Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52025PC0541

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van de steun van de Unie voor het Schengengebied, voor het Europees geïntegreerd grensbeheer en voor het gemeenschappelijk visumbeleid voor de periode 2028-2034

COM/2025/541 final

Brussel, 16.7.2025

COM(2025) 541 final

2025/0541(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van de steun van de Unie voor het Schengengebied, voor het Europees geïntegreerd grensbeheer en voor het gemeenschappelijk visumbeleid voor de periode 2028-2034


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

In de politieke beleidslijnen van de Commissie voor 2024-2029 wordt benadrukt dat moet worden gezorgd voor een compleet en volledig functioneel Schengengebied zonder controles aan de binnengrenzen door de buitengrenzen beter te beveiligen en daarbij prioritair in te zetten op veiligheid, migratiebeheer en efficiëntie. Het Europees geïntegreerd grensbeheer speelt hierbij een centrale rol door bij het beheer van de EU-buitengrenzen de coherentie te waarborgen tussen onderling verbonden beleidsterreinen, onder meer inzake grenzen, terugkeer en bewaking, en tussen Frontex en de bevoegde nationale autoriteiten. De ontwikkeling van het Schengengebied wordt politiek en strategisch aangestuurd door het Schengengovernancekader, dat mede aan de hand van de Schengenevaluaties zorgt voor de uitvoering van belangrijke initiatieven, onder meer inzake de interoperabiliteit van IT-systemen, en de desbetreffende regels, en voor het vaststellen en verhelpen van systematische tekortkomingen. Dit moet een sterk gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid en wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten en de geassocieerde Schengenlanden bevorderen.

De sterk veranderde geopolitieke context heeft het beheer van de buitengrenzen van de Unie dooreengeschud. De noodzaak die grenzen te beschermen is nog urgenter geworden door de opkomst van hybride en andere veiligheidsdreigingen, waaronder de inzet van migratie als wapen. Irreguliere migratie is nog steeds een belangrijke factor en vereist doeltreffende samenwerking met niet-EU-landen in combinatie met brede partnerschappen met landen van herkomst en doorreis, ondersteund uit hoofde van Verordening (EU) [...] [Europa in de wereld]. Migrantensmokkel is een winstgevende onderneming voor criminele netwerken die gebruikmaken van land-, zee- en luchtroutes om irreguliere migratie naar en binnen de Europese Unie te faciliteren. Hierbij is steeds vaker sprake van ernstige schendingen van de mensenrechten en dodelijke slachtoffers, vooral als de reis over zee plaatsvindt. Migranten komen door toedoen van mensensmokkelaars om in de Middellandse Zee: dat dit gebeurt, onderstreept dat dringend moet worden opgetreden tegen migrantensmokkel en dat daarvoor alle beschikbare juridische, operationele en administratieve instrumenten moeten worden ingezet.

De lidstaten moeten snel en doeltreffend op ontwikkelingen kunnen reageren en moeten daartoe steun van de Unie ontvangen.

Het is van essentieel belang om overeenkomstig het Unierecht op het gebied van grensbeheer te voorzien in de ontwikkeling, de veilige werking en het onderhoud van grootschalige IT-systemen, onder meer op het gebied van interoperabiliteit en communicatie-infrastructuur. Het gaat dan met name om het Schengeninformatiesysteem (SIS), het Visuminformatiesysteem (VIS), Eurodac, het inreis-uitreissysteem (EES) en het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias). Het instrument moet ook bijdragen tot acties ter verbetering van de gegevenskwaliteit en de informatieverstrekking.

De lidstaten moeten de steun van de Unie ook kunnen gebruiken voor het verwerven van de nodige deskundigheid en operationele capaciteit ten behoeve van de uitvoering van de relevante elementen van het asiel- en migratiepact, met name Verordening (EU) 2024/1356 1 (“de screeningverordening”), die bijdraagt tot efficiënt grensbeheer.

Zowel EU-burgers als niet-EU-burgers worden systematisch gecontroleerd wanneer zij de buitengrenzen van de EU overschrijden. Aangezien alleen al in 2023 bijna 600 miljoen grensoverschrijdingen werden geregistreerd en dit aantal de komende jaren naar verwachting zal blijven stijgen, is het duidelijk dat elke reiziger snel en efficiënt moet worden gecontroleerd, met behulp van IT-systemen en met behoud van een hoog beveiligingsniveau.

De lidstaten moeten nauw samenwerken met de bevoegde EU-agentschappen, waaronder Frontex en eu-LISA, die de nodige technische expertise en technologische middelen beschikbaar moeten stellen voor bewaking en situationeel bewustzijn. In bredere zin moet de Commissie de bevoegde organen en instanties van de Unie bij relevante activiteiten betrekken om ervoor te zorgen dat de door de Unie gesteunde maatregelen in overeenstemming zijn met het betrokken acquis van de Unie en de overeengekomen prioriteiten van de Unie ter zake.

Een sterk visumbeleid van de EU is ook van cruciaal belang om de grenzen beter te beveiligen en migratie beter te beheren. De steun van de Unie moet de lidstaten met name helpen de behandeling van visumaanvragen efficiënter te maken en misbruik van de visumregeling van de Unie te voorkomen. Er is steun van de Unie nodig om de behandeling van visumaanvragen te digitaliseren en zowel de wereldwijde dekking van consulaire diensten als de dienstverlening aan aanvragers te verbeteren.

Het voorstel moet tegemoetkomen aan de vraag naar meer flexibiliteit en prestatiegerichtheid bij het beheer van de steun van de Unie en naar verdere vereenvoudiging voor alle actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van de steun. Daartoe moet dit voorstel strikt complementair zijn met het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid, waarbij nieuwe mechanismen voor de toewijzing van middelen voor gedeeld, direct en indirect beheer worden ingevoerd. Aangezien de uitdagingen op het gebied van grensbeheer en migratie voortdurend veranderen, moet het mogelijk zijn om in te spelen op dringende behoeften en wijzigingen in het beleid en in de prioriteiten van de Unie, om de in het kader van de Schengenevaluaties en de kwetsbaarheidsbeoordeling van Frontex vastgestelde tekortkomingen aan te pakken en om de financiering te richten op acties waarbij de Unie een grote meerwaarde biedt, met name via een EU-faciliteit die ruimte laat voor flexibiliteit bij het beheer van de steun van de Unie.

