EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02015D0778-20180514

Consolidated text: Besluit (GBVB) 2015/778 van de Raad van 18 mei 2015 inzake een militaire operatie van de Europese Unie in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied ( EUNAVFOR MED operation SOPHIA )

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/778/2018-05-14

02015D0778 — NL — 14.05.2018 — 005.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

BESLUIT (GBVB) 2015/778 VAN DE RAAD

van 18 mei 2015

inzake een militaire operatie van de Europese Unie in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied ( ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ )

(PB L 122 van 19.5.2015, blz. 31)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

BESLUIT (GBVB) 2015/1926 VAN DE RAAD van 26 oktober 2015

  L 281

13

27.10.2015

►M2

BESLUIT (GBVB) 2016/993 VAN DE RAAD van 20 juni 2016

  L 162

18

21.6.2016

►M3

BESLUIT (GBVB) 2016/2314 VAN DE RAAD van 19 december 2016

  L 345

62

20.12.2016

►M4

BESLUIT (GBVB) 2017/1385 VAN DE RAAD van 25 juli 2017

  L 194

61

26.7.2017

►M5

BESLUIT (GBVB) 2018/717 VAN DE RAAD van 14 mei 2018

  L 120

10

16.5.2018


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 019, 25.1.2017, blz.  96 (2016/2314)




▼B

BESLUIT (GBVB) 2015/778 VAN DE RAAD

van 18 mei 2015

inzake een militaire operatie van de Europese Unie in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied ( ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ )



Artikel 1

Opdracht

▼M2

1.  De Unie voert een militaire crisisbeheersingsoperatie uit die bijdraagt tot de ontwrichting van het bedrijfsmodel van netwerken voor mensensmokkel en -handel in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied (EUNAVFOR MED operation SOPHIA), door systematisch te trachten vaartuigen en middelen die worden gebruikt, of waarvan wordt vermoed dat ze worden gebruikt, door smokkelaars of handelaars, te identificeren, in beslag te nemen of te vernietigen overeenkomstig het toepasselijk internationaal recht, met inbegrip van het UNCLOS en elke resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Daartoe verschaft EUNAVFOR MED operation SOPHIA ook opleiding aan de Libische kustwacht en marine. Voorts draagt de operatie in haar overeengekomen inzetgebied, overeenkomstig Resolutie 1970 (2011) van de VN-Veiligheidsraad en daaropvolgende resoluties over het wapenembargo tegen Libië, met inbegrip van Resolutie 2292 (2016) van de VN-Veiligheidsraad, bij aan het voorkomen van wapenhandel.

▼B

2.  Voor de start van ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ wordt het inzetgebied gedefinieerd in de desbetreffende planningsdocumenten, die door de Raad moeten worden goedgekeurd.

Artikel 2

Mandaat

1.   ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ verloopt in overeenstemming met de politieke, strategische en politiek-militaire doelstellingen in het crisisbeheersingsconcept dat op 18 mei 2015 door de Raad is goedgekeurd.

2.   ►M2  Met betrekking tot haar kerntaken betreffende mensensmokkel en -handel, verloopt EUNAVFOR MED operation SOPHIA in opeenvolgende fasen en overeenkomstig het internationaal recht. ◄ ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ oefent de volgende taken uit:

a) in de eerste fase, het ondersteunen van de opsporing en de monitoring van de migratienetwerken via het verzamelen van informatie en het patrouilleren in volle zee overeenkomstig het internationaal recht;

b) in de tweede fase,

i) het aan boord gaan, doorzoeken, in beslag nemen en afleiden van vaartuigen in volle zee die ervan worden verdacht voor mensensmokkel of -handel te worden gebruikt, onder de voorwaarden als vastgesteld in het toepasselijke internationale recht, met inbegrip van het UNCLOS en het protocol tegen de smokkel van migranten;

