This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document C2006/261/33
Case C-381/06: Action brought on 15 September 2006 — Commission of the European Communities v Hellenic Republic
Zaak C-381/06: Beroep ingesteld op 15 september 2006 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Helleense Republiek
Zaak C-381/06: Beroep ingesteld op 15 september 2006 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Helleense Republiek
PB C 261 van 28.10.2006, pp. 17–18
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
|
28.10.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 261/17 |
Beroep ingesteld op 15 september 2006 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Helleense Republiek
(Zaak C-381/06)
(2006/C 261/33)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: M. Patakia en J. Enegren, gemachtigden)
Verwerende partij: Helleense Republiek
Conclusies
|
— |
vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 2002/14/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap, althans door deze bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen; |
|
— |
de Helleense Republiek te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
De termijn voor omzetting van richtlijn 2002/14/EG in nationaal recht is op 23 maart 2005 verstreken.
(1) PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29.