Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62018CN0513

    Zaak C-513/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Commissione tributaria provinciale di Palermo (Italië) op 3 augustus 2018 — Autoservizi Giordano società cooperativa/Agenzia delle Dogane e dei Monopoli — Ufficio di Palermo

    PB C 436 van 3.12.2018, p. 16–17 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

    3.12.2018   

    NL

    Publicatieblad van de Europese Unie

    C 436/16


    Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Commissione tributaria provinciale di Palermo (Italië) op 3 augustus 2018 — Autoservizi Giordano società cooperativa/Agenzia delle Dogane e dei Monopoli — Ufficio di Palermo

    (Zaak C-513/18)

    (2018/C 436/21)

    Procestaal: Italiaans

    Verwijzende rechter

    Commissione tributaria provinciale di Palermo

    Partijen in het hoofdgeding

    Verzoekende partij: Autoservizi Giordano società cooperativa

    Verwerende partij: Agenzia delle Dogane e dei Monopoli — Ufficio di Palermo

    Prejudiciële vragen

    1)

    Moet artikel 7 van richtlijn 2003/96/EG (1) aldus worden uitgelegd dat alle ondernemingen en entiteiten, publiek of privaat, die werkzaam zijn in de sector personenvervoer per bus, inclusief de verhuur van bussen met chauffeur, binnen de werkingssfeer ervan vallen, en staat deze bepaling in de weg aan de interne regeling ter omzetting van de richtlijn, voor zover daarin degenen die als bedrijfsactiviteit bussen met chauffeur verhuren niet zijn opgenomen onder de entiteiten die gebruikmaken van gasolie voor commercieel gebruik?

    2)

    Brengt de aan de staten verleende discretionaire bevoegdheid, waaraan artikel 7, lid 2, van richtlijn 2003/96/EG refereert („De lidstaten mogen onderscheid maken tussen commerciële en niet-commerciële aanwending van gasolie gebruikt voor voortbeweging, op voorwaarde dat de communautaire minimumbelastingniveaus gerespecteerd worden en het belastingniveau voor commerciële gasolie gebruikt voor voortbeweging niet onder het op 1 januari 2003 geldende nationale belastingniveau daalt”), mee dat de bepaling die onder gasolie voor commercieel gebruik ook verstaat gasolie die bestemd is voor „occasioneel vervoer van personen”, niet rechtstreeks werkt noch onvoorwaardelijk is?

    3)

    Is de inhoud van artikel 7 voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk, zodat het rechtstreeks door een particulier kan worden ingeroepen jegens de autoriteiten van de lidstaat in kwestie?


    (1)  Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PB 2003, L 283, blz. 51).


    Top