ii) overeenkomstig elke toepasselijke resolutie van de VN-Veiligheidsraad of toestemming van de betrokken kuststaat, het aan boord gaan, doorzoeken, in beslag nemen en afleiden in volle zee of in de binnenwateren van die staat, van vaartuigen die ervan worden verdacht voor mensensmokkel of -handel te worden gebruikt, onder de voorwaarden als vastgesteld in die resolutie of toestemming;

c) in de derde fase, overeenkomstig elke toepasselijke resolutie van de VN-Veiligheidsraad of toestemming van de betrokken kuststaat, het nemen van alle noodzakelijke maatregelen tegen een vaartuig en de desbetreffende middelen die ervan worden verdacht voor mensensmokkel of -handel te worden gebruikt, met inbegrip van het vernietigen of buiten gebruik stellen ervan, op het grondgebied van die staat, onder de voorwaarden als vastgesteld in die resolutie of toestemming.

3.  De Raad beoordeelt of de voorwaarden voor het afsluiten van de eerste fase vervuld zijn, rekening houdend met elke toepasselijke resolutie van de VN-Veiligheidsraad en met de toestemming van de betrokken kuststaten.

▼M3

4.  EUNAVFOR MED operation SOPHIA kan overeenkomstig het toepasselijke recht met betrekking tot personen die aan boord van aan EUNAVFOR MED operation SOPHIA deelnemende schepen worden genomen, persoonsgegevens verzamelen en opslaan betreffende kenmerken die nuttig kunnen zijn voor hun identificatie, met inbegrip van vingerafdrukken, alsmede de volgende bijzonderheden, met uitsluiting van andere persoonsgegevens: naam, meisjesnaam, voornamen, aliassen of gebruikte namen; geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, geslacht, woonplaats, beroep en verblijfplaats; rijbewijzen, identificatiedocumenten en paspoortgegevens. ►M4  EUNAVFOR MED operation SOPHIA kan dergelijke gegevens evenals gegevens in verband met de door die personen gebruikte vaartuigen en uitrusting en de relevante informatie die is verkregen tijdens de uitvoering van deze kerntaak, toezenden aan de betrokken wetshandhavingsinstanties van de lidstaten en aan de bevoegde organen van de Unie. ◄

▼M2

Artikel 2 bis

Capaciteitsopbouw en opleiding van de Libische kustwacht en marine

1.  Als een ondersteunende taak verleent EUNAVFOR MED operation SOPHIA bijstand bij de capaciteitsopbouw en de opleiding van de Libische kustwacht en marine voor wetshandhaving op zee, met name ter voorkoming van mensensmokkel en -handel.

2.  Als het PVC beslist dat de nodige voorbereidingen zijn getroffen, met name wat betreft de opbouw van de troepenmacht en de doorlichtingsprocedures voor de leerlingen, wordt de in lid 1 bedoelde ondersteunende taak uitgevoerd in volle zee in het overeengekomen inzetgebied van EUNAVFOR MED operation SOPHIA zoals gedefinieerd in de relevante planningsdocumenten.

3.  De in lid 1 bedoelde ondersteunende taak kan ook worden uitgevoerd op het grondgebied, met inbegrip van de territoriale wateren, van Libië of van een derde gaststaat die een buurland van Libië is, indien het PVC daartoe besluit na een beoordeling door de Raad op grond van een uitnodiging van Libië of de betrokken gaststaat, en overeenkomstig het internationaal recht.

4.  Gelet op de uitzonderlijke operationele vereisten kunnen onderdelen van de in lid 1 bedoelde ondersteunende taak, op uitnodiging, in een lidstaat, daaronder begrepen relevante opleidingscentra, worden uitgevoerd.

▼M4

4 bis.  Voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde ondersteunende taak wordt in nauwe samenwerking met andere betrokken partijen een controlemechanisme opgezet.

