Help Print this page 

Document 01996R2271-20140220

Title and reference
Verordening (EG) n r. 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1996/2271/2014-02-20
Multilingual display
Text

1996R2271 — NL — 20.02.2014 — 002.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EG) Nr. 2271/96 VAN DE RAAD

van 22 november 1996

tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen

(PB L 309, 29.11.1996, p.1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

 M1

VERORDENING (EG) Nr. 807/2003 VAN DE RAAD van 14 april 2003

  L 122

36

16.5.2003

►M2

VERORDENING (EU) Nr. 37/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 januari 2014

  L 18

1

21.1.2014


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 179, 8.7.1997, blz. 10  (2271/1996)




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 2271/96 VAN DE RAAD

van 22 november 1996

tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 73 C, 113 en 235,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement ( 1 ),

Overwegende dat de Gemeenschap onder meer tot doel heeft bij te dragen tot de harmonische ontwikkeling van de wereldhandel en de geleidelijke afschaffing van de beperkingen in het internationale handelsverkeer;

Overwegende dat de Gemeenschap tracht de doelstelling van een niet aan bepalingen onderworpen vrij kapitaalverkeer tussen Lid-Staten en derde landen zoveel mogelijk te bereiken, met inbegrip van het wegnemen van alle beperkingen op directe investeringen — met inbegrip van investeringen in onroerende goederen —, vestiging, het verrichten van financiële diensten of de toelating van waardepapieren tot de kapitaalmarkten;

Overwegende dat een derde land bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en andere rechtsvoorschriften heeft vastgesteld, die strekken tot regulering van de activiteiten van natuurlijke en rechtspersonen die onder de rechtsmacht van de Lid-Staten vallen;

Overwegende dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en andere rechtsvoorschriften vanwege de extraterritoriale toepassing daarvan strijdig zijn met het internationale recht en beletten dat de bovengenoemde doelstellingen worden bereikt;

Overwegende dat dergelijke wetten, met inbegrip van bestuursrechtelijke bepalingen en andere rechtsvoorschriften en de daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen, de gevestigde rechtsorde raken of vermoedelijk zullen raken en van nadelige invloed kunnen zijn op de belangen van de Gemeenschap en de belangen van natuurlijke en rechtspersonen die rechten krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap uitoefenen;

Overwegende dat het onder deze uitzonderlijke omstandigheden, om de gevestigde rechtsorde, de belangen van de Gemeenschap en de belangen van de genoemde natuurlijke en rechtspersonen te beschermen, noodzakelijk is op Gemeenschapsniveau maatregelen te nemen, inzonderheid om de gevolgen van de betrokken buitenlandse wetgeving weg te nemen, te neutraliseren, te blokkeren of anderszins tegen te gaan;

Overwegende dat de informatieplicht uit hoofde van deze verordening niet uitsluit dat een Lid-Staat vereist dat soortgelijke informatie aan de instanties van die Staat wordt verstrekt;

Overwegende dat de Raad Gemeenschappelijk Optreden 96/668/GBVB van 22 november 1996 ( 2 ) heeft vastgesteld teneinde te verzekeren dat de Lid-Staten de nodige maatregelen nemen tot bescherming van de natuurlijke en rechtspersonen wier belangen door de bovengenoemde wetten en daarop gebaseerde handelingen worden getroffen, voor zover die belangen niet bij deze verordening worden beschermd;

Overwegende dat de Commissie bij de tenuitvoerlegging van deze verordening dient te worden bijgestaan door een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten;

Overwegende dat de bij deze verordening beoogde maatregelen nodig zijn om doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap te verwezenlijken;

Overwegende dat het Verdrag voor de vaststelling van sommige bepalingen van deze verordening in geen andere bevoegdheden dan die op grond van artikel 235 voorziet,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



Artikel 1

Deze verordening biedt bescherming en verweer tegen de gevolgen van de extra-territoriale toepassing van de in de bijlage bij deze verordening opgenomen wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en andere rechtsvoorschriften, en tegen de daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen, indien de toepassing daarvan gevolgen heeft voor de belangen van in artikel 11 bedoelde personen die betrokken zijn bij internationale handel en/of verkeer van kapitaal tussen de Gemeenschap en derde landen en daarmee verband houdende handelsactiviteiten.

▼M2

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage bij deze verordening aan te vullen met wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of andere wetgevingsinstrumenten van derde landen die een extraterritoriale toepassing hebben en schadelijk zijn voor de belangen van de Unie en de belangen van natuurlijke en rechtspersonen die rechten uitoefenen uit hoofde van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, alsmede om wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of andere wetgevingsinstrumenten te schrappen wanneer die gevolgen niet langer aanwezig zijn.

