan, zelfs als de in artikel 19 bedoelde procedures niet zijn uitgevoerd, mits:
de toepassing op de mens van die SoHO-preparaten in het belang is van de volksgezondheid;
de SoHO-preparaten een kwaliteits- en veiligheidsniveau hebben dat aanvaardbaar is gezien de vereisten van deze verordening of de beschikbare gegevens wijzen op een positieve beoordeling van de voordelen en risico’s, en
het SoHO-preparaat bedoeld is voor onmiddellijke toepassing op de mens bij een bepaalde groep SoHO-ontvangers die geen therapeutisch alternatief hebben, de behandeling niet kan worden uitgesteld, de prognose wijst op een levensbedreigende toestand en het verwachte voordeel zwaarder weegt dan de risico’s.
De beoogde SoHO-ontvangers of, indien van toepassing, de personen die namens hen toestemming verlenen, worden in kennis gesteld van de afwijking en geven hun toestemming voor de onmiddellijke toepassing van dat SoHO-preparaat op de mens, overeenkomstig de nationale wetgeving, voordat de toepassing op de mens zelf plaatsvindt.
Bevoegde SoHO-autoriteiten:
vermelden de termijn waarvoor de in lid 1 bedoelde toestemming wordt verleend en of dergelijke SoHO-preparaten aan andere lidstaten mogen worden gedistribueerd;
dragen de verzoekende SoHO-entiteit op een aanvraag voor SoHO-preparaattoelating in te dienen overeenkomstig artikel 39 en achteraf gegevens te verzamelen over de toepassing op de mens van het SoHO-preparaat tijdens de noodsituatie op gezondheidsgebied;
stellen de nationale SoHO-autoriteit in kennis van de in lid 1 bedoelde toestemming voor het betrokken SoHO-preparaat.
Artikel 66
Noodafwijkingen bij door de mens veroorzaakte rampen of natuurrampen
Artikel 67
Noodplannen van SoHO-entiteiten
Elke kritieke SoHO-entiteit stelt een eigen noodplan op om het in artikel 63 bedoelde nationale SoHO-noodplan uit te voeren.
De lidstaten kunnen van oordeel zijn dat de in dit hoofdstuk vastgestelde maatregelen ten minste gelijkwaardig zijn aan de in Richtlijn (EU) 2022/2557 vastgestelde verplichtingen.
HOOFDSTUK IX
SOHO-COÖRDINATIERAAD
Artikel 68
SoHO-coördinatieraad
De nationale SoHO-autoriteit kan leden van andere bevoegde SoHO-autoriteiten benoemen. Die leden moeten waarborgen dat de standpunten en voorstellen die zij naar voren brengen door de nationale SoHO-autoriteit worden gesteund.
De SCB kan voor zijn vergaderingen deskundigen en waarnemers uitnodigen en kan in voorkomend geval met andere externe deskundigen samenwerken. De SCB kan, indien relevant, ook andere instellingen, organen of instanties van de Unie uitnodigen. In dergelijke gevallen hebben zij de status van waarnemer.
