Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2006/193E/02

NOTULEN
Dinsdag, 6 september 2005

PB C 193E van 17.8.2006, pp. 16–122 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

17.8.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 193/16


NOTULEN

(2006/C 193 E/02)

VERLOOP VAN DE VERGADERING

VOORZITTER: Jacek Emil SARYUSZ-WOLSKI

Ondervoorzitter

1.   Opening van de vergadering

De vergadering wordt om 09.05 uur geopend.

2.   Ingekomen stukken

De volgende stukken zijn ontvangen:

1)

van Raad en Commissie:

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen (2007) — Voor een rechtvaardige samenleving (COM(2005)0225 — C6-0178/2005 — 2005/0107(COD)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

 

advies: BUDG, EMPL, CULT, FEMM

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (COM(2005)0305 — C6-0232/2005 — 2005/0126(COD)).

verwezen naar:

ten principale: JURI

 

advies: LIBE

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen (COM(2005)0276 [01] — C6-0233/2005 — 2005/0127(COD)).

verwezen naar:

ten principale: JURI

 

advies: ITRE, IMCO, LIBE

Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (COM(2005)0181 — C6-0234/2005 — 2005/0090(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: BUDG

 

advies: CONT

Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie (COM(2005)0091 — C6-0235/2005 — 2005/0018(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van het specifieke programma „Grondrechten en burgerschap” voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma „Grondrechten en justitie” (COM(2005)0122 [02] — C6-0236/2005 — 2005/0038(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

 

advies: BUDG, CULT

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het specifieke programma „Strafrecht” voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma „Grondrechten en justitie” (COM(2005)0122 [03] — C6-0237/2005 — 2005/0039(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

 

advies: BUDG

Voorstel voor een beschikking van de Raad tot instelling van het Europees Fonds voor de integratie van onderdanen van derde landen voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma „Solidariteit en beheer van de migratiestromen” (COM(2005)0123 [03] — C6-0238/2005 — 2005/0048(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

 

advies: DEVE, BUDG, EMPL, CULT

Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 4 voor het begrotingsjaar 2005 (11220/2005 — C6-0239/2005 — 2005/2079(BUD)).

verwezen naar:

ten principale: BUDG

 

advies: AFET, DEVE

Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5 voor het begrotingsjaar 2005 (11221/2005 — C6-0240/2005 — 2005/2126(BUD)).

verwezen naar:

ten principale: BUDG

Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van het specifieke programma „Terrorisme: preventie, paraatheid en beheersing van de gevolgen” voor de periode 2007-2013; Algemeen programma „Veiligheid en bescherming van de vrijheden” (COM(2005)0124 [01] — C6-0241/2005 — 2005/0034(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

 

advies: AFET, BUDG

Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van het specifieke programma betreffende „Preventie en de bestrijding van criminaliteit” voor de periode 2007-2013 — Algemeen programma „Veiligheid en bescherming van de vrijheden” (COM(2005)0124 [02] — C6-0242/2005 — 2005/0035(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

 

advies: BUDG

Voorstel voor een verordening van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (COM(2005)0263 [01] — C6-0243/2005 — 2005/0118(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: AGRI

 

advies: DEVE, INTA, BUDG, CONT, REGI

Voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (COM(2005)0263 [02] — C6-0244/2005 — 2005/0119(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: AGRI

 

advies: DEVE, INTA, BUDG, CONT, REGI

Voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1258/1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (COM(2005)0263 [03] — C6-0245/2005 — 2005/0120(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: AGRI

 

advies: DEVE, INTA, BUDG, CONT, REGI

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van Richtlijn 90/544/EEG van de Raad inzake de voor de gecoördineerde invoering in de Gemeenschap van de pan-Europese openbare semafoondienst te land bestemde frequentiebanden (COM(2005)0361 — C6-0248/2005 — 2005/0147(COD)).

verwezen naar:

ten principale: ITRE

 

advies: IMCO

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van het goederenvervoer over de binnenwateren (COM(2005)0366 — C6-0249/2005 — 2005/0150(COD)).

verwezen naar:

ten principale: TRAN

 

advies: ECON

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2000/14/EG inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis (COM(2005)0370 — C6-0250/2005 — 2005/0149(COD)).

verwezen naar:

ten principale: ENVI

 

advies: ITRE, IMCO

Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 77/388/EEG vastgestelde teruggaaf van de BTW aan belastingplichtigen die niet in het binnenland maar in een andere lidstaat zijn gevestigd (COM(2004)0728 [03] — C6-0251/2005 — 2005/0807(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: ECON

 

advies: IMCO

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de financiering van de Europese normalisatie (COM(2005)0377 — C6-0252/2005 — 2005/0157(COD)).

verwezen naar:

ten principale: IMCO

 

advies: BUDG, ITRE

Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door Tsjechische Republiek, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije van bepaalde documenten als gelijkwaardig met hun nationale visa, met het oog op doorreis over hun grondgebied (COM(2005)0381 [01] — C6-0253/2005 — 2005/0158(COD)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

 

advies: AFET

Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten, met het oog op doorreis over hun grondgebied, van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels (COM(2005)0381 [02] — C6-0254/2005 — 2005/0159(COD)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

 

advies: AFET

Initiatief van het Koninkrijk Groot-Brittannië en Noord-Ierland met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad tot wijziging van Besluit 2003/170/JBZ betreffende het gezamenlijk gebruik van verbindingsofficieren die gedetacheerd zijn door de rechtshandhavende autoriteiten van de lidstaten (10706/2005 — C6-0255/2005 — 2005/0808(CNS)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (herschikking) (COM(2005)0399 — C6-0256/2005 — 2005/0166(COD)).

verwezen naar:

ten principale: LIBE

 

advies: ENVI, JURI

3.   Kredietoverschrijvingen

De Begrotingscommissie heeft het voorstel tot kredietoverschrijving DEC 18/2005 van de Commissie (C6-0186/2005 — SEC(2005)0683) behandeld.

Na kennis te hebben genomen van het advies van de Raad, heeft zij overeenkomstig artikel 24, lid 3, van het Financieel Reglement van 25 juni 2002 haar goedkeuring aan de overschrijving in haar geheel gehecht.

*

* *

De Begrotingscommissie heeft het voorstel tot kredietoverschrijving DEC 19/2005 van de Commissie (C6-0187/2005 — SEC(2005)0684) behandeld.

Na kennis te hebben genomen van het advies van de Raad, heeft zij overeenkomstig artikel 24, lid 3, van het Financieel Reglement van 25 juni 2002 haar goedkeuring aan de overschrijving in haar geheel gehecht.

*

* *

De Begrotingscommissie heeft het voorstel tot kredietoverschrijving DEC 20/2005 van de Commissie (C6-0188/2005 — SEC(2005)0685) behandeld.

Na kennis te hebben genomen van het advies van de Raad, heeft zij overeenkomstig artikel 24, lid 3, van het Financieel Reglement van 25 juni 2002 haar goedkeuring aan de overschrijving in haar geheel gehecht.

*

* *

De Begrotingscommissie heeft het voorstel tot kredietoverschrijving DEC 21/2005 van de Commissie (C6-0189/2005 — SEC(2005)0757 behandeld.

Na kennis te hebben genomen van het advies van de Raad, heeft zij overeenkomstig artikel 24, lid 3, van het Financieel Reglement van 25 juni 2002 haar goedkeuring aan de overschrijving in haar geheel gehecht.

*

* *

De Begrotingscommissie heeft het voorstel tot kredietoverschrijving DEC 22/2005 van de Commissie (C6-0212/2005 — SEC(2005)0821) behandeld.

Na kennis te hebben genomen van het advies van de Raad, heeft zij overeenkomstig artikel 24, lid 3, van het Financieel Reglement van 25 juni 2002 haar goedkeuring aan de overschrijving in haar geheel gehecht.

*

* *

De Begrotingscommissie heeft het voorstel tot kredietoverschrijving DEC 23/2005 van de Commissie (C6-0227/2005 — SEC(2005)0822) behandeld.

Na kennis te hebben genomen van het advies van de Raad, heeft zij overeenkomstig artikel 24, lid 3, van het Financieel Reglement van 25 juni 2002 haar goedkeuring aan de overschrijving in haar geheel gehecht.

*

* *

De Begrotingscommissie heeft het voorstel tot kredietoverschrijving DEC 24/2005 van de Commissie (C6-0228/2005 — SEC(2005)0899) behandeld.

Na kennis te hebben genomen van het advies van de Raad, heeft zij overeenkomstig artikel 24, lid 3, van het Financieel Reglement van 25 juni 2002 haar goedkeuring aan de overschrijving in haar geheel gehecht.

*

* *

De Begrotingscommissie heeft het voorstel tot kredietoverschrijving DEC 26/2005 van de Commissie (C6-0229/2005 — SEC(2005)0901) behandeld.

Na kennis te hebben genomen van het advies van de Raad, heeft zij overeenkomstig artikel 24, lid 3, van het Financieel Reglement van 25 juni 2002 haar goedkeuring aan de overschrijving in haar geheel gehecht.

4.   Natuurrampen (branden en overstromingen) (ingediende ontwerpresoluties)

De volgende ontwerpresoluties zijn ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement, tot besluit van het debat over natuurrampen (branden en overstromingen) (punt 18 van de notulen van 05.09.2005):

Gerardo Galeote Quecedo, Françoise Grossetête, Luís Queiró, Othmar Karas, Markus Ferber, Richard Seeber, Luis de Grandes Pascual, László Surján, Daniel Varela Suanzes-Carpegna, José Ribeiro e Castro, María Esther Herranz García, María del Pilar Ayuso González en Cristina Gutiérrez-Cortines, namens de PPE-DE-Fractie, over de branden deze zomer in Zuid-Europa en de overstromingen in Midden-Europa (B6-0458/2005);

Vittorio Prodi, namens de ALDE-Fractie, over de natuurrampen die zich deze zomer in de EU hebben voorgedaan (B6-0462/2005);

Rosa Miguélez Ramos, Edite Estrela, Heinz Kindermann en Herbert B-sch, namens de PSE-Fractie, over de branden en overstromingen in Europa in de zomer van 2005 (B6-0466/2005);

Liam Aylward, Alessandro Foglietta en Rolandas Pavilionis, namens de UEN-Fractie, over de natuurrampen die zich deze zomer in de EU hebben voorgedaan (B6-0467/2005);

Ilda Figueiredo, Pedro Guerreiro, Willy Meyer Pleite, Helmuth Markov en Dimitrios Papadimoulis, namens de GUE/NGL-Fractie, over natuurrampen (overstromingen en branden) (B6-0471/2005);

Claude Turmes, Satu Hassi en Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie, over natuurrampen (B6-0472/2005).

5.   Debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat (bekendmaking van de ingediende ontwerpresoluties)

De navolgende leden of fracties hebben overeenkomstig artikel 115 van het Reglement voor de hiernavolgende ontwerpresoluties verzoeken ingediend om het houden van een debat:

I. HONGERSNOOD IN NIGER

Panagiotis Beglitis en Pasqualina Napoletano, namens de PSE-Fractie, over de voedselsituatie in Niger (B6-0460/2005);

Marie-Hélène Aubert, Marie Anne Isler Béguin en Frithjof Schmidt, namens de Verts/ALE-Fractie, over de hongersnood in Niger (B6-0464/2005);

Luisa Morgantini en Gabriele Zimmer, namens de GUE/NGL-Fractie, over de voedselsituatie in Niger (B6-0470/2005);

Fiona Hall en Johan Van Hecke, namens de ALDE-Fractie, over de hongersnood in Niger (B6-0473/2005);

John Bowis en Bernd Posselt, namens de PPE-DE-Fractie, over de hongersnood in Niger (B6-0476/2005);

Ģirts Valdis Kristovskis, Eoin Ryan en Roberts Zīle, namens de UEN-Fractie, over de hongersnood in Niger (B6-0479/2005).

II. SCHENDINGEN VAN DE MENSENRECHTEN IN CHINA, MET NAME OP HET GEBIED VAN VRIJHEID VAN GODSDIENST

Graham Watson, namens de ALDE-Fractie, over de mensenrechten in China, met name op het gebied van vrijheid van godsdienst (B6-0457/2005);

Pasqualina Napoletano, namens de PSE-Fractie, over de mensenrechten in China, met name op het gebied van vrijheid van godsdienst (B6-0461/2005);

Raül Romeva i Rueda, Hélène Flautre, Helga Trüpel en Claude Turmes, namens de Verts/ALE-Fractie, over de mensenrechten in China, met name op het gebied van vrijheid van godsdienst (B6-0465/2005);

Jonas Sjöstedt, namens de GUE/NGL-Fractie, over de fundamentele vrijheden in China (B6-0469/2005);

José Ribeiro e Castro, Mario Mauro, John Bowis, Bernd Posselt, Vytautas Landsbergis, Thomas Mann en Georg Jarzembowski, namens de PPE-DE-Fractie, over de mensenrechten in China, met name op het gebied van vrijheid van godsdienst (B6-0475/2005);

Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie, over de mensenrechten in China, met name op het gebied van vrijheid van godsdienst (B6-0477/2005);

Cristiana Muscardini, Marcin Libicki, Konrad Szymański en Roberta Angelilli, namens de UEN-Fractie, over de vrijheid van godsdienst in China (B6-0478/2005).

III. SITUATIE VAN DE POLITIEKE GEVANGENEN IN SYRIË

Philippe Morillon, namens de ALDE-Fractie, over de toestand van de mensenrechten in Syrië, met name het geval van Riad Seif en Mamun al Humsi (B6-0456/2005);

Pasqualina Napoletano, namens de PSE-Fractie, over de situatie van de politieke gevangenen in Syrië (B6-0459/2005);

Hélène Flautre en Cem Özdemir, namens de Verts/ALE-Fractie, over de politieke gevangenen in Syrië, met name het geval van Riad Seif en Mamun al Humsi (B6-0463/2005);

Vittorio Agnoletto, namens de GUE/NGL-Fractie, over de mensenrechten in Syrië (B6-0468/2005);

Charles Tannock en Bernd Posselt, namens de PPE-DE-Fractie, over de mensenrechten in Syrië (B6-0474/2005);

Cristiana Muscardini en Sebastiano (Nello) Musumeci, namens de UEN-Fractie, over de situatie van de politieke gevangenen in Syrië (B6-0480/2005).

De spreektijd zal worden verdeeld overeenkomstig artikel 142 van het Reglement.

6.   Gezondheid en veiligheid op het werk: blootstelling van werknemers aan optische straling *** II (debat)

Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (optische straling) (19e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) [05571/6/2005 — C6-0129/2005 — 1992/0449B((COD)] — Commissie werkgelegenheid en sociale zaken.

Rapporteur: Csaba Őry (A6-0249/2005).

Het woord wordt gevoerd door Jacques Barrot (vice-voorzitter van de Commissie).

Csaba Őry licht de aanbeveling voor de tweede lezing toe.

Het woord wordt gevoerd door Ria Oomen-Ruijten, namens de PPE-DE-Fractie, Stephen Hughes, namens de PSE-Fractie, Elizabeth Lynne, namens de ALDE-Fractie, Sepp Kusstatscher, namens de Verts/ALE-Fractie, Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie, Roger Helmer, niet-ingeschrevene, Thomas Mann, Harlem Désir, Marian Harkin, Elisabeth Schroedter, Jiří Maštálka, Anja Weisgerber, Karin Jöns, Alyn Smith, Philip Bushill-Matthews, Harald Ettl, Alexander Radwan, Ole Christensen, Avril Doyle, Proinsias De Rossa en Jacques Barrot.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 4.7 van de notulen van 07.09.2005.

7.   Programma Progress *** I (debat)

Verslag over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit — Progress [COM(2004)0488 — C6-0092/2004 — 2004/0158(COD)] — Commissie werkgelegenheid en sociale zaken.

Rapporteur: Karin Jöns (A6-0199/2005)

Het woord wordt gevoerd door Jacques Barrot (vice-voorzitter van de Commissie).

Karin Jöns leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Ilda Figueiredo (rapporteur voor advies van de Commissie FEMM), Raymond Langendries, namens de PPE-DE-Fractie, en Jan Andersson, namens de PSE-Fractie.

VOORZITTER: Miroslav OUZKÝ

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Luigi Cocilovo, namens de ALDE-Fractie, Bairbre de Brún, namens de GUE/NGL-Fractie, Derek Roland Clark, namens de IND/DEM-Fractie, Ria Oomen-Ruijten, Richard Howitt, Siiri Oviir, Kyriacos Triantaphyllides, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Lissy Gröner, Anna Záborská, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou en Jacques Barrot.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 9.15 van de notulen van 06.09.2005

8.   Televisie zonder grenzen (debat)

Verslag over de toepassing van artikelen 4 en 5 van Richtlijn 89/552/EEG „Televisie zonder grenzen”, zoals gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG, voor de periode 2001-2002 [2004/2236(INI)] — Commissie cultuur en onderwijs.

Rapporteur: Henri Weber (A6-0202/2005).

Henri Weber leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Luis Herrero-Tejedor, namens de PPE-DE-Fractie, Gyula Hegyi, namens de PSE-Fractie, Claire Gibault, namens de ALDE-Fractie, Helga Trüpel, namens de Verts/ALE-Fractie, Dimitrios Papadimoulis, namens de GUE/NGL-Fractie, Ruth Hieronymi, Vladimír Železný, namens de IND/DEMFractie, Nikolaos Sifunakis, Giulietto Chiesa, Alyn Smith, Mario Borghezio, Manolis Mavrommatis, Maria Badia I Cutchet, Anneli Jäätteenmäki, Thomas Wise, Ivo Belet en Jacques Barrot (vice-voorzitter van de Commissie).

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 9.17 van de notulen van 06.09.2005

VOORZITTER: Antonios TRAKATELLIS

Ondervoorzitter

9.   Stemmingen

Nadere bijzonderheden betreffende de uitslagen van de stemmingen (amendementen, aparte stemmingen, stemmingen in onderdelen) zijn opgenomen in bijlage 1 bij de notulen.

9.1.   Verzoek om raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité: Structuur, onderwerpen en kader voor een evaluatie van het debat over de Europese Unie (artikel 117 van het Reglement)

Verzoek om raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité: Structuur, onderwerpen en kader voor een evaluatie van het debat over de Europese Unie

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 1)

Goedgekeurd

9.2.   Verzoek om raadpleging van het Comité van de Regio's:Structuur, onderwerpen en kader voor een evaluatie van het debat over de Europese Unie (artikel 118 van het Reglement)

Verzoek om raadpleging van het Comité van de Regio's: Structuur, onderwerpen en kader voor een evaluatie van het debat over de Europese Unie

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 2)

Goedgekeurd

9.3.   Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst EG/Marokko naar aanleiding van de uitbreiding *** (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Aanbeveling over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, in verband met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie [9649/2005 — COM(2004)0848 — C6-0200/2005 — 2004/0292(AVC)] — Commissie buitenlandse zaken.

Rapporteur: Elmar Brok (A6-0219/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 3)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0308)

Het Parlement verleent hiermede zijn instemming.

9.4.   Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst EG/Tunesië naar aanleiding van de uitbreiding *** (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Aanbeveling over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie [9648/2005 — COM(2004)0736 — C6-0199/2005 — 2004/0265(AVC)] — Commissie buitenlandse zaken.

Rapporteur: Elmar Brok (A6-0220/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 4)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0309)

Het Parlement verleent hiermede zijn instemming.

9.5.   Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst EG/Jordanië naar aanleiding van de uitbreiding *** (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Aanbeveling over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie [5092/2005 — COM(2004)0578 — C6-0202/2005 — 2004/0196(AVC)] — Commissie buitenlandse zaken.

Rapporteur: Elmar Brok (A6-0221/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 5)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0310)

Het Parlement verleent hiermede zijn instemming.

9.6.   Gemeenschappelijke marktordening in de sector ruwe tabak * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2075/92 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak [COM(2005)0235 — C6-0193/2005 — 2005/0105(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Joseph Daul (A6-0233/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 6)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0311)

9.7.   Aanduiding van biologische productiemethode op landbouwproducten en levensmiddelen * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen [COM(2005)0194 — C6-0140/2005 — 2005/0094(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Joseph Daul (A6-0234/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 7)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0312)

9.8.   Stationerings- en exploitatiefase van het Europese satellietnavigatieprogramma *** I (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de tenuitvoerlegging van de stationeringsfase en de exploitatiefase van het Europees programma voor radionavigatie per satelliet [COM(2004)0477 — C6-0087/2004 — 2004/0156(COD)] — Commissie industrie, onderzoek en energie.

Rapporteur: Etelka Barsi-Pataky (A6-0212/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 8)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0313)

Opmerkingen in het kader van de stemming:

Etelka Barsi-Pataky (rapporteur) diende een mondeling amendement in op amendementen 6, 7, 8 en 19, dat in aanmerking werd genomen.

9.9.   Overeenkomst EG/Libanon inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Libanon inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten [COM(2005)0062 — C6-0059/2005 — 2005/0012(CNS)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Paolo Costa (A6-0232/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 9)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0314)

9.10.   Overeenkomst EG/Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten [COM(2005)0061 — C6-0060/2005 — 2005/0009(CNS)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Paolo Costa (A6-0231/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 10)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0315)

9.11.   Visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie [COM(2004)0724 — C6-0187/2004 — 2004/0252(CNS)] — Commissie visserij.

Rapporteur: Paulo Casaca (A6-0238/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 11)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0316)

9.12.   Overeenkomst EG/Albanië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven [COM(2004)0092 — C6-0053/2005 — 2004/0033(CNS)] — Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.

Rapporteur: Ewa Klamt (A6-0214/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 12)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0317)

9.13.   Toegang tot buitenlandse hulp van de Gemeenschap * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad inzake de toegang tot buitenlandse hulp van de Gemeenschap [8977/2005 — C6-0156/2005 — 2005/0806(CNS)] — Commissie ontwikkelingssamenwerking.

Rapporteur: Michael Gahler (A6-0239/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 13)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2005)0318)

9.14.   Beheer van afval van winningsindustrieën *** II (stemming)

Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, vastgesteld door de Raad met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn 2004/35/EG [16075/1/2004 — C6-0128/2005 — 2003/0107(COD)] — Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid.

Rapporteur: Jonas Sjöstedt (A6-0236/2005)

(Gekwalificeerde meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 14)

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VAN DE RAAD

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2005)0319)

9.15.   Programma Progress *** I (stemming)

Verslag over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit — Progress [COM(2004)0488 — C6-0092/2004 — 2004/0158(COD)] — Commissie werkgelegenheid en sociale zaken.

Rapporteur: Karin Jöns (A6-0199/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 15)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2005)0320)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2005)0320)

Opmerkingen in het kader van de stemming:

Lívia Járóka diende mondelinge amendementen in op amendementen 6 en 23; Karin Jöns (rapporteur), lichtte deze amendementen toe. Aangezien meer dan 37 leden bezwaar maakten tegen het in aanmerking nemen van deze mondelinge amendementen, werden deze amendementen niet in stemming gebracht;

na de stemming bedankte de rapporteur de leden van de Tijdelijke Commissie beleidsuitdagingen en begrotingsmiddelen in de uitgebreide Unie 2007-2013 voor hun medewerking.

9.16.   Textiel- en kledingindustrie na 2005 (stemming)

Verslag over de textiel- en kledingsector na 2005 [2004/2265(INI)] — Commissie internationale handel.

Rapporteur: Tokia Saïfi (A6-0193/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 16)

ONTWERPRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2005)0321)

Opmerkingen in het kader van de stemming:

Pedro Guerreiro, namens de GUE/NGL-Fractie, diende een mondeling amendement in op amendement 9, dat in aanmerking werd genomen.

9.17.   Televisie zonder grenzen (stemming)

Verslag over de toepassing van artikelen 4 en 5 van Richtlijn 89/552/EEG „Televisie zonder grenzen”, zoals gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG, voor de periode 2001-2002 [2004/2236(INI)] — Commissie cultuur en onderwijs.

Rapporteur: Henri Weber (A6-0202/2005)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage 1, punt 17)

ONTWERPRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2005)0322)

10.   Stemverklaringen

Schriftelijke stemverklaringen:

De schriftelijke stemverklaringen in de zin van artikel 163, lid 3 van het Reglement zijn opgenomen in het volledig verslag van deze vergadering.

Mondelinge stemverklaringen:

Verslag Karin Jöns — A6-0199/2005

Hynek Fajmon

Verslag Tokia Saïfi — A6-0193/2005

Alexander Stubb en Jörg Leichtfried

11.   Rectificaties stemgedrag

De recitificaties stemgedrag staan op de website „Séance en direct”, „Résultats des votes (appels nominaux)/Result of votes (Roll-call votes)” en in de gedrukte versie van bijlage 2 „Uitslag van de hoofdelijke stemmingen”.

De elektronische versie op Europarl zal regelmatig tot uiterlijk twee weken na de dag van stemming worden bijgewerkt.

Na het verstrijken van deze termijn zal de lijst van rectificaties stemgedrag worden gesloten met het oog op vertaling en publicatie in het Publicatieblad.

(De vergadering wordt om 12.40 uur onderbroken en om 15.05 uur hervat.)

VOORZITTER: Luigi COCILOVO

Ondervoorzitter

12.   Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering

De notulen van de vorige vergadering worden goedgekeurd.

13.   Begrotingsjaar 2006

Indiening door de Raad van het ontwerp van algemene begroting — Begrotingsjaar 2006

Ivan Lewis (fungerend voorzitter van de Raad) licht het ontwerp van algemene begroting toe.

Het punt wordt gesloten.

14.   Algemene begroting van de Europese Unie voor 2006 (debat)

Algemene begroting van de Europese Unie voor 2006

Het woord wordt gevoerd door Janusz Lewandowski (voorzitter van de Commissie BUDG), Giovanni Pittella (rapporteur algemene begroting 2006), Valdis Dombrovskis (rapporteur algemene begroting 2006), Dalia Grybauskaitė (lid van de Commissie), Laima Liucija Andrikienė, namens de PPE-DE-Fractie, Constanze Angela Krehl, namens de PSE-Fractie, István Szent-Iványi, namens de ALDE-Fractie, Helga Trüpel, namens de Verts/ALE-Fractie, Esko Seppänen, namens de GUE/NGL-Fractie, en Lars Wohlin, namens de IND/DEMFractie.

VOORZITTER: Dagmar ROTH-BEHRENDT

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Wojciech Roszkowski, namens de UEN-Fractie, Sergej Kozlík, niet-ingeschrevene, Margrietus van den Berg, Anne E. Jensen, Georgios Karatzaferis, Véronique De Keyser, Annemie Neyts-Uyttebroeck, David Martin, Nathalie Griesbeck, Katerina Batzeli, Jan Mulder, Teresa Riera Madurell, Jamila Madeira, Kyösti Tapio Virrankoski, Jutta D. Haug, Catherine Guy-Quint, Bogusław Liberadzki, Martine Roure, Lissy Gröner, Heinz Kindermann en Joseph Muscat.

Het debat wordt gesloten.

15.   Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 4/2005 (tsunami) — Gebruik van het flexibiliteitsinstrument (tsunami) (debat)

Verslag over het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 4/2005 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2005 — Afdeling III — Commissie (tsunami) [11220/2005 — C6-0239/2005 — 2005/2079(BUD)] — Begrotingscommissie.

Rapporteur: Salvador Garriga Polledo (A6-0255/2005)

Verslag over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad over het gebruik van het flexibiliteitsinstrument voor herstel en wederopbouw in door de tsunami getroffen landen overeenkomstig punt 24 van het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999 [SEC(2005)0548 — C6-0127/2005 — 2005/2083(ACI)] — Begrotingscommissie.

Rapporteur: Reimer B-ge (A6-0254/2005)

Salvador Garriga Polledo leidt het verslag in (A6-0255/2005).

Reimer B-ge leidt het verslag in (A6-0254/2005).

Het woord wordt gevoerd door Nirj Deva (rapporteur voor advies van de Commissie DEVE), Ingeborg Gräßle, namens de PPE-DE-Fractie, Catherine Guy-Quint, namens de PSE-Fractie, Kyösti Tapio Virrankoski, namens de ALDE-Fractie, Helga Trüpel, namens de Verts/ALE-Fractie, Alessandro Battilocchio, niet-ingeschrevene, Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk, Anders Wijkman (rapporteur voor advies van de Commissie DEVE) en Dalia Grybauskaitė (lid van de Commissie).

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 4.4 van de notulen van 07.09.2005 en punt 4.1 van de notulen van 07.09.2005.

(In afwachting van het vragenuur wordt de vergadering om 17.15 uur onderbroken en om 17.30 uur hervat.)

VOORZITTER: Sylvia-Yvonne KAUFMANN

Ondervoorzitter

16.   Vragenuur (vragen aan de Commissie)

Het Parlement behandelt een reeks vragen aan de Commissie (B6-0330/2005).

Eerste deel

Vraag 38 (Panagiotis Beglitis): Import van producten uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM).

László Kovács (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van Panagiotis Beglitis.

Vraag 39 (Seán Ó Neachtain): Spionagesoftware op internet.

Viviane Reding (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van Seán Ó Neachtain.

Vraag 40 komt te vervallen, aangezien de steller ervan afwezig is.

Tweede deel

Vraag 41 (Nikolaos Vakalis): Financiële vooruitzichten 2007-2013.

Dalia Grybauskaitė (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Nikolaos Vakalis en David Martin.

Vraag 42 (Justas Vincas Paleckis): Nieuwe initiatieven om de idee van een verenigd Europa onder de burgers te verspreiden en de tastbare verwezenlijkingen van de Europese Unie bekend te maken.

Vraag 43 (Gay Mitchell): Plan-D.

Margot Wallström (vice-voorzitter van de Commissie) beantwoordt de vragen alsmede de aanvullende vragen van Justas Vincas Paleckis, Gay Mitchell, David Martin, Paul Rübig en Elmar Brok.

Vraag 44 (Nils Lundgren): Informatiestrategie van de EU.

Margot Wallström beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Nils Lundgren, Elmar Brok en Jan Andersson.

Vraag 45 (Bart Staes): Europees juridisch kader voor bestrijding grensoverschrijdende afvalcriminaliteit.

Franco Frattini (vice-voorzitter van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van Bart Staes.

Vraag 46 komt te vervallen, aangezien de steller ervan afwezig is.

Vraag 47 (Sarah Ludford): Amerikaanse no fly-lijsten.

Franco Frattini beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Sophia in 't Veld (ter vervanging van de auteur), Paul Rübig en Dimitrios Papadimoulis.

Vraag 48 (Bernd Posselt): De politieacademie en de bewaking van de buitengrenzen.

Franco Frattini beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van Bernd Posselt.

Vraag 49 (Dimitrios Papadimoulis): Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie.

Franco Frattini beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van Dimitrios Papadimoulis.

Vraag 50 (Claude Moraes): Transparantie van EUROPOL.

Franco Frattini beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Claude Moraes en James Hugh Allister.

Vraag 51 komt te vervallen, aangezien de steller ervan afwezig is.

Het woord wordt gevoerd door John Purvis over het verloop van het vragenuur.

Vraag 52 (Joachim Wuermeling): Duitse visa-affaire.

Franco Frattini beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Ewa Klamt (ter vervanging van de auteur) en Manfred Weber.

Vraag 53 komt te vervallen, aangezien de steller ervan afwezig is.

Vraag 54 (Inger Segelström): Relocatie/quota.

Franco Frattini beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van Inger Segelström.

De vragen 55 t/m 94 zullen schriftelijk worden beantwoord.

Het vragenuur aan de Commissie wordt gesloten.

(De vergadering wordt om 19.10 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat.)

VOORZITTER: Ingo FRIEDRICH

Ondervoorzitter

17.   Bescherming van minderjarigen en de menselijke waardigheid in verband met de concurrentiepositie van audiovisuele en informatiediensten *** I (debat)

Verslag over het voorstel voor een aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van minderjarigen en de menselijke waardigheid en het recht op weerwoord in verband met de concurrentiepositie van de Europese industrie van audiovisuele en informatiediensten [COM(2004)0341 — C6-0029/2004 — 2004/0117(COD)] — Commissie cultuur en onderwijs.

Rapporteur: Marielle De Sarnez (A6-0244/2005)

Het woord wordt gevoerd door Viviane Reding (lid van de Commissie).

Marielle De Sarnez leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Roberta Angelilli (rapporteur voor advies van de Commissie LIBE), Vasco Graça Moura, namens de PPE-DE-Fractie, Christa Prets, namens de PSE-Fractie, Alfonso Andria, namens de ALDE-Fractie, Michael Cramer, namens de Verts/ALE-Fractie, Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie, Manolis Mavrommatis, Nikolaos Sifunakis, Ljudmila Novak, Aloyzas Sakalas, Luis Herrero-Tejedor, Laima Liucija Andrikienė en Viviane Reding.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 4.8 van de notulen van 07.09.2005.

18.   BTW: 1° Vereenvoudiging van de verplichtingen, 2° Éénloketsysteem * (debat)

Verslag over:

1.

het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG met het oog op de vereenvoudiging van de BTW-verplichtingen [COM(2004)0728 — C6-0024/2005 — 2004/0261(CNS)]

2.

het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1798/2003 wat betreft de invoering van een regeling voor administratieve samenwerking in het kader van het éénloketsysteem en de BTW-teruggaafprocedure [COM(2004)0728 — C6-0025/2005 — 2004/0262(CNS)] — Commissie economische en monetaire zaken.

Rapporteur: Zsolt László Becsey (A6-0228/2005).

Het woord wordt gevoerd door László Kovács (lid van de Commissie).

Zsolt László Becsey leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Antolín Sánchez Presedo, namens de PSE-Fractie, Margarita Starkevičiūtė, namens de ALDE-Fractie, en László Kovács.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 4.10 van de notulen van 07.09.2005.

19.   Geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik *** I (debat)

Verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1768/92, Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 [COM(2004)0599 — C6-0159/2004 — 2004/0217(COD)] — Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid.

Rapporteur: Françoise Grossetête (A6-0247/2005).

Het woord wordt gevoerd door Günther Verheugen (vice-voorzitter van de Commissie).

Françoise Grossetête leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Patrizia Toia (rapporteur voor advies van de Commissie ITRE), John Bowis, namens de PPE-DE-Fractie, Dagmar Roth-Behrendt, namens de PSE-Fractie, Jules Maaten, namens de ALDE-Fractie, Hiltrud Breyer, namens de Verts/ALE-Fractie, Adamos Adamou, namens de GUE/NGL-Fractie, Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie, Irena Belohorská, niet-ingeschrevene, Miroslav Mikolášik, Anne Ferreira, Mojca Drčar Murko, Carl Schlyter, Jiří Maštálka, Kathy Sinnott, Jan Tadeusz Masiel, Frederika Brepoels, Genowefa Grabowska, Marios Matsakis, Vittorio Agnoletto, Thomas Ulmer, Evangelia Tzampazi, Frédérique Ries, Richard Seeber, Dorette Corbey, Holger Krahmer, Alexander Stubb, Gyula Hegyi, Mia De Vits, Lasse Lehtinen en Günther Verheugen.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 4.9 van de notulen van 07.09.2005.

20.   Agenda van de volgende vergadering

De agenda voor de vergadering van morgen is vastgesteld (360.636/OJME).

21.   Sluiting van de vergadering

De vergadering wordt om 23.35 uur gesloten.

