Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02003L0098-20130717

Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/98/2013-07-17

2003L0098 — NL — 17.07.2013 — 001.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

RICHTLIJN 2003/98/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 17 november 2003

inzake het hergebruik van overheidsinformatie

(PB L 345, 31.12.2003, p.90)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

RICHTLIJN 2013/37/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Voor de EER relevante tekst van 26 juni 2013

  L 175

1

27.6.2013




▼B

RICHTLIJN 2003/98/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 17 november 2003

inzake het hergebruik van overheidsinformatie



HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité ( 2 ),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's ( 3 ),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag ( 4 ),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Verdrag voorziet in de totstandbrenging van een interne markt en een stelsel waarmee vervalsing van de mededinging op de interne markt wordt voorkomen. De harmonisatie van de voorschriften en praktijken in de lidstaten inzake de exploitatie van overheidsinformatie draagt bij tot het bereiken van deze doelstellingen.

(2)

De ontwikkeling van een informatie- en kennismaatschappij is van invloed op het leven van elke burger in de Gemeenschap, omdat hierdoor onder meer nieuwe manieren van toegang tot en verwerving van kennis worden geboden.

(3)

Digitale inhoud speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling. De productie van inhoud heeft in de afgelopen jaren veel nieuwe arbeidsplaatsen opgeleverd en kan dat ook in de toekomst blijven doen. De meeste van deze arbeidsplaatsen ontstaan in kleine, nieuwe ondernemingen.

(4)

De overheid verzamelt, produceert, vermenigvuldigt en verspreidt een breed scala van informatie op vele gebieden waarop zij actief is, zoals sociale, economische en geografische informatie, meteorologische informatie, toeristische informatie, informatie over bedrijven, octrooi-informatie en onderwijsinformatie.

(5)

Een van de belangrijkste doelstellingen van de totstandbrenging van een interne markt is het scheppen van voorwaarden die de ontwikkeling van de gehele Gemeenschap bestrijkende diensten bevorderen. Overheidsinformatie vormt een belangrijke grondstof voor digitale informatieproducten en -diensten en zal een nog belangrijkere hulpbron worden voor de ontwikkeling van draadloze informatiediensten. In dit verband is een ruime, grensoverschrijdende dekking eveneens van wezenlijk belang. Ruimere mogelijkheden voor het hergebruik van overheidsinformatie zullen Europese ondernemingen onder meer in staat stellen om de mogelijkheden ervan te benutten en bij te dragen tot economische groei en het scheppen van werkgelegenheid.

(6)

De verschillen tussen de voorschriften en praktijken in de lidstaten ten aanzien van de exploitatie van overheidsinformatie zijn aanzienlijk, waardoor de volledige exploitatie van het economische potentieel van deze essentiële bron van informatie wordt belemmerd. De traditie van overheidsinstanties met betrekking tot het gebruik van overheidsinformatie heeft zich zeer verschillend ontwikkeld. Hiermee dient rekening te worden gehouden. Een minimum aan harmonisatie van nationale voorschriften en praktijken inzake het hergebruik van overheidsdocumenten is noodzakelijk in gevallen waarin de verschillen tussen nationale regelingen en praktijken of het gebrek aan duidelijkheid een belemmering vormen voor de soepele werking van de interne markt en de voorspoedige ontwikkeling van de informatiemaatschappij in de Gemeenschap.

(7)

Voorts zouden nationale wetgevingsactiviteiten waartoe een aantal lidstaten naar aanleiding van de technologische uitdagingen al het initiatief heeft genomen, zonder een minimum aan harmonisatie op het niveau van de Gemeenschap tot aanmerkelijke verschillen kunnen leiden. Het effect van dergelijke verschillen en onzekerheden op het gebied van de wetgeving zal nog duidelijker worden naarmate de informatiemaatschappij, die nu al tot een sterke toename van de grensoverschrijdende exploitatie van informatie heeft geleid, zich verder ontwikkelt.

(8)

Een algemeen kader voor de voorwaarden voor het hergebruik van overheidsdocumenten is noodzakelijk om te zorgen voor eerlijke, evenredige en niet-discriminerende voorwaarden voor het hergebruik van dergelijk informatie. Openbare lichamen verzamelen, produceren, vermenigvuldigen en verspreiden documenten om hun openbare taak te vervullen. Gebruik van deze documenten om andere redenen is hergebruik. Het beleid van de lidstaten kan verder gaan dan de in deze richtlijn vastgestelde minimumvoorschriften en kan derhalve een uitgebreider hergebruik mogelijk maken.

