EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02014L0025-20200101

Consolidated text: Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/25/2020-01-01

02014L0025 — NL — 01.01.2020 — 003.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

RICHTLIJN 2014/25/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 26 februari 2014

betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 094 van 28.3.2014, blz. 243)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

 M1

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/2171 VAN DE COMMISSIE van 24 november 2015

  L 307

7

25.11.2015

 M2

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/2364 VAN DE COMMISSIE van 18 december 2017

  L 337

17

19.12.2017

►M3

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1829 VAN DE COMMISSIE van 30 oktober 2019

  L 279

27

31.10.2019


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 324, 10.12.2015, blz.  45 (2014/25/EU)




▼B

RICHTLIJN 2014/25/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 26 februari 2014

betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG

(Voor de EER relevante tekst)



TITEL I:

TOEPASSINGSGEBIED, DEFINITIES EN ALGEMENE BEGINSELEN

HOOFDSTUK I

Onderwerp en definities

Artikel 1:

Onderwerp en toepassingsgebied

Artikel 2:

Definities

Artikel 3:

Aanbestedende diensten

Artikel 4:

Aanbestedende instanties

Artikel 5:

Gemengde aanbestedingen en aanbestedingen voor dezelfde activiteit

Artikel 6:

Aanbestedingen voor verschillende activiteiten

HOOFDSTUK II:

Activiteiten

Artikel 7:

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 8:

Gas en warmte

Artikel 9:

Elektriciteit

Artikel 10:

Water

Artikel 11:

Vervoersdiensten

Artikel 12:

Havens en luchthavens

Artikel 13:

Postdiensten

Artikel 14:

Winning van aardolie en gas en exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen

HOOFDSTUK III:

Materieel toepassingsgebied

AFDELING 1:

DREMPELS

Artikel 15:

Drempelbedragen

Artikel 16:

Methoden voor de berekening van de geraamde waarde van een opdracht

Artikel 17:

Herziening van de drempels

AFDELING 2:

UITGESLOTEN OPDRACHTEN EN PRIJSVRAGEN; speciale bepalingen voor aanbestedingen waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn

Onderafdeling 1:

Uitsluitingen die van toepassing zijn op alle aanbestedende instanties en bijzondere uitsluitingen voor de sectoren water- en energievoorziening

Artikel 18:

Opdrachten voor wederverkoop of verhuur aan derden

Artikel 19:

Opdrachten en prijsvragen voor andere doeleinden dan de uitoefening van een onder deze richtlijn vallende activiteit of voor de uitoefening van een dergelijke activiteit in een derde land

Artikel 20:

Opdrachten en prijsvragen op grond van internationale voorschriften

Artikel 21:

Specifieke uitsluitingen voor opdrachten voor diensten

Artikel 22:

Op basis van een alleenrecht gegunde opdrachten voor diensten

Artikel 23:

Door bepaalde aanbestedende instanties gegunde opdrachten voor de aankoop van water en voor de levering van energie of brandstoffen, bestemd voor de opwekking van energie

Onderafdeling 2:

Aanbestedingen waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn

Artikel 24:

Defensie en veiligheid

Artikel 25:

Gemengde opdrachten die op dezelfde activiteit betrekking hebben en waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn

Artikel 26:

Opdrachten die op verschillende activiteiten betrekking hebben en waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn

Artikel 27:

Opdrachten en prijsvragen waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn en die overeenkomstig internationale regels worden gegund of uitgeschreven

Onderafdeling 3:

Bijzondere betrekkingen (samenwerking, verbonden ondernemingen en gezamenlijke ondernemingen)

Artikel 28:

Opdrachten van de ene aanbestedende dienst aan de andere

Artikel 29:

Opdrachten gegund aan een verbonden onderneming

Artikel 30:

Opdrachten gegund aan een gezamenlijke onderneming of aan een aanbestedende instantie die deel uitmaakt van een gezamenlijke onderneming

Artikel 31:

Informatieverstrekking

Onderafdeling 4:

Bijzondere situaties

Artikel 32:

Onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten

Artikel 33:

Onder een bijzondere regeling vallende opdrachten

Onderafdeling 5:

Activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie en procedurele bepalingen hiervoor

Artikel 34:

Activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie

Artikel 35:

Procedure om te bepalen of artikel 34 van toepassing is

HOOFDSTUK IV:

Algemene beginselen

Artikel 36:

Aanbestedingsbeginselen

Artikel 37:

Ondernemers

Artikel 38:

Voorbehouden opdrachten

Artikel 39:

Vertrouwelijkheid

Artikel 40:

Regels betreffende de communicatiemiddelen

Artikel 41:

Nomenclaturen

Artikel 42:

Belangenconflicten

TITEL II:

OP OPDRACHTEN TOEPASSELIJKE BEPALINGEN

HOOFDSTUK I:

Procedures

Artikel 43:

Voorwaarden met betrekking tot de GPA-overeenkomst en andere internationale overeenkomsten

Artikel 44:

Keuze van de procedure

Artikel 45:

Openbare procedure

Artikel 46:

Niet-openbare procedure

Artikel 47:

Onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging

Artikel 48:

Concurrentiegerichte dialoog

Artikel 49:

Innovatiepartnerschap

Artikel 50:

Gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging

HOOFDSTUK II:

Technieken en instrumenten voor elektronische en samengestelde aanbesteding

Artikel 51:

Raamovereenkomsten

Artikel 52:

Dynamische aankoopsystemen

Artikel 53:

Elektronische veilingen

Artikel 54:

Elektronische catalogi

Artikel 55:

Gecentraliseerde aankoopactiviteiten en aankoopcentrales

Artikel 56:

Occasionele gezamenlijke gunning

Artikel 57:

Aanbesteding door aanbestedende instanties van verschillende lidstaten

HOOFDSTUK III:

Verloop van de procedure

AFDELING 1

VOORBEREIDING

Artikel 58:

Voorafgaande marktraadplegingen

Artikel 59:

Voorafgaande betrokkenheid van gegadigden of inschrijvers

Artikel 60:

Technische specificaties

Artikel 61:

Keurmerken

Artikel 62:

Testverslagen, certificatie en andere bewijsmiddelen

Artikel 63:

Mededeling van de technische specificaties

Artikel 64:

Varianten

Artikel 65:

Verdeling van opdrachten in percelen

Artikel 66:

Het bepalen van termijnen

AFDELING 2:

BEKENDMAKING EN TRANSPARANTIE

Artikel 67:

Periodieke indicatieve aankondigingen

Artikel 68:

Aankondigingen inzake het bestaan van een erkenningsregeling

Artikel 69:

Aankondigingen van opdrachten

Artikel 70:

Aankondiging van gegunde opdracht

Artikel 71:

Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen

Artikel 72:

Bekendmaking op nationaal niveau

Artikel 73:

Elektronische beschikbaarheid van aanbestedingsstukken

Artikel 74:

Uitnodigingen aan gegadigden

Artikel 75:

Informatieverstrekking aan aanvragers van erkenning, gegadigden en inschrijvers

AFDELING 3:

SELECTIE VAN DEELNEMERS EN GUNNING VAN OPDRACHTEN

Artikel 76:

Algemene beginselen

Onderafdeling 1:

Erkenning en kwalitatieve selectie

Artikel 77:

Erkenningssystemen

Artikel 78:

Kwalitatieve selectiecriteria

Artikel 79:

Beroep op de draagkracht van andere entiteiten

Artikel 80:

Gebruik van uitsluitingsgronden en selectiecriteria als bedoeld in Richtlijn 2014/24/EU

Artikel 81:

Kwaliteitsnormen en normen inzake milieubeheer

Onderafdeling 2:

Gunning van de opdracht

Artikel 82:

Gunningscriteria

Artikel 83:

Levenscycluskosten

Artikel 84:

Abnormaal lage inschrijvingen

AFDELING 4:

INSCHRIJVINGEN DIE PRODUCTEN UIT DERDE LANDEN BEVATTEN EN BETREKKINGEN MET DEZE LANDEN

Artikel 85:

Inschrijvingen die producten uit derde landen bevatten

Artikel 86:

Betrekkingen met derde landen op het gebied van opdrachten voor werken, leveringen en diensten

HOOFDSTUK IV:

Uitvoering van de opdracht

Artikel 87:

Voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd

Artikel 88:

Onderaanneming

Artikel 89:

Wijziging van opdrachten gedurende de looptijd

Artikel 90:

Beëindiging van opdrachten

TITEL III:

BIJZONDERE AANBESTEDINGSREGELINGEN

HOOFDSTUK I:

Sociale diensten en andere specifieke diensten

Artikel 91:

Gunning van opdrachten voor sociale en andere specifieke diensten

Artikel 92:

Bekendmaking van aankondigingen

Artikel 93:

Beginselen van het gunnen van opdrachten

Artikel 94:

Voorbehouden opdrachten voor bepaalde diensten

HOOFDSTUK II:

Regels inzake prijsvragen

Artikel 95:

Toepassingsgebied

Artikel 96:

Aankondigingen

Artikel 97:

Regels voor het uitschrijven van prijsvragen, de selectie van deelnemers en de jury

Artikel 98:

Beslissingen van de jury

TITEL IV:

BESTUUR

Artikel 99:

Handhaving

Artikel 100:

Proces-verbalen van procedures voor het gunnen van opdrachten

Artikel 101:

Nationale verslaglegging en statistische informatie

Artikel 102:

Administratieve samenwerking

TITEL V:

GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN, UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 103:

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Artikel 104:

Spoedprocedure

Artikel 105:

Comitéprocedure

Artikel 106:

Omzetting en overgangsmaatregelen

Artikel 107:

Intrekking

Artikel 108:

Evaluatie

Artikel 109:

Inwerkingtreding

Artikel 110:

Adressaten

BIJLAGEN

BIJLAGE I:

Lijst van activiteiten in de zin van artikel 2, punt 2, onder a)

BIJLAGE II:

Lijst van de in artikel 4, lid 3, bedoelde rechtshandelingen van de Unie

BIJLAGE III:

Lijst van de in artikel 34, lid 3, bedoelde rechtshandelingen van de Unie

BIJLAGE IV:

Termijnen voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen bedoeld in artikel 35

BIJLAGE V:

Voorschriften met betrekking tot instrumenten en middelen voor de elektronische ontvangst van inschrijvingen, aanvragen tot deelname, aanvragen tot erkenning en plannen en ontwerpen bij prijsvragen

BIJLAGE VI: deel A:

Informatie die moet worden vermeld in periodieke indicatieve aankondigingen (als bedoeld in artikel 67)

BIJLAGE VI: deel B:

Informatie die moet worden vermeld in de aankondiging van bekendmaking via het kopersprofiel van een niet als oproep tot mededinging gebruikte periodieke indicatieve aankondiging (als bedoeld in artikel 67, lid 1)

BIJLAGE VII:

Informatie die bij elektronische veilingen in de aanbestedingsstukken moet worden opgenomen (artikel 53, lid 4)

BIJLAGE VIII:

Definitie van enkele technische specificaties

BIJLAGE IX:

Specificaties betreffende de bekendmaking

BIJLAGE X:

Informatie die in de aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling moet worden opgenomen (als bedoeld in artikel 44, lid 4, onder b), en in artikel 68)

BIJLAGE XI:

Inlichtingen die in aankondigingen van opdrachten moeten worden opgenomen (als bedoeld in artikel 69)

BIJLAGE XII:

Inlichtingen die in aankondigingen van gegunde opdrachten moeten worden opgenomen (als bedoeld in artikel 70)

BIJLAGE XIII:

Inhoud van de uitnodigingen tot indiening van inschrijvingen, tot deelname aan de dialoog, tot onderhandelingen of tot bevestiging van belangstelling, als bedoeld in artikel 74

BIJLAGE XIV:

Lijst van internationale sociale en milieuovereenkomsten, als bedoeld in artikel 36, lid 2

BIJLAGE XV:

Lijst van de in artikel 83, lid 3, bedoelde rechtshandelingen van de Unie

BIJLAGE XVI:

Inlichtingen die in mededelingen inzake wijziging van een opdracht gedurende de looptijd ervan moeten worden opgenomen (als bedoeld in artikel 89, lid 1)

BIJLAGE XVII:

Diensten in de zin van artikel 91

BIJLAGE XVIII:

Informatie die moet worden vermeld in aankondigingen betreffende opdrachten voor sociale en andere specifieke diensten (als bedoeld in artikel 92)

BIJLAGE XIX:

Informatie die in aankondigingen van prijsvragen moet worden vermeld (als bedoeld in artikel 96, lid 1)

BIJLAGE XX:

Informatie die moet worden vermeld in aankondigingen van uitslagen van prijsvragen (als bedoeld in artikel 96, lid 1)

BIJLAGE XXI:

Concordantietabel



TITEL I

TOEPASSINGSGEBIED, DEFINITIES EN ALGEMENE BEGINSELEN



HOOFDSTUK I

Onderwerp en definities

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.  Bij deze richtlijn worden regels vastgesteld betreffende procedures voor aanbesteding door aanbestedende instanties, met betrekking tot opdrachten alsmede prijsvragen waarvan de geraamde waarde niet minder bedraagt dan de bij artikel 15 vastgestelde drempels.

2.  Aanbesteding in de zin van deze richtlijn is de aankoop door middel van een opdracht voor werken, leveringen of diensten, van werken, leveringen of diensten door één of meer aanbestedende instanties van door deze aanbestedende instanties gekozen ondernemers, mits de werken, leveringen of diensten bedoeld zijn voor de uitoefening van een van de in de artikelen 8 tot en met 14 bedoelde activiteiten.

3.  De toepassing van deze richtlijn is onderworpen aan artikel 346 VWEU.

4.  Deze richtlijn doet niet af aan de vrijheid van de lidstaten om in overeenstemming met het Unierecht te bepalen wat zij onder diensten van algemeen economisch belang verstaan, hoe die diensten conform de regels inzake staatssteun moeten worden georganiseerd en gefinancierd, en aan welke specifieke verplichtingen die diensten moeten voldoen. Deze richtlijn doet evenmin af aan de beslissing van overheidsinstanties of, hoe en in welke mate zij taken van openbaar belang zelf wensen uit te voeren, overeenkomstig artikel 14 VWEU en Protocol nr. 26.

5.  Deze richtlijn is niet van invloed op de wijze waarop de lidstaten hun socialezekerheidsstelsels inrichten.

6.  Deze richtlijn is niet van toepassing op niet-economische diensten van algemeen belang.

Artikel 2

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1.

„opdrachten voor werken, leveringen en diensten” : schriftelijke overeenkomsten onder bezwarende titel die tussen één of meer aanbestedende instanties, en één of meer ondernemers zijn gesloten en betrekking hebben op de uitvoering van werken, de levering van producten of de verlening van diensten;

2.

„opdrachten voor werken” :

opdrachten die betrekking hebben op een van de volgende elementen:

a) 

de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van werken die betrekking hebben op een van de in bijlage I bedoelde activiteiten;

b) 

de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van een werk;

c) 

het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat voldoet aan de eisen van de aanbestedende dienst die een beslissende invloed uitoefent op het soort werk of het ontwerp van het werk;

3.

„werk” : het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen;

4.

„opdrachten voor leveringen” : opdrachten die betrekking hebben op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten. Een opdracht voor leveringen kan als bijkomstig element plaatsings- en installatiewerkzaamheden omvatten;

5.

„opdrachten voor diensten” : opdrachten die betrekking hebben op de verrichting van andere diensten dan die welke worden bedoeld in punt 2;

6.

„ondernemer” : elke natuurlijke of rechtspersoon of aanbestedende instantie, of een combinatie van deze personen en/of lichamen, met inbegrip van alle tijdelijke samenwerkingsverbanden van ondernemingen, die de uitvoering van werken en/of een werk, de levering van producten en of het verlenen van diensten op de markt aanbiedt;

7.

„inschrijver” : ondernemer die een inschrijving heeft ingediend;

8.

„gegadigde” : ondernemer die heeft verzocht om een uitnodiging tot deelname, of is uitgenodigd om deel te nemen aan een niet-openbare procedure, een onderhandelingsprocedure, een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap;

9.

„aanbestedingsstukken” : alle stukken die door de aanbestedende dienst zijn opgesteld of vermeld ter omschrijving of bepaling van onderdelen van de aanbesteding of de procedure, met inbegrip van de aankondiging van de opdracht, de periodieke indicatieve aankondiging of de aankondigingen inzake het bestaan van een erkenningsregeling wanneer deze worden gebruikt als oproep tot mededinging, de technische specificaties, het beschrijvende document, de voorgestelde contractvoorwaarden, formaten voor de aanbieding van documenten door gegadigden en inschrijvers, informatie over algemeen toepasselijke verplichtingen en alle aanvullende documenten;

10.

„gecentraliseerde aankoopactiviteiten” :

activiteiten die permanent plaatsvinden op een van de volgende wijzen:

a) 

de verwerving van leveringen en/of diensten die bestemd zijn voor aanbestedende instanties;

b) 

de gunning van opdrachten of de sluiting van raamovereenkomsten voor werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor aanbestedende instanties;

11.

„aanvullende aankoopactiviteiten” :

activiteiten die bestaan in het verlenen van ondersteuning aan aankoopactiviteiten, met name op de volgende wijzen:

a) 

technische infrastructuur die aanbestedende instanties in staat stelt overheidsopdrachten te gunnen of raamovereenkomsten te sluiten voor werken, leveringen of diensten;

b) 

adviesverlening over het verloop of de opzet van aanbestedingsprocedures;

c) 

voorbereiding en beheer van aanbestedingsprocedures namens en voor rekening van de betrokken aanbestedende instantie;

12.

„aankoopcentrale” :

aanbestedende instantie in de zin van artikel 4, lid 1, van deze richtlijn, of aanbestedende dienst in de zin van artikel 2, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2014/24/EU die gecentraliseerde aankoopactiviteiten en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten verricht.

Aanbestedingsactiviteiten die door een aankoopcentrale worden verricht met het oog op het verrichten van gecentraliseerde aankoopactiviteiten worden beschouwd als aanbestedingsactiviteiten voor de uitoefening van een werkzaamheid als beschreven in de artikelen 8 tot en met 14. Artikel 18 is niet van toepassing op aanbestedingsactiviteiten die door een aankoopcentrale worden verricht met het oog op het verrichten van gecentraliseerde aankoopactiviteiten;

13.

„aanbieder van aanbestedingsdiensten” : openbare of particuliere instantie die aanvullende aankoopactiviteiten op de markt aanbiedt;

14.

„schriftelijk” : elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens meegedeeld, met inbegrip van informatie die via elektronische middelen wordt overgebracht en opgeslagen;

15.

„elektronisch middel” : elektronische apparatuur voor verwerking (met inbegrip van digitale compressie) en opslag van gegevens die worden verspreid, overgebracht en ontvangen door draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen;

16.

„levenscyclus” : alle opeenvolgende en/of onderling verbonden stadia, waaronder uit te voeren onderzoek en ontwikkeling, productie, handel en handelsvoorwaarden, vervoer, gebruik en onderhoud, in het bestaan van het product of werk of het verlenen van een dienst, gaande van de verkrijging van de grondstof of de opwekking van hulpbronnen tot de verwijdering, de opruiming en „end-of-service”-fase of de „end-of-utilisation”-fase;

17.

„prijsvragen” : procedures die tot doel hebben de aanbestedende instantie, in het bijzonder op het gebied van ruimtelijke ordening, standsplanning, architectuur en weg- en waterbouw, of op het gebied van automatische gegevensverwerking, een plan of ontwerp te verschaffen dat na een oproep tot mededinging door een jury wordt geselecteerd, al dan niet met toekenning van prijzen;

18.

„innovatie” : de toepassing van een nieuw of aanmerkelijk verbeterd product of proces of van een nieuwe of aanmerkelijk verbeterde dienst, waaronder maar niet beperkt tot productie-, bouw- of constructieprocessen, een nieuwe verkoopmethode of een nieuwe organisatiemethode in de bedrijfsvoering, organisatie op de werkvloer of de externe betrekkingen die onder andere tot doel hebben om maatschappelijke problemen te helpen oplossen dan wel de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei te ondersteunen;

19.

„keurmerk” : ieder document, certificaat of getuigschrift dat bevestigt dat het de werken, producten, diensten, processen of procedures in kwestie aan bepaalde eisen voldoen;

20.

„keurmerkeis(en)” : de voorschriften waaraan de producten, diensten, processen of procedures in kwestie moeten voldoen om het betrokken keurmerk te verkrijgen.

Artikel 3

Aanbestedende diensten

1.  In deze richtlijn wordt verstaan onder „aanbestedende diensten”: de staats-, regionale of lokale overheidsinstanties, publiekrechtelijke instellingen alsmede samenwerkingsverbanden bestaande uit één of meer van deze overheidsinstanties of één of meer van deze publiekrechtelijke instellingen.

2.  „Regionale overheidsinstanties” zijn alle instanties van de bestuurlijke eenheden die niet-limitatief zijn opgenomen in de lijst van NUTS 1 en 2, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ).

3.  „Lokale overheidsinstanties” zijn alle instanties van de bestuurlijke eenheden van NUTS 3 en kleinere bestuurlijke eenheden als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2003;

4.  „Publiekrechtelijke instelling”: instelling die voldoet aan alle volgende kenmerken:

a) 

zij is opgericht voor het specifieke doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële of commerciële aard;

b) 

zij bezit rechtspersoonlijkheid, en

c) 

zij wordt merendeels door de staats-, regionale of lokale overheidsinstantie of andere publiekrechtelijke lichamen gefinancierd; of haar beheer staat onder toezicht van die overheidsinstanties of lichamen; of heeft een bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan waarvan de leden voor meer dan de helft door de staat, de regionale of lokale overheidsinstanties of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen.

Artikel 4

Aanbestedende instanties

1.  In deze richtlijn wordt onder „aanbestedende instanties” verstaan, entiteiten:

a) 

die aanbestedende diensten of overheidsonderneming zijn en die een van de in de artikelen 8 tot en met 14 bedoelde activiteiten uitoefenen;

b) 

die, indien zij geen aanbestedende diensten of overheidsonderneming zijn, een van de in de artikelen 8 tot en met 14 bedoelde activiteiten of een combinatie daarvan uitoefenen en die bijzondere of uitsluitende rechten genieten welke hun door een bevoegde instantie van een lidstaat zijn verleend.

2.  „Overheidsonderneming”: onderneming waarop aanbestedende diensten rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelname of de op de onderneming van toepassing zijnde voorschriften.

Het vermoeden van overheersende invloed bestaat in een van de volgende gevallen wanneer een aanbestedende dienst, direct of indirect:

a) 

de meerderheid van het geplaatste kapitaal van het bedrijf bezit;

b) 

over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan de door genoemd bedrijf uitgegeven aandelen beschikt;

c) 

meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van het bedrijf kan aanwijzen.

3.  Voor de toepassing van dit artikel zijn „bijzondere of uitsluitende rechten” rechten die zijn verleend door een bevoegde autoriteit van een lidstaat door middel van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een van de in de artikelen 8 tot en met 14 omschreven activiteiten aan één of meer instanties voorbehouden blijft, waardoor de mogelijkheden van andere instanties om dezelfde activiteit uit te oefenen wezenlijk nadelig worden beïnvloed.

Rechten die zijn verleend door middel van een procedure waaraan voldoende bekendheid is gegeven en waarin de verlening van deze rechten gebaseerd was op objectieve criteria, vormen geen „bijzondere of uitsluitende rechten” in de zin van de eerste alinea.

Deze procedures omvatten:

a) 

aanbestedingsprocedures met een voorafgaande oproep tot mededinging overeenkomstig Richtlijn 2014/24/EU, Richtlijn 2009/81/EG, Richtlijn 2014/23/EU of de onderhavige richtlijn;

b) 

procedures uit hoofde van andere rechtshandelingen van de Unie als vermeld in bijlage II, die garant staan voor voldoende voorafgaande transparantie voor het verlenen van vergunningen op basis van objectieve criteria.

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 103 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in bijlage II opgenomen lijst van rechtshandelingen van de Unie, wanneer deze wijzigingen noodzakelijk zijn ten gevolge van vaststelling van nieuwe rechtshandelingen intrekking of wijziging van die rechtshandelingen.

Artikel 5

Gemengde aanbestedingen en aanbestedingen voor dezelfde activiteit

1.  Lid 2 is van toepassing op gemengde opdrachten die betrekking hebben op verschillende onder deze richtlijn vallende soorten aanbestedingen.

De leden 3 tot en met 5 zijn van toepassing op gemengde opdrachten die betrekking hebben op aanbestedingen die onder deze richtlijn, en aanbestedingen die onder een ander juridisch kader vallen.

2.  Opdrachten die betrekking hebben op twee of meer soorten aanbestedingen (van werken, leveringen of diensten) worden gegund overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het type van aanbesteding waarvan de onderdelen het hoofdvoorwerp van de betrokken opdracht vormen.

In het geval van gemengde opdrachten die ten dele betrekking hebben op diensten in de zin van hoofdstuk I van titel III en ten dele op andere diensten, of gemengde opdrachten die ten dele uit diensten en ten dele uit leveringen bestaan, wordt het hoofdvoorwerp bepaald volgens welke geraamde waarde van de respectieve diensten of leveringen de hoogste is.

3.  Indien de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, is lid 4 van toepassing. Indien de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, is lid 5 van toepassing.

Wanneer een bepaalde opdracht ten dele onder artikel 346 VWEU of Richtlijn 2009/81/EG valt, is artikel 25 van deze richtlijn van toepassing.

4.  In het geval van opdrachten die zowel betrekking hebben op aanbestedingen die onder deze richtlijn vallen als op aanbestedingen die niet onder deze richtlijn vallen, kunnen de aanbestedende instanties besluiten om voor onderscheiden onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, of om één opdracht te plaatsen. Wanneer de aanbestedende instanties besluiten voor onderscheiden onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt het besluit welk juridisch kader op elk van deze afzonderlijke opdrachten van toepassing is, genomen op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel.

Wanneer de aanbestedende instanties besluiten één opdracht te plaatsen, is deze richtlijn, tenzij in artikel 25 anders is bepaald, van toepassing op de daaruit voortvloeiende gemengde opdracht, ongeacht de waarde van de onderdelen die anders onder een verschillend juridisch kader zouden vallen, en ongeacht het juridisch kader dat anders voor die onderdelen had gegolden.

In het geval van gemengde opdrachten die elementen van opdrachten voor leveringen, werken en diensten en van concessies bevatten, wordt de gemengde opdracht derhalve geplaatst overeenkomstig deze richtlijn, mits de geraamde waarde van het deel van de opdracht dat een opdracht vormt die onder deze richtlijn valt, berekend overeenkomstig artikel 16, ten minste gelijk is aan de toepasselijke bij artikel 15 vastgestelde drempel.

5.  Indien de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, wordt het toepasselijk juridisch kader bepaald door het hoofdvoorwerp van die opdracht.

Artikel 6

Aanbestedingen voor verschillende activiteiten

1.  De aanbestedende instanties kunnen, in het geval van opdrachten die voor verschillende activiteiten moeten gelden, besluiten per afzonderlijke activiteit afzonderlijke opdrachten te gunnen of één enkele opdracht te gunnen. Wanneer de aanbestedende instanties besluiten afzonderlijke opdrachten te gunnen, wordt het besluit betreffende de regels die voor elk van de afzonderlijke opdrachten moeten gelden, genomen op grond van de kenmerken van het betrokken deel.

Niettegenstaande artikel 5 zijn, wanneer de aanbestedende instanties besluiten één enkele opdracht te gunnen, de leden 2 en 3 van dit artikel van toepassing. Wanneer een van de betrokken activiteiten evenwel onder artikel 346 VWEU of Richtlijn 2009/81/EG valt, is artikel 26 van deze verordening van toepassing.

De keuze tussen de gunning van één opdracht of van verschillende afzonderlijke opdrachten mag echter niet tot doel hebben de opdracht(en) buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn of, in voorkomend geval, van Richtlijn 2014/24/EU dan wel Richtlijn 2014/23/EU inzake concessieovereenkomsten te laten vallen.

2.  Een opdracht voor meerdere activiteiten volgt de voorschriften die van toepassing zijn op de activiteit waarvoor de opdracht in hoofdzaak is bestemd.

3.  In het geval van opdrachten waarbij niet objectief vast te stellen is voor welke activiteit de opdracht in hoofdzaak bedoeld is, worden de toepasselijke regels bepaald overeenkomstig de punten a), b) en c):

a) 

de opdracht wordt overeenkomstig Richtlijn 2014/24/EU gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder deze richtlijn valt en de andere activiteit onder Richtlijn 2014/24/EU;

b) 

de opdracht wordt overeenkomstig de onderhavige richtlijn gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder de onderhavige richtlijn valt en de andere activiteit of activiteiten onder Richtlijn 2014/23/EU;

c) 

de opdracht wordt overeenkomstig de onderhavige richtlijn gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder de onderhavige richtlijn valt en de andere activiteit noch onder de onderhavige richtlijn, noch onder Richtlijn 2014/24/EU, noch onder Richtlijn 2014/23/EU valt.



HOOFDSTUK II

Activiteiten

Artikel 7

Gemeenschappelijke bepalingen

Voor de toepassing van de artikelen 8, 9 en 10, omvat toevoer opwekking/productie en groothandel en kleinhandel.

De productie van gas in de vorm van winning valt echter onder artikel 14.

Artikel 8

Gas en warmte

1.  Met betrekking tot gas en warmte is deze richtlijn van toepassing op de volgende activiteiten:

a) 

de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van gas of warmte;

b) 

de gas- of warmtetoevoer naar deze netten.

2.  De toevoer, door een andere aanbestedende instantie dan een aanbestedende dienst, van gas of warmte naar vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening, wordt niet als een in lid 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

de productie van gas of warmte door die aanbestedende instantie is het onvermijdelijke resultaat van de uitoefening van een andere activiteit dan de in lid 1 van dit artikel of in de artikelen 9 tot en met 11 bedoelde activiteiten;

b) 

de toevoer aan het openbare net heeft uitsluitend tot doel deze productie op economisch verantwoorde wijze te exploiteren en vormt ten hoogste 20 % van de omzet van de aanbestedende instantie berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.

Artikel 9

Elektriciteit

1.  Met betrekking tot elektriciteit is deze richtlijn van toepassing op de volgende activiteiten:

a) 

de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van elektriciteit;

b) 

de elektriciteitstoevoer naar deze netten.

2.  De toevoer, door een andere aanbestedende instantie dan een aanbestedende dienst, van elektriciteit naar netten bestemd voor openbare dienstverlening, wordt niet als een in lid 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) 

de elektriciteitsproductie door die aanbestedende instantie vindt plaats omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit dan de in lid 1 van dit artikel of artikel 8, 10 en 11 bedoelde activiteiten;

b) 

de toevoer aan het openbare net hangt slechts van het eigen verbruik van die aanbestedende instantie af en was nooit hoger dan 30 % van de totale energieproductie van die aanbestedende instantie berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaar, met inbegrip van het lopende jaar.

Artikel 10

Water

1.  Waar het water betreft, is deze richtlijn van toepassing op de volgende activiteiten:

a) 

de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van drinkwater;

b) 

de drinkwatertoevoer naar deze netten.

2.  Deze richtlijn is tevens van toepassing op opdrachten die gegund worden of prijsvragen die georganiseerd worden door aanbestedende instanties welke een activiteit in de zin van lid 1 uitoefenen en welke verband houden met:

a) 

waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of drainage voor zover de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water groter is dan 20 % van de totale hoeveelheid water die door middel van deze projecten of deze bevloeiings- of drainage-installaties ter beschikking wordt gesteld;

b) 

de afvoer of behandeling van afvalwater.

3.  De toevoer, door een andere aanbestedende instantie dan een aanbestedende dienst, van drinkwater naar vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening wordt niet als een in lid 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) 

de productie van drinkwater door die aanbestedende instantie vindt plaats omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit dan de in de artikelen 8 tot en met 11 bedoelde activiteiten;

b) 

de toevoer aan het openbare net hangt slechts af van het eigen verbruik van die aanbestedende instantie en was nooit hoger dan 30 % van de totale drinkwaterproductie van die aanbestedende instantie berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaar, met inbegrip van het lopende jaar.

Artikel 11

Vervoersdiensten

Deze richtlijn is van toepassing op activiteiten die het ter beschikking stellen of exploiteren van netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus, autobus of kabelbaan beogen.

Ten aanzien van vervoersdiensten wordt een net geacht te bestaan wanneer de dienst wordt verleend onder door een bevoegde instantie van een lidstaat gestelde exploitatievoorwaarden, zoals de te volgen routes, de beschikbaar te stellen capaciteit of de frequentie van de dienst.

Artikel 12

Havens en luchthavens

Deze richtlijn is van toepassing op activiteiten die de exploitatie van een geografisch gebied beogen ten behoeve van de terbeschikkingstelling aan lucht-, zee- of riviervervoerders van luchthaven-, zeehaven-, binnenhaven- of andere terminalfaciliteiten.

Artikel 13

Postdiensten

1.  Deze richtlijn is van toepassing op activiteiten met betrekking tot het aanbieden van:

a) 

postdiensten;

b) 

andere diensten dan postdiensten, op voorwaarde dat deze diensten worden aangeboden door een entiteit die ook postdiensten in de zin van lid 2, onder b), van dit artikel aanbiedt, en dat met betrekking tot de onder lid 2, onder b), van dit artikel, vallende diensten niet is voldaan aan de in artikel 34, lid 1, genoemde voorwaarden.

2.  In dit artikel en onverminderd Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ) wordt verstaan onder:

a)

„postzending” : geadresseerde zending in de definitieve vorm waarin zij moet worden verstuurd, ongeacht het gewicht. Naast brievenpost worden bijvoorbeeld als postzending aangemerkt: boeken, catalogi, kranten, tijdschriften en postpakketten die producten met of zonder handelswaarde bevatten, ongeacht het gewicht;

b)

„postdiensten” : diensten die bestaan in het ophalen, sorteren, vervoeren en bestellen van postzendingen. Deze diensten omvatten zowel diensten die binnen als diensten die buiten het toepassingsgebied van de overeenkomstig Richtlijn 97/67/EG ingestelde universele dienst vallen;

c)

„andere diensten dan postdiensten” :

diensten die op de volgende gebieden worden geleverd:

i) 

beheer van postdiensten (diensten die zowel voor als na de zending worden verricht, inclusief „mailroom management services”);

ii) 

diensten die betrekking hebben op niet onder a) vallende postzendingen, zoals niet-geadresseerde direct mail.

Artikel 14

Winning van aardolie en gas en exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen

Deze richtlijn is van toepassing op activiteiten die de exploitatie van een geografisch gebied beogen ten behoeve van:

a) 

de winning van olie of gas;

b) 

de exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen.



HOOFDSTUK III

Materieel toepassingsgebied



Afdeling 1

Drempels

Artikel 15

Drempelbedragen

Deze richtlijn is van toepassing op opdrachten die niet zijn uitgesloten krachtens de in de artikelen 18 tot en met 23 en in artikel 34 bedoelde uitsluitingsgronden met betrekking tot de uitoefening van de betrokken activiteit, en waarvan de geraamde waarde exclusief belasting over de toegevoegde waarde (btw) gelijk is aan of groter dan de volgende drempelbedragen:

a) 

►M3  428 000 EUR ◄ voor opdrachten voor leveringen en diensten alsmede voor prijsvragen;

b) 

►M3  5 350 000 EUR ◄ voor opdrachten voor werken;

c) 

1 000 000 EUR voor opdrachten voor sociale diensten en andere specifieke diensten als vermeld in bijlage XVII.

Artikel 16

Methoden voor de berekening van de geraamde waarde van een opdracht

1.  De berekening van de geraamde waarde van een opdracht is gebaseerd op het totale bedrag, exclusief btw, zoals geraamd door de aanbestedende instantie, met inbegrip van de eventuele opties en eventuele verlengingen van de opdrachten zoals uitdrukkelijk vermeld in de aanbestedingsstukken.

Ingeval de aanbestedende instantie voorziet in prijzengeld of betalingen aan gegadigden of inschrijvers, berekent hij deze door in de geraamde waarde van de aanbesteding.

2.  Indien een aanbestedende instantie uit afzonderlijke operationele eenheden bestaat, wordt de geraamde totale waarde van deze eenheden in beschouwing genomen

Niettegenstaande de eerste alinea kunnen, indien een afzonderlijke operationele eenheid zelf verantwoordelijk is voor zijn aanbestedingen of bepaalde categorieën daarvan, de waarden op het niveau van elke operationele eenheid worden geraamd.

3.  De keuze van de methode voor de berekening van de geraamde waarde van een aanbesteding mag niet bedoeld zijn om de opdracht buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn te houden. Eén opdracht mag derhalve niet worden gesplitst om deze buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn te laten, tenzij objectieve redenen dit rechtvaardigen.

4.  Deze geraamde waarde is geldig op het tijdstip waarop de oproep tot mededinging wordt verzonden of, in gevallen waarin niet in een dergelijke oproep tot mededinging is voorzien, op het tijdstip waarop de aanbestedingsprocedure voor de aanbestedende instantie aanvangt, bijvoorbeeld, in voorkomend geval, wanneer contact wordt gezocht met ondernemers in verband met de aanbesteding.

5.  In het geval van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem moet worden uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief btw, van alle voor de totale duur van de overeenkomst of van het systeem voorgenomen opdrachten.

6.  In het geval van innovatiepartnerschappen moet worden uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief btw, van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten die zullen plaatsvinden in alle stadia van het voorgenomen partnerschap alsmede van de werken, leveringen of diensten die aan het einde van het voorgenomen partnerschap zullen worden ontwikkeld en verworven.

7.  Voor de toepassing van artikel 15 houdt de aanbestedende instantie bij de bepaling van de geraamde waarde van een opdracht voor de uitvoering van werken rekening met de waarde van het werk en met de totale geraamde waarde van alle leveringen of diensten die door de aanbestedende dienst ter beschikking van de ondernemer zijn gesteld, mits zij noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werken.

8.  Indien een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten aanleiding kan geven tot opdrachten die in afzonderlijke percelen worden geplaatst, wordt de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag genomen.

Wanneer de samengetelde waarde van de percelen gelijk is aan of groter is dan het in artikel 15 bepaalde drempelbedrag, is deze richtlijn van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

9.  Wanneer een voorgenomen verkrijging van soortgelijke leveringen aanleiding kan geven tot opdrachten die in afzonderlijke percelen worden gegund, wordt de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag genomen voor de toepassing van artikel 15, eerste alinea, onder b) en c).

Wanneer de samengetelde waarde van de percelen gelijk is aan of groter is dan het in artikel 15 bepaalde drempelbedrag, is deze richtlijn van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

10.  Niettegenstaande de leden 8 en 9, kunnen aanbestedende instanties opdrachten voor afzonderlijke percelen plaatsen zonder de in deze richtlijn bedoelde procedures toe te passen, mits de geraamde waarde, exclusief btw, van het betrokken perceel kleiner is dan 80 000 EUR voor leveringen of diensten of 1 miljoen EUR voor werken. De samengetelde waarde van de aldus zonder toepassing van deze richtlijn gegunde percelen mag echter niet meer bedragen dan 20 % van de samengetelde waarde van alle percelen waarin het voorgenomen werk, de voorgenomen verwerving van soortgelijke leveringen of de voorgenomen aankoop van diensten is verdeeld.

11.  In het geval van opdrachten voor leveringen of diensten die met een zekere regelmaat worden verleend of die bestemd zijn om binnen een bepaalde termijn te worden hernieuwd, wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen:

a) 

de totale reële waarde van de soortgelijke opeenvolgende opdrachten die zijn gegund gedurende de voorafgaande twaalf maanden of het voorafgaande boekjaar, indien mogelijk gecorrigeerd voor eventuele wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de twaalf maanden volgende op de eerste opdracht;

b) 

of de totale geraamde waarde van de opeenvolgende opdrachten die gegund zijn gedurende de twaalf maanden volgende op de eerste levering, of gedurende het boekjaar, indien dit zich over meer dan twaalf maanden uitstrekt.

