EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02004L0042-20101210

Consolidated text: Richtlijn 2004/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen, en tot wijziging van Richtlijn 1999/13/EG

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2004/42/2010-12-10

02004L0042 — NL — 10.12.2010 — 003.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

RICHTLIJN 2004/42/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 21 april 2004

inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen, en tot wijziging van Richtlijn 1999/13/EG

(PB L 143 van 30.4.2004, blz. 87)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

VERORDENING (EG) Nr. 1137/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 22 oktober 2008

  L 311

1

21.11.2008

►M2

RICHTLIJN 2008/112/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Voor de EER relevante tekst van 16 december 2008

  L 345

68

23.12.2008

►M3

RICHTLIJN 2010/79/EU VAN DE COMMISSIE van 19 november 2010

  L 304

18

20.11.2010




▼B

RICHTLIJN 2004/42/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 21 april 2004

inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen, en tot wijziging van Richtlijn 1999/13/EG



Artikel 1

Doel en werkingssfeer

1.  Deze richtlijn is erop gericht het totaalgehalte van VOS in bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen te beperken ter voorkoming of vermindering van luchtverontreiniging ten gevolge van de bijdrage van VOS aan de vorming van troposferische ozon.

2.  Ter verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstelling strekt deze richtlijn tot onderlinge aanpassing van de technische specificaties voor bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen.

3.  Deze richtlijn is van toepassing op de in bijlage I genoemde producten.

4.  Deze richtlijn doet geen afbreuk aan op communautair of nationaal niveau genomen maatregelen, waaronder etiketteringsvereisten, ter bescherming van de gezondheid van consumenten en werknemers en hun arbeidsmilieu.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1.

bevoegde autoriteiten : de autoriteiten of organen die krachtens de wettelijke bepalingen van de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de uit deze richtlijn voortvloeiende taken;

2.

stoffen : chemische elementen en hun verbindingen die in de natuur voorkomen of door de industrie worden geproduceerd, in vaste of vloeibare of gasvorm;

3.

►M2  mengsel ◄ : een mengsel of oplossing, bestaande uit twee of meer stoffen;

4.

organische verbinding : een verbinding die ten minste het element koolstof bevat en daarnaast één of meer van de volgende elementen: waterstof, zuurstof, zwavel, fosfor, silicium, stikstof of halogeen met uitzondering van koolstofoxiden en anorganische carbonaten en bicarbonaten;

5.

vluchtige organische stof (VOS) : een organische verbinding met een beginkookpunt van 250 °C of lager, gemeten bij een standaarddruk van 101,3 kPa;

6.

VOS-gehalte : de massa van vluchtige organische stoffen uitgedrukt in gram/liter (g/l) bij de bereiding van het product in gebruiksklare vorm. De massa van vluchtige organische stoffen in een bepaald product die, tijdens het drogen, door een chemische reactie deel gaan uitmaken van de coating, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van het VOS-gehalte;

7.

oplosmiddel : een VOS die alleen of in combinatie met andere agentia wordt gebruikt om grondstoffen, producten of afvalmaterialen op te lossen of te verdunnen, of als schoonmaakmiddel om verontreinigingen op te lossen, dan wel als dispergeermiddel, om de viscositeit aan te passen, om de oppervlaktespanning aan te passen, als weekmaker of als conserveermiddel;

8.

coating : een ►M2  mengsel ◄ , met inbegrip van alle voor een juist gebruik benodigde organische oplosmiddelen of ►M2  mengsel  ◄ die organische oplosmiddelen bevatten, dat wordt gebruikt om op een oppervlak een film met decoratief, beschermend of ander functioneel effect te bereiken;

9.

film : een continue laag ten gevolge van het opbrengen van één of meer coatings op een ondergrond;

10.

watergedragen coating (WG) : coating waarvan de viscositeit door middel van water wordt aangepast;

11.

solventgedragen coating (SG) : coating waarvan de viscositeit door middel van een oplosmiddel wordt aangepast;

12.

in de handel brengen : het al dan niet tegen betaling beschikbaar stellen aan derden. Voor de toepassing van deze richtlijn wordt invoer in het douanegebied van de Gemeenschap ook beschouwd als in de handel brengen.

Artikel 3

Vereisten

1.  De lidstaten zien erop toe dat op hun grondgebied de in bijlage I genoemde producten na de in bijlage II aangegeven data uitsluitend in de handel worden gebracht indien zij een VOS-gehalte hebben dat de in bijlage II genoemde grenswaarden niet overschrijdt, en aan artikel 4 voldoen.