(9)

Deze richtlijn houdt niet de verplichting in het hergebruik van documenten toe te staan. De betrokken lidstaten of openbare lichamen blijven verantwoordelijk voor het besluit om hergebruik al dan niet toe te staan. Deze richtlijn moet van toepassing zijn op documenten die voor hergebruik toegankelijk zijn wanneer openbare lichamen voor informatie licenties verlenen of informatie verkopen, verspreiden, uitwisselen of verstrekken. Om kruissubsidiëring te voorkomen omvat hergebruik tevens het verdere gebruik van documenten binnen de eigen organisatie voor activiteiten die buiten de openbare taak vallen. Activiteiten die niet onder de openbare taak vallen, betreffen in de regel het verstrekken van documenten die uitsluitend worden geproduceerd en gefactureerd op een commerciële basis en in concurrentie met anderen op de markt. De definitie van „document” wordt niet geacht computerprogramma's te bestrijken. De richtlijn bouwt voort op de bestaande toegangsregelingen in de lidstaten en houdt geen wijziging van de nationale regels voor de toegang tot documenten in. Zij is niet van toepassing in gevallen waarin burgers of ondernemingen uit hoofde van de toepasselijke toegangsregeling een document alleen in handen kunnen krijgen als zij een bijzonder belang kunnen aantonen. Op het niveau van de Gemeenschap wordt in artikel 41, betreffende het recht op behoorlijk bestuur, en artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie het recht erkend van iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat op toegang tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Openbare lichamen moeten worden aangemoedigd alle documenten in hun bezit voor hergebruik beschikbaar te stellen. Openbare lichamen moeten hergebruik van documenten bevorderen en aanmoedigen, ook van officiële teksten van wetgevende en administratieve aard, in die gevallen waarin het openbaar lichaam bevoegd is om toestemming te verlenen voor het hergebruik ervan.

(10)

De definities van „openbaar lichaam” en „publiekrechtelijke instelling” zijn ontleend aan de Richtlijnen 92/50/EEG van de Raad ( 5 ), 93/36/EEG van de Raad ( 6 ), 93/37/EEG van de Raad ( 7 ) en 98/4/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 8 ) betreffende overheidsopdrachten. Overheidsbedrijven vallen niet onder deze definities.

(11)

Deze richtlijn geeft een algemene definitie van de term „document” die aansluit bij de ontwikkelingen in de informatiemaatschappij. Deze definitie bestrijkt voorstelling van handelingen, feiten of informatie — en een bundeling van deze handelingen, feiten of informatie — ongeacht het medium (op papier, opgeslagen in elektronische vorm of als geluids-, beeld- of audiovisuele opname), die in het bezit is van openbare lichamen. Een document dat in het bezit is van een openbaar lichaam, is een document waarvan dat openbare lichaam het hergebruik rechtmatig kan toestaan.

(12)

De beantwoordingstermijn bij een verzoek om hergebruik van informatie dient redelijk te zijn en te worden afgestemd op de beantwoordingstermijn bij een verzoek om toegang tot het document overeenkomstig de betrokken toegangsregelingen. Een redelijke termijn in de gehele Unie stimuleert het creëren van nieuwe, samengestelde informatieproducten en -diensten op pan-Europees niveau. Zodra een verzoek om hergebruik is ingewilligd, dienen de openbare lichamen de documenten beschikbaar te stellen binnen een tijdsspanne die het mogelijk maakt hun economisch potentieel volledig te benutten. Dit is met name van belang voor dynamische inhoud van de informatie (zoals verkeersinformatie), waarvan de economische waarde afhankelijk is van onmiddellijke beschikbaarheid en regelmatige aanvulling. Indien van een vergunning gebruik wordt gemaakt, kan de tijdige beschikbaarheid van documenten deel uitmaken van de condities.

(13)

De mogelijkheden tot hergebruik kunnen worden verbeterd door de gevallen te beperken waarin papieren documenten moeten worden gedigitaliseerd of waarin digitale bestanden moeten worden gemanipuleerd om deze compatibel te maken. Openbare lichamen dienen daarom hun documenten in alle reeds bestaande formaten en alle talen, indien mogelijk en passend langs elektronische weg beschikbaar te stellen. Openbare lichamen dienen verzoeken om uittreksels van bestaande documenten positief te beoordelen wanneer aan een dergelijk verzoek met een eenvoudige handeling kan worden voldaan. Openbare lichamen hoeven echter geen uittreksels van documenten te verstrekken wanneer dit een onevenredig grote inspanning vereist. Teneinde hergebruik te vergemakkelijken, dienen openbare lichamen hun documenten beschikbaar te stellen in een formaat dat, voorzover mogelijk en passend, niet gebonden is aan specifieke software. Waar mogelijk en passend dienen openbare lichamen rekening te houden met de mogelijkheden voor het hergebruik van documenten door en voor personen met een handicap.

