Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62014CA0277

    Zaak C-277/14: Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 22 oktober 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Naczelny Sąd Administracyjny — Polen) — PPUH Stehcemp sp. j Florian Stefanek, Janina Stefanek, Jarosław Stefanek/Dyrektor Izby Skarbowej w Łodzi (Prejudiciële verwijzing — Fiscale bepalingen — Belasting over de toegevoegde waarde — Zesde richtlijn — Recht op aftrek — Weigering — Verkoop door een als niet-bestaande beschouwde entiteit)

    PB C 414 van 14.12.2015, p. 7–7 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

    14.12.2015   

    NL

    Publicatieblad van de Europese Unie

    C 414/7


    Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 22 oktober 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Naczelny Sąd Administracyjny — Polen) — PPUH Stehcemp sp. j Florian Stefanek, Janina Stefanek, Jarosław Stefanek/Dyrektor Izby Skarbowej w Łodzi

    (Zaak C-277/14) (1)

    ((Prejudiciële verwijzing - Fiscale bepalingen - Belasting over de toegevoegde waarde - Zesde richtlijn - Recht op aftrek - Weigering - Verkoop door een als niet-bestaande beschouwde entiteit))

    (2015/C 414/09)

    Procestaal: Pools

    Verwijzende rechter

    Naczelny Sąd Administracyjny

    Partijen in het hoofdgeding

    Verzoekende partij: PPUH Stehcemp sp. j Florian Stefanek, Janina Stefanek, Jarosław Stefanek

    Verwerende partij: Dyrektor Izby Skarbowej w Łodzi

    Dictum

    De bepalingen van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/38/EG van de Raad van 7 mei 2002, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, volgens welke een belastingplichtige het recht wordt geweigerd op aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde die is verschuldigd of is voldaan over aan hem geleverde goederen, op grond dat de factuur is opgesteld door een marktdeelnemer die, gelet op de in deze regeling vastgestelde criteria, moet worden beschouwd als een niet-bestaande marktdeelnemer en de identiteit van de daadwerkelijke leverancier van de goederen onmogelijk kan worden vastgesteld, tenzij aan de hand van objectieve gegevens en zonder dat van de belastingplichtige wordt geëist dat hij controles verricht waartoe hij niet verplicht is, is aangetoond dat deze belastingplichtige wist of had moeten weten dat deze levering deel uitmaakte van fraude ter zake van de belasting over de toegevoegde waarde, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan.


    (1)  PB C 303 van 8.9.2014.


    Top