EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 3.9.2025
COM(2025) 476 final
2025/0268(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot vaststelling van het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen voor de periode 2028-2034 en tot intrekking van Verordening (EU) 2021/101
{SWD(2025) 255 final} - {SWD(2025) 256 final}
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
De kerncentrale van Ignalina, die in de buurt van de stad Visaginas ligt, bestaat uit twee hoog-rendementsreactoren kanaaltype (RBMK-1500-reactoren) — van hetzelfde type als de reactor in Tsjernobyl. De ontmanteling van deze centrale zal de nucleaire veiligheid in de regio en in de EU als geheel helpen verbeteren.
Daartoe heeft het Ignalina-programma (hierna “het programma” genoemd) als algemene doelstelling Litouwen te helpen bij het beheer van de veiligheidsuitdagingen bij de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina. Het programma heeft ook een aanzienlijk potentieel voor het vergaren van kennis die de EU-lidstaten en, waar relevant, derde landen kunnen gebruiken ter ondersteuning van hun eigen ontmantelingsprojecten, met name als het gaat om grafietgemodereerde kernreactoren.
Het programma is sinds het begin van de jaren 2000 in verschillende financiële programmeringsperioden uitgevoerd en volgens de lopende herziening van het ontmantelingsplan zouden de werkzaamheden in 2049 moeten worden beëindigd. De ontmanteling van deze reactoren is een baanbrekende activiteit met technologische uitdagingen zoals de ontmanteling van de grafietkern en het daaropvolgende beheer van aanzienlijke hoeveelheden bestraald grafiet.
Het programma staat op het punt een aantal belangrijke mijlpalen te bereiken, met behulp van financiering uit hoofde van het meerjarig financieel kader 2021-2027. Het betreft onder meer: i) de voltooiing van de ontmanteling van het bovenste en onderste deel van de reactorkern van reactor 1; ii) de start van de overeenkomst voor de ontmanteling van centrale delen van reactorkernen, en iii) de start van de overeenkomst voor het ontwerp en de aanleg van de tijdelijke opslagfaciliteit voor grafiet. Er zal evenwel een aanzienlijk bedrag aan extra financiering nodig zijn om de resterende belangrijke kwesties op het gebied van radiologische veiligheid in verband met de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina aan te pakken.
Het programma vindt zijn oorsprong in de onderhandelingen over de toetreding van Litouwen tot de Europese Unie. Litouwen heeft zich ertoe verbonden de beide kernreactoren volgens Sovjetontwerp te sluiten en vervolgens te ontmantelen tegen een gemeenschappelijk overeengekomen datum. Die verbintenis maakt onderdeel uit van het Toetredingsverdrag met Litouwen. Uit solidariteit, en erkennend dat de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina een onderneming van lange adem is die gepaard gaat met een uitzonderlijke financiële last, heeft de Europese Unie zich in Protocol nr. 4 bij het Toetredingsverdrag met Litouwen ertoe verbonden adequate financiële bijstand te verlenen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina, op basis van de feitelijke betalingsbehoeften en absorptiecapaciteit.
Litouwen heeft voldaan aan zijn verbintenis in het toetredingsverdrag om zijn reactoren tijdig te sluiten. Op basis van de bepalingen van Protocol nr. 4 betreffende de kerncentrale van Ignalina in het Toetredingsverdrag Litouwen heeft de Raad van de Europese Unie verschillende verordeningen goedgekeurd in verband met de uitvoering van de ontmanteling na 2006,. Boven op de financiële steun van de EU profiteerde het Ignalina-programma reeds bij aanvang van steun van internationale donoren (EU-lidstaten, Noorwegen en Zwitserland) die bijdragen aan het steunfonds voor de ontmanteling van Ignalina dat door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling wordt beheerd.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het doel van het programma is in de loop der jaren bijgesteld om beter op de behoeften in te spelen en de veilige ontmanteling van de faciliteit te waarborgen. De bijstand van de EU was bij de aanvang en tot 2013 bedoeld om Litouwen te ondersteunen om de betrokken reactoren buiten bedrijf te stellen en te ontmantelen en om de gevolgen van de vroegtijdige sluiting van zijn kerncentrale te ondervangen. In 2014 werd het toepassingsgebied van het programma echter verengd tot alleen ontmantelingsactiviteiten, d.w.z. tot veiligheidsgerelateerde maatregelen. Voor de volgende fase wordt aanbevolen om in het programma ook nadruk te leggen op de ontmantelingsactiviteiten die gepaard gaan met uitdagingen op het gebied van radiologische veiligheid.
Het beheer van verbruikte splijtstof na de veilige tijdelijke opslag ervan (in het kader van het programma) en de berging van verbruikte splijtstof en radioactief afval in een diepe geologische bergingsplaats vallen buiten het toepassingsgebied van het programma en blijven de verantwoordelijkheid van de lidstaat overeenkomstig Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad inzake een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.
Voor het huidige MFK zal de belangrijkste algemene doelstelling worden aangevuld met het doel om (door het programma gegenereerde) kennis over het ontmantelingsproces te verspreiden onder alle EU-lidstaten en, waar relevant, onder derde landen, om zo de EU-meerwaarde van het programma te vergroten.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De EU-begroting moet zorgen voor een veilige Europese Unie, met het hoogste niveau van nucleaire veiligheid, waar kennis, ervaringen en vaardigheden die zijn ontwikkeld bij ontmantelingsactiviteiten worden gedeeld, om zo expliciete kennisproducten over kwesties in verband met ontmanteling en afvalbeheer, beste praktijken op het gebied van beheer en technologische uitdagingen aan te reiken aan alle EU-lidstaten en, waar relevant, aan derde landen die ontmantelingsprogramma’s beheren. Het programma ter ondersteuning van de nucleaire ontmanteling van Ignalina heeft aan al deze doelstellingen bijgedragen en zal dat ook blijven doen. De belangrijkste verwezenlijking van het Ignalina-programma is de geleidelijke daling van het radioactieve stralingsniveau voor werknemers, de bevolking en het milieu, in Litouwen, maar ook de EU als geheel.
Het programma past in het EU-regelgevingskader voor nucleaire veiligheid, met name: i) Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval; ii) Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2014/87/Euratom van de Raad, en iii) Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling. De samenhang, consistentie en synergieën van het programma met andere beleidslijnen en programma’s van de Unie, met name het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en ontmanteling [XXX], zullen worden verzekerd.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag voor het programma is vastgesteld in Protocol nr. 4 van het Toetredingsverdrag van 2003, waarin is bepaald dat de EU uit solidariteit met Litouwen ook na 2006 adequate aanvullende communautaire steun voor de ontmanteling zal verlenen.
Deze rechtsgrondslag werd bevestigd door de juridische dienst van de Raad van de Europese Unie tijdens het goedkeuringsproces van Verordening (Euratom) nr. 1369/2013 van de Raad en Verordening (EU) 2021/101 van de Raad.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Het Ignalina-programma vloeit voort uit het Toetredingsverdrag met Litouwen en is een toezegging van de Europese Unie aan Litouwen. Het programma valt binnen de werkingssfeer van het nationale programma van Litouwen op grond van Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad.
De EU-meerwaarde van het programma is sinds de aanvang ervan uitgedrukt in nucleaire veiligheid en financiële risicobeperking. Zonder EU-medefinanciering zou het ontmantelingsproces waarschijnlijk langzamer verlopen en zou het programma niet langer prioriteit krijgen boven andere nationale programma’s, en zou het hefboomeffect van de EU op de veiligheidsdoelstellingen verloren gaan, wat op zijn beurt de veiligheid van werknemers, de bevolking en het milieu zou kunnen ondermijnen. In die zin voegt het programma, gezien de nog resterende radiologische veiligheidsproblemen, op dit moment nog steeds waarde toe. De bijdrage wordt natuurlijk kleiner naarmate de ontmanteling vordert.
Het programma kan ook voor EU-meerwaarde zorgen door meer nadruk te leggen op kennisdeling en het helpen van lidstaten, en mogelijk derde landen, die bij de uitvoering van hun ontmantelingsplannen met soortgelijke uitdagingen worden geconfronteerd. De bijdrage van het programma aan de ontmanteling van de reactoren van Ignalina zal immers zeer relevante ervaring en knowhow opleveren die ten goede kunnen komen aan andere ontmantelingsprojecten en de veiligheidsniveaus in de EU en daarbuiten kunnen verhogen.