Bij de oprichting van de SCB stelt de Commissie het reglement van orde van de SCB voor, dat door de SCB in het eerste halfjaar van haar werking wordt goedgekeurd. Het reglement van orde van de SCB voorziet met name in procedures voor het volgende:
het vergaderrooster;
de verkiezing van de nationale SoHO-autoriteit die covoorzitter is van de vergaderingen van de SCB en de duur van dit mandaat;
beraadslaging en stemming, alsook termijnen voor het uitbrengen van adviezen, rekening houdend met de complexiteit van het dossier, het beschikbare bewijsmateriaal of andere relevante factoren;
de vaststelling van adviezen of andere standpunten, ook in spoedeisende gevallen;
de indiening van adviesaanvragen aan de SCB en andere mededelingen aan de SCB;
raadpleging van adviesinstanties die zijn ingesteld ingevolge andere toepasselijke Uniewetgeving;
de delegatie van taken aan werkgroepen, onder meer voor vigilantie, inspectie en traceerbaarheid en voor de toepasselijkheid van deze verordening;
de delegatie van ad-hoctaken aan SCB-leden of technische deskundigen, om waar nodig onderzoek te doen naar specifieke technische onderwerpen en daarover verslag aan de SCB uit te brengen;
het uitnodigen van deskundigen om aan de werkzaamheden van de SCB-werkgroepen deel te nemen en om bijdragen aan ad-hoctaken te leveren op basis van hun persoonlijke ervaring en deskundigheid of namens in de Unie of wereldwijd erkende beroepsorganisaties;
het uitnodigen van personen, organisaties of openbare lichamen in de hoedanigheid van waarnemer;
het melden van belangenconflicten van leden, plaatsvervangers, waarnemers en uitgenodigde deskundigen van de SCB;
de oprichting van werkgroepen, met inbegrip van hun samenstelling en reglement van orde, en delegatie van ad-hoctaken.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 69
Taken van de SoHO-coördinatieraad
De SCB ondersteunt de bevoegde SoHO-autoriteiten bij de gecoördineerde uitvoering van deze verordening en van de op grond van deze verordening vastgestelde uitvoerings- en gedelegeerde handelingen door:
het voorbereiden van adviezen op verzoek van de bevoegde SoHO-autoriteiten, ingediend via hun nationale SoHO-autoriteit, in overeenstemming met artikel 13, lid 3, eerste alinea, omtrent de wettelijke status ingevolge deze verordening van een materiaal, product of activiteit en het opnemen van dergelijke adviezen in het SoHO-compendium;
uiterlijk op 7 augustus 2025 het opstellen van een lijst van de bestaande materialen, producten of activiteiten waarvoor een advies omtrent de wettelijke status ingevolge deze verordening niet beschikbaar maar wel nodig is om risico’s voor de veiligheid van SoHO-donoren, ontvangers of door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen of risico’s van een belemmerde toegang van ontvangers tot veilige en doeltreffende behandelingen te voorkomen, het openbaar maken van deze lijst op het EU-SoHO-platform en vervolgens het naar eigen inzicht actualiseren van die lijst;
bij het voorbereiden van de in punt a) van dit lid bedoelde adviezen, het op Unieniveau initiëren van een raadpleging van vergelijkbare ingevolge andere toepasselijke Uniewetgeving ingestelde adviesinstanties in overeenstemming met artikel 13, lid 3, tweede alinea, en het opnemen in het SoHO-compendium van de adviezen met betrekking tot de toe te passen Uniewetgeving in gevallen waarin overeenstemming bestaat met de vergelijkbare adviesinstanties;
het documenteren en publiceren van beste praktijken voor SoHO-toezichtsactiviteiten op het EU-SoHO-platform;
het vastleggen van in overeenstemming met artikel 13, lid 4, gemelde informatie en het opnemen van die informatie in het SoHO-compendium;
het vaststellen van indicatieve criteria voor „kritieke SoHO” en voor „kritieke-SoHO-entiteit”, het verstrekken en actualiseren van een lijst van wat door de lidstaten als „kritieke SoHO” wordt beschouwd, en het beschikbaar stellen van dergelijke informatie aan de nationale SoHO-autoriteiten op het EU-SoHO-platform;
het documenteren van de praktijken die door de lidstaten worden gevolgd om de voorwaarden voor compensatie zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, vast te stellen;
het verlenen van bijstand en advies voor de samenwerking tussen bevoegde SoHO-autoriteiten en andere bevoegde autoriteiten, om de samenhang van het toezicht te waarborgen wanneer de wettelijke status van SoHO verandert, zoals bepaald in artikel 13, lid 6;
het verlenen van advies over de minimaal benodigde gegevens voor de toelating van een bepaald SoHO-preparaat zoals bedoeld in artikel 20, lid 4, punt e);
