EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02019R2016-20230930

Consolidated text: Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2016 van de Commissie van 11 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van koelapparaten en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1060/2010 van de Commissie (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/2016/2023-09-30

02019R2016 — NL — 30.09.2023 — 003.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/2016 VAN DE COMMISSIE

van 11 maart 2019

tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van koelapparaten en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1060/2010 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 315 van 5.12.2019, blz. 102)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/340 VAN DE COMMISSIE  van 17 december 2020

  L 68

62

26.2.2021

►M2

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2023/2048 VAN DE COMMISSIE  van 4 juli 2023

  L 236

1

26.9.2023


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 050, 24.2.2020, blz.  21 (2019/2016)

►C2

Rectificatie, PB L 065, 25.2.2021, blz.  83 (2019/2016)




▼B

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/2016 VAN DE COMMISSIE

van 11 maart 2019

tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van koelapparaten en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1060/2010 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)



Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.  
In deze verordening worden eisen vastgesteld inzake de etikettering van en het verstrekken van aanvullende productinformatie over ►C2  op netspanning werkende ◄ koelapparaten met een inhoud van meer dan 10 liter en niet meer dan 1 500 liter.
2.  

Deze verordening is niet van toepassing op:

a) 

professionele koelbewaarkasten en snelkoelers/-vriezers, met uitzondering van professionele vrieskisten;

b) 

koelapparaten met een directe-verkoopfunctie;

c) 

mobiele koelapparaten;

d) 

apparaten waarvan de primaire functie niet het door koeling bewaren van levensmiddelen is.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1) 

„netspanning”: de elektriciteitsvoorziening van het elektriciteitsnet van 230 (± 10 %) volt wisselstroom bij 50 Hz;

2) 

„koelapparaat”: geïsoleerde kast met één of meer compartimenten die op specifieke temperaturen worden gehouden, die worden gekoeld door natuurlijke of geforceerde convectie waarbij de koeling wordt verkregen op een of meer energieverbruikende wijzen;

3) 

„compartiment”: een gesloten ruimte binnen een koelapparaat, gescheiden van andere compartimenten door een scheidingswand, een recipiënt of een vergelijkbare constructie, die rechtstreeks toegankelijk is via een of meer buitendeuren en die zelf in subcompartimenten kan zijn verdeeld. Voor de doeleinden van deze verordening verwijst „compartiment” naar zowel compartimenten als subcompartimenten, tenzij anders vermeld;

4) 

„buitendeur”: het deel van een kast dat kan worden bewogen of verwijderd om ten minste toe te laten dat producten in de kast kunnen worden geplaatst of eruit kunnen worden gehaald;

5) 

„subcompartiment”: een gesloten ruimte in een compartiment met een ander bedrijfstemperatuurbereik dan het compartiment waartoe het behoort;

6) 

„totaal volume” (V): het volume van de ruimte binnen de binnenwand van het koelapparaat, gelijk aan de som van de volumes van de compartimenten, uitgedrukt in dm3 of in liters;

7) 

„volume van het compartiment” (Vc ): het volume van de ruimte binnen de binnenwand van het compartiment, uitgedrukt in dm3 of liters;

8) 

„professionele koelbewaarkast”: een geïsoleerd koelapparaat waarin één of meer compartimenten zijn geïntegreerd die toegankelijk zijn via één of meer deuren of laden, die de temperatuur van levensmiddelen op continue wijze binnen voorgeschreven grenswaarden kan houden bij een bedrijfstemperatuur voor koelen of invriezen, met gebruikmaking van een dampcompressie-kringloop, en die gebruikt wordt voor het bewaren van levensmiddelen in niet-huishoudelijke omgevingen, maar niet voor het tonen aan of de toegang van klanten, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2015/1095 ( 1 );

9) 

„snelkoeler/-vriezer”: een geïsoleerd koelapparaat dat in de eerste plaats bedoeld is om warme levensmiddelen snel af te koelen tot minder dan 10 °C bij koeling en tot minder dan —18 °C bij invriezen, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2015/1095;

