EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02017R0653-20191128

Consolidated text: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie van 8 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip's) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/653/2019-11-28

02017R0653 — NL — 28.11.2019 — 002.002


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/653 VAN DE COMMISSIE

van 8 maart 2017

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip's) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 100 van 12.4.2017, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

 M1

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2018/977 VAN DE COMMISSIE van 4 april 2018

  L 176

1

12.7.2018

►M2

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1866 VAN DE COMMISSIE van 3 juli 2019

  L 289

4

8.11.2019


Gerectificeerd bij:

 C1

Rectificatie, PB L 120, 11.5.2017, blz.  31 (2017/653)

 C2

Rectificatie, PB L 210, 15.8.2017, blz.  16 (2017/653)

►C3

Rectificatie, PB L 264, 13.10.2017, blz.  25 (2017/653)

 C4

Rectificatie, PB L 338, 15.10.2020, blz.  12 (2017/653)




▼B

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/653 VAN DE COMMISSIE

van 8 maart 2017

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip's) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken

(Voor de EER relevante tekst)



HOOFDSTUK I

INHOUD EN PRESENTATIE VAN HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT

Artikel 1

Deel „Algemene informatie”

Het deel in het essentiële-informatiedocument dat betrekking heeft op de identiteit van de priip-ontwikkelaar en zijn bevoegde autoriteit, bevat alle volgende informatie:

a) 

de naam die de ontwikkelaar aan het priip heeft gegeven en, indien voorhanden, het internationale effectenidentificatienummer of de unieke productidentificatie van het priip;

b) 

de juridische naam van de priip-ontwikkelaar;

c) 

de specifieke pagina op de website van de priip-ontwikkelaar waar retailbeleggers informatie kunnen vinden over de wijze waarop zij contact kunnen opnemen met de priip-ontwikkelaar, en een telefoonnummer;

d) 

de naam van de bevoegde autoriteit belast met het toezicht op de priip-ontwikkelaar in verband met het essentiële-informatiedocument;

e) 

de datum waarop het essentiële-informatiedocument is opgesteld, of wanneer het nadien is herzien, de datum van de recentste herziening van het essentiële-informatiedocument.

De informatie in het deel bedoeld in de eerste alinea omvat ook de begrijpelijkheidswaarschuwing als bedoeld in artikel 8, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 1286/2014 indien het priip voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

a) 

het is een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct dat niet voldoet aan de eisen van artikel 30, lid 3, onder a), van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 );

b) 

het is een priip dat niet voldoet aan de eisen van artikel 25, lid 4, onder a), (i) tot en met (vi), van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ).

Artikel 2

Deel „Wat is dit voor een product?”

1.  
De informatie over het soort priip in het deel „Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument bevat een beschrijving van de rechtsvorm van het priip.
2.  
De informatie over de doelstellingen van het priip en de middelen om die doelstellingen te bereiken in het deel „Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument wordt kort, duidelijk en begrijpelijk samengevat. Zij benoemt de voornaamste factoren die het rendement bepalen, de onderliggende beleggingsactiva of referentiewaarden, de wijze waarop het rendement wordt bepaald, en de relatie tussen het rendement van het priip en dat van de onderliggende beleggingsactiva of referentiewaarden. Uit die informatie blijkt de relatie tussen de aanbevolen periode van bezit en het risico- en rendementsprofiel van het priip.

Wanneer het aantal activa of referentiewaarden bedoeld in de eerste alinea van dien aard is dat het niet mogelijk is voor elk ervan specifieke verwijzingen op te nemen in een essentiële-informatiedocument, worden alleen de marktsegmenten of instrumentsoorten met betrekking tot de onderliggende beleggingsactiva of referentiewaarden vermeld.