Om na te gaan of voldaan is aan de in bijlage II opgenomen grenswaarden voor het VOS-gehalte, worden de in bijlage III genoemde analytische methoden gebruikt.

Voor in bijlage I genoemde producten waaraan oplosmiddelen of andere bestanddelen die oplosmiddelen bevatten, moeten worden toegevoegd om het product gebruiksklaar te maken, gelden de in bijlage II genoemde grenswaarden voor het VOS-gehalte van het product in gebruiksklare vorm.

2.  In afwijking van lid 1 stellen de lidstaten producten die worden verkocht om uitsluitend te worden gebruikt bij een door Richtlijn 1999/13/EG bestreken activiteit die wordt verricht in een installatie waarvoor registratie heeft plaatsgevonden of een vergunning is verleend overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van die richtlijn, vrij van de verplichting om aan de bovengenoemde eisen te voldoen.

3.  Ten behoeve van de restauratie en het onderhoud van gebouwen en klassieke voertuigen die door de bevoegde autoriteiten als van bijzonder historisch en cultureel belang zijn aangemerkt, kunnen de lidstaten individuele vergunningen afgeven voor de aan- en verkoop van strikt beperkte hoeveelheden producten die niet voldoen aan de in bijlage II opgenomen grenswaarden voor het VOS-gehalte.

4.  De onder de werkingssfeer van deze richtlijn vallende producten die kennelijk vóór de in bijlage II opgenomen data zijn geproduceerd en niet aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden voldoen, mogen gedurende 12 maanden na de datum waarop het vereiste voor het betrokken product van kracht wordt, in de handel worden gebracht.

Artikel 4

Etikettering

De lidstaten zien erop toe dat de in bijlage I genoemde producten met een etiket in de handel worden gebracht. Op het etiket staan vermeld:

a) de subcategorie van het product en de betrokken VOS-grenswaarden in g/l als bedoeld in bijlage II;

b) het maximale VOS-gehalte in g/l van het product in gebruiksklare vorm.

Artikel 5

Bevoegde instantie

De lidstaten wijzen een bevoegde instantie aan die verantwoordelijk is voor de naleving van de in deze richtlijn neergelegde verplichtingen en stellen de Commissie uiterlijk 30 april 2005 daarvan in kennis.

Artikel 6

Monitoring

De lidstaten zetten een monitoringprogramma op om na te gaan of aan de richtlijn wordt voldaan.

Artikel 7

Rapportage

De lidstaten brengen verslag uit over de resultaten van het monitoringprogramma, om aan te tonen dat de richtlijn wordt nageleefd, en over de categorieën en hoeveelheden producten waarvoor overeenkomstig artikel 3, lid 3, een vergunning is afgegeven. De eerste twee verslagen worden bij de Commissie ingediend 18 maanden na de data voor naleving van de in bijlage II vermelde VOS-grenswaarden; vervolgens wordt om de vijf jaar een verslag ingediend. De Commissie ontwikkelt vooraf volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure een gemeenschappelijk formaat voor de indiening van de monitoringgegevens. De jaarlijkse gegevens worden de Commissie desgevraagd ter beschikking gesteld.

Artikel 8

Vrij verkeer

Het is de lidstaten niet toegestaan om op de onder deze richtlijn vallende gronden, het in de handel brengen van onder deze richtlijn vallende producten die in hun gebruiksklare vorm aan de vereisten van deze richtlijn voldoen, te verbieden, te beperken of te verhinderen.

Artikel 9

Evaluatie

De Commissie wordt verzocht bij het Europees Parlement en de Raad:

1. uiterlijk in 2008 een verslag in te dienen over de resultaten van de evaluatie als bedoeld in artikel 10 van Richtlijn 2001/81/EG. In dit verslag wordt het volgende onderzocht:

a) de ruimte en het potentieel om het VOS-gehalte van producten die buiten de werkingssfeer van deze richtlijn vallen, te verlagen, met inbegrip van aërosols voor verven en vernissen;

b) een eventuele verdere vermindering (fase II) van het VOS-gehalte van producten voor het overspuiten van voertuigen;

c) elk nieuw element dat verband houdt met de sociaal-economische gevolgen van de toepassing van fase II zoals voorzien voor verven en vernissen.