het onderhouden van contacten voor de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken, voor zover relevant, met het EDQM en het ECDC met betrekking tot technische normen binnen hun expertisegebieden, en met het Europees Geneesmiddelenbureau (European Medicines Agency) over toelatingen en toezichthoudende taken met betrekking tot de uitvoering van de PMF-certificering ingevolge Richtlijn 2001/83/EG, ter ondersteuning van de geharmoniseerde uitvoering van normen en technische richtsnoeren;
het samenwerken ten behoeve van de doeltreffende organisatie van gezamenlijke inspecties en de gezamenlijke SoHO-preparaatbeoordeling in meer dan één lidstaat;
het verstrekken van advies aan de Commissie over de functionele specificaties van het EU-SoHO-platform;
in samenwerking met de Commissie en, in voorkomend geval, met het op grond van artikel 24 van Verordening (EU) 2022/2371 ingestelde Raadgevend Comité inzake noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid: het ondersteunen van een gecoördineerde benadering om de uitvoering van de nationale SoHO-noodplannen te waarborgen in gevallen waarin een noodsituatie meer dan één lidstaat treft of in het geval van noodsituaties waarvan de gevolgen zich uitstrekken tot buiten de Unie, in overeenstemming met artikel 63, lid 7, van deze verordening;
het verlenen van bijstand in andere aangelegenheden in verband met de coördinatie of de uitvoering van deze verordening.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
HOOFDSTUK X
ACTIVITEITEN VAN DE UNIE
Artikel 70
Opleidingen van de Unie en uitwisseling van personeelsleden van bevoegde SoHO-autoriteiten
Artikel 71
Controles door de Commissie
De Commissie verricht controles om na te gaan of de lidstaten daadwerkelijk de vereisten toepassen met betrekking tot:
de in hoofdstuk II bedoelde bevoegde SoHO-autoriteiten en gedelegeerde instanties;
de SoHO-toezichtsactiviteiten zoals uitgevoerd door bevoegde SoHO-autoriteiten en gedelegeerde instanties;
de kennisgevings- en rapportagevereisten van deze verordening.
Na elke controle handelt de Commissie als volgt:
zij stelt een ontwerpverslag over de bevindingen op en doet daarin, indien van toepassing, aanbevelingen om de vastgestelde tekortkomingen aan te pakken;
zij zendt een kopie van het in punt a) bedoelde ontwerpverslag ter becommentariëring aan de betrokken nationale SoHO-autoriteit;
zij houdt met het in punt b) bedoelde commentaar rekening bij het opstellen van het definitieve verslag, en
zij maakt een samenvatting van het definitieve verslag openbaar toegankelijk op het EU-SoHO-platform.
Artikel 72
Ondersteuning door de Unie
Om de naleving van de in deze verordening vastgestelde vereisten te bevorderen, ondersteunt de Commissie de uitvoering door:
secretariële en technische, wetenschappelijke en logistieke ondersteuning van de SCB en diens werkgroepen;
financiering van de controles door de Commissie in de lidstaten, met inbegrip van de kosten voor deskundigen uit de lidstaten die de Commissie bijstaan;
verstrekking van financiering uit de relevante programma’s van de Unie ter ondersteuning van de volksgezondheid, om:
ondersteuning te verlenen aan gezamenlijke werkzaamheden van bevoegde SoHO-autoriteiten en organisaties die groepen SoHO-entiteiten en professionals op het gebied van SoHO vertegenwoordigen, teneinde een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze verordening te faciliteren, en in het bijzonder samen te werken bij initiatieven om toereikende voorziening te bewerkstelligen, onder meer via acties om donatie en optimaal gebruik van kritieke SoHO te bevorderen, en bij in artikel 70, lid 1 bedoelde opleidingsactiviteiten en in artikel 70, lid 4, bedoelde programma’s voor de uitwisseling van personeelsleden van bevoegde SoHO-autoriteiten;
indien van toepassing, in overeenstemming met de desbetreffende programma’s van de Unie de ontwikkeling en actualisering van technische richtsnoeren financieel te ondersteunen teneinde bij te dragen tot de uitvoering van deze verordening, onder meer door samenwerking, zoals bedoeld in het Unierecht, met het EDQM inzake de door hen gepubliceerde richtsnoeren;
het faciliteren van de samenwerking tussen de SCB en de adviesinstanties die zijn ingesteld ingevolge in artikel 2, lid 6, bedoelde andere Uniewetgeving, met name door het organiseren van gezamenlijke vergaderingen over de ervaring die is opgedaan met de toepassing van artikel 69, lid 1, punt c), met het oog op een gemeenschappelijke aanpak van de beoordeling van de wettelijke status van materialen, producten en activiteiten, rekening houdend met de specifieke kenmerken en het toepassingsgebied van elk wettelijk kader;
instelling, beheer en onderhoud van het EU-SoHO-platform.