12.  In het geval van opdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huur, of huurkoop van producten wordt de waarde van de opdracht op de volgende grondslag geraamd:

a) 

bij opdrachten met een vaste looptijd, de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd wanneer die ten hoogste twaalf maanden bedraagt, dan wel de totale waarde wanneer de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt, met inbegrip van de geraamde restwaarde;

b) 

bij opdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.

13.  In het geval van opdrachten voor diensten wordt de geraamde waarde van de opdracht in voorkomend geval op de volgende grondslag berekend:

a) 

verzekeringsdiensten: de te betalen premie en andere vormen van beloning;

b) 

bankdiensten en andere financiële diensten: te betalen honoraria, provisies en rente, alsmede andere vormen van beloning;

c) 

opdrachten betreffende een ontwerp: te betalen honoraria, provisies en andere vormen van vergoeding.

14.  In het geval van opdrachten voor diensten waarvoor geen totale prijs is vastgesteld, geldt voor het geraamde bedrag van de opdracht de volgende berekeningsgrondslag:

a) 

bij opdrachten met een vaste looptijd die gelijk is aan of korter is dan 48 maanden: de totale waarde voor de gehele looptijd;

b) 

bij opdrachten voor onbepaalde tijd of waarvan de looptijd langer is dan 48 maanden: de maandelijkse waarde vermenigvuldigd met 48.

Artikel 17

Herziening van de drempels

1.  Vanaf 30 juni 2013 controleert de Commissie om de twee jaar of de in artikel 15, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde drempels overeenstemmen met de in de Overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie inzake overheidsopdrachten („de GPA-overeenkomst”) vastgestelde drempels en herziet zij die drempels indien nodig, overeenkomstig dit artikel.

Overeenkomstig de in de GPA-overeenkomst vastgestelde berekeningsmethode berekent de Commissie de waarde van deze drempels op basis van de gemiddelde dagwaarde van de euro uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten over een periode van 24 maanden die eindigt op de 31e augustus voorafgaande aan de datum van 1 januari waarop de herziening ingaat. De waarde van de aldus herziene drempels wordt, indien nodig, naar beneden afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van duizend euro om ervoor te zorgen dat de krachtens de GPA-overeenkomst geldende drempels, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, worden nageleefd.

2.  Vanaf 1 januari 2014 bepaalt de Commissie om de twee jaar de waarde in de nationale valuta van de lidstaten die niet de euro als munt hebben, van de in artikel 15, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde drempels, die overeenkomstig lid 1 van dit artikel zijn herzien.

Tegelijkertijd bepaalt de Commissie de waarde van de in artikel 15, eerste alinea, onder c), bedoelde drempel in de nationale valuta van de lidstaten die niet de euro als munt hebben.

Volgens de in de GPA-overeenkomst vastgestelde berekeningsmethode worden deze waarden vastgesteld op basis van de gemiddelde dagwaarde van deze valuta, overeenstemmend met de toepasselijke drempel uitgedrukt in euro over een periode van 24 maanden die eindigt op de 31e augustus voorafgaande aan de herziening die op 1 januari ingaat.

3.  De Commissie maakt de in lid 1 bedoelde herziene drempels, hun tegenwaarde in de nationale valuta, bedoeld in lid 2, eerste alinea, en de waarde vastgesteld overeenkomstig lid 2, tweede alinea, bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie aan het begin van de maand november volgend op de herziening ervan.

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 103 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in lid 1, tweede alinea, van dit artikel vastgestelde methode aan te passen aan elke verandering van de in de GPA-overeenkomst vastgestelde methode voor de herziening van de in artikel 15, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde drempels en voor de vaststelling van de corresponderende bedragen in de nationale valuta van de lidstaten die niet de euro als munt hebben, als bedoeld in lid 2.

De Commissie is tevens bevoegd overeenkomstig artikel 103 gedelegeerde handelingen vast te stellen om indien nodig de in artikel 15, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde drempels te herzien.

5.  Indien dit ingeval de in artikel 15, eerste alinea, onder a) en b), genoemde drempels moeten worden herzien en wegens tijdsdruk de in artikel 103 beschreven procedure niet kan worden gevolgd, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 104 neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig de tweede alinea van lid 4 van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.



Afdeling 2

Uitgesloten opdrachten en prijsvragen; speciale bepalingen voor aanbestedingen waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn



Onderafdeling 1

Uitsluitingen die van toepassing zijn op alle aanbestedende instanties en bijzondere uitsluitingen voor de sectoren water- en energievoorziening

Artikel 18

Opdrachten voor wederverkoop of verhuur aan derden

1.  Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten die zijn gegund voor wederverkoop of verhuur aan derden, indien de aanbestedende instantie geen bijzondere of uitsluitende rechten bezit om het voorwerp van deze opdrachten te verkopen of te verhuren en andere diensten vrij zijn om dit voorwerp te verkopen of te verhuren onder dezelfde voorwaarden als de aanbestedende dienst.

2.  De aanbestedende instanties doen de Commissie desgevraagd mededeling van alle categorieën producten en activiteiten die zij ingevolge lid 1 als uitgesloten beschouwen. De Commissie kan periodiek ter informatie de lijsten in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendmaken van de categorieën producten en activiteiten die volgens haar onder deze uitsluiting vallen. Daarbij houdt de Commissie rekening met alle gevoelige commerciële aspecten waarop de aanbestedende instanties eventueel wijzen bij het verstrekken van informatie.

Artikel 19

Opdrachten en prijsvragen voor andere doeleinden dan de uitoefening van een onder deze richtlijn vallende activiteit of voor de uitoefening van een dergelijke activiteit in een derde land

1.  Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten die de aanbestedende instanties gunnen voor andere doeleinden dan de uitoefening van hun activiteiten als bedoeld in de artikelen 8 tot en met 14 of voor de uitoefening van deze activiteiten in een derde land, in omstandigheden waarbij er geen sprake is van fysieke exploitatie van een net of van een geografisch gebied binnen de Unie, en is evenmin van toepassing op prijsvragen die met dat doel worden georganiseerd.

2.  De aanbestedende instanties doen de Commissie desgevraagd mededeling van elke activiteit die zij ingevolge lid 1 als uitgesloten beschouwen. De Commissie kan periodiek ter informatie de lijsten in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendmaken van de categorieën producten en activiteiten die volgens haar onder deze uitsluiting vallen. Daarbij houdt de Commissie rekening met alle gevoelige commerciële aspecten waarop de waarop de aanbestedende instanties eventueel wijzen bij het verstrekken van informatie.

Artikel 20

Opdrachten en prijsvragen op grond van internationale voorschriften

1.  Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten of prijsvragen die de aanbestedende instantie verplicht is te plaatsen of uit te schrijven overeenkomstig andere aanbestedingsprocedures dan die van deze richtlijn, en waarin voorzien is bij:

a) 

een juridisch instrument dat internationaalrechtelijke verplichtingen creëert, zoals een overeenkomstig de Verdragen tot stand gekomen internationale overeenkomst of regeling tussen een lidstaat en één of meer derde landen of deelgebieden daarvan met betrekking tot werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor de gezamenlijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten;

b) 

een internationale organisatie.

Alle juridische instrumenten bedoeld in de eerste alinea, onder a), van dit lid worden door de lidstaten gemeld aan de Commissie, die het in artikel 105 genoemde Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten kan raadplegen.

2.  Opdrachten en prijsvragen die door de aanbestedende instantie volgens de aanbestedingsregels van een internationale organisatie of een internationale financiële instelling worden geplaatst of uitgeschreven, vallen niet onder deze richtlijn indien ze volledig door deze organisatie of instelling worden gefinancierd; in het geval van opdrachten of prijsvragen die voor het grootste deel mede door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling worden gefinancierd, komen de partijen overeen welke aanbestedingsprocedures worden toegepast.

3.  Artikel 27 is van toepassing op opdrachten en prijsvragen waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn en die overeenkomstig internationale regels worden geplaatst of uitgeschreven. De leden 1 en 2 van dit artikel zijn niet van toepassing op deze opdrachten en prijsvragen.

Artikel 21

Specifieke uitsluitingen voor opdrachten voor diensten

Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten voor diensten betreffende:

a) 

de verwerving of huur, ongeacht de financiële voorwaarden, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende de rechten hierop;

b) 

arbitrage- en bemiddelingsdiensten;

c) 

een van de hierna genoemde rechtskundige diensten:

i) 

vertegenwoordiging in rechte van een cliënt door een advocaat in de zin van artikel 1 van Richtlijn 77/249/EEG van de Raad ( 3 ):

— 
in een arbitrage- of bemiddelingsprocedure in een lidstaat, een derde land of voor een internationale arbitrage- of bemiddelingsinstantie, of
— 
in gerechtelijke procedures voor een rechter of overheidsinstantie van een lidstaat of een derde land of voor een internationale rechter of instantie;
ii) 

juridisch advies dat wordt gegeven ter voorbereiding van de procedures als bedoeld onder i) van dit punt, of indien er concrete aanwijzingen zijn en er een grote kans bestaat dat over de kwestie waarop het advies betrekking heeft, een dergelijke procedure zal worden gevoerd, mits het advies door een advocaat is gegeven in de zin van artikel 1 van Richtlijn 77/249/EEG;

iii) 

de door een notaris te verlenen certificatie- en authenticatiediensten;

iv) 

juridische dienstverlening door trustees of aangestelde curatoren, en andere juridische dienstverlening waarvan de aanbieders zijn aangewezen door een rechterlijke instantie van de betrokken lidstaat of bij wet zijn aangewezen voor het verrichten van specifieke taken onder het toezicht van deze rechterlijke instanties;

v) 

andere rechtskundige diensten die in de betrokken lidstaat al dan niet incidenteel verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag;

d) 

financiële diensten betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop of de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten, in de zin van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ), en operaties die in het kader van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees stabiliteitsmechanisme worden uitgevoerd;

e) 

leningen, al dan niet in samenhang met de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten;

f) 

arbeidsovereenkomsten;

g) 

openbaar personenvervoer per trein of metro;

h) 

diensten inzake civiele verdediging, civiele bescherming en risicopreventie die worden verleend door non-profitorganisaties en -verenigingen en onder de volgende CPV-codes vallen: 75250000-3, 75251000-0, 75251100-1, 75251110-4, 75251120-7, 75252000-7, 75222000-8; 98113100-9; en 85143000-3 behalve ziekenvervoer per ambulance;

i) 

opdrachten voor zendtijd of voor levering van programma’s die aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten of van radiodiensten worden gegund. In dit punt wordt onder „aanbieder van mediadiensten” hetzelfde verstaan als in artikel 1, lid 1, onder d), van Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 5 ). Onder „programma” wordt hetzelfde verstaan als in artikel 1, lid 1, onder b), van die richtlijn, maar het begrip omvat daarnaast radioprogramma’s en radioprogrammamateriaal. Voorts wordt in deze bepaling onder „programmamateriaal” hetzelfde verstaan als onder „programma”.

Artikel 22

Op basis van een alleenrecht gegunde opdrachten voor diensten

Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten voor diensten die worden gegund aan een instantie die zelf een aanbestedende dienst is of aan een samenwerkingsverband van aanbestedende diensten op basis van een alleenrecht dat deze uit hoofde van met het VWEU verenigbare, wettelijke of bekendgemaakte bestuursrechtelijke bepalingen genieten.

Artikel 23

Door bepaalde aanbestedende instanties gegunde opdrachten voor de aankoop van water en voor de levering van energie of brandstoffen, bestemd voor de opwekking van energie

Deze richtlijn is niet van toepassing op:

a) 

opdrachten voor de aankoop van water, gegund door aanbestedende instanties die betrokken zijn bij een of beide van de activiteiten betreffende drinkwater als bedoeld in artikel 10, lid 1;

b) 

opdrachten van aanbestedende instanties die zelf werkzaam zijn in de energiesector doordat zij betrokken zijn bij een activiteit als bedoeld in artikel 8, lid 1, artikel 9, lid 1, of artikel 14 voor de levering van:

i) 

energie;

ii) 

brandstoffen voor de opwekking van energie.



Onderafdeling 2

Aanbestedingen waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn

Artikel 24

Defensie en veiligheid

1.  In het geval van opdrachten geplaatst en prijsvragen uitgeschreven op het gebied van defensie en veiligheid is deze richtlijn niet van toepassing op:

a) 

opdrachten die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/81/EG vallen;

b) 

opdrachten waarop Richtlijn 2009/81/EG krachtens de artikelen 8, 12 en 13 daarvan niet van toepassing is.

2.  Deze richtlijn is niet van toepassing op openbare opdrachten en prijsvragen die niet anderszins op grond van lid 1 zijn uitgezonderd, voor zover de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van een lidstaat niet kan worden gewaarborgd door minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld door eisen te stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die de aanbestedende dienst in een aanbestedingsprocedure overeenkomstig deze richtlijn beschikbaar stelt.

Voorts is deze richtlijn overeenkomstig artikel 346, lid 1, onder a), VWEU niet van toepassing op opdrachten en prijsvragen die niet anderszins op grond van lid 1 van dit artikel zijn uitgezonderd, voor zover de toepassing van deze richtlijn een lidstaat ertoe zou verplichten informatie ter beschikking te stellen waarvan hij de openbaarmaking in strijd acht met zijn essentiële veiligheidsbelangen.

3.  Wanneer de aanbesteding en de uitvoering van de opdracht of prijsvraag geheim zijn verklaard of overeenkomstig de in een lidstaat geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen gepaard moeten gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, is deze richtlijn niet van toepassing, indien die lidstaat heeft besloten dat de essentiële belangen niet kunnen worden gewaarborgd met minder ingrijpende maatregelen, zoals die als bedoeld in lid 2.

Artikel 25

Gemengde opdrachten die op dezelfde activiteit betrekking hebben en waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn

1.  Voor gemengde opdrachten die betrekking hebben op dezelfde activiteit en bestaan in opdrachten die onder deze richtlijn vallen, en voor opdrachten of andere elementen die onder artikel 346 VWEU of Richtlijn 2009/81/EG vallen, is dit artikel van toepassing.

2.  Indien de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kunnen de aanbestedende instanties besluiten voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te gunnen of één algemene opdracht te gunnen.

Wanneer de aanbestedende instanties besluiten voor afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt het besluit welke wettelijke regeling op elk van deze afzonderlijke opdrachten van toepassing is, genomen op grond van de kenmerken van het betreffende afzonderlijke onderdeel.

Wanneer de aanbestedende instanties besluiten één algemene opdracht te plaatsen, gelden voor het bepalen van de toepasselijke wettelijke regeling de volgende criteria:

a) 

wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht onder artikel 346 VWEU valt, kan de opdracht worden gegund zonder toepassing van deze richtlijn, mits de gunning van één enkele opdracht op objectieve gronden gerechtvaardigd is;

b) 

wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht onder Richtlijn 2009/81/EG valt, kan de opdracht overeenkomstig die richtlijn worden gegund, mits de gunning van één algemene opdracht op objectieve gronden gerechtvaardigd is. Dit punt laat de drempels en uitzonderingen van die richtlijn onverlet.

Het besluit één algemene opdracht te plaatsen is evenwel niet bedoeld om opdrachten uit te zonderen van de toepassing van deze richtlijn of Richtlijn 2009/81/EG.

3.  Lid 2, derde alinea, onder a), is van toepassing op gemengde opdrachten waarop in andere gevallen zowel punt a) als punt b) van die alinea, van toepassing zouden kunnen zijn.

4.  Indien de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, kan de opdracht worden gegund zonder toepassing van deze richtlijn indien zij elementen bevat waarop artikel 346 VWEU van toepassing is; in andere gevallen kan zij overeenkomstig Richtlijn 2009/81/EG worden gegund.

Artikel 26

Opdrachten die op verschillende activiteiten betrekking hebben en waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn

1.  De aanbestedende instanties kunnen, in het geval van opdrachten die voor verschillende activiteiten moeten gelden, besluiten per afzonderlijke activiteit afzonderlijke opdrachten te gunnen of één enkele opdracht te plaatsen. Wanneer de aanbestedende instanties besluiten voor onderscheiden onderdelen afzonderlijke opdrachten te gunnen, wordt het besluit welke wettelijke regeling op elk van deze afzonderlijke opdrachten van toepassing is, genomen op grond van de kenmerken van de betrokken afzonderlijke activiteit.

Wanneer de aanbestedende instanties besluiten één enkele opdracht te gunnen, is lid 2 van dit artikel van toepassing. De keuze tussen de gunning van één opdracht voor meerdere activiteiten of van verschillende afzonderlijke opdrachten mag niet bedoeld zijn om de opdracht(en) uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze richtlijn of van Richtlijn 2009/81/EG.

2.  Voor opdrachten die bedoeld zijn voor een activiteit die valt onder deze richtlijn en voor een andere die:

a) 

valt onder Richtlijn 2009/81/EG, of

b) 

valt onder artikel 346 VWEU,

kan de opdracht worden gegund in overeenstemming met Richtlijn 2009/81/EG, in de in de eerste alinea, onder a), genoemde gevallen, en kan de opdracht zonder toepassing van deze richtlijn worden gegund in de onder b) genoemde gevallen. Deze alinea laat de drempels en uitzonderingen van Richtlijn 2009/81/EG onverlet.

Opdrachten als bedoeld in de eerste alinea, onder a), die daarnaast aanbestedingen of andere elementen bevatten waarop artikel 346 VWEU van toepassing is, kunnen worden gegund zonder toepassing van deze richtlijn.

Voor de toepassing van de eerste en de tweede alinea geldt evenwel als voorwaarde dat de gunning van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd moet zijn en het besluit om één enkele opdracht te gunnen niet tot doel heeft opdrachten van de toepassing van de onderhavige richtlijn uit te zonderen.

Artikel 27

Opdrachten en prijsvragen waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn en die overeenkomstig internationale regels worden gegund of uitgeschreven

1.  Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten of prijsvragen waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn, die de aanbestedende instantie verplicht is te gunnen of uit te schrijven overeenkomstig andere aanbestedingsprocedures dan die van deze richtlijn, en waarin is voorzien bij:

a) 

een overeenkomstig de Verdragen tot stand gekomen internationale overeenkomst of regeling tussen een lidstaat en één of meer derde landen of deelgebieden daarvan met betrekking tot werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor de gezamenlijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten;

b) 

een internationale overeenkomst of regeling betreffende de legering van strijdkrachten die betrekking heeft op ondernemingen in een lidstaat of in een derde land;

c) 

een internationale organisatie.

Alle overeenkomsten of regelingen, bedoeld in de eerste alinea, onder a), van dit lid, worden gemeld aan de Commissie, die het in artikel 105 genoemde Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten kan raadplegen.

2.  Opdrachten en prijsvragen waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn, die door de aanbestedende instantie volgens de aanbestedingsregels van een internationale organisatie of internationale financiële instelling worden gegund, vallen niet onder deze richtlijn indien ze volledig door deze organisatie of instelling worden gefinancierd. In het geval van opdrachten of prijsvragen die voor het grootste deel mede door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling worden gefinancierd, komen de partijen overeen welke aanbestedingsprocedures worden toegepast.



Onderafdeling 3

Bijzondere betrekkingen (samenwerking, verbonden ondernemingen en gezamenlijke ondernemingen)

Artikel 28

Opdrachten van de ene aanbestedende dienst aan de andere

1.  Een opdracht die door een aanbestedende dienst aan een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon wordt gegund, valt buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

de aanbestedende dienst oefent op die rechtspersoon toezicht uit zoals op zijn eigen diensten;

b) 

meer dan 80 % van de activiteiten van de gecontroleerde rechtspersoon wordt verricht ter uitvoering van taken die hem zijn opgedragen door de controlerende aanbestedende dienst of door andere rechtspersonen die door die aanbestedende dienst worden gecontroleerd;

c) 

er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens nationale wet- en regelgeving, in overeenstemming met de Verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.

Een aanbestedende dienst wordt geacht op een rechtspersoon toezicht zoals op zijn eigen diensten uit te oefenen in de zin van de eerste alinea, onder a), indien hij zowel op strategische doelstellingen als op belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent. Zulk toezicht kan ook worden uitgeoefend door een andere rechtspersoon, die zelf op eendere wijze door de aanbestedende dienst wordt gecontroleerd.

2.  Lid 1 is eveneens van toepassing wanneer een gecontroleerde rechtspersoon die een aanbestedende dienst is, een opdracht gunt aan zijn aanbestedende dienst of aan een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende dienst wordt gecontroleerd, mits er geen directe participatie van privékapitaal is in de rechtspersoon aan wie de overheidsopdracht wordt gegund, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wet- en regelgeving, in overeenstemming met de Verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.

3.  Een aanbestedende dienst die geen toezicht op een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon uitoefent in de zin van lid 1, kan niettemin zonder deze richtlijn toe te passen een opdracht aan die rechtspersoon gunnen wanneer aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

de aanbestedende dienst oefent samen met andere aanbestedende diensten op die rechtspersoon toezicht uit zoals op hun eigen diensten;

b) 

meer dan 80 % van de activiteiten van die rechtspersoon wordt verricht ter uitvoering van taken die hem zijn opgedragen door de controlerende aanbestedende dienst of door andere rechtspersonen die door die aanbestedende dienst worden gecontroleerd, en

c) 

er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wet- en regelgeving, in overeenstemming met de Verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder a), worden aanbestedende diensten geacht gezamenlijk toezicht uit oefenen op een rechtspersoon wanneer aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

i) 

de besluitvormingsorganen van de gecontroleerde rechtspersoon zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle deelnemende aanbestedende diensten; individuele vertegenwoordigers kunnen verscheidene of alle deelnemende aanbestedende diensten vertegenwoordigen;

ii) 

deze aanbestedende diensten zijn in staat gezamenlijk beslissende invloed uit te oefenen op de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon, en

iii) 

de gecontroleerde rechtspersoon streeft geen belangen na die in strijd zijn met de belangen van de controlerende aanbestedende diensten.

4.  Een opdracht die uitsluitend tussen twee of meer aanbestedende diensten wordt gegund, valt buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn wanneer aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

de opdracht brengt een samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende diensten tot stand of geeft er invulling aan, teneinde ervoor te zorgen dat de openbare diensten die zij moeten verlenen, worden verricht met het oog op de verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen;

b) 

de invulling van die samenwerking berust uitsluitend op overwegingen in verband met het openbaar belang, en

c) 

de deelnemende aanbestedende diensten nemen op de open markt minder dan 20 % van de onder die samenwerking vallende activiteiten voor hun rekening.

5.  Het percentage van de activiteiten als bedoeld in lid 1, eerste alinea, onder b), lid 3, eerste alinea, onder b), en lid 4, eerste alinea, onder c), wordt bepaald op grond van de gemiddelde totale omzet, of een geschikte alternatieve op activiteiten gebaseerde maatstaf, zoals de kosten die de betrokken rechtspersoon voor de diensten, leveringen en werken in de drie jaar voorafgaand aan de gunning van de opdracht heeft gemaakt.

Wanneer in verband met de datum van oprichting of aanvang van de bedrijfsactiviteiten van die rechtspersoon of in verband met een reorganisatie van zijn activiteiten, de omzet of de alternatieve op activiteiten gebaseerde maatstaf, zoals de kosten, over de laatste drie jaar niet beschikbaar of niet langer relevant is, volstaat het, met name door bedrijfsprognoses, aan te tonen dat de meting van de activiteit aannemelijk is.

Artikel 29

Opdrachten gegund aan een verbonden onderneming

1.  In dit artikel wordt onder „verbonden onderneming” verstaan elke onderneming waarvan de jaarrekening geconsolideerd is met die van de aanbestedende instantie overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2013/34/EU.

2.  Indien het instanties betreft die volgens Richtlijn 2013/34/EU niet onder die richtlijn vallen, wordt onder „verbonden onderneming” verstaan, elke onderneming die:

a) 

al dan niet rechtstreeks onderworpen kan zijn aan een overheersende invloed van de aanbestedende instantie;

b) 

die een overheersende invloed op de aanbestedende instantie kan uitoefenen, of

c) 

die gezamenlijk met de aanbestedende instantie aan de overheersende invloed van een andere onderneming is onderworpen uit hoofde van eigendom, financiële deelname of de op de onderneming van toepassing zijnde voorschriften.

Voor de toepassing van dit lid heeft „overheersende invloed” dezelfde betekenis als in artikel 4, lid 2, tweede alinea.

3.  Niettegenstaande artikel 28 en mits aan de voorwaarden van lid 4 van dit artikel wordt voldaan, is deze richtlijn niet van toepassing op opdrachten:

a) 

die een aanbestedende instantie aan een met hem verbonden onderneming gunt;

b) 

die een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit meerdere aanbestedende instanties, voor de uitoefening van de in de artikelen 8 tot en met 14 bedoelde activiteiten aan een met een van deze aanbestedende instanties verbonden onderneming gunt.

4.  Lid 3 is van toepassing:

a) 

op opdrachten voor diensten, mits ten minste 80 % van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle diensten die zij de laatste drie jaar heeft verleend, afkomstig is van het verlenen van diensten aan de aanbestedende instantie of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is;

b) 

op opdrachten voor leveringen, mits ten minste 80 % van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle leveringen die zij de laatste drie jaar heeft verricht, afkomstig is van het verrichten van leveringen aan de aanbestedende instantie of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is;

c) 

op opdrachten voor werken, mits ten minste 80 % van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle werken die zij de laatste drie jaar heeft verricht, afkomstig is van het verrichten van werken voor de aanbestedende instantie of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is.

5.  Wanneer in verband met de datum van oprichting of aanvang van de bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming de omzet over de afgelopen drie jaar niet beschikbaar is, volstaat het dat deze onderneming, met name door bedrijfsprognoses, aantoont dat de in lid 4, onder a), b) of c), bedoelde omzet aannemelijk is.

6.  Wanneer dezelfde of soortgelijke werken, leveringen of diensten worden verricht door meer dan één onderneming die is verbonden met de aanbestedende instantie waarmee zij een economische groep vormen, wordt bij de berekening van de bovengenoemde percentages rekening gehouden met de totale omzet die voortvloeit uit het verrichten van respectievelijk diensten, leveringen of werken door deze verbonden ondernemingen.

Artikel 30

Opdrachten gegund aan een gezamenlijke onderneming of aan een aanbestedende instantie die deel uitmaakt van een gezamenlijke onderneming

Niettegenstaande artikel 28 en mits de gezamenlijke onderneming is opgericht om de betrokken activiteit gedurende een periode van ten minste drie jaar uit te oefenen en het instrument tot oprichting van deze gezamenlijke onderneming bepaalt dat de aanbestedende instanties waaruit zij bestaat, daar deel van uitmaken voor ten minste dezelfde termijn, is deze richtlijn niet van toepassing op opdrachten die:

a) 

door een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit een aantal aanbestedende instanties, voor de uitoefening van de in de artikelen 8 tot en met 14 bedoelde activiteiten worden gegund aan een van die aanbestedende instanties, of

b) 

door een aanbestedende instantie worden gegund aan deze gezamenlijke onderneming waarvan zij deel uitmaakt.

Artikel 31

Informatieverstrekking

Aanbestedende instanties verstrekken de Commissie desgevraagd de volgende informatie betreffende de toepassing van artikel 29, leden 2 en 3, en artikel 30:

a) 

de namen van de betrokken ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen,

b) 

de aard en de waarde van de betrokken opdrachten;

c) 

de gegevens die de Commissie noodzakelijk acht ten bewijze dat de betrekkingen tussen de aanbestedende instantie en de onderneming of de gezamenlijke onderneming waaraan de opdrachten worden gegund, voldoen aan de voorschriften van artikel 29 of 30.



Onderafdeling 4

Bijzondere situaties

Artikel 32

Onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten

Deze richtlijn is uitsluitend van toepassing op opdrachten voor diensten van onderzoek en ontwikkeling die vallen onder de CPV-codes 73000000-2 tot en met 73120000-9, 73300000-5, 73420000-2 en 73430000-5, mits aan beide volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

de baten komen uitsluitend toe aan de aanbestedende instantie voor gebruik ervan in de uitoefening van de eigen werkzaamheden, en

b) 

de verleende dienst wordt volledig door de aanbestedende instantie betaald.

Artikel 33

Onder een bijzondere regeling vallende opdrachten

1.  Onverminderd artikel 34 van deze richtlijn zorgen de Republiek Oostenrijk en de Bondsrepubliek Duitsland er door middel van de machtigingsvoorwaarden of andere passende maatregelen voor dat elke instantie die in de Beschikking 2002/205/EG ( 6 ) en Beschikking 2004/73/EG ( 7 ) van de Commissie genoemde sectoren werkzaam is:

a) 

bij het plaatsen van opdrachten voor werken, leveringen of diensten het discriminatieverbod en het beginsel van oproep tot mededinging in acht neemt, met name ten aanzien van de informatie die deze instantie de ondernemingen verstrekt met betrekking tot zijn voornemens inzake aanbestedingen;

b) 

de Commissie onder de in Beschikking 93/327/EEG van de Commissie ( 8 ), vastgestelde voorwaarden informatie verstrekt inzake de door hen gegunde opdrachten.

2.  Onverminderd artikel 34 zorgt het Verenigd Koninkrijk er door middel van de machtigingsvoorwaarden of andere passende maatregelen voor dat elke instantie die in de in Beschikking 97/367/EEG genoemde sectoren werkzaam is, lid 1, onder a) en b), van dit artikel, naleeft met betrekking tot opdrachten die voor de uitoefening van die activiteiten worden gegund in Noord-Ierland.

3.  De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op opdrachten die worden gegund voor de prospectie naar olie of gas.



Onderafdeling 5

Activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie en procedurele bepalingen hiervoor

Artikel 34

Activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie

1.  Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten voor in de artikelen 8 tot en met 14 bedoelde activiteiten indien de lidstaat of de aanbestedende instantie die het verzoek krachtens artikel 35 heeft ingediend, kan aantonen dat de activiteit in de lidstaat waar zij wordt uitgeoefend, rechtstreeks blootstaan aan concurrentie op marktgebieden waarvoor de toegang niet beperkt is; de richtlijn is evenmin van toepassing op prijsvragen die in dat geografische gebied voor de uitoefening van een dergelijke activiteit worden uitgeschreven. De betrokken activiteit kan onderdeel zijn van een bredere sector of slechts in delen van de betrokken lidstaat worden uitgeoefend. Deze beoordeling van de concurrentie, bedoeld in de eerste zin van dit lid, die met het oog op deze richtlijn plaatsvindt in het licht van de informatie waarover de Commissie beschikt, laat de toepassing van het mededingingsrecht onverlet. De beoordeling wordt verricht met inachtneming van de markt voor de betrokken activiteiten en de van de geografische referentiemarkt in de zin van lid 2.

2.  Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel dient de vraag of een activiteit rechtstreeks blootstaat aan concurrentie, te worden beantwoord op basis van criteria die in overeenstemming zijn met de mededingingsregels van het VWEU. Deze criteria kunnen betrekking hebben op de kenmerken van de desbetreffende producten of diensten, het voorhanden zijn van alternatieve producten of diensten die aan de vraag- of aanbodzijde substitueerbaar zijn, de prijzen en de werkelijke of potentiële aanwezigheid van meer dan één leverancier van deze producten of meer dan één aanbieder van deze diensten.

De geografische referentiemarkt op basis waarvan de blootstelling aan concurrentie wordt beoordeeld, wordt gevormd door een gebied waarin de betrokken ondernemingen een rol spelen in de vraag naar en het aanbod van producten of diensten, waarin de mededingingsvoorwaarden voldoende homogeen zijn en dat van de aangrenzende gebieden kan worden onderscheiden, met name vanwege de mededingingsvoorwaarden die duidelijk afwijken van die welke in die gebieden gelden. Bij deze beoordeling wordt met name rekening gehouden met de aard en de kenmerken van de betrokken producten of diensten, het bestaan van hinderpalen voor de toegang tot de markt of van voorkeuren van consumenten, alsmede het bestaan tussen het betrokken gebied en de aangrenzende gebieden van aanzienlijke verschillen in marktaandelen van de ondernemingen of van wezenlijke prijsverschillen.

3.  Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel wordt de toegang tot een markt geacht niet beperkt te zijn indien de lidstaat de in bijlage III vermelde wetgeving van de Unie ten uitvoer heeft gelegd en heeft toegepast.

Wanneer op grond van de eerste alinea niet van vrije toegang tot een markt kan worden uitgegaan, moet worden aangetoond dat de toegang tot de betrokken markt rechtens en feitelijk vrij is.

Artikel 35

Procedure om te bepalen of artikel 34 van toepassing is

1.  Wanneer een lidstaat of, indien de wetgeving van de betrokken lidstaat daarin voorziet, een aanbestedende instantie van mening is dat een bepaalde activiteit op grond van de in artikel 34, leden 2 en 3, bedoelde criteria rechtstreeks blootstaan aan concurrentie op marktgebieden waarvoor de toegang niet beperkt is, kan hij de Commissie verzoeken vast te stellen dat deze richtlijn niet van toepassing is op het plaatsen van opdrachten of het uitschrijven van prijsvragen voor de uitoefening van die activiteit, waar passend samen met het standpunt van een onafhankelijke nationale instantie die bevoegd is voor de betrokken activiteit. Deze verzoeken kunnen betrekking hebben op activiteiten die onderdeel zijn van een bredere sector of die slechts in delen van de betrokken lidstaat uitgeoefend worden.

De lidstaat of de aanbestedende instantie stelt de Commissie in het verzoek in kennis van alle ter zake dienende feiten, en met name van elke wettelijke en bestuursrechtelijke bepaling of overeenkomst waaruit blijkt dat voldaan is aan de in artikel 34, lid 1, gestelde voorwaarden.

2.  Tenzij een verzoek dat uitgaat van een aanbestedende instantie vergezeld gaat van een gemotiveerd standpunt van een onafhankelijke nationale instantie die bevoegd is voor de betrokken activiteit, dat een diepgaande analyse bevat van de voorwaarden om artikel 34, lid 1, overeenkomstig de leden 2 en 3 van dat artikel op de betrokken activiteit te kunnen toepassen, stelt de Commissie de betrokken lidstaat onmiddellijk in kennis. De betrokken lidstaat stelt in dat geval de Commissie in kennis van alle ter zake dienende feiten, en met name van elke wettelijke en bestuursrechtelijke bepaling of overeenkomst waaruit blijkt dat voldaan is aan de in artikel 34, lid 1, gestelde voorwaarden.

3.  Op een verzoek ingediend overeenkomstig lid 1 kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen vastgesteld binnen de bijlage IV gestelde termijnen, vaststellen of een activiteit als bedoeld in de artikelen 8 tot en met 14 rechtstreeks blootstaan aan concurrentie op basis van de in artikel 34 voorgeschreven criteria. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 105, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Opdrachten die de betrokken activiteit mogelijk moeten maken en prijsvragen die voor de uitoefening van deze activiteit worden uitgeschreven, vallen niet langer onder deze richtlijn in een van de volgende gevallen:

a) 

de Commissie heeft de uitvoeringshandeling waarbij artikel 34, lid 1, van toepassing wordt verklaard, vastgesteld binnen de in bijlage IV gestelde termijn;

b) 

zij heeft de uitvoeringshandeling niet vastgesteld binnen de in bijlage IV gestelde termijn.

4.  Na het indienen van een verzoek kan de betrokken lidstaat of aanbestedende instantie, met instemming van de Commissie, dit verzoek grondig wijzigen, met name ten aanzien van de betrokken activiteiten of geografische gebieden. In dat geval geldt dan voor de vaststelling van de uitvoeringshandeling een nieuwe termijn, die wordt berekend overeenkomstig punt 1 van bijlage IV, tenzij door de Commissie en de lidstaat of aanbestedende instantie die het verzoek heeft ingediend, een kortere termijn wordt overeengekomen.

5.  Wanneer voor een activiteit in een bepaalde lidstaat reeds een procedure op grond van de leden 1, 2 en 4 loopt, worden latere verzoeken betreffende dezelfde activiteit in dezelfde lidstaat die vóór het verstrijken van de voor het eerste verzoek geopende termijn zijn ingediend, niet als nieuwe procedures beschouwd, maar worden zij in het kader van het eerste verzoek behandeld.

6.  De Commissie stelt een uitvoeringshandeling vast met nadere regels voor de toepassing van de leden 1 tot en met 5. Die uitvoeringshandeling voorziet ten minste in regels betreffende:

a) 

de bekendmaking ter informatie in het Publicatieblad van de Europese Unie van de datum waarop de in punt 1 van bijlage IV, gestelde termijn aanvangt en verstrijkt, inclusief eventuele verlengingen of opschortingen van termijnen als bedoeld in die bijlage;

b) 

de bekendmaking van de mogelijke toepassing van artikel 34, lid 1, overeenkomstig lid 3, tweede alinea, onder b), van dit artikel;

c) 

uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de vorm, de inhoud en overige bijzonderheden van verzoeken krachtens lid 1 van dit artikel;

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 105, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.



HOOFDSTUK IV

Algemene beginselen

Artikel 36

Aanbestedingsbeginselen

1.  Aanbestedende instanties behandelen ondernemers gelijk, zonder te discrimineren en handelen op transparante en proportionele wijze.

Overheidsopdrachten worden niet opgesteld met het doel deze buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn te doen vallen of om de mededinging op kunstmatige wijze te beperken. De mededinging wordt geacht kunstmatig te zijn beperkt indien de aanbesteding is opgesteld met het doel bepaalde ondernemers ten onrechte te bevoordelen of te benadelen.

2.  De lidstaten nemen passende maatregelen om te waarborgen dat de ondernemers bij de uitvoering van de overheidsopdrachten voldoen aan de toepasselijke verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht uit hoofde van het Unierecht, nationale recht, collectieve arbeidsovereenkomsten of uit hoofde van de in bijlage XIV vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht.

Artikel 37

Ondernemers

1.  Ondernemers die krachtens de wetgeving van de lidstaat waarin zij zijn gevestigd, gerechtigd zijn de betrokken verrichting uit te voeren, mogen niet worden afgewezen louter op grond van het feit dat zij krachtens de wetgeving van de lidstaat waarin de opdracht wordt gegund, hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een rechtspersoon moeten zijn.

Voor opdrachten voor diensten en werken alsmede voor opdrachten voor leveringen die bijkomende diensten of plaatsings- en installatiewerkzaamheden inhouden, kan van rechtspersonen echter worden verlangd dat zij in de inschrijving of in het verzoek tot deelname de namen en desbetreffende beroepskwalificaties vermelden van de personen die met de uitvoering van de opdracht worden belast.

2.  Combinaties van ondernemers, waaronder tijdelijke samenwerkingsverbanden, kunnen deelnemen aan aanbestedingsprocedures. Zij mogen door de aanbestedende instanties niet worden verplicht een specifieke rechtsvorm te hebben om een inschrijving of een verzoek tot deelname te mogen indienen.

Indien nodig kunnen aanbestedende instanties in de aanbestedingsstukken aangeven op welke wijze combinaties van ondernemers aan de criteria en voorschriften op het gebied van erkenning en kwalitatieve selectie bedoeld in de artikelen 77 tot en met 81 moeten voldoen, mits deze op objectieve gronden berusten en proportioneel zijn. De lidstaten kunnen standaardvoorwaarden opstellen over hoe combinaties van ondernemers aan deze eisen moeten voldoen.

De voorwaarden voor de uitvoering van een opdracht door deze combinaties van ondernemers, die verschillen van de aan individuele deelnemers opgelegde voorwaarden, moeten eveneens op objectieve gronden berusten en proportioneel zijn.

3.  Niettegenstaande lid 2 mogen aanbestedende instanties van combinaties van ondernemingen eisen dat zij een bepaalde rechtsvorm aannemen nadat de opdracht aan hen is gegund, voor zover zulke verandering nodig is voor de goede uitvoering van de opdracht.

Artikel 38

Voorbehouden opdrachten

1.  De lidstaten mogen het recht om deel te nemen aan aanbestedingsprocedures voorbehouden aan beschermde werkplaatsen en ondernemers waarvan het hoofddoel de sociale en professionele integratie van personen met een handicap of kansarmen is of bepalen dat die opdrachten worden uitgevoerd in het kader van programma’s voor beschermde arbeid mits ten minste 30 % van de werknemers van die werkplaatsen, ondernemers of programma’s personen met een handicap of kansarmen zijn.

2.  In de oproep tot mededinging wordt naar dit artikel verwezen.

Artikel 39

Vertrouwelijkheid

1.  Tenzij anders bepaald in deze richtlijn of in het nationale recht waaraan de aanbestedende instantie is onderworpen, in het bijzonder de wetgeving inzake de toegang tot informatie, en onverminderd de verplichtingen inzake bekendmaking van gegunde opdrachten en de informatieverstrekking aan gegadigden en inschrijvers overeenkomstig de artikelen 70 en 75, maakt een aanbestedende instantie de informatie die hem door een ondernemer vertrouwelijk is verstrekt, met inbegrip van — zij het niet uitsluitend — de fabrieks- of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van de inschrijving, niet bekend.

2.  Aanbestedende instanties kunnen aan ondernemers eisen stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die zij ter beschikking stellen in de loop van de aanbestedingsprocedure, met inbegrip van informatie die ter beschikking wordt gesteld met betrekking tot het gebruik van een erkenningsregeling, ongeacht of dit is vermeld in de aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling die als oproep tot mededinging is gebruikt.

Artikel 40

Regels betreffende de communicatiemiddelen

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat alle communicatie en informatie-uitwisseling op grond van deze richtlijn, met name elektronische inschrijving, plaatsvindt met behulp van elektronische communicatiemiddelen overeenkomstig de voorschriften van dit artikel. De voor communicatie langs elektronische weg te gebruiken instrumenten en middelen en de technische kenmerken daarvan moeten niet-discriminerend en algemeen beschikbaar zijn alsmede interoperabel met algemeen gebruikte ICT en mogen de toegang van ondernemers tot de aanbestedingsprocedure niet beperken.

Niettegenstaande de eerste alinea zijn de aanbestedende instanties niet verplicht het gebruik van elektronische communicatiemiddelen bij de indieningsprocedure voor te schrijven in de volgende gevallen:

a) 

wegens de gespecialiseerde aard van de aanbesteding zijn voor het gebruik van elektronische communicatiemiddelen niet algemeen beschikbare gespecialiseerde instrumenten, middelen of bestandsformaten nodig;

b) 

de applicaties voor ondersteuning van de bestandsformaten die geschikt zijn voor de omschrijving van de inschrijvingen gebruiken bestandsformaten die niet door andere open of algemeen beschikbare toepassingen kunnen worden verwerkt, of zijn onderworpen aan een eigendomsgebonden licentieregeling en kunnen niet door de aanbestedende dienst als downloads of gebruik op afstand beschikbaar worden gesteld;

c) 

voor het gebruik van elektronische communicatiemiddelen is gespecialiseerde kantoorapparatuur nodig waarover de aanbestedende instanties doorgaans niet beschikken;

d) 

voor de aanbestedingsstukken is de indiening vereist van fysieke of schaalmodellen die niet langs elektronische weg kunnen worden verzonden.

Mededelingen waarvoor op grond van de tweede alinea geen elektronische communicatiemiddelen worden gebruikt, geschieden per post of een andere geschikte vervoerder, of per post of een andere geschikte vervoerder en elektronisch.

Niettegenstaande eerste alinea van dit lid zijn de aanbestedende instanties niet verplicht het gebruik van elektronische communicatiemiddelen bij de indieningsprocedure voor te schrijven, voor zover het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen nodig is, hetzij vanwege een inbreuk op de beveiliging van die elektronische communicatiemiddelen, hetzij voor de bescherming van de bijzonder gevoelige aard van de informatie waarvoor een dermate hoog beschermingsniveau nodig is dat dit niveau niet afdoende kan worden gewaarborgd via elektronische instrumenten en middelen die algemeen beschikbaar zijn voor de ondernemers of hun via alternatieve toegangsmiddelen in de zin van lid 5 ter beschikking kunnen worden gesteld.

Aanbestedende instanties die voor de indieningsprocedure overeenkomstig de tweede alinea van dit lid andere dan elektronische communicatiemiddelen vereisen, moeten in het proces-verbaal als bedoeld in artikel 100 de motivering voor dit vereiste aangeven. In voorkomend geval geven de aanbestedende instanties in het proces-verbaal aan waarom het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen nodig is geacht bij de toepassing van de vierde alinea van dit lid.

2.  Niettegenstaande lid 1 mag mondelinge communicatie worden gebruikt voor andere mededelingen dan die betreffende de essentiële elementen van een aanbestedingsprocedure, mits de inhoud van de mondelinge communicatie voldoende gedocumenteerd wordt. In dit verband wordt onder de essentiële elementen van de aanbestedingsprocedure verstaan de aanbestedingsstukken, verzoeken tot deelname en blijken van belangstelling en inschrijvingen. Met name wordt mondelinge communicatie met de inschrijvers die van grote invloed kan zijn op de inhoud en beoordeling van de inschrijvingen, voldoende en met passende middelen gedocumenteerd, zoals door middel van schriftelijke of auditieve registratie of samenvatting van de voornaamste elementen van de communicatie.

3.  Bij elke mededeling, uitwisseling en opslag van informatie zorgen de aanbestedende instanties ervoor dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de inschrijvingen en aanvragen tot deelname gewaarborgd zijn. Zij nemen pas na het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening kennis van de inhoud van de inschrijvingen en aanvragen tot deelname.

4.  De lidstaten mogen voor overheidsopdrachten en prijsvragen eisen dat gebruik wordt gemaakt van gespecialiseerde elektronische instrumenten, zoals elektronische bouwwerkinformatiemodellen of soortgelijke. In dergelijke gevallen bieden de aanbestedende instanties alternatieve toegangsmiddelen zoals bepaald in lid 5 totdat die instrumenten algemeen beschikbaar worden in de zin van lid 1, eerste alinea, tweede volzin.

5.  Aanbestedende instanties kunnen, wanneer noodzakelijk, het gebruik van niet algemeen beschikbare middelen verplicht stellen, mits zij alternatieve toegangsmiddelen aanbieden.

Aanbestedende instanties worden geacht passende alternatieve toegangsmiddelen aan te bieden in een van de volgende situaties, wanneer zij:

a) 

kosteloos onbeperkte en volledige, rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot deze middelen en instrumenten bieden vanaf de datum van de bekendmaking van de aankondiging overeenkomstig bijlage IX of vanaf de datum van verzending van de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling. De aankondiging of de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling vermeldt het internetadres waar deze instrumenten en middelen toegankelijk zijn;

b) 

ervoor zorgen dat inschrijvers die geen toegang hebben tot de instrumenten en middelen, of buiten hun toedoen niet in staat zijn ze binnen de gestelde termijnen te verkrijgen, toegang hebben tot de aanbestedingsprocedure met behulp van voorlopige tokens die kosteloos online beschikbaar zijn, of

c) 

een alternatief kanaal voor elektronische indiening van inschrijvingen ondersteunen.

6.  Naast de voorschriften van bijlage V zijn de volgende regels van toepassing op instrumenten en middelen voor elektronische toezending en ontvangst van inschrijvingen, alsmede voor de elektronische ontvangst van verzoeken tot deelname:

a) 

de belanghebbende partijen moeten kunnen beschikken over informatie betreffende de specificaties voor de elektronische indiening van inschrijvingen en aanvragen tot deelname, inclusief encryptie en tijdstempeldiensten;

b) 

de lidstaten, of de aanbestedende instanties die handelen binnen het algemene kader dat door de betrokken lidstaat is vastgesteld, bepalen het vereiste veiligheidsniveau voor de elektronische communicatiemiddelen die in de verschillende fasen van de specifieke aanbestedingsprocedure worden gebruikt; dit niveau staat in verhouding tot de risico’s;

c) 

indien de lidstaten, of de aanbestedende instanties die handelen binnen een algemeen kader dat door de betrokken lidstaat is vastgesteld, tot de conclusie komen dat de omvang van het risico, beoordeeld overeenkomstig punt b) van dit lid, van dien aard is dat geavanceerde elektronische handtekeningen als gedefinieerd in Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 9 ) zijn vereist, aanvaarden de aanbestedende instanties geavanceerde elektronische handtekeningen die gebaseerd zijn op een gekwalificeerd certificaat, met inachtneming of deze certificaten worden aangeleverd door een aanbieder van certificeringsdiensten, die zich bevindt op de vertrouwenslijst waarin Beschikking 2009/767/EG van de Commissie ( 10 ) voorziet, al dan niet met een veilig middel voor het aanmaken van een handtekening aangemaakt, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

i) 

de aanbestedende instanties stellen het vereiste formaat voor geavanceerde handtekeningen vast op basis van de bij Besluit 2011/130/EU van de Commissie ( 11 ) vastgestelde formaten en treffen de nodige maatregelen om deze formaten technisch te kunnen verwerken; indien een verschillend formaat elektronische handtekening wordt gebruikt, bevat de elektronische handtekening of de elektronische documentdrager informatie over de bestaande valideringsmogelijkheden, onder de verantwoordelijkheid van de lidstaat. De valideringsmogelijkheden stellen de aanbestedende instantie in staat de ontvangen elektronische handtekening online, kosteloos en op een wijze die begrijpelijk is voor anderstaligen als een door een gekwalificeerd certificaat ondersteunde geavanceerde elektronische handtekening te valideren. De lidstaten sturen informatie over de verlener van de valideringsdiensten naar de Commissie, die de van de lidstaten ontvangen informatie op het internet openbaar maakt;

ii) 

indien een inschrijving wordt ondertekend met ondersteuning van een gekwalificeerd certificaat dat in de vertrouwenslijst is opgenomen, stellen de aanbestedende instanties geen bijkomende eisen die het gebruik van die handtekeningen door inschrijvers kunnen belemmeren.

Met betrekking tot documenten die in het kader van een aanbestedingsprocedure worden gebruikt, en die door een bevoegde autoriteit van een lidstaat of door een andere afgevende entiteit worden ondertekend, kan de bevoegde afgevende autoriteit of entiteit het vereiste formaat voor geavanceerde handtekeningen vaststellen volgens de voorschriften van artikel 1, lid 2, van Besluit 2011/130/EU. Zij nemen de nodige maatregelen om deze formaten technisch te kunnen verwerken door de vereiste informatie voor de verwerking van de handtekening in het betrokken document op te nemen. Dergelijke documenten moeten in de elektronische handtekening of in de elektronische documentdrager informatie aanreiken over de bestaande valideringsmogelijkheden waarmee de ontvangen elektronische handtekening online en kosteloos kan worden gevalideerd op een wijze die begrijpelijk is voor anderstaligen.

7.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 103 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging, om naar behoren rekening te houden met technische ontwikkelingen, van de in bijlage V vastgestelde technische details en kenmerken.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 103 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in lid 1, tweede alinea, onder a) tot en met d), van dit artikel opgenomen lijsten indien het handhaven van de uitzonderingen op het gebruik van elektronische communicatiemiddelen vanwege de technologische ontwikkelingen niet langer zinvol is, of, in uitzonderlijke gevallen, indien vanwege de technologische ontwikkelingen nieuwe uitzonderingen moeten worden voorzien.

Teneinde vooral in een grensoverschrijdende context de interoperabiliteit van technische formaten en proces- en berichtnormen te waarborgen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 103 bij gedelegeerde handeling het gebruik van bepaalde technische normen verplicht te stellen, met name met betrekking tot het gebruik van elektronische inschrijving, elektronische catalogi en middelen voor elektronische authenticatie, indien de technische normen op hun praktische bruikbaarheid zijn getoetst. Voordat het gebruik van een technische norm verplicht wordt gesteld, gaat de Commissie zorgvuldig na welke kosten daarmee gemoeid zijn, met name voor de aanpassing van bestaande oplossingen voor e-aanbestedingen, onder meer infrastructuur, processen of software.

Artikel 41

Nomenclaturen

1.  Bij verwijzing naar nomenclaturen met betrekking tot het plaatsen van overheidsopdrachten wordt gebruikgemaakt van de „gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten”, hierna „CPV” (Common Procurement Vocabulary) genoemd, die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2195/2002.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 103 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanpassing van de in deze richtlijn bedoelde CVP-codes, wanneer veranderingen in de CPV-nomenclatuur in deze richtlijn moeten worden overgenomen en dit geen wijziging van het toepassingsgebied van deze richtlijn inhoudt.

Artikel 42

Belangenconflicten

De lidstaten zorgen ervoor dat de aanbestedende diensten passende maatregelen nemen om belangenconflicten tijdens de aanbestedingsprocedures daadwerkelijk te voorkomen, te onderkennen en op te lossen, teneinde vervalsing van de mededinging te vermijden en de gelijke behandeling van alle ondernemers te verzekeren.

Het begrip belangenconflicten omvat ten minste iedere situatie waarin personeelsleden van de aanbestedende dienst of van een namens de aanbestedende dienst optredende dienstverlener, die betrokken zijn bij de uitvoering van de aanbestedingsprocedure of invloed kunnen hebben op het resultaat van deze procedure, direct of indirect, financiële, economische of andere persoonlijke belangen hebben die geacht kunnen worden hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid bij de aanbestedingsprocedure in het gedrang te brengen.



TITEL II

OP OPDRACHTEN TOEPASSELIJKE BEPALINGEN



HOOFDSTUK I

Procedures

Artikel 43

Voorwaarden met betrekking tot de GPA-overeenkomst en andere internationale overeenkomsten

Voor zover de bijlagen 3, 4 en 5 en de algemene opmerkingen bij aanhangsel I van de Europese Unie bij de GPA-overeenkomst en de andere internationale overeenkomsten waardoor de Unie gebonden is, van toepassing zijn, geven aanbestedende instanties in de zin van artikel 4, lid 1, onder a), aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de ondertekenende partijen van deze overeenkomsten geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de Unie geven.

Artikel 44

Keuze van de procedure

1.  Wanneer zij opdrachten voor werken, leveringen of diensten gunnen, passen aanbestedende instanties de procedures toe die in overeenstemming met deze richtlijn zijn gebracht, mits onverminderd artikel 47 een oproep tot mededinging in overeenstemming met deze richtlijn is bekendgemaakt.

2.  De lidstaten bepalen dat aanbestedende instanties openbare of niet-openbare procedures of onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging zoals geregeld in deze richtlijn kunnen toepassen.

3.  De lidstaten bepalen dat aanbestedende instanties innovatiepartnerschappen of concurrentiegerichte dialogen kunnen toepassen zoals geregeld bij deze richtlijn.

4.  De oproep tot mededinging kan geschieden op een van de volgende wijzen:

a) 

een periodieke indicatieve aankondiging overeenkomstig artikel 67 wanneer de opdracht wordt gegund in een niet-openbare procedure of een procedure van gunning door onderhandelingen;

b) 

een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling overeenkomstig artikel 68 wanneer de opdracht wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een procedure van gunning door onderhandelingen, of in een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap;

c) 

door middel van een aankondiging van opdracht overeenkomstig artikel 69.

In het onder a) van dit lid bedoelde geval worden ondernemers die hun belangstelling na de bekendmaking van de periodieke indicatieve aankondiging te kennen hebben gegeven, vervolgens uitgenodigd hun belangstelling schriftelijk te bevestigen door middel van een „uitnodiging tot bevestiging van belangstelling” overeenkomstig artikel 74.

5.  In de specifieke gevallen en omstandigheden zoals uitdrukkelijk bepaald in artikel 50 kunnen de lidstaten bepalen dat aanbestedende instanties een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging kunnen toepassen. De lidstaten staan de toepassing van deze procedure niet toe in andere dan de in artikel 50 bedoelde gevallen.

Artikel 45

Openbare procedure

1.  In openbare procedures kan elke belangstellende ondernemer een inschrijving indienen naar aanleiding van een oproep tot mededinging.

De termijn voor ontvangst van de inschrijvingen bedraagt ten minste 35 dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht.

De inschrijving moet vergezeld gaan van de door de aanbestedende instantie gevraagde informatie voor de kwalitatieve selectie.

2.  Wanneer aanbestedende instanties een periodieke indicatieve aankondiging hebben bekendgemaakt die zelf niet als oproep tot mededinging werd gebruikt, kan de minimale termijn voor ontvangst van inschrijvingen als vastgesteld in lid 1, tweede alinea, van dit artikel, worden verkort tot 15 dagen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

de periodieke indicatieve aankondiging bevat, naast de op grond van bijlage VI, deel A, afdeling I, vereiste informatie alle in bijlage VI, deel A, afdeling II, vereiste informatie, voor zover laatstbedoelde informatie bij de bekendmaking van de periodieke indicatieve aankondiging beschikbaar was;

b) 

de periodieke indicatieve aankondiging is ten minste 35 dagen en ten hoogste twaalf maanden vóór de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht ter bekendmaking verzonden.

3.  Wanneer het niet haalbaar blijkt de in lid 1, tweede alinea, vastgestelde termijn in acht te nemen wegens een door de aanbestedende instantie deugdelijk gemotiveerde spoedsituatie, kan deze een termijn vaststellen die niet minder mag bedragen dan 15 dagen na de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht.

4.  De aanbestedende instantie kan de in lid 1, tweede alinea, van dit artikel bepaalde termijn voor ontvangst van inschrijvingen met vijf dagen verkorten indien hij erin toestemt dat inschrijvingen overeenkomstig artikel 40, lid 4, eerste alinea, en artikel 40, leden 5 en 6, langs elektronische weg worden ingediend.

Artikel 46

Niet-openbare procedure

1.  In een niet-openbare procedure kan elke ondernemer naar aanleiding van een oproep tot mededinging een verzoek tot deelname indienen door verstrekking van de door de aanbestedende instantie gevraagde informatie voor de kwalitatieve selectie.

De minimumtermijn voor ontvangst van de verzoeken tot deelname bedraagt in het algemeen niet minder dan 30 dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht of van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, en bedraagt in geen geval minder dan 15 dagen.

2.  Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie door de aanbestedende instantie daarom worden verzocht, kunnen een inschrijving indienen. Aanbestedende instanties kunnen in overeenstemming met artikel 78, lid 2, het aantal geschikte gegadigden beperken dat tot deelname aan de procedure wordt uitgenodigd.

De termijn voor ontvangst van de inschrijvingen kan in onderling overleg tussen de aanbestedende instantie en de geselecteerde gegadigden worden vastgesteld, mits alle geselecteerde gegadigden evenveel tijd krijgen om hun inschrijvingen voor te bereiden en in te dienen.

Wanneer er geen overeenstemming is over de termijn voor ontvangst van de inschrijvingen, bedraagt die termijn ten minste tien dagen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

Artikel 47

Onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging

1.  In onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging kan elke ondernemer een verzoek tot deelname indienen naar aanleiding van een oproep tot mededinging, door de informatie voor de kwalitatieve selectie waarom de aanbestedende instantie heeft verzocht, te verstrekken.

De minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelname bedraagt in het algemeen 30 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of, wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, en bedraagt in geen geval minder dan 15 dagen.

2.  Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende instantie worden aangezocht, kunnen aan de onderhandelingen deelnemen. Aanbestedende instanties kunnen in overeenstemming met artikel 78, lid 2, het aantal geschikte gegadigden beperken dat tot deelname aan de procedure wordt uitgenodigd.

De termijn voor ontvangst van de inschrijvingen kan in onderling overleg tussen de aanbestedende instantie en de geselecteerde gegadigden worden vastgesteld, mits alle gegadigden evenveel tijd krijgen om hun inschrijvingen voor te bereiden en in te dienen.

Wanneer er geen overeenstemming is over de termijn voor ontvangst van de inschrijvingen, bedraagt die termijn ten minste tien dagen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

Artikel 48

Concurrentiegerichte dialoog

1.  Bij concurrentiegerichte dialogen mogen alle ondernemers een verzoek tot deelname indienen naar aanleiding van een oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 44, lid 4, onder b) en c), door de informatie voor kwalitatieve selectie waarom de aanbestedende instantie heeft verzocht, te verstrekken.

De minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelname bedraagt in het algemeen 30 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of, wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, en bedraagt in geen geval minder dan 15 dagen.

Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende instantie worden aangezocht, kunnen aan de dialoog deelnemen. Aanbestedende instanties kunnen in overeenstemming met artikel 78, lid 2, het aantal geschikte gegadigden beperken dat tot deelname aan de procedure wordt uitgenodigd. De gunning van de opdracht geschiedt uitsluitend op basis van het criterium van de inschrijving die de beste prijs-kwaliteitsverhouding biedt in overeenstemming met artikel 82, lid 2.

2.  De aanbestedende instanties maken hun behoeften en eisen bekend in de oproep tot mededinging en/of in een beschrijvend document. Tevens worden in deze documenten de gekozen gunningscriteria aangegeven en nader uitgewerkt, en wordt een indicatief tijdschema aangegeven.

3.  De aanbestedende instanties openen met de overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de artikelen 76 tot en met 81 geselecteerde deelnemers een dialoog met het doel na te gaan en te bepalen welke middelen het meest geschikt zijn om aan hun behoeften te voldoen. Tijdens deze dialoog kunnen zij met de geselecteerde deelnemers alle aspecten van de opdracht bespreken.

Tijdens de dialoog waarborgen de aanbestedende instanties de gelijke behandeling van alle deelnemers. Hiertoe verstrekken zij geen informatie op een discriminerende wijze waardoor bepaalde deelnemers kunnen worden bevoordeeld.

Overeenkomstig artikel 39 mogen de aanbestedende instanties de voorgestelde oplossingen of andere door een deelnemer aan of een inschrijver op de dialoog verstrekte vertrouwelijke inlichtingen niet zonder zijn instemming aan de andere deelnemers bekendmaken. Deze instemming mag niet de vorm van een algemene ontheffing aannemen, maar wordt verleend onder verwijzing naar de beoogde bekendmaking van specifieke informatie.

4.  Concurrentiegerichte dialogen kunnen in opeenvolgende fasen verlopen, zodat het aantal in de dialoogfase te bespreken oplossingen kan worden beperkt op basis van de gunningscriteria die in de oproep tot mededinging of in het beschrijvende document zijn vermeld. De aanbestedende instantie geeft in de oproep tot mededinging of in het beschrijvende document aan of zij van die mogelijkheid gebruik zal maken.

5.  De aanbestedende instantie zet de dialoog voort tot hij kan aangeven welke oplossing of oplossingen aan zijn behoeften kan of kunnen voldoen.

6.  Nadat de aanbestedende instanties de dialoog voor beëindigd hebben verklaard en zij de overblijvende deelnemers daarvan op de hoogte hebben gesteld, verzoeken zij die deelnemers hun definitieve inschrijvingen in te dienen op basis van de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossing of oplossingen. Deze inschrijvingen bevatten alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van het project.

De aanbestedende instantie kan verzoeken om de inschrijvingen te verduidelijken, te preciseren en nauwkeuriger te omschrijven. Dat verduidelijken, preciseren en nauwkeuriger omschrijven mag echter niet gepaard gaan met wijzigingen van de inhoudelijke aspecten van de inschrijving of van de opdracht, met inbegrip van de in de oproep tot mededinging of het beschrijvend document vermelde behoeften en voorschriften, indien het waarschijnlijk is dat veranderingen van die aspecten, behoeften en voorschriften zullen leiden tot vervalsing van de mededinging of discriminatie.

7.  De aanbestedende instanties beoordelen de ontvangen inschrijvingen op basis van de in de oproep tot mededinging of het beschrijvend document vastgestelde gunningscriteria.

Op verzoek van de aanbestedende instantie kunnen met de inschrijver die is aangewezen als de inschrijver die overeenkomstig artikel 82, lid 2, de beste prijs-kwaliteitsverhouding biedt, onderhandelingen worden gevoerd om de in de inschrijving vervatte verbintenissen of andere bepalingen te bevestigen en de voorwaarden van de opdracht af te ronden, mits die onderhandelingen de inhoudelijke aspecten van de inschrijving of van de overheidsopdracht, met inbegrip van de in de oproep tot mededinging of het beschrijvend document vermelde behoeften en voorschriften, materieel ongewijzigd laat en niet tot vervalsing van de mededinging of discriminatie kan leiden.

8.  De aanbestedende instanties kunnen voorzien in prijzengeld of vergoedingen voor de deelnemers aan de dialoog.

Artikel 49

Innovatiepartnerschap

1.  Bij innovatiepartnerschappen mogen alle ondernemers een verzoek tot deelname indienen naar aanleiding van een oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 44, lid 4, onder b) en c), door de informatie voor kwalitatieve selectie waarom de aanbestedende instantie heeft verzocht, te verstrekken.

In de aanbestedingsdocumenten geeft de aanbestedende instantie aan in hoeverre er behoefte is aan innovatieve producten, diensten of werken waaraan niet kan worden voldaan door het verwerven van producten, diensten of werken die al op de markt beschikbaar zijn. Ze geeft aan welke elementen van deze beschrijving de minimumeisen zijn waaraan alle inschrijvingen moeten voldoen. Dit wordt voldoende duidelijk aangegeven zodat ondernemers kennis kunnen nemen van de aard en de strekking van de gevraagde oplossing en kunnen besluiten al dan niet om deelname aan de procedure te verzoeken.

De aanbestedende instantie kan besluiten het innovatiepartnerschap te sluiten met één partner dan wel met meerdere partners met afzonderlijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten.

De minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelname bedraagt in het algemeen niet minder dan 30 dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht en bedraagt in geen geval minder dan 15 dagen. Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie door de aanbestedende instantie daartoe worden uitgenodigd, kunnen aan de procedure deelnemen. Aanbestedende instanties kunnen in overeenstemming met artikel 78, lid 2, het aantal geschikte gegadigden beperken dat tot deelname aan de procedure wordt uitgenodigd. De gunning van de opdracht geschiedt uitsluitend op basis van het criterium van de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitsverhouding, in overeenstemming met artikel 82, lid 2.

2.  Het innovatiepartnerschap is gericht op de ontwikkeling van innovatieve producten, diensten of werken en de daaropvolgende aankoop van de daaruit resulterende leveringen, diensten of werken, mits deze voldoen aan de tussen de aanbestedende instanties en de deelnemers afgesproken prestatieniveaus en onder de maximumkosten blijven.

Het innovatiepartnerschap wordt gekenmerkt door opeenvolgende fasen in het onderzoeks- en innovatieproces, die de fabricage van producten, de verlening van diensten of de voltooiing van werken kunnen omvatten. Het innovatiepartnerschap bepaalt door de partners te bereiken tussentijdse streefdoelen en voorziet in de betaling van de vergoeding in passende termijnen.

Op basis van deze streefdoelen kan de aanbestedende instantie na elke fase besluiten het innovatiepartnerschap te beëindigen of, bij een innovatiepartnerschap met meerdere partners, het aantal partners te verminderen door individuele opdrachten in te trekken, mits de aanbestedende instantie in de aanbestedingsstukken heeft aangegeven dat hij van die mogelijkheden gebruik kan maken, alsmede de voorwaarden daarvoor.

3.  Tenzij in dit artikel anders bepaald, wordt door de aanbestedende instantie met de inschrijvers over hun eerste en over elke daaropvolgende inschrijving, met uitzondering van de definitieve inschrijving, onderhandeld om de inhoud ervan te verbeteren.

Over de minimumeisen en de gunningscriteria wordt niet onderhandeld.

4.  Tijdens de onderhandelingen waarborgen de aanbestedende instanties de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Hiertoe verstrekken zij geen informatie op een discriminerende wijze waardoor bepaalde inschrijvers kunnen worden bevoordeeld. Zij stellen alle inschrijvers wier inschrijving niet is geëlimineerd overeenkomstig lid 5, schriftelijk in kennis van eventuele andere wijzigingen in de technische specificaties of andere aanbestedingsstukken dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld. Na deze wijzigingen bieden de aanbestedende instanties de inschrijvers voldoende tijd om hun inschrijvingen naar aanleiding van deze wijzigingen, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.

Overeenkomstig artikel 39 maken de aanbestedende instanties de vertrouwelijke inlichtingen die een aan de onderhandelingen deelnemende gegadigde of inschrijver heeft verstrekt, niet zonder diens toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze instemming mag niet de vorm van een algemene ontheffing aannemen, maar wordt verleend onder verwijzing naar de beoogde bekendmaking van specifieke informatie.

5.  Er kunnen tijdens procedures voor innovatiepartnerschappen in opeenvolgende fasen onderhandelingen plaatsvinden om het aantal inschrijvingen waarover moet worden onderhandeld te beperken door middel van het toepassen van de gunningscriteria die in de aankondiging van de opdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling of de aanbestedingsstukken zijn vermeld. De aanbestedende instanties geven in de aankondiging van de opdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling of in de aanbestedingsdocumenten aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zullen maken.

6.  Bij het selecteren van de gegadigden hanteren de aanbestedende instanties in het bijzonder criteria inzake het potentieel van de kandidaten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en hun vermogen om vernieuwende oplossingen te ontwikkelen en toe te passen.

Alleen de ondernemers die na beoordeling van de gevraagde informatie door de aanbestedende instantie daartoe worden uitgenodigd, kunnen projecten voor onderzoek en ontwikkeling indienen die voldoen aan de door de aanbestedende instantie vastgestelde behoeften en waaraan niet met behulp van bestaande oplossingen kan worden voldaan.

In de aanbestedingsstukken bepaalt de aanbestedende instantie welke regelingen op de intellectuele-eigendomsrechten van toepassing zijn. Bij innovatiepartnerschappen met meer partners mag de aanbestedende instantie voorgestelde oplossingen of andere door een deelnemer in het kader van het partnerschap meegedeelde vertrouwelijke inlichtingen, overeenkomstig artikel 39, niet zonder de instemming van die partner aan de andere partners bekendmaken. Deze instemming mag niet de vorm van een algemene ontheffing aannemen, maar wordt verleend onder verwijzing naar de beoogde bekendmaking van specifieke informatie.

7.  De aanbestedende instantie zorgt ervoor dat de structuur van het partnerschap, en in het bijzonder de duur en de waarde van de verschillende fasen een afspiegeling zijn van de innovatiegraad van de voorgestelde oplossing en van de reeks van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die vereist zijn voor de ontwikkeling van een innovatieve en nog niet op de markt beschikbare oplossing. De geraamde waarde van de leveringen, diensten of werken is niet onevenredig ten opzichte van de investering voor de ontwikkeling ervan.

Artikel 50

Gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging

Aanbestedende instanties kunnen in de volgende gevallen gebruikmaken van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging:

a) 

wanneer in het kader van een procedure met voorafgaande oproep tot mededinging geen of geen geschikte inschrijvingen en geen of geen geschikte aanvragen tot deelname zijn ingediend, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk zijn gewijzigd.

De inschrijving wordt ongeschikt bevonden als zij niet relevant is voor de opdracht, omdat zij, zonder ingrijpende wijzigingen, kennelijk niet voorziet in de in de aanbestedingsstukken omschreven behoeften en eisen van de aanbestedende instantie. Een verzoek tot deelname wordt niet geschikt geacht wanneer de betrokken onderneming overeenkomstig artikel 78, lid 1, of artikel 80, lid 1, kan of moet worden uitgesloten, of niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 78 of artikel 80 door de aanbestedende instantie bepaalde selectiecriteria;

b) 

wanneer een opdracht uitsluitend ten behoeve van onderzoek, proefneming, studie of ontwikkeling wordt gegund en niet met het oogmerk winst op te leveren dan wel de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken en voor zover het plaatsen van een dergelijke opdracht niet verhindert dat een oproep tot mededinging wordt gedaan voor latere opdrachten die dit doel in het bijzonder beogen;

c) 

indien de werken, leveringen of diensten alleen door een bepaalde ondernemer kunnen worden verricht, om een van de volgende redenen:

i) 

de aanbesteding heeft het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of het leveren van een artistieke prestatie ten doel;

ii) 

mededinging ontbreekt om technische redenen;

iii) 

uitsluitende rechten, onder meer intellectuele-eigendomsrechten, moeten worden beschermd.

De onder ii) en iii) genoemde uitzonderingen gelden alleen als er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van kunstmatige beperking van de voorwaarden van de opdracht;

d) 

in strikt noodzakelijke gevallen waarin dwingende spoed, voortvloeiende uit voor de aanbestedende dienst niet te voorziene gebeurtenissen, de inachtneming van de termijnen gesteld voor openbare procedures, niet-openbare procedures en onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging onmogelijk maakt. De ter rechtvaardiging van de dwingende spoed ingeroepen omstandigheden mogen in geen geval aan de aanbestedende instanties te wijten zijn;

e) 

in het geval van opdrachten voor leveringen ten behoeve van aanvullende leveringen door de oorspronkelijke leverancier die bestemd zijn hetzij voor de gedeeltelijke vernieuwing van leveringen of installaties, hetzij voor de uitbreiding van bestaande leveringen of installaties, indien verandering van leverancier de aanbestedende instantie ertoe zou verplichten leveringen aan te schaffen met andere technische eigenschappen, waardoor incompatibiliteit ontstaat of zich onevenredige technische moeilijkheden bij het gebruik en het onderhoud voordoen;

f) 

in geval van nieuwe werken of diensten bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken of diensten die door dezelfde aanbestedende instanties aan de met een vroegere opdracht belaste aannemer zijn toevertrouwd, mits deze werken of diensten overeenstemmen met een basisproject dat het voorwerp vormde van een overeenkomstig de in artikel 44, lid 1, bedoelde procedures gegunde eerste opdracht.

Het basisproject dient de omvang van de aanvullende werken of diensten en de voorwaarden waaronder deze worden gegund, te vermelden. Bij de oproep tot mededinging voor de aanbesteding van het eerste project wordt aangekondigd dat deze procedure kan worden toegepast, en bij de toepassing van de artikelen 15 en 16 wordt door de aanbestedende instanties het geraamde totaalbedrag voor de daaropvolgende werken of diensten in aanmerking genomen;

g) 

voor op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte producten;

h) 

voor gelegenheidsaankopen, wanneer zich gedurende zeer korte tijd een bijzonder voordelige gelegenheid tot aankopen voordoet en de te betalen prijs ver onder de normale marktprijs ligt;

i) 

voor aankopen van leveringen of diensten onder bijzonder voordelige voorwaarden, hetzij bij een leverancier die zijn handelsactiviteiten staakt, hetzij bij de curator of vereffenaar in geval van een faillissement, uitstel van betaling of een soortgelijke procedure van het nationale recht;

j) 

wanneer de betrokken opdracht voor diensten voortvloeit uit een overeenkomstig deze richtlijn georganiseerde prijsvraag en volgens de voorschriften van die prijsvraag moet worden gegund aan de winnaar of aan een van de winnaars van die prijsvraag; in het laatstgenoemde geval moeten alle winnaars tot deelname aan de onderhandelingen worden uitgenodigd.



HOOFDSTUK II

Technieken en instrumenten voor elektronische en samengestelde aanbesteding

Artikel 51

Raamovereenkomsten

1.  Aanbestedende instanties kunnen raamovereenkomsten sluiten, mits zij de in deze richtlijn voorgeschreven procedures toepassen.

Een raamovereenkomst is een overeenkomst tussen één of meer aanbestedende instanties en één of meer ondernemers met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake te gunnen opdrachten vast te leggen, met name wat betreft de prijs en, in voorkomend geval, de beoogde hoeveelheid.

De looptijd van een raamovereenkomst mag niet langer zijn dan acht jaar, behalve in deugdelijk gemotiveerde uitzonderingsgevallen, met name op grond van het voorwerp van de raamovereenkomst.

2.  Opdrachten op basis van een raamovereenkomst worden gegund op basis van objectieve regels en criteria, waarbij de mogelijkheid bestaat de ondernemers die partij zijn bij de gesloten raamovereenkomst opnieuw tot mededinging op te roepen. Die regels en criteria dienen te worden bepaald in de aanbestedingsstukken voor de raamovereenkomst.

De objectieve regels en criteria, bedoeld in de eerste alinea, garanderen de gelijke behandeling van de ondernemers die partij zijn bij de overeenkomst. Bij een nieuwe oproep tot mededinging stellen de aanbestedende instanties een voldoende lange termijn vast voor de indiening van inschrijvingen voor elke specifieke opdracht, en gunnen zij elke opdracht aan de inschrijver die op grond van de in de specificaties van de raamovereenkomst vastgestelde gunningscriteria de beste inschrijving heeft ingediend.

Aanbestedende instanties mogen geen oneigenlijk gebruik van raamovereenkomsten maken en mogen deze niet gebruiken om de mededinging te verhinderen, te beperken of te vervalsen.

Artikel 52

Dynamische aankoopsystemen

1.  Voor aankopen voor courant gebruik, waarvan de kenmerken wegens de algemene beschikbaarheid op de markt voldoen aan hun behoeften, kunnen de aanbestedende instanties gebruikmaken van een dynamisch aankoopsysteem. Het dynamische aankoopsysteem wordt beheerd als een volledig elektronisch proces, dat gedurende de gehele geldigheidstermijn van het aankoopsysteem openstaat voor elke ondernemer die voldoet aan de selectiecriteria. Het kan worden ingedeeld in categorieën van producten, werken of diensten die objectief worden vastgesteld op basis van de kenmerken van de opdracht in de bewuste categorie. Die kenmerken kunnen ook verwijzen naar de maximaal toegestane omvang van de latere specifieke opdrachten of naar een specifiek geografisch gebied waarin latere specifieke opdrachten zullen worden uitgevoerd.

2.  Bij het aanbesteden in een dynamisch aankoopsysteem volgen aanbestedende instanties de regels van de niet-openbare procedure. Alle gegadigden die aan de selectiecriteria voldoen, worden tot het systeem toegelaten, en het aantal tot het systeem toe te laten gegadigden wordt niet beperkt overeenkomstig artikel 78, lid 2. Wanneer de aanbestedende instanties het systeem in categorieën van producten, werken of diensten hebben verdeeld overeenkomstig lid 1 van dit artikel, vermelden zij de toepasselijke selectiecriteria voor elke categorie.

Niettegenstaande artikel 46 gelden de volgende termijnen:

a) 

de minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelname bedraagt in het algemeen 30 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of, wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, en bedraagt in geen geval minder dan 15 dagen. Er zijn geen verdere termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelname wanneer de uitnodiging tot inschrijving voor de eerste specifieke opdracht in het kader van het dynamische aankoopsysteem is verzonden;

b) 

de minimumtermijn voor de ontvangst van inschrijvingen bedraagt ten minste tien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving. Artikel 46, lid 2, tweede en derde alinea, is van toepassing.

3.  Voor alle communicatie in het kader van een dynamisch aankoopsysteem wordt alleen gebruikgemaakt van elektronische middelen overeenkomstig artikel 40, leden 1, 3, 5 en 6.

4.  Voor de gunning van opdrachten in een dynamisch aankoopsysteem gaan de aanbestedende instanties als volgt te werk:

a) 

zij maken een oproep tot mededinging bekend en geven daarbij aan dat het om een dynamisch aankoopsysteem gaat;

b) 

in de aanbestedingsstukken vermelden zij ten minste de aard en de geraamde hoeveelheid van de beoogde aankopen, alsmede alle nodige informatie omtrent het dynamische aankoopsysteem, onder meer over de wijze waarop het dynamische aankoopsysteem functioneert, de gebruikte elektronische apparatuur en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding;

c) 

zij geven elke verdeling in categorieën van producten, werken of diensten aan alsook de kenmerken daarvan;

d) 

zij bieden vrije, rechtstreekse en volledige toegang, zolang het systeem geldig is, tot de aanbestedingsstukken overeenkomstig artikel 73.

5.  De aanbestedende instanties verlenen elke ondernemer tijdens de gehele geldigheidstermijn van het dynamische aankoopsysteem de mogelijkheid te verzoeken om deelname aan het systeem onder de voorwaarden van lid 2. Zij verrichten hun beoordeling van deze verzoeken overeenkomstig de selectiecriteria binnen tien werkdagen volgend op de ontvangst. Die termijn kan worden verlengd tot 15 werkdagen in individuele gevallen waar zulks gerechtvaardigd is, met name vanwege de noodzaak aanvullende documentatie te bestuderen of anderszins te controleren of aan de selectiecriteria is voldaan.

