EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02015R0758-20180331

Consolidated text: Verordening (EU) 2015/758 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 inzake typegoedkeuringseisen voor de uitrol van het op de 112-dienst gebaseerde eCall-boordsysteem en houdende wijziging van Richtlijn 2007/46/EG

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/758/2018-03-31

02015R0758 — NL — 31.03.2018 — 001.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EU) 2015/758 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 29 april 2015

inzake typegoedkeuringseisen voor de uitrol van het op de 112-dienst gebaseerde eCall-boordsysteem en houdende wijziging van Richtlijn 2007/46/EG

(PB L 123 van 19.5.2015, blz. 77)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/79 VAN DE COMMISSIE van 12 september 2016

  L 12

44

17.1.2017




▼B

VERORDENING (EU) 2015/758 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 29 april 2015

inzake typegoedkeuringseisen voor de uitrol van het op de 112-dienst gebaseerde eCall-boordsysteem en houdende wijziging van Richtlijn 2007/46/EG



Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden de algemene voorschriften vastgesteld voor de EG-typegoedkeuring van voertuigen voor wat betreft de op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen, alsook van op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen, onderdelen en technische eenheden.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.  Deze verordening is van toepassing op de voertuigen van de categorieën M1 en N1, zoals gedefinieerd in de punten 1.1.1 en 1.2.1 van bijlage II, deel A, bij Richtlijn 2007/46/EG, en op de op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn ontworpen en vervaardigd.

Ze is niet van toepassing op de volgende voertuigen:

a) in kleine series geproduceerde voertuigen die zijn goedgekeurd overeenkomstig de artikelen 22 en 23 van Richtlijn 2007/46/EG;

b) voertuigen die zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn 2007/46/EG;

c) voertuigen die om technische redenen niet kunnen worden uitgerust met een passend activeringsmechanisme voor een eCallsysteem, als bepaald overeenkomstig lid 2.

2.  De Commissie is gemachtigd overeenkomstig artikel 8 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde te bepalen welke klassen van voertuigen van de categorieën M1 en N1 om technische redenen niet kunnen worden uitgerust met een passend activeringsmechanisme voor een eCallsysteem, op basis van een studie ter evaluatie van de kosten en baten die door of in opdracht van de Commissie wordt uitgevoerd, rekening houdend met alle relevante technische en veiligheidsaspecten.

De eerste van deze gedelegeerde handelingen worden uiterlijk op 9 juni 2016 vastgesteld.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening zijn, naast de definities van artikel 3 van Richtlijn 2007/46/EG, de volgende definities van toepassing:

1.

„op 112 gebaseerd eCall-boordsysteem” : een noodsysteem, bestaande uit de apparatuur aan boord van het voertuig, samen met de middelen om een eCall-verbinding te activeren en te beheren en een boodschap te verzenden, dat automatisch door sensoren in het voertuig of manueel wordt geactiveerd, waarbij via openbare netwerken voor draadloze mobiele communicatie signalen worden uitgezonden voor het doorzenden van een gestandaardiseerde minimumreeks van gegevens en op basis van het nummer 112 een audioverbinding tot stand wordt gebracht tussen de inzittenden van het voertuig en een eCall-alarmcentrale;

2.

„eCall” : een noodoproep vanuit een voertuig naar het nummer 112, die ofwel automatisch door activering van sensoren in het voertuig, ofwel manueel tot stand wordt gebracht en waardoor met gebruikmaking van openbare netwerken voor draadloze mobiele communicatie een minimumreeks van gegevens wordt doorgezonden en een audioverbinding tussen het voertuig en de eCall-alarmcentrale tot stand wordt gebracht;

3.

„alarmcentrale” of „PSAP” (Public Safety Answering Point) : de fysieke locatie waar de noodoproepen eerst worden ontvangen onder de verantwoordelijkheid van een openbare instantie of een door de lidstaat erkende particuliere organisatie;

4.

„meest geschikte alarmcentrale” : een alarmcentrale die vooraf door de bevoegde autoriteiten is aangewezen om noodoproepen uit een bepaald gebied of van een bepaald type te behandelen;

5.

