Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61978CJ0133

Arrest van het Hof van 22 februari 1979.
Henri Gourdain tegen Franz Nadler.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Bundesgerichtshof - Duitsland.
EEG-Executieverdrag - Faillissement - Action en comblement de passif.
Zaak 133/78.

European Court Reports 1979 -00733

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1979:49

61978J0133

ARREST VAN HET HOF VAN 22 FEBRUARI 1979. - H. GOURDAIN TEGEN F. NADLER. - (" EEG - EXECUTIEVERDRAG. FAILLISSEMENT. ACTION EN COMBLEMENT DE PASSIF "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET BUNDESGERICHTSHOF). - ZAAK NO. 133/78.

Jurisprudentie 1979 bladzijde 00733
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00383
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00383
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00421


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN - UITLEGGING - BEGRIPPEN DIENEND TOT AFBAKENING VAN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG - AUTONOME UITLEGGING

( VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , ART . 1 )

2 . VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN - TOEPASSINGSGEBIED - VAN DE WERKING UITGESLOTEN GEBIEDEN - FAILLISSEMENT , AKKOORDEN EN ANDERE SOORTGELIJKE PROCEDURES - UITSLUITING VAN HET TOEPASSINGSGEBIED - VOORWAARDEN

( VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , ART . 1 , TWEEDE ALINEA )

Samenvatting


1 . DE IN ARTIKEL 1 VAN HET EXECUTIEVERDRAG GEBRUIKTE BEGRIPPEN DIE DIENEN TOT AFBAKENING VAN ZIJN TOEPASSINGSGEBIED DEKKEN AUTONOME BEGRIPPEN DIE MOETEN WORDEN UITGELEGD AAN DE HAND VAN ENERZIJDS DE DOELEN EN HET STELSEL VAN HET EXECUTIEVERDRAG EN ANDERZIJDS DE ALGEMENE BEGINSELEN DIE IN ALLE NATIONALE RECHTSSTELSELS TEZAMEN WORDEN GEVONDEN .

2 . FAILLISSEMENTEN , AKKOORDEN EN ANDERE SOORTGELIJKE PROCEDURES IN DE ZIN VAN ARTIKEL 1 , TWEEDE ALINEA , SUB 2 , EXECUTIEVERDRAG , ZIJN PROCEDURES DIE VOLGENS DE VERSCHILLENDE WETGEVINGEN VAN DE VERDRAGSLUITENDE STATEN ZIJN GEBASEERD OP DE TOESTAND WAARIN DE DEBITEUR HEEFT OPGEHOUDEN TE BETALEN , INSOLVENT IS OF WAARIN ZIJN KREDIET IS AANGETAST EN WAARIN DE RECHTER INGRIJPT , HETGEEN LEIDT TOT EEN GEDWONGEN COLLECTIEVE LIQUIDATIE VAN HET VERMOGEN OF ALTHANS TOT EEN CONTROLE DOOR DE RECHTER . BESLISSINGEN DIE VERBAND HOUDEN MET EEN FAILLISSEMENT ZIJN SLECHTS DAN VAN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG UITGESLOTEN , WANNEER ZIJ RECHTSTREEKS UIT HET FAILLISSEMENT VOORTVLOEIEN EN GEHEEL BINNEN HET KADER VAN EEN FAILLISSEMENT OF SURSEANCE VAN BETALING IN BOVENBEDOELDE ZIN PASSEN .

Partijen


IN ZAAK 133/78 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS HET PROTOCOL VAN 3 JUNI 1971 BETREFFENDE DE UITLEGGING DOOR HET HOF VAN JUSTITIE VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN , VAN HET BUNDESGERICHTSHOF , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

H . GOURDAIN , TE PARIJS , IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN CURATOR IN HET FAILLISSEMENT VAN DE VENNOOTSCHAP FROMME FRANCE MANUTENTION ,

EN

F . NADLER , TE WETZLAR ( BONDSREPUBLIEK DUITSLAND )

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 1 , TWEEDE ALINEA , SUB 2 , BETREFFENDE DE NIET-TOEPASSELIJKHEID VAN GENOEMD VERDRAG OP FAILLISSEMENTEN ,

Overwegingen van het arrest


1BIJ BESCHIKKING VAN 22 MEI 1978 , INGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 12 JUNI 1978 , HEEFT HET BUNDESGERICHTSHOF KRACHTENS HET PROTOCOL VAN 3 JUNI 1971 BETREFFENDE DE UITLEGGING VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN ( HIERNA ' ' EXECUTIEVERDRAG ' ' TE NOEMEN ) HET HOF EEN VRAAG GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 1 , TWEEDE ALINEA , SUB 2 , WAARIN ' ' HET FAILLISSEMENT , AKKOORDEN EN ANDERE SOORTGELIJKE PROCEDURES ' ' VAN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG WORDEN UITGESLOTEN .