▼B

Artikel 2

Wanneer de economische en/of financiële belangen van een in artikel 11 bedoelde persoon rechtstreeks of onrechtstreeks worden geschaad door de in de bijlage opgenomen wetten of de daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen, stelt die persoon de Commissie daarvan in kennis binnen 30 dagen vanaf de datum waarop de informatie is verkregen; indien de belangen van een rechtspersoon zijn geschaad, geldt deze verplichting voor directieleden, managers en andere personen met bestuursverantwoordelijkheden ( 3 ).

Op verzoek van de Commissie verstrekt deze persoon alle door de Commissie verlangde informatie die relevant is voor de toepassing van deze verordening, binnen 30 dagen vanaf de datum van het verzoek.

Alle informatie wordt de Commissie hetzij rechtstreeks hetzij via de bevoegde instanties van de Lid-Staten verstrekt. Wanneer de informatie rechtstreeks aan de Commissie wordt verstrekt, informeert deze onverwijld de bevoegde instanties van de Lid-Staat waarin de persoon die de informatie heeft verstrekt, zijn woonplaats of zetel heeft.

Artikel 3

De overeenkomstig artikel 2 verstrekte inlichtingen worden slechts gebruikt voor het doel waarvoor zij werden verstrekt.

Inlichtingen die door hun aard vertrouwelijk zijn of die als vertrouwelijk zijn verstrekt, vallen onder de regels van het ambtsgeheim. De Commissie maakt deze inlichtingen slechts bekend met uitdrukkelijke toestemming van de persoon die ze heeft verstrekt.

De mededeling van dergelijke inlichtingen is toegestaan indien de Commissie daartoe verplicht of gemachtigd is, in het bijzonder in het kader van rechtszaken. Bij die mededeling moet de Commissie rekening houden met het rechtmatige belang van de betrokkene dat zijn zakengeheimen niet openbaar worden gemaakt.

Dit artikel doet geen afbreuk aan het recht van de Commissie algemene gegevens openbaar te maken. Openbaarmaking is niet toegestaan indien dit onverenigbaar is met het oorspronkelijke doel van de betrokken gegevens.

Bij schending van de geheimhoudingsplicht heeft de persoon van wie de gegevens afkomstig zijn, het recht schrapping, niet-inaanmerkingneming of rectificatie van de gegevens te verlangen, naar gelang van het geval.

Artikel 4

Uitspraken van rechters buiten de Gemeenschap en besluiten van bestuurlijke autoriteiten buiten de Gemeenschap die rechtstreeks of onrechtstreeks uitvoering geven aan de in de bijlage opgenomen wetten of de daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen mogen op generlei wijze worden erkend of uitvoerbaar verklaard.

Artikel 5

Geen van de in artikel 11 bedoelde personen mag, hetzij rechtstreeks, hetzij via een dochteronderneming of tussenpersoon, actief dan wel door opzettelijke nalatigheid, gevolg geven aan eisen of verboden, met inbegrip van verzoeken van buitenlandse rechters, die rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de in de bijlage opgenomen wetten of de daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen.

Overeenkomstig de in de artikelen 7 en 8 omschreven procedures kan aan een persoon toestemming worden verleend om aan genoemde eisen of verboden gevolg te geven indien niet-naleving de belangen van deze persoon of van de Gemeenschap ernstig zou schaden. De criteria voor de toepassing van deze bepaling worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 8. Indien er voldoende bewijs is dat niet-naleving ernstige schade zou veroorzaken aan een natuurlijke of rechtspersoon, legt de Commissie onverwijld aan het in artikel 8 bedoelde comité een ontwerp voor van krachtens deze verordening te treffen passende maatregelen.

Artikel 6

Elke in artikel 11 bedoelde persoon die een van de in artikel 1 bedoelde activiteiten uitoefent, heeft recht op verhaal van de schade, met inbegrip van de proceskosten, die hij heeft geleden ingevolge de toepassing van de in de bijlage opgenomen wetten of de daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen.

De schade kan worden verhaald op de natuurlijke of rechtspersoon of enig ander lichaam dat de schade heeft veroorzaakt dan wel op iedere andere persoon die in diens naam of als tussenpersoon optreedt.

Het Verdrag van Brussel van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken is van toepassing op de krachtens dit artikel ingestelde vorderingen en gedane uitspraken. Schade kan worden verhaald op grond van de bepalingen van de afdelingen 2 tot en met 6 van titel II van dat Verdrag, alsmede overeenkomstig artikel 57, lid 3, van dat Verdrag, door instelling van een rechtsvordering voor een rechter in een Lid-Staat waar die persoon of dat lichaam of een persoon die in diens naam of als tussenpersoon optreedt, activa bezit.