▼M3

►C1  5.  Voor zover vereist in het kader van de in lid 1 bedoelde ondersteunende taak, kan EUNAVFOR MED operation SOPHIA de informatie, met inbegrip van persoonsgegevens, die is verzameld ten behoeve van de doorlichtingsprocedures van mogelijke leerlingen, verzamelen, opslaan en uitwisselen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, bevoegde organen van de Unie, de UNSMIL, Interpol, het Internationaal Strafhof en de Verenigde Staten van Amerika, ◄ mits de betrokkenen hun schriftelijke toestemming hebben gegeven. Bovendien kan EUNAVFOR MED operation SOPHIA noodzakelijke medische informatie en biometrische gegevens betreffende leerlingen met hun schriftelijke toestemming verzamelen en opslaan.

▼M2

Artikel 2 ter

Bijdragen tot de uitwisseling van informatie en de uitvoering van het VN-wapenembargo in volle zee voor de kust van Libië

▼M3

►C1  1.  Voor zover vereist door haar ondersteunende taak om het VN-wapenembargo in volle zee voor de kust van Libië uit te voeren, verzamelt EUNAVFOR MED operation SOPHIA informatie en wisselt zij deze ◄ met de betrokken partners en agentschappen uit via de mechanismen in de planningsdocumenten, om aldus bij te dragen tot een alomvattend maritiem situationeel bewustzijn in het overeengekomen inzetgebied zoals gedefinieerd in de relevante planningsdocumenten. Indien dergelijke informatie is gerubriceerd tot op het niveau „SECRET UE/EU SECRET”, kan die met de betrokken partners en agentschappen worden uitgewisseld overeenkomstig Besluit 2013/488/EU van de Raad ( 1 ) en op basis van regelingen die worden gesloten overeenkomstig artikel 12, lid 9, van dit besluit, en met volledige inachtneming van de beginselen wederkerigheid en inclusiviteit. Ontvangen gerubriceerde informatie wordt door EUNAVFOR MED operation SOPHIA verwerkt zonder enig onderscheid tussen haar personeelsleden en uitsluitend op basis van operationele vereisten.

▼M2

2.  Indien het PVC besluit dat aan de relevante voorwaarden is voldaan, begint EUNAVFOR MED operation SOPHIA, binnen het overeengekomen inzetgebied, zoals gedefinieerd in de relevante planningsdocumenten, in volle zee voor de kust van Libië, met inspecties van vaartuigen naar of vanuit Libië, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat die vaartuigen rechtstreeks of onrechtstreeks wapens of aanverwant materieel naar of vanuit Libië vervoeren en daarmee het wapenembargo tegen Libië schenden; voorts onderneemt EUNAVFOR MED operation SOPHIA relevante acties om dergelijke goederen in beslag te nemen en te vernietigen, alsook teneinde dergelijke vaartuigen en hun bemanning naar een geschikte haven af te leiden om die vernietiging te faciliteren, met toestemming van de havenstaat, in overeenstemming met de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, waaronder Resolutie 2292 (2016).

▼M3

3.  In overeenstemming met de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, met inbegrip van Resolutie 2292 (2016) van de VN-Veiligheidsraad, kan EUNAVFOR MED operation SOPHIA in het kader van overeenkomstig lid 2 uitgevoerde inspecties bewijsmateriaal vergaren en opslaan dat rechtstreeks verband houdt met het vervoer van goederen die onder het wapenembargo tegen Libië vallen. Zij kan dergelijk bewijsmateriaal overeenkomstig het toepasselijke recht toezenden aan de betrokken wetshandhavingsinstanties van de lidstaten en/of de bevoegde organen van de Unie.

▼M4

4.  Binnen het inzetgebied en voor zover haar middelen en vermogens het toelaten, verricht EUNAVFOR MED operation SOPHIA bovendien toezichtsactiviteiten en verzamelt zij informatie over illegale handel, waaronder informatie over ruwe olie en andere illegale export in strijd met Resolutie 2146 (2014) en Resolutie 2362 (2017), waardoor de situatie ter plaatse beter kan worden ingeschat en de veiligheid op zee in het centrale Middellandse Zeegebied wordt vergroot. De in deze context vergaarde informatie mag worden vrijgegeven aan legitieme Libische autoriteiten, alsook aan de betrokken wetshandhavingsinstanties van de lidstaten en aan bevoegde organen van de Unie.