Julian Priestley

Secretaris-generaal

Gérard Onesta

Ondervoorzitter


PRESENTIELIJST

Ondertekend door:

Adamou, Agnoletto, Allister, Alvaro, Andersson, Andrejevs, Andria, Andrikienė, Angelilli, Antoniozzi, Arif, Arnaoutakis, Ashworth, Atkins, Attard-Montalto, Attwooll, Aubert, Audy, Auken, Ayala Sender, Aylward, Ayuso González, Bachelot-Narquin, Baco, Badia I Cutchet, Barón Crespo, Barsi-Pataky, Batten, Battilocchio, Batzeli, Bauer, Beaupuy, Beazley, Becsey, Beer, Beglitis, Belder, Belet, Belohorská, Bennahmias, Beňová, Berend, Berès, van den Berg, Berger, Berlato, Berlinguer, Bertinotti, Bielan, Birutis, Blokland, Bloom, Bobošíková, Böge, Bösch, Bonde, Bono, Bonsignore, Booth, Borghezio, Borrell Fontelles, Bourlanges, Bourzai, Bowis, Bowles, Bozkurt, Bradbourn, Braghetto, Mihael Brejc, Brepoels, Breyer, Březina, Brie, Brok, Brunetta, Budreikaitė, Bullmann, van den Burg, Bushill-Matthews, Busk, Busquin, Buzek, Cabrnoch, Calabuig Rull, Callanan, Camre, Capoulas Santos, Carlotti, Carlshamre, Carnero González, Carollo, Casa, Casaca, Cashman, Caspary, Castex, del Castillo Vera, Catania, Cavada, Cederschiöld, Cercas, Chatzimarkakis, Chichester, Chiesa, Chmielewski, Christensen, Chruszcz, Cirino Pomicino, Claeys, Clark, Cocilovo, Coelho, Cohn-Bendit, Corbett, Corbey, Cornillet, Correia, Costa, Cottigny, Coûteaux, Coveney, Cramer, Crowley, Marek Aleksander Czarnecki, Ryszard Czarnecki, D'Alema, Daul, Davies, de Brún, Degutis, Dehaene, De Keyser, Demetriou, De Michelis, Deprez, De Rossa, De Sarnez, Descamps, Désir, Deß, Deva, De Veyrac, De Vits, Díaz de Mera García Consuegra, Didžiokas, Díez González, Dillen, Dimitrakopoulos, Dionisi, Di Pietro, Dobolyi, Dombrovskis, Doorn, Douay, Dover, Doyle, Drčar Murko, Duchoň, Dührkop Dührkop, Duff, Duka-Zólyomi, Duquesne, Ebner, Ehler, Ek, El Khadraoui, Elles, Esteves, Estrela, Ettl, Eurlings, Jillian Evans, Jonathan Evans, Robert Evans, Fajmon, Falbr, Farage, Fatuzzo, Fava, Fazakas, Ferber, Fernandes, Fernández Martín, Anne Ferreira, Elisa Ferreira, Figueiredo, Fjellner, Flasarová, Flautre, Florenz, Foglietta, Fontaine, Ford, Fotyga, Fourtou, Fraga Estévez, Frassoni, Freitas, Friedrich, Fruteau, Gahler, Gaľa, García-Margallo y Marfil, García Pérez, Gargani, Garriga Polledo, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gentvilas, Geremek, Geringer de Oedenberg, Gibault, Gierek, Giertych, Gklavakis, Glante, Glattfelder, Goebbels, Goepel, Golik, Gollnisch, Gomes, Gomolka, Goudin, Genowefa Grabowska, Grabowski, Graça Moura, Graefe zu Baringdorf, Gräßle, de Grandes Pascual, Grech, Griesbeck, Gröner, de Groen-Kouwenhoven, Grosch, Grossetête, Gruber, Guardans Cambó, Guellec, Guerreiro, Guidoni, Gurmai, Guy-Quint, Gyürk, Hänsch, Hall, Hammerstein Mintz, Hamon, Handzlik, Hannan, Harangozó, Harbour, Harkin, Hasse Ferreira, Hassi, Hatzidakis, Haug, Heaton-Harris, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Helmer, Henin, Hennicot-Schoepges, Hennis-Plasschaert, Herczog, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Honeyball, Hoppenstedt, Horáček, Howitt, Hudacký, Hudghton, Hughes, Hutchinson, Hybášková, Ibrisagic, Ilves, in 't Veld, Isler Béguin, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jäätteenmäki, Jałowiecki, Janowski, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jensen, Joan i Marí, Jöns, Jørgensen, Jonckheer, Jordan Cizelj, Juknevičienė, Jelko Kacin, Kaczmarek, Kallenbach, Kamall, Kamiński, Karas, Karatzaferis, Karim, Kasoulides, Kaufmann, Tunne Kelam, Kindermann, Kinnock, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klich, Klinz, Knapman, Koch, Kohlíček, Konrad, Korhola, Kósáné Kovács, Koterec, Kozlík, Krahmer, Krarup, Krasts, Kratsa-Tsagaropoulou, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kristovskis, Krupa, Kuc, Kudrycka, Kuhne, Kušķis, Kusstatscher, Kuźmiuk, Lagendijk, Laignel, Lamassoure, Lambert, Lambrinidis, Lambsdorff, Landsbergis, Lang, Langen, Langendries, Laperrouze, La Russa, Lauk, Lavarra, Lax, Lechner, Le Foll, Lehideux, Lehne, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Jean-Marie Le Pen, Marine Le Pen, Fernand Le Rachinel, Lévai, Janusz Lewandowski, Liberadzki, Libicki, Lichtenberger, Lienemann, Liotard, Lipietz, Locatelli, Lombardo, Louis, Lucas, Lulling, Lundgren, Lynne, Maat, Maaten, McGuinness, McMillan-Scott, Madeira, Malmström, Manders, Maňka, Erika Mann, Thomas Mann, Manolakou, Markov, Marques, Martens, David Martin, Hans-Peter Martin, Martinez, Martínez Martínez, Masiel, Masip Hidalgo, Maštálka, Mastenbroek, Mathieu, Mato Adrover, Matsakis, Matsis, Matsouka, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Medina Ortega, Meijer, Méndez de Vigo, Menéndez del Valle, Meyer Pleite, Miguélez Ramos, Mikko, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mölzer, Montoro Romero, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Morgantini, Morillon, Moscovici, Mote, Mulder, Musacchio, Muscardini, Muscat, Musotto, Mussolini, Musumeci, Myller, Napoletano, Nassauer, Nattrass, Navarro, Newton Dunn, Annemie Neyts-Uyttebroeck, Nicholson, Nicholson of Winterbourne, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Obiols i Germà, Özdemir, Olajos, Olbrycht, Ó Neachtain, Onesta, Onyszkiewicz, Oomen-Ruijten, Ortuondo Larrea, Őry, Ouzký, Oviir, Pack, Borut Pahor, Paleckis, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Pannella, Panzeri, Papadimoulis, Papastamkos, Parish, Patrie, Peillon, Pęk, Alojz Peterle, Pflüger, Piecyk, Pieper, Pīks, Pinheiro, Pinior, Piotrowski, Pirilli, Piskorski, Pistelli, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Poignant, Pomés Ruiz, Portas, Posselt, Prets, Prodi, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Rapkay, Rasmussen, Remek, Reul, Reynaud, Ribeiro e Castro, Riera Madurell, Ries, Riis-Jørgensen, Rivera, Rizzo, Rogalski, Roithová, Romagnoli, Romeva i Rueda, Rosati, Roszkowski, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Rudi Ubeda, Rübig, Rühle, Rutowicz, Ryan, Sacconi, Saïfi, Sakalas, Salafranca Sánchez-Neyra, Salinas García, Salvini, Samaras, Samuelsen, Sánchez Presedo, dos Santos, Sartori, Saryusz-Wolski, Savary, Savi, Sbarbati, Schapira, Scheele, Schenardi, Schierhuber, Schlyter, Schmidt, Ingo Schmitt, Pál Schmitt, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schroedter, Schulz, Schuth, Schwab, Seeber, Seeberg, Segelström, Seppänen, Siekierski, Sifunakis, Silva Peneda, Sinnott, Siwiec, Sjöstedt, Skinner, Škottová, Smith, Sommer, Sousa Pinto, Spautz, Speroni, Staes, Staniszewska, Starkevičiūtė, Šťastný, Stenzel, Sterckx, Stevenson, Stihler, Stockmann, Strejček, Strož, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Svensson, Swoboda, Szájer, Szejna, Szent-Iványi, Szymański, Tabajdi, Tajani, Takkula, Tannock, Tarabella, Tarand, Tatarella, Thomsen, Thyssen, Titford, Titley, Toia, Tomczak, Toubon, Toussas, Trakatellis, Trautmann, Triantaphyllides, Trüpel, Turmes, Tzampazi, Ulmer, Väyrynen, Vaidere, Vakalis, Valenciano Martínez-Orozco, Vanhecke, Van Hecke, Van Lancker, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Vaugrenard, Ventre, Vergnaud, Vidal-Quadras Roca, de Villiers, Vincenzi, Virrankoski, Vlasák, Vlasto, Voggenhuber, Wallis, Walter, Watson, Henri Weber, Manfred Weber, Weiler, Weisgerber, Whitehead, Whittaker, Wieland, Wiersma, Wijkman, Wise, von Wogau, Wohlin, Janusz Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Wurtz, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zani, Zapałowski, Zappalà, Zatloukal, Ždanoka, Železný, Zieleniec, Zīle, Zimmer, Zingaretti, Zvěřina, Zwiefka


BIJLAGE 1

STEMMINGSUITSLAGEN

Afkortingen en tekens

+

aangenomen

-

verworpen

vervallen

Ing.

Ing.

HS (..., ..., ...)

hoofdelijke stemming (aantal stemmen vóór, aantal stemmen tegen, onthoudingen)

ES (..., ..., ...)

elektronische stemming (aantal stemmen vóór, aantal stemmen tegen, onthoudingen)

so

stemming in onderdelen

as

aparte stemming

am

amendement

CA

compromisamendement

DD

desbetreffend deel

S

amendement tot schrapping

=

gelijkluidende amendementen

§

paragraaf

art

artikel

overw

overweging

OR

ontwerpresolutie

GOR

gezamenlijke ontwerpresolutie

Geh. S

geheime stemming

1.   Verzoek om raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité: Structuur, onderwerpen en kader voor een evaluatie van het debat over de Europese Unie

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

2.   Verzoek om raadpleging van het Comité van de regio's: Structuur, onderwerpen en kader voor een evaluatie van het debat over de Europese Unie

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

3.   Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst EG/Marokko naar aanleiding van de uitbreiding ***

Verslag: Elmar BROK (A6-0219/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

4.   Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst EG/Tunesië naar aanleiding van de uitbreiding ***

Verslag: Elmar BROK (A6-0220/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

5.   Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst EG/Jordanië naar aanleiding van de uitbreiding ***

Verslag: Elmar BROK (A6-0221/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

6.   Gemeenschappelijke marktordening in de sector ruwe tabak *

Verslag: Joseph DAUL (A6-0233/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

HS

+

463, 27, 68

Verzoeken om hoofdelijke stemming:

IND/DEM: eindstemming

PPE-DE: eindstemming

7.   Aanduiding van biologische productiemethode op landbouwproducten en levensmiddelen *

Verslag: Joseph DAUL (A6-0234/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

8.   Stationerings- en exploitatiefase van het Europese satellietnavigatieprogramma *** I

Verslag: Etelka BARSI-PATAKY (A6-0212/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

Diversen:

De rapporteur diende een mondeling amendement in om de woorden „volgens de prijzen van 2004” in amendementen 6, 7, 8 en 19 te schrappen. Dit mondelinge amendement werd in aanmerking genomen.

9.   Overeenkomst EG/Libanon inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten *

Verslag: Paolo COSTA (A6-0232/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

10.   Overeenkomst EG/Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten *

Verslag: Paolo COSTA (A6-0231/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

11.   Visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie *

Verslag: Paulo CASACA (A6-0238/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

12.   Overeenkomst EG/Albanië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven *

Verslag: Ewa KLAMT (A6-0214/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

13.   Toegang tot buitenlandse hulp *

Verslag: Michael GAHLER (A6-0239/2005)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

 

+

 

14.   Beheer van afval van de winningsindustrieën *** II

Aanbeveling voor de tweede lezing: Jonas SJÖSTEDT (A6-0236/2005)

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Amendementen van de commissie ten principale — stemming en bloc

3-4

6-7

9-10

14

16-25

27

29-39

42-45

commissie

 

+

 

Amendementen van de commissie ten principale — aparte stemming

1

commissie

as

-

 

2

commissie

as

-

 

5

commissie

as / ES

-

341, 269, 7

8

commissie

as / ES

+

532, 91, 6

11

commissie

as

-

 

12

commissie

as

-

 

13

commissie

as

-

 

15

commissie

as

-

 

26

commissie

so

 

 

1

+

 

2

-

 

28

commissie

as

-

 

40

commissie

as

-

 

41

commissie

as

-

 

46

commissie

as

-

 

47

commissie

as

-

 

Artikel 3, lid 8

48=

49=

50=

PPE-DE

PSE

GUE/NGL

 

+

 

Verzoeken om aparte stemming

PPE-DE: am 1, 2, 5, 11, 12, 13, 15, 28, 40, 41, 46 en 47

IND/DEM: am 8

Verzoeken om stemming in onderdelen:

PSE:

am 26

1ste deel: In artikel 10, lid 1, punt 1, de hele tekst, behalve de woorden „en de uitgegraven ruimte”.

2de deel: deze woorden

15.   Programma Progress *** I

Verslag: Karin JÖNS (A6-0199/2005)

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Amendementen van de commissie ten principale — stemming en bloc

1-65

68-72

commissie

 

+

 

Art 17, § 1

73

PPE-DE

ES

-

309, 331, 8

66

commissie

 

+

 

Art 17, § 2

74

PPE-DE

 

-

 

67

commissie

 

+

 

stemming: gewijzigd voorstel

 

+

 

stemming: wetgevingsresolutie

 

+

 

Diversen:

Mevrouw Járóka diende mondelinge amendementen in op amendementen 6 en 23 die niet in aanmerking werden genomen.

16.   Textiel- en kledingindustrie na 2005

Verslag: Tokia SAÏFI (A6-0193/2005)

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

§ 2

§

oorspronkelijke tekst

so

 

 

1

+

 

2

+

 

3

+

 

na § 2

13

GUE/NGL

HS

-

122, 519, 10

na § 4

14

GUE/NGL

HS

-

162, 482, 7

§ 5

§

oorspronkelijke tekst

as

+

 

§ 11

10

GUE/NGL

so

 

 

1/HS

+

408, 235, 10

2/HS

-

77, 556, 20

na § 11

15

GUE/NGL

 

-

 

na § 17

16

Verts/ALE

 

-

 

17

Verts/ALE

 

+

 

§ 21

3

PPE-DE

 

+

 

§ 22

4

PPE-DE

 

+

 

§ 23

8/rev

PPE-DE

 

Ing.

 

5

PPE-DE

 

+

 

§ 28

6

PPE-DE

 

+

 

11

GUE/NGL

so

 

 

1/HS

-

277, 363, 13

2/ES

-

98, 534, 12

§ 33

§

oorspronkelijke tekst

as

-

 

§ 43

§

oorspronkelijke tekst

as

+

 

§ 44

7

PPE-DE

 

+

 

na § 50

1

COTTIGNY e.a

HS

-

165, 408, 80

overw. B

2

PPE-DE

 

+

 

overw C

9

GUE/NGL

HS

+

503, 121, 26

mondeling gewijzigd

overw D

§

oorspronkelijke tekst

as

+

 

na overw H

12

GUE/NGL

 

-

 

stemming: resolutie (als geheel)

 

+

 

De amendementen 18 en 19 zijn geannuleerd.

De heer Guerreiro diende namens de GUE/NGL-Fractie een mondeling amendement in op amendement 9:

C.

overwegende dat de opheffing van de quota in de textiel- en kledingsector schadelijke gevolgen kan hebben in de minst begunstigde regio's ... (rest ongewijzigd)

Dit amendement werd in aanmerking genomen.

Verzoeken om hoofdelijke stemming

PSE: am 1

GUE/NGL: am 9, 10, 11 eerste deel, 13 en 14

Verzoeken om stemming in onderdelen

PSE, GUE/NGL

am 11

1ste deel: Gehele tekst behalve de woorden „met inbegrip van de regio's die worden getroffen door het statistisch effect”

2de deel: deze woorden

am 10

1ste deel:„neemt nota van ...Chinese textieluitvoer;”

2de deel:„is evenwel van mening... moeten worden betrokken;”

Verts/ALE

§ 2

1ste deel: De gehele tekst behalve de woorden ’tegelijk (...)en vergelijkbaar’ en "voor grote producenten van textiel en kleding

2de deel:„tegelijk (...) en vergelijkbaar”

3de deel:„voor grote producenten van textiel en kleding”

Verzoeken om aparte stemming

GUE/NGL: overw. D

Verts/ALE: leden 5 en 43

PSE: § 33

Diversen

De PPE-DE-Fractie heeft amendement 8/rev. ingetrokken.

17.   Televisie zonder grenzen

Verslag: Henri WEBER (A5-0202/2005)

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

na § 6

4

PSE

HS

-

283, 358, 9

§ 18

5

ALDE

 

+

 

§ 27

6

ALDE

 

-

 

na § 28

3

PSE

ES

+

348, 273, 9

na § 35

2

PSE

 

+

 

na § 39

7

ALDE

 

+

 

§ 42

8

PPE-DE

 

+

 

na overw. 3

9=

1=

PPE-DE

PSE

 

+

 

stemming: resolutie (als geheel)

 

+

 

Verzoeken om hoofdelijke stemming

Verts/ALE: am 4


BIJLAGE II

UITSLAG VAN DE HOOFDELIJKE STEMMINGEN

1.   Verslag Daul A6-0233/2005

Voor: 463

ALDE: Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duquesne, Fourtou, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Karim, Klinz, Krahmer, Laperrouze, Lax, Lehideux, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Pistelli, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: de Brún, Krarup, Liotard, Meijer, Portas, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Belder, Blokland, Bonde, Borghezio, Coûteaux, Goudin, Louis, Lundgren, Salvini, Speroni, de Villiers, Wohlin

NI: Battilocchio, Belohorská, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, De Michelis, Dillen, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Mussolini, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi, Vanhecke

PPE-DE: Andrikienė, Audy, Bachelot-Narquin, Barsi-Pataky, Bauer, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brunetta, Carollo, Casa, Caspary, Cederschiöld, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dombrovskis, Doorn, Doyle, Duka-Zólyomi, Ebner, Esteves, Eurlings, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Gaubert, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kelam, Klamt, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Langen, Langendries, Lehne, Lewandowski, Lulling, Maat, McGuinness, Mann Thomas, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Montoro Romero, Nassauer, Niebler, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Peterle, Pieper, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Posselt, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Siekierski, Silva Peneda, Spautz, Stenzel, Stubb, Sudre, Surján, Szájer, Tajani, Thyssen, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Vidal-Quadras Roca, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zimmerling, Zwiefka

PSE: Arif, Arnaoutakis, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, Berlinguer, Bösch, Bono, Bozkurt, Bullmann, van den Burg, Calabuig Rull, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, El Khadraoui, Estrela, Falbr, Fava, Fazakas, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Geringer de Oedenberg, Gierek, Goebbels, Grabowska, Gröner, Gruber, Guy-Quint, Hamon, Hasse Ferreira, Hedh, Hedkvist Petersen, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Kinnock, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Laignel, Lambrinidis, Lavarra, Le Foll, Lehtinen, Leichtfried, Lévai, Liberadzki, Lienemann, Locatelli, McAvan, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martínez Martínez, Mastenbroek, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Moreno Sánchez, Moscovici, Napoletano, Navarro, Panzeri, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Reynaud, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Schapira, Scheele, Schulz, Sifunakis, Siwiec, Swoboda, Szejna, Tarabella, Tarand, Thomsen, Titley, Trautmann, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Weber Henri, Weiler, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zani, Zingaretti

UEN: Angelilli, Aylward, Bielan, Didžiokas, Foglietta, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, La Russa, Libicki, Ó Neachtain, Roszkowski, Szymański, Tatarella, Zīle

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Hassi, Horáček, Hudghton, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Ždanoka

Tegen: 27

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Bertinotti, Brie, Catania, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Markov, Maštálka, Meyer Pleite, Musacchio, Papadimoulis, Remek, Rizzo, Seppänen, Strož, Triantaphyllides, Wurtz

NI: Mote

PSE: Evans Robert, Haug, Howitt, Kuhne

Onthoudingen: 68

IND/DEM: Batten, Bloom, Booth, Clark, Farage, Giertych, Grabowski, Knapman, Krupa, Nattrass, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Titford, Tomczak, Whittaker, Wise, Zapałowski, Železný

NI: Allister, Baco, Bobošíková, Helmer, Kozlík

PPE-DE: Ashworth, Atkins, Bowis, Bradbourn, Bushill-Matthews, Cabrnoch, Callanan, Chichester, Deva, Dover, Duchoň, Fajmon, Graça Moura, Harbour, Heaton-Harris, Jałowiecki, Kamall, Kirkhope, Landsbergis, McMillan-Scott, Ouzký, Parish, Purvis, Seeberg, Škottová, Stevenson, Strejček, Sumberg, Tannock, Van Orden, Vlasák, Zahradil, Zvěřina

PSE: Andersson, van den Berg, Ettl, Honeyball, Moraes, Muscat, Myller, Segelström, Skinner, Stihler

UEN: Fotyga

Rectificaties stemgedrag

Pour:

John Attard-Montalto

Contre:

Hélène Goudin, Nils Lundgren, Lars Wohlin

2.   Verslag Saïfi A6-0193/2005

Voor: 122

ALDE: Toia

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Bertinotti, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Krarup, Liotard, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Remek, Rizzo, Seppänen, Sjöstedt, Strož, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Borghezio, Giertych, Grabowski, Krupa, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Speroni, Tomczak, Zapałowski

NI: Claeys, Dillen, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Mölzer, Mussolini, Romagnoli, Schenardi, Vanhecke

PPE-DE: Salafranca Sánchez-Neyra, Ventre

PSE: Arif, Berès, Bono, Bourzai, Castex, Corbett, Cottigny, De Keyser, Désir, Douay, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Fruteau, Guy-Quint, Hamon, Kreissl-Dörfler, Laignel, Le Foll, Lienemann, Moscovici, Muscat, Navarro, Poignant, Roure, Savary, Scheele, Trautmann, Vaugrenard, Vergnaud, Weber Henri

Verts/ALE: Aubert, Beer, Bennahmias, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schmidt, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 519

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Laperrouze, Lax, Lehideux, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Nicholson of Winterbourne, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Pannella, Pistelli, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Bonde, Booth, Clark, Coûteaux, Farage, Goudin, Karatzaferis, Knapman, Louis, Lundgren, Nattrass, Sinnott, Titford, de Villiers, Whittaker, Wise, Wohlin, Železný

NI: Allister, Battilocchio, Bobošíková, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Helmer, Masiel, Rutowicz

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Audy, Bachelot-Narquin, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Brunetta, Bushill-Matthews, Buzek, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Caspary, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Eurlings, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Gaubert, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hatzidakis, Heaton-Harris, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kasoulides, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Landsbergis, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, Lulling, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Van Orden, Vatanen, Vernola, Vidal-Quadras Roca, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zimmerling, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bozkurt, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Cercas, Christensen, Corbey, Correia, D'Alema, De Rossa, Díez González, Dobolyi, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ford, García Pérez, Geringer de Oedenberg, Gierek, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Hänsch, Harangozó, Hasse Ferreira, Haug, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Kinnock, Kósáné Kovács, Koterec, Krehl, Kristensen, Kuc, Kuhne, Lambrinidis, Lavarra, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Liberadzki, Locatelli, McAvan, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Myller, Napoletano, Pahor, Paleckis, Panzeri, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Schapira, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Tarand, Thomsen, Titley, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Vincenzi, Walter, Weiler, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zani, Zingaretti

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Camre, Crowley, Didžiokas, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, La Russa, Libicki, Muscardini, Ó Neachtain, Pirilli, Roszkowski, Szymański, Tatarella, Vaidere, Zīle

Verts/ALE: Auken, Breyer

Onthoudingen: 10

ALDE: Chiesa

GUE/NGL: Portas

NI: Baco, Belohorská, Kozlík, Mote

PSE: De Vits, El Khadraoui, Van Lancker

Verts/ALE: Schlyter

Rectificaties stemgedrag

Pour:

Marie-Arlette Carlotti

3.   Verslag Saïfi A6-0193/2005

Voor: 162

ALDE: Chiesa, Fourtou, Toia

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Bertinotti, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Krarup, Liotard, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Portas, Remek, Rizzo, Seppänen, Sjöstedt, Strož, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Bonde, Borghezio, Coûteaux, Giertych, Grabowski, Krupa, Louis, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Speroni, Tomczak, Zapałowski

NI: Allister, Baco, Claeys, Dillen, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Mölzer, Mussolini, Romagnoli, Schenardi, Vanhecke

PPE-DE: Audy, Daul, Descamps, De Veyrac, Florenz, Gaubert, Gauzès, Grossetête, Guellec, Mathieu, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sudre, Vlasto

PSE: Arif, Berès, Bono, Bourzai, Castex, Cottigny, Désir, De Vits, Douay, El Khadraoui, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Fruteau, Guy-Quint, Hamon, Hegyi, Kreissl-Dörfler, Laignel, Le Foll, Lienemann, Moscovici, Navarro, Peillon, Poignant, Reynaud, Roure, Savary, Schapira, Scheele, Trautmann, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Weber Henri

UEN: Angelilli, Berlato, Bielan, Camre, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, La Russa, Libicki, Muscardini, Pirilli, Roszkowski, Szymański, Tatarella

Verts/ALE: Aubert, Beer, Bennahmias, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 482

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Laperrouze, Lax, Lehideux, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Nicholson of Winterbourne, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Pannella, Pistelli, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Booth, Clark, Farage, Karatzaferis, Knapman, Lundgren, Nattrass, Sinnott, Titford, de Villiers, Whittaker, Wise, Wohlin, Železný

NI: Battilocchio, Bobošíková, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Helmer, Masiel, Rutowicz

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Bachelot-Narquin, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Brunetta, Bushill-Matthews, Buzek, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Caspary, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Dehaene, Demetriou, Deß, Deva, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Elles, Esteves, Eurlings, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hatzidakis, Heaton-Harris, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kasoulides, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Landsbergis, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, Lulling, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Marques, Martens, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Van Orden, Vatanen, Vernola, Vidal-Quadras Roca, Vlasák, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zimmerling, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, van den Berg, Berger, Berlinguer, Bösch, Bozkurt, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Díez González, Dobolyi, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ford, García Pérez, Geringer de Oedenberg, Gierek, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Hänsch, Harangozó, Hasse Ferreira, Haug, Hedh, Hedkvist Petersen, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Kinnock, Kósáné Kovács, Koterec, Krehl, Kristensen, Kuc, Kuhne, Lambrinidis, Lavarra, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Liberadzki, Locatelli, McAvan, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Muscat, Myller, Napoletano, Obiols i Germà, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Prets, Rapkay, Rasmussen, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Tarand, Thomsen, Titley, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Vincenzi, Walter, Weiler, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zani, Zingaretti

UEN: Aylward, Crowley, Didžiokas, Krasts, Kristovskis, Ó Neachtain, Vaidere, Zīle

Onthoudingen: 7

IND/DEM: Goudin

NI: Belohorská, Kozlík, Mote

PPE-DE: Ventre

Verts/ALE: Auken, Breyer

Rectificaties stemgedrag

Pour:

Marie-Arlette Carlotti, Philippe de Villiers

4.   Verslag Saïfi A6-0193/2005

Voor: 408

ALDE: Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Harkin, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Laperrouze, Lax, Lehideux, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Nicholson of Winterbourne, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Pannella, Pistelli, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Bertinotti, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Krarup, Liotard, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Portas, Remek, Rizzo, Seppänen, Sjöstedt, Strož, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Borghezio, Giertych, Grabowski, Karatzaferis, Krupa, Pęk, Salvini, Speroni, Tomczak, Zapałowski

NI: Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, Dillen, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Masiel, Mölzer, Mussolini, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi, Vanhecke

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Audy, Bachelot-Narquin, Barsi-Pataky, Bauer, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Braghetto, Brejc, Brepoels, Brok, Brunetta, Buzek, Carollo, Casa, Caspary, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dombrovskis, Doorn, Doyle, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Esteves, Eurlings, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hatzidakis, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kelam, Klamt, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Landsbergis, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, Lulling, Maat, McGuinness, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Nassauer, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Siekierski, Silva Peneda, Sommer, Spautz, Šťastný, Stenzel, Sudre, Surján, Szájer, Tajani, Thyssen, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Vatanen, Vernola, Vidal-Quadras Roca, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zimmerling, Zwiefka

PSE: Arif, Berès, Bono, Bourzai, Carlotti, Castex, Christensen, Cottigny, Désir, De Vits, Douay, Ferreira Anne, Fruteau, Guy-Quint, Hamon, Herczog, Jørgensen, Kinnock, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Laignel, Le Foll, Lienemann, Navarro, Patrie, Peillon, Poignant, Reynaud, Roure, Savary, Schapira, Thomsen, Trautmann, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Weber Henri

UEN: Camre

Verts/ALE: Aubert, Beer, Bennahmias, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 235

ALDE: Alvaro

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Booth, Clark, Coûteaux, Farage, Goudin, Knapman, Louis, Lundgren, Nattrass, Piotrowski, Rogalski, Sinnott, Titford, de Villiers, Whittaker, Wise, Wohlin, Železný

NI: Battilocchio, Bobošíková, De Michelis, Helmer

PPE-DE: Ashworth, Atkins, Beazley, Bowis, Bradbourn, Březina, Bushill-Matthews, Cabrnoch, Callanan, Chichester, Deva, Dover, Duchoň, Elles, Fajmon, Hannan, Harbour, Heaton-Harris, Kamall, Kirkhope, McMillan-Scott, Nicholson, Ouzký, Parish, Purvis, Sartori, Seeberg, Škottová, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sumberg, Tannock, Van Orden, Vlasák, Zahradil, Zvěřina

PSE: Andersson, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bozkurt, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carnero González, Casaca, Cashman, Cercas, Corbett, Corbey, Correia, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Díez González, Dobolyi, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ford, García Pérez, Geringer de Oedenberg, Gierek, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Hänsch, Harangozó, Hasse Ferreira, Haug, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Kindermann, Kósáné Kovács, Koterec, Krehl, Kuc, Kuhne, Lambrinidis, Lavarra, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Liberadzki, Locatelli, McAvan, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Obiols i Germà, Pahor, Paleckis, Panzeri, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Prets, Rapkay, Rasmussen, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Tarand, Titley, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Vincenzi, Walter, Weiler, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zani, Zingaretti

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Crowley, Didžiokas, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, La Russa, Libicki, Muscardini, Ó Neachtain, Pirilli, Roszkowski, Szymański, Tatarella, Vaidere, Zīle

Verts/ALE: Auken, Breyer

Onthoudingen: 10

GUE/NGL: Agnoletto

IND/DEM: Bonde

NI: Allister, Baco, Belohorská, Kozlík, Mote

PPE-DE: Ventre

PSE: Bullmann, Ferreira Elisa

Rectificaties stemgedrag

Pour:

Poul Nyrup Rasmussen

5.   Verslag Saïfi A6-0193/2005

Voor: 77

ALDE: Chiesa

GUE/NGL: Adamou, Bertinotti, Brie, Catania, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kohlíček, Markov, Maštálka, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Remek, Rizzo, Seppänen, Strož, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Borghezio, Giertych, Grabowski, Karatzaferis, Salvini, Speroni, Zapałowski

NI: Claeys, Dillen, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Mölzer, Mussolini, Romagnoli, Schenardi, Vanhecke

PPE-DE: Bachelot-Narquin, Sartori

PSE: Arif, Berès, Bono, Bourzai, Carlotti, Castex, Cottigny, Désir, De Vits, Douay, Ferreira Anne, Fruteau, Guy-Quint, Hamon, Laignel, Le Foll, Lienemann, Moscovici, Navarro, Patrie, Peillon, Poignant, Reynaud, Roure, Savary, Schapira, Trautmann, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Weber Henri

Tegen: 556

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Laperrouze, Lax, Lehideux, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Nicholson of Winterbourne, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Pannella, Pistelli, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Bonde, Booth, Clark, Coûteaux, Farage, Goudin, Knapman, Krupa, Louis, Lundgren, Nattrass, Piotrowski, Rogalski, Sinnott, Titford, de Villiers, Whittaker, Wise, Wohlin, Železný

NI: Battilocchio, Bobošíková, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, De Michelis, Helmer, Masiel, Rutowicz

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Audy, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Brunetta, Bushill-Matthews, Buzek, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Caspary, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Elles, Esteves, Eurlings, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Gaubert, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hatzidakis, Heaton-Harris, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kasoulides, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Landsbergis, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, Lulling, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Van Orden, Vatanen, Ventre, Vernola, Vidal-Quadras Roca, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zimmerling, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arnaoutakis, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bozkurt, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carnero González, Casaca, Cashman, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Díez González, Dobolyi, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ford, García Pérez, Geringer de Oedenberg, Gierek, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Hänsch, Harangozó, Hasse Ferreira, Haug, Hedh, Hedkvist Petersen, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Kinnock, Kósáné Kovács, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Lambrinidis, Lavarra, Lehtinen, Leinen, Lévai, Liberadzki, Locatelli, McAvan, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Muscat, Myller, Napoletano, Obiols i Germà, Pahor, Paleckis, Panzeri, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Prets, Rapkay, Rasmussen, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rouček, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Tarand, Thomsen, Titley, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Vincenzi, Walter, Weiler, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zani, Zingaretti

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Camre, Crowley, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, La Russa, Libicki, Muscardini, Ó Neachtain, Pirilli, Roszkowski, Szymański, Tatarella, Vaidere, Zīle

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Onthoudingen: 20

GUE/NGL: Agnoletto, de Brún, Kaufmann, Krarup, Liotard, Meijer, Portas, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Pęk

NI: Allister, Baco, Belohorská, Kozlík, Mote

PSE: Bullmann, Ferreira Elisa, Hegyi, Leichtfried

UEN: Didžiokas

6.   Verslag Saïfi A6-0193/2005

Voor: 277

ALDE: Chiesa, Toia

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Bertinotti, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Markov, Maštálka, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Portas, Remek, Rizzo, Seppänen, Strož, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Borghezio, Coûteaux, Giertych, Grabowski, Karatzaferis, Krupa, Louis, Salvini, Speroni, de Villiers, Zapałowski

NI: Battilocchio, Claeys, De Michelis, Dillen, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Mölzer, Mussolini, Romagnoli, Schenardi

PPE-DE: Dehaene, Dimitrakopoulos, Gklavakis, Hatzidakis, Kratsa-Tsagaropoulou, Mato Adrover, Matsis, Mavrommatis, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Samaras, Thyssen

PSE: Arif, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Bourzai, Bozkurt, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Corbett, Corbey, Correia, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Geringer de Oedenberg, Gierek, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Harangozó, Hasse Ferreira, Haug, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Jöns, Kindermann, Kinnock, Kósáné Kovács, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lavarra, Le Foll, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Liberadzki, Lienemann, Locatelli, McAvan, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Tarand, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zani, Zingaretti

Verts/ALE: Aubert, Beer, Bennahmias, Breyer, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schmidt, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 363

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Laperrouze, Lax, Lehideux, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Nicholson of Winterbourne, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Pannella, Pistelli, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Booth, Clark, Farage, Goudin, Knapman, Lundgren, Nattrass, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Titford, Tomczak, Whittaker, Wise, Wohlin, Železný

NI: Bobošíková, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, Helmer, Masiel, Rutowicz

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Audy, Bachelot-Narquin, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Brunetta, Bushill-Matthews, Buzek, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Caspary, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Elles, Esteves, Eurlings, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Gaubert, Gauzès, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Heaton-Harris, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kasoulides, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Koch, Konrad, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Landsbergis, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, Lulling, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mauro, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Van Orden, Vatanen, Ventre, Vernola, Vidal-Quadras Roca, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zimmerling, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Christensen, Hedh, Hedkvist Petersen, Ilves, Jørgensen, Kristensen, Segelström, Thomsen, Titley

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Camre, Crowley, Didžiokas, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, La Russa, Libicki, Muscardini, Ó Neachtain, Pirilli, Roszkowski, Szymański, Tatarella, Vaidere, Zīle

Verts/ALE: Auken

Onthoudingen: 13

GUE/NGL: Krarup, Liotard, Meijer, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Bonde

NI: Allister, Baco, Belohorská, Kozlík, Mote, Vanhecke

Verts/ALE: Schlyter

Rectificaties stemgedrag

Contre:

Poul Nyrup Rasmussen

7.   Verslag Saïfi A6-0193/2005

Voor: 165

ALDE: Cornillet, Deprez, Ries

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Bertinotti, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Krarup, Liotard, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Portas, Remek, Rizzo, Seppänen, Sjöstedt, Strož, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Bonde, Giertych, Grabowski, Pęk, Zapałowski