2DEZE VRAAG IS GESTELD NAAR AANLEIDING VAN EEN ARREST VAN 15 MAART 1976 VAN DE COUR D ' APPEL TE PARIJS , WAARBIJ DE FEITELIJKE BESTUURDER VAN EEN FAILLIET ( EN ETAT DE LIQUIDATION DES BIENS ) VERKLAARDE FRANSE VENNOOTSCHAP MET TOEPASSING VAN ARTIKEL 99 VAN DE FRANSE WET NR . 67-563 VAN 13 JULI 1967 ' ' SUR LE REGLEMENT JUDICIAIRE , LA LIQUIDATION DES BIENS , LA FAILLITE PERSONNELLE ET LES BANQUEROUTES ' ' , IS VEROORDEELD OM EEN DEEL VAN DE SCHULDEN VAN DE VENNOOTSCHAP TE DRAGEN ; DE FAILLISSEMENTSCURATOR HEEFT THANS VERZOCHT OM VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND , DAARBIJ STELLENDE DAT HET EEN BIJZONDER SOORT CIVIELE AANSPRAKELIJKHEID BETREFT , DIE ONDER HET TOEPASSINGSGEBIED VAN ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA VAN HET VERDRAG VALT . HET OBERLANDESGERICHT FRANKFURT/MAIN HAD HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING GEWEIGERD OP GROND DAT DE , IN HET DUITSE RECHT ONBEKENDE , PERSOONLIJKE VEROORDELING UIT HOOFDE VAN ARTIKEL 99 VAN DE FRANSE WET GEEN BESLISSING IN EEN BURGERLIJKE OF HANDELSZAAK IN DE ZIN VAN HET EXECUTIEVERDRAG IS MAAR TOT DE FAILLISSEMENTSPROCEDURE BEHOORT .

NADAT TEGEN DEZE BESLISSING HET MIDDEL VAN DE ' ' RECHTSBESCHWERDE ' ' WAS AANGEWEND , HEEFT HET BUNDESGERICHTSHOF HET HOF DE VOLGENDE VRAAG GESTELD :

' ' IS EEN VONNIS , DOOR FRANSE BURGERRECHTELIJKE INSTANTIES OP GROND VAN ARTIKEL 99 VAN DE FRANSE WET NR . 67-563 VAN 13 JULI 1967 GEWEZEN TEGEN DE FEITELIJKE BESTUURDER VAN EEN RECHTSPERSOON , TOT BETALING AAN DE FAILLIETE BOEDEL , TE BESCHOUWEN ALS TE ZIJN GEWEZEN IN EEN FAILLISSEMENT OF SOORTGELIJKE PROCEDURE ( ARTIKEL 1 , TWEEDE ALINEA , SUB 2 , EXECUTIEVERDRAG ) OF GAAT HET BIJ EEN DERGELIJK VONNIS OM EEN BESLISSING IN EEN BURGERLIJKE EN HANDELSZAAK ( ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA , EXECUTIEVERDRAG)?

' '

3HET EXECUTIEVERDRAG , DAT VOORAL BEOOGT DE VEREENVOUDIGING VAN DE FORMALITEITEN BIJ WEDERZIJDSE ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING VAN RECHTERLIJKE BESLISSINGEN TE VERZEKEREN EN BINNEN DE GEMEENSCHAP DE RECHTSBESCHERMING VAN DE ALDAAR GEVESTIGDE PERSONEN TE VERGROTEN , IS IN PRINCIPE VAN TOEPASSING OP ' ' BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN ' ' ; HET GEEFT ECHTER GEEN INHOUDELIJKE DEFINITIE VAN DEZE TERM . WEGENS HUN BIJZONDERE KARAKTER EN DE GROTE VERSCHILLEN IN DE DESBETREFFENDE WETGEVING VAN DE VERDRAGSLUITENDE STATEN ZIJN SOMMIGE GEBIEDEN VAN HET ALGEMENE TOEPASSINGSGEBIED UITGESLOTEN , WAARONDER ' ' HET FAILLISSEMENT , AKKOORDEN EN ANDERE SOORTGELIJKE PROCEDURES ' ' , BEGRIPPEN WAARVAN DE BETEKENIS EVENMIN WORDT GEPRECISEERD .