▼B

Artikel 3

Benoeming van de operationeel commandant van de EU

Divisieadmiraal Enrico Credendino wordt benoemd tot operationeel commandant van ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ .

Artikel 4

Aanwijzing van het operationeel hoofdkwartier van de EU

Het operationeel hoofdkwartier van ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ wordt gevestigd in Rome, Italië.

Artikel 5

Planning en aanvang van de operatie

Het besluit over de aanvang van ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ wordt door de Raad vastgesteld op aanbeveling van de operationeel commandant van ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ na goedkeuring van het operatieplan en van de inzetregels, die nodig zijn voor de uitvoering van het mandaat.

Artikel 6

Politieke controle en strategische leiding

1.  Het PVC oefent, onder de verantwoordelijkheid van de Raad en de HV, de politieke controle op en de strategische leiding van ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ uit. De Raad machtigt het PVC om de noodzakelijke besluiten te nemen overeenkomstig artikel 38 VEU. Onder deze machtiging vallen de bevoegdheden om de planningsdocumenten, waaronder het operatieplan, de commandostructuur en de inzetregels, te wijzigen. Zij omvat voorts de bevoegdheden om besluiten te nemen over de benoeming van de operationeel commandant van de EU en de commandant van de troepen van de EU. De beslissingsbevoegdheden met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van de militaire operatie van de EU blijven bij de Raad berusten. Onder voorbehoud van artikel 2, lid 3, van dit besluit, besluit het PVC wanneer er naar een volgende fase van de operatie kan worden overgestapt.

2.  Het PVC brengt op gezette tijden verslag uit aan de Raad.

3.  De voorzitter van het Militair Comité van de EU (EUMC) brengt op gezette tijden verslag uit aan het PVC over het verloop van ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ . Het PVC kan, naar gelang van het geval, de operationeel commandant van de EU of de commandant van de troepen van de EU op zijn vergaderingen uitnodigen.

Artikel 7

Militaire leiding

1.  Het EUMC controleert of ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ onder verantwoordelijkheid van de operationeel commandant van de EU correct wordt uitgevoerd.

2.  De operationeel commandant van de EU brengt op gezette tijden verslag uit aan het EUMC. Het PVC kan, naar gelang van het geval, de operationeel commandant van de EU of de commandant van de troepen van de EU op zijn vergaderingen uitnodigen.

3.  De voorzitter van het EUMC treedt op als eerste contactpunt met de operationeel commandant van de EU.

Artikel 8

Samenhang van het optreden van de Unie en coördinatie

1.  De HV draagt zorg voor de uitvoering van dit besluit en zorgt er tevens voor dat het consistent is met het externe optreden van de Unie als geheel, met inbegrip van de ontwikkelingsprogramma's en de humanitaire bijstand van de Unie.

2.  De HV, bijgestaan door de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), treedt op als eerste contactpunt met de Verenigde Naties, de autoriteiten van de landen in de regio en andere internationale en bilaterale actoren, met inbegrip van de NAVO en de Afrikaanse Unie.

3.   ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ werkt samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, zet een coördinatiemechanisme op en sluit in voorkomend geval regelingen met andere agentschappen en organen van de Unie, met name Frontex, Europol, Eurojust, het Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken en de betrokken GVDB-missies.

▼M5

4.  EUNAVFOR MED operation SOPHIA kan een criminaliteitsinformatiecel („CIC”), bestaande uit personeelsleden van de bevoegde rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en agentschappen van de Unie als bedoeld in lid 3 van dit artikel, oprichten om het verzamelen en doorgeven van informatie, waaronder persoonsgegevens, op het gebied van mensensmokkel en -handel, het wapenembargo tegen Libië, illegale handel als bedoeld in artikel 2 ter, lid 4, alsmede strafbare feiten die relevant zijn voor de veiligheid van de operatie, te faciliteren.

