EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02009R0595-20200901

Consolidated text: Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/595/2020-09-01

02009R0595 — NL — 01.09.2020 — 004.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

►M3  VERORDENING (EG) Nr. 595/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 18 juni 2009

betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG ◄

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 188 van 18.7.2009, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

 M1

VERORDENING (EU) Nr. 582/2011 VAN DE COMMISSIE van 25 mei 2011

  L 167

1

25.6.2011

►M2

VERORDENING (EU) Nr. 133/2014 VAN DE COMMISSIE van 31 januari 2014

  L 47

1

18.2.2014

►M3

VERORDENING (EU) 2018/858 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2018

  L 151

1

14.6.2018

►M4

VERORDENING (EU) 2019/1242 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 juni 2019

  L 198

202

25.7.2019


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 200, 31.7.2009, blz.  52 (595/2009)




▼B

▼M3

VERORDENING (EG) Nr. 595/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 18 juni 2009

betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG

▼B

(Voor de EER relevante tekst)



Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt gemeenschappelijke technische voorschriften vast voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen, motoren en vervangingsonderdelen wat hun emissies betreft.

▼M3

Voorts stelt deze verordening voorschriften vast voor de conformiteit van voertuigen en motoren tijdens het gebruik, de duurzaamheid van emissiebeperkingssystemen, boorddiagnosesystemen (OBD-systemen) van een voertuig en de meting van het brandstofverbruik en CO2-emissies.

▼B

Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op motorvoertuigen van de categorieën M1, M2, N1 en N2, zoals gedefinieerd in bijlage II bij Richtlijn 2007/46/EG, met een referentiemassa van meer dan 2 610  kg en op alle motorvoertuigen van de categorieën M3 en N3, zoals gedefinieerd in die bijlage. ►M4  Zij is, voor de toepassing van de artikelen 5 bis, 5 ter en 5 quater, tevens van toepassing op voertuigen van de categorieën O3 en O4. ◄

Deze verordening geldt onverminderd artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 715/2007.

Op verzoek van de fabrikant wordt de typegoedkeuring die krachtens deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan is verleend voor een voltooid voertuig uitgebreid tot het onvoltooide voertuig met een referentiemassa van niet meer dan 2 610  kg. De typegoedkeuring wordt uitgebreid als de fabrikant kan aantonen dat alle koetswerkcombinaties die naar verwachting op het onvoltooide voertuig zullen worden aangebracht de referentiemassa van het voertuig vergroten tot boven 2 610  kg.

Op verzoek van de fabrikant wordt de typegoedkeuring die krachtens deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan voor een voertuig is verleend uitgebreid tot varianten en versies ervan met een referentiemassa van meer dan 2 380  kg, mits dit voertuig ook voldoet aan de eisen in verband met de meting van uitgestoten broeikasgassen en brandstofverbruik die worden vastgesteld in Verordening (EG) nr. 715/2007 en de maatregelen ter uitvoering daarvan.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„motor” : de aandrijvingsbron van een voertuig waarvoor typegoedkeuring als technische eenheid, zoals omschreven in punt 25 van artikel 3 van Richtlijn 2007/46/EG, kan worden verleend;

2.

„verontreinigende gassen” : de als uitlaatgassen uitgestoten koolmonoxide, stikstofoxiden, uitgedrukt in NO2-equivalent, en koolwaterstoffen;

3.

„verontreinigende deeltjes” : de bestanddelen van de uitlaatgassen die bij een maximumtemperatuur van 325 K (52 °C) uit het verdunde uitlaatgas worden verwijderd door middel van de filters zoals beschreven in de testprocedure voor de controle van de gemiddelde uitlaatemissies;

4.

„uitlaatemissies” : de emissies van verontreinigende gassen en deeltjes;

5.

„motorcarter” : de ruimten in of buiten de motor die met het oliecarter zijn verbonden door in- of uitwendige verbindingen waaruit gassen en dampen kunnen ontsnappen;

6.

„systeem voor verontreinigingsbeheersing” : de onderdelen van een voertuig die de uitlaatemissies regelen en/of beperken;

7.

