EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02003D0076-20180510

Consolidated text: Beschikking van de Raad van 1 februari 2003 tot vaststelling van de bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (2003/76/EG)

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/76(1)/2018-05-10

02003D0076 — NL — 10.05.2018 — 001.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 1 februari 2003

tot vaststelling van de bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal

(2003/76/EG)

(PB L 029 van 5.2.2003, blz. 22)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

BESLUIT (EU) 2018/599 VAN DE RAAD van 16 april 2018

  L 101

1

20.4.2018




▼B

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 1 februari 2003

tot vaststelling van de bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal

(2003/76/EG)



Artikel 1

1.  De Commissie wordt belast met de afwikkeling van de bij het aflopen van het EGKS-Verdrag nog lopende financiële verrichtingen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Bij in gebreke blijven van een debiteur van de EGKS tijdens de liquidatieperiode wordt het daaruit voortvloeiende verlies eerst geboekt op het bestaande kapitaal en vervolgens op de ontvangsten van het lopende jaar. Alvorens de Commissie een schuldvordering tegen een in gebreke blijvende debiteur van de EGKS afschrijft, benut zij alle mogelijkheden, daaronder begrepen het aanspreken van garanties (hypotheken, waarborgen, bankgaranties of andere). De Commissie behoudt zich het recht voor alle mogelijke maatregelen te treffen ingeval de debiteur weer solvent wordt.

2.  De liquidatie geschiedt volgens de regels en procedures die op deze verrichtingen van toepassing zijn, met inachtneming van de bestaande bevoegdheden en voorrechten van de Europese instellingen, overeenkomstig het EGKS-Verdrag en het op 23 juli 2002 geldende afgeleide recht.

Artikel 2

1.  Het vermogen wordt door de Commissie beheerd op een wijze die rentabiliteit op lange termijn garandeert. De belegging van de beschikbare activa moet gericht zijn op een zo hoog mogelijk rendement onder optimale zekerheidsvoorwaarden.

2.  De Raad stelt op voorstel van de Commissie, en na raadpleging van het Europees Parlement, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de financiële meerjarenrichtsnoeren voor het beheer van het vermogen vast.

Artikel 3

1.  Over de in artikel 1 bedoelde liquidatieverrichtingen en de in artikel 2 bedoelde beleggingsverrichtingen worden jaarlijks een winst-en-verliesrekening, een balans en een financieel verslag opgemaakt, gescheiden van de overige financiële verrichtingen van de overblijvende Gemeenschappen.

Deze financiële documenten worden gehecht aan de financiële documenten die de Commissie jaarlijks op grond van artikel 275 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen opstelt.

2.  De in lid 1 bedoelde verrichtingen vallen onder de in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en in het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen vastgelegde bevoegdheden van het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer inzake controle en kwijting.

Artikel 4

1.  De netto-opbrengsten van de in artikel 2 bedoelde beleggingen gelden als ontvangsten in de algemene begroting van de Europese Unie. Deze ontvangsten hebben een bijzondere bestemming, te weten de financiering van onderzoeksprojecten die buiten het kaderprogramma voor onderzoek om worden uitgevoerd ten behoeve van sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie. Zij vormen het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Het beheer ervan berust bij de Commissie.

2.  De in lid 1 bedoelde opbrengsten worden verdeeld in een verhouding van 27,2 % voor met kolen verband houdend onderzoek en 72,8 % voor met staal verband houdend onderzoek. Indien nodig wijzigt de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen de verdeling van de bedragen over met kolen verband houdend onderzoek en met staal verband houdend onderzoek.

3.  De technische meerjarenrichtsnoeren voor het programma worden op voorstel van de Commissie, en na raadpleging van het Europees Parlement, door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgesteld.

▼M1

4.  De op 31 december van een jaar niet-gebruikte ontvangsten en de op die datum uit hoofde van deze ontvangsten beschikbare kredieten, alsook de ingevorderde bedragen, worden van rechtswege naar het volgende jaar overgedragen. Deze kredieten kunnen niet naar andere posten van de begroting worden overgeschreven.

