Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2007/096/06

Zaak C-347/04: Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 29 maart 2007 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Köln — Duitsland) — Rewe Zentralfinanz eG, rechtsopvolger onder algemene titel van ITS Reisen GmbH/Finanzamt Köln-Mitte (Vrijheid van vestiging — Vennootschapsbelasting — Onmiddellijke verrekening van verlies van moedervennootschap — Verlies uit afschrijving op waarde van deelnemingen in dochtervennootschappen die in andere lidstaten zijn gevestigd)

PB C 96 van 28.4.2007, p. 4–4 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 96/4


Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 29 maart 2007 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Köln — Duitsland) — Rewe Zentralfinanz eG, rechtsopvolger onder algemene titel van ITS Reisen GmbH/Finanzamt Köln-Mitte

(Zaak C-347/04) (1)

(Vrijheid van vestiging - Vennootschapsbelasting - Onmiddellijke verrekening van verlies van moedervennootschap - Verlies uit afschrijving op waarde van deelnemingen in dochtervennootschappen die in andere lidstaten zijn gevestigd)

(2007/C 96/06)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Finanzgericht Köln

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Rewe Zentralfinanz eG, rechtsopvolger onder algemene titel van ITS Reisen GmbH

Verwerende partij: Finanzamt Köln-Mitte

Voorwerp

Verzoek om prejudiciële beslissing — Finanzgericht Köln — Uitlegging van artikel 52 (thans, na wijziging, artikel 43 EG), artikel 58 (thans artikel 48 EG) en van artikel 73 B (thans artikel 56 EG) — Nationale wettelijke regeling inzake vennootschapsbelasting, die voor ingezeten moedervennootschappen de mogelijkheid beperkt om verliezen uit afschrijvingen op deelnemingen in dochterondernemingen die fiscaal in andere lidstaten zijn gevestigd, te verrekenen

Dictum

In omstandigheden als die van het hoofdgeding, waarin een moedervennootschap in een niet-ingezeten dochtervennootschap een deelneming bezit die haar een zodanige invloed op de besluiten van deze buitenlandse dochtervennootschap verleent dat zij de activiteiten ervan kan bepalen, verzetten de artikelen 52 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 43 EG) en 58 EG-Verdrag (thans artikel 48 EG) zich tegen een regeling van een lidstaat waarbij de mogelijkheid voor een in deze staat gevestigde moedervennootschap om het verlies uit afschrijvingen op de waarde van haar deelnemingen in in andere lidstaten gevestigde dochtervennootschappen fiscaal af te trekken, wordt beperkt.


(1)  PB C 273 van 6.11.2004.


Top