3.  
De beschrijving van de doelgroep van het priip in het deel „Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument bevat informatie over de retailbeleggers die de priip-ontwikkelaar voor ogen heeft, in het bijzonder de behoeften, de kenmerken en de doelstellingen van het type retailbelegger voor wie het priip geschikt is. De doelgroep wordt vastgesteld op basis van de capaciteit van retailbeleggers om beleggingsverlies te dragen, hun voorkeuren ten aanzien van de beleggingshorizon, hun theoretische kennis van en praktische ervaring met priip's en de financiële markten, alsmde op basis van de behoeften, kenmerken en doelstellingen van potentiële eindcliënten.
4.  
De informatie over verzekeringsuitkeringen in het deel „Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument geeft een overzicht van met name de hoofdkenmerken van het verzekeringscontract, een definitie van elke opgenomen uitkering, met een toelichtende verklaring dat de waarde van die uitkeringen is vermeld in het deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” en gegevens over de typische biometrische kenmerken van de doelgroep, met inbegrip van de algemene premie, de premie voor biometrisch risico binnen die algemene premie, en het effect van de premie voor biometrisch risico op het rendement van de belegging aan het eind van de aanbevolen minimumperiode van bezit of het effect van het kostengedeelte van de premie voor biometrisch risico dat in aanmerking wordt genomen in de vaste kosten van de tabel „Kosten in de loop van de tijd” berekend overeenkomstig bijlage VII. In het geval van eenmalige premiebetaling bevat de informatie het ingelegde bedrag. In het geval van periodieke premiebetaling bevat de informatie het aantal periodieke betalingen, een raming van de gemiddelde premie voor biometrisch risico als percentage van de jaarpremie en een raming van het gemiddelde ingelegde bedrag.

De in de eerste alinea bedoelde informatie omvat eveneens een toelichting over de effecten van de betaling van verzekeringspremies, gelijkwaardig aan de geraamde waarde van de verzekeringsuitkeringen, op het rendement van de investering voor de retailbelegger.

5.  

De informatie over het soort priip in het deel „Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument bevat:

a) 

de vervaldatum van het priip of de vermelding dat er geen vervaldatum is;

b) 

de vermelding of de priip-ontwikkelaar het priip eenzijdig kan beëindigen;

c) 

een beschrijving van de omstandigheden waaronder het priip automatisch kan worden beëindigd en, indien bekend, de data van beëindiging.

Artikel 3

Deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?”

1.  
In het deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument passen de priip-ontwikkelaars de methodologie inzake de presentatie van risico zoals beschreven in bijlage II toe, vermelden zij de technische aspecten van de presentatie van de samenvattende risico-indicator zoals beschreven in bijlage III en houden zij zich aan de technische leidraad, vormcriteria en methodologie voor de presentatie van prestatiescenario's zoals beschreven in bijlage IV en bijlage V.
2.  

In het deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument nemen de priip-ontwikkelaars de volgende informatie op:

a) 

het risiconiveau van het priip in de vorm van een risicoklasse met behulp van een samenvattende risico-indicator op een schaal van 1 tot en met 7;

b) 

een expliciete verwijzing naar een illiquide priip of een priip met een materieel relevant liquiditeitsrisico, zoals gedefinieerd in deel 4 van bijlage II, in de vorm van een waarschuwing in de presentatie van de samenvattende risico-indicator;

c) 

een tekst onder de samenvattende risico-indicator waarin wordt toegelicht dat indien een priip in een andere valuta luidt dan de officiële munteenheid van de lidstaat waar het priip wordt aangeboden, het rendement in de officiële munteenheid van de lidstaat waar het priip wordt aangeboden, kan veranderen als gevolg van koersschommelingen;

d) 

een korte beschrijving van het risico- en rendementsprofiel van het priip en een waarschuwing dat het risico van het priip aanzienlijk hoger kan zijn dan het risico dat in de samenvattende risico-indicator wordt weergegeven indien het priip niet tot de vervaldatum of tot het eind van de aanbevolen periode van bezit wordt aangehouden, indien noodzakelijk;

e) 