Onverminderd andere beschikbare middelen en overeenkomstig het toepasselijke recht kan het verhaal de vorm aannemen van beslag op en verkoop van activa die deze personen, lichamen of namens hen of als tussenpersoon optredende personen binnen de Gemeenschap bezitten, met inbegrip van aandelen in een in de Gemeenschap opgerichte rechtspersoon.

Artikel 7

Voor de toepassing van deze verordening:

a) stelt de Commissie het Europees Parlement en de Raad onverwijld en volledig in kennis van de gevolgen van de in artikel 1 bedoelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en andere rechtsvoorschriften en de daaruit voortvloeiende handelingen, aan de hand van de op grond van deze verordening verkregen informatie en stelt zij hierover regelmatig een openbaar verslag op;

b) verleent de Commissie de in artikel 5 bedoelde toestemming en houdt zij bij het vaststellen van de termijnen waarbinnen het comité advies dient uit te brengen, volledig rekening met de termijnen waaraan de personen aan wie toestemming wordt verleend, zich dienen te houden;

▼M2 —————

▼B

d) publiceert de Commissie in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen een kennisgeving betreffende de rechterlijke uitspraken en de besluiten waarop de artikelen 4 en 6 van toepassing zijn;

e) maakt de Commissie in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen de namen en adressen van de in artikel 2 bedoelde bevoegde instanties van de Lid-Staten bekend.

▼M2

Artikel 8

1.  Voor de toepassing van artikel 7, onder b), wordt de Commissie bijgestaan door het Comité extraterritoriale wetgeving. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in lid 2 van dit artikel bedoelde onderzoeksprocedure. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ).

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

▼B

Artikel 9

De Lid-Staten stellen de sancties vast die bij overtredingen van relevante bepalingen van deze verordening van toepassing zijn. Deze sancties moeten doeltreffend en evenredig zijn, alsmede een preventieve werking hebben.

Artikel 10

De Commissie en de Lid-Staten stellen elkaar in kennis van de maatregelen die zij uit hoofde van deze verordening hebben genomen, alsmede van alle andere relevante informatie in verband met deze verordening.

Artikel 11

Deze verordening is van toepassing op:

1. natuurlijke personen die ingezetenen van de Gemeenschap ( 5 ) en onderdaan van een Lid-Staat zijn,

2. rechtspersonen die zijn opgericht in de Gemeenschap,

3. in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4055/86 ( 6 ) bedoelde natuurlijke of rechtspersonen,

4. andere natuurlijke personen die ingezetenen van de Gemeenschap zijn, tenzij die personen zich bevinden in het land waarvan zij onderdaan zijn,

5. andere natuurlijke personen in de Gemeenschap, met inbegrip van haar territoriale wateren en haar luchtruim en op vaartuigen en in luchtvaartuigen die onder de rechtsmacht of controle van een Lid-Staat vallen, en die beroepshalve optreden.

▼M2

Artikel 11 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 1 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 20 februari 2014. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 1 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig artikel 1 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met vier maanden verlengd.

▼B

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.




BIJLAGE

WETTELIJKE EN BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN EN ANDERE RECHTSVOORSCHRIFTEN ( 7 )

bedoeld in artikel 1

LAND: VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA

WETTEN (ACTS)

1.   „National Defense Authorization Act for Fiscal Year 1993”, Title XVII — „Cuban Democracy Act 1992”, sections 1704 and 1706

Vereiste naleving:

Deze eisen zijn opgenomen in titel I van de „Cuban Liberty and Democratic Solidarity Act of 1996”, zie hieronder.

Mogelijke schade voor de EU-belangen:

De financiële sancties waaraan men zich blootstelt zijn nu opgenomen in de „Cuban Liberty and Democratic Solidarity Act of 1996”, zie hieronder.

2.   „Cuban Liberty and Democratic Solidarity Act of 1996”

Titel I

Vereiste naleving:

Naleving van het door de Verenigde Staten tegen Cuba ingestelde economisch en financieel embargo door, onder andere, goederen of diensten van Cubaanse oorsprong of die materiaal of goederen bevatten welke van oorsprong zijn uit Cuba niet hetzij rechtstreeks, hetzij via derde landen, naar de Verenigde Staten uit te voeren, niet te handelen in goederen die zich op Cuba bevinden of bevonden hebben dan wel uit of via Cuba vervoerd zijn, geen van Cuba afkomstige suiker naar de Verenigde Staten weder uit te voeren zonder kennisgeving door de bevoegde nationale autoriteiten van de exporteur of geen suikerprodukten in de Verenigde Staten in te voeren zonder de garantie dat die produkten geen produkten van Cuba zijn, door Cubaanse activa en financiële transacties met Cuba te bevriezen.

Mogelijke schade voor de EU-belangen:

Verbod om een vaartuig of luchtvaartuig waar ook in de Verenigde Staten te laden of te lossen, of een Amerikaanse haven of luchthaven aan te doen; weigering om goederen of diensten van oorsprong uit Cuba in te voeren en goederen of diensten van oorsprong uit de Verenigde Staten naar Cuba uit te voeren, blokkering van financiële transacties waarbij Cuba betrokken is.