10) 

„professionele vrieskist”: een diepvriezer waarvan het (de) compartiment(en) toegankelijk is (zijn) van bovenaf of dat zowel van bovenaf te openen als rechtopstaande compartimenten heeft, maar waarvan het brutovolume van het (de) naar boven openende compartiment(en) meer dan 75 % bedraagt van het totale brutovolume van het apparaat, gebruikt voor de opslag van levensmiddelen in niet-huishoudelijke omgevingen;

11) 

„diepvriezer”: een koelapparaat met uitsluitend 4-sterrencompartimenten;

12) 

„diepvriescompartiment” of „4-sterrencompartiment”: een vriescompartiment met een doeltemperatuur en opslagomstandigheden van -18 °C dat voldoet aan de vereisten voor het vriesvermogen;

13) 

„vriescompartiment”: een compartimenttype met een doeltemperatuur van 0 °C of lager; dat wil zeggen een 0-, 1-, 2-, 3- of 4-sterrencompartiment, zoals uiteengezet in tabel 3 van bijlage IV;

14) 

„compartimenttype”: het opgegeven compartimenttype overeenkomstig de koelprestatieparameters Tmin, Tmax, Tc en andere, zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

15) 

„doeltemperatuur” (Tc): de referentietemperatuur in een compartiment tijdens het testen, zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV; gelijk aan de temperatuur voor het testen van het energieverbruik, uitgedrukt als het gemiddelde in de tijd en over een reeks sensoren;

16) 

„minimumtemperatuur” (Tmin): de minimumtemperatuur binnen een compartiment tijdens de opslagtest zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

17) 

„maximumtemperatuur” (Tmax): de maximumtemperatuur binnen een compartiment tijdens de opslagtest zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

18) 

„0-sterrencompartiment” en „ijsmaker”: een vriescompartiment met een doeltemperatuur en opslagomstandigheden van 0 °C zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

19) 

„1-sterrencompartiment”: een vriescompartiment met een doeltemperatuur en opslagomstandigheden van -6 °C zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

20) 

„2-sterrencompartiment”: een vriescompartiment met een doeltemperatuur en opslagomstandigheden van -12 °C zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

21) 

„3-sterrencompartiment”: een vriescompartiment met een doeltemperatuur en opslagomstandigheden van -18 °C zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

22) 

„koelapparaat met een directe-verkoopfunctie”: een koelapparaat met als gebruiksfuncties het tonen en verkopen aan klanten van producten bij gespecificeerde temperaturen beneden de omgevingstemperatuur, dat rechtstreeks toegankelijk is via open zijkanten of via een of meer deuren of laden, of beide, met inbegrip van kasten met ruimten die worden gebruikt voor de opslag of het opdienen van producten die voor de consument niet toegankelijk zijn en met uitsluiting van minibars en wijnbewaarkasten, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2019/2024 van de Commissie ( 2 );

23) 

„minibar”: een koelapparaat met een totaal volume van maximaal 60 liter, dat in de eerste plaats bedoeld is voor de opslag en de verkoop van levensmiddelen in hotelkamers en dergelijke ruimten;

24) 

„wijnbewaarkast”: een speciaal koelapparaat voor het bewaren van wijn, met precieze temperatuurcontrole voor de bewaaromstandigheden en de doeltemperatuur van een wijnbewaarcompartiment zoals omschreven in tabel 3 van bijlage IV, en uitgerust met trillingdempende maatregelen;

25) 

„speciaal koelapparaat”: een koelapparaat met maar één soort compartiment;

26) 

„wijnbewaarcompartiment”: een niet-vriescompartiment met een doeltemperatuur van 12 °C, een interne vochtigheidsgraad van 50 % tot 80 % en opslagomstandigheden variërend van 5 °C tot 20 °C, zoals gedefinieerd in tabel 3 van bijlage IV;

27) 

