EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02011D0030-20160727

Consolidated text: Besluit van de Commissie van 19 januari 2011 betreffende de gelijkwaardigheid van de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen van bepaalde derde landen voor auditors en auditorganisaties en betreffende een overgangsperiode voor controleactiviteiten van auditors en auditorganisaties van bepaalde derde landen in de Europese Unie (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 117) (Voor de EER relevante tekst) (2011/30/EU)

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2011/30(1)/2016-07-27

2011D0030 — NL — 27.07.2016 — 002.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 19 januari 2011

betreffende de gelijkwaardigheid van de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen van bepaalde derde landen voor auditors en auditorganisaties en betreffende een overgangsperiode voor controleactiviteiten van auditors en auditorganisaties van bepaalde derde landen in de Europese Unie

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 117)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/30/EU)

(PB L 015 van 20.1.2011, blz. 12)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

VERORDENING (EU) Nr. 519/2013 VAN DE COMMISSIE van 21 februari 2013

  L 158

74

10.6.2013

►M2

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE 2013/288/EU van 13 juni 2013

  L 163

26

15.6.2013

►M3

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/1223 VAN DE COMMISSIE Voor de EER relevante tekst van 25 juli 2016

  L 201

23

27.7.2016




▼B

BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 19 januari 2011

betreffende de gelijkwaardigheid van de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen van bepaalde derde landen voor auditors en auditorganisaties en betreffende een overgangsperiode voor controleactiviteiten van auditors en auditorganisaties van bepaalde derde landen in de Europese Unie

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 117)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/30/EU)



Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 46, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditorganisaties van de volgende derde landen aangemerkt als zijnde gelijkwaardig aan de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditkantoren van de lidstaten wat de controleactiviteiten betreft die betrekking hebben op de enkelvoudige of geconsolideerde jaarrekeningen voor boekjaren die op 2 juli 2010 aanvangen:

1. Australië

2. Canada

3. China

▼M1 —————

▼B

5. Japan

6. Singapore

7. Zuid-Afrika

8. Zuid-Korea

9. Zwitserland

10. De Verenigde Staten van Amerika

▼M2

Voor de toepassing van artikel 46, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG worden de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditorganisaties van de volgende derde landen en gebieden aangemerkt als zijnde gelijkwaardig aan de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditkantoren van de lidstaten wat de controleactiviteiten betreft die betrekking hebben op de enkelvoudige of geconsolideerde jaarrekeningen voor boekjaren die op 1 augustus 2012 aanvangen:

1) Abu Dhabi

2) Brazilië

3) Dubai International Financial Centre

4) Guernsey

5) Indonesië

6) Eiland Man

7) Jersey

8) Maleisië

9) Taiwan

10) Thailand

▼M3

Voor de toepassing van artikel 46, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG voldoen de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditorganisaties van de volgende derde landen aan eisen die worden aangemerkt als zijnde gelijkwaardig aan die welke in de artikelen 29, 30 en 32 van genoemde richtlijn worden gesteld ten aanzien van controleactiviteiten die betrekking hebben op enkelvoudige of geconsolideerde jaarrekeningen voor boekjaren die op of na 1 augustus 2016 aanvangen:

1. Mauritius;

2. Nieuw-Zeeland;

3. Turkije.

▼B

Artikel 2

1.  De lidstaten passen artikel 45 van Richtlijn 2006/43/EG niet toe ten aanzien van de in artikel 45, lid 1, van genoemde richtlijn bedoelde auditors en auditorganisaties die controleverklaringen afleveren betreffende de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen met statutaire zetel in de in ►M2  bijlage I ◄ bij dit besluit genoemde derde landen en gebieden voor boekjaren die aanvangen tijdens de periode gaande van 2 juli 2010 tot en met 31 juli 2012, mits de betrokken auditor of auditorganisatie de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat alle volgende gegevens verstrekt:

a) naam en adres van de betrokken auditor of auditorganisatie en informatie over de juridische structuur ervan;

b) wanneer de auditor of auditorganisatie tot een netwerk behoort, een beschrijving van het netwerk;

c) de controlestandaarden en onafhankelijkheidseisen die op de controle in kwestie zijn toegepast;

d) een beschrijving van het interne kwaliteitbeheersingssysteem van de auditorganisatie;

e) een indicatie of en wanneer de laatste kwaliteitsbeoordeling van de auditor of auditorganisatie is uitgevoerd en, tenzij deze informatie door de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land wordt verstrekt, alle benodigde informatie over de uitkomst van de beoordeling. Ingeval de benodigde informatie over de uitkomst van de laatste kwaliteitsbeoordeling niet openbaar is, behandelen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten dergelijke informatie als vertrouwelijk.

▼M3

2.  Een lidstaat past artikel 45 van Richtlijn 2006/43/EG niet toe ten aanzien van auditors en auditorganisaties die controleverklaringen afleveren betreffende de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen die hun statutaire zetel in de in bijlage II bij dit besluit genoemde derde landen hebben en waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14, van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) van de betrokken lidstaat zijn toegelaten, voor boekjaren die aanvangen tijdens de periode gaande van 2 juli 2010 tot en met 31 juli 2018, mits de betrokken auditor of auditorganisatie de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat alle volgende gegevens verstrekt:

a) naam en adres van de betrokken auditor of auditorganisatie en informatie over de juridische structuur ervan;

b) wanneer de auditor of auditorganisatie tot een netwerk behoort, een beschrijving van het netwerk;

c) de controlestandaarden en onafhankelijkheidseisen die op de controle in kwestie zijn toegepast;

d) een beschrijving van het interne kwaliteitbeheersingssysteem van de auditorganisatie;

e) een indicatie of en wanneer de laatste kwaliteitsbeoordeling van de auditor of van de auditorganisatie is uitgevoerd en, tenzij deze informatie door de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land wordt verstrekt, alle benodigde informatie over de uitkomst van de beoordeling. Ingeval de benodigde informatie over de uitkomst van de laatste kwaliteitsbeoordeling niet openbaar is, behandelen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten dergelijke informatie als vertrouwelijk.

▼M2

3.  De lidstaten zien erop toe dat het publiek wordt ingelicht over de naam en het adres van de auditors en auditorganisaties die controleverklaringen afleveren betreffende de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen die hun statutaire zetel in de in bijlage II bij dit besluit genoemde derde landen hebben, alsook over het feit dat de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen van deze landen en gebieden nog niet als gelijkwaardig zijn erkend overeenkomstig artikel 46, lid 2, van Richtlijn 2006/43/EG. Te dien einde mogen de in artikel 45 van Richtlijn 2006/43/EG bedoelde bevoegde autoriteiten ook overgaan tot registerinschrijving van de auditors en auditorganisaties die controles uitvoeren van de enkelvoudige of de geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen die hun statutaire zetel in de in bijlage II bij dit besluit genoemde derde landen hebben.

4.  Onverminderd lid 2 kunnen de lidstaten hun onderzoeks- en sanctieregelingen toepassen op de auditors en auditorganisaties die controles uitvoeren van de enkelvoudige of de geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen die hun statutaire zetel in de in bijlage II bij dit besluit genoemde derde landen hebben.

▼M2

5.  Lid 2 laat de samenwerkingsregelingen inzake individuele kwaliteitsbeoordelingen tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en de bevoegde autoriteiten van een in bijlage II genoemd derde land onverlet, op voorwaarde dat een dergelijke regeling aan alle volgende criteria voldoet:

a) zij voorziet in de uitvoering van kwaliteitsbeoordelingen op basis van de gelijkheid van behandeling;

b) zij is van tevoren aan de Commissie meegedeeld;

c) zij loopt niet vooruit op een besluit van de Commissie op grond van artikel 47 van Richtlijn 2006/43/EG.

▼B

Artikel 3

De Commissie monitort de situatie in de in de bijlage genoemde derde landen en gebieden. De Commissie verifieert met name of de bevoegde administratieve autoriteiten van de in de bijlage genoemde derde landen en gebieden welke er zich jegens haar publiekelijk toe hebben verbonden stelsels van publiek toezicht, kwaliteitsborgingsstelsels en onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditorganisaties op te zetten, wel degelijk dergelijke stelsels en regelingen hebben opgezet die op de volgende beginselen zijn gebaseerd:

a) de stelsels en regelingen staan los van het auditberoep;

b) zij garanderen een adequaat toezicht op controles van beursgenoteerde vennootschappen;

c) de werking ervan is transparant en garandeert dat de uitkomst van kwaliteitsbeoordelingen betrouwbaar is;

d) zij worden effectief onderbouwd door onderzoeken en sancties.

Wat Bermuda, de Caymaneilanden, Israël en Nieuw-Zeeland betreft, bekijkt de Commissie in het bijzonder de vooruitgang die in 2011 is geboekt bij het opzetten van een stelsel van publiek toezicht, een kwaliteitsborgingsstelsel en een onderzoeks- en sanctieregeling voor auditors en auditorganisaties. Zo nodig wijzigt de Commissie de bijlage bij dit besluit dienovereenkomstig.

▼M2

Artikel 4

Artikel 1, eerste alinea, punt 10, treedt buiten werking op 31 juli 2013.

▼B

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

▼M2




BIJLAGE I

LIJST VAN DERDE LANDEN EN GEBIEDEN

Abu Dhabi

Brazilië

Dubai International Financial Centre

Guernsey

Hongkong

India

Indonesië

Eiland Man

Israël

Jersey

Maleisië

Taiwan

Thailand

▼M3




BIJLAGE II

LIJST VAN DERDE LANDEN

Bermuda

Kaaimaneilanden

Egypte

Rusland



( 1 ) Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1).

Top