(14)

Wanneer een vergoeding wordt verlangd, mogen de totale inkomsten niet hoger zijn dan de totale kosten die zijn gemaakt om documenten te verzamelen, te produceren, te vermenigvuldigen en te verspreiden vermeerderd met een redelijk rendement op de investering, met inachtneming van de vereiste zelffinanciering van het betrokken openbare lichaam, voorzover van toepassing. Produceren omvat ook het creëren en bundelen, terwijl onder verspreiden tevens de ondersteuning van de gebruiker moet worden begrepen. De gemaakte kosten, vermeerderd met een redelijk rendement op de investering, overeenkomstig toepasselijke boekhoudkundige beginselen en de desbetreffende methode voor kostenberekening van het betrokken openbare lichaam, vormen een bovengrens voor de verlangde vergoeding, daar buitensporige tarieven moeten worden voorkomen. De in deze richtlijn vastgestelde bovengrens voor de vergoedingen doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten of van de openbare lichamen om lagere of in het geheel geen vergoedingen te verlangen en de lidstaten dienen de openbare lichamen te stimuleren documenten beschikbaar te stellen tegen tarieven die niet hoger zijn dan de marginale kosten van vermenigvuldiging en verspreiding van de betrokken documenten.

(15)

Voor de ontwikkeling van een de gehele Gemeenschap bestrijkende informatiemarkt moeten de voorwaarden voor het hergebruik van overheidsdocumenten duidelijk en voor het publiek toegankelijk zijn. Daarom moeten alle voorwaarden voor het hergebruik van de documenten ter kennis van de potentiële hergebruikers worden gebracht. De lidstaten dienen het opstellen van registers van beschikbare documenten, waar passend on line toegankelijk, aan te moedigen om de verzoeken tot hergebruik aan te moedigen en te vergemakkelijken. Indieners van verzoeken tot hergebruik van documenten dienen op de hoogte te worden gesteld van de mogelijkheden van beroep tegen besluiten of handelingen die hen betreffen. Dit is met name van belang voor KMO's die wellicht geen ervaring hebben met de omgang met openbare lichamen in andere lidstaten en de beroepsmogelijkheden aldaar.

(16)

De openbaarmaking van alle algemeen beschikbare informatie in het bezit van de overheid — dus niet alleen in de politieke maar ook in de rechterlijke en bestuurlijke sfeer — vormt een fundamenteel instrument voor verruiming van het recht op kennis, dat een essentieel beginsel is van de democratie. Deze doelstelling geldt voor instellingen op elk niveau, plaatselijk, nationaal en internationaal.

(17)

In sommige gevallen zullen documenten hergebruikt worden zonder dat een licentie wordt overeengekomen. In andere gevallen zal een licentie worden afgegeven waarbij aan het hergebruik door de licentiehouder, voorwaarden worden opgelegd waarin kwesties als aansprakelijkheid, correct gebruik van documenten, het gewaarborgd niet-wijzigen en het erkennen van de bron worden geregeld. Indien openbare lichamen een licentie vereisen voor het hergebruik van documenten, dienen de licentievoorwaarden billijk en transparant te zijn. On line beschikbare standaardlicenties kunnen in dit opzicht eveneens een belangrijke rol spelen. Derhalve dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat standaardlicenties beschikbaar zijn.

(18)

Besluit een bevoegde overheidsinstantie bepaalde documenten niet langer voor hergebruik beschikbaar te stellen of deze documenten niet meer bij te werken, dan dient zij deze besluiten zo spoedig mogelijk aan het publiek kenbaar te maken, indien mogelijk langs elektronische weg.

(19)

De voorwaarden voor hergebruik dienen niet-discriminerend te zijn voor vergelijkbare categorieën hergebruik. Dit belet bijvoorbeeld niet dat openbare lichamen bij de uitoefening van hun openbare taak zonder vergoeding informatie uitwisselen, terwijl andere partijen voor het hergebruik van dezelfde documenten wel dienen te betalen. Dit belet evenmin dat voor commercieel en niet-commercieel hergebruik een verschillende tarifering wordt gehanteerd.

(20)

Openbare lichamen moeten bij de vaststelling van de beginselen voor hergebruik de mededingingsregels in acht nemen en exclusiviteitsovereenkomsten tussen henzelf en particuliere partners zoveel mogelijk voorkomen. Met het oog op de verstrekking van een dienst van algemeen economisch belang kan een exclusief recht op het hergebruik van specifieke overheidsdocumenten soms evenwel noodzakelijk zijn. Dit is het geval indien geen enkele commerciële uitgever bereid wordt gevonden de betrokken informatie te publiceren zonder het exclusieve recht daarop te verwerven.