„niet-vriescompartiment”: een compartimenttype met een doeltemperatuur van 4 °C of hoger; dat wil zeggen een voorraad-, kelder- of versvoedselcompartiment, met opslagomstandigheden en doeltemperaturen zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

28) 

„voorraadcompartiment”: een niet-vriescompartiment met een doeltemperatuur van 17 °C en opslagomstandigheden variërend van 14 °C tot 20 °C, zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

29) 

„keldercompartiment”: een niet-vriescompartiment met een doeltemperatuur van 12 °C en opslagomstandigheden variërend van 2 °C tot 14 °C, zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

30) 

„versvoedselcompartiment”: een niet-vriescompartiment met een doeltemperatuur van 4 °C en opslagomstandigheden variërend van 0 °C tot 8 °C zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

▼M1

31) 

„mobiel koelapparaat”: een koelapparaat dat kan worden gebruikt wanneer er geen toegang is tot het elektriciteitsnet, en dat gebruikmaakt van elektriciteit met extra lage spanning (< 120V DC) of brandstoffen, of beide, als energiebron voor de koelfunctie, met inbegrip van een koelapparaat dat niet alleen op elektriciteit met extra lage spanning of op brandstoffen, of op beide werkt, maar dat via een afzonderlijk aan te schaffen wissel-/gelijkstroomomzetter ook op het elektriciteitsnet kan worden aangesloten. Een apparaat dat op de markt wordt gebracht met een wissel-/gelijkstroomomzetter is geen mobiel koelapparaat;

▼B

32) 

„levensmiddelen”: voedsel, ingrediënten, dranken, inclusief wijn, en andere hoofdzakelijk voor consumptie gebruikte producten die op een bepaalde temperatuur moeten worden gekoeld;

33) 

„verkooppunt”: een locatie waar koelapparaten worden uitgestald of te koop, te huur of in huurkoop worden aangeboden;

34) 

„inbouwapparaat”: een koelapparaat dat uitsluitend is ontworpen, getest en op de markt wordt gebracht om:

a) 

te worden ingebouwd in een inbouwkeuken of anderszins te worden ingebouwd tussen panelen (boven, onder en opzij);

b) 

veilig te worden bevestigd, opzij, boven of onder, aan de inbouwkeuken of de panelen, en

c) 

dat is uitgerust met een integraal, fabrieksmatig afgewerkt front, of een front waarop een op maat gemaakt frontpaneel wordt bevestigd;

35) 

„energie-efficiëntie-index” (EEI): een indexcijfer voor de relatieve energie-efficiëntie van een koelapparaat, uitgedrukt in een percentage, zoals vermeld in punt 5 van bijlage IV;

Voor de bijlagen worden in bijlage I aanvullende definities gegeven.

Artikel 3

Verplichtingen van leveranciers

1.  

De leveranciers zien erop toe dat:

a) 

elk koelapparaat wordt voorzien van een gedrukt etiket in het in bijlage III vastgestelde formaat;

▼M1

b) 

de waarden van de in het productinformatieblad opgenomen en in bijlage V vastgestelde parameters in het openbare gedeelte van de productendatabank worden ingevoerd;

▼B

c) 

het productinformatieblad in gedrukte vorm ter beschikking wordt gesteld indien de handelaar hier uitdrukkelijk om verzoekt;

d) 

de inhoud van de technische documentatie, zoals vastgesteld in bijlage VI, in de productendatabank wordt ingevoerd;

e) 

in alle visuele advertenties voor een specifiek model koelapparaat, de energie-efficiëntieklasse en de schaal van de op het etiket beschikbare energie-efficiëntieklassen worden vermeld overeenkomstig de bijlagen VII en VIII;

f) 

in al het technische promotiemateriaal voor een specifiek model koelapparaat, ook het technische promotiemateriaal op internet, waarin de specifieke technische parameters voor dat model worden beschreven, de energie-efficiëntieklasse van dat model en de schaal van de op het etiket beschikbare energie-efficiëntieklassen worden vermeld overeenkomstig bijlage VII;

g) 

voor elk model koelapparaat een elektronisch etiket, in het formaat en met vermelding van de informatie zoals beschreven in bijlage III, aan de handelaren beschikbaar wordt gesteld;

h) 

voor elk model koelapparaat een elektronisch productinformatieblad, zoals beschreven in bijlage V, aan de handelaren beschikbaar wordt gesteld.