voor priip's met contractueel overeengekomen sancties bij eerdere verkoop of lange opzeggingstermijnen voor desinvestering, een verwijzing naar de desbetreffende onderliggende voorwaarden in het deel „Hoe lang moet ik het aanhouden en kan ik mijn geld eerder terugtrekken?”;

f) 

een indicatie van het mogelijke maximumverlies en de vermelding dat de belegging verloren kan gaan indien zij niet wordt beschermd of indien de priip-ontwikkelaar niet kan uitbetalen, of dat naast de oorspronkelijke belegging aanvullende betalingen kunnen worden verlangd en dat het totale verlies aanzienlijk hoger kan zijn dan de totale oorspronkelijke inleg.

3.  
Priip-ontwikkelaars nemen vier geschikte prestatiescenario's op, zoals beschreven in bijlage V in het deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument. Die vier prestatiescenario's omvatten een stressscenario, een ongunstig scenario, een gematigd scenario en een gunstig scenario.
4.  
Voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten wordt in het deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument een aanvullend prestatiescenario opgenomen dat aantoont welke verzekeringsuitkering de begunstigde ontvangt wanneer er zich een verzekerde gebeurtenis voordoet.
5.  
Voor priip's in de vorm van futures, callopties en putopties die op een gereglementeerde markt of op een daarmee artikel 28 van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ) ingevolge gelijkwaardig geachte markt van een derde land worden verhandeld, worden prestatiescenario's opgenomen in de vorm van grafieken van de uitbetalingsstructuur, zoals beschreven in bijlage V in het deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument.

Artikel 4

Deel „Wat gebeurt er als [naam van de priip-ontwikkelaar] niet kan uitbetalen?”

In het deel „Wat gebeurt er als [naam van de priip-ontwikkelaar] niet kan uitbetalen?” van het essentiële-informatiedocument vermelden priip-ontwikkelaars de volgende toelichting:

a) 

of de retailbelegger financieel verlies kan lijden als gevolg van wanbetaling van de priip-ontwikkelaar of wanbetaling van een andere entiteit dan de priip-ontwikkelaar, en de identiteit van die entiteit;

b) 

of het onder a) bedoelde verlies is gedekt door een compensatie- of waarborgregeling voor beleggers, en of er aan die bescherming beperkingen of voorwaarden verbonden zijn.

Artikel 5

Deel „Wat zijn de kosten?”

1.  

Priip-ontwikkelaars passen in het deel „Wat zijn de kosten?” van het essentiële-informatiedocument het volgende toe:

a) 

de methodologie voor de kostenberekening volgens bijlage VI;

b) 

de tabellen „Kosten in de loop van de tijd” en „Samenstelling van kosten” voor informatie over kosten, zoals vermeld in bijlage VII, overeenkomstig de daarin opgenomen technische leidraad.

2.  
In de tabel „Kosten in de loop van de tijd” in het deel „Wat zijn de kosten?” van het essentiële-informatiedocument specificeren priip-ontwikkelaars de samenvattende kostenindicator van de totale kosten van het priip, uitgedrukt als geldsommen en percentages, voor de verschillende in bijlage VI beschreven perioden.
3.  

In de tabel „Samenstelling van kosten” in het deel „Wat zijn de kosten?” van het essentiële-informatiedocument specificeren priip-ontwikkelaars het volgende:

a) 

eenmalige kosten, zoals in- en uitstapkosten, uitgedrukt als percentage;

b) 

vaste kosten, zoals portefeuilletransactiekosten per jaar en andere vaste kosten per jaar, uitgedrukt als percentage;

c) 

incidentele kosten, zoals prestatievergoedingen of „carried interest”, uitgedrukt als percentage.

4.  
Priip-ontwikkelaars geven een beschrijving van elke kostensoort in de tabel „Samenstelling van kosten” in het deel „Wat zijn de kosten?” van het essentiële-informatiedocument, waarbij zij specificeren waar en hoe die kosten kunnen verschillen van de feitelijke kosten die de retailbelegger kan hebben, of kunnen afhangen van de vraag of de retailbelegger bepaalde opties wel of niet uitoefent.