Titel III en titel IV

Vereiste naleving:

Een einde maken aan „handel” in eigendommen die vroeger toebehoorden aan Amerikaanse onderdanen (met inbegrip van Cubanen die de Amerikaanse nationaliteit hebben verkregen) en die door het Cubaanse regime onteigend zijn. (Onder handel wordt verstaan: gebruik, verkoop, overdracht, controle, beheer en andere activiteit ten voordele van een bepaalde persoon).

Mogelijke schade voor de EU-belangen:

Rechtszaken in de Verenigde Staten, gebaseerd op reeds ontstane aansprakelijkheid, tegen EU-burgers of ondernemingen die betrokken zijn bij handelstransacties, leidend tot vonnissen/beslissingen om (meervoudige) schadevergoeding aan de Amerikaanse partij te betalen. Weigering van toegang tot de Verenigde Staten aan personen die betrokken zij bij handelstransacties, met inbegrip van hun echtgenoten, minderjarige kinderen en vertegenwoordigers.

3.   „Iran and Libya Sanctions Act of 1996”

Vereiste naleving:

Gedurende een periode van twaalf maanden geen investeringen in Iran of Libië van bedragen groter dan 40 miljoen US-dollar die rechtstreeks en significant bijdragen tot het vergroten van het vermogen van Iran of Libië om hun aardoliepotentieel te ontwikkelen. (Investeringen met betrekking tot het aangaan van een contract met het oog op bovengenoemde ontwikkeling, of het verstrekken van waarborgen daarvoor, dan wel het halen van voordeel daaruit of de aankoop van een aandeel in de eigendom ervan.)

NB:

Investeringen in het kader van reeds vóór 5 augustus 1996 bestaande contracten zijn vrijgesteld.

Naleving van het embargo tegen Libië dat is opgelegd bij Resoluties 748 (1992) en 883 (1993) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ( 8 ).

Mogelijke schade voor de EU-belangen:

Maatregelen die de Amerikaanse President heeft genomen ter beperking van de invoer in de Verenigde Staten of leveranties aan de Verenigde Staten, verbod van aanwijzing als eerste verhandelaar (primary dealer) of als depositaris van Amerikaans overheidsgeld, weigering van toegang tot leningen van financiële instellingen van de Verenigde Staten exportbeperkingen door de Verenigde Staten, of weigering van bijstand door de Export-Import-Bank.

BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN (Regulations)

►C1  1.   31 CFR ◄ (Code of Federal Regulations) Ch. V (7-1-95 edition) Part 515 — Cuban Assets Control Regulations, subpart B (Prohibitions), E (Licenses, Authorizations and Statements of Licensing Policy) and G (Penalties)

Vereiste naleving:

Deze verbodsbepalingen zijn opgenomen in titel I van de „Cuban Liberty and Democratic Solidarity Act of 1996”, zie hierboven. Voorts dient men vergunningen en/of machtigingen te verkrijgen voor economische activiteiten met betrekking tot Cuba.

Mogelijke schade voor de EU-belangen:

Boetes, inbeslagnemingen, gevangenisstraffen in geval van schending.



( 1 ) Advies van 25 oktober 1996 (PB nr. C 347 van 18. 11. 1996).

( 2 ) Zie bladzijde 7 van dit Publikatieblad.

( 3 ) Informatie richten aan: de Europese Commissie, Directoraat-generaal I, Wetstraat 200, B-1049 Brussel (fax (32-2) 295 65 05).

( 4 ) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

( 5 ) In de zin van deze verordening wordt onder „ingezetenen van de Gemeenschap” verstaan eenieder die wettig in de Gemeenschap gevestigd is voor een periode van ten minste zes maanden gedurende een periode van twaalf maanden die onmiddellijk voorafgaat aan de datum waarop krachtens deze verordening een verplichting ontstaat of een recht wordt uitgeoefend.

( 6 ) Verordening (EEG) nr. 4055/86 van de Raad van 22 december 1986 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de Lid-Staten onderling en tussen de Lid-Staten en derde landen (PB nr. L 378 van 31.12.1986, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3573/90 (PB nr. C 353 van 17. 12. 1990, blz. 16).

( 7 ) Verdere informatie over bovengenoemde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen kunnen worden verkregen bij de Europese Commissie, Directoraat-generaal I.E.3, Wetstraat 200, B-1049 Brussel (fax (32-2)295 65 05)

( 8 ) Zie EG-tenuitvoerlegging van die Resoluties door middel van Verordening (EG) nr. 3274/93 van de Raad (PB nr. L 295 van 30. 11. 1993, blz. 1).

Top