2. uiterlijk 30 maanden na de data voor implementatie van de VOS-grenswaarden van bijlage II fase II een verslag in te dienen waarin met name rekening wordt gehouden met de verslagen als bedoeld in artikel 7 en met alle technische ontwikkelingen bij de vervaardiging van verven, vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen. In dit verslag worden de ruimte en het potentieel onderzocht om het VOS-gehalte van producten die binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen, nog verder te verlagen, onder meer door eventueel onderscheid te maken tussen verven voor binnen- en buitendecoratie in subcategorieën d) en e) van bijlagen I, punt 1.1, en bijlage II.A.

Deze verslagen gaan, in voorkomend geval, vergezeld van voorstellen tot wijziging van deze richtlijn.

Artikel 10

Sancties

De lidstaten stellen voorschriften vast met betrekking tot de sancties die van toepassing zijn bij inbreuken op de op grond van deze richtlijn aangenomen nationale bepalingen en treffen de nodige maatregelen voor de uitvoering ervan. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten delen deze bepalingen uiterlijk op 30 oktober 2005 aan de Commissie mee en stellen haar onverwijld in kennis van eventuele latere wijzigingen.

▼M1

Artikel 11

Aanpassing aan de technische vooruitgang

De Commissie past bijlage III aan aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼B

Artikel 12

Comité

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 13 van Richtlijn 1999/13/EG van de Raad ingestelde comité, hierna het „comité” genoemd.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

▼M1

3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

▼B

Artikel 13

Wijziging van Richtlijn 1999/13/EG

1.  Richtlijn 1999/13/EG wordt als volgt gewijzigd:

in het hoofdstuk „overspuiten van voertuigen” van bijlage I wordt het streepje geschrapt dat als volgt luidt:

„— het aanbrengen van een laklaag op wegvoertuigen, zoals gedefinieerd in Richtlijn 70/156/EEG, of een deel daarvan, als onderdeel van de reparatie, de bescherming of de decoratie van voertuigen buiten de fabriek, of”.

2.  Onverminderd lid 1, kunnen de lidstaten nationale maatregelen handhaven of invoeren voor de controle van emissies van activiteiten voor het overspuiten van voertuigen die uit de werkingssfeer van Richtlijn 1999/13/EG zijn geschrapt.

Artikel 14

Omzetting

1.  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden omuiterlijk op 30 oktober 2005 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen, alsmede een transponeringstabel, waarin wordt aangegeven in welke nationale bepalingen de bepalingen van deze richtlijn zijn verwerkt.

Artikel 15

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 16

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.




BIJLAGE I

TOEPASSINGSGEBIED

1.

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder verven en vernissen verstaan de in onderstaande subcategorieën genoemde producten, met uitsluiting van aërosols. Het betreft coatings voor gebouwen, houtwerk en bijbehorende structuren bestemde coatings met een decoratief, functioneel en beschermend effect.

1.1.

Subcategorieën:

a)

Matte coatings voor wanden en plafonds : op wanden en plafonds aan te brengen coatings met een glansgraad van ≤ 25@60°.

b)

Glanzende coatings voor wanden en plafonds : op wanden en plafonds aan te brengen coatings met een glansgraad van > 25@60°.

c)

Coatings voor buitenmuren met minerale ondergrond : op gemetselde, bakstenen of gepleisterde buitenmuren aan te brengen coatings.

d)

Hout-, metaal- of kunststofverven voor binnen- en buitendecoratie en voor interieur- en gevelbekleding : voor decoratie en bekleding bestemde coatings die een ondoorzichtige film vormen. Deze coatings zijn ontworpen voor een ondergrond van hout, metaal of kunststof. Deze subcategorie omvat grondlagen en tussencoatings.

e)

Vernissen en beitsen voor houtwerk binnen en buiten : op houtwerk aan te brengen coatings die een transparante of semi-transparante film vormen voor de decoratie en de bescherming van hout, metaal en kunststof. Tot deze subcategorie behoren dekkende houtbeitsen. Dekkende houtbeitsen zijn coatings die een ondoorzichtige film vormen voor de decoratie en de bescherming van hout tegen verwering, als gedefinieerd in EN 927-1, semi-stabiele categorie.

f)

Houtbeitsen met minimale laagdikte : houtbeitsen die, in overeenstemming met EN 927-1:1996, een gemiddelde dikte van minder dan 5μm hebben, wanneer zij volgens methode 5A van ISO 2808: 1997 worden beproefd.

g)

