Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52026PC0135

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van het programma voor flexibele en snelle defensie-innovatie (Agile)

COM/2026/135 final

Brussel, 25.3.2026

COM(2026) 135 final

2026/0078(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van het programma voor flexibele en snelle defensie-innovatie (Agile)

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De innovatiecycli op defensiegebied worden sneller dan ooit tevoren. Opkomende en disruptieve technologieën op gebieden als artificiële intelligentie (AI), kwantumtechnologie, robotica, cyberveiligheid en ruimtevaart worden steeds belangrijker voor de militaire doeltreffendheid. Tegelijkertijd worden nieuwe spelers op defensiegebied (met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en start-ups, ook uit de civiele sector) een belangrijke drijvende kracht achter de transformatie van de defensie-industrie van de EU. Door snellere innovatiecycli, grotere flexibiliteit, kostenefficiënte oplossingen en vernieuwende operationele concepten mogelijk te maken, geven deze actoren een nieuwe vorm aan de manier waarop innovatieve defensietechnologieën en -producten worden ontwikkeld en geleverd.

De afgelopen jaren heeft de Europese Unie aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het versterken van onderzoek en ontwikkeling op defensiegebied. Het Europees Defensiefonds (EDF) is het vlaggenschipprogramma van de Unie voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) op defensiegebied en speelt een centrale rol bij het bevorderen van gestructureerd, langdurig en op samenwerking gericht O&O op defensiegebied in heel Europa. Door grootschalige projecten te ondersteunen waarbij meerdere lidstaten betrokken zijn, maakt het EDF de ontwikkeling mogelijk van complexe, kostbare en technologisch geavanceerde defensiesystemen die de lidstaten niet uitsluitend op eigen kracht zouden kunnen ontwikkelen. Dit speelt een cruciale rol bij het versterken van grensoverschrijdende industriële samenwerking 1 , het terugdringen van versnippering en het versterken van de technologische en industriële basis die ten grondslag ligt aan de defensievermogens van Europa op de lange termijn.

In dit kader zijn op EU-niveau gerichte initiatieven gelanceerd om meer steun te bieden aan innovatie en niet-traditionele actoren op het gebied van defensie. Binnen het EDF-kader biedt de EU-regeling voor defensie-innovatie (Eudis) gerichte steun aan niet-traditionele actoren op het gebied van defensie, waaronder kmo’s en innovatieve start-ups en scale-ups. Daarnaast fungeert de EU-innovatiehub voor defensie (HEDI), die in 2022 door het Europees Defensieagentschap (EDA) is opgericht, als platform ter bevordering van nauwe samenwerking tussen de lidstaten en belanghebbenden in de EU op het gebied van defensie-innovatie. Het DIANA-programma van de NAVO, het Innovatiefonds van de NAVO en het actieplan voor snelle goedkeuring hebben ook tot doel de invoering van nieuwe defensietechnologieën te versnellen en nieuwe actoren op het gebied van defensie te ondersteunen.

Deze instrumenten vormen samen een solide basis voor duurzaam, op samenwerking gericht en strategisch georiënteerd defensieonderzoek en technologische ontwikkeling in Europa. Daarnaast is het door de snel veranderende veiligheidssituatie noodzakelijk om deze instrumenten aan te vullen met aanvullende mechanismen die zijn afgestemd op de verschillende innovatiedynamieken. In de mededeling “Vrede bewaren — routekaart voor defensiegereedheid 2030” 2 en in het witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030 3 wordt benadrukt dat innovatie moet worden versneld, de doorlooptijd moet worden verkort en de snelle invoering van disruptieve technologieën ter ondersteuning van de defensiegereedheid van de EU moet worden gewaarborgd.

In de op 19 november 2025 vastgestelde EU-routekaart voor de transformatie van de defensie-industrie 4 wordt opgeroepen tot een fundamentele mentaliteits- en procesverandering binnen het Europese defensie-ecosysteem, met het oog op meer snelheid, flexibiliteit en bereidheid om risico’s te nemen. Er wordt uitdrukkelijk gewezen op de noodzaak nieuwe, responsievere benaderingen te ontwikkelen om disruptieve defensie-innovatie en de opkomst van nieuwe spelers op defensiegebied te ondersteunen.

Tegen deze achtergrond is er behoefte aan versterking van het vermogen van de EU om snelle defensie-innovatie met een hoog gereedheidsniveau van de technologie te ondersteunen, die rechtstreeks inspeelt op de dringende behoeften van de lidstaten op het gebied van vermogensontwikkeling. Door zijn opzet is het EDF bijzonder geschikt voor langlopende, complexe en kapitaalintensieve programma’s die baat hebben bij grensoverschrijdende industriële samenwerking en strategische afstemming tussen de lidstaten. Tegelijkertijd wordt er bij de primaire doelstellingen en de standaardprocedurele opzet van het EDF vanzelfsprekend meer prioriteit gegeven aan robuustheid, inclusiviteit en schaalgrootte dan aan snelheid.

Toch hebben veelbelovende defensie-innovaties, met name die welke voortkomen uit civiele technologieën of zijn ontwikkeld door kleine ondernemingen, vaak moeite om de kloof tussen ontwikkeling en operationele uitrol te overbruggen. Dit kan de opschaling van baanbrekende oplossingen vertragen, de opkomst van nieuwe spelers op defensiegebied beperken en de omzetting van innovatie in capaciteiten voor strijdkrachten vertragen.

Om deze specifieke kloof aan te pakken, werd in de EU-routekaart voor de transformatie van de defensie-industrie voorgesteld om een programma voor snelle en flexibele defensie-innovatie (Agile) op te zetten. Agile is bedoeld als aanvullend instrument voor het EDF en Eudis, alsook voor andere defensieprogramma’s van de EU, en vervult daarbij een afzonderlijke maar ondersteunende rol. Eudis vormt een reeks acties die deel uitmaken van het EDF, waaronder gerichte O&O-subsidies, hackathons, een dienst voor bedrijfsacceleratie en matchmakingactiviteiten. Voor bedrijven die al hebben deelgenomen aan EU-acties op defensiegebied, zoals de hackathons of diensten voor bedrijfsacceleratie van Eudis, zou Agile een logische volgende stap zijn, aangezien het snelle en gestroomlijnde ondersteuning biedt om hun oplossingen snel op de markt te brengen. Het EDF biedt op zijn beurt een traject voor de langere termijn, waarbij deze bedrijven worden geïntegreerd in een bredere samenwerking binnen de defensie-industrie, pan-Europese toeleveringsketens en duurzame O&O-partnerschappen. De twee instrumenten vullen elkaar dus qua opzet aan en richten zich op verschillende, maar elkaar versterkende fasen in het traject van defensie-innovatie dat een bedrijf doorloopt.

Het is opgezet als een snel, flexibel en missiegericht programma dat in staat is om snelle innovatiecycli, het nemen van grotere risico’s en de snelle levering van operationeel relevante oplossingen binnen het huidige meerjarig financieel kader (MFK) te ondersteunen totdat soortgelijke voorwaarden van kracht worden in het MFK voor de periode 2028-2034. In die zin zou het Agile-programma ook kunnen dienen als testomgeving voor een aantal bepalingen die zijn opgenomen in het voorstel voor het toekomstige EFC.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Deze verordening tot vaststelling van het Agile-programma is volledig in overeenstemming met en vormt een aanvulling op de vooruitgang die tot dusver is geboekt met de ondersteuning van defensie-innovatie in de lopende EU-programma’s en -initiatieven.

Defensie-innovatie is een strategische prioriteit op EU-niveau. In zowel de strategie voor de Europese defensie-industrie, als in het witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030, de mededeling “Vrede bewaren — routekaart voor defensiegereedheid 2030” en de op 19 november 2025 vastgestelde EU-routekaart voor de transformatie van de defensie-industrie wordt de noodzaak benadrukt om innovatie te versnellen, de doorlooptijd te verkorten en te zorgen voor een snelle invoering van disruptieve technologieën ter ondersteuning van de defensiegereedheid van de EU.

In de EU-routekaart voor de transformatie van de defensie-industrie wordt opgeroepen tot een fundamentele mentaliteits- en procesverandering binnen het Europese defensie-ecosysteem, met het oog op meer snelheid, meer flexibiliteit en grotere bereidheid om risico’s te nemen, en wordt gewezen op de noodzaak om nieuwe, meer responsieve benaderingen te ontwikkelen ter ondersteuning van disruptieve defensie-innovatie en de opkomst van nieuwe spelers op defensiegebied.

Deze strategische koers weerspiegelt een snel veranderende dreigingsomgeving. Nieuwe technologieën spelen een steeds belangrijkere rol in moderne conflicten, waaronder technologieën die hun oorsprong vinden in de civiele sector. Uit de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne is gebleken hoe belangrijk operationele toepassingen en goedkope oplossingen zijn die snel kunnen worden aangepast, waaronder softwaregebaseerde technologieën en technologieën voor tweeërlei gebruik, en hoe belangrijk het is om innovatiecycli te verkorten. Het vermogen om dergelijke technologieën snel te identificeren, aan te passen en in te zetten is voor strijdkrachten inmiddels een essentiële operationele vereiste geworden.

De EU heeft een uitgebreid kader ter ondersteuning van defensie-innovatie ontwikkeld om deze uitdagingen het hoofd te bieden, onder meer door programma’s en initiatieven te lanceren die gericht zijn op het bevorderen van het concurrentievermogen en het innovatievermogen van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB), ook met betrekking tot kmo’s, waaronder start-ups, midcaps, onderzoeksorganisaties en niet-traditionele actoren op het gebied van defensie. Het Europees Defensiefonds (EDF) is het vlaggenschipprogramma van de Unie voor gezamenlijk defensieonderzoek en -ontwikkeling, dat aanzienlijke steun biedt gedurende de gehele O&O-cyclus, onder meer met betrekking tot disruptieve technologieën. Met name binnen het EDF biedt de EU-regeling voor defensie-innovatie (Eudis), die goed is voor ongeveer 20 % van de jaarlijkse begroting van het EDF, specifieke, gerichte steun aan niet-traditionele actoren op het gebied van defensie, waaronder start-ups, kmo’s en andere innovatieve bedrijven en organisaties.

In het verlengde hiervan heeft de Commissie verdere maatregelen genomen om de snelheid en toegankelijkheid van EU-steun voor defensie-innovatie te vergroten. De mini-omnibusverordening 5 ter stimulering van defensiegerelateerde investeringen in de EU-begroting heeft het toepassingsgebied van de Accelerator van de EIC uitgebreid tot innovaties met potentieel voor tweeërlei gebruik en de STEP-opschalingsregeling van de Europese Innovatieraad, beide binnen Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, teneinde innovatie op het gebied van kritieke defensietechnologieën te ondersteunen. Dit is op dit moment het enige EU-instrument dat innovatieve defensiebedrijven kan ondersteunen met directe investeringen in eigen vermogen, wat voor deze bedrijven belangrijke nieuwe mogelijkheden biedt om toegang te krijgen tot EU-steun.

Zowel de omnibus voor defensiegereedheid 6 als de mini-omnibusverordening hebben geleid tot procedurele vereenvoudigingen voor de oproepen van het EDF gericht op kmo’s en disruptieve technologieën, waardoor de administratieve lasten zijn verminderd en de tijdschema’s voor de evaluatie voor deze categorieën zijn verkort. Deze maatregelen betekenen een belangrijke stap voorwaarts op weg naar een flexibelere en responsievere EU-steun voor defensie-innovatie.

Met deze instrumenten is een solide basis gelegd voor de ondersteuning van Europese defensie-innovatie. Er zijn echter nog steeds structurele tekortkomingen die met de bestaande instrumenten niet volledig kunnen worden aangepakt. In de basisvereisten voor consortia in het EDF komt de nadruk op samenwerking en systeemniveau tot uiting, wat bijdraagt aan grensoverschrijdende projecten en de totstandkoming van nieuwe EU-toeleveringsketens. De Accelerator van de EIC, die subsidies en eigen vermogen verstrekt aan individuele bedrijven, heeft zijn werkterrein uitgebreid tot innovatie voor tweeërlei gebruik; zijn toepassingsgebied strekt zich echter niet uit tot louter defensiegerichte toepassingen. Bovendien blijft de steun voor defensie in het kader van de EIC momenteel beperkt tot financiering in eigen vermogen via de STEP-opschalingsregeling, waardoor er ruimte ontstaat voor andere vormen van EU-steun die specifiek gericht zijn op voor defensie bestemde ontwikkeling, waaronder subsidies.

Het Agile-programma is dan ook zo opgezet dat het een aanvulling vormt op en aansluit bij de vorderingen en resultaten die zijn geboekt door de EU-programma’s en -initiatieven in deze sector. Het is gericht op individuele entiteiten (met name kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups) en is zo opgezet dat de subsidietoekenningstermijn aanzienlijk wordt verkort. Het programma neemt daarmee een aanvullende rol in binnen het bredere EU-landschap voor ondersteuning van defensie-innovatie, waarbij het de EDTIB ondersteunt door zich voornamelijk te richten op kmo’s, waaronder start-ups, en op de algehele defensiegereedheid van de EU en haar lidstaten.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De verordening is volledig in overeenstemming met en draagt bij tot een breed scala aan beleidsdoelstellingen en strategische prioriteiten van de Unie, met name op het gebied van veiligheid en defensie, concurrentievermogen en innovatie, en vereenvoudiging.

In de strategische agenda 2024-2029 van de EU staan veiligheid en defensie centraal in de politieke prioriteiten van de EU; daarbij wordt toegezegd de strategische afhankelijkheden te verminderen, de defensievermogens uit te breiden en de totstandkoming van een Europese defensie-unie te bevorderen. In de politieke beleidslijnen voor de Europese Commissie 2024-2029 wordt deze koers onderstreept. De voorgestelde verordening draagt rechtstreeks bij aan deze doelstellingen.

Het Agile-programma is ook in overeenstemming met de gezamenlijke mededeling van 26 maart 2025 over de strategie voor een paraatheidsunie. Dit vraagt om een intensievere civiel-militaire samenwerking, met verbeterde interactie tussen civiele en militaire actoren. Deze aanpak is van cruciaal belang voor deze verordening, die tevens tot doel heeft synergieën met civiele technologieën te bevorderen. Het Agile-programma zal sterk de nadruk leggen op het benutten van civiele technologieën voor defensiedoeleinden, waardoor de synergieën tussen onderzoek en innovatie op defensie- en op civiel gebied worden versterkt.