2.  
De energie-efficiëntieklasse is gebaseerd op de energie-efficiëntie-index, die wordt berekend overeenkomstig bijlage II.

Artikel 4

Verplichtingen van handelaren

De handelaren zien erop toe dat:

a) 

elk koelapparaat in het verkooppunt, waaronder handelsbeurzen, is voorzien van het etiket dat door de leveranciers overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), is verstrekt, waarbij het etiket op inbouwapparaten zodanig is weergegeven dat het duidelijk zichtbaar is, en het etiket op alle andere koelapparaten zodanig is weergegeven dat het duidelijk zichtbaar is op de voor- of bovenzijde aan de buitenkant van het koelapparaat;

b) 

het etiket en het productinformatieblad overeenkomstig de bijlagen VII en VIII worden verstrekt in het geval van verkoop op afstand;

c) 

in alle visuele advertenties voor een specifiek model koelapparaat, ook op internet, de energie-efficiëntieklasse en de schaal van de op het etiket beschikbare energie-efficiëntieklassen worden vermeld overeenkomstig bijlage VII;

d) 

in al het technische promotiemateriaal voor een specifiek model koelapparaat, ook het technische promotiemateriaal op internet, waarin de specifieke technische parameters voor dat model worden beschreven, de energie-efficiëntieklasse van dat model en de schaal van de op het etiket beschikbare energie-efficiëntieklassen worden vermeld overeenkomstig bijlage VII.

Artikel 5

Verplichtingen van webhostingplatforms

Wanneer een hostingdienstverlener in de zin van artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG de directe verkoop van koelapparaten via zijn website toestaat, zorgt de dienstverlener ervoor dat het door de handelaar verstrekte elektronische etiket en elektronische productinformatieblad op het weergavemechanisme kunnen worden getoond overeenkomstig de bepalingen van bijlage VIII en stelt de dienstverlener de handelaar in kennis van de verplichting om deze weer te geven.

Artikel 6

Meetmethoden

De op grond van de artikelen 3 en 4 te verstrekken informatie wordt verkregen met behulp van betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meet- en berekeningsmethoden, waarbij rekening wordt gehouden met de meest recente erkende meet- en berekeningsmethoden, zoals uiteengezet in bijlage IV.

Artikel 7

Controleprocedure voor markttoezicht

Bij het uitvoeren van de in artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1369 bedoelde markttoezichtcontroles gebruiken de lidstaten de in bijlage IX bij deze verordening beschreven controleprocedure.

Artikel 8

Evaluatie

Uiterlijk op 25 december 2025 evalueert de Commissie deze verordening in het licht van de technologische vooruitgang en legt zij de bevindingen van deze evaluatie en, in voorkomend geval, een ontwerp van herzieningsvoorstel voor aan het overlegforum. Bij deze evaluatie wordt onder meer nagegaan of het mogelijk is om:

a) 

aspecten van de circulaire economie aan te pakken;

b) 

symbolen voor compartimenten in te voeren om voedselverspilling te helpen verminderen, en

c) 

symbolen voor het jaarlijkse energieverbruik in te voeren.

Artikel 9

Intrekking

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1060/2010 wordt ingetrokken met ingang van 1 maart 2021.

Artikel 10

Overgangsmaatregelen

Van 25 december 2019 tot en met 28 februari 2021 kan de uit hoofde van artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1060/2010 vereiste productkaart bij het product ter beschikking worden gesteld via de productendatabank in plaats van in gedrukte vorm. In dat geval zorgt de leverancier ervoor dat de productkaart in gedrukte vorm ter beschikking wordt gesteld indien de handelaar hier uitdrukkelijk om verzoekt.