Samen met het voorstel voor een verordening tot vaststelling van de steun van de Unie voor asiel, migratie en integratie en het voorstel voor een verordening tot vaststelling van de steun van de Unie voor interne veiligheid vormt dit voorstel het specifieke rechtskader voor het optreden van de Unie op het gebied van Europees geïntegreerd grensbeheer aan de buitengrenzen, een goed functionerend Schengengebied en Europees visumbeleid, efficiënt beheer van migratiestromen en interne veiligheid. Deze drie verordeningen vullen elkaar aan en vormen een aanvulling op en een bijdrage tot de doelstellingen van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid – de verordening aan de hand waarvan de drie verordeningen zullen worden uitgevoerd.

De voorgestelde verordening bouwt voort op Verordening (EU) 2021/1148 2 en houdt rekening met nieuwe beleidsontwikkelingen en de noodzaak om een flexibel antwoord te bieden op de veranderende uitdagingen op het gebied van Europees geïntegreerd grensbeheer, waartoe ook de goede werking van het Schengengebied behoort, en op het gebied van het visumbeleid van de EU.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De steun van de Unie voor het Europees geïntegreerd grensbeheer en het Europees visumbeleid zal strikt complementair zijn met de andere beleidsterreinen die onder het toepassingsgebied van de nationale en regionale partnerschapsplannen vallen. Dit bevordert synergieën tussen de betrokken beleidsterreinen. Ook moet worden gestreefd naar synergie en complementariteit met met name het Schengenacquis en het wetgevingspakket dat de grondslag van het migratie- en asielpact vormt en op 11 juni 2024 in werking is getreden. Voor een versterkt EU-beleid inzake het Europees geïntegreerd grensbeheer en het Europees visumbeleid is de inzet nodig van alle instrumenten waarover dat beleid beschikt, waaronder de betrokken gedecentraliseerde agentschappen van de Unie.

De zes gedecentraliseerde agentschappen voor binnenlandse zaken (Frontex, Europol, EUAA, eu-LISA, EUDA en Cepol) spelen een belangrijke en steeds grotere rol bij de uitvoering van het beleid op het gebied van binnenlandse zaken. Het is van essentieel belang dat de samenhang tussen de op EU-niveau vastgestelde beleidsstrategieën en de operationele activiteiten van de gedecentraliseerde agentschappen wordt gewaarborgd. Dit zorgt er ook voor dat de EU-financiering voor de gedecentraliseerde agentschappen een maximale bijdrage levert aan de beleidsdoelstellingen van de EU. De operationele rol van de gedecentraliseerde agentschappen moet wellicht verder worden versterkt en zal dan dienovereenkomstig meer middelen vergen.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het Europees geïntegreerd grensbeheer en het Europees visumbeleid berusten op de synergie en samenhang met het betrokken EU-beleid, onder meer op het gebied van asiel en migratie, interne veiligheid en het externe beleid van de Unie ter ondersteuning van derde landen, met name in het kader van Verordening (EU) [...] [Europa in de wereld]. Dat beleid bestrijkt een groot aantal gebieden die belangrijke raakvlakken hebben met het interne beleid, onder meer inzake grensbeheer en visa. Het is vooral zaak de samenhang met de steun die de Unie in het kader van Europa in de wereld verleent voor samenwerking met partnerlanden op het gebied van grensbeheer, te vergroten teneinde bij te dragen tot een gecoördineerde, holistische en gestructureerde aanpak waarbij synergieën worden gemaximaliseerd en het hefboomeffect wordt versterkt. In dit verband is de steun voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van Europa in de wereld bijzonder relevant voor het verbeteren van het grensbeheer en het voortzetten van de inspanningen om irreguliere migratie te voorkomen.

Ter ondersteuning van de agenda voor het concurrentievermogen moeten ook investeringen op basis van innovatieve methoden of nieuwe technologieën worden overwogen, met inbegrip van maatregelen om de resultaten van door de Unie gefinancierde onderzoeksprojecten te testen en te valideren.

Variabele geometrie

Deze verordening vormt een ontwikkeling van het Schengenacquis. Bijgevolg is de toepassing van de verordening op Denemarken en Ierland onderworpen aan bijzondere bepalingen die zijn vastgesteld in Protocol nr. 19 en Protocol nr. 22 bij het VEU en het VWEU.

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 is de verordening niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken. Op grond van artikel 4 van Protocol nr. 22 moet Denemarken echter beslissen of het maatregelen die voortbouwen op het Schengenacquis, uitvoert en daardoor gebonden is. Indien Denemarken daartoe besluit, wordt daarmee een verplichting volgens internationaal recht geschapen tussen Denemarken en de andere lidstaten.