HOOFDSTUK XI
EUROPEES SOHO-PLATFORM
Artikel 73
Instelling, beheer en onderhoud van het Europese SoHO-platform
Artikel 74
Algemene functionaliteiten van het EU-SoHO-platform
Het EU-SoHO-platform biedt een beveiligd kanaal voor de besloten uitwisseling van informatie en gegevens, met name:
tussen nationale SoHO-autoriteiten van de lidstaten;
tussen twee bevoegde SoHO-autoriteiten in de lidstaat of tussen een bevoegde SoHO-autoriteit en diens nationale SoHO-autoriteit;
tussen nationale SoHO-autoriteiten en de Commissie, met name met betrekking tot activiteitsgegevens betreffende SoHO-activiteiten van SoHO-entiteiten, de samenvattingen van kennisgevingen en onderzoeksverslagen van bevestigde ernstige ongewenste bijwerkingen of ernstige ongewenste voorvallen, snelle SoHO-waarschuwingen en SoHO-leveringswaarschuwingen;
tussen nationale SoHO-autoriteiten en de SCB;
tussen nationale SoHO-autoriteiten en het ECDC, in verband met snelle SoHO-waarschuwingen met betrekking tot overdraagbare ziekten, indien van toepassing;
tussen SoHO-entiteiten en hun bevoegde SoHO-autoriteiten, wanneer de bevoegde SoHO-autoriteiten voor dergelijke uitwisselingen ervoor kiezen gebruik te maken van het EU-SoHO-platform.
Via het EU-SoHO-platform wordt het publiek toegang verleend tot informatie over:
de registratie- en toelatingsstatus van SoHO-entiteiten en hun identificatiecode en de identificatiecode van de SoHO-instelling;
goedgekeurde klinische studies naar SoHO en toegelaten SoHO-preparaten;
het jaarlijkse SoHO-activiteitenverslag van de Unie en het jaarlijkse SoHO-vigilantierapport van de Unie, in geaggregeerde en geanonimiseerde formats, na goedkeuring door nationale SoHO-autoriteiten;
door de SCB gedocumenteerde en gepubliceerde relevante beste praktijken;
door het EDQM gepubliceerde technische richtsnoeren voor kwaliteitsbeheer;
door het ECDC en het EDQM gepubliceerde technische richtsnoeren voor de preventie van overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten, en betreffende de bescherming van SoHO-donoren, SoHO-ontvangers en door middel van medisch begeleide voortplanting verwekte nakomelingen;
de naam, de instelling van herkomst en de belangenverklaring van elk lid en elke plaatsvervanger van de SCB;
het SoHO-compendium;
de lijst van bestaande materialen, producten of activiteiten waarvoor een advies over de wettelijke status op grond van deze verordening niet beschikbaar maar nodig is zoals bedoeld in artikel 69, lid 1, punt b);
de strengere maatregelen die de lidstaten overeenkomstig artikel 4 hebben vastgesteld;
het reglement van orde van de SCB, de agenda en de beknopte notulen van elke vergadering, tenzij een dergelijke bekendmaking afbreuk doet aan de bescherming van een openbaar of particulier belang, zoals bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001;
de lijst van nationale SoHO-autoriteiten.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
HOOFDSTUK XII
PROCEDUREVOORSCHRIFTEN
Artikel 75
Vertrouwelijkheid
Onverminderd de nationale wetgeving inzake de bekendmaking van de resultaten van de SoHO-toezichtsactiviteiten, kunnen de bevoegde SoHO-autoriteiten de resultaten van de SoHO-toezichtsactiviteiten met betrekking tot individuele SoHO-entiteiten publiceren of anderszins openbaar maken mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de betrokken SoHO-entiteit wordt voorafgaand aan de publicatie of openbaarmaking in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over de informatie die de bevoegde SoHO-autoriteit voornemens is te publiceren of anderszins openbaar te maken, met inachtneming van de urgentie van de situatie;