NI: Battilocchio, Belohorská, De Michelis, Mussolini

PSE: Arif, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, Berger, Berman, Bösch, Bono, Bourzai, Bozkurt, Bullmann, van den Burg, Busquin, Carlotti, Casaca, Castex, Corbett, Corbey, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Dobolyi, Douay, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Falbr, Fava, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Guy-Quint, Hamon, Harangozó, Haug, Hegyi, Herczog, Hughes, Hutchinson, Kósáné Kovács, Laignel, Lambrinidis, Lavarra, Le Foll, Leichtfried, Leinen, Lévai, Lienemann, Locatelli, Maňka, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Matsouka, Mikko, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Pinior, Pittella, Poignant, Prets, Reynaud, Rosati, Rothe, Roure, Sakalas, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Sifunakis, Siwiec, Sousa Pinto, Stockmann, Swoboda, Tabajdi, Tarabella, Tarand, Trautmann, Tzampazi, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Weber Henri, Xenogiannakopoulou

UEN: Camre

Verts/ALE: Bennahmias, Hassi, Joan i Marí, Kusstatscher, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Schlyter, Schmidt, Schroedter, Trüpel

Tegen: 408

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Chatzimarkakis, Cocilovo, Costa, Davies, Degutis, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Laperrouze, Lax, Lehideux, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Nicholson of Winterbourne, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Pannella, Pistelli, Prodi, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Booth, Borghezio, Clark, Farage, Goudin, Karatzaferis, Knapman, Krupa, Lundgren, Nattrass, Piotrowski, Rogalski, Salvini, Sinnott, Speroni, Titford, Tomczak, Whittaker, Wise, Wohlin, Železný

NI: Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, Dillen, Helmer, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Masiel, Mölzer, Rutowicz, Schenardi, Vanhecke

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Audy, Bachelot-Narquin, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Brunetta, Bushill-Matthews, Buzek, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Caspary, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Eurlings, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Florenz, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hatzidakis, Heaton-Harris, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kasoulides, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Landsbergis, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, Lulling, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Spautz, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Van Orden, Vatanen, Ventre, Vernola, Vidal-Quadras Roca, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zimmerling, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, van den Berg, Christensen, Evans Robert, Glante, Goebbels, Hedh, Hedkvist Petersen, Honeyball, Howitt, Ilves, Jørgensen, Kinnock, Kristensen, Kuc, Lehtinen, McAvan, Martin David, Mastenbroek, Moraes, Rapkay, Rasmussen, Rouček, Segelström, Skinner, Stihler, Thomsen, Titley, Whitehead, Wiersma, Wynn, Zingaretti

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Crowley, Didžiokas, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, La Russa, Libicki, Muscardini, Ó Neachtain, Pirilli, Roszkowski, Szymański, Tatarella, Vaidere, Zīle

Verts/ALE: Auken, Breyer

Onthoudingen: 80

ALDE: Cavada, Chiesa, Toia

IND/DEM: Coûteaux, Louis, de Villiers

NI: Allister, Baco, Kozlík, Mote, Romagnoli

PSE: Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Berlinguer, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carnero González, Cashman, Cercas, Correia, Díez González, Fazakas, García Pérez, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gurmai, Hänsch, Hasse Ferreira, Kindermann, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kuhne, Liberadzki, Madeira, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Moreno Sánchez, Obiols i Germà, Piecyk, Pleguezuelos Aguilar, Riera Madurell, Roth-Behrendt, Sacconi, Salinas García, Sánchez Presedo, Szejna, Valenciano Martínez-Orozco, Walter, Weiler, Yañez-Barnuevo García, Zani

Verts/ALE: Aubert, Beer, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Jonckheer, Kallenbach, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Rühle, Smith, Staes, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

8.   Verslag Saïfi A6-0193/2005

Voor: 503

ALDE: Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Cavada, Chiesa, Cocilovo, Cornillet, Costa, Davies, Degutis, Deprez, De Sarnez, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Jäätteenmäki, Juknevičienė, Kacin, Karim, Laperrouze, Lax, Lehideux, Lynne, Matsakis, Morillon, Newton Dunn, Nicholson of Winterbourne, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Pannella, Pistelli, Prodi, Ries, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Bertinotti, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Markov, Maštálka, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Remek, Rizzo, Seppänen, Strož, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Coûteaux, Giertych, Grabowski, Karatzaferis, Louis, Piotrowski, Salvini, Speroni, de Villiers, Zapałowski

NI: Battilocchio, Belohorská, Czarnecki Marek Aleksander, De Michelis, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Masiel, Mölzer, Mussolini, Romagnoli, Schenardi

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Audy, Bachelot-Narquin, Barsi-Pataky, Bauer, Becsey, Belet, Berend, Braghetto, Brejc, Brepoels, Brok, Brunetta, Buzek, Carollo, del Castillo Vera, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dombrovskis, Doorn, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Esteves, Eurlings, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gargani, Gaubert, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hatzidakis, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hoppenstedt, Hudacký, Itälä, Iturgaiz Angulo, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Karas, Kasoulides, Kelam, Klamt, Klaß, Koch, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Landsbergis, Langen, Langendries, Lehne, Lewandowski, Liese, Lulling, Maat, McGuinness, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Nassauer, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Őry, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Peterle, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Posselt, Queiró, Rack, Radwan, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Siekierski, Silva Peneda, Sommer, Spautz, Šťastný, Stenzel, Sudre, Surján, Szájer, Tajani, Thyssen, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Vatanen, Ventre, Vernola, Vidal-Quadras Roca, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, von Wogau, Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wuermeling, Záborská, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zimmerling, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Bourzai, Bozkurt, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Corbett, Corbey, Correia, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Geringer de Oedenberg, Glante, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Harangozó, Hasse Ferreira, Haug, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Jöns, Kindermann, Kinnock, Kósáné Kovács, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lavarra, Le Foll, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Liberadzki, Lienemann, Locatelli, McAvan, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Obiols i Germà, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Tarand, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zani, Zingaretti

UEN: Camre, Pirilli

Verts/ALE: Beer, Bennahmias, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 121

ALDE: Alvaro, Busk, Carlshamre, Chatzimarkakis, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jensen, Klinz, Krahmer, Maaten, Malmström, Manders, Mulder, Riis-Jørgensen, Samuelsen

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Booth, Clark, Farage, Goudin, Knapman, Krupa, Lundgren, Nattrass, Pęk, Rogalski, Titford, Tomczak, Whittaker, Wise, Wohlin, Železný

NI: Czarnecki Ryszard, Helmer, Rutowicz

PPE-DE: Ashworth, Atkins, Beazley, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Březina, Bushill-Matthews, Cabrnoch, Callanan, Casa, Caspary, Cederschiöld, Chichester, Deva, Dover, Doyle, Duchoň, Elles, Fajmon, Fjellner, Florenz, Gahler, Gaľa, García-Margallo y Marfil, Hannan, Harbour, Heaton-Harris, Hökmark, Hybášková, Ibrisagic, Kamall, Kirkhope, Konrad, McMillan-Scott, Montoro Romero, Nicholson, Ouzký, Parish, Pieper, Pomés Ruiz, Purvis, Seeberg, Škottová, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sumberg, Tannock, Van Orden, Vlasák, Wijkman, Zahradil, Zvěřina

PSE: Christensen, Goebbels, Ilves, Jørgensen, Kristensen, Thomsen

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Crowley, Didžiokas, Foglietta, Janowski, Kamiński, Krasts, Kristovskis, La Russa, Libicki, Muscardini, Ó Neachtain, Roszkowski, Szymański, Tatarella, Vaidere, Zīle

Verts/ALE: Auken

Onthoudingen: 26

ALDE: Neyts-Uyttebroeck

GUE/NGL: Krarup, Liotard, Meijer, Portas, Sjöstedt, Svensson

IND/DEM: Bonde, Borghezio

NI: Allister, Baco, Bobošíková, Claeys, Dillen, Kozlík, Mote, Vanhecke

PPE-DE: Jałowiecki, Oomen-Ruijten, Zieleniec

PSE: Gierek, Rapkay, Titley

UEN: Fotyga

Verts/ALE: Aubert, Breyer

Rectificaties stemgedrag

Pour:

Cristiana Muscardini, Roberta Angelilli, Salvatore Tatarella, Sergio Berlato, Romano Maria La Russa

Contre:

Poul Nyrup Rasmussen

9.   Verslag Weber A6-0202/2005

Voor: 283

ALDE: Chiesa, Toia

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Bertinotti, Brie, Catania, de Brún, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Henin, Kaufmann, Kohlíček, Krarup, Liotard, Markov, Maštálka, Meijer, Meyer Pleite, Morgantini, Musacchio, Papadimoulis, Pflüger, Portas, Remek, Rizzo, Seppänen, Strož, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Bonde, Coûteaux, Giertych, Grabowski, Krupa, Louis, Pęk, Piotrowski, Rogalski, Tomczak, de Villiers, Zapałowski

NI: Battilocchio, Belohorská, De Michelis, Mussolini

PPE-DE: Florenz, Toubon, Ventre, Wortmann-Kool

PSE: Andersson, Arif, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badía i Cutchet, Barón Crespo, Batzeli, Beglitis, Beňová, Berès, van den Berg, Berger, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Bourzai, Bozkurt, Bullmann, van den Burg, Busquin, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Christensen, Corbett, Corbey, Correia, Cottigny, D'Alema, De Keyser, De Rossa, Désir, De Vits, Díez González, Dobolyi, Douay, El Khadraoui, Estrela, Ettl, Evans Robert, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ferreira Elisa, Ford, Fruteau, García Pérez, Geringer de Oedenberg, Gierek, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gröner, Gruber, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Harangozó, Hasse Ferreira, Haug, Hedh, Hedkvist Petersen, Hegyi, Herczog, Honeyball, Howitt, Hughes, Hutchinson, Ilves, Jöns, Jørgensen, Kindermann, Kinnock, Kósáné Kovács, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristensen, Kuc, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lavarra, Le Foll, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lévai, Liberadzki, Lienemann, Locatelli, McAvan, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martin David, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Mastenbroek, Matsouka, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Moscovici, Muscat, Myller, Napoletano, Navarro, Obiols i Germà, Pahor, Paleckis, Panzeri, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Poignant, Prets, Rapkay, Rasmussen, Reynaud, Riera Madurell, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sacconi, Sakalas, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Savary, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Sifunakis, Siwiec, Skinner, Sousa Pinto, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarabella, Tarand, Thomsen, Titley, Trautmann, Tzampazi, Valenciano Martínez-Orozco, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vincenzi, Walter, Weber Henri, Weiler, Whitehead, Wiersma, Wynn, Xenogiannakopoulou, Yañez-Barnuevo García, Zani, Zingaretti

UEN: Didžiokas, Krasts, Vaidere, Zīle

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jillian, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein Mintz, Hassi, Horáček, Hudghton, Isler Béguin, Joan i Marí, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schmidt, Schroedter, Smith, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 358

ALDE: Alvaro, Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Busk, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa, Davies, Degutis, Deprez, Drčar Murko, Duff, Duquesne, Ek, Fourtou, Gentvilas, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Harkin, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Klinz, Krahmer, Laperrouze, Lax, Lehideux, Lynne, Maaten, Malmström, Manders, Matsakis, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Nicholson of Winterbourne, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Pannella, Pistelli, Prodi, Ries, Riis-Jørgensen, Samuelsen, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Szent-Iványi, Takkula, Väyrynen, Van Hecke, Virrankoski, Wallis, Watson

IND/DEM: Batten, Belder, Blokland, Bloom, Booth, Clark, Farage, Karatzaferis, Knapman, Nattrass, Sinnott, Titford, Whittaker, Wise, Železný

NI: Allister, Bobošíková, Claeys, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, Dillen, Helmer, Lang, Le Pen Jean-Marie, Le Pen Marine, Le Rachinel, Masiel, Mölzer, Mote, Romagnoli, Rutowicz, Schenardi, Vanhecke

PPE-DE: Andrikienė, Antoniozzi, Ashworth, Atkins, Audy, Bachelot-Narquin, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Březina, Brunetta, Bushill-Matthews, Buzek, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Caspary, del Castillo Vera, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Cirino Pomicino, Coelho, Coveney, Daul, Dehaene, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Díaz de Mera García Consuegra, Dimitrakopoulos, Dombrovskis, Doorn, Dover, Doyle, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Eurlings, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Fjellner, Fontaine, Fraga Estévez, Freitas, Friedrich, Gahler, Gaľa, Galeote Quecedo, García-Margallo y Marfil, Gargani, Gaubert, Gauzès, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hatzidakis, Heaton-Harris, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jordan Cizelj, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kasoulides, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Kudrycka, Kušķis, Kuźmiuk, Lamassoure, Landsbergis, Langen, Langendries, Lauk, Lechner, Lehne, Lewandowski, Lulling, Maat, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Marques, Martens, Mathieu, Mato Adrover, Matsis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Méndez de Vigo, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Montoro Romero, Nassauer, Nicholson, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Őry, Ouzký, Pack, Pálfi, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Parish, Peterle, Pieper, Pīks, Pinheiro, Piskorski, Pleštinská, Podestà, Podkański, Poettering, Pomés Ruiz, Posselt, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Samaras, Sartori, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schmitt Ingo, Schmitt Pál, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Seeberg, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sommer, Šťastný, Stenzel, Stevenson, Strejček, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Trakatellis, Ulmer, Vakalis, Van Orden, Vatanen, Vernola, Vidal-Quadras Roca, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wijkman, von Wogau, Wojciechowski, Wuermeling, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zatloukal, Zieleniec, Zimmerling, Zvěřina, Zwiefka

UEN: Angelilli, Aylward, Berlato, Bielan, Camre, Crowley, Foglietta, Fotyga, Janowski, Kamiński, La Russa, Libicki, Muscardini, Ó Neachtain, Roszkowski, Szymański, Tatarella

Onthoudingen: 9

IND/DEM: Borghezio, Goudin, Lundgren, Salvini, Speroni, Wohlin

NI: Baco, Kozlík

UEN: Kristovskis


AANGENOMEN TEKSTEN

 

P6_TA(2005)0308

Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst EG/Marokko naar aanleiding van de uitbreiding ***

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (9649/2005 — COM(2004)0848 — C6-0200/2005 — 2004/0292(AVC))

(Instemmingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2004)0848) (1),

gezien de tekst van de Raad (9649/2005),

gezien het verzoek van de Raad om instemming overeenkomstig artikel 300, lid 3, tweede alinea, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, tweede zin, en artikel 310 van het EG-Verdrag (C6-0200/2005),

gelet op artikel 75, artikel 83, lid 7 en artikel 43, lid 1, van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling van de Commissie buitenlandse zaken (A6-0219/2005),

1.

stemt in met de sluiting van het protocol;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en het Koninkrijk Marokko.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0309

Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst EG/Tunesië naar aanleiding van de uitbreiding ***

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (9648/2005 — COM(2004)0736 — C6-0199/2005 — 2004/0265(AVC))

(Instemmingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2004)0736) (1),

gezien de tekst van de Raad (9648/2005),

gezien het verzoek van de Raad om instemming overeenkomstig artikel 300, lid 3, tweede alinea, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, tweede zin, en artikel 310 van het EG-Verdrag (C6-0199/2005),

gelet op artikel 75, artikel 83, lid 7 en artikel 43, lid 1, van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling van de Commissie buitenlandse zaken (A6-0220/2005),

1.

stemt in met de sluiting van het protocol;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Republiek Tunesië.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0310

Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst EG/Jordanië naar aanleiding van de uitbreiding ***

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (5092/2005 — COM(2004)0578 — C6-0202/2005 — 2004/0196(AVC))

(Instemmingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2004)0578) (1),

gezien de tekst van de Raad (5092/2005),

gezien het verzoek van de Raad om instemming overeenkomstig artikel 300, lid 3, tweede alinea, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, tweede zin, en artikel 310 van het EG-Verdrag (C6-0202/2005),

gelet op artikel 75, artikel 83, lid 7, en artikel 43, lid 1, van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling van de Commissie buitenlandse zaken (A6-0221/2005),

1.

stemt in met de sluiting van het protocol;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0311

Gemeenschappelijke marktordening in de sector ruwe tabak *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2075/92 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak (COM(2005)0235 — C6-0193/2005 — 2005/0105(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2005)0235) (1),

gelet op artikel 37 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0193/2005),

gelet op artikel 51 en artikel 43, lid 1 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A6-0233/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

2.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

4.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0312

Aanduiding van biologische productiemethode op landbouwproducten en levensmiddelen *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen (COM(2005)0194 — C6-0140/2005 — 2005/0094(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2005)0194) (1),

gelet op artikel 37 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0140/2005),

gelet op de artikelen 51 en 43, lid 1 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A6-0234/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

2.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

4.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0313

Stationerings- en exploitatiefase van het Europese atellietnavigatieprogramma *** I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de tenuitvoerlegging van de stationeringsfase en de exploitatiefase van het Europees programma voor radionavigatie per satelliet (COM(2004)0477 — C6-0087/2004 — 2004/0156(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2004)0477) (1),

gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 156 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0087/2004),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie vervoer en toerisme (A6-0212/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

wijst erop dat de kredieten die in het wetgevingsvoorstel zijn vermeld voor de periode na 2006 afhankelijk zijn van het besluit over het volgende meerjarig financieel kader;

3.

verzoekt de Commissie om, zodra het volgende meerjarig financieel kader is goedgekeurd, indien nodig een voorstel in te dienen tot aanpassing van het financieel referentiebedrag van het programma;

4.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TC1-COD(2004)0156

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 6 september 2005 met het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr. .../2005 van het Europees Parlement en de Raad inzake de tenuitvoerlegging van de stationeringsfase en de exploitatiefase van het Europees programma voor radionavigatie per satelliet

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid artikel 156,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Aan het Europese beleid voor radionavigatie per satelliet wordt momenteel uitvoering gegeven door middel van het Galileo- en het EGNOS-programma.

(2)

Het Galileo-programma heeft tot doel de eerste specifiek voor civiele doeleinden ontworpen wereldinfrastructuur voor radionavigatie en positionering per satelliet te installeren.

(3)

Het EGNOS-programma heeft tot doel de Amerikaanse GPS- en de Russische Glonass-signalen te versterken terwille van de betrouwbaarheid over een groot geografisch gebied. Het is een losstaande aanvulling van het Galileo-programma.

(4)

Het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité hebben het Galileoprogramma voortdurend gesteund.

(5)

Het Galileo-programma berust op een technologie die de levenskwaliteit van de Europese burger op een groot aantal terreinen zal gaan verbeteren. In het bijzonder past zij volmaakt binnen het kader van het vervoersbeleid, zoals dit wordt opgevoerd in het Witboek van de Commissie, getiteld „Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen”, met name wat betreft bevrachting, infrastructuurtarifering en verkeersveiligheid.

(6)

Dit programma vormt een van de prioritaire projecten in het door de Commissie voorgestelde en door de Raad onderschreven groei-initiatief. Tevens vormt het een van de voornaamste resultaten van het toekomstige Europese ruimtevaartprogramma, als vermeld in het Witboek van de Commissie, getiteld „De ruimtevaart, een nieuwe Europese grens voor een uitbreidende Unie — Een actieplan voor de uitvoering van het Europese ruimtevaartbeleid”.

(7)

Het Galileo-programma omvat een definitiefase, een ontwikkelingsfase, een stationeringsfase en een exploitatiefase. De stationeringsfase dient in 2006 te beginnen en dient, na twee jaar overlapping met de exploitatiefase, in 2010 te eindigen. De exploitatiefase moet in 2008 beginnen en het systeem moet in 2010 volledig operationeel zijn.

(8)

De definitiefase en de ontwikkelingsfase vormen het aan onderzoek gewijde gedeelte van het programma en zijn in aanzienlijke mate gefinancierd met middelen uit de communautaire begroting voor de Trans-Europese netwerken.

(9)

Bij Verordening (EG) nr. 2236/95 van de Raad van 18 september 1995 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van Trans-Europese netwerken (3) zijn de regels vastgelegd voor de door de Gemeenschap te verlenen financiële steun in het geval van communautaire projecten, zoals systemen voor plaatsbepaling en navigatie per satelliet.

(10)

Met het oog op de tenuitvoerlegging van de ontwikkelingsfase van het Galileo-programma voorziet Verordening (EG) nr. 876/2002 van de Raad van 21 mei 2002  (4) in de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Galileo.

(11)

Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad van 12 juli 2004 inzake de beheersstructuren van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet (5) stelt een Europese GNSS-toezichtautoriteit in (hierna de toezichtautoriteit genoemd).

(12)

Om de continuïteit van de programma's te verzekeren, moet worden voorzien in de financiering van de stationeringsfase en de exploitatiefase.

(13)

Gezien de wens van de Raad het communautaire aandeel van de financiering van de stationeringsfase tot een derde te beperken en de reeds in het kader van de huidige financiële vooruitzichten geplande financieringen, zou een communautaire bijdrage tot de financiering van de stationeringsfase in het kader van de nieuwe financiële vooruitzichten, [500] miljoen EUR moeten voorzien worden.

(14)

Gezien de bijzondere aard van de markt voor radionavigatie per satelliet en de hiermee verband houdende diensten, alsook met de garantie dat deze ter beschikking van de openbare sector komen, zal het noodzakelijk zijn gedurende de eerste jaren van de exploitatiefase in een uitzonderlijke extra financiering door de overheid te voorzien. In zijn bij de vergadering van 25 en 26 maart 2002 goedgekeurde conclusies en tijdens de vergadering van 8 en 9 maart 2004 heeft de Raad trouwens uitdrukkelijk voorzien in de inschakeling van communautaire fondsen voor de financiering van deze fase. Het naar verwachting voor de communautaire financiering vereiste bedrag is in de orde van grootte van [500] miljoen EUR.

(15)

Het zal dan ook nodig zijn dat er op de communautaire begroting een bedrag van 1 000 miljoen EUR wordt uitgetrokken voor de financiering van de stationeringsfase en de exploitatiefase van de programma's in het tijdvak van 2007 tot 2013 met een eigen begrotingslijn in de communautaire begroting zodat de begrotingsautoriteit de financiering kan binden aan de naleving van de uiterste termijn voor de diverse fasen van deze programma's .

(16)

Ingeval, hetzij direct of indirect, financiële garanties door de Gemeenschap dienen toegezegd te worden die bovengenoemde begrotingstoewijzing overschrijden, dienen zij overeenkomstig de toepasselijke begrotingsregels door het Europees Parlement en de Raad te worden goedgekeurd.

(17)

Ingeval, hetzij direct of indirect, financiële verbintenissen door de Gemeenschap dienen aangegaan te worden die bovengenoemde begrotingstoewijzing overschrijden, dienen zij overeenkomstig de toepasselijke begrotingsregels door het Europees Parlement en de Raad te worden goedgekeurd.

(18)

Gedurende de stationeringsfase en de exploitatiefase, worden de bouw en vervolgens het beheer van het systeem toevertrouwd aan een particuliere concessiehouder, die onder controle staat van de toezichtautoriteit, welke is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1321/2004.

(19)

Er dient een winstdelingsregeling te worden getroffen voor de terugbetaling van de communautaire bijdrage aan de stationeringsfase en de exploitatiefase.

(20)

De concessiehouder moet gerechtigd zijn tot de ontvangst van inkomsten uit de exploitatie van licenties en intellectuele-eigendomsrechten voor systeemonderdelen; het eigendom van deze licenties en intellectuele eigendomsrechten dient bij de toezichtautoriteit te berusten.

(21)

Onder haar taakomschrijving valt ook het beheer van de aan de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet toegewezen middelen, alsmede het toezicht op het algeheel financieel beheer van deze programma's om te bereiken dat de overheidsmiddelen op een optimale wijze worden aangewend. Bovendien is de toezichtautoriteit belast met de uitvoering van begrotingstaken die haar zijn toevertrouwd door de Commissie krachtens artikel 54, lid 2, onder b), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (6). Om zijn budgettaire rol te kunnen vervullen moet het Europees Parlement, rekening houdend met de specifieke aard van de programma's, in de raad van bestuur van de toezichtautoriteit de status van waarnemer krijgen.

(22)

Het voorstel van de Commissie voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) regelt steun aan het Europese GNSS-systeem voor navigatie per satelliet.

(23)

Het voorstel van de Commissie voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) bepaalt ook dat het Europese midden- en kleinbedrijf moet worden betrokken bij het ontwikkelen van innovatie met steun van communautaire middelen, hetgeen zal bijdragen tot de ontwikkeling van het Europese GNSS-systeem voor navigatie per satelliet.

(24)

Het Galileo-programma is thans tot volle wasdom gekomen en is al lang geen gewoon onderzoekproject meer, en de tijd is dan ook gekomen om het van een specifiek juridisch instrument te voorzien, dat meer aan zijn behoeften voldoet en zo goed mogelijk beantwoordt aan de noodzaak van een goed financieel beheer.

(25)

De opbouw van zulk een infrastructuur voor radionavigatie per satelliet is een project waarvoor een enkele lidstaat alleen duidelijk niet de technische en financiële mogelijkheden bezit. Het Galileo- en het EGNOS-programma voldoen dan ook volledig aan de eisen van het subsidiariteitsbeginsel omdat het communautaire niveau het meest geschikte kader voor actie is; dit is een voorbeeld van de toegevoegde waarde die Europa kan leveren als het zijn doelstellingen en middelen duidelijk heeft omschreven.

(26)

Bij deze verordening wordt voor de stationeringsfase en de exploitatiefase van de programma's een financiële toewijzing vastgesteld, die voor de begrotingsautoriteit een „voornaamste referentiepunt” vormt in de zin van punt 33 van het interinstitutioneel akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure (7),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze verordening voorziet in de gedetailleerde regelingen voor de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de stationeringsfase (2006-2010) en de exploitatiefase (vanaf 2008) van de Europese programma's Galileo en EGNOS voor radionavigatie per satelliet, hierna de „programma's” te noemen.

Artikel 2

De uit deze verordening voortvloeiende communautaire bijdrage aan de programma's is bestemd voor de medefinanciering van:

a)

activiteiten in verband met de stationeringsfase, welke de bouw en de lancering van de satellieten omvat, alsook de volledige installatie van de grondinfrastructuur;

b)

zonodig, de eerste reeks activiteiten in verband met de exploitatiefase, welke het beheer van de infrastructuur, bestaande uit satellieten en grondstations, omvat, alsook het onderhoud en de voortdurende vervolmaking ervan.

Artikel 3

Het indicatief financieel kader voor de uitvoering van de maatregelen van artikel 2 wordt vastgesteld op [1 000 miljoen EUR] voor de periode van 7 jaar met ingang van 1 januari 2007 .

De begrotingsautoriteit bepaalt aan de hand van de toepasselijke financiële vooruitzichten hoeveel er jaarlijks aan kredieten mag worden toegewezen.

Artikel 4

Ingeval, hetzij direct of indirect, inclusief de concessieovereenkomst, financiële garanties door de Gemeenschap dienen teogezegd te worden, die de begrotingstoewijzing vermeld in artikel 3 overschrijden, dienen zij overeenkomstig de toepasselijke begrotingsregels door het Europees Parlement en de Raad te worden goedgekeurd.

Artikel 5

Ingeval, hetzij direct of indirect, inclusief de concessieovereenkomst, financiële verbintenissen door de Gemeenschap dienen aangegaan te worden, die de begrotingstoewijzing vermeld in artikel 3 overschrijden, dienen zij overeenkomstig de toepasselijke begrotingsregels door het Europees Parlement en de Raad te worden goedgekeurd.

Artikel 6

Er wordt een winstdelingsregeling getroffen voor de terugbetaling van de communautaire bijdrage aan de stationeringfase en de exploitatiefase.

Artikel 7

De concessiehouder moet gerechtigd zijn tot de ontvangst van inkomsten uit de exploitatie van vergunningen en intellectuele eigendomsrechten voor systeemonderdelen; het eigendom van deze licenties en intellectuele-eigendomsrechten bij de toezichtautoriteit dient te berusten.

Artikel 8

De toezichtautoriteit draagt , overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder b), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1321/2004 , zorg voor het beheer van en de controle op het gebruik van de middelen van de communautaire bijdrage aan de programma's.

Om zijn budgettaire rol te kunnen vervullen krijgt het Europees Parlement, rekening houdend met de specifieke aard van de programma's, in de raad van bestuur van de toezichtautoriteit de status van waarnemer.

De voor de financiering van de communautaire bijdrage noodzakelijke operationele kredieten worden, bij overeenkomst, aan de toezichtautoriteit ter beschikking gesteld, zulks overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder g) van Verordening (EG) nr. 1321/2004. De begrotingsautoriteit wordt geïnformeerd over de ontwerpovereenkomst, voordat deze geparafeerd wordt.

Tot het bedrag van elke jaarlijkse terbeschikkingstellingsovereenkomst wordt besloten in het kader van de begrotingsprocedure van de EU, rekening houdend met het door de raad van bestuur goedgekeurde werkprogramma van de toezichtautoriteit, zulks overeenkomstig de procedure van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1321/2004 en binnen de grenzen van de toepasselijke financiële vooruitzichten .

In elke overeenkomst worden in het bijzonder de algemene voorwaarden voor het beheer van de aan de toezichtautoriteit toegewezen middelen vastgesteld.

Artikel 9

De Commissie ziet erop toe dat de financiële belangen van de Gemeenschap tijdens de tenuitvoerlegging van de bij deze verordening gefinancierde activiteiten door de toezichtautoriteit worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen ter bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door de uitvoering van effectieve controles en door de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde bedragen, alsook, bij gebleken onregelmatigheden, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, zulks overeenkomstig de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad (8), (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad (9) en (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad (10).

Wat de bij deze verordening gefinancierde communautaire activiteiten betreft, wordt onder het in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 genoemd begrip „onregelmatigheid” verstaan elke inbreuk op het Gemeenschapsrecht of ieder verzuim van een contractuele verplichting die bestaat in een handeling of een nalaten van een marktdeelnemer waardoor de algemene begroting van de Europese Unie of de door de Gemeenschappen beheerde begrotingen ten gevolge van een onverschuldigde uitgave worden of zouden kunnen worden benadeeld.

In de uit deze verordening voortvloeiende contracten en overeenkomsten, alsook in overeenkomsten met deelnemende derde landen, wordt met name voorzien in toezicht en financiële controle door de toezichtautoriteit of de Commissie (of iedere door hen hiertoe gemachtigde vertegenwoordiger) en in audits van de Rekenkamer, met inbegrip van, in voorkomend geval, audits ter plaatse.

Artikel 10

De Commissie brengt elk jaar, bij de presentatie van het voorontwerp van begroting, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van de programma's. In 2007 wordt een onderzoek halverwege de termijn uitgevoerd om de Raad en het Europees Parlement van de tot dan toe gemaakte vorderingen op de hoogte te stellen.

Artikel 11

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ..., op ...

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

Voor de Raad

De Voorzitter


(1)   PB C 221 van 8.9.2005, blz. 28.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 6 september 2005.

(3)  PB L 228 van 23.9.1995, blz. 1 . Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1159/2005 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 191 van 22.7.2005, blz. 16 ).

(4)  PB L 138 van 28.5.2002, blz. 1.

(5)  PB L 246 van 20.7.2004, blz. 1.

(6)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(7)   PB C 172 van 18.6.1999, blz. 1.

(8)  PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

(9)  PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

(10)  PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.

P6_TA(2005)0314

Overeenkomst EG/Libanon inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten *

Resolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Libanon inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (COM(2005)0062 — C6-0059/2005 — 2005/0012(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2005)0062) (1),

gelet op de artikelen 80, lid 2 en 300, lid 2, eerste alinea van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0059/2005),

gelet op de artikelen 51 en 83, lid 7 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0232/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en van de Republiek Libanon.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0315

Overeenkomst EG/Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten *

Resolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (COM(2005)0061 — C6-0060/2005 — 2005/0009(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2005)0061) (1),

gelet op artikel 80, lid 2 en artikel 300, lid 2, eerste alinea van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0060/2005),

gelet op de artikelen 51 en 83, lid 7 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0231/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en Georgië.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0316

Visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie (COM(2004)0724 — C6-0187/2004 — 2004/0252(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2004)0724) (1),

gelet op artikel 37 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0187/2004),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie visserij (A6-0238/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

Overweging 5

(5) In de afgelopen jaren zijn door de lidstaten en door andere landen proefprojecten inzake elektronische registratie en melding, alsook inzake teledetectie uitgevoerd. Deze zijn waardevol en kosteneffectief gebleken .

(5) In de afgelopen jaren zijn door de lidstaten en door andere landen proefprojecten inzake elektronische registratie en melding, alsook inzake teledetectie uitgevoerd. Dergelijke monitoringmethoden behoeven nog een aantal aanpassingen voordat definitieve conclusies aangaande het gebruik ervan kunnen worden getrokken.

Amendement 2

Artikel 1, lid 1

1. De gegevens betreffende visserijactiviteiten die overeenkomstig de communautaire regelgeving moeten worden genoteerd in een logboek , worden door kapiteins van communautaire vissersvaartuigen elektronisch geregistreerd en langs elektronische weg aan de bevoegde autoriteit gezonden.

1. Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2) in een logboek te noteren gegevens betreffende visserijactiviteiten worden door kapiteins van communautaire vissersvaartuigen elektronisch geregistreerd en langs elektronische weg aan de bevoegde autoriteit (en) gezonden. Deze procedure ontheft de kapiteins van de vaartuigen van enige verplichting tot registratie van dergelijke gegevens op papier.

Amendement 3

Artikel 1, lid 4 bis (nieuw)

 

4 bis. Gegevens die overeenkomstig de bepalingen van dit artikel worden verzameld, worden voor wetenschappelijk onderzoek ter beschikking gesteld, met uitzondering van gevoelige of geheime bedrijfsinformatie, en van alle door de kapiteins van vissersvaartuigen elektronisch geregistreerde en doorgegeven gegevens wordt de vertrouwelijkheid gegarandeerd.

Amendement 4

Artikel 2, lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis. Communautaire agentschappen mogen de beelden gebruiken om hun taken uit te voeren en waar dit mogelijk is delen zij die met elkaar.

Amendement 5

Artikel 2, lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis. De Commissie specificeert in een gedetailleerde financiële tabel de financieringsbron, alsook de totale kosten en de verdeling van deze kosten over de Gemeenschap en de lidstaten.

Amendement 6

Artikel 2, lid 2 ter (nieuw)

 

2 ter. De Gemeenschap kent financiële steun toe aan nationale autoriteiten en vissers om de aankoop van apparatuur, de installering daarvan en speciale opleidingen te vergemakkelijken.

Amendement 7

Artikel 2, lid 2 quater (nieuw)

 

2 quater. De Gemeenschap breidt de doelstellingen en de middelen in een veelzijdige benadering uit, teneinde de efficiëntie van het project te vergroten en van alle mogelijkheden van het systeem gebruik te kunnen maken.

Amendement 8

Artikel 2 bis (nieuw)

 

Artikel 2 bis

De Commissie financiert samen met de lidstaten de kosten van de installatie van de satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen op vaartuigen met een totale lengte van meer dan 15 meter, en van de verzending van berichten in verband met het elektronisch visserijlogboek.

Amendement 9

Artikel 3, alinea 1

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006 .

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008 .


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

(2)   PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1.

P6_TA(2005)0317

Overeenkomst EG/Albanië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven (COM(2004)0092 — C6-0053/2005 — 2004/0033(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2004)0092) (1),

gelet op artikel 63, lid 3, onder b) en artikel 300, lid 2, eerste alinea, tweede zin van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0053/2005),

gelet op de artikelen 51 en 83, lid 7 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0214/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Republiek Albanië.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TA(2005)0318

Toegang tot buitenlandse hulp van de Gemeenschap *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van de Raad inzake de toegang tot buitenlandse hulp van de Gemeenschap (8977/2005 — C6-0156/2005 — 2005/0806(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Raad (8977/2005) (1),

gezien het oorspronkelijke Commissievoorstel aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2004)0313) (1),

door de Raad ingelicht over diens besluit het oorspronkelijke voorstel aan het Europees Parlement en de Raad te splitsen,

gelet op artikel 181 bis van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0156/2005),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A6-0239/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Raad als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de tekst die het Parlement voor raadpleging is voorgelegd;

4.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

Overweging 1

(1) De koppeling van steun, direct of indirect, aan de aankoop van goederen en diensten die met die hulp in het donorland worden verkregen vermindert de doeltreffendheid van die steun en is in strijd met het armoedebestrijdingsbeleid. Ontkoppeling van de hulp is geen doel op zich, maar moet gebruikt worden als kruisbestuiving voor andere onderdelen van de armoedebestrijding, zoals participatie, regionale integratie en capaciteitsopbouw.