Krachtens artikel 4 van Protocol nr. 19 kan Ierland te allen tijde verzoeken om aan alle of aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis deel te nemen. Ierland neemt deel aan bepaalde delen van het Schengenacquis, maar deze verordening heeft geen betrekking op die delen. Deze verordening betreft een maatregel die een ontwikkeling van het Schengenacquis vormt en moet derhalve ter kennis worden gebracht aan vier landen (IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein) die geen lidstaat van de Unie zijn, maar die uit hoofde van met de Unie gesloten associatieovereenkomsten wel deelnemen aan het Schengengebied zonder controles aan de binnengrenzen. Na deze kennisgeving moeten de vier geassocieerde Schengenlanden bevestigen dat zij de inhoud van de verordening aanvaarden en deze in hun nationale wetgeving zullen omzetten. De voorgestelde maatregelen zullen bijgevolg ook op deze vier landen van toepassing zijn.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Artikel 3, lid 2, VEU luidt als volgt: “De Unie biedt haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is in combinatie met passende maatregelen met betrekking tot controles aan de buitengrenzen, asiel, immigratie, en voorkoming en bestrijding van criminaliteit.” De rechtsgrondslag voor dit voorstel is artikel 77, lid 2, en artikel 79, lid 2, punten c) en d), VWEU.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

De doelstellingen van het voorstel kunnen niet door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt, aangezien de uitdagingen grensoverschrijdend van aard zijn en niet beperkt blijven tot afzonderlijke lidstaten of tot een aantal lidstaten. Steun van de Unie creëert een meerwaarde door een gemeenschappelijke aanpak in alle lidstaten te bevorderen bij de uitvoering van het acquis en de normen van de EU en door de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van transnationale kwesties te stimuleren.

Evenredigheid

Het voorstel gaat niet verder dan nodig is om de in punt 1 uiteengezette doelstellingen te verwezenlijken. Het valt binnen de werkingssfeer voor optreden in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, zoals omschreven in het derde deel, titel V, VWEU. De doelstellingen en de steun van de Unie daarvoor staan in verhouding tot wat met het instrument wordt nagestreefd.

Keuze van het instrument

Het meest geschikte instrument voor de uitvoering van dit voorstel is een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de steun van de Unie voor grensbeheer voor de periode van 1 januari 2028 tot en met 31 december 2034, ter aanvulling van het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

De voorlopige resultaten van de nog lopende ex-postevaluatie van het Fonds voor interne veiligheid – Grenzen en visa (ISF-BV) voor de programmeringsperiode 2014-2020 bevestigen dat het ISF-BV de lidstaten doeltreffend heeft ondersteund bij het halen van hun doelstellingen op het gebied van visumbeleid en beheer van de buitengrenzen. Mede dankzij de invoering van meerjarenprogrammering en nationale subsidiabiliteitsregels zijn de administratieve lasten verminderd. Ook de vereenvoudigde kostenopties hebben daartoe bijgedragen, maar het gebruik ervan bleef beperkt. De prestaties van het ISF-BV op het vlak van kosteneffectiviteit en efficiëntie zijn wisselend gebleken. De coherentie binnen de onderdelen van het ISF-BV en tussen het ISF-BV en andere EU-fondsen was goed, maar de samenhang met Horizon Europa en tussen de nationale programma’s en acties van de Unie kan beter. Het ISF-BV leverde een aanzienlijke bijdrage tot de meerwaarde die de Unie biedt. Uit de ex-postevaluatie wordt voorlopig geconcludeerd dat een vereenvoudiging van de rapportagevereisten en de administratieve procedures de efficiëntie aanzienlijk kan verbeteren, mits noch de hoeveelheid informatie die nodig is voor het toezicht op de uitvoering, noch de kwaliteit van die informatie daardoor vermindert. Deze aanpak moet de administratieve lasten tot een minimum beperken, zodat belanghebbenden zich geen weg meer hoeven te banen door bureaucratische procedures en zich kunnen concentreren op het behalen van resultaten.

De voorlopige resultaten van de tussentijdse evaluatie van het instrument voor grensbeheer en visa (BMVI) voor de programmeringsperiode 2021-2027 bevestigen dat het monitoring- en evaluatiekader voor het BMVI aanzienlijk is verbeterd ten opzichte van de periode 2014-2020. De lidstaten en de begunstigden hebben hun bezorgdheid geuit over de administratieve lasten. Tot dusver hebben de beheersautoriteiten slechts in beperkte mate gebruikgemaakt van vereenvoudigde kostenopties en financiering die niet gekoppeld is aan kosten, hoewel dit de administratieve lasten zou kunnen verminderen. De programma’s van de lidstaten en de werkprogramma’s van de Commissie voor de thematische faciliteit waren coherent met andere nationale en EU-financieringsinstrumenten. De samenhang tussen de acties van de Unie en de programma’s van de lidstaten en met Horizon Europa had echter verder kunnen worden versterkt om het gebruik van innovatieve technologische oplossingen te vergroten. Het BMVI heeft de samenwerking bevorderd, de naleving van de EU-normen gewaarborgd en het collectieve kader van de EU voor grensbeheer en visumbeleid verbeterd. Specifieke acties werden door belanghebbenden bijzonder gewaardeerd vanwege de flexibiliteit en de aanvullende ad-hocfinanciering voor specifieke prioriteiten. De tussentijdse evaluatie onderstreept ook het belang van een verdere vereenvoudiging van de financiering en van een betere communicatie ten aanzien van de beheersautoriteiten over de manier waarop het prestatiekader het beheer van de programma’s efficiënter kan maken – los van de louter formele verslaglegging die op grond van de verordening vereist is.

Raadpleging van belanghebbenden

De Commissie heeft in het kader van dit initiatief actief met de belanghebbenden overlegd, met name via specifieke evenementen en openbare raadplegingen, zoals wordt uiteengezet in het betrokken hoofdstuk van de toelichting bij het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

Externe expertise

Zie het betrokken hoofdstuk van de toelichting bij het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

Effectbeoordeling

Zie het betrokken hoofdstuk van de toelichting bij het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

Vereenvoudiging

Verwacht wordt dat het initiatief de administratieve lasten en kosten sterk zal verminderen en de uitvoering van de steun van de Unie efficiënter zal maken. Zie in dat verband ook het overeenkomstige hoofdstuk van de toelichting bij het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