(21)

De uitvoering en toepassing van deze richtlijn geschiedt in volledige overeenstemming met de beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen i.v.m. de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ( 9 ).

(22)

Deze richtlijn laat de intellectuele-eigendomsrechten van derde partijen onverlet. De term intellectuele-eigendomsrechten heeft alleen betrekking op het auteursrecht en de naburige rechten (inclusief sui generis vormen van bescherming). Deze richtlijn is niet van toepassing op documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, ingeschreven modellen en merken. Deze richtlijn heeft geen gevolgen voor het bestaan of bezit van intellectuele-eigendomsrechten van openbare lichamen en houdt geen enkele beperking in voor de uitoefening van deze rechten buiten de door deze richtlijn gestelde grenzen. De verplichtingen van deze richtlijn zijn alleen van toepassing als zij verenigbaar zijn met de bepalingen van de internationale overeenkomsten inzake de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, in het bijzonder de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst („de Berner conventie”) en de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom („de overeenkomst”). Openbare lichamen dienen evenwel hun auteursrechten op dusdanige wijze uit te oefenen dat hergebruik wordt vergemakkelijkt.

(23)

Middelen die potentiële hergebruikers helpen voor hergebruik beschikbare documenten en de voorwaarden voor hergebruik te vinden, kunnen het grensoverschrijdende gebruik van overheidsdocumenten aanzienlijk vereenvoudigen. Bijgevolg dienen de lidstaten in te staan voor praktische regelingen die hergebruikers helpen bij het zoeken naar voor hergebruik beschikbare documenten. Overzichtslijsten, die bij voorkeur on line toegankelijk zijn, van de belangrijkste documenten (documenten die vaak worden hergebruikt of het potentieel hebben vaak te worden hergebruikt) en portaalsites met links naar gedecentraliseerde overzichtslijsten zijn voorbeelden van dergelijke praktische regelingen.

(24)

Deze richtlijn geldt onverminderd Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij ( 10 ), en Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken ( 11 ). In deze richtlijn worden de voorwaarden bepaald waaronder openbare lichamen hun intellectuele-eigendomsrechten op de interne informatiemarkt kunnen uitoefenen wanneer zij het hergebruik van documenten toestaan.

(25)

De doelstellingen van het voorgestelde optreden zijn de bevordering van de ontwikkeling van op overheidsinformatie gebaseerde informatieproducten en -diensten die de gehele Gemeenschap bestrijken, de intensivering van doeltreffend grensoverschrijdend gebruik van overheidsinformatie door particuliere ondernemingen ten behoeve van informatieproducten en -diensten met toegevoegde waarde, en de beperking van de vervalsing van de mededinging op de communautaire markt. Deze doelstellingen kunnen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt en derhalve, wegens het intrinsieke communautaire toepassingsgebied en de gevolgen van het genoemde optreden, beter op het niveau van de Gemeenschap worden verwezenlijkt. De Gemeenschap kan derhalve maatregelen vaststellen, met inachtneming van het beginsel van subsidiariteit als bedoeld in artikel 5 van het Verdrag. Overeenkomstig het beginsel van evenredigheid als bedoeld in hetzelfde artikel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. Het optreden moet voor een minimum aan harmonisatie zorgen en aldus voorkomen dat de bestaande verschillen tussen de lidstaten wat betreft het hergebruik van overheidsdocumenten nog groter worden,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:



HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voorwerp en toepassingsgebied

1.  Deze richtlijn stelt een minimumpakket voorschriften vast voor het hergebruik en de concrete middelen ter vereenvoudiging van het hergebruik van bestaande documenten die in het bezit zijn van openbare lichamen van de lidstaten.

2.  Deze richtlijn is niet van toepassing op:

▼M1

a) documenten waarvan de verstrekking een activiteit is die niet valt onder de openbare taak van de betrokken openbare lichamen, als bepaald bij wet of ander bindend voorschrift van de lidstaat of, indien een voorschrift ter zake ontbreekt, als overeenkomstig de gangbare bestuurspraktijk van de betrokken lidstaat, mits de omvang van de overheidstaken transparant is en aan toetsing is onderworpen;

▼B

b) documenten waarvan de intellectuele-eigendomsrechten bij derden berusten;

▼M1

c) documenten waartoe de toegang is uitgesloten op basis van de toegangsregelingen van de lidstaten, onder meer wegens:

 de bescherming van de nationale veiligheid (d.w.z. staatsveiligheid), defensie of openbare veiligheid,

 statistisch geheim,

 handelsgeheim (bv. bedrijfs- of beroepsgeheim);