„boorddiagnosesysteem(OBD)” : een systeem in een voertuig of verbonden met een motor dat storingen kan herkennen en, indien van toepassing, daarvan via een alarmsysteem melding kan maken, door middel van in een computergeheugen opgeslagen informatie kan aangeven in welk gebied de storing waarschijnlijk is opgetreden, en de mogelijkheid biedt deze gegevens buiten het voertuig te lezen;

8.

„manipulatiestrategie” : een emissiebeheersingsstrategie die de doelmatigheid van de emissiebeheersingssystemen vermindert onder omgevings- of motorbedrijfsomstandigheden die hetzij bij een normaal gebruik van het voertuig, hetzij buiten de testprocedures van de typegoedkeuring optreden;

9.

„origineel systeem voor verontreinigingsbeheersing” : een systeem voor verontreinigingsbeheersing of samenstel van dergelijke systemen dat onder de voor het betrokken voertuig verleende typegoedkeuring valt;

10.

„vervangingssysteem voor verontreinigingsbeheersing” : een systeem voor verontreinigingsbeheersing of samenstel van dergelijke systemen dat bedoeld is ter vervanging van een origineel systeem voor verontreinigingsbeheersing en dat kan worden goedgekeurd als technische eenheid zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 25, van Richtlijn 2007/46/EG;

▼M3 —————

▼B

12.

„fabrikant” : persoon of instantie die tegenover de goedkeuringsinstantie verantwoordelijk is voor alle aspecten van de typegoedkeurings- en vergunningsprocedure en die instaat voor overeenstemming van de productie. Het is niet noodzakelijk dat deze persoon of instantie rechtstreeks betrokken is bij alle fasen van de bouw van het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid onderworpen aan de goedkeuringsprocedure;

▼M3 —————

▼B

14.

„voertuig dat op alternatieve brandstof rijdt” : een voertuig dat qua ontwerp geschikt is om op ten minste één soort brandstof te rijden die ofwel bij atmosferische temperatuur en druk gasvormig is, ofwel in substantiële mate van niet-minerale oliën is afgeleid;

15.

„referentiemassa” : de massa van het voertuig in rijklare toestand, verminderd met een massa van 75 kg voor de bestuurder en vermeerderd met een massa van 100 kg;

16.

„manipulatie” : het onwerkzaam maken, aanpassen of wijzigen van het emissiebeheersing- of aandrijfsysteem van het voertuig, met inbegrip van software of andere onderdelen voor logische besturing van deze systemen, met als al dan niet bedoeld gevolg dat de emissieprestaties van het voertuig slechter worden.

De Commissie kan de in punt 7 van de eerste alinea bedoelde definitie aanpassen om aan te sluiten bij de technische vooruitgang in OBD-systemen. Die maatregel, die beoogt niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 4

Verplichtingen van de fabrikanten

1.  De fabrikanten tonen aan dat voor alle nieuwe voertuigen die in de Gemeenschap verkocht, geregistreerd of in het verkeer gebracht worden, voor alle nieuwe motoren die in de Gemeenschap verkocht of in gebruik genomen worden en voor alle nieuwe vervangingssystemen voor verontreinigingsbeheersing waarvoor overeenkomstig artikel 8 en artikel 9 typegoedkeuring nodig is en die in de Gemeenschap verkocht of in gebruik genomen worden, typegoedkeuring is verleend overeenkomstig deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan.

2.  De fabrikanten zien erop toe dat de typegoedkeuringsprocedures voor de controle van de overeenstemming van de productie, de duurzaamheid van de systemen voor verontreinigingsbeheersing en de overeenstemming tijdens het gebruik worden nageleefd.

De door de fabrikant genomen technische maatregelen waarborgen dat de uitlaatemissies overeenkomstig deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan gedurende de hele normale levensduur van de voertuigen onder normale gebruiksomstandigheden effectief worden beperkt.

De afgelegde afstand en de periode waarna de duurzaamheid van de systemen voor verontreinigingsbeheersing en de overeenstemming van in gebruik zijnde voertuigen of motoren in het kader van de typegoedkeuring moeten worden getest, zijn als volgt:

a) 

160 000  km of, indien dit eerder is, vijf jaar, voor motoren die in voertuigen van de categorieën M1, N1 en M2 worden ingebouwd;

b) 

300 000  km of, indien dit eerder is, zes jaar, voor motoren die in voertuigen van de categorieën N2, N3 met een maximale technisch toelaatbare massa van ten hoogste 16 t en M3, klasse I, klasse II en klasse A, alsmede klasse B met een maximale technisch toelaatbare massa van ten hoogste 7,5 t, worden ingebouwd;

c) 

700 000  km of, indien dit eerder is, zeven jaar, voor motoren die in voertuigen van de categorieën N3 met een maximale technisch toelaatbare massa van meer dan 16 t en M3, klasse III en klasse B met een maximale technisch toelaatbare massa van meer dan 7,5 t, worden ingebouwd.