De voorgestelde verordening sluit ook aan bij de beleidsprioriteiten van de EU op het gebied van concurrentievermogen. Het kompas voor concurrentievermogen, dat in februari 2025 is vastgesteld en voortbouwt op het rapport-Draghi, noemt het dichten van de innovatiekloof en het omzetten van onderzoek in marktrijpe, schaalbare producten als een van de meest urgente structurele prioriteiten van de EU, met bijzondere nadruk op deep tech, technologie voor tweeërlei gebruik en sectoren waarin de Europese soevereiniteit op het spel staat.

De verordening draagt bij aan deze doelstelling door de cyclus tussen innovatie en uitvoering in de defensiesector te versnellen en door gerichte steun te verlenen aan nieuwe spelers op defensiegebied (met name kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups), die in toenemende mate de belangrijkste drijvende krachten zijn achter disruptieve technologische ontwikkelingen in Europa, en ondersteunt daarmee rechtstreeks de doelstelling van de Unie om haar technologische soevereiniteit te versterken en strategische afhankelijkheden in kritieke sectoren te verminderen.

In de politieke beleidslijnen voor de Europese Commissie 2024-2029 wordt vereenvoudiging aangemerkt als een belangrijke, horizontale beleidsprioriteit. Dit is van bijzonder belang voor de niet-traditionele actoren op het gebied van defensie waarop het Agile-programma is gericht, die weliswaar over zeer relevante technologische capaciteiten beschikken, maar niet de middelen hebben om complexe en langdurige financieringsprocedures te doorlopen.

Dit voorstel voor een verordening sluit ook aan bij de belangrijke, horizontale beleidsprioriteit van vereenvoudiging in het kader van de doelstellingen inzake duurzame welvaart, concurrentievermogen en innovatie in Europa. In het kompas voor concurrentievermogen en de daaropvolgende omnibuspakketten voor vereenvoudiging krijgt deze verbintenis concrete invulling, waarbij wordt opgeroepen tot een aanzienlijke vermindering van de administratieve lasten, met name voor kmo’s, en tot financieringsinstrumenten die toegankelijk, snel en evenredig zijn. Het Agile-programma vormt een aanvulling op de omnibus voor defensiegereedheid, met urgentie en flexibiliteit als specifieke doelstellingen.

De verordening is volledig afgestemd op deze doelstellingen, aangezien het Agile-programma vereenvoudigde evaluatie- en gunningsprocedures zal omvatten, waardoor ontvangers gemakkelijker toegang krijgen tot financiering en ondersteuning, de administratieve lasten worden verminderd en de subsidietoekenningstermijn wordt verkort.

Het voorgestelde programma sluit ook volledig aan bij de voorstellen van de Commissie voor het volgende meerjarig financieel kader, met name het Europees Fonds voor concurrentievermogen (EFC) Het bevat bepalingen zoals de aanmoedigingsinterventie of de mogelijkheid om een flexibelere en toegankelijkere aanpak te hanteren bij het identificeren, selecteren en ondersteunen van innovatieve projecten en ideeën, onder meer door middel van instrument-neutrale toekenningsprocedures. Tot slot doet het voorstel geen afbreuk aan de toepassing van de EU-mededingingsregels.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het Agile-programma is gebaseerd op artikel 173 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) (concurrentievermogen van de defensie-industrie van de EU).

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Afzonderlijke acties van de lidstaten volstaan niet om de snel veranderende uitdagingen op het gebied van veiligheid en defensie waarmee de EU wordt geconfronteerd op de vereiste schaal en met de vereiste snelheid aan te pakken. Gecoördineerd optreden op EU-niveau is noodzakelijk om een geloofwaardige afschrikking te waarborgen en het technologisch leiderschap op defensiegebied te behouden.

De bestaande nationale regelingen ter ondersteuning van defensie-innovatie lopen per lidstaat sterk uiteen. Niet alle lidstaten beschikken over mechanismen om snelle defensie-innovatie te ondersteunen, waardoor innovatieve bedrijven in sommige landen geen toegang hebben tot financieringsmogelijkheden. Wanneer dergelijke mechanismen bestaan, wordt doorgaans voorrang gegeven aan binnenlandse ecosystemen, waardoor grensoverschrijdende samenwerking wordt beperkt en nationale silo’s worden versterkt. Dit versnipperde landschap belemmert de totstandkoming van EU-brede innovatietrajecten en verhindert dat innovatieve oplossingen snel worden getest, opgeschaald en in de hele Unie worden ingezet.

In dit verband is een programma op EU-niveau dat voor alle lidstaten toegankelijk is, noodzakelijk om een samenhangende en inclusieve aanpak van defensie-innovatie tot stand te brengen. Een dergelijk programma op EU-niveau zou deze uitdagingen rechtstreeks aanpakken. Het zou toegankelijk zijn voor entiteiten uit alle lidstaten en zou gericht zijn op het ontwikkelen van oplossingen voor dringende defensiebehoeften die door meerdere lidstaten zijn vastgesteld en worden gedeeld, waardoor samenwerking wordt bevorderd en gezamenlijke aanbestedingen worden vergemakkelijkt.

Bovendien zou het de uitbreiding van de EDTIB ondersteunen door de opkomst van nieuwe actoren op het gebied van defensie in de hele EU mogelijk te maken. Tegelijkertijd zou het programma bijdragen aan een vermindering van de afhankelijkheid van defensiesystemen en -oplossingen uit derde landen. Door specifiek de nadruk te leggen op de snelle inzet van defensieoplossingen, onder meer door middel van iteratieve tests waarbij de lidstaten rechtstreeks worden betrokken en feedback geven, zou het programma ook de interoperabiliteit vergroten, een resultaat dat via louter nationaal beheerde mechanismen aanzienlijk minder waarschijnlijk zal worden bereikt.

Evenredigheid

De maatregelen van het Agile-programma gaan niet verder dan wat strikt noodzakelijk is om de doelstellingen ervan te verwezenlijken en staan in verhouding tot de schaal en urgentie van de met het oog op die doelstellingen vastgestelde problemen.

De verordening tot vaststelling van het programma heeft tot doel een snel, flexibel en missiegericht EU-instrument in het leven te roepen om disruptieve defensie-innovatie te versnellen en snel oplossingen te bieden die tegemoetkomen aan de door de lidstaten gesignaleerde dringende behoeften op het gebied van defensie en veiligheid. Het programma zal dienen om innovatieve benaderingen te testen en praktische ervaringen op te doen voor het volgende MFK. Om dit doel te bereiken, worden de voorgestelde maatregelen zorgvuldig afgestemd op de behoeften van de verordening.

De verordening hanteert een gerichte en strakke aanpak wat betreft tijdsduur, reikwijdte en begroting. De impact van het programma zal voornamelijk beperkt blijven tot een specifieke doelgroep van belanghebbenden in de defensie-industrie, met bijzondere aandacht voor innovatieve kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups. Deze gerichte aanpak zorgt ervoor dat de gevolgen voor de civiele sector beperkt blijven. Bovendien zou het programma de civiele sector de mogelijkheid bieden om bij te dragen aan het stimuleren van defensie-innovatie in de hele EU, het versterken van synergieën en het bevorderen van collaboratieve omgeving.

Keuze van het instrument

De Commissie stelt een verordening van het Europees Parlement en de Raad voor. Dit is het meest geschikte rechtsinstrument, aangezien alleen een verordening, met uniforme toepassing, bindend karakter en rechtstreekse toepasselijkheid, de noodzakelijke mate van uniformiteit kan bieden die nodig is om disruptieve defensie-innovatie te versnellen en snel oplossingen te bieden die tegemoetkomen aan de dringende defensiebehoeften van de EU-lidstaten.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Raadpleging van belanghebbenden

De Commissie heeft op 17 februari een verzoek om input gepubliceerd op de portaalsite “Geef uw mening”, die vier weken openstond. Op het verzoek om input zijn zes reacties binnengekomen van diverse belanghebbenden, waaronder EU-burgers (vier reacties) en bedrijven (twee reacties), afkomstig uit België, Italië, Slowakije, Spanje en Duitsland. De reacties hadden betrekking op een breed scala aan onderwerpen, waaronder steun en concrete voorstellen voor het ontwerpen van flexibelere en start-upvriendelijkere financieringsmechanismen, aanbevelingen inzake transparantie en regelgeving ter voorkoming van woekerwinsten bij defensieaankopen, en suggesties voor de opzet en uitvoering van het programma om innovatieve kmo’s en nieuwkomers beter te integreren.

Bovendien is de verordening gebaseerd op een uitgebreid raadplegingsproces dat is gevoerd met alle betrokken belanghebbenden, waaronder de lidstaten en de sector, zowel gevestigde spelers als nieuwkomers, ter voorbereiding van de EU-routekaart voor de transformatie van de defensie-industrie en andere defensiegerelateerde initiatieven. Het raadplegingsproces omvatte evenementen en uitwisselingen, zoals rondetafelgesprekken met respectievelijk nieuwe spelers op defensiegebied en de defensie-industrie in juni en november 2025, een strategische dialoog met de industrie in mei 2025 en raadplegingen met start-ups en scale-ups van de bedrijfsaccelerator van Eudis.

Het Agile-instrument bouwt ook voort op de feedback van de belanghebbenden die is opgenomen in het tussentijdse evaluatieverslag van het EDF, dat in juni 2025 is gepubliceerd en waarin de eerste jaren van de uitvoering van het fonds worden geëvalueerd. Daarin werden verschillende belangrijke punten naar voren gebracht, met name de noodzaak om de administratieve lasten voor aanvragers, vooral voor kmo’s, en de subsidietoekenningstermijn te verminderen.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

De Commissie is uitgegaan van de input die zij van belanghebbenden heeft ontvangen naar aanleiding van het verzoek om input dat op 17 februari 2026 is gepubliceerd.

Daarnaast heeft de Commissie gebruikgemaakt van de input die is verzameld tijdens een speciaal overleg met denktanks en deskundigen, dat tot doel had inzichten te vergaren en ideeën uit te wisselen ter ondersteuning van de opstelling van de EU-routekaart voor de transformatie van de defensie-industrie. Aan deze discussie namen deskundigen deel uit de hele EU, afkomstig uit verschillende vakgebieden, waaronder defensie, innovatie, geopolitiek en disruptieve technologieën.

Effectbeoordeling

Voor dit initiatief is geen effectbeoordeling uitgevoerd.

Het initiatief is zeer gericht en evenredig van aard. Het is opgezet als een proefprogramma dat uitsluitend binnen het huidige MFK moet worden uitgevoerd. Het belangrijkste doel is het testen van innovatieve benaderingen met het oog op de volgende MFK-periode. Het uitvoeren van een volledige effectbeoordeling voor een dergelijk proefproject met een beperkte looptijd zou onevenredig zijn en tot vertragingen leiden die onverenigbaar zijn met het fundamentele doel ervan.

Bovendien is het initiatief beperkt wat betreft reikwijdte en impact. Het heeft een beperkte begroting van 115 miljoen EUR, dat volledig afkomstig is uit interne herschikkingen binnen de huidige EU-begroting die is toegewezen aan programma’s op het gebied van de defensie-industrie en ruimtevaart. Het leidt niet tot extra financiële lasten voor de lidstaten of de EU-begroting, en de gevolgen ervan blijven beperkt tot een specifiek segment van belanghebbenden op defensiegebied, met name innovatieve kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups.

De doelstellingen van het programma zijn gericht op behoeften die zijn vastgesteld aan de hand van uitgebreide raadplegingen van belanghebbenden en analyses. De behoefte aan snellere ondersteuningsmechanismen, minder administratieve lasten en een grotere risicotolerantie is herhaaldelijk naar voren gekomen in beleidsevaluaties en raadplegingen van belanghebbenden, wat een solide feitelijke onderbouwing vormt voor de voorgestelde aanpak.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Er wordt niet verwacht dat de verordening tot een toename van de administratieve lasten zal leiden.

Grondrechten

N.v.t.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het initiatief beschikt over een begroting van 115 miljoen EUR, die volledig wordt gefinancierd door middel van interne herschikkingen binnen het huidige MFK. De middelen zullen komen uit bestaande programma’s op het gebied van de defensie-industrie en ruimtevaart, met name het Europees Defensiefonds (EDF), het programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP) en het EU-ruimtevaartprogramma. Deze begrotingsmiddelen zijn bedoeld om een evenwicht te vinden tussen het minimaliseren van de gevolgen voor bestaande programma’s en het waarborgen dat de middelen binnen de uitvoeringstermijn van één jaar volledig kunnen worden benut om defensie-innovatie te stimuleren. De middelen zijn afgestemd op de vastgestelde financieringsbehoeften van kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, die opkomende en disruptieve producten en technologieën voor defensiedoeleinden ontwikkelen, waardoor het programma een tastbare impact kan realiseren en de groei van deze ondernemingen in de defensiesector kan ondersteunen, evenals de invoering van innovatieve defensieoplossingen door de lidstaten.

Deze herschikkingen zullen geen negatieve gevolgen hebben voor de doelstellingen en de uitvoering van bestaande programma’s, waarbij ervoor wordt gezorgd dat lopende verplichtingen en geplande activiteiten in het kader van deze programma’s gewoon kunnen worden voortgezet. De herschikking is bedoeld om de doeltreffendheid van de huidige programma’s te behouden en tegelijkertijd dit gerichte initiatief in staat te stellen tegemoet te komen aan dringende behoeften op het gebied van defensie-innovatie. De steun van de Unie die in het kader van het programma wordt verleend, zal in de meeste gevallen ten goede komen aan dezelfde entiteiten waarop ook andere defensie- en ruimtevaartprogramma’s zijn gericht, maar dan op een meer gerichte en snellere manier. Dit is met name van belang voor het EDF, waarvan de doelstellingen door dit initiatief zullen worden ondersteund. Bovendien is de herschikking van de begroting voor EDIP afkomstig uit het deel van de begroting dat aanvankelijk was toegewezen aan ondersteuningsacties, die voornamelijk gericht zijn op kmo’s; door deze middelen via Agile te kanaliseren, zal dan ook worden gezorgd voor een doeltreffende en impactvolle steun van de Unie aan dezelfde groep van beoogde begunstigden. Tot slot zal de steun van het programma voor opkomende en disruptieve defensieoplossingen op ruimtevaartgebied ook gunstige gevolgen hebben voor het EU-ruimtevaartprogramma en het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit, wat uiteindelijk zal bijdragen aan de doelstellingen van het ruimtevaartbeleid van de Unie.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De uitvoering van het Agile-programma zal gedurende 2027 nauwlettend worden gemonitord, met bijzondere aandacht voor het vermogen ervan om snelle defensie-innovatie met een grote impact te leveren. Bij de monitoring zal worden gekeken naar belangrijke aspecten zoals de snelheid van de besluitvorming en de subsidietoekenningstermijn, de deelname van nieuwe spelers op defensiegebied, met inbegrip van kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, de betrokkenheid van entiteiten uit geassocieerde derde landen, met name uit Oekraïne, en de overgang van innovatie naar de test- of uitrolfase.