Artikel 11

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

▼M1

Zij is van toepassing met ingang van 1 maart 2021. Evenwel is artikel 10 van toepassing met ingang van 25 december 2019, artikel 3, lid 1, onder a), b) en c), met ingang van 1 november 2020, en de verplichting om de in bijlage V, tabel 6, vermelde energie-efficiëntieklasse voor de lichtbronparameters te verstrekken met ingang van 1 maart 2022.

▼B

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE I

Definities voor de bijlagen

In de bijlagen wordt verstaan onder:

1) 

„quick response code (QR-code)”: een tweedimensionale barcode op het energie-etiket van een productmodel die doorverwijst naar de informatie over dat model in het openbare gedeelte van de productendatabank;

2) 

„jaarlijks energieverbruik” (AE): het gemiddelde dagelijkse energieverbruik, vermenigvuldigd met 365 (dagen per jaar), uitgedrukt in kilowattuur per jaar (kWh/jaar), zoals berekend overeenkomstig punt 3 van bijlage IV;

3) 

„dagelijks energieverbruik” (Edaily ): de elektriciteit die door een koelapparaat wordt gebruikt gedurende 24 uur bij referentieomstandigheden, uitgedrukt in kilowattuur per 24 uur (kWh/24h), berekend overeenkomstig punt 3 van bijlage IV;

4) 

„vriesvermogen”: de hoeveelheid verse levensmiddelen die binnen 24 uur kunnen worden ingevroren in een diepvriescompartiment; het mag niet minder bedragen dan 4,5 kg per 24 uur per 100 liter volume van het diepvriescompartiment, met een minimum van 2,0 kg/24 h;

5) 

„chillcompartiment”: een compartiment waarin de gemiddelde temperatuur binnen een bepaalde marge wordt gehouden zonder aanpassingen van de regelaar door de gebruiker, met een doeltemperatuur van 2 °C en opslagomstandigheden variërend van -3 °C tot 3 °C, zoals vermeld in tabel 3 van bijlage IV;

6) 

„emissie van akoestisch luchtgeluid”: het geluidsvermogensniveau van een koelapparaat, uitgedrukt in dB(A) re 1 pW (A-gewogen);

7) 

„anticondensverwarmingselement”: een verwarmingselement dat condensatie op het koelapparaat voorkomt;

8) 

„omgevingsgestuurd anticondensverwarmingselement”: een anticondensverwarmingselement waarbij de verwarmingscapaciteit ofwel van de omgevingstemperatuur, ofwel van de vochtigheid van de omgevingslucht, ofwel van beide afhangt;

9) 

„hulpenergie” (Eaux ): de energie die wordt gebruikt door een omgevingsgestuurd anticondensverwarmingselement, uitgedrukt in kilowattuur per jaar (kWh/jaar);

10) 

„dispenser”: een apparaat dat naar believen gekoelde of bevroren producten levert vanuit een koelapparaat, zoals ijsblokjesdispensers of koudwaterdispensers;

11) 

„compartiment met variabele temperatuur”: een compartiment dat bedoeld is voor gebruik als twee (of meer) alternatieve compartimenttypen (bijvoorbeeld een compartiment dat ofwel een versvoedselcompartiment ofwel een diepvriescompartiment kan zijn) en dat door een gebruiker zo kan worden ingesteld dat het de bedrijfstemperatuur voortdurend op het toepasselijke bereik voor elk opgegeven compartimenttype kan houden. Een compartiment dat bedoeld is voor gebruik als één enkel compartimenttype dat ook aan opslagvoorwaarden van andere compartimenttypen kan voldoen (bijvoorbeeld een chillcompartiment dat ook aan 0-sterreneisen kan voldoen) is geen compartiment met variabele temperatuur;

12) 