(1) De koppeling van steun, direct of indirect, aan de aankoop van goederen en diensten die met die hulp in het donorland worden verkregen vermindert de doeltreffendheid van die steun en is in strijd met het armoedebestrijdingsbeleid. Ontkoppeling van de hulp is geen doel op zich, maar moet gebruikt worden als kruisbestuiving voor andere onderdelen van de armoedebestrijding, zoals participatie, regionale integratie en capaciteitsopbouw , waarbij de nadruk wordt gelegd op empowerment van plaatselijke en regionale leveranciers van goederen en diensten in ontwikkelingslanden .

Amendement 2

Overweging 6

(6) Volgens een resolutie van het Europees Parlement van 4 september 2003 (2) is het noodzakelijk de communautaire steun verder te ontkoppelen. Hierin werd ingestemd met de in de eerdergenoemde mededeling beschreven methoden en de voorgestelde opties. Benadrukt werd dat verder debat over de ontkoppeling van de hulp nodig is, op basis van aanvullende studies en gedocumenteerde voorstellen.

(6) Volgens een resolutie van het Europees Parlement van 4 september 2003 (3) is het noodzakelijk de communautaire steun verder te ontkoppelen. Hierin werd ingestemd met de in de eerdergenoemde mededeling beschreven methoden en de voorgestelde opties. Benadrukt werd dat verder debat over de ontkoppeling van de hulp nodig is, op basis van aanvullende studies en gedocumenteerde voorstellen, en er werd met name aangedrongen op een „duidelijke voorkeur voor plaatselijke en regionale samenwerking, waarbij — in volgorde van belangrijkheid — prioriteit wordt verleend aan leveranciers uit het ontvangende land, naburige ontwikkelingslanden en andere ontwikkelingslanden”, ter intensivering van de inspanningen van de ontvangende landen om hun eigen productie op nationaal, regionaal, lokaal en gezinsniveau te verbeteren, en van maatregelen die gericht zijn op verbetering van de beschikbaarheid en toegankelijkheid voor het publiek van voedingsmiddelen en basisdiensten, die in overeenstemming zijn met de plaatselijke gebruiken, productiemethoden en handelspraktijken .

Amendement 3

Overweging 7

(7) Verschillende punten moeten bekeken worden in verband met de toegankelijkheid van de communautaire buitenlandse hulp. In artikel 3 worden de criteria beschreven op basis waarvan personen in aanmerking kunnen komen voor steun. In artikel 4 worden de oorsprongsregels beschreven die gehanteerd worden bij de aankoop van goederen en materialen door geselecteerde kandidaten. Op grond van artikel 3 kan een bepaalde categorie personen toegang hebben tot de steun op voorwaarde van wederkerigheid. De definitie en uitvoeringsmodaliteiten van deze wederkerigheid worden vastgesteld in artikel 5. Uitzonderingen en de uitvoering daarvan worden beschreven in artikel 6. Artikel 7 omvat specifieke bepalingen inzake activiteiten die gefinancierd worden door een internationale of regionale organisatie of die gecofinancierd worden door een derde land. In artikel 8 worden specifieke bepalingen vastgesteld inzake humanitaire hulp.

(7) Verschillende punten moeten bekeken worden in verband met de toegankelijkheid van de communautaire buitenlandse hulp. In artikel 3 worden de criteria beschreven op basis waarvan personen in aanmerking kunnen komen voor steun. In artikel 4 worden de oorsprongsregels beschreven die gehanteerd worden bij de aankoop van goederen en materialen en de aanwerving van deskundigen door geselecteerde kandidaten. De definitie en uitvoeringsmodaliteiten van deze wederkerigheid worden vastgesteld in artikel 5. Uitzonderingen en de uitvoering daarvan worden beschreven in artikel 6. Artikel 7 omvat specifieke bepalingen inzake activiteiten die gefinancierd worden door een internationale of regionale organisatie of die gecofinancierd worden door een derde land. In artikel 8 worden specifieke bepalingen vastgesteld inzake humanitaire hulp.

Amendement 4

Overweging 8 bis (nieuw)

 

(8 bis) Bij het gunnen van opdrachten uit hoofde van een communautair instrument wordt speciale aandacht besteed aan de inachtneming van internationaal overeengekomen fundamentele arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), verdragen inzake vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsovereenkomsten, de uitbanning van gedwongen en verplichte arbeid, de uitbanning van discriminatie in verband met arbeid en beroep alsmede de afschaffing van kinderarbeid.

Amendement 5

Overweging 8 ter (nieuw)

 

(8 ter) Bij het gunnen van opdrachten uit hoofde van een communautair instrument wordt speciale aandacht besteed aan de eerbiediging van de volgende internationaal overeengekomen milieuverdragen: het Verdrag inzake biologische diversiteit van 1992, het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid van 2000, en het Protocol van Kyoto bij het kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering van 1997.

Amendement 6

Artikel 3, lid 2

2. De procedures voor aanbestedingen en subsidies uit hoofde van een communautair instrument met een specifiek thema, zoals beschreven in bijlage I, deel A, staan open voor alle rechtspersonen die ingezetene zijn van een ontwikkelingsof overgangsland , op grond van de lijsten van de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO/DAC) (bijlage II), bijkomstig bij de rechtspersonen die aanmerking komen overeenkomstig het respectievelijk instrument.

2. De procedures voor aanbestedingen en subsidies uit hoofde van een communautair instrument met een specifiek thema, zoals beschreven in bijlage I, deel A, staan open voor alle rechtspersonen die ingezetene zijn van een ontwikkelingsland , op grond van de lijst van de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO/DAC) (bijlage II), bijkomstig bij de rechtspersonen die aanmerking komen overeenkomstig het respectievelijk instrument.

Amendement 7

Artikel 3, lid 3

(3) De procedures voor aanbestedingen en subsidies uit hoofde van een communautair instrument voor een specifiek gebied, zoals beschreven in bijlage I, deel B, staan open voor alle rechtspersonen die ingezetene zijn van een ontwikkelingsof overgangs land, op grond van de OESO/DAC-lijsten (bijlage II) en waarvoor expliciet vermeld is dat ze in aanmerking komen alsook de in het respectievelijk instrument reeds vermelde rechtspersonen die in aanmerking komen.

(3) De procedures voor aanbestedingen en subsidies uit hoofde van een communautair instrument voor een specifiek gebied, zoals beschreven in bijlage I, deel B, staan open voor alle rechtspersonen die ingezetene zijn van een ontwikkelingsland , op grond van de OESO/DAC-lijst (bijlage II) en waarvoor expliciet vermeld is dat ze in aanmerking komen alsook de in het respectievelijk instrument reeds vermelde rechtspersonen die in aanmerking komen.

Amendement 8

Artikel 3, lid 5

(5) De in dit artikel beschreven criteria gelden niet voor de deskundigen die door de deelnemers aan een gunningsprocedure worden voorgesteld. Er zijn geen nationaliteitsvereisten voor de deskundigen.

Schrappen.

Amendement 9

Artikel 3 bis (nieuw)

 

Artikel 3 bis

Deskundigen

Voor deskundigen die in dienst werken van de deelnemers aan een gunningsprocedure als omschreven in artikelen 3 en 7 gelden geen nationaliteitsvereisten. Dit artikel laat de kwalitatieve en financiële vereisten die zijn opgenomen in de communautaire regels voor overheidsopdrachten onverlet.

Amendement 10

Artikel 4

Alle goederen en materialen die aangekocht worden in het kader van een contract dat gefinancierd wordt uit hoofde van een communautair instrument moeten afkomstig zijn uit de Gemeenschap of een op grond van artikel 3 in aanmerking komend land. Voor de toepassing van deze verordening wordt de oorsprong vastgesteld op grond van de relevante communautaire wetgeving inzake oorsprongsregels op douanegebied.

Alle goederen en materialen die aangekocht worden in het kader van een contract dat gefinancierd wordt uit hoofde van een communautair instrument moeten afkomstig zijn uit de Gemeenschap of een op grond van de artikelen 3 en 6 in aanmerking komend land. Voor de toepassing van deze verordening wordt de oorsprong vastgesteld op grond van de relevante communautaire wetgeving inzake oorsprongsregels op douanegebied.

Amendement 11

Artikel 5, lid 1

1. De buitenlandse hulp van de EU staat open voor een land waarop artikel 3, lid 4, van toepassing is, mits dat land de lidstaten van de Europese Unie onder dezelfde voorwaarden toegang biedt.

1. De buitenlandse hulp van de Gemeenschap staat open voor een land waarop artikel 3, lid 4, van toepassing is, mits dat land de lidstaten van de Europese Unie en het betrokken ontvangende land onder dezelfde voorwaarden toegang biedt.

Amendement 12

Artikel 5, lid 2

(2) In verband met deze wederkerige toegang tot de buitenlandse hulp van de EU worden de EU en andere donors vergeleken volgens de OESO/DAC-categorieën op sectoraal niveau of op nationaal niveau van donor of ontvanger . Of deze wederkerigheid wordt toegepast, wordt besloten afhankelijk van de transparantie, samenhang en evenredigheid van de door die donor verleende steun, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin.

(2) In verband met deze wederkerige toegang tot de buitenlandse hulp van de Gemeenschap worden de EU en andere donors vergeleken volgens de OESO/DAC-categorieën op sectoraal niveau of op nationaal niveau van donorland of ontvangend land . Of deze wederkerigheid wordt toegepast, wordt besloten afhankelijk van de transparantie, samenhang en evenredigheid van de door die donor verleende steun, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin.

Amendement 13

Artikel 5, lid 3

3. De wederkerige toegang tot de buitenlandse hulp van de EU wordt vastgelegd in een apart besluit voor een bepaald land of regionale groep landen. Een dergelijk besluit wordt overeenkomstig Besluit nr. 1999/468/EG (4) van de Raad goedgekeurd volgens de comitéprocedures voor het desbetreffende instrument . Een dergelijk besluit geldt voor de duur van minimaal één jaar.

3. De wederkerige toegang tot de buitenlandse hulp van de Gemeenschap wordt vastgelegd in een apart besluit voor een bepaald land of regionale groep landen. Een dergelijk besluit wordt overeenkomstig Besluit nr. 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (5) goedgekeurd volgens de , met het desbetreffende besluit samenhangende comitéprocedures. Een dergelijk besluit blijft voor de duur van minimaal één jaar van kracht. .

Amendement 14

Artikel 5, lid 4

4. Op grond van punt II a) van de aanbevelingen van de OESO/DAC uit 2001 inzake de ontkoppeling van de officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen (zie bijlage IV) hebben d e in bijlage III vermelde derde landen automatisch toegang tot de buitenlandse hulp van de EU .

4. D e in bijlage III vermelde derde landen hebben automatisch toegang tot de buitenlandse hulp van de Gemeenschap in de minst ontwikkelde landen, zoals omschreven in bijlage II .

Amendement 15

Artikel 5, lid 5

5. De begunstigde landen worden zo veel mogelijk betrokken bij het onder lid 1 tot en met 3 beschreven proces.

5. De begunstigde landen worden betrokken bij het onder de leden 1 , 2 en 3 beschreven proces.

Amendement 16

Artikel 7, titel

Activiteiten in samenwerking met internationale organisaties of derde landen

Activiteiten in samenwerking met internationale organisaties of cofinanciering

Amendement 17

Artikel 7, lid 1

1. Wanneer de communautaire financiering betrekking heeft op een activiteit die uitgevoerd wordt via een internationale organisatie staat deelname aan de desbetreffende contractprocedures open voor alle rechtspersonen die op grond van artikel 3 in aanmerking komen, alsmede voor alle rechtspersonen die in aanmerking komen op grond van de regels van de desbetreffende organisatie, waarbij erop toegezien moet worden dat er sprake is van gelijke toegang voor alle donors. Dezelfde regels gelden voor goederen en materialen.

1. Wanneer de communautaire financiering betrekking heeft op een activiteit die uitgevoerd wordt via een internationale organisatie staat deelname aan de desbetreffende contractprocedures open voor alle rechtspersonen die op grond van artikel 3 in aanmerking komen, alsmede voor alle rechtspersonen die in aanmerking komen op grond van de regels van de desbetreffende organisatie, waarbij erop toegezien moet worden dat er sprake is van gelijke toegang voor alle donors. Dezelfde regels gelden voor goederen, materialen en deskundigen .

Amendement 18

Artikel 7, lid 2

2. Wanneer de communautaire financiering betrekking heeft op een activiteit die gecofinancierd wordt met een derde land, op basis van de in artikel 5 beschreven wederkerigheid, of met een regionale organisatie staat deelname aan de desbetreffende contractprocedures open voor alle rechtspersonen die op grond van artikel 3 in aanmerking komen, alsmede voor alle rechtspersonen die ingezetene zijn van het betrokken derde land of lid zijn van de betrokken regionale organisatie. Dezelfde regels gelden voor goederen en materialen.

2. Wanneer de communautaire financiering betrekking heeft op een activiteit die gecofinancierd wordt met een derde land, op basis van de in artikel 5 beschreven wederkerigheid, of met een regionale organisatie , dan wel een lidstaat, staat deelname aan de desbetreffende contractprocedures open voor alle rechtspersonen die op grond van artikel 3 in aanmerking komen, alsmede voor alle rechtspersonen die in aanmerking komen op basis van de regels van het betrokken derde land , de betrokken regionale organisatie of de betrokken lidstaat . Dezelfde regels gelden voor goederen, materialen en deskundigen .

Amendement 19

Artikel 7, lid 3

3. De in dit artikel beschreven criteria in verband met nationaliteit gelden ook voor de deskundigen die door de deelnemers aan een gunningsprocedure worden voorgesteld.

Schrappen.

Amendement 20

Artikel 7 bis (nieuw)

 

Artikel 7 bis

Eerbiediging van fundamentele beginselen en versterking van lokale markten

1. Om de uitbanning van de armoede te bespoedigen door middel van het stimuleren van lokale capaciteiten, markten en aankopen wordt in de partnerlanden speciale aandacht gegeven aan de aanschaf ter plaatse en in de regio.

2. Inschrijvers aan wie contracten zijn toegekend houden zich aan internationaal overeengekomen arbeidsnormen, bij voorbeeld de fundamentele arbeidsnormen van de IAO, verdragen inzake vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsovereenkomsten, de uitbanning van gedwongen en verplichte arbeid, de uitbanning van discriminatie in verband met arbeid en beroep alsmede de afschaffing van kinderarbeid.

3. De toegang van ontwikkelingslanden tot de buitenlandse hulp van de Gemeenschap wordt mogelijk gemaakt door alle geschikt geachte technische assistentie.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

(2)  A5/2003/190, Bulletin/2003/9, 1.6.64.

(3)   PB C 76 E van 25.3.2004, blz. 474.

(4)   PB L 231 van 29.8.2001.

(5)   PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

P6_TA(2005)0319

Beheer van afval van winningsindustrieën *** II

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het gemeenschappelijk standpunt, vastgesteld door de Raad met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn 2004/35/EG (16075/1/2004 — C6-0128/2005 — 2003/0107(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (16075/1/2004 — C6-0128/2005),

gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt (1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2003)0319) (2),

gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0236/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Aangenomen teksten, P5_TA(2004)0240.

(2)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TC2-COD(2003)0107

Standpunt van het Europees Parlement in tweede lezing vastgesteld op 6 september 2005 met het oog op de aanneming van Richtlijn 2005/.../EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van de winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn 2004/35/EG

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De mededeling van de Commissie „Veilig uitoefenen van mijnbouwactiviteiten: follow-up van recente mijnongevallen” noemt als een van haar prioritaire maatregelen een initiatief om het beheer van afval van de winningsindustrieën te reguleren. Deze maatregel is bedoeld als aanvulling op initiatieven met betrekking tot Richtlijn 2003/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2003 tot wijziging van Richtlijn 96/82/EG van de Raad betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (4), alsook de opstelling van een document met beste beschikbare technieken op het gebied van beheer van afvalgesteente en tailings afkomstig van mijnbouwactiviteiten in het algemene kader van Richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (5).

(2)

In zijn resolutie van 5 juli 2001 (6) met betrekking tot die mededeling acht het Europees Parlement een richtlijn betreffende afval van de winningsindustrieën dringend geboden.

(3)

Besluit nr. 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2002 tot vaststelling van het zesde milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap (7) heeft voor afval dat nog ontstaat, als doel gesteld dat het gevaarlijke karakter ervan moet worden beperkt en dat het zo weinig mogelijk risico's met zich mee mag brengen, dat voorrang wordt gegeven aan de nuttige toepassing en vooral aan recycling, dat de hoeveelheid te verwijderen afval tot een minimum moet worden beperkt, dat afval op een veilige wijze moet worden verwijderd en dat afval dat voor verwijdering is bestemd, zo dicht mogelijk bij de plaats van ontstaan moet worden verwerkt, voorzover dit niet leidt tot een afname van de efficiëntie van de afvalverwerking. In Besluit nr. 1600/2002/EG wordt, onder verwijzing naar rampen en ongevallen, als prioritaire actie ook voorgesteld maatregelen te ontwikkelen om het gevaar van zware ongevallen te voorkomen, met bijzondere aandacht voor de gevaren van mijnbouw, en maatregelen te ontwikkelen op het gebied van mijnbouwafval. Een andere in Besluit nr. 1600/2002/EG voorgestelde prioritaire actie is de bevordering van het duurzame beheer van winningsindustrieën met het oog op de vermindering van de milieueffecten daarvan.

(4)

Overeenkomstig de doelstellingen van het communautaire milieubeleid dienen minimumvoorschriften te worden vastgesteld om nadelige effecten op het milieu of de volksgezondheid als gevolg van het beheer van afval van de winningsindustrieën, zoals tailings (d.w.z. de vaste afvalstoffen die achterblijven na de verwerking van het erts met verschillende technieken), afvalgesteente en deklaag (d.w.z. gesteente dat bij de winning — met inbegrip van de ontwikkelingsfase die aan de productie voorafgaat — wordt verplaatst om toegang te krijgen tot het erts of mineraal) en bovenste grondlaag (d.w.z. de bovenste laag van de bodem), te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, voorzover het gaat om afvalstoffen als gedefinieerd in Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (8).

(5)

Overeenkomstig punt 24 van de verklaring van Johannesburg over duurzame ontwikkeling die in het kader van de Verenigde Naties is aangenomen tijdens de Wereldtop inzake duurzame ontwikkeling moeten de natuurlijke hulpbronnen die de basis vormen van de economische en sociale ontwikkeling worden beschermd en moet de huidige achteruitgang van de natuurlijke hulpbronnen worden omgekeerd door een duurzaam en geïntegreerd beheer van deze bronnen.

(6)

Deze richtlijn dient derhalve het beheer van afval van winningsindustrieën op het land te bestrijken, dat wil zeggen afval dat afkomstig is van de prospectie, de winning (met inbegrip van de ontwikkelingsfase die aan de productie voorafgaat) de behandeling en de opslag van mineralen en de exploitatie van groeven. Het beheer dient echter wel gegrond te zijn op de beginselen en prioriteiten van Richtlijn 75/442/EEG die overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), ii), van toepassing blijft op alle aspecten van het beheer van afval van de winningsindustrieën die niet onder de onderhavige richtlijn vallen.

(7)

Teneinde overlapping en het instellen van onevenredige administratieve voorschriften te voorkomen, dient het toepassingsgebied van deze richtlijn te worden beperkt tot de activiteiten die als prioriteit worden beschouwd voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn.

(8)

Deze richtlijn is dan ook niet van toepassing op de afvalstromen die, hoewel ze zijn ontstaan bij de winning of de verwerking van mineralen, geen direct verband houden met het winnings- of verwerkingsproces, bijvoorbeeld voedselresten, afgewerkte olie, autowrakken („end-of-life vehicles”), gebruikte batterijen en accu's. Voor het beheer van dat afval dienen de bepalingen van Richtlijn 75/442/EEG of van Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (9) of andere relevante communautaire wetgeving van toepassing te zijn, zoals het geval is voor afval dat wordt gegenereerd op een prospectie-, winnings- of behandelingsterrein en wordt vervoerd naar een locatie die geen afvalvoorziening is in de zin van deze richtlijn.

(9)

Evenmin is deze richtlijn van toepassing op afval dat afkomstig is van de offshore-prospectie, -winning en -verwerking van mineralen, of de injectie van water en herinjectie van opgepompt grondwater; op inert afval, niet-gevaarlijk afval uit prospectie, niet-verontreinigde grond en afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf is vanwege het lagere milieurisico slechts een beperkte reeks voorschriften van toepassing. Voor niet-gevaarlijk niet-inert afval kunnen de lidstaten de voorschriften versoepelen of ontheffing ervan verlenen. Die uitzonderingen gelden evenwel niet voor afvalvoorzieningen van categorie A.

(10)

Hoewel deze richtlijn het beheer van — mogelijk radioactief — afval van de winningsindustrieën bestrijkt, moet zij niet gelden voor aspecten die specifiek zijn voor radioactiviteit.

(11)

Om niet af te wijken van de beginselen en prioriteiten van Richtlijn 75/442/EEG, en met name de artikelen 3 en 4, dienen de lidstaten erop toe te zien dat exploitanten die actief zijn in de winningsindustrie, alle noodzakelijke maatregelen treffen om de reële en potentiële negatieve effecten die het beheer van afval van de winningsindustrieën heeft voor het milieu of de volksgezondheid, te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

(12)

Deze maatregelen dienen onder meer te worden gebaseerd op het concept van beste beschikbare technieken, zoals gedefinieerd in Richtlijn 96/61/EG; bij de toepassing van die technieken bepalen de lidstaten hoe er, waar nodig, rekening kan worden gehouden met de technische kenmerken, de geografische ligging en de plaatselijke milieuomstandigheden van de afvalvoorziening.

(13)

De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat exploitanten in de winningsindustrie passende afvalbeheersplannen voor de preventie, behandeling, nuttige toepassing en verwijdering van winningsafval opstellen. De plannen dienen zo te worden gestructureerd dat zij een passende planning van de afvalbeheersopties verzekeren, zodat de productie van afval en de schadelijkheid van afval tot een minimum wordt beperkt en de nuttige toepassing van afval wordt bevorderd. Voorts moet vermeld worden hoe het afval van de winningsindustrieën is samengesteld, teneinde te bewerkstelligen dat het afval voorzover mogelijk alleen op voorspelbare wijze reageert.

(14)

Om de risico's op ongevallen tot een minimum te beperken en een hoog niveau van bescherming voor het milieu en de volksgezondheid te garanderen, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat elke exploitant van een afvalvoorziening van categorie A een beleid ter preventie van zware ongevallen bepaalt en voert voor afval. Op het punt van preventieve maatregelen dient dit beleid in te houden dat een veiligheidsbeheerssysteem wordt ontworpen, dat noodplannen met het oog op ongevallen worden opgesteld en dat informatie over de veiligheid wordt verspreid onder personen die bij een zwaar ongeval kunnen worden getroffen. Exploitanten dienen te worden verplicht om bij een ongeval de bevoegde autoriteiten alle relevante informatie te verstrekken die nodig is om werkelijke of potentiële milieuschade te beperken. Deze voorschriften gelden niet voor de afvalvoorzieningen van de winningsindustrieën die vallen onder Richtlijn 96/82/EG.

(15)

Het indelen van een afvalvoorziening in categorie A mag niet uitsluitend gebaseerd zijn op risico's die verband houden met de veiligheid en de bescherming van de gezondheid van werknemers in winningsindustrieën die onder andere communautaire wetgeving vallen, in het bijzonder onder Richtlijnen 92/91/EEG (10) en 92/104/EEG  (11).

(16)

Gezien de speciale aard van het beheer van afval van de winningsindustrieën, is het noodzakelijk een specifieke aanvraag- en vergunningenprocedure in te voeren voor afvalvoorzieningen die worden gebruikt om dat afval in ontvangst te nemen. Voorts dienen de lidstaten de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten de voorwaarden voor een vergunning op gezette tijden opnieuw bezien en, waar nodig, bijstellen.

(17)

De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (het Verdrag van Aarhus), het publiek wordt geïnformeerd over de aanvraag voor een vergunning voor afvalbeheer en het betrokken publiek wordt geraadpleegd voordat een vergunning voor afvalbeheer wordt verleend.

(18)

Er dient duidelijk te worden aangegeven aan welke voorschriften afvalvoorzieningen voor de winningsindustrieën moeten voldoen uit het oogpunt van ligging, beheer, controle, sluiting, alsmede preventieve en beschermende maatregelen tegen eventuele gevaren voor het milieu, op korte en op lange termijn, en vooral tegen grondwaterverontreiniging door infiltratie van percolaat in de bodem.

(19)

De afvalvoorzieningen van categorie A die worden gebruikt voor afval van de winningsindustrieën, dienen duidelijk te worden gedefinieerd. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de effecten van een eventuele verontreiniging als gevolg van de exploitatie van de voorziening of van een ongeval waarbij afval vrijkomt uit de voorziening.

(20)

De bescherming van het oppervlaktewater en/of het grondwater, het verzekeren van de stabiliteit van dergelijk afval en een adequate monitoring bij de beëindiging van die activiteiten, vereist dat ook het afval dat in de uitgegraven ruimtes wordt teruggeplaatst, hetzij met het oog op de rehabilitatie van die ruimtes, hetzij voor bouwdoeleinden die verband houden met de winning van mineralen, zoals de constructie of het onderhoud in genoemde ruimtes van toegangswegen voor machines, transporthellingen, schotten, veiligheidswanden of bermen, aan bepaalde eisen voldoet. De voorschriften van deze richtlijn die alleen gelden voor „afvalvoorzieningen”, zijn niet op dit soort afval van toepassing, met uitzondering van de voorschriften vastgesteld in de specifieke bepaling betreffende uitgegraven ruimtes.

(21)

Teneinde een gedegen bouw en onderhoud te bewerkstelligen van afvalvoorzieningen die afval van de winningsindustrieën aanvaarden, dienen de lidstaten passende maatregelen te nemen om te verzekeren dat het ontwerp, de plaats van vestiging en het beheer van die voorzieningen worden bepaald door technisch competente personen. Er dient voor te worden gezorgd dat de exploitanten en hun personeel aan hun opleiding en kennis de vereiste vakbekwaamheid ontlenen. Daarnaast dienen de bevoegde autoriteiten zich ervan te vergewissen dat de exploitant zorgt voor passende regelingen inzake de bouw en het onderhoud van een nieuwe afvalvoorziening en inzake de uitbreiding of aanpassing van een bestaande voorziening, met inbegrip van de nazorgfase.

(22)

Er moeten procedures voor de monitoring tijdens de exploitatie en de nazorg van afvalvoorzieningen worden vastgesteld en er moet worden voorzien in een nazorgperiode voor de monitoring en controle van afvalvoorzieningen van categorie A die in verhouding staat tot het aan die specifieke afvalvoorziening verbonden risico, vergelijkbaar met de vereisten in Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen.

(23)

Er dient duidelijk te worden bepaald wanneer en hoe een afvalvoorziening voor de winningsindustrieën moet worden gesloten en de verplichtingen en verantwoordelijkheden die tijdens de periode na de sluiting op de exploitant rusten moeten worden beschreven.

(24)

De lidstaten dienen exploitanten van de winningsindustrieën te verplichten om monitorings- en beheersmaatregelen toe te passen, teneinde water- en bodemverontreiniging te voorkomen en nadelige effecten van hun afvalvoorzieningen op het milieu en de volksgezondheid aan te duiden. Daarnaast dient, met het oog op minimalisering van de waterverontreiniging, het storten van afval in een ontvangend waterlichaam te worden verboden tenzij vooraf wordt aangetoond dat zulks geschiedt in overeenstemming met Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (12). Voorts dienen concentraties in afvalbassins van cyanide en cyanideverbindingen van bepaalde winningsindustrieën, met het oog op de schadelijke en toxische effecten ervan, tot het laagst mogelijke niveau te worden beperkt, waarbij gebruik wordt gemaakt van de beste beschikbare technieken. Dienovereenkomstig en, in ieder geval, overeenkomstig de specifieke voorschriften van deze richtlijn, dienen maximumdrempels voor concentraties te worden vastgesteld om dergelijke effecten te voorkomen.

(25)

De exploitant van een afvalvoorziening voor de winningsindustrieën dient te worden verplicht om, overeenkomstig een door de lidstaten vast te stellen procedure, een financiële zekerheid te bieden of een equivalente waarborg te stellen waarmee ervoor wordt ingestaan dat aan alle verplichtingen die uit de vergunning voortvloeien, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de sluiting en de fase na de sluiting van de stortplaats, zal worden voldaan. De financiële zekerheid moet voldoende zijn om de kosten van rehabilitatie van het land dat door een afvalinstallatie is aangetast door een geschikte gekwalificeerde en onafhankelijke derde te dekken. Een dergelijke garantie moet bovendien worden gegeven voordat met de stortingsactiviteiten in de afvalvoorziening wordt begonnen en de garantie moet periodiek worden aangepast. Daarnaast is het, in overeenstemming met het beginsel dat de vervuiler betaalt en met Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (13), van belang duidelijk te maken dat exploitanten van een afvalvoorziening voor de winningsindustrieën onderworpen zijn aan een passende aansprakelijkheid voor milieuschade die door hun werkzaamheden wordt veroorzaakt of dreigt te worden veroorzaakt.

(26)

In het geval van exploitatie van afvalvoorzieningen van de winningsindustrieën die waarschijnlijk aanmerkelijke nadelige grensoverschrijdende milieueffecten alsmede daaruit voortvloeiende risico's voor de gezondheid hebben op het grondgebied van een andere lidstaat, dient er een gemeenschappelijke procedure te zijn om raadpleging onder buurlanden te vergemakkelijken. Dit is nodig om te verzekeren dat er een adequate informatie-uitwisseling tussen autoriteiten plaatsvindt en dat het publiek naar behoren wordt geïnformeerd over alle afvalvoorzieningen die negatieve gevolgen voor het milieu in die andere lidstaat kunnen hebben.

(27)

De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten een effectief inspectiesysteem of systeem van equivalente controlemaatregelen voor afvalvoorzieningen voor de winningsindustrieën opzetten. Onverminderd de verplichtingen van de exploitant die voortvloeien uit de vergunning, moet vóór de aanvang van de stortingsactiviteiten tijdens een inspectie worden nagegaan of aan de voorwaarden van de vergunning is voldaan. Daarnaast dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat de exploitanten en hun opvolgers actuele dossiers over dergelijke afvalvoorzieningen bijhouden en dat exploitanten informatie over de toestand en de werkzaamheden van de afvalvoorziening aan hun opvolgers overdragen.

(28)

De lidstaten dienen de Commissie regelmatig verslagen toe te zenden over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, met inbegrip van informatie over ongevallen of bijna-ongevallen. Op basis van die verslagen dient de Commissie verslag uit te brengen aan het Europees Parlement en de Raad.

(29)

De lidstaten dienen regels vast te leggen met betrekking tot sancties in geval van schending van deze richtlijn en ervoor te zorgen dat deze regels worden uitgevoerd. Deze sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

(30)

De lidstaten dienen erop toe te zien dat een inventaris wordt opgesteld van op hun grondgebied gevestigde terreinen, daar deze terreinen veelal een zeer ernstig gevaar vormen voor het milieu. De lidstaten en de Gemeenschap zijn verantwoordelijk voor de sanering van stilgelegde terreinen die waarschijnlijk ernstige milieuschade veroorzaken. Het moet dan ook mogelijk zijn structuurfondsen en andere desbetreffende gemeenschapskredieten in te zetten om inventarissen op te stellen en maatregelen uit te voeren met het oog op het schoonmaken van dit soort terreinen.

(31)

De Commissie dient te zorgen voor een passende uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie over de manier waarop een inventaris van gesloten afvalvoorzieningen op het niveau van de lidstaten kan worden uitgevoerd, en over de ontwikkeling van methoden die de lidstaten kunnen helpen om bij de rehabilitatie van zulke voorzieningen deze richtlijn na te leven. Er dient bovendien te worden gezorgd voor uitwisseling van informatie betreffende de beste beschikbare technieken binnen en tussen de lidstaten.

(32)

Deze richtlijn kan een nuttig instrument zijn waarmee rekening moet worden gehouden wanneer wordt gecontroleerd of projecten die in het kader van de ontwikkelingshulp financiering van de Gemeenschap ontvangen de noodzakelijke maatregelen omvatten om negatieve gevolgen voor het milieu te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Een dergelijke aanpak strookt met artikel 6 van het Verdrag, met name met betrekking tot de opneming van milieubeschermingseisen in het Gemeenschapsbeleid in verband met ontwikkelingssamenwerking.

(33)

De doelstelling van deze richtlijn, namelijk de verbetering van het beheer van afval van de winningsindustrieën, kan niet voldoende worden bereikt indien de lidstaten alleen werken, omdat een verkeerd beheer van dergelijk afval grensoverschrijdende verontreiniging tot gevolg kan hebben. Volgens het beginsel „de vervuiler betaalt” dient onder meer rekening te worden gehouden met eventuele schade aan het milieu die wordt veroorzaakt door afval van de winningsindustrieën; uiteenlopende nationale toepassingen van dat beginsel kunnen leiden tot aanmerkelijke verschillen in de financiële lasten voor economische actoren. Bovendien vormen onderlinge beleidsverschillen tussen de lidstaten inzake het beheer van afval van de winningsindustrieën een belemmering voor de verwezenlijking van het doel, dat een minimumniveau van veilig en verantwoord beheer van dergelijk afval wordt verzekerd en dat de nuttige toepassing van dergelijk afval in de hele Gemeenschap zoveel mogelijk wordt bevorderd. Vanwege de omvang en effecten van de onderhavige richtlijn kan de genoemde doelstelling derhalve beter op Gemeenschapsniveau worden verwezenlijkt en kunnen, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5 van het Verdrag, maatregelen door de Gemeenschap worden genomen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om de doelstelling te bereiken.

(34)

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (14).

(35)

De exploitatie van afvalvoorzieningen die bestaan op het tijdstip van de omzetting van deze richtlijn dient aldus te worden geregeld dat binnen een bepaalde termijn de maatregelen worden genomen die nodig zijn om de exploitatie aan de voorschriften van deze richtlijn aan te passen.

(36)

Overeenkomstig punt 34 van het Interinstitutioneel Akkoord „Beter wetgeven” (15) , worden de lidstaten ertoe aangespoord voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap hun eigen tabellen op te stellen die, voorzover mogelijk, het verband weergeven tussen de richtlijn en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken.

(37)

Gezien het belang van deze richtlijn voor de bescherming van het milieu, is het wenselijk dat de toekomstige lidstaten er reeds in de fase voorafgaande aan toetreding rekening mee houden en haar vanaf de datum van toetreding consequent toepassen,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Deze richtlijn behelst maatregelen, procedures en richtsnoeren om de nadelige effecten op het milieu, in het bijzonder op water, lucht, bodem, fauna en flora en landschap, als gevolg van het beheer van afval van de winningsindustrieën, hierna „winningsafval”, en de daaruit voortvloeiende risico's voor de gezondheid van de mens te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Voor een consequente toepassing van artikel 6 van het Verdrag moeten de eisen inzake milieubescherming worden geïntegreerd in de uitvoering van het beleid en het optreden van de Gemeenschap met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling.

Artikel 2

Werkingssfeer

1.   Onverminderd het bepaalde in de leden 2 en 3 bestrijkt deze richtlijn het beheer van winningsafval, dat wil zeggen afval dat afkomstig is van de prospectie, de winning, de behandeling en de opslag van mineralen en de exploitatie van groeven.

2.   Buiten de werkingssfeer van deze richtlijn valt:

a)

afval dat wordt gegenereerd door de prospectie, winning en behandeling van mineralen en de exploitatie van groeven, maar dat niet rechtstreeks afkomstig is van die activiteiten;

b)

afval dat afkomstig is van de offshore-prospectie, -winning en -behandeling van mineralen;

c)

injectie van water en herinjectie van opgepompt grondwater in de zin van artikel 11, lid 3, onder j), eerste en tweede streepje, van Richtlijn 2000/60/EG, voorzover krachtens dat artikel is toegestaan.