▼M1

c bis) documenten waartoe de toegang beperkt is uit hoofde van de toegangsregelingen in de lidstaten, onder meer in gevallen waarin burgers of bedrijven moeten aantonen dat zij er een bijzonder belang bij hebben toegang tot de documenten te krijgen;

c ter) gedeelten van documenten die alleen logo’s, wapens en insignes bevatten;

c quater) documenten waartoe de toegang uit hoofde van de toegangsregelingen uitgesloten of beperkt is op grond van de bescherming van persoonsgegevens, en gedeelten van documenten die uit hoofde van die regelingen toegankelijk zijn, maar persoonsgegevens bevatten waarvan het hergebruik wettelijk onverenigbaar is verklaard met het recht betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens;

▼B

d) documenten in het bezit van openbare omroepen of hun dochterondernemingen en van andere lichamen of hun dochterondernemingen ten behoeve van de vervulling van een publieke omroeptaak;

▼M1

e) documenten in het bezit van onderwijs- en onderzoeksinstellingen, met inbegrip van organisaties die zijn opgericht voor de overdracht van onderzoeksresultaten, scholen en universiteiten, met uitzondering van universiteitsbibliotheken, en

f) documenten in het bezit van andere culturele instellingen dan bibliotheken, musea en archieven.

3.  Deze richtlijn bouwt voort op de bestaande toegangsregelingen in de lidstaten en laat deze onverlet.

▼B

4.  Deze richtlijn laat het niveau van de bescherming van individuen met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens krachtens de bepalingen van het ►M1  Unierecht ◄ en de nationale wetgeving intact en heeft daar geen enkele invloed op, en houdt met name geen wijziging in van de verplichtingen en rechten in Richtlijn 95/46/EG.

5.  De verplichtingen van deze richtlijn zijn alleen van toepassing als zij verenigbaar zijn met de bepalingen van de internationale overeenkomsten inzake de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, in het bijzonder de Berner Conventie en de overeenkomst.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. „openbaar lichaam”, de staat, zijn territoriale lichamen, publiekrechtelijke instellingen, en verenigingen gevormd door een of meer van deze lichamen of een of meer van deze publiekrechtelijke instellingen;

2. „publiekrechtelijke instelling”, iedere instelling die

a) is opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn, en

b) rechtspersoonlijkheid heeft, en

c) waarvan hetzij de activiteiten in hoofdzaak door de staat of zijn territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen worden gefinancierd, hetzij het beheer is onderworpen aan toezicht door deze laatste, hetzij de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend orgaan of het toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat, zijn territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen;

3. „document”,

a) eender welke inhoud, ongeacht het medium (op papier of opgeslagen in elektronische vorm of als geluids-, beeld- of audiovisuele opname),

b) eender welk deel van een dergelijke inhoud;

4. „hergebruik”, het gebruik door natuurlijke personen of rechtspersonen van documenten die in het bezit zijn van openbare lichamen voor andere commerciële of niet-commerciële doeleinden dan het oorspronkelijk doel binnen de publieke taak waarvoor de documenten zijn geproduceerd. De uitwisseling van documenten tussen openbare lichamen uitsluitend met het oog op de vervulling van hun openbare taken is geen hergebruik;

5. „persoonsgegevens”, gegevens als gedefinieerd in artikel 2, onder a), van Richtlijn 95/46/EG.

▼M1

6. „machinaal leesbaar formaat”, een bestandsformaat dat zodanig is gestructureerd dat softwaretoepassingen specifieke gegevens, met inbegrip van individuele feitenbeschrijvingen, en hun interne structuur gemakkelijk kunnen identificeren, herkennen en extraheren;

7. „open formaat”, een bestandsformaat dat platformonafhankelijk is en voor het publiek beschikbaar is zonder enige beperking die het hergebruik van informatie verhindert;

8. „formele open standaard”, een standaard die schriftelijk is vastgesteld, met vermelding van specificaties voor de vereisten betreffende de wijze waarop de interoperabiliteit van de software moet worden gegarandeerd;

9. „universiteit”, een openbaar lichaam dat postsecundair hoger onderwijs verstrekt dat tot een academische graad leidt.

▼M1

Artikel 3

Algemeen beginsel

1.  Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 2 zorgen de lidstaten ervoor dat de documenten waarop deze richtlijn overeenkomstig artikel 1 van toepassing is, hergebruikt kunnen worden voor commerciële of niet-commerciële doeleinden, overeenkomstig de voorwaarden van de hoofdstukken III en IV.

