This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62024CA0101
Case C-101/24, Xyrality: Judgment of the Court (First Chamber) of 9 October 2025 (request for a preliminary ruling from the Bundesfinanzhof – Germany) – Finanzamt Hamburg-Altona v XYRALITY GmbH (Reference for a preliminary ruling – Taxation – Common system of value added tax (VAT) – Directive 2006/112/EC – Article 28 – Taking part in a supply of services – Articles 44 and 45 – Place of supply of services – Article 203 – VAT entered on an invoice – Electronically supplied services – App store – In-app purchases)
Zaak C-101/24, Xyrality: Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 9 oktober 2025 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof – Duitsland) – Finanzamt Hamburg-Altona / XYRALITY GmbH (Prejudiciële verwijzing – Belastingen – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) – Richtlijn 2006/112/EG – Artikel 28 – Tussenkomst in een dienstverrichting – Artikelen 44 en 45 – Plaats van de dienst – Artikel 203 – Vermelding van de btw op een factuur – Langs elektronische weg verrichte diensten – Appstore – Zogenoemde in-appaankopen)
Zaak C-101/24, Xyrality: Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 9 oktober 2025 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof – Duitsland) – Finanzamt Hamburg-Altona / XYRALITY GmbH (Prejudiciële verwijzing – Belastingen – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) – Richtlijn 2006/112/EG – Artikel 28 – Tussenkomst in een dienstverrichting – Artikelen 44 en 45 – Plaats van de dienst – Artikel 203 – Vermelding van de btw op een factuur – Langs elektronische weg verrichte diensten – Appstore – Zogenoemde in-appaankopen)
PB C, C/2025/6285, 1.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/6285/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/6285 |
1.12.2025 |
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 9 oktober 2025 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof – Duitsland) – Finanzamt Hamburg-Altona / XYRALITY GmbH
(Zaak C-101/24 (1) , Xyrality)
(Prejudiciële verwijzing - Belastingen - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 28 - Tussenkomst in een dienstverrichting - Artikelen 44 en 45 - Plaats van de dienst - Artikel 203 - Vermelding van de btw op een factuur - Langs elektronische weg verrichte diensten - Appstore - Zogenoemde in-appaankopen)
(C/2025/6285)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Finanzamt Hamburg-Altona
Verwerende partij: XYRALITY GmbH
Dictum
|
1) |
Artikel 28 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn 2008/8/EG van de Raad van 12 februari 2008, moet aldus worden uitgelegd dat de toepassing van artikel 28, wanneer een in een lidstaat gevestigde belastingplichtige vóór 1 januari 2015 via een appstore van een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige langs elektronische weg diensten heeft verricht ten behoeve van niet-belastingplichtigen die op het grondgebied van de Europese Unie zijn gevestigd, niet kan worden uitgesloten op de enkele grond dat de door de laatstgenoemde belastingplichtige aan de eindafnemers uitgereikte orderbevestigingen de eerstgenoemde belastingplichtige als dienstverrichter aanwijzen en het in de lidstaat van vestiging van die belastingplichtige toepasselijke btw-tarief vermelden. |
|
2) |
Richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd bij richtlijn 2008/8, moet aldus worden uitgelegd dat, wanneer een in een lidstaat gevestigde belastingplichtige overeenkomstig artikel 28 van richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd, geacht wordt een dienst zelf te hebben afgenomen en te hebben verricht, de plaats van de fictieve dienst die ten behoeve van die belastingplichtige door een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige is verricht, moet worden bepaald overeenkomstig artikel 44 van die richtlijn, zoals gewijzigd. |
|
3) |
Artikel 203 van richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd bij richtlijn 2008/8, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een in een lidstaat gevestigde belastingplichtige via een appstore van een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige langs elektronische weg diensten heeft verricht ten behoeve van niet-belastingplichtigen die op het grondgebied van de Europese Unie zijn gevestigd, met als gevolg dat de laatstgenoemde belastingplichtige geacht wordt deze diensten te hebben afgenomen en ten behoeve van de eindafnemers te hebben verricht, artikel 203 niet tot gevolg heeft dat de eerstgenoemde belastingplichtige in zijn lidstaat van vestiging aansprakelijk kan worden gesteld voor de afdracht van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op de grond dat hij met zijn instemming in de aan de eindafnemers gezonden orderbevestigingen is aangewezen als dienstverrichter en dat het in zijn lidstaat van vestiging toepasselijke btw-tarief is vermeld. |
(1) PB C, C/2024/3153.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/6285/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)