Grondrechten

De steun van de Unie zal worden uitgevoerd met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het beginsel van de rechtsstaat, zoals uiteengezet in artikel 2, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2020/2092. Zie ook het overeenkomstige deel in de toelichting bij het voorstel van de Commissie voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De indicatieve financiële toewijzing voor de uitvoering van de doelstellingen van de steun van de Unie wordt voor de periode 2028-2034 vastgesteld op 15 396 750 000 EUR (lopende prijzen). De steun zal worden uitgevoerd overeenkomstig de horizontale regels voor de nationale en regionale partnerschapsplannen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De in het kader van dit voorstel verleende steun van de Unie zal worden uitgevoerd in gedeeld beheer door de lidstaten en in direct en indirect beheer door de Commissie. De uitvoering van de steun van de Unie zal worden gemonitord aan de hand van het prestatiekader voor het meerjarig financieel kader 2028-2034 dat is vastgesteld in het voorstel voor een verordening tot vaststelling van een kader voor het traceren van begrotingsuitgaven en voor begrotingsprestaties en andere horizontale regels voor de programma’s en activiteiten van de Unie.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 omschrijft het toepassingsgebied van de steun van de Unie voor het geïntegreerd grensbeheer van de EU en het visumbeleid van de EU voor de periode van 1 januari 2028 tot en met 31 december 2034. Artikel 2 bevat de definities die daarvoor nodig zijn en in artikel 3 zijn de doelstellingen vastgesteld, in overeenstemming met de verlening van steun van de Unie in het kader van de horizontale regels van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale samenhang, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid, zoals vastgesteld bij Verordening (EU) [...].

In artikel 4 zijn bepalingen vastgesteld voor de financiering van de steun van de Unie, in artikel 5 bepalingen voor de geassocieerde Schengenlanden en in artikel 6 bepalingen voor de uitvoering van de bijzondere doorreisregeling in Litouwen.

Artikel 7 bevat de regels voor de budgettaire behandeling van de middelen voor de exploitatiekosten van het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1240, en artikel 8 de regels voor de budgettaire behandeling van de financiële bijdragen van de lidstaten voor de jaarlijkse solidariteitspool die is opgericht bij Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 3 .

In artikel 9 zijn overgangsbepalingen opgenomen. De datum van inwerkingtreding van de voorgestelde verordening is vastgesteld in artikel 10, waar is bepaald dat de verordening verbindend is al haar onderdelen en vanaf 1 januari 2028 rechtstreeks toepasselijk is in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.



2025/0541 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van de steun van de Unie voor het Schengengebied, voor het Europees geïntegreerd grensbeheer en voor het gemeenschappelijk visumbeleid voor de periode 2028-2034

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, en artikel 79, lid 2, punten c) en d),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 4 ,

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure 5 ,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De doelstelling van de Unie om een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen in overeenstemming met artikel 67, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) moet worden bereikt door steun van de Unie te verlenen voor de ontwikkeling van het gemeenschappelijk beleid van de Unie inzake toezicht aan de buitengrenzen, onder meer voor het gemeenschappelijk visumbeleid op grond van artikel 77, lid 2, punt a), VWEU.

(2)Een sterk governancekader, een doeltreffend Europees geïntegreerd grensbeheer, uitgevoerd door de bij Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad 6 opgerichte Europese grens- en kustwacht, en het visumbeleid van de EU zijn van het grootste belang om de integriteit en veerkracht van een doeltreffend en efficiënt functionerend Schengengebied zonder binnengrenzen te waarborgen.

(3)Daarom moet ten behoeve van de inspanningen van de lidstaten ter bescherming van de buitengrenzen van de Unie steun van de Unie worden verleend teneinde illegale grensoverschrijdingen en niet-toegestane verplaatsingen tussen de lidstaten tegen te gaan, de behandeling van visumaanvragen te moderniseren en efficiënter te maken en misbruik van de visumregeling van de Unie te voorkomen. Deze steun van de Unie moet worden verleend in het kader van de horizontale regels van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid, zoals vastgesteld bij Verordening (EU) [...].

(4)Er moet ook steun van de Unie worden verleend om het Schengenkader op Europees en nationaal niveau doeltreffend uit te voeren, toe te passen en te ontwikkelen, onder meer door de nationale Schengengovernance te versterken met behulp van de doeltreffende coördinatiestructuren en strategische processen die van cruciaal belang zijn voor de goede werking van het Schengengebied.

(5)In deze verordening worden de doelstellingen vastgesteld voor de steun die de Unie ten behoeve van de goede werking van een Schengengebied zonder binnengrenstoezicht verleent, onder meer voor Europees geïntegreerd grensbeheer, voor de werking van het Schengengebied en voor het Europees visumbeleid (“de steun van de Unie”). De lidstaten moeten erop toezien dat alle in deze verordening opgenomen doelstellingen aan de orde worden gesteld in hun nationale en regionale partnerschapsplannen.

(6)Overeenkomstig de Akte van toetreding van Litouwen tot de EU voorziet de verordening ook in de vereiste steun voor Litouwen voor het beheer van de doorreis van personen tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie.

(7)De Commissie moet de per lidstaat toe te wijzen bedragen in één uitvoeringsbesluit vaststellen volgens de toewijzingsmethode die is bepaald in Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid. In dat besluit moeten in de regel ook de bedragen worden opgenomen uit hoofde van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid, Verordening (EU) [...] tot vaststelling van de steun van de Unie voor asiel, migratie en integratie en Verordening (EU) [...] tot vaststelling van de steun van de Unie voor interne veiligheid.

(8)De steun van de Unie moet voortbouwen op de resultaten die in de vorige programmeringsperioden zijn geboekt en de investeringen die toen zijn gedaan in het kader van i) het bij Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad 7 ingestelde Europees Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013, ii) het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa dat bij Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad 8 voor de periode 2014-2020 is vastgesteld als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, en iii) het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visabeleid dat bij Verordening (EU) 2021/1148 van het Europees Parlement en de Raad 9 voor de periode 2021-2027 is opgericht als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid.