2.  Voor documenten waarvoor intellectuele-eigendomsrechten berusten bij bibliotheken, met inbegrip van universiteitsbibliotheken, musea en archieven, zien de lidstaten erop toe dat dergelijke documenten, indien hergebruik is toegestaan, kunnen worden hergebruikt voor commerciële of niet-commerciële doeleinden, overeenkomstig de voorwaarden van de hoofdstukken III en IV.

▼B



HOOFDSTUK II

VERZOEKEN OM HERGEBRUIK

Artikel 4

Voorschriften voor de behandeling van verzoeken om hergebruik

1.  Openbare lichamen behandelen verzoeken om hergebruik en stellen de verzoeker de documenten ter beschikking voor hergebruik, waar mogelijk en passend langs elektronische weg, of stellen, indien een licentie vereist is, het licentieaanbod aan de aanvrager op binnen een redelijke termijn die strookt met de voor de behandeling van een verzoek om toegang tot deze documenten vastgestelde termijn.

2.  Wanneer geen termijnen of andere regels voor de spoedige verstrekking van documenten zijn vastgesteld, behandelen de openbare lichamen het verzoek en verstrekken zij de verzoeker de documenten voor hergebruik of stellen zij, indien een licentie is vereist, het licentieaanbod aan de aanvrager op binnen een termijn van ten hoogste 20 werkdagen na de ontvangst van het verzoek. Voor uitgebreide of ingewikkelde verzoeken kan deze termijn met 20 werkdagen worden verlengd. In dat geval wordt de aanvrager er binnen drie weken na zijn oorspronkelijk verzoek van in kennis gesteld dat de behandeling van zijn verzoek meer tijd zal vergen.

▼M1

3.  In geval van een afwijzende beslissing delen de openbare lichamen de verzoeker de gronden voor de afwijzing van het verzoek mee, waarbij zij zich baseren op de toepasselijke bepalingen van de toegangsregeling in de betrokken lidstaat of de nationale bepalingen die krachtens deze richtlijn en met name artikel 1, lid 2, onder a) tot en met c quater), of artikel 3 zijn genomen. Ingeval een afwijzende beslissing gebaseerd is op artikel 1, lid 2, onder b), verwijst het openbare lichaam in zijn beslissing naar de natuurlijke of rechtspersoon bij wie de rechten berusten, indien deze bekend is, of naar de licentiegever van wie het openbare lichaam het betrokken materiaal heeft verkregen. Bibliotheken, met inbegrip van universiteitsbibliotheken, musea en archieven zijn niet verplicht deze verwijzing op te nemen.

4.  In elke beslissing over hergebruik wordt verwezen naar de rechtsmiddelen die de verzoeker ter beschikking staan indien hij tegen de beslissing in beroep wenst te gaan. De rechtsmiddelen omvatten de mogelijkheid tot herziening door een onpartijdige herzieningsinstantie die over de nodige deskundigheid beschikt, zoals de nationale mededingingsautoriteit, de nationale autoriteit inzake toegang tot documenten of een nationale rechterlijke instantie, waarvan de beslissingen bindend zijn voor het betreffende openbare lichaam.

▼B

5.  Openbare lichamen die onder artikel 1, lid 2, onder d), e) en f), vallen hoeven niet te voldoen aan de bepalingen van dit artikel.



HOOFDSTUK III

VOORWAARDEN VOOR HERGEBRUIK

▼M1

Artikel 5

Beschikbare formaten

1.  Openbare lichamen stellen hun documenten ter beschikking in de reeds bestaande formaten of talen en, indien mogelijk en passend, in een open en machinaal leesbaar formaat, samen met hun metadata. Zowel het formaat als de metadata dient voor zover mogelijk aan formele open standaarden te voldoen.

2.  Lid 1 behelst geen verplichting voor openbare lichamen om documenten te creëren of aan te passen of om uittreksels te verstrekken om aan dat lid te voldoen indien dit een onevenredig grote inspanning vereist die verder gaat dan een eenvoudige handeling.

3.  Openbare lichamen kunnen op basis van deze richtlijn niet worden verplicht een bepaalde soort documenten te blijven produceren en op te slaan met het oog op het hergebruik van die documenten door een particuliere of publieke organisatie.

Artikel 6

Tariferingsbeginselen

1.  Wanneer een vergoeding wordt verlangd voor het hergebruik van documenten, blijft deze vergoeding beperkt tot de marginale kosten voor hun vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding.