Niettegenstaande de eerste alinea kunnen de aanbestedende instanties, mits de uitnodiging tot inschrijving voor de eerste specifieke aanbesteding in het kader van het dynamische aankoopsysteem niet is toegezonden, de evaluatieperiode verlengen op voorwaarde dat er tijdens de verlengde evaluatieperiode geen uitnodiging tot inschrijving wordt uitgeschreven. In de aanbestedingsstukken wordt door de aanbestedende instanties de duur van de voorgenomen verlenging aangegeven.

De aanbestedende instanties delen de betrokken ondernemer zo spoedig mogelijk mee of hij al dan niet is toegelaten tot het dynamische aankoopsysteem.

6.  De aanbestedende instanties nodigen overeenkomstig artikel 74 alle toegelaten deelnemers uit om op elke specifieke aanbesteding in het dynamische aankoopsysteem in te schrijven. Wanneer het dynamische aankoopsysteem is verdeeld in categorieën van werken, producten, of diensten, nodigen de aanbestedende instanties alle deelnemers die zijn toegelaten tot de categorie waarop de betrokken specifieke aanbesteding betrekking heeft, uit een inschrijving in te dienen.

Zij gunnen de opdracht aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend op grond van de gunningscriteria als bepaald in de aankondiging van de opdracht voor het dynamische aankoopsysteem, in het verzoek tot bevestiging van belangstelling, of wanneer tot mededinging is opgeroepen door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling, in de uitnodiging tot inschrijving. Deze criteria kunnen in voorkomend geval worden gepreciseerd in de uitnodiging tot inschrijving.

7.  Aanbestedende instanties die overeenkomstig artikel 80 uitsluitingsgronden en selectiecriteria als bedoeld in Richtlijn 2014/24/EU toepassen, kunnen op ieder moment tijdens de geldigheidstermijn van het dynamische aankoopsysteem van toegelaten deelnemers verlangen dat zij binnen vijf werkdagen na de datum van indiening van het verzoek, een hernieuwde en geactualiseerde verklaring als bedoeld in artikel 59, lid 1, van die richtlijn overleggen.

Artikel 59, leden 2 tot en met 4, is van toepassing gedurende de gehele geldigheidstermijn van het dynamische aankoopsysteem.

8.  De aanbestedende instanties vermelden de geldigheidstermijn van het dynamische aankoopsysteem in de oproep tot mededinging. Zij brengen de Commissie op de hoogte van elke verandering in de geldigheidstermijn, met gebruikmaking van de volgende standaardformulieren:

a) 

wanneer de geldigheidstermijn wordt gewijzigd zonder dat het systeem wordt beëindigd: het formulier dat aanvankelijk is gebruikt voor de oproep tot mededinging voor het dynamische aankoopsysteem;

b) 

wanneer het systeem wordt beëindigd: een aankondiging van gegunde opdracht overeenkomstig artikel 70.

9.  Aan de ondernemers of partijen die betrokken zijn of partij zijn bij het dynamische aankoopsysteem mogen voorafgaand aan of gedurende de geldigheidstermijn van het dynamische aankoopsysteem geen kosten in rekening worden gebracht.

Artikel 53

Elektronische veilingen

1.  De aanbestedende instanties kunnen elektronische veilingen gebruiken waarin nieuwe, verlaagde prijzen, en/of nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de inschrijvingen worden voorgesteld.

Hiertoe organiseren aanbestedende instanties de elektronische veilingen als een zich herhalend elektronisch proces dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de inschrijvingen en dat hun klassering op basis van automatische beoordelingsmethoden mogelijk maakt.

Bepaalde opdrachten voor diensten en bepaalde opdrachten voor werken die betrekking hebben op intellectuele verrichtingen, zoals het ontwerpen van werken, die niet op basis van automatische evaluatie kunnen worden ingedeeld, worden niet elektronisch geveild.

2.  Bij openbare procedures, niet-openbare procedures en onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging kunnen de aanbestedende instanties besluiten de gunning van een opdracht te laten voorafgaan door een elektronische veiling, wanneer de inhoud van de aanbestedingsstukken, in het bijzonder de technische specificaties, nauwkeurig kan worden vastgesteld.

Onder dezelfde voorwaarden kan een elektronische veiling worden gebruikt bij het opnieuw tot mededinging oproepen van de partijen bij een raamovereenkomst als bedoeld in artikel 51, lid 2, alsmede bij de oproep tot mededinging voor opdrachten die worden gegund in het kader van een dynamisch aankoopsysteem als bedoeld in artikel 52.

3.  De elektronische veiling is gebaseerd op een van de volgende elementen van de inschrijvingen:

a) 

alleen de prijzen, wanneer de opdracht louter op basis van de prijs wordt gegund;

b) 

op de prijzen en/of de waarden van de elementen van de inschrijvingen zoals aangegeven in de aanbestedingsstukken wanneer de opdracht wordt gegund op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding of aan de inschrijver met de laagste kostprijs op basis van kosteneffectiviteit.

4.  De aanbestedende instanties die een elektronische veiling houden, maken daarvan melding in de aankondiging van de opdracht, in het verzoek tot bevestiging van belangstelling, of wanneer tot mededinging is opgeroepen door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling, in de uitnodiging tot inschrijving. De aanbestedingsstukken bevatten ten minste de in bijlage VII genoemde informatie.

5.  Alvorens tot de elektronische veiling over te gaan, verrichten de aanbestedende instanties een eerste volledige beoordeling van de inschrijvingen aan de hand van het gunningscriterium of de gunningscriteria en de weging die daartoe is vastgesteld.

Een inschrijving wordt als ontvankelijk beschouwd indien zij is ingediend door een inschrijver die niet is uitgesloten uit hoofde van artikel 78, lid 1, of artikel 80, lid 1, en voldoet aan de selectiecriteria vastgesteld in de artikelen 78 en 80, en wiens inschrijving overeenstemt met de technische specificaties en niet onregelmatig of onaanvaardbaar is.

Met name inschrijvingen die niet voldoen aan de vereisten in de aanbestedingsstukken, die te laat zijn binnengekomen, waarbij aantoonbaar sprake is van ongeoorloofde afspraken of corruptie, of die door de aanbestedende dienst als abnormaal laag zijn beoordeeld, worden onregelmatig geacht. Met name inschrijvingen ingediend door inschrijvers die niet over de vereiste kwalificaties beschikken, en inschrijvingen waarvan de prijs het door de aanbestedende dienst begrote bedrag, vastgesteld en gedocumenteerd vóór de aanvang van de aanbestedingsprocedure, overschrijdt, worden als onaanvaardbaar beschouwd.

De inschrijving wordt ongeschikt bevonden als zij niet relevant is voor de opdracht, omdat zij, zonder ingrijpende wijzigingen, kennelijk niet voorziet in de in de aanbestedings-stukken omschreven behoeften en eisen van de aanbestedende instantie. Een verzoek tot deelname wordt niet geschikt geacht wanneer de betrokken onderneming overeenkomstig artikel 78, lid 1, of artikel 80, lid 1, kan of moet worden uitgesloten, of niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 78 of artikel 80 door de aanbestedende instantie bepaalde selectiecriteria.

Alle inschrijvers die een ontvankelijke inschrijving hebben ingediend, worden tegelijkertijd via elektronische weg uitgenodigd om aan de elektronische veiling deel te nemen, door op het vermelde tijdstip overeenkomstig de in de uitnodiging vermelde instructies gebruik te maken van de verbindingen. De elektronische veiling kan in een aantal opeenvolgende fasen verlopen. Zij vangt op zijn vroegst twee werkdagen na de datum van verzending van de uitnodigingen aan.

6.  De uitnodiging gaat vergezeld van het resultaat van de volledige beoordeling van de betrokken inschrijving, uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 82, lid 5, eerste alinea, bedoelde weging.

De uitnodiging vermeldt eveneens de wiskundige formule die tijdens de elektronische veiling zal worden gebruikt om de automatische herklasseringen te bepalen op basis van de ingediende nieuwe prijzen en/of nieuwe waarden. Behalve in de gevallen waarin economisch voordeligste inschrijving uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald, houdt deze formule rekening met het gewicht dat aan alle vastgestelde criteria is toegekend om de economisch voordeligste inschrijving te bepalen, zoals in de aankondiging die gebruikt wordt als oproep tot mededinging of in andere aanbestedingsstukken is aangegeven. Daartoe moeten eventuele marges vooraf in een bepaalde waarde worden uitgedrukt.

Wanneer varianten zijn toegestaan, moeten voor elke variant afzonderlijke formules worden verstrekt.

7.  In elke fase van de elektronische veiling verstrekken de aanbestedende instanties alle inschrijvers onmiddellijk voldoende informatie om hen in staat te stellen op elk moment hun respectieve klassering te kennen. Zij kunnen ook andere informatie betreffende andere ingediende prijzen of waarden meedelen, mits dit in de specificaties is vermeld. Zij kunnen voorts op ieder ogenblik meedelen hoeveel inschrijvers aan de fase van de veiling deelnemen. Zij mogen echter hoe dan ook in geen enkele fase van de elektronische veiling de identiteit van de inschrijvers bekendmaken.

8.  De aanbestedende instanties kunnen de elektronische veiling op één of meer van de onderstaande wijzen afsluiten:

a) 

op het vooraf aangegeven tijdstip;

b) 

wanneer zij geen nieuwe prijzen of nieuwe waarden meer ontvangen die voldoen aan de voorschriften inzake minimumverschillen, mits zij vooraf hebben aangegeven welke termijn zij na ontvangst van de laatste aanbieding in acht zullen nemen alvorens de elektronische veiling te sluiten, of

c) 

wanneer het vooraf aangegeven aantal fasen in de veiling volledig is doorlopen.

Wanneer de aanbestedende instanties het voornemen hebben de elektronische veiling overeenkomstig punt c) van het eerste lid af te sluiten, in voorkomend geval in combinatie met de onder b) daarvan bepaalde regelingen, vermeldt de uitnodiging tot deelname aan de veiling het tijdschema voor elke fase van de veiling.

9.  Na sluiting van de elektronische veiling gunnen de aanbestedende instanties de opdracht overeenkomstig artikel 82, op basis van de resultaten van de elektronische veiling.

Artikel 54

Elektronische catalogi

1.  Wanneer het gebruik van elektronische communicatiemiddelen verplicht is, kunnen de aanbestedende instanties verlangen dat de inschrijvingen in de vorm van een elektronische catalogus worden ingediend of een elektronische catalogus bevatten.

De lidstaten kunnen het gebruik van elektronische catalogi verplicht stellen bij bepaalde typen aanbestedingen.

Inschrijvingen die in de vorm van een elektronische catalogus worden ingediend, kunnen vergezeld gaan van andere documenten ter aanvulling van de inschrijving.

2.  Elektronische catalogi worden door de gegadigden of inschrijvers opgesteld met het oog op deelname aan een bepaalde aanbestedingsprocedure in overeenstemming met de specificaties en het formaat als vastgesteld door de aanbestedende instantie.

Voorts voldoen elektronische catalogi aan de voorschriften inzake elektronische communicatiemiddelen alsmede aan alle aanvullende voorschriften als vastgesteld door de aanbestedende instantie overeenkomstig artikel 40.

3.  Wanneer de indiening van inschrijvingen in de vorm van elektronische catalogi wordt aanvaard dan wel verplicht is gesteld, gaan de aanbestedende instanties als volgt te werk:

a) 

zij vermelden dit in de aankondiging van de opdracht, in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling of, wanneer tot mededinging is opgeroepen door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling, in de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling;

b) 

zij verstrekken in de aanbestedingsstukken alle nodige informatie overeenkomstig artikel 40, lid 6, betreffende het formaat, de gebruikte elektronische apparatuur en de nadere technische bepalingen voor de verbinding en specificaties voor de catalogus.

4.  Wanneer een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer is gesloten na indiening van de inschrijvingen in de vorm van elektronische catalogi, kunnen de aanbestedende instanties bepalen dat voor specifieke opdrachten opnieuw tot mededinging wordt opgeroepen op basis van bijgewerkte catalogi. In dat geval gebruiken de aanbestedende instanties een van de volgende methoden:

a) 

zij verzoeken de inschrijvers hun elektronische catalogi, na aanpassing aan de eisen van de betrokken opdracht, opnieuw in te dienen, of

b) 

zij delen de inschrijvers mee dat zij voornemens zijn uit de reeds ingediende elektronische catalogi de nodige informatie te verzamelen om inschrijvingen op te maken die aan de vereisten van de betrokken opdracht aangepast zijn, mits het gebruik van deze methode in de aanbestedingsstukken voor de raamovereenkomst is aangekondigd.

5.  Wanneer de aanbestedende instanties voor specifieke opdrachten overeenkomstig lid 4, onder b), opnieuw tot mededinging oproepen, delen zij aan de inschrijvers mede op welk tijdstip zij voornemens zijn de nodige informatie te verzamelen voor het verrichten van nieuwe inschrijvingen die aangepast zijn aan de vereisten van de betrokken specifieke opdracht, en verlenen zij de inschrijvers de mogelijkheid om het verzamelen van informatie te weigeren.

De aanbestedende instanties voorzien in een toereikende termijn tussen de mededeling en het daadwerkelijk verzamelen van de informatie.

Vóór de gunning van de opdracht leggen de aanbestedende instanties de verzamelde informatie over aan de betrokken inschrijver zodat deze kan betwisten of bevestigen dat de inschrijving geen materiële fouten bevat.

6.  Aanbestedende instanties mogen opdrachten gunnen op grond van een dynamisch aankoopsysteem door te eisen dat de inschrijvingen voor een specifieke opdracht worden ingediend in de vorm van een elektronische catalogus.

De aanbestedende instanties kunnen opdrachten ook gunnen op grond van een dynamisch aankoopsysteem overeenkomstig lid 4, onder b), en lid 5, mits het verzoek om deelname aan het dynamische aankoopsysteem vergezeld gaat van een elektronische catalogus in overeenstemming met de technische specificaties en indeling zoals vastgesteld door de aanbestedende dienst. Deze catalogus wordt vervolgens aangevuld door de gegadigden, wanneer zij in kennis zijn gesteld van het voornemen van de aanbestedende instantie om inschrijvingen op te maken door middel van de procedures van lid 4, onder b).

Artikel 55

Gecentraliseerde aankoopactiviteiten en aankoopcentrales

1.  De lidstaten kunnen bepalen dat de aanbestedende instanties werken, leveringen en/of diensten kunnen inkopen van een aankoopcentrale die de gecentraliseerde aankoopactiviteit biedt als bedoeld in artikel 2, punt 10, onder a).

De lidstaten kunnen eveneens bepalen dat de aanbestedende instanties werken, leveringen en diensten kunnen verwerven via opdrachten die door een aankoopcentrale worden gegund, door gebruik te maken van door een aankoopcentrale geëxploiteerde dynamische aankoopsystemen of door gebruik te maken van een raamovereenkomst die is gesloten door een aankoopcentrale die de in artikel 2, punt 10, onder b), bedoelde gecentraliseerde aankoopactiviteit verricht. Wanneer een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem door andere aanbestedende instanties mag worden gebruikt, wordt dit vermeld in de oproep tot mededinging voor het opzetten van dat dynamische aankoopsysteem.

Met betrekking tot de eerste en tweede alinea, kunnen de lidstaten bepalen dat bepaalde aanbestedingen geschieden door gebruik te maken van aankoopcentrales of één of meer welbepaalde aankoopcentrales.

2.  Een aanbestedende instantie voldoet aan haar verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn wanneer zij leveringen of diensten verkrijgt bij een aankoopcentrale die de gecentraliseerde aankoopactiviteit biedt als bedoeld in artikel 2, punt 10, onder a).

Voorts voldoet een aanbestedende instantie aan haar verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn wanneer zij werken, leveringen of diensten verkrijgt door gebruik te maken van door de aankoopcentrale gegunde opdrachten, door gebruik te maken van door de aankoopcentrale geëxploiteerde dynamische aankoopsystemen, of door gebruik te maken van een raamovereenkomst die is gesloten door de aankoopcentrale die de gecentraliseerde aankoopactiviteit biedt als bedoeld in artikel 2, punt 10, onder b).

De betrokken aanbestedende instantie is evenwel verantwoordelijk voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn wat betreft de delen die zij zelf verricht, zoals:

a) 

het gunnen van een opdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem dat door een aankoopcentrale wordt geëxploiteerd, of

b) 

een nieuwe oproep tot mededinging doen uitgaan op grond van een raamovereenkomst die is gesloten door een aankoopcentrale.

3.  Voor alle aanbestedingsprocedures van een aankoopcentrale worden elektronische communicatiemiddelen gebruikt overeenkomstig de voorschriften van artikel 40.

4.  Aanbestedende instanties mogen, zonder toepassing van de in deze richtlijn vervatte procedures, een opdracht voor diensten ten behoeve van de levering van gecentraliseerde aankoopactiviteiten gunnen aan een aankoopcentrale.

Deze opdrachten voor diensten mogen ook het verrichten van aanvullende aankoopactiviteiten omvatten.

Artikel 56

Occasionele gezamenlijke gunning

1.  Twee of meer aanbestedende instanties kunnen overeenkomen bepaalde specifieke aanbestedingen gezamenlijk te verrichten.

2.  Wanneer een volledig aanbestedingsprocedure gezamenlijk wordt uitgevoerd namens en voor rekening van alle betrokken aanbestedende instanties, zijn deze gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn. Dit geldt ook wanneer slechts één aanbestedende instantie de procedure beheert en optreedt namens zichzelf en namens de andere betrokken aanbestedende instanties.

Als een aanbestedingsprocedure niet in zijn geheel wordt uitgevoerd namens en voor rekening van de betrokken aanbestedende instanties, zijn deze gezamenlijk enkel verantwoordelijk voor de delen die gezamenlijk worden uitgevoerd. Elke aanbestedende instantie is als enige verantwoordelijk voor het nakomen van haar verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn met betrekking tot de delen die zij in eigen naam en voor eigen rekening uitvoert.

Artikel 57

Aanbesteding door aanbestedende instanties van verschillende lidstaten

1.  Onverminderd de artikelen 28 tot en met 31 kunnen aanbestedende instanties van verschillende lidstaten gezamenlijk optreden bij het plaatsen van opdrachten door gebruik te maken van een van de in dit artikel voorziene middelen.

De aanbestedende instanties maken geen gebruik van de in dit artikel voorziene middelen om de toepassing te voorkomen van dwingende publiekrechtelijke bepalingen die in overeenstemming zijn met het Unierecht en waaraan zij onderworpen zijn in hun lidstaat.

2.  Een lidstaat verbiedt zijn aanbestedende instanties niet gebruik te maken van gecentraliseerde aankoopactiviteiten die door in een andere lidstaat gevestigde aankoopcentrales worden aangeboden.

Voor gecentraliseerde aankoopactiviteiten aangeboden door een aankoopcentrale die gevestigd is in een andere lidstaat dan de aanbestedende instantie, kunnen de lidstaten evenwel bepalen dat hun aanbestedende instanties alleen gebruik mogen maken van de gecentraliseerde aankoopactiviteiten als omschreven in artikel 2, punt 10, onder a) of b).

3.  Het leveren van gecentraliseerde aankoopactiviteiten door een in een andere lidstaat gevestigde aankoopcentrale, geschiedt in overeenstemming met de nationale bepalingen van de lidstaat waar de aankoopcentrale is gevestigd.

De nationale bepalingen van de lidstaat waar de aankoopcentrale is gevestigd, zijn ook van toepassing op:

a) 

het gunnen van een opdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem;

b) 

het doen uitgaan van een nieuwe oproep tot mededinging in het kader van een raamovereenkomst.

4.  Verschillende aanbestedende instanties uit verschillende lidstaten kunnen gezamenlijk een opdracht gunnen, een raamovereenkomst sluiten of een dynamisch aankoopsysteem exploiteren. Zij kunnen eveneens opdrachten gunnen op basis van de raamovereenkomst of het dynamische aankoopsysteem. Tenzij de noodzakelijke elementen zijn geregeld door een tussen de betrokken lidstaten gesloten internationale overeenkomst, sluiten de deelnemende aanbestedende instanties een overeenkomst die het volgende bepaalt:

a) 

de verantwoordelijkheden van de partijen en de relevante toepasselijke nationale bepalingen;

b) 

de interne organisatie van de aanbestedingsprocedure, met inbegrip van het beheer van de procedure, de verdeling van de te gunnen werken, leveringen of diensten en de sluiting van overeenkomsten.

Een deelnemende aanbestedende instantie voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn wanneer hij werken, leveringen of diensten aankoopt van een aanbestedende instantie die verantwoordelijk is voor de aanbestedingsprocedure. Bij het vaststellen van de verantwoordelijkheden en het toepasselijke nationale recht als bedoeld onder a), kunnen de deelnemende aanbestedende instanties onder elkaar specifieke verantwoordelijkheden verdelen en de toepasselijke bepalingen vaststellen van het nationale recht van de betrokken lidstaat. De verdeling van de verantwoordelijkheden en het toepasselijke nationale recht wordt voor gezamenlijk gegunde opdrachten vermeld in de aanbestedingsdocumenten.

5.  Wanneer meerdere aanbestedende instanties uit verschillende lidstaten een gezamenlijke entiteit hebben opgericht, inclusief Europese groeperingen voor territoriale samenwerking krachtens Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad ( 12 ) of andere onder het recht van de Unie vallende entiteiten, komen de deelnemende aanbestedende instanties bij besluit van het bevoegde orgaan van de gezamenlijke entiteit overeen welke aanbestedingsregels van een van de volgende lidstaten van toepassing zijn:

a) 

de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit zijn statutaire zetel heeft;

b) 

de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit zijn activiteiten uitoefent.

De in de eerste alinea bedoelde overeenkomst kan voor onbepaalde tijd gelden indien de oprichtingsakte van de gezamenlijke entiteit daarin voorziet, of beperkt zijn tot een bepaalde termijn of tot een aantal soorten opdrachten of tot één of meer individuele gunningen van opdrachten.



HOOFDSTUK III

Verloop van de procedure



Afdeling 1

Voorbereiding

Artikel 58

Voorafgaande marktraadplegingen

Vóór de aanvang van een aanbestedingsprocedure kunnen aanbestedende instanties, ter voorbereiding van de aanbesteding, marktraadplegingen houden om de ondernemers op de hoogte te brengen van hun aanbestedingsplannen en -voorwaarden.

Met dit doel kunnen aanbestedende instanties bijvoorbeeld advies van onafhankelijke deskundigen of instanties of van marktdeelnemers inwinnen of ontvangen. Dat advies kan worden gebruikt bij de planning en uitvoering van de aanbestedingsprocedure, mits dit advies niet leidt tot vervalsing van de mededinging en geen aanleiding geeft tot schending van de beginselen van non-discriminatie en transparantie.

Artikel 59

Voorafgaande betrokkenheid van gegadigden of inschrijvers

Wanneer een gegadigde of inschrijver of een met een gegadigde of inschrijver verbonden onderneming de aanbestedende instantie of instanties heeft geadviseerd, al dan niet in het kader van artikel 58, of anderszins betrokken is geweest bij de voorbereiding van de aanbestedingsprocedure, neemt de aanbestedende instantie passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de mededinging niet wordt vervalst door de deelname van die gegadigde of inschrijver.

Deze maatregelen omvatten de mededeling aan andere gegadigden en inschrijvers van relevante informatie die is uitgewisseld in het kader van of ten gevolge van de betrokkenheid van de gegadigde of inschrijver bij de voorbereiding van de aanbestedingsprocedure, alsmede de vaststelling van passende termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen. De betrokken gegadigde of inschrijver wordt slechts van de aanbestedingsprocedure uitgesloten indien er geen andere middelen zijn om de naleving van het beginsel gelijke behandeling te verzekeren.

Alvorens te worden uitgesloten, moeten gegadigden of inschrijvers de kans krijgen te bewijzen dat hun betrokkenheid bij de voorbereiding van de aanbestedingsprocedure de mededinging niet kan vervalsen. De maatregelen moeten worden vermeld in het krachtens artikel 100 vereiste proces-verbaal.

Artikel 60

Technische specificaties

1.  De technische specificaties als omschreven in punt 1 van bijlage VIII maken deel uit van de aanbestedingsstukken. In de technische specificaties wordt bepaald welke kenmerken worden voorgeschreven voor werken, leveringen of diensten.

Die kenmerken kunnen ook verband houden met het specifieke proces of de specifieke methode van productie of verrichting van de gevraagde werken, leveringen of diensten of met een specifiek proces van een ander stadium van de levenscyclus ervan, zelfs wanneer deze factoren niet tot de materiële essentie van de werken, leveringen of diensten behoren, mits zij met het voorwerp van de opdracht verbonden en in verhouding tot de waarde en de doelstellingen ervan zijn.

De technische specificaties kunnen tevens bepalen of de overdracht van intellectuele-eigendomsrechten vereist is.

Voor alle aanbestedingen die zijn bedoeld voor gebruik door natuurlijke personen, hetzij door het grote publiek, hetzij door het personeel van de aanbestedende instantie, moeten de technische specificaties, uitgezonderd in behoorlijk gemotiveerde gevallen, zodanig worden opgesteld dat rekening wordt gehouden met de criteria inzake toegankelijkheid voor personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers.

Wanneer bij rechtshandeling van de Unie verplichte vereisten inzake toegankelijkheid zijn vastgesteld, moet bij de vaststelling van technische specificaties wat toegankelijkheidscriteria voor personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers betreft daarnaar worden verwezen.

2.  De technische specificaties bieden inschrijvers gelijke toegang tot de aanbestedingsprocedures en mogen er niet toe leiden dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging worden opgeworpen.

3.  Onverminderd dwingende nationale technische voorschriften, voor zover deze verenigbaar zijn met het recht van de Unie, worden de technische specificaties aangegeven op een van de volgende wijzen:

a) 

in termen van prestatie of functionele eisen, inclusief milieukenmerken, mits de parameters voldoende nauwkeurig zijn opdat de inschrijvers het voorwerp van de opdracht kunnen bepalen en de aanbestedende instanties de opdracht kunnen gunnen;

b) 

door verwijzing naar de technische specificaties en, in volgorde van voorkeur, de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische beoordelingen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische referentiesystemen, of, bij gebreke van dit alles, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van de werken en het gebruik van de leveringen; elke verwijzing gaat vergezeld van de woorden „of gelijkwaardig”;

c) 

in termen van de onder a) bedoelde prestatie of functionele eisen, waarbij onder vermoeden van overeenstemming met deze prestatie of functionele eisen wordt verwezen naar de onder b) bedoelde technische specificaties;

d) 

door verwijzing naar de onder b) bedoelde technische specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de onder a) bedoelde prestatie of functionele eisen voor andere kenmerken.

4.  Behalve indien dit door het voorwerp van de opdracht gerechtvaardigd is, mag in de technische specificaties geen melding worden gemaakt van een bepaald fabricaat of een bepaalde herkomst of van een bijzondere werkwijze die kenmerkend is voor de producten of diensten van een bepaalde ondernemer, en evenmin van een merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of geëlimineerd. Deze vermelding of verwijzing is bij wijze van uitzondering toegestaan wanneer een voldoende nauwkeurige en begrijpelijke omschrijving van het voorwerp van de opdracht niet mogelijk is door toepassing van lid 3. Een dergelijke vermelding of verwijzing gaat vergezeld van de woorden „of gelijkwaardig”.

5.  Wanneer een aanbestedende instantie gebruikmaakt van de mogelijkheid te verwijzen naar de in lid 3, onder b), genoemde technische specificaties, wijst zij een inschrijving niet af op grond van het feit dat de aangeboden werken, leveringen of diensten niet overeenstemmen met de betrokken technische specificaties, wanneer de inschrijver in zijn inschrijving met elk passend middel, inclusief de in artikel 62 bedoelde bewijsmiddelen, aantoont dat de voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de in de technische specificaties gestelde eisen.

6.  Wanneer een aanbestedende instantie gebruikmaakt van de in lid 3, onder a), geboden mogelijkheid de technische specificaties in termen van prestatie of functionele eisen vast te stellen, wijst zij een inschrijving voor werken, leveringen of diensten niet af die voldoet aan een nationale norm waarbij een Europese norm is omgezet, een Europese technische goedkeuring, een gemeenschappelijke technische specificatie, een internationale norm, een door een Europees normalisatieorgaan ingesteld technisch verwijzingssysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de door de aanbestedende instantie vastgestelde prestatie of functionele eisen.

De inschrijver bewijst in zijn inschrijving met elk passend middel, waaronder de in artikel 62 bedoelde middelen, dat het werk, de levering of de dienst dat/die in overeenstemming is met de norm, voldoet aan de prestatie of functionele eisen van de aanbestedende instantie.

Artikel 61

Keurmerken

1.  Wanneer de aanbestedende instanties het voornemen hebben werken, leveringen of diensten met specifieke milieu-, sociale of andere kenmerken aan te kopen, kunnen zij, in de technische specificaties, de gunningscriteria of de voorwaarden betreffende de uitvoering van de opdracht, een specifieke keurmerk eisen als bewijs dat de werken, diensten of leveringen overeenstemmen met de vereiste voorschriften, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

de keurmerkeisen hebben alleen betrekking op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken, leveringen of diensten die het voorwerp van de opdracht vormen;

b) 

de keurmerkeisen zijn gebaseerd op objectief controleerbare en niet-discriminerende criteria;

c) 

het keurmerk is vastgesteld in een open en transparante procedure waaraan alle belanghebbenden, inclusief overheidsinstanties, consumenten, sociale partners, fabrikanten, distributeurs en niet-gouvernementele organisaties kunnen deelnemen;

d) 

het keurmerk is voor alle betrokken partijen toegankelijk;

e) 

de keurmerkeisen worden vastgesteld door een derde partij waarover de ondernemer die het keurmerk aanvraagt, geen beslissende invloed uitoefent.

Indien de aanbestedende instanties niet eisen dat de werken, leveringen of diensten aan alle keurmerkeisen voldoen, geven zij aan welke keurmerkeisen worden bedoeld.

Aanbestedende instanties die een specifiek keurmerk eisen, aanvaarden alle keurmerken die bevestigen dat de werken, leveringen of diensten aan gelijkwaardige keurmerkeisen voldoen.

Indien een ondernemer, om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, aantoonbaar niet de mogelijkheid heeft gehad het door de aanbestedende instantie aangegeven specifieke keurmerk of een gelijkwaardig keurmerk binnen de gestelde termijnen te verwerven, aanvaardt de aanbestedende instantie andere geschikte bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, mits de betrokken ondernemer aantoont dat de door hem te leveren werken, leveringen of diensten voldoen aan het door de aanbestedende instantie aangegeven specifieke keurmerk of aan de specifieke eisen.

2.  Wanneer een keurmerk aan de voorwaarden van lid 1, eerste alinea, onder b), c), d) en e), voldoet maar eveneens eisen stelt die geen verband houden met het voorwerp van de opdracht, eisen de aanbestedende instanties niet het keurmerk als zodanig maar kunnen zij de technische specificaties vaststellen door verwijzing naar de gedetailleerde technische specificaties van dat keurmerk, of indien noodzakelijk, delen daarvan die verband houden met het voorwerp van de opdracht en geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van dit voorwerp.

Artikel 62

Testverslagen, certificatie en andere bewijsmiddelen

1.  De aanbestedende instanties kunnen eisen dat ondernemers een testverslag of certificaat van een conformiteitsbeoordelingsinstantie verstrekken als bewijs van overeenstemming met de voorschriften of criteria die zijn neergelegd in de technische specificaties, de gunningscriteria of de contractvoorwaarden.

Wanneer aanbestedende instanties eisen dat certificaten van een specifieke conformiteitsbeoordelingsinstantie worden overgelegd, worden door hen ook certificaten van andere gelijkwaardige conformiteitsbeoordelingsinstanties aanvaard.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie in de zin van dit lid is een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals ijken, testen, certificeren en inspecteren, en geaccrediteerd is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad ( 13 ).

2.  Aanbestedende instanties aanvaarden andere dan de in lid 1 bedoelde geschikte bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, wanneer de betrokken ondernemer geen toegang heeft tot de in lid 1 bedoelde certificaten of testverslagen of deze niet binnen de desbetreffende termijnen kan verkrijgen, mits het ontbreken van toegang de betrokken ondernemer niet valt aan te rekenen, op voorwaarde dat de betrokken ondernemer daarbij aantoont dat de door hem geleverde werken, leveringen of diensten voldoen aan de voorschriften of criteria van de technische specificaties, de gunningscriteria of de contractvoorwaarden.

3.  De lidstaten verstrekken andere lidstaten op hun verzoek alle informatie met betrekking tot de middelen en documenten die overeenkomstig artikel 60, lid 6, artikel 61, en de leden 1 en 2 van dit artikel zijn overgelegd. De bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging van de ondernemer verstrekken deze informatie overeenkomstig artikel 102.

Artikel 63

Mededeling van de technische specificaties

1.  Op verzoek van ondernemers die belangstelling hebben voor een opdracht, verstrekken de aanbestedende instanties de technische specificaties die regelmatig in hun opdrachten voor werken, leveringen of diensten worden vermeld, of de technische specificaties die zij voornemens zijn toe te passen in opdrachten waarvoor de oproep tot mededinging een periodieke indicatieve aankondiging is. Deze specificaties worden met elektronische middelen beschikbaar gesteld voor onbeperkte, volledige, rechtstreekse en kosteloze toegang.

De technische specificaties worden evenwel toegezonden met andere middelen dan langs elektronische weg wanneer kosteloze, vrije, rechtstreekse en volledige toegang langs elektronische weg tot bepaalde aanbestedingsstukken niet kan worden geboden om een van de in artikel 40, lid 1, tweede alinea, vermelde redenen of omdat de aanbestedende instanties voornemens zijn artikel 39, lid 2, toe te passen.

2.  Indien de technische specificaties gebaseerd zijn op documenten die met elektronische middelen vrij, rechtstreeks, volledig en kosteloos beschikbaar zijn voor belangstellende ondernemers, kan worden volstaan met een verwijzing naar deze documenten.

Artikel 64

Varianten

1.  De aanbestedende instanties kunnen de inschrijvers toestaan of de eis opleggen varianten in te dienen die aan de door de aanbestedende instanties gestelde minimumeisen voldoen.

Aanbestedende instanties vermelden in de aanbestedingsstukken of zij al dan niet varianten toestaan of eisen en, indien dat het geval is, aan welke minimumeisen deze varianten moeten voldoen, alsmede hoe zij moeten worden ingediend, met name of varianten slechts kunnen worden ingediend wanneer ook een inschrijving die geen variant is, is ingediend. Wanneer varianten toegestaan of vereist zijn, zorgen zij er ook voor dat de gekozen gunningscriteria kunnen worden toegepast op varianten die aan deze minimumvoorschriften voldoen, en op conforme inschrijvingen die geen varianten zijn.

2.  Bij procedures voor het gunnen van opdrachten voor leveringen of diensten mogen de aanbestedende instanties die varianten hebben toegestaan of geëist, een variant niet afwijzen uitsluitend omdat deze, mocht hij worden gekozen, tot een opdracht voor diensten in plaats van een opdracht voor leveringen, dan wel tot een opdracht voor leveringen in plaats van een opdracht voor diensten zou leiden.

Artikel 65

Verdeling van opdrachten in percelen

1.  Aanbestedende instanties kunnen besluiten een opdracht te gunnen in de vorm van afzonderlijke percelen en kunnen de omvang en het voorwerp van deze percelen bepalen.

Aanbestedende instanties vermelden in de aankondiging van de opdracht, in het verzoek tot bevestiging van belangstelling, of wanneer tot mededinging is opgeroepen in een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling, in de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling, of inschrijvingen kunnen worden ingediend voor één, voor meer, dan wel voor alle percelen.

2.  De aanbestedende instanties mogen, zelfs indien er inschrijvingen mogen worden ingediend voor meerdere of alle percelen, het aantal aan een inschrijver te gunnen percelen beperken, mits het maximumaantal in de aankondiging van de opdracht of in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, tot inschrijving, of tot onderhandeling, is aangegeven. Aanbestedende instanties vermelden in de aanbestedingsstukken de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels die zij voornemens zijn toe te passen om te bepalen welke percelen zullen worden gegund indien de toepassing van de gunningscriteria zou leiden tot de gunning van meer percelen dan het maximumaantal aan een zelfde inschrijver.

3.  De lidstaten kunnen bepalen dat, indien meer dan één perceel aan dezelfde inschrijver kan worden gegund, de aanbestedende instanties een opdracht kunnen gunnen voor een combinatie van percelen of voor alle percelen wanneer zij in de aankondiging van de opdracht of in de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling, tot inschrijving, of tot onderhandeling hebben gespecificeerd dat zij zich daartoe de mogelijkheid voorbehouden en aangegeven hebben welke percelen of groepen van percelen kunnen worden gecombineerd.

4.  De lidstaten kunnen het verplicht stellen om opdrachten als afzonderlijke percelen te gunnen onder voorwaarden die overeenkomstig het nationale recht dienen te worden bepaald, rekening houdend met het Unierecht. Lid 1, tweede alinea, en, waar passend, lid 3 zijn van toepassing.

Artikel 66

Het bepalen van termijnen

1.  Bij de vaststelling van de termijnen voor de aanvragen tot deelname en de ontvangst van inschrijvingen moeten aanbestedende instanties in het bijzonder rekening houden met de complexiteit van de opdracht en met de voor de voorbereiding van de inschrijvingen benodigde tijd, onverminderd de in de artikelen 45 tot en met 49 vastgestelde minimumtermijnen.

2.  Wanneer inschrijvingen slechts kunnen plaatsvinden na een bezoek aan de plaats of na inzage ter plaatse van de documenten waarop die aanbestedingsstukken steunen, worden de termijnen voor ontvangst van de inschrijvingen, die langer zijn dan de in de artikelen 45 tot en met 49 vastgelegde minimumtermijnen, zodanig vastgesteld dat alle betrokken ondernemers de gelegenheid hebben kennis te nemen van de voor het opstellen van de inschrijvingen vereiste informatie.

3.  In de volgende gevallen verlengen de aanbestedende instanties de termijnen voor ontvangst van de inschrijvingen zodat alle betrokken ondernemers kunnen beschikken over alle nodige gegevens voor het opstellen van de inschrijvingen:

a) 

indien, om welke reden dan ook, aanvullende informatie, hoewel tijdig aangevraagd door de ondernemer, niet uiterlijk zes dagen voor de voor de ontvangst van de inschrijvingen gestelde termijn is verstrekt. In het geval van de versnelde openbare procedure als bedoeld in artikel 45, lid 3, bedraagt deze termijn vier dagen;

b) 

indien de aanbestedingsstukken aanzienlijk zijn gewijzigd.

De duur van de verlenging dient evenredig te zijn aan het belang van de informatie of wijziging.

Indien de aanvullende informatie niet tijdig aangevraagd is of het belang voor het opstellen van de inschrijvingen onbetekenend is, hoeven de aanbestedende instanties de termijnen niet te verlengen.



Afdeling 2

Bekendmaking en transparantie

Artikel 67

Periodieke indicatieve aankondigingen

1.  Aanbestedende instanties kunnen hun voornemens met betrekking tot een geplande aanbesteding te kennen geven door een periodieke indicatieve aankondiging te publiceren. Deze aankondiging bevat de in bijlage VI, deel A, afdeling I, omschreven informatie. Zij wordt bekendgemaakt door het Bureau voor publicaties van de Europese Unie of door de aanbestedende instanties via hun kopersprofiel overeenkomstig punt 2, onder b), van bijlage IX. Wanneer de periodieke indicatieve aankondiging door de aanbestedende instanties via hun kopersprofiel wordt bekendgemaakt, zenden deze een aankondiging van bekendmaking van de periodieke indicatieve aankondiging in het kopersprofiel aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie, overeenkomstig punt 3 van bijlage IX. Die aankondigingen bevatten de in bijlage VI, deel B, omschreven informatie.

2.  Wanneer een oproep tot mededinging geschiedt door middel van een periodieke indicatieve aankondiging voor niet-openbare procedures en onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging, voldoet de aankondiging aan de volgende vereisten:

a) 

zij verwijst specifiek naar leveringen, werken of diensten waarop de te gunnen opdracht betrekking heeft;

b) 

zij vermeldt dat de opdracht zal worden gegund door middel van een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure, waarbij geen oproep tot mededinging wordt bekendgemaakt, en nodigt belangstellende ondernemers uit hun belangstelling kenbaar te maken;

c) 

zij bevat naast de in bijlage VI, deel A, afdeling I, bedoelde informatie de in bijlage VI, deel A, afdeling II, bedoelde informatie;

d) 

de bekendmaking geschiedt tussen 35 dagen en twaalf maanden vóór de datum waarop de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling wordt verzonden.

Deze aankondigingen worden niet bekendgemaakt in een kopersprofiel. De eventuele aanvullende bekendmaking op nationaal niveau overeenkomstig artikel 72 kan evenwel via een kopersprofiel geschieden.

De periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, is ten hoogste twaalf maanden vanaf de datum waarop de vooraankondiging ter bekendmaking is toegezonden. In het geval van opdrachten voor sociale en andere specifieke diensten, kan de periodieke indicatieve aankondiging bedoeld in artikel 92, lid 1, onder b), betrekking hebben op een periode van meer dan twaalf maanden.

Artikel 68

Aankondigingen inzake het bestaan van een erkenningsregeling

1.  Wanneer aanbestedende instanties een erkenningsregeling overeenkomstig artikel 77 wensen in te voeren, moet met betrekking tot deze regeling een aankondiging worden opgesteld als bedoeld in bijlage X, waarin het doel van de regeling en de wijze waarop inzage in de werking van de regeling kan worden verkregen, worden aangegeven.

2.  Aanbestedende instanties vermelden de geldigheidstermijn van de erkenningsregeling in de aankondiging inzake het bestaan van die regeling. Zij brengen het Bureau voor publicaties van de Europese Unie op de hoogte van elke verandering in de geldigheidstermijn, met gebruikmaking van de volgende standaardformulieren:

a) 

wanneer de geldigheidstermijn wordt gewijzigd zonder dat het systeem wordt beëindigd: het formulier voor de aankondiging inzake het bestaan van erkenningsregelingen;

b) 

wanneer het systeem wordt beëindigd: een aankondiging van gegunde opdracht overeenkomstig artikel 70.

Artikel 69

Aankondigingen van opdrachten

Aankondigingen van opdrachten kunnen voor alle procedures worden gebruikt als oproep tot mededinging. Zij bevatten de in het desbetreffende onderdeel van bijlage XI omschreven informatie en worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 71.

Artikel 70

Aankondiging van gegunde opdracht

1.  Uiterlijk 30 dagen na de sluiting van een overeenkomst of van een raamovereenkomst die volgt op het gunnings- of sluitingsbesluit, sturen de aanbestedende instanties een aankondiging van gegunde opdracht over de resultaten van de aanbestedingsprocedure.

Dit bericht bevat de in bijlage XII omschreven informatie en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 71.

2.  Wanneer de oproep tot mededinging voor de betrokken opdracht is verricht door middel van een periodieke indicatieve aankondiging en de aanbestedende instantie heeft besloten om geen verdere opdrachten te gunnen gedurende de periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, wordt dit specifiek vermeld in de aankondiging van gegunde opdracht.

In het geval van overeenkomstig artikel 51 gesloten raamovereenkomsten zijn de aanbestedende instanties niet verplicht een aankondiging betreffende de resultaten van de aanbestedingsprocedure te versturen voor elke opdracht die op deze overeenkomst is gebaseerd. De lidstaten kunnen bepalen dat de aanbestedende instanties aankondigingen over de resultaten van de aanbestedingsprocedure in verband met opdrachten op grond van de raamovereenkomst per kwartaal moeten bundelen. In dat geval versturen de aanbestedende instanties de gebundelde aankondigingen binnen 30 dagen na het einde van elk kwartaal.

De aanbestedende instanties zenden een aankondiging van gegunde opdracht binnen 30 dagen na de gunning van elke opdracht op basis van een dynamisch aankoopsysteem. Deze aankondigingen kunnen echter per kwartaal worden gebundeld. In dat geval worden de gebundelde aankondigingen binnen 30 dagen na het einde van elk kwartaal verstuurd.

3.  De overeenkomstig bijlage XII verstrekte informatie die voor bekendmaking is bestemd, wordt overeenkomstig bijlage IX bekendgemaakt. Sommige informatie betreffende de gunning van een opdracht of de sluiting van een raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking van deze informatie de toepassing van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particuliere ondernemers, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.

In het geval van opdrachten voor diensten inzake onderzoek en ontwikkeling („R&D services”) kan de informatie betreffende de aard en de hoeveelheid van de diensten beperkt worden tot:

a) 

de aanduiding „R&D services”, wanneer de opdracht is gegund door middel van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging in overeenstemming met artikel 50, onder b);

b) 

ten minste even gedetailleerde informatie als die van de aankondiging welke als oproep tot mededinging was gebruikt.

4.  Overeenkomstig bijlage XII verstrekte informatie die niet voor bekendmaking is bestemd, wordt overeenkomstig bijlage IX om statistische redenen enkel in vereenvoudigde vorm bekendgemaakt.

Artikel 71

Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen

1.  De in de artikelen 67 tot en met 70 bedoelde aankondigingen bevatten de in bijlage VI, deel A en deel B, en de bijlagen X, XI en XII vermelde informatie in de vorm van standaardformulieren, met inbegrip van standaardformulieren voor correcties.

De Commissie stelt deze standaardformulieren vast door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 105 bedoelde raadplegingsprocedure.

2.  De in de artikelen 67 tot en met 70 bedoelde aankondigingen worden opgesteld, langs elektronische weg aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie gezonden en bekendgemaakt overeenkomstig bijlage IX. Aankondigingen worden uiterlijk vijf dagen na verzending bekendgemaakt. De kosten voor de bekendmaking van de aankondigingen door het Bureau voor publicaties van de Europese Unie worden gedragen door de Unie.

3.  De in de artikelen 67 tot en met 70 bedoelde aankondigingen worden onverkort bekendgemaakt in de door de aanbestedende dienst gekozen officiële taal/talen van de instellingen van de Unie. Alleen de tekst of teksten in deze taalversie of taalversies is of zijn authentiek. Een samenvatting met de belangrijke gegevens van elke aankondiging wordt in de andere officiële talen van de instellingen van de Unie bekendgemaakt.

4.  Het Bureau voor publicaties van de Europese Unie zorgt voor herhaalde bekendmaking van de volledige tekst en van de samenvatting van de in artikel 67, lid 2, bedoelde periodieke indicatieve aankondigingen, de in artikel 52, lid 4, onder a), bedoelde oproepen tot mededinging waarbij een dynamisch aankoopsysteem wordt opgezet, en de aankondigingen inzake het bestaan van een erkenningsregeling die overeenkomstig artikel 44, lid 4, onder b), als oproep tot mededinging worden gebruikt:

a) 

in het geval van periodieke indicatieve aankondigingen, gedurende twaalf maanden of tot de ontvangst van een aankondiging van gegunde opdracht als bedoeld in artikel 70, lid 2, waarin wordt vermeld dat er geen verdere opdrachten worden gegund gedurende de periode van twaalf maanden waarop de oproep tot mededinging betrekking heeft. In het geval van opdrachten voor sociale en andere specifieke diensten, wordt voortgegaan met de publicatie van de periodieke indicatieve aankondiging bedoeld in artikel 92, lid 1, onder b), tot het einde van de oorspronkelijk aangegeven geldigheidstermijn of tot de ontvangst van een aankondiging van gegunde opdracht overeenkomstig artikel 70 waarin staat dat geen verdere opdrachten zullen worden gegund gedurende de periode waarop de oproep tot mededinging betrekking heeft;

b) 

in het geval van oproepen tot mededinging waarbij een dynamisch aankoopsysteem wordt opgezet, voor de geldigheidsduur van het dynamische aankoopsysteem;

c) 

in het geval van aankondigingen betreffende het bestaan van een erkenningsregeling, voor de geldigheidsduur daarvan.

5.  De aanbestedende instanties moeten de verzenddatum van de aankondigingen kunnen aantonen.

Het Bureau voor publicaties van de Europese Unie verstrekt de aanbestedende instantie een bevestiging van ontvangst van de aankondiging en van bekendmaking van de verzonden informatie, met vermelding van de datum van bekendmaking. Deze bevestiging vormt het bewijs van de bekendmaking.

6.  Aanbestedende instanties kunnen aankondigingen van opdrachten voor werken, leveringen of diensten bekendmaken die niet onder de in deze richtlijn voorgeschreven bekendmakingsvoorschriften vallen, mits deze aankondigingen in elektronische vorm aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie worden gezonden in het formaat en op de wijze als omschreven in bijlage IX.

Artikel 72

Bekendmaking op nationaal niveau

1.  De in de artikelen 67 tot en met 70 bedoelde aankondigingen en de inhoud daarvan worden op nationaal niveau niet bekendgemaakt voordat zij overeenkomstig artikel 71 zijn bekendgemaakt. Bekendmaking kan in ieder geval op nationaal niveau geschieden indien de aanbestedende instanties niet binnen 48 uur na de bevestiging van ontvangst van de aankondiging overeenkomstig artikel 71 zijn geïnformeerd over de bekendmaking.

2.  Aankondigingen die op nationaal niveau worden bekendgemaakt, bevatten geen andere informatie dan de informatie in de aankondigingen die aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie zijn gezonden of via een kopersprofiel zijn bekendgemaakt, en vermelden de datum van toezending van de aankondiging aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie of van de bekendmaking via het kopersprofiel.

3.  Periodieke indicatieve aankondigingen worden niet via het kopersprofiel bekendgemaakt voordat de aankondiging van bekendmaking in deze vorm aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie is verzonden; zij vermelden de datum van deze verzending.

Artikel 73

Elektronische beschikbaarheid van aanbestedingsstukken

1.  De aanbestedende instanties bieden met elektronische middelen kosteloze, vrije, rechtstreekse en volledige toegang tot de aanbestedingsstukken vanaf de datum van bekendmaking van een aankondiging overeenkomstig artikel 71 of vanaf de datum waarop een uitnodiging tot bevestiging van belangstelling werd verzonden.

Wanneer tot mededinging is opgeroepen door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling, wordt deze toegang zo snel mogelijk geboden en uiterlijk vanaf het ogenblik waarop de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling is verzonden. De tekst van de aankondiging of van deze uitnodigingen vermeldt het internetadres waar de aanbestedingsstukken toegankelijk zijn.

Wanneer geen kosteloze, vrije, rechtstreekse en volledige toegang langs elektronische weg tot bepaalde aanbestedingsstukken kan worden geboden om een van de in de in artikel 40, lid 1, tweede alinea, vermelde redenen, kunnen de aanbestedende instanties in de aankondiging of in de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling aangeven dat de aanbestedingsstukken zullen worden toegezonden met andere middelen dan langs elektronische weg overeenkomstig het bepaalde in lid 2 van dit artikel. In dat geval wordt de termijn voor de indiening van de inschrijvingen met vijf dagen verlengd, behalve in deugdelijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in artikel 45, lid 3, en wanneer de termijn in onderlinge overeenstemming is vastgesteld overeenkomstig artikel 46, lid 2, tweede alinea, of artikel 47, lid 2, tweede alinea.

Wanneer geen kosteloze, vrije, rechtstreekse en volledige toegang langs elektronische weg tot bepaalde aanbestedingsstukken kan worden geboden omdat aanbestedende instanties voornemens zijn artikel 39, lid 2, toe te passen, vermelden zij in de aankondiging of in de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling of, wanneer de oproep tot mededinging de vorm heeft van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling, in de aanbestedingsstukken, welke maatregelen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie zij eisen en hoe toegang kan worden verkregen tot de betrokken documenten. In dat geval wordt de termijn voor de indiening van de inschrijvingen met vijf dagen verlengd, behalve in deugdelijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in artikel 45, lid 3, en wanneer de termijn in onderlinge overeenstemming is vastgesteld overeenkomstig artikel 46, lid 2, tweede alinea, of artikel 47, lid 2, tweede alinea.

2.  De aanbestedende instanties verstrekken uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de inschrijvingen alle inschrijvers die aan de aanbestedingsprocedure deelnemen nadere inlichtingen over de specificaties en de ondersteunende documenten, mits dit tijdig is aangevraagd. In het geval van de versnelde openbare procedure als bedoeld in artikel 45, lid 3, bedraagt deze termijn vier dagen.

Artikel 74

Uitnodigingen aan gegadigden

1.  Bij niet-openbare procedures, concurrentiegerichte dialogen, innovatiepartnerschappen en onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging nodigen de aanbestedende instanties de daartoe uitgekozen gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uit om een inschrijving in te dienen, deel te nemen aan de dialoog of te onderhandelen.

Wanneer overeenkomstig artikel 44, lid 4, onder a), een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, nodigen de aanbestedende instanties de ondernemers die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt, gelijktijdig en schriftelijk uit om hun onverminderde belangstelling te bevestigen.

2.  De uitnodigingen bedoeld in lid 1 van dit artikel bevatten een verwijzing naar het elektronische adres waarop de aanbestedingsstukken rechtstreeks langs elektronische weg toegankelijk zijn. De uitnodigingen gaan vergezeld van de aanbestedingsstukken, wanneer deze documenten niet vrij, rechtstreeks, volledig en kosteloos toegankelijk zijn om de in artikel 73, lid 1, derde of vierde alinea, genoemde redenen en nog niet anderszins beschikbaar zijn. Daarnaast bevatten de in lid 1 van dit artikel bedoelde uitnodigingen de in bijlage XIII voorgeschreven informatie.

Artikel 75

Informatieverstrekking aan aanvragers van erkenning, gegadigden en inschrijvers

1.  Aanbestedende instanties stellen elke gegadigde en inschrijver zo spoedig mogelijk in kennis van besluiten inzake sluiting van een raamovereenkomst, gunning van een opdracht of toelating tot een dynamisch aankoopsysteem, met inbegrip van de redenen waarom zij hebben besloten de raamovereenkomst niet te sluiten, de opdracht na oproep tot mededinging niet te gunnen of de procedure te heropenen, of het dynamische aankoopsysteem niet in te stellen.

2.  Op verzoek van de betrokken gegadigde of inschrijver informeren aanbestedende instanties zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen 15 dagen na ontvangst van een schriftelijk verzoek,

a) 

iedere afgewezen gegadigde over de redenen voor de afwijzing van zijn verzoek tot deelname;

b) 

iedere afgewezen inschrijver over de redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving, met inbegrip, voor de in artikel 60, leden 5 en 6, bedoelde gevallen, van de redenen voor het besluit inzake niet-gelijkwaardigheid of het besluit dat de werken, leveringen of diensten niet aan de prestatie- en functionele eisen voldoen;

c) 

iedere inschrijver die een in aanmerking komende inschrijving heeft ingediend, over de kenmerken en relatieve voordelen van de geselecteerde inschrijving, alsmede over de naam van de begunstigde of de partijen bij de raamovereenkomst;

d) 

iedere inschrijver die een ontvankelijke inschrijving heeft ingediend, over het verloop en de voortgang van de onderhandelingen en de dialoog met de inschrijvers.

3.  De aanbestedende instanties kunnen besluiten dat bepaalde informatie als bedoeld in de leden 1 en 2 betreffende de gunning van de opdracht, de sluiting van de raamovereenkomst of de toelating tot het dynamische aankoopsysteem niet wordt meegedeeld indien openbaarmaking van deze informatie de toepassing van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particuliere ondernemers, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.

4.  Aanbestedende instanties die een erkenningsregeling invoeren en beheren, stellen de aanvragers binnen zes maanden in kennis van hun besluit inzake de erkenning.

Wanneer het erkenningsbesluit meer dan vier maanden vanaf de indiening van het verzoek tot erkenning in beslag neemt, stelt de aanbestedende instantie de verzoeker binnen twee maanden na de indiening in kennis van de redenen voor de verlenging van deze termijn en van de datum waarop zijn verzoek zal worden aanvaard dan wel afgewezen.

5.  Aanvragers wier verzoek om erkenning wordt geweigerd, worden zo spoedig mogelijk en binnen 15 dagen na dit besluit in kennis gesteld van dit besluit tot weigering en van de redenen voor dat besluit. De redenen moeten gebaseerd zijn op de in artikel 77, lid 2, vermelde erkenningscriteria.

6.  Aanbestedende instanties die een erkenningsregeling invoeren en beheren, kunnen de erkenning van een ondernemer slechts beëindigen om redenen die gegrond zijn op de in artikel 77, lid 2, vermelde criteria. Elk voornemen om een erkenning te beëindigen, alsmede de redenen daartoe, worden ten minste 15 dagen vóór de datum waarop de erkenning zal worden beëindigd, schriftelijk ter kennis gebracht van de ondernemer.



Afdeling 3

Selectie van deelnemers en gunning van opdrachten

Artikel 76

Algemene beginselen

1.  Voor de selectie van deelnemers aan aanbestedingsprocedures zijn de volgende regels van toepassing:

a) 

aanbestedende instanties die overeenkomstig artikel 78, lid 1, of artikel 80, lid 1, regels en criteria voor de uitsluiting van inschrijvers of gegadigden hebben vastgesteld, sluiten ondernemers die aan deze criteria voldoen, uit op basis van deze regels;

b) 

zij selecteren inschrijvers en gegadigden overeenkomstig de in de artikelen 78 en 80 vastgestelde objectieve regels en criteria;

c) 

in niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures met oproep tot mededinging, concurrentiegerichte dialogen, en innovatiepartnerschappen beperken zij overeenkomstig artikel 78, lid 2, in voorkomend geval het aantal op grond van a) en b) van dit lid geselecteerde gegadigden.

2.  Wanneer een oproep tot mededinging geschiedt door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling en met het oog op de selectie van deelnemers in aanbestedingsprocedures voor de specifieke opdrachten waarop de oproep tot mededinging betrekking heeft, volgen aanbestedende instanties de onderstaande regels:

a) 

zij erkennen ondernemers overeenkomstig artikel 77;

b) 

zij passen de bepalingen van lid 1 die betrekking hebben op niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures, concurrentiegerichte dialogen, of innovatiepartnerschappen, toe op die erkende ondernemers.

3.  Aanbestedende instanties mogen, wanneer zij de deelnemers aan een niet-openbare procedure, een onderhandelingsprocedure, een concurrentiegerichte dialoog, of een innovatiepartnerschap selecteren, in hun besluit over erkenning of wanneer de erkenningscriteria en -regels worden bijgewerkt:

a) 

aan bepaalde ondernemers geen administratieve, technische of financiële voorwaarden opleggen die niet aan andere zijn opgelegd;

b) 

geen proeven of bewijzen eisen die een doublure zouden vormen met reeds beschikbare objectieve bewijzen.

4.  Wanneer de door de ondernemers in te dienen informatie of documentatie onvolledig of onjuist blijkt te zijn of wanneer specifieke documenten ontbreken, kunnen de aanbestedende instanties, tenzij het nationale recht waarmee uitvoering wordt gegeven aan deze richtlijn anders bepaalt, de betrokken ondernemers verzoeken die informatie of documentatie binnen een passende termijn in te dienen, aan te vullen, te verduidelijken of te vervolledigen, mits dergelijke verzoeken worden gedaan met volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie.

5.  Aanbestedende instanties toetsen de door de geselecteerde inschrijvers ingediende inschrijvingen aan de op de inschrijvingen toepasselijke regels en voorschriften en gunnen de opdracht op basis van de in de artikelen 82 en 84 bedoelde criteria, rekening houdend met artikel 64.

6.  Aanbestedende instanties kunnen besluiten een opdracht niet te gunnen aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend, wanneer zij hebben vastgesteld dat de inschrijving niet voldoet aan de in artikel 36, lid 2, genoemde toepasselijke verplichtingen.

7.  In openbare procedures kunnen aanbestedende instanties besluiten tot onderzoek van de inschrijvingen over te gaan voordat de geschiktheid van de inschrijvers wordt beoordeeld, mits de desbetreffende bepalingen van de artikelen 76 tot en met 84 worden nageleefd, met inbegrip van de regel dat de opdracht niet wordt gegund aan een inschrijver die overeenkomstig artikel 80 moet worden uitgesloten of die niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 78, lid 1, en artikel 80 door de aanbestedende instantie vastgestelde gunningscriteria.

De lidstaten kunnen besluiten het gebruik van de procedure in de eerste alinea niet toe te staan voor, of te beperken tot, bepaalde soorten aanbestedingen of bepaalde omstandigheden.

8.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 103 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst in bijlage XIV, wanneer dit noodzakelijk is, om nieuwe internationale overeenkomsten toe te voegen die door alle lidstaten zijn geratificeerd of wanneer de bestaande internationale overeenkomsten waarnaar wordt verwezen niet langer door alle lidstaten zijn geratificeerd of anderszins zijn gewijzigd, bijvoorbeeld wat betreft de werkingssfeer, de inhoud of de benaming ervan.



Onderafdeling 1

Erkenning en kwalitatieve selectie

Artikel 77

Erkenningssystemen

1.  Aanbestedende instanties kunnen desgewenst een regeling voor de erkenning van ondernemers invoeren en beheren.

Aanbestedende instanties die een erkenningsregeling invoeren of beheren, zorgen ervoor dat ondernemers te allen tijde een erkenning kunnen aanvragen.

2.  De in lid 1 bedoelde regeling kan verschillende fasen van erkenning van geschiktheid omvatten.

Aanbestedende instanties voorzien in objectieve regels en criteria voor de uitsluiting en selectie van ondernemers die erkenning aanvragen alsmede objectieve regels en criteria voor het beheer van de erkenningsregeling met betrekking tot aangelegenheden als de inschrijving in de regeling, eventuele periodieke bijwerking van de erkenningen en de looptijd van de regeling.

Wanneer deze criteria en regels technische specificaties bevatten, zijn de artikelen 60 tot en met 62 van toepassing. Deze criteria en regels kunnen zo nodig worden bijgewerkt.

3.  De in lid 2 bedoelde criteria en regels worden desgevraagd ter beschikking gesteld van ondernemers. Deze bijgewerkte criteria en regels worden aan belangstellende ondernemers meegedeeld.

Wanneer een aanbestedende instantie van oordeel is dat de erkenningsregeling van bepaalde andere diensten of instanties aan de voorwaarden voldoet, deelt zij de belangstellende ondernemers de namen van deze andere diensten of instanties mee.

4.  Er wordt een lijst van erkende ondernemers bijgehouden; deze kan worden ingedeeld in categorieën naargelang van de aard van de opdracht waarvoor de erkenning geldig is.

5.  Wanneer een oproep tot mededinging geschiedt door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling, worden specifieke opdrachten voor de werken, leveringen of diensten waarop de erkenningsregeling betrekking heeft, gegund door niet-openbare procedures of onderhandelingsprocedures waarin alle inschrijvers en deelnemers worden geselecteerd uit gegadigden die reeds erkend zijn overeenkomstig deze regeling.

6.  Alle bijdragen die in rekening worden gebracht met betrekking tot aanvragen tot erkenning of voor de bijwerking of het behoud van een reeds volgens de regeling verkregen erkenning, moeten evenredig zijn met de gemaakte kosten.

Artikel 78

Kwalitatieve selectiecriteria

1.  Aanbestedende instanties kunnen objectieve regels en criteria opstellen voor de uitsluiting en selectie van inschrijvers of gegadigden; deze regels en criteria worden ter beschikking gesteld van belangstellende ondernemers.

2.  Wanneer aanbestedende instanties een passend evenwicht tot stand moeten brengen tussen de bijzondere kenmerken van de aanbestedingsprocedure en de daarvoor noodzakelijke middelen, kunnen zij in niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures, concurrentiegerichte dialogen, of innovatiepartnerschappen objectieve regels en criteria vaststellen om in deze behoefte te voorzien en kunnen zij het aantal gegadigden beperken dat tot de inschrijving of tot onderhandelingen zal worden uitgenodigd. Bij de vaststelling van het aantal gegadigden wordt echter rekening gehouden met de noodzaak voldoende concurrentie te waarborgen.

Artikel 79

Beroep op de draagkracht van andere entiteiten

1.  Wanneer de objectieve criteria en regels voor uitsluiting en selectie van ondernemers die erkenning in een erkenningsregeling aanvragen, voorschriften betreffende de economische en financiële draagkracht van de ondernemer of zijn technische en beroepsbekwaamheid inhouden, kan deze zich in voorkomend geval beroepen op de capaciteit van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die entiteiten. Wat betreft de criteria inzake de onderwijs- en beroepskwalificaties van de dienstverlener of de aannemer of die van het leidinggevend personeel van de onderneming of inzake de relevante beroepservaring, mogen ondernemers zich evenwel slechts beroepen op de capaciteit van andere entiteiten wanneer laatstgenoemde de werken of diensten waarvoor die vereist is, zal verrichten. Wanneer een ondernemer zich wil beroepen op de draagkracht of capaciteit van andere entiteiten, toont hij ten behoeve van de aanbestedende dienst aan dat hij voor de volledige geldigheidsduur van de erkenningsregeling kan beschikken over deze middelen, bijvoorbeeld door overlegging van de desbetreffende verbintenis door deze entiteiten.

Wanneer aanbestedende instanties overeenkomstig artikel 80 van deze richtlijn een beroep hebben gedaan op de in Richtlijn 2014/24/EU bedoelde uitsluitings- of selectiecriteria, gaan zij in overeenstemming met artikel 80, lid 3, van deze richtlijn, na of de andere entiteiten op wier draagkracht de ondernemer zich wil beroepen, aan de betrokken selectiecriteria voldoen dan wel of er gronden tot uitsluiting zijn, die de aanbestedende diensten hebben vermeld, overeenkomstig artikel 57 van Richtlijn 2014/24/EU. De aanbestedende instantie eist dat de ondernemer een entiteit ten aanzien waarvan dwingende gronden tot uitsluiting bestaan, die de aanbestedende instanties hebben vermeld, vervangt. De aanbestedende instantie kan eisen, of de lidstaat kan eisen dat zij eist, dat de ondernemer een entiteit ten aanzien waarvan niet-dwingende gronden tot uitsluiting bestaan, die de aanbestedende instanties hebben vermeld, vervangt.

Indien een ondernemer zich beroept op de draagkracht van andere entiteiten voor het vervullen van de economische en financiële criteria, kunnen de aanbestedende instanties eisen dat de ondernemer en die entiteiten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de opdracht.

Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van ondernemers als bedoeld in artikel 37, lid 2, zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of van andere entiteiten.

2.  Wanneer de objectieve criteria en regels voor uitsluiting en selectie van gegadigden en inschrijvers in openbare of niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures, concurrentiegerichte dialogen, of innovatiepartnerschappen voorschriften betreffende de economische en financiële draagkracht van de ondernemer of zijn technische en beroepsbekwaamheid inhouden, kan deze zich in voorkomend geval en voor een bijzondere opdracht beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn banden met deze diensten. Wat betreft de criteria inzake de onderwijs- en beroepskwalificaties van de dienstverlener of de aannemer of die van het leidinggevend personeel van de onderneming of inzake de relevante beroepservaring, mogen ondernemers zich evenwel slechts beroepen op de capaciteit van andere entiteiten wanneer laatstgenoemde de werken of diensten waarvoor die vereist is, zal verrichten. Wanneer een ondernemer zich wil beroepen op de draagkracht of capaciteit van andere entiteiten, toont hij ten behoeve van de aanbestedende instantie aan dat hij voor de volledige geldigheidsduur van de erkenningsregeling kan beschikken over de nodige middelen, bijvoorbeeld door overlegging van een verbintenis door deze entiteiten.

Wanneer aanbestedende instanties overeenkomstig artikel 80 van deze richtlijn een beroep hebben gedaan op de in Richtlijn 2014/24/EU bedoelde uitsluitings- of selectiecriteria, gaan zij in overeenstemming met artikel 80, lid 3, van deze richtlijn na of de andere entiteiten op wier draagkracht de ondernemer zich wil beroepen, aan de betrokken selectiecriteria voldoen dan wel of er gronden tot uitsluiting zijn, die de aanbestedende instanties hebben vermeld, overeenkomstig artikel 57 van Richtlijn 2014/24/EU. De aanbestedende instantie eist dat de ondernemer een entiteit die niet voldoet aan een betrokken selectiecriterium, of ten aanzien waarvan gronden tot uitsluiting bestaan die de aanbestedende instantie heeft vermeld, vervangt. De aanbestedende instantie kan eisen, of de lidstaat kan eisen dat zij eist, dat de ondernemer een entiteit ten aanzien waarvan door de instantie genoemde niet-dwingende gronden tot uitsluiting bestaan, die de aanbestedende instantie heeft vermeld, vervangt.

Indien een ondernemer zich beroept op de draagkracht van andere entiteiten voor het vervullen van de economische en financiële criteria, kunnen de aanbestedende instanties eisen dat de ondernemer en die entiteiten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de opdracht.

Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van ondernemers zoals bedoeld in artikel 37 zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of van andere entiteiten.

3.  In het geval van opdrachten voor werken, diensten en plaatsings- of installatiewerkzaamheden in het kader van een opdracht voor diensten kunnen aanbestedende instanties eisen dat bepaalde kritieke taken rechtstreeks door de inschrijver zelf worden verricht, of wanneer de inschrijving door een combinatie van ondernemers als bedoeld in artikel 37, lid 2, is ingediend, door een deelnemer aan die combinatie.

Artikel 80

Gebruik van uitsluitingsgronden en selectiecriteria als bedoeld in Richtlijn 2014/24/EU

1.  De objectieve regels en criteria voor uitsluiting en selectie van ondernemers die erkenning in een erkenningsregeling aanvragen, en de objectieve regels en criteria voor uitsluiting en selectie van gegadigden en inschrijvers in openbare of niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures, concurrentiegerichte dialogen of innovatiepartnerschappen kunnen de in artikel 57 van Richtlijn 2014/24/EU bedoelde uitsluitingsgronden inhouden volgens de daarin bepaalde voorwaarden.

Wanneer de aanbestedende instantie een aanbestedende dienst is, omvatten deze regels en criteria de in artikel 57, leden 1 en 2, van Richtlijn 2014/24/EU bedoelde uitsluitingsgronden volgens de in dat artikel bedoelde voorwaarden.

Op verzoek van de lidstaten, omvatten deze regels en criteria de in artikel 57, lid 4, van Richtlijn 2014/24/EU bedoelde uitsluitingsgronden volgens de in dat artikel bedoelde voorwaarden.

2.  De in lid 1 van dit artikel bedoelde regels en criteria kunnen de in artikel 58 van Richtlijn 2014/24/EU bedoelde gunningscriteria inhouden volgens de daarin bepaalde voorwaarden, met name met betrekking tot de beperkingen inzake voorschriften over jaaromzet, als bedoeld in lid 3, tweede alinea, van dat artikel.

3.  Voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel zijn de artikelen 59 tot en met 61 van Richtlijn 2014/24/EU van toepassing.

Artikel 81

Kwaliteitsnormen en normen inzake milieubeheer

1.  Ingeval aanbestedende instanties de overlegging eisen van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer voldoet aan bepaalde kwaliteitsnormen, met inbegrip van normen inzake toegankelijkheid voor gehandicapten, verwijzen zij naar regelingen voor kwaliteitsbewaking op basis van de desbetreffende Europese normenreeks die door geaccrediteerde instanties overeenkomstig de Europese normenreeks zijn gecertificeerd. Zij erkennen gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instellingen. Zij aanvaarden eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige kwaliteitsgaranties wanneer de betrokken ondernemer die certificaten niet binnen de gestelde termijnen kon verkrijgen om redenen die niet aan hem toe te schrijven zijn, mits de ondernemer het bewijs levert dat de voorgestelde maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking aan de kwaliteitsnormen te voldoen.

2.  Wanneer aanbestedende instanties de overlegging eisen van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer voldoet aan bepaalde regelingen of normen inzake milieubeheer, verwijzen zij naar het milieubeheer en milieuauditsysteem (EMAS) van de Unie of enig ander milieubeheersysteem als erkend overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1221/2009 of andere normen inzake milieubeheer op basis van de toepasselijke Europese of internationale normen die door geaccrediteerde instanties zijn gecertificeerd. Zij erkennen gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instellingen.

Indien een ondernemer, om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, aantoonbaar geen toegang had tot de certificaten of niet de mogelijkheid had deze binnen de gestelde termijnen te verwerven, aanvaardt de aanbestedende instantie andere passende bewijzen van gelijkwaardige maatregelen inzake milieubeheer, mits de ondernemer aantoont dat de deze maatregelen gelijkwaardig zijn aan die welke krachtens de toepasselijke regelingen of normen inzake milieubeheer vereist zijn.

3.  De lidstaten stellen andere lidstaten op verzoek alle informatie ter beschikking die betrekking heeft op documenten die worden overgelegd als bewijs van de naleving van de in de leden 1 en 2 bedoelde kwaliteits- en milieunormen.



Onderafdeling 2

Gunning van de opdracht

Artikel 82

Gunningscriteria

1.  Onverminderd de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de prijs van bepaalde leveringen of de vergoeding van bepaalde diensten, baseren de aanbestedende instanties de gunning van opdrachten op de economisch meest voordelige inschrijving.

2.  De economisch meest voordelige inschrijving uit het oogpunt van de aanbestedende instantie wordt vastgesteld op basis van de prijs of de kosten, op basis van kosteneffectiviteit, zoals de levenscycluskosten, overeenkomstig artikel 83, waarbij onder meer de beste prijs-kwaliteitsverhouding in aanmerking kan worden genomen, te bepalen op basis van criteria, waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. Het kan bijvoorbeeld gaan om de volgende criteria:

a) 

kwaliteit, waaronder technische verdienste, esthetische en functionele kenmerken, toegankelijkheid, geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, sociale, milieu- en innovatieve kenmerken en, de handel en de voorwaarden waaronder deze plaatsvindt;

b) 

de organisatie, de kwalificatie en de ervaring van het personeel voor de uitvoering van de opdracht, wanneer de kwaliteit van dat personeel een aanzienlijke invloed kan hebben op het niveau van de uitvoering van de opdracht, of

c) 

klantenservice en technische bijstand, alsmede leveringsvoorwaarden zoals leveringsdatum en leveringsperiode of termijn voor voltooiing, verbintenissen inzake onderdelen en bevoorradingsvoorziening.

Het kostenelement kan ook de vorm aannemen van een vaste prijs of vaste kosten op basis waarvan de ondernemers zullen concurreren op kwaliteitscriteria alleen.

De lidstaten kunnen bepalen dat de aanbestedende instanties de prijs of de kosten niet als enige gunningscriterium mogen hanteren of de toepassing ervan beperken tot bepaalde categorieën aanbestedende instanties of bepaalde soorten opdrachten.

3.  Gunningscriteria worden geacht verband te houden met het voorwerp van de overheidsopdracht wanneer zij betrekking hebben op de in het kader van die opdracht te verrichten werken, leveringen of diensten, in alle opzichten en in elk stadium van hun levenscyclus, met inbegrip van factoren die te maken hebben met:

a) 

het specifieke productieproces, het aanbieden of de verhandeling van deze werken, leveringen of diensten, of

b) 

een specifiek proces voor een andere fase van hun levenscyclus,

zelfs wanneer deze factoren geen deel uitmaken van hun materiële basis.

4.  Gunningscriteria mogen er niet toe leiden dat de aanbestedende instantie onbeperkte keuzevrijheid heeft. Zij waarborgen de mogelijkheid van daadwerkelijke mededinging en gaan vergezeld van specificaties aan de hand waarvan de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk kan worden getoetst om te beoordelen hoe goed de inschrijvingen aan de gunningscriteria voldoen. In geval van twijfel, controleren de aanbestedende instanties de juistheid van de door de inschrijvers verstrekte informatie en bewijsmiddelen.

5.  De aanbestedende instantie specificeert in de aanbestedingsstukken het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige inschrijving aan elk van de gekozen criteria toekent, behalve wanneer deze louter op basis van de prijs wordt bepaald.

Dit relatieve gewicht kan worden uitgedrukt in een marge met een passend verschil tussen minimum en maximum.

Wanneer weging om objectieve redenen niet mogelijk is, vermeldt de aanbestedende instantie de criteria in dalende graad van belangrijkheid.

Artikel 83

Levenscycluskosten

1.  Levenscycluskosten hebben voor zover relevant betrekking op alle of een deel van de volgende kosten gedurende de levenscyclus van een product, dienst of werk:

a) 

kosten gedragen door de aanbestedende instantie of andere gebruikers, zoals:

i) 

kosten in verband met de verwerving;

ii) 

gebruikskosten, zoals kosten voor verbruik van energie en andere hulpbronnen;

iii) 

onderhoudskosten;

iv) 

kosten volgend uit het einde van de levenscyclus, zoals inzamelings- en recyclingkosten.

b) 

kosten toegerekend aan externe milieueffecten die verband houden met het product, de dienst of de werken gedurende de levenscyclus, mits hun geldwaarde kan worden bepaald en gecontroleerd; deze kosten kunnen de kosten van de broeikasgasemissies en andere verontreinigende emissies en andere kosten voor bestrijding van klimaatverandering omvatten.

2.  Wanneer aanbestedende instanties de kosten van het gebruik van een levenscyclusmethode ramen, vermelden zij in de aanbestedingsstukken de door de inschrijvers te verstrekken gegevens en de methoden die de aanbestedende instantie zal gebruiken om de levenscycluskosten op basis van deze gegevens te bepalen.

De methode die wordt gebruikt voor de raming van de aan externe milieueffecten toegerekende kosten dient aan alle volgende voorwaarden te voldoen:

a) 

zij is gebaseerd op objectief controleerbare en niet-discriminerende criteria. Met name wanneer zij niet is bedoeld voor herhaalde of voortdurende toepassing zal zij bepaalde ondernemers niet ten onrechte bevoordelen of benadelen;

b) 

zij is toegankelijk voor alle betrokken partijen;

c) 

de vereiste gegevens kunnen met een redelijke inspanning worden verstrekt door normaal zorgvuldige ondernemers, met inbegrip van ondernemers uit derde landen die partij zijn bij de GPA-overeenkomst of andere internationale overeenkomsten waaraan de Unie gebonden is.

3.  Wanneer een gemeenschappelijke methode voor de berekening van de levenscycluskosten verplicht is op grond van een wetgevingshandeling van de Unie, wordt die gemeenschappelijke methode toegepast voor de raming van de levenscycluskosten.

Een lijst van deze wetgevingshandelingen, en waar nodig gedelegeerde handelingen die hen aanvullen, is opgenomen in bijlage XV.

De Commissie is bevoegd voor het overeenkomstig artikel 103 vaststellen van gedelegeerde handelingen betreffende het actualiseren van deze lijst, wanneer actualisering van de lijst noodzakelijk is vanwege de goedkeuring van nieuwe wetgeving die een gemeenschappelijke methode verplicht maakt, of vanwege de intrekking of wijziging van bestaande rechtshandelingen.

Artikel 84

Abnormaal lage inschrijvingen

1.  De aanbestedende instanties verplichten ondernemers ertoe de in de inschrijving voorgestelde prijs of kosten nader toe te lichten wanneer de inschrijving in verhouding tot de werken, leveringen of diensten abnormaal laag lijkt te zijn.

2.  De in lid 1 bedoelde toelichtingen kunnen met name betrekking hebben op:

a) 

de doelmatigheid van het fabricageprocedé, van de geleverde diensten of van de bouwmethode;

b) 

de gekozen technische oplossingen of de uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver bij de levering van de producten, het verrichten van de diensten of de uitvoering van de werken gebruik kan maken;

c) 

de originaliteit van de door de inschrijver voorgestelde werken, leveringen of diensten;

d) 

het vervullen van de in artikel 36, lid 2, genoemde verplichtingen;

e) 

het vervullen van de in artikel 88 genoemde verplichtingen;

f) 

de eventuele ontvangst van staatssteun door de inschrijver.

3.  De aanbestedende dienst beoordeelt de verstrekte informatie, waarbij hij overleg voert met de inschrijver. Hij kan de inschrijving alleen afwijzen wanneer het lage niveau van de aangerekende prijzen of kosten niet genoegzaam wordt gestaafd door het verstrekte bewijsmateriaal, rekening houdend met de in lid 2 bedoelde elementen.

De aanbestedende instanties wijzen de inschrijving af wanneer zij hebben vastgesteld dat de inschrijving abnormaal laag is omdat zij niet voldoet aan de in artikel 36, lid 2, genoemde toepasselijke verplichtingen.

4.  Wanneer een aanbestedende instantie vaststelt dat een inschrijving abnormaal laag is doordat de inschrijver staatssteun heeft ontvangen, kan de inschrijving alleen op die grond worden afgewezen na overleg met de inschrijver wanneer deze niet binnen een door de aanbestedende instantie gestelde toereikende termijn kan aantonen dat de betrokken steun verenigbaar is met de interne markt in de zin van artikel 107 VWEU. Wanneer de aanbestedende instantie in een dergelijke situatie een inschrijving afwijst, stelt zij de Commissie daarvan in kennis.

5.  De lidstaten verlenen door middel van administratieve samenwerking andere lidstaten op verzoek toegang tot alle informatie waarover zij beschikken, zoals wet- en regelgeving, algemeen verbindende collectieve arbeidsovereenkomsten en nationale technische normen, over de bewijzen en stukken die met betrekking tot de in lid 2 bedoelde gegevens worden overgelegd.



Afdeling 4

Inschrijvingen die producten uit derde landen bevatten en betrekkingen met deze landen

Artikel 85

Inschrijvingen die producten uit derde landen bevatten

1.  Dit artikel is van toepassing op inschrijvingen die producten bevatten uit derde landen waarmee de Unie niet in multilateraal of bilateraal kader een overeenkomst heeft gesloten die ondernemingen in de Unie op vergelijkbare wijze daadwerkelijk toegang verschaft tot de markten van deze derde landen. Dit artikel laat de verplichtingen van de Unie of haar lidstaten jegens derde landen onverlet.

2.  Iedere inschrijving die wordt ingediend met het oog op de gunning van een opdracht voor leveringen, kan worden afgewezen wanneer het aandeel van de uit derde landen afkomstige producten, waarvan de oorsprong wordt vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 14 ), meer dan 50 % uitmaakt van de totale waarde van de producten waarop deze inschrijving betrekking heeft.

Voor de toepassing van dit artikel worden de programmatuurtoepassingen die in telecommunicatienetten worden gebruikt, als producten beschouwd.

3.  Behoudens de tweede alinea van dit lid wordt, wanneer twee of meer inschrijvingen volgens de gunningcriteria van artikel 82 gelijkwaardig zijn, de voorkeur gegeven aan de inschrijvingen die niet krachtens lid 2 van dit artikel kunnen worden afgewezen. Voor de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de inschrijving als gelijkwaardig beschouwd indien het prijsverschil niet meer dan 3 % bedraagt.

Aan een inschrijving wordt echter niet op grond van de eerste alinea de voorkeur gegeven indien de aanbestedende instantie hierdoor genoodzaakt zou zijn apparatuur aan te schaffen met technische kenmerken die afwijken van de bestaande apparatuur, en dit tot incompatibiliteit of tot technische moeilijkheden bij het gebruik of het onderhoud zou leiden of buitensporige kosten zou meebrengen.

4.  Voor de toepassing van dit artikel worden voor de bepaling van het in lid 2 bedoelde aandeel van uit derde landen afkomstige producten de derde landen buiten beschouwing gelaten ten gunste waarvan de toepassing van deze richtlijn bij een besluit van de Raad overeenkomstig lid 1 is uitgebreid.

5.  De Commissie brengt uiterlijk op 31 december 2015 en daarna jaarlijks, aan de Raad verslag uit over de vooruitgang die is geboekt bij de multilaterale of bilaterale onderhandelingen over de toegang van de ondernemingen in de Unie tot de markten van de derde landen op de onder deze richtlijn vallende gebieden, over alle ingevolge deze onderhandelingen bereikte resultaten, alsmede over de daadwerkelijke toepassing van alle gesloten overeenkomsten.

Artikel 86

Betrekkingen met derde landen op het gebied van opdrachten voor werken, leveringen en diensten

1.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle algemene moeilijkheden die hun ondernemingen feitelijk of rechtens hebben ondervonden en gerapporteerd bij het verkrijgen van opdrachten voor diensten in derde landen.

2.  De Commissie dient uiterlijk op 18 april 2019 en vervolgens periodiek, bij de Raad een verslag in betreffende de openstelling van opdrachten voor diensten in derde landen, alsook betreffende de stand van de onderhandelingen die daarover, met name in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), met deze landen worden gevoerd.

3.  De Commissie beijvert zich ervoor bij het desbetreffende derde land een situatie te verhelpen ten aanzien waarvan zij op grond van de in lid 2 bedoelde verslagen, of op basis van andere informatie, vaststelt dat met betrekking tot het gunnen van opdrachten voor het verrichten van diensten:

a) 

een derde land ondernemingen van de Unie geen toegang verleent die vergelijkbaar is met die welke de Unie toekent aan ondernemingen van dat derde land, of

b) 

ondernemingen van de Unie in een derde land niet dezelfde behandeling of dezelfde concurrentiemogelijkheden krijgen als de binnenlandse ondernemingen, of

c) 

ondernemingen van andere derde landen een gunstiger behandeling krijgen dan ondernemingen van de Unie.

4.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle moeilijkheden die hun ondernemingen feitelijk of rechtens hebben ondervonden en gerapporteerd die te wijten zijn aan het feit dat de in bijlage XIV bedoelde internationale arbeidsnormen niet in acht zijn genomen toen deze ondernemingen trachtten in derde landen opdrachten voor diensten toegewezen te krijgen.

5.  In de in de leden 3 en 4 genoemde gevallen kan de Commissie te allen tijde de Raad voorstellen een uitvoeringshandeling vast te stellen om het gunnen van opdrachten voor diensten gedurende een in die uitvoeringshandeling te bepalen periode te schorsen of te beperken ten aanzien van:

a) 

ondernemingen waarop de wetgeving van het betrokken derde land van toepassing is;

b) 

ondernemingen die met de onder a) bedoelde ondernemingen zijn verbonden en die hun statutaire zetel in de Unie hebben, maar die geen daadwerkelijke en directe band met de economie van een lidstaat hebben;

c) 

ondernemingen die inschrijvingen indienen welke betrekking hebben op diensten die hun oorsprong hebben in het desbetreffende derde land.

De Raad neemt zijn besluit zo spoedig mogelijk en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

De Commissie kan deze maatregelen uit eigen beweging of op verzoek van een lidstaat voorstellen.

6.  Dit artikel laat de verplichtingen van de Unie ten aanzien van derde landen uit hoofde van internationale overeenkomsten inzake overheidsopdrachten, met name in WTO-verband, onverlet.



HOOFDSTUK IV

Uitvoering van de opdracht

Artikel 87

Voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd

Aanbestedende instanties kunnen speciale voorwaarden verbinden aan de uitvoering van een opdracht, mits deze verband houden met het voorwerp van de opdracht in de zin van artikel 82, lid 3, en vermeld zijn in de oproep tot mededinging of in de aanbestedingsstukken. Deze voorwaarden kunnen onder andere verband houden met economische, innovatie- of milieugerelateerde dan wel sociale of arbeidsgerelateerde overwegingen.

Artikel 88

Onderaanneming

1.  De bevoegde nationale instanties, die handelen binnen de perken van hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden, zorgen er door middel van passende maatregelen voor dat onderaannemers de in artikel 36, lid 2, genoemde verplichtingen naleven.

2.  In de aanbestedingsstukken kan de aanbestedende instantie de inschrijver verzoeken, of hij kan door een lidstaat worden verplicht hem te verzoeken, in zijn inschrijving aan te geven welk gedeelte van de opdracht hij eventueel voornemens is aan derden in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.

3.  De lidstaten kunnen bepalen dat de aanbestedende instantie verschuldigde betalingen op verzoek van de onderaannemer en wanneer de aard van de opdracht dit mogelijk maakt, rechtstreeks aan de onderaannemer overmaakt voor werken, leveringen of diensten aan de ondernemer aan wie de opdracht is gegund (de hoofdaannemer). Deze maatregelen kunnen onder meer bestaan in passende mechanismen waardoor de hoofdaannemer zich kan verzetten tegen onverschuldigde betalingen. Regelingen betreffende deze wijze van betaling worden in de aanbestedingsdocumenten omschreven.

4.  De leden 1 tot en met 3 laten de vraag naar de aansprakelijkheid van de hoofdondernemer onverlet.

5.  In het geval van opdrachten voor werken en met betrekking tot diensten die ter plaatse onder rechtstreeks toezicht van de aanbestedende instantie moeten worden verleend, na de gunning van de opdracht en ten laatste wanneer met de uitvoering van de opdracht wordt begonnen, verlangt de aanbestedende instantie van de hoofdaannemer dat hij aan de aanbestedende instantie de volgende gegevens verstrekt: naam, contactgegevens en wettelijke vertegenwoordigers van zijn onderaannemers die bij de uitvoering van de werken of het verrichten van de diensten betrokken zijn, voor zover deze gegevens op dat moment bekend zijn. De aanbestedende instantie verlangt van de hoofdaannemer dat deze hem tijdens de looptijd van de opdracht in kennis stelt van alle wijzigingen in deze gegevens, alsmede van de vereiste gegevens betreffende eventuele nieuwe onderaannemers die hij nadien bij de uitvoering van de werken of de verlening van de diensten zal betrekken.

Niettegenstaande de eerste alinea kunnen de lidstaten de verplichting om de vereiste gegevens te verstrekken rechtstreeks aan de hoofdaannemer opleggen.

Indien zulks noodzakelijk is voor de toepassing van lid 6, onder b), van dit artikel worden bij de vereiste gegevens eigen verklaringen van de onderaannemers gevoegd als bepaald in artikel 80, lid 3. De uitvoeringsmaatregelen in de zin van lid 8 van dit artikel kunnen bepalen dat onderaannemers die na de gunning van de opdracht worden voorgesteld, in plaats van de eigen verklaring de certificaten en andere ondersteunende documenten voorleggen.

De eerste alinea is niet van toepassing op leveranciers.

De aanbestedende instanties kunnen de in de eerste alinea genoemde verplichtingen uitbreiden, of door een lidstaat worden verplicht deze te uit te breiden, bijvoorbeeld tot:

a) 

opdrachten voor leveringen, opdrachten voor diensten andere dan die welke ter plaatse onder rechtstreeks toezicht van de aanbestedende dienst moeten worden verleend, of tot bij de opdrachten voor werken of diensten betrokken leveranciers;

b) 

onderaannemers van de onderaannemers van de hoofdaannemer of verderop in de keten van onderaannemers.

6.  Ter voorkoming van inbreuken op de in artikel 36, lid 2, genoemde verplichtingen kunnen passende maatregelen worden getroffen zoals:

a) 

Indien het nationale recht van een lidstaat voorziet in een regeling van hoofdelijke aansprakelijkheid van de onderaannemers en de hoofdaannemer, zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat de toepasselijke regels in overeenstemming met de in artikel 36, lid 2, genoemde voorwaarden worden toegepast.

b) 

De aanbestedende diensten kunnen, conform artikel 80, lid 3, van deze richtlijn controleren, of door de lidstaten worden verplicht te controleren, of er gronden voor uitsluiting van onderaannemers in de zin van artikel 57 van Richtlijn 2014/24/EU voorhanden zijn. In dat geval verlangt de aanbestedende dienst dat de ondernemer overgaat tot vervanging van een onderaannemer waarvan het onderzoek heeft uitgewezen dat er dwingende gronden voor uitsluiting zijn. De aanbestedende dienst kan eisen, of door een lidstaat worden verplicht te eisen, dat de ondernemer overgaat tot vervanging van een onderaannemer ten aanzien van wie in het onderzoek gronden tot niet-verplichte uitsluiting aan het licht zijn gekomen.

7.  De lidstaten kunnen in hun nationale recht voorzien in strengere aansprakelijkheidsvoorschriften of voorschriften betreffende rechtstreekse betalingen aan onderaannemers, bijvoorbeeld door te voorzien in rechtstreekse betalingen aan onderaannemers zonder dat deze aannemers om dergelijke rechtstreekse betalingen moeten verzoeken.

8.  De lidstaten die ervoor gekozen hebben te voorzien in maatregelen op grond van de leden 3, 5 of 6 bepalen in hun wet- en regelgeving en met inachtneming van het Unierecht onder welke voorwaarden deze maatregelen ten uitvoer kunnen worden gelegd. Daarbij kunnen de lidstaten de toepassing ervan beperken tot bijvoorbeeld bepaalde soorten opdrachten, bepaalde categorieën aanbestedende instanties of ondernemers of bepaalde bedragen.

Artikel 89

Wijziging van opdrachten gedurende de looptijd

1.  Opdrachten en raamovereenkomsten kunnen in overeenstemming met deze richtlijn zonder nieuwe aanbestedingsprocedure worden gewijzigd in de volgende gevallen:

a) 

wanneer de initiële aanbestedingsstukken duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige herzieningsclausules, waaronder eventueel prijsherzieningsclausules, of opties bevatten die voorzien in die wijzigingen, ongeacht hun monetaire waarde. Deze clausules omschrijven de omvang en de aard van mogelijke wijzigingen of opties alsmede de voorwaarden waaronder deze kunnen worden gebruikt. Zij voorzien niet in wijzigingen of keuzemogelijkheden die de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst zouden veranderen;

b) 

voor door de oorspronkelijke aannemer te verrichten aanvullende werken, diensten of leveringen, ongeacht hun waarde, die noodzakelijk zijn geworden en die niet in de oorspronkelijke aanbesteding waren opgenomen, indien een verandering van aannemer:

i) 

wanneer uitvoering niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende producten of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, software, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn verworven, en

ii) 

tot aanzienlijk ongemak of aanzienlijke kostenstijgingen zou leiden voor de aanbestedende instantie;

c) 

indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

i) 

de behoefte aan wijziging is het gevolg van ►C1  omstandigheden die een zorgvuldige aanbestedende instantie niet kon voorzien; ◄

ii) 

de wijziging brengt geen verandering in de algemene aard van de opdracht;

d) 

wanneer een nieuwe aannemer de aannemer aan wie de aanbestedende dienst de opdracht aanvankelijk had gegund, vervangt ten gevolge van:

i) 

een ondubbelzinnige herzieningsclausule of optie overeenkomstig punt a);

ii) 

rechtsopvolging onder algemene of gedeeltelijke titel in de positie van de aanvankelijke aannemer, ten gevolge van herstructurering van de onderneming, onder meer door overname, fusie, acquisitie of insolventie, door een andere ondernemer die voldoet aan de aanvankelijk vastgestelde criteria voor kwalitatieve selectie, mits dit geen andere wezenlijke wijzigingen in de opdracht meebrengt en niet is bedoeld om de toepassing van deze richtlijn te omzeilen, of

iii) 

het feit dat de aanbestedende instantie zelf de verplichtingen van de hoofdaannemer ten aanzien van zijn onderaannemers opneemt, indien overeenkomstig artikel 88 in deze mogelijkheid is voorzien;

e) 

indien de wijzigingen, ongeacht hun waarde, niet wezenlijk zijn in de zin van lid 4.

De aanbestedende instanties die in de onder b) en c) van dit lid genoemde gevallen een opdracht hebben gewijzigd, zorgen voor de bekendmaking van een daartoe strekkende aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze aankondiging bevat de in bijlage XVI omschreven informatie en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 71.

2.  Opdrachten kunnen zonder toetsing aan de voorwaarden van lid 4, onder a) tot en met d), en zonder nieuwe aanbestedingsprocedure overeenkomstig deze richtlijn eveneens worden gewijzigd indien de waarde van de wijziging beneden beide volgende waarden blijft:

i) 

de in artikel 15 genoemde drempels, en

ii) 

10 % van de waarde van de aanvankelijke opdracht voor leveringen en diensten en minder dan 15 % van de waarde van de aanvankelijke opdracht voor werken.

De wijziging mag de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst evenwel niet veranderen. In het geval van verscheidene opeenvolgende wijzigingen wordt de waarde beoordeeld op basis van de netto cumulatieve waarde van de opeenvolgende wijzigingen.

3.  Voor de berekening van de in lid 2 vermelde prijs wordt — voor zover de opdracht in een indexeringsclausule voorziet — de geactualiseerde prijs als referentiewaarde gehanteerd.

4.  Een wijziging van een opdracht of een raamovereenkomst tijdens de looptijd wordt als wezenlijk beschouwd in de zin van lid 1, onder e), wanneer de opdracht of raamovereenkomst hierdoor materieel komt te verschillen van de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst. Onverminderd de leden 1 en 2 wordt een wijziging geacht wezenlijk te zijn wanneer aan één of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

de wijziging voorziet in voorwaarden die, als zij deel van de aanvankelijke aanbestedingsprocedure hadden uitgemaakt, de toelating van andere dan de aanvankelijk geselecteerde gegadigden en de gunning van de opdracht aan een andere inschrijver mogelijk zouden hebben gemaakt dan wel bijkomende deelnemers aan de aanbestedingsprocedure zouden hebben aangetrokken;

b) 

de wijziging verandert het economische evenwicht van de opdracht of de raamovereenkomst ten gunste van de opdrachtnemer op een wijze die niet is voorzien in de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst;

c) 

de wijziging leidt tot een aanzienlijke verruiming van het toepassingsgebied van de opdracht of raamovereenkomst.

d) 

een nieuwe aannemer is in de plaats gekomen van de aannemer aan wie de aanbestedende instantie de opdracht aanvankelijk had gegund in andere dan de in lid 1, onder d), genoemde gevallen.

5.  Een nieuwe aanbestedingsprocedure overeenkomstig deze richtlijn is vereist voor andere wijzigingen van de bepalingen van een opdracht voor werken, leveringen of diensten of een raamovereenkomst gedurende de looptijd dan die bedoeld in de leden 1 en 2.

Artikel 90

Beëindiging van opdrachten

De lidstaten dragen er zorg voor dat de aanbestedende instanties de mogelijkheid hebben, ten minste in de volgende omstandigheden en onder de voorwaarden bepaald door het toepasselijke nationale recht, opdrachten voor werken, leveringen of diensten te beëindigen tijdens de looptijd, wanneer blijkt dat:

a) 

de opdracht ingrijpend is gewijzigd waardoor een nieuwe aanbestedingsprocedure vereist zou zijn geweest op grond van artikel 89;

b) 

de aannemer, op het moment van de gunning van de opdracht, in een van de situaties als bedoeld in artikel 57, lid 1, van Richtlijn 2014/24/EU verkeerde en derhalve uitgesloten had moeten worden van de aanbestedingsprocedure op grond van artikel 80, lid 1, tweede alinea, van deze richtlijn;

c) 

de opdracht niet aan de aannemer had mogen worden gegund wegens een ernstige inbreuk op de verplichtingen uit hoofde van de Verdragen en deze richtlijn, welke door het Hof van Justitie van de Europese Unie als zodanig is aangemerkt in een procedure uit hoofde van artikel 258 VWEU.



TITEL III

BIJZONDERE AANBESTEDINGSREGELINGEN



HOOFDSTUK I

Sociale diensten en andere specifieke diensten

Artikel 91

Gunning van opdrachten voor sociale en andere specifieke diensten

De in bijlage XVII opgesomde opdrachten voor sociale en andere specifieke diensten worden gegund in overeenstemming met dit hoofdstuk wanneer de waarde van de opdracht gelijk is aan of hoger dan de in artikel 15, eerste alinea, onder c), vastgestelde drempel.

Artikel 92

Bekendmaking van aankondigingen

1.  Aanbestedende instanties die voornemens zijn om een opdracht te gunnen voor de in artikel 91 bedoelde diensten, maken hun voornemen hiertoe kenbaar op een van de volgende wijzen:

a) 

door een aankondiging van een opdracht, of

b) 

door een periodieke indicatieve aankondiging, die herhaald wordt bekendgemaakt. De periodieke indicatieve aankondiging verwijst specifiek naar de soorten diensten waarop de te gunnen opdracht betrekking heeft. Er wordt in vermeld dat de opdrachten worden gegund zonder verdere bekendmaking en de belangstellende ondernemers worden erin verzocht hun belangstelling schriftelijk kenbaar te maken, of

c) 

door een aankondiging betreffende het bestaan van een erkenningssysteem, welke herhaald wordt bekendgemaakt.

De eerste alinea is evenwel niet van toepassing wanneer een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging had kunnen worden gebruikt overeenkomstig artikel 50 betreffende het gunnen van opdrachten voor diensten.

2.  Aanbestedende instanties die een opdracht hebben gegund voor de in artikel 91 bedoelde diensten, maken de resultaten hiervan bekend in een aankondiging van een gegunde opdracht. Deze aankondigingen kunnen echter per kwartaal worden gebundeld. In dat geval worden de gebundelde aankondigingen binnen 30 dagen na het einde van elk kwartaal toegezonden.

3.  De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde aankondigingen bevatten de respectievelijk in de delen A, B, C en D van bijlage XVIII omschreven informatie, in overeenstemming met de standaardmodellen. De Commissie stelt de standaardformulieren vast door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 105 bedoelde raadplegingsprocedure.

4.  De in dit artikel bedoelde aankondigingen worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 71.

Artikel 93

Beginselen van het gunnen van opdrachten

1.  De lidstaten stellen nationale regels voor het gunnen van opdrachten op grond van dit hoofdstuk op, om ervoor te zorgen dat de aanbestedende instanties de beginselen van transparantie en gelijke behandeling van ondernemers naleven. Het staat de lidstaten vrij de geldende procedurele regels vast te stellen zolang aanbestedende instanties rekening kunnen houden met de specifieke kenmerken van de betrokken diensten.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat aanbestedende instanties rekening kunnen houden met de noodzaak de kwaliteit, continuïteit, toegankelijkheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid en volledigheid van de diensten, de specifieke behoeften van verschillende categorieën gebruikers, met inbegrip van kansarme en kwetsbare groepen, de betrokkenheid en inspraak van gebruikers en de innovatie te verzekeren. De lidstaten kunnen ook bepalen dat de keuze van de dienstenaanbieder geschiedt op basis van de inschrijving die de beste prijs-kwaliteitsverhouding biedt, rekening houdend met de kwaliteits- en duurzaamheidscriteria voor sociale diensten.

Artikel 94

Voorbehouden opdrachten voor bepaalde diensten

1.  De lidstaten kunnen bepalen dat deelname aan procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten uitsluitend voor diensten op het gebied van gezondheid, sociale en culturele diensten bedoeld in artikel 91, die vallen onder de CPV-codes 75121000-0, 75122000-7, 75123000-4, 79622000-0, 79624000-4, 79625000-1, 80110000-8, 80300000-7, 80420000-4, 80430000-7, 80511000-9, 80520000-5, 80590000-6, van 85000000-9 tot en met 85323000-9, 92500000-6, 92600000-7, 98133000-4, 98133110-8, door aanbestedende instanties die aanbestedende diensten zijn, aan bepaalde organisaties mag worden voorbehouden.

2.  Een in lid 1 bedoelde organisatie moet aan alle hierna volgende voorwaarden voldoen:

a) 

haar doel is het vervullen van een opdracht van algemeen belang die verband houdt met de in lid 1 bedoelde diensten;

b) 

winsten worden opnieuw geïnvesteerd met het oogmerk het doel van de organisatie te behartigen. Wanneer winsten worden uitgekeerd of herverdeeld, dan moet dit op grond van participatieve overwegingen geschieden;

c) 

de beheers- of eigendomsstructuren van de organisatie die de opdracht uitvoert, zijn gebaseerd op werknemersaandeelhouderschap of beginselen van participatie, of vergen de actieve participatie van werknemers, gebruikers of belanghebbenden, en

d) 

door de betrokken aanbestedende dienst is uit hoofde van dit artikel in de laatste drie jaar aan de organisatie geen opdracht voor de diensten in kwestie gegund.

3.  De opdracht heeft een maximale looptijd van drie jaar.

4.  In de oproep tot mededinging wordt naar dit artikel verwezen.

5.  Niettegenstaande artikel 108 evalueert de Commissie de effecten van dit artikel en brengt zij daarover uiterlijk op 18 april 2019 aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit.



HOOFDSTUK II

Regels inzake prijsvragen

Artikel 95

Toepassingsgebied

1.  Dit hoofdstuk is van toepassing op prijsvragen die worden uitgeschreven als onderdeel van een procedure voor het gunnen van een opdracht voor diensten, mits de geraamde waarde van de opdracht, exclusief btw, en met inbegrip van andere mogelijke prijzen of vergoedingen aan deelnemers, gelijk is aan of groter dan het in artikel 15, eerste alinea, onder a), vastgestelde bedrag.

2.  Dit hoofdstuk is van toepassing op alle prijsvragen waarvan het totale bedrag van het prijzengeld en de betalingen aan deelnemers, met inbegrip van de geraamde waarde exclusief btw van de opdracht voor diensten die later kan worden gegund overeenkomstig artikel 50, onder j), indien de aanbestedende instantie in de aankondiging van de prijsvraag een dergelijke gunning niet uitsluit, gelijk is aan of groter dan het in artikel 15, eerste alinea, onder a), vastgestelde bedrag.

Artikel 96

Aankondigingen

1.  Aanbestedende instanties die voornemens zijn een prijsvraag uit te schrijven, doen daartoe een oproep tot mededinging in een aankondiging van een prijsvraag.

Wanneer zij het voornemen hebben om overeenkomstig artikel 50, onder j), een vervolgopdracht voor een dienst te gunnen, wordt dit in de aankondiging van de opdracht vermeld.

Aanbestedende instanties die een prijsvraag hebben uitgeschreven, maken de resultaten daarvan bekend in een aankondiging.

2.  De oproep tot mededinging bevat de in bijlage XIX omschreven informatie en de aankondiging betreffende de resultaten van een prijsvraag bevat de in bijlage XX bedoelde informatie in het formaat van standaardformulieren. De Commissie stelt de standaardformulieren vast door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 105 bedoelde raadplegingsprocedure.

De aankondiging van de resultaten van een prijsvraag wordt binnen 30 dagen na de sluiting van de prijsvraag toegezonden aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie.

Indien openbaarmaking van de gegevens over de uitslag van de prijsvraag de handhaving van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang of schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particuliere ondernemers, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers, behoeven deze gegevens niet te worden bekendgemaakt.

3.  Artikel 71, leden 2 tot en met 6, is ook van toepassing op aankondigingen betreffende prijsvragen.

Artikel 97

Regels voor het uitschrijven van prijsvragen, de selectie van deelnemers en de jury

1.  Voor het uitschrijven van prijsvragen passen aanbestedende instanties procedures toe die aan titel I en dit hoofdstuk zijn aangepast.

2.  De toelating van deelnemers tot prijsvragen mag niet worden beperkt:

a) 

tot het grondgebied van een lidstaat of een deel daarvan;

b) 

op grond van het feit dat de deelnemers, ingevolge de wetgeving van de lidstaat waar de prijsvraag wordt uitgeschreven, hetzij natuurlijke personen hetzij rechtspersonen moeten zijn.

3.  Bij prijsvragen met een beperkt aantal deelnemers stellen aanbestedende instanties duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast. In elk geval moet het aantal gegadigden dat tot deelname aan de prijsvraag wordt uitgenodigd, toereikend zijn om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.

4.  De jury bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen die onafhankelijk zijn van de deelnemers aan de prijsvraag. Wanneer van de deelnemers aan een prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie wordt geëist, moet ten minste een derde van de juryleden dezelfde kwalificatie of een gelijkwaardige kwalificatie hebben.

Artikel 98

Beslissingen van de jury

1.  De jury is autonoom in haar beslissingen en adviezen.

2.  De jury onderzoekt de projecten op basis van door de gegadigden anoniem ingediende ontwerpen en uitsluitend op grond van de criteria die in de aankondiging van de prijsvraag zijn vermeld.

3.  Zij stelt een door haar leden ondertekend verslag op met de op basis van de merites van elk project vastgestelde rangorde van de projecten, vergezeld van opmerkingen en een opgave van de punten die verduidelijking behoeven.

4.  De anonimiteit moet worden geëerbiedigd totdat het advies of de beslissing van de jury bekend is.

5.  De gegadigden kunnen zo nodig worden uitgenodigd om door de jury in haar notulen vermelde vragen te beantwoorden teneinde duidelijkheid te verschaffen omtrent bepaalde aspecten van de projecten.

6.  Van de dialoog tussen de leden van de jury en de gegadigden worden volledige notulen opgesteld.



TITEL IV

BESTUUR

Artikel 99

Handhaving

1.  Met het oog op een correcte en efficiënte uitvoering zien de lidstaten erop toe dat ten minste de in dit artikel genoemde taken worden verricht door één of meer instanties, organen of structuren. Zij laten de Commissie weten welke instanties of structuren bevoegd zijn voor deze taken.

2.  De lidstaten dragen er zorg voor dat toezicht wordt gehouden op de toepassing van de aanbestedingsregels.

Wanneer toezichthoudende instanties of structuren eigener beweging of na de ontvangst van informatie specifieke overtredingen of systemische problemen vaststellen, zijn zij bevoegd om deze problemen te melden aan nationale auditinstanties, rechterlijke instanties of andere passende instanties of structuren, zoals de ombudsman, de nationale parlementen of parlementaire commissies.

3.  De resultaten van de toezichtactiviteiten op grond van lid 2 worden aan het publiek beschikbaar gesteld door middel van passende informatiemiddelen. Deze resultaten worden ook de Commissie ter beschikking gesteld. Deze kunnen bijvoorbeeld worden geïntegreerd in de in de tweede alinea van dit lid bedoelde toezichtrapporten.

De lidstaten zenden de Commissie uiterlijk op 18 april 2017 en vervolgens om de drie jaar een toezichtrapport toe met, indien van toepassing, informatie over de meest voorkomende factoren die tot verkeerde toepassing of rechtsonzekerheid leiden, met inbegrip van mogelijke structurele of terugkerende problemen bij de toepassing van de regels, de mate van mkb-deelname aan overheidsopdrachten, en de preventie, opsporing en adequate melding van gevallen van aanbestedingsfraude, corruptie, belangenverstrengeling, en andere ernstige onregelmatigheden.

De Commissie kan de lidstaten ten hoogste om de drie jaar verzoeken informatie te verstrekken over de praktische uitvoering van het nationale strategische beleid inzake overheidsopdrachten.

Voor de toepassing van dit lid geldt voor „mkb” de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie ( 15 ).

Op basis van de uit hoofde van dit lid ontvangen gegevens publiceert de Commissie regelmatig een verslag over de uitvoering van dat beleid in de interne markt en de beste praktijken van de nationale beleidsinitiatieven inzake aanbestedingen daarbij.

4.  De lidstaten zien erop toe dat:

a) 

informatie over en richtsnoeren voor de uitleg en toepassing van het aanbestedingsrecht van de Unie gratis beschikbaar zijn, teneinde de aanbestedende diensten en ondernemers, met name mkb-ondernemingen, te helpen de aanbestedingsregels van de Unie correct toe te passen, en

b) 

deze ondersteuning ter beschikking staat van de aanbestedende diensten met het oog op de planning en de uitvoering van aanbestedingsprocedures.

5.  Onverminderd de algemene procedures en werkmethoden die de Commissie heeft vastgesteld voor haar mededelingen aan en contacten met de lidstaten, wijzen de lidstaten een contactpunt aan dat met de Commissie zal samenwerken voor de toepassing van de wetgeving inzake overheidsopdrachten.

6.  De aanbestedende diensten houden, ten minste gedurende de looptijd van de opdracht, kopieën bij van alle gegunde opdrachten met een waarde van ten minste:

a) 

1 000 000 EUR in het geval van opdrachten voor leveringen of diensten;

b) 

10 000 000 EUR in het geval van opdrachten voor werken.

De aanbestedende diensten verlenen inzage in deze opdrachten; de inzage in specifieke documenten of informatie kan echter worden geweigerd voor zover voorzien in en onder de voorwaarden van de toepasselijke Unie- of nationale voorschriften inzake toegang tot documenten en gegevensbescherming.

Artikel 100

Proces-verbalen van procedures voor het gunnen van opdrachten

1.  Aanbestedende instanties bewaren passende informatie over elke opdracht of raamovereenkomst die onder deze richtlijn valt en telkens wanneer een dynamisch aankoopsysteem wordt ingevoerd. Deze informatie moet toereikend zijn om hen later in staat te stellen hun beslissingen te rechtvaardigen met betrekking tot:

a) 

de erkenning en de selectie van de ondernemers en de gunning van de opdrachten,

b) 

het gebruik van onderhandelingsprocedures zonder oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 50;

c) 

de niet-toepassing van het bepaalde in de hoofdstukken II tot en met IV van titel II krachtens de in de hoofdstukken II en III van titel I vervatte afwijkingen;

d) 

indien nodig, de redenen voor het gebruik van niet-elektronische communicatiemiddelen bij elektronische inschrijvingen.

Indien de aankondiging van gegunde opdracht, opgesteld overeenkomstig artikel 70 of artikel 92, lid 2, de in dit lid vereiste informatie bevat, mogen de aanbestedende instanties naar die aankondiging verwijzen.

2.  Aanbestedende instanties documenteren het verloop van alle elektronische en andere aanbestedingsprocedures. Daartoe bewaren zij voldoende documenten ter onderbouwing van besluiten in alle stadia in de aanbestedingsprocedure, zoals documenten over communicatie met ondernemers en interne beraadslaging, de voorbereiding van de aanbestedingsstukken, eventuele dialoog of onderhandeling, selectie en gunning van de opdracht. De documenten worden gedurende ten minste drie jaar na de datum van gunning van de opdracht bewaard.

3.  De informatie of documenten, of de belangrijkste elementen daarvan, worden desgevraagd meegedeeld aan de Commissie of de nationale instanties, organen of structuren bedoeld in artikel 99.

Artikel 101

Nationale verslaglegging en statistische informatie

1.  De Commissie toetst de volledigheid en de kwaliteit van de aan de in de artikelen 67 tot en met 71, 92 en 96 bedoelde aankondigingen ontleende gegevens, die bekendgemaakt worden overeenkomstig bijlage IX.

Wanneer de kwaliteit en de volledigheid van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde gegevens niet voldoen aan de in artikel 67, lid 1, artikel 68, lid 1, artikel 69, artikel 70, lid 1, artikel 92, lid 3, en artikel 96, lid 2, vastgestelde eisen, verzoekt de Commissie de betrokken lidstaat om aanvullende informatie. De betrokken lidstaat verstrekt binnen een redelijke termijn de ontbrekende statistische informatie die door de Commissie wordt gevraagd.

2.  De lidstaten zenden de Commissie uiterlijk op 18 april 2017 en vervolgens om de drie jaar een statistisch verslag toe over aanbestedingen die onder deze richtlijn zouden zijn gevallen indien de waarde ervan de toepasselijke drempelwaarde in artikel 15 zou hebben overschreden, en geven daarbij een raming van de gezamenlijke totale waarde van deze aanbestedingen gedurende de betrokken periode. Die raming kan met name gebaseerd zijn op gegevens die beschikbaar zijn uit hoofde van de nationale bekendmakingsvoorschriften, of op steekproeven.

Dit rapport mag worden opgenomen in het in artikel 99, lid 3, bedoelde rapport.

Artikel 102

Administratieve samenwerking

1.  De lidstaten verlenen elkaar wederzijdse bijstand en nemen maatregelen met het oog op daadwerkelijke onderlinge samenwerking teneinde uitwisseling van informatie over de in de artikelen 62, 81 en 84 bedoelde onderwerpen te verzekeren. Zij zien toe op de vertrouwelijkheid van de onderling uitgewisselde informatie.

2.  De bevoegde autoriteiten van alle betrokken lidstaten wisselen informatie uit met inachtneming van de voorschriften inzake bescherming van persoonsgegevens als bedoeld in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 16 ) en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 17 ).

3.  Teneinde te testen of het gebruik van het informatiesysteem interne markt (IMI), ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 geschikt is voor de uitwisseling van de onder deze richtlijn vallende gegevens, wordt uiterlijk op 18 april 2015 een proefproject opgezet.



TITEL V

GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN, UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 103

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in de artikelen 4, 17, 40, 41, 76 en 83 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 17 april 2014.

3.  De in de artikelen 4, 17, 40, 41, 76 en 83 bedoelde delegatie van bevoegdheden kan door het Europees Parlement of de Raad te allen tijde worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig de artikelen 4, 17, 40, 41, 76 en 83 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee maanden verlengd.

Artikel 104

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 103, lid 5, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onverwijld in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

Artikel 105

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten, dat is ingesteld bij Besluit 71/306/EEG van de Raad ( 18 ). Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 106

Omzetting en overgangsmaatregelen

1.  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 18 april 2016 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van deze bepalingen onverwijld mede.

2.  Niettegenstaande lid 1 van dit artikel, kunnen de lidstaten de toepassing van artikel 40, lid 1, uitstellen tot 18 oktober 2018, behalve wanneer het gebruik van elektronische middelen op grond van artikel 52, artikel 53, artikel 54, artikel 55, lid 3, artikel 71, lid 2, of artikel 73 van deze richtlijn verplicht is,

Niettegenstaande lid 1 van dit artikel, kunnen de lidstaten de toepassing van artikel 40, lid 1, voor aankoopcentrales op grond van artikel 55, lid 3, uitstellen tot 18 april 2017.

Wanneer een lidstaat beslist de toepassing van artikel 40, lid 1, uit te stellen, bepaalt die lidstaat dat aanbestedende instanties voor elke mededeling en uitwisseling van informatie kunnen kiezen tussen de volgende communicatiemiddelen:

a) 

langs elektronische weg overeenkomstig artikel 40;

b) 

post of een andere geschikte vervoerder;

c) 

fax;

d) 

een combinatie van deze middelen.

3.  Wanneer de lidstaten die in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 107

Intrekking

Richtlijn 2004/17/EG wordt ingetrokken met ingang van 18 april 2016.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage XXI.

Artikel 108

Evaluatie

De Commissie evalueert de economische gevolgen voor de interne markt die voortvloeien uit de toepassing van de in artikel 15 vastgestelde drempelwaarden, met name wat betreft de grensoverschrijdende gunning van contracten en de transactiekosten, en brengt daarover uiterlijk op 18 april 2019 verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad.

De Commissie overweegt waar mogelijk en passend of zij in de volgende onderhandelingsronde een verhoging van de in het kader van de GPA-overeenkomst geldende drempelbedragen moet voorstellen. In geval van verandering van de krachtens de GPA-overeenkomst geldende drempelwaarden wordt het verslag, indien passend, gevolgd door een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de in deze richtlijn vastgestelde drempelwaarden.

Artikel 109

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 110

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.




BIJLAGE I

LIJST VAN ACTIVITEITEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2, PUNT 2, ONDER a)

Bij verschillen tussen CPV en NACE, is de CPV-nomenclatuur van toepassing.



NACE (1):

CPV-code

SECTIE F

BOUWNIJVERHEID

Afdeling

Groep

Klasse

Omschrijving

Opmerkingen

45

 

 

Bouwnijverheid

Deze afdeling omvat:

nieuwbouw, restauratiewerk en gewone reparaties.

45000000

 

45.1

 

Het bouwrijp maken van terreinen

 

45100000

 

 

45.11

Slopen van gebouwen; grondverzet

Deze klasse omvat:

— het slopen van gebouwen en andere bouwwerken;

— het ruimen van bouwterreinen;

— grondverzet: graven, ophogen, egaliseren en nivelleren van bouwterreinen, graven van sleuven en geulen, verwijderen van rotsen, grondverzet met behulp van explosieven enz.;

— het geschikt maken van terreinen voor mijnbouw;

— verwijderen van deklagen en overige werkzaamheden in verband met de ontsluiting van delfstoffen en de voorbereiding van de ontginning.

Deze klasse omvat voorts:

— de drainage van bouwterreinen;

— de drainage van land- en bosbouwgrond.

45110000

 

 

45.12

Proefboren en boren

Deze klasse omvat:

— het proefboren en het nemen van bodemmonsters ten behoeve van de bouw of voor geofysische, geologische of dergelijke doeleinden.

