This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62019CB0483
Case C-483/19: Order of the Court (Eighth Chamber) of 11 December 2019 (request for a preliminary ruling from the Cour du travail de Liège — Belgium) — Ville de Verviers v J (Reference for a preliminary ruling — Article 99 of the Rules of Procedure of the Court — Social policy — Directive 1999/70/EC — Framework Agreement, concluded by ETUC, UNICE and CEEP regarding fixed-term work — Clause 2 — Scope of the Framework Agreement — Possibility for Member States to exclude initial vocational training relationships and apprenticeship schemes and employment contracts and relationships which have been concluded within the framework of a specific public or publicly supported training, integration and vocational retraining programme — Consequences)
Zaak C-483/19: Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 11 december 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de cour du travail de Liège - België) – Ville de Verviers/J (Prejudiciële verwijzing – Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Sociale politiek – Richtlijn 1999/70/EG – Raamovereenkomst EVV, UNICE en CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd – Clausule 2 – Werkingssfeer van de raamovereenkomst – Mogelijkheid voor de lidstaten om leerovereenkomsten en het leerlingwezen alsmede arbeidsovereenkomsten en arbeidsverhoudingen die zijn gesloten in het kader van een speciaal door of met steun van de overheid uitgevoerd opleidings-, arbeidsinpassings- en omscholingsprogramma daarvan uit te sluiten – Gevolgen)
Zaak C-483/19: Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 11 december 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de cour du travail de Liège - België) – Ville de Verviers/J (Prejudiciële verwijzing – Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Sociale politiek – Richtlijn 1999/70/EG – Raamovereenkomst EVV, UNICE en CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd – Clausule 2 – Werkingssfeer van de raamovereenkomst – Mogelijkheid voor de lidstaten om leerovereenkomsten en het leerlingwezen alsmede arbeidsovereenkomsten en arbeidsverhoudingen die zijn gesloten in het kader van een speciaal door of met steun van de overheid uitgevoerd opleidings-, arbeidsinpassings- en omscholingsprogramma daarvan uit te sluiten – Gevolgen)
PB C 68 van 2.3.2020, pp. 27–28
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
2.3.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 68/27 |
Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 11 december 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de cour du travail de Liège - België) – Ville de Verviers/J
(Zaak C-483/19) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Sociale politiek - Richtlijn 1999/70/EG - Raamovereenkomst EVV, UNICE en CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Clausule 2 - Werkingssfeer van de raamovereenkomst - Mogelijkheid voor de lidstaten om leerovereenkomsten en het leerlingwezen alsmede arbeidsovereenkomsten en arbeidsverhoudingen die zijn gesloten in het kader van een speciaal door of met steun van de overheid uitgevoerd opleidings-, arbeidsinpassings- en omscholingsprogramma daarvan uit te sluiten - Gevolgen)
(2020/C 68/29)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour du travail de Liège
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ville de Verviers
Verwerende partij: J
Dictum
Clausule 2, punt 2, onder b), van de op 18 maart 1999 gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet aldus worden uitgelegd dat deze zich er niet tegen verzet dat een nationale wetgever die, overeenkomstig de door die bepaling geboden mogelijkheid, een bepaalde categorie contracten heeft uitgesloten van de werkingssfeer van de nationale wetgeving tot omzetting van richtlijn 1999/70 en de raamovereenkomst, wordt vrijgesteld van de verplichting om nationale maatregelen te nemen ter waarborging dat de doelstellingen van de kaderovereenkomst worden verwezenlijkt ten aanzien van werknemers met contracten die in deze categorie vallen.