3.   Inert afval en niet-verontreinigde grond uit de prospectie, de winning, de behandeling en de opslag van mineralen en uit de exploitatie van groeven, alsmede afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf, worden niet onderworpen aan de artikelen 7, 8 en 11, leden 1 en 3, artikel 12, artikel 13, lid 6, en artikelen 14 en 16, tenzij deze worden gestort in een afvalvoorziening van categorie A.

De bevoegde autoriteit kan de voorschriften, voor het storten van niet-gevaarlijk afval uit de prospectie van mineralen, uitgezonderd aardolie en andere evaporieten dan gips en anhydriet, alsmede voor het storten van niet-verontreinigde grond en afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf, versoepelen of daarvan ontheffing verlenen, voorzover zij zich ervan heeft vergewist dat wordt voldaan aan de vereisten uit artikel 4.

De lidstaten kunnen de voorschriften van artikel 11, lid 3, artikel 12, leden 5 en 6, artikel 13, lid 6, en de artikelen 14 en 16 versoepelen of daarvan ontheffing verlenen voor niet-gevaarlijk niet-inert afval, tenzij dit wordt gestort in een afvalvoorziening van categorie A.

4.   Onverminderd andere communautaire wetgeving is afval dat binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn valt niet onderworpen aan Richtlijn 1999/31/EG.

Artikel 3

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1)

„afval”: afval in de zin van artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG;

2)

„gevaarlijk afval”: gevaarlijke afvalstoffen in de zin van artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen (16);

3)

„inert afval”: afval dat geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaat. Inert afval lost niet op, verbrandt niet en vertoont ook geen andere fysische of chemische reacties, het wordt niet biologisch afgebroken en heeft geen zodanige nadelige effecten op andere stoffen waarmee het in contact komt dat milieuverontreiniging of schade aan de menselijke gezondheid dreigt te ontstaan. De totale uitloogbaarheid en het gehalte aan vervuilende componenten van het afval en de ecotoxiciteit van het percolaat mogen niet significant zijn en met name de kwaliteit van het oppervlaktewater en/of grondwater niet in gevaar brengen;

4)

„niet-verontreinigde grond”: grond die tijdens de winning is verwijderd van de bovenste laag van de bodem en die volgens de nationale wetgeving van de lidstaat waar de locatie is gelegen of volgens de communautaire wetgeving, niet verontreinigd is;

5)

„minerale bron” of „mineraal”: een van nature voorkomende afzetting in de aardkorst van een organische of anorganische stof, zoals brandstoffen, metaalertsen, industriële mineralen en mineralen voor de bouwsector, uitgezonderd water;

6)

„winningsindustrieën”: alle ondernemingen die zich bezighouden met de bovengrondse of ondergrondse winning van mineralen voor commerciële doeleinden, met inbegrip van de winning door middel van het boren van boorputten of behandeling van het gewonnen materiaal;

7)

„off-shore”: het deel van de zee en de zeebodem dat zich vanaf de laagwaterlijn bij normaal of gemiddeld getij zee-inwaarts uitstrekt;

8)

„behandeling”: een mechanisch, fysisch, biologisch, thermisch of chemisch proces of een combinatie van dergelijke processen die op minerale bronnen worden uitgevoerd met inbegrip van de exploitatie van groeven met de bedoeling het mineraal te extraheren, inclusief het wijzigen van de grootte ervan, het classificeren, het scheiden en uitlogen, en het opnieuw verwerken van eerder weggegooid afval, maar exclusief smelten, andere thermische productieprocessen dan de verbranding van kalksteen, en metallurgische bewerkingen;

9)

„tailings”: de vaste afvalstoffen of de slurries die achterblijven na de behandeling van mineralen door middel van scheidingsprocessen (bijv. verbrijzelen, malen, sorteren naar grootte, flotatie en andere fysisch-chemische technieken) waarbij de waardevolle mineralen worden gescheiden van het minder waardevolle gesteente;

10)

„afvalberg”: een aangelegde voorziening voor het storten van vast afval op het aardoppervlak;

11)

„dam”: een aangelegde structuur die tot doel heeft water of afval binnen een bekken vast te houden of daartoe op te sluiten;

12)

„bekken: een natuurlijke of aangelegde voorziening voor het storten van fijnkorrelig afval, doorgaans tailings, samen met wisselende hoeveelheden vrij water, afkomstig van de behandeling van minerale bronnen en het zuiveren en recycelen van proceswater;”

13)

„in zwak zuur scheidbaar cyanide”: cyanide en cyanideverbindingen die kunnen worden gescheiden door/met behulp van een zwak zuur bij een bepaalde pH;

14)

„percolaat”: elke vloeistof die door de gestorte afvalstoffen sijpelt en afkomstig is uit een afvalvoorziening of zich daarin bevindt, met inbegrip van verontreinigd afvoerwater dat, als het niet op de juiste wijze wordt behandeld, nadelige effecten op het milieu kan hebben;

15)

„afvalvoorziening”: een terrein dat is aangewezen voor het verzamelen of storten van winningsafval, ongeacht of dit afval zich in vaste, in een oplossing, in een suspensie, of in vloeibare toestand bevindt, gedurende de volgende termijnen:

geen termijn voor afvalvoorzieningen van categorie A en voorzieningen voor in het afvalbeheersplan als gevaarlijk gekarakteriseerd afval;

een termijn van meer dan zes maanden voor voorzieningen voor gevaarlijk afval dat onverwacht wordt gegenereerd;

een termijn van meer dan één jaar voor voorzieningen voor niet-gevaarlijk niet-inert afval;

een termijn van meer dan drie jaar voor voorzieningen voor niet-verontreinigde grond, niet-gevaarlijk afval uit prospectie, afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf en inert afval.

Tot dergelijke voorzieningen worden gerekend dammen of andere structuren voor het bevatten, vasthouden, beperken of anderszins ondersteunen van een dergelijke voorziening, alsmede, doch niet uitsluitend, afvalbergen en bekkens, maar met uitzondering van uitgravingen waarin afval wordt teruggeplaatst na extractie van het mineraal met het oog op rehabilitatie- en bouwdoeleinden;

16)

„zwaar ongeval': een gebeurtenis op het terrein tijdens een exploitatie die het beheer van afval in een onder deze richtlijn begrepen inrichting omvat, waardoor hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd, op het terrein of daarbuiten, ernstig gevaar voor de gezondheid van de mens en/of het milieu ontstaat;”

17)

„gevaarlijke stof”: een stof, mengsel of preparaat dat gevaarlijk is in de zin van Richtlijn 67/548/EEG  (17) of Richtlijn 1999/45/EG (18);

18)

„beste beschikbare technieken”: technieken in de zin van artikel 2, punt 11, van Richtlijn 96/61/EG;

19)

„ontvangend waterlichaam”: oppervlaktewater, grondwater, overgangswater en kustwater in de zin van respectievelijk artikel 2, punten 1, 2, 6 en 7 van Richtlijn 2000/60/EG;

20)

„rehabilitatie”: de behandeling van het land dat nadelige invloed heeft ondervonden van een afvalvoorziening, op een zodanige manier dat het land weer in een bevredigende toestand wordt gebracht, en met speciale aandacht voor de bodemkwaliteit, in het wild levende dieren, de natuurlijke habitats, de zoetwatersystemen, het landschap en toepasselijk gunstig gebruik;

21)

„prospectie': het zoeken naar economisch winbare ertslagen, tevens inhoudende bemonstering, bulkbemonstering, boren en graven, maar geen werkzaamheden in de ontwikkelings-fase voorafgaand aan de produktiefase van dergelijke lagen, noch activiteiten die rechtstreeks verbonden zijn met bestaande winning;”

22)

„publiek”: één of meer natuurlijke personen of rechtspersonen en, in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, hun verenigingen, organisaties of groepen;

23)

„betrokken publiek”: het publiek dat de gevolgen ondervindt of waarschijnlijk zal ondervinden van of belanghebbende is bij de in de artikelen 6 en 7 bedoelde milieubesluitvorming; voor de toepassing van deze omschrijving worden niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten en voldoen aan de eisen van nationaal recht, geacht belanghebbende te zijn;

24)

„exploitant”: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het beheer van winningsafval, in overeenstemming met de nationale wetgeving van de lidstaat waar het afvalbeheer plaatsvindt, tevens met betrekking tot de tijdelijke opslag van winningsafval, alsmede de exploitatiefasen en de fase na de sluiting;

25)

„afvalhouder”: de producent van het winningsafval of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het afval in bezit heeft;

26)

„competente persoon”: een natuurlijke persoon die over de technische kennis en ervaring beschikt, als gedefinieerd door de nationale wetgeving van de lidstaat waar de persoon actief is, om de taken uit te voeren die uit deze richtlijn voortvloeien;

27)

„bevoegde autoriteit”: de autoriteit of de autoriteiten die een lidstaat aanwijst als zijnde verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken die uit deze richtlijn voortvloeien;

28)

„terrein”: alle land op een afzonderlijke geografische locatie onder de beheerscontrole van een exploitant.

29)

„ingrijpende wijziging”: een wijziging in de structuur of de exploitatie van een afvalvoorziening die, naar het oordeel van de bevoegde autoriteit, belangrijke negatieve gevolgen kan hebben voor de menselijke gezondheid of het milieu.

Artikel 4

Algemene voorschriften

1.   De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat winningsafval wordt beheerd zonder gevaar voor de menselijke gezondheid en zonder dat procédés of methoden worden aangewend die het milieu kunnen schaden, en met name zonder risico voor water, lucht, bodem, fauna en flora, zonder geluids- of stankhinder te veroorzaken, en zonder schade te berokkenen aan het landschap of aan waardevolle gebieden. De lidstaten nemen ook de nodige maatregelen om het onbeheerd achterlaten of het ongecontroleerd lozen of verwijderen van winningsafval te verbieden.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitant alle maatregelen treft die nodig zijn om de nadelige effecten van het beheer van winningsafval voor het milieu en voor de gezondheid van de mens te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit omvat het beheer van alle afvalvoorzieningen, ook na sluiting van de afvalvoorziening, en de voorkoming van zware ongevallen waarbij die afvalvoorziening is betrokken, en de beperking van de gevolgen ervan voor het milieu en de gezondheid van de mens.

3.   De in lid 2 genoemde maatregelen worden onder meer gebaseerd op de beste beschikbare technieken, zonder het gebruik van een bepaalde techniek of specifieke technologie voor te schrijven, maar rekening houdende met de technische kenmerken, de geografische ligging en de plaatselijke milieuomstandigheden van de afvalvoorziening.

Artikel 5

Afvalbeheersplan

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitant een afvalbeheersplan opstelt voor de preventie of vermindering, behandeling, nuttige toepassing en verwijdering van winningsafval , rekening houdend met het beginsel van duurzame ontwikkeling .

2.   Een afvalbeheersplan heeft tot doel:

a)

het ontstaan van afval, alsook de schadelijkheid ervan te voorkomen of te beperken, in het bijzonder door aandacht te schenken aan:

i)

alternatieven voor afvalbeheer in de ontwerpfase en bij de keuze van de methode die wordt gebruikt voor de winning en behandeling van mineralen;

ii)

de veranderingen die het winningsafval kan ondergaan met betrekking tot een vergroting van de oppervlakte en de blootstelling aan bovengrondse omstandigheden;

iii)

terugplaatsing van winningsafval in de uitgegraven ruimtes na extractie van het mineraal, voorzover dit technisch en economisch haalbaar en vanuit milieuoogpunt verantwoord is, overeenkomstig de huidige milieunormen op Gemeenschapsniveau en, waar van toepassing, overeenkomstig de voorschriften van deze richtlijn;

iv)

het weer aanbrengen van de bovenste grondlaag na de sluiting van de afvalvoorziening of, als dit praktisch niet haalbaar is, hergebruik van de bovenste grondlaag elders;

v)

het gebruik van minder gevaarlijke stoffen voor de behandeling van minerale bronnen;

b)

de nuttige toepassing van winningsafval door middel van recycling, hergebruik of terugwinning van dergelijk afval te bevorderen waar dat vanuit milieuoogpunt verantwoord is overeenkomstig de huidige milieunormen op Gemeenschapsniveau en/of, waar relevant, andere voorschriften van deze richtlijn;

c)

op de korte en de lange termijn de veilige opslag van het afval te waarborgen, in het bijzonder door het beheer tijdens de exploitatie en de fase na sluiting van een afvalvoorziening in overweging te nemen in de ontwerpfase en door een ontwerp te kiezen dat de aan verplaatsing van verontreinigende stoffen uit de voorziening door de lucht of door het water op lange termijn toe te schrijven negatieve gevolgen voorkomt of althans zoveel mogelijk beperkt, en om de geotechnische stabiliteit op lange termijn van dammen of hopen die zich verheffen boven het voorheen bestaande bodemoppervlak te waarborgen.

3.   Het afvalbeheersplan zal ten minste de volgende elementen bevatten:

a)

waar van toepassing, de voorgestelde indeling van de afvalvoorziening volgens de criteria van bijlage III:

wanneer een afvalvoorziening als categorie A geclassificeerd wordt: een document waaruit blijkt dat een preventiebeleid voor zware ongevallen, een veiligheidsbeheersysteem voor de uitvoering ervan en een intern noodplan overeenkomstig artikel 6, lid 3, zullen worden ingevoerd;

wanneer de exploitant van oordeel is dat een afvalvoorziening niet als categorie A geclassificeerd hoeft te worden, voldoende informatie ter staving, inclusief een identificatie van mogelijke ongevallen gevaren;

b)

een karakterisering van het afval volgens bijlage II en een verklaring van de geschatte totale hoeveelheid winningsafval die tijdens de exploitatiefase zal worden geproduceerd;

c)

een beschrijving van de werkzaamheden die dergelijk afval voortbrengen, en van eventuele daaropvolgende behandelingen die dit afval zal ondergaan;

d)

een beschrijving van de manier waarop het milieu en de gezondheid van de mens nadelige effecten kunnen ondervinden als gevolg van het storten van dergelijk afval en de preventieve maatregelen die moeten worden genomen om de gevolgen voor het milieu tijdens de exploitatie en na sluiting tot een minimum te beperken, met inbegrip van de elementen waarnaar wordt verwezen in artikel 11, lid 2, onder a), b), d) en e);

e)

de voorgestelde controle- en monitoringsprocedures uit hoofde van artikel 10 (indien van toepassing) en 11, lid 2, onder c);

f)

het voorgestelde plan voor sluiting, inclusief de rehabilitatie, de procedures voor de follow-up na de sluiting en de monitoring overeenkomstig artikel 12;

g)

maatregelen om de verslechtering van de waterkwaliteit en bodem- en luchtverontreiniging uit hoofde van artikel 13 te voorkomen;

h)

vóór de aanvang van de afvalbeheeractiviteiten, een kwantitatieve beoordeling van de toestand van het land dat aangetast kan zijn door een afvalvoorziening met het oog op bepaling van de minimumcriteria voor een „bevredigende toestand” bij sanering.

Het afvalbeheersplan verstrekt voldoende informatie om de bevoegde autoriteit in staat te stellen te beoordelen in hoeverre de exploitant in staat is de in lid 2, genoemde doelstellingen van het afvalbeheersplan te bereiken en zijn verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn na te leven. In het plan wordt met name toegelicht hoe via het gekozen alternatief en de gekozen methode overeenkomstig bovenstaand lid 2, letter a), onder i) de doelen van het in lid 2, letter a) vastgelegde afvalbeheerplan worden verwezenlijkt.

4.   Het afvalbeheersplan wordt elke vijf jaar herzien en/of, waar nodig, gewijzigd in geval van ingrijpende wijzigingen in de exploitatie van de afvalvoorziening of in het gestorte afval. De bevoegde autoriteit wordt in kennis gesteld van de wijzigingen.

5.   Ook plannen die worden opgesteld uit hoofde van andere nationale of communautaire wetgeving en die de in lid 3 genoemde informatie bevatten, kunnen worden gebruikt wanneer dit onnodige overlapping van informatie en dubbel werk van de exploitant voorkomt, mits aan alle voorschriften van lid 1 tot en met 4 wordt voldaan.

6.   De bevoegde autoriteit keurt het afvalbeheersplan goed op basis van procedures die door de lidstaten worden bepaald en ziet toe op de uitvoering ervan.

Artikel 6

Preventie van zware ongevallen en informatieverstrekking

1.   De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op afvalvoorzieningen van categorie A, met uitzondering van de afvalvoorzieningen die vallen onder Richtlijn 96/82/EG.

2.   Onverminderd andere communautaire wetgeving en in het bijzonder Richtlijn 92/91/EEG en Richtlijn 92/104/EEG, zorgen de lidstaten ervoor dat de gevaren van zware ongevallen in kaart zijn gebracht en dat in het ontwerp, de bouw, de exploitatie, het onderhoud, de sluiting en de follow-up van de sluiting van de afvalvoorziening de noodzakelijke elementen zijn opgenomen om dergelijke ongevallen te voorkomen en de nadelige gevolgen daarvan voor de volksgezondheid, het milieu en/of eigendom, met inbegrip van grensoverschrijdende gevolgen, te beperken.

3.   Voor de toepassing van lid 2 legt elke exploitant, voordat de exploitatie begint, een preventiebeleid voor zware ongevallen met betrekking tot het beheer van winningsafval vast en voert een veiligheidsbeheersysteem in dat overeenkomstig de in punt 1 van bijlage I beschreven elementen wordt uitgevoerd. Tevens voert hij een intern noodplan in met de maatregelen die moeten worden genomen op het terrein, wanneer zich een ongeval voordoet.

In het kader van dat beleid stelt de exploitant een veiligheidsmanager aan die verantwoordelijk is voor de uitvoering van en het periodieke toezicht op het preventiebeleid voor zware ongevallen.

De bevoegde autoriteit stelt een extern noodplan op voor de maatregelen die buiten het terrein moeten worden genomen wanneer zich een ongeval voordoet. In het kader van de vergunningsaanvraag verstrekt de exploitant de bevoegde autoriteit de benodigde informatie zodat deze het plan kan opstellen.

4.   De in lid 3 bedoelde noodplannen hebben de volgende doelstellingen:

a)

beperken en beheersen van zware ongevallen en andere incidenten teneinde de effecten ervan tot een minimum te beperken, en in het bijzonder het beperken van schade aan de volksgezondheid, het milieu en/of eigendom ;

b)

uitvoeren van de maatregelen die noodzakelijk zijn om de volksgezondheid, het milieu en/of eigendom te beschermen tegen de effecten van zware ongevallen en andere incidenten;

c)

verstrekken van de nodige informatie aan het betrokken publiek en aan de betrokken diensten of autoriteiten in het gebied;

d)

zorgen voor de rehabilitatie, het herstel en de sanering van het milieu na een zwaar ongeval.

De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitant de bevoegde autoriteit bij een zwaar ongeval onmiddellijk alle informatie verstrekt die nodig is om de gevolgen van het ongeval voor de gezondheid van de mens tot een minimum te helpen beperken en de omvang van de feitelijke of potentiële milieuschade te beoordelen en tot een minimum te beperken.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat het betrokken publiek vroegtijdig en effectief in de gelegenheid wordt gesteld te participeren in de voorbereiding of de beoordeling van het externe noodplan dat moet worden opgesteld overeenkomstig lid 3. Daartoe moet het betrokken publiek worden geïnformeerd over dergelijke voorstellen en moet relevante informatie beschikbaar worden gesteld, met inbegrip van onder meer informatie over het recht om te participeren in het besluitvormingsproces en informatie over de bevoegde autoriteit waaraan opmerkingen en vragen kunnen worden gericht.

De lidstaten zorgen ervoor dat het betrokken publiek gerechtigd is om binnen een redelijk tijdsbestek opmerkingen naar voren te brengen en dat in de besluitvorming over het externe noodplan terdege rekening wordt gehouden met deze opmerkingen.

6.   De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over veiligheidsmaatregelen en over de maatregelen die moeten worden genomen bij ongevallen, die ten minste de in punt 2 van bijlage I genoemde elementen omvat, kostenloos en automatisch aan het betrokken publiek wordt verstrekt.

De informatie wordt om de drie jaar beoordeeld en, waar nodig, bijgesteld.

Artikel 7

Aanvraag en vergunning

1.   Geen enkele afvalvoorziening mag worden geëxploiteerd zonder een door de bevoegde autoriteit verleende vergunning. De vergunning bevat de elementen die zijn gespecificeerd in lid 2 en vermeldt duidelijk de categorie van de voorziening volgens de criteria van artikel 9.

Mits aan alle voorschriften van dit artikel wordt voldaan, mogen uit hoofde van andere nationale of communautaire wetgeving verleende vergunningen worden gecombineerd tot één vergunning, wanneer dit onnodige overlapping van informatie en dubbel werk van de exploitant of de bevoegde autoriteit voorkomt. De in lid 2, gespecificeerde bijzonderheden kunnen onder één enkele of onder verschillende vergunningen vallen, op voorwaarde dat is voldaan aan alle voorschriften uit hoofde van dit artikel.

2.   De aanvraag van een vergunning bevat ten minste de volgende elementen:

a)

de identiteit van de exploitant;

b)

de voorgestelde locatie van de afvalvoorziening, met inbegrip van eventuele alternatieve locaties;

c)

soort gewonnen minera(a)l(en) en de aard van eventuele overbelasting en/of ganggesteentemineralen die tijdens de winningswerkzaamheden worden verplaatst;

d)

het goedgekeurde afvalbeheersplan uit hoofde van artikel 5;

e)

adequate regelingen bij wijze van een financiële zekerheid of een equivalent ervan, zoals verlangd uit hoofde van artikel 14;

f)

de door de exploitant overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 85/337/EEG (19) verschafte informatie indien overeenkomstig die richtlijn een milieu-effectrapportage vereist is.

3.   De bevoegde autoriteit verleent alleen een vergunning indien zij zich ervan vergewist heeft dat:

a)

de exploitant voldoet aan de toepasselijke voorschriften van deze richtlijn;

b)

het afvalbeheer niet rechtstreeks indruist tegen, noch een belemmering vormt voor de uitvoering van de toepasselijke afvalbeheerplannen bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 75/442/EEG.

4.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten de voorwaarden voor een vergunning op gezette tijden opnieuw bezien en, waar nodig, bijstellen:

wanneer zich ingrijpende wijzigingen voordoen in de exploitatie van de voorziening of in het gestorte afval;

op basis van de resultaten van de monitoring waarover de exploitant uit hoofde van artikel 11, lid 3, verslag heeft uitgebracht of van de uit hoofde van artikel 17 uitgevoerde inspecties;

in het licht van informatie-uitwisseling over aanzienlijke veranderingen in de beste beschikbare technieken uit hoofde van artikel 21, lid 3.

5.   De informatie die is vervat in een uit hoofde van dit artikel verleende vergunning wordt beschikbaar gesteld aan de bevoegde nationale en communautaire autoriteiten voor het maken van nationale en communautaire inventarisaties van afvalvoorzieningen . Gevoelige informatie van louter commerciële aard, zoals informatie met betrekking tot zakelijke relaties en kostencomponenten en de omvang van economische mineralenreserves, wordt niet openbaar gemaakt.

Artikel 8

Inspraak van het publiek

1.   Het publiek wordt, via openbare kennisgevingen of andere passende middelen zoals elektronische media indien beschikbaar, in een vroeg stadium van de procedure voor het verlenen van een vergunning of ten laatste zodra de informatie redelijkerwijs kan worden verstrekt, in kennis gesteld van:

a)

de aanvraag van een vergunning;

b)

voorzover van toepassing, het feit dat een besluit inzake de aanvraag van een vergunning onderworpen is aan overleg tussen de lidstaten overeenkomstig artikel 16;

c)

details betreffende de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het nemen van een besluit of waarbij relevante informatie kan worden verkregen of waaraan opmerkingen of vragen kunnen worden voorgelegd, en details betreffende het tijdsbestek voor het doorgeven van opmerkingen of vragen;

d)

de aard van eventuele besluiten;

e)

voorzover van toepassing, de details betreffende een voorstel voor de actualisatie van een vergunning of van de vergunningsvoorwaarden;

f)

een indicatie van de tijdstippen waarop, de plaatsen waar en de wijze waarop de relevante informatie beschikbaar wordt gesteld;

g)

nadere gegevens inzake de regelingen betreffende de inspraak van het publiek die overeenkomstig lid 7 zijn bepaald.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende zaken binnen een passend tijdsbestek aan het betrokken publiek beschikbaar worden gesteld:

a)

in overeenstemming met de nationale wetgeving, de belangrijkste rapporten en adviezen die aan de bevoegde autoriteit zijn uitgebracht op het moment dat het publiek werd geïnformeerd overeenkomstig lid 1;

b)

in overeenstemming met de bepalingen van Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie (20) alle informatie, naast de informatie waarnaar wordt verwezen in lid 1 van het onderhavige artikel, die relevant is voor het besluit overeenkomstig artikel 7 van deze richtlijn en die pas beschikbaar komt nadat het publiek overeenkomstig lid 1 van het onderhavige artikel is geïnformeerd.

3.   De lidstaten nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat het publiek overeenkomstig lid 1 van dit artikel wordt geïnformeerd over een aanpassing van de vergunningsvoorwaarden overeenkomstig artikel 7, lid 4.

4.   Het betrokken publiek is gerechtigd aan de bevoegde autoriteit opmerkingen en meningen kenbaar te maken voordat een besluit wordt genomen.

5.   De resultaten van de raadplegingen uit hoofde van dit artikel worden terdege in aanmerking genomen bij de besluitvorming.

6.   Nadat een besluit is genomen, stelt de bevoegde autoriteit het betrokken publiek hiervan in kennis overeenkomstig de passende procedures en stelt zij de volgende informatie beschikbaar voor het betrokken publiek:

a)

de inhoud van het besluit, met inbegrip van een afschrift van de vergunning;

b)

de redenen en overwegingen waarop het besluit is gebaseerd.

7.   De nadere regelingen voor inspraak krachtens dit artikel worden door de lidstaten zodanig vastgesteld dat het betrokken publiek in staat wordt gesteld zich voor te bereiden en effectief kan participeren.

Artikel 9

Indeling van afvalvoorzieningen

Voor de toepassing van deze richtlijn delen de bevoegde autoriteiten de afvalvoorzieningen in de categorie A in op basis van de in bijlage III vermelde criteria.

Artikel 10

Uitgegraven ruimtes

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitant, indien deze met het oog op rehabilitatie- en bouwdoeleinden winningsafval en andere productieresten terugplaatst in de door bovengrondse of ondergrondse winning ontstane uitgegraven ruimtes, passende maatregelen neemt om:

1)

de stabiliteit van het winningsafval veilig te stellen overeenkomstig, mutatis mutandis, artikel 11, lid 2;

2)

verontreiniging van bodem, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen overeenkomstig, mutatis mutandis, artikel 13, leden 1, 3 en 5 ;

3)

te zorgen voor de monitoring van het winningsafval en de uitgegraven ruimte overeenkomstig, mutatis mutandis, artikel 12, leden 4 en 5.

2.   Richtlijn 1999/31/EG blijft van toepassing op niet uit de winningsindustrie afkomstig afval dat wordt gebruikt voor het opvullen van uitgegraven ruimtes.

Artikel 11

Bouw en beheer van afvalvoorzieningen

1.   De lidstaten treffen passende maatregelen om te verzekeren dat het beheer van een afvalvoorziening in handen is van een competent persoon en dat wordt gezorgd voor technische ontwikkeling en opleiding van het personeel.

2.   De bevoegde autoriteit vergewist zich ervan dat de exploitant bij de bouw van een nieuwe afvalvoorziening of de aanpassing van een bestaande afvalvoorziening ervoor zorgt dat:

a)

de afvalvoorziening geschikt gelegen is, in het bijzonder gelet op door de Gemeenschap opgelegde of nationale verplichtingen ten aanzien van beschermde gebieden en geologische, hydrologische, hydrogeologische, seismische en geotechnische factoren, en zo is ontworpen dat wordt voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden om, op de korte en de lange termijn, verontreiniging van de bodem, de lucht, het grondwater of het oppervlaktewater, rekening houdend met in het bijzonder Richtlijn 76/464/EEG (21), Richtlijn 80/68/EEG  (22) en Richtlijn 2000/60/EG, te voorkomen, te verzekeren dat verontreinigd water en percolaat op doelmatige wijze worden verzameld zoals en wanneer dat volgens de vergunning wordt verlangd, en erosie door water of wind tegen te gaan voor zover dat technisch mogelijk en economisch haalbaar is;

b)

de afvalvoorziening passend is gebouwd, wordt beheerd en onderhouden, teneinde op de korte en de lange termijn haar fysische stabiliteit te verzekeren en verontreiniging of besmetting van de bodem, de lucht, het oppervlaktewater of het grondwater te voorkomen en schade aan het landschap zoveel mogelijk te minimaliseren;

c)

er passende plannen en regelingen zijn voor de periodieke monitoring en de inspectie van de afvalvoorziening door competente personen en voor het ondernemen van actie indien de resultaten wijzen op instabiliteit of verontreiniging van het water of de bodem;

d)

passende regelingen zijn getroffen voor de rehabilitatie van het land en de sluiting van de afvalvoorziening;

e)

passende regelingen zijn getroffen voor de fase na de sluiting van de afvalvoorziening.

De gegevens van de monitoring en de inspecties als bedoeld onder c) worden, samen met de vergunningdocumentatie, dossiers bijgehouden, om de passende overdracht van informatie te verzekeren, met name in het geval van een wijziging van exploitant.

3.   De exploitant geeft de bevoegde autoriteit zonder onnodig uitstel en in elk geval binnen 48 uur kennis van alle gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op de stabiliteit van de voorziening, alsook van alle belangrijke nadelige milieueffecten die bij de controle- en monitoringsprocedures van de afvalvoorziening aan het licht komen. De exploitant voert het interne noodplan, indien van toepassing, uit en volgt alle overige instructies van de bevoegde autoriteit met betrekking tot de te treffen correctieve maatregelen.

De exploitant betaalt de kosten van de te treffen maatregelen.

De exploitant brengt met een frequentie die wordt bepaald door de bevoegde autoriteit, maar in elk geval minstens één maal per jaar, aan de bevoegde autoriteiten verslag uit van alle op basis van verzamelde gegevens opgestelde monitoringsresultaten om aan te tonen dat wordt voldaan aan de voorschriften van de vergunning, en om de kennis van het gedrag van afval en afvalvoorzieningen te vergroten. Op basis van dit rapport kan de bevoegde autoriteit besluiten dat validering door een onafhankelijk deskundige noodzakelijk is.

Artikel 12

Procedures voor de sluiting van afvalvoorzieningen en de fase na de sluiting

1.   De lidstaten treffen maatregelen om te verzekeren dat wordt voldaan aan lid 2 tot en met 5.

2.   Een afvalvoorziening doet de sluitingsprocedure pas aanvangen indien wordt voldaan aan één van de volgende voorwaarden:

a)

er is voldaan aan de toepasselijke voorwaarden die in de vergunning staan vermeld;

b)

de bevoegde autoriteit heeft op verzoek van de exploitant toestemming verleend;

c)

de bevoegde autoriteit heeft daartoe een gemotiveerd besluit genomen.

3.   Een afvalvoorziening mag pas als definitief gesloten worden beschouwd nadat de bevoegde autoriteit zonder onnodig uitstel een eindinspectie op het terrein heeft uitgevoerd, alle rapporten heeft beoordeeld die door de exploitant zijn ingediend, officieel heeft verklaard dat het terrein is gerehabiliteerd en aan de exploitant heeft medegedeeld dat zij de sluiting goedkeurt.

Die goedkeuring doet niets af aan de verplichtingen van de exploitant uit hoofde van de vergunningsvoorwaarden of andere wettelijke bepalingen.

4.   De exploitant is verantwoordelijk voor het onderhoud, de monitoring en de controle van de afvalvoorziening in de fase na de sluiting voor zolang de bevoegde autoriteit zulks verlangt, rekening houdend met de aard en de duur van het gevaar, tenzij de bevoegde autoriteit besluit dergelijke taken, na de definitieve sluiting van een afvalvoorziening van de exploitant over te nemen, onverminderd eventuele nationale of communautaire wetgeving betreffende de aansprakelijkheid van de afvalhouder.

5.   Indien de bevoegde autoriteit dat na de sluiting van een afvalvoorziening noodzakelijk acht met het oog op naleving van milieunormen van de Gemeenschap, met name in de Richtlijnen 76/464/EEG, 80/68/EEG en 2000/60/EG zal de exploitant onder meer de fysische en chemische stabiliteit van de voorziening onder controle houden en eventuele negatieve milieueffecten tot een minimum beperken, in het bijzonder met betrekking tot het oppervlaktewater en grondwater, door te verzekeren dat:

a)

alle structuren die deel uitmaken van de voorziening, worden gemonitord en in stand gehouden, met controle- en meetapparatuur die altijd gebruiksklaar is;

b)

voorzover van toepassing, overloopkanalen en afvoerkanalen schoon en vrij worden gehouden ;

c)

passieve of actieve installaties voor de behandeling van water worden, indien nodig, ingericht om te voorkomen dat verontreinigd percolaat afkomstig van de installatie in aangrenzend grondwater of oppervlaktewater terecht komt.

6.   Na de sluiting van de afvalvoorziening brengt de exploitant de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van alle gebeurtenissen of ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de stabiliteit van een voorziening, alsook van alle belangrijke nadelige milieueffecten die bij de relevante controle- en monitoringsprocedures aan het licht komen. De exploitant voert het interne noodplan, indien van toepassing, uit en volgt alle overige instructies van de bevoegde autoriteit met betrekking tot de te treffen correctieve maatregelen.

De exploitant betaalt de kosten van de te treffen maatregelen.

De bevoegde autoriteit bepaalt in welke gevallen en met welke frequentie maar in elk geval minstens één maal per jaar, de exploitant aan de bevoegde autoriteiten verslag uitbrengt van alle op basis van verzamelde gegevens opgestelde monitoringsresultaten om aan te tonen dat wordt voldaan aan de voorschriften van de vergunning, en om de kennis van het gedrag van afval en afvalvoorzieningen te vergroten.

Artikel 13

Preventie van de verslechtering van de toestand van het water, lucht- en bodemverontreiniging

1.   De bevoegde autoriteit moet zich ervan vergewissen dat de exploitant de noodzakelijke maatregelen heeft genomen, teneinde communautaire milieunormen na te leven, met name om overeenkomstig Richtlijn 2000/60/EG verslechtering van de huidige toestand van het water te voorkomen, onder meer door :

a)

de potentiële percolaatvorming te evalueren, met inbegrip van de verontreinigde bestanddelen van het percolaat, vanuit het gestorte afval zowel tijdens de exploitatiefase als de fase na de sluiting van de afvalvoorziening, en de waterbalans van de afvalvoorziening te bepalen;

b)

te voorkomen, of zoveel mogelijk te voorkomen, dat percolaat wordt gegenereerd en oppervlaktewater en grondwater of de bodem door het afval worden verontreinigd;

c)

verontreinigd water en percolaat te verzamelen;

d)

het verzamelde verontreinigde water , percolaat en ander vloeibaar afval van de afvalvoorziening te behandelen totdat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde normen voor de lozing ervan , zodat wordt voldaan aan de door de Gemeenschap opgelegde verplichtingen, met name in de Richtlijnen 76/464/EEG, 80/68/EEG en 2000/60/EG .

2.   De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat de exploitant de noodzakelijke maatregelen heeft genomen om stof- en gasemissies te voorkomen of te beperken.

3.   Als de bevoegde autoriteit op basis van een beoordeling van de milieurisico's en rekening houdend met in het bijzonder Richtlijn 76/464/EEG, Richtlijn 80/68/EEG of Richtlijn 2000/60/EG, voorzover van toepassing, heeft besloten dat het verzamelen en behandelen van percolaat niet nodig is, of als is vastgesteld dat de afvalvoorziening geen potentieel gevaar voor de bodem, het grondwater of het oppervlaktewater vormt, kunnen de voorschriften van lid 1, onder b), c) en d), dienovereenkomstig worden afgezwakt of vervallen.

4.   De lidstaten verbieden het storten van winningsafval, ongeacht of dit zich in vaste vorm, in de vorm van slib of in vloeibare vorm bevindt, in een ontvangend waterlichaam, niet zijnde het waterlichaam dat is aangelegd voor het verwijderen van winningsafval, tenzij de exploitant vooraf kan aantonen dat hij voldoet aan de toepasselijke voorschriften van Richtlijn 76/464/EEG, Richtlijn 80/68/EEG en Richtlijn 2000/60/EG.