„eCall-alarmcentrale” : de meest geschikte alarmcentrale die vooraf door de autoriteiten is aangewezen om eerst eCalls te ontvangen en te behandelen;

6.

„minimumreeks van gegevens” of „MSD” (minimum set of data) : de naar de eCall-alarmcentrale doorgezonden informatie zoals gedefinieerd in EN-norm 15722:2011 („Intelligent transport systems — eSafety — eCall minimum set of data (MSD)”);

7.

„in het voertuig geïnstalleerde apparatuur” : apparatuur die permanent in het voertuig is geïnstalleerd en toegang geeft of heeft tot de in het voertuig aanwezige gegevens die nodig zijn voor het verrichten van de eCall-transactie via een openbaar netwerk voor draadloze mobiele communicatie;

8.

„eCall-transactie” : de totstandbrenging van een draadloze mobielecommunicatiesessie via een openbaar netwerk voor draadloze communicatie, de doorzending van de MSD vanuit een voertuig naar een eCall-alarmcentrale en de totstandbrenging van een audioverbinding tussen het voertuig en de eCall-alarmcentrale;

9.

„openbaar netwerk voor draadloze mobiele communicatie” : een openbaar toegankelijk netwerk voor draadloze mobiele communicatie overeenkomstig Richtlijn 2002/21/EG ( 1 ) en Richtlijn 2002/22/EG ( 2 ) van het Europees Parlement en de Raad;

10.

„door diensten van derden ondersteunde eCall” of „TPS eCall” : een noodoproep vanuit een voertuig naar een derde dienstverlener, die automatisch door activering van sensoren in het voertuig of manueel tot stand wordt gebracht, en waardoor met gebruikmaking van openbare netwerken voor draadloze mobiele communicatie een MSD wordt doorgezonden en een audioverbinding tussen het voertuig en de derde dienstverlener tot stand wordt gebracht;

11.

„derde dienstverlener” : een door de nationale autoriteiten erkende organisatie die een TPS eCall mag ontvangen en de MSD mag doorzenden aan de eCall-alarmcentrale;

12.

„door diensten van derden ondersteund eCall-boordsysteem” of „TPS eCall-boordsysteem” : een systeem dat automatisch door sensoren in het voertuig of manueel wordt geactiveerd, waarbij via openbare netwerken voor draadloze mobiele communicatie een MSD wordt doorgezonden en een audioverbinding tot stand wordt gebracht tussen het voertuig en de derde dienstverlener.

Artikel 4

Algemene verplichtingen van de fabrikanten

De fabrikanten tonen aan dat alle nieuwe voertuigtypes waarnaar in artikel 2 wordt verwezen zijn uitgerust met een permanent geïnstalleerd op 112 gebaseerd eCall-boordsysteem, overeenkomstig deze verordening en de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen.

Artikel 5

Specifieke verplichtingen van de fabrikanten

1.  De fabrikanten zien erop toe dat alle nieuwe voertuigtypes en op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen, onderdelen en technische eenheden die voor deze voertuigen zijn ontworpen en vervaardigd, worden geproduceerd en goedgekeurd overeenkomstig deze verordening en de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen.

2.  De fabrikanten tonen aan dat alle nieuwe voertuigtypes zodanig zijn gebouwd dat bij een ernstig ongeval op het grondgebied van de Unie dat wordt gedetecteerd door de activering van een of meer sensoren of processoren in het voertuig, automatisch een eCall naar het gemeenschappelijk Europees noodnummer 112 plaatsvindt.

De fabrikanten tonen aan dat nieuwe voertuigtypes zodanig zijn gebouwd dat een eCall naar het gemeenschappelijk Europees noodnummer 112 ook manueel kan worden geactiveerd.

De fabrikanten zorgen ervoor dat de controle van de manuele activering van een op 112 gebaseerd eCall-boordsysteem zodanig is opgezet dat verkeerd gebruik vermeden wordt.