(9)In het licht van de veranderende mondiale context en de toenemende instabiliteit moeten de Unie en haar lidstaten hun middelen bundelen om de buitengrenzen van de Unie doeltreffend te beschermen, onder meer om irreguliere migratie, migrantensmokkel en mensenhandel aan te pakken en te reageren op overheidsactoren die op kunstmatige wijze irreguliere migratie creëren en faciliteren, migratiestromen als instrument voor politieke doeleinden inzetten en hybride oorlogstactieken, zoals de inzet van migratie als wapen 10 , gebruiken om de Europese Unie en haar lidstaten te destabiliseren. In het belang van de solidariteit in het gehele Schengengebied en in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid voor het beschermen van de buitengrenzen van de Unie moeten de lidstaten in hun nationale en regionale partnerschapsplannen de vastgestelde uitdagingen adequaat aanpakken, met name in het kader van de Europese strategie voor geïntegreerd grensbeheer, de strategie voor het Europees visumbeleid en in de nieuwe IT-architectuur van Schengen die gebaseerd is op de grootschalige IT-systemen die worden ingezet voor het beheer van de buitengrenzen en de veiligheid, alsook op de interoperabiliteit van die systemen. Voorts moet worden overwogen technologie en digitale oplossingen uit te rollen ter ondersteuning van de taken op het gebied van grenstoezicht.

(10)De steun van de Unie moet bijdragen tot consistentie, samenhang, synergie en complementariteit tussen het interne en het externe beleid van de Unie. Er is meer samenhang nodig tussen het migratie-, asiel-, terugkeer- en externe beleid en het is belangrijk te waarborgen dat de externe bijstand van de Unie en de op grond van deze verordening verleende steun van de Unie bijdragen tot een gecoördineerde, holistische en gestructureerde aanpak op het gebied van migratie waarbij synergieën worden gemaximaliseerd en het hefboomeffect wordt versterkt. De op grond van deze verordening verleende steun van de Unie kan in naar behoren gemotiveerde gevallen ook worden gebruikt ter ondersteuning van de in dit verband relevante middelen van de EU-delegaties en de verlening ervan kan in de programmerings- en uitvoeringsfasen worden gecoördineerd tussen de lidstaten en de Commissie.

(11)Europa moet zijn veiligheidsbelangen beschermen tegen leveranciers die vanwege mogelijke inmenging van derde landen en vanwege hun werkwijzen op het gebied van cyberbeveiliging een aanhoudend veiligheidsrisico kunnen vormen. Omdat hoogrisicoleveranciers de veiligheid van gebruikers, bedrijven en overheden in de hele EU en de veiligheid van kritieke infrastructuur van de EU ernstig in gevaar kunnen brengen uit het oogpunt van integriteit van gegevens en diensten en beschikbaarheid van diensten, moet het risico dat de interne markt afhankelijk blijft van dergelijke leveranciers, worden verminderd. Deze uitsluiting moet gebaseerd zijn op een evenredige risicobeoordeling en bijbehorende risicobeperkende maatregelen, zoals omschreven in het beleid en de wetgeving van de Unie.

(12)Omdat uitdagingen op het gebied van grensbeheer en visumbeleid voortdurend veranderen, moet de toewijzing van de steun van de Unie worden aangepast aan veranderingen in de prioriteiten voor het beheer van de buitengrenzen en het visumbeleid, onder meer als gevolg van de toegenomen druk op de grenzen, en moet de financiering worden toegespitst op de prioriteiten waarbij de Unie de grootste meerwaarde biedt. Om te kunnen inspelen op dringende behoeften en veranderingen in het beleid en in de prioriteiten van de Unie, en om de financiering te kunnen richten op acties waarbij de Unie een grote meerwaarde biedt, moet een deel van de steun van de Unie in direct, gedeeld en indirect beheer worden uitgevoerd via de EU-faciliteit die is ingesteld bij Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid. De EU-faciliteit voorziet in een flexibel beheer van de steun van de Unie; in het geval van gedeeld beheer moet de uitvoering verlopen via de nationale en regionale partnerschapsplannen van de lidstaten.

(13)De Commissie en de lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij het uitvoeren van maatregelen of het aanpakken van uitdagingen op het gebied van migratiebeheer, grenstoezicht, grensbeheer en interne veiligheid rekening wordt gehouden met de kennis en de ervaring van de organen en instanties van de Unie. In voorkomend geval moet de Commissie de relevante organen en instanties van de Unie ook kunnen betrekken bij activiteiten die ervoor moeten zorgen dat de maatregelen waarvoor de steun van de Unie is verleend, in overeenstemming zijn met het betrokken acquis van de Unie en de overeengekomen prioriteiten van de Unie ter zake.

(14)De steun van de Unie moet worden verleend voor maatregelen die verband houden met het toezicht aan de buitengrenzen op het grondgebied van de landen die het Schengenacquis toepassen, als onderdeel van de uitvoering van een Europees geïntegreerd grensbeheersysteem, wat het algemene functioneren van het Schengengebied versterkt. Ter bepaling van de aard en de vormen van deelname aan de steun van de Unie door landen die betrokken zijn bij de uitvoering, toepassing en ontwikkeling van het Schengenacquis, moeten nadere regelingen worden getroffen tussen de Unie en die landen krachtens de desbetreffende bepalingen in de respectieve associatieovereenkomsten tussen die landen en de Unie.

(15)De steun van de Unie moet blijven bijdragen aan de uitvoering, ontwikkeling en governance van het Schengengebied ter bevordering van een ruimte zonder binnengrenstoezicht. De steun van de Unie moet blijven gaan naar maatregelen die verband houden met het toezicht aan de buitengrenzen op het grondgebied van de landen die het Schengenacquis toepassen, als onderdeel van de uitvoering van een Europees geïntegreerd grensbeheersysteem, wat het algemene functioneren van het Schengengebied versterkt.

(16)Ten behoeve van de doeltreffende uitvoering van de Visumcode moet de steun van de Unie bijdragen tot een gemoderniseerde en efficiëntere behandeling van visumaanvragen op het vlak van het opsporen en beoordelen van risico’s op het gebied van veiligheid en irreguliere migratie. De steun van de Unie moet met name bijdragen tot de digitalisering van de behandeling van visumaanvragen, zodat de visumprocedures snel, veilig en klantvriendelijk kunnen verlopen, waar zowel visumaanvragers als consulaten belang bij hebben. De steun van de Unie moet ook dienen om de dienstverlening aan visumaanvragers te verbeteren, onder meer door een betere wereldwijde dekking van consulaire diensten.