„netwerk”: een communicatie-infrastructuur met een topologie van verbindingen, een architectuur, inclusief de fysieke componenten daarvan, organisatiebeginselen, communicatieprocedures en -formaten (protocols);

13) 

„2-sterrengedeelte”: het deel van een 3- of 4-sterrencompartiment dat geen eigen individuele toegangsdeur of -deksel heeft, met een doeltemperatuur en opslagomstandigheden van -12 °C;

14) 

„klimaatklasse”: het bereik van omgevingstemperaturen, zoals bedoeld in punt 1, onder j), van bijlage IV, waarin de koelapparaten bestemd zijn te worden gebruikt, en waarvoor aan de in tabel 3 van bijlage IV voorgeschreven opslagomstandigheden in alle compartimenten tegelijk is voldaan;

15) 

„periode voor ontdooien en opnieuw bevriezen”: de periode vanaf het begin van een ontdooicontrolecyclus totdat de stabiele bedrijfsomstandigheden zijn hersteld;

16) 

„zelfontdooifunctie”: een functie waardoor compartimenten worden ontdooid zonder interventie van buitenaf om de verwijdering van ijsafzetting in gang te zetten bij alle temperatuurcontrole-instellingen of om normaal functioneren te herstellen, waarbij de afvoer van dooiwater automatisch gebeurt;

17) 

„ontdooitype”: de methode om ijsafzetting op de verdamper(s) van een koelapparaat te verwijderen, d.w.z. zelfontdooifunctie of handmatige ontdooifunctie;

18) 

„handmatige ontdooifunctie”: het ontbreken van een zelfontdooifunctie;

19) 

„geluidsarm koelapparaat”: een koelapparaat zonder dampcompressie met een emissie van akoestisch luchtgeluid van minder dan 27 A-gewogen decibel met een referentiewaarde van 1 picowatt (dB(A) re 1 pW);

20) 

„steady-state-elektriciteitsverbruik” (P ss): het gemiddelde elektriciteitsverbruik in stabiele omstandigheden, uitgedrukt in watt (W);

21) 

„oplopend energieverbruik voor ontdooien en opnieuw bevriezen” (ΔΕd-f): het gemiddelde extra energieverbruik voor één maal ontdooien en opnieuw bevriezen, uitgedrukt in wattuur (Wh);

22) 

„ontdooiinterval” (td-f ): het representatieve gemiddelde interval, uitgedrukt in uren (h), tussen twee opeenvolgende tijdstippen waarop de ontdooiverwarming wordt geactiveerd in twee achtereenvolgende cycli voor ontdooien en opnieuw bevriezen, of, als er geen ontdooiverwarming is, tussen twee opeenvolgende tijdstippen waarop de compressor wordt gedeactiveerd in twee achtereenvolgende cycli voor ontdooien en opnieuw bevriezen;

23) 

„belastingsfactor” (L): een factor voor de extra koelbelasting als gevolg van het inbrengen van warme levensmiddelen (bovenop hetgeen reeds is voorzien door de hogere gemiddelde omgevingstemperatuur voor het testen), met waarden als vermeld in punt 3, onder a), van bijlage IV;

24) 

„standaard jaarlijks energieverbruik” (SAE): het jaarlijkse referentie-energieverbruik van een koelapparaat, uitgedrukt in kilowattuur per jaar (kWh/jaar), zoals berekend overeenkomstig punt 4 van bijlage IV;

25) 

„combiparameter” (C): een modelleringsparameter die rekening houdt met het synergie-effect wanneer verschillende compartimenttypes in één apparaat worden gecombineerd, met waarden als vermeld in tabel 4 van bijlage IV;

26) 

„deurwarmteverliesfactor” (D): een compensatiefactor voor combiapparaten volgens het aantal verschillende temperatuurcompartimenten of het aantal buitendeuren, als dat aantal minder is, zoals vermeld in tabel 5 van bijlage IV. Voor deze factor wordt onder „compartiment” geen subcompartiment verstaan;

27) 

„combiapparaat”: een koelapparaat dat meer dan één compartimenttype heeft, waarvan ten minste één een niet-vriescompartiment is;

28) 

„ontdooifactor” (Ac ): een compensatiefactor die rekening houdt met de vraag of het koelapparaat een zelfontdooifunctie of een handmatige ontdooifunctie heeft, met waarden als vermeld in tabel 5 van bijlage IV;

29) 

„inbouwfactor” (Bc ): een compensatiefactor die rekening houdt met de vraag of het koelapparaat ingebouwd of vrijstaand is, met waarden als vermeld in tabel 5 van bijlage IV;

30) 

„vrijstaand apparaat”: een koelapparaat dat geen inbouwapparaat is;

31) 

„Mc” en „Nc”: modelleringsparameters die rekening houden met de volumeafhankelijkheid van het energiegebruik, met waarden als vermeld in tabel 4 van bijlage IV;

32) 

„thermodynamische parameter” (rc ): een modelleringsparameter waarmee het standaard jaarlijks energieverbruik wordt gecorrigeerd tot een omgevingstemperatuur van 24 °C, met waarden als vermeld in tabel 4 van bijlage IV;

33) 

„totale afmetingen”: de ruimte die wordt ingenomen door het koelapparaat (hoogte, breedte en diepte) met gesloten deuren of deksels, uitgedrukt in millimeter (mm);

34) 

„temperatuurstijgingstijd”: de tijdspanne, uitgedrukt in uren (h), waarin de temperatuur in een 3- of 4-sterrencompartiment van – 18 naar – 9 °C stijgt nadat de werking van het koelsysteem is onderbroken;

35) 

„winterinstelling”: een regelaar voor een combiapparaat met één compressor en één thermostaat, die volgens de aanwijzingen van de leverancier in omgevingstemperaturen onder de +16 °C kan worden gebruikt, bestaande uit een schakelaar of een functie die ervoor zorgt dat, zelfs wanneer het niet nodig zou zijn voor het compartiment waarin de thermostaat zich bevindt, de compressor blijft werken om de juiste bewaartemperatuur in de andere compartimenten te handhaven;

36) 

„snelvriesfunctie”: een functie die door de eindgebruiker volgens de aanwijzingen van de leverancier wordt geactiveerd en die de bewaartemperatuur van het (de) diepvriescompartiment(en) verlaagt voor het sneller invriezen van niet-bevroren levensmiddelen;

37) 

„diepvriescompartiment” of „4-sterrencompartiment”: een vriescompartiment met een doeltemperatuur en opslagomstandigheden van -18 °C dat voldoet aan de vereisten voor het vriesvermogen;

38) 

„weergavemechanisme”: ieder scherm, aanraakscherm of andere visuele technologie om internetinhoud weer te geven voor gebruikers;

39) 

„aanraakscherm”: een scherm dat reageert op aanraking, zoals dat van tabletcomputers, slatecomputers of smartphones;

40) 

„geneste weergave”: visuele interface waarbij een beeld of gegevensreeks toegankelijk wordt door een muisklik, door er met de muis overheen te gaan (mouseover) of door uitvergroting op een aanraakscherm van een ander beeld of een andere gegevensreeks;

41) 

„alternatieve tekst”: tekst die wordt aangeboden als alternatief voor een grafische voorstelling, waardoor de informatie in een niet-grafische vorm kan worden weergegeven wanneer weergaveapparaten de betrokken voorstelling niet kunnen weergeven of ter ondersteuning van de toegankelijkheid, bijvoorbeeld als input voor spraaksynthesetoepassingen;

▼M1

42) 

„opgegeven waarden”: de door de leverancier verstrekte waarden voor de aangegeven, berekende of gemeten technische parameters, overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1369 alsmede artikel 3, lid 1, onder d), en bijlage VI van deze verordening, voor de controle op de naleving door de autoriteiten van de lidstaten.