3.  Lid 2 laat het recht van de voertuigeigenaar onverlet om naast het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem een TPS eCall-boordsysteem te gebruiken waarmee een vergelijkbare dienst wordt verleend, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) het TPS eCall-boordsysteem voldoet aan norm EN 16102:2011 „Intelligent transport systems — eCall — Operating requirements for third party support”;

b) de fabrikanten zorgen ervoor dat er slechts één systeem tegelijk actief is en dat het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem automatisch wordt geactiveerd als het TPS eCall-boordsysteem niet werkt;

c) de voertuigeigenaar heeft steeds het recht te kiezen voor gebruikmaking van het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem in plaats van een TPS boordsysteem;

d) de fabrikanten nemen informatie over het in punt c) bedoelde recht op in de gebruikershandleiding.

4.  De fabrikanten zien erop toe dat de ontvangers in de op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen compatibel zijn met de plaatsbepalingsdiensten van de systemen Galileo en Egnos. De fabrikanten kunnen voorts ook kiezen voor compatibiliteit met andere satellietnavigatiesystemen.

5.  Alleen de op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen die permanent in het voertuig zijn geïnstalleerd of waarvoor een afzonderlijke typegoedkeuring is afgegeven en die kunnen worden getest, worden voor de EG-typegoedkeuring aanvaard.

6.  De fabrikanten tonen aan dat de inzittenden van het voertuig een waarschuwing zullen krijgen indien een kritieke systeemstoring wordt gedetecteerd waardoor geen op 112 gebaseerde eCalls kunnen worden uitgevoerd.

7.  Het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem is toegankelijk voor alle onafhankelijke operatoren tegen een redelijke vergoeding die niet hoger is dan een nominaal bedrag, zonder onderscheid voor herstellingen en onderhoud, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 715/2007.

8.  De Commissie wordt gemachtigd overeenkomstig artikel 8 gedelegeerde handelingen vast te stellen waarbij de gedetailleerde technische voorschriften en tests voor de EG-typegoedkeuring van voertuigen voor wat de op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen daarvan betreft, en voor de EG-typegoedkeuring van op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen, onderdelen en technische eenheden worden vastgelegd.

▼M1

De in de eerste alinea bedoelde technische voorschriften en tests zijn gebaseerd op de in de leden 2 tot en met 7 vervatte voorschriften en op de beschikbare normen inzake eCall, voor zover van toepassing, met inbegrip van:

a) EN 16072:2015 „Intelligent transport systems — eSafety — Pan-European eCall operating requirements”;

b) EN 16062:2015 „Intelligent transport systems — eSafety — eCall high level application requirements (HLAR)”;

c) EN 16454:2015 „Intelligent transport systems — ESafety — Ecall end to end conformance testing”;

d) EN 15722:2015 „Intelligent transport systems — eSafety — eCall minimum set of data (MSD)”;

e) EN 16102:2011 „Intelligent transport systems — eCall — Operating requirements for third party support”;

f) eventuele andere Europese normen met betrekking tot het eCall-systeem die zijn vastgesteld overeenkomstig de procedures van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ) of reglementen van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN/ECE-reglementen) die betrekking hebben op eCall-systemen waartoe de Unie is toegetreden.

▼B

De eerste van deze gedelegeerde handelingen worden uiterlijk op 9 juni 2016 vastgesteld.

9.  De Commissie wordt gemachtigd overeenkomstig artikel 8 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde steeds naar de laatste versie van de in lid 8 genoemde normen te verwijzen ingeval een nieuwe versie daarvan is vastgesteld.

Artikel 6

Voorschriften inzake bescherming van de privacy en gegevensbescherming

1.  Deze verordening geldt onverminderd het bepaalde in de Richtlijnen 95/46/EG en 2002/58/EG. Elke verwerking van persoonsgegevens via het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem is in overeenstemming met de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens als bepaald in die richtlijnen.

2.  De uit hoofde van deze verordening verwerkte persoonsgegevens worden uitsluitend gebruikt voor het afhandelen van de noodsituaties als bedoeld in de eerste alinea van artikel 5, lid 2.

3.  De uit hoofde van deze verordening verwerkte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de afhandeling van de noodsituaties als bedoeld in de eerste alinea van artikel 5, lid 2. Die gegevens worden volledig gewist zodra zij voor die afhandeling niet langer nodig zijn.

4.  De fabrikanten zorgen ervoor dat het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem niet traceerbaar is en niet permanent wordt gevolgd.

5.  De fabrikanten zorgen ervoor dat de gegevens in het interne geheugen van het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem automatisch en voortdurend worden verwijderd. Alleen het bijhouden van de laatste drie locaties van het voertuig is toegestaan voor zover dat strikt noodzakelijk is voor het bepalen van de huidige locatie en de rijrichting op het ogenblik van de noodsituatie.

6.  Die gegevens zijn vóór activering van de eCall niet buiten het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem beschikbaar voor entiteiten.

7.  Om de gebruikers van eCall het passende niveau van bescherming van hun privacy te bieden en de nodige garanties te verschaffen ter voorkoming van surveillance en misbruik, worden privacybevorderende technologieën geïntegreerd in het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem.

8.  De MSD die door het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem wordt doorgezonden, bevat slechts de minimuminformatie als bedoeld in de norm EN 15722:2011 „Intelligent transport systems — eSafety — eCall minimum set of data (MSD)”. Er worden geen bijkomende gegevens doorgezonden door het op 112 gebaseerde e-Callboordsysteem. Die MSD wordt zodanig opgeslagen dat zij volledig en permanent kan worden gewist.

9.  De fabrikanten verstrekken duidelijke en uitgebreide informatie in de gebruikershandleiding over de verwerking van de gegevens die via het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem zijn verstuurd. Die informatie omvat:

a) de rechtsgrondslag voor de verwerking;

b) het feit dat standaard het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem wordt geactiveerd;

c) de voorzieningen van gegevensverwerking door het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem;

d) het specifieke doel van eCall-verwerking, dat beperkt blijft tot de in de eerste alinea van artikel 5, lid 2, bedoelde noodsituaties;

e) het type gegevens dat wordt verzameld en verwerkt en de ontvangers van die gegevens;

f) de termijn voor bewaring van de gegevens in het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem;

g) het feit dat het voertuig niet permanent wordt gevolgd;

h) de voorzieningen waaronder degenen op wie de gegevens betrekking hebben hun rechten kunnen doen gelden, alsmede de verantwoordelijke dienst waarmee contact kan worden opgenomen inzake de behandeling van toegangsverzoeken;

i) eventuele noodzakelijke aanvullende informatie omtrent de traceerbaarheid, het volgen en de verwerking van persoonsgegevens in verband met het verlenen van TPS eCall-diensten en/of andere diensten met toegevoegde waarde, waaraan de gebruiker zijn/haar uitdrukkelijke toestemming moet verlenen en die in overeenstemming moet zijn met Richtlijn 95/46/EG. In het bijzonder wordt er rekening mee gehouden dat er verschillen kunnen bestaan tussen de gegevensverwerking door het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem en de gegevensverwerking door TPS eCall-boordsystemen of andere diensten met toegevoegde waarde.

10.  Ter voorkoming van verwarring over de beoogde doeleinden en de toegevoegde waarde van de verwerking, wordt de in lid 9 bedoelde informatie in de gebruikershandleiding afzonderlijk verstrekt voor het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem en de TPS eCall-systemen, voordat het systeem in gebruik wordt genomen.

11.  De fabrikanten zorgen ervoor dat het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem en eventuele andere systemen die TPS eCall of een dienst met toegevoegde waarde verlenen, zodanig zijn ontworpen dat er tussen die systemen geen uitwisseling van persoonsgegevens mogelijk is. Als er geen gebruik wordt gemaakt van een systeem dat TPS eCall verleent of van een dienst met toegevoegde waarde of als de betrokkene weigert zijn/haar toestemming te verlenen voor de verwerking van zijn/haar persoonsgegevens voor een TPS eCall-dienst of een dienst met toegevoegde waarde, mag dit geen negatieve gevolgen hebben voor het gebruik van het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem.

12.  De Commissie wordt gemachtigd overeenkomstig artikel 8 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

a) de gedetailleerde technische voorschriften en testprocedures voor de toepassing van de regels inzake verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de leden 2 en 3;

b) de gedetailleerde technische voorschriften en testprocedures opdat geen persoonsgegevens kunnen worden uitgewisseld tussen het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem en door diensten van derden ondersteunde systemen als bedoeld in lid 11.