(17)Om de continuïteit van de governanceaanpak te waarborgen, kunnen de lidstaten bij de uitvoering van de steun van de Unie voortbouwen op het beginsel van partnerschap.

(18)Overeenkomstig artikel 86 van Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad 11 moeten de exploitatiekosten van het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) worden gedekt door de inkomsten uit de reisautorisatievergoedingen. In deze verordening moet worden bepaald volgens welke regels de lidstaten de beschikking over hun aandeel van de Etias-vergoedingen krijgen om hun exploitatiekosten te dekken, onder meer ingeval hun totale exploitatiekosten in een bepaald jaar de beschikbare Etias-inkomsten overschrijden.

(19)Aangezien lidstaten die onder migratiedruk staan, moeten kunnen rekenen op steun van de Unie, moet in deze verordening worden bepaald volgens welke regels de begunstigde lidstaten de beschikking krijgen over hun aandeel van de financiële bijdragen aan de bij Verordening (EU) 2024/1351 12 ingestelde jaarlijkse solidariteitspool.

(20)Alle acties waarvoor overeenkomstig deze verordening steun van de Unie wordt verleend, moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de rechten en beginselen die zijn vastgelegd in het acquis van de Unie en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en moeten in overeenstemming zijn met de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit de internationale instrumenten waarbij zij partij zijn.

(21)Overeenkomstig Protocol nr. 5 bij de Toetredingsakte van 2003 betreffende de doorreis van personen over land tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie 13 moet de Unie Litouwen bijstand verlenen bij het beheer van de doorreis van personen tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie en moet zij met name alle extra kosten voor de implementatie van de specifieke bepalingen van het acquis voor deze doorreis voor haar rekening nemen. Derhalve moeten bij deze verordening de regels worden vastgesteld inzake de financiële steun voor de specifieke doorreisregeling die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 693/2003 van de Raad 14 .

(22)Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 15 die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punten A en B, van Besluit 1999/437/EG van de Raad 16 .

(23)Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 17 die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punten A en B, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad 18 .

(24)Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 19 die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punten A en B, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad 20 .

(25)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, moet Denemarken overeenkomstig artikel 4 van dat protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad een maatregel over deze verordening heeft genomen, beslissen of het deze verordening in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

(26)Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad 21 . Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden de doelstellingen en de financiering van de steun van de Unie voor het Europees geïntegreerd grensbeheer en het Europees visumbeleid vastgesteld voor de periode van 1 januari 2028 tot en met 31 december 2034. De steun van de Unie draagt bij tot de werking van het Schengengebied, het efficiënte beheer van de buitengrenzen en de efficiëntie van het visumbeleid, onder meer door middel van steunverlening voor de uitvoering, versterking en ontwikkeling van de betrokken elementen van het migratie- en asielpact, en draagt tevens bij tot een hoog niveau van interne veiligheid binnen de Unie, waarbij gewaarborgd blijft dat personen die de binnengrenzen overschrijden, niet aan controles worden onderworpen.

Deze steun van de Unie wordt verleend in het kader van de horizontale regels van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid, zoals vastgesteld bij Verordening (EU) [...].

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)“grensdoorlaatpost”: een grensdoorlaatpost zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) 2016/399 22 ;

(2)“Europees geïntegreerd grensbeheer”: Europees geïntegreerd grensbeheer zoals bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) 2019/1896 23 ;

(3)“buitengrenzen”: buitengrenzen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2016/399 24 , en binnengrenzen waaraan de controles nog niet zijn opgeheven;

(4)“buitengrenssegment”: een buitengrenssegment zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Verordening (EU) 2019/1896 25 ;

(5)“binnengrenzen waaraan de controles nog niet zijn opgeheven”:

a)de gemeenschappelijke grens tussen een lidstaat die het Schengenacquis volledig uitvoert en een lidstaat die het Schengenacquis overeenkomstig zijn toetredingsakte volledig moet toepassen, maar waarvoor het relevante besluit van de Raad op grond waarvan die lidstaat wordt toegestaan dit acquis volledig toe te passen, nog niet in werking is getreden;

b)de gemeenschappelijke grens tussen twee lidstaten die het Schengenacquis overeenkomstig hun respectieve toetredingsakte volledig moeten toepassen, maar waarvoor het relevante besluit van de Raad op grond waarvan die lidstaten wordt toegestaan dit acquis volledig toe te passen, nog niet in werking is getreden;

(6)“begunstigde lidstaat”: een begunstigde lidstaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 19, van Verordening (EU) 2024/1351;

(7)“bijdragende lidstaat”: een bijdragende lidstaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 20, van Verordening (EU) 2024/1351;

(8)“financiële bijdragen”: financiële bijdragen overeenkomstig artikel 56, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2024/1351.

Artikel 3

Doelstellingen van de steun van de Unie voor het Schengengebied, voor het Europees geïntegreerd grensbeheer aan de buitengrenzen en voor het gemeenschappelijk visumbeleid

1.Ten behoeve van een sterk en doeltreffend Europees geïntegreerd grensbeheer aan de buitengrenzen, een goed functionerend Schengengebied en een efficiënt visumbeleid draagt de steun van de Unie bij tot al deze doelstellingen:

a)ondersteuning van de doeltreffende uitvoering, toepassing en ontwikkeling van het Schengenkader en versterking van de governance, de integriteit en de veiligheid van het Schengengebied zonder binnengrenzen;

b)ondersteuning van de doeltreffende uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer aan de buitengrenzen door de Europese grens- en kustwacht, als gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grensbeheer, onder meer met behulp van innovatieve methoden en nieuwe technologieën, teneinde legale grensoverschrijdingen te faciliteren, illegale immigratie, grensoverschrijdende criminaliteit, de instrumentalisering van irreguliere immigratie en het gebruik van irreguliere immigratie als wapen te voorkomen en op te sporen en bij te dragen tot doeltreffende terugkeer;

c)ondersteuning van het gemeenschappelijk visumbeleid om een geharmoniseerde aanpak voor de tijdige afgifte van visa te waarborgen en legaal reizen te faciliteren, en tegelijkertijd migratie- en veiligheidsrisico’s te voorkomen en bij te dragen tot de veiligheid en de goede werking van het Schengengebied.

