EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 01973R0706-19860424

Consolidated text: Verordening (EEG) nr. 706/73 van de Raad van 12 maart 1973 betreffende de communautaire regeling voor de Kanaal-eilanden en het eiland Man inzake het handelsverkeer in landbouwprodukten

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1973/706/1986-04-24

Geconsolideerde TEKST: 31973R0706 — NL — 24.04.1986

1973R0706 — NL — 24.04.1986 — 001.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EEG) Nr. 706/73 VAN DE RAAD

van 12 maart 1973

betreffende de communautaire regeling voor de Kanaal-eilanden en het eiland Man inzake het handelsverkeer in landbouwprodukten

(PB L 068, 15.3.1973, p.1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

Verordening (EEG) nr. 1174/86 van de Raad van 21 april 1986 

  L 107

1

24.4.1986




▼B

VERORDENING (EEG) Nr. 706/73 VAN DE RAAD

van 12 maart 1973

betreffende de communautaire regeling voor de Kanaal-eilanden en het eiland Man inzake het handelsverkeer in landbouwprodukten



DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op het op 22 januari 1972 ondertekende Verdrag betreffende de toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ( 1 ), inzonderheid op artikel 1, lid 2, derde alinea, van Protocol nr. 3 van de daarbij gevoegde Akte,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat, krachtens artikel 1, lid 2, van genoemd Protocol, de voor het Verenigd Koninkrijk geldende communautaire regeling bij de invoer uit derde landen van landbouwprodukten welke vallen onder bijlage II van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, alsmede van de goederen welke vallen onder Verordening nr. 170/67/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende een gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine ( 2 ), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1081/71 ( 3 ), en onder Verordening (EEG) nr. 1059/69 van de Raad van 28 mei 1969 tot vaststelling van de handelsregeling die van toepassing is op bepaalde goederen verkregen door verwerking van landbouwprodukten ( 4 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 609/72 ( 5 ), van toepassing is op de Kanaal-eilanden en het eiland Man, hierna „eilanden” genoemd; dat de andere bepalingen van de communautaire regeling die nodig zijn om het vrije verkeer en de inachtneming van de normale concurrentievoorwaarden in het handelsverkeer van genoemde produkten mogelijk te maken, eveneens van toepassing zijn; dat de Raad, op voorstel van de Commissie, dient te bepalen op welke wijze de vorengenoemde bepalingen op deze gebieden van toepassing zijn;

Overwegende dat het, ten einde het vrije verkeer van genoemde produkten mogelijk te maken, dienstig is, in beginsel, de door het Verenigd Koninkrijk toe te passen regeling betreffende de mechanismen van dit handelsverkeer van toepassing te doen zijn, waarbij het Verenigd Koninkrijk en de eilanden voor de toepassing van deze regeling als één enkele Lid-Staat worden beschouwd;

Overwegende evenwel dat de op de eilanden uit hoofde van douanerechten, belastingen, heffingen of andere geïnde gelden niet voor de begroting van de Gemeenschappen wonden bestemd; dat de communautaire financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid derhalve niet van toepassing is; dat de regelingen ten gunste van de uitvoer niet dienen te worden toegepast, omdat de door de Gemeenschap toegekende bedragen slechts worden aangehouden als maximum voor de steun die de eilanden mogen verlenen;

Overwegende dat dient te worden vermeden dat de produkten van oorsprong van de eilanden door een Lid-Staat naar derde landen worden uitgevoerd om in aanmerking te komen voor de uit de begroting van de Gemeenschap gefinancierde restitutie;

Overwegende dat de in het intracommunautaire handelsverkeer geldende communautaire regeling in sommige gevallen voorziet in de toekenning van bedragen voor uitvoer van het Verenigd Koninkrijk naar de andere Lid-Staten; dat deze bedragen het maximum moeten vormen van de steun welke de eilanden mogen verlenen; dat het voor de andere dan de in het handelsverkeer verleende steun mogelijk blijkt de toepassing van de communautaire regeling te beperken tot aanmeldingsmaatregelen en tot de mogelijkheid voor de Commissie om opmerkingen te maken;

Overwegende dat, ten einde alle belemmeringen van het vrije verkeer van genoemde goederen te vermijden, de andere regelingen — namelijk die welke bestaan op het gebied van de veterinaire wetgeving, van de fyto-sanitaire wetgeving, van het in de handel brengen van zaaizaad en plantgoed, van de wetgeving inzake voedingswaren, van de wetgeving inzake veevoeders, van kwaliteitsnormen en afzetregels — moeten worden toegepast, doch slechts ten aanzien van de aspecten daarvan die betrekking hebben op het handelsverkeer;