WAAR ARTIKEL 1 HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG MOET AFBAKENEN , DIENEN DE BEWOORDINGEN ERVAN NIET TE WORDEN OPGEVAT ALS EEN EENVOUDIGE VERWIJZING NAAR HET NATIONALE RECHT VAN EEN VAN DE BETROKKEN STATEN - ZULKS TER VERZEKERING VAN DE GROOTST MOGELIJKE GELIJKHEID EN EENVORMIGHEID VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN DIE VOOR DE VERDRAGSLUITENDE STATEN EN DE BELANGHEBBENDE PERSONEN UIT DIT VERDRAG VOORTVLOEIEN . DE PRECISERING VAN ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA , - HET VERDRAG WORDT TOEGEPAST ' ' ONGEACHT DE AARD VAN HET GERECHT ' ' - BETEKENT DAT DE TERM BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN NIET UITSLUITEND MAG WORDEN UITGELEGD IN FUNCTIE VAN DE ATTRIBUTIE VAN RECHTSMACHT AAN DE VERSCHILLENDE SOORTEN GERECHTEN DIE IN BEPAALDE STATEN BESTAAN . DERHALVE MOET HET ERVOOR WORDEN GEHOUDEN DAT DE IN ARTIKEL 1 GEBEZIGDE TERMEN AUTONOME BEGRIPPEN DEKKEN , DIE MOETEN WORDEN UITGELEGD AAN DE HAND VAN ENERZIJDS DE DOELEN EN HET STELSEL VAN HET VERDRAG EN ANDERZIJDS DE ALGEMENE BEGINSELEN DIE IN ALLE NATIONALE RECHTSSTELSELS TEZAMEN WORDEN GEVONDEN .

4FAILLISSEMENTEN , AKKOORDEN EN ANDERE SOORTGELIJKE PROCEDURES ZIJN PROCEDURES DIE VOLGENS DE VERSCHILLENDE WETGEVINGEN VAN DE VERDRAGSLUITENDE STATEN ZIJN GEBASEERD OP DE TOESTAND WAARIN DE DEBITEUR HEEFT OPGEHOUDEN TE BETALEN , INSOLVENT IS OF WAARIN ZIJN KREDIET IS AANGETAST EN WAARIN DE RECHTER INGRIJPT , HETGEEN LEIDT TOT EEN GEDWONGEN COLLECTIEVE LIQUIDATIE VAN HET VERMOGEN OF ALTHANS TOT EEN EENVOUDIGE CONTROLE DOOR DE RECHTER ; BESLISSINGEN DIE VERBAND HOUDEN MET EEN FAILLISSEMENT , ZIJN SLECHTS DAN VAN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG UITGESLOTEN , WANNEER ZIJ RECHTSTREEKS UIT HET FAILLISSEMENT VOORTVLOEIEN EN GEHEEL BINNEN HET KADER VAN EEN FAILLISSEMENT OF SURSEANCE VAN BETALING IN VORENBEDOELDE ZIN PASSEN . VOOR HET ANTWOORD OP DE VRAAG VAN DE NATIONALE RECHTER MOET DUS WORDEN ONDERZOCHT OF EEN ACTIE ALS DIE VAN ARTIKEL 99 VAN DE FRANSE WET HAAR RECHTSGRONDSLAG VINDT IN HET FAILLISSEMENTSRECHT IN DE DOOR HET EXECUTIEVERDRAG BEDOELDE ZIN .

5DE ZOGENOEMDE ' ' ACTION EN COMBLEMENT DE PASSIF SOCIAL ' ' VAN ARTIKEL 99 ( RECHTSVORDERING TOT AANZUIVERING VAN VENNOOTSCHAPSSCHULDEN ), DIE AFZONDERLIJK IN EEN FAILLISSEMENTSWET IS GEREGELD , WORDT BIJ UITSLUITING INGESTELD VOOR DE RECHTERLIJKE INSTANTIE DIE HET FAILLISSEMENT OF DE SURSEANCE VAN BETALING HEEFT UITGESPROKEN . BEHALVE AMBTSHALVE DOOR DE RECHTERLIJKE INSTANTIE , KAN DE VORDERING UITSLUITEND WORDEN INGESTELD DOOR DE CURATOR OF DE BEWINDVOERDER NAMENS EN TEN BEHOEVE VAN DE BOEDEL MET HET OOG OP DE GEDEELTELIJKE VOLDOENING VAN DE SCHULDEISERS , MET EERBIEDIGING VAN HET BEGINSEL VAN HUN GELIJKHEID EN REKENING HOUDEND MET DE REGELMATIG VERKREGEN PREFERENTIES . DEZE VORDERING DEROGEERT AAN DE ALGEMENE AANSPRAKELIJKHEIDSREGELS EN SCHEPT TEN AANZIEN VAN DE WETTELIJKE OF FEITELIJKE BESTUURDERS VAN DE VENNOOTSCHAP EEN VERMOEDEN VAN AANSPRAKELIJKHEID WAARVAN ZIJ ZICH SLECHTS KUNNEN BEVRIJDEN DOOR HET BEWIJS DAT ZIJ ZICH BIJ DE LEIDING VAN HET BEDRIJF ALLE NODIGE ZORG EN INSPANNING HEBBEN GETROOST . DE VERJARINGSTERMIJN VAN DE VORDERING ( 3 JAAR ) BEGINT TE LOPEN BIJ DE DEFINITIEVE VASTSTELLING VAN DE LIJST VAN ERKENDE SCHULDEISERS , WORDT GESCHORST VOOR DE DUUR VAN HET EVENTUEEL TOT STAND GEKOMEN AKKOORD , EN BEGINT NA DE ONTBINDING OF VERNIETIGING VAN HET AKKOORD OPNIEUW TE LOPEN .

