This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document C2006/036/51
Case C-441/05: Reference for a preliminary ruling from the Cour administrative d'appel de Douai by judgment of that court of 1 December 2005 in Roquette Frères v Ministre de l'Agriculture, de l'Alimentation, de la Pêche et de la Ruralité
Zaak C-441/05: Verzoek van de Cour administrative d'appel de Douai van 1 december 2005 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen Roquette Frères en Ministre de l'Agriculture, de l'Alimentation, de la Pêche en de la Ruralité
Zaak C-441/05: Verzoek van de Cour administrative d'appel de Douai van 1 december 2005 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen Roquette Frères en Ministre de l'Agriculture, de l'Alimentation, de la Pêche en de la Ruralité
PB C 36 van 11.2.2006, p. 25–25
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
|
11.2.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 36/25 |
Verzoek van de Cour administrative d'appel de Douai van 1 december 2005 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen Roquette Frères en Ministre de l'Agriculture, de l'Alimentation, de la Pêche en de la Ruralité
(Zaak C-441/05)
(2006/C 36/51)
Procestaal: Frans
De Cour administrative d'appel de Douai heeft bij beschikking van 1 december 2005, ingekomen ter griffie van het Hof van Justitie op 12 december 2005, in het geding tussen Roquette Frères en Ministre de l'Agriculture, de l'Alimentation, de la Pêche en de la Ruralité, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vragen:
|
1) |
Kon Roquette Frères zonder twijfel voor [het Hof van Justitie] rechtstreeks de geldigheid betwisten van artikel 24, lid 2, van verordening nr. 1785/81 (1), artikel 27, lid 3, van verordening nr. 2038/1999 (2), artikel 1 van verordening nr. 2073/2000 (3), artikel 11, lid 2, van verordening nr. 1260/2001 (4), artikel 1 van verordening nr. 1745/2002 (5) en artikel 1 van verordening nr. 1739/2003 (6)? |
|
2) |
In de veronderstelling dat Roquette Frères de exceptie van onwettigheid van voormelde bepalingen kan inroepen, zijn dan artikel 24, lid 2, van verordening nr. 1785/81, artikel 27, lid 3, van verordening nr. 2038/1999, artikel 1 van verordening nr. 2073/2000, artikel 11, lid 2, van verordening nr. 1260/2001, artikel 1 van verordening nr. 1745/2002 en artikel 1 van verordening nr. 1739/2003 geldig voorzover zij maximumbasishoeveelheden voor de isoglucoseproductie voor Frankrijk (moederland) vaststellen zonder rekening te houden met de isoglucose die in deze lidstaat tussen 1 november 1978 en 30 april 1979 is vervaardigd als tussenproduct voor de bereiding van andere voor verkoop bestemde producten? |
(1) Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 326, blz. 22).
(2) Verordening (EG) nr. 2038/1999 van de Raad van 13 september 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 252, blz. 1)
(3) Verordening (EG) nr. 2073/2000 van de Commissie van 29 september 2000 houdende verlaging, voor het verkoopseizoen 2000/2001, van de gegarandeerde hoeveelheid in de sector suiker in het kader van de productiequotaregeling, en van de geraamde maximale behoeften van de raffinaderijen in het kader van de preferentiële invoerregelingen (PB L 246, blz. 38).
(4) Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178, blz. 1).
(5) Verordening (EG) nr. 1745/2002 van de Commissie van 30 september 2002 houdende verlaging, voor het verkoopseizoen 2002/2003, van de in het kader van de productiequotaregeling gegarandeerde hoeveelheid in de sector suiker, en van de geraamde maximale behoeften van de raffinaderijen in het kader van de preferentiële invoerregelingen (PB L 263, blz. 31).
(6) Verordening (EG) nr. 1739/2003 van de Commissie van 30 september 2003 houdende verlaging, voor het verkoopseizoen 2003/2004, van de in het kader van de productiequota gegarandeerde hoeveelheid in de sector suiker, en van de geraamde maximale behoeften van de raffinaderijen in het kader van de preferentiële invoer (PB L 249, blz. 38).