Artikel 6

Deel „Hoe lang moet ik het houden en kan ik er eerder geld uit halen?”

In het deel „Hoe lang moet ik het houden en kan ik er eerder geld uit halen?” van het essentiële-informatiedocument vermelden priip-ontwikkelaars het volgende:

a) 

een korte omschrijving van de redenen waarom de aanbevolen of vereiste minimumperiode van bezit is gekozen;

b) 

een beschrijving van de kenmerken van de desinvesteringsprocedure en wanneer desinvestering mogelijk is, een indicatie van het effect van vroegtijdige inning op het risico- of prestatieprofiel van het priip, of op de toepasbaarheid van kapitaalgaranties;

c) 

informatie over te betalen vergoedingen en sancties bij desinvestering vóór de vervaldag of op een andere gespecificeerde datum dan de einddatum van de aanbevolen periode van bezit, met een kruisverwijzing naar de overeenkomstig artikel 5 in het essentiële-informatiedocument op te nemen kosteninformatie en een toelichting over het effect van die vergoedingen en sancties voor verschillende perioden van bezit.

Artikel 7

Deel „Hoe kan ik een klacht indienen?”

In het deel „Hoe kan ik een klacht indienen?” van het essentiële-informatiedocument verstrekken priip-ontwikkelaars de volgende informatie in de vorm van een samenvatting:

a) 

te volgen stappen voor het indienen van een klacht over het product of over het gedrag van de priip-ontwikkelaar of de persoon die het product verkoopt of daarover adviseert;

b) 

een link naar de desbetreffende website voor de klachten;

c) 

een actueel postadres en een e-mailadres waar klachten kunnen worden ingediend.

Artikel 8

Deel „Andere nuttige informatie”

1.  
In het deel „Andere nuttige informatie” van het essentiële-informatiedocument nemen priip-ontwikkelaars mogelijke aanvullende informatiedocumenten op en vermelden zij of die documenten beschikbaar worden gesteld op grond van een wettelijk voorschrift of alleen op verzoek van de retailbelegger.
2.  
De informatie in het deel „Andere nuttige informatie” van het essentiële-informatiedocument kan worden verstrekt in de vorm van een samenvatting, met een link naar de website waar verdere gegevens beschikbaar zijn naast de in lid 1 genoemde documenten.

Artikel 9

Template

Priip-ontwikkelaars presenteren het essentiële-informatiedocument met behulp van de template in bijlage I. De template wordt ingevuld volgens de voorschriften van deze gedelegeerde verordening en van Verordening (EU) nr. 1286/2014.



HOOFDSTUK II

SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT

Artikel 10

Priip's die een scala van beleggingsopties bieden

Een priip-ontwikkelaar die een scala van onderliggende beleggingsopties biedt en de informatie over die opties niet kan verstrekken in één afzonderlijk beknopt essentiële-informatiedocument, stelt een van de volgende documenten op:

a) 

een essentiële-informatiedocument per onderliggende beleggingsoptie binnen het priip met daarin informatie over het priip overeenkomstig hoofdstuk I;

b) 

een generiek essentiële-informatiedocument dat het priip beschrijft overeenkomstig hoofdstuk I, tenzij anders is bepaald in de artikelen 11 tot en met 14.

Artikel 11

Deel „Wat is dit voor een product?” in het generieke essentiële-informatiedocument

In afwijking van artikel 2, leden 2 en 3, specificeren priip-ontwikkelaars in het deel „Wat is dit voor een product?” het volgende:

a) 

een beschrijving van de soorten onderliggende beleggingsopties, met inbegrip van de marktsegmenten of instrumenten, alsook de belangrijkste factoren waarvan het rendement afhankelijk is;

b) 

een verklaring dat de beoogde doelgroep van beleggers van het priip varieert met de onderliggende beleggingsoptie;

c) 

een verwijzing naar de plaats waar de specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie te vinden is.