•Evenredigheid
In het volgende meerjarig financieel kader (2028-2034) zal het programma worden toegespitst op de uitdagingen op het gebied van radiologische veiligheid die gepaard gaan met de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina en waarmee de grootste EU-meerwaarde kan worden bereikt (d.w.z. een geleidelijke daling van het radioactieve stralingsniveau voor de werknemers, de bevolking en het milieu in Litouwen, maar ook in de EU als geheel).
•Keuze van het instrument
Volgens de evaluatie vooraf kan de doelstelling van het voorstel het best worden verwezenlijkt door middel van een verordening, in de vorm van het bestaande rechtsinstrument. De Commissie stelt daarom voor het programma te blijven uitvoeren via indirect beheer door de op basis van pijleranalyses beoordeelde met de uitvoering belaste entiteiten.
Daarnaast is uit de tussentijdse evaluatie gebleken dat de huidige opzet (d.w.z. het Ignalina-programma als specifiek uitgavenprogramma) een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het programma waarborgt, waarbij de belangrijkste factoren voor succes een heldere omschrijving van taken en verantwoordelijkheden en een versterkt toetsingskader zijn.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Volgens de tussentijdse evaluatie is het huidige programma in overeenstemming met de EU-beleidsmaatregelen die bedoeld zijn om het hoogste niveau van nucleaire veiligheid te waarborgen. De steun van de EU zorgt ervoor dat de strategie voor onmiddellijke ontmanteling in Litouwen gestaag wordt uitgevoerd en voorkomt dat onnodige lasten aan toekomstige generaties worden overgedragen. Tegelijkertijd wijkt deze steun om historische redenen gedeeltelijk af van het principe dat de betrokken lidstaat de eindverantwoordelijkheid draagt voor de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen voor de ontmanteling van nucleaire installaties en het beheer van kernafval.
Litouwen heeft op doeltreffende en efficiënte wijze vooruitgang geboekt bij de ontmanteling van zijn kernreactoren in overeenstemming met de in 2020 overeengekomen uitgangswaarden (d.w.z. het ontmantelingsplan). Het programma ondervindt echter enige vertraging door uitdagingen en tegenslagen als gevolg van het complexe karakter ervan. Dat gezegd zijnde, heeft het beheerstelsel bewezen dat het dergelijke uitdagingen kan oplossen.
Uit de evaluatie is ook gebleken dat de veiligheid op de locaties als gevolg van de EU-financiering in het huidige meerjarige financiële kader aanzienlijk zal worden verhoogd. In Litouwen zijn de voornaamste lopende ontwikkelingen in het veld de gestage vooruitgang bij i) de verwerking van de ontmanteling en afval uit het verleden; ii) de ontmanteling van systemen en componenten aan de bovenkant en de onderkant van de reactorkern (respectievelijk zones R1 en R2 genoemd), en van buizen in de grafietkanalen, en iii) de voorbereidingen voor de ontmanteling van het bestraalde grafiet uit de reactorkern, een baanbrekend project op een nog nooit eerder vertoonde schaal.
Uit de evaluatie kwam ook naar voren dat: i) gerichte maatregelen nodig zijn om het personeelsplan in de kerncentrale van Ignalina te optimaliseren, en bijzondere aandacht moet uitgaan naar gekwalificeerde werknemers op kritieke gebieden zoals aanbestedingen; ii) de vaststelling van een nationale bijdrage zal helpen om de verantwoordingsplicht te vergroten en kostenbesparende beslissingen van de begunstigde te bevorderen; iii) een specifieke nationale bijdrage weliswaar noodzakelijk is, maar niet voldoende om de tijdige en efficiënte ontmanteling van de kerncentrale te stimuleren.
Gelet op deze conclusies zal het in de huidige rechtsgrondslag vastgestelde medefinancieringspercentage in de voorgestelde rechtsgrondslag voor het volgende meerjarig financieel kader (2028-2034) worden gehandhaafd en zal een doelstelling worden ingevoerd om de organisatie en personeelsbezetting van de kerncentrale van Ignalina te optimaliseren.
Volgens de tussentijdse evaluatie heeft de bestuursstructuur gezorgd voor een doeltreffendere en efficiëntere uitvoering van het programma. De belangrijkste factoren voor succes waren een heldere omschrijving van taken en verantwoordelijkheden en een versterkt toetsingskader. In het onderzoek zijn ook de volgende gebieden voor verdere verbetering vastgesteld:
i)een grotere betrokkenheid van de lidstaat en een grotere rol in het beheer, in combinatie met meer verantwoordingsplicht voor het ontmantelingsbedrijf (eindbegunstigde);
ii)de stroomlijning van procedures met het oog op een snellere en efficiëntere beheerscyclus;
iii)een betere afstemming op de prestaties van andere ontmantelingsprogramma’s.
Sinds de aanvang van het programma wordt de financiële bijstand van de EU verleend via indirect beheer. De Commissie stelt voor om de uitvoering van de begroting van het programma te blijven toevertrouwen aan de huidige op basis van pijleranalyses beoordeelde entiteiten die met de uitvoering zijn belast.
•Raadpleging van belanghebbenden
Aan de voorstellen voor EU-programma’s in het volgende meerjarig financieel kader (2028-2034) zijn zeven openbare raadplegingen voorafgegaan, onder meer over EU-financiering voor de eengemaakte markt en samenwerking tussen nationale autoriteiten, EU-financiering voor concurrentievermogen en de uitvoering van EU-financiering met lidstaten en regio’s. De raadplegingen waren gericht op een breed scala aan belanghebbenden, waaronder het grote publiek, ondernemingen, kleine en middelgrote ondernemingen, overheidsinstanties, ontvangers van EU-financiering, maatschappelijke organisaties, de academische wereld en internationale belanghebbenden.
Deelnemers aan de raadpleging waren het eens over de noodzaak van gestroomlijnde investeringen in concurrentievermogen en in andere prioriteiten van de EU, aangevuld met investeringen in specifieke projecten in EU-regio’s die de randvoorwaarden kunnen ondersteunen, onder meer voor duurzame groei. Sommige belanghebbenden wezen bijvoorbeeld op de noodzaak van steun om regio’s te helpen om de schone transitie te overbruggen, terwijl anderen de noodzaak benadrukten van investeringen in achtergestelde, afgelegen en ontvolkte gebieden of in gebieden die getroffen worden door structurele veranderingen.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
De documenten die zijn gebruikt als input voor de voorbereiding van het programma binnen het volgende meerjarig financieel kader zijn onder meer de verslagen van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de evaluatie en uitvoering van de bijstandsprogramma’s van de EU voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Bulgarije, Slowakije en Litouwen en over het JRC-programma voor ontmanteling en beheer van kernafval.
•Effectbeoordeling
In overeenstemming met het Financieel Reglement van de EU (Verordening (EU, Euratom) 2024/2509) en de richtsnoeren van de Commissie voor betere regelgeving is voor programma’s die continuïteit bieden wat inhoud en structuur betreft of die een relatief klein budget hebben, geen effectbeoordeling vereist. Voor deze programma’s volstaat een evaluatie vooraf in de vorm van een werkdocument van de diensten van de Commissie. Daartoe voldoet het werkdocument van de diensten van de Commissie dat bij dit voorstel is gevoegd aan de vereisten van de Commissie inzake betere regelgeving en bevat het de nodige analyse voor de voorbereiding van het voorstel.
Tot dusver is er aanzienlijke vooruitgang geboekt in Litouwen. Het is belangrijk dat het programma prioriteit blijft krijgen voor verdere EU-steun in het volgende meerjarig financieel kader (2028-2034), aangezien het het potentieel heeft om een aanzienlijke EU-meerwaarde op te leveren op het gebied van veiligheid en opgedane kennis. Door het Ignalina-programma te behouden als specifiek uitgavenprogramma wordt beter tegemoetgekomen aan de behoeften van:
–een hefboomeffect van de EU op het gebied van veiligheidsdoelstellingen;
–zoveel mogelijk opgedane kennis voor de ontmanteling van kernreactoren in de EU en daarbuiten.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Het programma wordt momenteel uitgevoerd via indirect beheer, met behulp van op basis van pijleranalyses beoordeelde uitvoeringsorganen. Uit de tussentijdse evaluatie van het programma is gebleken dat de huidige opzet heeft bewezen te zorgen voor een effectieve en efficiënte uitvoering van het programma en dat het daarom in het volgend meerjarig financieel kader zal worden voortgezet, waarbij op sommige punten vereenvoudigingen worden aangebracht op basis van lessen uit de uitvoering tot dusver.
Het programma zal gebruik blijven maken van de meerjarenprogrammering in het kader van het Financieel Reglement. Het meerjarige gedetailleerde ontmantelingsplan zal als basis worden gebruikt voor de programmering en het toezicht, wat de doeltreffendheid en de tijdigheid van de programmeringscyclus zal verbeteren. Dit plan kan periodiek worden herzien zoals vereist bij de Litouwse wetgeving en afhankelijk van de geboekte vooruitgang. Bovendien zal de jaarlijkse verslaglegging worden vereenvoudigd, in overeenstemming met het gemeenschappelijke prestatiekader voor de begroting na 2027.
Waar mogelijk zal ook gebruik worden gemaakt van extra synergieën en complementariteit tussen programma’s binnen het meerjarig financieel kader.
•Grondrechten
Het programma heeft geen gevolgen voor de grondrechten.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De voorgestelde begrotingstoewijzing voor de periode 2028-2034 bedraagt 678 000 000 EUR (in lopende prijzen). Die is gebaseerd op de verwachte jaarlijkse uitbetalingen die in het ontmantelingsplan zijn opgenomen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorgestelde drempelwaarden voor medefinanciering door de EU. De uitgangswaarde laat een bijna lineaire voortgangscurve zien, en er worden constante jaarlijkse vastleggingsplannen en betalingsplannen beoogd, zoals gepresenteerd in het financieel en digitaal memorandum.
Acties met medefinanciering in het kader van het voorgestelde financiële programma zijn gebaseerd op het gedetailleerde ontmantelingsplan dat is vastgesteld bij Verordening (Euratom) nr. 1369/2013 van de Raad. In dit plan zijn de reikwijdte van het programma, de eindtoestand van volledige ontmanteling en de einddatum vastgesteld en komen de ontmantelingsactiviteiten, het bijbehorende tijdsschema, de kosten en de benodigde personele middelen aan bod. Het plan werd bijgewerkt in 2020 en een nieuwe herziening is gepland voor 2027, in overeenstemming met de Litouwse wetgeving.
De personele en administratieve middelen die nodig zijn voor het beheer van het programma blijven ongewijzigd ten opzichte van het vorige programma.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Dit initiatief zal worden gemonitord aan de hand van het gemeenschappelijke prestatiekader voor de begroting na 2027. Volgens dit kader moet tijdens de uitvoeringsfase van het programma een uitvoeringsverslag worden ingediend. Daarnaast moet een evaluatie achteraf worden verricht overeenkomstig artikel 34, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Die evaluatie moet worden uitgevoerd volgens de richtsnoeren van de Commissie voor betere regelgeving en worden gebaseerd op indicatoren die relevant zijn voor de doelstellingen van het programma.
In 2014 wijzigde de Commissie de governance van het programma voor het meerjarig financieel kader 2014-2020 om de rollen en verantwoordelijkheden duidelijker vast te stellen en om meer omvattende planning-, toezicht- en rapportagevoorschriften voor de begunstigden te introduceren. Overeenkomstig de gewijzigde governance-aanpak heeft Litouwen een programmacoördinator (met de rang van minister of staatssecretaris) benoemd, die verantwoordelijk is voor de programmering, coördinatie en monitoring van het betrokken ontmantelingsprogramma op nationaal niveau. Er is ook een monitoring- en rapportagecomité opgezet, waarvan een vertegenwoordiger van de Commissie en de programmacoördinator samen het voorzitterschap bekleden.
Voorts is een specifiek comité opgericht voor het beheer van de ontmanteling van de reactorkernen (project R3D), gezien het belang van deze werkzaamheid, wat zowel de kosten als het tijdschema betreft. Gezien de aanzienlijke duur van het ontmantelingsproces zullen meerjarige werkprogramma’s en financieringsbesluiten worden vastgesteld, zoals voorzien in het Financieel Reglement.
De Commissie is voornemens de uitvoering van de begroting van de programma’s te blijven toevertrouwen aan de op basis van pijleranalyses beoordeelde entiteiten die momenteel met de uitvoering zijn belast (indirect beheer), d.w.z. aan het Litouwse nationale agentschap, het centrale programmabeheersagentschap (Central Programme Management Agency (CPMA)) en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO). Daarnaast zullen de relevante diensten van de Commissie de uitvoering van het project tweemaal per jaar nauwgezet blijven volgen via administratieve controles en controles ter plaatse, en de periodieke programmerings-, monitoring- en controlecyclus blijven aanvullen met thematische verificaties op basis van een risicobeoordeling.
•Artikelsgewijze toelichting
In artikel 3 van de voorgestelde basishandeling zijn de doelstellingen van het programma voor het meerjarig financieel kader 2028-2034 uiteengezet. Deze sluiten aan op de twee belangrijkste aspecten van de EU-meerwaarde van het programma, te weten meer nucleaire veiligheid en toegenomen kennis voor de EU-lidstaten over het nucleaire ontmantelingsproces.
De artikelen 3, 8 en 9 en de bijlage bij het voorstel vormen samen een kader dat ervoor zorgt dat de relevante EU-financiering wordt toegespitst op acties die daadwerkelijk de doelstelling van het programma helpen te verwezenlijken. Deze artikelen en de bijlage verduidelijken eveneens de mate waarin de EU en Litouwen zich gezamenlijk inspannen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina.
De bepaling inzake medefinanciering en de kostenramingen van het gedetailleerde ontmantelingsplan weerspiegelen de toezegging van de EU aan Litouwen zoals vastgesteld in het Toetredingsverdrag.
In artikel 10 is voorzien in het gebruik van meerjarige werkprogramma’s om de duur van de ontmantelingsprogramma’s te weerspiegelen. In dit artikel wordt de procedure voor de herziening van het toepassingsgebied van het meerjarige werkprogramma vastgesteld en worden de Commissie de passende instrumenten geboden om indien nodig corrigerende maatregelen te treffen.
De bijlage bevat een gedetailleerde omschrijving van de specifieke doelstellingen van het programma, te weten de EU-financiering voor essentiële functies, zoals veiligheid, te handhaven, terwijl medefinancieringsregelingen worden gebruikt om de belangen van de plaatselijke belanghebbenden in overeenstemming te brengen met die van de EU.
2025/0268 (NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot vaststelling van het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen voor de periode 2028-2034 en tot intrekking van Verordening (EU) 2021/101
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien de Toetredingsakte van 2003, en met name artikel 3, lid 2, van het daaraan gehechte Protocol nr. 4,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Volgens Protocol nr. 4 bij de Toetredingsakte van 2003 betreffende de kerncentrale van Ignalina, heeft Litouwen zich ertoe verbonden de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina uiterlijk op respectievelijk 31 december 2004 en 31 december 2009 te sluiten en deze eenheden vervolgens te ontmantelen.
(2)In overeenstemming met de verplichtingen van de toetredingsakte en met steun van de Unie heeft Litouwen de beide eenheden binnen de respectieve termijnen gesloten en aanzienlijke vooruitgang geboekt met de ontmanteling ervan. De werkzaamheden om het niveau van stralingsrisico nog verder naar beneden te brengen, moeten worden voortgezet. Op basis van de beschikbare ramingen zijn voor dit doel na 2027 extra financiële middelen nodig.
(3)De ontmanteling van de kerncentrale die onder deze verordening valt, moet worden uitgevoerd overeenkomstig de wetgeving van de Unie inzake nucleaire veiligheid, namelijk Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad, en de wetgeving inzake afvalbeheer, namelijk Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad. Overeenkomstig deze wetgeving blijft Litouwen de eindverantwoordelijkheid dragen voor de nucleaire veiligheid en het veilige beheer van verbruikte splijtstof en kernafval.
(4)In Protocol nr. 4 bij de Toetredingsakte van 2003 is bepaald dat de Unie zich er rekenschap van geeft dat het vervroegd sluiten en vervolgens ontmantelen van de kerncentrale van Ignalina — die is uitgerust met twee van de voormalige Sovjet-Unie geërfde reactoren van het RBMK-type met een vermogen van 1 500 MW — een ongekend grootscheepse onderneming is die voor Litouwen uitzonderlijke financiële lasten met zich meebrengt die niet in verhouding staan tot de omvang en de economische draagkracht van het land en dat zij haar via het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van nucleaire installaties van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (hierna “het programma” genoemd) verleende steun na 2006 ononderbroken moet voortzetten en verlengen voor de periode van de volgende financiële vooruitzichten.
(5)Bij deze verordening wordt een indicatieve financiële toewijzing voor het programma vastgesteld.
(6)Bij de uitvoering van het programma zullen de consistentie, samenhang en synergieën van het programma met andere beleidslijnen en programma’s van de Unie, met name het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en ontmanteling [XXX] worden verzekerd.
(7)Uit recente ervaring is gebleken dat er in een snel veranderende economische, sociale en geopolitieke omgeving behoefte is aan een flexibeler meerjarig financieel kader en flexibeler uitgavenprogramma’s van de Unie. Daartoe, en in overeenstemming met de doelstellingen van het programma, moet bij de financiering voldoende rekening worden gehouden met de veranderende beleidsbehoeften en prioriteiten van de Unie zoals vastgesteld in relevante documenten die door de Commissie zijn gepubliceerd, in resoluties van het Europees Parlement en in conclusies van de Raad, en moet tegelijkertijd worden gezorgd voor voldoende voorspelbaarheid voor de uitvoering van de begroting.
(8)Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad is op het programma van toepassing. Zij legt de regels vast voor de opstelling en uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie, met inbegrip van de regels voor subsidies, prijzen, niet-financiële schenkingen, aanbestedingen, indirect beheer, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.
(9)Overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, met inbegrip van voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsook, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer en ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.
(10)Het programma moet worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) [XXX] van het Europees Parlement en de Raad [de prestatieverordening], waarin de regels voor het traceren van uitgaven en het prestatiekader voor de begroting zijn vastgesteld, met inbegrip van regels voor het waarborgen van een uniforme toepassing van de beginselen van “geen ernstige afbreuk doen” en gendergelijkheid als bedoeld in respectievelijk artikel 33, lid 2, punten d) en f), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, regels voor de monitoring en rapportage van de prestaties van programma’s en activiteiten van de Unie, regels voor de oprichting van een financieringsportaal van de Unie, regels voor de evaluatie van de programma’s, alsook andere horizontale bepalingen die van toepassing zijn op alle programma’s van de Unie, zoals die inzake informatie, communicatie en zichtbaarheid.
(11)Deze verordening laat het resultaat onverlet van eventuele toekomstige staatssteunprocedures die kunnen worden ingeleid overeenkomstig de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
(12)De financiering op grond van deze verordening moet gericht zijn op activiteiten ter verwezenlijking van de veiligheidsdoelstellingen van de ontmanteling.
(13)Het programma moet betrekking hebben op het tot stand brengen van kennis en het delen van ervaring. In het kader van het programma opgedane kennis en ervaring en geleerde lessen in verband met het nucleaire ontmantelingsproces en het beheer van kernafval moeten in de Unie worden verspreid, in coördinatie en synergie met de kerninstallaties van de Commissie op de locaties van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (“JRC”); zulke maatregelen leveren namelijk de grootste EU-meerwaarde op en dragen bij tot de veiligheid van de werknemers en de bevolking in het algemeen, alsook tot de bescherming van het milieu. De reikwijdte, procedure en economische aspecten van de samenwerking moeten nader worden beschreven in meerjarige werkprogramma’s en kunnen ook het voorwerp zijn van overeenkomsten tussen de lidstaten onderling of tussen de lidstaten en de Commissie.
(14)Het JRC moet de verspreiding van kennis inzake de ontmanteling van kerncentrales onder verschillende belanghebbenden in de Unie op gecoördineerde wijze faciliteren, bijvoorbeeld door het verrichten van marktanalyses, evaluaties en beoordelingen van kennisbehoeften in de Unie en, waar relevant, in derde landen, het uitstippelen van mogelijke koersen voor samenwerking, het in kaart brengen van geïnteresseerde belanghebbenden en omgevingen waarin de bij de uitvoering van het Programma tot stand gebrachte kennis de grootste meerwaarde zou opleveren, en het ontwikkelen van formats voor kennisdeling. De verspreiding van tot stand gebrachte kennis moet door het JRC worden gefinancierd. Elke lidstaat moet de mogelijkheid hebben het tot stand brengen van betrekkingen en uitwisselingen met het oog op kennisverspreiding te initiëren. Waar relevant zouden derde landen bij dergelijke uitwisselingen kunnen worden betrokken, in samenhang met en als aanvulling op de acties die worden uitgevoerd in het kader van Verordening [XXX] van het Europees Parlement en de Raad [Europa in de wereld] en Verordening [XXX] van de Raad [INSC-D].
(15)Bij de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina dient gebruik te worden gemaakt van de beste technische expertise die beschikbaar is, rekening houdend met de aard en de technische specificaties van de te ontmantelen installaties, zodat de veiligheid en de grootst mogelijke doeltreffendheid worden gewaarborgd en internationale beste praktijken in acht worden genomen.
(16)Een efficiëntere uitvoering van het programma moet worden bereikt door een evenredige vermindering van het aantal werknemers dat betrokken is bij de ontmantelingsactiviteiten in de kerncentrale van Ignalina. Gelet op de geplande ontmantelingswerkzaamheden voor 2028-2034 en de keuze van de kerncentrale van Ignalina om de volledige ontmanteling van de centrale zones van de reactorschacht uit te besteden, moet het aantal werknemers dat betrokken is bij de ontmantelingsactiviteiten met ten minste één derde worden verlaagd ten opzichte van het aantal voltijdequivalenten (vte’s) aan het einde van2024.
(17)Litouwen en de Commissie moeten voor een effectieve monitoring en controle van het verloop van het ontmantelingsproces zorgen om te waarborgen dat de in het kader van deze verordening toegewezen financiering zo veel mogelijk EU-meerwaarde oplevert, ook al ligt de eindverantwoordelijkheid voor de ontmanteling bij Litouwen. De monitoring en controle omvatten doeltreffende voortgangsmetingen en de vaststelling van corrigerende maatregelen indien nodig. Daartoe is in het kader van de overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) 2021/101 van de Raad goedgekeurde werkprogramma’s een comité met monitorings- en informatietaken in het leven geroepen dat wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie en een vertegenwoordiger van Litouwen.
(18)Het bedrag van de aan het programma toegewezen kredieten alsmede de programmalooptijd moeten op basis van de resultaten van een uitvoeringsverslag kunnen worden herzien.
(19)Activiteiten die in het kader van deze verordening worden medegefinancierd, moeten worden vastgesteld binnen de begrenzingen als bepaald door het ontmantelingsplan dat door Litouwen is ingediend overeenkomstig Verordening (Euratom) nr. 1369/2013 en de latere herzieningen daarvan. In het ontmantelingsplan zijn de reikwijdte van het programma, de eindtoestand van volledige ontmanteling en de einddatum vastgesteld en komen de ontmantelingsactiviteiten, het bijbehorende tijdsschema, de kosten en de benodigde personele middelen aan bod. In geval van belangrijke gebeurtenissen die gevolgen hebben voor de inhoud van het ontmantelingsplan, dient Litouwen in voorkomend geval, in overeenstemming met de bepalingen van het Litouwse recht of binnen een kortere termijn, een bijgewerkte versie van het plan aan de Commissie voor te leggen ter overweging bij de voorbereiding van de meerjarige werkprogramma’s.
(20)Activiteiten uit hoofde van het programma moeten worden uitgevoerd met een gezamenlijke financiële inspanning van de Unie en van Litouwen. Er is een maximumdrempel voor medefinanciering door de Unie vastgesteld in overeenstemming met de medefinanciering in het kader van de voorgaande programma’s. Rekening houdend met de praktijk van vergelijkbare programma’s van de Unie en de sterkere Litouwse economie sinds het begin van het programma tot het einde van de uitvoering van de maatregelen die in het kader van deze verordening worden gefinancierd, mag het medefinancieringspercentage van de Unie niet hoger liggen dan 86 % van de in aanmerking komende kosten. De resterende medefinanciering moet door Litouwen en uit andere bronnen dan de begroting van de Unie worden verstrekt, bijvoorbeeld internationale financiële instellingen en andere donoren.
(21)Er is rekening gehouden met Speciaal verslag nr. 22/2016 van de Rekenkamer, met de aanbevelingen van dat verslag en met het antwoord daarop van de Commissie.
(22)Het programma valt binnen de werkingssfeer van het nationale programma van Litouwen op grond van Richtlijn 2011/70/Euratom.
(23)Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van de doelstellingen van het programma te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad.
(24)De wijzen van uitvoering en de vormen van Uniefinanciering in deze verordening moeten worden gekozen op grond van het vermogen om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten op te leveren, met name rekening houdend met de controlekosten, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, financiering volgens een vast percentage en eenheidskosten worden overwogen, alsmede niet aan de kosten gekoppelde financiering als bedoeld in artikel 125, lid 1, punt a); van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
(25)Het programma vervangt het bij Verordening (EU) 2021/101 vastgestelde programma voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027. Deze verordening dient derhalve te worden ingetrokken,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voorwerp
Deze verordening stelt het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (het “programma”) vast en bepaalt de doelstellingen van het programma, de begroting ervan voor de periode van 1 januari 2028 tot en met 31 december 2034, de vormen van financiering van de Unie en de regels voor het verlenen van dergelijke financiering.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1)“ontmanteling”: administratieve en technische maatregelen waardoor het regulerende toezicht op een nucleaire faciliteit geheel of gedeeltelijk kan worden opgeheven, en die gericht zijn op het waarborgen van de langdurige bescherming van het publiek en het milieu, onder meer door de niveaus van residuele radionucliden in de materialen en op het terrein van de faciliteit te verlagen;
2)“ontmantelingsplan”: een document met gedetailleerde informatie over de voorgestelde ontmanteling, waarin de gekozen ontmantelingsstrategie wordt uiteengezet; het tijdpad, het type en de volgorde van de ontmantelingsactiviteiten; de toegepaste strategie voor afvalbeheer, met inbegrip van vrijgave; de voorgestelde eindtoestand; de opslag en berging van het afval van de ontmanteling; het tijdschema van de ontmanteling; de kostenramingen voor de voltooiing van de ontmanteling; en de doelstellingen, verwachte resultaten, mijlpalen, streefdatums en bijbehorende kernindicatoren voor de ontmanteling, waaronder indicatoren op basis van “earned value”. Het plan wordt opgesteld door de vergunninghouder van de nucleaire faciliteit en wordt opgenomen in de meerjarige werkprogramma’s van het programma.
Artikel 3
Doelstellingen van het programma
1.De algemene doelstellingen van het programma zijn:
a)Litouwen bij te staan bij de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina, waarbij speciaal de nadruk wordt gelegd op het beheer van uitdagingen op het gebied van de radiologische veiligheid en het optimaliseren van de efficiëntie van de uitvoering van het programma door een evenredige vermindering van het aantal werknemers;
b)kennis tot stand te brengen met betrekking tot het nucleaire ontmantelingsproces en het beheer van radioactief afval dat wordt voortgebracht door ontmantelingsactiviteiten, waarbij expliciete kennisproducten worden aangereikt over kwesties in verband met ontmanteling en afvalbeheer, beste praktijken op het gebied van beheer en technologische uitdagingen.
c)De in punt b) van de eerste alinea bedoelde kennis wordt verspreid op het niveau van de Unie en daarbuiten, op alle relevante gebieden, waarbij potentiële synergieën op het niveau van de Unie worden ontwikkeld in het kader van het programma-instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en ontmanteling (INSC-D), zoals beschreven in artikel [X] van Verordening (Euratom) [XXX].
2.Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek coördineert de structurering en verspreiding van de in lid 1, eerste alinea, punt b), bedoelde kennis onder de lidstaten en, waar relevant, onder derde landen. Deze werkzaamheden worden gefinancierd in het kader van het INSC-D-programma en worden voor 100 % van de subsidiabele kosten door de Unie gefinancierd.
3.Het Programma heeft als specifieke doelstellingen de apparatuur en de reactorschachten van de kerncentrale van Ignalina technisch te beheren, te ontmantelen en te decontamineren overeenkomstig het ontmantelingsplan, daaronder begrepen het beheer van radioactief afval dat wordt voortgebracht door ontmantelingsactiviteiten, en het veilige beheer van afval van de ontmanteling en afval uit het verleden voort te zetten.
4.De gedetailleerde omschrijving van de specifieke doelstelling van lid 3 van dit artikel wordt nader beschreven in de bijlage. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de bijlage wijzigen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 4
Begroting
1.De indicatieve financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode van 1 januari 2028 tot en met 31 december 2034 zijn vastgesteld op 678 000 000 EUR in lopende prijzen.
2.Vastleggingskredieten in de begroting voor acties waarvan de uitvoering zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, mogen in jaartranches worden verdeeld.
3.Ook na 2034 kunnen nog kredieten in de begroting van de Unie worden opgenomen ter dekking van de nodige uitgaven en voor het beheer van acties die aan het einde van het programma nog niet zijn voltooid.
4.De in lid 1 van dit artikel bedoelde financiële toewijzing en de bedragen van de in artikel 5 bedoelde aanvullende middelen kunnen ook worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor de uitvoering van het programma, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, institutionele informatietechnologiesystemen en -platforms, informatie-, communicatie- en zichtbaarheidsactiviteiten, met inbegrip van institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, en alle andere uitgaven gerelateerd aan technische en administratieve bijstand of personeel die de Commissie doet voor het beheer van het programma.
Artikel 5
Aanvullende middelen
1.Lidstaten, instellingen, organen en agentschappen van de Unie, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen of andere derde partijen kunnen aanvullende financiële of niet-financiële bijdragen aan het instrument leveren. Aanvullende financiële bijdragen vormen externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 2, punt a), d) of e), of artikel 21, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
2.Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen ter beschikking van het programma worden gesteld. De Commissie voert die middelen op directe of indirecte wijze uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt a) of c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Deze middelen vormen een aanvulling op het in artikel 4, lid 1, van deze verordening bedoelde bedrag. Die middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat. Indien de Commissie geen juridische verbintenis in direct of indirect beheer is aangegaan voor aldus ter beschikking van het programma gestelde aanvullende bedragen, kunnen de overeenkomstige niet-vastgelegde bedragen op verzoek van de betrokken lidstaat weer naar een of meer respectieve bronprogramma’s of de opvolgers daarvan worden overgedragen.
Artikel 6
Alternatieve, gecombineerde en cumulatieve financiering
1.Het programma wordt uitgevoerd in synergie met andere programma’s van de Unie. Een actie die een bijdrage van de Unie van een ander programma heeft ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het programma ontvangen. De regels van het desbetreffende programma van de Unie zijn van toepassing op de overeenkomstige bijdrage of er kan één reeks regels op alle bijdragen worden toegepast en één juridische verbintenis worden aangegaan. Indien de bijdrage van de Unie op subsidiabele kosten is gebaseerd, mag de cumulatieve steun uit de Uniebegroting niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten van de actie en kan deze op pro-ratabasis worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de steunvoorwaarden zijn vastgesteld.
2.Toekenningsprocedures in het kader van het programma kunnen gezamenlijk worden uitgevoerd in direct of indirect beheer door lidstaten, instellingen, organen en instanties van de Unie, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen, of andere derde partijen (“partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure”), op voorwaarde dat de bescherming van de financiële belangen van de Unie wordt gewaarborgd. Dergelijke procedures zijn aan één reeks regels onderworpen en leiden tot de sluiting van één juridische verbintenis. Daartoe kunnen de partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure middelen ter beschikking stellen van het programma overeenkomstig artikel 5 van deze verordening, of kunnen de partners worden belast met de uitvoering van de toekenningsprocedure, indien van toepassing overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Vertegenwoordigers van de partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure kunnen ook lid zijn van het evaluatiecomité als bedoeld in artikel 153, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
Artikel 7
Uitvoering en vormen van Uniefinanciering
1.Het programma wordt overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 uitgevoerd, in direct beheer of in indirect beheer met entiteiten als bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), van die verordening.
2.Financiering door de Unie in het kader van het programma kan worden verstrekt in elke vorm overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, met name prijzen, aanbestedingen en niet-financiële schenkingen.
Artikel 8
Subsidiabiliteit
1.Alleen activiteiten voor de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen komen in aanmerking voor Uniefinanciering.
2.In de in artikel 110 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoelde werkprogramma’s kunnen de in de onderhavige verordening vastgestelde subsidiabiliteitscriteria nader worden gespecificeerd of aanvullende criteria voor specifieke acties worden vastgesteld.
Artikel 9
Medefinancieringspercentages
Het algehele maximale medefinancieringspercentage van de Unie dat van toepassing is in het kader van het programma, bedraagt 86 %. De resterende financiering wordt door Litouwen en uit andere bronnen dan de begroting van de Unie verstrekt.
Artikel 10
Werkprogramma
1.Het programma wordt uitgevoerd door middel van in artikel 110 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoelde werkprogramma’s.
2.In de werkprogramma’s wordt rekening gehouden met het toepasselijke ontmantelingsplan dat als uitgangspunt dient voor de evaluatie en controle van de programma’s.
Artikel 11
Comité
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, door de voorzitter van het comité daartoe wordt besloten of door een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom wordt verzocht.
Artikel 12
Intrekking
Verordening (EU) 2021/101 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2028.
Artikel 13
Overgangsbepalingen
1.Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de acties die zijn geïnitieerd op grond van Verordening (EU) 2021/101, die daarop van toepassing blijft totdat deze worden afgesloten.
2.De financiële middelen voor het programma kunnen ook de uitgaven dekken voor noodzakelijke technische en administratieve bijstand om de overgang tussen het programma en de maatregelen op grond van Verordening (EU) 2021/101 te bewerkstelligen.
Artikel 14
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2028.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF12
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief12
1.2.Betrokken beleidsterreinen12
1.3.Doelstellingen12
1.3.1.Algemene doelstellingen12
1.3.2.Specifieke doelstellingen12
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen12
1.3.4.Prestatie-indicatoren13
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:13
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief13
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief13
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.13
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan13
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten15
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking15
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief16
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting16
2.BEHEERSMAATREGELEN17
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen17
2.2.Beheers- en controlesystemen17
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie17
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken17
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)17
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden18
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF20
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven20
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten20
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten20
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting21
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten23
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24
3.2.3.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting24
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24
3.2.3.3.Totaal kredieten24
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften24
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting24
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen25
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader26
3.2.7.Bijdragen van derden27
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten27
4.Digitale dimensies27
4.1.Voorschriften met digitale relevantie27
4.2.Gegevens28
4.3.Digitale oplossingen28
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling28
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering28
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Verordening van de Raad tot vaststelling van het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen voor de periode 2028-2034 en tot intrekking van Verordening (EU) 2021/101
1.2.Betrokken beleidsterreinen
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
De algemene doelstelling van het programma is om Litouwen bij te staan bij de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina, waarbij speciaal de nadruk wordt gelegd op het beheer van uitdagingen op het gebied van de radiologische veiligheid en het optimaliseren van de efficiëntie van de uitvoering van het programma door een evenredige vermindering van het aantal werknemers.
Het programma moet kennis tot stand brengen met betrekking tot het nucleaire ontmantelingsproces en het beheer van radioactief afval dat wordt voortgebracht door ontmantelingsactiviteiten. Die kennis moet worden verspreid op het niveau van de Unie en, waar mogelijk, onder derde landen, in overeenstemming met de bepalingen van de interne component van het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en ontmanteling (INSC-D), zoals beschreven in artikel [X] van Verordening (Euratom) [XXX] van de Raad. Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek coördineert de structurering en verspreiding van kennis onder de lidstaten.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
Het programma heeft als specifieke doelstellingen de apparatuur en de reactorschachten van de kerncentrale van Ignalina te ontmantelen en te decontamineren overeenkomstig het ontmantelingsplan, daaronder begrepen het beheer van radioactief afval dat wordt voortgebracht door ontmantelingsactiviteiten, en het veilige beheer van afval van de ontmanteling en afval uit het verleden voort te zetten.
De specifieke doelstelling wordt nader beschreven in de bijlage.
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
Veiligheid. Dankzij de financiering van de Unie zal de veiligheid op de locaties aanzienlijk worden verhoogd.
Opgedane kennis. De ervaring die wordt opgedaan bij de uitvoering van de projecten van het Ignalina-programma in Litouwen bezorgt de EU een ruime basiskennis voor de uitvoering van toekomstige ontmantelingsprogramma’s. Dit door de EU medegefinancierde programma kan eventueel een solide benchmark worden voor governancevraagstukken en beheerspraktijken, zoals kostenramingsmethoden of planning, en voortdurende technologische uitdagingen zoals de ontmanteling van grafietgemodereerde reactoren en het daaropvolgende beheer van grote hoeveelheden bestraald grafiet. De deskundigheid en kennis op het gebied van ontmanteling zouden ook ten goede kunnen komen aan derde landen met verouderde kerncentrales.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten
De output- en resultaatindicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten van dit programma zullen overeenstemmen met de gemeenschappelijke indicatoren waarin Verordening (EU) [XXX] [Prestatieverordening] voorziet.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
Het Ignalina-programma is gericht op de voorschriften van zijn rechtsgrondslag (d.w.z. het Toetredingsverdrag van Litouwen, en met name Protocol nr. 4 bij en artikel 56 van de Toetredingsakte van 2003).
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Een voorwaarde voor de toetreding van Litouwen tot de EU was dat dat land toezegde de kernreactoren van het Tsjernobyl-type van de kerncentrale van Ignalina te sluiten en vervolgens te ontmantelen. De Europese Unie heeft zich er uit solidariteit met Litouwen in het Toetredingsverdrag toe verbonden financiële ondersteuning te verlenen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina.
De ontmantelingsactiviteiten vorderen met enige vertraging ten opzichte van het definitieve ontmantelingsplan van 2020. Het is evenwel in het belang van de Unie om financiële steun voor de ontmanteling te verlenen en zo bij te dragen tot een zo veilig mogelijke uitvoering. Het programma biedt aanzienlijke en duurzame ondersteuning van de gezondheid van de werknemers en de bevolking, doordat milieuschade wordt voorkomen en er echte vooruitgang op het vlak van nucleaire veiligheid en beveiliging wordt geboekt.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
Er is een tussentijdse evaluatie van het programma verricht overeenkomstig de richtsnoeren voor betere regelgeving. Hierbij zijn de resultaten en gevolgen, de efficiënte aanwending van de middelen en de toegevoegde waarde voor de Unie bekeken en beoordeeld. Bij de evaluatie werd de periode 2021-2024 bekeken en werd, waar relevant, ook rekening gehouden met het vorig financieel kader (2014-2020).
Met het oog op de tussentijdse evaluatie heeft de Commissie relevante informatie en gegevens verzameld door uitgebreid beroep te doen op de voornaamste belanghebbenden (ministeries, uitvoeringsorganen, ontmantelingsbedrijven).
De belangrijkste conclusies van de tussentijdse evaluatie van het programma waren:
Samenhang met het EU-beleid. Het programma is in overeenstemming met de EU-beleidsmaatregelen die bedoeld zijn om het hoogste niveau van nucleaire veiligheid te waarborgen. De steun van de EU zorgt ervoor dat de strategie voor onmiddellijke ontmanteling in Litouwen gestaag wordt uitgevoerd en voorkomt dat onnodige lasten aan toekomstige generaties worden overgedragen, maar wijkt om historische redenen gedeeltelijk af van het principe dat de lidstaat de eindverantwoordelijkheid draagt voor de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen voor de ontmanteling van nucleaire installaties en het beheer van kernafval.
Vooruitgang. In overeenstemming met de verwachtingen voor het MFK 2021-2027 heeft Litouwen op doeltreffende en efficiënte wijze vooruitgang geboekt bij de ontmanteling van zijn kernreactoren in overeenstemming met de uitgangswaarden (ontmantelingsplan); er doen zich echter enkele vertragingen voor door uitdagingen en tegenslagen als gevolg van het complexe karakter van het programma.
Veiligheid. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de veiligheid op de locaties als gevolg van de financiering van de Unie in dit MFK aanzienlijk zal worden verhoogd. Alle verbruikte splijtstof werd uit het reactorgebouw verwijderd en veilig opgeslagen in een ultramoderne faciliteit. Afval uit het verleden en afval van de ontmanteling wordt verwerkt en behandeld voor verwijdering, ter voorbereiding op de ontmanteling van het bestraalde grafiet uit de reactorkern, een baanbrekend project op een nog nooit eerder vertoonde schaal.
Financiële omvang. Het ontmantelingsplan bepaalt de reikwijdte, het tijdsschema en de begroting van het programma. Het plan wordt momenteel herzien met specifieke aandacht voor het tijdschema, als gevolg van het conceptuele ontwerp van het meest kritieke project, te weten de ontmanteling van de reactorkernen.
Nationale bijdrage. De nationale bijdragen lijken groot genoeg te zijn om de efficiëntie op een gepast niveau te handhaven, op basis van een adequaat niveau van verantwoording op het nationale niveau dat ervoor zorgt dat de begunstigde naar goedkopere oplossingen zoekt. Desalniettemin is de vaststelling van een minimumdrempel voor de nationale bijdragen een noodzakelijke voorwaarde, maar niet voldoende om de stimulansen te geven voor een tijdige en efficiënte ontmanteling. In dit verband zou de uitdrukkelijke overdracht van risico's (kostenoverschrijdingen, vertragingen) aan de lidstaat een grotere impact hebben. Deze praktijk is waar mogelijk en tot op zekere hoogte reeds geïntroduceerd in het huidige MFK.
Beheer. De ingestelde governance heeft ervoor gezorgd dat het programma doeltreffend en efficiënt wordt uitgevoerd, en heeft een tegenwicht geboden voor de genoemde onzekerheden over de nationale bijdragen. De belangrijkste factoren voor succes waren de heldere omschrijving van taken en verantwoordelijkheden en een versterkt toetsingskader. In het onderzoek zijn ook gebieden voor verdere verbetering vastgesteld, zoals:
i)
een grotere betrokkenheid van de lidstaat en een grotere rol in het beheer, in combinatie met meer verantwoordingsplicht voor het ontmantelingsbedrijf (eindbegunstigde);
ii)
de stroomlijning van procedures met het oog op een snellere beheercyclus;
iii)
een grotere onderlinge vergelijkbaarheid met de prestaties van andere programma’s.
Doelstellingen. De tussentijdse evaluatie bevestigde dat de algemene doelstellingen en de belangrijkste specifieke doelstellingen van het programma geldig blijven in het huidige MFK. Sommige van de verwachte resultaten, mijlpalen, streefdatums en bijbehorende kernprestatie-indicatoren moeten evenwel worden aangepast aan de laatste updates van het ontmantelingsplan om een doeltreffende monitoring voor de periode 2028-2034 mogelijk te maken.
Opgedane kennis. Tot slot werd in de tussentijdse evaluatie benadrukt dat de ervaring die tot nu toe is opgedaan met de projecten die in het kader van het programma zijn uitgevoerd, de EU een ruime basiskennis bezorgt voor de uitvoering van lopende en toekomstige ontmantelingsprogramma’s. Dit door de EU medegefinancierde programma kan eventueel een solide benchmark worden voor governancevraagstukken en beheerspraktijken, zoals kostenramingsmethoden of planning, en voortdurende technologische uitdagingen zoals de ontmanteling van grafietgemodereerde reactoren en het daaropvolgende beheer van grote hoeveelheden bestraald grafiet.
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Andere beschikbare EU-instrumenten kunnen worden ingezet in de regio Visaginas om te zorgen voor complementariteit met het Ignalina-programma. Het Cohesiefonds zou bijvoorbeeld maatregelen kunnen ondersteunen om de sociale en economische overgang te begeleiden, zoals maatregelen inzake energie-efficiëntie en hernieuwbare energie en bepaalde andere activiteiten die geen verband houden met de processen op het gebied van radiologische veiligheid. Op die manier kan dit fonds in de betrokken regio voor extra activiteiten zorgen en van de lokale expertise een sterke motor maken voor het scheppen van banen, duurzame groei en innovatie.
Synergieën met het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en ontmanteling, met name wat het delen van kennis en ervaring betreft, moeten worden bevorderd.
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
Bij de beoordeling van de verschillende financieringsopties van het programma in het volgende MFK zijn de volgende drie beleidsopties in overweging genomen:
–
Beleidsoptie 1 – Stopzetting van het Ignalina-programma;
–
Beleidsoptie 2 – Ignalina-programma uitgevoerd via instrumenten voor gedeeld beheer;
–
Beleidsoptie 3 – Ignalina-programma als specifiek uitgavenprogramma.
Bij beleidsoptie 1 (stopzetting) zou het hefboomeffect voor de veiligheidsdoelstellingen van het programma verloren gaan en zou de opgedane kennis niet worden benut ten gunste van andere EU-lidstaten; bovendien zou, uit politiek oogpunt, het solidariteitsbeginsel dat tot dusver ten grondslag heeft gelegen aan het programma door de Unie worden genegeerd, met negatieve gevolgen voor de opvatting over Europa in Litouwen.
Beleidsopties 2 en 3 verschillen voornamelijk wat betreft het thema (cohesie tegenover veiligheid) en het uitvoeringsmechanisme (ESIF tegenover specifiek uitgavenprogramma).
Beide oplossingen zijn geschikt om tegemoet te komen aan de aanzienlijke behoeften aan een grotere betrokkenheid van de begunstigde lidstaat en aan meer stimulansen om tijdig en efficiënt verder te gaan met de ontmanteling. Beleidsoptie 3 komt evenwel doeltreffender tegemoet aan de behoeften van:
–
een hefboomeffect van de EU op het gebied van veiligheidsdoelstellingen;
–
benutting van de opgedane kennis voor de ontmanteling van kernreactoren in de EU en daarbuiten.
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
beperkte geldigheidsduur
–
operationeel vanaf [01/01/]2028 tot en met [31/12/]2034
–
financiële gevolgen vanaf 2028 tot en met 2034 voor vastleggingskredieten en vanaf 2028 tot en met 2036 voor betalingskredieten.
– onbeperkte geldigheidsduur
–Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
Direct beheer door de Commissie
– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;
–
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
– in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
De huidige op basis van pijleranalyses beoordeelde entiteiten die belast zijn met de uitvoering van het Ignalina-programma (CPMA, EBWO) zullen ook in het MFK 2028-2034 als uitvoeringsorganen optreden.
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
De regels inzake het toezicht en de verslagen voor dit programma zullen de vereisten volgen die zijn vastgelegd in een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor het traceren van begrotingsuitgaven en voor begrotingsprestaties en andere horizontale regels voor de programma’s en activiteiten van de Unie (“Prestatieverordening”, COM(2025)545).
Daarnaast houdt de Commissie toezicht op de operationele uitvoering van het Ignalina-programma door middel van een nieuwe governance en de invoering van meer planning-, toezicht- en rapportagevoorschriften voor de begunstigden. Overeenkomstig de gewijzigde governance-aanpak heeft Litouwen een programmacoördinator (met de rang van minister of staatssecretaris) benoemd, die verantwoordelijk is voor de programmering, coördinatie en monitoring van het betrokken ontmantelingsprogramma op nationaal niveau. Er is een monitoring- en rapportagecomité, waarvan een vertegenwoordiger van de Commissie en de programmacoördinator samen het voorzitterschap bekleden. Tweemaal per jaar gaan ambtenaren van de Commissie ter plaatse de materiële vorderingen controleren.
Er werd een specifiek comité opgericht voor het beheer van de ontmanteling van de reactorkernen (project R3D), gezien het belang van deze werkzaamheid, zowel wat de kosten als wat het tijdschema betreft.
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Uit de tussentijdse evaluatie van het Ignalina-programma is gebleken dat de huidige governance voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het programma zorgt. De belangrijkste factoren voor succes zijn de heldere omschrijving van taken en verantwoordelijkheden en het versterkte toetsingskader.
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
De risico’s in verband met de uitvoering van het programma zijn geïnventariseerd op basis van controles van stukken, halfjaarlijkse controlebezoeken ter plaatse en het gebruik van “earned value management” voor de vroegtijdige opsporing van vertragingen en kostenoverschrijding. De risico’s worden vervolgens beoordeeld volgens een procedure waarbij de voorkeur uitgaat naar een kwantitatieve benadering. Het risicoregister en de bijbehorende acties worden ten minste tweemaal per jaar geëvalueerd en geregistreerd. De belangrijkste projectuitvoeringsrisico’s krijgen tegelijk een follow-up met de bestaande systemen voor risicobeheer van de uitvoeringsorganen en de begunstigden.
Op basis van de informatie uit de risicobeoordeling kan een risicogebaseerde aanpak voor toezicht en controle worden ontwikkeld. Dit betekent onder meer dat de verslagleggingsvereisten worden geactualiseerd en op risicogebieden worden toegespitst, dat de prioriteiten voor monitoringmissies worden vastgesteld en dat aanvullende thematische verificaties worden uitgevoerd.
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
De controlekosten in verband met het Ignalina-programma bestaan uit twee afzonderlijke elementen: enerzijds de kosten van de controles die door de diensten van de Commissie worden verricht en anderzijds de vergoeding die aan de met de uitvoering belaste entiteit wordt betaald voor controles die worden verricht op het niveau van de entiteit. De kosten op het niveau van de Commissie zullen naar verwachting stabiel blijven. De afgelopen drie jaar werden de controlekosten voor het CPMA en de EBWO voor Litouwse activiteiten op ongeveer 0,3 % tot 0,6 % van de beheerde middelen geschat. De vergoeding die aan de met de uitvoering belaste entiteiten wordt betaald, zal naar verwachting gebaseerd blijven op het gecontroleerde bedrag, volgens de beginselen die zijn vastgelegd in de regels voor het fonds (EBWO 1,96 miljoen EUR in 2024 of 5,5 % van de waarde van de projecten) of in de bijdrageovereenkomsten (CPMA: 1,08 miljoen EUR in 2024 of 3,5 % van de waarde van de projecten).
Het programma is na verloop van tijd kosteneffectief gebleken en de kostenstructuur bleef over het algemeen zuinig (de controlekosten op het niveau van de Commissie bleven ruim onder de 1 %).
De controlestructuur, die enerzijds steunt op de deskundigheid die is opgebouwd door zowel de EBWO als het CPMA en anderzijds op een versterkt toezicht op de risico’s en werkzaamheden door de Commissie, wordt als degelijk en doeltreffend beschouwd. Er zijn solide informatiestromen die het vertrouwen van DG ENER in dit verband ondersteunen. Beide met de uitvoering belaste entiteiten zijn beoordeeld op basis van pijleranalyses. Er waren geen recente significante auditopmerkingen met betrekking tot de uitgaven. Het foutenrisico werd de afgelopen jaren geschat op 0,5 % bij betaling en ongeveer 0,3 % bij afsluiting.
Het controlesysteem heeft tot doel het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting) te handhaven onder de materialiteitsdrempel van 2 % op jaarbasis.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
DG ENER heeft een eigen fraudebestrijdingsstrategie ontwikkeld en past deze sinds november 2013 toe, in overeenstemming met de richtsnoeren in de OLAF-methodologie. De strategie is voor het laatst bijgewerkt in oktober 2020 en het bijbehorende actieplan is verder bijgewerkt in juli 2023. DG ENER verbindt zich ertoe de fraudebestrijdingsstrategie om de twee à drie jaar bij te werken.
De huidige strategie is gebaseerd op de analyse van de fraudegevoeligheid en heeft tot doel specifieke frauderisico’s bij DG ENER op te sporen en te begrijpen in een bredere context. Uit deze beoordeling is gebleken dat het risico op fraude bij DG ENER laag tot matig is.
De controles ter waarborging van de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen worden aangevuld met de actieplannen die bij de strategie horen.
Dit actieplan waarborgt met name dat:
–
er interne regels zijn voor de behandeling en melding van vermoedens van fraude;
–
de verantwoordelijkheden voor het nemen van fraudebestrijdingsmaatregelen duidelijk worden toegewezen aan eenheden en functies;
–
potentiële risico’s worden bekeken in het kader van de jaarlijkse risicobeoordeling van het beheersplan;
–
regelmatig wordt deelgenomen aan vergaderingen van het netwerk voor fraudepreventie en -opsporing en het comité ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden, en er contacten zijn met andere DG’s en diensten;
–
de functie van lokale fraudebestrijdingscorrespondent wordt uitgeoefend overeenkomstig het gemeenschappelijke actieplan voor de onderzoekscluster;
–
een passend niveau van samenwerking met OLAF wordt gewaarborgd;
–
medewerkers toegang hebben tot periodieke bewustmakingssessies, opleidingen en, indien nodig, andere initiatieven voor capaciteitsopbouw;
–
thema’s met een potentieel hoger risico op de juiste manier worden beoordeeld.
De uitvoering van de strategie wordt gemonitord en hierover wordt ten minste twee keer per jaar een verslag voorgelegd aan het management van DG ENER.
In het risicobeheerproces voor het programma wordt voldoende rekening gehouden met risico’s op het gebied van naleving en integriteit. Er bestaan robuuste informatiekanalen tussen de Commissie en de met de uitvoering belaste entiteiten om ervoor te zorgen dat mogelijke problemen worden gemeld.
De met de uitvoering belaste entiteiten spelen in het kader van indirect beheer een essentiële rol bij het voorkomen van fraude en onregelmatigheden. Bij de opeenvolgende pijlerbeoordelingen werd getest of er passende, doeltreffende controles op dat gebied aanwezig waren. De EBWO heeft een sterk beleid om de naleving en de integriteit te verzekeren en belangenconflicten te voorkomen. Het CPMA heeft de nodige controles ingevoerd en wordt onderworpen aan periodieke audits door de nationale auditorganen. De regels van het programma waarborgen verder een passende toegang tot medewerkers, gebouwen en informatie, niet alleen voor nationale auditorganen maar ook voor de Europese Rekenkamer en voor onderzoeksautoriteiten.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
·In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/ NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
2
|
04 01 05 Ondersteunende uitgaven voor het Ignalina-programma
|
NGK
|
Nee
|
Nee
|
Nee
|
Nee
|
|
2
|
04 06 01 Bijstand voor de ontmanteling van nucleaire installaties voor Litouwen
|
GK
|
Nee
|
Nee
|
Nee
|
Nee
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
2
|
Ontmanteling van nucleaire installaties Litouwen
|
|
DG: ENER (LOPENDE PRIJZEN EUR MILJOEN)
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
04 06 01 Bijstand voor de ontmanteling van nucleaire installaties voor Litouwen
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
04 01 05 Ondersteunende uitgaven voor het Ignalina-programma
|
|
(3)
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+3
|
91
|
124
|
87
|
84
|
94
|
94
|
104
|
678
|
|
voor DG ENER
|
Betalingen
|
=2a+3
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <2>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
91
|
124
|
87
|
84
|
94
|
94
|
104
|
678
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
4
|
“Administratieve uitgaven”
|
|
|
|
|
|
DG: ENER
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
Human resources
|
0,564
|
0,564
|
0,564
|
0,564
|
0,564
|
0,564
|
0,564
|
3,948
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,070
|
0,070
|
0,070
|
0,070
|
0,070
|
0,070
|
0,070
|
0,490
|
|
TOTAAL DG ENER
|
Kredieten
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
4,438
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 4 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
4,438
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4
|
Vastleggingen
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
pm
|
=================================================================================================
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
3.2.2.
Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
De output- en resultaatindicatoren voor het toezicht op de voortgang en de verwezenlijkingen van dit programma zullen overeenstemmen met de gemeenschappelijke indicatoren waarin Verordening [XXX] [Prestatieverordening] voorziet.
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2028
|
Jaar
2029
|
Jaar
2030
|
Jaar
2031
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.
Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
RUBRIEK 4
|
|
Personele middelen
|
0,564
|
0,564
|
0,564
|
0,564
|
0,564
|
0,564
|
0,564
|
3,948
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,070
|
0,070
|
0,070
|
0,070
|
0,070
|
0,070
|
0,070
|
0,490
|
|
Subtotaal RUBRIEK 4
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
4,438
|
|
Buiten RUBRIEK 4
|
|
Personele middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
pm
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
pm
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 4
|
|
|
|
|
|
|
|
pm
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
0,634
|
4,438
|
===================================================================
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.4.
Geraamde personeelsbehoeften
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.
Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
3
|
3
|
3
|
3
|
3
|
3
|
3
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
[XX.01.YY.YY]
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 4
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 4
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
===================================================================
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 4 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Personeelsformatieposten
|
3
|
0
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
0
|
0
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
Beheer van het programma
Toezicht en controle
Verslaglegging
Financiële controle
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.
Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
RUBRIEK 4
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,175
|
|
Subtotaal RUBRIEK 4
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,175
|
|
Buiten RUBRIEK 4
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 4
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,025
|
0,175
|
3.2.6.
Verenigbaarheid met het huidig meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.
Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
voorziet niet in medefinanciering door derden
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Totaal
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
voor de eigen middelen
voor overige ontvangsten
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2028
|
Jaar 2029
|
Jaar 2030
|
Jaar 2031
|
Jaar 2032
|
Jaar 2033
|
Jaar 2034
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
|
Dit voorstel wordt geacht geen digitale relevantie te hebben. Het introduceert, wijzigt of beïnvloedt het gebruik van digitale middelen, gegevensaspecten of de verlening van digitale openbare diensten niet. De reikwijdte van het voorstel is beperkt tot de vaststelling van een programma voor financiële bijstand voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen, met inbegrip van de daarmee verband houdende budgettaire, procedurele en uitvoeringsbepalingen. Dit zijn procedurele en begrotingsgerelateerde bepalingen die geen inhoudelijke veranderingen met zich brengen voor digitale aspecten. Het voorstel valt dus niet onder de toepassing van het “standaard digitaal”-beginsel.
|
4.2.Gegevens
4.3.Digitale oplossingen
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering