Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61997TO0260

Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vierde kamer) van 10 december 1997.
Camar Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen en Raad van de Europese Unie.
Gemeenschappelijke ordening der markten - Bananen - Verzoek om voorlopige maatregelen - Verzoek om afgifte van invoercertificaten.
Zaak T-260/97 R.

Jurisprudentie 1997 II-02357

ECLI identifier: ECLI:EU:T:1997:194

61997B0260

Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vierde kamer) van 10 december 1997. - Camar Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen et Raad van de Europese Unie. - Gemeenschappelijke ordening der markten - Bananen - Verzoek om voorlopige maatregelen - Verzoek om afgifte van invoercertificaten. - Zaak T-260/97 R.

Jurisprudentie 1997 bladzijde II-02357


Samenvatting

Trefwoorden


Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Voorlopige maatregelen - Voorwaarden - Ernstige en onherstelbare schade - Zuiver financiële schade

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2)

Samenvatting


De spoedeisendheid waarvan ingevolge artikel 104, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering de opschorting van tenuitvoerlegging of andere voorlopige maatregelen afhankelijk zijn gesteld, moet worden beoordeeld door te onderzoeken of de verzoeker ernstige en onherstelbare dreigt te lijden voordat het Gerecht uitspraak doet in de hoofdzaak, welke schade niet zou kunnen worden hersteld door het op het beroep ten principale te wijzen arrest. Louter financiële schade kan in beginsel niet als onherstelbaar, of zelfs moeilijk herstelbaar, worden aangemerkt, wanneer zij achteraf kan worden vergoed. De schade is evenwel als onherstelbaar te beschouwen, wanneer de positie van de onderneming op de markt in gevaar wordt gebracht, in die zin dat het eventuele verlies van de markt niet kan worden goedgemaakt, zelfs niet door financiële compensatie.

Top