5.  De met annuleringen van vastleggingen overeenkomende begrotingskredieten komen stelselmatig aan het einde van elk begrotingsjaar te vervallen. Voorzieningen voor vastleggingen die als gevolg van de annuleringen zijn vrijgegeven, worden ter beschikking gesteld van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal.

▼M1

Artikel 4 bis

Het bedrag van de annuleringen van de vastleggingen die sinds 24 juli 2002 op grond van artikel 4, lid 5, zijn verricht, wordt op 10 mei 2018 ter beschikking gesteld van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal.

▼B

Artikel 5

1.  De netto-ontvangsten die beschikbaar zijn voor de financiering van de onderzoeksprojecten van het jaar n+2, worden opgenomen in de balans van de EGKS in liquidatie van het jaar n en, wanneer de liquidatie is afgesloten, in de balans van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal.

2.  Teneinde eventuele uit de ontwikkeling van de financiële markten voortvloeiende schommelingen in de financiering van het onderzoek tot een minimum te beperken, zal een egalisatie worden uitgevoerd en zal er een voorziening voor onvoorziene uitgaven worden ingesteld. De algoritmen voor de egalisatie en de vaststelling van het niveau van de voorziening voor onvoorziene uitgaven zijn opgenomen in de bijlage.

Artikel 6

De administratieve uitgaven voortvloeiend uit de liquidatie, de beleggingen en de beheersverrichtingen zoals bedoeld in deze beschikking en overeenkomend met de uitgaven waarin is voorzien in artikel 20 van het Verdrag van 8 april 1965 tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, en waarvan het bedrag bij het besluit van de Raad van 21 november 1977 is gewijzigd, komen via de algemene begroting van de Europese Unie ten laste van de Commissie.

Artikel 7

De Commissie stelt het bedrag van de activa en passiva van de EGKS in de afsluitingsbalans op 23 juli 2002 vast.

Artikel 8

Deze beschikking wordt van kracht op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 24 juli 2002.

Artikel 9

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.




BIJLAGE

Procedures van toepassing op de vaststelling van het bedrag aan netto-ontvangsten dat moet worden toegewezen aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal

1.   INLEIDING

De netto-ontvangsten die kunnen worden gebruikt voor de financiering van onderzoeksprojecten, komen overeen met het jaarlijkse nettoresultaat van de EGKS in liquidatie en, wanneer de liquidatie beëindigd zal zijn, met het jaarlijkse nettoresultaat van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. De benadering bestaat erin de financiering van het onderzoek inzake kolen en staal van het jaar n+2 vast te stellen bij de afsluiting van de balans van het jaar n, en de helft van de stijging of de daling van het nettoresultaat ten opzichte van het laatste, voor het onderzoek inzake kolen en staal vastgestelde financieringsniveau in aanmerking te nemen.

2.   DEFINITIE

n

:

referentiejaar

Rn

:

nettoresultaat van het begrotingsjaar n

Pn

:

voorziening voor onvoorziene uitgaven van het jaar n

Dn+1

:

toewijzing voor het onderzoek van het jaar n+1 (vastgesteld bij de afsluiting van de balans van het jaar n - 1)

Dn+2

:

toewijzing voor het onderzoek van het jaar n+2.

3.   GEBRUIKTE ALGORITMEN

De algoritmen die worden gebruikt voor het vaststellen van het niveau van de voorziening voor onvoorziene uitgaven en het niveau van de toewijzingen voor het onderzoek voor het jaar n+2, die zijn opgenomen in de balans van het jaar n, zijn de volgende:

3.1. Niveau van de voorziening voor onvoorziene uitgaven:

image

3.2. Niveau van de toewijzingen voor onderzoek voor het jaar n+2 (afgerond tot de dichtstbijzijnde honderdduizend euro. Indien de berekening leidt tot een resultaat dat precies in het midden ligt, wordt afgerond tot de hogere honderdduizend euro).

image

Naar gelang van het geval zal het voor de afronding nodige bedrag of het resultaat van deze afronding worden onttrokken aan (respectievelijk toegewezen aan) de voorziening voor onvoorziene uitgaven.

Top