Deze klasse omvat niet:

— het boren van putten voor de aardolie- of aardgaswinning, zie 11.20;

— het boren van waterputten, zie 45.25;

— het delven van mijnschachten, zie 45.25;

— de aardolie- en aardgasexploratie en geofysisch, geologisch en seismisch onderzoek, zie 74.20.

45120000

 

45.2

 

Burgerlijke en utiliteitsbouw; weg- en waterbouw

 

45200000

 

 

45.21

Algemene bouwkundige en civieltechnische werken

Deze klasse omvat:

— de bouw van alle soorten gebouwen; de uitvoering van civieltechnische werken;

— bruggen, inclusief die voor verhoogde wegen, viaducten, tunnels en ondergrondse doorgangen;

— pijpleidingen, kabels en hoogspanningsleidingen over lange afstand,

— pijpleidingen, kabels en hoogspanningsleidingen in de bebouwde kom;

— bijkomende werken;

— het monteren en optrekken van geprefabriceerde constructies ter plaatse.

Deze klasse omvat niet:

— diensten in verband met aardolie- en de aardgaswinning, zie 11.20;

— het optrekken van volledige geprefabriceerde constructies van zelfvervaardigde onderdelen, niet van beton, zie 20, 26 en 28;

— bouwwerkzaamheden aan of in stadions, zwembaden, sporthallen, tennisbanen, golfterreinen en andere sportaccommodaties, andere dan het optrekken van gebouwen, zie 45.23;

— installatiewerkzaamheden, zie 45.3,

— de afwerking van gebouwen, zie 45.4;

— architecten en ingenieurs, zie 74.20;

— projectbeheer voor de bouw, zie 74.20.

45210000

met uitzondering van:

– 45213316

45220000

45231000

45232000

 

 

45.22

Dakbedekking en bouw van dakconstructies

Deze klasse omvat:

— de bouw van daken;

— dakbedekking;

— het waterdicht maken.

45261000

 

 

45.23

Bouw van autowegen en andere wegen, vliegvelden en sportfaciliteiten

Deze klasse omvat:

— de bouw van autowegen, straten en andere wegen en paden voor voertuigen en voetgangers;

— de bouw van spoorwegen;

— de bouw van start- en landingsbanen;

— bouwwerkzaamheden aan of in stadions, zwembaden, sporthallen, tennisbanen, golfterreinen en andere sportaccommodaties, andere dan het optrekken van gebouwen;

— het schilderen van markeringen op wegen en parkeerplaatsen.

Deze klasse omvat niet:

— voorafgaand grondverzet, zie 45.11.

45212212 en DA03

45230000

met uitzondering van:

– 45231000

– 45232000

– 45234115

 

 

45.24

Waterbouw

Deze klasse omvat

— het verrichten of aanleggen van:

— waterwegen, haven- en rivierwerken, jachthavens, sluizen enz.;

— dammen en dijken;

— baggerwerken;

— werkzaamheden onder water.

45240000

 

 

45.25

Overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw

Deze klasse omvat:

— gespecialiseerde bouwwerkzaamheden ten behoeve van diverse bouwwerken, waarvoor specifieke ervaring of een speciale uitrusting nodig is;

— bouw van funderingen, inclusief heien;

— boren en aanleggen van waterputten, delven van mijnschachten;

— opbouw van niet-zelfvervaardigde elementen van staal;

— buigen van staal;

— metselen, inclusief zetten van natuursteen;

— optrekken en afbreken van steigers en werkplatforms, inclusief verhuur van steigers en werkplatforms;

— bouw van schoorstenen en industriële ovens.

Deze klasse omvat niet:

— de verhuur van steigers zonder optrekken en afbreken, zie 71.32.

45250000

45262000

 

45.3

 

Bouwinstallatie

 

45300000

 

 

45.31

Elektrische installatie

Deze klasse omvat:

de installatie in gebouwen en andere bouwwerken van:

— elektrische bedrading en toebehoren;

— telecommunicatiesystemen;

— elektrische verwarmingssystemen;

— antennes;

— brandalarmsystemen;

— inbraakalarmsystemen;

— liften en roltrappen;

— bliksemafleiders enz.

45213316

45310000

met uitzondering van:

– 45316000

 

 

45.32

Isolatie

Deze klasse omvat:

— het aanbrengen in gebouwen en andere bouwwerken van isolatiemateriaal (warmte, geluid, trillingen).

Deze klasse omvat niet:

— het waterdicht maken, zie 45.22.

45320000

 

 

45.33

Loodgieterswerk

Deze klasse omvat:

— de installatie in gebouwen en andere bouwwerken van:

— waterleidingen en artikelen voor sanitair gebruik;

— gasaansluitingen;

— apparatuur en leidingen voor verwarming, ventilatie, koeling en klimaatregeling;

— sprinklerinstallaties.

Deze klasse omvat niet:

— de installatie en reparatie van elektrische verwarmingsinstallaties, zie 45.31.

45330000

 

 

45.34

Overige bouwinstallatie

Deze klasse omvat:

— de installatie van verlichtings- en signaleringssystemen voor wegen, spoorwegen, luchthavens en havens;

— de installatie in en aan gebouwen en andere bouwwerken van toebehoren, niet elders geklasseerd.

45234115

45316000

45340000

 

45.4

 

Afwerking van gebouwen

 

45400000

 

 

45.41

Stukadoorswerk

Deze klasse omvat:

— het aanbrengen van pleister- en stukadoorswerk (inclusief het aanbrengen van een hechtgrond) aan de binnen- of buitenzijde van gebouwen en andere bouwwerken.

45410000

 

 

45.42

Schrijnwerk

Deze klasse omvat:

— het plaatsen van niet-zelfvervaardigde deuren, vensters, kozijnen, inbouwkeukens, trappen, winkelinrichtingen en dergelijke, van hout of van ander materiaal;

— de binnenafwerking, zoals plafonds, wandbekleding van hout, verplaatsbare tussenwanden enz.

Deze klasse omvat niet:

— het leggen van parket of andere houten vloerbedekking, zie 45.43.

45420000

 

 

45.43

Vloer- en wandafwerking

Deze klasse omvat:

— het aanbrengen in gebouwen en andere bouwwerken van:

— vloer- of wandtegels van keramische stoffen, beton of gehouwen steen;

— parket en andere houten vloerbedekking;

— tapijt en vloerbedekking van linoleum, rubber of kunststof;

— vloerbedekking en wandbekleding van terrazzo, marmer, graniet of lei;

— behang.

45430000

 

 

45.44

Schilderen en glaszetten

Deze klasse omvat:

— het schilderen van het binnen- en buitenwerk van gebouwen;

— het schilderen van wegen- en waterbouwkundige werken;

— het aanbrengen van glas, spiegels enz.

Deze klasse omvat niet:

— de installatie van vensters, zie 45.42.

45440000

 

 

45.45

Overige werkzaamheden in verband met de afwerking van gebouwen

Deze klasse omvat:

— de installatie van particuliere zwembaden;

— gevelreiniging met behulp van stoom, door middel van zandstralen enz.;

— overige werkzaamheden in verband met de afwerking van gebouwen, n.e.g.

Deze klasse omvat niet:

— het reinigen van het interieur van gebouwen en andere bouwwerken, zie 74.70.

45212212 en DA04

45450000

 

45.5

 

Verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel

 

45500000

 

 

45.50

Verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel

Deze klasse omvat niet:

— de verhuur van bouw- en sloopmachines zonder bedieningspersoneel, zie 71.32.

45500000

(1)   Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1).




BIJLAGE II

LIJST VAN DE IN ARTIKEL 4, LID 3, BEDOELDE RECHTSHANDELINGEN VAN DE UNIE

Rechten die zijn verleend door middel van een procedure die voldoende bekendheid garandeert en waarbij de verlening van die rechten gebaseerd was op objectieve criteria, vormen geen „bijzondere of uitsluitende rechten” in de zin van artikel 4 van deze richtlijn. Hieronder volgt een lijst van procedures, waarin passende voorafgaande transparantie wordt verzekerd, voor het verlenen van vergunningen op basis van andere rechtshandelingen van de Unie die geen „bijzondere of uitsluitende rechten” in de zin van artikel 4 van deze richtlijn vormen:

a) 

het verlenen van toestemming om aardgasinstallaties te exploiteren in overeenstemming met de procedures vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2009/73/EG;

b) 

een vergunning of uitnodiging tot inschrijving voor de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie in overeenstemming met Richtlijn 2009/72/EG;

c) 

het verlenen van vergunningen met betrekking tot een postdienst die niet is voorbehouden en niet zal worden voorbehouden, in overeenstemming met de procedures vastgesteld in artikel 9 van Richtlijn 97/67/EG;

d) 

een procedure voor het verlenen van een vergunning voor activiteiten die de exploitatie van koolwaterstoffen inhouden, in overeenstemming met Richtlijn 94/22/EG;

e) 

openbaredienstcontracten in de zin van Verordening (EG) nr. 1370/2007 voor het verrichten van openbare diensten inzake personenvervoer per bus, tram, trein of metro, die krachtens artikel 5, lid 3, daarvan op basis van een aanbestedingsprocedure zijn verleend, mits de looptijd ervan in overeenstemming is met artikel 4, lid 3, of artikel 4, lid 4, van die verordening.




BIJLAGE III

LIJST VAN DE IN ARTIKEL 34, LID 3, BEDOELDE RECHTSHANDELINGEN VAN DE UNIE

A.    Vervoer of distributie van gas of warmte

Richtlijn 2009/73/EG

B.    Productie, vervoer of distributie van elektriciteit

Richtlijn 2009/72/EG

C.    Productie, vervoer of distributie van drinkwater

Geen

D.    Aanbestedende instanties op het gebied van spoorwegdiensten

Goederenvervoer per trein
Richtlijn 2012/34/EU
Internationaal passagiersvervoer per trein
Richtlijn 2012/34/EU
Nationaal passagiersvervoer per trein
Geen

E.    Aanbestedende instanties op het gebied van stadsspoorweg-, tram-, trolleybus- of busdiensten

Geen

F.    Aanbestedende instanties op het gebied van postdiensten

Richtlijn 97/67/EG

G.    Aardolie- en gaswinning

Richtlijn 94/22/EG

H.    Exploratie en winning van steenkool of andere vaste brandstoffen

Geen

I.    Aanbestedende instanties op het gebied van zeehaven-, binnenhaven- of andere terminalfaciliteiten

Geen

J.    Aanbestedende instanties op het gebied van luchthavenfaciliteiten

Geen




BIJLAGE IV

TERMIJNEN VOOR DE VASTSTELLING VAN DE UITVOERINGSHANDELINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 35

1. De in artikel 35 bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld binnen de volgende termijnen:

a) 

90 werkdagen indien op grond van artikel 34, lid 3, eerste alinea, vrije toegang tot een bepaalde markt wordt verondersteld;

b) 

130 werkdagen in andere dan de onder a) bedoelde gevallen.

De onder a) en b) gestelde termijnen worden met 15 werkdagen verlengd indien het verzoek niet vergezeld gaat van een gemotiveerd standpunt van een onafhankelijke nationale instantie die bevoegd is voor de betrokken activiteit, waarin een diepgaande analyse wordt verricht van de voorwaarden om artikel 34, lid 1, overeenkomstig artikel 34, leden 2 en 3, op de betrokken activiteit te kunnen toepassen.

Deze termijnen vangen aan op de eerste werkdag volgend op de datum waarop de Commissie het in lid 35, lid 1, bedoelde verzoek ontvangt of, indien de met het verzoek te verstrekken informatie onvolledig is, op de werkdag volgend op de ontvangst van de volledige informatie.

De in de eerste alinea gestelde termijnen kunnen door de Commissie worden verlengd met instemming van de lidstaat of de aanbestedende instantie die het verzoek heeft ingediend.

2. De Commissie kan de lidstaat of de betrokken aanbestedende instantie of de in punt 1 bedoelde onafhankelijke nationale instantie of elke andere bevoegde nationale instantie verzoeken alle nodige informatie te verstrekken of binnen een passende termijn de verstrekte informatie aan te vullen of te verduidelijken. In geval van late of onvolledige antwoorden worden de in de eerste alinea van punt 1 gestelde termijnen opgeschort voor de periode tussen het verstrijken van de in het verzoek om informatie gestelde termijn en de ontvangst van volledige en juiste informatie.




BIJLAGE V

VOORSCHRIFTEN MET BETREKKING TOT INSTRUMENTEN EN MIDDELEN VOOR DE ELEKTRONISCHE ONTVANGST VAN INSCHRIJVINGEN, AANVRAGEN TOT DEELNAME, AANVRAGEN TOT ERKENNING EN PLANNEN EN ONTWERPEN BIJ PRIJSVRAGEN

De instrumenten en middelen voor de elektronische ontvangst van inschrijvingen, aanvragen tot deelname of erkenning en plannen en ontwerpen bij prijsvragen moeten door passende technische voorzieningen en procedures ten minste waarborgen dat:

a) 

het exacte tijdstip en de exacte datum van ontvangst van inschrijvingen, aanvragen tot deelname of erkenning en van indiening van plannen en ontwerpen precies kunnen worden vastgesteld;

b) 

redelijkerwijs kan worden verzekerd dat niemand voor het verstrijken van de vastgestelde termijnen toegang krijgt tot de op grond van de onderhavige voorschriften verstrekte informatie;

c) 

alleen gemachtigde personen de data voor openbaarmaking van de ontvangen informatie kunnen vaststellen of wijzigen;

d) 

tijdens de verschillende fasen van de erkenningsprocedure, de aanbestedingsprocedure of de prijsvraag alleen door de daartoe gemachtigde personen toegang kan worden verkregen tot de verstrekte informatie of een gedeelte daarvan;

e) 

alleen door de gemachtigde personen en eerst na de opgegeven datum toegang tot de verstrekte informatie kan worden verkregen;

f) 

de met toepassing van de onderhavige voorschriften ontvangen en openbaar gemaakte informatie alleen toegankelijk blijft voor de tot inzage gemachtigde personen,

g) 

bij een inbreuk op de onder b) tot en met f) bedoelde toegangsverboden of -voorwaarden, of een poging daartoe, redelijkerwijs kan worden gewaarborgd dat de inbreuk of de poging daartoe zonder problemen kan worden opgespoord.




BIJLAGE VI

DEEL A

INFORMATIE DIE MOET WORDEN VERMELD IN PERIODIEKE INDICATIEVE AANKONDIGINGEN

(als bedoeld in artikel 67)

I.    Informatie die in alle gevallen moet worden vermeld

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende instantie en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. Hoofdactiviteit

3.

 
a) 

Voor opdrachten voor leveringen: aard en hoeveelheid of waarde van de prestaties of de te leveren producten (CPV-codes).

b) 

Voor opdrachten voor werken: aard en omvang van de prestaties, algemene kenmerken van het werk of van de percelen die betrekking hebben op het werk (CPV-codes).

c) 

Voor opdrachten voor diensten: totaal van de voorgenomen aankopen voor elk van de beoogde categorieën van diensten (CPV-codes).

4. Datum van verzending van de aankondiging of van de aankondiging van bekendmaking van deze vooraankondiging in het kopersprofiel.

5. Andere relevante inlichtingen.

II.    Bijkomende informatie die moet worden verstrekt wanneer de aankondiging dient als oproep tot mededinging of een grond vormt voor een verkorting van de termijnen voor ontvangst van de inschrijvingen (artikel 67, lid 2)

6. Vermelding van het feit dat belangstellende ondernemers de dienst op de hoogte moeten brengen van hun belangstelling voor de opdracht(en).

7. E-mail- of internetadres waar de aanbestedingsstukken kosteloos, rechtstreeks en volledig toegankelijk zijn.

Wanneer er geen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang is om de in artikel 73, lid 1, derde en vierde alinea, genoemde redenen, de vermelding hoe de aanbestedingsstukken kunnen worden geraadpleegd.

8. Zo nodig, vermelden of de aanbesteding uitsluitend bestemd is voor beschutte werkplaatsen dan wel of de uitvoering ervan uitsluitend in het kader van programma’s voor beschutte werkplaatsen plaatsvindt.

9. Uiterste termijn voor ontvangst van het verzoek om te worden uitgenodigd tot inschrijving of tot onderhandelingen.

10. Aard en hoeveelheid van de te leveren producten of algemene aard van het werk of categorie waartoe de dienst behoort, en beschrijving, met vermelding of het om (een) raamovereenkomst(en) gaat, inclusief van mogelijke latere aanbestedingen en een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van deze mogelijkheden, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding van het voorlopige tijdschema van latere oproepen tot mededinging. Vermelding of het een aankoop, lease, huur, huurkoop of een combinatie hiervan betreft.

11. NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de prestatie in het geval van opdrachten voor leveringen en diensten; indien de opdracht verdeeld is in percelen, moet deze informatie worden verstrekt voor elk perceel.

12. Leverings- of uitvoeringstermijn of looptijd van de opdracht voor diensten en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.

13. Adres waar belangstellende ondernemingen schriftelijk hun belangstelling te kennen kunnen geven.

14. Uiterste termijn voor ontvangst van de blijken van belangstelling.

15. Taal of talen waarin de aanvragen tot deelname of inschrijvingen moeten worden ingediend.

16. Voorschriften van economische en technische aard, financiële en technische waarborgen die van de leveranciers worden verlangd.

17.

 
a) 

Vermoedelijke datum van aanvang van de procedures voor het gunnen van de opdracht(en) (indien bekend);

b) 

Aard van de aanbestedingsprocedure (niet-openbaar, al dan niet met een dynamisch aankoopsysteem, of via onderhandelingen).

18. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht(en).

19. Indien van toepassing, vermelding of:

a) 

elektronische indiening van inschrijvingen of verzoeken tot deelname vereist is/aanvaard wordt,

b) 

er gebruik wordt gemaakt van elektronische orderplaatsing,

c) 

er gebruik wordt gemaakt van elektronische facturering,

d) 

elektronische betalingen worden aanvaard.

20. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.

21. De in artikel 82 bedoelde criteria die, indien bekend, bij de gunning van de opdracht zullen worden gehanteerd. Behalve indien de economisch meest voordelige inschrijving wordt bepaald op grond van de prijs alleen: de criteria die de economisch meest voordelige inschrijving opleveren en de weging ervan of, in voorkomend geval, de volgorde van belangrijkheid van die criteria worden vermeld wanneer zij niet in de specificaties staan of niet zullen worden vermeld in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling als bedoeld in artikel 67, lid 2, onder b), of in de uitnodiging tot indiening van een inschrijving of tot onderhandelingen.

DEEL B

INFORMATIE DIE MOET WORDEN VERMELD IN DE AANKONDIGING VAN BEKENDMAKING VIA HET KOPERSPROFIEL VAN EEN NIET ALS OPROEP TOT MEDEDINGING GEBRUIKTE PERIODIEKE INDICATIEVE AANKONDIGING

(als bedoeld in artikel 67, lid 1)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende instantie en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. Hoofdactiviteit.

3. CPV-codes.

4. Internetadres van het „kopersprofiel” (URL).

5. Datum van verzending van de aankondiging van bekendmaking van de vooraankondiging in het kopersprofiel.




BIJLAGE VII

INFORMATIE DIE BIJ ELEKTRONISCHE VEILINGEN IN DE AANBESTEDINGSSTUKKEN MOET WORDEN OPGENOMEN (ARTIKEL 53, LID 4)

Wanneer aanbestedende instanties besloten hebben een elektronische veiling te houden, bevatten de aanbestedingsstukken ten minste de volgende informatie:

a) 

de elementen waarvan de waarden deel uitmaken van de elektronische veiling, voor zover deze elementen kwantificeerbaar zijn en in cijfers of procenten kunnen worden uitgedrukt;

b) 

de eventuele limieten van de waarden die kunnen worden ingediend, zoals deze voortvloeien uit de specificaties betreffende het voorwerp van de opdracht;

c) 

de informatie die tijdens de elektronische veiling ter beschikking van de inschrijvers zal worden gesteld en, in voorkomend geval, het tijdstip waarop;

d) 

relevante informatie betreffende het verloop van de elektronische veiling;

e) 

de voorwaarden waaronder de inschrijvers een bod kunnen doen en met name de minimumverschillen die in voorkomend geval voor de biedingen vereist zijn;

f) 

relevante informatie betreffende de gebruikte elektronische uitrusting en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding.




BIJLAGE VIII

DEFINITIE VAN ENKELE TECHNISCHE SPECIFICATIES

In deze richtlijn gelden de volgende definities:

1. 

„technische specificatie” heeft een van de volgende betekenissen:

a) 

in het geval van opdrachten voor leveringen of voor diensten, een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of een dienst, zoals het kwaliteitsniveau, prestaties op het gebied van milieu en klimaat, geschiktheid van het ontwerp voor alle behoeften (met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten) en conformiteitsbeoordeling, prestaties, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocedés en -methoden in elk stadium van de levenscyclus van de levering of dienst, en conformiteitbeoordelingsprocedures;

b) 

in het geval van opdrachten voor werken, alle technische voorschriften, met name die welke zijn vermeld in de aanbestedingsstukken en een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een materiaal, een product of een levering en aan de hand waarvan een materiaal, een product of een levering zodanig kan worden omschreven dat dit voldoet aan het gebruik waarvoor het door de aanbestedende instantie is bestemd; tot deze kenmerken behoren ook de prestaties op het gebied van het milieu en het klimaat, de geschiktheid van een ontwerp voor alle behoeften (met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten) en de conformiteitsbeoordeling, de prestaties, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van kwaliteitsborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen en productieprocessen en -methoden in elk stadium van de levenscyclus van de werken; deze kenmerken omvatten eveneens voorschriften voor ontwerpen en kostenberekening, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere technische voorwaarden die de aanbestedende instantie bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan opleggen met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;

2. 

„norm”: een technische specificatie die door een erkende normalisatie-instelling is aangenomen, voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de inachtneming niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort:

a)

internationale norm : een norm die door een internationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;

b)

Europese norm : een norm die door een Europese normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;

c)

nationale norm : een norm die door een nationale normalisatie-instelling is aangenomen en ter beschikking van het publiek is gesteld;

3. 

„Europese technische beoordeling”: de gedocumenteerde beoordeling van de prestaties van een bouwproduct met betrekking tot zijn essentiële kenmerken aan de hand van het respectieve Europees beoordelingsdocument, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 12, van Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad ( 19 );

4. 

„gemeenschappelijke technische specificatie”: een technische specificatie op het gebied van ICT die is opgesteld overeenkomstig de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) nr. 1025/2012;

5. 

„technisch referentiekader”: is ieder ander document dan de Europese normen, dat door Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de ontwikkeling van de markt zijn aangepast.




BIJLAGE IX

SPECIFICATIES BETREFFENDE DE BEKENDMAKING

1.    Bekendmaking van aankondigingen

De in de artikelen 67, 68, 69, 70, 92 en 96 bedoelde aankondigingen moeten door de aanbestedende instanties naar het Bureau voor publicaties van de Europese Unie worden gezonden en worden bekendgemaakt volgens onderstaande regels:

a) 

De in de artikelen 67, 68, 69, 70, 92 en 96 bedoelde aankondigingen worden bekendgemaakt door het Bureau voor publicaties van de Europese Unie of door de aanbestedende instanties in het geval van een overeenkomstig artikel 67, lid 1, via een kopersprofiel bekendgemaakte periodieke indicatieve aankondiging.

De aanbestedende instanties kunnen deze informatie bovendien via een „kopersprofiel” als bedoeld in punt 2, onder b), op het internet bekendmaken.

b) 

Het Bureau voor publicaties van de Europese Unie verstrekt de aanbestedende instantie de in artikel 71, lid 5, tweede alinea, bedoelde bevestiging.

2.    Bekendmaking van aanvullende of extra informatie

a) Tenzij anders bepaald in artikel 73, lid 1, derde en vierde alinea, maken aanbestedende instanties de aanbestedingsstukken volledig op het internet bekend.

b) Het kopersprofiel kan periodieke indicatieve aankondigingen, als bedoeld in artikel 67, lid 1, bevatten alsmede informatie over lopende uitnodigingen tot indiening van inschrijvingen, voorgenomen aankopen, gegunde opdrachten, geannuleerde procedures, en alle nuttige algemene informatie, zoals het contactpunt, een telefoon- en faxnummer, een postadres en een e-mailadres. Het kopersprofiel kan ook als oproep tot mededinging gebruikte periodieke indicatieve aankondigingen bevatten die op nationaal niveau bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 72.

3.    Formaat en procedure voor de elektronische verzending van aankondigingen

Het formaat en de procedure voor de elektronische verzending van aankondigingen zijn op te vragen op het internetadres „http://simap.eu.int”.




BIJLAGE X

INFORMATIE DIE IN DE AANKONDIGING INZAKE HET BESTAAN VAN EEN ERKENNINGSREGELING MOET WORDEN OPGENOMEN

(als bedoeld in artikel 44, lid 4, onder b), en artikel 68)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende instantie en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. Hoofdactiviteit

3. Zo nodig, vermelden of de aanbesteding uitsluitend bestemd is voor beschutte werkplaatsen dan wel of de uitvoering ervan uitsluitend in het kader van programma’s voor beschutte werkplaatsen plaatsvindt.

4. Onderwerp van de erkenningsregeling (beschrijving van (categorieën van) producten, diensten of werken die door middel van deze regeling moeten worden aangekocht — CPV-codes). NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de dienst.

5. Voorwaarden die door ondernemers moeten worden vervuld met het oog op hun erkenning overeenkomstig de regeling en methoden waarmee elk van deze voorwaarden zal worden gecontroleerd. Indien de beschrijving van deze voorwaarden en toetsingsmethoden omvangrijk is en gebaseerd is op documenten waarover de ondernemers kunnen beschikken, kan worden volstaan met een samenvatting van de belangrijkste voorwaarden en methoden en met een verwijzing naar deze documenten.

6. Geldigheidsduur van de erkenningsregeling en formaliteiten voor de verlenging ervan.

7. Vermelding van het feit dat de aankondiging dient als oproep tot mededinging.

8. Adres waar nadere inlichtingen en documenten over de erkenningsregeling kunnen worden aangevraagd (indien dat adres afwijkt van het in punt 1 vermelde adres).

9. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.

10. De in artikel 82 bedoelde criteria die, indien bekend, bij de toewijzing van de opdracht zullen worden gehanteerd. Behalve indien de economisch meest voordelige inschrijving wordt bepaald op grond van de prijs alleen: de criteria die de economisch meest voordelige inschrijving opleveren en de weging ervan of, in voorkomend geval, de volgorde van belangrijkheid van deze criteria wordt vermeld wanneer die niet in het specificaties staan of niet zullen worden aangegeven in de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandelingen.

11. Indien van toepassing, vermelding of:

a) 

elektronische indiening van inschrijvingen of verzoeken tot deelname vereist is/aanvaard wordt,

b) 

er gebruik wordt gemaakt van elektronische orderplaatsing,

c) 

er gebruik wordt gemaakt van elektronische facturering,

d) 

elektronische betalingen worden aanvaard.

12. Andere relevante inlichtingen.




BIJLAGE XI

INLICHTINGEN DIE IN AANKONDIGINGEN VAN OPDRACHEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN

(als bedoeld in artikel 69)

A   OPENBARE PROCEDURES

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende instantie en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. Hoofdactiviteit

3. Zo nodig, vermelden of de aanbesteding uitsluitend bestemd is voor beschutte werkplaatsen dan wel of de uitvoering ervan uitsluitend in het kader van programma’s voor beschutte werkplaatsen plaatsvindt.

4. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; indien van toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat of om een dynamisch verkoopsysteem), omschrijving (CPV-codes). Indien van toepassing, vermelding of de inschrijvingen worden gevraagd met het oog op aankoop, lease, huur, huurkoop of een combinatie hiervan.

5. NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de dienst.

6. Voor leveringen en werken:

a) 

aard en hoeveelheid van de te leveren producten (CPV-codes). Vermelding van met name de opties voor latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de opties, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor aan te kopen producten of de aard en omvang van de prestaties en de algemene kenmerken van de werken (CPV-codes);

b) 

vermelding of leveranciers de mogelijkheid hebben om voor delen en/of voor het geheel van de gevraagde producten in te schrijven.

Indien, bij opdrachten voor werken, het werk of de opdracht in meerdere percelen is verdeeld, vermelding van de orde van grootte van de percelen en van de mogelijkheid om voor één, meerdere of alle percelen in te schrijven;

c) 

voor opdrachten voor werken: informatie betreffende het doel van het werk of de opdracht wanneer deze ook betrekking heeft op de opstelling van ontwerpen.

7. Voor diensten:

a) 

aard en hoeveelheid van de te verlenen diensten. Vermelding van met name de opties voor latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de opties, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor de aan te besteden diensten;

b) 

vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepscategorie is voorbehouden;

c) 

verwijzing naar de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;

d) 

vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties dienen op te geven van het personeel dat met het verrichten van de dienst wordt belast;

e) 

vermelding of dienstverleners voor een gedeelte van de betrokken diensten kunnen inschrijven.

8. Indien bekend, aangeven of er varianten zijn toegestaan.

9. Leverings- of uitvoeringstermijn of looptijd van de opdracht voor diensten en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.

10. E-mail- of internetadres waar de aanbestedingsstukken kosteloos, rechtstreeks en volledig toegankelijk zijn.

Wanneer geen kosteloze, onbeperkte, volledige en rechtstreekse toegang wordt verleend om de in artikel 73, lid 1, derde en vierde alinea, genoemde redenen, is aangegeven hoe de aanbestedingsstukken kunnen worden geraadpleegd.

11.

 
a) 

Uiterste datum voor ontvangst van de inschrijvingen of van de indicatieve inschrijvingen indien het gaat om de invoering van een dynamisch aankoopsysteem.

b) 

Adres waar deze moeten worden ingediend.

c) 

Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.

12.

 
a) 

Indien van toepassing, personen die bij de opening van de inschrijvingen worden toegelaten.

b) 

Dag, uur en plaats van de opening.

13. Indien van toepassing, gevraagde borgsommen en waarborgen.

14. Belangrijkste financierings- en betalingsvoorwaarden en/of verwijzingen naar de teksten waar deze te vinden zijn.

15. Indien van toepassing, de vereiste rechtsvorm van de combinatie van ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund.

16. Minimumvoorschriften van economische en technische aard waaraan de ondernemer aan wie de opdracht wordt gegund, moet voldoen.

17. Termijn gedurende welke de inschrijver zijn inschrijving gestand moet doen.

18. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht(en).

19. In artikel 82 bedoelde gunningscriteria voor de opdracht. Behalve indien de economisch meest voordelige inschrijving wordt bepaald op grond van de prijs alleen: de criteria die de economisch meest voordelige inschrijving opleveren en de weging ervan of, in voorkomend geval, de volgorde van belangrijkheid van die criteria wordt vermeld wanneer zij niet in de specificaties staan.

20. Indien van toepassing, dag(en) en referentie(s) voor de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van de periodieke indicatieve aankondiging of van de aankondiging van bekendmaking in het kopersprofiel waarop de opdracht betrekking heeft.

21. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.

22. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende instantie.

23. Andere relevante inlichtingen.

B   NIET-OPENBARE PROCEDURES

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende instantie en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. Hoofdactiviteit.

3. Zo nodig, vermelden of de aanbesteding uitsluitend bestemd is voor beschutte werkplaatsen dan wel of de uitvoering ervan uitsluitend in het kader van programma’s voor beschutte werkplaatsen plaatsvindt.

4. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; indien van toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat). Omschrijving (CPV-codes). Indien van toepassing, vermelding of de inschrijvingen worden gevraagd met het oog op aankoop, lease, huur, huurkoop of een combinatie hiervan.

5. NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de dienst.

6. Voor leveringen en werken:

a) 

aard en hoeveelheid van de te leveren producten (CPV-codes). Vermelding van met name de mogelijkheden tot latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de mogelijkheden, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor aan te kopen producten of de aard en omvang van de prestaties en de algemene kenmerken van de werken (CPV-codes);

b) 

vermelding of leveranciers de mogelijkheid hebben om voor delen en/of voor het geheel van de gevraagde producten in te schrijven.

Indien, bij opdrachten voor werken, het werk of de opdracht in meerdere percelen is verdeeld, vermelding van de orde van grootte van de percelen en van de mogelijkheid om voor één, meerdere of alle percelen in te schrijven;

c) 

informatie betreffende het doel van het werk of de opdracht wanneer deze ook betrekking heeft op de opstelling van ontwerpen.

7. Voor diensten:

a) 

aard en hoeveelheid van de te verlenen diensten. Vermelding van met name de opties voor latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de opties, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor de te gunnen diensten;

b) 

vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepscategorie is voorbehouden;

c) 

verwijzing naar de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;

d) 

vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties dienen op te geven van het personeel dat met het verrichten van de dienst wordt belast;

e) 

vermelding of dienstverleners voor een gedeelte van de betrokken diensten kunnen inschrijven.

8. Indien bekend, aangeven of er varianten zijn toegestaan.

9. Leverings- of uitvoeringstermijn of looptijd van de opdracht en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.

10. Indien van toepassing, de vereiste rechtsvorm van de combinatie van ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund.

11.

 
a) 

Uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelname.

b) 

Adres waar deze moeten worden ingediend.

c) 

Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.

12. Uiterste datum voor de verzending van de uitnodigingen tot inschrijving.

13. Indien van toepassing, gevraagde borgsommen en waarborgen.

14. Belangrijkste financierings- en betalingsvoorwaarden en/of verwijzingen naar de teksten waar deze te vinden zijn.

15. Informatie over de situatie van de ondernemer en minimumvoorschriften van economische en technische aard waaraan hij moet voldoen.

16. In artikel 82 bedoelde criteria voor de gunning van de opdracht. Behalve indien de economisch meest voordelige inschrijving wordt bepaald op grond van de prijs alleen: de criteria die de economisch meest voordelige inschrijving opleveren en de weging ervan of, in voorkomend geval, de volgorde van belangrijkheid van die criteria worden vermeld wanneer zij niet in de specificaties staan of niet zullen worden vermeld in de uitnodiging tot het indienen van een inschrijving.

17. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht(en).

18. Indien van toepassing, dag(en) en referentie(s) voor de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van de periodieke indicatieve aankondiging of van de aankondiging van bekendmaking in het kopersprofiel waarop de opdracht betrekking heeft.

19. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.

20. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende instantie.

21. Andere relevante inlichtingen.

C   ONDERHANDELINGSPROCEDURES

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende instantie en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. Hoofdactiviteit.

3. Zo nodig, vermelden of de aanbesteding uitsluitend bestemd is voor beschutte werkplaatsen dan wel of de uitvoering ervan uitsluitend in het kader van programma’s voor beschutte werkplaatsen plaatsvindt.

4. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; indien van toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat). Omschrijving (CPV-codes). Indien van toepassing, vermelding of de inschrijvingen worden gevraagd met het oog op aankoop, lease, huur, huurkoop of een combinatie hiervan.

5. NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de dienst.

6. Voor leveringen en werken:

a) 

aard en hoeveelheid van de te leveren producten (CPV-codes). Vermelding van met name de mogelijkheden tot latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de mogelijkheden, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor aan te kopen producten of de aard en omvang van de prestaties en de algemene kenmerken van de werken (CPV-codes);

b) 

vermelding of leveranciers de mogelijkheid hebben om voor delen en/of voor het geheel van de gevraagde producten in te schrijven.

Indien, bij opdrachten voor werken, het werk of de opdracht in meerdere percelen is verdeeld, vermelding van de orde van grootte van de percelen en van de mogelijkheid om voor één, meerdere of alle percelen in te schrijven;

c) 

voor opdrachten voor werken: informatie betreffende het doel van het werk of de opdracht wanneer deze ook betrekking heeft op de opstelling van ontwerpen.

7. Voor diensten:

a) 

Aard en hoeveelheid van de te verrichten diensten, met inbegrip van mogelijkheden voor latere aanbestedingen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van deze mogelijkheden, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor de te gunnen diensten;

b) 

Vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepscategorie is voorbehouden;

c) 

Verwijzing naar de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;

d) 

Vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties dienen op te geven van het personeel dat met het verrichten van de dienst wordt belast;

e) 

Vermelding of dienstverleners voor een gedeelte van de betrokken diensten kunnen inschrijven.

8. Indien bekend, aangeven of er varianten zijn toegestaan.

9. Leverings- of uitvoeringstermijn of looptijd van de opdracht en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.

10. Indien van toepassing, de vereiste rechtsvorm van de combinatie van ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund.

11.

 
a) 

Uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelname.

b) 

Adres waar deze moeten worden ingediend.

c) 

Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.

12. Indien van toepassing, verlangde borgsommen of andere waarborgen.

13. Belangrijkste financierings- en betalingsvoorwaarden en/of verwijzingen naar de teksten waar deze te vinden zijn.

14. Informatie over de situatie van de ondernemer en minimumvoorschriften van economische en technische aard waaraan hij moet voldoen.

15. In artikel 82 bedoelde criteria voor de gunning van de opdracht. Behalve indien de economisch meest voordelige inschrijving wordt bepaald op grond van de prijs alleen: de criteria die de economisch meest voordelige inschrijving opleveren en de weging ervan of, in voorkomend geval, de volgorde van belangrijkheid van die criteria wordt vermeld wanneer zij niet in de specificaties staan of niet zullen worden vermeld in de uitnodiging tot onderhandelen.

16. Indien van toepassing, naam en adres van reeds door de aanbestedende instantie geselecteerde ondernemers.

17. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht(en).

18. Indien van toepassing, dag(en) en referentie(s) voor de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van de periodieke indicatieve aankondiging of van de aankondiging van bekendmaking in het kopersprofiel waarop de opdracht betrekking heeft.

19. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.

20. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende instantie.

21. Andere relevante inlichtingen.




BIJLAGE XII

INLICHTINGEN DIE IN AANKONDIGINGEN VAN GEGUNDE OPDRACHTEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN

(als bedoeld in artikel 70)

I.    In het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken gegevens ( 20 ):

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende instantie en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. Hoofdactiviteit.

3. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten en CPV-codes; indien van toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat).

4. Ten minste een beknopte beschrijving van de aard en hoeveelheid van de producten, werken of diensten.

5.

 
a) 

Vorm van de oproep tot mededinging (mededeling betreffende de erkenningsregeling, periodieke aankondiging, aanbesteding).

b) 

Dag(en) en referentie(s) voor bekendmaking van de aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie.

c) 

In het geval van opdrachten die zonder oproep tot mededinging worden gegund, vermelding van de toepasselijke bepaling van artikel 50.

6. Gevolgde aanbestedingsprocedure (openbare procedure, niet-openbare procedure of onderhandelingsprocedure).

7. Aantal ontvangen inschrijvingen, met vermelding van

a) 

aantal inschrijvingen van ondernemers die mkb's zijn,

b) 

het aantal uit het buitenland ontvangen inschrijvingen,

c) 

het aantal elektronisch ontvangen inschrijvingen.

In het geval van meervoudige gunning (percelen, verschillende raamovereenkomsten) moet volgende informatie worden verstrekt voor elke gunning.

8. Datum van sluiting van de overeenkomsten(en) of van de raamovereenkomst(en) volgens het gunnings- of sluitingsbesluit.

9. Prijs die is betaald voor gelegenheidsaankopen uit hoofde van artikel 50, onder h).

10. Voor elke gunning, naam, adres en NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de begunstigde inschrijver(s), met inbegrip van;

a) 

vermelding of de begunstigde inschrijver een mkb is,

b) 

vermelding of de opdracht aan een consortium is gegund.

11. Indien van toepassing, vermelden of de opdracht in onderaanbesteding is of kan worden gegeven.

12. Betaalde prijs, c.q. prijs van de hoogste en de laagste inschrijving die bij de gunning van de opdracht in aanmerking is genomen.

13. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.

14. Facultatieve gegevens:

— 
waarde en deel van de opdracht welke aan derden in onderaanbesteding is gegeven of kan worden gegeven;
— 
gunningscriteria.

II.    Niet voor publicatie bestemde gegevens

15. Aantal gegunde opdrachten (wanneer een opdracht over verschillende leveranciers is verdeeld).

16. Waarde van elke gegunde opdracht.

17. Land van oorsprong van het product of de dienst (van oorsprong uit de Gemeenschap of niet van oorsprong uit de Gemeenschap; in het laatste geval, uitgesplitst per derde land).

18. Welke gunningscriteria zijn gebruikt

19. Is de opdracht gegund aan een inschrijver die een variant voorstelt op grond van artikel 64, lid 1?

20. Zijn overeenkomstig artikel 84 bepaalde inschrijvingen niet in aanmerking genomen omdat zij abnormaal laag waren?

21. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende instantie.




BIJLAGE XIII

INHOUD VAN DE UITNODIGINGEN TOT INDIENING VAN INSCHRIJVINGEN, TOT DEELNAME AAN DE DIALOOG, TOT ONDERHANDELINGEN OF TOT BEVESTIGING VAN BELANGSTELLING (ALS BEDOELD IN ARTIKEL 74)

1. De uitnodiging tot indiening van inschrijvingen, tot deelname aan de dialoog of tot onderhandelingen als bedoeld in artikel 74 bevat ten minste volgende gegevens:

a) 

de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen, het adres waar deze moeten worden ingediend en de taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.

In het geval van opdrachten die door middel van een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap worden gegund, verschijnt deze informatie echter niet in de uitnodiging tot onderhandelingen maar wordt zij bekendgemaakt in de uitnodiging tot indiening van inschrijvingen;

b) 

in het geval van een concurrentiegerichte dialoog, de datum en het adres waarop met de raadpleging wordt begonnen en de daarbij gebruikte taal of talen;

c) 

verwijzing naar elke bekendgemaakte oproep tot mededinging;

d) 

vermelding van eventueel bij te voegen stukken;

e) 

de gunningscriteria, indien deze niet vermeld zijn in de als oproep tot mededinging gebruikte aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling;

f) 

de relatieve weging van de gunningscriteria of, in voorkomend geval, de volgorde van deze criteria naar belangrijkheid, indien deze gegevens niet in de aankondiging van de opdracht, de aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling of de specificaties vermeld zijn.

2. Wanneer een oproep tot mededinging wordt gedaan door middel van een periodieke indicatieve aankondiging, verzoeken de aanbestedende instanties alle gegadigden nadien hun belangstelling te bevestigen aan de hand van nadere gegevens betreffende de betrokken opdracht, alvorens aan te vangen met de selectie van de inschrijvers of deelnemers aan de onderhandelingen.

Deze uitnodiging omvat ten minste de volgende gegevens:

a) 

de aard en de hoeveelheid, met inbegrip van eventuele mogelijkheden voor latere opdrachten en, indien mogelijk, een schatting van de termijn voor de uitoefening van deze mogelijkheden; in het geval van periodiek terugkerende opdrachten, de aard en de hoeveelheid en, indien mogelijk, een schatting van de termijnen waarop de latere oproepen tot mededinging voor werken, leveringen of diensten worden bekendgemaakt;

b) 

type procedure: niet-openbaar of via onderhandelingen;

c) 

in voorkomend geval, de begin- of einddatum van de levering, de werken of de diensten;

d) 

wanneer geen elektronische toegang kan worden geboden, het adres en de uiterste datum voor indiening van aanvragen van aanbestedingsdocumenten alsmede de taal of talen waarin deze moeten worden gesteld;

e) 

het adres van de aanbestedende instantie;

f) 

de economische en technische eisen, de financiële waarborgen en de inlichtingen die van de ondernemers worden verlangd;

g) 

de contractvorm van de opdracht waarop kan worden ingeschreven: aankoop, leasing, huur of huurkoop, of een combinatie van deze vormen, en

h) 

de gunningscriteria en de weging ervan, of, in voorkomend geval, de volgorde van belangrijkheid van die criteria, indien dit niet in de indicatieve aankondiging, de specificaties of de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandelingen is vermeld.




BIJLAGE XIV

LIJST VAN INTERNATIONALE SOCIALE EN MILIEUOVEREENKOMSTEN (ALS BEDOELD IN ARTIKEL 36, LID 2)

— 
IAO-Verdrag 87 betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht;
— 
IAO-Verdrag 98 betreffende de toepassing van de beginselen van het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen;
— 
IAO-Verdrag 29 betreffende de gedwongen of verplichte arbeid;
— 
IAO-Verdrag 105 betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid;
— 
IAO-Verdrag 138 betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces;
— 
IAO-Verdrag nr. 111 betreffende discriminatie in arbeid en beroep;
— 
IAO-Verdrag nr. 100 betreffende gelijke beloning;
— 
IAO-Verdrag nr. 182 over de ernstigste vormen van kinderarbeid;
— 
Verdrag van Wenen ter bescherming van de ozonlaag en het Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken;
— 
Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (Verdrag van Bazel);
— 
Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen (POPs-Verdrag van Stockholm);
— 
Verdrag inzake voorafgaande geïnformeerde toestemming voor bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel (UNEP/FAO) (PIC-Verdrag), Rotterdam, 10.9.1998, en de 3 regionale protocollen.




BIJLAGE XV

LIJST VAN DE IN ARTIKEL 83, LID 3, BEDOELDE RECHTSHANDELINGEN VAN DE UNIE

Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad.




BIJLAGE XVI

INLICHTINGEN DIE IN MEDEDELINGEN INZAKE WIJZIGING VAN EEN OPDRACHT GEDURENDE DE LOOPTIJD ERVAN MOETEN WORDEN OPGENOMEN

(als bedoeld in artikel 89, lid 1)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende instantie en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. Hoofdactiviteit.

3. CPV-code(s).

4. NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de prestatie in het geval van opdrachten voor leveringen en diensten.

5. Omschrijving van de aanbesteding voor en na de wijziging: aard en omvang van de werken, aard en hoeveelheid of waarde van leveringen, aard en omvang van diensten.

6. Indien van toepassing, prijsstijging als gevolg van de wijziging.

7. Omschrijving van de omstandigheden die de wijziging noodzakelijk hebben gemaakt.

8. Datum van het besluit tot gunning van de opdracht.

9. Indien van toepassing, naam, adres en NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de nieuwe ondernemer(s).

10. Vermelding of de opdracht betrekking heeft op een project en/of programma gefinancierd met Uniemiddelen.

11. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Preciseringen betreffende de termijnen voor beroepsprocedures of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.




BIJLAGE XVII



DIENSTEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 91

CPV-code

Beschrijving

75200000-8; 75231200-6; 75231240-8; 79611000-0; 79622000-0 [Diensten voor de terbeschikkingstelling van huishoudelijke hulp]; 79624000-4 [Levering van verpleegkundig personeel] en 79625000-1 [Levering van medisch personeel] van 85000000-9 tot en met 85323000-9; 98133100-5, 98133000-4; 98200000-5 en; 98500000-8 [Particuliere huishoudens met personeel] en 98513000-2 tot en met 98514000-9 [Diensten voor personeel voor huishoudens, Uitzendkrachtdiensten voor huishoudens, Kantoorpersoneeldiensten voor huishoudens, Tijdelijk personeel voor huishoudens, Thuishulpdiensten en Huishoudelijke diensten]

Gezondheidszorg en maatschappelijke en aanverwante dienstverlening

85321000-5 en 85322000-2, 75000000-6 [Diensten voor openbaar bestuur, defensie en sociale verzekering], 75121000-0, 75122000-7, 75124000-1; van 79995000-5 tot en met 79995200-7; van 80000000-4 [Diensten voor onderwijs en opleiding] tot en met 80660000-8; van 92000000-1 tot 92700000-8, 79950000-8 [Organiseren van tentoonstellingen, beurzen en congressen], 79951000-5 [Organiseren van seminars], 79952000-2 [Evenementendiensten], 79952100-3 [Organiseren van culturele evenementen], 79953000-9 [Organiseren van festivals], 79954000-6 [Organiseren van feesten], 79955000-3 [Organiseren van modeshows], 79956000-0 [Organiseren van beurzen en tentoonstellingen]

Administratieve diensten, sociale diensten, onderwijs, gezondheidszorg en culturele diensten

75300000-9

Diensten voor verplichte sociale verzekering (1)

75310000-2, 75311000-9, 75312000-6, 75313000-3, 75313100-4, 75314000-0, 75320000-5, 75330000-8, 75340000-1

Uitkeringsdiensten

98000000-3, 98120000-0; 98132000-7; 98133110-8 en 98130000-3

Overige gemeenschaps-, sociale en persoonlijke diensten zoals diensten verleend door vakbonden, politieke organisaties, jongerenverenigingen en andere diensten door ledenverenigingen

98131000-0

Religieuze diensten

55100000-1 tot en met 55410000-7; 55521000-8 tot en met 55521200-0 [55521000-8 Cateringdiensten voor particulieren, 55521100-9 Warmemaaltijddiensten, 55521200-0 Maaltijdbezorgingsdiensten] 55510000-8 [Kantinediensten], 55511000-5 [Diensten voor kantines en andere niet-openbare cafetaria’s], 55512000-2 [Kantinebeheer], 55523100-3 [Verstrekken van schoolmaaltijden], 55520000-1[Cateringdiensten], 55522000-5 [Cateringdiensten voor transportbedrijven], 55523000-2 [Catering voor ondernemingen of instellingen], 55524000-9 [Catering voor scholen]

Hotel- en restaurantdiensten

79100000-5 tot en met 79140000-7; 75231100-5;

Juridische diensten, voor zover niet uitgesloten overeenkomstig artikel 21, onder c)

75100000-7 tot en met 75120000-3; 75123000-4; 75125000-8 tot en met 75131000-3

Andere administratieve diensten en overheidsdiensten

75200000-8 tot en met 75231000-4

Diensten ten behoeve van de gemeenschap

75231210-9 tot en met 75231230-5; 75240000-0 tot en met 75252000-7; 794300000-7; 98113100-9

Gevangenis- en aanverwante diensten, diensten voor openbare orde en reddingsdiensten, voor zover niet uitgesloten ingevolge artikel 21, onder h)

79700000-1 tot en met 79721000-4 [Opsporings- en beveiligingsdiensten, Beveiligingsdiensten, Diensten voor alarmbewaking, Bewakingsdiensten, Surveillancediensten, Diensten voor opsporingssysteem, Diensten voor het opsporen van voortvluchtigen, Patrouillediensten, Diensten voor het verstrekken van identificatiebadges, Opsporingsdiensten en Diensten van detectivebureau] 79722000-1 [Grafologische diensten], 79723000-8 [Diensten voor afvalanalyse]

Opsporings- en beveiligingsdiensten

98900000-2 [Diensten verleend door extraterritoriale organisaties en instanties] en 98910000-5 [Diensten specifiek voor internationale organisaties]

Internationale diensten

64000000-6 [Post- en telecommunicatiediensten], 64100000-7 [Post- en koeriersdiensten], 64110000-0 [Postdiensten], 64111000-7 [Postdiensten voor kranten en tijdschriften], 64112000-4 [Brievenpostdienst], 64113000-1 [Pakketpostdienst], 64114000-8 [Postkantoordiensten], 64115000-5 [Verhuur van postbussen], 64116000-2 [Poste-restantediensten], 64122000-7 [Interne kantoorbodediensten]

Postdiensten

50116510-9 [Coveren van banden], 71550000-8 [Smederijdiensten]

Diverse diensten

(1)   Deze diensten vallen niet onder deze richtlijn wanneer zij worden georganiseerd als niet-economische diensten van algemeen belang. Het staat de lidstaten vrij om de verstrekking van verplichte sociale diensten of andere diensten te organiseren als diensten van algemeen belang of als niet-economische diensten van algemeen belang.




BIJLAGE XVIII

INFORMATIE DIE MOET WORDEN VERMELD IN AANKONDIGINGEN BETREFFENDE OPDRACHTEN VOOR SOCIALE EN ANDERE SPECIFIEKE DIENSTEN

(als bedoeld in artikel 92)

Deel A —    Aankondiging van opdracht

1. 

Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende instantie en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. 

Hoofdactiviteit.

3. 

Omschrijving van (categorieën van) diensten en indien van toepassing, te gunnen bijkomende werken en leveringen, met inbegrip van vermelding van hoeveelheden of waarden, CPV-codes.

4. 

NUTS-code voor de voornaamste plaats van verrichting van de diensten.

5. 

Zo nodig, vermelden of de aanbesteding uitsluitend bestemd is voor beschutte werkplaatsen dan wel of de uitvoering ervan uitsluitend in het kader van programma’s voor beschutte werkplaatsen plaatsvindt.

6. 

Voornaamste voorwaarden waaraan ondernemers moeten voldoen om te kunnen deelnemen, of indien van toepassing, het elektronische adres waar nadere informatie verkrijgbaar is.

7. 

Termijn(en) voor contact met de aanbestedende diensten voor de deelname.

8. 

Andere relevante inlichtingen.

Deel B —    Periodieke indicatieve aankondiging

1. 

Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst.

2. 

Korte beschrijving van de opdracht, met referentienummer(s) van de CPV-codes.

3. 

Voor zover bekend:

a) 

NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting in het geval van leveringen en diensten;

b) 

termijn voor de levering of verrichting van de goederen, werken of diensten en looptijd van de opdracht;

c) 

voorwaarden voor deelneming, met name:

indien van toepassing, de vermelding dat de opdracht is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of dat de uitvoering ervan is voorbehouden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid,

indien van toepassing, vermelding of het verlenen van de dienst ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden;

d) 

korte beschrijving van de hoofdkenmerken van de gunningsprocedure die zal worden toegepast.

4. 

Vermelding van het feit dat belangstellende ondernemers de aanbestedende dienst op de hoogte moeten brengen van hun belangstelling voor de opdracht(en), van de uiterste data voor de ontvangst van de blijken van belangstelling en van het adres waarnaar de blijken van belangstelling verzonden moeten worden.

Deel C —    Aankondigingen inzake het bestaan van een erkenningsregeling

1. 

Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst.

2. 

Korte beschrijving van de opdracht, met referentienummer(s) van de CPV-codes.

3. 

Voor zover bekend:

a) 

NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting in het geval van leveringen en diensten;

b) 

termijn voor de levering of verrichting van de goederen, werken of diensten en looptijd van de opdracht;

c) 

voorwaarden voor deelneming, met name:

indien van toepassing, de vermelding dat de opdracht is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of dat de uitvoering ervan is voorbehouden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid,

indien van toepassing, vermelding of het verlenen van de dienst ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden;

d) 

korte beschrijving van de hoofdkenmerken van de gunningsprocedure die zal worden toegepast.

4. 

Vermelding van het feit dat belangstellende ondernemers de aanbestedende dienst op de hoogte moeten brengen van hun belangstelling voor de opdracht(en), van de uiterste data voor de ontvangst van de blijken van belangstelling en van het adres waarnaar de blijken van belangstelling verzonden moeten worden.

5. 

Geldigheidsduur van de erkenningsregeling en formaliteiten voor de verlenging ervan.

Deel D —    Aankondiging van gunning van opdracht

1. 

Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. 

Hoofdactiviteit.

3. 

Ten minste een beknopte beschrijving van de aard en hoeveelheid van de diensten, en indien van toepassing, de bijkomende werken en leveringen.

4. 

Verwijzing naar bekendmaking van de aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5. 

Aantal ontvangen inschrijvingen.

6. 

Naam en adres van de gekozen ondernemer(s).

7. 

Andere relevante inlichtingen.




BIJLAGE XIX

INFORMATIE DIE IN AANKONDIGINGEN VAN PRIJSVRAGEN MOET WORDEN VERMELD

(als bedoeld in artikel 96, lid 1)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende instantie en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. Hoofdactiviteit.

3. Omschrijving van het ontwerp (CPV-codes).

4. Type prijsvraag: openbaar of niet-openbaar.

5. In geval van een openbare prijsvraag: uiterste datum voor ontvangst van de ontwerpen.

6. In geval van een niet-openbare prijsvraag:

a) 

beoogd aantal deelnemers, of minimum- en maximumaantal;

b) 

indien van toepassing, namen van reeds geselecteerde deelnemers;

c) 

criteria voor selectie van de deelnemers;

d) 

uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelname.

7. Indien van toepassing, vermelding of de deelname aan een bepaalde beroepscategorie is voorbehouden.

8. Criteria die bij de beoordeling van de ontwerpen worden gehanteerd.

9. Indien van toepassing, namen van de geselecteerde juryleden.

10. Vermelding of de beslissing van de jury bindend is voor de aanbestedende dienst.

11. Indien van toepassing, aantal prijzen en waarde ervan.

12. Indien van toepassing, nadere gegevens over vergoedingen aan alle deelnemers.

13. Vermelding of de winnaars recht hebben op eventuele vervolgopdrachten.

14. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.

15. Datum van verzending van de aankondiging.

16. Andere relevante inlichtingen.




BIJLAGE XX

INFORMATIE DIE MOET WORDEN VERMELD IN AANKONDIGINGEN VAN UITSLAGEN VAN PRIJSVRAGEN

(als bedoeld in artikel 96, lid 1)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.

2. Hoofdactiviteit.

3. Omschrijving van het ontwerp (CPV-codes).

4. Totaal aantal deelnemers.

5. Aantal buitenlandse deelnemers.

6. Winnaar(s) van de prijsvraag.

7. Indien van toepassing, toegekende prijs of prijzen.

8. Andere inlichtingen.

9. Verwijzing naar de aankondiging van de prijsvraag.

10. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.

11. Datum van verzending van de aankondiging.




BIJLAGE XXI



CONCORDANTIETABEL

Deze richtlijn

Richtlijn 2004/17/EG

Artikel 1

Artikel 2, eerste zin

Artikel 1, lid 1

Artikel 2, punt 1

Artikel 1, lid 2, onder a)

Artikel 2, punt 2

Artikel 1, lid 2, onder b), eerste zin

Artikel 2, punt 3

Artikel 1, lid 2, onder b), tweede zin

Artikel 2, punt 4

Artikel 1, lid 2, onder c)

Artikel 2, punt 5

Artikel 1, lid 2, onder d), eerste alinea

Artikel 2, punt 6

Artikel 1, lid 7, eerste en tweede alinea

Artikel 2, punt 7

Artikel 1, lid 7, derde alinea

Artikel 2, punt 8

Artikel 1, lid 7, derde alinea

Artikel 2, punt 9

Artikel 34, lid 1

Artikel 2, punt 10

Artikel 1, lid 8

Artikel 2, punt 11

Artikel 2, punt 12

Artikel 1, lid 8

Artikel 2, punt 13

Artikel 2, punt 14

Artikel 1, lid 11

Artikel 2, punt 15

Artikel 1, lid 12

Artikel 2, punt 16

Artikel 2, punt 17

Artikel 1, lid 10

Artikel 2, punt 18

Artikel 2, punt 19

Artikel 2, punt 20

Artikel 3, lid 1

Artikel 2, lid 1, onder a), eerste alinea

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 3

Artikel 3, lid 4

Artikel 2, lid 1, onder a), tweede alinea

Artikel 4, lid 1

Artikel 2, lid 2

Artikel 4, lid 2

Artikel 2, lid 1, onder b)

Artikel 4, lid 3, eerste alinea

Artikel 2, lid 3

Artikel 4, lid 3, tweede en derde alinea

Artikel 4, lid 4

Artikel 5, lid 1

Artikel 5, lid 2, eerste alinea

Artikel 5, lid 2, tweede alinea

Artikel 1, lid 2, onder d), tweede en derde alinea

Artikel 5, lid 3

Artikel 5, lid 4, eerste en tweede alinea

Artikel 5, lid 4, derde alinea

Artikel 5, lid 5

Artikel 6, lid 1, eerste en tweede alinea

Artikel 6, lid 1, derde alinea

Artikel 9, lid 1, tweede alinea

Artikel 6, lid 2

Artikel 9, lid 1, eerste alinea

Artikel 6, lid 3, onder a)

Artikel 9, lid 2

Artikel 6, lid 3, onder b)

Artikel 6, lid 3, onder c)

Artikel 9, lid 3

Artikel 7

Artikel 3, lid 1 en lid 3; artikel 4, lid 1; artikel 7, onder a)

Artikel 8

Artikel 3, lid 1 en 2

Artikel 9, lid 1

Artikel 3, lid 3

Artikel 9, lid 2

Artikel 3, lid 4

Artikel 10

Artikel 4

Artikel 11

Artikel 5, lid 1

Artikel 5, lid 2

Artikel 12

Artikel 7, onder b)

Artikel 13, lid 1

Artikel 6, lid 1 en lid 2, onder c) in fine

Artikel 13, lid 2, onder a)

Artikel 6, lid 2, onder a)

Artikel 13, lid 2, onder b)

Artikel 6, lid 2, onder b)

Artikel 13, lid 2, onder c), i) en ii)

Artikel 6, lid 2, onder c), eerste en derde streepje

Artikel 6, lid 2, onder c), tweede, vierde, vijfde en zesde streepje

Artikel 14, onder a)

Artikel 7, onder a)

Artikel 14, onder b)

Artikel 7, onder a)

Artikel 8

Bijlage I — X

Artikel 15

Artikel 16 en 61

Artikel 16, lid 1

Artikel 17, lid 1; artikel 17, lid 8

Artikel 16, lid 2

Artikel 16, lid 3

Artikel 17, lid 2; artikel 17, lid 8

Artikel 16, lid 4

Artikel 16, lid 5

Artikel 17, lid 3

Artikel 16, lid 6

Artikel 16, lid 7

Artikel 17, leden 4 en 5

Artikel 16, lid 8

Artikel 17, lid 6, onder a), eerste en tweede alinea

Artikel 16, lid 9

Artikel 17, lid 6, onder b), eerste en tweede alinea

Artikel 16, lid 10

Artikel 17, lid 6, onder a), derde alinea, en lid 6, onder b), derde alinea

Artikel 16, lid 11

Artikel 17, lid 7

Artikel 16, lid 12

Artikel 17, lid 9

Artikel 16, lid 13

Artikel 17, lid 10

Artikel 16, lid 14

Artikel 17, lid 11

Artikel 17

Artikel 69

Artikel 18, lid 1

Artikel 19, lid 1

Artikel 18, lid 2

Artikel 19, lid 2

Artikel 19, lid 1

Artikel 20, lid 1; artikel 62, punt 1

Artikel 19, lid 2

Artikel 20, lid 2

Artikel 20

Artikel 22; artikel 62, punt 1

Artikel 21, onder a)

Artikel 24, onder a)

Artikel 21, onder b)

Artikel 24, onder b)

Artikel 21, onder c)

Artikel 21, onder d)

Artikel 24, onder c)

Artikel 21, onder e)

Artikel 21, onder f)

Artikel 24, onder d)

Artikel 21, onder g)

Artikel 21, onder h)

Artikel 21, onder i)

Artikel 22

Artikel 25

Artikel 23

Artikel 26

Artikel 24, lid 1

Artikel 22 bis

Artikel 24, lid 2

Artikel 21; artikel 62, punt 1

Artikel 24, lid 3

Artikel 21; artikel 62, punt 1

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27, lid 1

Artikel 22 bis in fine, artikel 12 van Richtlijn 2009/81/EG

Artikel 27, lid 2

Artikel 28

Artikel 29, lid 1

Artikel 23, lid 1

Artikel 29, lid 2

Artikel 23, lid 1

Artikel 29, lid 3

Artikel 23, lid 2

Artikel 29, lid 4

Artikel 23, lid 3, onder a) t/m c)

Artikel 29, lid 5

Artikel 23, lid 3, tweede alinea

Artikel 29, lid 6

Artikel 23, lid 3, derde alinea

Artikel 30

Artikel 23, lid 4

Artikel 31

Artikel 23, lid 5

Artikel 32

Artikel 24, onder e)

Artikel 33, leden 1 en 2

Artikel 27

Artikel 33, lid 3

Artikel 34, lid 1, eerste en tweede zin

Artikel 30, lid 1; artikel 62, punt 2)

Artikel 34, lid 1, derde zin

Artikel 34, lid 1, vierde zin

Artikel 30, lid 2, overweging 41

Artikel 34, lid 2, eerste alinea

Artikel 30, lid 2

Artikel 34, lid 2, tweede alinea

Artikel 34, lid 3

Artikel 30, lid 3

Artikel 35, lid 1

Artikel 30, lid 4, eerste alinea; lid 5, eerste en tweede alinea

Artikel 35, lid 2

Artikel 30, lid 5, eerste en tweede alinea

Artikel 35, lid 3

Artikel 30, lid 4, tweede alinea; lid 5, vierde alinea; artikel 62, punt 2)

Artikel 30, lid 4, derde alinea

Artikel 35, lid 4

Artikel 35, lid 5

Artikel 30, lid 6, tweede alinea

Artikel 35, lid 6

Artikel 30, lid 6, derde en vierde alinea

Artikel 36, lid 1

Artikel 10

Artikel 36, lid 2

Artikel 37

Artikel 11

Artikel 38, lid 1

Artikel 28, eerste alinea

Artikel 38, lid 2

Artikel 28, tweede alinea

Artikel 39

Artikel 13

Artikel 40, lid 1

Artikel 48, leden 1, 2 en 4; artikel 64, lid 1

Artikel 40, lid 2

Artikel 40, lid 3

Artikel 48, lid 3; artikel 64, lid 2

Artikel 40, lid 4

Art, 40, lid 5

Artikel 40, lid 6

Artikel 48, leden 5 en 6; artikel 64, lid 3

Artikel 40, lid 7, eerste alinea

Artikel 70, lid 2, onder f), en tweede alinea

Artikel 40, lid 7, tweede en derde alinea

 

Artikel 41, lid 1

Artikel 1, lid 13

Artikel 41, lid 2

Artikel 70, lid 2, onder c) en d); artikel 70, lid 2, tweede alinea

Artikel 42

Artikel 43

Artikel 12

Artikel 44, lid 1

Artikel 40, leden 1 en 2

Artikel 44, lid 2

Artikel 40, lid 2

Artikel 44, lid 3

Artikel 44, lid 4

Artikel 42, lid 1 en lid 3, onder b)

Artikel 44, lid 5

Aanhef van artikel 40, lid 3

Artikel 45, lid 1, eerste alinea

Artikel 1, lid 9, onder a)

Artikel 45, lid 1, tweede en derde alinea

Artikel 45, lid 2

Artikel 45, lid 2

Artikel 45, lid 4

Artikel 45, lid 3

Artikel 45, lid 4

Artikel 46

Artikel 1, lid 9, onder b); artikel 45, lid 3

Artikel 47

Artikel 1, lid 9, onder c); artikel 45, lid 3

Artikel 48

Artikel 49

Artikel 50, onder a)

Artikel 40, lid 3, onder a)

Artikel 50, onder b)

Artikel 40, lid 3, onder b)

Artikel 50, onder c)

Artikel 40, lid 3, onder c)

Artikel 50, onder d)

Artikel 40, lid 3, onder d)

Artikel 50, onder e)

Artikel 40, lid 3, onder e)

Artikel 50, onder f)

Artikel 40, lid 3, onder g)

Artikel 50, onder g)

Artikel 40, lid 3, onder h)

Artikel 50, onder h)

Artikel 40, lid 3, onder j)

Artikel 50, onder i)

Artikel 40, lid 3, onder k)

Artikel 50, onder j)

Artikel 40, lid 3, onder l)

Artikel 51, lid 1, eerste en tweede alinea

Artikel 14, lid 1; artikel 1, lid 4

Artikel 51, lid 1, derde alinea

Artikel 51, lid 2, eerste en tweede alinea

Artikel 51, lid 2, derde alinea

Artikel 14, lid 4

Artikel 52, lid 1

Artikel 1, lid 5; artikel 15, lid 1

Artikel 52, lid 2

Artikel 15, lid 2

Artikel 52, lid 3

Artikel 15, lid 2, laatste zin

Artikel 52, lid 4

Artikel 15, lid 3

Artikel 52, lid 5

Artikel 15, lid 4

Artikel 52, lid 6

Artikel 15, lid 6

Artikel 52, lid 7

Artikel 52, lid 8

Artikel 52, lid 9

Artikel 15, lid 7, derde alinea

Artikel 53, lid 1, eerste alinea

Artikel 1, lid 6; artikel 56, lid 1

Artikel 53, lid 1, tweede en derde alinea

Artikel 1, lid 6

Artikel 53, lid 2

Artikel 56, lid 2

Artikel 53, lid 3

Artikel 56, lid 2, derde alinea

Artikel 53, lid 4

Artikel 56, lid 3

Artikel 53, lid 5

Artikel 56, lid 4

Artikel 53, lid 6

Artikel 56, lid 5

Artikel 53, lid 7

Artikel 56, lid 6

Artikel 53, lid 8

Artikel 56, lid 7

Artikel 53, lid 9

Artikel 56, lid 8

Artikel 54

Artikel 55, lid 1

Artikel 29, lid 1

Artikel 55, lid 2

Artikel 29, lid 2

Artikel 55, lid 3

Artikel 55, lid 4

Artikel 29, lid 2

Artikel 56

Artikel 57

Artikel 58

Overweging 15

Artikel 59

Artikel 60, lid 1

Artikel 34, lid 1

Artikel 60, lid 2

Artikel 34, lid 2

Artikel 60, lid 3

Artikel 34, lid 3

Artikel 60, lid 4

Artikel 34, lid 8

Artikel 60, lid 5

Artikel 34, lid 4

Artikel 60, lid 6

Artikel 34, lid 5

Artikel 61, lid 1

Artikel 34, lid 6

Artikel 61, lid 2

Artikel 34, lid 6

Artikel 62, lid 1

Artikel 34, lid 4, tweede alinea; lid 5, tweede en derde alinea; lid 6, tweede alinea; lid 7

Artikel 62, lid 2

Artikel 34, lid 4, eerste alinea; lid 5, eerste alinea, lid 6, eerste alinea

Artikel 62, lid 3

Artikel 63

Artikel 35

Artikel 64, lid 1

Artikel 36, lid 1

Artikel 64, lid 2

Artikel 36, lid 2

Artikel 65

Artikel 66, lid 1

Artikel 45, lid 1

Artikel 66, lid 2

Artikel 45, lid 9

Artikel 45, lid 10

Artikel 66, lid 3

Artikel 45, lid 9

Artikel 67, lid 1

Artikel 41, lid 1 en lid 2

Artikel 67, lid 2

Artikel 42, lid 3; artikel 44, lid 1

Artikel 68

Artikel 41, lid 3

Artikel 69

Artikel 42, lid 1, onder c); artikel 44, lid 1

Artikel 70, lid 1

Artikel 43, lid 1, eerste alinea; artikel 44, lid 1

Artikel 70, lid 2

Artikel 43, lid 1, tweede en derde alinea

Artikel 70, lid 3

Artikel 43, leden 2 en 3

Artikel 70, lid 4

Artikel 43, lid 5

Artikel 71, lid 1

Artikel 44, lid 1;

Artikel 70, lid 1, onder b)

Artikel 71, lid 2, eerste zin

Artikel 44, leden 2 en 3

Artikel 71, lid 2, tweede en derde zin

Artikel 44, lid 4, tweede alinea

Artikel 71, lid 3

Artikel 44, lid 4, eerste alinea

Artikel 71, lid 4

Artikel 71, lid 5, eerste alinea

Artikel 44, lid 6

Artikel 71, lid 5, tweede alinea

Artikel 44, lid 7

Artikel 71, lid 6

Artikel 44, lid 8

Artikel 72, lid 1

Artikel 44, lid 5, eerste alinea

Artikel 72, lid 2 en 3

Artikel 44, lid 5, tweede en derde alinea

Artikel 73, lid 1

Artikel 45, lid 6

Artikel 73, lid 2

Artikel 46, lid 2

Artikel 74, lid 1

Artikel 47, lid 1, eerste zin en lid 5, eerste alinea

Artikel 74, lid 2

Artikel 47, lid 1, tweede zin en

lid 5, tweede alinea

Artikel 75, lid 1

Artikel 49, lid 1

Artikel 75, lid 2

Artikel 49, lid 2, eerste en tweede alinea

Artikel 75, lid 3

Artikel 49, lid 2, derde alinea

Artikel 75, leden 4, 5 en 6

Artikel 49, leden 3, 4 en 5

Artikel 76, lid 1

Artikel 51, lid 1

Artikel 76, lid 2

Artikel 51, lid 2

Artikel 76, lid 3

Artikel 52, lid 1

Artikel 76, lid 4

Artikel 76, lid 5

Artikel 51, lid 3

Artikel 76, lid 6

Artikel 76, lid 7

Artikel 76, lid 8

Artikel 77, lid 1

Artikel 53, lid 1

Artikel 77, lid 2

Artikel 53, lid 2

Artikel 77, lid 3

Artikel 53, lid 6

Artikel 77, lid 4

Artikel 53, lid 7

Artikel 77, lid 5

Artikel 53, lid 9

Artikel 77, lid 6

Artikel 78, lid 1

Artikel 54, leden 1 en 2

Artikel 78, lid 2

Artikel 54, lid 3

Artikel 79, lid 1

Artikel 53, leden 4 en 5

Artikel 79, lid 2

Artikel 54, leden 5 en 6

Artikel 79, lid 3

Artikel 80, lid 1

Artikel 53, lid 3; artikel 54, lid 4

Artikel 80, lid 2

Artikel 80, lid 3

Artikel 53, lid 3; artikel 54, lid 4

Artikel 81, lid 1

Artikel 52, lid 2

Artikel 81, lid 2

Artikel 52, lid 3

Artikel 81, lid 3

Artikel 82, lid 1

Artikel 55, lid 1

Artikel 82, lid 2

Artikel 55, lid 1

Artikel 82, lid 3

Artikel 82, lid 4

Overweging 1; overweging 55, lid 3

Artikel 82, lid 5

Artikel 55, lid 2

Artikel 83

Artikel 84, lid 1

Artikel 57, lid 1, eerste alinea

Artikel 84, lid 2, onder a)

Artikel 57, lid 1, tweede alinea, onder a)

Artikel 84, lid 2, onder b)

Artikel 57, lid 1, tweede alinea, onder b)

Artikel 84, lid 2, onder c)

Artikel 57, lid 1, tweede alinea, onder c)

Artikel 84, lid 2, onder d)

Artikel 57, lid 1, tweede alinea, onder d)

Artikel 84, lid 2, onder e)

Artikel 84, lid 2, onder f)

Artikel 57, lid 1, tweede alinea, onder e)

Artikel 84, lid 3, eerste alinea

Artikel 57, lid 2

Artikel 84, lid 3, tweede alinea

Artikel 84, lid 4

Artikel 57, lid 3

Artikel 84, lid 5

Artikel 85, leden 1, 2, 3, 4 en artikel 86

Artikel 58, leden 1 t/m 4; artikel 59

Artikel 85, lid 5

Artikel 58, lid 5

Artikel 87

Artikel 38

Artikel 88, lid 1

Artikel 88, lid 2

Artikel 37, eerste zin

Artikel 88, lid 3

Artikel 88, lid 4

Artikel 37, tweede zin

Artikel 88, leden 5 t/m 8

Artikel 89

Artikel 90

Artikel 91

Artikel 92

Artikel 93

Artikel 94

Artikel 95

Artikel 61

Artikel 96, lid 1

Artikel 63, lid 1, eerste alinea

Artikel 96, lid 2, eerste alinea

Artikel 63, lid 1, eerste alinea

Artikel 96, lid 2, tweede en derde alinea

Artikel 63, lid 1, tweede alinea, eerste en tweede zin

Artikel 96, lid 3

Artikel 63, lid 2

Artikel 97, lid 1

Artikel 65, lid 1

Artikel 97, lid 2

Artikel 60, lid 2

Artikel 97, leden 3 en 4

Artikel 65, leden 2 en 3

Artikel 98

Artikel 66

Artikel 99, lid 1

Artikel 72, eerste alinea

Artikel 99, leden 2 t/m 6

Artikel 100

Artikel 50

Artikel 101

Artikel 102

Artikel 103

Artikel 68, leden 3 en 4

Artikel 104

Artikel 68, lid 5

Artikel 105, leden 1 en 2

Artikel 68, leden 1 en 2

Artikel 105, lid 3

Artikel 106, lid 1

Artikel 71, lid 1, eerste alinea

Artikel 106, lid 2

Artikel 106, lid 3

Artikel 71, lid 1, derde alinea

Artikel 107

Artikel 73

Artikel 108

Artikel 109

Artikel 74

Artikel 110

Artikel 75

Bijlage I tot X

Bijlage I (behalve eerste zin)

Bijlage XII (behalve voetnoot 1)

Bijlage I, eerste zin

Bijlage XII, voetnoot 1

Bijlage II

Bijlage III, punten A, B, C, E, F, G, H, I en J

Bijlage XI

Bijlage III, punt D

Bijlage IV, punt 1, eerste t/m derde alinea

Artikel 30, lid 6, eerste alinea

Bijlage IV, punt 1, vierde alinea

Bijlage IV, punt 2

Artikel 30, lid 6, eerste alinea, tweede zin

Bijlage V, onder a) t/m f)

Bijlage XXIV, onder b) t/m h)

Bijlage V, g)

Bijlage VI

Bijlage XV

Bijlage VII

Artikel 56, lid 3, tweede alinea, onder a) t/m f)

Bijlage VIII, behalve voor punt 4

Bijlage XXI, behalve voor punt 4

Bijlage VIII, punt 4

Bijlage XXI, punt 4

Bijlage IX

Bijlage XX

Bijlage X

Bijlage XIV

Bijlage XI

Bijlage XIII

Bijlage XII

Bijlage XVI

Bijlage XIII, punt 1

Artikel 47, lid 4

Bijlage XIII, punt 2

Artikel 47, lid 5

Bijlage XIV

Bijlage XXIII

Bijlage XV

Bijlage XVI

Bijlage XVI

Bijlage XVII

Bijlage XVII

Bijlage XVIII

Bijlage XIX

Bijlage XVIII

Bijlage XX

Bijlage XIX

Bijlage XXI

Bijlage XXVI

Bijlage XXII

Bijlage XXV



( 1 ) Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

( 2 ) Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst (PB L 15 van 21.1.1998, blz. 14).

( 3 ) Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten (PB L 78 van 26.3.1977, blz. 17).

( 4 ) Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1).

( 5 ) Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) (PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1).

( 6 ) Beschikking 2002/205/EG van de Commissie van 4 maart 2002 op basis van een verzoek van Oostenrijk tot toepassing van het bijzondere regime voorzien in artikel 3 van Richtlijn 93/38/EEG (PB L 68 van 12.3.2002, blz. 31).

( 7 ) Beschikking 2004/73/EG van de Commissie van 15 januari 2004 betreffende het verzoek van Duitsland om toepassing van het bijzondere regime van artikel 3 van Richtlijn 93/38/EEG van de Raad (PB L 16 van 23.1.2004, blz. 57).

( 8 ) Beschikking 93/327/EEG van de Commissie van 13 mei 1993 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder aanbestedende diensten die geografische gebieden exploiteren ter wille van de prospectie en de winning van aardolie, gas, steenkool of andere vaste brandstoffen, aan de Commissie informatie moeten verstrekken inzake de door hen geplaatste opdrachten (PB L 129 van 27.5.1993, blz. 25).

( 9 ) Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (PB L 13 van 19.1.2000, blz. 12).

( 10 ) Beschikking 2009/767/EG van de Commissie van 16 oktober 2009 inzake maatregelen voor een gemakkelijker gebruik van elektronische procedures via het één-loket in het kader van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt (PB L 274 van 20.10.2009, blz. 36).

( 11 ) Besluit 2011/130/EU van de Commissie van 25 februari 2011 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de grensoverschrijdende verwerking van documenten die door de bevoegde autoriteiten elektronisch zijn ondertekend krachtens Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt (PB L 53 van 26.2.2011, blz. 66).

( 12 ) Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19).

( 13 ) Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).

( 14 ) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

( 15 ) Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).

( 16 ) Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

( 17 ) Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201van 31.7.2002, blz. 37).

( 18 ) Besluit 71/306/EEG van de Raad van 26 juli 1971 tot instelling van een Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (PB L 185 van 16.8.1971, blz. 15).

( 19 ) Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5).

( 20 ) De in de punten 6, 9 en 11 bedoelde informatie wordt als niet voor publicatie bestemde informatie beschouwd wanneer de aanbestedende instantie van oordeel is dat publicatie in strijd zou zijn met een gevoelig commercieel belang.

Top