WANNEER DE VORDERING TEGEN DE BESTUURDER VAN DE VENNOOTSCHAP SUCCES HEEFT , KOMT DIT DE TOTALITEIT VAN DE SCHULDEISERS TEN GOEDE DAAR ER , OP DEZELFDE WIJZE ALS WANNEER DE CURATOR OF BEWINDVOERDER HET BESTAAN VAN EEN VORDERING TEN GUNSTE VAN DE BOEDEL DOET ERKENNEN , ACTIEF AAN DE BOEDEL WORDT TOEGEVOEGD . VERDER KAN DE RECHTBANK HET FAILLISSEMENT OF DE SURSEANCE VAN BETALING UITSPREKEN VAN DE BESTUURDERS DIE MET DE GEHELE OF GEDEELTELIJKE BETALING VAN DE SCHULDEN VAN EEN RECHTSPERSOON ZIJN BELAST EN ZICH NIET VAN DEZE VERPLICHTING KWIJTEN , ZONDER DAT BEHOEFT TE WORDEN NAGEGAAN OF DEZE BESTUURDERS KOOPLIEDEN ZIJN EN HEBBEN OPGEHOUDEN TE BETALEN .

6UIT HET VOORGAANDE BLIJKT DUIDELIJK DAT ARTIKEL 99 , DAT BEOOGT BIJ HET FAILLISSEMENT VAN EEN HANDELSONDERNEMING MET RECHTSPERSOONLIJKHEID TEVENS HET VERMOGEN VAN HAAR BESTUURDERS TE BETREKKEN , ZIJN RECHTSGRONDSLAG UITSLUITEND VINDT IN HET FAILLISSEMENTSRECHT IN DE ZIN VAN HET EXECUTIEVERDRAG . MITSDIEN MOET EEN BESLISSING ALS DIE DOOR EEN FRANSE BURGERLIJKE RECHTER GEGEVEN OP GROND VAN ARTIKEL 99 VAN DE FRANSE WET NR . 67-563 VAN 13 JULI 1967 , WAARBIJ DE FEITELIJKE BESTUURDER VAN EEN RECHTSPERSOON WORDT VEROORDEELD TOT BETALING VAN EEN BEPAALD BEDRAG AAN DE BOEDEL , WORDEN GEACHT TE ZIJN GEGEVEN IN HET KADER VAN EEN FAILLISSEMENT OF SOORTGELIJKE PROCEDURE IN DE ZIN VAN ARTIKEL 1 , TWEEDE ALINEA , EXECUTIEVERDRAG .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

7DE KOSTEN DOOR DE COMMISSIE EN DOOR DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN VOOR HET BUNDESGERICHTSHOF GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DEZE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

UITSPRAAK DOENDE OP HET DOOR HET BUNDESGERICHTSHOF BIJ BESCHIKKING VAN 22 MEI 1978 GESTELDE VRAAG , VERKLAART VOOR RECHT :

EEN BESLISSING ALS DIE DOOR EEN FRANSE BURGERLIJKE RECHTER GEGEVEN OP GROND VAN ARTIKEL 99 VAN DE FRANSE WET NR . 67-563 VAN 13 JULI 1967 , WAARBIJ DE FEITELIJKE BESTUURDER VAN EEN RECHTSPERSOON WORDT VEROORDEELD TOT BETALING VAN EEN BEPAALD BEDRAG AAN DE BOEDEL , MOET WORDEN GEACHT TE ZIJN GEGEVEN IN HET KADER VAN EEN FAILLISSEMENT OF EEN SOORTGELIJKE PROCEDURE IN DE ZIN VAN ARTIKEL 1 , TWEEDE ALINEA , VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN .

Top