Primers : coatings met afdichtende en/of blokkerende eigenschappen voor hout of muren en plafonds.

h)

Hechtprimers : coatings voor het stabiliseren van losse deeltjes van de ondergrond, voor het waterafstotend maken en/of voor het beschermen van hout tegen het verblauwen.

i)

Eencomponentscoatings : op filmvormend materiaal gebaseerde performance coatings, ontworpen voor toepassingen waaraan bijzondere eisen worden gesteld, zoals primerlaag en aflak voor kunststof, primerlaag voor ijzerhoudende ondergrond, primerlaag voor reactieve metalen als zink en aluminium, roestwerende aflakken, vloerbekledingen, inclusief houten en betonvloeren, antigraffiticoatings, vlamvertragende coatings en normen in verband met hygiëne in de levensmiddelen- en drankenindustrie of in de gezondheidszorg.

j)

Tweecomponentencoatings : coatings met dezelfde gebruiksdoeleinden als eencomponentscoatings, waaraan vóór het aanbrengen evenwel een tweede component (bijvoorbeeld tertiaire aminen) wordt toegevoegd.

k)

Meerkleurige coatings : coatings waarmee reeds bij de eerste laag een twee- of meerkleurig effect wordt verkregen.

l)

Coatings met decoratief effect : coatings waarmee op specifiek voorbereide en voorgeverfde ondergronden of grondlagen bijzondere esthetische effecten worden verkregen en die tijdens het drogen met verschillende gereedschappen worden bewerkt.

2.

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder producten voor het overspuiten van voertuigen verstaan de in onderstaande subcategorieën genoemde producten. Zij worden gebruikt op wegvoertuigen, als gedefinieerd in Richtlijn 70/156/EEG, of, ten dele, voor de reparatie, de bescherming of de decoratie van voertuigen buiten de fabriek.

2.1.

Subcategorieën:

a)

Voorbehandeling en reiniging :

producten voor het langs mechanische of chemische weg verwijderen van oude coatings en roest, of om een hechtende ondergrond voor nieuwe coatings te verkrijgen.

i) Voorbehandelingsproducten: onder meer spuitpistoolreinigingsmiddelen (producten voor het schoonmaken van spuitpistolen en ander materiaal), afbijtmiddelen, ontvettingsmiddelen (inclusief antistatische middelen voor kunststof) en afbijtmiddelen voor siliconen.

ii) Voorreinigers: reinigingsproducten voor het verwijderen van oppervlakteverontreinigingen tijdens de voorbereiding van en vóór het aanbrengen van coatings.

b)

Vulmiddelen en plamuur/stopmiddelen : zware materialen die worden aangebracht om, vóór het aanbrengen van surfacer/vulmiddel, diepe oneffenheden in het oppervlak op te vullen.

c)

Primers :

op blank metaal of op bestaande aflakken aan te brengen coatings ter bescherming tegen corrosie, die vóór de primer surfacer worden aangebracht.

i) Surfacer/vulmiddel: vóór de aflak aan te brengen coating ter bescherming tegen corrosie, ter bevordering van de hechting van de aflak en ter bevordering van een gelijkmatige afwerking door de opvulling van kleine oneffenheden in het oppervlak.

ii) Algemene metaalprimers: als primer aan te brengen coatings, zoals hechtingsbevorderende producten, sealers, surfacers, tussenlagen, kunststofprimers, „nat-op-nat”, niet-schuurbare vulmiddelen en verspuitbare vulmiddelen.

iii) Washprimers: coatings die ten minste 0,5 % in gewicht aan fosforzuur bevatten en direct op blank metaal worden aangebracht ter bescherming tegen corrosie en ter verbetering van de hechting; coatings die als lasbare primer worden gebruikt; beitsmiddelen voor gegalvaniseerde en zinken oppervlakten.

d)

Aflakken :

enkellaags of meerlaags aan te brengen gepigmenteerde coatings die voor glans en duurzaamheid zorgen. Hiertoe behoren alle betrokken producten, zoals grondlagen en doorzichtige lagen:

i) Grondlagen: gepigmenteerde coatings die de kleur en het gewenste optische effect bepalen, maar niet de glans en de oppervlakteweerstand van de coatings.

ii) Doorzichtige lagen: transparante lagen die de uiteindelijke glans en weerstand van het coatingsysteem bepalen.

e)

Speciale aflakken : als aflak aan te brengen coatings met bijzondere eigenschappen, zoals metaal- of pareleffect met één enkele laag, performante lagen in unikleur en doorzichtige lagen (bijvoorbeeld krasbestendige en gefluoreerde doorzichtige laag), reflecterende grondlagen, aflakken met gestructureerd oppervlak (bijvoorbeeld gehamerd), anti-slipcoatings, waterafstotende coatings voor de onderkant van de carrosserie, coatings die beschermen tegen steenslag, aflakken voor binnenafwerking; en aërosols.