De steun van de Unie wordt uitgevoerd in volledige overeenstemming met de doelstellingen van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

2.De steun van de Unie wordt uitgevoerd overeenkomstig het betrokken acquis van de Unie en de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit de internationale instrumenten waarbij zij partij zijn.

3.De lidstaten zorgen ervoor dat de prioriteiten van hun nationale en regionale partnerschapsplannen acties omvatten om alle doelstellingen van de op grond van deze verordening verleende steun van de Unie te bereiken, en zorgen er tevens voor dat de toewijzing van middelen aan de doelstellingen evenredig is aan de vastgestelde uitdagingen en behoeften.

Artikel 4

Financiering

1.De indicatieve financiële toewijzing voor de uitvoering van de in artikel 3 opgenomen doelstellingen wordt voor de periode 2028-2034 vastgesteld op 15 396 750 000 EUR (lopende prijzen). De steun wordt uitgevoerd overeenkomstig de horizontale regels voor de nationale en regionale partnerschapsplannen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

2.Het bedrag per lidstaat wordt door de Commissie bij uitvoeringshandeling vastgesteld aan de hand van de toewijzingsmethode in bijlage I, deel B, van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

3.Daarnaast worden in het kader van de in artikel 314 VWEU bedoelde jaarlijkse begrotingsprocedure de begrotingskredieten voor de in artikel 3 van deze verordening opgenomen doelstellingen vastgesteld en deze kredieten worden uitgevoerd via de EU-faciliteit in het kader van titel IV van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale samenhang, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

4.Wanneer de Commissie concludeert dat maatregelen die verband houden met de in artikel 3 van deze verordening opgenomen doelstellingen, voldoen aan de vereisten van deze verordening en Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid, en wanneer de Commissie een uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van het nationale en regionale partnerschapsplan van de betrokken lidstaat voorstelt overeenkomstig de procedure van artikel 23 van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid, doet zij een voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad betreffende de goedkeuring van die maatregelen.

5.Wanneer de Commissie een voorstel opstelt voor een uitvoeringsbesluit van de Raad inzake maatregelen die verband houden met de in artikel 3 van deze verordening opgenomen doelstellingen, neemt zij daarin, met betrekking tot die doelstellingen, de elementen op waarnaar wordt verwezen in artikel 23, lid 4, van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale samenhang, landbouw en plattelandsontwikkeling, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

6.Het in lid 4 bedoelde uitvoeringsbesluit wordt in de regel binnen vier weken na de goedkeuring van het voorstel van de Commissie vastgesteld door de Raad, samen met de uitvoeringsbesluiten als bedoeld in artikel 23, lid 1, [voorstel van de Commissie en uitvoeringsbesluit van de Raad] van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale samenhang, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

7.Artikel 24 van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale samenhang, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid, waarin de wijziging van plannen wordt behandeld, is van toepassing, mits het voorstel van de Commissie en het uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van wijzigingen van de in artikel 23, lid 4, vermelde elementen uitsluitend betrekking hebben op de in artikel 3 van deze verordening opgenomen doelstellingen.

Artikel 5

Geassocieerde Schengenlanden

Overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de respectieve associatieovereenkomsten worden regelingen getroffen voor het bepalen van de aard en de vormen van deelname aan de steun van de Unie door landen die betrokken zijn bij de uitvoering, toepassing en ontwikkeling van het Schengenacquis. Zo spoedig mogelijk nadat het land in kwestie kennis heeft gegeven van zijn besluit om de inhoud van de steun van de Unie te aanvaarden en in zijn interne rechtsorde om te zetten, overeenkomstig de toepasselijke associatieovereenkomst, legt de Commissie overeenkomstig artikel 218, lid 3, VWEU een aanbeveling voor aan de Raad voor het openen van onderhandelingen over die regelingen. De Raad besluit na ontvangst van de aanbeveling onverwijld om machtiging te verlenen voor het openen van die onderhandelingen. De financiële bijdragen van die landen worden toegevoegd aan de in artikel 4 vermelde totale middelen die uit de financiële middelen beschikbaar worden gesteld.

Artikel 6

Steun voor de specifieke doorreisregeling

1.Op grond van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale samenhang, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid wordt voor het nationale en regionale partnerschapsplan van Litouwen een bedrag van maximaal 450 000 000 EUR toegewezen wegens derving van inkomsten uit de verwerking van visa voor kort verblijf en extra kosten bij de uitvoering van het doorreisfaciliteringsdocument (FTD) en het doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 693/2003 van de Raad en Verordening (EG) nr. 694/2003 van de Raad, gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/2667 van het Europees Parlement en de Raad.

2.Voor de toepassing van lid 1 wordt de steun van de Unie voor de gederfde inkomsten gebaseerd op de afgifte van FTD’s en FRTD’s. Het maximum voor deze steun wordt vastgesteld op 100 000 000 EUR.

3.Voor de toepassing van lid 1 dient de steun van de Unie ter dekking van de geraamde extra kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de specifieke vereisten voor de uitvoering van de specifieke doorreisregeling en die niet ontstaan zijn als gevolg van de afgifte van visa uit hoofde van Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad 26 .

De maximale bijdrage uit de begroting van de Unie bedraagt 100 % van de totale geraamde kosten. Het maximum voor deze steun wordt vastgesteld op 350 000 000 EUR.

De geraamde extra kosten omvatten met name:

(a)investeringen in voor de werking van de specifieke doorreisregeling vereiste infrastructuur, vervoermiddelen, ICT-systemen en bijbehorende apparatuur;

(b)opleiding van personeel dat de specifieke doorreisregeling uitvoert;

(c)extra operationele kosten, met inbegrip van personeelskosten voor de uitvoering van de specifieke doorreisregeling.

4.De Commissie en Litouwen evalueren de toepassing van dit artikel indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen die gevolgen hebben voor het bestaan of het functioneren van de specifieke doorreisregeling.

5.De in de leden 2 en 3 bedoelde bedragen worden toegewezen voor het nationale en regionale partnerschapsplan van Litouwen. Deze bedragen worden niet gebruikt voor andere in het plan opgenomen maatregelen, behalve in naar behoren gemotiveerde omstandigheden, zoals goedgekeurd door de Commissie door middel van een wijziging van dat plan overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

Op een met redenen omkleed verzoek van Litouwen kan het in lid 3 bedoelde bedrag worden heroverwogen en zo nodig worden aangepast vóór de vaststelling van het laatste werkprogramma overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid. Eventuele extra bedragen voor het nationale en regionale partnerschapsplan van Litouwen worden toegewezen overeenkomstig artikel 31, lid 7, van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale samenhang, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid.

Artikel 7

Middelen voor de exploitatiekosten van het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias)

1.Elke lidstaat zet een doeltreffend en betrouwbaar systeem op waarmee de door die lidstaat op grond van artikel 85, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2018/1240 gemaakte exploitatiekosten naar behoren worden geïdentificeerd en geregistreerd. Uiterlijk op 31 januari van elk jaar, en voor het eerst uiterlijk op 31 januari 2029, delen de lidstaten de Commissie de totale exploitatiekosten van het voorgaande jaar mee.

2.Op basis van de overeenkomstig lid 1 door de lidstaten verstrekte informatie stelt de Commissie het bedrag van de inkomsten uit de Etias-vergoedingen vast dat overeenkomstig artikel 86, tweede zin, van Verordening (EU) 2018/1240 moet worden toegewezen ter dekking van de exploitatiekosten van de lidstaten. De Commissie stelt elke lidstaat zijn respectieve aandeel van dit bedrag ter beschikking.

3.Indien het overeenkomstig lid 1 door de lidstaten meegedeelde bedrag van de totale exploitatiekosten hoger is dan de beschikbare Etias-inkomsten, of indien het bedrag van de uitgaven voor het aanpassen en automatiseren van grenscontroles voor de uitvoering van Etias hoger is dan de in artikel 85, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1240 vastgestelde maxima, berekent de Commissie een evenredige verlaging van deze bedragen.

4.Indien het bedrag van de totale exploitatiekosten in een bepaald jaar hoger is dan de beschikbare Etias-inkomsten, stelt de Commissie de lidstaten uit de inkomsten uit Etias-vergoedingen het bedrag ter beschikking dat overeenkomt met de evenredige verlaging van hun totale exploitatiekosten.

Artikel 8

Financiële bijdragen voor de jaarlijkse solidariteitspool

De Commissie berekent welk aandeel van de door de bijdragende lidstaten overeenkomstig artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1351 overgedragen financiële bijdragen elke begunstigde lidstaat dient te ontvangen voor de uitvoering van de in artikel 56, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2024/1351 bedoelde acties, en stelt dit bedrag ter beschikking van de begunstigde lidstaten.

Artikel 9

Overgangsbepalingen

Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de acties die zijn geïnitieerd op grond van Verordening (EU) 2021/1148, die op de betrokken acties van toepassing blijft totdat deze worden afgesloten.

Artikel 10

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de [twintigste] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van de datum van toepassing van Verordening (EU) [...] tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid voor de periode 2028-2034.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1)    Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot invoering van de screening van onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/817 (PB L, 2024/1356, 22.5.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1356/oj ). 
(2)    Verordening (EU) 2021/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting, in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, van het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid.
(3)    Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende asiel- en migratiebeheer, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/1147 en (EU) 2021/1060 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 604/2013 (PB L, 2024/1351, 22.5.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1351/oj ).
(4)    PB C , , blz. .
(5)    Standpunt van het Europees Parlement van […] en standpunt van de Raad van […].
(6)    Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624 (PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1896/oj).
(7)    PB L 144 van 6.6.2007, blz. 22.
(8)    Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/515/oj ).
(9)    Verordening (EU) 2021/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting, in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, van het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 251 van 15.7.2021, blz. 48, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1148/oj ).
(10)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de bestrijding van hybride dreigingen die voortvloeien uit de inzet van migratie als wapen, en de versterking van de veiligheid aan de buitengrenzen van de EU (COM(2024) 570 final van 11.12.2024).
(11)    Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226 (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1240/oj ).
(12)    Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende asiel- en migratiebeheer, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/1147 en (EU) 2021/1060 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 604/2013 (PB L, 2024/1351, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1351/oj ).
(13)    Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 946, ELI: http://data.europa.eu/eli/treaty/acc_2003/act_1/pro_5/sign).
(14)    Verordening (EG) nr. 693/2003 van de Raad van 14 april 2003 tot invoering van een specifiek doorreisfaciliteringsdocument (FTD) en een doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) en tot wijziging van de Gemeenschappelijke Visuminstructie en het Gemeenschappelijk Handboek (PB L 99 van 17.4.2003, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/693/oj ).
(15)    PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.
(16)    Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1999/437/oj ).
(17)    PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.
(18)    Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/146/oj ).
(19)    PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/prot/2011/350/oj.
(20)    Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2011/350/oj ).
(21)    Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2002/192/oj).
(22)    Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (codificatie) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1), ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/399/oj).
(23)    Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624 (PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1).
(24)    Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (codificatie) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).
(25)    Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624 (PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1).
(26)    Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/810/oj).
Top