3.  De Commissie stelt specifieke procedures en voorschriften voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel vast. Die maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden aangenomen volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 5

Voorschriften en tests

1.  De fabrikanten zorgen ervoor dat de emissiegrenswaarden in bijlage I worden nageleefd.

2.  De fabrikanten rusten hun voertuigen en motoren zo uit dat de onderdelen die van invloed kunnen zijn op de emissies zodanig ontworpen, geconstrueerd en gemonteerd zijn dat de motor of het voertuig onder normale gebruiksomstandigheden kan voldoen aan deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan.

3.  Het gebruik van manipulatiestrategieën die de doelmatigheid van de emissiebeheersingssystemen verminderen, is verboden.

4.  De Commissie stelt maatregelen voor de uitvoering van dit artikel vast, onder meer maatregelen met betrekking tot:

a) 

uitlaatemissies, met inbegrip van: testcycli, het gebruik van draagbare emissiemeetsystemen voor de controle van de werkelijk bij gebruik veroorzaakte emissies, de controle en beperking van emissies buiten de cyclus, de vaststelling van grenswaarden voor het deeltjesaantal met inachtneming van de bestaande ambitieuze milieueisen, en emissies bij stationair toerental;

b) 

motorcarteremissies;

c) 

OBD-systemen en de prestaties van systemen voor verontreinigingsbeheersing tijdens het gebruik;

d) 

de duurzaamheid van systemen voor verontreinigingsbeheersing en vervangingssystemen voor verontreinigingsbeheersing, de overeenstemming van in gebruik zijnde motoren en voertuigen, de overeenstemming van de productie en de verkeerswaardigheid;

e) 

CO2-emissies en brandstofverbruik;

f) 

uitbreiding van typegoedkeuringen;

g) 

testapparatuur;

h) 

referentiebrandstoffen zoals benzine, diesel, gasvormige brandstoffen en biobrandstoffen, zoals bio-ethanol, biodiesel en biogas;

i) 

meting van het motorvermogen;

j) 

correcte werking en regeneratie van emissiebeheersingssystemen;

k) 

specifieke bepalingen om de correcte werking van de NOx-beheersingsmaatregelen te garanderen; dergelijke bepalingen zorgen ervoor dat voertuigen niet kunnen werken als de maatregelen ter beperking van NOx onwerkzaam zijn, bijvoorbeeld als gevolg van het ontbreken van een noodzakelijk reagens of een verkeerde of uitgeschakelde uitlaatgasrecirculatiestroom (EGR).

Die maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼M4

Artikel 5 bis

Specifieke vereisten voor fabrikanten met betrekking tot de milieuprestaties van voertuigen van de categorieën M2, M3, N2, N3, O3 en O4

1.  De fabrikanten zorgen ervoor dat alle nieuwe voertuigen van de categorieën O3 en O4 die verkocht, geregistreerd of in het verkeer gebracht worden aan de volgende vereisten voldoen:

a) 

de invloed van deze voertuigen op de CO2-emissies, het brandstofverbruik, elektriciteitsverbruik en het nulemissiebereik van motorvoertuigen wordt bepaald in overeenstemming met de in artikel 5 quater, onder a), bedoelde methodologie;

b) 

zij zijn uitgerust met boordapparatuur voor de monitoring en registratie van de belasting in overeenstemming met de in artikel 5 quater, onder b), bedoelde vereisten.

2.  De fabrikanten zorgen ervoor dat nieuwe voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3 die verkocht, geregistreerd of in het verkeer gebracht worden zijn uitgerust met boordapparatuur voor de monitoring en registratie van het brandstof- en/of energieverbruik, de belasting en afgelegde afstand in overeenstemming met de in artikel 5 quater, onder b), bedoelde vereisten.