De eerste van deze gedelegeerde handelingen worden uiterlijk op 9 juni 2016 vastgesteld.

13.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vast voor:

a) de praktische regelingen voor het beoordelen van de traceerbaarheid en het volgen van persoonsgegevens als bedoeld in de leden 4, 5 en 6;

b) het model voor de gebruikersinformatie als bedoeld in lid 9.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

De eerste van deze uitvoeringshandelingen worden uiterlijk op 9 juni 2016 vastgesteld.

Artikel 7

Verplichtingen van de lidstaten

Met ingang van 31 maart 2018 verlenen de nationale autoriteiten, voor wat het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem betreft, alleen EG-typegoedkeuring aan nieuwe voertuigtypes en aan voor deze voertuigen ontworpen en vervaardigde nieuwe types van op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen, onderdelen en technische eenheden, die voldoen aan deze verordening en de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen.

Artikel 8

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 2, lid 2, artikel 5, leden 8 en 9, en artikel 6, lid 12, bedoelde bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt met ingang van 8 juni 2015 voor een periode van vijf jaar aan de Commissie verleend. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het verstrijken van de periode van vijf jaar een verslag over de bevoegdheidsdelegatie op. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met perioden van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór het einde van elke periode tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 2, artikel 5, leden 8 en 9, en artikel 6, lid 12, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig artikel 2, lid 2, artikel 5, leden 8 en 9, en artikel 6, lid 12, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt slechts in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement of de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 9

Uitvoeringshandelingen

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin zij de administratieve voorschriften neerlegt voor de EG-typegoedkeuring van voertuigen wat betreft het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem, en van op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen, onderdelen en technische eenheden die zijn ontworpen en vervaardigd voor die voertuigen als voorgeschreven door artikel 5, lid 1, met betrekking tot:

a) de modellen voor de informatiedocumenten die de fabrikanten ten behoeve van de typegoedkeuring moeten voorleggen;

b) de modellen voor de EG-typegoedkeuringscertificaten;

c) het model/de modellen voor het EG-typegoedkeuringsmerk.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

De eerste van deze uitvoeringshandelingen worden uiterlijk op 9 juni 2016 vastgesteld.

Artikel 10

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 40, lid 1, van Richtlijn 2007/46/EG ingestelde technisch comité motorvoertuigen. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 11

Sancties

1.  De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn wanneer fabrikanten deze verordening en de krachtens de bepalingen van deze verordening vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen niet naleven. Zij nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de sancties worden uitgevoerd. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de desbetreffende bepalingen en delen haar onverwijld alle eventuele latere wijzigingen mee.

2.  Ten minste de volgende soorten niet-naleving geven aanleiding tot een sanctie:

a) het afleggen van een valse verklaring tijdens een goedkeuringsprocedure of een procedure die tot een herroeping leidt;

b) het vervalsen van testresultaten voor typegoedkeuring;

c) het achterhouden van gegevens of technische specificaties die tot de terugroeping, weigering of intrekking van een typegoedkeuring kunnen leiden;

d) het niet-naleven van het bepaalde in artikel 6;

e) handelen in strijd met het bepaalde in artikel 5, lid 7.

Artikel 12

Rapportage en evaluatie

1.  Uiterlijk op 31 maart 2021 stelt de Commissie een aan het Europees Parlement en de Raad voor te leggen evaluatieverslag over de resultaten van het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem op, waarin ook de penetratiegraad van het systeem wordt aangegeven. De Commissie onderzoekt of het toepassingsgebied van deze verordening dient te worden uitgebreid tot andere voertuigcategorieën, zoals vrachtwagens, bussen en touringcars, gemotoriseerde tweewielers, alsmede landbouwtractoren. Indien nodig dient de Commissie daartoe een wetgevingsvoorstel in.

2.  Na een brede raadpleging van alle relevante belanghebbenden en een kosten/baten-analyse, beoordeelt de Commissie of er voorschriften voor een interoperabel, gestandaardiseerd en beveiligd platform met open toegang nodig zijn. Indien nodig, stelt de Commissie uiterlijk op 9 juni 2017 een wetgevingsvoorstel vast dat is gebaseerd op die behoeften.