Artikel 12

Deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” in het generieke essentiële-informatiedocument

1.  

In afwijking van artikel 3, lid 2, onder a), en lid 3 specificeren priip-ontwikkelaars in het deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” het volgende:

a) 

de diverse risicoklassen van alle binnen het priip geboden onderliggende beleggingsopties, met behulp van een samenvattende risico-indicator op een schaal van 1 tot en met 7 als beschreven in bijlage III;

b) 

een verklaring dat het risico en rendement van de belegging varieert met de onderliggende beleggingsoptie;

c) 

een korte beschrijving van de wijze waarop de prestatie van het priip als geheel afhangt van de onderliggende beleggingsopties;

d) 

een verwijzing naar de plaats waar de specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie te vinden is.

2.  
Wanneer priip-ontwikkelaars overeenkomstig artikel 14, lid 2, gebruikmaken van het essentiële-informatiedocument voor de beschrijving van de risicoklassen als bedoeld in punt a) van lid 1, gebruiken zij de synthetische risico- en opbrengstindicator overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 583/2010 met betrekking tot icbe-fondsen of niet-icbe-fondsen als onderliggende beleggingsopties.

Artikel 13

Deel „Wat zijn de kosten?” in het generieke essentiële-informatiedocument

1.  

In afwijking van artikel 5, lid 1, onder b), specificeren priip-ontwikkelaars in het deel „Wat zijn de kosten?” het volgende:

a) 

de diverse kosten voor het priip in de tabellen „Kosten in de loop van de tijd” en „Samenstelling van kosten” in bijlage VII;

b) 

een verklaring dat de kosten voor de retailbelegger variëren met de onderliggende beleggingsoptie;

c) 

een verwijzing naar de plaats waar de specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie te vinden is.

2.  
Onverminderd de voorschriften bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), en in afwijking van de punten 12 tot en met 20 van bijlage VI kunnen priip-ontwikkelaars, wanneer zij het essentiële-informatiedocument overeenkomstig artikel 14, lid 2, gebruiken, de in punt 21 van bijlage VI omschreven methodologie toepassen op bestaande icbe- of niet-icbe-fondsen.
3.  
Wanneer priip-ontwikkelaars overeenkomstig artikel 14, lid 2, het essentiële-informatiedocument gebruiken met icbe- of niet-icbe-fondsen als enige onderliggende beleggingsopties, kunnen zij in afwijking van artikel 5 de diverse kosten voor het priip nader omschrijven in overeenstemming met artikel 10 van Verordening (EU) nr. 583/2010.

Artikel 14

Specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie

1.  

Ten aanzien van de specifieke informatie bedoeld in de artikelen 11, 12 en 13 verstrekken priip-ontwikkelaars per onderliggende beleggingsoptie alle volgende gegevens:

a) 

in voorkomend geval, een begrijpelijkheidswaarschuwing;

b) 

de beleggingsdoelstellingen, de middelen om die te bereiken en de doelmarkt overeenkomstig artikel 2, leden 2 en 3;

c) 

een samenvattende risico-indicator en beschrijvende toelichting, en prestatiescenario's overeenkomstig artikel 3;

d) 

een presentatie van de kosten overeenkomstig artikel 5.

2.  
In afwijking van lid 1 kunnen ontwikkelaars van priip's gebruikmaken van het essentiële-informatiedocument opgesteld in overeenstemming met de artikelen 78 tot en met 81 van Richtlijn 2009/65/EG om specifieke informatie voor de toepassing van de artikelen 11 tot en met 13 van deze gedelegeerde verordening te verstrekken waarbij ten minste één van de onderliggende beleggingsopties als bedoeld in lid 1 een icbe- of niet-icbe-fonds is als bedoeld in artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1286/2014.



HOOFDSTUK III

EVALUATIE EN HERZIENING VAN HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT

Artikel 15

Evaluatie

1.  
Bij elke verandering met belangrijke gevolgen of vermoedelijk belangrijke gevolgen voor de informatie in het essentiële-informatiedocument, en ten minste om de twaalf maanden na de datum van eerste publicatie van het essentiële-informatiedocument, evalueren priip-ontwikkelaars de informatie in het essentiële-informatiedocument.
2.  

In de in lid 1 bedoelde evaluatie wordt nagegaan of de informatie in het essentiële-informatiedocument nog nauwkeurig, eerlijk, duidelijk en niet misleidend is. Met name wordt nagegaan:

a) 

of de informatie in het essentiële-informatiedocument beantwoordt aan de algemene eisen inzake vorm en inhoud bedoeld in Verordening (EU) nr. 1286/2014, of de specifieke eisen inzake vorm en inhoud waarin deze gedelegeerde verordening voorziet;

b) 

of de maatstaven voor het marktrisico of kredietrisico van het priip zijn gewijzigd en of als gevolg daarvan het priip moet worden ingedeeld in een andere klasse van de samenvattende risico-indicator dan die waaraan het in het te evalueren essentiële-informatiedocument is toegewezen;

c) 

of het gemiddelde rendement voor het gematigde prestatiescenario van het priip, uitgedrukt als geannualiseerd rendementspercentage, met meer dan vijf procentpunten is veranderd.

3.  
Voor de toepassing van lid 1 zijn priip-ontwikkelaars gehouden, tijdens de hele levensduur van het priip zolang het beschikbaar blijft voor retailbeleggers, passende procedures in te stellen en te handhaven om omstandigheden die tot een wijziging kunnen leiden met gevolgen of vermoedelijke gevolgen voor de nauwkeurigheid, eerlijkheid of duidelijkheid van de informatie in het essentiële-informatiedocument, onverwijld te herkennen.

Artikel 16

Herziening

1.  
Priip-ontwikkelaars herzien het essentiële-informatiedocument onverwijld wanneer een evaluatie overeenkomstig artikel 15 uitwijst dat wijziging van het essentiële-informatiedocument noodzakelijk is.
2.  
Priip-ontwikkelaars zien erop toe dat alle delen van het essentiële-informatiedocument waarop die veranderingen betrekking hebben, worden bijgewerkt.
3.  
De priip-ontwikkelaar publiceert het herziene essentiële-informatiedocument op zijn website.



HOOFDSTUK IV

VERSTREKKING VAN HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT

Artikel 17

Voorwaarden voor tijdige verstrekking

1.  
De persoon die een priip verkoopt of daarover adviseert, verstrekt het essentiële-informatiedocument in een vroeg stadium zodat retailbeleggers voldoende tijd hebben om het document te bestuderen voordat zij door een overeenkomst of aanbod met betrekking tot dat priip worden gebonden, ongeacht of de retailbelegger al dan niet een afkoelingsperiode wordt verleend.
2.  

Voor de toepassing van lid 1 beoordeelt de persoon die een priip verkoopt of daarover adviseert, hoeveel tijd elke retailbelegger nodig heeft om het essentiële-informatiedocument door te nemen, op basis van het volgende:

a) 

de kennis van en de ervaring met het priip of met priip's van soortgelijke aard of met risico's die vergelijkbaar zijn met die welke aan het priip verbonden zijn;

b) 

de complexiteit van het priip;

c) 

wanneer het advies of de verkoop op initiatief van de retailbelegger plaatsvindt, de urgentie die de retailbelegger uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven om het voorgestelde contract of aanbod te sluiten.

Artikel 18

Slotbepaling

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2018.

▼M2

Artikel 14, lid 2, is van toepassing tot en met 31 december 2021.

▼B

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE I

TEMPLATE VOOR HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT

Ontwikkelaars van priip's zijn gebonden aan de volgorde van de delen en de titels van de template. De template definieert echter geen parameters voor de lengte van elk deel en de plaats van pagina-einden. Als geheel mag de template afgedrukt niet langer zijn dan drie pagina's van A4-formaat.