De Commissie zal aan het einde van de uitvoeringsperiode een gerichte evaluatie uitvoeren om de doeltreffendheid, efficiëntie en meerwaarde van de EU te beoordelen. De resultaten en geleerde lessen kunnen als input dienen voor nadere overwegingen over toekomstige EU-programma’s voor defensie-innovatie in het kader van de voorstellen van de Commissie voor het meerjarig financieel kader vanaf 2028.

2026/0078 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van het programma voor flexibele en snelle defensie-innovatie (Agile)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 173, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 7 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Dat er door Ruslands niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne opnieuw intensief oorlog wordt gevoerd, vormt een existentiële uitdaging voor de Unie, die een aanzienlijke en duurzame uitbreiding vereist van de capaciteit van de lidstaten om hun defensievermogens en -gereedheid te versterken. Het feit dat de regionale en mondiale veiligheid er al geruime tijd op achteruitgaat, vereist een ingrijpende hervorming van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) om ervoor te zorgen dat deze in staat is om de innovatieve defensieproducten die de strijdkrachten van de lidstaten nodig hebben, op de juiste schaal en tijdig te leveren, met name in tijden van oorlog.

(2)De lidstaten, vertegenwoordigd door de staatshoofden en regeringsleiders van de Unie, die op 11 maart 2022 in Versailles bijeenkwamen, hebben zich ertoe verbonden de Europese defensievermogens te versterken en hun defensie-uitgaven te verhogen, de samenwerking te intensiveren door middel van gezamenlijke projecten en gemeenschappelijke aanbestedingen voor defensievermogens, tekorten te dichten, innovatie te stimuleren en de Europese defensie-industrie te versterken en te ontwikkelen.

(3)Innovatie is van cruciaal belang voor het verwezenlijken en handhaven van de Europese defensiegereedheid, vooral in deze tijd van toenemende dreigingen, structurele concurrentie en geopolitieke rivaliteit. De toename van bedreigingen heeft geleid tot een internationale wapenwedloop en een wereldwijde technologische concurrentiestrijd, waarbij opkomende en disruptieve technologieën op gebieden als artificiële intelligentie (AI), kwantumtechnologie, robotica, cybertechnologie en ruimtevaart een doorslaggevende rol spelen bij het in stand houden van strategisch voordeel en het waarborgen van geloofwaardige afschrikking. Dit vereist snelle tests, validatie en integratie van deze technologieën in de defensievermogens, evenals voortdurende betrokkenheid bij het ecosysteem van technologie en innovatie.

(4)De oorlog in Oekraïne laat zien hoe snel defensietechnologieën zich ontwikkelen. Innovatiecycli verlopen steeds sneller, wat betekent dat defensieproducten zich snel moeten aanpassen. Deze veranderingen zorgen ook voor een veranderende dynamiek op het slagveld. Kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, vaak met een sterke civiele achtergrond, spelen een sleutelrol bij de ondersteuning van de Oekraïense defensie en strijdkrachten. Deze nieuwe actoren op het gebied van defensie zorgen voor snellere innovatie, grotere flexibiliteit, kostenefficiënte oplossingen en nieuwe operationele ideeën en processen. Daardoor groeien zij uit tot een belangrijke drijvende kracht achter de transformatie van de EDTIB. In het gezamenlijk witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030 wordt het belang van een sterk ecosysteem voor technologische innovatie benadrukt. Dit is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat de Europese defensie-industrie gelijke tred kan houden met de snel veranderende aard van de moderne oorlogsvoering.

(5)Om uitgebreide steun te bieden aan gezamenlijk onderzoek en gezamenlijke ontwikkeling (O&O) op het gebied van defensieproducten en -technologieën, heeft de Unie het Europees Defensiefonds (EDF) opgericht. Met een begroting van 7,3 miljard EUR in het kader van het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 streeft het EDF ernaar het concurrentievermogen, de efficiëntie en het innovatievermogen van de EDTIB te bevorderen en de versnippering binnen de EDTIB te verminderen. Als een van de grootste O&O-programma’s op defensiegebied in Europa, ondersteunt het EDF de gezamenlijke ontwikkeling van de meest complexe defensiesystemen waarvan de ontwikkeling niet door de lidstaten afzonderlijk zou kunnen worden bekostigd. Het programma ondersteunt ook de ontwikkeling van nieuwe Europese defensietoeleveringsketens. In het kader van het EDF werd in 2022 de EU-regeling voor defensie-innovatie (Eudis) in het leven geroepen om gerichte steun te verlenen aan niet-traditionele actoren op het gebied van defensie, met name kmo’s en start-ups, en om de drempels voor markttoegang te verlagen. De Eudis omvat diverse initiatieven, zoals gerichte O&O-oproepen, diensten voor bedrijfsacceleratie en matchmaking, hackathons en financiering in eigen vermogen, die samen goed zijn voor ongeveer 20 % van de jaarlijks toegewezen EDF-begroting. Deze acties hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de uitbreiding van de EDTIB en aan de versterking van de innovatiecapaciteit op defensiegebied in de hele Unie. Daarnaast biedt het BraveTech EU-initiatief van het EDF verdere ondersteuning aan innovatoren op defensiegebied door hen geleidelijk toegang te bieden tot financiering, technologische tests en iteratieve ontwikkelingscycli. Het initiatief is gericht op het ontwikkelen van oplossingen op basis van de door Oekraïne vastgestelde defensiebehoeften, zodat de Oekraïense industrie een directe kans krijgt om samen te werken met innovatoren op defensiegebied in de EU.

(6)Op grond van de Verordeningen (EU) 2021/695 8 en (EU) 2024/795 9 kan de Accelerator van de Europese Innovatieraad (EIC) technologieën voor tweeërlei gebruik ondersteunen en investeringen in defensietechnologieën stimuleren in het kader van het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP). Daarnaast biedt deze verordening de mogelijkheid voor directe steun van de EIC aan defensietechnologieën in de vorm van directe financiering in eigen vermogen.

(7)Bij Verordening (EU) 2025/2653 10 zijn tevens gerichte wijzigingen aangebracht in Verordening (EU) 2021/697 11 , in het bijzonder wat betreft de maatregelen op het gebied van disruptieve technologie voor defensiedoeleinden. Deze wijzigingen bieden met name de mogelijkheid om in het werkprogramma voor elke oproep voor projectvoorstellen de meest geschikte selectie- en toekenningscriteria en -procedures vast te stellen. Bovendien zijn bij Verordening (EU) [verwijzing naar de omnibus voor defensiegereedheid] verdere wijzigingen aangebracht in Verordening (EU) 2021/697, waardoor deze mogelijkheid is uitgebreid tot alle oproepen die in het kader van het Europees Defensiefonds worden uitgeschreven, met name die welke gericht zijn op kmo’s.

(8)Naast deze aanzienlijke inspanningen moet een nieuw programma worden opgezet (het Agile-programma, hierna “het programma”) om snelle, flexibele en gerichte steun te verlenen aan kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, voor zover deze voldoen aan de criteria van de definitie van kmo, met het oog op de ontwikkeling van innovatieve defensieoplossingen. Het programma moet gericht zijn op het ondersteunen van de ontwikkeling van opkomende en disruptieve producten en technologieën voor defensiedoeleinden tot een hoog technologisch gereedheidsniveau, waaronder de aanpassing van civiele technologieën voor defensietoepassingen, teneinde tegemoet te komen aan de meest dringende behoeften van de lidstaten en geassocieerde derde landen op het gebied van vermogensontwikkeling, met bijzondere aandacht voor kostenefficiënte defensieoplossingen.

(9)Met het oog op een efficiënte uitvoering van de EU-begroting, zal het Agile-programma een perfecte aanvulling vormen op bestaande EU-instrumenten ter ondersteuning van defensie-innovatie. Eudis ondersteunt niet-traditionele actoren op het gebied van defensie binnen het bredere EDF-kader, onder meer door middel van O&O-subsidies voor consortia en andere ondersteuningsacties die gericht zijn op individuele entiteiten (bedrijfsaccelerator, matchmaking). De HEDI, die wordt beheerd door het Europees Defensieagentschap (EDA), bevordert samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van defensie-innovatie. De EIC is een belangrijk innovatieprogramma van de EU dat tot doel heeft baanbrekende technologieën en disruptieve innovaties te identificeren, te ontwikkelen en op te schalen. Na de vaststelling van Verordening (EU) 2025/2653 zal de STEP-opschalingsregeling van de Europese Innovatieraad directe financiering in eigen vermogen verstrekken om ondernemingen in de defensiesector en ondernemingen die producten voor tweeërlei gebruik produceren te helpen hun innovaties op te schalen. Met het Agile-programma wordt een duidelijke leemte opgevuld, aangezien het gestroomlijnde, directe ondersteuning biedt aan individuele kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, voor de ontwikkeling van innovatieve oplossingen en de invoering daarvan door de lidstaten en de industrie, met zeer korte subsidietoekenningstermijnen en een duidelijke afstemming op de vermogensbehoeften van de lidstaten. Het moet de Unie dan ook in staat stellen om nieuwe benaderingen ter ondersteuning van defensie-innovatie te testen, en tegelijkertijd een aanvulling vormen op bestaande EU-instrumenten voor verschillende ontwikkelingsstadia, consortiumgrootten, tijdschema’s en technologische domeinen. De snelle ontwikkeling van bedreigingen voor defensie vereist een verschuiving naar een flexibelere aanpak, zodat innovatieve bedrijven (met name kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups) snel kunnen reageren op vastgestelde uitdagingen op het gebied van vermogens. Het programma moet daarom prioriteit geven aan op uitdagingen gebaseerde innovatieactiviteiten met snelle iteratiecycli, die rechtstreeks aansluiten bij de prioritaire operationele behoeften van de lidstaten.

(10)Het programma moet er met name op gericht zijn de innovatiecycli van defensieproducten en -technologieën met een groot disruptief potentieel aanzienlijk te versnellen, waarbij wordt verwacht dat deze binnen de komende één tot drie jaar volledig kunnen worden ingezet. Het moet innovatoren de grootst mogelijke flexibiliteit bieden om vernieuwende oplossingen voor te stellen, ook van afzonderlijke juridische entiteiten, waarbij tijdens de uitvoering onderaanneming van bepaalde taken of samenwerking met andere entiteiten mogelijk blijft.

(11)De blijvende structurele uitdaging voor Europese kmo’s in de defensiesector, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, is echter de kloof tussen succesvolle innovatie en de operationele inzet door de strijdkrachten van de lidstaten en geassocieerde derde landen. Om die kloof te dichten, moet het programma worden afgestemd op de werkelijke en prioritaire defensiebehoeften van de lidstaten en geassocieerde derde landen. Daarbij moet het programma de invoering van innovatieve oplossingen door hun strijdkrachten en defensie-industrie ondersteunen, met name door hoofdaannemers en toeleveranciers. Het programma moet een versneld proces tot stand brengen waarmee de Unie het testen en invoeren van innovatieve ondersteuningsmechanismen kan faciliteren die voorzien in de meest dringende behoeften op het gebied van defensiegereedheid, onder meer ter ondersteuning van de vlaggenschipinitiatieven voor Europese gereedheid.

(12)Daartoe moet het programma activiteiten ondersteunen die betrekking hebben op praktijktests, experimenten en demonstraties. Deze activiteiten moeten organisaties in staat stellen innovatieve oplossingen onder realistische operationele omstandigheden te toetsen, waarbij feedback in realtime wordt gegenereerd die kan worden gebruikt om de oplossingen via een iteratief proces te verfijnen en te verbeteren. De actieve betrokkenheid van de lidstaten is van cruciaal belang in elke fase van dit proces, van het vaststellen van de testvereisten tot het beoordelen van de aangetoonde capaciteiten. Dit zorgt voor betrouwbare vraagsignalen en maakt het gemakkelijker om vervolgens aankoopbeslissingen te nemen. Daarnaast kan het programma de invoering van nieuwe technologieën en producten ondersteunen door de vraag te bundelen en gebruik te maken van innovatieve aanbestedingsmechanismen, zoals innovatiepartnerschappen. Ook kunnen gedeelde platformen en diensten worden ontwikkeld om tegemoet te komen aan de gemeenschappelijke operationele behoeften van meerdere eindgebruikers.

