Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02009R1120-20120101

Verordening (EG) n r. 1120/2009 van de Commissie van 29 oktober 2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij titel III van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1120/2012-01-01

2009R1120 — NL — 01.01.2012 — 002.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EG) Nr. 1120/2009 VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2009

houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij titel III van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers

(PB L 316, 2.12.2009, p.1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

VERORDENING (EU) Nr. 730/2010 VAN DE COMMISSIE van 13 augustus 2010

  L 214

1

14.8.2010

►M2

VERORDENING (EU) Nr. 331/2011 VAN DE COMMISSIE van 6 april 2011

  L 93

16

7.4.2011

►M3

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1126/2011 VAN DE COMMISSIE van 7 november 2011

  L 289

24

8.11.2011




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 1120/2009 VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2009

houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij titel III van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers



DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 ( 1 ), en met name op artikel 36, artikel 39, lid 2, artikel 41, lid 4, artikel 43, lid 3, artikel 57, lid 2, artikel 68, lid 7, artikel 69, lid 6, eerste alinea, onder a), en lid 7, vierde alinea, artikel 71, lid 6, tweede alinea, en lid 10, artikel 142, onder c), d), f), g), h) en q), en de artikelen 147 en 148,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 795/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers ( 2 ) is ingrijpend gewijzigd. Vervolgens is Verordening (EG) nr. 639/2009 van de Commissie van 22 juli 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad wat betreft specifieke steun ( 3 ) vastgesteld. Aangezien verdere wijzigingen in Verordening (EG) nr. 795/2004 nodig zijn, moeten Verordening (EG) nr. 795/2004 en Verordening (EG) nr. 639/2009 duidelijkheidshalve worden opgenomen in één verordening met alle uitvoeringsbepalingen van titel III van Verordening (EG) nr. 73/2009.

(2)

Omwille van de rechtszekerheid en duidelijkheid moeten bepaalde begrippen worden gedefinieerd. Wat hakhout met korte omlooptijd betreft, moet het de lidstaten worden toegestaan zelf te bepalen welke variëteiten klimatologisch en agronomisch gezien geschikt zijn voor het grondgebied.

(3)

In artikel 28 van Verordening (EG) nr. 73/2009 is bepaald aan welke minimumvereisten moet worden voldaan, maar het is niet aangewezen om artikel 28, lid 1, eerste alinea, onder b), toe te passen op landbouwers die in het kader van regelingen inzake gekoppelde steun nog rechtstreekse betalingen ontvangen zonder over hectaren te beschikken. Typische voorbeelden van dergelijke regelingen zijn de schapen- en geitenpremies, als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 10, van die verordening of de rund- en kalfsvleesbetalingen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 11, van die verordening. Deze landbouwers verkeren in dezelfde situatie als landbouwers die over bijzondere toeslagrechten beschikken; daarom moeten zij, teneinde een optimaal effect van genoemde regelingen te bewerkstelligen, voor de toepassing van artikel 28, lid 1, van die verordening op dezelfde wijze worden behandeld als landbouwers die over bijzondere toeslagrechten beschikken.

(4)

Om de waarde per eenheid van de toeslagrechten gemakkelijker te kunnen berekenen, dient te worden voorzien in duidelijke afrondingsregels en in de mogelijkheid om bestaande toeslagrechten op te splitsen wanneer het aangegeven of met het toeslagrecht overgedragen perceel niet meer dan een deel van een hectare bedraagt, alsmede in regels inzake de fusie van toeslagrechten en delen van toeslagrechten.

(5)

Op grond van artikel 51, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 mag de integratie van groenten en fruit in de bedrijfstoeslagregeling worden uitgesteld. Er moet worden voorzien in passende regels om dit uitstel mogelijk te maken. Met name mogen de lidstaten op grond van de derde alinea van die bepaling het ingevolge artikel 68 ter van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad ( 4 ) genomen besluit herzien teneinde de integratie in de bedrijfstoeslagregeling te versnellen. Gezien artikel 38 van Verordening (EG) nr. 73/2009 is het evenwel voor de toepassing van artikel 51, lid 1, derde alinea, van die verordening noodzakelijk dat de betrokken arealen in aanmerking komen voor de bedrijfstoeslagregeling. Derhalve moeten de lidstaten het op grond van artikel 51, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 genomen besluit kunnen herzien.

(6)

Er moeten specifieke bepalingen worden vastgesteld voor het beheer van de nationale reserve.

(7)

Artikel 41, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 voorziet in de mogelijkheid om toeslagrechten uit de nationale reserve toe te wijzen. Het verdient aanbeveling regels voor de berekening van het aantal en de waarde van de op die manier toe te wijzen toeslagrechten vast te stellen. Om enige flexibiliteit te bieden aan de lidstaten, die de beste inschatting kunnen maken van de situatie van de landbouwers die een aanvraag voor dergelijke maatregelen indienen, mag het maximumaantal toe te wijzen toeslagrechten niet hoger zijn dan het aantal aangegeven hectaren, en mag de waarde ervan niet hoger zijn dan een op basis van objectieve criteria door de lidstaat vast te stellen bedrag.

(8)

In bepaalde omstandigheden kunnen landbouwers meer toeslagrechten hebben dan grond om deze te activeren, zulks als gevolg van het verstrijken van een verhuurcontract, waarbij ook te denken valt aan het gezamenlijk gebruik van een voederareaal. Derhalve moet een mechanisme worden ingevoerd om de steun voor de landbouwer te kunnen blijven garanderen door deze op de resterende beschikbare hectaren te concentreren. Om misbruik van het mechanisme te voorkomen, moet evenwel een aantal voorwaarden inzake de toegang tot dat mechanisme worden vastgesteld.

(9)

Krachtens Verordening (EG) nr. 73/2009 wordt de nationale reserve gevuld met ongebruikte toeslagrechten of, op facultatieve basis, met inhoudingen op de verkoop van toeslagrechten of op verkooptransacties die hebben plaatsgevonden vóór een bepaalde datum die de lidstaten bij een verdere ontkoppeling moeten vaststellen. Er moet dan ook een datum worden vastgesteld waarna de ongebruikte toeslagrechten aan de nationale reserve vervallen.

(10)

Voor het geval een inhouding op de verkoop van toeslagrechten wordt toegepast, moeten maximumpercentages en criteria voor de toepassing ervan worden vastgesteld en worden gedifferentieerd om rekening te houden met de soorten overdrachten en over te dragen toeslagrechten Dergelijke inhoudingen mogen er echter niet toe leiden dat de overdracht van toeslagrechten ernstig wordt gehinderd of onmogelijk wordt. Bij regionale toepassing in het hybride model mag de inhouding echter niet van invloed zijn op de regionale basiswaarde van toeslagrechten, maar alleen op de bedragen die verband houden met de historische referenties.

(11)

Om het beheer van de nationale reserve te vergemakkelijken, dient te worden voorzien in de mogelijkheid deze op regionaal niveau te beheren, behalve in de gevallen als bedoeld in artikel 41, lid 2, of in voorkomend geval artikel 41, lid 4, van Verordening (EG) nr. 73/2009, waarin de lidstaten ertoe verplicht zijn toeslagrechten te verlenen.

(12)

In artikel 33, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009 is bepaald dat in het kader van de bedrijfstoeslagregeling steun voor landbouwers beschikbaar moet worden gesteld via een toewijzing of overdracht van toeslagrechten. Om te voorkomen dat de juridische status van het bedrijf wordt gewijzigd om de regels inzake de normale overdracht van een bedrijf met de bijbehorende referentiebedragen te omzeilen, moeten voorwaarden worden gehanteerd voor een feitelijke of verwachte vererving, voor fusies en voor splitsingen.

(13)

Krachtens artikel 62, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 mag een landbouwer in een nieuwe lidstaat die de bedrijfstoeslagregeling heeft ingevoerd, zijn toeslagrechten alleen zonder grond overdragen indien hij in de zin van artikel 34 van die verordening ten minste 80 % van zijn toeslagrechten gedurende ten minste één kalenderjaar heeft gebruikt. Om rekening te houden met overdrachten van grond die hebben plaatsgevonden in de periode vóór de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling, is het gerechtvaardigd de overdracht van een bedrijf of een deel ervan samen met de toekomstige toeslagrechten te beschouwen als een geldige overdracht van toeslagrechten met grond in de zin van artikel 43 van die verordening, mits wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden, en met name de voorwaarde dat de verkoper een aanvraag tot vaststelling van de toeslagrechten moet indienen, aangezien die verordening bepaalt dat alleen degenen die in de referentieperiode de betrokken rechtstreekse betaling hebben ontvangen, toegang dienen te krijgen tot de regeling.

(14)

Krachtens artikel 41, lid 4, van Verordening (EG) nr. 73/2009 mag de Commissie bijzondere situaties omschrijven die recht geven op de vaststelling van referentiebedragen voor bepaalde landbouwers die door een dergelijke situatie in de referentieperiode geen rechtstreekse betalingen of slechts een deel daarvan konden ontvangen. Het is derhalve dienstig die bijzondere situaties op te sommen en tevens regels vast te stellen om te voorkomen dat een landbouwer op grond van verschillende situaties toegewezen toeslagrechten cumuleert, waarbij de Commissie zich het recht voorbehoudt om zo nodig verdere gevallen aan de lijst toe te voegen. Bovendien moet de lidstaten de flexibiliteit worden geboden om het toe te wijzen referentiebedrag vast te stellen.

(15)

Lidstaten waar, overeenkomstig de nationale wetgeving of de gangbare praktijk, onder de definitie van langetermijnverhuur ook verhuur voor een periode van vijf jaar valt, dienen de toestemming te krijgen om deze kortere termijn toe te passen.

(16)

Er moet voor worden gezorgd dat, indien een landbouwer met pensioen gaat of overlijdt en hij schikkingen heeft getroffen om zijn bedrijf of een deel ervan over te dragen aan een familielid dat of andere erfgenaam die voornemens is de landbouwactiviteit op dit bedrijf voort te zetten, de overdracht van het bedrijf of het deel ervan vlot kan verlopen, met name wanneer de over te dragen grond tijdens de referentieperiode verhuurd was aan een derde persoon met dien verstande dat de mogelijkheid dat de erfgenaam de landbouwactiviteit zou voortzetten, werd opengelaten.

(17)

Landbouwers die investeringen hebben gedaan die tot een verhoging van de rechtstreekse betalingen hadden kunnen leiden als de bedrijfstoeslagregeling niet was ingevoerd of de relevante sector niet was ontkoppeld, moeten eveneens in aanmerking komen voor toeslagrechten. Er moeten specifieke regels worden vastgesteld voor de berekening van de toeslagrechten in het geval waarin een landbouwer reeds toeslagrechten in eigendom heeft of niet over hectaren beschikt. Evenzo zou een landbouwer die grond heeft gekocht of gehuurd of heeft deelgenomen aan nationale programma’s voor de omschakeling van productie waarbij hij in de referentieperiode voor die grond of productie in het kader van de bedrijfstoeslagregeling een relevante rechtstreekse betaling had kunnen ontvangen, niet over toeslagrechten beschikken hoewel hij die grond heeft verworven of aan die programma’s heeft deelgenomen om een landbouwactiviteit uit te oefenen die in de toekomst nog steeds voor bepaalde rechtstreekse betalingen in aanmerking zou kunnen komen. Het dient derhalve mogelijk te zijn om ook in dergelijke gevallen toeslagrechten toe te wijzen.

(18)

Voor een goed beheer van de regeling moeten regels worden vastgesteld voor overdrachten en voor wijzigingen in toeslagrechten, en met name de fusie van delen van toeslagrechten.

(19)

Krachtens artikel 43, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 mag een lidstaat beslissen dat toeslagrechten alleen binnen eenzelfde regio mogen worden overgedragen of gebruikt. Om praktische problemen te voorkomen, moeten specifieke regels worden vastgesteld voor bedrijven die in twee of meer regio’s liggen.

(20)

Krachtens artikel 39 van Verordening (EG) nr. 73/2009 mag onder bepaalde voorwaarden hennep worden geproduceerd. In dit verband moet de lijst van toegestane rassen worden vastgesteld en moet voor de certificering van die rassen worden gezorgd.

(21)

Met het oog op de vaststelling van bijzondere toeslagrechten moeten specifieke regels worden vastgesteld voor de berekening van de grootvee-eenheden, waarbij moet worden verwezen naar de omrekeningstabel die geldt voor de rundvleessector en de schapen- en geitensector.

(22)

Voor het geval dat lidstaten besluiten gebruik te maken van de mogelijkheid de bedrijfstoeslagregeling te regionaliseren, moeten er specifieke bepalingen worden vastgesteld om de berekening van het regionale referentiebedrag voor bedrijven die in twee of meer regio’s liggen, te vergemakkelijken, en om te garanderen dat het regionale bedrag in het eerste jaar van toepassing van de regeling volledig wordt toegewezen. Een aantal bepalingen van deze verordening, met name die inzake de vorming van de nationale reserve, de aanvankelijke toewijzing van toeslagrechten en de overdracht van toeslagrechten, moet met het oog op de toepassing ervan in het regionale model worden aangepast.

(23)

Er moet een gemeenschappelijk kader worden geschapen voor specifieke oplossingen voor bepaalde situaties die bij een verdere ontkoppeling ontstaan.

(24)

Titel III, hoofdstuk 5, van Verordening (EG) nr. 73/2009 voorziet in specifieke steun voor landbouwers. Het is dienstig uitvoeringsbepalingen voor dat hoofdstuk vast te stellen.

(25)

Overeenkomstig artikel 68, lid 6, van Verordening (EG) nr. 73/2009 moet de uit hoofde van dit artikel verleende specifieke steun in overeenstemming zijn met andere communautaire steunmaatregelen of uit staatssteun gefinancierde maatregelen. Om een overzichtelijk beheer van de regelingen te garanderen, moet dubbele financiering van dergelijke maatregelen uit hoofde van zowel de specifieke steun als andere communautaire steunregelingen worden uitgesloten. Gelet op de diverse mogelijkheden voor de tenuitvoerlegging van de specifieke steun is het de taak van de lidstaten om de samenhang te garanderen overeenkomstig hun besluit tot tenuitvoerlegging van de specifieke steunmaatregelen binnen het bij Verordening (EG) nr. 73/2009 ingestelde kader en in overeenstemming met de bij die verordening vastgestelde voorwaarden.

(26)

Aangezien landbouwers steeds verplicht zijn de wettelijke voorschriften na te leven, mag de specifieke steun niet dienen om hen te compenseren voor de nakoming van deze verplichting.

(27)

Krachtens artikel 68, lid 1, onder a), i), van Verordening (EG) nr. 73/2009 kan specifieke steun worden verleend voor specifieke soorten landbouw die belangrijk zijn voor de bescherming of de verbetering van het milieu. Teneinde de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten te handhaven en tevens te garanderen dat de maatregelen goed worden beheerd, dient het aan de lidstaten te worden overgelaten om de specifieke soorten landbouw vast te stellen, waarbij de maatregelen evenwel niet te verwaarlozen en meetbare milieuvoordelen moeten inhouden.

(28)

Krachtens artikel 68, lid 1, onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 73/2009 kan specifieke steun worden verleend voor de verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten. Als hulp voor de lidstaten dient een indicatieve lijst van te vervullen voorwaarden te worden vastgesteld.

(29)

Krachtens artikel 68, lid 1, onder a), iii), van Verordening (EG) nr. 73/2009 kan specifieke steun worden verleend voor het verbeteren van de afzet van landbouwproducten, met inachtneming van artikel 68, lid 2, onder c), van die verordening op grond waarvan moet worden voldaan aan de in de artikelen 2 tot en met 5 van Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad van 17 december 2007 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen ( 5 ) vastgestelde criteria. Het is dienstig de inhoud van de subsidiabele maatregelen te preciseren, alsook de toepasselijke bepalingen van Verordening (EG) nr. 501/2008 van de Commissie van 5 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen ( 6 ).

(30)

Krachtens artikel 68, lid 1, onder a), iv), van Verordening (EG) nr. 73/2009 kan specifieke steun worden verleend voor de toepassing van aangescherpte dierenwelzijnsnormen. Om aangescherpte dierenwelzijnsnormen te bereiken, dient te worden bepaald dat de lidstaten een regeling moeten invoeren aan de hand waarvan de plannen van de aanvragers op diverse dierenwelzijnsaspecten kunnen worden beoordeeld.

(31)

Krachtens artikel 68, lid 1, onder a), v), van Verordening (EG) nr. 73/2009 kan specifieke steun worden verleend voor specifieke landbouwactiviteiten die meerwaarde voor het landbouwmilieu opleveren. Overeenkomstig artikel 68, lid 2, onder a), mag de steun worden verleend voor zover deze door de Commissie is goedgekeurd. Derhalve dient een gedetailleerd kader te worden vastgesteld waaraan de lidstaten moeten voldoen bij de vaststelling van de subsidiabiliteitscriteria voor de steun. Voorts dient de procedure voor de aanmelding, de beoordeling en de goedkeuring van de maatregel door de Commissie te worden vastgesteld.

(32)

Krachtens artikel 68, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 73/2009 kan specifieke steun worden verleend om de specifieke nadelen te verhelpen waarmee landbouwers in specifieke sectoren, die actief zijn in economisch of ecologisch kwetsbare gebieden, worden geconfronteerd, of voor economisch kwetsbare soorten landbouw in deze sectoren. Teneinde ervoor te zorgen dat de lidstaten over de nodige discretionaire bevoegdheid beschikken om de maatregelen goed te beheren, dient de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van de voor steun in aanmerking komende gebieden en/of soorten landbouw en de vaststelling van het passende niveau aan de lidstaten te worden toegewezen. Teneinde verstoring van de markt te voorkomen, is het dienstig dat de betalingen niet gebaseerd zijn op schommelingen van de marktprijzen en niet gelijk te stellen zijn met een systeem van variabele inkomenstoeslagen waarbij de lidstaten de landbouwers nationale landbouwsteun betalen op basis van het verschil tussen een richtprijs en de prijs op de interne markt.

(33)

Krachtens artikel 68, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 73/2009 kan specifieke steun worden verleend in gebieden waar herstructurerings- en ontwikkelingsprogramma’s lopen om te voorkomen dat het land wordt verlaten, en/of om landbouwers te compenseren voor specifieke nadelen in die gebieden. Met name is het dienstig te voorzien in bepalingen betreffende de vaststelling van referentiebedragen per voor steun in aanmerking komende landbouwer, de toewijzing van toeslagrechten en de berekening van de verhoging van de waarde ervan, alsook in bepalingen betreffende de controle van de programma’s door de lidstaten, die met het oog op coherentie in overeenstemming moeten zijn met die welke voor de toewijzing van bedragen uit de nationale reserve zijn vastgesteld.

(34)

Krachtens artikel 68, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 73/2009 kan specifieke steun worden verleend in de vorm van bijdragen aan oogst-, dier- en plantverzekeringspremies. Er dient een minimumkader te worden vastgesteld waarbinnen de lidstaten, overeenkomstig hun nationale wetgeving, voorschriften vaststellen betreffende de wijze waarop de financiële bijdrage aan oogst-, dier- en plantverzekeringspremies wordt toegewezen teneinde een passend niveau van de bijdragen te handhaven en tevens de belangen van de landbouwgemeenschap te vrijwaren.

(35)

In artikel 68, lid 1, onder e), van Verordening (EG) nr. 73/2009 is voorzien in bepalingen inzake specifieke steun ter compensatie van landbouwers voor bepaalde economische verliezen ten gevolge van dier- of plantenziekten en milieuongevallen, in de vorm van financiële bijdragen aan onderlinge fondsen. Er dient een minimumkader te worden vastgesteld waarbinnen de lidstaten, overeenkomstig hun nationale wetgeving, voorschriften vaststellen waarin wordt bepaald hoe de financiële bijdrage aan onderlinge fondsen wordt toegewezen teneinde een passend niveau van de bijdragen te handhaven en tevens de belangen van de landbouwgemeenschap te vrijwaren.

(36)

De in artikel 69, lid 6, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde bedragen worden door de Commissie overeenkomstig lid 7 van dat artikel berekend. Derhalve dienen voor elke lidstaat de betrokken bedragen te worden vastgesteld, alsook de voorwaarden voor de herziening van deze bedragen door de Commissie.

(37)

Krachtens artikel 46 van Verordening (EG) nr. 73/2009 moeten de lidstaten de regio’s definiëren op basis van objectieve criteria, en in artikel 47 van die verordening is bepaald dat de lidstaten in naar behoren gemotiveerde gevallen en op basis van objectieve criteria de bedrijfstoeslagregeling mogen regionaliseren. Daarom moeten vóór het aflopen van de toepasselijke termijnen alle nodige gegevens en informatie worden verstrekt.

(38)

Er moeten data voor de kennisgeving aan de Commissie worden vastgesteld voor gevallen waarin een lidstaat besluit gebruik te maken van een van de mogelijkheden die geboden worden in artikel 28, leden 1 en 2, artikel 38, artikel 41, leden 2 tot en met 5, artikel 45, leden 1 en 3, artikel 46, leden 1 en 3, artikel 47, leden 1 tot en met 4, artikel 49, artikel 51, lid 1, artikel 67, lid 1, de artikelen 68 tot en met 72 en artikel 136 van Verordening (EG) nr. 73/2009.

(39)

Om de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling te kunnen beoordelen, moeten de uitvoeringsbepalingen en termijnen voor de uitwisseling van informatie tussen de Commissie en de lidstaten worden vastgesteld en moet de Commissie op de hoogte worden gebracht van de oppervlakten waarvoor op nationaal en, in voorkomend geval, regionaal niveau steun is uitbetaald.

(40)

De Verordeningen (EG) nr. 795/2004 en (EG) nr. 639/2009 dienen daarom te worden ingetrokken.

(41)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rechtstreekse betalingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



TITEL I

WERKINGSSFEER EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp en werkingssfeer

Bij deze verordening worden bepalingen vastgesteld ter uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien in titel III van Verordening (EG) nr. 73/2009.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van titel III van Verordening (EG) nr. 73/2009 en van de onderhavige verordening wordt verstaan onder:

a) „bouwland”: voor de teelt van gewassen gebruikte grond of grond die overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 73/2009 in een goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden, ongeacht of die grond zich al dan niet onder een kas of onder een vaste of verplaatsbare beschutting bevindt;

b) „blijvende teelten”: niet in de vruchtwisseling opgenomen teelten van gewassen, andere dan blijvend grasland, die de grond gedurende ten minste vijf jaar in beslag nemen en die geregeld een oogst opleveren, met inbegrip van boomkwekerijgewassen (kwekerijproducten) en van hakhout met korte omlooptijd;

c) „blijvend grasland”: grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen die gedurende ten minste vijf jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf werd opgenomen, met uitzondering van de overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2078/92 van de Raad ( 7 ) braakgelegde oppervlakten, de overeenkomstig de artikelen 22, 23 en 24 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad ( 8 ) braakgelegde oppervlakten en de overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad ( 9 ) braakgelegde oppervlakten; in dit verband wordt onder „grassen of andere kruidachtige voedergewassen” verstaan: alle kruidachtige planten die in de lidstaat traditioneel in natuurlijk grasland voorkomen of normaliter in zaadmengsels voor grasland worden opgenomen (ongeacht of het betrokken grasland al dan niet voor het weiden van dieren wordt gebruikt). De lidstaten kunnen de in bijlage I genoemde akkerbouwgewassen ertoe rekenen;

d) „grasland”: voor de productie van (ingezaaid of natuurlijk) gras gebruikt bouwland; voor de toepassing van artikel 49 van Verordening (EG) nr. 73/2009 omvat grasland mede blijvend grasland;

e) „verkoop”: de verkoop of elke andere definitieve overdracht van de eigendom van grond of toeslagrechten; grondverkooptransacties waarbij de grond wordt overgedragen aan openbare autoriteiten en/of voor gebruik in het algemeen belang, en waarbij die overdracht plaatsvindt voor andere dan landbouwdoeleinden, vallen daar niet onder;

f) „(ver)huur”: (ver)huur en daarmee vergelijkbare soorten tijdelijke transacties;

g) „overdracht, verkoop of verhuur van toeslagrechten met grond”: (onverminderd artikel 27, lid 1, van de onderhavige verordening) de verkoop of verhuur van toeslagrechten in combinatie met, respectievelijk, de verkoop of verhuur over dezelfde periode van een overeenkomstig aantal subsidiabele hectaren in de zin van artikel 34 van Verordening (EG) nr. 73/2009, waarover de cedent beschikt. De overdracht van alle bijzondere toeslagrechten in de zin van artikel 44 van Verordening (EG) nr. 73/2009 waarover de landbouwer beschikt, wordt beschouwd als een overdracht van toeslagrechten met grond;

h) „fusie”: de fusie van twee of meer aparte landbouwers tot één nieuwe landbouwer in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 waarvoor de verantwoordelijkheid op het gebied van beheer, winst en financiële risico’s wordt genomen door de landbouwers die oorspronkelijk de bedrijven beheerden, of door één van hen;

i) „splitsing”:

i) de splitsing van één landbouwer in ten minste twee nieuwe, aparte landbouwers in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 waarvan er ten minste één op het gebied van beheer, winst en financiële risico’s onder de verantwoordelijkheid blijft van ten minste één van de rechts- of natuurlijke personen die oorspronkelijk het bedrijf beheerden, of

ii) de splitsing van één landbouwer waarbij ten minste één nieuwe, aparte landbouwer in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 ontstaat en waarbij een andere landbouwer op het gebied van beheer, winst en financiële risico’s onder de verantwoordelijkheid blijft van de landbouwer die oorspronkelijk het bedrijf beheerde;

j) „productie-eenheid”: ten minste één areaal dat in de relevante referentieperiode recht heeft gegeven op rechtstreekse betalingen en dat ook een voederareaal kan zijn, of één dier dat in de referentieperiode recht zou hebben gegeven op rechtstreekse betalingen, in voorkomend geval vergezeld van een overeenkomstig premierecht;

k) „voederareaal”: de oppervlakte van het bedrijf die gedurende het hele kalenderjaar voor de veehouderij beschikbaar was, met inbegrip van het gezamenlijk gebruikte areaal en de percelen die voor gemengde teelten werden gebruikt; daaronder vallen niet:

 gebouwen, bossen, vijvers en wegen,

 oppervlakten die werden gebruikt voor andere gewassen die voor communautaire steun in aanmerking kwamen, of voor blijvende teelten of tuinbouw,

 oppervlakten die in aanmerking kwamen in het kader van de steunregeling voor landbouwers die bepaalde akkerbouwgewassen verbouwen, werden gebruikt in het kader van de steunregeling voor gedroogde voedergewassen of onder een nationaal braakleggingsprogramma vielen;

l) „landbouwers die met hun landbouwactiviteiten beginnen” (voor de toepassing van artikel 41, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009): een natuurlijke of rechtspersoon die in de vijf jaar voorafgaand aan het opstarten van de nieuwe landbouwactiviteit geen landbouwactiviteit heeft verricht in eigen naam en voor eigen risico en evenmin de controle heeft gehad over een rechtspersoon die een landbouwactiviteit ontplooide.

In het geval van een rechtspersoon mag (mogen) de natuurlijke persoon (personen) die de controle over de rechtspersoon heeft (hebben), in de vijf jaar voorafgaand aan het opstarten van de landbouwactiviteit door de rechtspersoon geen landbouwactiviteit hebben verricht in eigen naam en voor eigen risico en ook niet de controle hebben gehad over een rechtspersoon die een landbouwactiviteit uitoefende in die periode;

m) „boomkwekerijgewassen (kwekerijproducten)”: die welke zijn gedefinieerd in punt G/5 van bijlage I bij Beschikking 2000/115/EG van de Commissie ( 10 );

n) „hakhout met korte omlooptijd”: oppervlakten beplant met de boomsoorten van GN-code 0602 90 41, bestaande uit blijvende houtgewassen waarvan de wortelstokken of stelen na de oogst in de grond blijven, die in het daaropvolgende seizoen nieuwe scheuten vormen en die opgenomen zijn in een door de lidstaten met ingang van 2010 op te stellen lijst waarin de voor gebruik als hakhout met korte omlooptijd geschikte soorten en de maximale omlooptijd ervan worden vermeld;

o) „specifieke steunmaatregelen”: maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de in artikel 68, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde specifieke steun;

p) „andere communautaire steuninstrumenten”:

i) maatregelen als bedoeld in de Verordeningen (EG) nr. 1698/2005, (EG) nr. 509/2006 ( 11 ), (EG) nr. 510/2006 ( 12 ), (EG) nr. 834/2007 ( 13 ), (EG) nr. 1234/2007 ( 14 ) en (EG) nr. 3/2008 van de Raad, en

ii) maatregelen die worden gefinancierd uit het Europees Landbouwgarantiefonds uit hoofde van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad ( 15 ), met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire maatregelen.



TITEL II

UITVOERING



HOOFDSTUK 1

Algemene bepalingen



Afdeling 1

Activering van toeslagrechten en subsidiabiliteit van grond

Artikel 3

Feitelijke en verwachte vererving

1.  Indien een feitelijke of verwachte vererving van invloed is op de toewijzing van toeslagrechten, verzoekt de landbouwer die het bedrijf of het deel van een bedrijf heeft ontvangen, in zijn naam om berekening van de toeslagrechten voor dat bedrijf of dat deel van een bedrijf.

Het referentiebedrag wordt vastgesteld op basis van de geërfde productie-eenheden.

2.  In gevallen van herroepbare verwachte vererving kan de aangewezen erfgenaam slechts eenmaal, uiterlijk op de datum voor indiening van een aanvraag tot betaling in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, toegang krijgen tot de bedrijfstoeslagregeling.

Gevallen waarin sprake is van overdracht in het kader van een huurcontract of van feitelijke of verwachte vererving van een landbouwer die een natuurlijke persoon is en tijdens de desbetreffende referentieperiode een bedrijf of een deel ervan huurde, wat recht zou geven op toeslagrechten of op een verhoging van de waarde van toeslagrechten, worden op dezelfde manier behandeld als vererving van een bedrijf.

3.  Indien een landbouwer als bedoeld in lid 1 reeds recht heeft op toeslagrechten of op een verhoging van de waarde van toeslagrechten, wordt het referentiebedrag vastgesteld op basis van, respectievelijk, de som van de referentiebedragen die verband houden met zijn oorspronkelijke bedrijf, en de geërfde productie-eenheden.

4.  Voor de toepassing van deze verordening wordt uitgegaan van de definitie in de nationale wetgeving van „feitelijke vererving” en van „verwachte vererving”.

Artikel 4

Wijzigingen in juridische status of benaming

Bij wijzigingen in juridische status of benaming krijgt een landbouwer onder dezelfde omstandigheden toegang tot de bedrijfstoeslagregeling als de landbouwer die het bedrijf oorspronkelijk beheerde, binnen de grenzen van de toeslagrechten waarover het oorspronkelijke bedrijf beschikte, of — bij toewijzing van toeslagrechten of een verhoging van de waarde van toeslagrechten — binnen de grenzen die golden voor toewijzingen aan het oorspronkelijke bedrijf.

Indien de juridische status van de rechtspersoon verandert, of de natuurlijke persoon een rechtspersoon wordt of omgekeerd, is de landbouwer die het nieuwe bedrijf beheert, de landbouwer die op het gebied van beheer, winst en financiële risico’s de controle had over het oorspronkelijke bedrijf.

Artikel 5

Fusies en splitsingen

Indien een fusie of splitsing van invloed is op de toewijzing van toeslagrechten of leidt tot een verhoging van de waarde van toeslagrechten, krijgt/krijgen de landbouwer/landbouwers die het nieuwe bedrijf/de nieuwe bedrijven beheert/beheren, toegang tot de bedrijfstoeslagregeling onder dezelfde voorwaarde als de landbouwer/landbouwers die het oorspronkelijke bedrijf/de oorspronkelijke bedrijven beheerde/beheerden.

Het referentiebedrag wordt vastgesteld op basis van de productie-eenheden die verband houden met het oorspronkelijke bedrijf of de oorspronkelijke bedrijven.

Artikel 6

Minimumvereisten

Voor de toepassing van artikel 28, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 worden landbouwers die de schapen- of geitenpremies als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 10, van die verordening of de rund- of kalfsvleesbetalingen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 11, van die verordening ontvangen en die over minder hectaren beschikken dan de door de desbetreffende lidstaat gekozen drempel, op dezelfde wijze behandeld als landbouwers die over bijzondere toeslagrechten beschikken als genoemd in artikel 44, lid 1, van die verordening.

Artikel 7

Berekening van de waarde per eenheid van de toeslagrechten

1.  Toeslagrechten worden tot op drie decimalen nauwkeurig berekend en naar boven of naar beneden afgerond tot op het dichtstbijzijnde tweede decimaal. Indien het resultaat van de berekening precies halverwege ligt, wordt het bedrag naar boven afgerond tot op het dichtstbijzijnde tweede decimaal.

2.  Indien de oppervlakte van een perceel dat overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 73/2009 met een toeslagrecht wordt overgedragen, een deel van een hectare bedraagt, mag de landbouwer het benodigde deel van het betrokken toeslagrecht samen met de grond overdragen tegen een waarde die wordt berekend op basis van het betrokken deel. Het resterende deel van het toeslagrecht blijft ter beschikking van de landbouwer tegen een dienovereenkomstig berekende waarde.

Onverminderd artikel 43, lid 2, van die verordening wordt, als een landbouwer een deel van een toeslagrecht overdraagt zonder grond, de waarde van de twee delen proportioneel berekend.

3.  De lidstaten kunnen toeslagrechten wijzigen middels een fusie van delen van dezelfde soort toeslagrechten die een landbouwer in eigendom heeft. Lid 1 is van toepassing op het resultaat van een dergelijke fusie.

Artikel 8

Aangifte en gebruik van toeslagrechten

1.  De toeslagrechten mogen slechts eenmaal per jaar ter verkrijging van de bedrijfstoeslag worden aangegeven door de landbouwer die over deze toeslagrechten beschikt op de uiterste datum waarop overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1122/2009 van de Commissie ( 16 ) de verzamelaanvraag moet worden ingediend.

Een landbouwer die gebruikmaakt van de mogelijkheid de verzamelaanvraag overeenkomstig artikel 14 van die verordening te wijzigen, mag echter ook toeslagrechten aangeven waarover hij beschikt op de datum waarop hij de wijzigingen aan de bevoegde autoriteit meedeelt, mits de betrokken toeslagrechten niet door een andere landbouwer voor hetzelfde jaar worden aangegeven.

Wanneer de landbouwer de betrokken toeslagrechten via overdracht van een andere landbouwer verkrijgt en die andere landbouwer die toeslagrechten reeds had aangegeven, is de aanvullende aangifte van die toeslagrechten slechts ontvankelijk indien de cedent de bevoegde autoriteit reeds overeenkomstig artikel 12 van de onderhavige verordening in kennis heeft gesteld van de overdracht en hij die toeslagrechten binnen de in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1122/2009 gestelde toepasselijke termijnen uit zijn eigen verzamelaanvraag laat schrappen.

2.  Indien een landbouwer, nadat hij de percelen die overeenstemmen met al zijn beschikbare gehele toeslagrechten overeenkomstig artikel 35, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 heeft aangegeven, nog over een perceel beschikt dat een deel van een hectare bedraagt, mag hij daarnaast nog een geheel toeslagrecht aangeven dat recht geeft op een naar evenredigheid van de oppervlakte van dat perceel berekende betaling. Voor de toepassing van artikel 42 van die verordening wordt het toeslagrecht evenwel als volledig gebruikt beschouwd.

Artikel 9

Overwegend gebruik voor landbouwdoeleinden

Voor de toepassing van artikel 34, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 wordt landbouwgrond van een bedrijf die ook voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt, aangemerkt als overwegend voor landbouwdoeleinden gebruikte grond indien het uitoefenen van de landbouwactiviteit geen noemenswaardige hinder ondervindt van de intensiteit, de aard, de duur en de planning van de niet-landbouwactiviteiten.

De lidstaten stellen de criteria vast voor de toepassing van het bepaalde in de eerste alinea op hun grondgebied.



Afdeling 2

Specifieke subsidiabiliteitscriteria

▼M2

Artikel 10

Productie van hennep

Met het oog op de toepassing van artikel 39 van Verordening (EG) nr. 73/2009 worden slechts toeslagrechten betaald voor henneparealen die zijn ingezaaid met zaad van de rassen uit de overeenkomstig artikel 17 van Richtlijn 2002/53/EG van de Raad gepubliceerde gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen die geldt op 15 maart van het jaar waarvoor de betaling wordt verleend ( 17 ). Arealen waarop het ras Finola is ingezaaid, komen echter alleen in Finland in aanmerking, en arealen waarop het ras Tiborszállási is ingezaaid alleen in Hongarije. Het zaad is gecertificeerd overeenkomstig Richtlijn 2002/57/EG van de Raad ( 18 ).

▼B

Artikel 11

Uitgestelde integratie van groenten en fruit in de bedrijfstoeslagregeling

1.  Tot en met 31 december 2010 kunnen de lidstaten die gebruik hebben gemaakt van een van de in artikel 51, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 73/2009 genoemde mogelijkheden, besluiten secundaire teelten toe te laten op de subsidiabele hectaren gedurende een periode van ten hoogste drie maanden die elk jaar op 15 augustus of op de in bijlage II voor de betrokken lidstaat en regio genoemde datum begint.

2.  Wanneer de lidstaten gebruik hebben gemaakt van een van de in artikel 51, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 73/2009 genoemde mogelijkheden, kan hij binnen twee weken na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening zo nodig het besluit herzien dat uit hoofde van artikel 51, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 is genomen.



Afdeling 3

Overdracht van toeslagrechten

Artikel 12

Overdracht van toeslagrechten

1.  Toeslagrechten mogen op elk moment van het jaar worden overgedragen.

2.  De cedent stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de overdracht haar beslag zal krijgen, binnen een door die lidstaat te bepalen termijn daarvan in kennis.

3.  Een lidstaat mag eisen dat de cedent de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de overdracht haar beslag zal krijgen, in kennis stelt van de overdracht binnen een door die lidstaat te bepalen termijn, maar niet vroeger dan zes weken vóór de overdracht en met inachtneming van de uiterste datum voor indiening van een aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling. De overdracht vindt plaats zoals in de kennisgeving is vermeld, tenzij de bevoegde autoriteit bezwaar maakt tegen de overdracht en zij de cedent daarvan binnen de bovenbedoelde termijn in kennis stelt.

De bevoegde autoriteit mag alleen bezwaar maken tegen een overdracht die niet in overeenstemming is met Verordening (EG) nr. 73/2009 en met de onderhavige verordening.

4.  Voor de toepassing van artikel 62, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 wordt het door de landbouwer gebruikte percentage van de toeslagrechten berekend ten opzichte van het aantal in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling aan hem toegewezen toeslagrechten met uitzondering van de samen met grond verkochte toeslagrechten en moet dit percentage gedurende één kalenderjaar zijn gebruikt.

Artikel 13

Regionale begrenzing

1.  Onverminderd artikel 50, lid 1, en artikel 62, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 definiëren lidstaten die gebruikmaken van de bij artikel 43, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 73/2009 geboden mogelijkheid, de regio op het passende territoriale niveau, uitgaande van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen.

2.  De lidstaat definieert de in lid 1 bedoelde regio uiterlijk één maand vóór de overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EG) nr. 73/2009 door de lidstaat vastgestelde datum, en wel in het eerste jaar van toepassing van de in artikel 43, lid 1, derde alinea, van die verordening genoemde mogelijkheid.

Het is een landbouwer wiens bedrijf zich in de betrokken regio bevindt, niet toegestaan om zijn toeslagrechten die overeenstemmen met het aantal hectaren dat hij in het eerste jaar van toepassing van de in artikel 46, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vermelde mogelijkheid heeft aangegeven, of dat hij in het eerste jaar van toepassing van de in artikel 43, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 vermelde mogelijkheid aangeeft, buiten die regio over te dragen of te gebruiken.

Het is een landbouwer wiens bedrijf zich gedeeltelijk in de betrokken regio bevindt, niet toegestaan om zijn toeslagrechten die overeenstemmen met het aantal in die regio gelegen hectaren dat hij in het eerste jaar van toepassing van de genoemde mogelijkheid aangeeft, buiten die regio over te dragen of te gebruiken.

3.  De in artikel 43, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde beperking op de overdracht van toeslagrechten is niet van toepassing op een feitelijke of verwachte vererving van toeslagrechten zonder een overeenkomstig aantal subsidiabele hectaren.



Afdeling 4

Bijzondere toeslagrechten

Artikel 14

Berekening van grootvee-eenheden voor bijzondere toeslagrechten

1.  Voor de toepassing van artikel 44, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 zijn de tijdens de referentieperiode uitgeoefende en in grootvee-eenheden (GVE) uitgedrukte landbouwactiviteiten die welke overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EG) nr. 795/2004 zijn berekend.

2.  Voor de toepassing van artikel 65 van Verordening (EG) nr. 73/2009 en voor de berekening van de gedurende de toepassing van de artikelen 67 en 68 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 uitgeoefende en in GVE uitgedrukte landbouwactiviteiten, als bedoeld in artikel 44, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 73/2009 wordt de volgende omrekeningstabel toegepast op het gemiddelde aantal dieren dat is vastgesteld met het oog op de verlening van een in de artikelen 67 en 68 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde rechtstreekse betaling in de desbetreffende referentieperiode:



Mannelijke runderen en vaarzen ouder dan 24 maanden, zoogkoeien, melkkoeien

1,0 GVE

Mannelijke runderen en vaarzen van zes maanden tot 24 maanden

0,6 GVE

Mannelijke en vrouwelijke runderen van minder dan zes maanden

0,2 GVE

Schapen

0,15 GVE

Geiten

0,15 GVE

Gaat het om de slachtpremie en zijn de vereiste gegevens over de leeftijd van de dieren niet beschikbaar, dan mag de lidstaat voor de omrekening van stieren, ossen, koeien en vaarzen in GVE de coëfficiënt 0,7 gebruiken, en voor kalveren de coëfficiënt 0,25.

Voor een dier waarvoor verschillende premies zijn betaald, wordt een coëfficiënt toegepast die het gemiddelde is van de voor die verschillende premies geldende coëfficiënten.

3.  Het aantal GVE als bedoeld in de leden 1 en 2, wordt berekend naar evenredigheid van de toeslagrechten waarvoor de landbouwer in het jaar van integratie van de regeling inzake gekoppelde steun in de bedrijfstoeslagregeling of van uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling geen hectaren bezit en waarvoor hij om toewijzing van de aan speciale voorwaarden onderworpen toeslagrechten verzoekt. Het wordt toegepast te beginnen met de toeslagrechten met de laagste waarde.

Dit verzoek wordt alleen gedaan in het eerste jaar van integratie van de regeling inzake gekoppelde steun in de bedrijfstoeslagregeling of van uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling. De datum voor de indiening van het verzoek wordt door de lidstaat vastgesteld. Het verzoek mag in de daaropvolgende jaren worden hernieuwd voor hetzelfde aantal in artikel 44 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde bijzondere toeslagrechten als het aantal in het voorgaande jaar, of voor het overgebleven deel van die toeslagrechten ingeval een aantal van die toeslagrechten is overgedragen of ingeval een aantal van die toeslagrechten met een overeenkomstig aantal hectaren wordt aangegeven.

In die gevallen wordt het aantal GVE opnieuw berekend naar evenredigheid van de overgebleven toeslagrechten waarvoor de landbouwer om toepassing van de speciale voorwaarden verzoekt.

Als toeslagrechten eenmaal met een overeenkomstig aantal hectaren zijn aangegeven of zijn overgedragen, kan voor die toeslagrechten geen verzoek tot herstel van de in artikel 44 van Verordening (EG) nr. 73/2009 genoemde voorwaarden worden ingediend, onverminderd artikel 44, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009.

4.  Om toe te zien op de naleving van de in GVE uitgedrukte minimale landbouwactiviteit, bepalen de lidstaten aan de hand van de omrekeningstabel van lid 2 het aantal dieren overeenkomstig één van de volgende methoden:

a) de lidstaten verzoeken elke producent om op basis van zijn bedrijfsregister, vóór een door de lidstaten te bepalen datum, maar niet later dan de betalingsdatum, het aantal GVE aan te geven, en/of

b) de lidstaten maken voor de bepaling van het aantal GVE gebruik van het overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad ( 19 ) opgezette gecomputeriseerde gegevensbestand, op voorwaarde dat de lidstaten hebben vastgesteld dat dit gegevensbestand met het oog op de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling voldoende garanties biedt inzake de juistheid van de erin opgeslagen gegevens.

5.  Aan de eis inzake de minimale landbouwactiviteit wordt geacht te zijn voldaan, indien het aantal GVE tijdens een door de lidstaten te bepalen periode of op door de lidstaten vast te stellen data 50 % bereikt. Alle tijdens het betrokken kalenderjaar verkochte of geslachte dieren worden in aanmerking genomen.

6.  De lidstaten moeten de maatregelen treffen die nodig zijn om artikel 30 van Verordening (EG) nr. 73/2009 toe te passen op producenten die, door middel van abnormaal hoge GVE-aantallen tijdens een deel van het jaar, op kunstmatige wijze de voorwaarden creëren om aan de eis inzake de minimale landbouwactiviteit te voldoen.



HOOFDSTUK 2

Nationale reserve



Afdeling 1

Toevoeging aan de nationale reserve

Artikel 15

Ongebruikte toeslagrechten

1.  Behalve bij overmacht of in uitzonderlijke omstandigheden worden ongebruikte toeslagrechten geacht aan de nationale reserve te zijn vervallen op de dag na de uiterste datum voor wijziging van de aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, in het kalenderjaar waarin de in artikel 28, lid 3, en artikel 42 van Verordening (EG) nr. 73/2009 vermelde periode verstrijkt.

Een toeslagrecht wordt als ongebruikt beschouwd wanneer daarvoor tijdens de in de eerste alinea bedoelde periode geen betaling is verleend. Toeslagrechten waarvoor een aanvraag is ingediend en die gepaard gaan met een geconstateerde oppervlakte in de zin van artikel 2, punt 23, van Verordening (EG) nr. 1122/2009, worden als gebruikt beschouwd.

Indien de voor de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling geconstateerde oppervlakte kleiner is dan de aangegeven oppervlakte, geldt het volgende om uit te maken welke van de toeslagrechten overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EG) nr. 73/2009 moeten worden toegevoegd aan de nationale reserve:

a) de geconstateerde oppervlakte wordt in aanmerking genomen te beginnen met de toeslagrechten met de hoogste waarde;

b) eerst worden de toeslagrechten met de hoogste waarde toegewezen aan die oppervlakte en vervolgens vindt toewijzing plaats in dalende volgorde van de waarde.

2.  Landbouwers mogen vrijwillig toeslagrechten aan de nationale reserve afstaan.

Artikel 16

Inhoudingen op de verkoop van toeslagrechten

1.  Lidstaten die gebruikmaken van de bij artikel 43, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 geboden mogelijkheid, kunnen besluiten aan de nationale reserve te laten vervallen:

a) bij verkoop van toeslagrechten zonder grond: maximaal 30 % van de waarde van elk toeslagrecht of het gelijkwaardige, in aantal toeslagrechten uitgedrukte bedrag. Gedurende de eerste drie jaar waarin de bedrijfstoeslagregeling wordt toegepast, mag dit echter 50 % zijn in plaats van 30 %, en/of

b) bij verkoop van toeslagrechten met grond: maximaal 10 % van de waarde van elk toeslagrecht of het gelijkwaardige, in aantal toeslagrechten uitgedrukte bedrag, en/of

c) bij verkoop van toeslagrechten met een volledig bedrijf: maximaal 5 % van de waarde van elk toeslagrecht en/of het gelijkwaardige, in aantal toeslagrechten uitgedrukte bedrag.

Bij verkoop van toeslagrechten met of zonder grond aan een landbouwer die met zijn landbouwactiviteiten begint, en bij feitelijke of verwachte vererving van toeslagrechten, wordt geen inhouding toegepast.

2.  Bij de vaststelling van de in lid 1 vermelde percentages mogen de lidstaten in elk van de in lid 1, onder a), b) en c), vermelde gevallen het percentage differentiëren op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen.

3.  Indien een lidstaat die de bedrijfstoeslagregeling overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 heeft geregionaliseerd of gebruikmaakt van de bij artikel 48, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 geboden mogelijkheid, beslist om gebruik te maken van de bij artikel 43, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 geboden mogelijkheid, zijn de in de leden 1 en 2 van het onderhavige artikel vastgestelde verlagingspercentages van toepassing, nadat een vrijstelling die gelijk is aan de overeenkomstig artikel 59, lid 2 of lid 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 of overeenkomstig artikel 46, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 berekende regionale waarde per eenheid, in mindering is gebracht op de waarde van de toeslagrechten.



Afdeling 2

Toewijzing van uit de nationale reserve afkomstige toeslagrechten

Artikel 17

Vaststelling van toeslagrechten

1.  Indien een lidstaat gebruikmaakt van de bij artikel 41, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 geboden mogelijkheid, kunnen landbouwers toeslagrechten uit de nationale reserve ontvangen overeenkomstig de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden en overeenkomstig de door de betrokken lidstaat vastgestelde objectieve criteria.

2.  Indien een landbouwer die geen toeslagrechten heeft, toeslagrechten uit de nationale reserve aanvraagt, mag het aantal toeslagrechten dat hij ontvangt, het aantal hectaren waarover hij op dat tijdstip beschikt (in eigendom of gehuurd), niet overschrijden.

3.  Indien een landbouwer die toeslagrechten heeft, toeslagrechten uit de nationale reserve aanvraagt, mag het aantal toeslagrechten dat hij ontvangt, het aantal hectaren waarover hij beschikt en waarvoor hij geen toeslagrechten heeft, niet overschrijden.

De waarde per eenheid van elk toeslagrecht dat hij reeds in eigendom heeft, mag worden verhoogd.

4.  De waarde van elk overeenkomstig lid 2 of lid 3, met uitzondering van de tweede alinea van lid 3, ontvangen toeslagrecht wordt berekend door een referentiebedrag dat door de lidstaat is vastgesteld op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, te delen door het aantal toe te wijzen toeslagrechten.

Artikel 18

Toepassing van artikel 41, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bij minder hectaren dan toeslagrechten

1.  Lidstaten die gebruikmaken van de bij artikel 41, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 geboden mogelijkheid, mogen op verzoek overeenkomstig dit artikel in de betrokken regio’s toeslagrechten toewijzen aan landbouwers die minder hectaren aangeven dan het aantal dat overeenstemt met de toeslagrechten die zij in het kader van de artikelen 43 en 59 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 hadden gekregen.

In dat geval staat de landbouwer aan de nationale reserve alle toeslagrechten af die hij in eigendom heeft of die hij ontvangen had moeten hebben, met uitzondering van toeslagrechten die onderworpen zijn aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 44 van Verordening (EG) nr. 73/2009.

Voor de toepassing van het onderhavige artikel worden met „toeslagrechten” alleen de toeslagrechten bedoeld die de lidstaat in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling heeft toegewezen, met inbegrip van het jaar van integratie van de gekoppelde steun.

2.  Het aantal uit de nationale reserve toegewezen toeslagrechten is gelijk aan het aantal door de landbouwer in het jaar van het verzoek aangegeven hectaren.

3.  De waarde per eenheid van de uit de nationale reserve toegewezen toeslagrechten wordt berekend door het referentiebedrag van de landbouwer te delen door het aantal door hem aangegeven hectaren.

4.  De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op een landbouwer die minder dan 50 % van het totale aantal hectaren waarover hij in de referentieperiode beschikte (gehuurd of in eigendom), aangeeft.

5.  Voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3 zijn de door verkoop of verhuur overgedragen hectaren die niet door een daarmee overeenkomend aantal hectaren zijn vervangen, begrepen in het aantal hectaren dat de landbouwer aangeeft.

6.  De betrokken landbouwer geeft alle hectaren aan waarover hij op het moment van de aanvraag beschikt.

Artikel 19

Algemene bepalingen inzake landbouwers die zich in een bijzondere situatie bevinden

1.  Voor de toepassing van artikel 41, lid 4, van Verordening (EG) nr. 73/2009 worden onder „landbouwers die zich in een bijzondere situatie bevinden” de in de artikelen 20 tot en met 23 van de onderhavige verordening vermelde landbouwers verstaan.

2.  Indien een landbouwer die zich in een bijzondere situatie bevindt, voldoet aan de voorwaarde voor de toepassing van twee of meer van de artikelen 20, 21 en 22, ontvangt hij een aantal overeenkomstig artikel 17, leden 2 en 3, vastgestelde toeslagrechten waarvan de waarde overeenstemt met de hoogste waarde die hij kan krijgen indien elk van de artikelen waarvoor hij aan de voorwaarden voldoet, afzonderlijk wordt toegepast.

Indien een landbouwer ook in het kader van ►M1  artikel 17 ◄ in aanmerking komt voor toeslagrechten, is het totale aantal toe te wijzen toeslagrechten niet hoger dan het overeenkomstig dat artikel vastgestelde aantal.

3.  Indien het in de artikelen 20 en 22 bedoelde verhuurcontract verstrijkt na de uiterste datum die in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling geldt voor indiening van een aanvraag in het kader van die regeling, mag de betrokken landbouwer na het verstrijken van dat verhuurcontract een aanvraag tot vaststelling van zijn toeslagrechten indienen uiterlijk op een door de lidstaat te bepalen datum, die echter niet later mag zijn dan de uiterste datum voor wijziging van de steunaanvraag in het volgende jaar.

4.  Lidstaten waar, overeenkomstig de nationale wetgeving of de gangbare praktijk, onder de definitie van langetermijnverhuur ook verhuur voor vijf jaar valt, mogen beslissen om de artikelen 20, 21 en 22 op verhuurcontracten voor vijf jaar toe te passen.

Artikel 20

Overdracht van verhuurde grond

1.  Een landbouwer die, ten gevolge van een gratis of tegen een symbolische prijs verrichte overdracht in het kader van verkoop of van verhuur voor ten minste zes jaar of ten gevolge van een feitelijke of verwachte vererving, een bedrijf of een deel van een bedrijf in bezit heeft gekregen dat tijdens de referentieperiode aan een derde persoon was verhuurd en dat afkomstig is van een landbouwer die vanwege zijn pensionering geen landbouwactiviteiten meer uitoefent of overleden is vóór de datum die in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfsregeling geldt voor indiening van een aanvraag in het kader van die regeling, kan toeslagrechten ontvangen die zijn berekend door een referentiebedrag dat door de lidstaat is vastgesteld op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, te delen door een aantal hectaren dat niet groter is dan het aantal hectaren van het bedrijf of het deel van een bedrijf dat hij in bezit heeft gekregen.

2.  De in lid 1 bedoelde landbouwer kan elke persoon zijn die het in lid 1 bedoelde bedrijf of deel van een bedrijf in bezit kan krijgen ten gevolge van feitelijke of verwachte vererving.

Artikel 21

Investeringen

1.  De lidstaten kunnen de waarde van toeslagrechten verhogen of deze toewijzen in het geval van landbouwers die geïnvesteerd hebben in een sector die in het kader van titel III, hoofdstuk 4, van Verordening (EG) nr. 73/2009 onderworpen is aan integratie in de bedrijfstoeslagregeling, zulks op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen.

Bij de vaststelling van de in de eerste alinea bedoelde criteria houden de lidstaten rekening met de referentieperiode en/of andere voor de integratie van de desbetreffende sector gehanteerde criteria.

2.  Lid 1 is van overeenkomstige toepassing ingeval de toepassing van de regeling inzake een enkele areaalbetaling in het kader van artikel 122 van Verordening (EG) nr. 73/2009 wordt beëindigd.

Artikel 22

Huur en aankoop van verhuurde grond

1.  Landbouwers die wat betreft de invoering van de bedrijfstoeslagregeling vóór 2009 hetzij tussen het einde van de relevante referentieperiode voor de invoering van de bedrijfstoeslagregeling en 15 mei 2004, hetzij vóór 31 januari 2009 in geval van toepassing van titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 voor een periode van ten minste zes jaar een bedrijf of een deel van een bedrijf hebben gehuurd waarvoor de verhuurvoorwaarden niet kunnen worden aangepast, kunnen toeslagrechten ontvangen die zijn berekend door een referentiebedrag dat door de lidstaat is vastgesteld op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, te delen door een aantal hectaren dat niet groter is dan het aantal hectaren dat zij hebben gehuurd.

Bij de vaststelling van de in de eerste alinea bedoelde criteria houden de lidstaten met name rekening met situaties waarin landbouwers niet over andere hectaren beschikken dan gehuurde hectaren.

2.  Lid 1 is van toepassing op landbouwers die wat betreft de invoering van de bedrijfstoeslagregeling vóór 2009 hetzij in de referentieperiode voor de invoering ervan of vóór 15 mei 2004 hetzij — in geval van toepassing van titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 — vóór 31 januari 2009 een bedrijf of een deel van een bedrijf hebben gekocht waarvan de grond in de relevante referentieperiode werd verhuurd, en die binnen één jaar na het verstrijken van het verhuurcontract met hun landbouwactiviteiten beginnen of deze uitbreiden.

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt onder „verhuurde grond” verstaan grond die ten tijde van of na de aankoop viel onder een verhuurcontract dat nooit is verlengd tenzij de verlenging door een wettelijke verplichting was opgelegd.

Artikel 23

Bestuursrechtelijke besluiten en gerechtelijke uitspraken

Een landbouwer die op grond van een definitieve gerechtelijke uitspraak of een definitief bestuursrechtelijk besluit van de bevoegde autoriteit van een lidstaat recht heeft op de toewijzing van toeslagrechten of op een verhoging van de waarde van de reeds bestaande toeslagrechten, ontvangt het aantal toeslagrechten en de waarde daarvan die in die uitspraak of dat besluit zijn vastgesteld, op een door de lidstaat te bepalen datum, die echter niet later mag zijn dan de uiterste datum voor indiening van een aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling na de datum van de uitspraak of het besluit; daarbij wordt rekening gehouden met de toepassing van artikel 34 en/of artikel 35 van Verordening (EG) nr. 73/2009.



Afdeling 3

Regionaal beheer

Artikel 24

Regionale reserves

1.  De lidstaten mogen de nationale reserve op regionaal niveau beheren.

In dat geval wijzen de lidstaten de bedragen die op nationaal niveau beschikbaar zijn, aan het regionale niveau toe op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen.

2.  Besloten kan worden dat de aan elk regionaal niveau toegewezen bedragen alleen voor toewijzing binnen de betrokken regio beschikbaar zijn, behalve in de gevallen als bedoeld in artikel 41, lid 4, van Verordening (EG) nr. 73/2009 of, afhankelijk van de keuze van de lidstaat, in geval van toepassing van artikel 41, lid 2, van die verordening.



TITEL III

TOEWIJZING VAN TOESLAGRECHTEN



HOOFDSTUK 1

Algemene bepalingen

Artikel 25

Aanvragen

1.  De waarde, het aantal en een verhoging van toeslagrechten die zijn toegewezen op basis van de aanvraag die landbouwers hebben ingediend, kunnen voorlopig zijn. De definitieve waarde en het definitieve aantal worden uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling of van integratie van gekoppelde steun vastgesteld, nadat de op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 73/2009 uit te voeren ter zake relevante controles zijn verricht.

2.  Onder voorbehoud van de definitieve vaststelling van toeslagrechten mogen landbouwers aanvragen in het kader van de bedrijfstoeslagregeling indienen op basis van voorlopige toeslagrechten of, indien een lidstaat gebruikmaakt van de bij de artikelen 26 en 27 geboden mogelijkheid, van toeslagrechten die zijn verworven op grond van de in die artikelen bedoelde clausules in privaatrechtelijke contracten.

3.  De aanvrager bewijst ten genoegen van de lidstaat dat hij op de datum waarop hij toeslagrechten aanvraagt, landbouwer is in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009.

4.  Een lidstaat kan bepalen dat aanvragen tot vaststelling van de toeslagrechten slechts mogen worden ingediend voor bedrijven met een landbouwareaal van een bepaalde minimumomvang. Deze minimumomvang mag evenwel niet groter zijn dan het overeenkomstig artikel 28, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde minimum.

Met het oog op de vaststelling van de in artikel 60 of 65 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde bijzondere toeslagrechten wordt in afwijking van artikel 28, lid 1, van die verordening geen minimumomvang vastgesteld.

Artikel 26

Clausule in privaatrechtelijke verkoopcontracten

1.  Indien in een verkoopcontract dat is afgesloten of gewijzigd uiterlijk op de datum die hetzij in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling hetzij in het jaar van integratie van gekoppelde steun geldt voor indiening van een aanvraag voor de toewijzing van toeslagrechten, is bepaald dat het gehele bedrijf of een deel ervan wordt verkocht samen met de toeslagrechten of de verhoging van de waarde van de toeslagrechten die moeten worden toegewezen voor de hectaren of het overgedragen bedrijfsgedeelte, kan de lidstaat de via het verkoopcontract gesloten transactie beschouwen als een overdracht van toeslagrechten met grond.

2.  De verkoper dient een aanvraag tot toewijzing of verhoging van de toeslagrechten in, voegt bij die aanvraag een kopie van het verkoopcontract en geeft in die aanvraag de productie-eenheden en het aantal hectaren aan waarvoor hij voornemens is de toeslagrechten over te dragen.

3.  Een lidstaat mag de koper toestaan om in naam van de verkoper en met diens uitdrukkelijke toestemming een aanvraag tot toewijzing van de toeslagrechten in te dienen. In dat geval gaat de lidstaat na of de verkoper op de datum van de overdracht voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria, en met name aan de voorwaarde van artikel 25, lid 3. De koper dient een aanvraag tot betaling in het kader van de bedrijfstoeslagregeling in en voegt bij die aanvraag een kopie van het verkoopcontract.

4.  Een lidstaat mag eisen dat de aanvragen van de verkoper en de koper samen worden ingediend of dat de tweede aanvraag een verwijzing naar de eerste bevat.

Artikel 27

Clausule in privaatrechtelijke verhuurcontracten

1.  Een clausule in een verhuurcontract waarin wordt voorzien in de overdracht van een aantal toeslagrechten dat niet groter is dan het aantal verhuurde hectaren, kan worden beschouwd als verhuur van toeslagrechten met grond in de zin van artikel 43, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009, indien:

a) een landbouwer zijn bedrijf of een deel ervan aan een andere landbouwer heeft verhuurd uiterlijk op de datum die in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling of in het jaar van integratie van de gekoppelde steun geldt voor de indiening van een aanvraag in het kader van die regeling,

b) het verhuurcontract verstrijkt na de uiterste datum voor indiening van een aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, en

c) hij beslist zijn toeslagrechten te verhuren aan de landbouwer aan wie hij het bedrijf of een deel ervan heeft verhuurd.

2.  De verhuurder dient een aanvraag tot toewijzing of verhoging van de toeslagrechten in, voegt bij die aanvraag een kopie van het verhuurcontract en geeft in die aanvraag het aantal hectaren aan waarvoor hij voornemens is de toeslagrechten te verhuren.

3.  De huurder dient een aanvraag tot betaling in het kader van de bedrijfstoeslagregeling in en voegt bij die aanvraag een kopie van het verhuurcontract.

4.  Een lidstaat mag eisen dat de aanvragen van de huurder en de verhuurder samen worden ingediend of dat de tweede aanvraag een verwijzing naar de eerste bevat.



HOOFDSTUK 2

Invoering van de bedrijfstoeslagregeling in de nieuwe lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling hebben toegepast

Artikel 28

Algemene bepalingen

1.  Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk, geldt de onderhavige verordening voor de nieuwe lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling hebben toegepast.

2.  Elke verwijzing in de onderhavige verordening naar artikel 41 van Verordening (EG) nr. 73/2009 wordt gelezen als een verwijzing naar artikel 57 van die verordening.

3.  Voor de toepassing van artikel 57, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 mogen de nieuwe lidstaten een representatieve periode bepalen die voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling.

4.  Elke verwijzing in de onderhavige verordening naar de „referentieperiode” wordt gelezen als een verwijzing naar het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling of naar de op grond van artikel 59, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde representatieve periode.

Artikel 29

Aanvankelijke toewijzing van toeslagrechten

1.  Onverminderd artikel 59, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 stellen de nieuwe lidstaten, voor de toepassing van artikel 59, lid 2, van die verordening, het in dat lid bedoelde aantal subsidiabele hectaren vast aan de hand van het aantal hectaren dat is aangegeven voor de vaststelling van de toeslagrechten in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling.

2.  In afwijking van lid 1 mogen nieuwe lidstaten het in artikel 59, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde aantal subsidiabele hectaren vaststellen op basis van het aantal hectaren dat is aangegeven voor het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling.

Indien het aantal subsidiabele hectaren dat door de landbouwers is aangegeven in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling, kleiner is dan het aantal subsidiabele hectaren dat overeenkomstig de eerste alinea is vastgesteld, mag een nieuwe lidstaat de bedragen die overeenstemmen met de niet-aangegeven hectaren, volledig of gedeeltelijk herverdelen in de vorm van een toeslag op elk toeslagrecht dat in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling is toegewezen. De toeslag wordt berekend door het betrokken bedrag te delen door het aantal toegewezen toeslagrechten.

3.  Wanneer een lidstaat gebruikmaakt van de bij artikel 59, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 geboden mogelijkheid, kan hij, met ingang van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling, bepalen welke landbouwers in aanmerking komen voor de regeling, het in dat lid bedoelde aantal hectaren voorlopig vaststellen en een voorlopige controle van de in artikel 25, lid 3, van de onderhavige verordening bedoelde voorwaarden verrichten.

Onverminderd artikel 61 van Verordening (EG) nr. 73/2009 wordt de waarde van de toeslagrechten berekend door het in artikel 59, lid 1, van die verordening bedoelde bedrag te delen door het totale aantal op grond van dit lid toegewezen toeslagrechten.

4.  De landbouwer wordt ten minste één maand vóór de overeenkomstig artikel 56, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde uiterste datum voor het indienen van de steunaanvraag in kennis gesteld van de voorlopige toeslagrechten.

Voor de berekening van de in artikel 44, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde, in grootvee-eenheden (GVE) uitgedrukte landbouwactiviteiten, wordt het aantal dieren dat door een landbouwer wordt gehouden in een door de lidstaat vast te stellen periode, in GVE omgerekend aan de hand van de omrekeningstabel van artikel 14, lid 2. Voor de controle van de minimale landbouwactiviteiten in de nieuwe lidstaten als bedoeld in artikel 44, lid 2, onder b), is artikel 14, leden 4, 5 en 6, van toepassing.



HOOFDSTUK 3

Integratie van gekoppelde steun



Afdeling 1

Integratie van de sector groenten en fruit in de bedrijfstoeslagregeling

Artikel 30

Algemene voorschriften

1.  Voor de bepaling van het bedrag en het aantal van de toeslagrechten in het kader van de integratie van de sector groenten en fruit in de bedrijfstoeslagregeling geldt het volgende: deel A van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 is van toepassing behoudens het bepaalde in artikel 31 van de onderhavige verordening en — in het geval dat de lidstaat gebruik heeft gemaakt van de bij artikel 59 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 geboden mogelijkheid — behoudens het bepaalde in artikel 32 van de onderhavige verordening.

2.  In voorkomend geval wordt het bepaalde in artikel 40 van Verordening (EG) nr. 73/2009 toegepast ten aanzien van de waarde van alle toeslagrechten die vóór de integratie van de steun voor groenten en fruit bestonden, en ten aanzien van de referentiebedragen die zijn berekend voor de steun voor groenten en fruit.

3.  Voor de toepassing van de onderhavige verordening ten aanzien van de sector groenten en fruit is het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling het jaar van de vaststelling door de lidstaat van de in deel A van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde bedragen en subsidiabele hectaren, rekening houdend met de in de tweede alinea van punt 2 van dat deel bedoelde facultatieve overgangsperiode van drie jaar.

Artikel 31

Specifieke voorschriften

1.  Indien de landbouwer op de uiterste datum voor de indiening van een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten helemaal geen toeslagrechten of enkel bijzondere toeslagrechten in eigendom heeft, ontvangt hij toeslagrechten die voor groenten en fruit overeenkomstig deel A van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 zijn berekend.

De eerste alinea is ook van toepassing in het geval dat de landbouwer toeslagrechten heeft gehuurd tussen het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling en het jaar van de integratie van de sector groenten en fruit.

2.  Indien de landbouwer, uiterlijk op de uiterste datum voor de indiening van een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten, toeslagrechten toegewezen heeft gekregen of heeft gekocht of ontvangen, worden de waarde en het aantal van de toeslagrechten die hij in eigendom heeft, als volgt herberekend:

a) het aantal toeslagrechten is gelijk aan het aantal toeslagrechten dat hij in eigendom heeft, verhoogd met het aantal hectaren dat overeenkomstig deel A, punt 3, van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 is bepaald voor groenten en fruit, consumptieaardappelen en boomkwekerijgewassen (kwekerijproducten);

b) de waarde wordt verkregen door de som van de waarde van de toeslagrechten die hij in eigendom heeft, en het referentiebedrag dat overeenkomstig deel A, punt 2, van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 is berekend voor groenten en fruit, te delen door het overeenkomstig het bepaalde onder a) van het onderhavige lid vastgestelde aantal.

Bijzondere toeslagrechten worden bij de in dit lid bedoelde berekening niet in aanmerking genomen.

3.  De toeslagrechten die zijn verhuurd vóór de uiterste datum die geldt voor de indiening van een aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, worden in aanmerking genomen bij de in lid 2 bedoelde berekening. De toeslagrechten die zijn verhuurd door middel van een contractclausule zoals bedoeld in artikel 27, worden evenwel alleen indien de verhuurvoorwaarden kunnen worden aangepast, in aanmerking genomen bij de in lid 2 van het onderhavige artikel bedoelde berekening.

Artikel 32

Regionale uitvoering

1.  Indien een lidstaat gebruik heeft gemaakt van de bij artikel 59, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 geboden mogelijkheid, ontvangt elke landbouwer een aantal toeslagrechten dat gelijk is aan het aantal nieuwe subsidiabele hectaren groenten en fruit, consumptieaardappelen en boomkwekerijgewassen (kwekerijproducten) dat hij in zijn verzamelaanvraag in 2008 heeft aangegeven.

De waarde van de toeslagrechten wordt berekend op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

2.  In afwijking van lid 1, eerste alinea, kunnen de lidstaten het extra aantal toeslagrechten per landbouwer vaststellen op basis van objectieve criteria, zulks overeenkomstig deel A van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 voor groenten en fruit, consumptieaardappelen en boomkwekerijgewassen (kwekerijproducten).



Afdeling 2

Wijn



Onderafdeling 1

Integratie van de steunprogramma’s voor wijn in de bedrijfstoeslagregeling

Artikel 33

Algemene voorschriften

1.  Voor de bepaling van het bedrag en het aantal van de toeslagrechten in het kader van de integratie van de steunprogramma’s voor wijn in de bedrijfstoeslagregeling is het bepaalde in deel C van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 van toepassing behoudens het bepaalde in artikel 34 van de onderhavige verordening en, in het geval dat de lidstaat gebruik heeft gemaakt van de bij artikel 59 of artikel 71 septies van Verordening (EG) nr. 1782/2003 geboden mogelijkheid, of van artikel 47 of 58 van Verordening (EG) nr. 73/2009, het bepaalde in artikel 35 van de onderhavige verordening.

2.  Met ingang van 1 januari 2009 mogen de lidstaten bepalen welke landbouwers in aanmerking komen voor de toewijzing van toeslagrechten afkomstig uit de integratie van de steunprogramma’s voor wijn in de bedrijfstoeslagregeling.

3.  Voor de toepassing van artikel 18 van de onderhavige verordening met betrekking tot de wijnsector is het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling het jaar waarin de lidstaat de in deel C van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde bedragen en in aanmerking te nemen hectaren vaststelt.

Artikel 34

Specifieke voorschriften

1.  Indien de landbouwer op de overeenkomstig de onderhavige verordening vastgestelde uiterste datum voor de indiening van een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten helemaal geen toeslagrechten of enkel bijzondere toeslagrechten in eigendom heeft, ontvangt hij toeslagrechten die voor wijn overeenkomstig deel C van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 zijn berekend.

De eerste alinea is ook van toepassing in het geval dat de landbouwer toeslagrechten heeft gehuurd tussen het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling en het jaar van de integratie van de steunprogramma’s.

2.  Indien de landbouwer uiterlijk op de overeenkomstig de onderhavige verordening vastgestelde uiterste datum voor de indiening van een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten, toeslagrechten toegewezen heeft gekregen of heeft gekocht of ontvangen, worden de waarde en het aantal van de toeslagrechten die hij in eigendom heeft, als volgt herberekend:

a) het aantal toeslagrechten is gelijk aan het aantal toeslagrechten dat hij in eigendom heeft, verhoogd met het aantal hectaren dat overeenkomstig deel C van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 is vastgesteld;

b) de waarde wordt verkregen door de som van de waarde van de toeslagrechten die hij in eigendom heeft, en het referentiebedrag dat overeenkomstig deel C van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 is berekend, te delen door het overeenkomstig het bepaalde onder a) van het onderhavige lid vastgestelde aantal.

Bijzondere toeslagrechten worden bij de in dit lid bedoelde berekening niet in aanmerking genomen.

3.  Toeslagrechten die zijn verhuurd vóór de overeenkomstig deze verordening vastgestelde uiterste datum voor de indiening van een aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, worden in aanmerking genomen bij de in lid 2 bedoelde berekening.

Artikel 35

Regionale uitvoering

1.  Indien een lidstaat gebruik heeft gemaakt van de bij artikel 59 of artikel 71 septies van Verordening (EG) nr. 1782/2003 geboden mogelijkheid, of van artikel 47 of 58 van Verordening (EG) nr. 73/2009 artikel, ontvangt elke landbouwer een aantal toeslagrechten dat gelijk is aan het aantal nieuwe subsidiabele met wijnstokken beplante hectaren dat hij in zijn verzamelaanvraag in 2009 heeft aangegeven.

De waarde van de toeslagrechten wordt berekend op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

2.  In afwijking van lid 1 mogen de lidstaten, overeenkomstig deel C van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009, het aantal toeslagrechten per landbouwer vaststellen op basis van objectieve criteria.



Onderafdeling 2

Rooien

Artikel 36

Regionaal gemiddelde

Voor de bepaling van de waarde van de toeslagrechten op grond van deel B van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009, wordt het regionale gemiddelde door de lidstaten vastgesteld op het adequate territoriale niveau. Het wordt vastgesteld op een door de lidstaat te bepalen datum. Het kan jaarlijks worden herzien. Het wordt gebaseerd op de waarde van de in de betrokken regio aan de landbouwers toegewezen toeslagrechten. Het wordt niet per productiesector gedifferentieerd.



TITEL IV

SPECIFIEKE STEUN



HOOFDSTUK 1

Algemene voorschriften

Artikel 37

Subsidiabiliteit met betrekking tot specifieke steunmaatregelen

1.  De lidstaten stellen subsidiabiliteitscriteria voor specifieke steunmaatregelen vast in overeenstemming met het bij Verordening (EG) nr. 73/2009 ingestelde kader en de bij de onderhavige titel vastgestelde voorwaarden.

2.  De lidstaten leggen het bepaalde in deze titel, en met name in lid 1, ten uitvoer in overeenstemming met objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen.

Artikel 38

Samenhang en cumulatie van de steun

1.  De lidstaten zorgen voor samenhang tussen:

a) de specifieke steunmaatregelen en de in het kader van andere communautaire steuninstrumenten uitgevoerde maatregelen;

b) de verschillende specifieke steunmaatregelen;

c) de specifieke steunmaatregelen en de uit staatssteun gefinancierde maatregelen.

De lidstaten zorgen er met name voor dat specifieke steunmaatregelen geen belemmering vormen voor de goede werking van in het kader van andere communautaire steuninstrumenten uitgevoerde maatregelen of uit staatssteun gefinancierde steunmaatregelen van de staten.

2.  Wanneer steun op grond van een specifieke steunmaatregel ook mag worden verleend op grond van een maatregel in het kader van andere communautaire steuninstrumenten of op grond van een andere specifieke steunmaatregel, zorgen de lidstaten ervoor dat landbouwers voor een bepaalde actie slechts steun kunnen ontvangen op grond van één van deze maatregelen.

Artikel 39

Voorwaarden voor steunmaatregelen

1.  Specifieke steunmaatregelen zijn niet bedoeld ter compensatie van de nakoming van bindende verplichtingen en met name van de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie zoals vastgesteld in respectievelijk de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 73/2009 of andere in artikel 39, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde eisen.

2.  Specifieke steunmaatregelen zijn niet bestemd voor de financiering van belastingen.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de door hen uitgevoerde specifieke steunmaatregelen verifieerbaar en controleerbaar zijn.



HOOFDSTUK 2

Specifieke voorschriften

Artikel 40

Specifieke soorten landbouw die belangrijk zijn voor de bescherming of de verbetering van het milieu

De lidstaten stellen de specifieke soorten landbouw vast die belangrijk zijn voor de bescherming of de verbetering van het milieu en die op grond van artikel 68, lid 1, onder a), i), van Verordening (EG) nr. 73/2009 in aanmerking komen voor een jaarlijkse extra betaling. Deze specifieke soorten landbouw houden niet te verwaarlozen en meetbare milieuvoordelen in.

Artikel 41

Verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten

De in artikel 68, lid 1, onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde jaarlijkse extra betalingen voor de verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten maken het de landbouwers mogelijk:

a) te voldoen aan de voorwaarden voor toetreding tot voedselkwaliteitsregelingen zoals vastgesteld in de in artikel 68, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 73/2009 vermelde besluiten en in Verordening (EG) nr. 1898/2006 van de Commissie ( 20 ), Verordening (EG) nr. 1216/2007 van de Commissie ( 21 ), Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie ( 22 ) en Verordening (EG) nr. 114/2009 van de Commissie ( 23 ), of

b) toe te treden tot particuliere of nationale regelingen inzake certificering van de voedselkwaliteit.

Wordt de specifieke steun verleend voor de toepassing van de eerste alinea, onder b), dan zijn de voorwaarden van artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1974/2006 van de Commissie ( 24 ) van overeenkomstige toepassing.

Artikel 42

Verbetering van de afzet van landbouwproducten

1.  De in artikel 68, lid 1, onder a), iii), bedoelde jaarlijkse extra betalingen voor de verbetering van de afzet van landbouwproducten zetten landbouwers ertoe aan de afzet van hun landbouwproducten te verbeteren via een betere informatie over en/of bevordering van de kwaliteit of de kenmerken van hun producten of productiemethoden.

2.  De artikelen 4, 5 en 6 van en de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 501/2008 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 43

Toepassing van aangescherpte dierenwelzijnsnormen

1.  Bij de vaststelling van de subsidiabiliteitsvoorwaarden voor de in artikel 68, lid 1, onder a), iv), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde specifieke steun voor landbouwers die aangescherpte praktijken inzake dierenwelzijn toepassen, houden de lidstaten in voorkomend geval rekening met:

a) het houderijsysteem,

b) de omvang van het bedrijf in termen van dichtheid of aantal dieren en personele middelen, en

c) het bedrijfsbeheerssysteem.

2.  Aangescherpte praktijken inzake dierenwelzijn zijn praktijken die verder gaan dan de minimumeisen van de geldende communautaire en nationale wetgeving en met name van de in bijlage II, punt C, bij Verordening (EG) nr. 73/2009 genoemde besluiten. Deze praktijken kunnen de in artikel 27, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1974/2006 bedoelde strengere normen omvatten.

Artikel 44

Specifieke landbouwactiviteiten die meerwaarde voor het landbouwmilieu opleveren

1.  Bij de vaststelling van de subsidiabiliteitsvoorwaarden voor de in artikel 68, lid 1, onder a), v), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde specifieke steun voor landbouwers die specifieke landbouwactiviteiten uitoefenen die meerwaarde voor het landbouwmilieu opleveren, houden de lidstaten in voorkomend geval rekening met:

a) milieudoelstellingen in het gebied waar de maatregel zal worden toegepast, en

b) eventuele steun die reeds wordt toegekend in het kader van andere communautaire steuninstrumenten, andere specifieke steunmaatregelen of steunmaatregelen van de staten.

2.  Artikel 27, leden 2 tot en met 6, leden 8, 9 en 13, artikel 48 en artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1974/2006 zijn van overeenkomstige toepassing op specifieke steun voor landbouwers die specifieke landbouwactiviteiten uitoefenen die meerwaarde voor het landbouwmilieu opleveren.

3.  De Commissie gaat na of de door de lidstaten bij haar aangemelde voorgenomen specifieke steunmaatregelen voor landbouwers die specifieke landbouwactiviteiten uitoefenen die meerwaarde voor het landbouwmilieu opleveren, in overeenstemming zijn met Verordening (EG) nr. 73/2009 en de onderhavige verordening.

Is de Commissie van oordeel dat de voorgenomen maatregelen in overeenstemming zijn met de genoemde verordeningen, dan keurt zij de maatregelen binnen vier maanden na ontvangst van de overeenkomstig artikel 50, lid 3, van de onderhavige verordening verstrekte informatie goed op grond van artikel 68, lid 2, onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 73/2009.

Is de Commissie van oordeel dat de voorgenomen maatregelen niet in overeenstemming zijn met de genoemde verordeningen, dan verzoekt zij de lidstaat om de voorgenomen maatregelen dienovereenkomstig te herzien en ze bij de Commissie aan te melden. Zij keurt de maatregelen goed wanneer zij van oordeel is dat deze op passende wijze zijn herzien.

Artikel 45

Specifieke nadelen waarmee landbouwers in de sectoren zuivel, rund- en kalfsvlees, schapenvlees, geitenvlees en rijst worden geconfronteerd

1.  Bij de vaststelling van de subsidiabiliteitscriteria voor de in artikel 68, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde specifieke steun om de specifieke nadelen te verhelpen waarmee landbouwers in specifieke sectoren, die actief zijn in economisch of ecologisch kwetsbare gebieden, worden geconfronteerd, of, in diezelfde sectoren, voor economisch kwetsbare soorten landbouw, stellen de lidstaten de economisch en/of ecologisch kwetsbare soorten landbouw vast die in aanmerking komen voor steun, met name rekening houdend met de betrokken productiestructuren en -voorwaarden.

2.  De specifieke steun is niet gebaseerd op schommelingen van de marktprijzen en niet gelijk te stellen met een systeem van variabele inkomenstoeslag.

Artikel 46

Gebieden met herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma’s

1.  De subsidiabiliteitsvoorwaarden voor de in artikel 68, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde specifieke steunmaatregelen in gebieden met herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma’s om te voorkomen dat het land wordt verlaten, en/of om landbouwers te compenseren voor specifieke nadelen in die gebieden, hebben met name betrekking op:

a) de wijze waarop de individuele referentiebedragen voor voor steun in aanmerking komende landbouwers moeten worden vastgesteld, en

b) de herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma’s en/of de voorwaarden voor de goedkeuring daarvan.

2.  Wanneer een landbouwer die geen toeslagrechten heeft, de in lid 1 bedoelde steun aanvraagt, mag het aantal toeslagrechten dat hij ontvangt, het aantal hectaren waarover hij op dat tijdstip beschikt (in eigendom of gehuurd), niet overschrijden.

Wanneer een landbouwer die toeslagrechten heeft, de in lid 1 bedoelde steun aanvraagt, mag het aantal toeslagrechten dat hij ontvangt, het aantal hectaren waarover hij beschikt en waarvoor hij geen toeslagrechten heeft, niet overschrijden.

De waarde per eenheid van elk toeslagrecht dat de landbouwer reeds bezit, mag worden verhoogd.

De waarde van elk overeenkomstig het bepaalde in dit lid, met uitzondering van de derde alinea, ontvangen toeslagrecht wordt berekend door het door de lidstaat vastgestelde individuele referentiebedrag te delen door het aantal in de tweede alinea bedoelde toeslagrechten.

3.  De in artikel 131, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde verhoging van de in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling toegekende bedragen per hectare wordt vastgesteld door het referentiebedrag van de landbouwer te delen door het aantal voor betalingen in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling aangegeven subsidiabele hectaren.

4.  De lidstaten zien erop toe dat de specifieke nadelen voor landbouwers in gebieden met herstructurerings- en ontwikkelingsprogramma’s waarvoor de specifieke steun wordt verleend, niet worden gecompenseerd uit hoofde van andere bepalingen van deze programma’s voor hetzelfde doel.

Artikel 47

Oogst-, dier- en plantverzekering

1.  De lidstaten stellen de voorwaarden vast waaraan contracten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de in artikel 68, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde specifieke steun in de vorm van bijdragen aan oogst-, dier- en plantverzekeringspremies.

2.  De contracten omvatten:

a) de gedekte bijzondere risico’s,

b) de gedekte bijzondere economische verliezen, en

c) de verzekeringspremie, exclusief belastingen.

3.  De contracten dekken niet meer dan een jaarproductie. Bestrijkt de looptijd van een contract delen van twee kalenderjaren, dan zorgen de lidstaten ervoor dat geen dubbele compensatie voor hetzelfde contract wordt verleend.

4.  De lidstaten voorzien in regels voor de berekening van de verloren gegane jaarproductie van een landbouwer overeenkomstig artikel 70, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009.

5.  De landbouwer stelt de lidstaat jaarlijks in kennis van het nummer van zijn verzekeringspolis en verstrekt een kopie van het contract alsook een bewijs van betaling van de premie.

Artikel 48

Onderlinge fondsen voor dier- en plantenziekten en milieuongevallen

1.  De door de lidstaten overeenkomstig artikel 71, lid 9, van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde voorschriften voor onderlinge fondsen die in aanmerking kunnen komen voor financiële bijdragen voor dier- en plantenziekten en milieuongevallen als bedoeld in artikel 68, lid 1, onder e), van die verordening, omvatten met name:

a) de voorwaarden voor de financiering van het onderlinge fonds,

b) de uitbraken van dier- of plantenziekten of milieuongevallen die aanleiding kunnen geven tot de betaling van vergoedingen aan landbouwers, inclusief in voorkomend geval het geografische toepassingsgebied,

c) de criteria om te beoordelen of een bepaalde gebeurtenis aanleiding geeft tot de betaling van vergoedingen aan landbouwers,

d) de methoden voor de berekening van de extra kosten die economische verliezen in de zin van artikel 71, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 73/2009 vormen,

e) de berekening van de in artikel 71, lid 6, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde administratieve kosten,

f) eventuele beperkingen van de voor een financiële bijdrage in aanmerking komende kosten overeenkomstig artikel 71, lid 7, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 73/2009,

g) een procedure voor de accreditering van een bepaald onderling fonds naar nationaal recht,

h) procedurevoorschriften, en

i) de conformiteitsaudits en audits met betrekking tot de goedkeuring van de rekeningen waaraan het onderlinge fonds na accreditering wordt onderworpen.

2.  Wanneer de uit het onderlinge fonds te betalen vergoeding wordt gefinancierd uit een commerciële lening, bedraagt de looptijd van de lening minimaal één jaar en maximaal 5 jaar.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat hun landbouwgemeenschappen in kennis worden gesteld van:

a) alle geaccrediteerde onderlinge fondsen,

b) de voorwaarden voor lidmaatschap van een bepaald onderling fonds, en

c) de financieringsvoorschriften van het onderlinge fonds.

Artikel 49

Financiële bepalingen voor specifieke steunmaatregelen

1.  De in artikel 69, lid 6, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde bedragen zijn vastgesteld in bijlage III bij de onderhavige verordening.

2.  Voor de toepassing van artikel 69, lid 7, vierde alinea, van Verordening (EG) nr. 73/2009 kunnen de lidstaten vanaf 2010 uiterlijk op 1 augustus van elk kalenderjaar verzoeken om een herziening van de in lid 1 van dit artikel bedoelde bedragen wanneer het overeenkomstig artikel 69, lid 7, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 73/2009 voor het betrokken begrotingsjaar berekende bedrag meer dan 20 % afwijkt van het in bijlage III bij de onderhavige verordening vastgestelde bedrag.

De door de Commissie herziene bedragen gelden vanaf het kalenderjaar volgende op dat van het verzoek.



TITEL V

KENNISGEVINGEN EN SLOTBEPALINGEN



HOOFDSTUK 1

Kennisgevingen

Artikel 50

Kennisgeving van besluiten

1.  Lidstaten die gebruikmaken van de bij artikel 28, leden 1 en 2, artikel 38, artikel 41, leden 2 tot en met 5, artikel 45, leden 1 en 3, artikel 46, leden 1 en 3, artikel 47, leden 1 tot en met 4, de artikelen 48 en 49, artikel 51, lid 1, en artikel 67 van Verordening (EG) nr. 73/2009 of artikel 11, lid 2, van de onderhavige verordening geboden mogelijkheid, stellen de Commissie in kennis van alle gegevens van het besluit, alsmede de motivering en de objectieve criteria waarop het besluit om de desbetreffende mogelijkheid toe te passen is gebaseerd, en wel:

a) voor besluiten die gelden voor 2010, binnen twee weken na:

i) de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, of

ii) de datum waarop het besluit is genomen als deze datum na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening valt, en

b) uiterlijk 1 augustus 2010 in de overige gevallen.

Lidstaten die een nieuw besluit inzake de gebruikmaking van de bij artikel 41, leden 2 tot en met 5, van Verordening (EG) nr. 73/2009 geboden mogelijkheden nemen, stellen de Commissie in kennis van alle gegevens van het besluit, alsmede de motivering en de objectieve criteria waarop het besluit om de desbetreffende mogelijkheid toe te passen is gebaseerd, en wel binnen twee weken na de datum waarop het besluit is genomen.

2.  Wanneer een nieuwe lidstaat voornemens is de toepassing van de regeling inzake een enkele areaalbetaling te beëindigen overeenkomstig artikel 122, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009, stelt hij de Commissie uiterlijk op 1 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling, in kennis van alle gegevens over de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling, inclusief de bij artikel 55, lid 3, artikel 57, leden 3 tot en met 6, artikel 59, lid 3, en artikel 61 van die verordening geboden mogelijkheden, en van de objectieve criteria waarop de besluiten berusten.

3.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het eerste toepassingsjaar in kennis van elke door hen geplande specifieke steunmaatregel.

De inhoud van de informatie wordt overeenkomstig deel A van bijlage IV verstrekt, behalve voor specifieke steunmaatregelen voor specifieke landbouwactiviteiten die meerwaarde voor het landbouwmilieu opleveren, waarvoor de inhoud van de informatie overeenkomstig deel B van die bijlage wordt verstrekt.

Artikel 51

Statistieken en verslagen

De lidstaten delen aan de hand van het door de Commissie aan hen beschikbaar gestelde formulier langs elektronische weg de volgende informatie aan de Commissie mee:

1. uiterlijk op 1 september van het betrokken jaar:

a) het totale aantal aanvragen dat in het kader van de bedrijfstoeslagregeling voor het lopende jaar is ingediend, samen met het overeenkomstige totale bedrag van de toeslagrechten en het totale aantal daarmee gepaard gaande subsidiabele hectaren; in geval van regionale uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling worden deze gegevens naar regio uitgesplitst. Voor het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling worden de gegevens gebaseerd op de voorlopige toeslagrechten;

b) indien de maatregelen op grond van artikel 68 van Verordening (EG) nr. 73/2009 worden toegepast, delen de lidstaten voor elk van de betrokken maatregelen en, in voorkomend geval, sectoren het totale bedrag van de steun mee die voor het lopende jaar is aangevraagd;

2. uiterlijk op 1 mei van het volgende jaar, voor het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling dezelfde informatie als bedoeld in punt 1, onder a), maar dan op basis van de definitieve toeslagrechten;

3. uiterlijk op 15 september van het volgende jaar:

a) de totale waarde van de bestaande toeslagrechten, al dan niet in het gegeven jaar geactiveerd, en het aantal voor activering vereiste hectaren. De informatie wordt uitgesplitst naar soort toeslagrechten en, bij regionale uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling, naar regio;

b) definitieve gegevens over het totale aantal voor het voorgaande jaar aanvaarde aanvragen in het kader van de bedrijfstoeslagregeling en het overeenkomstige totale bedrag van de betalingen die zijn verleend, in voorkomend geval na toepassing van de in de artikelen 7 en 9, artikel 11, leden 1 en 2, en de artikelen 21, 22 en 23 van Verordening (EG) nr. 73/2009 vermelde maatregelen, alsmede de totale som van de per 31 december van het voorgaande jaar in de nationale reserve resterende bedragen en het totale aantal daarmee gepaard gaande subsidiabele hectaren; in geval van regionale uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling worden deze gegevens naar regio uitgesplitst;

c) wat artikel 68 van Verordening (EG) nr. 73/2009 betreft, voor het voorgaande jaar het totale aantal begunstigden en het bedrag van de betalingen die per maatregel en in voorkomend geval per sector zijn verleend, en

d) het door de lidstaten aan de Commissie toe te zenden jaarverslag over de tenuitvoerlegging van artikel 71 van Verordening (EG) nr. 73/2009 met daarin de informatie die in bijlage V bij de onderhavige verordening wordt vermeld;

4. uiterlijk op 1 oktober 2012 een verslag over de in 2009, 2010 en 2011 uitgevoerde specifieke steunmaatregelen, de impact ervan op de doelstellingen en eventueel ondervonden problemen.



HOOFDSTUK 2

Slotbepalingen

Artikel 52

Intrekking

De Verordeningen (EG) nr. 795/2004 en (EG) nr. 639/2009 worden ingetrokken.

Zij blijven evenwel van toepassing voor steunaanvragen betreffende de premieperioden die vóór 1 januari 2010 ingaan.

Artikel 53

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2010, met uitzondering van artikel 11, lid 2, en artikel 50, lid 1, onder a), welke van toepassing zijn vanaf de inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE I

Lijst van akkerbouwgewassen als bedoeld in artikel 2, onder c)



GN-code

Omschrijving

I.  GRANEN

1001 10 00

Durumtarwe

1001 90

Tarwe en mengkoren andere dan durumtarwe

1002 00 00

Rogge

1003 00

Gerst

1004 00 00

Haver

1005

Mais

1007 00

Graansorgho

1008

Boekweit, gierst (andere dan sorgho) en kanariezaad; andere granen

0709 90 60

Suikermais

II.  OLIEHOUDENDE ZADEN

1201 00

Sojabonen

ex12 05 00

Raapzaad

ex120600 10

Zonnebloempitten

III.  EIWITHOUDENDE GEWASSEN

0713 10

Erwten

0713 50

Paarden- en duivenbonen

ex120929 50

Niet-bittere lupinen

IV.  VLAS

ex12 04 00

Lijnzaad (Linum usitatissimum L.)

ex530110 00

Vlas, ruw of geroot, geteeld voor vezels (Linum usitatissimum L.)

V.  HENNEP

ex530210 00

Hennep, ruw of geroot, geteeld voor vezels (Cannabis sativa L.)




BIJLAGE II

Data als bedoeld in artikel 11, lid 1



Lidstaat en regio’s

Datum

Spanje: Castilla-La Mancha

1 juni

Spanje: Aragón, Asturias, Baleares, Cantabria, Castilla y León, Cataluña, Galicia, Madrid, Murcia, País Vasco, la Rioja, Comunidad Valenciana

1 juli

Spanje: Andalucía

1 september

Spanje: Extremadura

15 september

Spanje: Navarra

15 augustus

Frankrijk: Aquitaine, Midi-Pyrénées en Languedoc-Roussillon

1 juli

Frankrijk: Alsace, Auvergne, Bourgogne, Bretagne, Centre, Champagne-Ardenne, Corse, Franche-Comté, Île-de-France, Limousin, Lorraine, Nord-Pas-de-Calais, Basse-Normandie, Haute-Normandie, Pays-de-la-Loire (met uitzondering van de departementen Loire-Atlantique en Vendée), Picardie, Poitou-Charentes, Provence-Alpes-Côte-d’Azur en Rhône-Alpes

15 juli

Frankrijk: de departementen Loire-Atlantique en Vendée

15 oktober

Oostenrijk

30 juni




BIJLAGE III

Overeenkomstig artikel 69, lid 6, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 berekende bedragen als bedoeld in artikel 49, lid 1



(in miljoen EUR)

België

8,6

▼M3

Denemarken

23,25

▼B

Duitsland

42,6

Ierland

23,9

Griekenland

74,3

Spanje

144,4

Frankrijk

97,4

Italië

144,9

Luxemburg

0,8

Malta

0,1

Nederland

31,7

Oostenrijk

11,9

Portugal

21,7

▼M3

Finland

6,19

Slovenië

3,52

▼B

Zweden

13,9

Verenigd Koninkrijk

42,8




BIJLAGE IV

Ingevolge artikel 50, lid 3, aan de Commissie te verstrekken informatie

DEEL A

Voor alle specifieke steunmaatregelen, behalve voor maatregelen voor specifieke landbouwactiviteiten die meerwaarde voor het landbouwmilieu opleveren, omvat de informatie:

a) de titel van elke maatregel met verwijzing naar de betrokken bepaling van artikel 68, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009;

b) een beschrijving van elke maatregel, met ten minste de volgende gegevens:

i) de betrokken sectoren,

ii) de looptijd,

iii) de doelstellingen,

iv) de geldende subsidiabiliteitsvoorwaarden,

v) een indicatief steunniveau,

vi) het voor de maatregel vastgestelde totaalbedrag,

vii) de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de begrotingsmaxima, en

viii) de financieringsbron;

c) eventuele bestaande maatregelen die worden uitgevoerd in het kader van andere communautaire steunregelingen of andere uit nationale middelen gefinancierde steunmaatregelen in hetzelfde gebied of dezelfde sector als de specifieke steunmaatregel en in voorkomend geval de afbakening daarvan;

d) in voorkomend geval een beschrijving van:

i) de in artikel 68, lid 1, onder a), i), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde specifieke soorten landbouw die belangrijk zijn voor de bescherming of de verbetering van het milieu;

ii) de in artikel 68, lid 1, onder a), iv), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde aangescherpte dierenwelzijnsnormen;

iii) de in artikel 68, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde economisch of ecologisch kwetsbare gebieden en/of de economisch kwetsbare soorten landbouw, alsook de in artikel 68, lid 3, van die verordening bedoelde huidige productie;

iv) de in artikel 68, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma’s.

DEEL B

Voor specifieke steunmaatregelen voor specifieke landbouwactiviteiten die meerwaarde voor het landbouwmilieu opleveren, omvat de informatie:

a) de titel van de maatregel;

b) het geografische toepassingsgebied van de maatregel;

c) een beschrijving van de voorgenomen maatregel en de verwachte milieugevolgen met betrekking tot de milieubehoeften en -prioriteiten, en specifieke verifieerbare doelstellingen;

d) de beweegredenen voor de steunverlening, de reikwijdte en de acties, de indicatoren, de gekwantificeerde streefwaarden en in voorkomend geval de begunstigden;

e) de criteria en administratieve voorschriften die garanderen dat acties niet tevens uit andere communautaire steunregelingen worden gefinancierd;

f) het in artikel 48, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1974/2006 bedoelde bewijs, zodat de Commissie kan controleren of de berekeningen coherent en aannemelijk zijn;

g) een gedetailleerde beschrijving van de nationale uitvoering van de in bijlage II, deel A, punt 5.3.2.1, bij Verordening (EG) nr. 1974/2006 bedoelde minimumeisen inzake het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en andere relevante dwingende eisen;

h) een beschrijving van de methodologie en de als referentiepunt gebruikte agronomische veronderstellingen en parameters (inclusief een beschrijving van de voor elk specifiek type van verbintenis relevante basiseisen zoals vastgesteld in artikel 39, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1698/2005) die worden toegepast bij de berekeningen ter rechtvaardiging van: a) de extra kosten en b) de gederfde inkomsten die het gevolg zijn van de aangegane verbintenis; waar dat relevant is, moet in het kader van die methodologie rekening worden gehouden met de uit hoofde van Verordening (EG) nr. 73/2009 toegekende steun; in voorkomend geval, de omrekeningsmethode die overeenkomstig artikel 27, lid 9, van Verordening (EG) nr. 1974/2006 voor andere eenheden wordt gebruikt;

i) de steunbedragen;

j) in voorkomend geval, de in bijlage II, deel A, punt 5.3.2.1.4, vijfde en zesde streepje, bij Verordening (EG) nr. 1974/2006 bedoelde informatie.




BIJLAGE V

In het in artikel 51, lid 3, onder d), bedoelde jaarverslag over onderlinge fondsen op te nemen informatie

De te verstrekken informatie omvat:

a) een lijst van geaccrediteerde onderlinge fondsen en het aantal aangesloten landbouwers per fonds;

b) in voorkomend geval, de administratieve kosten voor de oprichting van nieuwe onderlinge fondsen;

c) de bron van financiering overeenkomstig artikel 69, lid 6, onder a) of c), van Verordening (EG) nr. 73/2009 en in voorkomend geval het bedrag van de toegepaste lineaire verlaging en de betrokken betalingen;

d) per geaccrediteerd fonds, de soorten vergoede economische verliezen, uitgesplitst naar oorzaak in de zin van artikel 71, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009;

e) per geaccrediteerd fonds, het aantal landbouwers dat een vergoeding heeft ontvangen, uitgesplitst naar soort economisch verlies en naar oorzaak in de zin van artikel 71, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009;

f) de uitgaven van elk geaccrediteerd fonds, uitgesplitst naar soort economisch verlies;

g) het percentage en het bedrag dat door elk fonds is betaald in de vorm van de in artikel 71, lid 7, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde financiële bijdrage, en

h) de bij de tenuitvoerlegging van de specifieke steunmaatregel betreffende onderlinge fondsen opgedane ervaring.



( 1 ) PB L 30 van 31.1.2009, blz. 16.

( 2 ) PB L 141 van 30.4.2004, blz. 1.

( 3 ) PB L 191 van 23.7.2009, blz. 17.

( 4 ) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1.

( 5 ) PB L 3 van 5.1.2008, blz. 1.

( 6 ) PB L 147 van 6.6.2008, blz. 3.

( 7 ) PB L 215 van 30.7.1992, blz. 85.

( 8 ) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80.

( 9 ) PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1.

( 10 ) PB L 38 van 12.2.2000, blz. 1.

( 11 ) PB L 93 van 31.3.2006, blz. 1.

( 12 ) PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.

( 13 ) PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1.

( 14 ) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

( 15 ) PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

( 16 ) Zie bladzijde 65 van dit Publicatieblad.

( 17 ) PB L 193 van 20.7.2002, blz. 1.

( 18 ) PB L 193 van 20.7.2002, blz. 74.

( 19 ) PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1.

( 20 ) PB L 369 van 23.12.2006, blz. 1.

( 21 ) PB L 275 van 19.10.2007, blz. 3.

( 22 ) PB L 250 van 18.9.2008, blz. 1.

( 23 ) PB L 38 van 7.2.2009, blz. 26.

( 24 ) PB L 368 van 23.12.2006, blz. 15.

Top