Overwegende dat de situatie van de eilanden op veterinair gebied gelijkaardig is aan die van Noord-Ierland; dat aan de eilanden kan worden toegestaan de ter zake door Noord-Ierland toe te passen regeling te volgen zonder dat daaruit moeilijkheden in het handelsverkeer voortvloeien;

Overwegende dat de aldus vastgestelde regeling voldoende lijkt om de in het genoemde Protocol omschreven doelstellingen te bereiken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



Artikel 1

1.  De communautaire regeling voor het Verenigd Koninkrijk, betreffende het handelsverkeer in landbouwprodukten welke vallen onder bijlage II van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap alsmede in de goederen welke vallen onder Verordening nr. 170/67/EEG en Verordening (EEG) nr. 1059/69, is van toepassing op de eilanden, met uitzondering van de bepalingen betreffende de bij uitvoer door het Verenigd Koninkrijk toegekende restituties en compenserende bedragen.

2.  Voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde regeling worden het Verenigd Koninkrijk en de eilanden als één Lid-Staat beschouwd.

3.  Voor de in het lid 1 bedoelde produkten van oorsprong of van herkomst van de eilanden, waarvoor de douaneformaliteiten bij uitvoer in een Lid-Staat worden vervuld, wordt geen restitutie en geen compenserend bedrag verleend.

4.  Bij de uitvoer naar derde landen van de in lid 1 bedoelde produkten mogen de eilanden geen steun toekennen voor een bedrag dat hoger is dan de restituties of de compenserende bedragen die het Verenigd Koninkrijk bij uitvoer naar derde landen volgens de communautaire regeling kan toekennen.

5.  Bij uitvoer naar de Lid-Staten mogen de eilanden voor de in lid 1 bedoelde produkten geen steun toekennen die hoger is dan de bedragen die het Verenigd Koninkrijk bij uitvoer naar de andere Lid-Staten volgens de communautaire regeling kan toekennen.

Artikel 2

Ten aanzien van de andere steun dan die bedoeld in artikel 1, is artikel 93, lid 1 en lid 3 eerste zin, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing.

De Raad besluit bij gekwalificeerde meerderheid op voorstel van de Commissie tot uitbreiding van de toepasselijkheid van de overige bepalingen van de artikelen 92, 93 en 94 van het Verdrag, voor zover zulks noodzakelijk mocht blijken.

▼M1

Artikel 3

Vanaf 1 september 1973 wordt de communautaire regeling die van toepassing is in de volgende sectoren:

 veterinaire wetgeving,

 zoötechnische wetgeving,

 fytosanitaire wetgeving,

 afzet van zaaizaad en plantgoed,

 levensmiddelenwetgeving,

 wetgeving betreffende diervoeders,

 kwaliteitsen afzetnormen,

onder dezelfde voorwaarden als in het Verenigd Koninkrijk toegepast op de in artikel 1 bedoelde produkten die op de eilanden worden ingevoerd of die van de eilanden naar de Gemeenschap worden uitgevoerd.

De Kanaaleilanden en het eiland Man worden evenwel gemachtigd om voor het handelsverkeer in levende dieren, vers vlees en vleesprodukten hun specifieke bij invoer geldende voorschriften ten aanzien van mond- en klauwzeer te handhaven. Die voorschriften mogen niet restrictiever zijn dan de op 30 september 1985 geldende voorschriften.

▼B

Artikel 4

De uitvoeringsbepalingen van artikel 1, met name die welke vermijding van verleggingen van het handelsverkeer tot doel hebben, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 van Verordening nr. 120/67/EEG van de Raad van 13 juni 1967 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen ( 6 ), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van toetreding, of, al naar het geval, van het overeenkomstige artikel van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad der Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.



( 1 ) PB nr. L 73 van 27. 3. 1972, blz. 5.

( 2 ) PB nr. 130 van 28. 6. 1967, blz. 2596/67.

( 3 ) PB nr. L 116 van 28. 5. 1971, blz. 9.

( 4 ) PB nr. L 141 van 12. 6. 1969, blz. 1.

( 5 ) PB nr. L 75 van 23. 3. 1972, blz. 6.

( 6 ) PB nr. 117 van 19. 6. 1967, blz. 2269/67.

Top