(13)In de ruimte gestationeerde vermogens zijn onmisbare instrumenten geworden voor moderne defensie- en veiligheidsoperaties en vervullen cruciale functies, waaronder inlichtingen, bewaking en verkenning, beveiligde communicatie, plaatsbepaling, navigatie en tijdsbepaling, en vroegtijdige waarschuwing. Bovendien hebben de toenemende afhankelijkheid van de strijdkrachten van in de ruimte gestationeerde middelen en de groeiende kwetsbaarheid van de ruimte-infrastructuur voor bedreigingen ervoor gezorgd dat de veerkracht en het reactievermogen van de Europese ruimtevaartsector een strategische prioriteit zijn geworden. In het witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030 wordt de ruimtevaart aangemerkt als een cruciale strategische factor binnen de prioritaire vermogensgebieden die door de EU en haar lidstaten zijn vastgesteld, terwijl in de routekaart voor defensiegereedheid een Europees ruimteschild als een mogelijk vlaggenschipinitiatief wordt voorgesteld. Het tweeërlei gebruik van ruimtevaarttechnologieën en -diensten houdt in dat innovatie in de ruimtevaartsector directe en onmiddellijke gevolgen heeft voor de defensievermogens en dat de vraag vanuit de defensiesector de ontwikkeling en commercialisering van Europese ruimtevaarttechnologieën kan versnellen. Het programma moet dan ook de ontwikkeling van innovatieve, in de ruimte gestationeerde en door ruimtevaart ondersteunde defensievermogens ondersteunen door nieuwkomers en niet-traditionele actoren hierbij te betrekken, teneinde de strategische autonomie van de Unie in de ruimte te vergroten en de EDTIB te versterken. Dit omvat onder meer het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van een toekomstige overheidsdienst voor aardobservatie (EOGS) met autonome, veerkrachtige en voor defensiedoeleinden geschikte aardobservatievermogens. Het programma moet ook activiteiten op ruimtevaartgebied ondersteunen om de invoering van in de ruimte gestationeerde defensievermogens door de lidstaten en door de EU te versnellen, in overeenstemming met het EU-ruimtevaartprogramma, het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit of de activiteiten van het Satellietcentrum van de Europese Unie (SatCen), waarbij de samenhang met de toepasselijke ruimtevaartgerelateerde initiatieven van de Unie wordt gewaarborgd.

(14)Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor de vaststelling van werkprogramma’s. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 12 . Om ervoor te zorgen dat deze werkprogramma’s snel worden vastgesteld en dat de uitvoering van het programma uiteindelijk ten goede komt aan het Europese ecosysteem van kmo’s in de defensiesector, moet de Commissie gebruik kunnen maken van de raadplegingsprocedure zoals vastgelegd in artikel 4 van bovengenoemde verordening.

(15)In het werkprogramma moeten uitdagingen worden vastgesteld, gedefinieerd als oproepen tot het indienen van voorstellen die gericht zijn op specifieke defensiebehoeften die in overleg met de lidstaten zijn geïdentificeerd, op basis van een gestructureerd proces waarbij de lidstaten worden betrokken, zodat de ondersteunde projecten aansluiten bij de reële en geprioriteerde defensiebehoeften van de lidstaten. Daartoe kan in het werkprogramma ook gebruik worden gemaakt van input van belangrijke sectoren en het EDA, om tegemoet te komen aan specifieke, missiegerichte vermogensbehoeften. In alle gevallen moet voorrang worden gegeven aan uitdagingen die op een zo breed mogelijke steun van de lidstaten kunnen rekenen, die een weerspiegeling vormen van een daadwerkelijke gezamenlijke behoefte en strategische afstemming en die bijdragen aan de defensiegereedheid van de EU als geheel. Om het volledige spectrum van innovatie te bestrijken, moet het programma ook oproepen omvatten die gericht zijn op bredere doelstellingen op het gebied van defensie-innovatie. Bij de selectie van projecten in het kader van dergelijke oproepen en uitdagingen moet de Commissie ervoor zorgen dat het programma bijdraagt aan de versterking van het industrieel defensievermogen in de hele Unie en aan het aanpakken van dringende en langdurige bedreigingen.

(16)Het programma heeft tot doel de innovatie-inspanningen te ondersteunen van niet-traditionele actoren op defensiegebied, en met name kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups. Door gerichte ondersteuning te bieden, wordt met het programma beoogd de ontwikkeling en verfijning van hun disruptieve technologieën en producten te versnellen en deze dichter bij de markt te brengen, om zo uiteindelijk hun concurrentievermogen en groei te versterken.

(17)Aangezien het Agile-programma tot doel heeft het innovatievermogen van de defensie-industrie van de Unie te ondersteunen, mogen alleen in de EU of in geassocieerde derde landen gevestigde juridische entiteiten die niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan, voor steun in aanmerking komen. Bovendien moeten, om de wezenlijke veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten te beschermen, de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de ontvangers en bij een door het programma gesteunde actie betrokken onderaannemers zich gedurende de gehele periode van een actie op het grondgebied van een lidstaat of een geassocieerd derde land bevinden, en moeten de uitvoerende bestuursstructuren van de ontvangers zich in de Unie of in een geassocieerd derde land bevinden. Om deze essentiële veiligheids- en defensiebelangen te beschermen, moeten die subsidiabiliteitscriteria ook gelden voor financiering die via aanbesteding wordt verstrekt.

(18)Uit de tussentijdse evaluatie van het Europees Defensiefonds (EDF) is gebleken dat de administratieve lasten en de tijd die nodig zijn om garanties te verstrekken wanneer een in de EU gevestigde ontvanger onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een niet-geassocieerde entiteit, onverenigbaar zijn met de snelheid en flexibiliteit die nodig zijn voor een doeltreffende uitvoering van het programma. Om deze uitdaging aan te pakken en een snelle uitvoering van het programma mogelijk te maken, mogen geen afwijkingen worden toegestaan van het beginsel dat ontvangers niet onder zeggenschap mogen staan van entiteiten die buiten de EU of de geassocieerde landen zijn gevestigd. Uit de ervaringen met eerdere programma’s in de defensie-industrie blijkt ook dat het verstrekken van garanties leidt tot extra procedurele complexiteit en langere evaluatieperioden, terwijl het schrappen van deze uitzondering waarschijnlijk geen noemenswaardige invloed zal hebben op het aantal subsidiabele entiteiten.

(19)Om ervoor te zorgen dat de strijdkrachten van de lidstaten kunnen profiteren van geavanceerde technologieën en innovatie, moet het programma stimulansen kunnen bieden om kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, aan te trekken die buiten de EU of geassocieerde derde landen zijn gevestigd, maar het potentieel hebben om een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma. Daartoe moet in het werkprogramma worden vastgelegd onder welke toekenningsprocedures dergelijke kmo’s aan het Agile-programma kunnen deelnemen, zelfs indien zij nog niet voldoen aan de subsidiabiliteitsvereisten met betrekking tot hun vestiging of de vestiging van hun uitvoerende bestuursstructuur in de EU of een geassocieerd derde land (aanmoedigingsinterventie). Volgens deze aanpak zouden de ontvangers een tijdelijke en voorwaardelijke vrijstelling van deze subsidiabiliteitsvereisten krijgen, waaraan zij binnen de in de wettelijke verbintenis vastgestelde termijn zouden moeten voldoen om steun van de Unie te ontvangen. De financiële belangen van de Unie moeten naar behoren worden beschermd en betalingen mogen pas worden verricht nadat aan het einde van de vrijstellingsperiode aan de subsidiabiliteitsvereisten is voldaan.

(20)Om ervoor te zorgen dat de aanmoedigingsinterventie het beoogde doel bereikt, moet het mogelijk zijn af te wijken van het subsidiabiliteitsvereiste dat ontvangers in de EU of een geassocieerd derde land gevestigd moeten zijn en daar hun uitvoerende bestuursstructuur moeten hebben om steun van de Unie te ontvangen, mits deze steun specifiek bedoeld is om de naleving van die subsidiabiliteitsvereisten te vergemakkelijken, onder meer door de kosten te dekken die gepaard gaan met de hervestiging van het bedrijf of de vestiging van zijn uitvoerende bestuursstructuur binnen de EU of een geassocieerd derde land.

(21)Aangezien de in het kader van het Agile-programma ondersteunde acties binnen een kort tijdsbestek moeten worden uitgevoerd en de administratieve lasten voor aanvragers tot een minimum moeten worden beperkt, moet, wanneer de steun van de Unie in de vorm van een subsidie wordt verleend, gebruik worden gemaakt van financiering die niet aan de kosten is gekoppeld, of van vereenvoudigde kostenopties, waaronder forfaitaire bedragen. Steun van de Unie mag alleen worden verstrekt in de vorm van vergoeding van daadwerkelijk subsidiabele kosten wanneer de doelstellingen van een bepaalde actie anderszins niet kunnen worden verwezenlijkt.

(22)De defensiesector werkt niet volgens de conventionele regels en bedrijfsmodellen die van toepassing zijn op meer traditionele markten. Vrijwel alle vraag komt van nationale overheden, die tevens alle aankopen van defensiegerelateerde producten en technologieën, met inbegrip van de uitvoer daarvan, controleren. Daarom voert de defensie-industrie, en met name kleine en niet-traditionele innovatoren op defensiegebied, geen omvangrijke, uit eigen middelen gefinancierde innovatieprojecten uit, en worden alle daarmee samenhangende kosten vaak volledig gedragen door de lidstaten en geassocieerde derde landen. Bovendien worden deze spelers geconfronteerd met hardnekkige belemmeringen bij de toegang tot financiering, met inbegrip van medefinanciering, en met name particuliere financiering voor investeringen, als gevolg van de risico’s die marktdeelnemers met dergelijke investeringen associëren. Daarom is het aantrekken van overheidsinvesteringen voor de defensiesector van de Unie van vitaal belang gelet op de dringende noodzaak om investeringen in defensie-innovatie te stimuleren. Aangezien deze maatregelen anders niet zouden worden genomen, lijkt het gerechtvaardigd dat de financiële steun van de Unie in het kader van het Agile-programma tot 100 % van de subsidiabele kosten voor in aanmerking komende acties kan dekken.

(23)Om het indienings- en evaluatieproces verder te vereenvoudigen en te versnellen, moet de steun van de Unie worden verleend via een specifieke evaluatieprocedure, waarbij bepaalde controles worden uitgevoerd nadat het toekenningsbesluit is genomen. Aanvragers moeten worden uitgenodigd om voorstellen in te dienen, vergezeld van een korte samenvatting. Deze samenvatting moet worden beoordeeld voordat de voorstellen volledig worden geëvalueerd aan de hand van de relevante toekenningscriteria die in het werkprogramma zijn vastgelegd. Deze aanpak is bedoeld om de administratieve lasten voor aanvragers te verminderen en zo snel mogelijk financiële zekerheid te bieden, waarbij een redelijk niveau van economisch of juridisch risico voor de Unie wordt aanvaard, dat in verhouding staat tot de nagestreefde doelstellingen. Het financieel belang van de Unie moet naar behoren worden beschermd en er mag geen financiering worden verstrekt voordat de volledige evaluatie is afgerond.

(24)Ten behoeve van hetzelfde doel moet het mogelijk zijn af te wijken van bepaalde verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 met betrekking tot de inhoud van subsidieaanvragen, de selectiecriteria en de evaluatieprocedure. Op die manier zou het toekenningsbesluit kunnen worden vastgesteld en de subsidieovereenkomst kunnen worden ondertekend op basis van een voorlopige beoordeling van de subsidiabiliteits- en selectiecriteria, waarbij met name wordt uitgegaan van de verklaringen op erewoord van de aanvragers, ook wat betreft de controlevereisten. De Commissie moet de toekenningsbesluiten onverwijld vaststellen en de eindevaluatie van de desbetreffende criteria binnen vier maanden na de uiterste indieningsdatum afronden. De financiële belangen van de Unie moeten naar behoren worden beschermd en betalingen mogen pas worden verricht nadat de eindevaluatie is afgerond.

(25)Als alternatief voor deze versnelde beoordelingsprocedure, en om ervoor te zorgen dat de Unie innovatieve oplossingen kan ondersteunen zonder dat deze in eerste instantie kunstmatig worden vernauwd of beperkt door de specifieke vorm die de steun van de Unie aanneemt, moet het Agile-programma gelegenheid bieden voor een flexibelere en toegankelijkere manier om innovatieve projecten en ideeën te identificeren, te selecteren en te ondersteunen, onder meer door te voorzien in instrument-neutrale toekenningsprocedures. Bij een dergelijke aanpak moeten ideeën worden beoordeeld en geselecteerd op basis van de mate waarin zij bijdragen aan de doelstellingen van het Agile-programma. Welk instrument voor de uitvoering van de begroting in het kader van het programma het meest geschikt en doeltreffend is, of het nu gaat om een subsidie, een aanbesteding of een andere vorm van steun, moet pas na selectie worden bepaald, op basis van de specifieke kenmerken, vereisten en verdiensten van het afzonderlijke project.

(26)Om aantrekkelijk te blijven voor een bredere groep potentiële aanvragers en om een bestaande kloof in de innovatiecyclus op defensiegebied aan te pakken, is het noodzakelijk en evenredig om kosten die vóór de indiening van de subsidieaanvraag zijn gemaakt in aanmerking te laten komen voor financiering, zoals bepaald in artikel 196, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Het Agile-programma is gericht op ontwikkelingsactiviteiten in de laatste stadia die de kritieke kloof tussen commercialisering en aanbesteding overbruggen, waardoor opkomende en disruptieve producten en -technologieën voor defensiedoeleinden dichter bij marktrijpheid en operationele inzet komen. Innovatieve bedrijven, met name kmo’s, starten en financieren ontwikkelingsprojecten vaak zelf voordat er formele financieringsmogelijkheden beschikbaar komen. Het programma kan zo cruciale innovatieacties ondersteunen die tot drie maanden vóór de sluitingsdatum van de oproep tot het indienen van voorstellen van start zijn gegaan, zodat deze EU-steun kunnen ontvangen en hun voltooiing kan worden bespoedigd, waardoor tijdig resultaten worden geleverd die een antwoord bieden op de meest urgente uitdagingen waarmee de strijdkrachten van de lidstaten en geassocieerde derde landen worden geconfronteerd.

(27)Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad 13 voorziet in een specifieke uitzondering op de daarin vastgestelde verplichtingen voor opdrachten die worden toegekend in het kader van bepaalde samenwerkingsprogramma’s op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. Na de vaststelling van Richtlijn XXX [Omnibusrichtlijn 2025/0177 (COD)] wordt in de richtlijn betreffende overheidsopdrachten op veiligheids- en defensiegebied duidelijk gesteld dat een onderzoeks- en ontwikkelingsproject dat door instellingen of organen van de Unie wordt uitgevoerd en uit de begroting van de Unie wordt gefinancierd, geldt als een samenwerkingsprogramma dat door ten minste twee lidstaten gezamenlijk wordt uitgevoerd en kan worden voortgezet na de onderzoeks- en ontwikkelingsfase. In dit geval kunnen opdrachten die in het kader van het vervolgprogramma worden toegekend ook worden uitgesloten. Deze vrijstelling geldt met name voor de toekenning van opdrachten in het kader van projecten die door het Agile-programma worden ondersteund.