BIJLAGE II



A.  MAXIMALE GRENSWAARDEN VOOR HET VOS-GEHALTE VAN VERVEN EN VERNISSEN

 

Productsubcategorie

Type

Fase I (g/l (1))

(vanaf 1.1.2007)

Fase II (g/l (1))

(vanaf 1.1.2010)

a

Matte coatings voor wanden en plafonds (glans ≤ 25@60°)

WG

75

30

SG

400

30

b

Glanzende coatings voor wanden en plafonds (glans > 25@60°)

WG

150

100

SG

400

100

c

Buitenmuren met minerale ondergrond

WG

75

40

SG

450

430

d

Hout- en metaalverven voor binnen- en buitendecoratie en voor interieur- en gevelbekleding

WG

150

130

SG

400

300

e

Vernissen en houtbeitsen voor houtwerk binnen en buiten, inclusief dekkende houtbeitsen

WG

150

130

SG

500

400

f

Houtbeitsen met minimale laagdikte voor binnen en buiten

WG

150

130

SG

700

700

g

Primers

WG

50

30

SG

450

350

h

Hechtprimers

WG

50

30

SG

750

750

i

Performante eencomponentscoatings

WG

140

140

SG

600

500

j

Performante tweecomponenten-coatings voor specifiek eindgebruik zoals vloeren

WG

140

140

SG

550

500

k

Meerkleurige coatings

WG

150

100

SG

400

100

l

Coatings met decoratief effect

WG

300

200

SG

500

200

(*1)   g/l gebruiksklaar product



B.  MAXIMALE GRENSWAARDEN VOOR HET VOS-GEHALTE VAN PRODUCTEN VOOR HET OVERSPUITEN VAN VOERTUIGEN

 

Productsubcategorie

Coatings

VOS g/l (1)

(1.1.2007)

a

Voorbehandeling en reiniging

Voorbehandeling

850

Oppervlaktereinigers

200

b

Plamuur/stopmiddelen

Alle types

250

c

Primers

Surfacer/vulmiddel en algemene (metaal-)primers

540

Washprimers

780

d

Aflakken

Alle types

420

e

Speciale aflakken

Alle types

840

(*1)   g/l gebruiksklaar product. Met uitzondering van subcategorie a) moet het watergehalte van het gebruiksklare product buiten beschouwing worden gelaten.

▼M3




BIJLAGE III

IN ARTIKEL 3, LID 1, BEDOELDE METHODEN

Toegelaten methode voor producten met een VOS-gehalte dat lager is dan 15 % (m/m), wanneer er geen reactieve verdunningsmiddelen aanwezig zijn:



Parameter

Eenheid

Test

Methode

Datum bekendmaking

VOS-gehalte

g/l

ISO 11890-2

2006

Toegelaten methoden voor producten met een VOS-gehalte dat gelijk is aan of hoger is dan 15 % (m/m), wanneer er geen reactieve verdunningsmiddelen aanwezig zijn



Parameter

Eenheid

Test

Methode

Datum bekendmaking

VOS-gehalte

g/l

ISO 11890-1

2007

VOS-gehalte

g/l

ISO 11890-2

2006

Toegelaten methode voor producten met een VOS-gehalte wanneer er reactieve verdunningsmiddelen aanwezig zijn



Parameter

Eenheid

Test

Methode

Datum bekendmaking

VOS-gehalte

g/l

ASTMD 2369

2003



( 1 ) PB C 220 van 16.9.2003, blz. 43.

( 2 ) Advies van het Europees Parlement van 25 september 2003 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 7 januari 2004 (PB C 79 E van 30.3.2004, blz. 1) en standpunt van het Europees Parlement van 30 maart 2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

( 3 ) PB L 309 van 27.11.2001, blz. 22.

( 4 ) PB L 85 van 29.3.1999, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

( 5 ) PB L 42 van 23.2.1970, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2004/3/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 49 van 19.2.2004, blz. 36).

( 6 ) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

Top