Zij zorgen er tevens voor dat het nulemissiebereik en het elektriciteitsverbruik van deze voertuigen wordt bepaald in overeenstemming met de in artikel 5 quater, onder c), bedoelde methodologie;

Artikel 5 ter

Specifieke vereisten voor lidstaten met betrekking tot de milieuprestaties van voertuigen van de categorieën M2, M3, N2, N3, O3 en O4

1.  In overeenstemming met de in artikel 5 quater vermelde uitvoeringsmaatregelen weigeren de nationale autoriteiten EG-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring te verlenen voor nieuwe voertuigen van de categorieën M2, M3, N2, N3, O3 en O4 die niet voldoen aan de in deze uitvoeringsmaatregelen vastgelegde vereisten.

2.  In overeenstemming met de in artikel 5 quater vermelde uitvoeringsmaatregelen verbieden de nationale autoriteiten de verkoop, registratie of het in het verkeer brengen van nieuwe voertuigen van de categorieën M2, M3, N2, N3, O3 en O4 die niet voldoen aan de in deze uitvoeringsmaatregelen vastgelegde vereisten.

Artikel 5 quater

Maatregelen voor de vaststelling van bepaalde aspecten van de milieuprestatie van voertuigen van de categorieën M2, M3, N2, N3, O3 en O4

Uiterlijk op 31 december 2021 stelt de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen, de volgende maatregelen vast:

a) 

een methodologie ter beoordeling van de prestaties van voertuigen van de categorieën O3 en O4 wat betreft hun invloed op CO2-emissies, brandstofverbruik, elektriciteitsverbruik en nulemissiebereik van motorvoertuigen;

b) 

technische voorschriften voor de uitrusting met boordapparatuur voor de monitoring en registratie van het brandstof- en/of energieverbruik en de afgelegde afstand van motorvoertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3, en voor de vaststelling en registratie van de belasting of het totale gewicht van voertuigen die voldoen aan de kenmerken als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, eerste alinea, onder a), b), c) of d), van Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) en van de combinatie hiervan met voertuigen van de categorieën O3 en O4, met inbegrip van, indien noodzakelijk, de uitwisseling van gegevens tussen voertuigen binnen een combinatie;

c) 

een methodologie voor de vaststelling van nulemissiebereik en het elektriciteitsverbruik van voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3.

Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bis bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

▼M3 —————

▼B

Artikel 7

Verplichtingen met betrekking tot systemen die met een verbruiksreagens werken

1.  Systemen die met een verbruiksreagens werken mogen door de fabrikanten, reparateurs en gebruikers van de voertuigen niet worden gemanipuleerd.

2.  De gebruikers van voertuigen rijden niet met het voertuig zonder verbruiksreagens.

Artikel 8

Tijdschema voor de toepassing van de typegoedkeuring van voertuigen en motoren

1.  Met ingang van 31 december 2012 weigeren de nationale autoriteiten om redenen die verband houden met de emissies de EG-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring van nieuwe voertuig- of motortypen die niet aan deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan voldoen.

Typegoedkeuringscertificaten krachtens eerdere emissiefasen dan Euro VI mogen worden verleend voor voertuigen en motoren die naar derde landen worden uitgevoerd, op voorwaarde dat op die certificaten duidelijk is vermeld dat de voertuigen en motoren in kwestie niet in de Gemeenschap in de handel mogen worden gebracht.

2.  Met ingang van 31 december 2013 beschouwen de nationale autoriteiten certificaten van overeenstemming van nieuwe voertuigen die niet aan deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan voldoen, als niet meer geldig voor de toepassing van artikel 26 van Richtlijn 2007/46/EG en verbieden zij de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van dergelijke voertuigen om redenen die verband houden met de emissies.

Met ingang van diezelfde datum en behalve in het geval van vervangingsmotoren voor in gebruik zijnde voertuigen verbieden de nationale autoriteiten de verkoop of het gebruik van nieuwe motoren die niet aan deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan voldoen.