(28)Om de beveiliging van gerubriceerde gegevens op het vereiste niveau te waarborgen, is het van essentieel belang dat bij de ondertekening van gerubriceerde financieringsovereenkomsten wordt voldaan aan de minimumnormen voor industriële veiligheid. Daartoe, en in overeenstemming met de toepasselijke nationale wetgeving, moeten de lidstaten en geassocieerde derde landen op het grondgebied waarvan de ontvangers zijn gevestigd, een beveiligingskader vaststellen — bestaande uit beveiligingsinstructies voor projecten en een bijbehorende rubriceringsgids — in gevallen waarin de uitvoering van het Agile-programma informatie met zich meebrengt of genereert die een rubriceringsniveau vereist.

(29)Deze verordening moet van toepassing zijn onverminderd de EU-mededingingsregels, met name de artikelen 101 tot en met 109 VWEU en de rechtshandelingen die uitvoering geven aan die artikelen.

(30)Gezien de dringende noodzaak om cruciale investeringen in defensievermogens en met name in defensie-innovatie te ondersteunen in het licht van de urgente geopolitieke uitdagingen, wordt het passend geacht een uitzondering te maken op de periode van acht weken als bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het VEU, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Op grond daarvan moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(31)Het is passend om de indicatieve financiële middelen voor het Agile-programma vast te stellen.

(32)Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 14 is van toepassing op het programma. Zij legt de regels vast voor de opstelling en uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie, met inbegrip van de regels voor subsidies, prijzen, niet-financiële schenkingen, aanbestedingen, indirect beheer, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

(33)Overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 15 , Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad 16 , Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad 17 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad 18 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, met inbegrip van preventie, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsook, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties.

(34)In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 19 .

(35)Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer en ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij het uitvoeren van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp

In deze verordening wordt het programma voor flexibele en snelle defensie-innovatie (Agile-programma) vastgesteld voor de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027, en worden de doelstellingen en de begroting van het programma, de vormen van financiering in het kader van het programma en de regels voor de toekenning van die financiering vastgelegd.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)“juridische entiteit”: een uit hoofde van het recht van de Unie, het nationale recht of het internationale recht opgerichte en erkende rechtspersoon, met inbegrip van de overeenkomstig Verordening (EU) 2025/2643 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte structuren voor een Europees bewapeningsprogramma, die rechtspersoonlijkheid bezit en de bekwaamheid bezit in eigen naam te handelen, rechten uit te oefenen en verplichtingen te hebben, dan wel een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid zoals bedoeld in artikel 200, lid 2, punt c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509;

2)“zeggenschap”: het vermogen om ofwel direct, ofwel indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, beslissende invloed uit te oefenen op een juridische entiteit;

3)“defensieproduct”: goederen, diensten en werken die binnen het toepassingsgebied van artikel 2 van Richtlijn 2009/81/EG vallen;

4)“opkomende en disruptieve producten of technologieën voor defensie”: defensieproducten of -technologieën die radicale veranderingen teweegbrengen, met inbegrip van een paradigmaverschuiving in het concept en de behandeling van defensiezaken, onder meer door bestaande defensietechnologieën te vervangen of achterhaald te maken, en waarvan wordt verwacht dat deze aan het einde van de actie volledig kunnen worden ingezet;

5)“kleine en middelgrote ondernemingen” of “kmo’s”: kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie;

6)“achtergrondinformatie”: alle informatie die noodzakelijk of nuttig is voor de uitvoering van het programma, die vóór of buiten het kader van de actie is gegenereerd en die aan de actie is verstrekt en ten behoeve van de actie wordt gebruikt;

7)“nieuwe informatie”: gegevens, knowhow of informatie die, ongeacht de vorm of aard ervan, worden gegenereerd bij de werking van het programma.

Artikel 3

Doelstellingen

1.De algemene doelstelling van het programma is het ondersteunen van het vermogen tot snelle innovatie van kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, teneinde de snelle levering van opkomende en disruptieve producten en technologieën voor defensiedoeleinden te bevorderen en zo het hoofd te bieden aan de meest recente en snel veranderende uitdagingen waarmee de strijdkrachten van de lidstaten worden geconfronteerd, met name die welke voortvloeien uit de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, waarbij de nadruk ligt op kostenefficiëntie. Het programma zal daarmee het concurrentievermogen van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) bevorderen en bijdragen aan de versterking van de defensiegereedheid van de Unie, terwijl de strategische afhankelijkheid van niet-geassocieerde derde landen wordt verminderd.

2.De specifieke doelstellingen van het programma zijn:

a)op significante wijze de innovatiecycli van opkomende en disruptieve producten en technologieën voor defensiedoeleinden versnellen die in de hele Unie door kmo’s, waaronder start-ups, worden ontwikkeld, rekening houdend met de dringende behoeften van de lidstaten en gebruikmakend van het innovatiepotentieel van de industrie van de Unie als geheel;

b)de invoering door de strijdkrachten van de lidstaten en door de belangrijkste Europese defensiecontractanten van opkomende en disruptieve producten en -technologieën voor defensiedoeleinden die zijn ontwikkeld door kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, ondersteunen, evenals de opschaling daarvan in heel Europa, teneinde de technologische voorsprong van de strijdkrachten van de lidstaten te versterken en de veerkracht en de voorzieningszekerheid voor dergelijke defensieproducten en -technologieën in de hele EU te vergroten.

Artikel 4

Begroting

1.De indicatieve financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027 wordt vastgesteld op 115 000 000 EUR in lopende prijzen.

2.Vastleggingen in de begroting voor activiteiten waarvan de uitvoering zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, kunnen in jaartranches worden verdeeld.

3.Ook na 2027 kunnen nog kredieten in de Uniebegroting worden opgenomen ter dekking van de noodzakelijke uitgaven en om het beheer mogelijk te maken van acties die aan het einde van het programma nog niet voltooid zijn, alsmede van de uitgaven voor kritieke operationele activiteiten en de dienstverlening.

4.De in lid 1 van dit artikel bedoelde financiële middelen en de bedragen van de in artikel 5 bedoelde aanvullende middelen kunnen ook worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor de uitvoering van het programma, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, met inbegrip van het ontwerp, de opzet, het testen en de certificering, de exploitatie en het onderhoud van informatietechnologiesystemen en -platformen, alsmede informatie- en communicatieactiviteiten, met inbegrip van institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, en alle andere uitgaven gerelateerd aan technische en administratieve bijstand of personeel die de Commissie doet voor het beheer van het programma.

Artikel 5

Aanvullende middelen

1.Lidstaten, instellingen, organen en instanties van de EU, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen of andere derden kunnen aanvullende financiële en niet-financiële bijdragen ter beschikking stellen van het programma, of van de in artikel 3 bedoelde specifieke activiteiten of doelstellingen. Aanvullende financiële bijdragen vormen externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 2, punt a), d) of e), of artikel 21, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.

2.Aan de lidstaten in gedeeld beheer toegewezen middelen kunnen, op verzoek van de betrokken lidstaat, onder de voorwaarden van de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) 2021/1060 worden overgedragen naar het programma. De Commissie voert die middelen overeenkomstig artikel 62, lid 1, eerste alinea, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 op directe wijze dan wel overeenkomstig punt c) van die alinea op indirecte wijze uit. Deze middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat. Indien de Commissie geen juridische verbintenis in direct of indirect beheer is aangegaan voor aldus ter beschikking van het instrument gestelde aanvullende bedragen, kunnen de desbetreffende niet-vastgelegde bedragen op verzoek van de betrokken lidstaat weer naar de bronprogramma’s worden overgedragen, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2021/1060.

Artikel 6

Alternatieve, gecombineerde en cumulatieve financiering

1.Het programma wordt uitgevoerd in synergie met andere programma’s van de Unie. Een actie die een bijdrage van de Unie van een ander programma heeft ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het programma ontvangen. De regels van het desbetreffende programma van de Unie zijn van toepassing op de overeenkomstige bijdrage of er kan één reeks regels op alle bijdragen worden toegepast en één juridische verbintenis worden aangegaan. Indien de bijdrage van de Unie op subsidiabele kosten is gebaseerd, mag de cumulatieve steun uit de Uniebegroting niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten van de actie en kan deze op pro-ratabasis worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de steunvoorwaarden zijn vastgesteld.

2.Toekenningsprocedures in het kader van het programma moeten gezamenlijk worden uitgevoerd in direct of indirect beheer met lidstaten, instellingen, organen en instanties van de EU, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen, of andere derde partijen, op voorwaarde dat de financiële belangen van de Unie worden gewaarborgd. Dergelijke procedures zijn aan één reeks regels onderworpen en leiden tot de sluiting van één juridische verbintenis. Daartoe kunnen de partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure middelen ter beschikking stellen van het programma overeenkomstig artikel 5 van deze verordening, of kunnen de partners worden belast met de uitvoering van de toekenningsprocedure, indien van toepassing overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Voor de toepassing van artikel 153, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kan het evaluatiecomité in gezamenlijke toekenningsprocedures gedeeltelijk worden samengesteld uit leden die in die procedure vertegenwoordigers van de partners zijn.

Artikel 7

Met het programma geassocieerde derde landen

1.Het programma kan worden opengesteld voor deelname van de volgende derde landen door middel van volledige of gedeeltelijke associatie bij het programma, overeenkomstig de doelstellingen van artikel 3 en overeenkomstig de desbetreffende internationale overeenkomsten of besluiten die in die overeenkomsten zijn vastgesteld en van toepassing zijn op:

a)leden van de Europese Vrijhandelsassociatie die lid zijn van de Europese Economische Ruimte;

b)Oekraïne, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne.

2.De associatieovereenkomsten inzake deelname aan de programma’s met de in artikel 7, lid 1, bedoelde landen:

a)waarborgen een billijk evenwicht tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan het programma deelneemt;

b)bepalen de voorwaarden voor deelname aan het programma, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen, bestaande uit een operationele bijdrage en een deelnamevergoeding, aan een programma en de algemene administratiekosten daarvan;

c)verlenen het derde land geen beslissingsbevoegdheid over het programma;

d)waarborgen de rechten van de Unie om voor een goed financieel beheer te zorgen en de financiële belangen van de Unie te beschermen;

e)waarborgen, in voorkomend geval, de bescherming van de belangen van de Unie op het gebied van veiligheid en openbare orde.

3.Voor de toepassing van punt d) verleent het geassocieerde derde land de uit hoofde van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 vereiste rechten en toegang, en waarborgt het dat executoriale besluiten die een geldelijke verplichting inhouden op grond van artikel 299 VWEU, alsook arresten en beschikkingen van het Hof van Justitie van de Europese Unie, rechtstreeks uitvoerbaar zijn, en draagt het derde land er in overeenstemming met geldende internationale overeenkomsten of andere toepasselijke regels zorg voor dat zijn bevoegde autoriteiten samenwerken met het Europees Openbaar Ministerie (EOM) bij de onderzoeken en vervolging van strafbare feiten die gevolgen hebben voor de financiële belangen van de Unie.

Artikel 8

Uitvoering en vormen van Uniefinanciering

1.Het programma wordt overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 uitgevoerd, in direct beheer of in indirect beheer met entiteiten als bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), van die verordening.

2.Uniefinanciering kan worden verstrekt in elke vorm overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.

3.Overeenkomstig artikel 196, lid 2, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kunnen financiële bijdragen, indien voor de uitvoering van een actie relevant en noodzakelijk, betrekking hebben op acties die zijn gestart en kosten die zijn gemaakt vóór de datum van indiening van het voorstel voor die acties, mits die acties niet meer dan drie maanden vóór de sluitingsdatum van de oproep tot het indienen van voorstellen van start zijn gegaan en niet zijn voltooid vóór de ondertekening van de subsidieovereenkomst.

4.Indien Uniefinanciering wordt verstrekt in de vorm van een subsidie, wordt de financiering verstrekt als niet aan kosten gekoppelde financiering of als vereenvoudigde kostenopties, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Financiering mag alleen in de vorm van terugbetaling van daadwerkelijke subsidiabele kosten worden verstrekt wanneer de doelstellingen van een actie niet anderszins kunnen worden verwezenlijkt.

5.Overeenkomstig artikel 153, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kan het evaluatiecomité geheel of gedeeltelijk uit onafhankelijke externe deskundigen bestaan.

Artikel 9

Subsidiabiliteit

1.Er worden subsidiabiliteitscriteria vastgesteld ter ondersteuning van de verwezenlijking van de overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 in artikel 3 vastgestelde doelstellingen, die op alle toekenningsprocedures in het kader van het programma van toepassing zijn.

2.Bij toekenningsprocedures in direct en indirect beheer kunnen een of meer van de volgende juridische entiteiten in aanmerking komen voor financiering van de Unie:

a)entiteiten die zijn gevestigd in een lidstaat;

b)entiteiten die zijn gevestigd in een geassocieerd derde land;

c)internationale organisaties.

3.Voor acties die in het kader van het programma worden ondersteund, zoals vermeld in artikel 10, met uitzondering van de in artikel 10, lid 1, punt d), bedoelde acties, zijn de ontvangers van Uniefinanciering kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, die voldoen aan de in dit artikel vastgestelde subsidiabiliteitsvereisten.

4.Behalve voor de in artikel 10, lid 1, punt c), bedoelde acties zijn de ontvangers gevestigd in de EU of in een geassocieerd derde land en hebben zij hun uitvoerende bestuursstructuren in de EU of in een geassocieerd derde land.

5.De ontvangers mogen niet onder zeggenschap staan van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land.

6.De infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de ontvangers van Uniefinanciering die ten behoeve van de gefinancierde actie worden gebruikt, bevinden zich tijdens de gehele duur van de actie op het grondgebied van een lidstaat of een geassocieerd derde land.

7.Bij een actie betrokken ontvangers van Uniefinanciering kunnen, indien zij in de Unie of in een geassocieerd land niet over onmiddellijk beschikbare alternatieven of relevante infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen beschikken, hun infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen gebruiken die zich buiten het grondgebied van de lidstaten of van de geassocieerde derde landen bevinden of aldaar worden gehouden, mits dat gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de EU en haar lidstaten, met inbegrip van de eerbiediging van het beginsel van goede nabuurschapsbetrekkingen, en strookt met de in artikel 3 vastgelegde doelstellingen. De kosten in verband met activiteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van deze infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen komen niet in aanmerking voor steun uit het programma.

8.Juridische entiteiten kunnen worden geacht aan de in dit lid vermelde subsidiabiliteitsvoorwaarden te voldoen als ze hebben voldaan aan gelijkwaardige voorwaarden uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1092 20 , Verordening (EU) 2021/697 21 , Verordening (EU) 2023/1525 22 of Verordening (EU) 2023/2418 23 van het Europees Parlement en de Raad of Verordening (EU) 2025/1106 24 en op voorwaarde dat de vervulling van die voorwaarden niet in twijfel wordt getrokken door latere veranderingen.

9.Bij toekenningsprocedures komen de volgende acties niet voor financiering in aanmerking:

a)acties of delen daarvan die reeds volledig uit andere publieke of particuliere bronnen worden gefinancierd, met uitzondering van bijdragen van de Unie in het kader van de in artikel 6 bedoelde synergieacties;

b)acties met het oog op de ontwikkeling van producten en -technologieën waarvan het gebruik, de ontwikkeling of de productie op grond van het toepasselijke internationaal recht verboden is.

Artikel 10

Acties in het kader van Agile

1.Acties die in aanmerking komen voor financiering uit het programma, dienen ter verwezenlijking van de in artikel 3 van deze verordening genoemde doelstellingen en kunnen een van de volgende vormen of een combinatie daarvan aannemen:

a)steun voor de snelle ontwikkeling van opkomende en disruptieve producten en technologieën voor defensiedoeleinden, onder meer wanneer deze gebaseerd zijn op de integratie en aanpassing van civiele technologieën met een potentieel voor tweeërlei gebruik voor defensiedoeleinden;

b)steun voor de invoering op de markt van opkomende en disruptieve producten en technologieën voor defensiedoeleinden, onder meer door middel van gerichte en iteratieve praktijktests en demonstraties, en door middel van steun voor het bundelen van de vraag;

c)steun voor de oprichting van een entiteit of van de uitvoerende bestuursstructuur daarvan in de EU of in een geassocieerd derde land, met het oog op de doeltreffende uitvoering van de onder de punten a) en b) genoemde acties;

d)ondersteunende acties die nodig zijn voor de doeltreffende uitvoering van de onder de punten a) en b) genoemde acties, waaronder, maar niet beperkt tot, kwalificatie, certificering, toegang tot infrastructuur, toegang tot innovatieve productiecapaciteiten en -processen, de ontwikkeling van vaardigheden, het laten uitvoeren van studies en activiteiten gericht op het opbouwen en versterken van ecosystemen.

2.Het programma kan steun bieden voor acties die betrekking hebben op de snelle modernisering van bestaande producten en technologieën, mits het gebruik van reeds bestaande informatie, intellectuele-eigendomsrechten of andere rechten die nodig zijn om de actie te kunnen uitvoeren, niet is onderworpen aan een beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, hetzij direct, hetzij indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, en wel zodanig dat de actie niet daadwerkelijk kan worden uitgevoerd.

3.Ontvangers die gebruikmaken van het programma krijgen, waar mogelijk en passend, versnelde toegang tot test- en proefinstallaties van de EU en tot de bedrijfsaccelerator van Eudis.

Artikel 11

Toekenningscriteria

1.Voor zover relevant en passend, afhankelijk van de aard van de toekenningsprocedure, en overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, worden de toekenningscriteria vastgelegd in de in artikel 16 bedoelde werkprogramma’s en wordt daarbij rekening gehouden met de volgende beginselen:

a)disruptief potentieel;

b)de kwaliteit van het voorstel en het vermogen om de actie uit te voeren;

c)de impact op defensiegebied, rekening houdend met de behoeften van de lidstaten en geassocieerde derde landen, onder meer wat betreft kostenefficiëntie, leveringssnelheid en gereedheid voor operationeel gebruik.

2.In het in artikel 16 bedoelde werkprogramma worden nadere gegevens vastgesteld betreffende de toepassing van de in lid 1 vastgestelde toekenningscriteria, rekening houdend met de doelstellingen van de oproep tot het indienen van voorstellen, alsmede betreffende de selectie- en beoordelingsprocedure.

Artikel 12

Selectie- en toekenningsprocedure

1.Om ervoor te zorgen dat de in artikel 10 genoemde acties zonder onnodige vertraging daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd, kan in het werkprogramma worden aangegeven welke toekenningsprocedures, in het kader van direct of indirect beheer, in aanmerking komen voor een versnelde en vereenvoudigde toekenningsprocedure.

2.In afwijking van de artikelen 199, 201 en 203 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 met betrekking tot subsidies, en artikel 170, lid 1, punten b) en c), en lid 2, met betrekking tot aanbestedingen voor toekenningsprocedures die in het werkprogramma zijn geïdentificeerd, kunnen de volgende voorwaarden van toepassing zijn:

a)beperking van de eisen voor het toekenningsbesluit en de ondertekening van wettelijke verbintenissen tot een voorlopige evaluatie van toekennings- en uitsluitingscriteria; het toekenningsbesluit kan uitsluitend worden genomen op grond van een verklaring van aanvragers en inschrijvers met betrekking tot selectie- en subsidiabiliteitscriteria, met name met betrekking tot zeggenschap, zonder dat tijdens de voorlopige evaluatie om de bijbehorende bewijsstukken wordt gevraagd. De Commissie zorgt ervoor dat de eindevaluatie zonder onnodige vertraging wordt afgerond;

b)de kennisgeving met betrekking tot de resultaten van de voorlopige evaluatie aan de aanvragers en inschrijvers geschiedt binnen een termijn die in het werkprogramma is vastgesteld; het toekenningsbesluit wordt genomen binnen de in het werkprogramma vastgestelde termijn.

3.Indien uit de in lid 2, punt a), bedoelde eindevaluatie blijkt dat de ontvanger niet aan alle subsidiabiliteits- en selectiecriteria voldoet, wordt de juridische verbintenis beëindigd.

4.In het werkprogramma kunnen gerichte uit twee fasen bestaande bottom-up-toekenningsprocedures worden vastgesteld in overeenstemming met de volgende regels:

a)in de eerste fase kan een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling worden gedaan zonder specificatie van de soort activiteiten of het begrotingsuitvoeringsinstrument, om aanvragers en inschrijvers in staat te stellen projectvoorstellen of offertes in te dienen voor goederen, werkzaamheden of diensten die zouden kunnen bijdragen tot de doelstellingen van deze verordening, zoals uiteengezet in het in artikel 16 bedoelde werkprogramma.

Voorstellen en offertes worden geëvalueerd en gerangschikt op basis van algemene toekenningscriteria die zijn vastgelegd in het werkprogramma, zoals hun relatieve bijdrage aan de doelstellingen. Het evaluatiecomité bepaalt het meest geschikte instrument voor de uitvoering van de begroting onder direct of indirect beheer, en doet een voorstel aangaande het maximumbedrag en de vorm van de bijdrage van de Unie;

b)in de tweede fase worden, binnen de beschikbare begroting, indieners van projecten of offertes met een positieve evaluatie uitgenodigd om hun voorstel of offerte aan te passen en te voltooien in overeenstemming met de conclusies van het evaluatiecomité.

Voor het overige wordt de toekenningsprocedure uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, zoals van toepassing op het desbetreffende begrotingsuitvoeringsinstrument.

Artikel 13

Aanmoedigingsinterventie

1.In afwijking van artikel 9 van deze verordening kan het werkprogramma voorschrijven dat een toekenningsprocedure de vorm aanneemt van een aanmoedigingsinterventie teneinde een tijdelijke en voorwaardelijke opschorting van de naleving van de subsidiabiliteitsvereisten met betrekking tot de vestigingsplaats of het uitvoerend bestuur mogelijk te maken.

2.De naleving van de subsidiabiliteitscriteria die overeenkomstig lid 1 van dit artikel tijdelijk zijn opgeschort, moet worden verwezenlijkt en beoordeeld binnen een in de wettelijke verbintenis vastgestelde termijn. De steun van de Unie wordt verleend zodra aan alle voorwaarden is voldaan.

3.Indien niet binnen de in de juridische verbintenis vastgestelde termijn wordt voldaan aan de subsidiabiliteitscriteria die overeenkomstig lid 1 van dit artikel tijdelijk zijn opgeschort, wordt de actie als niet-subsidiabel beschouwd en wordt alle Uniefinanciering volledig teruggevorderd.

4.Voor de toepassing van dit artikel wordt geen voorfinanciering uitbetaald.

Artikel 14

Financieringspercentages

Onverminderd artikel 193 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kan het programma tot 100 % van de subsidiabele kosten financieren.

Artikel 15

Eigendom van resultaten

1.De resultaten van door het programma gesteunde acties mogen direct noch indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, aan de zeggenschap van of beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen worden onderworpen, ook wat de overdracht van technologie betreft.

2.Deze verordening laat de beslissingsvrijheid van de lidstaten in hun uitvoerbeleid ten aanzien van militaire technologie en uitrusting onverlet.

3.Technologieoverdrachten worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de bepalingen van Richtlijn 2009/43/EG betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap en, indien van toepassing, van Verordening (EU) 2021/821 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik.

4.Onverminderd lid 2 van dit artikel is elke overdracht van eigendom of het verlenen van exclusieve licenties aan een niet-geassocieerd derde land of aan een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land met betrekking tot resultaten die via het programma zijn verkregen, en die plaatsvindt binnen drie jaar na de laatste betaling voor de actie, onderhevig aan voorafgaande kennisgeving aan en goedkeuring door de Commissie of de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat of het betrokken geassocieerde derde land, onder voorwaarden die de bescherming van de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie waarborgen. Indien een dergelijke overdracht van eigendom ingaat tegen de veiligheids- en defensiebelangen van de EU en haar lidstaten of tegen de in artikel 3 vermelde doelstellingen, wordt de uit hoofde van het programma verstrekte steun terugbetaald.

5.Indien de steun van de Unie wordt verstrekt in de vorm van een overheidsopdracht voor het verrichten van een studie, zijn de resultaten eigendom van de EU en hebben alle lidstaten of geassocieerde derde landen, na schriftelijk verzoek daartoe, recht op een kosteloze, niet-exclusieve licentie voor het gebruik van de studie.

6.Wanneer steun van de Unie wordt verleend in de vorm van een subsidie, krijgen instellingen, organen en instanties van de EU, alsmede subsidieverlenende instanties, op verzoek royaltyvrije toegangsrechten tot de resultaten, zonder dat dit gevolgen heeft voor de eigendom van de resultaten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten op achtergrondinformatie, uitsluitend ten behoeve van de ontwikkeling, de uitvoering en de monitoring van bestaande beleidsmaatregelen of programma’s van de Unie op het gebied van haar bevoegdheid en het recht om licenties te verlenen.

Artikel 16

Werkprogramma

1.Het programma wordt uitgevoerd door middel van een in artikel 110, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoeld werkprogramma.

2.In het werkprogramma worden de categorieën door het programma te ondersteunen acties in detail vermeld. Die categorieën moeten stroken met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen.

3.Met uitzondering van de in artikel 12, lid 5, omschreven toekenningsprocedure bevat het werkprogramma in voorkomend geval functionele vereisten en een specificatie van de vorm van de Uniefinanciering uit hoofde van artikel 8, zonder dat dit de mededinging tussen de oproepen tot het indienen van voorstellen in de weg staat.

4.Het werkprogramma wordt door de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling vastgesteld. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

Artikel 17

Comitéprocedure

1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.Het Europees Defensieagentschap (EDA) wordt uitgenodigd om de vergaderingen van het comité als waarnemer bij te wonen, teneinde zijn standpunten kenbaar te maken en zijn deskundigheid te delen. De Europese Dienst voor extern optreden wordt eveneens uitgenodigd om de vergaderingen van het comité bij te wonen.

3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 18

Verhouding tot Richtlijn 2009/81/EG

Een overheidsopdracht van een lidstaat met betrekking tot een defensieproduct dat voortvloeit uit een in het kader van het programma ondersteunde actie, wordt beschouwd als een opdracht die is gegund in het kader van een samenwerkingsprogramma op basis van onderzoek en ontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 13, punt c), van Richtlijn 2009/81/EG [na de vaststelling van Omnibusrichtlijn 2025/0177 (COD)].

Artikel 19

Toepassing van de regels voor gerubriceerde informatie

1.Binnen het toepassingsgebied van deze verordening:

a)beoordelen de lidstaten en de geassocieerde derde landen op het grondgebied waarvan de ontvangers zijn gevestigd de gevoelige aard van de achtergrondinformatie en nieuwe informatie die tijdens de uitvoering van de gefinancierde acties wordt verwerkt;

b)indien voor dergelijke informatie een nationaal rubriceringsniveau geldt, stellen de lidstaten en de onder punt a) bedoelde geassocieerde derde landen een passend beveiligingskader vast, in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving;

c)zorgt elke lidstaat ervoor dat hij eenzelfde mate van bescherming van gerubriceerde EU-informatie biedt als de beveiligingsvoorschriften van de Raad, die zijn vastgelegd in Besluit 2013/488/EU;

d)beschermt de Commissie de in het kader van het programma ontvangen gerubriceerde informatie in overeenstemming met de veiligheidsvoorschriften van Besluit (EU, Euratom) 2015/444.

2.De Commissie stelt een geaccrediteerd, beveiligd uitwisselingssysteem ter beschikking voor de uitwisseling van gerubriceerde en gevoelige informatie tussen de Commissie en de lidstaten en de geassocieerde derde landen, en, waar passend, met de aanvragers en de ontvangers. Dat beveiligd uitwisselingssysteem neemt de nationale beveiligingsvoorschriften van de lidstaten in acht.

Artikel 20

Audits

Audits naar het gebruik van de bijdrage van de Unie door personen of entiteiten, met inbegrip van andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen, organen en instanties van de EU zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van artikel 127 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Overeenkomstig artikel 287 VWEU onderzoekt de Europese Rekenkamer de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van de Unie.

Artikel 21

Informatie, communicatie en publiciteit

1.De ontvangers van Uniefinanciering erkennen de oorsprong van die middelen en geven zichtbaarheid aan die financiering, ook wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten, door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, op samenhangende, doeltreffende en proportionele wijze te informeren.

2.De Commissie onderneemt informatie- en communicatieacties in verband met deze verordening, de op grond van deze verordening ondernomen acties en de behaalde resultaten.

3.De aan het fonds toegewezen financiële middelen kunnen ook bijdragen aan de organisatie van verspreidingsactiviteiten, netwerkevenementen en bewustmakingsactiviteiten, onder meer om toeleveringsketens open te stellen teneinde de grensoverschrijdende deelname van kmo’s te bevorderen.

Artikel 22

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3

1.2.Betrokken beleidsterreinen3

1.3.Doelstellingen3

1.3.1.Algemene doelstellingen3

1.3.2.Specifieke doelstellingen3

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3

1.3.4.Prestatie-indicatoren3

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5

1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan6

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting6

2.BEHEERSMAATREGELEN8

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8

2.2.Beheers- en controlesystemen8

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting12

3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting24

3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24

3.2.3.3.Totaal kredieten24

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften25

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25

3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften26

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28

3.2.7.Bijdragen van derden28

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29

4.Digitale dimensies29

4.1.Voorschriften met digitale relevantie30

4.2.Gegevens30

4.3.Digitale oplossingen31

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het

programma voor flexibele en snelle defensie-innovatie (Agile)

1.2.Betrokken beleidsterreinen 

Defensie-industrie, onderzoek en innovatie, concurrentievermogen.

1.3.Doelstellingen

1.3.1.Algemene doelstellingen

De algemene doelstelling van het programma is het ondersteunen van de snelle levering van opkomende en disruptieve producten en technologieën voor defensiedoeleinden, waarmee de meest recente en snel veranderende uitdagingen worden aangepakt waarmee de strijdkrachten van de lidstaten worden geconfronteerd, met name die welke voortvloeien uit de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Het programma heeft tot doel het vermogen tot snelle innovatie en het reactievermogen van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) te versterken, het concurrentievermogen ervan te bevorderen en bij te dragen aan de versterking van de defensiegereedheid van de Unie, alsook de strategische afhankelijkheid van niet-geassocieerde derde landen te verminderen.

1.3.2.Specifieke doelstellingen

Het programma heeft twee specifieke doelstellingen:

Het op significante wijze versnellen van de innovatiecycli van opkomende en disruptieve producten en technologieën voor defensiedoeleinden die in de hele Unie door kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, worden ontwikkeld, rekening houdend met de dringende behoeften van de lidstaten en gebruikmakend van het innovatiepotentieel van de Europese industrie als geheel.

Het ondersteunen van de invoering door de strijdkrachten van de lidstaten en door de belangrijkste Europese defensiecontractanten van opkomende en disruptieve producten en -technologieën voor defensiedoeleinden die zijn ontwikkeld door kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, evenals de opschaling daarvan in heel Europa, teneinde de technologische voorsprong van de strijdkrachten van de lidstaten te versterken en de veerkracht en de voorzieningszekerheid voor defensieproducten en -technologieën in de hele Unie te vergroten.

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Verwacht wordt dat Agile nieuw inzicht zal verschaffen in manieren om defensie-innovatie efficiënter te ondersteunen, wat als basis zou kunnen dienen voor de uitwerking van toekomstige EU-programma’s voor defensie-innovatie in het kader van de voorstellen van de Commissie voor het meerjarig financieel kader vanaf 2028.

Het zal gestroomlijnde financieringsmechanismen voor innovatieve start-ups, scale-ups en kmo’s in de defensiesector testen en zo snellere routes naar de markt voor defensie-innovatie vrijmaken. Het zal de defensiegereedheid vergroten door innovatieve defensieoplossingen te bieden die zijn afgestemd op de behoeften van de strijdkrachten in de EU-lidstaten en geassocieerde landen.

Het zal bijdragen tot een betere bescherming van de mensen in de EU, door de technologische voorsprong van de strijdkrachten te verbeteren en de afschrikking te versterken.

Het zal de haalbaarheid aantonen van minder administratieve lasten en versnelde procedures voor ondersteunde ondernemingen (met name kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups), die momenteel onevenredig zwaar worden getroffen door de lange termijnen van bestaande programma’s voor O&O op defensiegebied, waaruit waardevolle lessen kunnen worden getrokken voor toekomstige programma’s.

1.3.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten

De voortgang ten aanzien van SD1 zal worden gemonitord aan de hand van het aantal ontvangen aanvragen en het aantal goedgekeurde voorstellen per oproep, waarbij ook rekening wordt gehouden met de deelname van nieuwe innovatoren op defensiegebied; de gemiddelde tijd tot de toekenning/ondertekening van de subsidieovereenkomst, gemeten vanaf de afsluiting van de oproep tot de ondertekening van de toekenningsbeslissing van de Unie en de uitbetaling van de desbetreffende middelen. Het doel is om de subsidietoekenningstermijn te beperken tot vier maanden, met een referentieperiode van acht maanden (op basis van ervaringen met het EDF)

De voortgang ten aanzien van SD2 zal worden gemonitord aan de hand van het aantal gegunde voorstellen per oproep, met name voor de acties die betrekking hebben op de grensoverschrijdende invoering van opkomende en disruptieve producten en technologieën voor defensiedoeleinden, waarbij de voortgang van de deelnemers aan het programma wordt gevolgd en wordt nagegaan in hoeverre gefinancierde projecten leiden tot toepassing door de strijdkrachten van de lidstaten of door hoofdaannemers. Bij de start van het programma zullen referentiewaarden en streefcijfers worden vastgesteld, die aan het einde van de programmaperiode (met een looptijd van één jaar) zullen worden geëvalueerd.

1.4.Het voorstel/initiatief betreft: 

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 25  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

Aangezien het programma beperkt is tot het huidige MFK, geldt voor alle vereisten een korte tot middellange termijn. De onmiddellijke prioriteit is het opzetten van de governance- en operationele structuren van het programma en het zo spoedig mogelijk publiceren van oproepen tot het indienen van voorstellen, teneinde de beschikbare tijd voor de uitvoering van projecten en de besteding van middelen optimaal te benutten, zodat gefinancierde projecten nog vóór het einde van de programmeringsperiode tastbare resultaten kunnen opleveren.

Indicatief tijdschema voor de uitrol: goedkeuring van de verordening tegen eind 2026, publicatie van het eerste werkprogramma en de eerste oproepen tot het indienen van voorstellen begin 2027, en ondertekening van de subsidieovereenkomsten in het tweede of derde kwartaal van 2027.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Gecoördineerde actie op EU-niveau is van cruciaal belang om op korte termijn een geloofwaardige afschrikkingskracht en technologisch leiderschap op defensiegebied te realiseren. De snelle innovatiecycli in moderne oorlogvoering, zoals blijkt uit de oorlog in Oekraïne, vereisen dat de EU in staat is snel innovatieve defensieoplossingen te ontwikkelen en uit te rollen. Afzonderlijke acties van de lidstaten volstaan niet om de vastgestelde uitdagingen in overeenstemming met de strategische belangen van de EU op de vereiste schaal en met de vereiste snelheid aan te pakken. Niet alle lidstaten beschikken over mechanismen om snelle defensie-innovatie te ondersteunen, waardoor innovatieve bedrijven in sommige landen geen toegang hebben tot financieringsmogelijkheden. Zelfs wanneer er nationale instrumenten bestaan, zijn deze doorgaans gericht op het binnenland en zijn zij niet grootschalig genoeg om de grensoverschrijdende uitrol te ondersteunen van oplossingen die voldoen aan de operationele behoeften in de hele EU. Dit leidt tot versnipperde inspanningen, dubbele investeringen en gemiste kansen voor samenwerking binnen de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB).

Een actie op EU-niveau zoals Agile biedt een duidelijke meerwaarde door ervoor te zorgen dat alle bedrijven in alle lidstaten gelijke toegang hebben tot snelle, gestroomlijnde financiering, ongeacht het nationale beleid in hun eigen land. Door op EU-niveau te werken met vereenvoudigde procedures en korte subsidietoekenningstermijnen, kan Agile doeltreffender reageren op het tempo van moderne oorlogvoering dan dat versnipperde nationale mechanismen dat kunnen. Het pakt grensoverschrijdende uitdagingen aan door oplossingen te ondersteunen die aan de operationele vereisten van de EU-lidstaten voldoen, door het innovatiepotentieel van het industriële ecosysteem van de EU als geheel aan te boren en door nieuwe spelers op defensiegebied in de hele EU ontwikkelingskansen te bieden. Deze gecoördineerde aanpak vermindert dubbel werk, maximaliseert het effect van EU-investeringen en vermindert de collectieve afhankelijkheid van niet-EU-systemen op manieren die met de maatregelen van de afzonderlijke lidstaten niet kunnen worden bereikt.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Bij de opzet van het programma is rekening gehouden met de lessen die zijn getrokken uit bestaande defensieprogramma’s, waaronder het Europees Defensiefonds (EDF) en het tussentijdse evaluatieverslag daarvan. Voortbouwend op deze ervaringen en in volledige synergie streeft Agile ernaar een flexibelere en slagvaardigere aanpak te introduceren voor de ondersteuning van defensie-innovatie, afgestemd op de snel veranderende behoeften van de defensiesector in de EU. Het programma bouwt tevens voort op uitgebreide raadplegingen van belanghebbenden op defensiegebied (onder meer via de Strategische Dialoog 2025 met de Europese defensie-industrie en de uitvoeringsdialoog ter voorbereiding van het omnibuspakket voor defensiegereedheid).

Agile zal vereenvoudigde methoden en processen invoeren, onder meer op het gebied van governance, selectie-, evaluatie- en toekenningsprocedures, en de beoordeling van subsidiabiliteit, om snellere besluitvorming mogelijk te maken en de administratieve lasten te verminderen (zowel voor aanvragers als voor de Commissie). Deze gestroomlijnde aanpak zal snelle ondersteuning voor innovatieve defensieoplossingen mogelijk maken.

Agile zal zich richten op het bieden van gerichte steun aan individuele entiteiten, met name kmo’s, waaronder innovatieve start-ups en scale-ups, die vaak toonaangevend zijn op het gebied van innovatie. Deze aanpak zal niet alleen de aanvraag- en financieringsprocedure vereenvoudigen, maar ook zorgen voor een directere en effectievere ondersteuning van deze belangrijke spelers in het ecosysteem voor defensie-innovatie.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Het voorgestelde programma is volledig verenigbaar met het huidige MFK 2021-2027, aangezien het geen nieuwe begrotingsmiddelen vereist en geen wijziging in de totale begrotingstoewijzing voor bestaande programma’s met zich meebrengt. Het gaat veeleer om de herschikking van de bestaande begrotingsmiddelen voor ruimtevaart en defensie ter ondersteuning van snelle defensie-innovatie.

Het programma zal binnen het bestaande financiële kader worden uitgevoerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van synergieën met andere EU-instrumenten, zoals het Europees Defensiefonds (EDF) en de Europese Innovatieraad (EIC). Door voort te bouwen op de sterke punten van deze programma’s, specifieke tekortkomingen aan te pakken en volledig complementair te werken, zal Agile de algehele doeltreffendheid en efficiëntie van de EU-financiering op dit gebied vergroten.

De invoering van Agile in 2027 zal lessen en inzichten opleveren die als basis kunnen dienen voor de aanpak van defensie-innovatie in het volgende meerjarig financieel kader.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

Gezien de fase waarin het MFK 2021-2027 zich momenteel bevindt, is de beschikbaarheid van nieuwe financieringsbronnen beperkt. De financiering van het programma is dan ook afhankelijk van interne herschikkingen binnen het bestaande MFK.

Het programma krijgt in totaal 115 miljoen EUR toegewezen, een bedrag dat volledig zal worden gefinancierd door middel van een herschikking van middelen uit bestaande programma’s van het directoraat-generaal Defensie-industrie en Ruimtevaart (DG DEFIS). De verdeling van de financieringsbronnen is als volgt:

35 miljoen EUR uit het programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP);

35 miljoen EUR uit het Europees Defensiefonds (EDF);

22,5 miljoen EUR uit het EU-ruimtevaartprogramma;

22,5 miljoen EUR uit het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit.

Deze aanpak maakt een optimaal gebruik mogelijk van de beschikbare middelen ten behoeve van defensie, waardoor het programma kan worden uitgevoerd zonder dat daarvoor extra middelen uit de EU-begroting nodig zijn.

1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan

 beperkte geldigheidsduur

   van kracht van XX/XX/XX tot en met XX/XX/XX

   financiële gevolgen vanaf 2027 voor vastleggingskredieten en vanaf 2027 tot en met 2029 voor betalingskredieten.

 onbeperkte geldigheidsduur

uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting 

Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie

   door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)

de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

publiekrechtelijke organen

privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

De Agile-verordening zorgt ervoor dat er uit verschillende uitvoeringsmethoden kan worden gekozen: direct beheer, indirect beheer of een combinatie van beide. De keuze van de uitvoeringsmethode zal per geval worden gemaakt om het effect, de efficiëntie en de doeltreffendheid van de aan het programma toegewezen middelen te maximaliseren. Zo kan indirect beheer bijvoorbeeld worden toegepast voor bepaalde activiteiten, zoals test- en validatiecampagnes, waarbij gebruik kan worden gemaakt van bestaande deskundigheid en vermogens, onder meer ten behoeve van het Europees Defensieagentschap. Deze flexibele aanpak zal een optimaal gebruik van middelen mogelijk maken en ervoor zorgen dat de doelstellingen van het programma tijdig en doeltreffend worden verwezenlijkt.

2.BEHEERSMAATREGELEN 

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen 

Gezien de beperkte geldigheidsduur van het instrument zal de Commissie aan het einde van de uitvoeringsperiode een uitvoeringsverslag opstellen, met een overzicht van de belangrijkste resultaten en de geleerde lessen. Dit zal worden meegenomen in de besluitvorming over de opzet van de steun voor defensie-innovatie in het kader van het volgende meerjarig financieel kader vanaf 2028.

2.2.Beheers- en controlesystemen 

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Het programma zal gebruikmaken van alle vormen van EU-financiering die krachtens het Financieel Reglement beschikbaar zijn, waaronder subsidies, prijzen en aanbestedingen. Zo zal het programma kunnen inspelen op de uiteenlopende behoeften van de bedrijven, van de ontwikkeling van prototypes tot het testen en valideren, met de nadruk op technologieën en producten met een hoog niveau van technologische gereedheid (TRL).

Door gebruik te maken van verschillende financieringsinstrumenten kan het programma ondersteuning bieden die is afgestemd op de specifieke behoeften van elk project, waarmee de kloof tussen onderzoek en invoering op de markt kan worden overbrugd. In het kader van het programma zal worden gestreefd naar uitbetaling op basis van behaalde mijlpalen, zodat de financiering gekoppeld is aan concrete resultaten. Het programma zal zo worden opgezet dat een evenwicht wordt gevonden tussen de behoefte aan snelheid en flexibiliteit enerzijds en de noodzaak van effectieve controle en risicobeheer anderzijds. Het programma zal ook voorzien in een mechanisme voor het terugvorderen van financiering indien blijkt dat aanvragers niet voldoen aan de subsidiabiliteits- en selectiecriteria, en zal streven naar een snelle subsidietoekenning, waarbij tegelijkertijd wordt gewaarborgd dat de nodige controles worden uitgevoerd.

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

In het programma is vastgesteld dat het risico bestaat dat bij sommige aanvragers uiteindelijk blijkt dat zij niet volledig aan de subsidiabiliteitscriteria voldoen. Om dat risico te beperken, zal het programma een voorlopige beoordeling van de selectie- en subsidiabiliteitscriteria uitvoeren op basis van de verklaringen op erewoord van de aanvragers. Om een extra controlelaag in te bouwen, zal het programma ook willekeurige steekproeven nemen onder aanvragers voor volledige beoordelingen van eigendom en zeggenschap door het REA.

Deze aanpak wordt als evenwichtig en gerechtvaardigd beschouwd, gezien de focus van het programma op de ondersteuning van kmo’s in de defensiesector. Uit interne gegevens van EU-defensieprogramma’s blijkt dat de overgrote meerderheid van de kmo’s in de defensiesector in de Europese Unie door de EU wordt gecontroleerd, en het risico op niet-naleving wordt daarom als relatief laag beschouwd. Indien uiteindelijk wordt vastgesteld dat de aanvrager niet aan de subsidiabiliteitscriteria voldoet, voorziet het programma in terugvordering van alle reeds uitbetaalde EU-middelen.

Daarnaast zal het programma een aanmoedigingsinterventie omvatten, waarbij onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de subsidiabiliteitscriteria (met name de vestiging in de EU), mits de begunstigde binnen een bepaalde termijn aan deze criteria voldoet. Om de risico’s in verband met deze interventie tot een minimum te beperken, zal er geen voorfinanciering worden uitgekeerd aan begunstigden die in het kader van deze regeling financiering ontvangen. Het internecontrolesysteem zal zodanig worden opgezet dat deze risico’s doeltreffend worden beheerd en dat de doelstellingen van het programma worden verwezenlijkt.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting). 

De kosten van de controles voor het programma worden geraamd op ongeveer 2 tot 3 % van de totale programmabegroting, wat gezien de doelstellingen en het risicoprofiel van het programma als een redelijk en evenredig bedrag wordt beschouwd. Bij deze raming is rekening gehouden met de kosten voor het uitvoeren van voorlopige evaluaties, het nemen van steekproeven voor beoordelingen van eigendom en zeggenschap en andere controlemaatregelen.

Het verwachte foutenrisico wordt als laag ingeschat, gezien de nadruk die in het programma ligt op betalingen op basis van mijlpalen en het mechanisme voor terugvordering van middelen indien blijkt dat aanvragers niet voldoen aan de subsidiabiliteits- en selectiecriteria. Het programma streeft ernaar het foutenpercentage onder de 2 % te houden, overeenkomstig de algemene doelstelling van de Commissie. De kosteneffectiviteit van de controles zal periodiek worden geëvalueerd en beoordeeld om ervoor te zorgen dat deze evenredig en doeltreffend blijven bij het beheersen van de risico’s van het programma.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

Agile zal gebruikmaken van bestaande maatregelen en kaders om fraude en onregelmatigheden te voorkomen en op te sporen. Op het programma zal het algemene fraudebestrijdingskader van de Commissie van toepassing zijn, dat regelmatige monitoring en rapportage van frauderisico’s en -incidenten omvat. De Commissie zal nauw blijven samenwerken met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en andere relevante autoriteiten om fraude en onregelmatigheden te voorkomen en te onderzoeken.

Bovendien zullen audits naar het gebruik van de bijdrage van de Unie worden uitgevoerd door personen of entiteiten, met inbegrip van andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen, organen en instanties van de Unie zijn gemachtigd, en de basis vormen van de algemene zekerheid in de zin van artikel 127 van het Financieel Reglement. Overeenkomstig artikel 287 VWEU zal de Europese Rekenkamer ook de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van de Unie onderzoeken.

GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven 

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK 26 .

van EVA-landen 27

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten 28

van andere derde landen

andere bestemmings¬ontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmings¬ontvangsten

5

13.0901 Programma voor flexibele en snelle defensie-innovatie

GK

JA

NEE

NEE

NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten 

3.2.1.Financieringsbronnen van kredieten in het kader van het programma voor flexibele en snelle defensie-innovatie

Bijdrage uit rubriek 1

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

E.04020100.02 Galileo

− 11,250

− 11,250

E.04020200 Copernicus

− 11,250

− 11,250

E.04030100 Beveiligde connectiviteit

+ 22,500

+ 22,500

Totaal rubriek 1

0,000

0,000

Bijdrage uit rubriek 5

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

E.13030100 EDF

− 35,000

− 35,000

E.13010600 EDIP

− 3,500

− 3,500

E.13080100 EDIP

− 31,500

− 31,500

E.13050100 Beveiligde connectiviteit

− 45,000

− 45,000

Totaal rubriek 5

− 115,000

− 115,000

3.2.2.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.2.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

5

Veiligheid en defensie – Cluster 13 – Defensie

DG DEFIS

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

13.0901 Programma voor flexibele en snelle defensie-innovatie

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

115,000

115,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

30,000

30,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

 

(3)

 

 

 

TOTAAL kredieten

voor DG DEFIS

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

115,000

115,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

30,000

30,000

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten  

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

115,000

115,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

30,000

30,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

115,000

115,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

30,000

30,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

115,000

115,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

30,000

30,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

115,000

115,000

van het meerjarig financieel kader 
(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

30,000

30,000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 

DG DEFIS

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,582

1,164

1,746

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,018

0,161

0,179

TOTAAL DG DEFIS

Kredieten

0,000

0,000

0,600

1,325

1,925

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,600

1,325

1,925

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,000

0,600

116,325

116,925

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

0,000

0,000

0,600

31,325

31,925

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,582

1,164

1,746

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,018

0,161

0,179

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,600

1,325

1,925

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,600

1,325

1,925

3.2.3.2.Totaal kredieten

TOTAAL 
GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,582

1,164

1,746

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,018

0,161

0,179

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,600

1,325

1,925

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,600

1,325

1,925

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s)

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

3

6

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning 
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

3

6

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

6

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

Beschrijving van de uit te voeren taken door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

De gevraagde vte’s zullen werken aan de beleidsontwikkeling in de functie van programmamanager om de prioritaire domeinen vast te stellen (5 AD). De assistent zal alle administratieve taken op zich nemen die met name verband houden met de oproepen enz.

Extern personeel

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

IT-uitgaven (algemeen) 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

Zie tabel 3.2.1

   vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

   vereist een herziening van het MFK

3.2.7.Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief:

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar  
2024

Jaar  
2025

Jaar  
2026

Jaar  
2027

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

   geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 29

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Jaar 2027

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).


4.Digitale dimensies

Het programma bevat geen nieuwe voorschriften met digitale relevantie. Het zal gebruikmaken van bestaande en reeds beoordeelde digitale en IT-systemen, met name voor het EDF.

4.1.Voorschriften met digitale relevantie

Het programma zal gebruikmaken van bestaande IT-systemen en digitale infrastructuur die reeds voor EU-defensieprogramma’s, met name het EDF, is opgezet. Deze systemen zijn reeds onderworpen aan interoperabiliteitsbeoordelingen in het kader van het desbetreffende financieel en digitaal memorandum en de bijbehorende digitale verklaringen.

Er worden met deze verordening geen nieuwe of ingrijpend gewijzigde bindende bepalingen met betrekking tot digitale overheidsdiensten ingevoerd en de digitale uitvoering van het programma zal plaatsvinden via reeds beoordeelde systemen, zonder wijzigingen in de kernarchitectuur of de grensoverschrijdende interoperabiliteitskenmerken daarvan.

4.2.Gegevens

Het verzamelen, verwerken en uitwisselen van gegevens in het kader van het programma (waaronder het indienen van aanvragen, de beoordeling van de subsidiabiliteit, het subsidiebeheer en de rapportage) zal plaatsvinden volgens de kaders, normen en specificaties voor gegevensbeheer die reeds zijn vastgesteld in het kader van het EDF en gerelateerde EU-programma’s.

Het eenmaligheidsbeginsel is in acht genomen en er worden geen nieuwe verplichtingen inzake gegevensverzameling ingevoerd. De gegevensstromen, de rollen van belanghebbenden en rapportageverplichtingen blijven in overeenstemming met de reeds beoordeelde aspecten. Op grond van dit punt is derhalve geen aanvullende beoordeling vereist.

4.3.Digitale oplossingen

Met het programma zullen geen nieuwe digitale oplossingen worden ingevoerd. De uitvoering zal steunen op bestaande platformen en systemen die reeds worden ingezet voor EU-programma’s voor defensiefinanciering, met name die welke in het kader van het EDF worden gebruikt en die reeds de nodige beoordelingen hebben ondergaan met betrekking tot functionaliteit, verantwoordelijke instantie, toegankelijkheid, herbruikbaarheid, naleving van de AI-verordening (indien van toepassing) en conformiteit met het EU-kader voor cyberbeveiliging en ander toepasselijk digitaal beleid, waaronder eIDAS.

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling

Aangezien het programma volledig gebruikmaakt van bestaande IT-systemen die reeds in het kader van het EDF zijn beoordeeld, worden er geen nieuwe eisen inzake grensoverschrijdende interoperabiliteit ingevoerd. De digitale overheidsdiensten waarop het programma betrekking heeft (waaronder het beheer van oproepen, het indienen van aanvragen, ondersteuning bij de evaluatie en monitoring van subsidies) worden ondersteund door netwerk- en informatiesystemen waarvan de grensoverschrijdende interoperabiliteit reeds is beoordeeld. Er zijn geen resterende belemmeringen voor grensoverschrijdende interoperabiliteit vastgesteld die niet reeds in bestaande beoordelingen aan bod zouden komen.

4.5. Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

Aangezien het programma gebruikmaakt van bestaande en reeds beoordeelde digitale infrastructuur, zijn er geen nieuwe specifieke maatregelen voor de digitale uitvoering nodig. Een soepele digitale uitvoering zal worden gewaarborgd door de toepassing van bestaande operationele procedures, gebruikersrichtsnoeren en ondersteuningsmechanismen die reeds in het kader van het EDF en aanverwante programma’s zijn opgezet.

Eventuele aanpassingen aan bestaande systemen die tijdens de uitvoering nodig zijn, zullen binnen het governancekader van de desbetreffende programma’s worden afgehandeld, zonder dat dit tot nieuwe digitale vereisten leidt.

(1)    Onverminderd de EU-mededingingsregels, met name artikel 101 VWEU.
(2)     Vrede bewaren — routekaart voor defensiegereedheid 2030 ”.
(3)     Witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030 .
(4)     EU-routekaart voor de transformatie van de defensie-industrie .
(5)     Verordening — EU — 2025/2653 — NL — EUR-Lex .
(6)     Omnibus voor defensiegereedheid — Defensie-industrie en Ruimtevaart .
(7)    PB C, , blz. .
(8)

   Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 (PB L 170 van 12.5.2021, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2021/695/oj ).

(9)

   Verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot oprichting van het platform voor strategische technologieën voor Europa (“STEP”) en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG en Verordeningen (EU) 2021/1058, (EU) 2021/1056, (EU) 2021/1057, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) 2021/1060, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695, (EU) 2021/697 en (EU) 2021/241 (PB L, 2024/795, 29.2.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2024/795/oj ).

(10)

   Verordening (EU) 2025/2653 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2025 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/694, (EU) 2021/695, (EU) 2021/697, (EU) 2021/1153, en (EU) 2024/795 wat betreft het stimuleren van defensiegerelateerde investeringen in de EU-begroting met het oog op de uitvoering van het ReArm Europe-plan (PB L, 2025/2653, 22.12.2025, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2653/oj ).

(11)

   Verordening (EU) 2021/697 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het Europees Defensiefonds en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1092 (PB L 170 van 12.5.2021, blz. 149, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2021/697/oj ).

(12)     Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren .
(13)

   Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG.

(14)    Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
(15)    Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2013/883/oj ).
(16)    Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/1995/2988/oj ).
(17)    Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/1996/2185/oj ).
(18)    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1939/oj).
(19)    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2017/1371/oj ).
(20)

   Verordening (EU) 2018/1092 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot instelling van het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie ter ondersteuning van het concurrentievermogen en de innovatieve capaciteit van de defensie-industrie van de Unie (PB L 200 van 7.8.2018, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1092/oj ).

(21)

   Verordening (EU) 2021/697 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het Europees Defensiefonds en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1092 (PB L 170 van 12.5.2021, blz. 149, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/697/oj ).

(22)

   Verordening (EU) 2023/1525 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 2023 betreffende de ondersteuning van de productie van munitie (PB L 185 van 24.7.2023, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1525/oj ).

(23)

   Verordening (EU) 2023/2418 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot vaststelling van een instrument voor de versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen (EDIRPA) (PB L, 2023/2418, 26.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2418/oj ).

(24)

   Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (Safe) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (PB L, 2025/1106, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1106/oj ).

(25)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(26)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(27)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(28)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan.
(29)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.
Top