De verwerking van persoonsgegevens in dit verband geschiedt in overeenstemming met het recht van de vlaggenstaat van het vaartuig waarop de CIC zich bevindt en, ten aanzien van de personeelsleden van de agentschappen van de Unie, in overeenstemming met het juridisch kader dat van toepassing is op de respectieve agentschappen.

▼B

Artikel 9

Deelname door derde staten

1.  Onverminderd de beslissingsautonomie van de Unie en haar ene institutionele kader, en overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren van de Europese Raad, mogen derde staten worden uitgenodigd aan de operatie deel te nemen.

2.  Hierbij machtigt de Raad het PVC om derde staten uit te nodigen bijdragen te leveren en, op aanbeveling van de operationeel commandant van de EU en van het EUMC, de passende besluiten betreffende de aanvaarding van de voorgestelde bijdragen te nemen.

3.  De nadere regelingen wat betreft de deelname door derde staten worden vastgelegd in overeenkomsten die overeenkomstig artikel 37 VEU en volgens de procedure van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) worden gesloten. Wanneer de Unie en een derde staat een overeenkomst hebben gesloten tot vaststelling van een kader voor de deelname van deze derde staat aan crisisbeheersingsmissies van de Unie, zijn de bepalingen van die overeenkomst van toepassing in het kader van ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ .

4.  Derde staten die belangrijke militaire bijdragen aan ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ leveren, hebben bij de dagelijkse aansturing van de operatie dezelfde rechten en verplichtingen als deelnemende lidstaten.

5.  De Raad machtigt hierbij het PVC de passende besluiten te nemen betreffende de instelling van een Comité van contribuanten, indien derde staten aanzienlijke militaire bijdragen leveren.

Artikel 10

Status van het personeel onder leiding van de Unie

De status van de eenheden en het personeel onder leiding van de Unie wordt in voorkomend geval gedefinieerd overeenkomstig het internationaal recht.

Artikel 11

Financiële regeling

1.  De gemeenschappelijke kosten van de militaire operatie van de EU worden beheerd overeenkomstig Besluit (GBVB) 2015/528.

▼M2

2.  Voor de periode van 18 mei 2015 tot en met 27 juli 2016 bedraagt het referentiebedrag voor de gemeenschappelijke kosten van EUNAVFOR MED operation SOPHIA 11,82 miljoen EUR. Het in artikel 25, lid 1, van Besluit (GBVB) 2015/528 bedoelde percentage van het referentiebedrag bedraagt 70 % aan vastleggingskredieten en 40 % aan betalingskredieten.

▼M2

3.  Voor de periode van 28 juli 2016 tot en met 27 juli 2017 bedraagt het referentiebedrag voor de gemeenschappelijke kosten van EUNAVFOR MED operation SOPHIA 6 700 000 EUR. Het in artikel 25, lid 1, van Besluit (GBVB) 2015/528 bedoelde percentage van het referentiebedrag bedraagt 0 % aan vastleggingskredieten en 0 % aan betalingskredieten.

▼M4

4.  Voor de periode van 28 juli 2017 tot en met 31 december 2018 bedraagt het referentiebedrag voor de gemeenschappelijke kosten van EUNAVFOR MED operation SOPHIA 6 000 000 EUR. Het in artikel 25, lid 1, van Besluit (GBVB) 2015/528 bedoelde percentage van het referentiebedrag bedraagt 0 %, zowel aan vastleggingskredieten als aan betalingskredieten.

▼M3

Artikel 12

Vrijgeven van informatie

▼C1

1.  De HV wordt gemachtigd niet-gerubriceerde documenten van de EU betreffende de beraadslagingen van de Raad over de operatie die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde van de Raad ( 2 ) vallen, vrij te geven aan aangewezen derde staten en het Internationaal Strafhof, indien dit passend is en in overeenstemming met de operationele behoeften van EUNAVFOR MED operation SOPHIA en met volledige inachtneming van de beginselen wederkerigheid en inclusiviteit. Het PVC wijst per geval de betrokken derde staten aan, mits aan deze voorwaarden is voldaan.

