Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62026TN0077

Zaak T-77/26: Beroep ingesteld op 5 februari 2026 – AUDCB e.a. / Commissie

PB C, C/2026/1617, 23.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1617/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1617/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/1617

23.3.2026

Beroep ingesteld op 5 februari 2026 – AUDCB e.a. / Commissie

(Zaak T-77/26)

(C/2026/1617)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partijen: Associação unidos em defesa de Covas de Barroso (AUDCB) (Covas de Barroso, Portugal), ClientEarth, delegación en España (Madrid, Spanje), ClientEarth AISBL (Elsene, België) (vertegenwoordigers: F. Logue, solicitor, en L. Caldeira, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

de in een brief van 26 november 2025 met referentie Ares (2025)10337715 genoemde onderdelen van het besluit van de Commissie tot afwijzing een verzoek tot interne herziening van 12 juni 2025 dat verzoekende partijen op grond van artikel 10 van de Aarhus-verordening (1) hebben ingediend met betrekking tot besluit 2025/840 van de Commissie van 25 maart 2025 tot erkenning van bepaalde projecten inzake kritieke grondstoffen als strategische projecten op grond van verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad (2), nietig te verklaren; en

verweerder te verwijzen in de proceskosten van de verzoekende partijen.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van het beroep voeren verzoekende partijen twee middelen aan.

1.

Eerste middel: onjuiste rechtsopvatting bij de uitlegging van het begrip “milieurecht” in de zin van artikel 2, lid 1, onder f), van de Aarhus-verordening of, subsidiair, kennelijke beoordelingsfout bij de toepassing daarvan op de derde grond voor herziening; en kennelijke beoordelingsfout bij de weigering om het besluit te herzien.

Eerste onderdeel: de Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te stellen dat artikel 6, lid 1, onder b), van verordening (EG) 2024/1252 geen milieudoelstellingen nastreeft;

Tweede onderdeel: de Commissie heeft een kennelijke beoordelingsfout gemaakt door de derde grond voor herziening die verzoekende partijen hebben aangevoerd, betreffende de technische haalbaarheid van het project, niet-ontvankelijk te verklaren en niet te behandelen op grond dat deze geen schending van het “milieurecht” betrof.

Derde onderdeel: de Commissie heeft een kennelijke beoordelingsfout gemaakt door te weigeren de erkenning van het project Barroso Lithium als strategisch project te herzien hoewel de verzoekende partijen hadden aangetoond dat niet was voldaan aan de criteria van artikel 6, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 2024/1252 (3).

2.

Tweede middel: onjuiste rechtsopvatting en kennelijke beoordelingsfouten met betrekking tot de beoordeling op basis van artikel 6, lid 1, onder c), van verordening (EU) 2024/1252.

Eerste onderdeel: de Commissie heeft een kennelijke beoordelingsfout gemaakt door geen schending van de habitatrichtlijn op nationaal niveau vast te stellen, en heeft bijgevolg niet “de overeenstemming van [het] project met het relevante Unierecht” vastgesteld zoals vereist door punt 5 van bijlage III bij verordening 2024/1252.

Tweede onderdeel: de Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en kennelijke beoordelingsfouten gemaakt door artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/60 onjuist uit te leggen en te concluderen dat het verzoek tot interne herziening geen ernstige twijfel over de verenigbaarheid van het Barroso Lithium-project met artikel 6, lid 1, onder c), van verordening nr. 2024/1252 deed rijzen wat de artikelen 4, leden 1 en 7, van richtlijn 2000/60 betreft.


(1)  Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB 2006, L 264, blz. 13).

(2)  Besluit (EU) 2025/840 van de Commissie van 25 maart 2025 tot erkenning van bepaalde projecten inzake kritieke grondstoffen als strategische projecten op grond van verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad [Kennisgeving geschied onder nummer C(2025) 1904] (PB L 2025/840).

(3)  Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L 2024/1252).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1617/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top