2.  Lid 1 is niet van toepassing op:

a) openbare lichamen die verplicht zijn inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de uitoefening van hun openbare taken te dekken;

b) bij wijze van uitzondering, documenten waarvoor het betrokken openbare lichaam verplicht is voldoende inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging en verspreiding ervan te dekken. Deze verplichtingen worden in de lidstaat bij wet of andere bindende voorschriften vastgesteld. Indien dergelijke voorschriften ontbreken, worden deze verplichtingen vastgesteld in overeenstemming met de gangbare bestuurspraktijk van de lidstaat;

c) bibliotheken, met inbegrip van universiteitsbibliotheken, musea en archieven.

3.  In de in lid 2, onder a) en b), bedoelde gevallen, berekenen de betrokken openbare lichamen de totale vergoeding aan de hand van objectieve, transparante en controleerbare criteria die door de lidstaten worden vastgesteld. De totale inkomsten van die lichamen uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor hergebruik van documenten mogen over de desbetreffende berekeningsperiode genomen niet hoger zijn dan de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging en verspreiding, vermeerderd met een redelijk rendement op investeringen. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de boekhoudkundige beginselen die op de betrokken openbare lichamen van toepassing zijn.

4.  Indien er door de in lid 2, onder c), bedoelde openbare lichamen een vergoeding wordt verlangd, mogen de totale inkomsten uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor hergebruik van documenten over de desbetreffende berekeningsperiode genomen niet hoger zijn dan de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging, verspreiding, conservering en vereffening van rechten, vermeerderd met een redelijk rendement op investeringen. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de boekhoudkundige beginselen die op de betrokken openbare lichamen van toepassing zijn.

Artikel 7

Transparantie

1.  In het geval van standaardvergoedingen voor het hergebruik van documenten in het bezit van openbare lichamen, worden de eventuele voorwaarden en het eigenlijke bedrag van die vergoedingen, met inbegrip van de berekeningsgrondslag ervoor, vooraf vastgesteld en bekendgemaakt, indien mogelijk en passend langs elektronische weg.

2.  In het geval van andere dan de in het lid 1 genoemde vergoedingen voor hergebruik geeft het betrokken openbare lichaam vooraf aan met welke factoren rekening wordt gehouden bij de berekening van die vergoedingen. Op verzoek geeft het betrokken openbare lichaam ook aan hoe die vergoedingen zijn berekend met betrekking tot het specifieke verzoek om hergebruik.

3.  De in artikel 6, lid 2, onder b), bedoelde verplichtingen worden vooraf vastgesteld. Indien mogelijk en passend worden zij langs elektronische weg bekendgemaakt.

4.  De openbare lichamen zorgen ervoor dat indieners van verzoekers om hergebruik van documenten in kennis worden gesteld van de rechtsmiddelen tegen besluiten of handelingen die hen betreffen.

▼B

Artikel 8

Licenties

▼M1

1.  Openbare lichamen kunnen toestemming geven voor onvoorwaardelijk hergebruik of kunnen voorwaarden opleggen, indien nodig door middel van een licentie. Deze voorwaarden mogen de mogelijkheden tot hergebruik niet nodeloos beperken, noch gebruikt worden om de mededinging te beperken.

▼B

2.  In de lidstaten waar licenties gebruikt worden, zorgen de lidstaten ervoor dat standaardlicenties het hergebruik van overheidsdocumenten, die aan specifieke licentieaanvragen kunnen worden aangepast, in digitaal formaat beschikbaar zijn en elektronisch kunnen worden verwerkt. De lidstaten sporen alle openbare lichamen ertoe aan gebruik te maken van de standaardlicenties.

▼M1

Artikel 9

Praktische regelingen

De lidstaten stellen praktische regelingen vast die het zoeken naar voor hergebruik beschikbare documenten vereenvoudigen, zoals overzichtslijsten van de belangrijkste documenten met relevante metagegevens, die indien mogelijk en passend online en in machinaal leesbare formaten toegankelijk zijn„ en portaalsites met links naar de overzichtslijsten. Indien mogelijk vergemakkelijken de lidstaten het taaloverschrijdend zoeken naar documenten.

▼B



HOOFDSTUK IV

DISCRIMINATIEVERBOD EN EERLIJKE HANDEL

Artikel 10

Discriminatieverbod

1.  De voorwaarden voor het hergebruik van documenten mogen niet discriminerend zijn voor vergelijkbare categorieën van hergebruik.

2.  Indien documenten door een openbaar lichaam worden hergebruikt als basismateriaal voor commerciële activiteiten van dat openbare lichaam die buiten de openbare taak vallen, zijn op de verstrekking van documenten voor deze activiteiten dezelfde vergoedingen en andere voorwaarden van toepassing als die welke gelden voor andere gebruikers.

Artikel 11

Verbod op exclusiviteitsregelingen

1.  Het hergebruik van documenten staat open voor alle potentiële marktdeelnemers, zelfs indien één of meer marktdeelnemers reeds op deze documenten gebaseerde producten met toegevoegde waarde exploiteren. Contracten of andere overeenkomsten tussen het openbare lichaam dat deze documenten in bezit heeft en derden mogen geen exclusiviteitsrechten verlenen.

2.  Wanneer een exclusief recht echter noodzakelijk is voor het verlenen van een dienst van algemeen belang, dient periodiek, doch in ieder geval om de drie jaar, te worden nagegaan of de redenen daarvoor nog steeds geldig zijn. Exclusiviteitsregelingen die na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn worden gesloten, zijn transparant en worden openbaar gemaakt.

▼M1

Dit lid is niet van toepassing op de digitalisering van culturele hulpbronnen.

2 bis.  Onverminderd lid 1, duurt, wanneer een exclusief recht betrekking heeft op de digitalisering van culturele hulpbronnen, de periode van exclusiviteit in het algemeen niet langer dan tien jaar. Indien die periode meer dan tien jaar bedraagt, wordt de duur ervan tijdens het elfde jaar en, indien van toepassing, daarna om de zeven jaar, getoetst.

De in de eerste alinea bedoelde regelingen die exclusieve rechten toekennen zijn transparant en worden openbaar gemaakt.

Ingeval van een in de eerste alinea bedoeld exclusief recht, wordt in de desbetreffende overeenkomst vastgesteld dat het desbetreffende openbare lichaam gratis een kopie van de gedigitaliseerde culturele hulpbronnen krijgt. Die kopie is na afloop van de exclusiviteitsperiode beschikbaar voor hergebruik.

▼M1

3.  Exclusiviteitsregelingen die al bestaan op 1 juli 2005 en die niet voor een uitzondering uit hoofde van lid 2, in aanmerking komen, worden aan het eind van het contract of in elk geval uiterlijk op 31 december 2008 beëindigd.

▼M1

4.  Onverminderd lid 3 worden exclusiviteitsregelingen die al bestaan op 17 juli 2013 en die niet voor een uitzondering uit hoofde van de leden 2 en 2 bis in aanmerking komen, aan het eind van het contract of in elk geval uiterlijk op 18 juli 2043 beëindigd.

▼B



HOOFDSTUK V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 12

Uitvoering

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 juli 2005 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

▼M1

Artikel 13

Evaluatie

1.  De Commissie evalueert de toepassing van deze richtlijn uiterlijk op 18 juli 2018 en deelt de resultaten van die evaluatie, tezamen met voorstellen tot wijziging van de richtlijn, mee aan het Europees Parlement en de Raad.

2.  De lidstaten zenden de Commissie om de drie jaar een verslag over de beschikbaarheid van overheidsinformatie voor hergebruik, de voorwaarden waaronder deze beschikbaar wordt gesteld en de praktijk op het vlak van rechtsmiddelen. Op basis van dat verslag, dat openbaar wordt gemaakt, evalueren de lidstaten de toepassing van artikel 6, met name met betrekking tot vergoedingen die de marginale kosten overstijgen.

3.  De in lid 1 bedoelde evaluatie heeft met name betrekking op het toepassingsgebied en het effect van de richtlijn, met inbegrip van de mate waarin het hergebruik van overheidsdocumenten is toegenomen, de gevolgen van de toegepaste tariferingsbeginselen, het hergebruik van officiële teksten van wetgevende en administratieve aard, de interactie tussen gegevensbescherming en mogelijkheden tot hergebruik, en de verdere mogelijkheden om de goede werking van de interne markt en de ontwikkeling van de Europese inhoudsindustrie te bevorderen.

▼B

Artikel 14

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 15

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.



( 1 ) PB C 227 E van 24.9.2002, blz. 382.

( 2 ) PB C 85 van 8.4.2003, blz. 25.

( 3 ) PB C 73 van 26.3.2003, blz. 38.

( 4 ) Advies van het Europees Parlement van 12 februari 2003 (nog niet verschenen in het Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 26 mei 2003 (PB C 159 E van 8.7.2003, blz. 1) en standpunt van het Europees Parlement van 25 september 2003 (nog niet verschenen in het Publicatieblad). Besluit van de Raad van 27 oktober 2003.

( 5 ) PB L 209 van 24.7.1992, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/78/EG van de Commissie (PB L 285 van 29.10.2001, blz. 1).

( 6 ) PB L 199 van 9.8.1993, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/78/EG.

( 7 ) PB L 199 van 9.8.1993, blz. 54. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/78/EG.

( 8 ) PB L 101 van 1.4.1998, blz. 1.

( 9 ) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

( 10 ) PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10.

( 11 ) PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20.

Top