2.  De HV wordt gemachtigd om, overeenkomstig Besluit 2013/488/EU, gerubriceerde EU-informatie die ten behoeve van de operatie is gegenereerd, met volledige inachtneming van de beginselen wederkerigheid en inclusiviteit vrij te geven aan aangewezen derde staten en het Internationaal Strafhof, indien dit passend is en in overeenstemming met de operationele behoeften van EUNAVFOR MED operation SOPHIA, en wel als volgt:

a) tot het niveau waarin is voorzien in de toepasselijke tussen de Unie en de betrokken derde staat gesloten overeenkomst voor de beveiliging van informatie, of

b) in andere gevallen, tot het niveau „CONFIDENTIEL UE/EU CONFIDENTIAL”.

Het PVC wijst per geval de betrokken derde staten aan, mits aan deze voorwaarden is voldaan.

▼M3

3.  Ontvangen gerubriceerde informatie wordt door EUNAVFOR MED operation SOPHIA verwerkt zonder enig onderscheid tussen haar personeelsleden en uitsluitend op basis van operationele vereisten.

4.  De HV wordt tevens gemachtigd, naargelang van de operationele behoeften van EUNAVFOR MED operation SOPHIA, gerubriceerde EU-informatie tot op het niveau „RESTREINT UE/EU RESTRICTED” die ten behoeve van EUNAVFOR MED operation SOPHIA is gegenereerd, overeenkomstig Besluit 2013/488/EU vrij te geven aan de VN.

5.  De HV wordt gemachtigd, naargelang van de operationele behoeften van EUNAVFOR MED operation SOPHIA, relevante informatie, waaronder persoonsgegevens, vrij te geven aan Interpol.

6.  In afwachting van de sluiting van een overeenkomst tussen de Unie en Interpol, kan EUNAVFOR MED operation SOPHIA dergelijke informatie uitwisselen met de Nationale Centrale Bureaus van Interpol van de lidstaten, overeenkomstig de regelingen die moeten worden gesloten tussen de operationeel commandant van de EU en het hoofd van het betrokken Nationaal Centraal Bureau.

7.  Als er een specifieke operationele behoefte ontstaat, is de HV gemachtigd om gerubriceerde EU-informatie tot op het niveau „RESTREINT UE/EU RESTRICTED” die ten behoeve van EUNAVFOR MED operation SOPHIA is gegenereerd, overeenkomstig Besluit 2013/488/EU vrij te geven aan de legitieme Libische autoriteiten.

8.  De HV wordt gemachtigd de regelingen te sluiten die nodig zijn voor de uitvoering van de bepalingen betreffende informatie-uitwisseling van dit besluit.

9.  De HV kan de bevoegdheid voor het vrijgeven van informatie, alsook de bevoegdheid om de in dit besluit genoemde regelingen te sluiten, delegeren aan EDEO-ambtenaren, aan de operationeel commandant van de EU of aan de commandant van de troepen van de EU, overeenkomstig afdeling VII van bijlage VI bij Besluit 2013/488/EU.

▼B

Artikel 13

Inwerkingtreding en beëindiging

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

▼M4

EUNAVFOR MED operation SOPHIA eindigt op 31 december 2018.

▼B

Het besluit wordt ingetrokken op de datum van de sluiting van het operationeel hoofdkwartier van de EU overeenkomstig de plannen die zijn goedgekeurd voor de beëindiging van ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ , onverminderd de in Besluit (GBVB) 2015/528 vastgestelde procedures voor de controle en het afleggen van rekening en verantwoording van ►M1  EUNAVFOR MED operation SOPHIA ◄ .



( 1 ) Besluit 2013/488/EU van de Raad van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 274 van 15.10.2013, blz. 1).

( 2 ) Besluit van de Raad van 1 december 2009 houdende vaststelling van zijn reglement van orde (PB L 325 van 11.12.2009, blz. 35).

Top