EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 16.7.2025
COM(2025) 559 final
2025/0235(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitvoering van de steun van de Unie voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, het Europees oceaanpact en het maritiem en aquacultuurbeleid van de Unie in het kader van het Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap, zoals vastgesteld in Verordening (EU) [NRP-fonds] voor de periode 2028-2034
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Op 16 juli 2025 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor het volgende meerjarig financieel kader (“MFK”) voor de periode 2028-2034. Dit kader omvat steun voor de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid (“GVB”), het Europees oceaanpact en het maritiem en aquacultuurbeleid van de Unie in het kader van het Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap (“het Fonds”).
Dergelijke financiering is een essentiële factor voor de generatievernieuwing en de energietransitie van de visserij, duurzame aquacultuuractiviteiten en de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten, een duurzame blauwe economie in kust-, eiland- en binnenlandgebieden, mariene kennis, de verwerving van vaardigheden voor activiteiten in verband met de blauwe economie, de veerkracht van kustgemeenschappen en met name van de kleinschalige kustvisserij, de versterking van internationale oceaangovernance en ‑observatie en facilitering van veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen.
Het Fonds draagt bij aan de uitvoering van het GVB zoals bedoeld in artikel 43, lid 2, VWEU, en artikel 2 van de [GVB-verordening], alsmede aan de activiteiten die zijn vastgesteld in het Europees oceaanpact.
Als wereldspeler in de oceanen en als de op vier na grootste producent van vis en schaal- en schelpdieren ter wereld, draagt de Unie een grote verantwoordelijkheid bij de bescherming, de instandhouding en het duurzame gebruik van de oceanen en hun rijkdommen.
Bovendien zijn veilige en beveiligde zeeën en oceanen essentieel voor doeltreffende grenscontrole en voor de wereldwijde strijd tegen criminaliteit op zee en wordt zo tegemoetgekomen aan de bezorgdheid van de burgers met betrekking tot veiligheid.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het GVB, het Europees oceaanpact, het maritiem beleid en de aquacultuurverordening zullen worden uitgevoerd in het kader van het plan voor nationaal en regionaal partnerschap (NRP-plan) en de daarmee samenhangende gemeenschappelijke reeks regels. Er zal worden voortgebouwd op de zichtbaarheid en doeltreffendheid van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA), dat bijdraagt tot de verwezenlijking van een duurzame visserij en de instandhouding van de mariene biologische rijkdommen. Het EFMZVA helpt ook bij het realiseren van duurzameontwikkelingsdoelstelling 14 van de VN (“instandhouding en duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en mariene rijkdommen”), waartoe de EU zich heeft verbonden. Daarom zullen het GVB, het oceaanpact, het maritiem beleid en de aquacultuur, hoewel zij nauw verbonden zijn met het NRP-plan, hun onafhankelijke rechtsgrondslag behouden, zoals vastgelegd in artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de door het NRP-plan ondersteunde maatregelen, onder meer voor visserij en oceaangerelateerde activiteiten, hangt af van goede governance en partnerschap tussen alle actoren in de sector, waarbij doeltreffend gebruik wordt gemaakt van de steun om de energietransitie van de sector de komende jaren in goede banen te leiden en de cruciale rol van de oceanen en de ecosystemen daarin bij het leveren van diensten buiten de visserijsector wordt erkend, waarbij de functie ervan als koolstofput duidelijk moet worden erkend en versterkt.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Het GVB, het oceaanpact, het maritiem en het aquacultuurbeleid zijn gericht op verbetering van de synergieën en de samenhang met andere maatregelen die bijdragen tot voedselzekerheid, behoud en herstel van de biodiversiteit en aquatische ecosystemen, en alle dimensies van de oceaan in het kader van het nationaal en regionaal partnerschap (NRP), met name in het kader van het cohesiebeleid, de ondersteuning in het kader van het landbouwbeleid, en met het Europees Fonds voor concurrentievermogen en het Europa in de wereld-fonds. De complementariteit tussen de onder deze verordening vallende beleidsmaatregelen heeft voornamelijk betrekking op investeringen ter ondersteuning van kustgemeenschappen en op de ondersteuning van vaardigheden, opleiding, arbeidsomstandigheden en de aantrekkelijkheid van de sector.
Dit voorstel is bovendien in overeenstemming met de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wat betreft de voedselvoorziening en levert een essentiële bijdrage aan de overkoepelende ambities op het gebied van voedselzekerheid, de instandhouding van een goed functionerende interne markt voor visserij- en aquacultuurproducten en duurzaamheid (gemeenschappelijke marktordening, vergelijkbaar met landbouw). Wat betreft plattelandsontwikkeling zijn er synergieën en overlappingen mogelijk wanneer aquacultuuractiviteiten en/of kustgebieden betrokken zijn. Deze steun is vooralsnog echter beperkt en er zijn meer inspanningen nodig om deze synergieën te versterken.
Dit voorstel en de doelstellingen ervan zijn in overeenstemming met het beleid van de Unie, met name op het gebied van milieu, klimaat, cohesie, landbouw, sociale aangelegenheden, markt en handel.
Dit voorstel sluit aan bij de initiatieven die zijn vastgelegd in het oceaanpact als een geïntegreerde aanpak van financiering en van het beleid inzake de oceanen, dat een breed scala aan elementen omvat: de instandhouding van mariene biologische rijkdommen als een van de vijf exclusieve bevoegdheden van de EU, het herstel van mariene biodiversiteit, het beheer van visserijen en duurzame aquacultuuractiviteiten en de innovatie die daarin plaatsvindt, de activiteiten inzake de uitvoering van het GVB, kennis van de oceanen, maritieme veiligheid, voedselzekerheid, de ontwikkeling en opschaling van een concurrerende en duurzame blauwe economie, met inbegrip van offshore- en oceaanenergie, biotechnologie en ontzilting, de vrijwaring van cultureel erfgoed onder water, de ondersteuning van andere sectoren en industrieën van de blauwe economie met het oog op klimaatneutraliteit, de uitrol van slimme oplossingen alsook de ondersteuning van maritieme ruimtelijke ordening.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Artikel 42, artikel 43, lid 2, artikel 91, lid 1, artikel 100, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 175, artikel 188, artikel 192, lid 1, artikel 194, lid 2, artikel 195, lid 2, en artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Met name:
artikel 38 en artikel 42, lid 3, VWEU, op grond waarvan de Unie wordt gemachtigd tot het vaststellen en uitvoeren van een gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en een gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB); artikel 39 VWEU, waarin de doelstellingen van het GLB zijn vastgelegd, waaronder het doen toenemen van de productiviteit van de landbouw, het verzekeren van een redelijke levensstandaard voor de landbouwbevolking, het stabiliseren van de markten, het veiligstellen van de voorziening en het verzekeren van redelijke prijzen bij de levering aan gebruikers; artikel 42 VWEU, op grond waarvan de Unie in staat wordt gesteld te bepalen in hoeverre de mededingingsregels van de Unie en staatssteun van toepassing zijn op de voortbrenging van en de handel in de in bijlage I bij het VWEU genoemde landbouwproducten;
artikel 175 VWEU, waarin een opsomming wordt gegeven van de structuurfondsen die de verwezenlijking van economische, sociale en territoriale samenhang ondersteunen: Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Oriëntatie; Europees Sociaal Fonds; Europees Fonds voor regionale ontwikkeling; artikel 177 VWEU, waarin wordt bepaald dat “het Europees Parlement en de Raad […] de taken, de prioritaire doelstellingen en de organisatie van de structuurfondsen [vaststellen], hetgeen ook samenvoeging van de fondsen kan omvatten”.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
De instandhouding van mariene rijkdommen valt onder de exclusieve bevoegdheid van de EU, waardoor de Unie verantwoordelijk is voor beleidsvorming en financiering. De bepalingen van het voorstel worden overeenkomstig het Financieel Reglement uitgevoerd in het kader van gedeeld beheer, direct beheer en indirect beheer.
Het GVB, het oceaanpact en de maritieme en aquacultuurverordening zijn gebaseerd op het subsidiariteitsbeginsel. Onder gedeeld beheer delegeert de Commissie strategische programmerings- en uitvoeringstaken aan de EU-lidstaten en regio’s. Zij beperkt ook het optreden van de EU tot wat noodzakelijk is om de doelstellingen ervan te bereiken, zoals vastgesteld in de Verdragen. Gedeeld beheer is erop gericht ervoor te zorgen dat besluiten zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen en dat optreden op EU-niveau gerechtvaardigd is in het licht van de mogelijkheden en specifieke kenmerken op nationaal, regionaal of lokaal niveau. Gedeeld beheer brengt Europa dichter bij zijn burgers en verbindt lokale behoeften en Europese doelstellingen met elkaar. Daarenboven verhoogt het de betrokkenheid bij de EU-doelstellingen aangezien de lidstaten en de Commissie beslissingsbevoegdheid en verantwoordelijkheid delen.
•Evenredigheid
Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaat de voorgestelde verordening niet verder dan nodig is om de doelstellingen van de voorgestelde Verordening (EU) […] voor een Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap te verwezenlijken.
De voorgestelde bepalingen zijn in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, aangezien zij passend en noodzakelijk zijn en de nagestreefde beleidsdoelstellingen niet kunnen worden bereikt met andere maatregelen die minder restrictief zijn.
Het voorstel heeft tot doel eerdere inspanningen tot vereenvoudiging te versterken door de regels verder te harmoniseren en te consolideren.
•Keuze van het instrument
Voorgesteld instrument: verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorwaarden voor het GVB, het Europees oceaanpact, het maritiem beleid en de aquacultuur. Het toekomstige Fonds moet het belangrijkste instrument voor de financiering van ambitieuze uitvoering en resultaten in het kader van het GVB blijven, waarbij het streven naar concrete resultaten op het gebied van de doelstellingen van de Unie, zowel binnen de EU als op internationaal niveau, wordt voortgezet. Het GVB vormt een hoeksteen als een van de vijf exclusieve beleidsbevoegdheden van de Unie: het regelgevingskader is, in combinatie met ondersteuning van de transitie, doeltreffend gebleken bij het in stand houden van de visbestanden of het terugbrengen daarvan tot een gezond niveau — met name waar de vooruitgang trager verloopt — en bij het bevorderen van duurzame aquacultuur. De instandhouding van mariene rijkdommen valt onder de exclusieve bevoegdheid van de EU, waardoor de Unie verantwoordelijk is voor beleidsvorming en financiering. Dit vereist voortdurende ondersteuning om te voorzien in een wetenschappelijke basis voor instandhoudingsmaatregelen en het beheer van visbestanden, gegevensverzameling en het verstrekken van wetenschappelijk advies en kennis, en om bij te dragen tot de uitvoering van de herziene controleverordening. Aangezien negatieve externe effecten en fluctuerende milieufactoren in de visserijsector de norm zijn, is het van bijzonder belang dat de benodigde financiële middelen beschikbaar zijn om de aanpassing te ondersteunen wanneer dat nodig is, en dat er een meer strategische planning komt op het gebied van innovatie en de bevordering van de duurzaamheidsagenda voor de visserij en de aquacultuur. Dit moet naar behoren worden aangestuurd en ondersteund. Visserij en aquacultuur vormen een integraal onderdeel van de voedselproductie in de EU.
De lidstaten van de EU vormen samen de grootste exclusieve economische zone ter wereld; wij hebben de plicht en de kans om het voortouw te nemen. Daarom moeten wij onze belangrijkste ambities en acties buiten Europa onder de aandacht brengen. Om die reden zijn wij aangewezen op voortdurende financiering om de internationale samenwerking te financieren: partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s) en regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s), waarmee de juiste hefbomen tot stand worden gebracht en die gewenste uitkomsten mogelijk maken, strenge mondiale normen bevorderen en de EU-agenda voor oceaangovernance vooruithelpen. De kustgemeenschappen van de EU zijn het meest blootgesteld aan en het kwetsbaarst voor klimaatverandering en hebben daarom onze steun en begeleiding nodig — de veerkracht van kustgebieden en van de samenleving is van cruciaal belang (met name wat betreft de beperking van en aanpassing aan klimaatverandering). Bedrijven die actief zijn in de blauwe economie, ongeacht of dit in de vervoerssector, energiesector of toeristische sector is, hebben gemeenschappelijke behoeften.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Blijkens de voorlopige resultaten van de ex-postevaluatie van de EFMZV-verordening (2014-2020) en de tussentijdse evaluatie van de EFMZVA-verordening (2021-2027) hebben de eerdere EU-middelen voor vergelijkbare steungebieden een positief effect op de visserij- en de aquacultuursector en hebben deze bijgedragen tot de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met inbegrip van de instandhouding van mariene biologische rijkdommen, met name door verbeteringen op het gebied van controle en handhaving in de visserij en gegevensverzameling. Ook hebben zij een positieve bijdrage geleverd aan het maritiem beleid, internationale oceaangovernance en de ontwikkeling van kustgemeenschappen en de duurzame blauwe economie.
•Raadpleging van belanghebbenden
De Commissie heeft de belanghebbenden actief bij het initiatief betrokken, met name via speciale evenementen en openbare raadplegingen, zoals beschreven in het overeenkomstige hoofdstuk van de toelichting bij het voorstel voor een Verordening (EU) […] tot instelling van een Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Informatie over het gebruik van externe expertise door de Commissie is opgenomen in het overeenkomstige hoofdstuk van de toelichting bij het voorstel voor een Verordening (EU) […] tot instelling van een Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap.
•Effectbeoordeling
Informatie over de effectbeoordeling door de Commissie is opgenomen in het overeenkomstige hoofdstuk van de toelichting bij het voorstel voor een Verordening (EU) […] tot instelling van een Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Van het initiatief wordt verwacht dat het zal bijdragen tot een aanzienlijke vermindering van de administratieve lasten en kosten en tot een doelmatiger uitvoering van de steun van de Unie, zie ook het overeenkomstige hoofdstuk van de toelichting bij het voorstel voor een Verordening (EU) […] tot instelling van een Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap.
•Grondrechten
De steun van de Unie zal worden uitgevoerd in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het beginsel van de rechtsstaat, zoals vastgelegd in artikel 2, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2020/2092, zie ook de overeenkomstige afdeling in de toelichting bij het voorstel voor een verordening (EU) (NRP-verordening).
Naast de conditionaliteitsverordening, die voor de gehele EU-begroting van toepassing blijft, bevat deze verordening krachtige waarborgen die ervoor zorgen dat de fondsen worden uitgevoerd in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de beginselen van de rechtsstaat, zoals vastgelegd in artikel 2, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2020/2092. Verwacht wordt dat de bescherming van de grondrechten en de naleving van het Handvest ook worden versterkt doordat hervormingen, die onder meer verband houden met de aanbevelingen uit het verslag over de rechtsstaat, in de toekomstige plannen worden opgenomen,
Met dit initiatief worden ook de beginselen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap geëerbiedigd.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
De steun van de Unie in het kader van dit voorstel wordt uitgevoerd via gedeeld beheer door de lidstaten en direct/indirect beheer door de Commissie. De uitvoering van de steun van de Unie zal worden gemonitord via het prestatiekader dat van toepassing is op het meerjarig financieel kader 2028-2034, dat is vastgelegd in het voorstel voor een Verordening (EU) […] [Prestatiekader].
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
De meerderheid van de regels voor levering en uitvoering van de steun voor de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid, het Europees oceaanpact en het maritiem en aquacultuurbeleid van de Unie in het kader van het Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap komt in Verordening (EU) [NRP-verordening] aan bod.
•Artikelsgewijze toelichting
2025/0235 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitvoering van de steun van de Unie voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, het Europees oceaanpact en het maritiem en aquacultuurbeleid van de Unie in het kader van het Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap, zoals vastgesteld in Verordening (EU) [NRP-fonds] voor de periode 2028-2034
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 42, artikel 43, lid 2, artikel 91, lid 1, artikel 100, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 175, artikel 188, artikel 192, lid 1, artikel 194, lid 2, artikel 195, lid 2, en artikel 349,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Gezien het advies van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Deze steun van de Unie wordt verleend uit het Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap, overeenkomstig de in [Verordening (EU) [NRP-fonds] vastgelegde regels voor dat fonds.
(2)De steun van de Unie draagt ook bij tot de in het Europees oceaanpact vastgestelde activiteiten en tot de doelstelling van de Unie inzake de duurzaamheid van onze oceanen en klimaatneutraliteit, de duurzaamheid, het concurrentievermogen en de veerkracht van de visserij- en aquacultuursector in de Europese Unie, de duurzaamheid, veerkracht en het concurrentievermogen van de Europese blauwe economie, de veerkracht van kust- en eilandgemeenschappen en ultraperifere gebieden, en de verbetering van het beheer en de observatie van de oceanen, onder meer via Copernicus, het aardobservatieprogramma van de Unie, en de maritieme diensten daarvan.
(3)Het Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap moet bijdragen tot de verwezenlijking van de milieu-, economische, sociale en werkgelegenheidsdoelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), zoals vastgesteld in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad. Die steun moet ervoor zorgen dat de visserijactiviteiten langdurig duurzaam zijn en worden beheerd op een manier die strookt met de doelstellingen van artikel 2 van de GVB-verordening.
(4)De in het kader van het Europees oceaanpact vastgestelde initiatieven moeten worden ondersteund en bevorderd met investeringen en financiering uit particuliere en publieke bronnen. Een geïntegreerde aanpak van de financiering en beleidsmaatregelen die relevant zijn voor de oceanen zal een breed scala aan elementen bestrijken, zoals: de instandhouding van mariene biologische rijkdommen als een van de vijf exclusieve bevoegdheden van de EU, de instandhouding en het herstel van mariene biodiversiteit, het beheer van en innovatie in visserijen en aquacultuuractiviteiten die zijn gericht op de duurzaamheid en veerkracht van deze sectoren, de activiteiten inzake de uitvoering van het GVB, generatievernieuwing, kennis en observatie van de oceanen, maritieme veiligheid, voedselzekerheid, de ontwikkeling en opschaling van een concurrerende en duurzame blauwe economie, met inbegrip van offshore- en oceaanenergie, biotechnologie en ontzilting, de vrijwaring van cultureel erfgoed onder water en aan de kust, de ondersteuning van andere sectoren en industrieën van de blauwe economie met het oog op klimaatneutraliteit, de uitrol van slimme en emissievrije oplossingen, voortbouwend op wetenschap en de strategie voor oceaanonderzoek en -innovatie, ondersteuning van maritieme ruimtelijke ordening en maritieme regionale samenwerking op zeegebiedniveau, en de duurzame, veerkrachtige territoriale ontwikkeling van kustgemeenschappen, eilanden en ultraperifere regio’s.
(5)Kleinschalige kustvisserij wordt beoefend door zeevisserij- en binnenvisserijvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 meter die geen gesleept vistuig gebruiken, en door vissers te voet, schelpdiervissers inbegrepen. Deze sector vertegenwoordigt bijna 75 % van alle in de Unie ingeschreven vissersvaartuigen en bijna de helft van de werkgelegenheid in de visserijsector en vormt een belangrijk onderdeel van de economische structuur van kustgebieden. Marktdeelnemers in de kleinschalige kustvisserij zijn voor hun belangrijkste inkomstenbron sterk afhankelijk van gezonde visbestanden. Daarom moeten de specifieke behoeften van de kleinschalige kustvisserij en de in de GVB-verordening omschreven bijdrage aan de ecologische, economische en sociale duurzaamheid van de visserijactiviteiten worden opgenomen in de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap (NRP-plannen), zoals vastgelegd in artikel 22 van [de NRP-verordening].
(6)Vanuit de doelstelling duurzame visserijpraktijken te bevorderen, moeten de lidstaten marktdeelnemers in de kleinschalige kustvisserij een voorkeursbehandeling geven via een maximale steunintensiteit van 100 %.
(7)De lidstaten moeten in hun NRP-plan rekening houden met de activiteiten die zijn vastgelegd in het Europees oceaanpact voor de instandhouding en het herstel van mariene biologische rijkdommen, het herstel van de mariene biodiversiteit, het beheer van en innovatie in duurzame visserij- en aquacultuuractiviteiten, waarbij zij voortbouwen op innovatieve oplossingen uit onderzoek en de wetenschap, maritieme veiligheid, de ontwikkeling van een concurrerende en duurzame blauwe economie, de bescherming en versterking van kustgemeenschappen en eilanden, en de bevordering van maritieme regionale samenwerking op zeegebiedniveau.
(8)Het moet mogelijk zijn steun te verlenen voor acties op het gebied van visserij, aquacultuur en de blauwe economie die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie wat betreft klimaatmitigatie en -adaptatie, met inbegrip van de energietransitie voor alle sectoren.
(9)De bij Verordening (EU) nr. 1379/2013 vastgestelde gemeenschappelijke marktordening (GMO) voor visserijproducten en aquacultuurproducten is een belangrijke pijler van het gemeenschappelijk visserijbeleid en speelt een cruciale rol bij het waarborgen van de stabiliteit en transparantie van de visserij- en aquacultuurmarkten in de EU. De lidstaten houden daartoe in hun NRP-plan rekening met steun, met name voor de oprichting en versterking van producentenorganisaties, de uitvoering en handhaving van handelsnormen en de verzameling en verspreiding van marktgegevens op nationaal niveau.