Artikel 13

Wijziging van Richtlijn 2007/46/EG

De bijlagen I, III, IV en XI bij Richtlijn 2007/46/EG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 14

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 2, lid 2, artikel 5, leden 8 en 9, artikel 6, leden 12 en 13, en de artikelen 8, 9, 10 en 12 zijn van toepassing met ingang van 8 juni 2015.

De andere dan de in de tweede alinea van dit artikel vermelde artikelen zijn van toepassing met ingang van 31 maart 2018.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE

Wijziging van Richtlijn 2007/46/EG

Richtlijn 2007/46/EG wordt als volgt gewijzigd:

1) In bijlage 1 worden de volgende punten toegevoegd:

„12.8. eCall-systeem

12.8.1. Aanwezig: ja/neen (1)

12.8.2. Technische beschrijving of tekeningen van het toestel: …”

.

2) In afdeling A van deel I van bijlage III worden de volgende punten ingevoegd:

„12.8. eCall-systeem

12.8.1. Aanwezig: ja/neen (1)”

.

3) Deel I van bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

a) het volgende punt wordt aan de tabel toegevoegd:



Punt

Onderwerp

Regelgeving

Van toepassing op

M1

M2

M3

N1

N2

N3

O1

O2

O3

O4

„72

eCall-systeem

Verordening (EU) 2015/758

X

 

 

X”

 

 

 

 

 

 

b) aanhangsel 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) het volgende punt wordt aan tabel 1 toegevoegd:



Punt

Onderwerp

Regelgeving

Specifieke kwesties

Toepasbaarheid en specifieke voorschriften

„72

eCall-systeem

Verordening (EU) 2015/758

 

n.v.t.”

ii) het volgende punt wordt aan tabel 2 toegevoegd:



Punt

Onderwerp

Regelgeving

Specifieke kwesties

Toepasbaarheid en specifieke voorschriften

„72

eCall-systeem

Verordening (EU) 2015/758

 

n.v.t.”

c) in aanhangsel 2 wordt afdeling 4 „Technische voorschriften” als volgt gewijzigd:

i) het volgende punt wordt aan deel I toegevoegd: Voertuigen die tot categorie M1 behoren:



Punt

Regelgeving

Alternatieve voorschriften

„72

Verordening (EU) 2015/758 (eCall-systemen)

De voorschriften van die verordening zijn niet van toepassing.”

ii) het volgende punt wordt aan deel II toegevoegd: Voertuigen die tot categorie N1 behoren:



Punt

Regelgeving

Alternatieve voorschriften

„72

Verordening (EU) 2015/758 (eCall-systemen)

De voorschriften van die verordening zijn niet van toepassing.”

4) Bijlage XI wordt als volgt gewijzigd:

a) in aanhangsel 1 wordt het volgende punt aan de tabel toegevoegd:



Punt

Onderwerp

Regelgeving

M1 ≤ 2 500  (*) kg

M1 > 2 500  (*) kg

M2

M3

„72

eCall-systeem

Verordening (EU) 2015/758

 

G

n.v.t.

n.v.t.”

b) in aanhangsel 2 wordt het volgende punt aan de tabel toegevoegd:



Punt

Onderwerp

Regelgeving

M1

M2

M3

N1

N2

N3

O1

O2

O3

O4

„72

eCall-systeem

Verordening (EU) 2015/758

G

n.v.t.

n.v.t.

G

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.”

c) in aanhangsel 3 wordt het volgende punt aan de tabel toegevoegd:



Punt

Onderwerp

Regelgeving

M1

„72

eCall-systeem

Verordening (EU) 2015/758

G”

d) in aanhangsel 4 wordt het volgende punt aan de tabel toegevoegd:



Punt

Onderwerp

Regelgeving

M2

M3

N1

N2

N3

O1

O2

O3

O4

„72

eCall-systeem

Verordening (EU) 2015/758

n.v.t.

n.v.t.

G

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.”



( 1 ) Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn) (PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33).

( 2 ) Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PB L 108 van 24.4.2002, blz. 51).

( 3 ) Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).

Top