in de gepubliceerde of anderszins openbaar gemaakte informatie of gegevens wordt rekening gehouden met de opmerkingen van de betrokken SoHO-entiteit, of die opmerkingen worden bij die informatie gepubliceerd of vrijgegeven;
de desbetreffende informatie of gegevens wordt (worden) beschikbaar gesteld in het belang van de bescherming van de volksgezondheid en is (zijn) evenredig met de ernst, omvang en aard van het bijbehorende risico;
de openbaar gemaakte informatie of gegevens ondermijnt (ondermijnen) niet nodeloos de bescherming van wettelijke rechten van de SoHO-entiteit of een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon;
de openbaar gemaakte informatie of gegevens ondermijnt (ondermijnen) niet de bescherming van gerechtelijke procedures en juridisch advies.
Artikel 76
Gegevensbescherming
Via het EU-SoHO-platform uitgewisselde en voor de toepassing van de artikelen 73 en 74 vereiste persoonsgegevens, waaronder gezondheidsgegevens worden waar noodzakelijk verwerkt in het belang van de volksgezondheid en voor de volgende doeleinden:
bijdragen aan de vaststelling en evaluatie van risico’s die verbonden zijn aan een bepaalde SoHO-donatie of -donor;
verwerking van relevante informatie over de monitoring van klinische resultaten.
Artikel 77
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Artikel 78
Urgentieprocedure
Artikel 79
Comitéprocedure
Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 80
Sancties
De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 7 augustus 2029 in kennis van die voorschriften en maatregelen en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen daarvan.
HOOFDSTUK XIII
OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 81
Overgangsbepalingen voor krachtens de Richtlijnen 2002/98/EG en 2004/23/EG aangewezen, gemachtigde, erkende of vergunde instellingen
Met betrekking tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde bloedvoorzieningsorganisaties handelen de bevoegde SoHO-autoriteiten als volgt:
zij verifiëren of die instellingen vallen onder de in artikel 3, punt 35), uiteengezette definitie van een SoHO-instelling;
zij plaatsen de in artikel 35, lid 3, punten a) en d), bedoelde informatie en de informatie over de registratie- en toelatingsstatus die is gebleken bij de in punt a) van dit lid bedoelde verificatie op het EU-SoHO-platform.
Met betrekking tot de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde weefselinstellingen handelt de Commissie als volgt:
zij verifieert of die instellingen vallen onder de in artikel 3, punt 35), uiteengezette definitie van een SoHO-instelling;
zij brengt de relevante informatie vanuit het EU-compendium van weefselinstellingen op het EU-coderingsplatform, zoals vastgesteld in Richtlijn 2006/86/EG van de Commissie ( 5 ), waaronder de informatie over de registratie- en toelatingsstatus die is gebleken bij de in punt a) van dit lid bedoelde verificatie, over naar het EU-SoHO-platform;
zij informeren de bevoegde SoHO-autoriteiten over de instellingen die blijkens de in punt a) van dit lid bedoelde verificatie niet aan de definitie van een SoHO-instelling voldoen.
Artikel 82
Overgangsbepalingen voor SoHO-preparaten
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 83
Overgangsbepalingen met betrekking tot SoHO die niet expliciet aan bod komen in de Richtlijnen 2002/98/EG en 2004/23/EG
Entiteiten die ►C1 vóór 7 augustus 2027 ◄ een of meer van de in artikel 2, lid 1, punt c), i), iv) tot en met ix) en xii), bedoelde SoHO-activiteiten uitvoeren met betrekking tot SoHO die niet expliciet aan bod komen in Richtlijn 2002/98/EG of Richtlijn 2004/23/EG, mogen dergelijke activiteiten voortzetten ►C1 tot 8 augustus 2028 ◄ , zonder deze verordening toe te passen, met uitzondering van de volgende vereisten:
registratie als SoHO-entiteiten op grond van artikel 35 van deze verordening;
het aanvragen voor alle relevante toelatingen van SoHO-preparaten, indien vereist op grond van artikel 38 van deze verordening;
het aanvragen voor toelating als SoHO-instelling, indien vereist op grond van artikel 45 van deze verordening;
naleving van de in de hoofdstukken VI en VII van deze verordening bedoelde normen voor de SoHO-activiteiten die tijdens de overgangsfase worden uitgevoerd.
Dergelijke SoHO-entiteiten voldoen uiterlijk ►C1 op 8 november 2027 ◄ aan de in de eerste alinea, punten b) en c), bedoelde vereisten.
Artikel 84
Status van vóór de toepassing van deze verordening bewaarde of gedistribueerde SoHO
HOOFDSTUK XIV
SLOTBEPALINGEN
Artikel 85
Intrekkingen
Richtlijnen 2002/98/EG en 2004/23/EG worden ingetrokken met ingang van 7 augustus 2027.
Artikel 86
Evaluatie
Uiterlijk ►C1 op 8 augustus 2032 ◄ beoordeelt de Commissie de toepassing van deze verordening, stelt zij een evaluatieverslag op van de vooruitgang met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening en legt zij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s de belangrijkste bevindingen uit dat verslag voor. Het evaluatieverslag omvat een beoordeling van de uitvoering van artikel 54. Ten behoeve van het evaluatieverslag maakt de Commissie gebruik van geaggregeerde en geanonimiseerde gegevens en informatie die zijn verzameld bij bevoegde SoHO-autoriteiten en van gegevens en informatie die zijn ingediend bij het EU-SoHO-platform. De lidstaten verstrekken de Commissie de aanvullende informatie die noodzakelijk en evenredig is voor het opstellen van het evaluatieverslag, met inbegrip van informatie over de voorwaarden voor de compensatie van de SoHO-donoren op grond van artikel 54. Het evaluatieverslag wordt, indien toepasselijk, vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze verordening.
Artikel 87
Inwerkingtreding en toepassing
Tenzij anders bepaald in lid 2, is deze verordening van toepassing met ingang van 7 augustus 2027.
Artikel 68 en artikel 69, lid 1, punt b), zijn van toepassing met ingang van 7 augustus 2024.
Artikel 80, artikel 81, leden 3, 4, en 5, en artikel 82, lid 3, zijn van toepassing met ingang van 7 augustus 2028.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
( ) Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en tot intrekking van Richtlijn 98/79/EG en Besluit 2010/227/EU van de Commissie (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 176).
( ) Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 164).
( ) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
( ) Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad van 10 februari 2021 tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 1).
( ) Richtlijn 2006/86/EG van de Commissie van 24 oktober 2006 ter uitvoering van Richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de traceerbaarheidsvereisten, de melding van ernstige bijwerkingen en ernstige ongewenste voorvallen en bepaalde technische voorschriften voor het coderen, bewerken, preserveren, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen (PB L 294 van 25.10.2006, blz. 32).