5.     In geval van uitgegraven ruimten, met inbegrip van ondergrondse ruimten en weer opgevulde ruimten in dagbouwmijnen, die na sluiting kunnen volstromen, dient de exploitant de noodzakelijke maatregelen te nemen om verslechtering van de waterstatus en bodemverontreiniging te voorkomen, en stelt hij aan de bevoegde instantie, ten minste zes maanden voor beëindiging van de ontwatering van de ruimtenn onderstaande gegevens ter beschikking:

a)

de plattegrond van de uitgegraven ruimten, met duidelijke vermelding van de ruimten die na beëindiging van de ontwatering kunnen vollopen, alsook geologische bijzonderheden;

b)

een overzicht van de hoeveelheid en de kwaliteit van het water dat in de uitgegraven ruimten gedurende ten minste de laatste twee jaar van exploitatie is aangetroffen;

c)

prognoses van de gevolgen (o.a. locatie en hoeveelheid) van eventuele toekomstige verontreinigende lozingen vanuit de uitgegraven ruimten in het grond- en oppervlaktewater, alsmede plannen voor de inperking van dergelijke lozingen en herstel van de daardoor aangerichte schade;

d)

voorstellen voor controle op het proces van onder water zetten van de ruimten, om vroegtijdig te waarschuwen dat inperkende maatregelen moeten worden genomen.

6.   In het geval van een bekken waarin cyanide aanwezig is, verzekert de exploitant dat de concentratie van in zwak zuur scheidbaar cyanide in het bekken met behulp van de beste beschikbare technieken wordt beperkt tot het laagst mogelijke niveau en, in elk geval, bij voorzieningen waaraan al een vergunning is verleend of die al in bedrijf zijn vóór ... (23), dat de concentratie van in zwak zuur scheidbaar cyanide op het punt van lozing van de tailings uit de verwerkende inrichting in het bekken in elk geval de 50 ppm vanaf ... (23), de 25 ppm vanaf ... (24), de 10 ppm vanaf ... (25) en de 10 ppm bij voorzieningen waaraan een vergunning is verleend na ... (23) niet overschrijdt.

Op verzoek van de bevoegde autoriteit, toont de exploitant, door middel van een risicobeoordeling waarin rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van het terrein, aan dat die concentratiegrenzen niet verder hoeven te worden verlaagd.

Artikel 14

Financiële zekerheid en milieuaansprakelijkheid

1.   Voordat wordt begonnen met werkzaamheden waarbij afval in een afvalvoorziening wordt opgestapeld of gestort, verlangt de bevoegde autoriteit een financiële zekerheid (bij voorbeeld in de vorm van een waarborgsom met inbegrip van de door de bedrijfstak gesteunde onderlinge waarborgfondsen) of een equivalent daarvan, op basis van procedures die door de lidstaten worden omschreven en door de Commissie worden goedgekeurd , zodat:

a)

alle verplichtingen die voortvloeien uit de vergunning die ingevolge deze richtlijn wordt verleend, inclusief bepalingen voor na de sluiting, worden nagekomen;

b)

op elk moment middelen voorhanden zijn voor de rehabilitatie van het land op het terrein en van het land dat door de afvalvoorziening rechtstreeks is aangetast .

2.   De berekening van de in lid 1 genoemde garantie wordt gemaakt op basis van:

a)

de waarschijnlijke invloed van de afvalvoorziening op het milieu. Daarbij wordt in het bijzonder rekening gehouden met de categorie van de voorziening, de kenmerken van het afval en het toekomstige gebruik van het gerehabiliteerde land;

b)

de aanname dat onafhankelijke en deugdelijk gekwalificeerde derde partijen de noodzakelijke rehabilitatiewerkzaamheden zullen beoordelen en uitvoeren.

3.   De omvang van de garantie wordt periodiek aangepast, afhankelijk van de rehabilitatiewerkzaamheden die op het land op de locatie en op het door de afvalvoorziening rechtstreeks aangetaste land moeten worden uitgevoerd.

4.   Indien de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 12, lid 3, instemt met de sluiting, verstrekt de bevoegde autoriteit de exploitant een schriftelijke verklaring die de exploitant ontslaat van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verplichting tot financiële zekerheid met uitzondering van de verplichtingen die betrekking hebben op de fase na de sluiting van de afvalvoorziening, overeenkomstig artikel 12, lid 4.

Artikel 15

Milieuaansprakelijkheid

Het volgende punt wordt toegevoegd aan bijlage III van Richtlijn 2004/35/EG:

„13. Het beheer van winningsafvalvoorzieningen krachtens Richtlijn 2005/.../EG van het Europees Parlement en de Raad van ... betreffende het beheer van afval uit winningsindustrieën (26).

Artikel 16

Grensoverschrijdende effecten

1.   Als een lidstaat waar zich een voorziening bevindt zich ervan bewust is dat de exploitatie van een afvalvoorziening van categorie A aanmerkelijke nadelige milieueffecten kan hebben met de daaruit voortvloeiende risico's voor de gezondheid van de mens in een andere lidstaat, of als een lidstaat die dergelijke gevolgen kan ondervinden, daarom vraagt, verstrekt de lidstaat op wiens grondgebied de aanvraag van een vergunning uit hoofde van artikel 7 is ingediend, de informatie die uit hoofde van dat artikel is verstrekt aan de andere lidstaat op hetzelfde moment dat hij deze informatie beschikbaar stelt voor zijn eigen onderdanen.

Dergelijke informatie dient als basis voor het overleg dat nodig kan zijn in het kader van bilaterale betrekkingen tussen de twee lidstaten op basis van wederkerigheid en gelijkwaardigheid.

2.   Binnen het kader van hun bilaterale betrekkingen zorgen de lidstaten ervoor dat de aanvragen in de in lid 1 bedoelde gevallen gedurende een passende periode ook beschikbaar worden gesteld voor het betrokken publiek van de lidstaat die invloed kan ondervinden, zodat dit publiek het recht krijgt om opmerkingen over deze aanvragen kenbaar te maken voordat de bevoegde autoriteit tot haar besluit komt.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat in geval van een ongeval waarbij een in lid 1 bedoelde afvalvoorziening betrokken is, informatie die door de exploitant aan de bevoegde autoriteit wordt verstrekt uit hoofde van artikel 6, lid 4, van dit artikel onmiddellijk naar de andere lidstaat wordt doorgezonden teneinde de gevolgen van het ongeval voor de gezondheid van de mens tot een minimum te helpen beperken en de omvang van de feitelijke of potentiële milieuschade te beoordelen en tot een minimum te beperken.

Artikel 17

Inspecties door de bevoegde autoriteit

1.   Voorafgaand aan de aanvang van de stortactiviteiten en vervolgens met regelmatige door de betrokken lidstaat te bepalen tussenpozen, ook in de fase na de sluiting, inspecteert de bevoegde autoriteit elke afvalvoorziening waarop artikel 7 van toepassing is, om te verzekeren dat de voorziening voldoet aan de relevante voorschriften van de vergunning. Een positief resultaat doet niets af aan de verantwoordelijkheid van de exploitant uit hoofde van de vergunningsvoorschriften.

2.   De lidstaten verlangen dat de exploitant van alle afvalbeheeractiviteiten actuele dossiers beschikbaar en gereed houdt voor inspectie door de bevoegde autoriteit en dat hij verzekert dat in het geval van een wijziging van exploitant tijdens het beheer van een afvalvoorziening relevante actuele informatie en dossiers met betrekking tot de voorziening op passende wijze worden overgedragen.

Artikel 18

Rapportageverplichting

1.   Om de drie jaar brengen de lidstaten de Commissie verslag uit over de uitvoering van deze richtlijn. Dit verslag wordt opgesteld aan de hand van een, volgens de in artikel 23, lid 2, bedoelde procedure door de Commissie vast te stellen, vragenlijst of overzicht. Het verslag wordt aan de Commissie toegezonden binnen negen maanden na de periode van drie jaar waarop het betrekking heeft.

Binnen negen maanden na ontvangst van de verslagen van de lidstaten publiceert de Commissie een verslag over de uitvoering van de richtlijn.

2.   Elk jaar verstrekken de lidstaten de Commissie informatie over voorvallen die door de exploitanten zijn gemeld overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 12, lid 6. De Commissie stelt deze informatie op verzoek beschikbaar voor de lidstaten. Onverminderd de communautaire wetgeving over de toegang van het publiek tot milieu-informatie, stellen de lidstaten op hun beurt deze informatie op verzoek beschikbaar voor het betrokken publiek.

Artikel 19

Sancties

De lidstaten stellen regels vast met betrekking tot sancties in geval van schending van de bepalingen van de overeenkomstig deze richtlijn vastgestelde nationale regelgeving en treffen de nodige maatregelen om te verzekeren dat ze worden uitgevoerd. De vastgestelde sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

Artikel 20

Inventaris van gesloten afvalvoorzieningen

De lidstaten zien erop toe dat een inventaris wordt gemaakt en periodiek geactualiseerd van op hun grondgebied gevestigde gesloten afvalvoorzieningen, die ernstige negatieve milieugevolgen hebben of op middellange of korte termijn een ernstige bedreiging kunnen gaan vormen voor de gezondheid van de mens of voor het milieu. Deze inventaris, die openbaar moet worden gemaakt, wordt uitgevoerd binnen ... (27), rekening houdend met de methodologieën bedoeld in artikel 21, indien deze voorhanden zijn.

Artikel 21

Uitwisseling van informatie

1.   De Commissie, bijgestaan door het in artikel 23 bedoelde comité, zorgt ervoor dat tussen de lidstaten een passende uitwisseling van technische en wetenschappelijke informatie plaatsvindt om methodologieën te ontwikkelen die betrekking hebben op:

a)

de uitvoering van artikel 20;

b)

de rehabilitatie van de gesloten afvalvoorzieningen die in kaart zijn gebracht uit hoofde van artikel 20, teneinde aan de voorschriften van artikel 4 te voldoen. Dergelijke methodologieën maken het mogelijk de geschiktste risicobeoordelingsprocedures en herstelmaatregelen op te zetten, gelet op de verscheidenheid aan geologische, hydrogeologische en klimatologische kenmerken in Europa.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteit de ontwikkelingen met betrekking tot de beste beschikbare technieken volgt of daarover wordt geïnformeerd.

3.   De Commissie organiseert de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de betrokken organisaties betreffende de beste beschikbare technieken, de daarmee samenhangende monitoring en de ontwikkelingen op dit gebied. De Commissie publiceert de resultaten van de informatie-uitwisseling.

Artikel 22

Uitvoerings- en wijzigingsmaatregelen

1.   Uiterlijk ... (28) stelt de Commissie volgens de in artikel 23, lid 2, bedoelde procedure de bepalingen vast die nodig zijn voor de volgende punten, met voorrang voor de punten e), f) en g:

a)

harmonisatie en periodieke toezending van de informatie bedoeld in artikel 7, lid 5, en artikel 12, lid 6;

b)

uitvoering van artikel 13, lid 6, met inbegrip van technische voorschriften voor de definitie van in zwak zuur scheidbaar cyanide en de meetmethode hiervoor;

c)

technische richtsnoeren voor het stellen van een financiële zekerheid overeenkomstig artikel 14, lid 2;

d)

technische richtsnoeren voor inspecties overeenkomstig artikel 17;

e)

aanvulling van de technische voorschriften voor de afvalkarakterisering in bijlage II;

f)

interpretatie van de definitie in artikel 3, punt 3;

g)

bepaling van de criteria voor de classificatie van afvalvoorzieningen overeenkomstig bijlage III;

h)

vaststelling van geharmoniseerde normen voor de benodigde steekproef- en analysemethoden voor de technische uitvoering van deze richtlijn.

2.   Alle verdere wijzigingen die nodig zijn voor aanpassing van de bijlagen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 2, bedoelde procedure.

Deze wijzigingen worden aangebracht teneinde een hoog niveau van milieubescherming te bereiken.

Artikel 23

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij artikel 18 van Richtlijn 75/442/EEG (hierna „het comité”).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 24

Overgangsbepaling

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat een afvalvoorziening waaraan een vergunning is verleend of die al in bedrijf is op ... (29) uiterlijk ... (30) na die datum aan de bepalingen van deze richtlijn voldoet, behalve de in artikel 14, lid 1, bedoelde afvalvoorzieningen die binnen ... (31) na die datum aan de bepalingen van deze richtlijn moeten voldoen en de in artikel 13, lid 6, bedoelde voorzieningen die binnen de daar aangegeven termijnen aan de bepalingen van deze richtlijn moeten voldoen.

2.   Lid 1 is niet van toepassing op afvalvoorzieningen die op ... (29) gesloten zijn.

3.     Onverminderd het bepaalde in lid 1 zien de lidstaten erop toe dat de exploitant vanaf de inwerkingtreding van de richtlijn of, met betrekking tot de nieuwe lidstaten vanaf de datum van toetreding, en ondanks eventuele sluiting van de afvalvoorziening waarnaar wordt verwezen in lid 1:

a)

ervoor zorgt dat de voorziening in kwestie zodanig functioneert en, ingeval van sluiting, na sluiting dusdanig wordt beheerd, dat de verwezenlijking van de eisen in deze richtlijn of in andere desbetreffende Gemeenschapswetgeving, onder meer Richtlijn 2000/60/EG hierdoor niet in gevaar komt;

b)

ervoor zorgt dat de voorziening in kwestie geen verslechtering van de toestand van oppervlakte- of grondwater veroorzaakt, wat een inbreuk op Richtlijn 2000/60/EG zou uitmaken, of bodemvervuiling veroorzaakt, ten gevolge van percolaat, verontreinigd water, andere uitworp of afval in vaste vorm, in de vorm van gier of in vloeibare vorm;

c)

alle vereiste maatregelen neemt om de gevolgen van inbreuken overeenkomstig letter b) te herstellen met het oog op naleving van de desbetreffende Gemeenschapswetgeving, onder meer Richtlijn 2000/60/EG.

4.     Wanneer de Raad handelt op basis van een voorstel van de Commissie, voorgelegd overeenkomstig artikel 55 van de Toetredingsakte van 2005 [of van het Toetredingsprotocol indien het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa op 1 januari 2007 van kracht is geworden] oefent de Raad zijn bevoegdheid overeenkomstig die bepaling zodanig uit dat de doelen van deze richtlijn niet worden ondergraven.

Artikel 25

Omzetting

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór ... (32) aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 26

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgend op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 27

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te ..., op ...

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

Voor de Raad

De Voorzitter


(1)  PB C 80 van 30.3.2004, blz. 35.

(2)  PB C 109 van 30.4.2004, blz. 33.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 31 maart 2004(PB C 103 E van 29.4.2004, blz. 634), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 12 april 2005 (PB C 172 E van 12.7.2005, blz. 1) en standpunt van het Europees Parlement van 6 september 2005.

(4)  PB L 345 van 31.12.2003, blz. 97.

(5)  PB L 257 van 10.10.1996, blz. 26. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(6)  PB C 65 E van 14.3.2002, blz. 382.

(7)  PB L 242 van 10.9.2002, blz. 1.

(8)  PB L 194 van 25.7.1975, blz. 39. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(9)  PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(10)  Richtlijn 92/91/EEG van de Raad van 3 november 1992 betreffende minimumvoorschriften ter verbetering van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers in de winningsindustrieën die delfstoffen winnen met behulp van boringen (elfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB L 348 van 28.11.1992, blz. 9).

(11)  Richtlijn 92/104/EEG van de Raad van 3 december 1992 betreffende de minimumvoorschriften ter verbetering van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers in de winningsindustrieën in dagbouw of ondergronds (twaalfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB L 404 van 31.12.1992, blz. 10).

(12)  PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1. Richtlijn als gewijzigd bij Beschikking nr. 2455/2001/EG (PB L 331 van 15.12.2001, blz. 1).

(13)  PB L 143 van 30.4.2004, blz. 56.

(14)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(15)  PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.

(16)  PB L 377 van 31.12.1991, blz. 20. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 94/31/EG (PB L 168 van 2.7.1994, blz. 28).

(17)  Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB 196 van 16.8.1967, blz. 1) Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/73/EG van de Commissie (PB L 152 van 30.4.2004, blz. 1).

(18)  Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PB L 200 van 30.7.1999, blz. 1). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/66/EG van de Raad (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 35).

(19)  Richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175 van 5.7.1985, blz. 40). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 156 van 25.6.2003, blz. 17).

(20)  PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26.

(21)  Richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd (PB L 129 van 18.5.1976, blz. 23). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2000/60/EG.

(22)  Richtlijn 80/68/EEG van de Raad van 17 december 1979 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen (PB L 20 van 26.1.1980, blz. 43). Richtlijn laatstelijk gewijzigd door Richtlijn 91/692/EEG (PB L 377 van 31.12.1991, blz. 48).

(23)  De in artikel 25, lid 1, genoemde datum.

(24)  Vijf jaar na de in artikel 25, lid 1, genoemde datum.

(25)  Tien jaar na de in artikel 25, lid 1, genoemde datum.

(26)  PB L ...”

(27)  Vier jaar na de in artikel 25, lid 1, bedoelde datum.

(28)  Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

(29)  De in artikel 25, lid 1, bedoelde datum.

(30)  Vier jaar na de in artikel 25, lid 1, bedoelde datum.

(31)  Zes jaar na de in artikel 25, lid 1, bedoelde datum.

(32)   18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

BIJLAGE I

PREVENTIEBELEID VOOR ZWARE ONGEVALLEN EN INFORMATIE DIE AAN HET BETROKKEN PUBLIEK MOET WORDEN VERSTREKT

1.   Preventiebeleid voor zware ongevallen

Het preventiebeleid voor zware ongevallen en het veiligheidsbeheersysteem van de exploitant dienen in verhouding te staan tot de gevaren voor zware ongevallen die de afvalvoorziening oplevert. Bij de uitvoering daarvan zal met de volgende elementen rekening worden gehouden:

(1)

Het preventiebeleid voor zware ongevallen dient de algemene doelen en handelingsbeginselen van de exploitant te bevatten met betrekking tot de beheersing van de gevaren voor zware ongevallen.

(2)

Het veiligheidsbeheersysteem dient het deel van het algemene beheersysteem te omvatten dat betrekking heeft op de organisatiestructuur, de verantwoordelijkheden, de praktijken, de procedures, de processen en de middelen voor de vaststelling en de uitvoering van het preventiebeleid voor zware ongevallen.

(3)

Het veiligheidsbeheersysteem dient in te gaan op de volgende zaken:

a)

organisatie en personeel — de taken en verantwoordelijkheden van het personeel dat betrokken is bij het beheer van grote gevaren, op alle niveaus van de organisatie; bepaling van opleidingsbehoeften van dit personeel en het bieden van de aldus bepaalde opleiding, en betrokkenheid van werknemers en, voorzover van toepassing, toeleveringsbedrijven;

b)

in kaart brengen en evaluatie van grote gevaren — de goedkeuring en uitvoering van procedures voor het systematisch in kaart brengen van grote gevaren die voortkomen uit normale of bijzondere werkzaamheden, en beoordeling van de waarschijnlijkheid en ernst ervan;

c)

operationele controle — de goedkeuring en uitvoering van procedures en instructies voor een veilige exploitatie, met inbegrip van het onderhoud, van de inrichting, processen, apparatuur en tijdelijke stilleggingen;

d)

management van verandering — de goedkeuring en toepassing van procedures voor de planning van aanpassingen aan of het ontwerp van nieuwe afvalvoorzieningen;

e)

planning voor noodsituaties — de goedkeuring en toepassing van procedures voor het in kaart brengen van voorzienbare noodsituaties door middel van systematische analyse, en voor het opstellen, testen en beoordelen van noodplannen om op dergelijke noodsituaties te reageren;

f)

monitoring van de prestaties — de goedkeuring en toepassing van procedures voor de doorlopende beoordeling van de overeenstemming met de doelstellingen van het preventiebeleid voor zware ongevallen en het veiligheidsbeheersysteem van de exploitant, en de mechanismen voor het onderzoeken van en het treffen van corrigerende maatregelen in gevallen van niet-naleving. De procedures moeten het systeem van de exploitant voor de rapportage van zware ongevallen of bijnaongevallen bestrijken, in het bijzonder de voorvallen die te maken hebben met het falen van beschermende maatregelen, alsook het onderzoek daarnaar en de follow-up op basis van de verworven kennis;

g)

audit en toetsing — de goedkeuring en toepassing van procedures voor de periodieke systematische toetsing van het preventiebeleid voor zware ongevallen en de effectiviteit en geschiktheid van het veiligheidsbeheersysteem; de gedocumenteerde toetsing van de prestaties van het beleid en het veiligheidsbeheersysteem en de bijstelling daarvan door het hoger kader.

2.   Informatie die aan het betrokken publiek moet worden verstrekt

(1)

De naam van de exploitant en het adres van de afvalvoorziening.

(2)

De identiteit, met vermelding van de beklede functie, van de persoon die de informatie verstrekt.

(3)

Een bevestiging dat de afvalvoorziening is onderworpen aan de wettelijke en/of bestuursrechtelijke bepalingen tot uitvoering van deze richtlijn en, indien van toepassing, dat de informatie met betrekking tot de in artikel 6, lid 2, bedoelde elementen bij de bevoegde autoriteit is ingediend.

(4)

Een uitleg in duidelijke en begrijpelijke woorden van de werkzaamheid of werkzaamheden die op het terrein worden verricht.

(5)

De gangbare namen of de generieke namen of de algemene gevarenclassificatie van de stoffen en preparaten die bij de afvalvoorziening zijn betrokken, alsook van het afval dat tot een zwaar ongeval zou kunnen leiden, met een indicatie van hun belangrijkste gevaarskenmerken.

(6)

Algemene informatie over de aard van de gevaren voor zware ongevallen, met inbegrip van de potentiële effecten daarvan op de omwonende bevolking en het omliggende milieu.

(7)

Adequate informatie over de manier waarop de betrokken omwonende bevolking zal worden gewaarschuwd en op de hoogte zal worden gehouden in het geval van een zwaar ongeval.

(8)

Adequate informatie over de maatregelen die de betrokken bevolking moet nemen en over de manier waarop ze zich moeten gedragen in het geval van een zwaar ongeval.

(9)

Een bevestiging dat de exploitant, in samenwerking met de hulpdiensten, verplicht is adequate regelingen te treffen op het terrein om zware ongevallen aan te pakken en de effecten ervan tot een minimum te beperken.

(10)

Een verwijzing naar het externe noodplan dat is opgesteld om buiten het terrein met de eventuele gevolgen van een ongeval om te gaan. Deze verwijzing dient het advies te omvatten om ten tijde van een ongeval alle instructies of verzoeken van hulpdiensten op te volgen.

(11)

Gegevens van de plaats waar verdere relevante informatie kan worden verkregen, afhankelijk van de geheimhoudingsvoorschriften van de nationale wetgeving.

BIJLAGE II

AFVALKARAKTERISERING

Het winningsafval wordt zodanig gekarakteriseerd dat de fysische en chemische stabiliteit van de structuur op de lange termijn wordt gegarandeerd en zware ongevallen kunnen worden voorkomen. De afvalkarakterisering omvat, waar dat passend is en in overeenstemming is met de classificatie van de afvalvoorziening, de volgende aspecten:

1)

een beschrijving van de verwachte fysische en chemische kenmerken van het afval dat op de korte en de lange termijn zal worden gestort, waarbij met name de stabiliteit ervan onder de aan het oppervlak heersende atmosferische/meteorologische voorwaarden wordt vermeld;

2)

een classificatie van het afval volgens de toepasselijke indeling in Beschikking 2000/532/EG  (1) , met bijzondere aandacht voor de gevaarlijke kenmerken van het afval in kwestie;

3)

een beschrijving van de chemische stoffen die worden gebruikt tijdens de behandeling van het mineraal, en de stabiliteit van deze stoffen;

4)

een beschrijving van de stortmethode;

5)

het toe te passen afvalvervoersysteem.


(1)  Beschikking 2000/532/EG van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3). Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2001/573/EG van de Raad (PB L 203 van 28.7.2001, blz. 18).

BIJLAGE III

CRITERIA VOOR HET BEPALEN VAN DE INDELING VAN AFVALVOORZIENINGEN

Een afvalvoorziening wordt ingedeeld in categorie A indien:

falen of incorrecte werking, zoals de instorting van een berg of de breuk van een dam, zou kunnen leiden tot een zwaar ongeval, op basis van een risicobeoordeling waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals de huidige of toekomstige omvang, de ligging en de gevolgen voor het milieu van de afvalvoorziening, of

de afvalvoorziening afval bevat dat volgens Richtlijn 91/689/EEG boven een bepaalde drempel als gevaarlijk wordt aangemerkt, of

de afvalvoorziening stoffen of preparaten bevat die volgens Richtlijn 67/548/EEG of Richtlijn 1999/45/EG boven een bepaalde drempel als gevaarlijk worden aangemerkt.

P6_TA(2005)0320

Programma Progress *** I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit — Progress (COM(2004)0488 — C6-0092/2004 — 2004/0158(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2004)0488) (1),

gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 13, lid 2, artikel 129 en artikel 137, lid 2, letter a) van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0092/2004),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A6-0199/2005),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

wijst erop dat de kredieten die in het wetgevingsvoorstel zijn vermeld voor de periode na 2006 afhankelijk zijn van het besluit over het volgende meerjarig financieel kader;

3.

verzoekt de Commissie om, zodra het volgende meerjarig financieel kader is goedgekeurd, indien nodig een voorstel in te dienen tot aanpassing van het financieel referentiebedrag van het programma;

4.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  Nog niet in het PB gepubliceerd.

P6_TC1-COD(2004)0158

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 6 september 2005 met het oog op de aanneming van Besluit nr. .../2005/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit — Progress

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 13, lid 2, artikel 129 en artikel 137, lid 2, onder a),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 heeft de bevordering van werkgelegenheid en sociale integratie aangemerkt als een intrinsiek onderdeel van de algemene strategie van de Unie voor het verwezenlijken van haar strategische doel voor de komende tien jaar, namelijk de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te worden die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang. Hij heeft ambitieuze doelstellingen en streefcijfers voor de EU vastgesteld om opnieuw de voorwaarden te creëren voor volledige werkgelegenheid, de kwaliteit en productiviteit op het werk te verbeteren en de sociale samenhang en een op integratie gerichte arbeidsmarkt te bevorderen.

(2)

Overeenkomstig het verklaarde voornemen van de Commissie om de financieringsinstrumenten van de EU te herschikken en te rationaliseren, is het wenselijk dat dit besluit één gestroomlijnd programma (hierna: „het programma”) vaststelt dat voorziet in de voortzetting en uitbreiding van de activiteiten waarmee een begin is gemaakt uit hoofde van Besluit 2000/750/EG van de Raad van 27 november 2000 tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bestrijding van discriminatie (2001-2006) (4), Beschikking 2001/51/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende het programma in verband met de communautaire strategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen (2001-2005) (5), Besluit nr. 50/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 december 2001 tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter aanmoediging van samenwerking tussen lidstaten bij de bestrijding van sociale uitsluiting  (6) , Besluit nr. 1145/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 inzake communautaire stimuleringsmaatregelen op het gebied van de werkgelegenheid (7), en Besluit nr. 848/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bevordering van organisaties die op Europees niveau op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen actief zijn (8) , alsook de op communautair niveau aangevatte werkzaamheden met betrekking tot de arbeidsomstandigheden.

(3)

Op de buitengewone Europese Raad over werkgelegenheid in Luxemburg in 1997 werd het startsein gegeven voor de Europese werkgelegenheidsstrategie om het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten op basis van gemeenschappelijke richtsnoeren en aanbevelingen voor de werkgelegenheid te coördineren. De Europese werkgelegenheidsstrategie is thans het belangrijkste instrument voor de tenuitvoerlegging van de werkgelegenheids- en arbeidsmarktdoelstellingen van de Lissabon-strategie.

(4)

De Europese Raad van Lissabon concludeerde dat het aantal mensen dat in de EU onder de armoedegrens leeft en sociaal is uitgesloten, onaanvaardbaar hoog is, en achtte het daarom noodzakelijk stappen te zetten om armoede definitief uit te roeien door adequate doelstellingen vast te stellen. Deze doelstellingen werden overeengekomen door de Europese Raad van Nice van 7, 8 en 9 december 2000. Hij kwam verder overeen dat het beleid ter bestrijding van sociale uitsluiting gebaseerd diende te zijn op een open coördinatiemethode die nationale actieplannen en een samenwerkingsinitiatief van de Commissie combineert.

(5)

De demografische veranderingen vormen op de lange termijn een belangrijke uitdaging voor het vermogen van de stelsels van sociale bescherming om adequate pensioenen en algemeen toegankelijke, kwalitatief hoogwaardige en op de lange termijn financierbare gezondheids- en langdurige zorg te verstrekken, en het is belangrijk een beleid te bevorderen dat zowel adequate sociale bescherming als financiële houdbaarheid van de stelsels van sociale bescherming kan garanderen. De Raad heeft besloten dat de samenwerking op het gebied van de sociale bescherming moet berusten op de open coördinatiemethode.

(6)

Er dient aandacht te worden besteed aan de bijzondere situatie van migranten in dit verband en het belang van maatregelen om het zwartwerk — dat vaak onzeker werk is — van migranten om te vormen tot reguliere arbeid zodat zij dezelfde sociale bescherming, voordelen en arbeidsvoorwaarden kunnen genieten als reguliere werknemers.

(7)

Het garanderen van minimumnormen en de constante verbetering van de arbeidsomstandigheden in de EU vormen een belangrijk kenmerk van het Europees sociaal beleid en zijn een belangrijke algemene doelstelling van de Europese Unie. Voor de Gemeenschap is een belangrijke taak weggelegd bij de ondersteuning en aanvulling van de activiteiten van de lidstaten op het gebied van de veiligheid en gezondheid van de werknemers, de arbeidsomstandigheden met inbegrip van de noodzaak beroepsen gezinsleven te combineren , de bescherming van de werknemers na beëindiging van hun arbeidsovereenkomst, de informatie , medewerking en raadpleging van de werknemers, en de vertegenwoordiging en collectieve bescherming van de belangen van werknemers en werkgevers.

(8)

Non-discriminatie is een grondbeginsel van de Europese Unie. Artikel 13 van het Verdrag bepaalt dat discriminatie op grond van geslacht, ras, etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid moet worden bestreden. Het verbod op discriminatie is ook in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerd. Aan de specifieke kenmerken van de verschillende vormen van discriminatie moet bijzondere aandacht worden besteed en ter voorkoming en bestrijding van discriminatie om één of verscheidene redenen moeten dienovereenkomstige maatregelen parallel worden uitgewerkt . Daarom moet bij de beoordeling van de toegankelijkheid en de resultaten van het programma rekening worden gehouden met de bijzondere behoeften van mensen met een handicap ten aanzien van het waarborgen van volledige en gelijkwaardige toegang tot de activiteiten die zijn gefinancierd door het programma en met de resultaten en evaluatie van deze activiteiten, waaronder de compensatie van bijkomende kosten voor gehandicapten. De in een groot aantal jaren opgedane ervaring met de bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, waaronder discriminatie op grond van het geslacht, kan ook voor de bestrijding van discriminatie van andere aard nuttig zijn.

(9)

Op grond van artikel 13 van het Verdrag heeft de Raad de volgende richtlijnen aangenomen: Richtlijn 2000/43/EG van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (9), die discriminatie op grond van ras of etnische afstamming onder andere verbiedt bij de toegang tot arbeid, beroepsopleiding, onderwijs, goederen en diensten en sociale bescherming, Richtlijn 2000/78/EG van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (10), die met betrekking tot arbeid en beroep discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid verbiedt , alsmede Richtlijn 2004/113/EG van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (11) .

(10)

Gelijke behandeling van vrouwen en mannen is overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het Verdrag een fundamenteel beginsel van het Gemeenschapsrecht en de richtlijnen en andere besluiten die op grond hiervan zijn vastgesteld, hebben bij de verbetering van de positie van vrouwen in de Gemeenschap een belangrijke rol gespeeld. De ervaring met maatregelen op communautair niveau heeft aangetoond dat voor de bevordering van gelijkheid van vrouwen en mannen in het EU-beleid en de bestrijding van discriminatie in de praktijk een mix van instrumenten vereist is, waaronder wetgeving, financieringsinstrumenten en mainstreaming, die elkaar moeten versterken. Overeenkomstig het beginsel van gendermainstreaming moet in alle programmaonderdelen en -maatregelen rekening worden gehouden met de gelijkheid van vrouwen en mannen .

(11)

Niet-gouvernementele organisaties die op regionaal, nationaal, en EU-niveau werkzaam zijn, zijn actoren van wezenlijk belang voor de geslaagde omzetting van de algemene doelstellingen van het programma en moeten derhalve in het kader van relevante EU-netwerken een belangrijke rol bij de opzet, uitvoering en waarneming van het programma spelen.

(12)

Aangezien de doelstellingen van de voorgestelde actie niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt vanwege de behoefte aan informatie-uitwisseling op EU-niveau en de verspreiding van goede praktijken in de gehele Gemeenschap, en derhalve vanwege de multilaterale dimensie van de communautaire acties en maatregelen beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen treffen in overeenstemming met het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat dit besluit niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(13)

In het onderhavige besluit wordt voor de gehele looptijd van het programma een financieel raamwerk vastgelegd, dat in de zin van punt 33 van het op 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie gesloten Interinstitutioneel Akkoord inzake de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure  (12) het belangrijkste referentiepunt voor de begrotingsautoriteit is.

(14)

De voor de uitvoering van dit besluit vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (13),

BESLUITEN:

Artikel 1

Vaststelling van het programma

Hierbij wordt het communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit, Progress genaamd, vastgesteld om de tenuitvoerlegging van de doelstellingen van de Europese Unie op sociaal en werkgelegenheidsgebied financieel te ondersteunen en aldus in het kader van de Lissabon-strategie bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de socialebeleidsagenda (2006-2010) (14) op deze gebieden. Het programma geldt voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013.

Artikel 2

Algemene doelstellingen van het programma

De algemene doelstellingen van het programma zijn:

1)

verbetering van de kennis van en het inzicht in de situatie in de lidstaten (en andere deelnemende landen) door middel van analyse en evaluatie van en nauwlettend toezicht op het beleid;

2)

ondersteuning van de ontwikkeling van statistische hulpmiddelen en methoden en waar mogelijk naar geslacht en leeftijdsgroep uitgesplitste gemeenschappelijke indicatoren op de onder het programma vallende gebieden;

3)

ondersteuning van en toezicht op de tenuitvoerlegging van het Gemeenschapsrecht en de beleidsdoelstellingen in de lidstaten en beoordeling van de doeltreffendheid en de gevolgen daarvan , met name wat betreft het scheppen van meer en hoogwaardiger banen ;

4)

bevordering van netwerken en wederzijdse leerprocessen, en vaststelling en verspreiding van goede praktijken en innovatieve benaderingen, ook op regionaal, nationaal en transnationaal niveau ;

5)

vergroting van de bekendheid van de belanghebbenden en het grote publiek met het beleid en de doelstellingen van de Europese Unie in het kader van de vijf programmaonderdelen;

6)

vergroting van de capaciteit van de belangrijkste EU-netwerken om het EU-beleid en de doelstellingen van de EU te bevorderen, te ondersteunen en verder te ontwikkelen, alsmede om de standpunten van de organisaties die lid zijn, te bevorderen; deze netwerken en organisaties moeten aantoonbaar onafhankelijk zijn en als zodanig de vrijheid hebben zich op een groot aantal terreinen te bewegen die van invloed zijn op de belangen van hun leden .

Met het beginsel van de gendermainstreaming moet in alle programmaonderdelen en -maatregelen rekening worden gehouden.

Er moet voor een adequate verspreiding van de in de programmaonderdelen en -maatregelen bereikte resultaten onder alle betrokkenen en in de openbaarheid worden gezorgd. Bovendien zorgt de Commissie voor de vereiste contacten met het Europees Parlement, de in aanmerking komende niet-gouvernementele organisaties en sociale partners op EU-niveau en wisselt zij regelmatig met hen van gedachten.

Artikel 3

Opzet van het programma

Het programma is verdeeld in de volgende vijf onderdelen:

1)

Werkgelegenheid;

2)

Sociale bescherming en integratie;

3)

Arbeidsomstandigheden;

4)

Discriminatiebestrijding en verscheidenheid;

5)

Gelijkheid van mannen en vrouwen.

Artikel 4

DEEL 1: Werkgelegenheid

Onder deel 1 vallende activiteiten dienen ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de Europese werkgelegenheidsstrategie door:

1)

het inzicht in de werkgelegenheidssituatie en -vooruitzichten te verbeteren, met name via analyses en studies en de opstelling van statistieken en gemeenschappelijke indicatoren;

2)

de tenuitvoerlegging van de Europese richtsnoeren en aanbevelingen voor de werkgelegenheid te controleren en te evalueren , toe te zien op hun effecten en de wisselwerking tussen de Europese werkgelegenheidsstrategie en het algemene economische en sociale beleid alsmede andere beleidsterreinen te bestuderen;

3)

uitwisselingen over beleid , beproefde methoden en innovatieve benaderingen te organiseren en wederzijdse leerprocessen in het kader van de Europese werkgelegenheidsstrategie te bevorderen;

4)

de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en de discussie over de uitdagingen, het beleid en de uitvoering van de nationale actieplannen in verband met de werkgelegenheid te bevorderen, ook onder de regionale en lokale actoren, de sociale partners en andere belanghebbenden;

5)

bijzondere betekenis te hechten aan de positieve maatregelen die aanzetten tot gelijke behandeling van en gelijke kansen voor vrouwen en mannen op het gebied van toegang tot werk, en carrièreplanning beroepsopleiding.

Artikel 5

DEEL 2: Sociale bescherming en integratie

Onder deel 2 vallende activiteiten dienen ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de open coördinatiemethode op het gebied van de sociale bescherming en integratie door:

1)

het inzicht in de aspecten van sociale uitsluiting en van armoede en het beleid inzake sociale bescherming en integratie te verbeteren, met name via analyses en studies en de opstelling van statistieken en gemeenschappelijke indicatoren;

2)

de tenuitvoerlegging van de open coördinatiemethode op het gebied van sociale bescherming en integratie te controleren en te evalueren, en de wisselwerking tussen deze open coördinatiemethode en andere beleidsterreinen te bestuderen , alsmede de gevolgen hiervan op nationaal en communautair niveau ;

3)

uitwisselingen over beleid , beproefde methoden en innovatieve benaderingen te organiseren en wederzijdse leerprocessen in het kader van de strategie inzake sociale bescherming en integratie te bevorderen;

4)

de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en de discussie te bevorderen over de belangrijkste uitdagingen en beleidskwesties die in het kader van het coördinatieproces van de Europese Unie op het gebied van de sociale bescherming en sociale integratie aan de orde komen, ook onder de nietgouvernementele organisaties, regionale en lokale actoren en andere belanghebbenden;

5)

de capaciteit van de belangrijkste EU-netwerken te vergroten om de strategieën en beleidsdoelstellingen van de EU op het gebied van de sociale bescherming en sociale integratie te ondersteunen en verder te ontwikkelen .

Artikel 6

DEEL 3: Arbeidsomstandigheden

Onder deel 3 vallende activiteiten dienen, rekening houdend met het beginsel van gendermainstreaming, ter ondersteuning van de verbetering van het arbeidsmilieu en de arbeidsomstandigheden, met inbegrip van de veiligheid en gezondheid op het werk en de combinatie van beroeps- en gezinsleven , door:

1)

het inzicht in de situatie met betrekking tot de arbeidsomstandigheden te verbeteren, met name via analyses en studies en de opstelling van statistieken en naar geslacht en leeftijdsgroep uitgesplitste kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, alsmede de beoordeling van de doeltreffendheid en de gevolgen van bestaande wetgeving, beleid en praktijken;

2)

de tenuitvoerlegging van het communautaire arbeidsrecht te ondersteunen via een effectief toezicht, het organiseren van beroepsseminars , de opstelling van handleidingen en de totstandbrenging van netwerken tussen gespecialiseerde instanties , met inbegrip van de sociale partners ;

3)

preventieve maatregelen te nemen en de aspecten veiligheid en gezondheid op het werk te bevorderen;

4)

de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en de discussie — ook tussen de sociale partners — over de belangrijkste uitdagingen en beleidskwesties in verband met de sociale zekerheid, arbeidsomstandigheden en de kwaliteit van de werkgelegenheid, waaronder de combinatie van beroeps- en gezinsleven, te bevorderen ;

5)

de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en discussie te bevorderen over het algemene probleem van illegale arbeid teneinde te verzekeren dat de kwesties van gezondheid, veiligheid en arbeidsvoorwaarden die zowal migranten als EU-burgers betreffen, geregeld worden en dat de desbetreffende normen worden nageleefd.

Artikel 7

DEEL 4: Discriminatiebestrijding en verscheidenheid

Onder deel 4 vallende activiteiten dienen ter ondersteuning van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van het non-discriminatiebeginsel en de integratie daarvan in alle EU-strategieën door:

1)

het inzicht in de situatie met betrekking tot discriminatie en de bestrijding daarvan te verbeteren, met name via analyses en studies en de opstelling van statistieken en indicatoren, alsmede de beoordeling van de doeltreffendheid en de gevolgen van bestaande wetgeving, beleid en praktijken;

2)

de tenuitvoerlegging van de communautaire anti-discriminatiewetgeving te ondersteunen via een effectief toezicht, het organiseren van beroepsseminars en de totstandbrenging van netwerken tussen gespecialiseerde instanties die zich met de bestrijding van discriminatie bezighouden;

3)

de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en de discussie over de belangrijkste uitdagingen en beleidskwesties in verband met discriminatie en de integratie van het non-discriminatiebeginsel in het EU-beleid te bevorderen, tevens onder niet-gouvernementele organisaties op anti-discriminatiegebied, regionale en sociale actoren, sociale partners en andere betrokkenen;

4)

de capaciteit van de belangrijkste EU-netwerken , de strategieën en beleidsdoelstellingen van de EU ter bestrijding van discriminatie te ondersteunen en verder te ontwikkelen; deze EU-netwerken moeten ook kleinere EU-netwerken omvatten waaronder ook gespecialiseerde, handicapgerichte niet-gouvernementele organisaties; deze netwerken en organisaties moeten aantoonbaar onafhankelijk zijn en als zodanig de vrijheid hebben zich op een groot aantal terreinen te bewegen die van invloed zijn op de belangen van hun leden .

Artikel 8

DEEL 5: Gelijkheid van vrouwen en mannen

Onder deel 5 vallende activiteiten dienen ter ondersteuning van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijkheid van vrouwen en mannen en ter bevordering van de integratie van de genderdimensie in alle EU-strategieën door:

1)

het inzicht in de situatie met betrekking tot gendervraagstukken en de integratie van de genderdimensie in het beleid te verbeteren, met name via analyses en studies en de opstelling van statistieken en indicatoren, alsmede de beoordeling van het effect van bestaande wetgeving, beleid en praktijken;

2)

de tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen te ondersteunen via een effectief toezicht, het organiseren van beroepsseminars en de totstandbrenging van netwerken tussen gespecialiseerde instanties die actief zijn op het gebied van de gelijkheid van vrouwen en mannen;

3)

de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en de discussie over de belangrijkste uitdagingen en beleidskwesties in verband met de gelijkheid van vrouwen en mannen, met name de combinatie van beroeps- en gezinsleven en de integratie van de genderdimensie via een horizontale benadering in het beleid te bevorderen;

4)

de capaciteit van de belangrijkste EU-netwerken te vergroten om de strategieën en beleidsdoelstellingen van de EU ter bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen te ondersteunen en verder te ontwikkelen .

Artikel 9

Soorten activiteiten

1.   Het programma dient ter financiering van de volgende soorten activiteiten , die ook in een grensoverschrijdend kader kunnen worden uitgevoerd :

a)

analytische activiteiten

verzameling, opstelling en verspreiding van gegevens en statistieken;

opstelling en verspreiding van gemeenschappelijke methoden en indicatoren/benchmarks;

uitvoering van studies, analyses en enquêtes, en verspreiding van de resultaten daarvan;

uitvoering van evaluaties en effectbeoordelingen, en verspreiding van de resultaten daarvan;

opstelling en publicatie van handleidingen en verslagen;

publicatie en verspreiding van voorlichtings- en cursusmateriaal via Internet of andere media;

b)

Activiteiten in verband met de uitwisseling van kennis, bewustmaking en verspreiding

organisatie van uitwisselingen over strategieën, beproefde methoden en innovatieve benaderingen alsmede bevordering van het wederzijdse leerproces op regionaal, nationaal, transnationaal en EU-niveau;

vaststelling van de beste praktijken en organisatie van collegiale toetsingen via vergaderingen/workshops/seminars op transnationaal, nationaal of EU-niveau;

organisatie van conferenties/seminars van het voorzitterschap;

organisatie van conferenties/seminars ter ondersteuning van de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het Gemeenschapsrecht en de beleidsdoelstellingen;

organisatie van een jaarlijks forum van alle betrokken actoren ter evaluatie van de omzetting van de socialebeleidsagenda en van de uitvoering van de individuele programmaonderdelen, o.m. presentatie van de resultaten en dialoog over toekomstige prioriteiten;

organisatie van mediacampagnes en -evenementen;

compilatie en publicatie van materiaal voor de verspreiding van informatie en de resultaten van het programma;

organisatie van uitwisselingen tussen plaatselijke actoren van de Europese Unie teneinde de rechtstreekse uitwisseling van ervaringen en kennis over de specifieke kenmerken van de nationale situatie te bevorderen;

c)

ondersteuning van de voornaamste actoren

bijdrage in de exploitatiekosten van de belangrijkste EU-netwerken;

organisatie van werkgroepen van nationale ambtenaren om de tenuitvoerlegging van het Gemeenschapsrecht te controleren;

financiering van opleidingsseminars voor hen die in de sector werkzaam zijn , ambtenaren op sleutelposities en andere relevante actoren , o.m. vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties en sociale partners;

oprichting van netwerken tussen gespecialiseerde instanties op EU-niveau;

financiering van netwerken van deskundigen;

financiering van waarnemingsposten op EU-niveau;

uitwisseling van personeel tussen nationale overheden;

samenwerking met internationale instellingen;

samenwerking tussen instellingen en plaatselijke actoren van de lidstaten.

2.   De in lid 1, onder b), bedoelde soorten activiteiten moeten een sterke Europese dimensie bezitten, voldoende groot van opzet zijn om een echte Europese toegevoegde waarde te garanderen, en worden uitgevoerd door regionale of lokale autoriteiten, in de Gemeenschapswetgeving bedoelde gespecialiseerde instanties of actoren die op hun terrein een sleutelpositie innemen.

3.     De soorten activiteiten moeten op de in artikel 3 genoemde gebieden bijdragen tot verwezenlijking van de doelstellingen van de socialebeleidsagenda in het kader van de Lissabon-strategie.

4.     Uit het programma worden geen activiteiten gefinancierd ter voorbereiding en uitvoering van Europese jaren.

Artikel 10

Toegang tot het programma

1.   Deelname aan het programma staat open voor alle openbare en/of particuliere organisaties, actoren en instellingen, met name:

de lidstaten;

de diensten voor de arbeidsvoorziening en -bemiddeling ;

plaatselijke en regionale overheden;

in de Gemeenschapswetgeving bedoelde gespecialiseerde instanties;

de sociale partners;

niet-gouvernementele organisaties op regionaal, nationaal of EU-niveau ;

universiteiten en onderzoeksinstellingen;

evaluatiedeskundigen;

de nationale bureaus voor de statistiek;

de media.

2.   De Commissie heeft ook rechtstreeks toegang tot het programma voor de in artikel 9, lid 1, onder a) en b), bedoelde activiteiten.

3.     Gehandicapten moeten volledige toegang tot de activiteiten en resultaten van het programma krijgen. Met hun speciale behoeften zal rekening worden gehouden, hiertoe behoort onder meer de vergoeding van eventuele bijkomende kosten die gehandicapten moeten maken om toegang tot activiteiten te krijgen.

Artikel 11

Procedure voor subsidieaanvragen

De in artikel 9 bedoelde activiteiten kunnen worden gefinancierd door middel van:

een dienstencontract op basis van een aanbesteding. Voor de samenwerking met nationale bureaus voor de statistiek gelden de Eurostat-procedures; of

een gedeeltelijke subsidie op basis van een oproep tot het indienen van voorstellen. In dit geval kan de EU-bijdrage in het algemeen niet meer bedragen dan 90% van de door de ontvanger verrichte totale uitgaven. Subsidies boven dit maximum kunnen uitsluitend in uitzonderlijke omstandigheden en na een zorgvuldig onderzoek worden verleend.

De in artikel 9, lid 1, onder b) bedoelde activiteiten kunnen bovendien worden gesubsidieerd na een subsidieaanvraag, bijvoorbeeld van de lidstaten.

Artikel 12

Uitvoeringsbepalingen

Alle voor de uitvoering van dit besluit vereiste maatregelen , met name die betrekking hebben op de volgende aangelegenheden, worden vastgesteld volgens de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 13, lid 2:

a)

de algemene richtsnoeren voor de uitvoering van het programma;

b)

het jaarlijkse werkprogramma voor de tenuitvoerlegging van het programma , dat in de diverse onderdelen verdeeld is ;

c)

de door de Gemeenschap te leveren financiële steun;

d)

de jaarlijkse begroting;

e)

de wijze waarop de door de Gemeenschap gesteunde acties worden geselecteerd, alsmede de door de Commissie voorgestelde ontwerp-lijst van acties die deze steun ontvangen;

f)

criteria voor de evaluatie van het programma, daartoe behoren ook criteria die betrekking hebben op de kosten/baten-relatie en de regeling voor het verspreiden en doorgeven van de resultaten.

Artikel 13

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité dat overeenkomstig de vijf programmaonderdelen in vijf subcomités is onderverdeeld .

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG , van toepassing , met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.    Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 14

Samenwerking met andere comités

1.   De Commissie legt de nodige contacten met het Comité voor sociale bescherming en het Comité voor de werkgelegenheid om deze regelmatig op de hoogte te houden van de uitvoering van de in dit besluit bedoelde activiteiten.

2.     De Commissie stelt ook de overige relevante comités op de hoogte van de in het kader van de vijf programmaonderdelen genomen maatregelen.

3.   Zo nodig stelt de Commissie een regelmatige en gestructureerde vorm van samenwerking in tussen het in artikel 13 bedoelde programmacomité en de voor andere relevante beleidsmaatregelen, instrumenten en acties opgerichte toezichtcomités.

Artikel 15

Samenhang en complementariteit

1.   De Commissie draagt, in samenwerking met de lidstaten, zorg voor de algehele samenhang met de andere beleidsmaatregelen, instrumenten en acties van de Unie en de Gemeenschap, met name door de vaststelling van passende mechanismen voor de coördinatie van de activiteiten van het programma met relevante activiteiten op het gebied van onderzoek, justitie en binnenlandse zaken, cultuur, onderwijs, opleiding en jeugdbeleid, en op het gebied van de uitbreiding en de externe betrekkingen van de Gemeenschap , alsmede met het regionale beleid en het algemene economische beleid . Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de mogelijke synergieën tussen dit programma en die op onderwijs- en opleidingsgebied.

2.   De Commissie en de lidstaten dragen zorg voor de samenhang en complementariteit tussen de in het kader van het programma ondernomen activiteiten en andere relevante activiteiten van de Unie en de Gemeenschap, met name in het kader van de structuurfondsen en in het bijzonder van het Europees Sociaal Fonds en zorgen ervoor dat overlappingen worden voorkomen .

3.     De Commissie draagt zorg voor de coherentie en complementariteit van de onder het programma vallende maatregelen met haar overige werkzaamheden alsmede die van andere relevante Europese agentschappen, met name met de werkzaamheden van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding, het Europese Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat en het toekomstige Europese Genderinstituut en zorgt ervoor dat overlappingen worden voorkomen.

4.   De Commissie draagt er zorg voor dat de ten laste van dit programma komende uitgaven niet ook nog eens ten laste komen van een ander communautair financieel instrument.

5.   De Commissie houdt het in artikel 13 bedoelde comité regelmatig op de hoogte van andere communautaire maatregelen die in het kader van de Lissabon-strategie bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de socialebeleidsagenda.

6.   De lidstaten doen al het mogelijke om de samenhang en complementariteit tussen activiteiten in het kader van het programma en de activiteiten op nationaal, regionaal en lokaal niveau te verzekeren.

Artikel 16

Deelname van derde landen

Aan het programma kan worden deelgenomen door:

de EVA/EER-landen, overeenkomstig de EER-overeenkomst;

de met de Europese Unie geassocieerde kandidaat-lidstaten en de westelijke Balkanstaten die bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn.

Artikel 17

Financiering

1.   Het indicatief financieel kader voor de uitvoering van dit communautaire programma wordt vastgesteld op 854,2 miljoen EUR voor een periode van zeven jaar ingaande op 1 januari 2007 .

2.   Bij de verdeling van de middelen over de verschillende programmaonderdelen worden de volgende minimumpercentages aangehouden:

Deel 1

Werkgelegenheid

21 %

Deel 2

Sociale bescherming en integratie

30%

Deel 3

Arbeidsomstandigheden

8 %

Deel 4

Discriminatiebestrijding en verscheidenheid

23 %

Deel 5

Gelijkheid van mannen en vrouwen

12%

3.   Maximaal 2% van de begroting wordt voor de uitvoering van het programma uitgetrokken ter dekking van bijvoorbeeld de uitgaven in verband met de werking van het in artikel 13 bedoelde comité of de op grond van artikel 19 uit te voeren evaluaties.

4.   De begrotingsautoriteit stelt, binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten, de jaarlijks beschikbare middelen en de verdeling van die middelen over de verschillende programmaonderdelen vast. De verdeling van de jaarlijks beschikbare middelen over de verschillende onderdelen moet in de begroting adequaat tot uitdrukking komen.

5.   De Commissie kan een beroep doen op technische en/of administratieve bijstand in het wederzijds belang van de Commissie en de begunstigden, en op ondersteuningsuitgaven.

Artikel 18

Bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap

1.   De Commissie ziet erop toe dat de financiële belangen van de Gemeenschap tijdens de tenuitvoerlegging van de bij dit besluit gefinancierde activiteiten door de toezichtautoriteit worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen ter bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door de uitvoering van effectieve controles en door de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde bedragen, alsook, bij gebleken onregelmatigheden, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, zulks overeenkomstig de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad (15), (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad (16) en (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad (17).

2.   Wat de bij dit besluit gefinancierde communautaire activiteiten betreft, wordt onder het in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 genoemd begrip „onregelmatigheid” verstaan elke inbreuk op het Gemeenschapsrecht of ieder verzuim van een contractuele verplichting die bestaat in een handeling of een nalaten van een marktdeelnemer waardoor de algemene begroting van de Europese Unie of de door de Gemeenschappen beheerde begrotingen ten gevolge van een onverschuldigde uitgave worden of zouden kunnen worden benadeeld.

3.   In de uit dit besluit voortvloeiende contracten en overeenkomsten, alsook in overeenkomsten met deelnemende derde landen, wordt met name voorzien in toezicht en financiële controle door de toezichtautoriteit of de Commissie (of iedere door hen hiertoe gemachtigde vertegenwoordiger) en in audits van de Rekenkamer, met inbegrip van, in voorkomend geval, audits ter plaatse.

Artikel 19

Follow-up en evaluatie

1.   Teneinde te zorgen voor een regelmatige follow-up van het programma en dit waar nodig bij te stellen, worden door de Commissie jaarlijkse activiteitenverslagen opgesteld en aan het in artikel 13 bedoelde programmacomité en het Europees Parlement toegezonden.

2.   De verschillende delen van het programma worden ook onderworpen aan een tussentijdse evaluatie, met een overzicht van het programma, teneinde de geboekte vooruitgang met betrekking tot het bereiken van de doelstellingen van het programma en zijn Europese toegevoegde waarde te meten. Deze evaluatie kan worden aangevuld met lopende evaluaties. Deze worden uitgevoerd door de Commissie met de hulp van externe deskundigen. Voor zover beschikbaar, worden de resultaten in de in lid 1 bedoelde aan het Europees Parlement toegezonden activiteitenverslagen opgenomen.

3.    De Commissie legt het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's voor:

a)

uiterlijk 31 december 2010: een tussentijds verslag over de evaluatie van de bereikte resultaten en de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de omzetting van het programma,

b)

in het kader van de voorstellen voor de komende Financiële Vooruitzichten uiterlijk 31 december 2011: een mededeling betreffende de voortzetting van het programma en

c)

uiterlijk 31 december 2015 en met ondersteuning van externe deskundigen: een verslag over de evaluatie achteraf, teneinde het effect van de doelstellingen van het programma en zijn toegevoegde waarde op EU-niveau te meten.

4.     In het kader van de controle en evaluatie zorgt de Commissie ervoor dat een beoordeling plaatsvindt van de mate waarin maatregelen zijn genomen om personen met een handicap toegang te bieden tot de activiteiten en resultaten van het programma.

Artikel 20

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgend op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te ..., op ...

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

Voor de Raad

De Voorzitter


(1)  PB C [...], [...], blz. [...].

(2)  PB C 164 van 5.7.2005, blz. 48 .

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 6 september 2005.

(4)  PB L 303 van 2.12.2000, blz. 23.

(5)  PB L 17 van 19.11.2001, blz. 22.

(6)  PB L 10 van 12.1.2002, blz. 1.

(7)  PB L 170 van 29.6.2002, blz. 1.

(8)  PB L 157 van 30.4.2004, blz. 18. Rectificatie in PB L 195 van 2.6.2004, blz. 7.

(9)  PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22.

(10)  PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16.

(11)  PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37.

(12)  PB C 172 van 18.6.1999, blz. 1.

(13)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(14)  Mededeling van de Commissie inzake de socialebeleidsagenda COM(2005)0033.

(15)   PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

(16)   PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

(17)   PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.

P6_TA(2005)0321

Textiel- en kledingsector na 2005

Resolutie van het Europees Parlement over de textiel- en kledingsector na 2005 (2004/2265(INI))

Het Europees Parlement,

gezien de mededeling van de Commissie van 13 oktober 2004 getiteld „De textiel- en kledingsector na 2005 — Aanbevelingen van de Groep op hoog niveau voor de textiel- en kledingsector” COM(2004)0668,

gezien de mededeling van de Commissie over de toepassing van artikel 10 bis van Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad betreffende de bijzondere vrijwaringsclausule inzake textielproducten (1),

gezien de mededeling van de Commissie van 29 oktober 2003 over „De toekomst van de textiel- en kledingsector in de Europese Unie na de uitbreiding” (COM(2003)0649),

gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2002 getiteld „Het industriebeleid na de uitbreiding” (COM(2002)0714),

gezien de mededeling van de Commissie over een actieplan voor het concurrentievermogen van de Europese textiel- en kledingindustrie (COM(1997)0454 — C4-0626/1997),

gezien het verslag van de Commissie met als titel „De gevolgen van de interne markt voor de werkgelegenheid voor vrouwen in de textiel- en kledingindustrie” (2),

gezien de „Ontwerprichtsnoeren van de Commissie voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten” (COM(1997)0497),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 14 november 1996 over het effect van de internationale ontwikkelingen op de communautaire textiel- en kledingindustrie (3),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 10 april 1992 over een communautair initiatief voor de sterk van de textiel- en kledingsector afhankelijke regio's (RETEX) (4),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 11 oktober 1990 over de eventuele verlenging van het multivezelakkoord of de regeling na 1991 (5),

gelet op artikel 45 van zijn reglement,

gezien het verslag van de Commissie internationale handel en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie regionale ontwikkeling en de Commissie juridische zaken (A6-0193/2005),

A.

overwegende dat de textiel- en kledingsector van de Unie, die grotendeels uit kleine en middelgrote ondernemingen en zeer arbeidsintensief is, een belangrijke sector is met een veelbelovende toekomst, als de openstelling van de markten gepaard gaat met sociale en ecologische regels en met de waarborg dat deze regels worden nageleefd en er wordt geïnnoveerd,

B.

overwegende dat de sector door de definitieve afschaffing van importquota sinds 1 januari 2005, de spectaculaire toename van import, vooral uit China, heeft ondergaan, wat zowel binnen de Europese Unie als in de ontwikkelingslanden die als vaste leveranciers van de EU fungeren (Sri Lanka, Marokko...), tot een nooit eerder gezien verlies aan banen leidt,

C.

overwegende dat de opheffing van de quota in de textiel- en kledingsector schadelijke gevolgen kan hebben in de minst begunstigde regio's en mogelijkerwijs kan leiden tot een daling van het regionale BBP per hoofd, zodat passende maatregelen geboden zijn,

D.

overwegende dat inzake de handel met China het kernprobleem erin bestaat dat China helemaal geen vrije markt is en de meeste textielbedrijven er nog staatsbedrijven zijn, die renteloze leningen krijgen via staatsbanken, alsook stelselmatig exportsubsidies ontvangen en verdoken staatssteun zoals gratis levering van elektriciteit, hetgeen geen correcte marktwerking inhoudt,

E.

vaststellend dat de gelijktijdig toegepaste omvangrijke prijsdalingen voor bepaalde categorieën producten weliswaar ten goede komen aan de Europese consumenten, maar dat de inheemse textielindustrie door de combinatie van recordimporten en afbraakprijzen voor nauwelijks oplosbare problemen zou kunnen worden gesteld,

F.

overwegende dat de ondernemingen de uitdagingen in verband met de vrijmaking van de markt moeten aangaan, maar dat het tot de plicht van de overheden behoort om de voorwaarden vast te leggen die het concurrentievermogen van de ondernemingen bevorderen en die een doelmatige en algemene openstelling van de markten garanderen, onder voorwaarden van wederkerigheid,

G.

erkennend dat China in veel productcategorieën van de textiel- en kledingsindustrie een zeer sterke concurrentiepositie heeft en dat het zijn sterke punten (massaproductie, lage lonen) vaak in nauwe samenwerking met de Europese industrie heeft ontwikkeld,

H.

eraan herinnerend dat moet worden voorkomen dat de minst ontwikkelde landen de grootste verliezers zijn van deze liberalisering en dat de arbeidsomstandigheden en levensstandaard voor hun arbeiders verslechteren en overwegende dat in de armste landen tussen 70 en 80 procent van de werknemers in de kledingsector vrouwen zijn,

I.

eraan herinnerend dat de leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) bij de toetreding van China tot de WTO gemachtigd waren om tot einde 2008 specifieke vrijwaringsclausules in te voeren die de Chinese export kwantitatieve beperkingen zouden opleggen, meer bepaald ingeval de markt zou worden verstoord of er een „niet harmonieuze evolutie van de handel” zou gebeuren,

J.

overwegende dat 70 % van alle nagemaakte goederen die op de Europese markt terechtkomen, afkomstig zijn uit China en de helft van alle Europese douaneprocedures inzake namaak betrekking hebben op textiel- en kledingartikelen, waarbij jaarlijks bijna 5 miljoen illegaal nagemaakte kledingartikelen en accessoires door de douane in beslag worden genomen,

K.

gezien de sociale en economische kosten en de nadelige effecten voor creativiteit en innovatie van namaak en piraterij, in het bijzonder voor de Europese textielbedrijven die de jongste jaren zich meer en meer hebben geconcentreerd op producten met een hogere toegevoegde waarde en die op die manier hun creativiteit en innovatie aangetast zien, één van de laatste basistroeven van onze Europese textielsector,

L.

eraan herinnerend dat het, aan de vooravond van de 10de verjaardag van het proces van Barcelona, tijd is om tot de actie over te gaan en een nauwe relatie tot stand te brengen tussen de twee oevers van de Middellandse Zee, om de succesvolle strategieën voor een duurzame ontwikkeling en voor de activering van de nationale en regionale markten van deze regio uit te breiden en om te zorgen voor daadwerkelijke solidariteit in een geest van gezamenlijke ontwikkeling,

M.

overwegende dat de lidstaten uit eigen initiatief geen maatregelen mogen nemen omdat zij de exclusieve bevoegdheden inzake het handelsbeleid aan de Europese Unie hebben overgedragen,

N.

beschouwt de bilaterale overeenkomst tussen de EU en China als een kans om op eerlijke, transparante en toekomstgerichte wijze het hoofd te bieden aan de geweldige uitdagingen waarvoor wij ons gesteld zien,

O.

gelet op de ernstige sociale en menselijke problemen die de voorbije jaren, en in het bijzonder vanaf begin 2005, zijn ontstaan door de sluiting van talrijke ondernemingen en het verlies van banen in de textielsector, en gelet op de zeer onrustwekkende prognoses van de Europese kleding- en textielorganisatie (Euratex),

P.

overwegende dat het huidige beleid van de EU tot ondersteuning van de herstructurering over het algemeen succesrijk is geweest,

Q.

gelet op de noodzaak van overheidsoptreden tot voortzetting van de modernisering en omschakeling van de textielindustrie, en van innovatie, onderzoek, opleiding van de werknemers en de sociale begeleiding van veranderingen,

R.

overwegende dat de regio's van de Europese Unie die het ergst getroffen zijn door het verlies van banen in de textielsector vaak al zeer ernstig onder werkloosheid hebben te lijden of weinig rijkdommen bezitten en overwegende dat de destabilisatie van deze economische sector de territoriale ongelijkheden binnen de Unie alleen maar doet toenemen,

1.

geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de abnormaal sterke groei van de hoeveelheid textielartikelen die van buiten Europa, en in het bijzonder vanuit China, in de EU wordt geïmporteerd sinds het ATCakkoord (Agreement on Textiles and Clothing) van de WTO op 1 januari 2005 verstreken is en de importquota werden afgeschaft; is van oordeel dat dit feit, vooral ook in het licht van mogelijke nog verdere stijgingen, zeer verreikende gevolgen zal hebben voor de werkgelegenheid in de Europese textiel- en kledingsindustrie, een strategische sector met grote toekomstperspectieven, die gekenmerkt wordt door een hoge mate van regionale concentratie, die hoofdzakelijk bestaat uit kleine en micro-ondernemingen en waarvan de werknemers voor een groot deel vrouwen zijn;

2.

roept de Commissie op om alle landen van de WTO, met uitzondering van de zwakste ontwikkelingslanden, ertoe aan te moedigen om, in het kader van de onderhandelingen van het Doha-programma voor ontwikkeling, voor de grote producenten van textiel en kleding toegangsvoorwaarden tot de wederzijdse markten te verkrijgen die tegelijk rechtvaardig en vergelijkbaar zijn alsmede de erkenning van ethische, sociale en ecologische bepalingen;

3.

verzoekt de Commissie, in het WTO-kader, een studie over de gevolgen van de toenemende liberalisering van deze sector voor de economische, sociale en ruimtelijke samenhang — met name in de benadeelde en van deze sector sterk afhankelijke regio's — uit te voeren;

4.

nodigt de Commissie uit om de economische en politieke druk tegen derde landen op te voeren opdat deze landen de sociale en ecologische normen meer zouden toepassen;

5.

verzoekt de WTO om het wegruimen van niet-tarifaire handelsbelemmeringen te versnellen en de technische regels te harmoniseren door de tenuitvoerlegging van het beginsel van wederzijdse erkenning;

6.

verzoekt de Commissie haar toekomstig mandaat voor handelsonderhandelingen op te stellen in de zin van een organisatie van commerciële uitwisselingen die bijdraagt aan de verbetering van de arbeidsomstandigheden, de bescherming en verbetering van sociale rechten en een doeltreffende bescherming van het milieu;

7.

verzoekt de Commissie om politieke en economische druk uit te oefenen met het oog op een versoepeling van de wisselkoers van de Chinese munt die kunstmatig laag wordt gehouden, wat indruist tegen de geleidelijke liberalisering van de wereldhandel;

8.

verzoekt de Commissie om de procedures te vereenvoudigen zodat kleine en middelgrote ondernemingen gemakkelijker antidumpingmechanismen kunnen toepassen en dringt aan op een grotere transparantie van de antidumpingprocedure;

9.

verzoekt de Commissie de verordening inzake handelsbelemmeringen aan te wenden wanneer er oneerlijke praktijken worden vastgesteld, en te voorzien in een doeltreffend bewakingsinstrument dat zulke praktijken systematisch aan het licht brengt en dat de noodzakelijke tegenmaatregelen zeer snel in werking doet treden;

10.

benadrukt dat de mondiale handel, onder meer met China, door de Europese textielsector alleen dan veeleer als „uitdaging” dan als „gevaar” kan worden gezien, wanneer met gelijke wapens wordt gestreden en het handelsspel aan beide zijden correct wordt gespeeld, en dat dit tot op heden zeker niet het geval is;

11.

neemt nota van het „memorandum of understanding” dat op 10 juni 2005 tussen de Commissie en China werd overeengekomen over de beperking van de Chinese uitvoer van bepaald textiel; dringt er echter bij de Commissie en de Raad op aan de reikwijdte van de overeenkomst zonodig uit te breiden tot andere textielcategorieën en doorzichtigheid te waarborgen ten aanzien van de berekeningsgrondslag voor de uitvoerbeperking; dringt er op aan dat de vrijwaringsclausules worden aangewend ingeval van een adequate uitvoering van de overeenkomst;

12.

spoort de Commissie aan om waakzaam te blijven voor de eventuele gevolgen van vrijwaringsmaatregelen die door de Verenigde Staten worden getroffen met betrekking tot textiel en kleding, meer bepaald met betrekking tot de verovering door China van de textiel- en kledinghandel;

13.

verzoekt de Commissie en de lidstaten actief steun te verlenen aan onderzoek, innovatie en levenslang leren op de werkplek, met behulp van bijzondere maatregelen, in het kader van de fondsen van de Europese Unie, met het oog op een versterking van het concurrentievermogen van de Europese Unie in de textiel- en kledingsector en meer bepaald die van de kleine en middelgrote ondernemingen die sinds 1 januari 2005 onder de opheffing van de quota's gebukt gaan en om deze te helpen om de gevolgen van bedrijfsverplaatsingen te ondervangen;

14.

benadrukt dat naast het belang van de Europese producerende industrie ook de langetermijnbelangen van de Europese importeurs in rekening dienen te worden genomen;

15.

dringt bij de Commissie tevens aan op een betere bescherming van het intellectueel eigendom in overeenstemming met het TRIPS-akkoord (Trade Related Aspects of Intellectual Property Rights) van de WTO zo spoedig mogelijk in te voeren met het oog op een doeltreffende bestrijding van namaak en piraterij; verzoekt tevens dat zij een offensieve houding aanneemt om te garanderen dat het TRIPS-akkoord wordt nageleefd (artikel 25, lid 2) voor wat betreft de textielpatronen en -modellen op markten buiten de Gemeenschap en dat zij onmiddellijk strenge tegenmaatregelen neemt indien deze akkoorden niet worden nageleefd; meent in dat verband dat er doeltreffende maatregelen moeten worden getroffen tegen degenen die medeplichtig zijn aan namaak of piraterij;

16.

is in die zin van mening dat het nodig is om verder te gaan dan sensibiliserings- en informatiecampagnes van de ondernemingen binnen de Sino-Europese werkgroep, en dat de Commissie zich ervan dient te vergewissen dat China de sancties tegen degenen die zich met namaak en piraterij bezighouden, verzwaart;

17.

onderstreept het belang van een versterking van het beginsel van sociale verantwoordelijkheid van ondernemingen, van strikte naleving van de normen en afspraken van de Internationale Arbeidsorganisatie IAO en van de internationale overeenkomsten inzake het milieu en de mensenrechten die een duurzame ontwikkeling waarborgen door de opname van deze beginselen in de bilaterale en multilaterale handelsakkoorden van de EU;

18.

dringt er bij de Commissie op aan meer transparantie te bevorderen over alle productielocaties van textiel en kleding waarbij Europese bedrijven betrokken zijn, en over de arbeidsnormen die op die locaties worden toegepast;

19.

nodigt de Commissie uit om het institutioneel kader van de WTO en de bilaterale handelsakkoorden te benutten in een doeltreffende strijd tegen elke vorm van moderne slavernij, kinderarbeid en uitbuiting, en vooral de uitbuiting van vrouwen die in de textiel- en kledingsector in derde landen werken, opdat de fundamentele rechten van de werknemers worden gerespecteerd en de sociale dumping uit de weg wordt geruimd;

20.

dringt er bij China op aan om zich als lid van de WTO aan de overeengekomen arbeidsrichtlijnen en fundamentele milieuvoorschriften te houden en inbreuken daarop te bestraffen;

21.

verzoekt de Commissie om op internationaal vlak een ambitieus initiatief te lanceren voor een beter evenwicht in de bevoegdheden, de macht en de invloed van de verschillende internationale organisaties en vraagt om de verdragen inzake sociale rechten, mensenrechten en milieubescherming daadwerkelijk van kracht te laten worden;

22.

dringt erop aan dat de steun voor de aanpassing van de sector als een doelstelling van het EU-beleid wordt beschouwd, vooral in het structuurbeleid van de EU;

23.

is er zich van bewust dat de vrijwaringsclausules, waarvan de onmiddellijke toepassing wordt geëist, zoals voorzien in het kader van de WTO, van tijdelijke aard zijn, en nodigt derhalve de Commissie uit om een concreet overgangshulpplan uit te werken voor de herstructurering en omschakeling van de gehele textiel- en kledingsector om de toekomst van deze sector en zijn concurrentievermogen op de internationale markten veilig te stellen;

24.

beklemtoont opnieuw de noodzaak van een sectoriële overgangsbenadering van deze industrie op communautair niveau en vraagt de Commissie met aandrang daarmee rekening te houden, gezien het uitzonderlijke karakter en de urgentie van de uitdagingen waarvoor de sector zich geplaatst ziet; wijst er voorts op dat de dialoog tussen bedrijfsleiding en werknemers van groot belangrijk is bij de modernisering en de doorvoering van de veranderingen die nodig zijn om de sector concurrerend te maken;

25.

verzoekt de Commissie voor te stellen dat elke onderneming die producten naar de EU wil exporteren een verklaring aflegt dat zij de internationale sociale rechten en milieurechten zal naleven, en dat alle invoer in de EU van producten bij de fabricage waarvan deze regels zijn geschonden, wordt verboden, vooral als het gaat om producten die zijn gemaakt door gevangenen, kinderen of dwangarbeiders aan wie alle vakbondsrechten zijn ontzegd;

26.

beklemtoont het belang van de invoering van een verplichte etikettering van oorsprong voor producten van deze sector, zodat de consument de oorsprong van een product kan herkennen;

27.

nodigt de Commissie en de lidstaten uit om, ter bescherming van de Europese consumenten, strengere maatregelen te treffen ter bestrijding van de namaak van textiel- en kledingproducten;

28.

verzoekt daarom de Commissie om voor te stellen Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek (6) te wijzigen zodat er passende douanecontroles kunnen worden uitgevoerd om producten met valse opgave van oorsprong op te sporen;

29.

verzoekt de EU na 2006 in alle Europese textielregio's de Europese Structuurfondsen te handhaven die bedoeld zijn om steun te verlenen aan onderzoek, innovatie, beroepsopleiding en aan de kleine en middelgrote ondernemingen;

30.

dringt er bij de Commissie op aan om in de structuurfondsen eventueel aanwezige reserves te benutten voor onvoorziene lokale en sectoriële crises, voor het creëren van ondernemingen en voor steunverlening aan het MKB in de desbetreffende regio's om het scheppen van arbeidsplaatsen in andere sectoren te stimuleren;

31.

herhaalt haar standpunt dat de EG door middel van de vele mogelijkheden van de structuurfondsen alleen steun zou moeten toekennen aan bedrijven als deze nauwkeurig omschreven verplichtingen aangaan ten behoeve van de werkgelegenheid en de plaatselijke en regionale ontwikkeling, die passen in het concept en het beleid van de strategie van Lissabon;

32.

nodigt de Europese Commissie uit om een nieuwe studie uit te voeren alvorens tot acties te beslissen ter ondersteuning van de textielindustrie in de ontwikkelingslanden en in de minst ontwikkelde landen waar de textielexport van vitaal belang is, opdat zij hun productie kunnen verbeteren en hun nationale en regionale markt kunnen activeren;

33.

dringt erop aan om in de minst ontwikkelde landen de nodige infrastructuur op te zetten ter verbetering van hun concurrentievermogen op de internationale markten in de textielsector en ter aanmoediging van de regionale samenwerking;

34.

is zich ervan bewust dat de liberalisering een verschillende invloed heeft op mannen en vrouwen en dat de eventuele instorting van de kledingindustrie in tal van arme landen na afschaffing van de quota's de positie van de vrouw in deze landen erg kan verzwakken;

35.

herinnert eraan dat in het kader van het SAP het behoud van de productie en exportcapaciteit van de zwakste landen ook het behoud van preferentiële regelingen in hun voordeel impliceert, conform de voornoemde resolutie van het Parlement, die voorziet in graduatiemechanismen, door intrekking van de tariefvoordelen toegekend aan producten die afkomstig zijn uit een begunstigd land dat in een bepaalde sector een groot concurrentievermogen heeft bereikt, om vooral de zwakste landen van de mondiale textiel- en kledinghandel te bevoordelen;

36.

ondersteunt het euro-mediterrane partnerschap, dat de samenwerking en het concurrentievermogen in de sector bevordert door een voluntaristisch beleid van steun aan de opleiding, O&O, technologische innovatie, verspreiding van goede praktijken en uitwisseling van informatie over de markten; beveelt de oprichting aan van een euro-mediterraan netwerk van scholen, opleidingsinstituten en gespecialiseerde technische centra voor de textiel- en kledingbranche, ter bevordering van technische partnerschappen, opleiding en gemeenschappelijke onderzoekprogramma's;

37.

verzoekt de Commissie de vereenvoudiging en versoepeling van de preferentiële regels van oorsprong aandachtig te bestuderen volgens de criteria die in haar mededeling van 16 maart 2005 over de oorsprongsregels in de preferentiële handelsregelingen (COM(2005)0100) zijn voorzien, evenals de noodzaak om doelmatiger controle uit te oefenen op hun toepassing om aldus het misbruik van preferentiële regelingen te voorkomen en wenst dat de nieuwe reglementering de naleving van deze regels en de verbintenissen ten opzichte van de Euromediterrane zone garandeert; verzoekt om de onmiddellijke opstelling van een effectenrapport over de vereenvoudigde preferentiële regels van oorsprong voor de textiel- en kledingsector in de EU en in de minst ontwikkelde landen;

38.

verzoekt de Commissie om snelle initiatieven en een onmiddellijke verbintenis voor de schepping van een geconsolideerde markt in het kader van Euromediterrane associatieverdragen en de snelle sluiting en doelmatige uitvoering van bilaterale verdragen tussen de mediterrane landen om het vrije verkeer van goederen in de gehele Euromediterrane zone te vergemakkelijken; adviseert de inrichting van een gemeenschappelijk douanekader voor deze zone;

39.

wijst erop dat de gebrekkige toegang tot financiering en de onaangepastheid van sommige financiële instrumenten nog steeds een belangrijke belemmering vormen voor de kleine en middelgrote ondernemingen van deze sector en voor die in vele andere economische sectoren in de Unie; dringt er bij de Commissie op aan om te bestuderen welke maatregelen er in dit verband zouden moeten worden genomen en welke prikkels er zouden kunnen worden verstrekt om een deel van de productieketen te behouden in de landen van de Euro-mediterrane zone, de nieuwe lidstaten, de landen die opgenomen zijn in het nabuurschapsbeleid en die waarmee de Unie een partnerschapsovereenkomst heeft gesloten;

40.

wenst dat de besprekingen tussen de lidstaten resulteren in het anticiperen op de toepassing van de oorsprongscumulatie voor alle kwetsbare landen en de landen ten zuiden van de Middellandse Zee;

41.

steunt de instandhouding van een Euromed-productieruimte die zowel ten zuiden als ten noorden van de Middellandse Zee de mogelijkheid biedt om het op te nemen tegen regionale Amerikaanse en Aziatische handelsblokken en die de industriële productie en werkgelegenheid veilig kan stellen; meent dat daartoe specifieke Europese kredieten moeten worden verstrekt ter begeleiding van onderzoeks-, innovatie- en samenwerkingsprogramma's;

42.

verzoekt de Commissie zorgvuldig de gevolgen te bestuderen van haar voorstellen voor een nieuw beleid inzake chemische stoffen (REACH) op de textiel- en kledingindustrie en met name op het concurrentievermogen van de sector en met name op de kleine en middelgrote ondernemingen en haar voorstellen voor het nieuwe beleid ten aanzien van chemische stoffen zodanig te wijzigen dat ingevoerde producten niet bevoordeeld worden boven in de EU vervaardigde producten;

43.

dringt er bij de Commissie op aan om alle parameters in verband met REACH te bestuderen, meer bepaald de implicaties inzake kostenstijging, innovatiecapaciteit en effecten op de concurrentieverhouding tussen producten die in de Europese Unie worden vervaardigd en producten die vanuit derde landen worden ingevoerd, en die het onderwerp dienen uit te maken van een nauwgezet effectenrapport dat rekening moet houden met de gevolgen voor de kleine en middelgrote ondernemingen;

44.

verzoekt de Commissie instrumenten te onderzoeken voor steun aan de mediterrane kledingindustrie en deze van maatregelen te laten profiteren ter versterking van de Euromediterrane productiezone in de textiel- en kledingsector;

45.

verzoekt om het opstellen van een Europees textielplan dat zowel specifieke budgetten vastlegt voor onderzoek, innovatie, opleiding en steun aan de kleine en middelgrote ondernemingen als voor de omschakeling van vestigingen en omscholing van werknemers; meent dat het voor de opstelling en follow-up van dit plan noodzakelijk is om de Europese sociale dialoog en het overleg met de sociale partners te bevorderen;

46.

acht het noodzakelijk maatregelen te nemen ter ondersteuning van de technologische innovatie en verwelkomt de oprichting van een Europees technologieplatform voor textiel en kleding, dat een algemene strategie op lange termijn voor de sector zal ontwikkelen, waarin innovatie en verbetering van de concurrentiepositie op de wereldmarkt een grote rol zullen spelen en de inspanningen op het gebied van onderzoek zullen worden gestimuleerd en gecoördineerd;

47.

is bijzonder ingenomen met het verslag van de Groep op hoog niveau voor de textiel- en kledingsector van de Unie van 30 juni 2004 (7) over de Uitdaging voor 2005 — de Europese textiel- en kledingsector in een kwotavrije omgeving („The Challenge of 2005 — European textiles and clothing in a quota free environment”), zowel vanwege de inhoud van de aanbevelingen, als vanwege de realistische analyse die erin wordt gegeven van de situatie waarin de sector zich bevindt en de strategie die erin wordt voorgesteld;

48.

verzoekt de Commissie om ervoor te zorgen dat in het zevende kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling meer aandacht wordt besteed aan het middelgroot en klein bedrijf en wordt voorzien in maatregelen om het probleem van de overdracht van O&O naar bedrijven te helpen op te lossen; verlangt bovendien dat er gunstige voorwaarden worden geschapen om ervoor te zorgen dat onderzoek en ontwikkeling een constante praktijk worden in de activiteiten van de betrokken ondernemingen, ongeacht hun omvang;

49.

verzoekt de Commissie en de lidstaten om stimulerende maatregelen te treffen en specifieke steunprogramma's uit te voeren om het middelgroot en klein bedrijf in de textiel- en kledingsindustrie aan te moedigen tot investeringen in rechtstreekse O&O-activiteiten en niet-technologische vernieuwing; benadrukt het belang van investeringen in het niet-technologisch onderzoek en verlangt dat de Commissie overgaat tot een herziening van de wetgeving inzake de staatssubsidies, waarbij dit soort investeringen gelijk wordt gesteld aan O&O-investeringen;

50.

dringt er bij de regionale en nationale autoriteiten op aan dat zij in nauwe samenwerking met de economische en sociale actoren lokale strategische plannen opstellen in de gebieden waar de textielindustrie van buitengewoon belang is;

51.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  PB C 101 van 27.4.2005, blz. 2.

(2)  Bijlage 2/91 bij Sociaal Europa.

(3)  PB C 362 van 2.12.1996, blz. 248.

(4)  PB C 125 van 18.5.1992, blz. 276.

(5)  PB C 284 van 12.11.1990, blz. 147.

(6)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(7)  De volledige tekst in het verslag van de Groep op hoog niveau is beschikbaar op de website: http://europa.eu.int/comm/enterprise/textile/documents/hlg_report_30_06_04.pdf.

P6_TA(2005)0322

Televisie zonder grenzen

Resolutie van het Europees Parlement over de toepassing van artikelen 4 en 5 van Richtlijn 89/552/EEG „Televisie zonder grenzen”, zoals gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG, voor de periode 2001-2002 (2004/2236(INI))

Het Europees Parlement,

gelet op Richtlijn nr. 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisieomroepactiviteiten (1), zoals gewijzigd bij Richtlijn nr. 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 (tezamen „de richtlijn”) (2),

gezien de resultaten van het door de Commissie georganiseerde publiek overleg over de toepassing van artikelen 4 en 5 van de richtlijn,

gelet op de Europese Conventie inzake grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa van 1989,

gelet op de resolutie van de Raad van Europa over culturele verscheidenheid en pluriformiteit in de media in tijden van globalisering, goedgekeurd door de 7de Europese Ministersconferentie over massamediabeleid in Kiev (Oekraïne), 10-11 maart 2005,

gezien de mededeling van de Commissie over de toekomst van het Europese audiovisuele regelgevingsbeleid (COM(2003)0784),

gezien de mededeling van de Commissie over de beginselen en richtsnoeren voor het audiovisuele beleid van de Gemeenschap in het digitale tijdperk (COM(1999)0657),

gelet op artikelen 151 en 157 van het EG-Verdrag, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Protocol, betreffende het publieke-omroepstelsel in de lidstaten gehecht aan het EG-Verdrag,

onder verwijzing naar zijn resolutie van 4 september 2003 over „Televisie zonder grenzen” (3),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 4 oktober 2001 over het derde verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité over de toepassing van Richtlijn 89/552/EEG „Televisie zonder grenzen” (4),

onder verwijzing naar zijn standpunt van 2 juli 2002 over de mededeling van de Commissie over bepaalde juridische aspecten in verband met cinematografische en andere audiovisuele werken (5),

onder verwijzing naar zijn standpunt van 12 februari 2004 met het oog op de aanneming van de beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit 2000/821/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende de tenuitvoerlegging van een programma ter bevordering van de ontwikkeling, de distributie en de promotie van Europese audiovisuele werken (6),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 september 2002 houdende een verzoek tot ontwikkeling van een EU-actieplan voor de succesvolle introductie van digitale televisie in Europa (7),

gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs (A6-0202/2005),

A.

overwegende dat de strategie van Lissabon het innoverend vermogen van de Europese industrie wil versterken en van de EU de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld wil maken,

B.

overwegende dat de audiovisuele sector wordt gekenmerkt door zowel technologische innovatie als maatschappelijke, economische en culturele impact,

C.

overwegende dat het opkomen voor de specificiteit van cultuurgoed, waaronder audiovisueel cultuurgoed, voor de Unie in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) prioriteit geniet; betreurend dat de Commissie deze lijn niet heeft gevolgd door voor te stellen om de audiovisuele sector te integreren in het toepassingsgebied van haar voorstel voor een richtlijn betreffende diensten in de interne markt,

D.

overwegende dat het circuleren van Europese werken en werken van onafhankelijke producenten essentieel is voor de bevordering van de culturele verscheidenheid, vrijheid van meningsuiting en pluriformiteit,

E.

overwegende dat de richtlijn ontstaan in de context van de interne markt, meer rekening moet houden met de aspiraties voor een communautaire rechtsruimte, burgerschap en een politieke unie,

F.

voorts overwegende dat de richtlijn verouderd is in het licht van de snelle ontwikkeling van de nieuwe technologieën die op korte termijn zal leiden tot een onbeperkt aanbod in het kader van het nieuwe Europese audiovisuele landschap en de noodzaak de aldaar vastgelegde regelgeving aan de technologische ontwikkelingen aan te passen,

G.

overwegende dat de toepassing ervan afhangt van de lidstaten en de nationale bevoegde instanties, maar dat de Commissie een essentiële evaluerende en toezichthoudende rol speelt, waarbij het Europees Parlement, de nationale parlementen, de nationale omroepautoriteiten en de publieke opinie noodzakelijkerwijs moeten worden betrokken,

H.

overwegende dat de richtlijn als flexibel kader de toepassing mogelijk heeft gemaakt van regelgeving door de lidstaten en zelfregulering door de audiovisuele industrie en een belangrijke rol speelt als richtlijn die een minimumkader heeft gecreëerd,

I.

helaas constaterend dat sommige bepalingen van de richtlijn (quota's, reclame, ...) onvoldoende worden toegepast en geëerbiedigd als gevolg van het ontbreken van adequate controle in een aantal lidstaten,

J.

overwegende dat toename en diversifiëring van het aanbod gepaard moet gaan met de mogelijkheid voor allen om hiertoe toegang te hebben,

Toepassing van de artikelen 4 en 5 van de richtlijn

1.

constateert dat de hogerop aangehaalde mededeling van de Commissie over de toekomst van het Europese audiovisuele regelgevingsbeleid positieve resultaten benadrukt en dat de indicatoren, behoudens enkele uitzonderingen, duiden op een grote toename van de programmering van Europese films; neemt kennis van het feit dat de quota's voor uitzending van Europese films en onafhankelijke producenten over het algemeen zijn nageleefd; constateert dat de Commissie van mening is dat de doelstellingen van de richtlijn zijn bereikt; spoort de lidstaten evenwel aan om zich meer inspanningen te getroosten bij het uitzenden van Europese en onafhankelijke programma's;

2.

betreurt dat gedurende de in het zesde verslag van de Commissie over de implementatie van de artikelen 4 en 5 (COM(2004)0524) geanalyseerde referentieperiode het aandeel van onafhankelijke producties in vier jaar met 3,48 procent is gedaald (blz. 7 van het verslag);

3.

constateert dat belangrijke verschillen bij de toepassings- en interpretatiemethoden van de bepalingen van de richtlijn het onmogelijk maken om een getrouw beeld te krijgen van de situatie, zoals blijkt uit de conclusies van de onafhankelijke audits; beveelt de Commissie aan om een uniform ijkpunt vast te stellen en door te geven aan de lidstaten ten einde vergelijkbare resultaten te verkrijgen; onderstreept dat spoed geboden is bij het analyseren van de resultaten van de nieuwe lidstaten; stelt voor dat dit uniform ijkpunt ook gegevens omvat over diensten voor hulp aan gehandicapten;

4.

benadrukt dat een meer consistente indicator om te meten in hoeverre men zich houdt aan artikel 5 zou zijn, het hanteren als basis van de 10 %-quota uitgedrukt in waarde (en niet per uur), waardoor de geconstateerde verschillen tussen de lidstaten ten aanzien van de in aanmerking komende tijd, kunnen worden weggewerkt;

5.

betreurt dat een aantal lidstaten nog steeds niet alle relevante gegevens hebben verstrekt, met name omtrent de satelliet- en/of kabeltelevisiezenders, die in de nationale rapportage vaak ontbreken; is van mening dat het aan de Commissie is om erop toe te zien dat de lidstaten hun verplichtingen nakomen en dat haar verslag zich niet mag beperken tot de constatering dat de verplichting tot kennisgeving geldt voor alle tv-programma's die onder de bevoegdheid van een lidstaat vallen; verzoekt de Commissie en de bevoegde nationale instanties om duidelijke sancties op te leggen in geval van aanhoudende nalatigheid bij het nakomen van de verplichtingen om aan de desbetreffende bepalingen te voldoen of om informatie toe te zenden;

6.

betreurt dat in sommige lidstaten de toepassing van quota's wordt berekend per omroep en niet per zender, hetgeen een schending betekent van de beginselen van de richtlijn; onderstreept dat deze omzeiling buitengewoon ernstig is in lidstaten waar een hoge mate van concentratie in de omroep bestaat;

7.

wenst dat de aan de lidstaten gelaten vrijheid om artikel 4 toe te passen, op zijn minst wordt gecompenseerd door de mededeling van openbare, nauwkeurige en transparante indicatoren;

8.

is van mening dat de interpretatieverschillen die er tussen de lidstaten bestaan ten aanzien van de begrippen „Europees werk” en „onafhankelijke producent” voorkomen kunnen worden, indien de Commissie in het kader van de herziening van de richtlijn een nauwkeurigere definitie van de begrippen „Europees werk”, „onafhankelijke producent” en „gespecialiseerde zenders” geeft; is voorts van mening dat dit zou bijdragen tot meer rechtszekerheid bij de toepassing van de richtlijn;

9.

constateert dat Europese filmquota's grotendeels worden gevuld met nationale films en ondersteunt vrijwillige initiatieven voor bijkomende quota's voor niet-nationale Europese werken;

10.

onderstreept het belang van ondersteuning van het MEDIA-programma, doel van het maken van programma's en reden voor het in stand houden en het handhaven van de steun aan onafhankelijke producenten, zowel kleine als middelgrote ondernemingen;

11.

onderstreept het belang van versterking van dit programma als essentieel instrument voor het Europese audiovisueel beleid voor beroepsopleiding en de steun bij de distributie, verspreiding en circulatie van cinematografische werken; spoort de lidstaten aan om hun onderwijsstelsels open te stellen voor kennis van het Europees cinematografisch erfgoed, talen, culturen, smaken, geschiedenis en ervaringen van de volkeren van de Unie;

12.

wijst op het belang van Europese coproducties en gemeenschappelijke marketingstrategieën voor het in omloop brengen van Europese films; constateert dat de Europese audiovisuele ruimte beter wordt benut door de producenten van de Verenigde Staten dan door de Europese producenten zelf die nochtans het meest productief zijn waar het gaat om documentaires en fictie, bij ontstentenis van een geïntegreerde geglobaliseerde Europese industrie; is van mening dat het gebrek aan evenwicht in de circulatie van audiovisuele werken een risico in zich bergt voor de culturele verscheidenheid;

13.

is van mening dat, wil de Europese audiovisuele industrie kunnen concurreren met die van de Verenigde Staten, de Europese inspanningen veel meer op promoten gericht moeten zijn;

14.

vestigt de aandacht van de Commissie op het feit dat het bij een offensief van de producenten op de Europese markten noodzakelijk is meer steun uit te trekken voor het aan Europa eigen karakter van de inhoud en deze hulp verder uit te bouwen door een link te leggen met de financiële middelen;

15.

onderstreept dat het van belang is dat kanalen met een pan-Europese dimensie, zoals ARTE en EURONEWS of andere soortgelijke initiatieven, voor een zo groot mogelijk aantal Europese burgers en in zoveel mogelijk talen toegankelijk zijn; verzoekt de Commissie en de lidstaten om informatie over en uitzending van Europese culturele manifestaties op Europees niveau te ondersteunen, eveneens op een voor gehandicapten toegankelijk formaat (d.w.z. met audiodescriptie, ondertiteling en gebarentaal);

16.

onderstreept dat het van prioritair belang is kwalitatieve analysemethodes vast te stellen voor wat betreft de culturele inhoud van de Europese audiovisuele productie en wijst op het belang van het O&TOkaderprogramma;

Herziening van de richtlijn

17.

wenst te onderstrepen dat de audiovisuele sector bijdraagt tot technologische innovatie, economische groei en het scheppen van werkgelegenheid; is van mening dat die sector ook een belangrijk instrument is voor het functioneren van de interne markt; is voorts van oordeel dat deze sector van cruciaal belang is voor het functioneren van de democratie, vooropgesteld dat verscheidenheid aan inbreng en meningen, pluriformiteit en culturele verscheidenheid prevaleren; is van mening dat juist om deze democratische waarden van de burgers in stand te houden, alsook de vrijheid van meningsuiting, het nodig is de bescherming van het recht op onschendbaarheid van het beeld te regelen;

18.

voert aan dat het Europees audiovisueel model gebaseerd moet zijn op evenwicht tussen een krachtige onafhankelijke pluriforme omroep en een dynamische, evenzeer pluriforme commerciële sector, die allebei goed zijn voor directe en indirecte arbeidsplaatsen; is van mening dat de duurzaamheid van dit model onmisbaar is voor de vitaliteit en de kwaliteit van het creëren en een wetgevend kader behoeft om eerbiediging van de rechten van de Europeanen te garanderen;

19.

benadrukt dat de openbare en universele toegang tot kwalitatief hoogstaande en gediversifieerde inhoud steeds belangrijker wordt in deze context van technologische veranderingen en toenemende concentratie in een steeds competitievere en globalere omgeving; is van mening dat de openbare omroepen essentieel zijn voor de democratische meningsvorming en het voortbestaan en het kennis kunnen nemen van de culturele verscheidenheid en dat zij gelijke kansen moeten hebben voor prioritaire toegang tot de markt, met inbegrip van de nieuwe diensten;

20.

is van mening dat herziening van de richtlijn nodig is om in te kunnen spelen op de structurele veranderingen; is van oordeel dat deze herziening de grondbeginselen van de bestaande richtlijn — vrije circulatie van Europese uitzendingen, vrije toegang tot uitzonderlijke gebeurtenissen, promotie van Europese werken en recente onafhankelijke producties, bescherming van minderjarigen en de openbare orde, bescherming van de consument, het recht op antwoord — niet ter discussie mag stellen, maar deze moet aanpassen aan de nieuwe uitdagingen zonder de noodzaak van kwaliteit en economische vitaliteit van de sector uit het oog te verliezen;

21.

is van oordeel dat moet worden voorzien in een clausule ter vrijwaring van de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van cultuur en media;

22.

is van oordeel dat de herziening van de richtlijn de ontwikkeling van nieuwe technologieën en nieuwe diensten moet garanderen, ter bevordering van de economische groei in Europa, conform de strategie van Lissabon;

23.

constateert dat de Commissie zich al enkele jaren publiek laat informeren over een nieuwe eind 2005 uit te brengen richtlijn; is ervan op de hoogte dat het Britse voorzitterschap van de Raad in Liverpool een conferentie zal houden over de herziening van de richtlijn; wenst dat het Europees Parlement volledig bij alle fases van de werkzaamheden wordt betrokken;

24.

vreest dat bij het debat en het overleg over een zo belangrijk onderwerp economische overwegingen en intergouvernementele transacties voorrang zullen krijgen; is zich evenwel bewust van het feit dat de markt alleen de problemen niet kan oplossen en dat de instellingen het oor te luisteren moeten leggen bij de bezorgdheid van de Europeanen met betrekking tot de culturele inhoud van de televisie;

25.

verzoekt de Commissie erop toe te zien dat onafhankelijke producenten hun productierechten kunnen behouden en hun intellectuele-eigendomsrechten beter kunnen beschermen, zodat zij gemakkelijker particuliere investeringen kunnen aantrekken;

26.

is verontrust over de druk die wordt uitgeoefend om de regelgeving voor de sector te verlichten en herinnert eraan dat de richtlijn minimale regels vastlegt die een kwalitatieve achteruitgang van de programma's niet hebben weten te verhinderen;

27.

wijst op de rol van de reclame bij het financieren van bepaalde algemene televisie- programma's en de impact ervan op de programmering; constateert niettemin dat toepassing van de artikelen over controle op de reclametijd in sommige landen blijft stuiten op tekortkomingen die zo ernstig zijn dat een strikte scheiding tussen reclame en programmainhoud nog maar moeilijk kan worden gegarandeerd, hetgeen ten koste gaat van de culturele integriteit van de programma's;

28.

beklemtoont de noodzaak de regels inzake reclame en de inhoud ervan duidelijk te omschrijven, met name wat betreft de reclame voor alcohol, die bijzonder schadelijk is voor kinderen en kwetsbare personen; wijst er nogmaals op dat de bescherming van minderjarigen een prioritaire doelstelling van het audiovisuele beleid moet zijn en een grondbeginsel dat dient te worden uitgebreid tot alle audiovisuele diensten die ter beschikking van het publiek worden gesteld;

29.

dringt derhalve aan op handhaving van de regels voor beperking van de mogelijkheden van reclameonderbrekingen in audiovisuele werken;

30.

onderstreept dat de herziening van de richtlijn het mogelijk moet maken om de juridische verplichtingen hard te maken, alsook een krachtige politieke bereidheid tot stringente scheiding van enerzijds informatieve en artistieke inhoud en anderzijds reclame;

31.

wenst dat de herziene richtlijn de lidstaten en hun bevoegde organen doeltreffender mechanismen oplegt voor de controle op de naleving van de regelgeving en de toepassing van sancties, met name op het gebied van quota en reclame;

32.

constateert dat digitalisering en interactiviteit kansen zijn voor de industrie en de consument, maar dat grotere keuze niet noodzakelijkerwijs meer kwaliteit betekent en ook niet een grotere hoeveelheid Europese werken; constateert dat het risico bestaat van een ontwikkeling met twee snelheden op audiovisueel terrein;

33.

wijst erop dat nieuwe vormen van televisie ontstaan zijn, zoals televisie via ADSL-netwerken, televisie op Internet en televisie op mobiele telefoons; is van oordeel dat om een verstoring van de concurrentie tussen de diverse, momenteel beschikbare vormen van televisie te voorkomen, de toepasbaarheid van de richtlijn op deze nieuwe vormen van televisie in het kader van deze herziening dient te worden verduidelijkt;

34.

is van oordeel dat de uitbreiding van het toepassingsveld van de richtlijn versterking van het Europees model niet mag verhinderen, dat gebaseerd is op vrije circulatie, kwaliteit, openbare diensten, algemeen belang en eerbiediging van de Europese waarden;

35.

is van oordeel dat de Europese wetgeving zo weinig mogelijk afhankelijk mag zijn van de audiovisuele technologieën; wenst dat in die wetgeving duidelijk wordt gesteld dat de openbare dienstverleners alle nieuwe technologieën en alle mediavormen, zoals Internet en de WAP-diensten, mogen gebruiken, met inachtneming van de regels van de interne markt;

36.

verwelkomt, gezien de technologische ontwikkelingen zoals toenemende convergentie en digitalisering, de aankondiging van de Commissie in haar voorstel tot herziening van de televisierichtlijn een uitbreiding van de werkingssfeer van de richtlijn te zullen voorstellen, teneinde alle diensten te bestrijken, op grond van een gemoduleerde regelgeving;

37.

is van mening dat bij uitbreiding van haar toepassingsveld tot nieuwe diensten de richtlijn er in moet voorzien dat deze diensten zich ook houden aan de principes voor bevordering van Europese werken en onafhankelijke Europese producties; verzoekt de Commissie, in de wetenschap dat de in artikel 4 en 5 genoemde instrumenten voor de traditionele diensten niet zijn aangepast aan de nieuwe diensten, te zorgen voor verplichting tot investering (productie of aankoop), aanbod van Europese inhoud en toegang tot dit aanbod;

38.

is van oordeel dat om de culturele diversiteit te waarborgen, moet worden voorzien in maatregelen ter bevordering van Europese werken voor nieuwe diensten, zoals video op verzoek;

39.

hamert op de dringende noodzaak, gezien de digitale techniek, fundamentele wijzigingen aan te brengen in de tot nog toe in de communautaire wetgeving gevolgde benadering, waarbij een onderscheid werd gemaakt tussen inhoud en „infrastructuur”;

40.

beklemtoont de noodzaak van enerzijds een versterking van de controle op de extracommunautaire zenders die uit hoofde van artikel 2 van de richtlijn onder de bevoegdheid van een lidstaat vallen en programma's uitzenden waarin wordt aangezet tot religieuze of rassenhaat, en anderzijds een verbetering van de coördinatie tussen lidstaten op dit gebied;

41.

bepleit bijzondere aandacht voor de toegang tot programma's van auditief en visueel gehandicapten; stelt voor dat de lidstaten de Commissie elk jaar informatie verschaffen over het percentage van het totale programma-aanbod van de publieke zowel als de commerciële zender waarbij diensten worden verleend ten behoeve van gehandicapten (i.e. ondertitels, audiodescriptie en gebarentaal), en nationale actieplannen ontwikkelen om de beschikbaarheid van dergelijke diensten te vergroten en de toegankelijkheid ervan in de televisie-uitrusting te vergemakkelijken;

42.

verzoekt de Raad en de Commissie om binnen het kader van de informatiemaatschappij alfabetiseringsprogramma's inzake de media op te zetten en te implementeren zodat een actief en bewust burgerschap in Europa kan worden bevorderd;

43.

hamert op het belang van de werkgroep waarin de nationale omroeporganisaties verenigd zijn, en wenst dat het Parlement hierbij als waarnemer wordt betrokken;

44.

stelt voor een Europees audiovisueel en mediajaar te organiseren met inschakeling van de instellingen, de politieke partijen, de civil society en de audiovisuele sector om een „Europees pact voor innovatie” op te stellen dat garanties biedt voor een goed evenwicht tussen competitiviteit, kwaliteit, cultuur en pluriformiteit;

Pluriformiteit en concentratie

45.

is verontrust over de neiging tot — horizontale en verticale — concentratie in de media in bepaalde lidstaten, met name in de nieuwe lidstaten, die een bedreiging vormt voor de democratie en de culturele verscheidenheid, en de neiging versterkt tot extreme commercialisering van de audiovisuele media, alsook hegemonie van bepaalde nationale producties tegenover die van kleinere taalgebieden met een zwakkere productie;

46.

beklemtoont dat om het pluralisme en de diversiteit van de programmadistributie te waarborgen bij de uitwerking van communautaire of nationale regelgeving inzake de omschakeling naar digitaal erop moet worden toegezien dat de nieuwe digitale-omroepdiensten niet grotendeels worden beheerst door of in ruime mate onder de zeggenschap vallen van grote multinationale mediagroepen die over aanzienlijk kapitaal beschikken, met name de groepen waarvan de belangen buiten de Europese Unie liggen;

47.

onderstreept dat concurrentie en concurrentiewetgeving niet voldoende zijn voor eerbiediging van pluriformiteit in de media; is van oordeel dat deze pluriformiteit gebaseerd is op het eerbiedigen en promoten van de verscheidenheid van standpunten in alle media door erkenning van de onafhankelijkheid van de omroep, zowel in de openbare sector als in de commerciële sector, en door gezag en onafhankelijkheid van de regulerende autoriteiten;

48.

is verontrust over reclameconcentratiepatronen in sommige lidstaten;

49.

onderstreept dat verbrokkeling van de Europese audiovisuele markten in nationale markten niet de risico's beperkt van concentratie van media op Europees niveau en dat schending van de vrijheid van meningsuiting en eerbiediging van de pluriformiteit en de verscheidenheid als gevolg van concentratie van de media in een lidstaat tevens een risicofactor is voor de institutionele en democratische orde van de Gemeenschap;

50.

verzoekt zowel de oude als de nieuwe lidstaten — waar de sector zich snel ontwikkelt — om zich te buigen over de nationale antitrustregels inzake media-eigendom en deze zonodig versterken, en de onafhankelijkheid van de regulerende instanties te eerbiedigen; is van mening dat de rol van de Commissie bij toezicht, uitwisseling van informatie en vergelijking van de wetgevingen moet worden versterkt; herinnert de Commissie aan zijn verzoek een groenboek uit te brengen over de mate van concentratie in de media in Europa ten einde een ruim debat over deze kwestie op gang te brengen, en aan zijn wens om in het kader van de herziening van de richtlijn of van een nieuwe richtlijn te voorzien in diversificatie van eigendom van en controle op communicatiemedia;

51.

wijst erop dat culturele diversiteit, vrijheid en pluralisme van de media nog steeds de voornaamste kenmerken zijn van het Europese audiovisuele model, en dat deze drie waarden essentiële voorwaarden zijn voor culturele uitwisselingen en democratie; is bijgevolg van mening dat de aangepaste richtlijn bepalingen dient te bevatten om de vrijheid van meningsuiting en het pluralisme van de media te waarborgen en te beschermen;

*

* *

52.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  PB L 298 van 17.10.1989, blz. 23.

(2)  PB L 202 van 30.7.1997, blz. 60.

(3)  PB C 76 E van 25.3.2004, blz. 453.

(4)  PB C 87 E van 11.4.2002, blz. 221.

(5)  PB C 271 E van 12.11.2003, blz. 176.

(6)  PB C 97 E van 22.4.2004, blz. 603.

(7)  PB C 273 E van 14.11.2003, blz. 311.


Top