3.  Onverminderd de leden 1 en 2 van dit artikel en afhankelijk van de inwerkingtreding van de in artikel 4, lid 3, in artikel 5, lid 4, en in artikel 6, lid 2, eerste alinea, bedoelde uitvoeringsmaatregelen mogen de nationale autoriteiten, om redenen die verband houden met de emissies, niet weigeren EG-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring te verlenen voor een nieuw voertuig- of motortype en mogen zij de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van een nieuw voertuig en de verkoop of het gebruik van nieuwe motoren niet verbieden, indien dat voertuig of die motoren aan deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan voldoen.

Artikel 9

Verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de typegoedkeuring van vervangingsonderdelen

De verkoop of montage op een voertuig van nieuwe vervangingssystemen voor verontreinigingsbeheersing die bestemd zijn om te worden gemonteerd op krachtens deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan goedgekeurde voertuigen, is verboden indien zij niet van een type zijn waarvoor overeenkomstig deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan typegoedkeuring is verleend.

Artikel 10

Financiële stimulansen

1.  Afhankelijk van de inwerkingtreding van de uitvoeringsmaatregelen bij deze verordening kunnen de lidstaten voorzien in financiële stimulansen voor in serie geproduceerde motorvoertuigen die aan deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan voldoen.

Deze stimulansen gelden voor alle nieuwe voertuigen die in de desbetreffende lidstaat in de handel worden gebracht en aan deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan voldoen. Zij lopen echter uiterlijk op 31 december 2013 af.

2.  Afhankelijk van de inwerkingtreding van de uitvoeringsmaatregelen bij deze verordening kunnen de lidstaten financiële stimulansen toekennen om ervoor te zorgen dat reeds in gebruik zijnde voertuigen voldoen aan de in bijlage I vastgestelde emissiegrenswaarden en dat voertuigen die niet aan deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan voldoen, worden gesloopt.

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde financiële stimulansen bedragen voor elk type motorvoertuig niet meer dan de extra kosten voor de technische apparatuur waarmee aan de in bijlage I vermelde emissiegrenswaarden wordt voldaan, inclusief de kosten van de montage op het voertuig.

4.  De Commissie wordt in kennis gesteld van plannen om de in de leden 1 en 2 bedoelde financiële stimulansen in te voeren of te wijzigen.

Artikel 11

Sancties

1.  De lidstaten stellen de sancties vast die bij overtreding van deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan worden opgelegd en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden toegepast. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en ontmoedigend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 7 februari 2011 in kennis van de desbetreffende bepalingen en stellen haar onverwijld in kennis van eventuele latere wijzigingen.

2.  Fabrikanten wordt in ieder geval een sanctie opgelegd als zij:

a) 

valse verklaringen afleggen tijdens goedkeuringsprocedures of procedures die tot herroeping leiden;

b) 

testresultaten voor typegoedkeuring of overeenstemming tijdens het gebruik vervalsen;

c) 

gegevens of technische specificaties achterhouden die tot herroeping of intrekking van een typegoedkeuring kunnen leiden;

d) 

manipulatiestrategieën gebruiken.

▼M3 —————

▼B

Fabrikanten, reparateurs en gebruikers van voertuigen wordt in ieder geval een sanctie opgelegd als zij systemen voor beheersing van de emissie van NOx manipuleren. Dit geldt bijvoorbeeld voor manipulatie van systemen die met een verbruiksreagens werken.

Gebruikers van de voertuigen wordt in ieder geval een sanctie opgelegd als zij met het voertuig rijden zonder verbruiksreagens.

Artikel 12

Herziening van de specificaties

1.  Na de afronding van de relevante onderdelen van het deeltjesmeetprogramma van de VN/ECE, dat wordt uitgevoerd onder leiding van het Wereldforum voor de harmonisatie van voertuigreglementen, zal de Commissie, zonder het niveau van milieubescherming in de Gemeenschap te verlagen:

a) 

als extra controle op de emissie van deeltjes op deeltjesaantal gebaseerde grenswaarden invoeren die zijn vastgesteld op een niveau dat is afgestemd op de technologieën die op dat ogenblik effectief gebruikt worden om te voldoen aan de begrenzing voor deeltjes massa;

b) 

een meetprocedure voor het deeltjesaantal vaststellen.

Ook zal de Commissie, zonder het niveau van milieubescherming in de Gemeenschap te verlagen, indien nodig een grenswaarde voor NO2-emissie vaststellen naast de grenswaarde voor de totale NOx-emissie. De grenswaarde voor NO2-emissie wordt vastgesteld op een niveau dat is afgestemd op de prestaties van de op dat tijdstip bestaande technologieën.

Die maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

2.  De Commissie zal correlatiefactoren vaststellen tussen de Europese transiënte cyclus (ETC) en de Europese stationaire cyclus (ESC) zoals beschreven in Richtlijn 2005/55/EG, en de wereldwijd geharmoniseerde transiënte rijcyclus (WHTC) en de wereldwijd geharmoniseerde stationaire rijcyclus (WHSC), en de grenswaarden dienovereenkomstig aanpassen. Die maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3.  De Commissie beoordeelt regelmatig de procedures, tests en voorschriften zoals bedoeld in artikel 5, lid 4, evenals de testcycli voor het meten van emissies.

Blijkt bij deze beoordeling dat deze niet langer adequaat zijn of niet langer de echte emissies weerspiegelen, dan worden zij aangepast teneinde adequaat de emissies bij reëel rijden op de weg te weerspiegelen. Die maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

4.  De Commissie beoordeelt regelmatig de in artikel 3, punt 2, genoemde verontreinigende stoffen. Indien de Commissie concludeert dat het nodig is de emissies van additionele verontreinigende stoffen te reguleren, dan dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel tot wijziging van deze verordening in.

Artikel 13

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het technisch comité motorvoertuigen (TCMV), vastgesteld bij artikel 40, lid 1, van Richtlijn 2007/46/EG.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

▼M4

Artikel 13 bis

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ) ingestelde technisch comité motorvoertuigen. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit punt wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.  Indien het comité geen advies uitbrengt, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

▼B

Artikel 14

Uitvoering

Uiterlijk op 1 april 2010 stelt de Commissie de in artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 4, artikel 6, lid 2 en artikel 12, lid 1, onder a) en b), bedoelde uitvoeringsmaatregelen vast.

Artikel 15

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 715/2007

Verordening (EG) nr. 715/2007 wordt als volgt gewijzigd:

1) 

Artikel 5, lid 3, wordt als volgt gewijzigd:

i) 

na punt h) wordt het woord „en” geschrapt;

ii) 

het volgende punt wordt toegevoegd:

„j) 

het meten van het motorvermogen.”.

2) 

Artikel 14, lid 6, wordt geschrapt.

Artikel 16

Wijzigingen van Richtlijn 2007/46/EG

De bijlagen IV, VI en XI bij Richtlijn 2007/46/EG worden overeenkomstig bijlage II bij deze verordening gewijzigd.

Artikel 17

Intrekking

1.  Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG worden ingetrokken met ingang van 31 december 2013.

2.  Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 18

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

►C1  Zij is van toepassing met ingang van 31 december 2012. ◄ Artikel 8, lid 3, en artikel 10 zijn echter van toepassing met ingang van 7 augustus 2009, en de punten 1 a) i), 1 b) i), 2 a), 3 a) i), 3 b) i), 3 c) i), 3 d) i) en 3 e) i) van bijlage II zijn van toepassing met ingang van 31 december 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

▼M2




BIJLAGE I



Euro VI-emissiegrenswaarden

 

Grenswaarden

CO

(mg/kWh)

THC

(mg/kWh)

NMHC

(mg/kWh)

CH4

(mg/kWh)

NOX (1)

(mg/kWh)

NH3

(ppm)

Deeltjesmassa

(mg/kWh)

Deeltjesaantal

(#/kWh)

WHSC (CI)

1 500

130

 

 

400

10

10

8,0 × 1011

WHTC (CI)

4 000

160

 

 

460

10

10

6,0 × 1011

WHTC (PI)

4 000

 

160

500

460

10

10

 (2)6,0 × 1011

(1)   Het toelaatbare niveau van de NO2-component in de NOx-grenswaarde kan in een later stadium worden bepaald.

(2)   Deze grenswaarde is van toepassing vanaf de data die vermeld zijn in tabel 1, rij B, van aanhangsel 9 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 582/2011.

Opmerking:

PI = elektrische ontsteking

CI = compressieontsteking

▼B




BIJLAGE II

Wijzigingen van Richtlijn 2007/46/EG

Richtlijn 2007/46/EG wordt hierbij als volgt gewijzigd:

1) 

Bijlage IV, deel I, wordt als volgt gewijzigd:

a) 

de tabel wordt als volgt gewijzigd:

i) 

de punten 40 en 41 worden geschrapt;

ii) 

het volgende punt wordt ingevoegd:



Onderwerp

Regelgeving

Publicatieblad

Van toepassing op

M1

M2

M3

N1

N2

N3

O1

O2

O3

O4

„41 bis  Emissies (Euro VI) van zware bedrijfsvoertuigen/ toegang tot informatie

Verordening (EG) nr. 595/2009

PB L 188, 18.7.2009, p. 1

X12

X12

X

X12

X12

X”

 

 

 

 

iii) 

de volgende noot wordt toegevoegd:

„(12) Voor voertuigen met een referentiemassa van meer dan 2 610  kg waarvoor geen typegoedkeuring is verleend (op verzoek van de fabrikant en op voorwaarde dat hun massa niet meer dan 2 840  kg bedraagt) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 715/2007.”;

b) 

in het aanhangsel wordt de tabel als volgt gewijzigd:

i) 

de punten 40 en 41 worden geschrapt;

ii) 

het volgende punt wordt ingevoegd:



 

Onderwerp

Regelgeving

Publicatieblad

M1

„41 bis

Emissies (Euro VI) van zware bedrijfsvoertuigen, met uitzondering van de voorschriften inzake boorddiagnose (OBD) en toegang tot informatie/toegang tot informatie

Verordening (EG) nr. 595/2009

PB L 188, 18.7.2009, p. 1

A”

2) 

In het aanhangsel van bijlage VI wordt de tabel als volgt gewijzigd:

a) 

de punten 40 en 41 worden geschrapt;

b) 

het volgende punt wordt ingevoegd:



Onderwerp

Regelgeving

Gewijzigd bij

Te gebruiken voor versies

„41 bis  Emissies (Euro VI) van zware bedrijfsvoertuigen/toegang tot informatie

Verordening (EG) nr. 595/2009”

 

 

3) 

Bijlage XI wordt als volgt gewijzigd:

a) 

in aanhangsel 1 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

i) 

de punten 40 en 41 worden geschrapt;

ii) 

het volgende punt wordt ingevoegd:



Nummer

Onderwerp

Regelgeving

M1 ≤ 2 500 (1) kg

M1 > 2 500 (1) kg

M2

M3

„41 bis

Emissies (Euro VI) van zware bedrijfsvoertuigen/ toegang tot informatie

Verordening (EG) nr. 595/2009

G + H

G + H

G + H

G + H”

b) 

in aanhangsel 2 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

i) 

de punten 40 en 41 worden geschrapt;

ii) 

het volgende punt wordt ingevoegd:



Nummer

Onderwerp

Regelgeving

M1

M2

M3

N1

N2

N3

O1

O2

O3

O4

„41 bis

Emissies (Euro VI) van zware bedrijfsvoertuigen/ toegang tot informatie

Verordening (EG) nr. 595/2009

X

X

X

X

X

X”

 

 

 

 

c) 

in aanhangsel 3 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

i) 

de punten 40 en 41 worden geschrapt;

ii) 

het volgende punt wordt ingevoegd:



Nummer

Onderwerp

Regelgeving

M1

„41 bis

Emissies (Euro VI) van zware bedrijfsvoertuigen/toegang tot informatie

Verordening (EG) nr. 595/2009

X”

d) 

in aanhangsel 4 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

i) 

de punten 40 en 41 worden geschrapt;

ii) 

het volgende punt wordt ingevoegd:



Nummer

Onderwerp

Regelgeving

M2

M3

N1

N2

N3

O1

O2

O3

O4

„41 bis

Emissies (Euro VI) van zware bedrijfsvoertuigen/ toegang tot informatie

Verordening (EG) nr. 595/2009

H

H

H

H

H”

 

 

 

 

e) 

in aanhangsel 5 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

i) 

de punten 40 en 41 worden geschrapt;

ii) 

het volgende punt wordt ingevoegd:



Nummer

Onderwerp

Regelgeving

Mobiele kraan van categorie N3

„41 bis

Emissies (Euro VI) van zware bedrijfsvoertuigen/toegang tot informatie

Verordening (EG) nr. 595/2009

V”



( 1 ) Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 202).

( 2 ) Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).

Top