▼B




BIJLAGE II

Energie-efficiëntieklassen en emissieklassen voor akoestisch luchtgeluid

De energie-efficiëntieklasse van koelapparaten wordt bepaald aan de hand van de energie-efficiëntie-index (EEI), zoals aangegeven in tabel 1.

▼M1



Tabel 1

Energie-efficiëntieklassen van koelapparaten

Energie-efficiëntieklasse

Energie-efficiëntie-index (EEI)

A

EEI ≤ 41

B

41 < EEI ≤ 51

C

51 < EEI ≤ 64

D

64 < EEI ≤ 80

E

80 < EEI ≤ 100

F

100 < EEI ≤ 125

G

EEI > 125

▼B

De EEI van een koelapparaat wordt bepaald overeenkomstig punt 5 van bijlage IV.



Tabel 2

Emissieklassen voor akoestisch luchtgeluid

Emissie van akoestisch luchtgeluid

Emissieklasse voor akoestisch luchtgeluid

< 30 dB(A) re 1 pW

A

≥ 30 dB(A) re 1 pW en < 36 dB(A) re 1 pW

B

≥ 36 dB(A) re 1 pW en < 42 dB(A) re 1 pW

C

≥ 42 dB(A) re 1 pW

D




BIJLAGE III

Etiket voor koelapparaten

1.   ETIKET VOOR KOELAPPARATEN, BEHALVE WIJNBEWAARKASTEN

1.1.   Etiket:

image

1.2.   De volgende informatie wordt op het etiket vermeld:

I. 

de QR-code;

II. 

de naam van de producent of het handelsmerk;

III. 

de typeaanduiding van de leverancier;

IV. 

de schaal van de energie-efficiëntieklassen van A tot en met G;

V. 

de energie-efficiëntieklasse, zoals bepaald overeenkomstig bijlage II;

VI. 

het jaarlijkse energieverbruik (AE), uitgedrukt in kWh per jaar en afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal;

VII. 

— 
de som van de volumes van het (de) vriescompartiment(en), uitgedrukt in liters en afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal;
— 
indien het koelapparaat geen vriescompartimenten bevat, mogen het pictogram en de waarden in liters bedoeld onder VII worden weggelaten;
VIII. 

— 
de som van de volumes van het (de) chillcompartiment(en) en het (de) niet-vriescompartiment(en), uitgedrukt in liters en afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal;
— 
indien het koelapparaat geen niet-vriescompartiment(en) en geen chillcompartiment(en) bevat, mogen het pictogram en de waarden in liters bedoeld onder VIII worden weggelaten;
IX. 

de emissie van akoestisch luchtgeluid, uitgedrukt in dB(A) re 1 pW en afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. De emissieklasse voor akoestisch luchtgeluid, zoals aangegeven in tabel 2;

X. 

het nummer van deze verordening, namelijk „2019/2016”.

2.   ETIKET VOOR WIJNBEWAARKASTEN

2.1.   Etiket:

image

2.2.   De volgende informatie wordt op het etiket vermeld:

I. 

QR-code;

II. 

de naam van de producent of het handelsmerk;

III. 

de typeaanduiding van de leverancier;

IV. 

de schaal van de energie-efficiëntieklassen van A tot en met G;

V. 

de energie-efficiëntieklasse, zoals bepaald overeenkomstig bijlage II;

VI. 

AE, uitgedrukt in kWh per jaar en afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal;

VII. 

het aantal standaardwijnflessen dat kan worden bewaard in de wijnbewaarkast;

VIII. 

de emissie van akoestisch luchtgeluid, uitgedrukt in dB(A) re 1 pW en afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. De emissieklasse voor akoestisch luchtgeluid, zoals aangegeven in tabel 2;

IX. 

het nummer van deze verordening, namelijk „2019/2016”.

3.   ETIKETONTWERPEN

3.1.   Ontwerp van het etiket voor koelapparaten, behalve wijnbewaarkasten