(10)Het gemeenschappelijk visserijbeleid is gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde besluitvorming, adequate controles en nultolerantie ten aanzien van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij. De lidstaten moeten worden ondersteund bij de uitvoering van de overeenkomstige EU-wetgeving en ervoor zorgen dat activiteiten op deze gebieden worden gepland,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voorwerp
1.Bij deze verordening worden specifieke voorwaarden vastgesteld voor de uitvoering van de steun van de Unie overeenkomstig de algemene doelstellingen van artikel 2 van Verordening XX [NRP-fonds], en met name punt d) daarvan. De steun van de Unie draagt bij tot de activiteiten die zijn vastgesteld in het Europees oceaanpact en tot de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid.
Deze steun van de Unie wordt verleend uit het Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap, met inbegrip van de EU-faciliteit, overeenkomstig de in Verordening (EU) […] [Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap] vastgelegde regels voor dat fonds.
Artikel 2
Steun voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, het Europees oceaanpact en het maritiem en aquacultuurbeleid van de Unie
1.Door middel van de steun voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, het Europees oceaanpact en het maritiem en aquacultuurbeleid van de Unie worden de in artikel 2, punt d), van [de NRP-verordening] vastgelegde algemene doelstellingen ondersteund.
Artikel 3
Steun voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, het Europees oceaanpact en het maritiem en aquacultuurbeleid van de Unie
1.De lidstaten houden in hun NRP-plan rekening met de specifieke behoeften van de visserij, de aquacultuur en de kustgemeenschappen, en met name van de kleinschalige kustvisserij, overeenkomstig artikel 22, lid 2, punt i), van [de NRP-verordening].
2.De lidstaten houden in hun NRP-plan rekening met de bijdrage aan de ecologische, economische en sociale duurzaamheid van visserijactiviteiten en met het evenwicht tussen de vangstcapaciteit van de vloten en de beschikbare vangstmogelijkheden, zoals jaarlijks gerapporteerd door de lidstaten overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013.
3.De lidstaten stellen in hun NRP-plan voor de verschillende categorieën van in het kader van het NRP-plan ondersteunde concrete acties de maximale steunintensiteiten vast. Voor activiteiten in verband met kleinschalige kustvisserij kunnen de lidstaten een maximale steunintensiteit van 100 % toekennen.
4.Een door een aanvrager ingediende steunaanvraag is gedurende ten minste de periode die is vastgelegd in de in artikel XX van Verordening XX [NRP-fonds] (Controlesysteem voor rentmeesterschap van landbouwbedrijven en het gemeenschappelijk visserijbeleid) bedoelde gedelegeerde handeling, niet ontvankelijk indien de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de betrokken aanvrager:
a)een ernstige inbreuk heeft gepleegd als bedoeld in artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad of in artikel 90 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 of in andere door het Europees Parlement en de Raad in het kader van het GVB vastgestelde wetgeving;
b)betrokken is geweest bij de exploitatie, het beheer of de eigendom van een vissersvaartuig dat is opgenomen in de Unielijst van IOO-vaartuigen als bedoeld in artikel 40, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1005/2008, of van een vaartuig dat de vlag voerde van een land dat overeenkomstig artikel 33 van die verordening als niet-meewerkend derde land is aangemerkt; of
c)een van de in de artikelen 3 en 4 van Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad beschreven milieudelicten heeft gepleegd, indien de steunaanvraag wordt ingediend voor de aquacultuurspecifieke interventies.
Voor de toepassing van de in punt a) van de eerste alinea van dit lid bedoelde verificatie verstrekt een lidstaat op verzoek van een andere lidstaat de informatie uit zijn nationaal register van inbreuken bedoeld in artikel 93 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.
Artikel 4
Regels voor steunverlening
1.Vissersvloten of exploitanten die niet voldoen aan de WTO-overeenkomst inzake visserijsubsidies en aan de doelstellingen van het GVB zoals bedoeld in artikel 43, lid 2, VWEU, en artikel 2 van de GVB-verordening, komen niet in aanmerking voor steun.
2.De begunstigden moeten zich blijven houden aan het GVB en mogen binnen vijf jaar geen inbreuken en delicten als bedoeld in artikel 3, lid 4, punten a) tot en met c), begaan.
3.De overdracht of omvlagging van vissersvaartuigen naar een derde land, ook door de oprichting van joint ventures met partners van derde landen en de overdracht van de eigendom van een bedrijf, komen niet in aanmerking voor steun.
4.Diepzeemijnbouw komt niet in aanmerking voor steun.
Artikel 5
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing vanaf de datum van toepassing van Verordening (EU) […] tot instelling van het Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap voor de periode 2028-2034.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter