Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02002R2099-20190726

Consolidated text: Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/2099/2019-07-26

02002R2099 — NL — 26.07.2019 — 006.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EG) Nr. 2099/2002 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 5 november 2002

betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen

(PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

 M1

VERORDENING (EG) Nr. 415/2004 VAN DE COMMISSIE van 5 maart 2004

  L 68

10

6.3.2004

 M2

VERORDENING (EG) Nr. 93/2007 VAN DE COMMISSIE van 30 januari 2007

  L 22

12

31.1.2007

►M3

VERORDENING (EG) Nr. 596/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 juni 2009

  L 188

14

18.7.2009

►M4

VERORDENING (EU) Nr. 530/2012 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2012

  L 172

3

30.6.2012

►M5

VERORDENING (EU) 2016/103 VAN DE COMMISSIE van 27 januari 2016

  L 21

67

28.1.2016

►M6

VERORDENING (EU) 2019/1243 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 juni 2019

  L 198

241

25.7.2019




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 2099/2002 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 5 november 2002

betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen



Artikel 1

Doel

Het doel van deze verordening is de toepassing te verbeteren van de in artikel 2, punt 2, bedoelde communautaire wetgeving op het gebied van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de leef- en werkomstandigheden aan boord:

a) door de taken van de comités die krachtens de communautaire maritieme wetgeving zijn ingesteld, en die bij onderhavige verordening worden opgeheven, te centraliseren middels instelling van één enkel comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen, hierna genaamd het COSS;

b) door de aanpassing van de communautaire maritieme wetgeving te bespoedigen en latere wijzigingen ervan te vergemakkelijken, een en ander in het licht van de ontwikkelingen met betrekking tot de geldende internationale instrumenten bedoeld in artikel 2, punt 1.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. „internationale instrumenten”: de door een internationale conferentie, de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), de Nationale Arbeidsorganisatie (IAO) of de partijen bij een memorandum van overeenstemming vastgestelde verdragen, protocollen, resoluties, codes, circulaires, normen en bepalingen, als bedoeld door de bepalingen van de geldende communautaire maritieme wetgeving;

▼M5

2. „communautaire maritieme wetgeving”: de volgende wetteksten:

a) Verordening (EG) nr. 2978/94 van de Raad van 21 november 1994 betreffende de tenuitvoerlegging van IMO-resolutie A.747(18) inzake de toepassing van tonnagemeting op de ballastruimten in tankers met gescheiden-ballasttanks ( 1 ),

b) Richtlijn 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen ( 2 ),

c) Richtlijn 97/70/EG van de Raad van 11 december 1997 betreffende de invoering van een geharmoniseerde veiligheidsregeling voor vissersvaartuigen waarvan de lengte 24 m of meer bedraagt ( 3 ),

d) Richtlijn 98/41/EG van de Raad van 18 juni 1998 inzake de registratie van de opvarenden van passagiersschepen die vanuit of naar havens in de lidstaten van de Gemeenschap varen ( 4 ),

e) Richtlijn 1999/32/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG ( 5 ), met het oog op de toepassing van artikel 4 quinquies, lid 2, van die richtlijn,

f) Richtlijn 1999/35/EG van de Raad van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen ( 6 ),

g) Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen ( 7 ),

h) Richtlijn 2001/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot vaststelling van geharmoniseerde voorschriften en procedures voor veilig laden en lossen van bulkschepen ( 8 ),

i) Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad ( 9 ),

j) Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen ( 10 ),

k) Richtlijn 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen ( 11 ),

l) Verordening (EG) nr. 789/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de overdracht van vracht- en passagiersschepen tussen registers binnen de Gemeenschap en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 613/91 van de Raad ( 12 ),

m) Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en de invoering van sancties, met inbegrip van strafrechtelijke sancties, voor verontreinigingsdelicten ( 13 ),

n) Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 inzake de implementatie van de Internationale Veiligheidsmanagementcode in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 3051/95 van de Raad ( 14 ),

o) Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden ( 15 ),

p) Richtlijn 2009/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties ( 16 ),

q) Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole ( 17 ),

r) Richtlijn 2009/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 18 ),

s) Richtlijn 2009/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de naleving van vlaggenstaatverplichtingen ( 19 ),

t) Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties ( 20 ),

u) Verordening (EG) nr. 392/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen ( 21 ),

v) Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen ( 22 ),

w) Verordening (EU) nr. 530/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen ( 23 ),

x) Verordening (EU) nr. 788/2014 van de Commissie van 18 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor het opleggen van geldboeten en dwangsommen en de intrekking van de erkenning van de met inspectie en controle van schepen belaste organisaties krachtens de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 24 ),

y) Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van Richtlijn 96/98/EG van de Raad ( 25 ).

▼M3

Artikel 3

Oprichting van een comité

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen, hierna het COSS genoemd.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde periode wordt vastgesteld op één maand.

▼M6 —————

▼B

Artikel 4

Opname van wijzigingen van internationale instrumenten in het Gemeenschapsrecht

In het kader van de communautaire maritieme regelgeving zijn de toepasselijke internationale instrumenten die welke internationaal van kracht zijn geworden, met inbegrip van de meest recente wijzigingen daarvan, in voorkomend geval met uitzondering van de wijzigingen die na de conformiteitscontroleprocedure van artikel 5 van de toepassing van de communautaire maritieme wetgeving zijn uitgesloten.

Artikel 5

Conformiteitscontroleprocedure

1.  Voor de toepassing van deze verordening en om het gevaar van strijdigheid van de communautaire maritieme wetgeving met internationale instrumenten te beperken, werken de lidstaten en de Commissie door middel van coördinatievergaderingen en/of elk ander passend middel samen om, indien nodig, een gemeenschappelijk standpunt of een gemeenschappelijke aanpak in de bevoegde internationale instanties vast te stellen.

2.  Er wordt een conformiteitscontroleprocedure ingesteld teneinde een wijziging van een internationaal instrument alleen van het toepassingsgebied van de communautaire maritieme wetgeving uit te sluiten wanneer er, op basis van een evaluatie van de Commissie, een duidelijk risico bestaat dat die wijziging, binnen het toepassingsgebied van de in artikel 2, punt 2, genoemde verordeningen of richtlijnen het in de communautaire maritieme wetgeving vastgelegde niveau van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de leef- en werkomstandigheden aan boord verlaagt, of daarmee onverenigbaar is.

De conformiteitscontroleprocedure mag alleen worden gebruikt voor de invoering van wijzigingen in de communautaire maritieme wetgeving op de uitdrukkelijk door de regelgevingsprocedure bestreken gebieden en binnen het strikte kader van de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden.

3.  In de in lid 2 bedoelde omstandigheden wordt de conformiteitscontroleprocedure, eventueel op verzoek van een lidstaat, ingeleid door de Commissie.

De Commissie legt het COSS onverwijld, na de aanneming van een wijziging van een internationaal instrument, een voorstel voor maatregelen voor dat tot doel heeft die wijziging uit te sluiten van het toepassingsgebied van de betrokken communautaire tekst.

De conformiteitscontroleprocedure, indien van toepassing met inbegrip van de in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG ingestelde procedures, is voltooid ten minste één maand vóór het verstrijken van de internationaal vastgestelde periode voor stilzwijgende goedkeuring van de betreffende wijziging, of één maand vóór de beoogde datum van inwerkingtreding van die wijziging.

4.  In het geval van een risico als bedoeld in lid 2, eerste alinea, onthouden de lidstaten zich tijdens de periode van de conformiteitscontroleprocedure van elk initiatief dat erop gericht is de wijziging in de nationale wetgeving op te nemen of in het betreffende internationale instrument aan te brengen.

Artikel 6

Informatie

Alle relevante wijzigingen in de internationale instrumenten die overeenkomstig de artikelen 4 en 5 in de communautaire maritieme regelgeving worden opgenomen, worden ter informatie bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

▼M6

Artikel 7

Bevoegdheden van het COSS en wijzigingen

Het COSS oefent de bevoegdheden uit die krachtens de geldende wetgeving van de Unie aan dit comité worden verleend.

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van artikel 2, punt 2, teneinde een verwijzing op te nemen naar handelingen van de Unie die na de vaststelling van deze verordening in werking zijn getreden en op grond waarvan bepaalde bevoegdheden worden verleend aan het COSS.

▼M6

Artikel 7 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 7 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 26 juli 2019. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 7 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven ( 26 ).

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 7 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

▼B

Artikel 8

Wijziging van Verordening (EEG) nr. 613/91

Verordening (EEG) nr. 613/91 wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 1, onder a), wordt vervangen door:

„a) „verdragen”: het Internationaal Verdrag van 1974 voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS 1974), het Internationaal Verdrag van 1966 betreffende de uitwatering van schepen (LL 1966), en het Internationaal Verdrag van 1973 ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Marpol 1973/1978) in de versie die van kracht is, alsmede de in verband daarmee door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) aangenomen resoluties met dwingend karakter;”;

2. de artikelen 6 en 7 worden vervangen door:

„Artikel 6

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) ( *1 ) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden ( *2 ) van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3.  Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 7

De wijzigingen van de in artikel 1 bedoelde internationale instrumenten kunnen van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002.

Artikel 9

Wijziging van Verordening (EG) nr. 2978/94

Verordening (EG) nr. 2978/94 wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 3, onder g), wordt vervangen door:

„g) „Marpol 73/78”: de van kracht zijnde versie van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, van 1973, als gewijzigd door het desbetreffende protocol van 1978, alsmede wijzigingen daarvan.”;

2. aan artikel 6 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De wijzigingen van de in artikel 3 bedoelde internationale instrumenten kunnen van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) ( 27 ).

3. artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 ( *3 ) ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS).

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dit besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.  Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 10

Wijziging van Verordening (EG) nr. 3051/95

Verordening (EG) nr. 3051/95 wordt als volgt gewijzigd:

1. aan artikel 9 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De wijzigingen van de in artikel 2 bedoelde internationale instrumenten kunnen van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) ( 28 ).

2. artikel 10 wordt vervangen door de volgende tekst:

„Artikel 10

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2099/2002 ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (het COSS).

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden ( *4 ) van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3.  Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

▼M4 —————

▼B

Artikel 12

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.



( 1 ) PB L 319 van 12.12.1994, blz. 1.

( 2 ) PB L 46 van 17.2.1997, blz. 25.

( 3 ) PB L 34 van 9.2.1998, blz. 1.

( 4 ) PB L 188 van 2.7.1998, blz. 35.

( 5 ) PB L 121 van 11.5.1999, blz. 13.

( 6 ) PB L 138 van 1.6.1999, blz. 1.

( 7 ) PB L 332 van 28.12.2000, blz. 81.

( 8 ) PB L 13 van 16.1.2002, blz. 9.

( 9 ) PB L 208 van 5.8.2002, blz. 10.

( 10 ) PB L 115 van 9.5.2003, blz. 1.

( 11 ) PB L 123 van 17.5.2003, blz. 22.

( 12 ) PB L 138 van 30.4.2004, blz. 19.

( 13 ) PB L 255 van 30.9.2005, blz. 11.

( 14 ) PB L 64 van 4.3.2006, blz. 1.

( 15 ) PB L 323 van 3.12.2008, blz. 33.

( 16 ) PB L 131 van 28.5.2009, blz. 47.

( 17 ) PB L 131 van 28.5.2009, blz. 57.

( 18 ) PB L 131 van 28.5.2009, blz. 114.

( 19 ) PB L 131 van 28.5.2009, blz. 132.

( 20 ) PB L 131 van 28.5.2009, blz. 11.

( 21 ) PB L 131 van 28.5.2009, blz. 24.

( 22 ) PB L 163 van 25.6.2009, blz. 1.

( 23 ) PB L 172 van 30.6.2012, blz. 3.

( 24 ) PB L 214 van 19.7.2014, blz. 12.

( 25 ) PB L 257 van 28.8.2014, blz. 146.

( 26 ) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

( *1 ) PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.

( *2 ) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.”.

( 27 ) PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”;

( *3 ) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.”.

( 28 ) PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1.”;

( *4 ) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.”.

Top